The one-hundred and forty-four thousand are represented as those who are purified by the Messenger of the Covenant, and the great multitude are represented by the white robes of martyrdom. The first of the two sacred periods of the last days identifies the work of the messenger who prepares the way for the Messenger of the Covenant, and the second period represents the work of Elijah. The first period represents the investigative judgment of the living of Laodicean Adventism and the second period represents the executive judgment of modern Rome.
De honderdvierenveertigduizend worden voorgesteld als degenen die door de Boodschapper van het Verbond worden gereinigd, en de grote schare wordt voorgesteld door de witte gewaden van het martelaarschap. De eerste van de twee heilige perioden van de laatste dagen duidt het werk aan van de boodschapper die de weg bereidt voor de Boodschapper van het Verbond, en de tweede periode stelt het werk van Elia voor. De eerste periode stelt het onderzoekend oordeel over de levenden van het Laodiceaanse adventisme voor en de tweede periode stelt het uitvoerend oordeel over het moderne Rome voor.
The “sign” to flee the cities in the last days has been misunderstood by Laodicean Adventism. Sister White informs us the destruction of Jerusalem from 66 to 70 AD provides an illustration of the warning sign for God’s people in the last days.
Het „teken” om in de laatste dagen uit de steden te vluchten, is door het Laodicese adventisme verkeerd begrepen. Zuster White laat ons weten dat de verwoesting van Jeruzalem van 66 tot 70 n.Chr. een illustratie vormt van het waarschuwingsteken voor Gods volk in de laatste dagen.
“The time is not far distant, when, like the early disciples, we shall be forced to seek a refuge in desolate and solitary places. As the siege of Jerusalem by the Roman armies was the signal for flight to the Judean Christians, so the assumption of power on the part of our nation in the decree enforcing the papal sabbath will be a warning to us. It will then be time to leave the large cities, preparatory to leaving the smaller ones for retired homes in secluded places among the mountains.” Testimonies, volume 5, 464.
„De tijd is niet ver meer verwijderd waarop wij, evenals de eerste discipelen, gedwongen zullen worden een toevlucht te zoeken op eenzame en verlaten plaatsen. Zoals de belegering van Jeruzalem door de Romeinse legers voor de christenen in Judea het teken was om te vluchten, zo zal de machtsovername van onze natie in het decreet tot handhaving van de pauselijke sabbat voor ons een waarschuwing zijn. Dan zal het tijd zijn de grote steden te verlaten, ter voorbereiding op het verlaten van de kleinere, om zich terug te trekken in afgelegen woningen op afgezonderde plaatsen in de bergen.” Testimonies, deel 5, 464.
The siege of Jerusalem which was the sign to flee was the first siege brought by Cestius. Cestius therefore represented a threat that was temporarily removed, for once he set the siege, he then withdrew mysteriously, and historians have never been able to determine his logic for doing so.
Het beleg van Jeruzalem dat het teken was om te vluchten, was het eerste beleg dat door Cestius werd ingesteld. Cestius vertegenwoordigde derhalve een dreiging die tijdelijk werd weggenomen, want zodra hij het beleg had ingezet, trok hij zich vervolgens op mysterieuze wijze terug, en geschiedschrijvers hebben nooit kunnen vaststellen wat zijn beweegreden daarvoor was.
“After the Romans under Cestius had surrounded the city, they unexpectedly abandoned the siege when everything seemed favorable for an immediate attack.” The Great Controversy, 31.
„Nadat de Romeinen onder Cestius de stad hadden omsingeld, braken zij onverwacht het beleg af, toen alles gunstig scheen voor een onmiddellijke aanval.” The Great Controversy, 31.
In the 1880’s and 1890’s Senator Henry W. Blair from New Hampshire introduced a series of bills in Congress to designate Sunday as the National Day of Rest. These bills were commonly referred to as “Blair Sunday Bills.” Senator Blair was a strong advocate for observing Sunday as a day of rest and religious observance. He believed that a uniform day of rest would have positive moral and social effects on American society. While his efforts gained some support, especially from religious groups, they also faced opposition, including concerns about the separation of church and state.
In de jaren 1880 en 1890 diende senator Henry W. Blair uit New Hampshire in het Congres een reeks wetsvoorstellen in om de zondag aan te wijzen als de Nationale Rustdag. Deze wetsvoorstellen werden gewoonlijk aangeduid als de „Blair-zondagswetten”. Senator Blair was een krachtig voorstander van het onderhouden van de zondag als een dag van rust en godsdienstige viering. Hij geloofde dat een uniforme rustdag positieve morele en maatschappelijke gevolgen zou hebben voor de Amerikaanse samenleving. Hoewel zijn inspanningen enige steun verwierven, vooral van religieuze groeperingen, stuitten zij ook op verzet, waaronder bezwaren met betrekking tot de scheiding van kerk en staat.
This was the first attempt to pass Sunday legislation in the history of the earth beast that was destined to speak as a dragon when it ultimately will pass a Sunday law. It was these series of Blair bills that A. T. Jones, one of the messengers of the 1888 General Conference session, went into the halls of Congress and so eloquently opposed. After a few attempts Senator Blair lost the momentum for his push for a National Day of Rest. In direct connection with that history, and the implications of a National Day of Rest (Sunday), the historical record of the counsel of Ellen White can be reviewed.
Dit was de eerste poging om zondagwetgeving in te voeren in de geschiedenis van het beest uit de aarde, dat bestemd was te spreken als een draak wanneer het uiteindelijk een zondagswet zal aannemen. Het was deze reeks Blair-wetsvoorstellen waartegen A. T. Jones, een van de boodschappers van de zitting van de Algemene Conferentie van 1888, zich in de zalen van het Congres begaf en zo welsprekend verzet bood. Na enkele pogingen verloor senator Blair de vaart achter zijn streven naar een Nationale Rustdag. In rechtstreeks verband met die geschiedenis, en met de implicaties van een Nationale Rustdag (zondag), kan het historische verslag van de raadgevingen van Ellen White worden nagegaan.
What is found in the review of her warnings of the Sunday law, is serious and widely misunderstood in Laodicean Adventism. In the context of needing to be out of the cities, which in the passage just cited, she wrote that, “it will then be time to leave the large cities, preparatory to leaving the smaller ones for retired homes in secluded places among the mountains.” She repeatedly taught that God’s people needed to live in the country, but her counsels on the subject of country living before 1888 places her direction to leave the cities in the context that in the near future God’s people would need to leave the cities. After 1888, in her written direction concerning country living, she never deviated from the counsel that we should already be out of the cities.
Wat in het overzicht van haar waarschuwingen betreffende de zondagswet wordt aangetroffen, is ernstig en wordt binnen het Laodiceïsche adventisme op grote schaal verkeerd begrepen. In de context van de noodzaak de steden te verlaten, schreef zij in de zojuist aangehaalde passage: “dan zal het tijd zijn de grote steden te verlaten, als voorbereiding op het verlaten van de kleinere steden voor afgelegen woningen op eenzame plaatsen te midden van de bergen.” Zij leerde herhaaldelijk dat Gods volk op het platteland moest wonen, maar haar raadgevingen over landelijk wonen van vóór 1888 plaatsen haar aanwijzing om de steden te verlaten in de context dat Gods volk in de nabije toekomst de steden zou moeten verlaten. Na 1888 week zij in haar schriftelijke aanwijzingen betreffende landelijk wonen nooit af van de raad dat wij reeds uit de steden zouden moeten zijn.
The Blair National Day of Rest bills that arrived in history were the “sign” to leave the cities, and though the Blair bills lost the momentum necessary to accomplish the task, and withdrew into the darkness of history, the “sign” to flee had been given. It had been given at the historical waymark of the first siege, that was brought by Cestius. The soon-coming Sunday law is represented by the siege of Titus, and if any Laodicean Adventists are still in the cities when that siege arrives, they will die with the wicked.
De Blair National Day of Rest-wetsvoorstellen die in de geschiedenis verschenen, waren het „teken” om de steden te verlaten; en hoewel de Blair-voorstellen het nodige momentum misten om die taak te volbrengen en zich terugtrokken in de duisternis van de geschiedenis, was het „teken” om te vluchten gegeven. Het was gegeven bij de historische wegmarkering van het eerste beleg, dat door Cestius werd gebracht. De spoedig komende zondagswet wordt voorgesteld door het beleg van Titus, en indien er nog Laodiceïsche adventisten in de steden zijn wanneer dat beleg aanbreekt, zullen zij met de goddelozen omkomen.
There are two prophetic periods in the last days. They are separated by the soon-coming Sunday law. The first period is the investigative judgment of the living in Laodicean Adventism, and the second period is the executive judgment of the whore of Rome. Those two periods are repeatedly illustrated, for it is in those two periods that the parable of the ten virgins is fulfilled to the very letter, as it was in Millerite history. The tarrying time in the parable is the tarrying time of Habakkuk chapter two, so the two periods we are considering were also illustrated by Habakkuk chapter two. The parable of the ten virgins, and Habakkuk chapter two, were fulfilled to the very letter in Millerite history, and when they were, Ezekiel chapter twelve, verses twenty-one to twenty-eight was also fulfilled.
Er zijn twee profetische perioden in de laatste dagen. Zij worden gescheiden door de spoedig komende zondagswet. De eerste periode is het onderzoekend oordeel over de levenden in het Laodiceïsche adventisme, en de tweede periode is het uitvoerend oordeel over de hoer van Rome. Deze twee perioden worden herhaaldelijk uitgebeeld, want het is in deze twee perioden dat de gelijkenis van de tien maagden tot op de letter wordt vervuld, zoals dit het geval was in de Milleritische geschiedenis. De vertoeftijd in de gelijkenis is de vertoeftijd van Habakuk hoofdstuk twee; daarom werden de twee perioden die wij beschouwen ook uitgebeeld door Habakuk hoofdstuk twee. De gelijkenis van de tien maagden en Habakuk hoofdstuk twee werden in de Milleritische geschiedenis tot op de letter vervuld, en toen dit geschiedde, werd ook Ezechiël hoofdstuk twaalf, verzen eenentwintig tot en met achtentwintig vervuld.
The last eight verses from Ezekiel chapter twelve, identify a time when the “effect of every vision” will be fulfilled, at a time when God would “no longer prolong” His visions. The two periods of history that are repeated so often and identify the investigative judgment of the living in Laodicean Adventism, and the executive judgment of the whore of Tyre, is the prophetic period where every vision within the Bible reaches its perfect and final fulfillment. In that period the one hundred and forty-four thousand are established, and they represent the class that does not die, and live until Christ returns. In Luke chapter twenty-one Christ identifies a “sign” that identifies when that generation has arrived.
De laatste acht verzen van Ezechiël hoofdstuk twaalf duiden een tijd aan waarin de „vervulling van elk gezicht” werkelijkheid zal worden, in een tijd waarin God Zijn gezichten „niet langer zal uitstellen”. De twee perioden van de geschiedenis die zo vaak worden herhaald en die het onderzoekend oordeel over de levenden in het Laodiceaanse adventisme, en het uitvoerend oordeel over de hoer van Tyrus identificeren, vormen de profetische periode waarin elk gezicht binnen de Bijbel zijn volmaakte en uiteindelijke vervulling bereikt. In die periode worden de honderdvierenveertigduizend bevestigd, en zij vertegenwoordigen de klasse die niet sterft, maar leeft totdat Christus terugkeert. In Lukas hoofdstuk eenentwintig noemt Christus een „teken” dat aanduidt wanneer die generatie is aangebroken.
In the two histories represented by the “sign” to flee, as set forth by Christ in connection with the abomination of desolation, two periods are marked, and their beginning and endings have a “sign” at the beginning of the period and “signs” at the ending. The “sign” that Christ identified as representing the final generation who would live until He came in the clouds is the evidence that we are now in the final generation of earth’s history.
In de twee geschiedenissen die worden voorgesteld door het „teken” om te vluchten, zoals door Christus uiteengezet in verband met de gruwel der verwoesting, worden twee perioden aangeduid, en hun begin en einde hebben een „teken” aan het begin van de periode en „tekenen” aan het einde. Het „teken” dat Christus aanwees als de aanduiding van de laatste generatie die zou leven totdat Hij op de wolken kwam, is het bewijs dat wij ons nu bevinden in de laatste generatie van de geschiedenis der aarde.
In Luke chapter twenty-one, Jesus identifies the history from the three and a half years trampling down and destruction of literal Jerusalem from the year 66 unto the year 70, unto the end of the three and a half years of trampling down of spiritual Jerusalem that began in 538 and ended in 1798.
In Lukas hoofdstuk eenentwintig identificeert Jezus de geschiedenis vanaf de drieënhalf jaar van de vertreding en verwoesting van het letterlijke Jeruzalem, van het jaar 66 tot het jaar 70, tot aan het einde van de drieënhalf jaar van de vertreding van het geestelijke Jeruzalem, die begon in 538 en eindigde in 1798.
And when ye shall see Jerusalem compassed with armies, then know that the desolation thereof is nigh. Then let them which are in Judaea flee to the mountains; and let them which are in the midst of it depart out; and let not them that are in the countries enter thereinto. For these be the days of vengeance, that all things which are written may be fulfilled. But woe unto them that are with child, and to them that give suck, in those days! for there shall be great distress in the land, and wrath upon this people. And they shall fall by the edge of the sword, and shall be led away captive into all nations: and Jerusalem shall be trodden down of the Gentiles, until the times of the Gentiles be fulfilled. Luke 21:20–24.
En wanneer gij Jeruzalem door legers omsingeld zult zien, weet dan dat haar verwoesting nabij is. Laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen; en laten zij die in haar midden zijn, wegtrekken; en laten zij die op het land zijn, daar niet binnengaan. Want dit zijn de dagen der wrake, opdat alles wat geschreven is, vervuld worde. Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! want er zal grote benauwdheid zijn in het land en toorn over dit volk. En zij zullen vallen door de scherpte des zwaards, en als gevangenen weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn. Lukas 21:20–24.
The “times” of the Gentiles trampling down Jerusalem is in the plural, for it represents the trampling down of literal Jerusalem that ended in the year 70, and the trampling down of spiritual Jerusalem that ended in 1798. The Gentiles represent both paganism and papalism, and it is those two powers that are the subject of the vision in the question of Daniel chapter eight, that asks, “How long.”
De „tijden” waarin de heidenen Jeruzalem vertrappen, staan in het meervoud, want zij vertegenwoordigen het vertrappen van het letterlijke Jeruzalem dat eindigde in het jaar 70, en het vertrappen van het geestelijke Jeruzalem dat eindigde in 1798. De heidenen vertegenwoordigen zowel het heidendom als het pausdom, en het zijn die twee machten die het onderwerp vormen van het visioen in de vraag van Daniël hoofdstuk acht, die luidt: „Hoe lang.”
Then I heard one saint speaking, and another saint said unto that certain saint which spake, How long shall be the vision concerning the daily sacrifice, and the transgression of desolation, to give both the sanctuary and the host to be trodden under foot? Daniel 8:13.
Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tot die bepaalde heilige die sprak: Hoe lang zal het gezicht duren aangaande het dagelijks offer en de verwoestende overtreding, waardoor zowel het heiligdom als het leger aan vertrapping worden prijsgegeven? Daniël 8:13.
The “times of the Gentiles” in Luke chapter twenty-one, is referring to the twenty-five hundred and twenty years of God’s vengeance upon the northern kingdom which began in 723 BC and concluded in 1798. The year 538 marks when the man of sin stood in the holy place and proclaimed that he was God, thus dividing the period into two equal periods of twelve hundred and sixty years. The second period of twelve hundred and sixty years is the same history that is marked as concluding in Luke chapter twenty-one, verse twenty-four, when the “times of the Gentiles” was fulfilled. In the historical narrative that Jesus is identifying for His disciples verse twenty-four brings the testimony given to the disciples to the “time of the end” in 1798. From there Jesus begins to identify the “signs” associated with the Millerite movement.
De „tijden van de heidenen” in Lukas hoofdstuk eenentwintig verwijzen naar de tweeduizend vijfhonderdtwintig jaren van Gods wraak over het noordelijke koninkrijk, die begonnen in 723 v.Chr. en eindigden in 1798. Het jaar 538 markeert het moment waarop de mens der zonde in de heilige plaats stond en verkondigde dat hij God was, en aldus deze periode verdeelde in twee gelijke tijdvakken van twaalfhonderdzestig jaar. Het tweede tijdvak van twaalfhonderdzestig jaar is dezelfde geschiedenis die wordt aangeduid als eindigend in Lukas hoofdstuk eenentwintig, vers vierentwintig, toen de „tijden van de heidenen” vervuld werden. In het historische relaas dat Jezus voor Zijn discipelen uiteenzet, brengt vers vierentwintig de aan de discipelen gegeven getuigenis tot aan de „tijd van het einde” in 1798. Van daaraf begint Jezus de „tekenen” te identificeren die verbonden zijn met de Milleritische beweging.
And there shall be signs in the sun, and in the moon, and in the stars; and upon the earth distress of nations, with perplexity; the sea and the waves roaring; Men’s hearts failing them for fear, and for looking after those things which are coming on the earth: for the powers of heaven shall be shaken. And then shall they see the Son of man coming in a cloud with power and great glory. And when these things begin to come to pass, then look up, and lift up your heads; for your redemption draweth nigh. Luke 21:25–28.
En er zullen tekenen zijn in de zon en in de maan en in de sterren; en op de aarde benauwdheid der volken, in radeloosheid, terwijl de zee en de golven bruisen; en de mensen zullen bezwijken van vrees en van de verwachting der dingen die over de aarde komen; want de machten der hemelen zullen bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met kracht en grote heerlijkheid. En wanneer deze dingen beginnen te geschieden, ziet dan omhoog en heft uw hoofden op, want uw verlossing genaakt. Lukas 21:25–28.
Jesus states that “there shall be signs,” and He identifies them as signs in the sun and moon, and in the stars, the distress of nations, the powers of heaven being shaken and then the Son of man comes in a cloud. All these “signs,” were fulfilled in the Millerite history.
Jezus verklaart dat „er tekenen zullen zijn”, en Hij duidt die aan als tekenen in zon en maan, en in de sterren, de benauwdheid der volken, de machten des hemels die geschud worden, en vervolgens komt de Zoon des mensen op een wolk. Al deze „tekenen” werden vervuld in de Milleritische geschiedenis.
“Prophecy not only foretells the manner and object of Christ’s coming, but presents tokens by which men are to know when it is near. Said Jesus: ‘There shall be signs in the sun, and in the moon, and in the stars.’ Luke 21:25. ‘The sun shall be darkened, and the moon shall not give her light, and the stars of heaven shall fall, and the powers that are in heaven shall be shaken. And then shall they see the Son of man coming in the clouds with great power and glory.’ Mark 13:24–26. The revelator thus describes the first of the signs to precede the second advent: ‘There was a great earthquake; and the sun became black as sackcloth of hair, and the moon became as blood.’ Revelation 6:12.
„Profetie voorzegt niet alleen de wijze en het doel van Christus’ komst, maar reikt ook tekenen aan waaraan de mensen moeten weten wanneer zij nabij is. Jezus zei: ‘Er zullen tekenen zijn in de zon, en in de maan, en in de sterren.’ Lukas 21:25. ‘De zon zal verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren des hemels zullen vallen, en de krachten die in de hemelen zijn, zullen geschud worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in de wolken met grote kracht en heerlijkheid.’ Markus 13:24–26. De ziener beschrijft aldus het eerste van de tekenen die aan de tweede komst zullen voorafgaan: ‘Er kwam een grote aardbeving; en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed.’ Openbaring 6:12.
“These signs were witnessed before the opening of the nineteenth century. In fulfillment of this prophecy there occurred, in the year 1755, the most terrible earthquake that has ever been recorded. . ..
„Deze tekenen werden waargenomen vóór het begin van de negentiende eeuw. Ter vervulling van deze profetie vond in het jaar 1755 de verschrikkelijkste aardbeving plaats die ooit is opgetekend....”
“Twenty-five years later appeared the next sign mentioned in the prophecy—the darkening of the sun and moon. What rendered this more striking was the fact that the time of its fulfillment had been definitely pointed out. In the Saviour’s conversation with His disciples upon Olivet, after describing the long period of trial for the church,—the 1260 years of papal persecution, concerning which He had promised that the tribulation should be shortened,—He thus mentioned certain events to precede His coming, and fixed the time when the first of these should be witnessed: ‘In those days, after that tribulation, the sun shall be darkened, and the moon shall not give her light.’ Mark 13:24. The 1260 days, or years, terminated in 1798. A quarter of a century earlier, persecution had almost wholly ceased. Following this persecution, according to the words of Christ, the sun was to be darkened. On the 19th of May, 1780, this prophecy was fulfilled. . ..
„Vijfentwintig jaar later verscheen het volgende teken dat in de profetie wordt genoemd — de verduistering van de zon en de maan. Wat dit des te treffender maakte, was het feit dat de tijd van de vervulling ervan duidelijk was aangewezen. In het gesprek van de Heiland met Zijn discipelen op de Olijfberg, nadat Hij de lange periode van beproeving voor de kerk had beschreven — de 1260 jaren van pauselijke vervolging, waarvan Hij had beloofd dat de verdrukking verkort zou worden — noemde Hij aldus bepaalde gebeurtenissen die aan Zijn komst zouden voorafgaan en stelde Hij de tijd vast waarop de eerste daarvan zou worden waargenomen: ‘In die dagen, na die verdrukking, zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven.’ Markus 13:24. De 1260 dagen, of jaren, eindigden in 1798. Een kwart eeuw eerder had de vervolging vrijwel geheel opgehouden. Volgens de woorden van Christus zou na deze vervolging de zon verduisterd worden. Op 19 mei 1780 werd deze profetie vervuld....”
“Christ had bidden His people watch for the signs of His advent and rejoice as they should behold the tokens of their coming King. ‘When these things begin to come to pass,’ He said, ‘then look up, and lift up your heads; for your redemption draweth nigh.’ He pointed His followers to the budding trees of spring, and said: ‘When they now shoot forth, ye see and know of your own selves that summer is now nigh at hand. So likewise ye, when ye see these things come to pass, know ye that the kingdom of God is nigh at hand.’ Luke 21:28, 30, 31.” The Great Controversy, 304, 306–308.
‘Christus had Zijn volk opgedragen te letten op de tekenen van Zijn komst en zich te verblijden wanneer zij de kentekenen van hun komende Koning zouden aanschouwen. “Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden,” zei Hij, “zo ziet omhoog en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.” Hij wees Zijn volgelingen op de ontluikende bomen in de lente en zei: “Wanneer zij nu uitspruiten, zo ziet en weet gij uit uzelf dat de zomer reeds nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet dan dat het Koninkrijk Gods nabij is.” Lukas 21:28, 30, 31.’ The Great Controversy, 304, 306–308.
The triple application of the three Rome’s identify that in the trampling down of Jerusalem by pagan Rome and then by papal Rome, the trampling down of the sanctuary and the host by modern Rome was represented by a period of either twelve hundred and sixty days (pagan Rome), or twelve hundred and sixty prophetic years (papal Rome). The symbolic twelve hundred and sixty days (forty-two months) identifying the period of modern Rome’s persecution of God’s faithful people will be each period with a singular “sign” that identifies the time of flight for the faithful of that period. Each of the three periods ends with a manifestation of several “signs,” not a singular “sign” as at the beginning of the period.
De drievoudige toepassing van de drie Romes maakt duidelijk dat in de vertreding van Jeruzalem door het heidense Rome en vervolgens door het pauselijke Rome, de vertreding van het heiligdom en het heerleger door het moderne Rome werd voorgesteld door een periode van óf twaalfhonderdzestig dagen (heidens Rome), óf twaalfhonderdzestig profetische jaren (pauselijk Rome). De symbolische twaalfhonderdzestig dagen (tweeënveertig maanden), die de periode van de vervolging van Gods getrouwe volk door het moderne Rome aanduiden, zullen elk een periode zijn met één enkel „teken” dat de tijd van de vlucht voor de getrouwen van die periode aanduidt. Elk van de drie perioden eindigt met een manifestatie van verscheidene „tekenen”, niet met één enkel „teken” zoals aan het begin van de periode.
“It is at midnight that God manifests His power for the deliverance of His people. The sun appears, shining in its strength. Signs and wonders follow in quick succession. The wicked look with terror and amazement upon the scene, while the righteous behold with solemn joy the tokens of their deliverance. Everything in nature seems turned out of its course. The streams cease to flow. Dark, heavy clouds come up and clash against each other. In the midst of the angry heavens is one clear space of indescribable glory, whence comes the voice of God like the sound of many waters, saying: ‘It is done.’ Revelation 16:17.” The Great Controversy, 636.
‘Te middernacht openbaart God Zijn macht tot verlossing van Zijn volk. De zon verschijnt en schijnt in haar kracht. Tekenen en wonderen volgen elkaar snel op. De goddelozen zien met schrik en verbazing toe op het tafereel, terwijl de rechtvaardigen met plechtige vreugde de tekenen van hun verlossing aanschouwen. Alles in de natuur schijnt uit zijn orde te zijn gebracht. De stromen houden op te vloeien. Donkere, zware wolken komen op en botsen tegen elkaar. Te midden van de toornige hemel is één heldere plek van onbeschrijfelijke heerlijkheid, vanwaar de stem van God komt als het geluid van vele wateren, zeggende: “Het is geschied.” Openbaring 16:17.’ The Great Controversy, 636.
The period of the executive judgment upon the whore of Rome begins with the lifting up of the ensign that identifies that God’s other flock that is still in Babylon should flee. That period ends with “signs and wonders.” That period begins with the “second voice” of Revelation chapter eighteen, and it ends with the voice of God. Of course, the first and second voices of Revelation chapter eighteen is the voice of Christ. The first voice identifies the beginning of the investigative judgment of the living Laodicean Adventist church, and the second voice identifies the end of that period, but also marks the beginning of the executive judgment upon the whore of Rome.
De periode van het uitvoerend oordeel over de hoer van Rome begint met het opheffen van het vaandel dat aangeeft dat Gods andere kudde, die nog in Babylon is, moet vluchten. Die periode eindigt met „tekenen en wonderen”. Die periode begint met de „tweede stem” van Openbaring hoofdstuk achttien, en zij eindigt met de stem van God. Uiteraard zijn de eerste en tweede stemmen van Openbaring hoofdstuk achttien de stem van Christus. De eerste stem duidt het begin aan van het onderzoekend oordeel over de levende Laodiceïsche Adventkerk, en de tweede stem duidt het einde van die periode aan, maar markeert ook het begin van het uitvoerend oordeel over de hoer van Rome.
The complete history is governed by the week in which Christ confirmed the covenant, and the soon-coming Sunday law is typified as the middle waymark as typified by the cross. Both histories possess the signature of Alpha and Omega, for the beginning and ending in either history is represented by God’s voice. They also represent the truth, for the middle waymark is the rebellion of the Sunday law, and the Hebrew word “truth” was created with the first, thirteenth and last letters of the Hebrew alphabet. The first voice of Revelation chapter eighteen is the voice of Christ, the last voice is the voice of God, and the voice in the middle, also being the voice of God, is also where the rebellion of the thirteenth letter is represented by the earth beast “speaking” as a dragon, as represented in Revelation chapter THIRTEEN.
De volledige geschiedenis wordt beheerst door de week waarin Christus het verbond bevestigde, en de spoedig komende zondagswet wordt getypeerd als de middelste wegmarkering, zoals getypeerd door het kruis. Beide geschiedenissen dragen de signatuur van Alfa en Omega, want het begin en het einde in elk van beide geschiedenissen wordt vertegenwoordigd door Gods stem. Zij vertegenwoordigen ook de waarheid, want de middelste wegmarkering is de opstand van de zondagswet, en het Hebreeuwse woord „waarheid” werd gevormd met de eerste, dertiende en laatste letters van het Hebreeuwse alfabet. De eerste stem van Openbaring hoofdstuk achttien is de stem van Christus, de laatste stem is de stem van God, en de stem in het midden, eveneens de stem van God, is ook de plaats waar de opstand van de dertiende letter wordt voorgesteld door het aardbeest dat „spreekt” als een draak, zoals weergegeven in Openbaring hoofdstuk DERTIEN.
The ensign at the soon-coming Sunday law represents the “sign” to flee for God’s faithful, but it also identifies that the beginning of the prophetic period that ends with the ensign being lifted up must also have a “sign.” That “sign” is what Jesus identifies as evidence that the last generation of planet earth has arrived. In Luke chapter twenty-one the disciples ask what Christ meant when He identified that the temple was going to be destroyed.
Het vaandel bij de spoedig komende zondagswet vertegenwoordigt het „teken” om te vluchten voor Gods getrouwen, maar het duidt er ook op dat het begin van de profetische periode die eindigt met het opheffen van het vaandel eveneens een „teken” moet hebben. Dat „teken” is wat Jezus aanwijst als bewijs dat de laatste generatie van de planeet aarde is aangebroken. In Lukas hoofdstuk eenentwintig vragen de discipelen wat Christus bedoelde toen Hij aangaf dat de tempel verwoest zou worden.
And they asked him, saying, Master, but when shall these things be? and what sign will there be when these things shall come to pass? Luke 21:7.
En zij vroegen Hem en zeiden: Meester, maar wanneer zullen deze dingen geschieden? En wat zal het teken zijn wanneer deze dingen zullen plaatsvinden? Lukas 21:7.
Jesus then begins to identify the history that leads to the year 70 when the temple and city would be destroyed, and continues on to verse twenty-four where He identifies when the “times” of the Gentiles would be fulfilled.
Jezus begint vervolgens de geschiedenis aan te duiden die voert tot het jaar 70, wanneer de tempel en de stad zouden worden verwoest, en gaat vervolgens door tot vers vierentwintig, waar Hij aangeeft wanneer de „tijden” der heidenen vervuld zouden zijn.
And they shall fall by the edge of the sword, and shall be led away captive into all nations: and Jerusalem shall be trodden down of the Gentiles, until the times of the Gentiles be fulfilled. Luke 21:24.
En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard en als gevangenen weggevoerd worden onder alle volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn. Lukas 21:24.
The idea that this verse is referring to literal Jerusalem is based upon the Catholic theological foolishness called futurism, that applies symbolic literally and places the fulfillment of the prophecies exclusively at the end of the world. The attack upon the correct application of this verse has been a major attack of Satan throughout the reading of the New Testament. Literal Jerusalem ceased to be the symbol of prophetic Jerusalem in the time of Christ, when literal prophecy changed the spiritual application. This revelation was a major teaching established by the apostle Paul. The trampling down of Jerusalem identifies the twelve hundred and sixty years of papal darkness from the year of 538 to 1798.
Het idee dat dit vers naar het letterlijke Jeruzalem verwijst, berust op de katholieke theologische dwaasheid die futurisme wordt genoemd, welke het symbolische letterlijk toepast en de vervulling van de profetieën uitsluitend aan het einde van de wereld plaatst. De aanval op de juiste toepassing van dit vers is gedurende de lezing van het Nieuwe Testament een belangrijke aanval van Satan geweest. Het letterlijke Jeruzalem hield in de tijd van Christus op het symbool van het profetische Jeruzalem te zijn, toen de letterlijke profetie de geestelijke toepassing veranderde. Deze openbaring was een belangrijke leerstelling die door de apostel Paulus werd gevestigd. Het vertreden van Jeruzalem duidt op de twaalfhonderdzestig jaren van pauselijke duisternis, van het jaar 538 tot 1798.
But the court which is without the temple leave out, and measure it not; for it is given unto the Gentiles: and the holy city shall they tread under foot forty and two months. Revelation 11:2.
Maar laat de voorhof die buiten de tempel is, buiten beschouwing en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven, en zij zullen de heilige stad tweeënveertig maanden lang vertreden. Openbaring 11:2.
Jerusalem of prophecy ceased to be the symbol of the chosen city at the cross.
Het profetische Jeruzalem hield bij het kruis op het symbool van de uitverkoren stad te zijn.
“How many there are who feel that it would be a good thing to tread the soil of old Jerusalem, and that their faith would be greatly strengthened by visiting the scenes of the Saviour’s life and death! But old Jerusalem will never be a sacred place until it is cleansed by the refining fire from heaven.” Review and Herald, June 9, 1896.
“Hoe velen zijn er niet die menen dat het goed zou zijn de grond van het oude Jeruzalem te betreden, en dat hun geloof zeer versterkt zou worden door een bezoek aan de plaatsen van het leven en sterven van de Heiland! Maar het oude Jeruzalem zal nooit een heilige plaats zijn totdat het gereinigd is door het louterende vuur uit de hemel.” Review and Herald, 9 juni 1896.
Once Jesus led the disciples to the time of the end in 1798 in verse twenty-four, He then introduced the Millerite time when the announcement of the first angel arrived into history.
Nadat Jezus de discipelen in vers vierentwintig naar de tijd van het einde in 1798 had geleid, introduceerde Hij vervolgens de Milleritische periode, toen de aankondiging van de eerste engel haar intrede in de geschiedenis deed.
And there shall be signs in the sun, and in the moon, and in the stars; and upon the earth distress of nations, with perplexity; the sea and the waves roaring; Men’s hearts failing them for fear, and for looking after those things which are coming on the earth: for the powers of heaven shall be shaken. And then shall they see the Son of man coming in a cloud with power and great glory. And when these things begin to come to pass, then look up, and lift up your heads; for your redemption draweth nigh. Luke 21:25–28.
En er zullen tekenen zijn in de zon, en in de maan, en in de sterren; en op de aarde benauwdheid der volken, in radeloosheid; de zee en de golven bruisende; terwijl de mensen het hart zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die over de aarde komen: want de krachten der hemelen zullen bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met kracht en grote heerlijkheid. En wanneer deze dingen beginnen te geschieden, zie dan opwaarts en hef uw hoofden omhoog; want uw verlossing genaakt. Lukas 21:25–28.
The signs that introduced the Millerite history were fulfilled in agreement with the never-failing power of God’s Word.
De tekenen die de geschiedenis van de Millerieten inleidden, werden vervuld in overeenstemming met de onfeilbare kracht van Gods Woord.
“The signs in the sun, moon, and stars have been fulfilled.” Review and Herald, November 22, 1906.
„De tekenen in zon, maan en sterren zijn vervuld.” Review and Herald, 22 november 1906.
We will continue Luke chapter twenty-one in the next article.
Wij zullen in het volgende artikel verdergaan met Lukas, hoofdstuk eenentwintig.
“December 16, 1848, the Lord gave me a view of the shaking of the powers of the heavens. I saw that when the Lord said ‘heaven,’ in giving the signs recorded by Matthew, Mark, and Luke, He meant heaven, and when He said ‘earth’ He meant earth. The powers of heaven are the sun, moon, and stars. They rule in the heavens. The powers of earth are those that rule on the earth. The powers of heaven will be shaken at the voice of God. Then the sun, moon, and stars will be moved out of their places. They will not pass away, but be shaken by the voice of God.
„Op 16 december 1848 gaf de Heere mij een gezicht van de schudding van de machten der hemelen. Ik zag dat, toen de Heere ‘hemel’ zei bij het geven van de tekenen die door Matteüs, Markus en Lukas zijn opgetekend, Hij hemel bedoelde, en toen Hij ‘aarde’ zei, bedoelde Hij aarde. De machten des hemels zijn de zon, de maan en de sterren. Zij heersen in de hemelen. De machten der aarde zijn degenen die op de aarde heersen. De machten des hemels zullen door de stem van God geschud worden. Dan zullen de zon, de maan en de sterren uit hun plaatsen bewogen worden. Zij zullen niet vergaan, maar door de stem van God geschud worden.
“Dark, heavy clouds came up and clashed against each other. The atmosphere parted and rolled back; then we could look up through the open space in Orion, whence came the voice of God. The Holy City will come down through that open space. I saw that the powers of earth are now being shaken and that events come in order. War, and rumors of war, sword, famine, and pestilence are first to shake the powers of earth, then the voice of God will shake the sun, moon, and stars, and this earth also. I saw that the shaking of the powers in Europe is not, as some teach, the shaking of the powers of heaven, but it is the shaking of the angry nations.” Early Writings, 41.
„Donkere, zware wolken kwamen op en botsten tegen elkaar. De hemel spleet open en rolde terug; toen konden wij omhoogzien door de open ruimte in Orion, vanwaar de stem van God kwam. De Heilige Stad zal door die open ruimte neerdalen. Ik zag dat de machten der aarde thans worden geschud en dat de gebeurtenissen in volgorde komen. Oorlog en geruchten van oorlog, zwaard, hongersnood en pestilentie zijn eerst om de machten der aarde te schudden; daarna zal de stem van God de zon, de maan en de sterren schudden, en ook deze aarde. Ik zag dat het schudden van de machten in Europa niet, zoals sommigen leren, het schudden van de machten des hemels is, maar het is het schudden van de toornige volken.” Early Writings, 41.