The investigative judgment of the living began on September 11, 2001, and the executive judgment begins at the soon-coming Sunday law. Those two periods of judgment represent the work of the messenger who prepares the way for the third Messenger of the Covenant, and the third Elijah, which is the ending of the Elijah messenger that began in Millerite history.

Het onderzoekend oordeel over de levenden begon op 11 september 2001, en het uitvoerend oordeel begint bij de spoedig komende zondagwet. Die twee perioden van oordeel vertegenwoordigen het werk van de boodschapper die de weg bereidt voor de derde Boodschapper van het Verbond en de derde Elia, hetgeen de voltooiing is van de Elia-boodschapper die in de Milleritische geschiedenis begon.

In Christ fulfillment of the Messenger of the Covenant He twice cleansed the literal earthly temple, which typified His body and His spiritual temple. His literal earthly temple began as the Tabernacle temple of the wilderness, then Solomon’s temple, then the temple which was rebuilt after the seventy years of captivity in Babylon, and that same temple after a forty-six year remodeling project carried out by Herod.

In Christus’ vervulling van de Bode van het Verbond reinigde Hij tweemaal de letterlijke aardse tempel, die een type was van Zijn lichaam en van Zijn geestelijke tempel. Zijn letterlijke aardse tempel begon als de tabernakeltempel in de woestijn, vervolgens als de tempel van Salomo, daarna als de tempel die na de zeventig jaren van gevangenschap in Babylon werd herbouwd, en diezelfde tempel na een verbouwingsproject van zesenveertig jaar dat door Herodes werd uitgevoerd.

God’s physical presence blessed the Tabernacle temple and Solomon’s temple, but not the temple which was rebuilt after the captivity, but that remodeled temple was blessed by the physical presence of Christ. In the history of Herod’s remodeled temple, Christ twice cleansed the temple in fulfillment of Malachi chapter three. The first cleansing, Christ identified the temple as His father’s house, but at the last temple cleansing Christ identified it as the Jews’ house.

Gods lichamelijke tegenwoordigheid zegende de tabernakel en de tempel van Salomo, maar niet de tempel die na de ballingschap werd herbouwd; die verbouwde tempel werd echter gezegend door de lichamelijke tegenwoordigheid van Christus. In de geschiedenis van Herodes’ verbouwde tempel reinigde Christus de tempel tweemaal, ter vervulling van Maleachi hoofdstuk drie. Bij de eerste reiniging duidde Christus de tempel aan als het huis van Zijn Vader, maar bij de laatste tempelreiniging duidde Christus die aan als het huis van de Joden.

In the history of the Millerites Christ erected a spiritual temple in forty-six years from 1798 unto 1844. On October 22, 1844, in fulfillment of Malachi chapter three, He suddenly came to His temple, thus purging the foolish virgins. He then arrived as the third angel to accomplish the second and final cleansing, but as with the beginning of ancient Israel, modern Israel lacked the faith necessary to finish the work.

In de geschiedenis van de Millerieten richtte Christus in zesenveertig jaar, van 1798 tot 1844, een geestelijke tempel op. Op 22 oktober 1844 kwam Hij, in vervulling van Maleachi hoofdstuk drie, plotseling tot Zijn tempel en zuiverde aldus de dwaze maagden uit. Vervolgens verscheen Hij als de derde engel om de tweede en laatste reiniging te volbrengen, maar evenals bij het begin van het oude Israël ontbrak het het moderne Israël aan het geloof dat nodig was om het werk te voltooien.

On September 11, 2001, Christ returned to accomplish the second temple cleansing that is accomplished when the foolish virgins are purged at the soon-coming Sunday law, when they awaken to the reality that they do not understand the increase of knowledge that was unsealed in 1989. That increase of knowledge represents the latter rain message, which is the Midnight Cry message when placed in the context of the parable of the ten virgins. The message of the last six verses of Daniel eleven that was unsealed at the time of the end in 1989, is represented in verse forty-four of those verses as “tidings out of the east and out of the north.”

Op 11 september 2001 keerde Christus terug om de tweede tempelreiniging te volbrengen, die plaatsvindt wanneer de dwaze maagden worden gezuiverd bij de spoedig komende zondagswet, wanneer zij ontwaken tot de werkelijkheid dat zij de vermeerdering van kennis, die in 1989 werd ontzegeld, niet begrijpen. Die vermeerdering van kennis vertegenwoordigt de boodschap van de late regen, die, wanneer zij in de context van de gelijkenis van de tien maagden wordt geplaatst, de boodschap van de Middernachtsroep is. De boodschap van de laatste zes verzen van Daniël elf, die in 1989 ten tijde van het einde werd ontzegeld, wordt in vers vierenveertig van die verzen voorgesteld als “geruchten uit het oosten en uit het noorden.”

The message of the latter rain, is the message of the Midnight Cry and it is the message of the east and the north. The east and north represent Islam and the papacy respectively, and as a message they represent the message that is counterfeited by Laodicean Adventism between September 11, 2001 and the soon-coming Sunday law. September 11, 2001, represents Islam (the east), and the Sunday law represents the mark of the beast (the north).

De boodschap van de late regen is de boodschap van de Middernachtsroep en zij is de boodschap van het oosten en het noorden. Het oosten en het noorden vertegenwoordigen respectievelijk de islam en het pausdom, en als boodschap vertegenwoordigen zij de boodschap die door het Laodiceïsche adventisme wordt vervalst tussen 11 september 2001 en de spoedig komende zondagswet. 11 september 2001 vertegenwoordigt de islam (het oosten), en de zondagswet vertegenwoordigt het merkteken van het beest (het noorden).

The deathbed for Laodicean Adventism is represented between those two waymarks, as typified by the disobedient prophet’s death between the ass and the lion. The deathbed for those who accept the mark of the beast is represented by the “tidings out of the east and the north” that enrages the papal power and initiates the final persecution of God’s people. That message begins at the soon coming Sunday law in the United States, which is where and also when Islam of the third Woe suddenly strikes. That unexpected attack produces national ruin, and angers the nations, thus providing the economic and political impetus to bring all nations together against Islam, under the auspices of the threefold union of the dragon, the beast and false prophet.

Het sterfbed voor het Laodicese adventisme wordt voorgesteld tussen die twee wegmarkeringen, zoals getypeerd door de dood van de ongehoorzame profeet tussen de ezel en de leeuw. Het sterfbed voor hen die het merkteken van het beest aanvaarden, wordt voorgesteld door de “tijdingen uit het oosten en uit het noorden” die de pauselijke macht in woede ontsteken en de laatste vervolging van Gods volk in gang zetten. Die boodschap begint bij de spoedig komende zondagswet in de Verenigde Staten, hetgeen zowel de plaats alsook het tijdstip is waarop de islam van de derde Wee plotseling toeslaat. Die onverwachte aanval brengt nationale ondergang teweeg en vertoornt de naties, en verschaft aldus de economische en politieke drijfkracht om alle naties tegen de islam te verenigen, onder de auspiciën van de drievoudige verbintenis van de draak, het beest en de valse profeet.

In the history represented by the third Elijah, the message that identifies the third Woe, informs the dragon, the beast and the false prophet that Islam is the tool of judgment that God uses to punish men for the worship of the papal mark of authority. As with the three Rome’s, the three Babylon’s, the three Elijah’s and the three messengers who prepare the way, the third Woe is established by the triple application of the three Woes.

In de geschiedenis die door de derde Elia wordt voorgesteld, stelt de boodschap die het derde Wee identificeert de draak, het beest en de valse profeet ervan in kennis dat de islam het werktuig van het oordeel is dat God gebruikt om de mensen te straffen vanwege de verering van het pauselijke merkteken van gezag. Zoals bij de drie Roma’s, de drie Babylons, de drie Elia’s en de drie boodschappers die de weg bereiden, wordt het derde Wee vastgesteld door de drievoudige toepassing van de drie Weeën.

And I beheld, and heard an angel flying through the midst of heaven, saying with a loud voice, Woe, woe, woe, to the inhabiters of the earth by reason of the other voices of the trumpet of the three angels, which are yet to sound! Revelation 8:13.

En ik zag, en ik hoorde een engel vliegen in het midden des hemels, die met luider stem zei: Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen, wegens de overige stemmen van de bazuin der drie engelen, die nog zullen bazuinen! Openbaring 8:13.

Sister White profoundly endorsed Smith’s book, Daniel and Revelation, identifying that every Seventh-day Adventist should own the book, although she did not express it as directly as I just wrote, but the fact is there in her endorsement.

Zuster White sprak een diepgaande instemming uit met Smiths boek, Daniël en Openbaring, en gaf daarmee te kennen dat iedere Zevendedagsadventist dit boek zou moeten bezitten, hoewel zij dit niet zo rechtstreeks verwoordde als ik zojuist heb gedaan; maar dat gegeven ligt besloten in haar aanbeveling.

“The Lord calls for workers to enter the canvassing field that the books containing the light of present truth may be circulated. The people in the world need to know that the signs of the times are fulfilling. Take to them the books that will enlighten them. Daniel and Revelation, The Great Controversy, Patriarchs and Prophets, and The Desire of Ages should now go to the world. The grand instruction contained in Daniel and Revelation has been eagerly perused by many in Australia. This book has been the means of bringing many precious souls to a knowledge of the truth. Everything that can be done should be done to circulate Thoughts on Daniel and the Revelation. I know of no other book that can take the place of this one. It is God’s helping hand.

„De Heer roept arbeiders op om het colportageveld binnen te gaan, opdat de boeken die het licht van de tegenwoordige waarheid bevatten, verspreid mogen worden. De mensen in de wereld moeten weten dat de tekenen der tijden in vervulling gaan. Brengt hun de boeken die hen zullen verlichten. Daniël en Openbaring, De Grote Strijd, Patriarchen en Profeten, en De Wens der Eeuwen moeten nu de wereld ingaan. De verheven onderwijzing die in Daniël en Openbaring vervat is, is door velen in Australië met grote belangstelling gelezen. Dit boek is het middel geweest om vele kostbare zielen tot kennis van de waarheid te brengen. Alles wat gedaan kan worden, moet gedaan worden om Gedachten over Daniël en de Openbaring te verspreiden. Ik ken geen ander boek dat de plaats van dit boek kan innemen. Het is Gods helpende hand.”

“Those who have been long in the truth are asleep. They need to be sanctified by the Holy Spirit. The third angel’s message is to be proclaimed with a loud voice. Tremendous issues are before us. We have no time to lose. God forbid that we should allow minor matters to eclipse the light which should be given to the world.” Manuscript Releases, volume 21, 444.

“Zij die lang in de waarheid zijn geweest, slapen. Zij moeten door de Heilige Geest geheiligd worden. De boodschap van de derde engel moet met luide stem verkondigd worden. Ontzaglijke vraagstukken liggen vóór ons. Wij hebben geen tijd te verliezen. God verhoede dat wij zouden toelaten dat bijkomstige zaken het licht verduisteren dat aan de wereld gegeven behoort te worden.” Manuscript Releases, volume 21, 444.

The book, which those who rejected the Millerite view of “the daily” in the book of Daniel also rejected, was identified as “God’s helping hand.” If God’s people have been given the responsibility to circulate the books mentioned in the previous citation, it means that God’s people would need to own the book themselves. The book was the focus of the attack of those who promoted the “new” view of “the daily” in the book of Daniel, for it was the book they desired to re-write and remove the correct view of “the daily”.

Het boek, dat door hen die ook de Milleritische opvatting van „het dagelijks” in het boek Daniël verwierpen, eveneens werd verworpen, werd aangeduid als „Gods helpende hand”. Indien Gods volk de verantwoordelijkheid is toevertrouwd om de in het voorgaande citaat genoemde boeken te verspreiden, betekent dit dat Gods volk het boek ook zelf in bezit zou moeten hebben. Het boek was het voornaamste doelwit van de aanval van hen die de „nieuwe” opvatting van „het dagelijks” in het boek Daniël bevorderden, want het was het boek dat zij wensten te herschrijven en waaruit zij de juiste opvatting van „het dagelijks” wilden verwijderen.

When Sister White referred to the two primary leaders in the rebellion of “the daily” in the book of Daniel, she often pointed out that they (Prescott and Daniells) did not have the ability to “reason from cause to effect.” The Laodicean Adventists historical revisionists appear to have the same problem.

Wanneer zuster White verwees naar de twee voornaamste leiders in de opstand rond “het gedurige” in het boek Daniël, wees zij er dikwijls op dat zij (Prescott en Daniells) niet het vermogen hadden om “van oorzaak tot gevolg te redeneren”. De historische revisionisten onder de Laodiceaanse adventisten schijnen met hetzelfde probleem behept te zijn.

The leading men, that throughout the history of rebellion from 1888 and onward, had at some point in their personal experience, accepted the false teaching of “the daily.” Their rebellion was the “effect,” and the wrong understanding of “the daily,” was the “cause.” The Laodicean Adventist revisionists lead the unlearned to believe that those very historical rebels of Advent history, were actually not in rebellion, though their revised testimony is never upheld by the testimony of the Bible and Spirit of Prophecy. Because they do not consider the “effect” as a rebellion, they close the possibility of seeking for the “cause.”

De leidende mannen, die gedurende de gehele geschiedenis van de opstand vanaf 1888 en daarna op enig moment in hun persoonlijke ervaring de valse leer van „het gedurige” hadden aanvaard. Hun opstand was het „gevolg”, en het onjuiste begrip van „het gedurige” was de „oorzaak”. De Laodiceïsche adventistische revisionisten brengen de onkundigen ertoe te geloven dat juist die historische opstandelingen uit de adventgeschiedenis in werkelijkheid niet in opstand waren, hoewel hun herziene getuigenis nooit wordt gestaafd door het getuigenis van de Bijbel en de Geest der Profetie. Omdat zij het „gevolg” niet als een opstand beschouwen, sluiten zij de mogelijkheid af om naar de „oorzaak” te zoeken.

As the bird by wandering, as the swallow by flying, so the curse causeless shall not come. Proverbs 22:6.

Zoals de vogel door zijn omzwerven en de zwaluw door haar vliegen, zo zal de vloek zonder oorzaak niet komen. Spreuken 22:6.

God’s people are to recognize rebellion, and when they do, they are to seek for the cause. Then they are to remedy the cause. In the following passage Sister White is commenting on the story of Achan.

Gods volk moet opstandigheid onderkennen, en wanneer het die onderkent, moet het naar de oorzaak zoeken. Vervolgens moet het die oorzaak wegnemen. In de volgende passage levert Zuster White commentaar op het verhaal van Achan.

“I have been shown that God here illustrates how He regards sin among those who profess to be His commandment-keeping people. Those whom He has specially honored with witnessing the remarkable exhibitions of His power, as did ancient Israel, and who will even then venture to disregard His express directions, will be subjects of His wrath. He would teach His people that disobedience and sin are exceedingly offensive to Him and are not to be lightly regarded. He shows us that when His people are found in sin they should at once take decided measures to put that sin from them, that His frown may not rest upon them all. But if the sins of the people are passed over by those in responsible positions, His frown will be upon them, and the people of God, as a body, will be held responsible for those sins. In His dealings with His people in the past the Lord shows the necessity of purifying the church from wrongs. One sinner may diffuse darkness that will exclude the light of God from the entire congregation. When the people realize that darkness is settling upon them, and they do not know the cause, they should seek God earnestly, in great humility and self-abasement, until the wrongs which grieve His Spirit are searched out and put away.

„Mij is getoond dat God hier illustreert hoe Hij de zonde beschouwt onder hen die belijden Zijn geboden onderhoudende volk te zijn. Degenen die Hij in het bijzonder heeft vereerd met het aanschouwen van de opmerkelijke openbaringen van Zijn macht, zoals het oude Israël, en die het zelfs dan nog wagen Zijn uitdrukkelijke aanwijzingen te veronachtzamen, zullen voorwerpen van Zijn toorn zijn. Hij wil Zijn volk leren dat ongehoorzaamheid en zonde Hem buitengewoon beledigen en niet lichtvaardig mogen worden opgevat. Hij toont ons dat, wanneer Zijn volk in zonde wordt bevonden, het terstond krachtige maatregelen moet nemen om die zonde uit zijn midden weg te doen, opdat Zijn ongenoegen niet op hen allen ruste. Maar indien de zonden van het volk worden voorbijgezien door hen die verantwoordelijke posities bekleden, zal Zijn ongenoegen op hen rusten, en zal het volk van God als geheel verantwoordelijk worden gehouden voor die zonden. In Zijn handelen met Zijn volk in het verleden toont de Heere de noodzakelijkheid aan van het reinigen van de kerk van misstanden. Eén zondaar kan duisternis verspreiden die het licht van God aan de gehele gemeente zal onthouden. Wanneer het volk beseft dat duisternis zich over hen neerzet, en zij de oorzaak niet kennen, behoren zij God ernstig te zoeken, in grote nederigheid en zelfvernedering, totdat de misstanden die Zijn Geest bedroeven, worden opgespoord en weggedaan.״

“The prejudice which has arisen against us because we have reproved the wrongs that God has shown me existed, and the cry that has been raised of harshness and severity, are unjust. God bids us speak, and we will not be silent. If wrongs are apparent among His people, and if the servants of God pass on indifferent to them, they virtually sustain and justify the sinner, and are alike guilty and will just as surely receive the displeasure of God; for they will be made responsible for the sins of the guilty. In vision I have been pointed to many instances where the displeasure of God has been incurred by a neglect on the part of His servants to deal with the wrongs and sins existing among them. Those who have excused these wrongs have been thought by the people to be very amiable and lovely in disposition, simply because they shunned to discharge a plain Scriptural duty. The task was not agreeable to their feelings; therefore they avoided it.” Testimonies, volume 3, 265.

„Het vooroordeel dat tegen ons is ontstaan omdat wij de misstanden hebben berispt waarvan God mij heeft getoond dat zij bestonden, en de beschuldiging van hardheid en gestrengheid die is geuit, zijn onrechtvaardig. God gebiedt ons te spreken, en wij zullen niet zwijgen. Indien er onder Zijn volk onrecht openbaar is, en de dienaren van God daaraan onverschillig voorbijgaan, dan ondersteunen en rechtvaardigen zij daardoor in feite de zondaar, en zijn zij evenzeer schuldig en zullen zij even zeker het ongenoegen van God ontvangen; want zij zullen verantwoordelijk worden gehouden voor de zonden van de schuldigen. In een visioen is mij gewezen op vele gevallen waarin het ongenoegen van God is opgewekt door nalatigheid van de zijde van Zijn dienaren om de onder hen bestaande misstanden en zonden aan te pakken. Degenen die deze misstanden hebben verontschuldigd, zijn door het volk beschouwd als zeer beminnelijk en lieftallig van karakter, eenvoudig omdat zij het schuwden een duidelijke Schriftuurlijke plicht te vervullen. Die taak was hun gevoelens niet aangenaam; daarom meden zij haar.” Testimonies, deel 3, 265.

The histories of leaders that have rebelled in Adventism testify to the fact that one of the steps that is almost always seen in their rebellion is that at some point in their personal experience they accepted the false view of “the daily.” That being said, the book by Smith, though not inspired and containing some doctrinal problems, still provides an excellent overview of the pioneer understanding of Revelation chapters eight and nine, where we see the prophetic history of the first six trumpets set forth. We will refer to Smith’s commentary from his book, Daniel and Revelation, as we begin to consider the triple application of the three Woes.

De geschiedenissen van leiders die binnen het adventisme in opstand zijn gekomen, getuigen van het feit dat een van de stappen die in hun opstand vrijwel altijd zichtbaar is, hierin bestaat dat zij op enig moment in hun persoonlijke ervaring de valse opvatting over „het dagelijkse” hebben aanvaard. Dat gezegd zijnde, biedt het boek van Smith, hoewel het niet geïnspireerd is en enkele leerstellige problemen bevat, toch een uitstekend overzicht van het pioniersbegrip van Openbaring hoofdstukken acht en negen, waar wij de profetische geschiedenis van de eerste zes bazuinen uiteengezet zien. Wij zullen verwijzen naar Smiths commentaar uit zijn boek, Daniel and Revelation, terwijl wij beginnen de drievoudige toepassing van de drie Weeën te beschouwen.

Sister White informs us that William Miller was given great light upon the book of Revelation, but his understanding of chapters thirteen, and sixteen through eighteen was incorrect, for he was at the wrong vantage point in history to see that there are three, and not two desolating powers. His great light was upon chapters two through nine of Revelation.

Zuster White deelt ons mee dat William Miller groot licht ontving over het boek Openbaring, maar dat zijn begrip van hoofdstuk dertien en zestien tot en met achttien onjuist was, want hij bevond zich op het verkeerde standpunt in de geschiedenis om te zien dat er drie, en niet twee, verwoestende machten zijn. Zijn grote licht betrof Openbaring hoofdstukken twee tot en met negen.

“Preachers and people have looked upon the book of Revelation as mysterious and of less importance than other portions of the Sacred Scriptures. But I saw that this book is indeed a revelation given for the especial benefit of those who should live in the last days, to guide them in ascertaining their true position and their duty. God directed the mind of William Miller to the prophecies and gave him great light upon the book of Revelation.” Early Writings, 231.

“Predikers en gemeenteleden hebben het boek Openbaring beschouwd als geheimzinnig en van minder belang dan andere gedeelten van de Heilige Schrift. Maar ik zag dat dit boek inderdaad een openbaring is, gegeven tot het bijzondere nut van hen die in de laatste dagen zouden leven, om hen te leiden bij het vaststellen van hun ware positie en hun plicht. God richtte de aandacht van William Miller op de profetieën en gaf hem groot licht over het boek Openbaring.” Early Writings, 231.

Miller set forth his understanding of the churches, seals, trumpets and vials as follows.

Miller zette zijn opvatting van de gemeenten, zegels, bazuinen en schalen als volgt uiteen.

The seven churches of Asia is a history of the church of Christ in her seven forms, in all her windings and turnings, in all her prosperity and adversity, from the days of the apostles down to the end of the world. The seven seals are a history of the transactions of the powers and kings of the earth over the church, and God’s protection of his people during the same time. The seven trumpets are a history of seven peculiar and heavy judgments sent upon the earth, or Roman kingdom. And the seven vials are the seven last plagues sent upon Papal Rome. Mixed with these are many other events, woven in like tributary streams, and filling up the grand river of prophecy, until the whole ends us in the ocean of eternity.

‘De zeven gemeenten van Azië vormen een geschiedenis van de kerk van Christus in haar zeven gestalten, in al haar kronkelingen en wendingen, in al haar voorspoed en tegenspoed, vanaf de dagen der apostelen tot aan het einde van de wereld. De zeven zegels zijn een geschiedenis van de handelingen van de machten en koningen der aarde jegens de kerk, en van Gods bescherming van zijn volk gedurende dezelfde tijd. De zeven bazuinen zijn een geschiedenis van zeven bijzondere en zware oordelen, gezonden over de aarde, of het Romeinse rijk. En de zeven fiolen zijn de zeven laatste plagen, gezonden over het pauselijke Rome. Hiermee vermengd zijn vele andere gebeurtenissen, ingevlochten als zijstromen, die de grote rivier der profetie vullen, totdat het geheel voor ons uitmondt in de oceaan der eeuwigheid.’

“This, to me, is the plan of John’s prophecy in the book of Revelation. And the man who wishes to understand this book, must have a thorough knowledge of other parts of the word of God. The figures and metaphors used in this prophecy, are not all explained in the same, but must be found in other prophets, and explained in other passages of Scripture. Therefore it is evident that God has designed the study of the whole, even to obtain a clear knowledge of any part.” William Miller, Miller’s Lectures, volume 2, lecture 12, 178.

“Dit is, naar mijn oordeel, het plan van Johannes’ profetie in het boek Openbaring. En de man die dit boek wenst te verstaan, moet een grondige kennis hebben van andere delen van het woord van God. De beelden en metaforen die in deze profetie worden gebruikt, worden niet alle in hetzelfde verklaard, maar moeten bij andere profeten worden gevonden en in andere Schriftgedeelten worden verklaard. Daarom is het duidelijk dat God de studie van het geheel heeft beoogd, zelfs om een heldere kennis van enig deel te verkrijgen.” William Miller, Miller’s Lectures, deel 2, lezing 12, 178.

Just as the third messenger, who prepares the way for the Messenger of the Covenant, represents the internal history of the judgment of the church, in contrast with the third Elijah, who represents an external history in the judgment of modern Babylon, the pioneer understanding of the churches and seals identified the same internal-external testimony.

Evenzo vertegenwoordigt de derde boodschapper, die de weg bereidt voor de Boodschapper van het Verbond, de interne geschiedenis van het oordeel over de kerk, in tegenstelling tot de derde Elia, die een externe geschiedenis vertegenwoordigt in het oordeel over het moderne Babylon; zo onderkende het pioniersbegrip van de gemeenten en de zegels hetzelfde interne-externe getuigenis.

“The seals are introduced to our notice in the 4th, 5th, and 6th chapters of Revelation. The scenes presented under these seals are brought to view in Revelation 6, and the first verse of Revelation 8. They evidently cover events with which the church is connected from the opening of this dispensation to the coming of Christ.

„De zegels worden onder onze aandacht gebracht in het 4e, 5e en 6e hoofdstuk van Openbaring. De taferelen die onder deze zegels worden voorgesteld, worden beschreven in Openbaring 6 en in het eerste vers van Openbaring 8. Zij omvatten kennelijk gebeurtenissen waarmee de kerk verbonden is vanaf de aanvang van deze bedeling tot de komst van Christus.

“While the seven churches present the internal history of the church, the seven seals bring to view the great events of its external history.” Uriah Smith, The Biblical Institute, 253.

„Terwijl de zeven gemeenten de innerlijke geschiedenis van de kerk weergeven, brengen de zeven zegels de grote gebeurtenissen van haar uiterlijke geschiedenis in beeld.” Uriah Smith, The Biblical Institute, 253.

Uriah Smith was identifying the Millerite understanding of the internal and external relationship of the churches, and James White presents a similar overview in terms of parallel histories.

Uriah Smith duidde het Milleritische begrip van de interne en externe verhouding van de kerken aan, en James White geeft een soortgelijk overzicht in termen van parallelle geschiedenissen.

“We have now traced the churches, the seals, and the beasts, or living beings, as far as they will compare as covering the same periods of time. The seals are seven in number, the beasts but four. And it may be well here to notice, that at the opening of the first, second, third and fourth seals the first, second, third and fourth beasts are heard to say ‘Come and see;’ but when the fifth, sixth and seventh seals are opened, there is no such voice heard. Neither do the last three churches, and the last three seals, compare, as covering the same periods of time, as the first four churches, and the first four seals do. But, as we have shown, the churches, seals and beasts do agree, as covering the same periods of time for the space of nearly 1800 years, till we come down to a little more than half a century of the present time.” James White, Review and Herald, February 12, 1857.

„Wij hebben nu de gemeenten, de zegels en de dieren, of levende wezens, gevolgd voor zover zij overeenkomen als betrekking hebbend op dezelfde tijdsperioden. De zegels zijn zeven in getal, de dieren echter slechts vier. En het kan hier goed zijn op te merken dat bij de opening van het eerste, tweede, derde en vierde zegel het eerste, tweede, derde en vierde dier worden gehoord terwijl zij zeggen: ‘Kom en zie;’ maar wanneer het vijfde, zesde en zevende zegel worden geopend, wordt geen dergelijke stem gehoord. Ook komen de laatste drie gemeenten en de laatste drie zegels niet overeen, als betrekking hebbend op dezelfde tijdsperioden, zoals de eerste vier gemeenten en de eerste vier zegels dat doen. Maar, zoals wij hebben aangetoond, stemmen de gemeenten, zegels en dieren wel overeen, als betrekking hebbend op dezelfde tijdsperioden gedurende een tijdsbestek van bijna 1800 jaar, totdat wij afdalen tot iets meer dan een halve eeuw van de tegenwoordige tijd.” James White, Review and Herald, 12 februari 1857.

We just cited three of the primary pioneers of Millerite history. All three held to the correct view of “the daily,” and they all held to the overview of the churches, seals, and trumpets in the framework of truth which Miller was led to understand and present.

Zojuist hebben wij drie van de voornaamste pioniers uit de Milleritische geschiedenis aangehaald. Alle drie hielden zij vast aan de juiste opvatting van „het gedurige”, en allen onderschreven zij het overzicht van de gemeenten, zegels en bazuinen binnen het kader van waarheid dat Miller ertoe werd geleid te begrijpen en uiteen te zetten.

“When men come in who would move one pin or pillar from the foundation which God has established by His Holy Spirit, let the aged men who were pioneers in our work speak plainly, and let those who are dead speak also by the reprinting of their articles in our periodicals. Gather up the rays of divine light that God has given as He has led His people on step by step in the way of truth. This truth will stand the test of time and trial.” Manuscript Release, 760, 10.

„Wanneer er mensen opstaan die één pin of pijler willen verplaatsen uit het fundament dat God door Zijn Heilige Geest heeft gelegd, laten dan de bejaarde mannen die pioniers in ons werk zijn geweest, zich duidelijk uitspreken, en laten ook degenen die gestorven zijn spreken door de herdruk van hun artikelen in onze tijdschriften. Verzamel de stralen van het goddelijke licht dat God heeft gegeven, terwijl Hij Zijn volk stap voor stap heeft geleid op de weg van de waarheid. Deze waarheid zal de toets van tijd en beproeving doorstaan.” Manuscript Release, 760, 10.

On September 11, 2001, the mighty angel of Revelation chapter eighteen descended and began the work of leading those who would accept and eat the Bread that had just come down from heaven back to the “old paths,” of Jeremiah chapter six. The Alpha and Omega needed those who were willing to strive to be among the one hundred and forty-four thousand to see that what brought Him down out of heaven on August 11, 1840, was not simply a fulfillment of a time prophecy, but a fulfillment of the time prophecy of the second Woe. He needed His people to rediscover the old paths of the history where He had erected the temple of the Millerites in the forty-six years from 1798 to 1844.

Op 11 september 2001 daalde de machtige engel van Openbaring hoofdstuk achttien neer en begon het werk om hen die het Brood dat zojuist uit de hemel was nedergedaald, wilden aannemen en eten, terug te leiden naar de „oude paden” van Jeremia hoofdstuk zes. De Alpha en Omega had degenen nodig die bereid waren ernaar te streven onder de honderdvierendertigduizend te zijn, om in te zien dat hetgeen Hem op 11 augustus 1840 uit de hemel deed neerdalen, niet eenvoudig een vervulling van een tijdprofetie was, maar een vervulling van de tijdprofetie van de tweede Wee. Hij had Zijn volk nodig om de oude paden te herontdekken van de geschiedenis waarin Hij de tempel van de Millerieten had opgericht in de zesenveertig jaren van 1798 tot 1844.

That history had been covered with rubbish and counterfeit coins and jewels. That history was obscured by a false foundational message that was built upon sand, and not the Rock of Ages. It was in the history of the Millerites, the history where, as Peter describes it, the Millerites, “which in time past were not a people, but” then became “the people of God,” who had been raised up and built up as “a spiritual house, an holy priesthood.” The Lion of the tribe of Judah descended on September 11, 2001, and led His last-day people into the work of cleaning out the “temple” of the history of the raising up of the Millerite temple. That work had been typified by a prophecy, which predicted that the Lord would raise up a man named Josiah, (which means foundation of God).

Die geschiedenis was bedekt met afval en valse munten en juwelen. Die geschiedenis werd verduisterd door een valse fundamentele boodschap die op zand was gebouwd, en niet op de Rots der eeuwen. Het was in de geschiedenis van de Millerieten, de geschiedenis waarin, zoals Petrus het beschrijft, de Millerieten, „die eertijds geen volk waren, maar” toen „het volk van God” werden, die waren opgericht en opgebouwd als „een geestelijk huis, een heilig priesterdom.” De Leeuw uit de stam van Juda daalde neer op 11 september 2001 en leidde Zijn volk van de laatste dagen in het werk van het reinigen van de „tempel” van de geschiedenis van de oprichting van de Milleritische tempel. Dat werk was vooraf uitgebeeld door een profetie, die voorspelde dat de Heere een man zou verwekken met de naam Josia, (wat betekent: fundament van God).

When Josiah was raised up in fulfillment of the prophecy of the disobedient prophet, he began the work of repairing the temple which was in disarray. In the work of repairing and cleaning “the curse of Moses” was discovered, and when read before Josiah it brought about the reformation of Josiah. We will address that prophecy, in connection with the rediscovery of the “seven times,” post-September 11, 2001.

Toen Josia werd verwekt ter vervulling van de profetie van de ongehoorzame profeet, begon hij met het werk van het herstel van de tempel, die in verval was geraakt. Bij het werk van herstel en reiniging werd „de vloek van Mozes” ontdekt, en toen die Josia werd voorgelezen, bracht zij de hervorming van Josia teweeg. Wij zullen die profetie behandelen in samenhang met de herontdekking van de „zeven tijden” na 11 september 2001.

We will begin that study in the next article.

Wij zullen die studie in het volgende artikel beginnen.

“Just as long as those who profess the truth are serving Satan, his hellish shadow will cut off their views of God and heaven. They will be as those who have lost their first love. They cannot view eternal realities. That which God has prepared for us is represented in Zechariah, chapters 3 and 4, and 4:12–14: ‘And I answered again, and said unto him, What be these two olive branches which through the two golden pipes empty the golden oil out of themselves? And he answered me and said, Knowest thou not what these be? And I said, No, my Lord. Then said he, These are the two anointed ones, that stand by the Lord of the whole earth.’

“Zolang degenen die belijden de waarheid aan te hangen Satan dienen, zal zijn helse schaduw hun zicht op God en de hemel afsnijden. Zij zullen zijn als degenen die hun eerste liefde hebben verloren. Zij kunnen de eeuwige werkelijkheden niet aanschouwen. Datgene wat God voor ons heeft bereid, wordt voorgesteld in Zacharia, hoofdstukken 3 en 4, en 4:12–14: ‘En ik antwoordde wederom en zei tot hem: Wat zijn deze twee olijftakken, die door de twee gouden buizen de gouden olie uit zichzelf doen vloeien? En hij antwoordde mij en zei: Weet gij niet wat deze zijn? En ik zei: Neen, mijn heer. Toen zei hij: Dit zijn de twee gezalfden, die staan bij de Heere der ganse aarde.’”

“The Lord is full of resources. He has no lack of facilities. It is because of our lack of faith, our earthliness, our cheap talk, our unbelief, manifested in our conversation, that dark shadows gather about us. Christ is not revealed in word or character as the One altogether lovely, and the chiefest among ten thousand. When the soul is content to lift itself up unto vanity, the Spirit of the Lord can do little for it. Our shortsighted vision beholds the shadow, but cannot see the glory beyond. Angels are holding the four winds, represented as an angry horse seeking to break loose and rush over the face of the whole earth, bearing destruction and death in its path.

„De Heere is rijk aan hulpbronnen. Het ontbreekt Hem aan geen enkel middel. Het is vanwege ons gebrek aan geloof, onze aardsgezindheid, ons ijdel gepraat, ons ongeloof, dat zich in ons gesprek openbaart, dat donkere schaduwen zich om ons samenpakken. Christus wordt in woord noch karakter geopenbaard als Degene Die gans begeerlijk is, en de voornaamste onder tienduizend. Wanneer de ziel ermee tevreden is zich tot ijdelheid te verheffen, kan de Geest des Heeren weinig voor haar doen. Ons kortzichtige oog aanschouwt de schaduw, maar kan de heerlijkheid daarachter niet zien. Engelen houden de vier winden vast, voorgesteld als een toornig paard dat tracht los te breken en over het aangezicht van de gehele aarde voort te stormen, terwijl het verderf en dood op zijn weg meedraagt.

“Shall we sleep on the very verge of the eternal world? Shall we be dull and cold and dead? Oh, that we might have in our churches the Spirit and breath of God breathed into His people, that they might stand upon their feet and live. We need to see that the way is narrow, and the gate strait. But as we pass through the strait gate, its wideness is without limit.” Manuscript Releases, volume 20, 216, 217.

“Zullen wij slapen op de uiterste grens van de eeuwige wereld? Zullen wij traag en koud en dood zijn? O, dat wij in onze gemeenten de Geest en adem van God in Zijn volk ingeblazen mochten hebben, opdat zij op hun voeten zouden staan en leven. Wij moeten inzien dat de weg smal is en de poort eng. Maar wanneer wij door de enge poort heengaan, is haar wijdte zonder grens.” Manuscript Releases, volume 20, 216, 217.