Christ pointed His people to the budding trees of Spring, in order that they would understand the “signs” and the implication of the “signs” of the last days.
Christus wees Zijn volk op de ontluikende bomen van de lente, opdat zij de „tekenen” en de strekking van de „tekenen” van de laatste dagen zouden begrijpen.
“Christ had bidden His people watch for the signs of His advent and rejoice as they should behold the tokens of their coming King. ‘When these things begin to come to pass,’ He said, ‘then look up, and lift up your heads; for your redemption draweth nigh.’ He pointed His followers to the budding trees of spring, and said: ‘When they now shoot forth, ye see and know of your own selves that summer is now nigh at hand. So likewise ye, when ye see these things come to pass, know ye that the kingdom of God is nigh at hand.’ Luke 21:28, 30, 31.” The Great Controversy, 308.
‘Christus had Zijn volk bevolen uit te zien naar de tekenen van Zijn wederkomst en zich te verblijden wanneer zij de blijken van hun komende Koning zouden aanschouwen. “Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden,” zei Hij, “ziet dan opwaarts en heft uw hoofden omhoog, omdat uw verlossing nabij is.” Hij wees Zijn volgelingen op de ontluikende bomen in de lente en zei: “Wanneer zij nu uitspruiten, ziet gij dat en weet gij uit uzelf dat de zomer reeds nabij is. Zo moet ook gij, wanneer gij deze dingen ziet geschieden, weten dat het Koninkrijk Gods nabij is.” Lukas 21:28, 30, 31.’ De Grote Strijd, 308.
The “signs” of the last days were typified by the “signs,” that announced and ushered in the movement of the first angel. Those “signs” included the shaking of the heavens, but Joel identifies that the “signs” of the last days, the days when the iniquity of Israel shall be sought for and not found, when God’s holy mountain is holy forever, for no strangers will ever pass through her again, the shaking of the powers of the heavens, will also include the shaking of the powers of earth. Sister White identifies the distinction between the shaking of the powers of the heavens and the powers of the earth.
De „tekenen” van de laatste dagen werden getypeerd door de „tekenen” die de beweging van de eerste engel aankondigden en inluidden. Tot die „tekenen” behoorde het schudden van de hemelen, maar Joël maakt duidelijk dat de „tekenen” van de laatste dagen—de dagen waarin de ongerechtigheid van Israël gezocht zal worden en niet gevonden, wanneer Gods heilige berg voor altijd heilig is, want geen vreemden zullen ooit weer door haar heen trekken, het schudden van de machten der hemelen—ook het schudden van de machten der aarde zullen omvatten. Zuster White wijst op het onderscheid tussen het schudden van de machten der hemelen en dat van de machten der aarde.
“December 16, 1848, the Lord gave me a view of the shaking of the powers of the heavens. I saw that when the Lord said ‘heaven,’ in giving the signs recorded by Matthew, Mark, and Luke, He meant heaven, and when He said ‘earth’ He meant earth. The powers of heaven are the sun, moon, and stars. They rule in the heavens. The powers of earth are those that rule on the earth. The powers of heaven will be shaken at the voice of God. Then the sun, moon, and stars will be moved out of their places. They will not pass away, but be shaken by the voice of God.
„Op 16 december 1848 gaf de Heere mij een gezicht aangaande het wankelen van de machten der hemelen. Ik zag dat, toen de Heere bij het geven van de tekenen die door Mattheüs, Markus en Lukas zijn opgetekend, ‘hemel’ zei, Hij de hemel bedoelde, en toen Hij ‘aarde’ zei, bedoelde Hij de aarde. De machten des hemels zijn de zon, de maan en de sterren. Zij heersen in de hemelen. De machten der aarde zijn degenen die op de aarde heersen. De machten des hemels zullen door de stem Gods geschud worden. Dan zullen de zon, de maan en de sterren uit hun plaatsen bewogen worden. Zij zullen niet vergaan, maar door de stem Gods geschud worden.
“Dark, heavy clouds came up and clashed against each other. The atmosphere parted and rolled back; then we could look up through the open space in Orion, whence came the voice of God. The Holy City will come down through that open space. I saw that the powers of earth are now being shaken and that events come in order. War, and rumors of war, sword, famine, and pestilence are first to shake the powers of earth, then the voice of God will shake the sun, moon, and stars, and this earth also. I saw that the shaking of the powers in Europe is not, as some teach, the shaking of the powers of heaven, but it is the shaking of the angry nations.” Early Writings, 41.
„Donkere, zware wolken kwamen op en botsten tegen elkaar. De hemel scheurde open en week terug; toen konden wij door de open ruimte in Orion omhoogzien, vanwaar de stem van God kwam. De Heilige Stad zal door die open ruimte neerdalen. Ik zag dat de machten der aarde nu worden geschud en dat de gebeurtenissen in volgorde plaatsvinden. Oorlog en geruchten van oorlog, zwaard, hongersnood en pestilentie zijn eerst aan de beurt om de machten der aarde te schudden; daarna zal de stem van God de zon, de maan en de sterren schudden, en ook deze aarde. Ik zag dat het schudden van de machten in Europa niet, zoals sommigen leren, het schudden van de machten des hemels is, maar dat het het schudden van de toornige volken is.” Early Writings, 41.
The shaking of the heavens in Matthew, Mark and Luke represent the shaking of the powers that rule the heavens, as represented by the sun, moon and stars. All of these heavenly powers were shaken, and produced the “signs,” which ushered in and announced the movement of the first angel. Those heavenly powers will be again shaken during the movement of the third angel. But in the movement of the third angel, the powers of earth will also be shaken. The powers of earth are the powers that rule the earth. On September 11, 2001, the powers of earth, not heaven, were shaken.
Het schudden van de hemelen in Matteüs, Markus en Lukas vertegenwoordigt het schudden van de machten die over de hemelen heersen, voorgesteld door de zon, de maan en de sterren. Al deze hemelse machten werden geschud en brachten de „tekenen” voort, die de beweging van de eerste engel inleidden en aankondigden. Die hemelse machten zullen tijdens de beweging van de derde engel opnieuw geschud worden. Maar in de beweging van de derde engel zullen ook de machten van de aarde geschud worden. De machten van de aarde zijn de machten die over de aarde heersen. Op 11 september 2001 werden de machten van de aarde, niet die van de hemel, geschud.
“Now comes the word that I have declared that New York is to be swept away by a tidal wave? This I have never said. I have said, as I looked at the great buildings going up there, story after story, ‘What terrible scenes will take place when the Lord shall arise to shake terribly the earth! Then the words of Revelation 18:1–3 will be fulfilled.’ The whole of the eighteenth chapter of Revelation is a warning of what is coming on the earth. But I have no light in particular in regard to what is coming on New York, only that I know that one day the great buildings there will be thrown down by the turning and overturning of God’s power. From the light given me, I know that destruction is in the world. One word from the Lord, one touch of his mighty power, and these massive structures will fall. Scenes will take place the fearfulness of which we cannot imagine.” Review and Herald, July 5, 1906.
„Is nu het woord opgekomen dat ik heb verklaard dat New York door een vloedgolf zal worden weggevaagd? Dit heb ik nooit gezegd. Ik heb gezegd, toen ik zag hoe de grote gebouwen daar verrezen, verdieping na verdieping: ‘Wat vreselijke tonelen zullen plaatsvinden wanneer de Heere zal opstaan om de aarde geweldig te doen beven! Dan zullen de woorden van Openbaring 18:1–3 vervuld worden.’ Het gehele achttiende hoofdstuk van Openbaring is een waarschuwing voor wat over de aarde komt. Maar ik heb geen bijzonder licht met betrekking tot wat over New York komt, alleen dat ik weet dat op een dag de grote gebouwen daar zullen worden neergehaald door het keren en omkeren van Gods macht. Uit het mij gegeven licht weet ik dat er verderf in de wereld is. Eén woord van de Heere, één aanraking van Zijn machtige kracht, en deze massieve bouwwerken zullen vallen. Er zullen tonelen plaatsvinden waarvan wij ons de ontzagwekkendheid niet kunnen voorstellen.” Review and Herald, 5 juli 1906.
In the history of the Millerites one of the signs recorded by Luke was the “distress of nations.” The nations represent the powers that rule the earth, and on September 11, 2001, every nation on earth was shaken as the third Woe arrived into prophetic history. That earthly shaking was represented in Luke twenty-one, but not by the biblical expression of the shaking of the powers of the earth. It was represented by the phrase, “the distress of nations,” as was brought upon the nations of the world when the great buildings of New York were brought down. “The distress of nations” in Luke is the shaking of the powers of earth, and it was fulfilled in the history of the Millerites.
In de geschiedenis van de Millerieten was een van de tekenen die door Lukas zijn opgetekend, de „benauwdheid der volken”. De volken vertegenwoordigen de machten die over de aarde heersen, en op 11 september 2001 werd elke natie op aarde geschokt toen het derde Wee de profetische geschiedenis binnentrad. Die aardse schudding werd in Lukas eenentwintig voorgesteld, maar niet door de bijbelse uitdrukking van het schudden van de machten der aarde. Zij werd voorgesteld door de uitdrukking „de benauwdheid der volken”, zoals die over de naties der wereld werd gebracht toen de grote gebouwen van New York werden neergehaald. „De benauwdheid der volken” in Lukas is het schudden van de machten der aarde, en zij werd vervuld in de geschiedenis van de Millerieten.
“I saw that the powers of earth are now being shaken and that events come in order. War, and rumors of war, sword, famine, and pestilence are first to shake the powers of earth, then the voice of God will shake the sun, moon, and stars, and this earth also. I saw that the shaking of the powers in Europe is not, as some teach, the shaking of the powers of heaven, but it is the shaking of the angry nations.” Early Writings, 41.
“Ik zag dat de machten der aarde thans worden geschud en dat de gebeurtenissen in volgorde komen. Oorlog en geruchten van oorlog, zwaard, hongersnood en pestilentie zijn het eerst om de machten der aarde te schudden; daarna zal de stem van God de zon, de maan en de sterren, en ook deze aarde, schudden. Ik zag dat het schudden van de machten in Europa niet, zoals sommigen leren, het schudden van de machten des hemels is, maar dat het het schudden van de toornige volken is.” Early Writings, 41.
The “shaking of the powers of the angry nations,” is the shaking of the “powers of earth,” as illustrated in the early history of Adventism by the shaking of the “powers in Europe.” Uriah Smith identified what was shaking the powers in Europe in 1838.
Het „schudden van de machten der toornige volken” is het schudden van de „machten der aarde”, zoals in de vroege geschiedenis van het adventisme werd geïllustreerd door het schudden van de „machten in Europa”. Uriah Smith duidde in 1838 aan wat het was dat de machten in Europa deed schudden.
“As the prophetic period of this [6th] trumpet commenced by the voluntary surrender of power into the hands of the Turks by the Christian emperor of the East, so we might justly conclude that its termination would be marked by the voluntary surrender of that power by the Turkish Sultan back again into the hands of the Christians. In 1838 Turkey became involved in war with Egypt. The Egyptians bid fair to overthrow the Turkish power. To prevent this, the four great powers of Europe, England, Russia, Austria, and Prussia, interfered to sustain the Turkish government. Turkey accepted their intervention. A conference was held in London at which an ultimatum was drawn up to be presented to Mehemet Ali, the Pacha of Egypt. It is evident that when this ultimatum should be placed in the hands of Mehemet, the destiny of the Ottoman Empire would be virtually lodged in the hands of the Christian powers of Europe. This ultimatum was placed in the hands of Mehemet on the 11th day of August 1840! and on that very day the Sultan addressed a note to the ambassadors of the four powers, inquiring what should be done in case Mehemet refused to comply with the terms which they had proposed. The answer was that he need not alarm himself about any contingency that might arise; for they had made provision for that. The prophetic period ended, and on that very day the control of Mohammedan affairs passed into the hands of Christians, just as the control of Christian affairs had passed into the hands of the Mohammedans 391 years and 15 days before. Thus the second woe ended, and the sixth trumpet ceased its sounding.” Uriah Smith, Synopsis of Present Truth, 218.
„Zoals de profetische periode van deze [6e] bazuin begon met de vrijwillige overdracht van de macht in de handen van de Turken door de christelijke keizer van het Oosten, zo zouden wij terecht kunnen concluderen dat haar beëindiging gekenmerkt zou worden door de vrijwillige overdracht van die macht door de Turkse sultan weer terug in de handen van de christenen. In 1838 raakte Turkije in oorlog met Egypte verwikkeld. De Egyptenaren leken de Turkse macht te zullen omverwerpen. Om dit te voorkomen grepen de vier grote mogendheden van Europa, Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen, in om de Turkse regering te ondersteunen. Turkije aanvaardde hun interventie. Er werd een conferentie in Londen gehouden, waar een ultimatum werd opgesteld dat aan Mehemet Ali, de pasha van Egypte, zou worden overhandigd. Het is duidelijk dat, wanneer dit ultimatum in de handen van Mehemet zou worden gelegd, het lot van het Ottomaanse Rijk feitelijk in de handen van de christelijke mogendheden van Europa zou worden gelegd. Dit ultimatum werd op de 11e dag van augustus 1840 in de handen van Mehemet gelegd! en op diezelfde dag richtte de sultan een nota aan de ambassadeurs van de vier mogendheden, met de vraag wat er gedaan moest worden in geval Mehemet weigerde zich te voegen naar de voorwaarden die zij hadden voorgesteld. Het antwoord luidde dat hij zich niet ongerust hoefde te maken over welke eventualiteit zich ook mocht voordoen; want daarin hadden zij voorzien. De profetische periode eindigde, en op diezelfde dag ging de controle over de Mohammedaanse aangelegenheden over in de handen van christenen, juist zoals de controle over de christelijke aangelegenheden 391 jaar en 15 dagen tevoren in de handen van de Mohammedanen was overgegaan. Zo eindigde het tweede wee, en hield de zesde bazuin op te klinken.” Uriah Smith, Synopsis of Present Truth, 218.
Islam of the second Woe, had passed the zenith of its power, which according to God’s word was to continue for three hundred and ninety-one years and fifteen days. Yet in the 1830’s Egypt was attempting to re-establish a caliphate in Egypt for the purpose of continuing the second great jihad of Muslim history. The possibility of more Islamic warfare was causing the European powers to shake in fear. For decades the crisis of Islam re-igniting its warfare was labelled by the historians and the reporters of those years as the “Eastern Question.” The warfare of the children of the east had been carried out for centuries against the nations of Europe, who derived their religion from the Roman church. In 1838, “the distress of nations,” referred to by Christ represented the shaking of the angry nations that was produced by the warfare brought against the former Roman Empire by Islam.
De islam van het tweede Wee had het hoogtepunt van zijn macht voorbij laten gaan, die volgens Gods woord driehonderd eenennegentig jaar en vijftien dagen zou voortduren. Toch trachtte Egypte in de jaren 1830 een kalifaat in Egypte te herstellen met het doel de tweede grote jihad in de islamitische geschiedenis voort te zetten. De mogelijkheid van verdere islamitische oorlogsvoering deed de Europese mogendheden sidderen van vrees. Gedurende tientallen jaren werd de crisis van het opnieuw ontbranden van de islamitische oorlogvoering door de historici en verslaggevers van die jaren aangeduid als de “Oosterse Kwestie”. De oorlogvoering van de kinderen van het oosten was eeuwenlang gevoerd tegen de naties van Europa, die hun godsdienst ontleenden aan de Roomse kerk. In 1838 vertegenwoordigde “de benauwdheid der volken”, waar Christus naar verwees, het schudden van de vertoornde naties dat werd voortgebracht door de oorlogvoering die door de islam werd gevoerd tegen het voormalige Romeinse Rijk.
“By [loosing] the four angels which are bound in the great river Euphrates, I understand that God was now about to suffer the four principal nations of which the Ottoman empire was composed, which had in vain attempted to subdue the Eastern Empire at Constantinople, and made but little progress in conquering Europe, now to take Constantinople, and to overrun and subdue one third part of Europe, which was the fact about the middle of the fifteenth century.” Works of William Miller, Volume 2, 121.
Met het [losmaken] van de vier engelen die gebonden zijn bij de grote rivier de Eufraat, versta ik dat God nu op het punt stond toe te laten dat de vier voornaamste volken waaruit het Ottomaanse rijk was samengesteld, die tevergeefs hadden getracht het Oost-Romeinse Rijk te Constantinopel te onderwerpen en bij de verovering van Europa slechts weinig vooruitgang hadden geboekt, nu Constantinopel zouden innemen en een derde deel van Europa zouden overrompelen en onderwerpen, hetgeen inderdaad het geval was omstreeks het midden van de vijftiende eeuw.” Works of William Miller, Volume 2, 121.
The distress of nations in the narrative found in Luke was “with perplexity; the sea and the waves roaring,” and with men’s “hearts failing them for fear, and for looking after those things which are coming on the earth.” The perplexity of the Eastern Question continued to agitate the powers of earth all the way into the twentieth century, and the symbol of that distress was “men’s hearts failing them for fear” and the “sea and waves roaring.”
De benauwdheid van de volken in het verslag dat in Lukas wordt aangetroffen, was „met radeloosheid; de zee en de golven bruisende”, en met de „harten der mensen bezwijkende van vrees en van verwachting der dingen die over de aarde komen zullen”. De radeloosheid van de Oosterse Kwestie bleef de machten der aarde tot ver in de twintigste eeuw verontrusten, en het symbool van die benauwdheid was dat „de harten der mensen bezwijkende van vrees” waren en „de zee en de golven bruisende”.
“This sealing of the servants of God is the same that was shown to Ezekiel in vision. John also had been a witness of this most startling revelation. He saw the sea and the waves roaring, and men’s hearts failing them for fear. He beheld the earth moved, and the mountains carried into the midst of the sea (which is literally taking place), the water thereof roaring and troubled, and the mountains shaking with the swelling thereof. He was shown plagues, pestilence, famine, and death performing their terrible mission.” Testimonies to Ministers, 445.
„Deze verzegeling van de dienstknechten Gods is dezelfde die in een visioen aan Ezechiël werd getoond. Ook Johannes was getuige geweest van deze hoogst ontzagwekkende openbaring. Hij zag de zee en de golven bruisen, en de harten der mensen bezwijken van vrees. Hij aanschouwde de aarde bewogen, en de bergen verplaatst naar het midden van de zee (wat letterlijk plaatsvindt), haar water bruisend en onstuimig, en de bergen schuddend door haar verheffing. Hem werden plagen, pestilentie, hongersnood en dood getoond, die hun verschrikkelijke opdracht volvoerden.” Testimonies to Ministers, 445.
When John was shown the sealing of the one hundred and forty-four thousand, he saw the distress of nations, as represented by the seas and waves roaring, and men’s hearts failing for fear, and it was the same sealing that Ezekiel was shown in chapter nine. Ezekiel was shown the internal elements of the sealing and John was shown the external elements associated with the sealing. John saw that the angering of the nations is associated with the sealing of the one hundred and forty-four thousand, and the angering of the nations is also Luke’s distress of nations which is historically identified as the Eastern Question. John was shown that Islam of the third Woe, is the external sign of the sealing of the one hundred and forty-four thousand.
Toen Johannes de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend werd getoond, zag hij de benauwdheid der volken, voorgesteld door de bruisende zeeën en golven, en de harten der mensen die bezweken van vrees, en het was dezelfde verzegeling die Ezechiël in hoofdstuk negen werd getoond. Aan Ezechiël werden de innerlijke elementen van de verzegeling getoond en aan Johannes werden de uiterlijke elementen getoond die met de verzegeling verbonden zijn. Johannes zag dat het vertoornen van de volken samenhangt met de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend, en het vertoornen van de volken is tevens de benauwdheid der volken van Lukas, die historisch wordt aangeduid als de Oosterse Kwestie. Aan Johannes werd getoond dat de islam van het derde Wee het uiterlijke teken is van de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend.
“The present is a time of overwhelming interest to all living. Rulers and statesmen, men who occupy positions of trust and authority, thinking men and women of all classes, have their attention fixed upon the events taking place about us. They are watching the strained, restless relations that exist among the nations. They observe the intensity that is taking possession of every earthly element, and they recognize that something great and decisive is about to take place—that the world is on the verge of a stupendous crisis.
“Het heden is voor allen die leven een tijd van overstelpende betekenis. Heersers en staatslieden, mannen die posities van vertrouwen en gezag bekleden, denkende mannen en vrouwen uit alle standen, hebben hun aandacht gericht op de gebeurtenissen die zich rondom ons voltrekken. Zij slaan de gespannen, rusteloze verhoudingen gade die onder de volken bestaan. Zij zien de hevige intensiteit die elk aards element in haar greep krijgt, en zij erkennen dat er iets groots en beslissends op het punt staat te gebeuren — dat de wereld op de rand van een ontzaglijke crisis staat.
“Angels are now restraining the winds of strife, that they may not blow until the world shall be warned of its coming doom; but a storm is gathering, ready to burst upon the earth; and when God shall bid His angels loose the winds, there will be such a scene of strife as no pen can picture.
„Engelen houden thans de winden van de strijd in bedwang, opdat zij niet zullen waaien voordat de wereld voor haar naderend onheil zal zijn gewaarschuwd; maar er verzamelt zich een storm, gereed om over de aarde los te barsten; en wanneer God Zijn engelen zal gebieden de winden los te laten, zal er een toneel van strijd zijn zoals geen pen kan beschrijven.
“The Bible, and the Bible only, gives a correct view of these things. Here are revealed the great final scenes in the history of our world, events that already are casting their shadows before, the sound of their approach causing the earth to tremble and men’s hearts to fail them for fear.” Education, 179, 180.
‘De Bijbel, en alleen de Bijbel, geeft een juist inzicht in deze dingen. Hier worden de grote slottaferelen in de geschiedenis van onze wereld geopenbaard, gebeurtenissen die reeds hun schaduwen vooruitwerpen, terwijl het geluid van hun nadering de aarde doet beven en de harten van de mensen doet bezwijken van vrees.’ Education, 179, 180.
In Luke chapter twenty-one Jesus identified the “signs” that ushered in the Millerite movement, and all those “signs”, according to Sister White, were fulfilled. The Lisbon earthquake, the dark day, the falling of the stars, and the distress of nations, which represented the shaking of the powers of earth that was fulfilled by Islam in the fear produced by the Eastern Question, are all fulfilled. The Millerite “signs” also include the Son of man coming with a cloud which was fulfilled in the correct order that the “signs” were given by Christ, for after the distress of nations ended with the restraint of the Ottoman supremacy in 1840, Christ came to the Most Holy Place on October 22, 1844, and when He came He came with clouds.
In Lukas hoofdstuk eenentwintig wees Jezus de „tekenen” aan die de Milleritische beweging inluidden, en al die „tekenen” werden volgens Zuster White vervuld. De aardbeving van Lissabon, de duistere dag, het vallen van de sterren en de benauwdheid der volken, die het schudden van de machten der aarde voorstelde, hetgeen door de islam werd vervuld in de vrees die door de Oosterse Kwestie werd voortgebracht, zijn alle vervuld. Tot de Milleritische „tekenen” behoort ook de komst van de Zoon des mensen met een wolk, hetgeen werd vervuld in de juiste volgorde waarin de „tekenen” door Christus werden gegeven; want nadat de benauwdheid der volken eindigde met de beteugeling van de Ottomaanse suprematie in 1840, kwam Christus op 22 oktober 1844 in het Allerheiligste, en toen Hij kwam, kwam Hij met wolken.
“‘And, behold, one like the Son of man came with the clouds of heaven, and came to the Ancient of Days, and they brought Him near before Him. And there was given Him dominion, and glory, and a kingdom, that all people, nations, and languages, should serve Him: His dominion is an everlasting dominion, which shall not pass away.’ Daniel 7:13, 14. The coming of Christ here described is not His second coming to the earth. He comes to the Ancient of Days in heaven to receive dominion and glory and a kingdom, which will be given Him at the close of His work as a mediator. It is this coming, and not His second advent to the earth, that was foretold in prophecy to take place at the termination of the 2300 days in 1844. Attended by heavenly angels, our great High Priest enters the holy of holies and there appears in the presence of God to engage in the last acts of His ministration in behalf of man—to perform the work of investigative judgment and to make an atonement for all who are shown to be entitled to its benefits.” The Great Controversy, 479.
“‘En zie, er kwam Eén als een Mensenzoon met de wolken des hemels, en Hij kwam tot de Oude van dagen, en zij brachten Hem voor Zijn aangezicht. En Hem werd heerschappij gegeven, en eer, en een koninkrijk, opdat alle volken, natiën en talen Hem dienen zouden: Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die niet zal vergaan.’ Daniël 7:13, 14. De komst van Christus die hier wordt beschreven, is niet Zijn tweede komst naar de aarde. Hij komt tot de Oude van dagen in de hemel om heerschappij en eer en een koninkrijk te ontvangen, die Hem gegeven zullen worden aan het einde van Zijn werk als Middelaar. Het is deze komst, en niet Zijn tweede komst naar de aarde, waarvan in de profetie was voorzegd dat zij zou plaatsvinden aan het einde van de 2300 dagen in 1844. Vergezeld door hemelse engelen gaat onze grote Hogepriester het heilige der heiligen binnen en verschijnt daar in de tegenwoordigheid van God om Zich bezig te houden met de laatste handelingen van Zijn bediening ten behoeve van de mens—om het werk van het onderzoekend oordeel te volbrengen en verzoening te doen voor allen van wie wordt aangetoond dat zij recht hebben op de voordelen ervan.” The Great Controversy, 479.
The “signs” associated with the history of the Millerites typified the “signs” associated with the history of the one hundred and forty-four thousand. When Christ provided the second witness to the historical narrative with the parable, He pointed His disciples to “the budding trees of spring.” He informed them that when the trees begin to bud out you know you are near the end of the world, and that the generation that witnesses the budding trees of spring will live to see the heavens and the earth pass away, in the fires of His second coming.
De „tekenen” die verbonden waren met de geschiedenis van de Millerieten, stonden model voor de „tekenen” die verbonden zijn met de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend. Toen Christus door middel van de gelijkenis de tweede getuige gaf van het historische verhaal, wees Hij Zijn discipelen op „de ontluikende bomen van de lente”. Hij deelde hun mee dat, wanneer de bomen beginnen uit te lopen, gij weet dat het einde van de wereld nabij is, en dat het geslacht dat getuige is van de ontluikende bomen van de lente, zal leven om te zien hoe de hemelen en de aarde voorbijgaan in de vuren van Zijn tweede komst.
When they now shoot forth, ye see and know of your own selves that summer is now nigh at hand. So likewise ye, when ye see these things come to pass, know ye that the kingdom of God is nigh at hand. Verily I say unto you, This generation shall not pass away, till all be fulfilled. Heaven and earth shall pass away: but my words shall not pass away. Luke 21:30–33.
Wanneer zij nu uitlopen, ziet en weet gij uit uzelf dat de zomer reeds nabij is. Zo ook gij, wanneer gij deze dingen ziet geschieden, weet dan dat het Koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat alles zal zijn vervuld. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan. Lukas 21:30–33.
The question then becomes, “when did the trees begin to shoot forth?” The latter rain began to sprinkle on September 11, 2001, which according to Isaiah is “the day” of God’s “rough wind in the day of the east wind.”
De vraag wordt dan: „wanneer begonnen de bomen uit te lopen?” De late regen begon neer te sprenkelen op 11 september 2001, wat volgens Jesaja „de dag” is van Gods „hevige wind ten dage van de oostenwind.”
In measure, when it shooteth forth, thou wilt debate with it: he stayeth his rough wind in the day of the east wind. By this therefore shall the iniquity of Jacob be purged; and this is all the fruit to take away his sin; when he maketh all the stones of the altar as chalkstones that are beaten in sunder, the groves and images shall not stand up. Yet the defenced city shall be desolate, and the habitation forsaken, and left like a wilderness: there shall the calf feed, and there shall he lie down, and consume the branches thereof. When the boughs thereof are withered, they shall be broken off: the women come, and set them on fire: for it is a people of no understanding: therefore he that made them will not have mercy on them, and he that formed them will shew them no favour. And it shall come to pass in that day, that the Lord shall beat off from the channel of the river unto the stream of Egypt, and ye shall be gathered one by one, O ye children of Israel. And it shall come to pass in that day, that the great trumpet shall be blown, and they shall come which were ready to perish in the land of Assyria, and the outcasts in the land of Egypt, and shall worship the Lord in the holy mount at Jerusalem. Isaiah 27:8–13.
Met mate, wanneer Gij uitspruit, zult Gij met hem twisten; Hij houdt Zijn ruwe wind in op de dag van de oostenwind. Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden; en dit is de gehele vrucht, dat zijn zonde weggenomen wordt; wanneer hij al de stenen van het altaar maakt als kalkstenen die in stukken geslagen zijn, zullen de gewijde palen en de beelden niet overeind blijven. Nochtans zal de versterkte stad woest zijn, en de woning verlaten, en prijsgegeven als een woestijn; daar zal het kalf weiden, en daar zal het nederliggen, en zijn takken verteren. Wanneer zijn twijgen verdord zijn, zullen zij afgebroken worden; de vrouwen komen en steken ze in brand; want het is een volk zonder verstand; daarom zal Hij Die hen gemaakt heeft Zich niet over hen ontfermen, en Hij Die hen geformeerd heeft zal hun geen genade bewijzen. En het zal geschieden te dien dage, dat de Heere zal dorsen van de bedding der rivier tot aan de beek van Egypte, en gij zult één voor één verzameld worden, o gij kinderen Israëls. En het zal geschieden te dien dage, dat op de grote bazuin geblazen zal worden, en zij zullen komen die gereed waren om om te komen in het land Assyrië, en de verdrevenen in het land Egypte, en zij zullen de Heere aanbidden op de heilige berg te Jeruzalem. Jesaja 27:8–13.
The latter rain began to sprinkle (measured) on September 11, 2001, and the debate over the message of the latter rain and the counterfeit peace and safety message began. The history of that debate is where the iniquity of Jacob is removed (purged, meaning atoned for). The history of the debate, which is the debate of Habakkuk, is the period of the sealing of the one hundred and forty-four thousand, that concludes with the Laodicean Seventh-day Adventist being spewed out of the mouth of the Lord, for it, as “the defenced city,” shall be desolate, for it had become the city of a people of no understanding, who find no mercy or favor. At that time the “second voice” of Revelation eighteen, will blow a great trumpet, which is the seventh trumpet and the third woe, and God’s other flock shall come and worship at “Jerusalem”, which will have become the movement of the church triumphant.
De late regen begon op 11 september 2001 te sprenkelen (afgemeten), en het debat over de boodschap van de late regen en de valse boodschap van vrede en veiligheid begon. De geschiedenis van dat debat is waar de ongerechtigheid van Jakob wordt weggenomen (uitgezuiverd, dat wil zeggen verzoend). De geschiedenis van het debat, dat het debat van Habakuk is, is de periode van de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend, die eindigt met het uitspuwen van de Laodiceese Zevende-dags Adventist uit de mond van de Heer, want zij zal, als “de versterkte stad”, verwoest zijn, omdat zij de stad was geworden van een volk zonder verstand, dat geen barmhartigheid of gunst vindt. In die tijd zal de “tweede stem” van Openbaring achttien op een grote bazuin blazen, die de zevende bazuin en de derde wee is, en Gods andere kudde zal komen en aanbidden te “Jeruzalem”, dat de beweging van de triomferende kerk zal zijn geworden.
September 11, 2001, identifies that the last generation of earth’s history has arrived, and only those that recognize the budding trees of spring will receive the rain that is causing the trees to bud. Only those that recognize that Islam of the third woe, is what marks the arrival of the latter rain and the sealing of the one hundred and forty-four thousand, will be among that group.
11 september 2001 duidt aan dat de laatste generatie van de geschiedenis der aarde is aangebroken, en alleen zij die de uitbottende bomen van de lente herkennen, zullen de regen ontvangen die de bomen doet uitbotten. Alleen zij die erkennen dat de islam van het derde wee is wat de komst van de late regen en de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend markeert, zullen tot die groep behoren.
“Only those who are living up to the light they have will receive greater light. Unless we are daily advancing in the exemplification of the active Christian virtues, we shall not recognize the manifestations of the Holy Spirit in the latter rain. It may be falling on hearts all around us, but we shall not discern or receive it.” Testimonies to Ministers, 507.
“Alleen zij die leven overeenkomstig het licht dat zij hebben, zullen groter licht ontvangen. Tenzij wij dagelijks vooruitgaan in de openbaring van de actieve christelijke deugden, zullen wij de manifestaties van de Heilige Geest in de late regen niet herkennen. Deze kan neerdalen op harten overal om ons heen, maar wij zullen haar niet onderscheiden of ontvangen.” Testimonies to Ministers, 507.
“We must not wait for the latter rain. It is coming upon all who will recognize and appropriate the dew and showers of grace that fall upon us. When we gather up the fragments of light, when we appreciate the sure mercies of God, who loves to have us trust Him, then every promise will be fulfilled. ‘For as the earth bringeth forth her bud, and as the garden causeth the things that are sown in it to spring forth; so the Lord God will cause righteousness and praise to spring forth before all the nations’ (Isaiah 61:11). The whole earth is to be filled with the glory of God.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 984.
„Wij moeten niet wachten op de late regen. Zij komt over allen die de dauw en de regenbuien van genade die op ons neerdalen, zullen erkennen en zich toe-eigenen. Wanneer wij de brokstukken van licht verzamelen, wanneer wij de zekere barmhartigheden van God waarderen, Die er behagen in schept dat wij op Hem vertrouwen, dan zal iedere belofte worden vervuld. ‘Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof doet uitspruiten hetgeen daarin gezaaid is; alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken’ (Jesaja 61:11). De gehele aarde moet vervuld worden met de heerlijkheid van God.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 984.
We will continue the study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“Unless those who can help in——are aroused to a sense of their duty, they will not recognize the work of God when the loud cry of the third angel shall be heard. When light goes forth to lighten the earth, instead of coming up to the help of the Lord, they will want to bind about His work to meet their narrow ideas. Let me tell you that the Lord will work in this last work in a manner very much out of the common order of things, and in a way that will be contrary to any human planning. There will be those among us who will always want to control the work of God, to dictate even what movements shall be made when the work goes forward under the direction of the angel who joins the third angel in the message to be given to the world. God will use ways and means by which it will be seen that He is taking the reins in His own hands. The workers will be surprised by the simple means that He will use to bring about and perfect His work of righteousness.” Testimonies to Ministers, 300.
‘Tenzij zij die in——kunnen helpen, worden opgewekt tot het besef van hun plicht, zullen zij het werk van God niet herkennen wanneer de luide roep van de derde engel zal worden gehoord. Wanneer het licht uitgaat om de aarde te verlichten, zullen zij, in plaats van op te komen tot de hulp des Heren, Zijn werk willen inbinden opdat het aan hun enge opvattingen zou beantwoorden. Laat mij u zeggen dat de Heer in dit laatste werk zal handelen op een wijze die verre van de gewone gang van zaken afwijkt, en op een manier die in strijd zal zijn met elke menselijke planning. Er zullen onder ons altijd mensen zijn die het werk van God willen beheersen, die zelfs willen voorschrijven welke bewegingen gemaakt moeten worden wanneer het werk voortgaat onder de leiding van de engel die zich bij de derde engel voegt in de boodschap die aan de wereld gegeven moet worden. God zal wegen en middelen gebruiken waardoor gezien zal worden dat Hij Zelf de teugels in handen neemt. De arbeiders zullen verrast zijn door de eenvoudige middelen die Hij zal gebruiken om Zijn werk van gerechtigheid tot stand te brengen en te voltooien.’ Testimonies to Ministers, 300.