The message brought by Elders Jones and Waggoner in the rebellion of 1888, was the message of justification by faith in verity. Apostate Protestantism argues that the justification provided by Christ’s death on the cross covers a man in his sins, but that His blood does not actually remove his sins. This false doctrine places the removal of sin at the Second Coming, when sinners are then magically transformed. Apostate Protestantism and officially since 1957, Laodicean Adventism, claim that Christ is exclusively our Substitute, but not our Example. A year before 1888, Sister White penned the following.

De boodschap die door Oudsten Jones en Waggoner werd gebracht in de opstand van 1888, was in waarheid de boodschap van rechtvaardiging door het geloof. Afvallig protestantisme betoogt dat de rechtvaardiging die door Christus’ dood aan het kruis wordt verschaft, een mens in zijn zonden bedekt, maar dat Zijn bloed zijn zonden niet daadwerkelijk wegneemt. Deze valse leer stelt de wegneming van de zonde uit tot de Tweede Komst, wanneer zondaars dan op magische wijze worden veranderd. Afvallig protestantisme en, officieel sinds 1957, Laodiceïsch adventisme, beweren dat Christus uitsluitend onze Plaatsvervanger is, maar niet ons Voorbeeld. Een jaar vóór 1888 schreef zuster White het volgende.

“‘A new heart will I give you and a new spirit will I put within you.’ I believe with all my heart that the Spirit of God is being withdrawn from the world, and those who have had great light and opportunities and have not improved them, will be the first to be left. They have grieved away the Spirit of God. The present activity of Satan in working upon hearts, and upon churches and nations should startle every student of prophecy. The end is near. Let our churches arise. Let the converting power of God be experienced in the heart of the individual members, and then we shall see the deep moving of the Spirit of God. Mere forgiveness of sin is not the sole result of the death of Jesus. He made the infinite sacrifice not only that sin might be removed, but that human nature might be restored, rebeautified, reconstructed from its ruins, and made fit for the presence of God….

“‘Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest zal Ik in uw binnenste geven.’ Ik geloof met heel mijn hart dat de Geest van God uit de wereld wordt teruggetrokken, en zij die groot licht en grote kansen hebben gehad en daarvan geen gebruik hebben gemaakt, zullen de eersten zijn die worden achtergelaten. Zij hebben de Geest van God bedroefd, totdat Hij van hen is geweken. De huidige werkzaamheid van Satan in zijn inwerking op harten, en op kerken en volken, behoort iedere student van de profetie te doen opschrikken. Het einde is nabij. Laten onze gemeenten opstaan. Laat de bekerende kracht van God in het hart van de individuele leden worden ervaren, en dan zullen wij de diepe werking van de Geest van God zien. Louter vergeving van zonde is niet het enige resultaat van de dood van Jezus. Hij bracht het oneindige offer niet alleen opdat de zonde zou worden weggenomen, maar opdat de menselijke natuur zou worden hersteld, opnieuw met schoonheid bekleed, uit haar puinhopen herbouwd, en geschikt gemaakt voor de tegenwoordigheid van God…. ”

“Christ is the ladder which Jacob saw whose base rested on the earth and whose topmost round reached the highest heavens. This shows the appointed method of salvation. We are to climb round after round of this ladder. If any one of us shall finally be saved, it will be by clinging to Jesus as to the rounds of a ladder. Christ is made unto the believer wisdom and righteousness, sanctification, and redemption….

„Christus is de ladder die Jakob zag, waarvan de voet op de aarde rustte en waarvan de hoogste sport reikte tot de hoogste hemelen. Dit toont de verordende weg der zaligheid. Wij moeten sport na sport van deze ladder beklimmen. Indien iemand van ons uiteindelijk behouden zal worden, dan zal het zijn door zich vast te klemmen aan Jezus als aan de sporten van een ladder. Christus is de gelovige geworden tot wijsheid en rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing….“

“There will be some terrible falls by those who think they stand firm because they have the truth; but they have it not as it is in Jesus. A moment’s carelessness may plunge a soul into irretrievable ruin. One sin leads to the second, and the second prepares the way for a third and so on. We must as faithful messengers of God, plead with Him constantly to be kept by his power. If we swerve a single inch from duty we are in danger of following on in a course of sin that ends in perdition. There is hope for every one of us, but only in one way—by fastening ourselves to Christ, and exerting every energy to attain to the perfection of his character.

“Er zullen enkele verschrikkelijke vallen zijn van hen die menen vast te staan omdat zij de waarheid hebben; maar zij hebben haar niet zoals zij in Jezus is. Een ogenblik van onachtzaamheid kan een ziel in een onherstelbaar verderf storten. De ene zonde leidt tot de tweede, en de tweede bereidt de weg voor een derde, enzovoort. Wij moeten, als getrouwe boodschappers van God, Hem voortdurend smeken om door zijn kracht bewaard te worden. Indien wij ook maar één duimbreed van onze plicht afwijken, verkeren wij in gevaar voort te gaan op een weg van zonde die in het verderf eindigt. Er is hoop voor ieder van ons, maar slechts op één wijze—door ons aan Christus vast te hechten en al onze krachten in te spannen om te geraken tot de volmaaktheid van zijn karakter.

This goody-goody religion that makes light of sin and that is forever dwelling upon the love of God to the sinner, encourages the sinner to believe that God will save him while he continues in sin and he knows it to be sin. This is the way that many are doing who profess to believe present truth. The truth is kept apart from their life, and that is the reason it has no more power to convict and convert the soul. There must be a straining of every nerve and spirit and muscle to leave the world, its customs, its practices, and its fashions….

„Deze schijnheilige godsdienst, die de zonde licht opvat en die voortdurend stilstaat bij de liefde van God tot de zondaar, moedigt de zondaar aan te geloven dat God hem zal behouden terwijl hij in de zonde voortgaat en weet dat het zonde is. Dit is de wijze waarop velen handelen die belijden de tegenwoordige waarheid te geloven. De waarheid wordt van hun leven gescheiden gehouden, en dat is de reden waarom zij geen grotere kracht heeft om de ziel te overtuigen en te bekeren. Er moet een inspanning zijn van iedere zenuw en geest en spier om de wereld te verlaten, haar gewoonten, haar praktijken en haar modes….”

“If you put away sin and exercise living faith, the riches of heaven’s blessings will be yours.” Selected Messages, book 3, 155.

„Indien u de zonde wegdoet en een levend geloof beoefent, zullen de rijkdommen van de zegeningen des hemels de uwe zijn.” Selected Messages, boek 3, 155.

The false “goody-goody religion” of apostate Protestantism was established as an official doctrine at the outset of the fourth generation of Adventism in 1957. It presented a definition of justification that “encourages the sinner to believe that God will save him while he continues in sin.” The cross, teaches that “forgiveness of sin is not the sole result of the death of Jesus,” for “He made the infinite sacrifice not only that sin might be removed, but that human nature might be restored, rebeautified, reconstructed from its ruins, and made fit for the presence of God.”

De valse „braaf-braafreligie” van het afvallige protestantisme werd in 1957, bij het begin van de vierde generatie van het adventisme, als officiële leer vastgesteld. Zij presenteerde een definitie van rechtvaardiging die „de zondaar ertoe aanmoedigt te geloven dat God hem zal redden terwijl hij in de zonde voortgaat.” Het kruis leert dat „de vergeving van zonde niet het enige resultaat is van de dood van Jezus”, want „Hij bracht het oneindige offer niet alleen opdat de zonde zou worden weggenomen, maar opdat de menselijke natuur zou worden hersteld, opnieuw verfraaid, uit haar puinhopen opgebouwd, en geschikt gemaakt voor de tegenwoordigheid van God.”

The rebellion of 1957, demonstrates that the seed of the rebellion that was planted in 1863, and that then sprouted in 1888, and which was thereafter watered by the counterfeit message represented by the book published in 1919 (The Doctrine of Christ), had ultimately brought forth the fruit of an open pronouncement that the original “faith of the just” represented by Habakkuk’s two tables, was now removed and replaced with the corrupted definition of “justification by faith” that exists in apostate Protestantism. The disobedient prophet from Judah, had returned to the assembly of mockers and eaten with the lying prophet of Bethel.

De opstand van 1957 toont aan dat het zaad van de opstand dat in 1863 was geplant, en dat vervolgens in 1888 ontkiemde, en dat daarna werd begoten door de vervalste boodschap die werd vertegenwoordigd door het in 1919 gepubliceerde boek (The Doctrine of Christ), uiteindelijk de vrucht had voortgebracht van een openlijke verklaring dat het oorspronkelijke „geloof van de rechtvaardige”, voorgesteld door Habakuks twee tafelen, nu was weggenomen en vervangen door de verdorven omschrijving van „rechtvaardiging door het geloof” die in het afvallige protestantisme bestaat. De ongehoorzame profeet uit Juda was teruggekeerd naar de vergadering der spotters en had gegeten met de leugenachtige profeet van Bethel.

The message to the Laodicean church which was first presented to the movement of the Millerites in 1856, and then again to the Laodicean church in 1888, was rejected every step of the way. That message of Jones and Waggoner, which according to Sister White was both the message to Laodicea, and the message of justification by faith, was rejected, under the premise that the rebels who were rejecting it, were actually defending the old landmarks! The landmarks they were defending was a foundation of their own human construction, that is built upon sand.

De boodschap aan de gemeente van Laodicea, die eerst in 1856 aan de beweging van de Millerieten werd gebracht en vervolgens opnieuw in 1888 aan de gemeente van Laodicea, werd bij elke stap verworpen. Die boodschap van Jones en Waggoner, die volgens zuster White zowel de boodschap aan Laodicea als de boodschap van rechtvaardiging door het geloof was, werd verworpen onder het voorwendsel dat de opstandelingen die haar verwierpen, in werkelijkheid de oude bakens verdedigden! De bakens die zij verdedigden, vormden een fundament van hun eigen menselijke maaksel, gebouwd op zand.

The message of “justification by faith” that was presented by Jones and Waggoner in 1888, included the fact of the true gospel, which identifies that those who are justified, are also sanctified. It emphasized that to be justified was to “actually” be made holy, not simply to be legally “proclaimed” as holy. The message of Jones and Waggoner, which Sister White identified she had been presenting for years before the rebellion of 1888, identifies that when justification is imputed, sanctification is simultaneously imparted.

De boodschap van „rechtvaardiging door het geloof” die in 1888 door Jones en Waggoner werd gebracht, omvatte het feit van het ware evangelie, dat aangeeft dat degenen die gerechtvaardigd worden, ook geheiligd worden. Zij beklemtoonde dat gerechtvaardigd te zijn betekende „daadwerkelijk” heilig gemaakt te worden, niet slechts juridisch als heilig „uitgeroepen” te worden. De boodschap van Jones en Waggoner, waarvan Zuster White aangaf dat zij die reeds jarenlang vóór de opstandigheid van 1888 had verkondigd, geeft aan dat wanneer rechtvaardiging wordt toegerekend, heiliging gelijktijdig wordt meegedeeld.

It cannot be otherwise, for both justification and sanctification are accomplished by the presence of the Holy Spirit in the believer. Justification and sanctification are simply two words that describe two elements of one work that is accomplished within the believer by the presence of the Holy Spirit.

Het kan niet anders, want zowel rechtvaardigmaking als heiliging worden tot stand gebracht door de tegenwoordigheid van de Heilige Geest in de gelovige. Rechtvaardigmaking en heiliging zijn eenvoudigweg twee woorden die twee elementen beschrijven van één werk dat in de gelovige tot stand wordt gebracht door de tegenwoordigheid van de Heilige Geest.

It was the very message of Moses that Korah’s rebels rejected, that was again rejected in 1856, then again in 1888, and then publicly enshrined as the salvation theology of Laodicean Adventism in 1957. The continuous rebellion wearied God, for the people said, “Everyone that doeth evil is good in the sight of the Lord, and he delighteth in them; or, Where is the God of judgment?”

Het was juist de boodschap van Mozes die de opstandelingen van Korach verwierpen, die opnieuw werd verworpen in 1856, vervolgens opnieuw in 1888, en daarna in 1957 openlijk werd verheven tot de heiltheologie van het Laodiceïsche adventisme. De voortdurende opstand vermoeide God, want het volk zei: “Al wie kwaad doet, is goed in de ogen des Heren, en Hij heeft behagen in hen”; of: “Waar is de God van het oordeel?”

They said “those that are sinning are justified by Christ’s blood, and God delights in them, even though they continue to sin.” This is the spiritual deception that is represented by the message to Laodicea (a people judged), for in spite of the fact that Christ identifies the Laodiceans as “wretched, and miserable, and poor, and blind, and naked,” they believe that they are “rich, and increased with goods, and have need of nothing.” And in that condition, they are actually on the verge of being spewed out of the mouth of the Lord.

Zij zeiden: „zij die zondigen, worden gerechtvaardigd door het bloed van Christus, en God schept behagen in hen, ook al blijven zij zondigen.” Dit is het geestelijke bedrog dat wordt voorgesteld door de boodschap aan Laodicea (een geoordeeld volk), want ondanks het feit dat Christus de Laodicenzen aanduidt als „ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt”, menen zij dat zij „rijk zijn, en verrijkt geworden, en aan geen ding gebrek hebben.” En in die toestand staan zij daadwerkelijk op het punt uit de mond van de Heere uitgespuwd te worden.

The faithful of Millerite history who had persevered through the experience of the first disappointment in 1844, as represented by Jeremiah in chapter fifteen, verse fifteen through twenty-one, as the faithful builders of the temple, who had been promised that if they would not return to the “assembly of mockers,” that they would become God’s “mouth,” did return to “the assembly of mockers” (represented by the lying prophet of Bethel), and transitioned into Laodiceans, on the verge of being spewed out of God’s mouth, and they know it not.

De getrouwen uit de Milleritische geschiedenis die hadden volhard in de ervaring van de eerste teleurstelling in 1844, zoals vertegenwoordigd door Jeremia in hoofdstuk vijftien, verzen vijftien tot en met eenentwintig, als de getrouwe bouwers van de tempel, aan wie was beloofd dat, indien zij niet zouden terugkeren tot de “vergadering der spotters”, zij Gods “mond” zouden worden, keerden wél terug tot de “vergadering der spotters” (vertegenwoordigd door de leugenachtige profeet van Bethel), en gingen over in Laodicenzen, op de rand om uit Gods mond gespuwd te worden, en zij weten het niet.

The condition of Laodicean Adventism on September 11, 2001, was typified by the condition of the Protestants on August 11, 1840. Those two histories were typified by the quibbling Jews, when the Holy Spirit descended at the baptism of Christ. In each of the three histories a former chosen people were, and are in the process now, of being passed by. The Messenger of the Covenant in the time of John the Baptist, was to enter into covenant with those whom Peter identified as a “chosen generation.”

De toestand van het Laodiceaanse adventisme op 11 september 2001 werd getypeerd door de toestand van de protestanten op 11 augustus 1840. Deze twee geschiedenissen werden getypeerd door de twistzieke Joden, toen de Heilige Geest neerdaalde bij de doop van Christus. In elk van de drie geschiedenissen werd, en wordt thans nog, een vroeger uitverkoren volk voorbijgegaan. De Boodschapper van het Verbond zou ten tijde van Johannes de Doper in verbond treden met hen die Petrus aanduidde als een „uitverkoren geslacht”.

But ye are a chosen generation, a royal priesthood, an holy nation, a peculiar people; that ye should show forth the praises of him who hath called you out of darkness into his marvellous light: Which in time past were not a people, but are now the people of God: which had not obtained mercy, but now have obtained mercy. 1 Peter 2:9, 10.

Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilige natie, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden van Hem, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds geen ontferming verkregen hadt, maar nu ontferming verkregen hebt. 1 Petrus 2:9, 10.

Peter was identifying the new chosen people of his period, which then was the Christian church. They had been selected as a “chosen generation,” during a period when Christ and John the Baptist both identified the former chosen people, as a generation of vipers.

Petrus duidde het nieuwe uitverkoren volk van zijn tijd aan, dat toen de christelijke kerk was. Zij waren uitverkoren als een „uitverkoren geslacht”, in een tijd waarin zowel Christus als Johannes de Doper het vroegere uitverkoren volk aanduidden als een adderengebroed.

O generation of vipers, how can ye, being evil, speak good things? for out of the abundance of the heart the mouth speaketh. Matthew 12:34.

Adderengebroed, hoe kunt gij goede dingen spreken, daar gij slecht zijt? Want uit den overvloed des harten spreekt de mond. Mattheüs 12:34.

The generation that is passed by, is a “generation of vipers,” which is a symbol of Satan—the reptile of Bible prophecy. The generation that is passed by had filled up their cup of probationary time, and through four generations they had settled into the character of the viper. They had developed the forehead of a whore. This is why the twenty-five ancient men in Ezekiel chapter eight, are willing to bow to the sun. They had formed the character of the papacy.

Het geslacht dat voorbijgegaan wordt, is een “adderengebroed”, wat een symbool is van Satan—het kruipende dier van de Bijbelse profetie. Het geslacht dat voorbijgegaan wordt, had de maat van zijn genadetijd vervuld, en door vier geslachten heen hadden zij zich gevestigd in het karakter van de adder. Zij hadden het voorhoofd van een hoer ontwikkeld. Daarom zijn de vijfentwintig oude mannen in Ezechiël hoofdstuk acht bereid zich voor de zon neer te buigen. Zij hadden het karakter van het pausdom gevormd.

“The third angel’s message has been sent forth to the world, warning men against receiving the mark of the beast or of his image in their foreheads or in their hands. To receive this mark means to come to the same decision as the beast has done, and to advocate the same ideas, in direct opposition to the Word of God.” Review and Herald, July 13, 1897.

„De boodschap van de derde engel is tot de wereld uitgegaan en waarschuwt de mensen tegen het ontvangen van het merkteken van het beest of van zijn beeld op hun voorhoofd of op hun hand. Dit merkteken ontvangen betekent tot hetzelfde besluit te komen als het beest heeft genomen en dezelfde denkbeelden te verkondigen, in directe tegenstelling tot het Woord van God.” Review and Herald, 13 juli 1897.

The mark of the beast, is the mark of the man of sin, who is the pope of Rome and the earthly representative of Satan. To come to the same mind as the beast, is to come to the same mind as Satan, who is symbolized as a viper.

Het merkteken van het beest is het merkteken van de mens der zonde, die de paus van Rome is en de aardse vertegenwoordiger van Satan. Tot dezelfde gezindheid komen als het beest, is tot dezelfde gezindheid komen als Satan, die wordt gesymboliseerd als een adder.

“To secure worldly gains and honors, the church was led to seek the favor and support of the great men of earth; and having thus rejected Christ, she was induced to yield allegiance to the representative of Satan—the bishop of Rome.” The Great Controversy, 50.

„Om aardse winst en eer te verkrijgen, werd de kerk ertoe gebracht de gunst en steun te zoeken van de groten der aarde; en doordat zij aldus Christus had verworpen, werd zij ertoe verleid haar trouw te betuigen aan de vertegenwoordiger van Satan — de bisschop van Rome.” The Great Controversy, 50.

In the last generation of a former chosen people, their character reflects the character of Satan. The “chosen generation” who in times past, were not the people of God, are chosen through a process of testing, purging and purification. Those that pass the testing process are chosen to be in a covenant relationship with God. The Lord entered into covenant with the Christian church, then again with Millerite Adventism, and He does so again with the one hundred and forty-four thousand.

In de laatste generatie van een voormalig uitverkoren volk weerspiegelt hun karakter het karakter van Satan. Het „uitverkoren geslacht”, dat vroeger niet het volk van God was, wordt uitverkoren door een proces van beproeving, loutering en reiniging. Degenen die het beproevingsproces doorstaan, worden uitverkoren om in een verbondsverhouding met God te staan. De Heere ging een verbond aan met de christelijke kerk, vervolgens opnieuw met het Milleritisch adventisme, en Hij doet dat opnieuw met de honderd vierenveertigduizend.

When the Lord enters into covenant with the newly chosen people of God (who in times past were not the people of God), He comes to them as the Messenger of the Covenant. In each of the three histories that fulfill Malachi chapter three, there is a messenger who prepares the way for the Messenger of the Covenant. The first messenger was John the Baptist, who typified the second and third messenger. The second messenger was William Miller. Together the prophetic characteristics of John the Baptist and William Miller establish the characteristics of the messenger who prepares the way for the Messenger of the Covenant to come and enter into covenant with the one hundred and forty-four thousand.

Wanneer de Heer een verbond aangaat met het pas uitverkoren volk van God (dat eertijds niet het volk van God was), komt Hij tot hen als de Boodschapper van het Verbond. In elk van de drie geschiedenissen die Maleachi hoofdstuk drie vervullen, is er een boodschapper die de weg bereidt voor de Boodschapper van het Verbond. De eerste boodschapper was Johannes de Doper, die de tweede en derde boodschapper voorafschaduwde. De tweede boodschapper was William Miller. Tezamen stellen de profetische kenmerken van Johannes de Doper en William Miller de kenmerken vast van de boodschapper die de weg bereidt voor de Boodschapper van het Verbond om te komen en een verbond aan te gaan met de honderdvierenveertigduizend.

The three messengers that prepare the way for Christ, who is the Messenger of the Covenant, to suddenly come to His temple, illustrate a work that is accomplished in the time of the investigative judgment, which concludes at the executive judgment.

De drie boden die de weg bereiden voor Christus, die de Bode van het Verbond is, opdat Hij plotseling tot Zijn tempel kome, beelden een werk uit dat wordt volbracht in de tijd van het onderzoekend oordeel, dat uitloopt op het uitvoerend oordeel.

In the last days of this earth’s history, God’s covenant with his commandment-keeping people is to be renewed. ‘In that day I will make a covenant for them with the beasts of the field, and with the fowls of heaven, and with the creeping things of the ground: and I will break the bow and the sword and the battle out of the earth, and I will make them to lie down safely. And I will betroth thee unto me forever; yea, I will betroth thee unto me in righteousness, and in judgment, and in loving-kindness, and in mercies. I will even betroth thee unto me in faithfulness; and thou shalt know the Lord.’

‘In de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde zal Gods verbond met zijn geboden onderhoudende volk worden vernieuwd. “Te dien dage zal Ik voor hen een verbond sluiten met de dieren des velds, en met het gevogelte des hemels, en met het kruipend gedierte der aarde; en Ik zal boog en zwaard en oorlog uit de aarde verbreken, en Ik zal hen veilig doen nederliggen. En Ik zal u Mij tot een bruid werven voor eeuwig; ja, Ik zal u Mij tot een bruid werven in gerechtigheid en in recht, en in goedertierenheid en in barmhartigheden. Ja, Ik zal u Mij tot een bruid werven in trouw; en gij zult den HEERE kennen.”’

“‘And it shall come to pass in that day, I will hear, saith the Lord, I will hear the heavens, and they shall hear the earth; and the earth shall hear the corn, and the wine, and the oil; and they shall hear Jezreel. And I will sow her unto me in the earth; and I will have mercy upon her that had not obtained mercy; and I will say to them which were not my people, Thou art my people; and they shall say, Thou art my God.’ Hosea 2:14–23.

“‘En het zal te dien dage geschieden: Ik zal verhoren, spreekt de HEERE, Ik zal de hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren; en de aarde zal het koren, de most en de olie verhoren; en die zullen Jizreël verhoren. En Ik zal haar Mij zaaien in de aarde; en Ik zal Mij ontfermen over haar die geen ontferming verkregen had; en Ik zal tot hen die Mijn volk niet waren, zeggen: Gij zijt Mijn volk; en zij zullen zeggen: Gij zijt mijn God.’ Hosea 2:14–23.”

“‘In that day, . . . the remnant of Israel, and such as are escaped of the house of Jacob, . . . shall stay upon the Lord, the Holy One of Israel, in truth.’ Isaiah 10:20. From ‘every nation, and kindred, and tongue, and people’ there will be those who will gladly respond to the message, ‘Fear God, and give glory to him; for the hour of his judgment is come.’ They will turn from every idol that binds them to this earth, and will ‘worship him at that made heaven, and earth, and the sea, and the fountains of waters.’ They will free themselves from every entanglement, and will stand before the world as monuments of God’s mercy. Obedient to every divine requirement, they will be recognized by angels and by men as those that ‘keep the commandments of God, and the faith of Jesus.’ Revelation 14:6–7, 12.

“‘Te dien dage … zal het overblijfsel van Israël, en wie van het huis van Jakob ontkomen zijn, … op de HEERE, de Heilige Israëls, steunen, in waarheid.’ Jesaja 10:20. Uit ‘alle natie, en geslacht, en taal, en volk’ zullen er zijn die gaarne gehoor zullen geven aan de boodschap: ‘Vreest God, en geeft Hem heerlijkheid; want het uur van zijn oordeel is gekomen.’ Zij zullen zich afkeren van elke afgod die hen aan deze aarde bindt, en zullen ‘Hem aanbidden, Die de hemel, en de aarde, en de zee, en de fonteinen der wateren gemaakt heeft.’ Zij zullen zich bevrijden van elke verstrikking en voor de wereld staan als gedenktekenen van Gods barmhartigheid. Gehoorzaam aan elke goddelijke eis zullen zij door engelen en door mensen worden erkend als degenen die ‘de geboden Gods en het geloof van Jezus’ bewaren. Openbaring 14:6–7, 12.”

“‘Behold, the days come, saith the Lord, that the plowman shall overtake the reaper, and the treader of grapes him that soweth seed; and the mountains shall drop sweet wine, and all the hills shall melt. And I will bring again [reverse] the captivity of my people of Israel, and they shall build the waste cities, and inhabit them; and they shall plant vineyards, and drink the wine thereof; they shall also make gardens, and eat the fruit of them. And I will plant them upon their land, and they shall no more be pulled up out of their land which I have given them, saith the Lord thy God. Amos 9:13–15.’” Review and Herald, February 26, 1914.

“‘Zie, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat de ploeger de maaier zal inhalen, en de druiventreder hem die het zaad zaait; en de bergen zullen van zoete wijn druipen, en al de heuvelen zullen wegsmelten. En Ik zal de gevangenschap van Mijn volk Israël wenden [omkeren], en zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen; ook zullen zij wijngaarden planten en de wijn daarvan drinken; zij zullen ook tuinen aanleggen en de vrucht daarvan eten. En Ik zal hen planten in hun land, en zij zullen niet meer worden uitgerukt uit hun land, dat Ik hun gegeven heb, zegt de HEERE, uw God. Amos 9:13–15.’” Review and Herald, 26 februari 1914.

Malachi chapter three, was fulfilled in the time of Christ, and in the time of the Millerites, and those two histories identify its fulfillment in the last days. Sister White aligns the fulfillment of Malachi chapter three, with Christ’s work of cleansing the temple.

Maleachi hoofdstuk drie werd vervuld in de tijd van Christus en in de tijd van de Millerieten, en deze twee geschiedenissen identificeren de vervulling ervan in de laatste dagen. Zuster White brengt de vervulling van Maleachi hoofdstuk drie in verband met Christus’ werk van de reiniging van de tempel.

“In cleansing the temple from the world’s buyers and sellers, Jesus announced His mission to cleanse the heart from the defilement of sin,—from the earthly desires, the selfish lusts, the evil habits, that corrupt the soul. Malachi 3:1–3 quoted.” The Desire of Ages, 161.

“Door de tempel te reinigen van de kopers en verkopers van de wereld, kondigde Jezus Zijn zending aan om het hart te reinigen van de verontreiniging van de zonde,—van de aardse begeerten, de zelfzuchtige lusten, de kwade gewoonten, die de ziel verderven. Maleachi 3:1–3 geciteerd.” The Desire of Ages, 161.

The cleansing of the temple by Christ represented His work of cleansing the heart of the repentant sinner. In His ministry among men, He twice cleansed the earthly temple.

De reiniging van de tempel door Christus stelde Zijn werk voor van het reinigen van het hart van de berouwvolle zondaar. In Zijn bediening onder de mensen reinigde Hij tweemaal de aardse tempel.

“The prophet says, ‘I saw another angel come down from heaven, having great power; and the earth was lightened with his glory. And he cried mightily with a strong voice, saying, Babylon the great is fallen, is fallen, and is become the habitation of devils’ (Revelation 18:1, 2). This is the same message that was given by the second angel. Babylon is fallen, ‘because she made all nations drink of the wine of the wrath of her fornication’ (Revelation 14:8). What is that wine?—Her false doctrines. She has given to the world a false sabbath instead of the Sabbath of the fourth commandment, and has repeated the falsehood that Satan first told Eve in Eden—the natural immortality of the soul. Many kindred errors she has spread far and wide, ‘teaching for doctrines the commandments of men’ (Matthew 15:9).

„De profeet zegt: ‘En ik zag een andere engel neerdalen uit de hemel, hebbende grote macht; en de aarde werd verlicht van zijn heerlijkheid. En hij riep krachtig met een sterke stem, zeggende: Babylon, de grote, is gevallen, is gevallen, en is geworden een woonplaats der duivelen’ (Openbaring 18:1, 2). Dit is dezelfde boodschap die door de tweede engel werd gegeven. Babylon is gevallen, ‘omdat zij alle volken heeft doen drinken van de wijn van de gramschap van haar hoererij’ (Openbaring 14:8). Wat is die wijn?—Haar valse leerstellingen. Zij heeft de wereld een valse sabbat gegeven in plaats van de sabbat van het vierde gebod, en heeft de leugen herhaald die Satan eerst tot Eva sprak in Eden—de natuurlijke onsterfelijkheid van de ziel. Vele verwante dwalingen heeft zij wijd en zijd verbreid, terwijl zij ‘geboden van mensen leert als leerstellingen’ (Matteüs 15:9).”

“When Jesus began His public ministry, He cleansed the Temple from its sacrilegious profanation. Among the last acts of His ministry was the second cleansing of the Temple. So in the last work for the warning of the world, two distinct calls are made to the churches. The second angel’s message is, ‘Babylon is fallen, is fallen, that great city, because she made all nations drink of the wine of the wrath of her fornication’ (Revelation 14:8). And in the loud cry of the third angel’s message a voice is heard from heaven saying, ‘Come out of her, my people, that ye be not partakers of her sins, and that ye receive not of her plagues. For her sins have reached unto heaven, and God hath remembered her iniquities’ (Revelation 18:4, 5).” Selected Messages, book 2, 118.

„Toen Jezus Zijn openbare bediening begon, reinigde Hij de tempel van haar heiligschennende ontwijding. Tot de laatste handelingen van Zijn bediening behoorde de tweede reiniging van de tempel. Zo worden ook in het laatste werk ter waarschuwing van de wereld twee onderscheiden oproepen aan de kerken gedaan. De boodschap van de tweede engel luidt: ‘Babylon is gevallen, is gevallen, die grote stad, omdat zij alle volken heeft doen drinken van de wijn van de toorn van haar hoererij’ (Openbaring 14:8). En in de luide roep van de boodschap van de derde engel wordt een stem uit de hemel gehoord, die zegt: ‘Gaat uit van haar, mijn volk, opdat gij geen gemeenschap hebt aan haar zonden, en opdat gij niet ontvangt van haar plagen. Want haar zonden zijn opgestapeld tot aan de hemel, en God heeft aan haar ongerechtigheden gedacht’ (Openbaring 18:4, 5).” Selected Messages, boek 2, 118.

In the fulfillment of Malachi chapter three, John the Baptist was the messenger who prepared for Jesus, as the Messenger of the Covenant, to suddenly come to His temple and twice cleanse it. In His ministry of three and a half years, He cleansed the temple at the beginning and ending of His ministry, thus identifying that the cleansing work has a beginning that represents the ending. Jesus always illustrates the ending with the beginning, and in agreement with His work as Alpha and Omega the three and a half years began and ended with a temple cleansing.

In de vervulling van Maleachi hoofdstuk drie was Johannes de Doper de boodschapper die voorbereidde dat Jezus, als de Boodschapper van het Verbond, plotseling tot Zijn tempel zou komen en die tweemaal reinigen. In Zijn bediening van drie en een half jaar reinigde Hij de tempel aan het begin en aan het einde van Zijn bediening, en gaf daarmee te kennen dat het reinigingswerk een begin heeft dat het einde vertegenwoordigt. Jezus beeldt het einde altijd uit door het begin, en in overeenstemming met Zijn werk als Alfa en Omega begon en eindigde de periode van drie en een half jaar met een tempelreiniging.

At the conclusion of the three and a half years, He shed the blood that confirmed the covenant that fulfilled the prediction of Daniel chapter nine that He would confirm the covenant with many for one week, in the midst of which He would be cut off.

Aan het einde van de drieënhalf jaar vergoot Hij het bloed dat het verbond bekrachtigde, waarmee de profetie van Daniël hoofdstuk negen werd vervuld, namelijk dat Hij het verbond met velen zou bevestigen gedurende één week, te midden waarvan Hij uitgeroeid zou worden.

And after threescore and two weeks shall Messiah be cut off, but not for himself: and the people of the prince that shall come shall destroy the city and the sanctuary; and the end thereof shall be with a flood, and unto the end of the war desolations are determined. And he shall confirm the covenant with many for one week: and in the midst of the week he shall cause the sacrifice and the oblation to cease, and for the overspreading of abominations he shall make it desolate, even until the consummation, and that determined shall be poured upon the desolate. Daniel 9:26, 27.

En na tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar niet voor Zichzelf; en het volk van de vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom verwoesten; en het einde daarvan zal zijn met een overstroming, en tot het einde van de oorlog zijn verwoestingen vastgesteld. En hij zal het verbond met velen bevestigen gedurende één week; en in het midden van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden, en vanwege de uitbreiding der gruwelen zal hij haar woest maken, ja, tot aan de voleinding toe; en wat vast besloten is, zal uitgestort worden over de woeste. Daniël 9:26, 27.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“Page after page might be written in regard to these things. Whole conferences are becoming leavened with the same perverted principles. ‘For the rich men thereof are full of violence, and the inhabitants thereof have spoken lies, and their tongue is deceitful in their mouth.’ The Lord will work to purify his church. I tell you in truth, the Lord is about to turn and overturn in the institutions called by his name.

“Bladzijde na bladzijde zou over deze dingen geschreven kunnen worden. Gehele conferenties raken doortrokken van dezelfde verdorven beginselen. ‘Want haar rijke mannen zijn vol geweld, en haar inwoners hebben leugen gesproken, en hun tong is bedrog in hun mond.’ De Heere zal werken om Zijn kerk te reinigen. Ik zeg u in waarheid: de Heere staat op het punt om te keren en om te keren in de instellingen die naar Zijn naam genoemd zijn.

“Just how soon this refining process will begin, I cannot say, but it will not be long deferred. He whose fan is in his hand will cleanse his temple of its moral defilement. He will thoroughly purge his floor. God has a controversy with all who practice the least injustice; for in so doing they reject the authority of God, and imperil their interest in the atonement, the redemption which Christ has undertaken for every son and daughter of Adam. Will it pay to take a course abhorrent to God? Will it pay to put upon your censers strange fire to offer before God, and say it makes no difference?

„Hoe spoedig dit louteringsproces zal beginnen, kan ik niet zeggen, maar het zal niet lang worden uitgesteld. Hij wiens wan in Zijn hand is, zal Zijn tempel reinigen van zijn zedelijke verontreiniging. Hij zal Zijn dorsvloer grondig zuiveren. God heeft een rechtsgeding met allen die ook maar de geringste onrechtvaardigheid bedrijven; want door aldus te handelen verwerpen zij het gezag van God en brengen zij hun aandeel aan de verzoening, de verlossing die Christus voor elke zoon en dochter van Adam op Zich heeft genomen, in gevaar. Zal het baten een weg te volgen die God verfoeit? Zal het baten vreemd vuur op uw wierookvaten te leggen om het voor God te offeren, en te zeggen dat het geen verschil maakt?”

“It has not been after God’s order to center so much in Battle Creek. The state of things now exists that was presented before me as a warning. I am sick at heart at the representation. The Lord gave warnings to prevent this demoralizing condition of things, but they have not been heeded. ‘Ye are the salt of the earth: but if the salt have lost his savor, wherewith shall it be salted? It is thenceforth good for nothing, but to be cast out, and to be trodden under foot of men.’

‘Het is niet overeenkomstig Gods orde geweest om zó veel in Battle Creek te concentreren. De toestand die nu bestaat, is mij als een waarschuwing voorgesteld. Ik ben ziek van hart over deze voorstelling. De Heer heeft waarschuwingen gegeven om deze ontzenuwende toestand te voorkomen, maar daarop is geen acht geslagen. “Gij zijt het zout der aarde; maar indien het zout zijn kracht verloren heeft, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.”’

“I appeal to my brethren to wake up. Unless a change takes place speedily, I must give the facts to the people; for this state of things must change; unconverted men must no longer be managers and directors in so important and sacred work. With David we are forced to say, ‘It is time for thee, Lord, to work: for they have made void thy law.’” Special Testimonies, 30, 31.

„Ik doe een beroep op mijn broeders om te ontwaken. Tenzij er spoedig een verandering plaatsvindt, moet ik de feiten aan het volk voorleggen; want deze toestand moet veranderen; onbekeerde mannen mogen niet langer bestuurders en directeuren zijn in zulk een belangrijk en heilig werk. Met David worden wij ertoe gedrongen te zeggen: ‘Het is tijd voor U, HEERE, om te handelen; want zij hebben Uw wet tenietgedaan.’” Special Testimonies, 30, 31.