We have been considering the history represented in verse forty of Daniel chapter eleven. We are now addressing the internal line of history within the verse which represents the history of the Protestant horn of the earth beast. We are employing the joining of Ezekiel’s two sticks in chapter thirty-seven as the point of reference to identify the mystery of God, by Christ in joining His divinity with humanity when the third angel arrives. Line upon line, the message of the mystery of God that John identified as finishing during the sounding of the seventh trumpet, was specifically sent to Laodicea by the apostle Paul. Ezekiel, John and Paul’s testimony aligns with the same mystery of God that was represented in the message of Jones and Waggoner in 1888, which was the message to Laodicea.

Wij hebben de geschiedenis overwogen die in het veertigste vers van Daniël hoofdstuk elf wordt voorgesteld. Wij richten ons nu op de innerlijke geschiedenislijn binnen het vers, die de geschiedenis van de protestantse hoorn van het beest uit de aarde voorstelt. Wij gebruiken het samenvoegen van Ezechiëls twee stokken in hoofdstuk zevenendertig als referentiepunt om het verborgenheid Gods te identificeren, doordat Christus bij de komst van de derde engel Zijn goddelijkheid met de menselijkheid verbindt. Regel op regel werd de boodschap van de verborgenheid Gods, die Johannes aanwees als tot voltooiing komend tijdens het bazuingeschal van de zevende bazuin, door de apostel Paulus in het bijzonder tot Laodicea gezonden. Het getuigenis van Ezechiël, Johannes en Paulus stemt overeen met dezelfde verborgenheid Gods die werd voorgesteld in de boodschap van Jones en Waggoner in 1888, welke de boodschap aan Laodicea was.

For I would that ye knew what great conflict I have for you, and for them at Laodicea, and for as many as have not seen my face in the flesh; That their hearts might be comforted, being knit together in love, and unto all riches of the full assurance of understanding, to the acknowledgment of the mystery of God, and of the Father, and of Christ; In whom are hid all the treasures of wisdom and knowledge. Colossians 2:1–3.

Want ik wil dat gij weet, hoe grote strijd ik voor u heb, en voor hen te Laodicéa, en voor allen die mijn aangezicht in het vlees niet gezien hebben; opdat hun harten vertroost mogen worden, samengevoegd in de liefde, en tot alle rijkdom van de volle verzekerdheid van het verstand, tot erkentenis van het geheimenis van God, en van de Vader, en van Christus; in Wie al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn. Kolossenzen 2:1–3.

The work of atonement, of joining the two sticks of divinity and humanity began when the third angel arrived, but Paul is addressing the final and perfect fulfillment of the joining of the two sticks which is the mystery of God. He therefore identifies the message as the message to Laodicea that first arrived in 1856, and then was repeated in 1888, and then found its perfect fulfillment on September 11, 2001. Paul identifies the temple in a twofold nature, when he presented the mystery of God, which was to be finished in the sounding of the seventh trumpet. He divides that mystery into a head and a body.

Het werk der verzoening, van het samenvoegen van de twee stokken van goddelijkheid en menselijkheid, begon toen de derde engel kwam; maar Paulus spreekt over de uiteindelijke en volmaakte vervulling van het samenvoegen van de twee stokken, hetgeen het verborgenheid Gods is. Daarom duidt hij de boodschap aan als de boodschap aan Laodicea, die voor het eerst in 1856 kwam, vervolgens in 1888 werd herhaald, en daarna haar volmaakte vervulling vond op 11 september 2001. Paulus duidt de tempel aan in een tweeledige natuur, toen hij de verborgenheid Gods voorstelde, die voleindigd zou worden bij het bazuingeschal van de zevende bazuin. Hij verdeelt die verborgenheid in een hoofd en een lichaam.

And he is the head of the body, the church: who is the beginning, the firstborn from the dead; that in all things he might have the preeminence. For it pleased the Father that in him should all fulness dwell; And, having made peace through the blood of his cross, by him to reconcile all things unto himself; by him, I say, whether they be things in earth, or things in heaven. And you, that were sometime alienated and enemies in your mind by wicked works, yet now hath he reconciled In the body of his flesh through death, to present you holy and unblameable and unreproveable in his sight: If ye continue in the faith grounded and settled, and be not moved away from the hope of the gospel, which ye have heard, and which was preached to every creature which is under heaven; whereof I Paul am made a minister; Who now rejoice in my sufferings for you, and fill up that which is behind of the afflictions of Christ in my flesh for his body’s sake, which is the church: Whereof I am made a minister, according to the dispensation of God which is given to me for you, to fulfil the word of God. Colossians 1:18–25.

En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk de gemeente; Hij, die het begin is, de eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in alles de voorrang zou hebben. Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid wonen zou; en dat Hij, vrede gemaakt hebbende door het bloed van Zijn kruis, door Hem alle dingen met Zichzelf verzoenen zou; door Hem, zeg ik, hetzij de dingen die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn. Ook u, die eertijds vervreemd waart en vijanden in uw gezindheid door de boze werken, heeft Hij nu echter verzoend in het lichaam van Zijn vlees door de dood, om u heilig en onberispelijk en onbeschuldigbaar voor Zich te stellen; indien gij tenminste in het geloof blijft, gegrond en vast, en u niet laat afbrengen van de hoop van het evangelie, dat gij gehoord hebt, en dat gepredikt is aan alle schepselen die onder de hemel zijn; waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben; die mij nu verblijd in mijn lijden voor u, en in mijn vlees aanvul wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van Zijn lichaam, hetwelk de gemeente is; waarvan ik een dienaar geworden ben, overeenkomstig de bediening van God, die mij voor u gegeven is, om het woord van God te vervullen. Kolossenzen 1:18–25.

Christ is the head, which is to have preeminence in all things, and His church is the body. Together the head and the body represent the combination of divinity with humanity, and another important fact is also identified. The relation of the head and the body, is that the head is to have the preeminence over the body. With mankind, who were created in God’s image, the higher powers (the head), are to have rulership over the lower powers (the body.) Together they form one being, or in the terminology of the temple which John was to measure, they represent the holy place (humanity, the body), and the Most Holy Place (divinity, the head). How these two are joined together into “one stick”, or one body is the work of “at-One-ment.” Paul continues:

Christus is het hoofd, dat in alle dingen de voorrang moet hebben, en Zijn gemeente is het lichaam. Samen vertegenwoordigen het hoofd en het lichaam de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid, en tevens wordt nog een ander belangrijk feit aangeduid. De verhouding tussen het hoofd en het lichaam is deze, dat het hoofd de voorrang moet hebben boven het lichaam. Bij de mensheid, die naar Gods beeld geschapen werd, behoren de hogere vermogens (het hoofd) heerschappij te voeren over de lagere vermogens (het lichaam). Samen vormen zij één wezen, of, in de terminologie van de tempel die Johannes moest meten, vertegenwoordigen zij het heilige (de menselijkheid, het lichaam) en het Allerheiligste (de goddelijkheid, het hoofd). Hoe deze twee tot “één stok”, of één lichaam, worden samengevoegd, is het werk van de “verzoen-ing”. Paulus vervolgt:

Whereof I am made a minister, according to the dispensation of God which is given to me for you, to fulfil the word of God; Even the mystery which hath been hid from ages and from generations, but now is made manifest to his saints: To whom God would make known what is the riches of the glory of this mystery among the Gentiles; which is Christ in you, the hope of glory: Whom we preach, warning every man, and teaching every man in all wisdom; that we may present every man perfect in Christ Jesus: Whereunto I also labour, striving according to his working, which worketh in me mightily. Colossians 1:25–29.

Waarvan ik een dienaar geworden ben, overeenkomstig de bediening Gods die mij voor u gegeven is, om het woord van God te vervullen; namelijk het geheimenis dat verborgen is geweest van eeuwen en van geslachten, maar nu geopenbaard is aan zijn heiligen: aan wie God heeft willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen; hetwelk is Christus in u, de hoop der heerlijkheid: Hem verkondigen wij, terwijl wij ieder mens vermanen en ieder mens onderwijzen in alle wijsheid, opdat wij ieder mens volmaakt zouden voorstellen in Christus Jezus: waartoe ik ook arbei, terwijl ik strijd overeenkomstig zijn werking, die krachtig in mij werkt. Kolossenzen 1:25–29.

The perfection of the one hundred and forty-four thousand, which presents “every man perfect in Christ” is the “mystery of God,” which is the combination of divinity with humanity, or as Paul states it, is “Christ in” humanity “the hope of glory.” In the days of the sounding of the Seventh Trumpet that mystery is accomplished. When Ezekiel identifies that joining, he employs two sticks, one for the northern kingdom and one for the southern kingdom to identify the symbolic link, which represents the temple by the number “forty-six.” The stick of the symbolic link of “forty-six,” is to be joined with the symbolic link of “two hundred and twenty.”

De volmaking van de honderd vierenveertigduizend, die „ieder mens volmaakt in Christus” voorstelt, is het „mysterie van God”, dat de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid is, of, zoals Paulus het verwoordt, „Christus in” de mensheid, „de hoop der heerlijkheid.” In de dagen van het klinken van de Zevende Bazuin wordt dat mysterie volbracht. Wanneer Ezechiël die vereniging aanduidt, gebruikt hij twee stokken, één voor het noordelijke koninkrijk en één voor het zuidelijke koninkrijk, om de symbolische verbinding aan te duiden, die de tempel door het getal „zesenveertig” vertegenwoordigt. De stok van de symbolische verbinding van „zesenveertig” moet worden samengevoegd met de symbolische verbinding van „tweehonderdtwintig.”

Two hundred and twenty is the symbol of divinity combined with humanity. From the publishing of the King James Bible in 1611, unto the first presentation of Miller’s message in 1831 and thereafter the publishing of the message in 1833 in the Vermont Telegraph, is two hundred and twenty years. Miller’s message was the formalization of the increase of knowledge that was derived from the Bible, when the book of Daniel was unsealed in 1798. At the beginning date of 1611, there was a divine document published and at the ending date of 1831 there was a human publication based upon the divine truth that was unsealed in 1798.

Twee honderd twintig is het symbool van goddelijkheid verenigd met menselijkheid. Vanaf de uitgave van de King James Bible in 1611 tot aan de eerste presentatie van Millers boodschap in 1831, en vervolgens de publicatie van de boodschap in 1833 in de Vermont Telegraph, verlopen twee honderd twintig jaren. Millers boodschap was de formalisering van de toename van kennis die uit de Bijbel werd afgeleid, toen het boek Daniël in 1798 werd ontzegeld. Op de begindatum van 1611 werd een goddelijk document gepubliceerd, en op de einddatum van 1831 was er een menselijke publicatie, gebaseerd op de goddelijke waarheid die in 1798 werd ontzegeld.

Those three dates represent not only two hundred and twenty years, but also the structure of the Hebrew word “Truth”, which is created by combining the first, thirteenth and last letters of the Hebrew alphabet to create the word “Truth.” A divine publication at the beginning and a human publication at the ending, and 1798 represents an increase of knowledge which would manifest a class of wicked persons who rejected that knowledge, and thus represented the thirteenth letter, which is a symbol of rebellion. That link of two hundred and twenty years was established in the movement of the first angel, and the movement of the third angel provides a second witness.

Die drie data vertegenwoordigen niet alleen tweehonderdtwintig jaar, maar ook de structuur van het Hebreeuwse woord „Waarheid”, dat wordt gevormd door de eerste, de dertiende en de laatste letters van het Hebreeuwse alfabet samen te voegen tot het woord „Waarheid”. Een goddelijke publicatie aan het begin en een menselijke publicatie aan het einde, en 1798 vertegenwoordigt een toename van kennis die een klasse van goddeloze personen zou openbaren die die kennis verwierpen, en aldus de dertiende letter vertegenwoordigden, die een symbool van opstand is. Die verbinding van tweehonderdtwintig jaar werd gevestigd in de beweging van de eerste engel, en de beweging van de derde engel verschaft een tweede getuige.

In 1776, the divine document, the Declaration of Independence, was published and two hundred and twenty years later, in 1996, a human document The Time of the End magazine was published. The human document was derived from the increase of knowledge that was produced at the time of the end in 1989, which, as with 1798, produced a rebellion to the divine message represented by the Declaration of Independence. The increase of knowledge in 1996, identified the future for America as it loses the freedom and independence it had declared in 1776 at the soon coming Sunday law. This provides a second witness that the number two hundred and twenty represents the combination of divinity with humanity, and that second witness was set forth with the signature of “Truth,” and was represented by a first witness in the history of the first angel (the first), and the second witness in the history of the third angel (the last).

In 1776 werd het goddelijke document, de Onafhankelijkheidsverklaring, gepubliceerd, en tweehonderdtwintig jaar later, in 1996, werd een menselijk document, het tijdschrift The Time of the End, gepubliceerd. Het menselijke document was afgeleid van de toename van kennis die in 1989, ten tijde van het einde, werd voortgebracht, welke, evenals in 1798, een opstand voortbracht tegen de goddelijke boodschap die door de Onafhankelijkheidsverklaring wordt voorgesteld. De toename van kennis in 1996 identificeerde de toekomst voor Amerika, wanneer het bij de spoedig komende zondagswet de vrijheid en onafhankelijkheid verliest die het in 1776 had uitgeroepen. Dit verschaft een tweede getuige dat het getal tweehonderdtwintig de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid vertegenwoordigt, en die tweede getuige werd naar voren gebracht met de ondertekening van “Truth”, en werd voorgesteld door een eerste getuige in de geschiedenis van de eerste engel (de eerste), en de tweede getuige in de geschiedenis van de derde engel (de laatste).

1776 also marked the beginning of a period that preceded the actual beginning of the earth beast as the sixth kingdom of Bible prophecy. In that preparation period the signature of truth was once again identified by 1776, marking the beginning of the United States, and 1798 marking the beginning of the United States as the sixth kingdom of Bible prophecy. In the middle of that beginning and ending history, 1789 marked the center letter as thirteen colonies ratified the Constitution. Each of the three dates represent the “speaking” of the United States; with the Declaration of Independence in 1776, the Constitution in 1789, and the Alien and Sedition Acts in 1798. That history represents twenty-two years, which is a tithe or a tenth of two hundred and twenty, so it also represents a symbol of the combination of Divinity with humanity.

1776 markeerde ook het begin van een periode die voorafging aan het werkelijke begin van het beest van de aarde als het zesde koninkrijk van de Bijbelse profetie. In die voorbereidingsperiode werd de handtekening van de waarheid opnieuw aangeduid door 1776, dat het begin van de Verenigde Staten markeerde, en 1798, dat het begin van de Verenigde Staten als het zesde koninkrijk van de Bijbelse profetie markeerde. In het midden van die geschiedenis van begin en einde markeerde 1789 de middelste letter, toen dertien koloniën de Grondwet ratificeerden. Elk van de drie data vertegenwoordigt het „spreken” van de Verenigde Staten: met de Onafhankelijkheidsverklaring in 1776, de Grondwet in 1789 en de Alien and Sedition Acts in 1798. Die geschiedenis omvat tweeëntwintig jaar, wat een tiende of een tiende deel van tweehonderdtwintig is, en vertegenwoordigt daarom ook een symbool van de vereniging van Goddelijkheid met menselijkheid.

Its representation is of the history of the earth beast who is portrayed as beginning as a lamb (divinity), and ending as a dragon (humanity). 1776 begins with the Declaration of Independence marking divinity and the Alien and Sedition Acts represent humanity, and in those twenty-two years that preceded the beginning of the earth beast’s reign as the sixth kingdom of Bible prophecy, the transition from the lamb to the dragon is typified.

Het stelt de geschiedenis voor van het beest uit de aarde, dat wordt afgebeeld als beginnend als een lam (goddelijkheid) en eindigend als een draak (menselijkheid). 1776 vangt aan met de Onafhankelijkheidsverklaring, die de goddelijkheid markeert, en de Alien and Sedition Acts vertegenwoordigen de menselijkheid; en in die tweeëntwintig jaren die voorafgingen aan het begin van de heerschappij van het beest uit de aarde als het zesde koninkrijk van de Bijbelse profetie, wordt de overgang van het lam naar de draak getypeerd.

The beginning of the twenty-five hundred and twenty years of judgment against the southern kingdom of Judah, is connected with the beginning of the twenty-three hundred years of Daniel chapter eight, verse fourteen. The trampling down of the sanctuary and host in Judah began in 677 BC, and the twenty-three hundred year prophecy began two hundred and twenty years later in 457 BC. The stick of the southern kingdom of Judah is linked with the symbol of forty-six to the northern kingdom, and also linked to the twenty-three hundred years by the link of two-hundred and twenty.

Het begin van de tweeduizend vijfhonderd twintig jaren van oordeel over het zuidelijke koninkrijk Juda is verbonden met het begin van de tweeduizend driehonderd jaren van Daniël, hoofdstuk acht, vers veertien. Het vertreden van het heiligdom en het heir in Juda begon in 677 v.Chr., en de profetie van tweeduizend driehonderd jaar begon tweehonderd twintig jaar later, in 457 v.Chr. De staf van het zuidelijke koninkrijk Juda is door het symbool van zesenveertig verbonden met het noordelijke koninkrijk, en is ook met de tweeduizend driehonderd jaren verbonden door de verbinding van tweehonderd twintig.

Paul claimed to be the minister of the dispensation of God, and then defined the dispensation he was a minister of as the mystery of God, which is Christ in you the hope of glory. He further addresses this truth when writing to Timothy.

Paulus verklaarde de dienaar van de bedeling Gods te zijn, en omschreef vervolgens de bedeling waarvan hij een dienaar was als het geheimenis Gods, namelijk Christus in u, de hoop der heerlijkheid. Verder gaat hij op deze waarheid in wanneer hij aan Timotheüs schrijft.

And without controversy great is the mystery of godliness: God was manifest in the flesh, justified in the Spirit, seen of angels, preached unto the Gentiles, believed on in the world, received up into glory. 1 Timothy 3:16.

En buiten alle tegenspraak groot is de verborgenheid der godzaligheid: God is geopenbaard in het vlees, gerechtvaardigd in de Geest, gezien door de engelen, gepredikt onder de heidenen, geloofd in de wereld, opgenomen in heerlijkheid. 1 Timótheüs 3:16.

Paul here says that the mystery of godliness is God manifest in the flesh. God is the Head, and the flesh is the body. The mystery of godliness is Christ in the believer, it is the joining of divinity with humanity. Paul also uses the metaphor of marriage as did Hosea.

Paulus zegt hier dat het geheimenis van de godsvrucht God is, geopenbaard in het vlees. God is het Hoofd, en het vlees is het lichaam. Het geheimenis van de godsvrucht is Christus in de gelovige; het is de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid. Paulus gebruikt ook de metafoor van het huwelijk, evenals Hosea.

For we are members of his body, of his flesh, and of his bones. For this cause shall a man leave his father and mother, and shall be joined unto his wife, and they two shall be one flesh. This is a great mystery: but I speak concerning Christ and the church. Ephesians 5:30–32.

Want wij zijn leden van zijn lichaam, van zijn vlees en van zijn beenderen. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente. Efeziërs 5:30–32.

In chapter thirty-seven, when Ezekiel identifies the covenant of the last days, which is the renewed covenant with those identified as the one hundred and forty-four thousand, he provides an illustration of the joining of two sticks. Those two sticks, line upon line, include Hosea and Paul’s marriage metaphor. When they were joined together, they were to be no more two nations, but one nation, forever.

In hoofdstuk zevenendertig, wanneer Ezechiël het verbond van de laatste dagen aanduidt, dat het vernieuwde verbond is met hen die worden aangeduid als de honderdvierenvierenveertigduizend, geeft hij een illustratie van het samenvoegen van twee stokken. Die twee stokken omvatten, regel op regel, de huwelijksmetafoor van Hosea en Paulus. Toen zij samengevoegd waren, zouden zij niet langer twee volken zijn, maar voor eeuwig één volk.

And I will make them one nation in the land upon the mountains of Israel; and one king shall be king to them all: and they shall be no more two nations, neither shall they be divided into two kingdoms any more at all: Neither shall they defile themselves any more with their idols, nor with their detestable things, nor with any of their transgressions: but I will save them out of all their dwelling places, wherein they have sinned, and will cleanse them: so shall they be my people, and I will be their God. Ezekiel 37:22, 23.

En Ik zal hen maken tot één volk in het land, op de bergen Israëls; en één koning zal over hen allen koning zijn; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch ooit meer verdeeld worden in twee koninkrijken. Ook zullen zij zich niet meer verontreinigen met hun afgoden, noch met hun gruwelijke dingen, noch met enige van hun overtredingen; maar Ik zal hen verlossen uit al hun woonplaatsen, waarin zij gezondigd hebben, en zal hen reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. Ezechiël 37:22, 23.

The joining together of Ezekiel identifies when they are no more divided, nor do they sin any longer, when they are cleansed, and when God is their only God, and they have only one king. On October 22, the Messenger of the Covenant suddenly came to the temple to “cleanse” His people. He came to receive a kingdom, whose people according to Peter were then to be a kingdom of priests and kings. On that date the bridegroom also came to the marriage, which is the mystery Paul and Hosea identify, which represents the combination of divinity with humanity. John identifies that the mystery, which Paul identifies as “Christ in you, the hope of glory,” would be finished in the days of the sounding of the seventh angel.

Het samengevoegd worden in Ezechiël duidt aan wanneer zij niet langer verdeeld zijn, noch nog langer zondigen, wanneer zij gereinigd zijn, en wanneer God hun enige God is en zij slechts één koning hebben. Op 22 oktober kwam de Boodschapper van het Verbond plotseling tot de tempel om Zijn volk te “reinigen”. Hij kwam om een koninkrijk te ontvangen, waarvan het volk volgens Petrus toen een koninkrijk van priesters en koningen zou zijn. Op die datum kwam ook de bruidegom tot het huwelijk, hetgeen het geheimenis is dat Paulus en Hosea aanduiden, dat de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid voorstelt. Johannes duidt aan dat het geheimenis, dat Paulus aanduidt als “Christus in u, de hoop der heerlijkheid,” voleindigd zou worden in de dagen van het bazuingeschal van de zevende engel.

But in the days of the voice of the seventh angel, when he shall begin to sound, the mystery of God should be finished, as he hath declared to his servants the prophets. Revelation 10:7.

Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij zal beginnen te bazuinen, zal het geheimenis van God voleindigd worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, heeft verkondigd. Openbaring 10:7.

The seventh angel is the third woe, which arrived on September 11, 2001. The seventh angel began to sound when the third angel arrived in the history of 1844, and onward, but the rebellion of 1863 prevented the work from being finished. The third angel arrived and the seventh trumpet began to sound again on September 11, 2001, and this time the “mystery of God” is to be “finished.” That “mystery” is the combination of divinity with humanity, which produces the one hundred and forty-four thousand, who then become God’s ensign and army. For this reason, chapter thirty-seven of Ezekiel, begins with Ezekiel being taken to a valley of dead dry bones. Those bones represent Laodicean Adventism on September 11, 2001, and for this reason Paul addresses his gospel of the mystery of God to the Laodiceans.

De zevende engel is het derde wee, dat op 11 september 2001 kwam. De zevende engel begon te bazuinen toen de derde engel in de geschiedenis van 1844 kwam, en daarna voortgaand; maar de opstand van 1863 verhinderde dat het werk werd voltooid. De derde engel kwam en de zevende bazuin begon opnieuw te klinken op 11 september 2001, en ditmaal moet het „mysterie van God” „voltooid” worden. Dat „mysterie” is de verbinding van goddelijkheid met menselijkheid, die de honderdvierenveertigduizend voortbrengt, die vervolgens Gods banier en leger worden. Om deze reden begint hoofdstuk zevenendertig van Ezechiël ermee dat Ezechiël naar een dal van dode, dorre beenderen wordt gebracht. Die beenderen vertegenwoordigen het Laodiceïsche adventisme op 11 september 2001, en om deze reden richt Paulus zijn evangelie van het mysterie van God tot de Laodiceeërs.

For I would that ye knew what great conflict I have for you, and for them at Laodicea, and for as many as have not seen my face in the flesh; That their hearts might be comforted, being knit together in love, and unto all riches of the full assurance of understanding, to the acknowledgment of the mystery of God, and of the Father, and of Christ; In whom are hid all the treasures of wisdom and knowledge. Colossians 2:1–3.

Want ik wil dat gij weet, hoe groot de strijd is die ik voer voor u, en voor hen te Laodicea, en voor allen die mijn aangezicht in het vlees niet hebben gezien; opdat hun harten vertroost mogen worden, samengevoegd in de liefde, en tot alle rijkdom van de volle verzekerdheid van het verstand, tot erkentenis van het verborgenheid van God, en van de Vader, en van Christus; in Wie al de schatten der wijsheid en der kennis verborgen zijn. Kolossenzen 2:1–3.

This is also the description Sister White associates with the dead dry bones of Ezekiel.

Dit is ook de beschrijving die zuster White in verband brengt met de dorre doodsbeenderen van Ezechiël.

“But not only does this simile of the dry bones apply to the world, but also to those who have been blessed with great light; for they also are like the skeletons of the valley. They have the form of men, the framework of the body; but they have not spiritual life. But the parable does not leave the dry bones merely knit together into the forms of men; for it is not enough that there is symmetry of limb and feature. The breath of life must vivify the bodies, that they may stand upright, and spring into activity. These bones represent the house of Israel, the church of God, and the hope of the church is the vivifying influence of the Holy Spirit. The Lord must breathe upon the dry bones, that they may live.

„Maar niet alleen is dit beeld van de dorre beenderen van toepassing op de wereld, maar ook op hen die met groot licht zijn gezegend; want ook zij zijn als de geraamten van het dal. Zij hebben de gedaante van mensen, het raamwerk van het lichaam; maar zij hebben geen geestelijk leven. Doch de gelijkenis laat de dorre beenderen niet slechts aaneengevoegd als mensengestalten; want het is niet voldoende dat er symmetrie van ledematen en trekken is. De levensadem moet de lichamen bezielen, opdat zij rechtop kunnen staan en tot werkzaamheid komen. Deze beenderen stellen het huis Israëls voor, de gemeente Gods, en de hoop van de gemeente is de bezielende invloed van de Heilige Geest. De Heere moet op de dorre beenderen blazen, opdat zij leven.”

“The Spirit of God, with its vivifying power, must be in every human agent, that every spiritual muscle and sinew may be in exercise. Without the Holy Spirit, without the breath of God, there is torpidity of conscience, loss of spiritual life. Many who are without spiritual life have their names on the church records, but they are not written in the Lamb’s book of life. They may be joined to the church, but they are not united to the Lord. They may be diligent in the performance of a certain set of duties, and may be regarded as living men; but many are among those who have ‘a name that thou livest, and art dead.’

“De Geest van God moet, met Zijn levendmakende kracht, in elke menselijke werker zijn, opdat elke geestelijke spier en pees in werking zij. Zonder de Heilige Geest, zonder de adem van God, is er traagheid van het geweten, verlies van geestelijk leven. Velen die zonder geestelijk leven zijn, hebben hun namen op de kerkregisters, maar zij zijn niet geschreven in het boek des levens van het Lam. Zij mogen zich bij de kerk hebben aangesloten, maar zij zijn niet met de Heere verenigd. Zij kunnen ijverig zijn in de vervulling van een bepaalde reeks plichten, en als levende mensen worden beschouwd; maar velen behoren tot hen die ‘den naam hebben dat gij leeft, en gij zijt dood.’”

“Unless there is genuine conversion of the soul to God; unless the vital breath of God quickens the soul to spiritual life; unless the professors of truth are actuated by heaven-born principle, they are not born of the incorruptible seed which liveth and abideth forever. Unless they trust in the righteousness of Christ as their only security; unless they copy His character, labor in His spirit, they are naked, they have not on the robe of His righteousness. The dead are often made to pass for the living; for those who are working out what they term salvation after their own ideas, have not God working in them to will and to do of His good pleasure.

“Tenzij er een oprechte bekering van de ziel tot God is; tenzij de levensadem van God de ziel levend maakt tot het geestelijk leven; tenzij de belijders van de waarheid worden bewogen door een uit de hemel geboren beginsel, zijn zij niet geboren uit het onvergankelijke zaad, dat leeft en blijft in eeuwigheid. Tenzij zij vertrouwen op de gerechtigheid van Christus als hun enige zekerheid; tenzij zij Zijn karakter navolgen, arbeiden in Zijn geest, zijn zij naakt, hebben zij het kleed van Zijn gerechtigheid niet aan. De doden worden dikwijls voor de levenden gehouden; want zij die uitwerken wat zij naar hun eigen denkbeelden zaligheid noemen, hebben God niet in zich werkzaam om te willen en te werken naar Zijn welbehagen.”

This class is well represented by the valley of dry bones Ezekiel saw in vision.” Review and Herald, January 17, 1893.

„Deze klasse wordt treffend voorgesteld door het dal van dorre beenderen dat Ezechiël in een visioen zag.” Review and Herald, 17 januari 1893.

The Laodicean message was first presented to Adventism in 1856, the very year the Lord opened up the advancing light of the “seven times” of Leviticus chapter twenty-six. The message of 1856, consisting of an internal message calling for repentance, and an external message of prophecy, was rejected in 1863. The Laodicean message of the mystery of “Christ in you, the hope of glory”, was repeated in 1888 by Elders Jones and Waggoner, and that message was also identified as the message to Laodicea by Sister White.

De Laodiceaanse boodschap werd voor het eerst aan het adventisme gepresenteerd in 1856, juist in het jaar waarin de Heer het voortschrijdende licht van de „zeven tijden” van Leviticus, hoofdstuk zesentwintig, opende. De boodschap van 1856, bestaande uit een innerlijke boodschap die opriep tot bekering, en een uiterlijke profetische boodschap, werd in 1863 verworpen. De Laodiceaanse boodschap van het geheimenis van „Christus in u, de hoop der heerlijkheid”, werd in 1888 herhaald door ouderlingen Jones en Waggoner, en ook die boodschap werd door zuster White aangeduid als de boodschap aan Laodicea.

Line upon line, Ezekiel chapter thirty-seven begins with Ezekiel being spiritually conveyed to September 11, 2001, where he is given a view of Laodicean Adventism, who are dead in sins and trespasses. He is told to give two distinct prophetic messages. The first produces a joining together, but the bodies are still dead. The second prophecy calls for the message of the “four winds” to breathe life into the bones. The message of the four winds is the sealing message of the one hundred and forty-four thousand which identifies four angels holding the four winds. Sister White identifies those four winds as an “angry horse”, seeking to break loose, for it is being restrained. The angry horse of Islam is seeking to break loose and bring death and destruction in its path, as it did on September 11, 2001, and it will be released again at the soon coming Sunday law.

Regel op regel begint Ezechiël, hoofdstuk zevenendertig, met Ezechiël die geestelijk wordt overgebracht naar 11 september 2001, waar hem een gezicht wordt gegeven op het Laodiceïsche Adventisme, dat dood is in zonden en overtredingen. Hem wordt opgedragen twee onderscheiden profetische boodschappen te brengen. De eerste brengt een samenvoeging teweeg, maar de lichamen zijn nog steeds dood. De tweede profetie roept ertoe op dat de boodschap van de „vier winden” leven in de beenderen blaast. De boodschap van de vier winden is de verzegelingsboodschap van de honderd vierenveertigduizend, die vier engelen aanwijst die de vier winden vasthouden. Zuster White duidt die vier winden aan als een „toornig paard”, dat tracht los te breken, want het wordt tegengehouden. Het toornige paard van de islam tracht los te breken en dood en verwoesting op zijn weg te brengen, zoals het deed op 11 september 2001, en het zal opnieuw worden losgelaten bij de spoedig komende zondagswet.

That message brings the dead bodies into a unified army that is standing upon its feet. That unified army is brought to its feet in response to the message of the seventh angel, for in the days of the sounding of the seventh angel, the mystery of the one hundred and forty-four thousand’s marriage with Christ will be accomplished.

Die boodschap brengt de dode lichamen tot een verenigd leger dat op zijn voeten staat. Dat verenigde leger wordt op de been gebracht als antwoord op de boodschap van de zevende engel, want in de dagen van het bazuingeschal van de zevende engel zal het geheimenis van het huwelijk van de honderd vierenveertigduizend met Christus volbracht worden.

Then Ezekiel is shown the joining of two sticks that become one nation. Those two sticks are the northern kingdom of Israel, and the southern kingdom of Judah, which are joined together as one nation at the conclusion of their mutual scattering periods of twenty-five hundred and twenty years. Their mutual conclusion produces a spiritual temple, represented by the forty-six years at the beginning and at the ending of the mutual scattering times.

Dan wordt aan Ezechiël het samenvoegen van twee stokken getoond, die tot één natie worden. Die twee stokken zijn het noordelijke koninkrijk van Israël en het zuidelijke koninkrijk van Juda, die aan het einde van hun wederzijdse verstrooiingsperioden van tweeduizend vijfhonderd en twintig jaar tot één natie worden samengevoegd. Hun gemeenschappelijke voleinding brengt een geestelijke tempel voort, voorgesteld door de zesenveertig jaar aan het begin en aan het einde van de wederzijdse verstrooiingstijden.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“‘And they rose early in the morning, and went forth into the wilderness of Tekoa: and as they went forth, Jehoshaphat stood and said, Hear me, O Judah, and ye inhabitants of Jerusalem; Believe in the Lord your God, so shall ye be established; believe his prophets, so shall ye prosper. 2 Chronicles 20:20.’

„En zij stonden vroeg in de morgen op en trokken uit naar de woestijn van Tekoa; en terwijl zij uittrokken, stond Josafat op en zei: Hoor mij, o Juda, en gij inwoners van Jeruzalem; gelooft in de HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden; gelooft Zijn profeten, zo zult gij voorspoedig zijn. 2 Kronieken 20:20.”

““Believe in the Lord your God, so shall ye be established; believe his prophets, so shall ye prosper.’

„Gelooft in de HEERE, uw God, zo zult gij bevestigd worden; gelooft zijn profeten, zo zult gij voorspoedig zijn.”

“Isaiah 8:20. ‘To the law and to the testimony; if they speak not according to this word, it is because there is no light in them.’

“Jesaja 8:20. ‘Tot de wet en tot de getuigenis; indien zij niet spreken overeenkomstig dit woord, dan is het omdat er geen licht in hen is.’”

“Two texts are here set before God’s people: two conditions for success. The law spoken by Jehovah himself, and the spirit of prophecy, are the two sources of wisdom to guide His people in every experience. Deuteronomy 4:6. ‘This is your wisdom and your understanding in the sight of the nations, who shall say, Surely this great nation is a wise and understanding people.’

“Twee teksten worden hier aan Gods volk voorgehouden: twee voorwaarden voor voorspoed. De wet, gesproken door Jehovah zelf, en de geest der profetie, zijn de twee bronnen van wijsheid om Zijn volk in elke ervaring te leiden. Deuteronomium 4:6. ‘Dit is uw wijsheid en uw verstand voor de ogen der volken, die zullen zeggen: Zeker, dit grote volk is een wijs en verstandig volk.’”

“The law of God and the Spirit of Prophecy go hand in hand to guide and counsel the church, and whenever the church has recognized this by obeying His law, the spirit of prophecy has been sent to guide her in the way of truth.

“De wet van God en de Geest der Profetie gaan hand in hand om de gemeente te leiden en raad te geven, en telkens wanneer de gemeente dit heeft erkend door Zijn wet te gehoorzamen, is de geest der profetie gezonden om haar te leiden op de weg der waarheid.

“Revelation 12:17. ‘And the dragon was wroth with the woman, and went to make war with the remnant of her seed, which keep the commandments of God, and have the testimony of Jesus Christ.’ This prophecy points out clearly that the remnant church will acknowledge God in His law and will have the prophetic gift. Obedience to the law of God, and the spirit of prophecy has always distinguished the true people of God, and the test is usually given on present manifestations.

„Openbaring 12:17. ‘En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus Christus hebben.’ Deze profetie wijst duidelijk erop dat de overblijfselgemeente God in Zijn wet zal erkennen en de profetische gave zal bezitten. Gehoorzaamheid aan de wet van God en de geest der profetie hebben altijd het ware volk van God onderscheiden, en de toets wordt gewoonlijk gegeven op hedendaagse manifestaties.

“In Jeremiah’s day the people had no question about the message of Moses, Elijah, or Elisha, but they did question and put aside the message sent of God to Jeremiah until its force and power was wasted and there was no remedy but for God to carry them away into captivity.

In de dagen van Jeremia hadden de mensen geen moeite met de boodschap van Mozes, Elia of Elisa, maar zij trokken de boodschap die van God tot Jeremia gezonden was in twijfel en schoven haar terzijde, totdat haar kracht en werking verspild waren en er geen ander middel meer overbleef dan dat God hen in gevangenschap wegvoerde.

“Likewise in the days of Christ the people had learned that Jeremiah’s message was true, and they persuaded themselves to believe that if they had lived in the days of their fathers they would have accepted his message, but at the same time they were rejecting Christ’s message, of whom all the prophets had written.

“Evenzo hadden de mensen in de dagen van Christus geleerd dat de boodschap van Jeremia waar was, en zij overtuigden zichzelf ervan te geloven dat zij, indien zij in de dagen van hun vaderen hadden geleefd, zijn boodschap zouden hebben aanvaard, terwijl zij tegelijk de boodschap van Christus verwierpen, van wie alle profeten hadden geschreven.

“As the third angel’s message arose in the world, which is to reveal the law of God to the church in its fullness and power, the prophetic gift was also immediately restored. This gift has acted a very prominent part in the development and carrying forward of this message.

“Toen de boodschap van de derde engel in de wereld opkwam, die de wet van God in haar volheid en kracht aan de kerk moet openbaren, werd ook de profetische gave terstond hersteld. Deze gave heeft een zeer vooraanstaande rol vervuld in de ontwikkeling en de voortgang van deze boodschap.

“As differences of opinion have arisen in reference to interpretations of Scriptures and methods of labor, calculated to unsettle the faith of believers in the message and lead to disunion in the work, the spirit of prophecy has always thrown light on the situation. It has always brought union of thought and harmony of action to the body of believers. In every crisis that has arisen in the development of the message and the growth of the work, those who have stood firmly by the law of God and the light of the Spirit of prophecy have triumphed and the work has prospered in their hands.” Loma Linda Messages, 34.

„Wanneer er meningsverschillen zijn ontstaan met betrekking tot de uitleg van de Schrift en methoden van arbeid, die erop berekend waren het geloof van de gelovigen in de boodschap te ondermijnen en verdeeldheid in het werk teweeg te brengen, heeft de geest der profetie altijd licht op de situatie geworpen. Zij heeft altijd eenheid van denken en harmonie van handelen gebracht aan het lichaam der gelovigen. In elke crisis die zich heeft voorgedaan in de ontwikkeling van de boodschap en de groei van het werk, hebben zij die standvastig zijn gebleven aan de zijde van de wet van God en het licht van de Geest der profetie, gezegevierd, en het werk is in hun handen voorspoedig geweest.” Loma Linda Messages, 34.