The fulfillment of the signs represented by the sun, moon, and stars have been amply addressed by the historians, the pioneers of Adventism and through the writings of Sister White. Some of the signs Jesus addressed are not as familiar as others. Few recognize that the “distress of nations” upon the “earth,” had a specific fulfillment. They are not clear about what the symbol of the shaking of the “powers of heaven,” as opposed to the shaking the powers of earth represent. And few Laodicean Adventist understand that the “coming” of “the Son of man coming in a cloud” was fulfilled in Millerite history.

De vervulling van de tekenen die door de zon, de maan en de sterren werden voorgesteld, is ruimschoots behandeld door de geschiedschrijvers, de pioniers van het adventisme en in de geschriften van zuster White. Sommige van de tekenen die Jezus noemde, zijn minder bekend dan andere. Weinigen erkennen dat de „benauwdheid der volken” op de „aarde” een specifieke vervulling had. Het is hun niet duidelijk wat het symbool betekent van het schudden van de „krachten des hemels”, in tegenstelling tot het schudden van de machten der aarde. En weinig Laodiceaanse adventisten begrijpen dat de „komst” van „de Zoon des mensen, komende op een wolk” in de Milleritische geschiedenis werd vervuld.

“The exact day and hour of Christ’s coming have not been revealed. The Saviour told his disciples that he himself could not make known the hour of his second appearing. But he mentioned certain events by which they might know when his coming was near. ‘There shall be signs,’ he said, ‘in the sun, and in the moon, and in the stars.’ ‘The sun shall be darkened, and the moon shall not give her light, and the stars of heaven shall fall.’ Upon the earth, he said, there shall be ‘distress of nations, with perplexity; the sea and the waves roaring; men’s hearts failing them for fear, and for looking after those things which are coming on the earth.’

„De precieze dag en het uur van Christus’ komst zijn niet geopenbaard. De Heiland zei zijn discipelen dat Hijzelf het uur van zijn tweede verschijning niet bekend kon maken. Maar Hij noemde bepaalde gebeurtenissen waaraan zij konden weten wanneer zijn komst nabij was. ‘Er zullen tekenen zijn,’ zei Hij, ‘in de zon, en in de maan, en in de sterren.’ ‘De zon zal verduisterd worden, en de maan zal haar schijnsel niet geven, en de sterren des hemels zullen vallen.’ Op de aarde, zei Hij, zal er zijn: ‘benauwdheid der volken, in radeloosheid; de zee en de golven bruisende; en de mensen zal het hart bezwijken van vrees en van verwachting der dingen die over de aarde komen.’”

“‘And they shall see the Son of man coming in the clouds of heaven with power and great glory. And he shall send his angels with a great sound of a trumpet, and they shall gather together his elect from the four winds, from one end of heaven to the other.’

‘En zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met kracht en grote heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met sterk bazuingeschal, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenbrengen uit de vier windstreken, van het ene einde des hemels tot het andere.’

The signs in the sun, moon, and stars have been fulfilled. Since that time earthquakes, tempests, tidal waves, pestilence, and famine have multiplied. The most awful destructions, by fire and flood, are following one another in quick succession. The terrible disasters that are taking place from week to week speak to us in earnest tones of warning, declaring that the end is near, that something great and decisive will soon of necessity take place.

„De tekenen in zon, maan en sterren zijn vervuld. Sedert die tijd zijn aardbevingen, stormen, vloedgolven, pestilentie en hongersnood toegenomen. De meest verschrikkelijke verwoestingen, door vuur en vloed, volgen elkander in snelle opeenvolging op. De vreselijke rampen die zich van week tot week voordoen, spreken tot ons in ernstige waarschuwende tonen en verkondigen dat het einde nabij is, dat er binnenkort noodzakelijkerwijs iets groots en beslissends zal plaatsvinden.״

“Probationary time will not continue much longer. Now God is withdrawing his restraining hand from the earth. Long has he been speaking to men and women through the agency of his Holy Spirit; but they have not heeded the call. Now he is speaking to his people, and to the world, by his judgments. The time of these judgments is a time of mercy for those who have not yet had opportunity to learn what is truth. Tenderly will the Lord look upon them. His heart of mercy is touched; his hand is still stretched out to save. Large numbers will be admitted to the fold of safety who in these last days will hear the truth for the first time.” Review and Herald, November 22, 1906.

„De genadetijd zal niet veel langer voortduren. Nu trekt God Zijn weerhoudende hand van de aarde terug. Lange tijd heeft Hij tot mannen en vrouwen gesproken door de werking van Zijn Heilige Geest; maar zij hebben geen gehoor gegeven aan de roepstem. Nu spreekt Hij tot Zijn volk en tot de wereld door Zijn oordelen. De tijd van deze oordelen is een tijd van genade voor hen die nog geen gelegenheid hebben gehad te leren wat waarheid is. Teder zal de Heere op hen neerzien. Zijn barmhartig hart wordt bewogen; Zijn hand is nog steeds uitgestrekt om te redden. Grote aantallen zullen worden toegelaten tot de kudde der veiligheid, die in deze laatste dagen de waarheid voor het eerst zullen horen.” Review and Herald, 22 november 1906.

The Millerite history is repeated to the very letter in the last days. The “signs” that marked the arrival and history of the first angel, typify “signs” that mark the arrival and history of the third angel. All the sacred reformatory movements parallel the movement of the third angel in the last days.

De geschiedenis van de Millerieten wordt in de laatste dagen tot op de letter herhaald. De „tekenen” die de komst en geschiedenis van de eerste engel kenmerkten, zijn een voorafbeelding van de „tekenen” die de komst en geschiedenis van de derde engel kenmerken. Alle heilige reformatorische bewegingen lopen parallel met de beweging van de derde engel in de laatste dagen.

“The work of God in the earth presents, from age to age, a striking similarity in every great reformation or religious movement. The principles of God’s dealing with men are ever the same. The important movements of the present have their parallel in those of the past, and the experience of the church in former ages has lessons of great value for our own time.” The Great Controversy, 343.

„Het werk van God op aarde vertoont van eeuw tot eeuw een treffende overeenkomst in elke grote hervorming of godsdienstige beweging. De beginselen van Gods handelen met de mensen blijven altijd dezelfde. De belangrijke bewegingen van het heden hebben hun parallel in die van het verleden, en de ervaring van de kerk in vroegere eeuwen bevat lessen van grote waarde voor onze eigen tijd.” The Great Controversy, 343.

The history represented by the mighty angel of Revelation eighteen, is the third angel, and the history represented by the third angel runs parallel to the history of the first and second angels of Millerite history.

De geschiedenis die wordt voorgesteld door de machtige engel van Openbaring achttien, is die van de derde engel, en de geschiedenis die door de derde engel wordt voorgesteld loopt parallel aan de geschiedenis van de eerste en tweede engel in de Milleritische geschiedenis.

“God has given the messages of Revelation 14 their place in the line of prophecy, and their work is not to cease till the close of this earth’s history. The first and second angel’s messages are still truth for this time, and are to run parallel with this which follows. The third angel proclaims his warning with a loud voice. ‘After these things,’ said John, ‘I saw another angel come down from heaven, having great power, and the earth was lightened with his glory.’ In this illumination, the light of all the three messages is combined.” The 1888 Materials, 803, 804.

„God heeft aan de boodschappen van Openbaring 14 hun plaats gegeven in de lijn der profetie, en hun werk zal niet ophouden tot aan het einde van de geschiedenis van deze aarde. De boodschappen van de eerste en de tweede engel zijn nog steeds waarheid voor deze tijd en dienen parallel te lopen met die welke daarop volgt. De derde engel verkondigt zijn waarschuwing met luide stem. ‘Na deze dingen,’ zei Johannes, ‘zag ik een andere engel uit de hemel neerdalen, met grote macht, en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.’ In deze verlichting is het licht van alle drie de boodschappen verenigd.” The 1888 Materials, 803, 804.

The work of the first and second angels, which is paralleled by the work of the third angel, is also illustrated in the parable of the ten virgins.

Het werk van de eerste en tweede engel, dat parallel loopt met het werk van de derde engel, wordt ook geïllustreerd in de gelijkenis van de tien maagden.

“I am often referred to the parable of the ten virgins, five of whom were wise, and five foolish. This parable has been and will be fulfilled to the very letter, for it has a special application to this time, and, like the third angel’s message, has been fulfilled and will continue to be present truth till the close of time.” Review and Herald, August 19, 1890.

„Ik word vaak verwezen naar de gelijkenis van de tien maagden, van wie er vijf wijs waren en vijf dwaas. Deze gelijkenis is en zal tot op de letter vervuld worden, want zij heeft een bijzondere toepassing op deze tijd en is, evenals de boodschap van de derde engel, vervuld en zal tot aan het einde van de tijd tegenwoordige waarheid blijven.” Review and Herald, 19 augustus 1890.

The history represented in Revelation chapter ten of the Book of revelation is represented as the seven thunders, and the seven thunders represent the events which took place during the history of the Millerites, which was the history of the first and second angels’ messages. The seven thunders also represent “future events” that occur in the last days, and they are fulfilled in the same “order” as they were in the history of the Millerites.

De geschiedenis die in Openbaring hoofdstuk tien van het boek Openbaring wordt voorgesteld, wordt voorgesteld als de zeven donderslagen, en de zeven donderslagen vertegenwoordigen de gebeurtenissen die plaatsvonden tijdens de geschiedenis van de Millerieten, welke de geschiedenis was van de boodschappen van de eerste en de tweede engel. De zeven donderslagen vertegenwoordigen ook „toekomstige gebeurtenissen” die in de laatste dagen plaatsvinden, en zij worden vervuld in dezelfde „volgorde” als in de geschiedenis van de Millerieten.

“The special light given to John which was expressed in the seven thunders was a delineation of events which would transpire under the first and second angels’ messages. …

„Het bijzondere licht dat aan Johannes werd gegeven en dat in de zeven donderslagen tot uitdrukking kwam, was een afbakening van gebeurtenissen die zich zouden voltrekken onder de boodschappen van de eerste en de tweede engel. …”

“After these seven thunders uttered their voices, the injunction comes to John as to Daniel in regard to the little book: ‘Seal up those things which the seven thunders uttered.’ These relate to future events which will be disclosed in their order.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.

„Nadat deze zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, komt tot Johannes dezelfde opdracht als tot Daniël met betrekking tot het kleine boek: ‘Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben.’ Deze hebben betrekking op toekomstige gebeurtenissen die te zijner tijd geopenbaard zullen worden.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 971.

All the reform movements parallel one another, and they are to be brought together “line upon line,” in order to illustrate the final reformatory movement of the one hundred and forty-four thousand. The parable of the ten virgins illustrates the internal experience of God’s people in the Millerite movement and the movement of the one hundred and forty-four thousand.

Alle hervormingsbewegingen lopen parallel aan elkaar, en zij moeten „regel op regel” samengebracht worden, om de laatste hervormingsbeweging van de honderdvierenvierenveertigduizend te illustreren. De gelijkenis van de tien maagden illustreert de innerlijke ervaring van Gods volk in de Milleritische beweging en in de beweging van de honderdvierenvierenveertigduizend.

“The parable of the ten virgins of Matthew 25 also illustrates the experience of the Adventist people.The Great Controversy, 393.

„De gelijkenis van de tien maagden in Mattheüs 25 beeldt eveneens de ervaring van het adventvolk uit.” The Great Controversy, 393.

The work and message of both the Millerites and the one hundred and forty-four thousand is represented by the three angels of Revelation fourteen.

Het werk en de boodschap van zowel de Millerieten als de honderd vierenveertigduizend worden voorgesteld door de drie engelen van Openbaring veertien.

“I have had precious opportunities to obtain an experience. I have had an experience in the first, second, and third angels’ messages. The angels are represented as flying in the midst of heaven, proclaiming to the world a message of warning, and having a direct bearing upon the people living in the last days of this earth’s history. No one hears the voice of these angels, for they are a symbol to represent the people of God who are working in harmony with the universe of heaven. Men and women, enlightened by the Spirit of God, and sanctified through the truth, proclaim the three messages in their order.” Life Sketches, 429.

‘Ik heb kostbare gelegenheden gehad om ervaring op te doen. Ik heb een ervaring gehad in de boodschappen van de eerste, de tweede en de derde engel. De engelen worden voorgesteld als vliegend in het midden des hemels, terwijl zij aan de wereld een waarschuwingsboodschap verkondigen, die rechtstreeks betrekking heeft op de mensen die leven in de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde. Niemand hoort de stem van deze engelen, want zij zijn een symbool dat het volk van God voorstelt, dat in harmonie werkt met het hemelse heelal. Mannen en vrouwen, verlicht door de Geest van God en geheiligd door de waarheid, verkondigen de drie boodschappen in hun volgorde.’ Life Sketches, 429.

The prophetic events represented in Revelation chapter ten, are represented by the seven thunders. Those events mark where the divine is joined with the human. The “signs” that were identified by Christ in Matthew chapter twenty-four, Mark thirteen and Luke twenty-one represent the “signs” that ushered in the Millerite movement and represent a parallel testimony to the movement of the one hundred and forty-four thousand. The one hundred and forty-four thousand do not taste of death as represented by Enoch and Elijah. September 11, 2001, the “sign” that Christ identified as marking the arrival of the final generation of earth’s history, is identified in Luke chapter twenty-one. To be among that group that has been represented by Enoch and Elijah, who are called the one hundred and forty-four thousand requires that the “sign” and all that it represents is recognized.

De profetische gebeurtenissen die in Openbaring hoofdstuk tien worden voorgesteld, worden voorgesteld door de zeven donderslagen. Die gebeurtenissen markeren waar het goddelijke met het menselijke wordt verenigd. De „tekenen” die door Christus werden aangeduid in Mattheüs hoofdstuk vierentwintig, Markus dertien en Lukas eenentwintig, stellen de „tekenen” voor die de Milleritische beweging inluidden en vormen een parallel getuigenis van de beweging van de honderdvierenvierenveertigduizend. De honderdvierenvierenveertigduizend smaken de dood niet, zoals voorgesteld door Henoch en Elia. 11 september 2001, het „teken” dat Christus aanwees als de markering van de komst van de laatste generatie van de geschiedenis der aarde, wordt aangeduid in Lukas hoofdstuk eenentwintig. Om tot die groep te behoren die door Henoch en Elia is voorgesteld, die de honderdvierenvierenveertigduizend wordt genoemd, is vereist dat het „teken” en alles wat het vertegenwoordigt, wordt erkend.

After Jesus led His disciples down through the history of the “signs” which ushered in the Millerite movement He then repeated and enlarged His historical testimony, by including a parable that represented the same history.

Nadat Jezus Zijn discipelen had geleid door de geschiedenis van de „tekenen” die de Milleritische beweging inluidden, herhaalde en verruimde Hij vervolgens Zijn historische getuigenis door een gelijkenis op te nemen die dezelfde geschiedenis uitbeeldde.

And he spake to them a parable; Behold the fig tree, and all the trees; When they now shoot forth, ye see and know of your own selves that summer is now nigh at hand. So likewise ye, when ye see these things come to pass, know ye that the kingdom of God is nigh at hand. Verily I say unto you, This generation shall not pass away, till all be fulfilled. Heaven and earth shall pass away: but my words shall not pass away. Luke 21:29–33.

En Hij sprak tot hen een gelijkenis: Zie de vijgenboom en al de bomen; wanneer zij nu uitlopen, ziet gij dat en weet gij uit uzelf dat de zomer reeds nabij is. Zo ook gij, wanneer gij deze dingen ziet geschieden, weet dan dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat alles zal zijn geschied. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Lukas 21:29–33.

Jesus begins the parable by identifying a distinction between “the fig tree,” in the singular, and “all the trees.” The “fig tree,” is the covenant people, who in the last days is Laodicean Adventism, who profess to be the remnant people of God. The other “trees” were the Gentiles.

Jezus begint de gelijkenis door een onderscheid aan te geven tussen „de vijgenboom”, in het enkelvoud, en „alle bomen”. De „vijgenboom” is het verbondsvolk, dat in de laatste dagen het Laodiceïsche adventisme is, dat belijdt het overblijfselvolk van God te zijn. De andere „bomen” waren de heidenen.

Mark the cursing of the fig tree, representing the Jewish nation, covered with leaves of profession, but no fruit to be found thereon. The curse is pronounced upon the fig tree, which represents the moral, thinking, living agent, cursed of God, living as were the Jews for forty years after this event, yet dead. Mark, the other trees, representing the Gentiles, were not covered. They were leafless, making no pretension to having a knowledge of God. Their time of fruit-leaving was not yet.” Special Testimonies for Ministers and Workers, number 7, 59–61.

“Let op de vervloeking van de vijgenboom, die de Joodse natie vertegenwoordigt, bedekt met bladeren van belijdenis, maar zonder dat er vrucht op gevonden kon worden. De vloek wordt uitgesproken over de vijgenboom, die de morele, denkende, levende handelende persoon vertegenwoordigt, door God vervloekt, levend, zoals de Joden gedurende veertig jaar na deze gebeurtenis leefden, en toch dood. Merk op dat de andere bomen, die de heidenen vertegenwoordigen, niet bedekt waren. Zij waren zonder bladeren en maakten geen aanspraak op kennis van God. Hun tijd om vrucht voort te brengen was nog niet gekomen.” Special Testimonies for Ministers and Workers, number 7, 59–61.

Laodicean Adventism in the last days is cursed, for though it professes to be the remnant people of God, its profession is fruitless. Jesus is making two interconnected, but different points in the passage. He is identifying the distinction between the professed people of God and the Gentiles, who do not profess to uphold the law of God, or possess the Spirit of Prophecy which are the characteristics of the remnant of the last days, which Laodicean Adventism professes to uphold. The leaves in the last days represent the claimed profession to be the remnant identified by John in the book of Revelation.

Het Laodiceaanse adventisme in de laatste dagen is vervloekt, want hoewel het belijdt het overblijfselvolk van God te zijn, is zijn belijdenis zonder vrucht. Jezus maakt in deze passage twee met elkaar verbonden, maar verschillende punten. Hij duidt het onderscheid aan tussen het belijdende volk van God en de heidenen, die niet belijden de wet van God te handhaven, noch de Geest der Profetie te bezitten, welke de kenmerken zijn van het overblijfsel van de laatste dagen, die het Laodiceaanse adventisme belijdt te handhaven. De bladeren in de laatste dagen vertegenwoordigen de geclaimde belijdenis het overblijfsel te zijn dat door Johannes in het boek Openbaring wordt aangeduid.

The Gentile world was represented by the leafless, fruitless fig trees. The Gentiles were destitute, as were the Jews, of godliness, but they had not claimed to be in favor with God. They made no boast of exalted spirituality. They were blind in every sense to the ways and works of God, With them the time for figs was not yet. They were still looking forward to a day which would bring them light and hope.” Signs of the Times, February 15, 1899.

„De heidense wereld werd voorgesteld door de vijgenbomen zonder bladeren en zonder vrucht. De heidenen waren, evenals de Joden, verstoken van godsvrucht, maar zij hadden niet beweerd in Gods gunst te staan. Zij beroemden zich niet op verheven geestelijkheid. Zij waren in elk opzicht blind voor de wegen en werken van God. Voor hen was de tijd van de vijgen nog niet gekomen. Zij zagen nog uit naar een dag die hun licht en hoop zou brengen.” Signs of the Times, 15 februari 1899.

The distinction between the fig tree and the other trees was given one other distinction by Christ. The time for the trees to bud out for the figs, was different than the time for the Gentiles trees to bud out. In the last days “two distinct calls are given to the churches,” and the first voice from the angel of Revelation chapter eighteen, identifies the time when the budding-out for the one hundred and forty-four thousand was to occur. The “second voice” of Revelation eighteen, represents when the other trees were to bud out.

Het onderscheid tussen de vijgenboom en de andere bomen werd door Christus nog door een ander onderscheid gekenmerkt. De tijd waarin de bomen voor de vijgen moesten uitlopen, was anders dan de tijd waarin de heidense bomen moesten uitlopen. In de laatste dagen “worden aan de gemeenten twee onderscheiden oproepen gegeven”, en de eerste stem van de engel uit Openbaring hoofdstuk achttien duidt de tijd aan waarin het uitlopen voor de honderdvierendertigduizend moest plaatsvinden. De “tweede stem” van Openbaring achttien vertegenwoordigt het moment waarop de andere bomen moesten uitlopen.

In Christ’s day the Jews were the fig tree, the Gentiles were the other trees. In Millerite history the Protestants were the fig tree, and the Millerites were the other trees. In the last days, Laodicean Adventism is the fruitless fig tree which is removed from Jerusalem (the vineyard), and the one hundred and forty-four thousand are the fig trees that bears fruit. God’s other children who are still in Babylon are represented as the Gentiles.

In de dagen van Christus waren de Joden de vijgenboom; de heidenen waren de andere bomen. In de Milleritische geschiedenis waren de protestanten de vijgenboom, en de Millerieten waren de andere bomen. In de laatste dagen is het Laodiceïsche adventisme de onvruchtbare vijgenboom die uit Jeruzalem (de wijngaard) wordt weggenomen, en de honderdvierenveertigduizend zijn de vijgenbomen die vrucht dragen. Gods andere kinderen, die nog in Babylon zijn, worden voorgesteld als de heidenen.

A “gentile,” by definition is a “stranger.” The gentile trees are dormant (dead), bearing no buds or fruit at the time the fig tree buds out and comes to life. A dormant tree is a dry tree, and when the Gentiles are called to come out of Babylon, by the second voice of Revelation chapter eighteen, they will then choose to keep the seventh-day Sabbath and enter into covenant with the Lord.

Een „heiden” is per definitie een „vreemdeling”. De heidense bomen zijn sluimerend (dood) en dragen geen knoppen of vrucht op het moment dat de vijgenboom uitloopt en tot leven komt. Een sluimerende boom is een dorre boom, en wanneer de heidenen door de tweede stem van Openbaring hoofdstuk achttien worden geroepen om uit Babylon uit te gaan, zullen zij er dan voor kiezen de sabbat van de zevende dag te houden en in een verbond met de Heer te treden.

Neither let the son of the stranger, that hath joined himself to the Lord, speak, saying, The Lord hath utterly separated me from his people: neither let the eunuch say, Behold, I am a dry tree. For thus saith the Lord unto the eunuchs that keep my sabbaths, and choose the things that please me, and take hold of my covenant; Even unto them will I give in mine house and within my walls a place and a name better than of sons and of daughters: I will give them an everlasting name, that shall not be cut off. Also the sons of the stranger, that join themselves to the Lord, to serve him, and to love the name of the Lord, to be his servants, every one that keepeth the sabbath from polluting it, and taketh hold of my covenant; Even them will I bring to my holy mountain, and make them joyful in my house of prayer: their burnt offerings and their sacrifices shall be accepted upon mine altar; for mine house shall be called an house of prayer for all people. Isaiah 56:3–7.

Laat ook de vreemdeling die zich bij de HEERE gevoegd heeft, niet spreken en zeggen: De HEERE heeft mij geheel en al van Zijn volk gescheiden; en laat de ontmande niet zeggen: Zie, ik ben een dorre boom. Want zo zegt de HEERE tot de ontmanden die Mijn sabbatten onderhouden, verkiezen wat Mij behaagt, en vasthouden aan Mijn verbond: Hun zal Ik in Mijn huis en binnen Mijn muren een plaats en een naam geven, beter dan die van zonen en van dochters; Ik zal hun een eeuwige naam geven, die niet uitgeroeid zal worden. En ook de vreemdelingen die zich bij de HEERE voegen, om Hem te dienen en de Naam van de HEERE lief te hebben, om Zijn knechten te zijn, allen die de sabbat onderhouden zonder die te ontheiligen, en vasthouden aan Mijn verbond; hen zal Ik brengen naar Mijn heilige berg, en Ik zal hen verblijden in Mijn bedehuis; hun brandoffers en hun slachtoffers zullen welgevallig zijn op Mijn altaar; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken. Jesaja 56:3–7.

A stranger is a “gentile,” and the “second voice” calls them to come out of Babylon, and they are brought to God’s holy mountain, it will then be His “holy” mountain, for the wheat and tares will have been separated by the testing process represented in the history of the “first voice”. When they come to the mountain of the Lord in the last days, the Gentiles will no longer be strangers, or dry trees.

Een vreemdeling is een „heiden”, en de „tweede stem” roept hen op uit Babylon te komen, en zij worden gebracht naar Gods heilige berg; dan zal deze Zijn „heilige” berg zijn, want de tarwe en het onkruid zullen door het beproevingsproces dat wordt voorgesteld in de geschiedenis van de „eerste stem” van elkaar gescheiden zijn. Wanneer zij in de laatste dagen naar de berg des HEEREN komen, zullen de heidenen niet langer vreemdelingen of dorre bomen zijn.

The sun and the moon shall be darkened, and the stars shall withdraw their shining. The Lord also shall roar out of Zion, and utter his voice from Jerusalem; and the heavens and the earth shall shake: but the Lord will be the hope of his people, and the strength of the children of Israel. So shall ye know that I am the Lord your God dwelling in Zion, my holy mountain: then shall Jerusalem be holy, and there shall no strangers pass through her any more. Joel 3:15–17.

De zon en de maan zullen verduisterd worden, en de sterren zullen hun glans intrekken. Ook zal de HEERE uit Sion brullen en Zijn stem uit Jeruzalem doen horen; en de hemel en de aarde zullen beven; maar de HEERE zal de hoop van Zijn volk zijn en de sterkte van de kinderen Israëls. Zo zult gij weten dat Ik de HEERE, uw God, ben, wonende op Sion, Mijn heilige berg; dan zal Jeruzalem heilig zijn, en geen vreemden zullen meer door haar heen trekken. Joël 3:15–17.

The ushering in of the history where the “second voice” calls God’s other flock out of Babylon has “signs” that were typified by the signs of the Millerite movement. In Matthew chapter twenty-four, Mark chapter thirteen and Luke chapter twenty-one Christ’s testimony that we are considering is set forth. In each of those three witnesses one of the “signs” identified is that the powers of heaven shall be shaken, but in Joel’s representation of the “signs” which identify when Jerusalem shall be “holy”, both “the heavens and the earth shall shake.”

Het inluiden van de geschiedenis waarin de „tweede stem” Gods andere kudde uit Babylon roept, heeft „tekenen” die vooraf werden uitgebeeld door de tekenen van de Milleritische beweging. In Mattheüs hoofdstuk vierentwintig, Markus hoofdstuk dertien en Lukas hoofdstuk eenentwintig wordt het getuigenis van Christus dat wij overwegen, uiteengezet. In elk van die drie getuigenissen is een van de geïdentificeerde „tekenen” dat de krachten der hemelen zullen worden bewogen, maar in Joëls voorstelling van de „tekenen” die aangeven wanneer Jeruzalem „heilig” zal zijn, zullen zowel „de hemelen als de aarde beven.”

Joel is identifying the perfect fulfillment of the predicted “signs” that occur when Jerusalem is holy. That time is when the Lord has removed the sins from the one hundred and forty-four thousand, and the church of Laodicea has transitioned to the movement of Philadelphia. It is then that the sixth movement (Philadelphia), becomes the eighth movement (Philadelphia), that is of the seven churches. It is then that the Church Militant becomes the Church Triumphant. The Church Militant is a label for God’s church that is composed of the wheat and the tares. The Church Triumphant is God’s holy mountain that is “holy,” and “no strangers pass through her anymore.”

Joël duidt op de volmaakte vervulling van de voorzegde „tekenen” die plaatsvinden wanneer Jeruzalem heilig is. Die tijd is wanneer de Heere de zonden van de honderd vierenveertigduizend heeft weggenomen en de gemeente van Laodicea is overgegaan in de beweging van Filadelfia. Dan wordt de zesde beweging (Filadelfia) de achtste beweging (Filadelfia), die uit de zeven gemeenten is. Dan wordt de Strijdende Kerk de Triomferende Kerk. De Strijdende Kerk is een aanduiding voor Gods gemeente die samengesteld is uit de tarwe en het onkruid. De Triomferende Kerk is Gods heilige berg, die „heilig” is, en „vreemden trekken niet meer door haar heen.”

The ushering in of the ensign that is lifted up, which is the Church Triumphant, which is the “eighth that is of the seven”, which is when Jerusalem is “holy”, is accompanied by “signs.” In order for Jesus to provide the point of reference for His people to recognize the life or death “sign,” that identifies the sealing of the one hundred and forty-four thousand, He employed trees and the natural cycle of a tree’s life to teach the all-important lesson.

Het opkomen van de banier die wordt opgeheven, die de Triomferende Kerk is, die „de achtste is uit de zeven” is, dat is wanneer Jeruzalem „heilig” is, gaat vergezeld van „tekenen”. Opdat Jezus Zijn volk een herkenningspunt zou geven om het „teken” van leven of dood te onderkennen, dat de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend aanduidt, gebruikte Hij bomen en de natuurlijke cyclus van het leven van een boom om die hoogst belangrijke les te onderwijzen.

“Christ had bidden His people watch for the signs of His advent and rejoice as they should behold the tokens of their coming King. ‘When these things begin to come to pass,’ He said, ‘then look up, and lift up your heads; for your redemption draweth nigh.’ He pointed His followers to the budding trees of spring, and said: ‘When they now shoot forth, ye see and know of your own selves that summer is now nigh at hand. So likewise ye, when ye see these things come to pass, know ye that the kingdom of God is nigh at hand.’ Luke 21:28, 30, 31.” The Great Controversy, 308.

‘Christus had Zijn volk bevolen acht te slaan op de tekenen van Zijn komst en zich te verheugen wanneer zij de kentekenen van hun komende Koning zouden aanschouwen. “Wanneer deze dingen beginnen te geschieden,” zei Hij, “ziet dan omhoog en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is.” Hij wees Zijn volgelingen op de ontluikende bomen in de lente en zei: “Wanneer zij nu uitlopen, ziet gij en weet uit uzelf dat de zomer reeds nabij is. Zo ook gij, wanneer gij deze dingen ziet geschieden, weet dan dat het Koninkrijk Gods nabij is.” Lukas 21:28, 30, 31.’ The Great Controversy, 308.

When the trees of Spring begin to bud out, Summer is near.

Wanneer de bomen in de lente beginnen uit te botten, is de zomer nabij.

The harvest is past, the summer is ended, and we are not saved. Jeremiah 8:20.

De oogst is voorbij, de zomer is ten einde, en wij zijn niet verlost. Jeremia 8:20.

The budding trees identify that it is Spring, and we then know Summer is near, and it is in the Summer when the harvest is gathered.

De ontluikende bomen geven te kennen dat het lente is, en dan weten wij dat de zomer nabij is; en het is in de zomer dat de oogst wordt binnengehaald.

The enemy that sowed them is the devil; the harvest is the end of the world; and the reapers are the angels. Matthew 13:39.

De vijand die ze gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is het einde van de wereld; en de maaiers zijn de engelen. Mattheüs 13:39.

The harvest is at the end of the world. When the trees begin to bud out, you are required to know that the end of the world is imminent.

De oogst is aan het einde van de wereld. Wanneer de bomen beginnen uit te lopen, wordt van u verlangd te weten dat het einde van de wereld nabij is.

“One saying of the Saviour must not be made to destroy another. Though no man knoweth the day nor the hour of His coming, we are instructed and required to know when it is near. We are further taught that to disregard His warning, and refuse or neglect to know when His advent is near, will be as fatal for us as it was for those who lived in the days of Noah not to know when the flood was coming.” The Great Controversy, 371.

„De ene uitspraak van de Heiland mag niet gebruikt worden om een andere teniet te doen. Hoewel niemand de dag noch het uur van Zijn komst weet, worden wij onderwezen en is het onze plicht te weten wanneer zij nabij is. Voorts wordt ons geleerd dat het negeren van Zijn waarschuwing en het weigeren of nalaten te weten wanneer Zijn wederkomst nabij is, voor ons even noodlottig zal zijn als het voor hen die leefden in de dagen van Noach noodlottig was niet te weten wanneer de zondvloed zou komen.” The Great Controversy, 371.

We will continue our study of Luke chapter twenty-one in the next article.

In het volgende artikel zullen wij onze studie van Lukas, hoofdstuk eenentwintig, voortzetten.

“I saw that the powers of earth are now being shaken and that events come in order. War, and rumors of war, sword, famine, and pestilence are first to shake the powers of earth, then the voice of God will shake the sun, moon, and stars, and this earth also. I saw that the shaking of the powers in Europe is not, as some teach, the shaking of the powers of heaven, but it is the shaking of the angry nations.” Early Writings, 41.

“Ik zag dat de machten der aarde thans worden geschud en dat de gebeurtenissen in volgorde plaatsvinden. Oorlog en geruchten van oorlog, zwaard, hongersnood en pestilentie zijn eerst aan de beurt om de machten der aarde te schudden; daarna zal de stem van God de zon, de maan en de sterren, en ook deze aarde, schudden. Ik zag dat het schudden van de machten in Europa niet, zoals sommigen leren, het schudden van de machten des hemels is, maar het is het schudden van de toornige volken.” Early Writings, 41.