In 1844, the Protestants of the United States withdrew from the Millerite movement and took their prophetic position as a daughter of Babylon, as typified by Jeroboam instituting a counterfeit system of worship when his ten northern tribes separated from the southern kingdom of Judah. Jeroboam’s two golden calves, one in the city of Bethel (meaning “the house of God”/Church), and the other in Dan (meaning judgment/State) typified the false system of Church and State that typifies the United States. All the elements of Jeroboam’s counterfeit system of church and state were patterned after the very same structure set forth in the rebellion of Aaron. Thus, Jeroboam’s counterfeit system of worship was an image of Aaron’s counterfeit system of worship.

In 1844 trokken de protestanten van de Verenigde Staten zich terug uit de Milleritische beweging en namen zij hun profetische positie in als een dochter van Babylon, zoals voorafgebeeld door Jerobeam, die een vervalst stelsel van aanbidding instelde toen zijn tien noordelijke stammen zich afscheidden van het zuidelijke koninkrijk Juda. Jerobeams twee gouden kalveren, het ene in de stad Bethel (betekenend „het huis van God”/Kerk), en het andere in Dan (betekenend oordeel/Staat), waren een voorafbeelding van het valse stelsel van Kerk en Staat dat de Verenigde Staten typeert. Alle elementen van Jerobeams vervalste stelsel van kerk en staat waren gemodelleerd naar precies dezelfde structuur als die welke naar voren kwam in Aarons opstand. Jerobeams vervalste stelsel van aanbidding was dus een beeld van Aarons vervalste stelsel van aanbidding.

Jeroboam’s counterfeit system represented the system of worship that Protestantism upheld when it separated from the movement of the first angel and became a daughter, or an image of the Roman beast of the papacy. At the very institution of Jeroboam’s counterfeit system, a prophet from Judah confronted his altar and false system of worship. In 1844, at the very outset of the role of apostate Protestantism instituting a system of worship represented as the daughter of Rome, the Millerites, by faith, entered the Most Holy Place of the heavenly sanctuary and recognized the Sabbath, and thus represented a prophetic rebuke to the daughters of Rome, who chose to continue observing the mark of Rome’s authority—Sunday worship.

Jerobeams vervalste stelsel vertegenwoordigde het stelsel van aanbidding dat het protestantisme handhaafde toen het zich afscheidde van de beweging van de eerste engel en een dochter werd, of een beeld van het Romeinse beest van het pausdom. Reeds bij de instelling van Jerobeams vervalste stelsel trad een profeet uit Juda zijn altaar en valse stelsel van aanbidding tegemoet. In 1844 gingen de Millerieten, juist bij het allereerste begin van de rol van het afvallige protestantisme in het instellen van een stelsel van aanbidding dat wordt voorgesteld als de dochter van Rome, door het geloof het Allerheiligste van het hemelse heiligdom binnen en erkenden de sabbat; en zo vormden zij een profetische bestraffing van de dochters van Rome, die ervoor kozen de voortgezette naleving van het merkteken van Rome’s gezag — de zondagsaanbidding — te handhaven.

The prophet of Judah that confronted Jeroboam, there and then set forth a prophecy.

De profeet uit Juda die Jerobeam tegemoettrad, sprak daar en toen een profetie uit.

And he cried against the altar in the word of the Lord, and said, O altar, altar, thus saith the Lord; Behold, a child shall be born unto the house of David, Josiah by name; and upon thee shall he offer the priests of the high places that burn incense upon thee, and men’s bones shall be burnt upon thee. And he gave a sign the same day, saying, This is the sign which the Lord hath spoken; Behold, the altar shall be rent, and the ashes that are upon it shall be poured out. 1 Kings 13:2, 3.

En hij riep tegen het altaar door het woord des Heren en zei: O altaar, altaar, zo zegt de Heer: Zie, aan het huis van David zal een kind geboren worden, Josia is zijn naam; en op u zal hij de priesters van de hoogten offeren, die op u reukwerk branden, en mensenbeenderen zullen op u verbrand worden. En hij gaf op diezelfde dag een teken en zei: Dit is het teken dat de Heer gesproken heeft: Zie, het altaar zal gescheurd worden, en de as die erop is, zal uitgestort worden. 1 Koningen 13:2, 3.

The prophecy included the doubling of the word “altar.” A doubling of a word or phrase in prophecy represents a symbol of the second angel’s message, thus identifying the year 1844, when the second angel arrived and Protestantism fell, becoming a daughter of Babylon. At the same time the prophet provided a sign, just as the Millerites in 1844, recognized the sign of the Sabbath. As Jeroboam threatened the prophet in the following verses, his hand was paralyzed, thus referencing the mark of Babylon that is forced upon either the forehead or the hand, and which when received spiritually cripples a person for eternity.

De profetie omvatte de verdubbeling van het woord „altaar”. Een verdubbeling van een woord of zinsnede in de profetie vertegenwoordigt een symbool van de boodschap van de tweede engel, en duidt aldus het jaar 1844 aan, toen de tweede engel kwam en het protestantisme viel en een dochter van Babylon werd. Tegelijkertijd gaf de profeet een teken, evenals de Millerieten in 1844 het teken van de sabbat herkenden. Toen Jerobeam in de volgende verzen de profeet bedreigde, werd zijn hand verlamd, waarmee aldus wordt verwezen naar het merkteken van Babylon dat óf op het voorhoofd óf op de hand wordt opgedrongen, en dat, wanneer het geestelijk wordt ontvangen, een mens voor de eeuwigheid verminkt.

For the purposes of this study, we are considering the prediction the prophet set forth identifying that “a child shall be born unto the house of David, Josiah by name; and upon thee shall he offer the priests of the high places that burn incense upon thee, and men’s bones shall be burnt upon thee.” Josiah means “the foundation of God”, and represents the foundations of Adventism that were built in the very history typified by Jeroboam’s inauguration of his false system of worship. Upon the false system of worship instituted by Jeroboam, Josiah would punish the priests who led out in the counterfeit worship.

Voor de doeleinden van deze studie beschouwen wij de voorzegging die de profeet naar voren bracht, waarin hij aanduidde dat „een kind geboren zal worden aan het huis van David, Josia genaamd; en op u zal hij de priesters der hoogten offeren, die op u reukwerk branden, en mensenbeenderen zullen op u verbrand worden.” Josia betekent „het fundament van God” en vertegenwoordigt de grondslagen van het adventisme die werden gebouwd in juist de geschiedenis die werd getypeerd door Jerobeams inauguratie van zijn valse stelsel van aanbidding. Op het valse stelsel van aanbidding dat door Jerobeam was ingesteld, zou Josia de priesters straffen die de leiding gaven in de namaakaanbidding.

The prophet disobeyed the Lord’s command not to return the way he had come to Jeroboam’s inauguration, and not to eat or drink in Bethel. When he ate the food of the lying prophet of Bethel he was set forth as a symbol of the death that would be brought upon those who after 1844, would choose to return to and eat the doctrines and false prophetic methodologies of apostate Protestantism, as represented by the rebellion of 1863. The deathbed of those who rebelled in 1863, would be the same deathbed as the lying prophet of Bethel. The deathbed for apostate Protestantism was the history of August 11, 1840 through to 1844, when they; the former chosen people of God were passed by, and became the daughters of Rome. Laodicean Adventism’s deathbed will also be between the date when the mighty angel descended on September 11, 2001, as it had done in 1840, and the hour of the great earthquake, representing the soon coming Sunday law.

De profeet was de opdracht van de Heer ongehoorzaam geweest om niet langs de weg waarlangs hij gekomen was naar Jerobeams inauguratie terug te keren, en om in Bethel niet te eten of te drinken. Toen hij het voedsel at van de leugenachtige profeet van Bethel, werd hij voorgesteld als een symbool van de dood die gebracht zou worden over hen die er na 1844 voor zouden kiezen terug te keren en de leerstellingen en valse profetische methodologieën van het afvallige protestantisme te eten, zoals voorgesteld door de opstand van 1863. Het sterfbed van hen die in 1863 in opstand kwamen, zou hetzelfde sterfbed zijn als dat van de leugenachtige profeet van Bethel. Het sterfbed voor het afvallige protestantisme was de geschiedenis van 11 augustus 1840 tot 1844, toen zij, het voormalige uitverkoren volk van God, voorbijgegaan werden en dochters van Rome werden. Ook het sterfbed van het Laodiceaanse adventisme zal liggen tussen de datum waarop de machtige engel neerdaalde op 11 september 2001, zoals hij dat in 1840 had gedaan, en het uur van de grote aardbeving, die de spoedig komende zondagswet voorstelt.

On September 11, 2001, the sealing of the one hundred and forty-four thousand began and the angel began to move through Jerusalem placing a mark on the forehead of those who sigh and cry for the abominations done in the land (the United States), and the church (Laodicean Adventism). On September 11, 2001, the sins of the fathers represented by the four abominations of Ezekiel, became present testing truths in the sealing process that then began.

Op 11 september 2001 begon de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend, en de engel begon zich door Jeruzalem te bewegen, terwijl hij een teken aanbracht op het voorhoofd van hen die zuchten en schreien over de gruwelen die in het land (de Verenigde Staten) en in de gemeente (het Laodiceïsche adventisme) bedreven worden. Op 11 september 2001 werden de zonden der vaderen, voorgesteld door de vier gruwelen van Ezechiël, tegenwoordige toetsende waarheden in het verzegelingsproces dat toen een aanvang nam.

The test of 1863, involved the foundations of the Millerite movement as represented by the “seven times,” of Leviticus twenty-six that had been rejected in 1863. The test involved a willingness or unwillingness to return to Jeremiah’s old paths in order to find the rest of the latter rain. The test of 1888, was the message to the Laodicean church as brought by Elders Jones and Waggoner, which was also the message of justification by faith.

De beproeving van 1863 betrof de grondslagen van de Milleritische beweging, zoals vertegenwoordigd door de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig, die in 1863 waren verworpen. De beproeving hield een bereidheid of onbereidheid in om terug te keren tot Jeremia’s oude paden teneinde de rust van de late regen te vinden. De beproeving van 1888 was de boodschap aan de Laodiceense gemeente, zoals gebracht door ouderlingen Jones en Waggoner, welke tevens de boodschap van rechtvaardiging door het geloof was.

In 1856, the message to Laodicea first arrived in the movement of the Millerites, and it arrived with the increased light of the “seven times,” but both the experience represented by the remedies in the message to Laodicea, and the message of prophetic history were rejected in 1863. The experience was represented by the vision (mareh) of “the appearance”, and the vision of the (chazon) “prophetic history” that were both rejected. Both of those visions had found their fulfillment on October 22, 1844, and nineteen years later they were both rejected, for Jesus always identifies the end with the beginning.

In 1856 bereikte de boodschap aan Laodicea voor het eerst de beweging van de Millerieten, en zij kwam met het toegenomen licht van de „zeven tijden”, maar zowel de ervaring die door de geneesmiddelen in de boodschap aan Laodicea wordt voorgesteld, als de boodschap van de profetische geschiedenis werden in 1863 verworpen. De ervaring werd voorgesteld door het gezicht (mareh) van „de verschijning”, en het gezicht (chazon) van de „profetische geschiedenis”, die beide werden verworpen. Beide gezichten hadden hun vervulling gevonden op 22 oktober 1844, en negentien jaar later werden zij beide verworpen, want Jezus verbindt altijd het einde met het begin.

On September 11, 2001, the test of the rebellions of 1863 and 1888, became again testing truth, for they were both connected to the old paths of Jeremiah. On that date the latter rain message arrived, and the test of 1919, also arrived, for in 1919, the false gospel of a Christ who is void of any prophetic relevance was set forth as a counterfeit “peace and safety” message. When the mighty angel of Revelation chapter eighteen descended on September 11, 2001, verses one through three were fulfilled, and verses one through three represent the message of the “first voice”.

Op 11 september 2001 werd de beproeving van de opstanden van 1863 en 1888 opnieuw een toetsende waarheid, want zij waren beide verbonden met de oude paden van Jeremia. Op die datum kwam de boodschap van de late regen aan, en ook de beproeving van 1919 kwam aan, want in 1919 werd het valse evangelie van een Christus die van elke profetische relevantie is ontdaan, voorgesteld als een nagemaakte boodschap van „vrede en veiligheid”. Toen de machtige engel van Openbaring hoofdstuk achttien neerdaalde op 11 september 2001, werden de verzen één tot en met drie vervuld, en de verzen één tot en met drie vertegenwoordigen de boodschap van de „eerste stem”.

“Now comes the word that I have declared that New York is to be swept away by a tidal wave? This I have never said. I have said, as I looked at the great buildings going up there, story after story, ‘What terrible scenes will take place when the Lord shall arise to shake terribly the earth! Then the words of Revelation 18:1–3 will be fulfilled.’ The whole of the eighteenth chapter of Revelation is a warning of what is coming on the earth. But I have no light in particular in regard to what is coming on New York, only that I know that one day the great buildings there will be thrown down by the turning and overturning of God’s power. From the light given me, I know that destruction is in the world. One word from the Lord, one touch of his mighty power, and these massive structures will fall. Scenes will take place the fearfulness of which we cannot imagine.” Review and Herald, July 5, 1906.

„Is nu het woord verspreid dat ik heb verklaard dat New York door een vloedgolf zal worden weggevaagd? Dit heb ik nooit gezegd. Ik heb gezegd, toen ik de grote gebouwen daar verdieping op verdieping zag verrijzen: ‘Wat vreselijke tonelen zullen er plaatsvinden wanneer de Heere zal opstaan om de aarde geweldig te doen beven! Dan zullen de woorden van Openbaring 18:1–3 vervuld worden.’ Het gehele achttiende hoofdstuk van Openbaring is een waarschuwing voor wat over de aarde komt. Maar ik heb geen bijzonder licht met betrekking tot wat over New York komt, behalve dat ik weet dat op een dag de grote gebouwen daar zullen worden neergehaald door het keren en omkeren van Gods macht. Uit het mij gegeven licht weet ik dat er verderf in de wereld is. Eén woord van de Heere, één aanraking van zijn machtige kracht, en deze massieve bouwwerken zullen vallen. Er zullen tonelen plaatsvinden waarvan wij ons de verschrikking niet kunnen voorstellen.” Review and Herald, 5 juli 1906.

With the arrival of the angel of Revelation eighteen, the latter rain began to sprinkle, and the “prophetic debate” represented in Habakkuk chapter two, began. The debate was over two methodologies for understanding Bible prophecy, and a false and a true latter rain message. The debate ends when the “second voice” of Revelation eighteen arrives and identifies the beginning of God’s executive judgment upon modern Babylon, and calls God’s other flock out of Babylon. The arrival of the second voice marks the end of the history of the sealing of the one hundred and forty-four thousand, which is represented by the fourth abomination, that in turn represents the fourth and final generation of Laodicean Adventism as bowing down to the sun, at the soon-coming Sunday law.

Met de komst van de engel van Openbaring achttien begon de late regen te sprenkelen, en begon het „profetische debat” dat in Habakuk hoofdstuk twee wordt voorgesteld. Het debat ging over twee methodologieën om Bijbelse profetie te verstaan, en over een valse en een ware boodschap van de late regen. Het debat eindigt wanneer de „tweede stem” van Openbaring achttien verschijnt en het begin aanwijst van Gods uitvoerend oordeel over het moderne Babylon, en Gods andere kudde uit Babylon roept. De komst van de tweede stem markeert het einde van de geschiedenis van de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend, die wordt voorgesteld door de vierde gruwel, welke op haar beurt de vierde en laatste generatie van het Laodiceïsche adventisme voorstelt, terwijl zij zich neerbuigt voor de zon, bij de spoedig komende zondagswet.

The deathbed of apostate Protestantism, between the descent of the angel and the closed door of 1844, typified the deathbed of Laodicean Adventism between the descent of the angel and the closed door of the soon-coming Sunday law. The prophet from Judah was buried in the same grave as the lying prophet of Bethel, and when king Josiah initiated his reform, he stood before that very grave. The reformation of king Josiah, whose name represents “the foundations of God”, began when God began to lead His last day people back to the foundations on September 11, 2001. His reform had begun when the work of restoring the temple was taken up.

Het sterfbed van het afvallige protestantisme, tussen de nederdaling van de engel en de gesloten deur van 1844, was een voorafbeelding van het sterfbed van het Laodicese adventisme tussen de nederdaling van de engel en de gesloten deur van de spoedig komende zondagswet. De profeet uit Juda werd begraven in hetzelfde graf als de leugenachtige profeet van Bethel, en toen koning Josia zijn hervorming in gang zette, stond hij voor juist dat graf. De hervorming van koning Josia, wiens naam „de grondslagen van God” vertegenwoordigt, begon toen God Zijn volk van de laatste dagen op 11 september 2001 begon terug te leiden naar de grondslagen. Zijn hervorming was begonnen toen het werk van het herstel van de tempel ter hand werd genomen.

And it came to pass in the eighteenth year of king Josiah, that the king sent Shaphan the son of Azaliah, the son of Meshullam, the scribe, to the house of the Lord, saying, Go up to Hilkiah the high priest, that he may sum the silver which is brought into the house of the Lord, which the keepers of the door have gathered of the people: And let them deliver it into the hand of the doers of the work, that have the oversight of the house of the Lord: and let them give it to the doers of the work which is in the house of the Lord, to repair the breaches of the house, Unto carpenters, and builders, and masons, and to buy timber and hewn stone to repair the house. Howbeit there was no reckoning made with them of the money that was delivered into their hand, because they dealt faithfully. And Hilkiah the high priest said unto Shaphan the scribe, I have found the book of the law in the house of the Lord. And Hilkiah gave the book to Shaphan, and he read it. And Shaphan the scribe came to the king, and brought the king word again, and said, Thy servants have gathered the money that was found in the house, and have delivered it into the hand of them that do the work, that have the oversight of the house of the Lord. And Shaphan the scribe showed the king, saying, Hilkiah the priest hath delivered me a book. And Shaphan read it before the king. And it came to pass, when the king had heard the words of the book of the law, that he rent his clothes. And the king commanded Hilkiah the priest, and Ahikam the son of Shaphan, and Achbor the son of Michaiah, and Shaphan the scribe, and Asahiah a servant of the king’s, saying, Go ye, inquire of the Lord for me, and for the people, and for all Judah, concerning the words of this book that is found: for great is the wrath of the Lord that is kindled against us, because our fathers have not hearkened unto the words of this book, to do according unto all that which is written concerning us. 2 Kings 22:3–13.

En het geschiedde in het achttiende jaar van koning Josia, dat de koning Safan, de zoon van Azalja, de zoon van Mesullam, de schrijver, naar het huis des HEEREN zond, zeggende: Ga op tot Hilkia, de hogepriester, opdat hij het zilver optelle dat in het huis des HEEREN gebracht is, dat de deurwachters van het volk ingezameld hebben; en laten zij het overgeven in de hand van hen die het werk doen, die het opzicht hebben over het huis des HEEREN; en laten zij het geven aan hen die het werk doen in het huis des HEEREN, om de scheuren van het huis te herstellen, aan timmerlieden en bouwlieden en metselaars, en om hout en gehouwen steen te kopen om het huis te herstellen. Alleen werd met hen geen afrekening gehouden van het geld dat in hun hand gegeven was, omdat zij trouw handelden. En Hilkia, de hogepriester, zeide tot Safan, de schrijver: Ik heb het wetboek gevonden in het huis des HEEREN. En Hilkia gaf het boek aan Safan, en hij las het. En Safan, de schrijver, kwam tot de koning en bracht de koning verslag uit, en zeide: Uw dienaren hebben het geld dat in het huis gevonden werd, bijeengebracht en het overgegeven in de hand van hen die het werk doen, die het opzicht hebben over het huis des HEEREN. Ook deelde Safan, de schrijver, de koning mee, zeggende: Hilkia, de priester, heeft mij een boek gegeven. En Safan las het voor de koning. En het geschiedde, toen de koning de woorden van het wetboek hoorde, dat hij zijn klederen scheurde. Toen gebood de koning Hilkia, de priester, en Achikam, de zoon van Safan, en Achbor, de zoon van Michaja, en Safan, de schrijver, en Asaja, een dienaar van de koning, zeggende: Gaat heen, raadpleegt de HEERE voor mij en voor het volk en voor geheel Juda, aangaande de woorden van dit boek dat gevonden is; want groot is de gramschap des HEEREN, die tegen ons ontbrand is, omdat onze vaderen niet geluisterd hebben naar de woorden van dit boek, om te doen overeenkomstig alles wat aangaande ons geschreven is. 2 Koningen 22:3–13.

The prediction that a child would be born named Josiah, identifies September 11, 2001, when the mighty angel descended and led His last-day people back to the old paths. That descent had been typified by the descent of the same angel on August 11, 1840. Both descents marked a fulfillment of a prophecy of Islam. The historical figure whose name is associated with identifying in advance, and publishing the advance prediction of the fulfillment of the time prophecy of Islam found in Revelation chapter nine verse fifteen, was Josiah.

De voorspelling dat een kind geboren zou worden met de naam Josia, identificeert 11 september 2001, toen de machtige Engel nederdaalde en Zijn volk van de laatste dagen terugleidde naar de oude paden. Die nederdaling was getypeerd door de nederdaling van dezelfde Engel op 11 augustus 1840. Beide nederdalingen markeerden een vervulling van een profetie betreffende de islam. De historische figuur wiens naam verbonden is met het vooraf identificeren en het publiceren van de voorafgaande voorspelling van de vervulling van de tijdsprofetie betreffende de islam, te vinden in Openbaring hoofdstuk negen vers vijftien, was Josia.

In both descents of the angel of Revelation chapter ten or eighteen, the name “Josiah” is marked. Josiah Litch presented the message of Islam that was fulfilled on August 11, 1840, and on September 11, 2001 the prophecy of the birth of a child named Josiah, that had been set forth by the disobedient prophet in the history of Jeroboam, was fulfilled in Laodicean Adventism as the angel led His last-day people back to the foundational history where the confrontation of the disobedient prophet and Jeroboam had met its fulfillment. The biblical testimony identified a prediction of a Josiah to come, and when the history typified by the disobedient prophet was repeated in 1844, his prediction of the name was once again placed into the prophetic narrative.

In beide nederdalingen van de engel van Openbaring hoofdstuk tien of achttien wordt de naam „Josia” gemarkeerd. Josiah Litch bracht de boodschap van de islam, die op 11 augustus 1840 werd vervuld, en op 11 september 2001 werd de profetie van de geboorte van een kind met de naam Josia, die door de ongehoorzame profeet in de geschiedenis van Jerobeam was verkondigd, vervuld in het Laodicese adventisme, toen de engel Zijn volk van de laatste dagen terugvoerde naar de fundamentele geschiedenis waarin de confrontatie tussen de ongehoorzame profeet en Jerobeam haar vervulling had gevonden. Het bijbelse getuigenis duidde op een voorspelling van een komende Josia, en toen de geschiedenis die door de ongehoorzame profeet werd getypeerd zich in 1844 herhaalde, werd zijn voorspelling van de naam opnieuw in het profetische narratief opgenomen.

On September 11, 2001, the Lion of the tribe of Judah led His last-day people back to Jeremiah’s old paths, which represented the forty-six years in which the Messenger of the Covenant had erected a temple to suddenly come to on October 22, 1844. Josiah had discovered the curse of Moses as he initiated the work of repairing the temple. The work of the one hundred and forty-four thousand is represented by Isaiah as a work of restoration.

Op 11 september 2001 leidde de Leeuw uit de stam van Juda Zijn volk van de laatste dagen terug naar de oude paden van Jeremia, die de zesenveertig jaren voorstelden waarin de Bode van het Verbond een tempel had opgericht om er op 22 oktober 1844 plotseling toe te komen. Josia had de vloek van Mozes ontdekt toen hij het werk van het herstellen van de tempel begon. Het werk van de honderdvierenveertigduizend wordt door Jesaja voorgesteld als een werk van herstel.

And they shall build the old wastes, they shall raise up the former desolations, and they shall repair the waste cities, the desolations of many generations. Isaiah 61:4.

En zij zullen de oude puinhopen herbouwen, de verwoestingen van vroeger weer oprichten, en de verwoeste steden herstellen, de verwoestingen van vele geslachten. Jesaja 61:4.

The work of Josiah in repairing and restoring the temple, is the work Isaiah identifies is accomplished by God’s last-day people, for all the prophets speak more of the last days than the days in which they lived. That work was also typified by those who came out of Babylon in the time of Ezra.

Het werk van Josia in het herstellen en vernieuwen van de tempel is het werk waarvan Jesaja aangeeft dat het door Gods volk van de laatste dagen wordt volbracht, want alle profeten spreken meer over de laatste dagen dan over de dagen waarin zij leefden. Dat werk werd ook voorafgebeeld door hen die in de dagen van Ezra uit Babylon trokken.

For we were bondmen; yet our God hath not forsaken us in our bondage, but hath extended mercy unto us in the sight of the kings of Persia, to give us a reviving, to set up the house of our God, and to repair the desolations thereof, and to give us a wall in Judah and in Jerusalem. Ezra 9:9.

Want wij waren slaven; toch heeft onze God ons in onze slavernij niet verlaten, maar ons goedertierenheid bewezen voor de ogen van de koningen van Perzië, om ons een opwekking te geven, om het huis van onze God op te richten en zijn verwoestingen te herstellen, en om ons een muur te geven in Juda en in Jeruzalem. Ezra 9:9.

The work carried on by Ezra was accomplished when they had come out of Babylon, and it represents the work of temple restoration Josiah was doing, the work identified by Isaiah of God’s last-day people, and it began on September 11, 2001. In the Revelation John also identifies that work.

Het werk dat door Ezra werd verricht, werd volbracht nadat zij uit Babylon waren gekomen, en het stelt het werk van tempelherstel voor dat Josia verrichtte, het werk dat door Jesaja wordt aangeduid als dat van Gods volk in de laatste dagen, en het begon op 11 september 2001. Ook in de Openbaring duidt Johannes dat werk aan.

And the voice which I heard from heaven spake unto me again, and said, Go and take the little book which is open in the hand of the angel which standeth upon the sea and upon the earth. And I went unto the angel, and said unto him, Give me the little book. And he said unto me, Take it, and eat it up; and it shall make thy belly bitter, but it shall be in thy mouth sweet as honey. And I took the little book out of the angel’s hand, and ate it up; and it was in my mouth sweet as honey: and as soon as I had eaten it, my belly was bitter. And he said unto me, Thou must prophesy again before many peoples, and nations, and tongues, and kings. And there was given me a reed like unto a rod: and the angel stood, saying, Rise, and measure the temple of God, and the altar, and them that worship therein. But the court which is without the temple leave out, and measure it not; for it is given unto the Gentiles: and the holy city shall they tread under foot forty and two months. And I will give power unto my two witnesses, and they shall prophesy a thousand two hundred and threescore days, clothed in sackcloth. Revelation 10:8–11:3.

En de stem die ik uit de hemel gehoord had, sprak opnieuw met mij en zei: Ga, neem het boekje dat geopend is in de hand van de engel die op de zee en op de aarde staat. En ik ging naar de engel en zei tot hem: Geef mij het boekje. En hij zei tot mij: Neem het en eet het op; en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. En ik nam het boekje uit de hand van de engel en at het op; en het was in mijn mond zoet als honing; en zodra ik het gegeten had, werd mijn buik bitter. En hij zei tot mij: Gij moet opnieuw profeteren voor vele volken en naties en talen en koningen. En mij werd een meetriet gegeven, aan een staf gelijk; en de engel stond daar en zei: Sta op en meet de tempel van God en het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof die buiten de tempel is, buiten beschouwing en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden tweeënveertig maanden lang. En Ik zal macht geven aan Mijn twee getuigen, en zij zullen duizend tweehonderdzestig dagen profeteren, bekleed met zakken. Openbaring 10:8–11:3.

In this passage John represents the Millerites who had eaten the message that was in the angel’s hand when He descended on August 11, 1840, but who had also suffered the bitter disappointment of October 22, 1844. Standing at the bitter disappointment of 1844, John was told that he, as a symbol of God’s last-day people, must repeat the experience represented by 1840 to 1844, thus pointing forward to September 11, 2001, and unto the soon coming Sunday law. He was told “Thou must prophesy again before many peoples, and nations, and tongues, and kings,” representing the whole world being lightened when the angel descends in Revelation eighteen, when the history of Revelation chapter ten is repeated—“line upon line.”

In deze passage vertegenwoordigt Johannes de Millerieten, die de boodschap hadden gegeten die zich in de hand van de engel bevond toen Hij op 11 augustus 1840 neerdaalde, maar die ook de bittere teleurstelling van 22 oktober 1844 hadden ondergaan. Staande bij de bittere teleurstelling van 1844 werd Johannes gezegd dat hij, als een symbool van Gods volk in de laatste dagen, de ervaring moest herhalen die door 1840 tot 1844 werd voorgesteld, en aldus vooruitwees naar 11 september 2001 en naar de spoedig komende zondagswet. Hem werd gezegd: “Gij moet wederom profeteren voor vele volken, en naties, en talen, en koningen,” waarmee wordt aangeduid dat de gehele wereld verlicht wordt wanneer de engel in Openbaring achttien neerdaalt, wanneer de geschiedenis van Openbaring hoofdstuk tien wordt herhaald — “regel op regel.”

In connection with identifying the history that would be repeated when God’s last day people prophesied again, John was told to “rise and measure” the temple of God. His “measuring” was specifically identified, for he had been placed in the year of 1844, where his stomach was made bitter by the disappointment of October, 22. He was told to measure the temple, but to leave off the courtyard, which he was informed represented the time of the Gentiles, when they would trample down the courtyard for twelve hundred and sixty years. The twelve hundred and sixty years ended in 1798. John was to begin his measuring in 1798, and leave off the previous twelve hundred and sixty years, where the spiritual temple and spiritual Jerusalem had been trodden down. He was standing at the disappointment of 1844, so from 1798 to 1844, is forty-six years. Those forty-six years represent the temple.

In verband met het vaststellen van de geschiedenis die herhaald zou worden wanneer Gods volk van de laatste dagen opnieuw profeteerde, werd Johannes gezegd op te staan en de tempel van God te meten. Zijn „meting” werd nauwkeurig aangeduid, want hij was geplaatst in het jaar 1844, waar zijn maag verbitterd werd door de teleurstelling van 22 oktober. Hem werd gezegd de tempel te meten, maar de voorhof buiten beschouwing te laten, waarvan hem werd meegedeeld dat die de tijd der heidenen voorstelde, wanneer zij de voorhof twaalfhonderdzestig jaar lang zouden vertreden. De twaalfhonderdzestig jaren eindigden in 1798. Johannes moest zijn meting beginnen in 1798 en de voorgaande twaalfhonderdzestig jaren buiten beschouwing laten, waarin de geestelijke tempel en het geestelijke Jeruzalem vertrapt waren. Hij stond bij de teleurstelling van 1844, zodat van 1798 tot 1844 zesenveertig jaar zijn. Die zesenveertig jaren stellen de tempel voor.

When John, as God’s last-day people were to prophesy again, as they had done from 1840 to 1844, they would begin when the angel descended at the fulfillment of a prophecy of Islam. Their work of prophesying again would require a work of measuring the temple, and that work would represent an investigation of the “old paths”, which was the history represented by the “temple”, which began at the time of the end in 1798, and ended with the great disappointment of 1844. As they began their work of investigating Jeremiah’s old paths, which is John’s “temple of forty-six years”, the curse of Moses was found in the rubbish scattered all over the temple, and the prediction of the Josiah to come was fulfilled. The work of Josiah is also identified again by Isaiah:

Toen Johannes, zoals Gods volk van de laatste dagen opnieuw zou profeteren, zoals zij van 1840 tot 1844 hadden gedaan, zou men beginnen wanneer de engel neerdaalde bij de vervulling van een profetie over de islam. Hun werk van opnieuw profeteren zou een werk vereisen van het meten van de tempel, en dat werk zou een onderzoek van de „oude paden” voorstellen, hetgeen de geschiedenis was die door de „tempel” werd voorgesteld, die begon ten tijde van het einde in 1798 en eindigde met de grote teleurstelling van 1844. Toen zij hun werk begonnen van het onderzoeken van Jeremia’s oude paden, die Johannes’ „tempel van zesenveertig jaar” zijn, werd de vloek van Mozes gevonden in het puin dat over de gehele tempel verspreid lag, en werd de voorspelling van de komende Josia vervuld. Het werk van Josia wordt ook opnieuw door Jesaja geïdentificeerd:

And they that shall be of thee shall build the old waste places: thou shalt raise up the foundations of many generations; and thou shalt be called, The repairer of the breach, The restorer of paths to dwell in. Isaiah 58:12.

En zij die uit u voortkomen, zullen de oude puinhopen herbouwen; gij zult de grondvesten van vele geslachten weder oprichten; en gij zult genoemd worden: Hersteller van de bres, Herstellers van paden om daarin te wonen. Jesaja 58:12.

God’s last-day people were to restore the “paths to dwell in,” which are Jeremiah’s “old paths”. They were to rebuild the old waste places, as the workers in Josiah and Ezra’s histories were accomplishing. They were to employ the methodology of “line upon line,” for they would not simply “raise up” the foundational history of Adventism, that is represented by the temple of forty-six years, but in doing so they were to “raise up the foundations of many generations.” They were to identify that every reform movement represents a foundational work, that “line upon line,” identifies the last-day foundations of 1798 to 1844. They were to repair “the breach,” and the breach represents the initial break in a vessel or a wall that opens the way for further disaster. The “breach” that was to be repaired was the rebellion of 1863.

Gods volk van de laatste dagen moest de „paden om in te wonen” herstellen, die de „oude paden” van Jeremia zijn. Zij moesten de oude puinhopen herbouwen, zoals de arbeiders in de geschiedenissen van Josia en Ezra tot stand brachten. Zij moesten de methode van „regel op regel” toepassen, want zij zouden niet slechts de fundamentele geschiedenis van het adventisme, die door de tempel van zesenveertig jaar wordt voorgesteld, „oprichten”, maar daardoor ook „de fundamenten van vele geslachten oprichten”. Zij moesten onderkennen dat elke hervormingsbeweging een fundamenteel werk vertegenwoordigt, dat „regel op regel” de fundamenten van de laatste dagen van 1798 tot 1844 aanduidt. Zij moesten „de bres” herstellen, en de bres vertegenwoordigt de eerste scheur in een vat of een muur, die de weg opent voor verdere rampspoed. De „bres” die hersteld moest worden, was de opstand van 1863.

When Josiah arrived on September 11, 2001 God’s last-day people returned to Jeremiah’s old paths and began to measure Millerite history. They discovered the “breach.” They identified the truth of the jewels of Miller’s dream as they built “the old waste places.” They discovered the “seven times,” as had Josiah, and they restored the truth of Leviticus twenty-six, and thus raised “up the former desolations.” When they restored the “first” and the “last” desolations of Leviticus twenty-six they then recognized that one finished in 1798 and the other in 1844. Thus their work of raising up the former desolations, was the very “rod” that was given to John that allowed him to measure the temple.

Toen Josia op 11 september 2001 aankwam, keerde Gods volk van de laatste dagen terug naar Jeremia’s oude paden en begon het de milleritische geschiedenis op te meten. Zij ontdekten de „breuk”. Zij herkenden de waarheid van de juwelen uit Millers droom terwijl zij „de puinhopen van oudsher” herbouwden. Zij ontdekten de „zeven tijden”, zoals Josia dat had gedaan, en zij herstelden de waarheid van Leviticus zesentwintig, en richtten aldus „de verwoestingen van vroeger” weer op. Toen zij de „eerste” en de „laatste” verwoestingen van Leviticus zesentwintig herstelden, erkenden zij vervolgens dat de ene in 1798 eindigde en de andere in 1844. Aldus was hun werk van het weer oprichten van de verwoestingen van vroeger juist de „rietstaf” die aan Johannes werd gegeven, waardoor hij de tempel kon opmeten.

The Lion of the tribe of Judah led His people back to the old paths, so they could find the latter rain message, and the latter rain message is the message of Islam of the third woe. When they ultimately discovered the two sacred tables of Habakkuk, as represented by the 1843 and 1850 pioneer charts, they saw that the foundation included the “three woes” of Revelation chapter eight, and that the second woe had concluded in the foundational history where the Millerite temple had been erected. They then recognized that the understanding of the rule of triple application of prophecies had been previously put in place by the Lion of the tribe of Judah, in order that when they returned to Jeremiah’s old paths, they could recognize “the rest and the refreshing”, which is the latter rain message of the third woe, that is identified and established with the two witnesses of the first and second woes.

De Leeuw uit de stam van Juda leidde Zijn volk terug naar de oude paden, opdat zij de boodschap van de late regen konden vinden, en de boodschap van de late regen is de boodschap van de islam van de derde wee. Toen zij uiteindelijk de twee heilige tafelen van Habakuk ontdekten, zoals voorgesteld door de pionierskaarten van 1843 en 1850, zagen zij dat het fundament de „drie weeën” van Openbaring hoofdstuk acht omvatte, en dat de tweede wee was geëindigd in de funderende geschiedenis waarin de Milleritische tempel was opgericht. Vervolgens erkenden zij dat het inzicht in de regel van de drievoudige toepassing van profetieën tevoren door de Leeuw uit de stam van Juda was ingesteld, opdat zij, wanneer zij terugkeerden naar Jeremia’s oude paden, „de rust en de verkwikking” konden herkennen, wat de boodschap van de late regen van de derde wee is, die wordt aangeduid en bevestigd met de twee getuigen van de eerste en tweede wee.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“The enemy is seeking to divert the minds of our brethren and sisters from the work of preparing a people to stand in these last days. His sophistries are designed to lead minds away from the perils and duties of the hour. They estimate as nothing the light that Christ came from heaven to give to John for His people. They teach that the scenes just before us are not of sufficient importance to receive special attention. They make of no effect the truth of heavenly origin and rob the people of God of their past experience, giving them instead a false science.

‘De vijand tracht de gedachten van onze broeders en zusters af te leiden van het werk een volk voor te bereiden om in deze laatste dagen staande te blijven. Zijn drogredenen zijn erop gericht de aandacht af te wenden van de gevaren en plichten van het uur. Zij achten het licht dat Christus uit de hemel kwam geven aan Johannes voor Zijn volk, als niets. Zij leren dat de taferelen die vlak vóór ons liggen niet van voldoende belang zijn om bijzondere aandacht te ontvangen. Zij stellen de waarheid van hemelse oorsprong buiten werking en beroven het volk van God van zijn vroegere ervaring, terwijl zij het in plaats daarvan een valse wetenschap geven.

“‘Thus saith the Lord, Stand ye in the ways, and see, and ask for the old paths, where is the good way, and walk therein.’ Jeremiah 6:16.

“Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar de goede weg is, en wandelt daarop.” Jeremia 6:16.

“Let none seek to tear away the foundations of our faith—the foundations that were laid at the beginning of our work by prayerful study of the word and by revelation. Upon these foundations we have been building for the last fifty years. Men may suppose that they have found a new way and that they can lay a stronger foundation than that which has been laid. But this is a great deception. Other foundation can no man lay than that which has been laid.

“Laat niemand trachten de grondslagen van ons geloof weg te rukken—de grondslagen die bij het begin van ons werk zijn gelegd door biddende studie van het Woord en door openbaring. Op deze grondslagen hebben wij de laatste vijftig jaar gebouwd. Mensen menen misschien dat zij een nieuwe weg hebben gevonden en dat zij een sterker fundament kunnen leggen dan dat wat gelegd is. Maar dit is een grote misleiding. Niemand kan een ander fundament leggen dan dat wat gelegd is.

“In the past many have undertaken the building of a new faith, the establishment of new principles. But how long did their building stand? It soon fell, for it was not founded upon the Rock.

“In het verleden hebben velen zich gezet aan het bouwen van een nieuw geloof, aan de vestiging van nieuwe beginselen. Maar hoe lang hield hun bouwwerk stand? Het stortte spoedig in, want het was niet gegrondvest op de Rots.

“Did not the first disciples have to meet the sayings of men? Did they not have to listen to false theories, and then, having done all, to stand firm, saying: ‘Other foundation can no man lay than that is laid’? 1 Corinthians 3:11.

“Moesten de eerste discipelen niet de uitspraken van mensen tegemoet treden? Moesten zij niet luisteren naar valse theorieën en vervolgens, na alles gedaan te hebben, standvastig blijven, zeggende: ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is’? 1 Korintiërs 3:11.

“So we are to hold the beginning of our confidence steadfast unto the end. Words of power have been sent by God and by Christ to this people, bringing them out from the world, point by point, into the clear light of present truth. With lips touched with holy fire, God’s servants have proclaimed the message. The divine utterance has set its seal to the genuineness of the truth proclaimed.” Testimonies, volume 8, 296, 297.

‘Zo moeten wij het begin van onze vrijmoedige verzekerdheid standvastig vasthouden tot het einde. Woorden van kracht zijn door God en door Christus tot dit volk gezonden, die hen punt voor punt uit de wereld brengen in het heldere licht van de tegenwoordige waarheid. Met lippen aangeraakt door heilig vuur hebben Gods dienstknechten de boodschap verkondigd. De goddelijke uitspraak heeft haar zegel gezet op de echtheid van de verkondigde waarheid.’ Testimonies, deel 8, 296, 297.