Sister White identifies the soon-coming Sunday law as the “sign,” that was typified by the armies of Rome encompassing Jerusalem in the year 66, and in doing so, she identifies a class who have eyes that see not, and ears that hear not.

Zuster White duidt de spoedig komende zondagswet aan als het „teken”, dat voorafgeschaduwd werd door de legers van Rome die Jeruzalem in het jaar 66 omsingelden, en daarmee wijst zij een klasse aan die ogen heeft die niet zien en oren die niet horen.

“Eternity stretches before us. The curtain is about to be lifted. We who occupy this solemn, responsible position, what are we doing, what are we thinking about, that we cling to our selfish love of ease, while souls are perishing around us? Have our hearts become utterly callous? Cannot we feel or understand that we have a work to do for the salvation of others? Brethren, are you of the class who having eyes see not, and having ears hear not? Is it in vain that God has given you a knowledge of His will? Is it in vain that He has sent you warning after warning? Do you believe the declarations of eternal truth concerning what is about to come upon the earth, do you believe that God’s judgments are hanging over the people, and can you still sit at ease, indolent, careless, pleasure loving?

„De eeuwigheid strekt zich voor ons uit. Het gordijn staat op het punt te worden opgelicht. Wij die deze plechtige, verantwoordelijke positie innemen, wat doen wij, waaraan denken wij, dat wij vasthouden aan onze zelfzuchtige liefde voor gemak, terwijl zielen rondom ons verloren gaan? Zijn onze harten geheel ongevoelig geworden? Kunnen wij niet voelen of begrijpen dat wij een werk te verrichten hebben voor het heil van anderen? Broeders, behoort u tot de klasse die, hoewel zij ogen heeft, niet ziet, en, hoewel zij oren heeft, niet hoort? Is het tevergeefs dat God u kennis van Zijn wil heeft gegeven? Is het tevergeefs dat Hij u waarschuwing op waarschuwing heeft gezonden? Gelooft u de verklaringen van de eeuwige waarheid aangaande wat op het punt staat over de aarde te komen, gelooft u dat Gods oordelen boven het volk hangen, en kunt u dan nog rustig neerzitten, traag, zorgeloos, genotzuchtig?”

“It is no time now for God’s people to be fixing their affections or laying up their treasure in the world. The time is not far distant, when, like the early disciples, we shall be forced to seek a refuge in desolate and solitary places. As the siege of Jerusalem by the Roman armies was the signal for flight to the Judean Christians, so the assumption of power on the part of our nation in the decree enforcing the papal sabbath will be a warning to us. It will then be time to leave the large cities, preparatory to leaving the smaller ones for retired homes in secluded places among the mountains.” Testimonies, volume 5, 464.

„Dit is niet de tijd voor Gods volk om zijn genegenheden te hechten aan de wereld of zijn schat daarin op te leggen. De tijd is niet ver meer verwijderd dat wij, evenals de eerste discipelen, gedwongen zullen worden een toevlucht te zoeken in verlaten en eenzame plaatsen. Zoals de belegering van Jeruzalem door de Romeinse legers het teken tot vlucht was voor de christenen in Judea, zo zal het in bezit nemen van de macht door onze natie in het decreet dat de pauselijke sabbat handhaaft, voor ons een waarschuwing zijn. Dan zal het de tijd zijn de grote steden te verlaten, ter voorbereiding op het verlaten van de kleinere steden om zich terug te trekken in afgelegen woningen op eenzame plaatsen in de bergen.” Testimonies, deel 5, 464.

The soon coming Sunday law in the United States is the warning signal (sign), “to leave the large cities, preparatory to leaving the smaller ones for retired homes in secluded places among the mountains.” Laodicean Adventism is largely unaware that the Sunday law crisis in the United States, fulfills the “sign” spoken of in The Great Controversy. It is typified by the “sign” at the beginning of the three and a half years. The “sign” which was fulfilled in the first siege of Jerusalem that was brought in the year 66, and it typifies the “ensign” that is lifted up at the soon-coming Sunday law.

De spoedig komende zondagswet in de Verenigde Staten is het waarschuwingssignaal (teken) „om de grote steden te verlaten, ter voorbereiding op het verlaten van de kleinere voor afgelegen woningen op eenzame plaatsen in de bergen.” Het Laodiceïsche Adventisme is zich er grotendeels niet van bewust dat de crisis van de zondagswet in de Verenigde Staten het „teken” vervult waarover in The Great Controversy gesproken wordt. Deze wordt voorafgebeeld door het „teken” aan het begin van de drie en een half jaar. Het „teken” dat vervuld werd bij het eerste beleg van Jeruzalem, dat in het jaar 66 plaatsvond, en het beeldt de „banier” uit die opgericht wordt bij de spoedig komende zondagswet.

The actual destruction of Jerusalem was accomplished by Titus in the year 70 AD, and the siege of Titus had been first typified in the 66 AD siege of Cestius, for Jesus always illustrates the end of a thing with the beginning of a thing. It was the beginning siege of Cestius that was the “sign” to flee that Jesus had given, not the siege of Titus. One was the siege at the beginning, the other was the siege at the end.

De feitelijke verwoesting van Jeruzalem werd voltrokken door Titus in het jaar 70 n.Chr., en het beleg door Titus was eerst voorafgeschaduwd in het beleg van Cestius in 66 n.Chr., want Jezus illustreert altijd het einde van een zaak met het begin van een zaak. Het was het aanvankelijke beleg door Cestius dat het „teken” was om te vluchten dat Jezus had gegeven, niet het beleg door Titus. Het ene was het beleg aan het begin, het andere was het beleg aan het einde.

Not one Christian perished in the destruction of Jerusalem. Christ had given His disciples warning, and all who believed His words watched for the promised sign. ‘When ye shall see Jerusalem compassed with armies,’ said Jesus, ‘then know that the desolation thereof is nigh. Then let them which are in Judea flee to the mountains; and let them which are in the midst of it depart out.’ Luke 21:20, 21. After the Romans under Cestius had surrounded the city, they unexpectedly abandoned the siege when everything seemed favorable for an immediate attack. The besieged, despairing of successful resistance, were on the point of surrender, when the Roman general withdrew his forces without the least apparent reason. But God’s merciful providence was directing events for the good of His own people. The promised sign had been given to the waiting Christians, and now an opportunity was offered for all who would, to obey the Saviour’s warning. Events were so overruled that neither Jews nor Romans should hinder the flight of the Christians. Upon the retreat of Cestius, the Jews, sallying from Jerusalem, pursued after his retiring army; and while both forces were thus fully engaged, the Christians had an opportunity to leave the city. At this time the country also had been cleared of enemies who might have endeavored to intercept them. At the time of the siege, the Jews were assembled at Jerusalem to keep the Feast of Tabernacles, and thus the Christians throughout the land were able to make their escape unmolested. Without delay they fled to a place of safety—the city of Pella, in the land of Perea, beyond Jordan.” The Great Controversy, 30.

„Niet één christen kwam om bij de verwoesting van Jeruzalem. Christus had Zijn discipelen gewaarschuwd, en allen die Zijn woorden geloofden, sloegen acht op het beloofde teken. ‘Wanneer gij nu Jeruzalem door legers omsingeld ziet,’ zei Jezus, ‘weet dan dat zijn verwoesting nabij is. Laten dan zij die in Judea zijn, naar de bergen vluchten; en laten zij die in het midden ervan zijn, wegtrekken.’ Lukas 21:20, 21. Nadat de Romeinen onder Cestius de stad hadden omsingeld, hieven zij onverwacht het beleg op, juist toen alles gunstig scheen voor een onmiddellijke aanval. De belegerden, die de hoop op succesvolle weerstand hadden opgegeven, stonden op het punt zich over te geven, toen de Romeinse bevelhebber zijn troepen zonder de minste schijnbare reden terugtrok. Maar Gods barmhartige voorzienigheid bestuurde de gebeurtenissen ten goede van Zijn eigen volk. Het beloofde teken was aan de wachtende christenen gegeven, en nu werd aan allen die wilden een gelegenheid geboden om de waarschuwing van de Heiland te gehoorzamen. De gebeurtenissen werden zó geleid dat noch Joden noch Romeinen de vlucht van de christenen zouden verhinderen. Toen Cestius zich terugtrok, trokken de Joden uit Jeruzalem op en zetten de achtervolging in op zijn terugwijkende leger; en terwijl beide strijdmachten aldus ten volle in beslag waren genomen, kregen de christenen gelegenheid de stad te verlaten. In die tijd was ook het land gezuiverd van vijanden die hadden kunnen trachten hen te onderscheppen. Ten tijde van het beleg waren de Joden in Jeruzalem samengekomen om het Loofhuttenfeest te vieren, en zo konden de christenen in het hele land ongehinderd ontkomen. Zonder uitstel vluchtten zij naar een veilige plaats — de stad Pella, in het land Perea, aan de overzijde van de Jordaan.” The Great Controversy, 30.

The siege of Jerusalem by Cestius in the year 66 fulfilled the warning “sign” which Christ had recorded for the Christians of that history, but the siege of Titus in 70 AD provided no “sign” to flee. In that siege there were no Christians left in the city, and that last siege led to the destruction of Jerusalem, and in the destruction of Jerusalem “not one Christian perished,” for the Christians had fled at the beginning of the history.

Het beleg van Jeruzalem door Cestius in het jaar 66 vervulde het waarschuwende „teken” dat Christus voor de christenen van die geschiedenis had vastgelegd, maar het beleg van Titus in 70 n.Chr. bood geen „teken” om te vluchten. Bij dat beleg waren er geen christenen meer in de stad, en dat laatste beleg leidde tot de verwoesting van Jeruzalem, en bij de verwoesting van Jeruzalem „kwam niet één christen om”, want de christenen waren aan het begin van die geschiedenis gevlucht.

“The Jewish forces, pursuing after Cestius and his army, fell upon their rear with such fierceness as to threaten them with total destruction. It was with great difficulty that the Romans succeeded in making their retreat. The Jews escaped almost without loss, and with their spoils returned in triumph to Jerusalem. Yet this apparent success brought them only evil. It inspired them with that spirit of stubborn resistance to the Romans which speedily brought unutterable woe upon the doomed city.

“De Joodse strijdkrachten, die Cestius en zijn leger achtervolgden, vielen hun achterhoede met zulk een hevigheid aan dat zij hun volledige vernietiging dreigden. Slechts met de grootste moeite slaagden de Romeinen erin zich terug te trekken. De Joden ontsnapten vrijwel zonder verlies en keerden met hun buit in triomf naar Jeruzalem terug. Toch bracht dit schijnbare succes hun slechts onheil. Het bezielde hen met die geest van hardnekkig verzet tegen de Romeinen die weldra onuitsprekelijke rampspoed over de ten dode opgeschreven stad bracht.”

“Terrible were the calamities that fell upon Jerusalem when the siege was resumed by Titus. The city was invested at the time of the Passover, when millions of Jews were assembled within its walls.” The Great Controversy, 31.

„Verschrikkelijk waren de rampen die over Jeruzalem kwamen toen het beleg door Titus werd hervat. De stad werd ingesloten ten tijde van het Pascha, toen miljoenen Joden binnen haar muren bijeenvergaderd waren.” The Great Controversy, 31.

From the feast of Tabernacles in the year 66 unto the Passover in the year 70 is three and a half years, which prophetically is twelve hundred and sixty days. From the year 66 to the year 70 pagan Rome trampled down the sanctuary and host, just as papal Rome tread down the holy city for forty-two months from the year 538 unto 1798.

Van het Loofhuttenfeest in het jaar 66 tot aan het Pascha in het jaar 70 zijn drie en een half jaar, hetgeen profetisch twaalfhonderdzestig dagen is. Van het jaar 66 tot het jaar 70 vertrapte het heidense Rome het heiligdom en het heerleger, evenals het pauselijke Rome de heilige stad vertrad gedurende tweeënveertig maanden, van het jaar 538 tot aan 1798.

But the court which is without the temple leave out, and measure it not; for it is given unto the Gentiles: and the holy city shall they tread under foot forty and two months. Revelation 11:2.

Maar laat de voorhof die buiten de tempel is, buiten beschouwing en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang. Openbaring 11:2.

Both pagan Rome and papal Rome trampled down Jerusalem for twelve hundred and sixty days (years), thus identifying that modern Rome would trample down spiritual Jerusalem of the last days for a symbolic period of twelve hundred and sixty days. That symbolic period would commence at the soon-coming Sunday law in the United States, when the deadly wound is healed.

Zowel het heidense Rome als het pauselijke Rome vertrapten Jeruzalem gedurende twaalfhonderdzestig dagen (jaren), en identificeerden aldus dat het moderne Rome het geestelijke Jeruzalem van de laatste dagen zou vertrappen gedurende een symbolische periode van twaalfhonderdzestig dagen. Die symbolische periode zou aanvangen met de spoedig komende zondagswet in de Verenigde Staten, wanneer de dodelijke wond is genezen.

And I saw one of his heads as it were wounded to death; and his deadly wound was healed: and all the world wondered after the beast. And they worshipped the dragon which gave power unto the beast: and they worshipped the beast, saying, Who is like unto the beast? who is able to make war with him? And there was given unto him a mouth speaking great things and blasphemies; and power was given unto him to continue forty and two months. Revelation 13:3–5.

En ik zag een van zijn koppen als ten dode gewond; en zijn dodelijke wond werd genezen; en de gehele wereld verwonderde zich achter het beest aan. En zij aanbaden de draak, die het beest macht had gegeven; en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? wie is in staat oorlog met hem te voeren? En hem werd een mond gegeven, sprekende grote dingen en godslasteringen; en hem werd macht gegeven dit te doen gedurende tweeënveertig maanden. Openbaring 13:3–5.

The symbolic forty-two months of papal persecution is the “hour,” of the Sunday law crisis. That “hour” begins with a “sign” (the ensign), and ends with “signs.” The “sign” of the ensign at the Sunday law, will cause any Christians still in Babylon to flee to the glorious holy mountain that has been exalted (lifted up) above the other hills.

De symbolische tweeënveertig maanden van pauselijke vervolging vormen het „uur” van de crisis van de zondagswet. Dat „uur” begint met een „teken” (de banier) en eindigt met „tekenen”. Het „teken” van de banier bij de zondagswet zal alle christenen die zich nog in Babylon bevinden, doen vluchten naar de heerlijke heilige berg, die boven de andere heuvels is verheven (omhooggeheven).

And it shall come to pass in the last days, that the mountain of the Lord’s house shall be established in the top of the mountains, and shall be exalted above the hills; and all nations shall flow unto it. And many people shall go and say, Come ye, and let us go up to the mountain of the Lord, to the house of the God of Jacob; and he will teach us of his ways, and we will walk in his paths: for out of Zion shall go forth the law, and the word of the Lord from Jerusalem. Isaiah 2:2, 3.

En het zal geschieden in de laatste dagen, dat de berg van het huis des Heren gevestigd zal zijn op de top der bergen en verheven zal worden boven de heuvelen; en alle volken zullen daarheen toestromen. En vele natiën zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan naar de berg des Heren, naar het huis van de God van Jakob; en Hij zal ons onderwijzen aangaande Zijn wegen, en wij zullen wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des Heren woord uit Jeruzalem. Jesaja 2:2, 3.

The flight from the cities at the decree enforcing Sunday worship was typified by both the flight of the Christians in the year 66, and the flight of the church in the year 538 that fled into the wilderness.

De vlucht uit de steden bij het decreet dat de zondagsverering afdwong, werd uitgebeeld zowel door de vlucht van de christenen in het jaar 66 als door de vlucht van de kerk in het jaar 538, die naar de woestijn vluchtte.

And the woman fled into the wilderness, where she hath a place prepared of God, that they should feed her there a thousand two hundred and threescore days. Revelation 12:6.

En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat men haar daar zou voeden duizend tweehonderd zestig dagen. Openbaring 12:6.

The destruction of Jerusalem from the first siege to the last siege lasted three and a half years, but a warning message of the coming destruction was given for seven years, three and a half years before the first siege and three and a half years after.

De verwoesting van Jeruzalem duurde vanaf de eerste belegering tot aan de laatste belegering drieënhalf jaar, maar een waarschuwingsboodschap van de komende verwoesting werd gedurende zeven jaar gegeven: drieënhalf jaar vóór de eerste belegering en drieënhalf jaar erna.

“All the predictions given by Christ concerning the destruction of Jerusalem were fulfilled to the letter. The Jews experienced the truth of His words of warning: ‘With what measure ye mete, it shall be measured to you again.’ Matthew 7:2.

„Alle voorspellingen die Christus gaf met betrekking tot de verwoesting van Jeruzalem, werden letterlijk vervuld. De Joden ondervonden de waarheid van Zijn waarschuwende woorden: ‘Met welke maat gij meet, zal u weder gemeten worden.’ Mattheüs 7:2.

Signs and wonders appeared, foreboding disaster and doom. In the midst of the night an unnatural light shone over the temple and the altar. Upon the clouds at sunset were pictured chariots and men of war gathering for battle. The priests ministering by night in the sanctuary were terrified by mysterious sounds; the earth trembled, and a multitude of voices were heard crying: ‘Let us depart hence.’ The great eastern gate, which was so heavy that it could hardly be shut by a score of men, and which was secured by immense bars of iron fastened deep in the pavement of solid stone, opened at midnight, without visible agency.—Milman, The History of the Jews, book 13.

„Tekenen en wonderen verschenen en voorspelden rampspoed en ondergang. Midden in de nacht scheen een onnatuurlijk licht over de tempel en het altaar. Op de wolken bij zonsondergang werden strijdwagens en krijgslieden afgebeeld die zich voor de strijd verzamelden. De priesters die des nachts in het heiligdom dienst deden, werden door geheimzinnige geluiden met schrik vervuld; de aarde beefde, en een menigte stemmen werd gehoord die riep: ‘Laat ons vanhier vertrekken.’ De grote oostelijke poort, die zo zwaar was dat zij nauwelijks door een twintigtal mannen kon worden gesloten, en die was vergrendeld met reusachtige ijzeren stangen, diep bevestigd in de plaveien van massieve steen, opende zich te middernacht zonder zichtbare oorzaak.—Milman, The History of the Jews, boek 13.

“For seven years a man continued to go up and down the streets of Jerusalem, declaring the woes that were to come upon the city. By day and by night he chanted the wild dirge: ‘A voice from the east! a voice from the west! a voice from the four winds! a voice against Jerusalem and against the temple! a voice against the bridegrooms and the brides! a voice against the whole people!’—Ibid. This strange being was imprisoned and scourged, but no complaint escaped his lips. To insult and abuse he answered only: ‘Woe, woe to Jerusalem!’ ‘woe, woe to the inhabitants thereof!’ His warning cry ceased not until he was slain in the siege he had foretold.” The Great Controversy, 29, 30.

“Zeven jaar lang bleef een man de straten van Jeruzalem op en neer gaan en de weeën verkondigen die over de stad zouden komen. Bij dag en bij nacht zong hij de wilde klaagzang: ‘Een stem uit het oosten! een stem uit het westen! een stem uit de vier winden! een stem tegen Jeruzalem en tegen de tempel! een stem tegen de bruidegoms en de bruiden! een stem tegen het gehele volk!’—Ibid. Dit vreemde wezen werd gevangengezet en gegeseld, maar geen klacht kwam over zijn lippen. Op belediging en mishandeling antwoordde hij slechts: ‘Wee, wee Jeruzalem!’ ‘wee, wee haar inwoners!’ Zijn waarschuwende roep hield niet op totdat hij werd gedood in het beleg dat hij had voorzegd.” The Great Controversy, 29, 30.

The final destruction of literal Jerusalem in the year 70 was preceded by “signs and wonders” which identified “disaster and doom.” The warning “signs” were manifested for three and a half years before the first siege and for the three and a half years that led to the destruction. The “signs” (in the plural) that identified the coming destruction was not the “sign” of warning to flee, but a pronouncement of the imminent close of probation.

De uiteindelijke verwoesting van het letterlijke Jeruzalem in het jaar 70 werd voorafgegaan door „tekenen en wonderen” die „ramp en ondergang” aankondigden. De waarschuwende „tekenen” openbaarden zich gedurende drieënhalf jaar vóór de eerste belegering en gedurende de drieënhalf jaar die tot de verwoesting leidden. De „tekenen” (meervoud) die de komende verwoesting aanduidden, waren niet het „teken” van waarschuwing om te vluchten, maar een aankondiging van de aanstaande beëindiging van de genadetijd.

In the trampling down of spiritual Jerusalem from 538 to 1798, the “sign” of warning to flee, was when the abomination of desolation was when “that man of sin” was “revealed,” as “the son of perdition; Who opposeth and exalteth himself above all that is called God, or that is worshipped; so that he as God sitteth in the temple of God, showing himself that he is God.”

Bij de vertreding van het geestelijke Jeruzalem van 538 tot 1798 was het „teken” van waarschuwing om te vluchten het moment waarop de gruwel der verwoesting verscheen, toen „die mens der zonde” werd „geopenbaard” als „de zoon des verderfs; die zich verzet en verheft boven al wat God genaamd of als God vereerd wordt; zodat hij als God in de tempel Gods zit en van zichzelf vertoont dat hij God is.”

When ye therefore shall see the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet, stand in the holy place, (whoso readeth, let him understand.) Matthew 24:15.

Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet, zult zien staan in de heilige plaats — wie het leest, geve er acht op — Mattheüs 24:15.

When the Christians of that history recognized that “sign” they fled into the wilderness for twelve hundred and sixty years.

Toen de christenen uit die geschiedenis dat „teken” herkenden, vluchtten zij gedurende twaalfhonderdzestig jaar naar de woestijn.

“It required a desperate struggle for those who would be faithful to stand firm against the deceptions and abominations which were disguised in sacerdotal garments and introduced into the church. The Bible was not accepted as the standard of faith. The doctrine of religious freedom was termed heresy, and its upholders were hated and proscribed.

Er was een wanhopige strijd nodig voor hen die getrouw wilden zijn om standvastig weerstand te bieden aan de misleidingen en gruwelen die in priesterlijke gewaden waren vermomd en in de kerk werden ingevoerd. De Bijbel werd niet aanvaard als de maatstaf van het geloof. De leer van godsdienstvrijheid werd ketterij genoemd, en haar voorstanders werden gehaat en in de ban gedaan.

“After a long and severe conflict, the faithful few decided to dissolve all union with the apostate church if she still refused to free herself from falsehood and idolatry. They saw that separation was an absolute necessity if they would obey the word of God. They dared not tolerate errors fatal to their own souls, and set an example which would imperil the faith of their children and children’s children. To secure peace and unity they were ready to make any concession consistent with fidelity to God; but they felt that even peace would be too dearly purchased at the sacrifice of principle. If unity could be secured only by the compromise of truth and righteousness, then let there be difference, and even war.” The Great Controversy, 45.

„Na een lang en hevig conflict besloten de getrouwe weinigen alle verbondenheid met de afvallige kerk te verbreken, indien zij nog steeds weigerde zich van valsheid en afgoderij los te maken. Zij zagen in dat afscheiding een volstrekte noodzaak was, wilden zij gehoorzaam zijn aan het Woord van God. Zij durfden geen dwalingen te dulden die verderfelijk waren voor hun eigen zielen, noch een voorbeeld te stellen dat het geloof van hun kinderen en kindskinderen in gevaar zou brengen. Om vrede en eenheid te verzekeren, waren zij bereid elke concessie te doen die verenigbaar was met trouw aan God; maar zij voelden dat zelfs de vrede te duur zou zijn gekocht ten koste van het opofferen van beginsel. Indien eenheid slechts kon worden verzekerd door een compromis met waarheid en gerechtigheid, laat er dan verschil zijn, ja zelfs oorlog.” The Great Controversy, 45.

Approaching the conclusion of the twelve hundred and sixty years of papal persecution there were “signs” (in the plural), and as with the “signs” at the end of the twelve hundred and sixty days that pagan Rome trampled down literal Jerusalem; those “signs” were not signs to flee.

Naderend tot de voltooiing van de twaalfhonderdzestig jaren van pauselijke vervolging waren er „tekenen” (meervoud), en evenals bij de „tekenen” aan het einde van de twaalfhonderdzestig dagen waarin het heidense Rome het letterlijke Jeruzalem vertrapte, waren die „tekenen” geen tekenen om te vluchten.

“The Saviour gives signs of His coming, and more than this, He fixes the time when the first of these signs shall appear: ‘Immediately after the tribulation of those days shall the sun be darkened, and the moon shall not give her light, and the stars shall fall from heaven, and the powers of the heavens shall be shaken: and then shall appear the sign of the Son of man in heaven: and then shall all the tribes of the earth mourn, and they shall see the Son of man coming in the clouds of heaven with power and great glory. And He shall send His angels with a great sound of a trumpet, and they shall gather together His elect from the four winds, from one end of heaven to the other.’

„De Heiland geeft tekenen van Zijn komst, en meer dan dat: Hij bepaalt de tijd waarop het eerste van deze tekenen zal verschijnen: ‘En terstond na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden; en dan zal in de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen der aarde weeklagen, en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met kracht en grote heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.’”

“At the close of the great papal persecution, Christ declared, the sun should be darkened, and the moon should not give her light. Next, the stars should fall from heaven. And He says, ‘Learn a parable of the fig tree; When his branch is yet tender, and putteth forth leaves, ye know that summer is nigh: so likewise ye, when ye shall see all these things, know that He is near, even at the doors.’ Matthew 24:32, 33, margin.

“Aan het einde van de grote pauselijke vervolging, verklaarde Christus, zou de zon verduisterd worden en de maan haar licht niet geven. Vervolgens zouden de sterren van de hemel vallen. En Hij zegt: ‘Leert van de vijgenboom deze gelijkenis: Wanneer zijn tak nog teer is en de bladeren uitspruiten, weet gij dat de zomer nabij is; zo ook gij, wanneer gij al deze dingen zult zien, weet dan dat Hij nabij is, voor de deur.’ Mattheüs 24:32, 33, kanttekening.”

“Christ has given signs of His coming. He declares that we may know when He is near, even at the doors. He says of those who see these signs, ‘This generation shall not pass, till all these things be fulfilled.’ These signs have appeared. Now we know of a surety that the Lord’s coming is at hand. ‘Heaven and earth shall pass away,’ He says, ‘but My words shall not pass away.’” The Desire of Ages, 631, 632.

„Christus heeft tekenen van Zijn komst gegeven. Hij verklaart dat wij kunnen weten wanneer Hij nabij is, ja, voor de deur. Hij zegt van hen die deze tekenen zien: ‘Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat al deze dingen geschied zijn.’ Deze tekenen zijn verschenen. Nu weten wij met zekerheid dat de komst des Heeren nabij is. ‘Hemel en aarde zullen voorbijgaan,’ zegt Hij, ‘maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.’” The Desire of Ages, 631, 632.

When “the three and half years of Jerusalem being trampled down” by papal Rome was ending there was a series of “signs,” which identified the coming of Christ and ushered in the Millerite history. Millerite history is to be repeated to the very letter in the last days. Those “signs,” which appeared at “the close of the great papal persecution,” had been typified by “signs” that appeared as the closing of the three and a half years of the trampling down of Jerusalem from the year 66 to 70 by pagan Rome. Therefore, based upon two witnesses there will be a “sign” of the ensign which is lifted up at the hour of the great earthquake which is the sign of warning to flee in the history of modern Rome, and there will also be “signs” in the plural which occur at the closing of modern Rome’s period of persecution in the last days.

Toen „de drieënhalf jaar waarin Jeruzalem door het pauselijke Rome werd vertreden” ten einde liep, was er een reeks „tekenen” die de komst van Christus aanduidden en de Milleritische geschiedenis inluidden. De Milleritische geschiedenis zal in de laatste dagen tot op de letter worden herhaald. Die „tekenen”, die verschenen „bij het einde van de grote pauselijke vervolging”, waren voorafgeschaduwd door „tekenen” die zich voordeden bij het einde van de drieënhalf jaar van de vertreding van Jeruzalem, van het jaar 66 tot 70, door het heidense Rome. Daarom zal er, op grond van twee getuigen, een „teken” zijn van de banier die wordt opgeheven in het uur van de grote aardbeving, hetgeen het waarschuwingsteken is om te vluchten in de geschiedenis van het moderne Rome; en er zullen ook „tekenen” zijn, in het meervoud, die zich voordoen bij het einde van de vervolgingsperiode van het moderne Rome in de laatste dagen.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“Read the 21st chapter of Luke. In it Christ gives the warning, ‘Take heed to yourselves, lest at any time your hearts be overcharged with surfeiting, and drunkenness, and cares of this life, and so that day come upon you unawares. For as a snare shall it come on all them that dwell on the face of the whole earth. Watch ye therefore, and pray always, that ye may be accounted worthy to escape all these things, and to stand before the Son of man’ (Luke 21:34–36).

„Lees het 21e hoofdstuk van Lukas. Daarin geeft Christus de waarschuwing: ‘Waakt over uzelf, opdat uw hart niet te eniger tijd bezwaard worde door brasserij en dronkenschap en zorgen van dit leven, en die dag u niet onverwachts overkome. Want als een strik zal hij komen over allen die wonen op de gehele aardbodem. Waakt dan te allen tijde en bidt, opdat gij waardig geacht moogt worden al deze dingen te ontvluchten en te staan voor de Zoon des mensen’ (Lukas 21:34–36).”

“The signs of the times are fulfilling in our world, yet the churches generally are represented as slumbering. Shall we not take warning from the experience of the foolish virgins, who when the call came, ‘Behold the bridegroom cometh; go ye out to meet him,’ found that they had no oil in their lamps? And while they went to buy oil, the bridegroom went in to the marriage supper with the wise virgins, and the door was shut. When the foolish virgins reached the banqueting hall, they received an unexpected denial. The master of the feast declared, ‘I know you not.’ They were left standing without in the empty street, in the blackness of the night.” Manuscript Releases, volume 15, 229.

‘De tekenen der tijden gaan in onze wereld in vervulling, en toch worden de kerken over het algemeen voorgesteld als sluimerend. Zullen wij geen waarschuwing ter harte nemen uit de ervaring van de dwaze maagden, die, toen de roep klonk: “Zie, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet,” ontdekten dat zij geen olie in hun lampen hadden? En terwijl zij heengingen om olie te kopen, ging de bruidegom met de wijze maagden naar binnen tot het bruiloftsmaal, en de deur werd gesloten. Toen de dwaze maagden de feestzaal bereikten, ontvingen zij een onverwachte afwijzing. De heer van het feest verklaarde: “Ik ken u niet.” Zij bleven buiten staan in de lege straat, in de duisternis van de nacht.’ Manuscript Releases, deel 15, 229.