William Miller was given great light upon the seven churches, the seven seals and the seven trumpets in the book of Revelation. He placed those prophetic symbols within the framework of the two desolating powers of paganism followed by papalism. He did not see every prophetic characteristic of those symbols, but what he did see established the foundational understanding of the internal history and external history of God’s church from the time of apostles until the end of the world. The internal history was represented by the churches, and the churches’ external history was represented by the seals. He saw that the trumpets were symbols of God’s judgment upon Rome, that typified God’s judgment upon Rome at the end of the world, though he did not see that Rome at the end of the world was made up of a threefold union.
Aan William Miller werd groot licht geschonken aangaande de zeven gemeenten, de zeven zegels en de zeven bazuinen in het boek Openbaring. Hij plaatste die profetische symbolen binnen het kader van de twee verwoestende machten van het heidendom, gevolgd door het pausdom. Hij zag niet elk profetisch kenmerk van die symbolen, maar wat hij wél zag, vestigde het fundamentele begrip van de innerlijke geschiedenis en de uiterlijke geschiedenis van Gods gemeente vanaf de tijd van de apostelen tot aan het einde van de wereld. De innerlijke geschiedenis werd voorgesteld door de gemeenten, en de uiterlijke geschiedenis van de gemeenten werd voorgesteld door de zegels. Hij zag dat de bazuinen symbolen waren van Gods oordeel over Rome, dat een voorafschaduwing was van Gods oordeel over Rome aan het einde van de wereld, hoewel hij niet zag dat Rome aan het einde van de wereld was samengesteld uit een drievoudige unie.
The book written by Uriah Smith titled Daniel and Revelation, contains some erroneous ideas, but it was identified by Sister White as, “God’s helping hand.” She identified that it should be circulated along with The Great Controversy, Patriarchs and Prophets, and The Desire of Ages. Her strong endorsement did not mean that the book was on the same inspired level as her books, but that the book contained “grand instruction,” and had been responsible for “bringing many precious souls to a knowledge of the truth.”
Het door Uriah Smith geschreven boek, getiteld Daniël en Openbaring, bevat enkele onjuiste denkbeelden, maar het werd door Zuster White aangeduid als „Gods helpende hand”. Zij gaf aan dat het verspreid moest worden samen met De Grote Strijd, Patriarchen en Profeten, en De Wens der Eeuwen. Haar krachtige aanbeveling betekende niet dat het boek op hetzelfde geïnspireerde niveau stond als haar boeken, maar dat het „grootse onderwijzing” bevatte en ervoor verantwoordelijk was geweest „vele kostbare zielen tot kennis van de waarheid te brengen.”
The book employs Millerite prophetic logic, accompanied with concepts of prophecy that were unseen before October 22, 1844. We will refer to passages in the book as we set forth the triple application of the three Woes.
Het boek hanteert de Milleritische profetische logica, vergezeld van begrippen omtrent profetie die vóór 22 oktober 1844 nog niet waren gezien. Wij zullen naar passages in het boek verwijzen terwijl wij de drievoudige toepassing van de drie Weeën uiteenzetten.
Miller stated that the “seven trumpets are a history of seven peculiar and heavy judgments sent upon the earth, or Roman kingdom.” The first four trumpets represent the judgments that were brought upon pagan Rome, and the fifth and sixth trumpets were God’s judgments that were brought upon papal Rome, but Miller would not have recognized that the seventh trumpet represented God’s judgment upon Modern Rome. Speaking of the seven seals and seven trumpets of Revelation, Uriah Smith wrote:
Miller stelde dat de „zeven bazuinen een geschiedenis zijn van zeven bijzondere en zware oordelen die over de aarde, of het Romeinse koninkrijk, zijn gezonden.” De eerste vier bazuinen vertegenwoordigen de oordelen die over het heidense Rome werden gebracht, en de vijfde en zesde bazuin waren Gods oordelen die over het pauselijke Rome werden gebracht, maar Miller zou niet hebben onderkend dat de zevende bazuin Gods oordeel over het moderne Rome vertegenwoordigde. Sprekend over de zeven zegels en zeven bazuinen van Openbaring schreef Uriah Smith:
“Having taken the book, the Lamb proceeds at once to open the seals; and the attention of the apostle is called to the scenes that transpire under each seal. The number seven has already been noticed as denoting in the Scriptures completeness and perfection. The seven seals therefore embrace the whole of a certain class of events, reaching down perhaps to the time of Constantine, and the seven trumpets another series from that time farther on, cannot be correct. The trumpets denote a series of events which transpire contemporaneously with the events of the seals, but of an entirely different character. A trumpet is a symbol of war; hence the trumpets denote great political commotions to take place among the nations during the gospel age. The seals denote events of a religious character, and contain the history of the church from the opening of the Christian era to the coming of Christ.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 431.
„Nadat het Lam het boek genomen heeft, gaat Het onmiddellijk voort de zegels te openen; en de aandacht van de apostel wordt gevestigd op de taferelen die zich onder elk zegel voltrekken. Het getal zeven is reeds opgemerkt als in de Schrift volledigheid en volmaaktheid aanduidend. De zeven zegels omvatten daarom het geheel van een bepaalde klasse van gebeurtenissen; de opvatting dat zij zich wellicht uitstrekken tot aan de tijd van Constantijn, en de zeven bazuinen vervolgens een andere reeks vanaf die tijd verder aanduiden, kan niet juist zijn. De bazuinen duiden een reeks gebeurtenissen aan die gelijktijdig plaatsvinden met de gebeurtenissen van de zegels, maar van een geheel ander karakter zijn. Een bazuin is een symbool van oorlog; daarom duiden de bazuinen grote politieke beroeringen aan die onder de volken gedurende het evangelietijdperk zullen plaatsvinden. De zegels duiden gebeurtenissen van godsdienstige aard aan en bevatten de geschiedenis van de kerk vanaf het begin van het christelijke tijdperk tot aan de komst van Christus.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 431.
A trumpet is a symbol of war and political commotion. Speaking of verse two of chapter eight of Revelation Smith states:
Een bazuin is een symbool van oorlog en politieke onrust. Met betrekking tot vers twee van hoofdstuk acht van Openbaring verklaart Smith:
“‘VERSE 2. And I saw the seven angels which stood before God; and to them were given seven trumpets.’
“‘VERS 2. En ik zag de zeven engelen die vóór God stonden; en hun werden zeven bazuinen gegeven.’
“This verse introduces a new and distinct series of events. In the seals we have had the history of the church during what is called the gospel dispensation. In the seven trumpets, now introduced, we have the principal political and warlike events which were to transpire during the same time.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 476.
„Dit vers introduceert een nieuwe en afzonderlijke reeks gebeurtenissen. In de zegels hebben wij de geschiedenis van de kerk gehad gedurende wat de evangeliebedeling wordt genoemd. In de zeven bazuinen, die nu worden ingevoerd, hebben wij de voornaamste politieke en krijgshaftige gebeurtenissen die zich gedurende dezelfde tijd zouden voltrekken.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 476.
The seventh seal is opened in the first six verses of Revelation chapter eight, and in the backdrop of the opening of the seventh seal, seven angels with seven trumpets are prepared to blow.
Het zevende zegel wordt geopend in de eerste zes verzen van Openbaring hoofdstuk acht, en tegen de achtergrond van de opening van het zevende zegel maken zeven engelen met zeven bazuinen zich gereed om te blazen.
And when he had opened the seventh seal, there was silence in heaven about the space of half an hour. And I saw the seven angels which stood before God; and to them were given seven trumpets. And another angel came and stood at the altar, having a golden censer; and there was given unto him much incense, that he should offer it with the prayers of all saints upon the golden altar which was before the throne. And the smoke of the incense, which came with the prayers of the saints, ascended up before God out of the angel’s hand. And the angel took the censer, and filled it with fire of the altar, and cast it into the earth: and there were voices, and thunderings, and lightnings, and an earthquake. And the seven angels which had the seven trumpets prepared themselves to sound. Revelation 8:1–6.
En toen het het zevende zegel geopend had, ontstond er een stilte in de hemel, omtrent een half uur lang. En ik zag de zeven engelen die vóór God stonden; en hun werden zeven bazuinen gegeven. En een andere engel kwam en stond bij het altaar, met een gouden wierookvat; en hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij het met de gebeden van alle heiligen zou offeren op het gouden altaar dat vóór de troon was. En de rook van het reukwerk steeg, met de gebeden van de heiligen, op vóór God uit de hand van de engel. En de engel nam het wierookvat, vulde het met vuur van het altaar en wierp het op de aarde; en er kwamen stemmen, donderslagen, bliksemstralen en een aardbeving. En de zeven engelen die de zeven bazuinen hadden, maakten zich gereed om op de bazuin te blazen. Openbaring 8:1–6.
There is a prophetic anomaly that we have been identifying in previous articles, but which we have not yet specifically addressed its particular prophetic phenomenon. That anomaly is that symbols that represent a sequence of waymarks in prophetic history, are all brought together in the conclusion of the history they represent. We have shown that the four generations of Laodicean Adventism that is represented by the four abominations of Ezekiel chapter eight marked specific waymarks, but that each of them, as a test, repeat in the history of the sealing of the one hundred and forty-four thousand. This anomaly is also found in the seven trumpets, for though they represent specific judgments upon pagan, papal and modern Rome, they all come together again when the executive judgment upon modern Rome begins at the soon-coming Sunday law.
Er is een profetische anomalie die wij in eerdere artikelen hebben vastgesteld, maar waarvan wij het bijzondere profetische verschijnsel nog niet specifiek hebben behandeld. Die anomalie is dat symbolen die een opeenvolging van wegmarkeringen in de profetische geschiedenis voorstellen, alle samenkomen in de afsluiting van de geschiedenis die zij vertegenwoordigen. Wij hebben aangetoond dat de vier generaties van het Laodiceïsche adventisme, die worden voorgesteld door de vier gruwelen van Ezechiël hoofdstuk acht, specifieke wegmarkeringen aanduidden, maar dat elk daarvan zich, als een beproeving, herhaalt in de geschiedenis van de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend. Deze anomalie wordt ook aangetroffen in de zeven bazuinen, want hoewel zij specifieke oordelen over het heidense, pauselijke en moderne Rome voorstellen, komen zij alle opnieuw samen wanneer het voltrekkende oordeel over het moderne Rome begint bij de spoedig komende zondagswet.
The seven trumpets have specific dates when they were fulfilled in the past, but Sister White also places the seven angels with seven trumpets in Revelation chapter eight, in the history of the soon coming Sunday law.
De zeven bazuinen hebben specifieke data waarop zij in het verleden in vervulling gingen, maar zuster White plaatst de zeven engelen met zeven bazuinen in Openbaring hoofdstuk acht ook in de geschiedenis van de spoedig komende zondagswet.
“‘And when he had opened the fifth seal, I saw under the altar the souls of them that were slain for the word of God, and for the testimony which they held: and they cried with a loud voice, saying, How long, O Lord, Holy and true, doest Thou not judge and avenge our blood on them that dwell on the earth? And white robes were given unto every one of them [They were pronounced pure and holy]; and it was said unto them, that they should rest yet for a little season, until their fellowservants also and their brethren, that should be killed as they were, should be fulfilled’ [Revelation 6:9–11]. Here were scenes presented to John that were not in reality but that which would be in a period of time in the future.
“‘En toen Het het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die gedood waren om het woord van God en om het getuigenis dat zij bezaten; en zij riepen met luide stem, zeggende: Hoe lang nog, o Heere, Heilige en Waarachtige, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen die op de aarde wonen? En aan ieder van hen werden witte gewaden gegeven [Zij werden rein en heilig verklaard]; en hun werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook hun mededienstknechten en hun broeders, die gedood zouden worden zoals zij, vervuld zouden zijn’ [Openbaring 6:9–11]. Hier werden aan Johannes taferelen voorgesteld die niet de werkelijkheid waren, maar datgene wat in een toekomstige periode van tijd zou zijn.
“Revelation 8:1–4 quoted.” Manuscript Releases, volume 20, 197.
„Openbaring 8:1–4 geciteerd.” Manuscript Releases, deel 20, 197.
In the previous passage Sister White applies the dialogue and fulfillment of the fifth seal to the period when the seven angels are about to sound in chapter eight, but she also places the same representation at the history of the two voices of Revelation chapter eighteen.
In de voorgaande passage past zuster White de dialoog en vervulling van het vijfde zegel toe op de periode waarin de zeven engelen in hoofdstuk acht op het punt staan te bazuinen, maar zij plaatst diezelfde voorstelling ook in de geschiedenis van de twee stemmen van Openbaring hoofdstuk achttien.
“When the fifth seal was opened, John the Revelator in vision saw beneath the altar the company that were slain for the Word of God and the testimony of Jesus Christ. After this came the scenes described in the eighteenth of Revelation, when those who are faithful and true are called out from Babylon. [Revelation 18:1–5, quoted.]” Manuscript Releases, volume 20, 14.
„Toen het vijfde zegel werd geopend, zag Johannes de Openbaarder in een visioen onder het altaar de schare van hen die geslacht waren om het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. Daarna volgden de taferelen die in het achttiende hoofdstuk van Openbaring worden beschreven, wanneer zij die getrouw en waarachtig zijn, uit Babylon worden geroepen. [Openbaring 18:1–5, geciteerd.]” Manuscript Releases, deel 20, 14.
The seven trumpets represent God’s judgment in the history of pagan, papal and Modern Rome, but they are also represented in the history of September 11, 2001, and the second voice of the soon-coming Sunday law. After addressing the first six verses of Revelation chapter eight, Uriah Smith begins to present the first four trumpets’ historical fulfillments.
De zeven bazuinen vertegenwoordigen Gods oordeel in de geschiedenis van het heidense, pauselijke en moderne Rome, maar zij worden ook uitgebeeld in de geschiedenis van 11 september 2001 en de tweede stem van de spoedig komende zondagswet. Nadat hij de eerste zes verzen van Openbaring hoofdstuk acht heeft behandeld, begint Uriah Smith de historische vervullingen van de eerste vier bazuinen uiteen te zetten.
“The subject of the seven trumpets is here resumed, and occupies the remainder of this chapter and all of chapter 9. The seven angels prepare themselves to sound. Their sounding comes in as a complement to the prophecy of Daniel 2 and 7, commencing with the breaking up of the old Roman empire into its ten divisions, of which, in the first four trumpets, we have a description.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 477.
“Het onderwerp van de zeven bazuinen wordt hier hervat en beslaat het overige deel van dit hoofdstuk en geheel hoofdstuk 9. De zeven engelen bereiden zich voor om te bazuinen. Hun bazuingeschal treedt op als een aanvulling op de profetie van Daniël 2 en 7, aanvangend met het uiteenvallen van het oude Romeinse Rijk in zijn tien delen, waarvan wij in de eerste vier bazuinen een beschrijving hebben.” Uriah Smith, Daniël en Openbaring, 477.
Smith identifies that the first four trumpets were God’s judgments upon pagan Rome. He quotes verse seven that identifies the prophetic characteristics of the first trumpet, and then identifies its historical fulfillment.
Smith stelt vast dat de eerste vier bazuinen Gods oordelen over het heidense Rome waren. Hij citeert vers zeven, dat de profetische kenmerken van de eerste bazuin aanduidt, en wijst vervolgens op de historische vervulling ervan.
“The first sore and heavy judgment which fell on Western Rome in its downward course, was the war with the Goths under Alaric, who opened the way for later inroads. The death of Theodosius, the Roman emperor, occurred in January, 395, and before the end of the winter the Goths under Alaric were in arms against the empire.
„Het eerste strenge en zware oordeel dat het West-Romeinse Rijk op zijn neergaande weg trof, was de oorlog met de Goten onder Alarik, die de weg opende voor latere invallen. De dood van Theodosius, de Romeinse keizer, vond plaats in januari 395, en nog vóór het einde van de winter waren de Goten onder Alarik tegen het rijk ten strijde getrokken.
“The first invasion under Alaric ravaged Thrace, Macedonia, Attica, and the Peloponnesus, but did not reach the city of Rome. On his second invasion, however, the Gothic chieftain crossed the Alps and the Apennines and appeared before the walls of the ‘eternal city,’ which soon fell a prey to the fury of the barbarians.
„De eerste inval onder Alarik verwoestte Thracië, Macedonië, Attica en de Peloponnesus, maar bereikte de stad Rome niet. Bij zijn tweede inval echter trok de Gotische aanvoerder over de Alpen en de Apennijnen en verscheen voor de muren van de ‘eeuwige stad’, die weldra ten prooi viel aan de woede van de barbaren.
“The blast of the first trumpet has its location about the close of the fourth century and onward, and refers to these desolating invasions of the Roman empire under the Goths.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 478.
„Het schallen van de eerste bazuin vindt zijn plaats omstreeks het einde van de vierde eeuw en daarna, en heeft betrekking op deze verwoestende invallen in het Romeinse Rijk onder de Goten.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 478.
Smith identifies Alaric as the symbol of God’s judgment upon pagan Rome represented by the first trumpet. Each of the trumpets have a historical figure that represents the trumpet, Alaric represents the arrival of the first trumpet from the end of the fourth century. Miller could not have seen that this trumpet was brought upon Rome because of Sunday enforcement, for Miller was a Sunday keeper. Smith missed this fact also, but Smith did recognize that the first enforced Sunday law was instituted by Constantine in the year 321. The prophetic rule of thumb associated with Sunday enforcement is always the same, for God never changes, and that rule is that “national apostasy is followed by national ruin”. Alaric represents the beginning of national ruin which began in the very period that Constantine passed the first Sunday law.
Smith identificeert Alarik als het symbool van Gods oordeel over het heidense Rome, voorgesteld door de eerste bazuin. Elk van de bazuinen heeft een historische figuur die de bazuin vertegenwoordigt; Alarik vertegenwoordigt de komst van de eerste bazuin vanaf het einde van de vierde eeuw. Miller had niet kunnen inzien dat deze bazuin over Rome werd gebracht vanwege de handhaving van de zondag, want Miller hield de zondag. Ook Smith ontging dit feit, maar Smith erkende wel dat de eerste afgedwongen zondagswet door Constantijn in het jaar 321 werd ingesteld. De profetische vuistregel die met de handhaving van de zondag verbonden is, is altijd dezelfde, want God verandert nooit, en die regel luidt dat „nationale afvalligheid wordt gevolgd door nationale ondergang”. Alarik vertegenwoordigt het begin van de nationale ondergang, die juist begon in de periode waarin Constantijn de eerste zondagswet uitvaardigde.
Smith continues on by quoting verse eight, which identifies the second trumpet, and then continues his commentary:
Smith gaat verder door vers acht te citeren, waarin de tweede bazuin wordt aangeduid, en vervolgt vervolgens zijn commentaar:
“The Roman empire, after Constantine, was divided into three parts; and hence the frequent remark, ‘a third part of men,’ etc., in allusion to the third part of the empire which was under the scourge. This division of the Roman kingdom was made at the death of Constantine, among his three sons, Constantius, Constantine II, and Constans. Constantius possessed the East, and fixed his residence at Constantinople, the metropolis of the empire. Constantine the Second held Britain, Gaul, and Spain. Constans held Illyricum, Africa, and Italy. (See Sabine’s Ecclesiastical History, p. 155.) Of this well-known historical fact, Elliott, as quoted by Albert Barnes, in his notes on Rev.12:4, says: ‘Twice, at least, before the Roman empire became divided permanently into the two parts, the Eastern and the Western, there was a tripartite division of the empire. The first occurred in A.D. 311, when it was divided between Constantine, Licinius, and Maximin; the other, A.D. 337, on the death of Constantine, Constans and Constantius.’” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 480.
“Het Romeinse rijk werd na Constantijn in drie delen verdeeld; vandaar de veelvuldige uitdrukking: ‘het derde deel der mensen,’ enz., als toespeling op het derde deel van het rijk dat onder de gesel lag. Deze verdeling van het Romeinse koninkrijk vond plaats bij de dood van Constantijn, onder zijn drie zonen, Constantius, Constantijn II en Constans. Constantius bezat het Oosten en vestigde zijn residentie te Constantinopel, de hoofdstad van het rijk. Constantijn de Tweede bezat Brittannië, Gallië en Spanje. Constans bezat Illyricum, Afrika en Italië. (Zie Sabine’s Ecclesiastical History, blz. 155.) Over dit algemeen bekende historische feit zegt Elliott, zoals aangehaald door Albert Barnes in zijn aantekeningen bij Openb. 12:4: ‘Ten minste tweemaal, voordat het Romeinse rijk blijvend verdeeld werd in de twee delen, het Oostelijke en het Westelijke, vond er een drievoudige verdeling van het rijk plaats. De eerste deed zich voor in 311 n.Chr., toen het werd verdeeld tussen Constantijn, Licinius en Maximinus; de andere in 337 n.Chr., bij de dood van Constantijn, onder Constans en Constantius.’” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 480.
The historical phenomenon of Rome being divided into three parts, and also two parts that is referenced by the historians which Smith cites, are the elements of Rome that identify the threefold union of Modern Rome, that makes up a structure that is divided into two, representing the combination of church and state. When Smith continues he then identifies the historical figure associated with the second trumpet.
Het historische verschijnsel dat Rome in drie delen werd verdeeld, en ook in twee delen, waarnaar de historici verwijzen die Smith aanhaalt, zijn de elementen van Rome die de drievoudige unie van het moderne Rome kenmerken, welke een structuur vormt die in tweeën is verdeeld en de vereniging van kerk en staat voorstelt. Wanneer Smith vervolgens verdergaat, identificeert hij daarna de historische figuur die met de tweede bazuin verbonden is.
“The history illustrative of the sounding of the second trumpet evidently relates to the invasion and conquest of Africa, and afterward of Italy, by the terrible Genseric. His conquests were for the most part NAVAL; and his triumphs were “as it were a great mountain burning with fire, cast into the sea.” What figure would better, or even so well, illustrate the collision of navies, and the general havoc of war on the maritime coasts? In explaining this trumpet, we are to look for some events which will have a particular bearing on the commercial world. The symbol used naturally leads us to look for agitation and commotion. Nothing but a fierce maritime warfare would fulfil the prediction. If the sounding of the first four trumpets relates to four remarkable events which contributed to the downfall of the Roman empire, and the first trumpet refers to the ravages of the Goths under Alaric, in this we naturally look for the next succeeding act of invasion which shook the Roman power and conduced to its fall. The next great invasion was that of “the terrible Genseric,” at the head of the Vandals. His career occurred during the years A.D. 428–468. This great Vandal chief had his headquarters in Africa. . ..
„De geschiedenis die een illustratie biedt van het blazen van de tweede bazuin, heeft kennelijk betrekking op de inval in en verovering van Afrika, en daarna van Italië, door de geduchte Genserik. Zijn veroveringen waren grotendeels TER ZEE; en zijn triomfen waren „als het ware een grote berg, brandende van vuur, in de zee geworpen”. Welke voorstelling zou beter, of zelfs maar even goed, de botsing van vloten en de algemene verwoesting van de oorlog langs de zeekusten kunnen uitbeelden? Bij de verklaring van deze bazuin moeten wij uitzien naar gebeurtenissen die in het bijzonder betrekking zullen hebben op de handelswereld. Het gebruikte symbool brengt ons er van nature toe onrust en beroering te verwachten. Niets anders dan een felle zeeoorlog zou de voorzegging vervullen. Indien het blazen van de eerste vier bazuinen betrekking heeft op vier opmerkelijke gebeurtenissen die hebben bijgedragen tot de ondergang van het Romeinse rijk, en de eerste bazuin ziet op de verwoestingen van de Goten onder Alarik, dan zien wij hierin vanzelf uit naar de daaropvolgende daad van inval die de Romeinse macht deed wankelen en tot haar val bijdroeg. De volgende grote inval was die van „de geduchte Genserik”, aan het hoofd van de Vandalen. Zijn optreden viel in de jaren n.Chr. 428–468. Deze grote Vandalenvorst had zijn hoofdkwartier in Afrika....”
“Concerning the important part which this bold corsair acted in the downfall of Rome, Mr. Gibbon uses this significant language: ‘Genseric, a name which, in the destruction of the Roman empire, has deserved an equal rank with the names of Alaric and Attila.’” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 481, 484.
“Met betrekking tot de belangrijke rol die deze stoutmoedige zeerovershoofdman speelde in de ondergang van Rome, gebruikt de heer Gibbon deze veelbetekenende woorden: ‘Genseric, een naam die, in de vernietiging van het Romeinse rijk, een gelijke rang heeft verdiend met de namen van Alarik en Attila.’” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 481, 484.
Smith, while quoting the historian Gibbon, who pointed out the historical symbols of the first three trumpets, identified that Genseric was the second trumpet and then said that Genseric, “deserved equal rank with Alaric and Attila.” Alaric is the first trumpet, Genseric the second and Attila the Hun was the third trumpet, which is addressed in verse ten. Smith pointed out that the second trumpet, represented by Genseric, represented the history of “428-468.” Then Smith quotes verse ten which identifies the third trumpet, and continues his narrative:
Smith identificeerde, terwijl hij de geschiedschrijver Gibbon aanhaalde, die wees op de historische symbolen van de eerste drie bazuinen, dat Genserik de tweede bazuin was, en zei vervolgens dat Genserik „gelijke rang verdiende met Alarik en Attila.” Alarik is de eerste bazuin, Genserik de tweede, en Attila de Hun was de derde bazuin, die in vers tien wordt behandeld. Smith wees erop dat de tweede bazuin, voorgesteld door Genserik, de geschiedenis van „428-468” vertegenwoordigde. Vervolgens citeert Smith vers tien, dat de derde bazuin aanduidt, en vervolgt hij zijn relaas:
“In the interpretation and application of this passage, we are brought to the third important event which resulted in the subversion of the Roman empire. And in finding a historical fulfilment of this third trumpet, we shall be indebted to the Notes of Dr. Albert Barnes for a few extracts. In explaining this scripture, it is necessary, as this commentator says, ‘That there should be some chieftain or warrior who might be compared to a blazing meteor; whose course would be singularly brilliant; who would appear suddenly LIKE a blazing star, and then disappear like a star whose light was quenched in the waters.’— Notes on Revelation 8.
„Bij de uitlegging en toepassing van deze passage worden wij gebracht tot de derde gewichtige gebeurtenis die heeft geleid tot de ondermijning van het Romeinse rijk. En bij het vinden van een historische vervulling van deze derde bazuin zullen wij voor enkele uittreksels schatplichtig zijn aan de Notes van dr. Albert Barnes. Bij de verklaring van deze schriftplaats is het noodzakelijk, zoals deze commentator zegt, ‘Dat er een of andere aanvoerder of krijgsman zou zijn die vergeleken kon worden met een vlammende meteoor; wiens loop buitengewoon schitterend zou zijn; die plotseling zou verschijnen ALS een brandende ster, en dan verdwijnen als een ster welker licht in de wateren werd uitgeblust.’— Notes on Revelation 8.
“It is here premised that this trumpet has allusion to the desolating wars and furious invasions of Attila against the Roman power, which he carried on at the head of his hordes of Huns. . ..
„Hier wordt vooraf verondersteld dat deze bazuin zinspeelt op de verwoestende oorlogen en woeste invallen van Attila tegen de Romeinse macht, die hij aan het hoofd van zijn horden Hunnen voerde....“
“‘And the Name of the Star is Called Wormwood [denoting the bitter consequences].’ These words—which are more intimately connected with the preceding verse, as even the punctuation in our version denotes—recall us for a moment to the character of Attila, to the misery of which he was the author or the instrument, and to the terror that was inspired by his name.
“‘En de naam van de ster wordt Alsem genoemd [duidend op de bittere gevolgen].’ Deze woorden—die, zoals zelfs de interpunctie in onze vertaling aangeeft, nauwer met het voorgaande vers verbonden zijn—brengen ons voor een ogenblik terug bij het karakter van Attila, bij de ellende waarvan hij de bewerker of het werktuig was, en bij de verschrikking die door zijn naam werd ingegeven.
“‘Total extirpation and erasure,’ are terms which best denote the calamities he inflicted.’ He styled himself, ‘The Scourge of God.’” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 484, 487.
“‘Volledige uitroeiing en vernietiging’ zijn termen die het best de rampspoeden aanduiden die hij veroorzaakte.’ Hij noemde zichzelf: ‘De Gesel van God.’” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 484, 487.
The history of the third trumpet, represented by Attila the Hun, was the year 441, unto his death in the year 453. Smith then quotes verse twelve, which presents the fourth trumpet and describes the barbarian monarch Odoacer, where the threefold symbolism of Western Rome is represented by the sun, the moon and the stars. He identifies the three symbols as symbols of the “sun, moon, and stars—for they are undoubtedly here used as symbols—evidently denote the great luminaries of the Roman government,—its emperors, senators, and consuls. Bishop Newton remarks that the last emperor of Western Rome was Romulus, who in derision was called Augustulus, or the “diminutive Augustus.” Western Rome fell A.D. 476. Still, however, though the Roman sun was extinguished, its subordinate luminaries shone faintly while the senate and consuls continued. But after many civil reverses and changes of political fortune, at length, A.D. 566, the whole form of the ancient government was subverted, and Rome itself was reduced form being the empress of the world to a poor dukedom tributary to the Exarch of Ravenna.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 487.
De geschiedenis van de derde bazuin, voorgesteld door Attila de Hun, strekte zich uit van het jaar 441 tot aan zijn dood in het jaar 453. Smith citeert vervolgens vers twaalf, dat de vierde bazuin voorstelt en de barbaarse vorst Odoaker beschrijft, waarbij de drievoudige symboliek van West-Rome wordt voorgesteld door de zon, de maan en de sterren. Hij duidt de drie symbolen aan als symbolen van de “zon, maan en sterren—want zij worden hier ongetwijfeld als symbolen gebruikt—en duiden kennelijk de grote lichten van het Romeinse bestuur aan,—zijn keizers, senatoren en consuls. Bisschop Newton merkt op dat de laatste keizer van West-Rome Romulus was, die spottend Augustulus werd genoemd, of de ‘verkleinde Augustus’. West-Rome viel in 476 n.Chr. Toch bleven, hoewel de Romeinse zon was uitgeblust, haar ondergeschikte lichten nog zwak schijnen, terwijl de senaat en de consuls bleven voortbestaan. Maar na vele burgerlijke tegenslagen en veranderingen van politiek lot werd ten slotte, in 566 n.Chr., de gehele vorm van het oude bestuur omvergeworpen, en Rome zelf werd teruggebracht van keizerin van de wereld tot een arm hertogdom, schatplichtig aan de Exarch van Ravenna.” Uriah Smith, Daniël en Openbaring, 487.
Here we find another witness to the threefold division of Rome, that prefigures the threefold union of modern Rome. With eastern Rome and emperor Constantine the threefold division was represented by his three sons, but with western Rome it was their threefold form of government. Smith then identifies that the sun, moon, and stars represent a specific order in which western Rome was brought down. He concludes his narrative with the following introduction of the last three trumpets.
Hier vinden wij nog een getuige van de drievoudige verdeling van Rome, die voorafschaduwt wat de drievoudige unie van het moderne Rome zou zijn. Bij het oostelijke Rome en keizer Constantijn werd de drievoudige verdeling vertegenwoordigd door zijn drie zonen, maar bij het westelijke Rome door hun drievoudige regeringsvorm. Smith stelt vervolgens vast dat de zon, de maan en de sterren een specifieke volgorde aanduiden waarin het westelijke Rome ten val werd gebracht. Hij besluit zijn relaas met de volgende inleiding op de laatste drie bazuinen.
“Fearful as were the calamities brought upon the empire by the first incursions of these barbarians, they were comparatively light as contrasted with the calamities which were to follow. They were but as the preliminary drops of a shower before the torrent which was soon to fall upon the Roman world. The three remaining trumpets are overshadowed with a cloud of woe, as set forth in the following verses.
“Hoe ontzagwekkend ook de rampen waren die door de eerste invallen van deze barbaren over het rijk werden gebracht, zij waren betrekkelijk gering in vergelijking met de rampen die nog zouden volgen. Zij waren slechts als de eerste druppels van een regenbui vóór de stortvloed die weldra over de Romeinse wereld zou neerkomen. De drie overblijvende bazuinen worden overschaduwd door een wolk van wee, zoals in de volgende verzen wordt uiteengezet.
“‘VERSE 13. And I beheld, and heard an angel flying through the midst of heaven, saying with a loud voice, Woe, woe, woe, to the inhabiters of the earth by reason of the other voices of the trumpet of the three angels, which are yet to sound.’
‘VERS 13. En ik zag, en ik hoorde een engel vliegen door het midden des hemels, die met luider stem zei: Wee, wee, wee hun die op de aarde wonen, vanwege de overige bazuinstemmen van de drie engelen, die nog moeten bazuinen.’
“This angel is not one of the series of the seven trumpet angels, but simply one who announces that the three remaining trumpets are woe trumpets, on account of the more terrible events to transpire under their sounding. Thus the next, or fifth trumpet, is the first woe; the sixth trumpet, the second woe; and the seventh, the last one in this series of seven trumpets, is the third woe.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 493.
„Deze engel behoort niet tot de reeks van de zeven bazuinengelen, maar is eenvoudig iemand die aankondigt dat de drie overblijvende bazuinen wee-bazuinen zijn, vanwege de vreselijker gebeurtenissen die onder hun geklank zullen plaatsvinden. Zo is de volgende, of vijfde bazuin, het eerste wee; de zesde bazuin het tweede wee; en de zevende, de laatste in deze reeks van zeven bazuinen, het derde wee.” Uriah Smith, Daniel and Revelation, 493.
We will continue with the three trumpet Woes in the next article.
Wij zullen in het volgende artikel verdergaan met de drie bazuinweeën.
“The calamities of imperial Rome, in its downfall, were told to the very last of them, till Rome was without an emperor, a consul, or a senate. ‘Under the Exarchs of Ravenna, Rome was degraded to the second rank.’ The third part of the sun was smitten, and the third part of the moon, and the third part of the stars. The race of the Caesars was not extinct with the emperors of the West. Rome, before its fall, possessed but a portion of the imperial power. Constantinople divided with it the empire of the world. And neither Goths nor Vandals lorded over that still imperial city, the emperor of which, after the first transference of the seat of empire by Constantine, often held the emperor of Rome as his nominee and vicegerent. And the fate of Constantinople was reserved till other ages, and was announced by other trumpets. Of the sun, the moon, and the stars, as yet but the third part was smitten.
„De rampen van het keizerlijke Rome werden, in zijn ondergang, tot de allerlaatste ervan toe aangekondigd, totdat Rome zonder keizer, consul of senaat was. ‘Onder de Exarchen van Ravenna werd Rome tot de tweede rang vernederd.’ Het derde deel van de zon werd getroffen, en het derde deel van de maan, en het derde deel van de sterren. Het geslacht van de Caesars was met de keizers van het Westen niet uitgestorven. Rome bezat, vóór zijn val, slechts een deel van de keizerlijke macht. Constantinopel deelde met haar het wereldrijk. En noch Goten noch Vandalen heersten over die nog altijd keizerlijke stad, wier keizer, na de eerste verplaatsing van de zetel van het rijk door Constantijn, de keizer van Rome dikwijls als zijn gevolmachtigde en stadhouder aanstelde. En het lot van Constantinopel was voor latere tijden weggelegd en werd door andere bazuinen aangekondigd. Van de zon, de maan en de sterren was vooralsnog slechts het derde deel getroffen.“
“The concluding words of the Fourth Trumpet imply the future restoration of the Western Empire: ‘The day shone not for the third part of it, and the night likewise.’ In respect to civil authority, Rome became subject to Ravenna, and Italy was a conquered province of the Eastern Empire. But, as more appropriately pertaining to other prophecies, the defense of the worship of images first brought the spiritual and temporal powers of the pope and of the emperor into violent collision; and, by conferring on the pope all authority over the churches, Justinian laid his helping hand to the promotion of the papal supremacy, which afterward assumed the power of creating monarchs. In the year of our Lord 800, the pope conferred on Charlemagne the title of Emperor of the Romans.’—Keith. That title was again transferred from the king of France to the king of Germany. And by the Emperor Francis the Second even this fiction was finally and forever renounced, Aug. 6, 1806.” A. T. Jones, The Great Nations of Today, 54.
„De slotwoorden van de Vierde Bazuin duiden op het toekomstige herstel van het Westelijke Rijk: ‘De dag scheen niet voor het derde deel ervan, en evenmin de nacht.’ Met betrekking tot het burgerlijk gezag werd Rome onderworpen aan Ravenna, en Italië was een veroverde provincie van het Oostelijke Rijk. Maar, zoals meer in het bijzonder tot andere profetieën behorend, bracht de verdediging van de beeldenverering voor het eerst de geestelijke en wereldlijke machten van de paus en van de keizer in een gewelddadige botsing; en door aan de paus alle gezag over de kerken te verlenen, legde Justinianus zijn helpende hand aan de bevordering van de pauselijke opperheerschappij, die later de macht aannam om monarchen te scheppen. In het jaar onzes Heeren 800 verleende de paus aan Karel de Grote de titel van Keizer der Romeinen.’—Keith. Die titel werd vervolgens opnieuw overgedragen van de koning van Frankrijk op de koning van Duitsland. En door keizer Frans de Tweede werd zelfs deze fictie uiteindelijk en voorgoed prijsgegeven, 6 aug. 1806.” A. T. Jones, The Great Nations of Today, 54.