The two sticks are joined together to become one temple. Forty-six being the symbol of the temple, and it is forty-six years that separates the northern kingdom’s captivity, from the southern kingdom’s captivity. When the trampling down of the sanctuary and host is accomplished at the time of the end in 1798, it is forty-six years that joins the two sticks into a temple. From 723 BC to 677 BC, the temple was torn down and trampled upon. In 1798 the trampling down ended and by 1844, a temple had been erected. There they were to become one nation, with one king, and cease to sin for eternity. That was the plan, but the rebellion of 1863 pushed the plan back to 2001.
De twee stokken worden samengevoegd om één tempel te worden. Zesenveertig is het symbool van de tempel, en het zijn zesenveertig jaren die de gevangenschap van het noordelijke koninkrijk scheiden van die van het zuidelijke koninkrijk. Wanneer de vertreding van het heiligdom en van het heerleger ten tijde van het einde in 1798 voltooid is, zijn het zesenveertig jaren die de twee stokken samenvoegen tot een tempel. Van 723 v.Chr. tot 677 v.Chr. werd de tempel neergehaald en vertreden. In 1798 eindigde de vertreding en tegen 1844 was er een tempel opgericht. Daar zouden zij één volk worden, met één koning, en ophouden te zondigen tot in eeuwigheid. Dat was het plan, maar de opstand van 1863 schoof het plan op naar 2001.
Paul identifies the church as the body, and Christ as the head, and Paul uses the body as a symbol of the flesh. The flesh and the body are interchangeable terms for Paul.
Paulus duidt de gemeente aan als het lichaam en Christus als het hoofd, en Paulus gebruikt het lichaam als een symbool van het vlees. Het vlees en het lichaam zijn voor Paulus onderling verwisselbare termen.
For if ye live after the flesh, ye shall die: but if ye through the Spirit do mortify the deeds of the body, ye shall live. Romans 8:13.
Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werken van het lichaam doodt, zult gij leven. Romeinen 8:13.
The design of the human temple is based upon the design of God’s temple. The body, which is the Church, equates to the flesh in an individual’s temple. In the temple of an individual, the mind is the head, and the body is the flesh.
Het ontwerp van de menselijke tempel is gebaseerd op het ontwerp van Gods tempel. Het lichaam, dat de Kerk is, komt overeen met het vlees in de tempel van een individu. In de tempel van een individu is de geest het hoofd en is het lichaam het vlees.
For we are members of his body, of his flesh, and of his bones. For this cause shall a man leave his father and mother, and shall be joined unto his wife, and they two shall be one flesh. This is a great mystery: but I speak concerning Christ and the church. Ephesians 5:30–32.
Want wij zijn leden van Zijn lichaam, van Zijn vlees en van Zijn beenderen. Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn. Deze verborgenheid is groot; maar ik spreek met het oog op Christus en de gemeente. Efeziërs 5:30–32.
The temple which John was to measure, when the sounding of the seventh angel marked the beginning of the work of finishing the mystery of God, was God’s temple, but man’s temple was created in the image of God’s temple. They are interchangeable symbols. Moses was on the mount for forty-six days when he was shown the pattern that he was to use when raising up the earthly tabernacle. The pattern was taken from the heavenly temple.
De tempel die Johannes moest meten, toen het bazuingeschal van de zevende engel het begin markeerde van het werk om het geheimenis van God te voleinden, was Gods tempel; maar de tempel van de mens werd geschapen naar het beeld van Gods tempel. Zij zijn onderling verwisselbare symbolen. Mozes was zesenveertig dagen op de berg, toen hem het voorbeeld werd getoond dat hij moest gebruiken bij het oprichten van de aardse tabernakel. Het voorbeeld was ontleend aan de hemelse tempel.
Christ was the heavenly temple, manifested in the flesh, and He represents the pattern of the human temple, for men were created in His image. For this reason, the pattern of the human temple is represented with forty-six chromosomes.
Christus was de hemelse tempel, geopenbaard in het vlees, en Hij vertegenwoordigt het patroon van de menselijke tempel, want de mens werd geschapen naar Zijn beeld. Om deze reden wordt het patroon van de menselijke tempel weergegeven door zesenveertig chromosomen.
The temples are prophetically interchangeable. Thus, the temple John was told to measure consisted of only two apartments, with no courtyard. The first apartment represents the human temple, the church (the bride), the nation, the body, which is the flesh. The second apartment represents the divine temple, the bridegroom, the king, the head, which is the mind. The promise of the everlasting covenant that is accomplished for the one hundred and forty-four thousand in the last days, has been illustrated by the two sticks of Ezekiel chapter thirty-seven. It has been illustrated by John’s temple, which consists of two apartments. It has been illustrated by Paul’s specific definitions of the mystery of Christ in the believer, the hope of glory.
De tempels zijn profetisch onderling verwisselbaar. Daarom bestond de tempel die Johannes werd opgedragen te meten slechts uit twee vertrekken, zonder voorhof. Het eerste vertrek vertegenwoordigt de menselijke tempel, de gemeente (de bruid), de natie, het lichaam, dat het vlees is. Het tweede vertrek vertegenwoordigt de goddelijke tempel, de bruidegom, de koning, het hoofd, dat het verstand is. De belofte van het eeuwige verbond, die in de laatste dagen voor de honderd vierenveertigduizend wordt vervuld, is uitgebeeld door de twee stokken van Ezechiël hoofdstuk zevenendertig. Zij is uitgebeeld door de tempel van Johannes, die uit twee vertrekken bestaat. Zij is uitgebeeld door Paulus’ specifieke definities van het mysterie van Christus in de gelovige, de hoop der heerlijkheid.
The work of sealing the one hundred and forty-four thousand is the work of permanently combining Divinity with humanity. That work is accomplished during the sounding of the Seventh Trumpet. That combination is represented, line upon line, in a variety of ways in the Scriptures. The work of justification and sanctification are the theological terms for the work. Justification is the work of Christ as our Substitute, and the work of sanctification is the work of Christ as our Example. Justification represents our title for heaven and sanctification represents our fitness for heaven. Both those works are brought to the believer by the presence of the Holy Spirit. That work is represented as the writing of God’s law upon the hearts and minds of those who are accepted into the everlasting covenant.
Het werk van het verzegelen van de honderd vierenveertigduizend is het werk van het blijvend verenigen van de Godheid met de mensheid. Dat werk wordt volbracht tijdens het klinken van de Zevende Bazuin. Die vereniging wordt, regel op regel, op velerlei wijzen in de Schriften voorgesteld. Het werk van rechtvaardiging en heiliging zijn de theologische termen voor dat werk. Rechtvaardiging is het werk van Christus als onze Plaatsvervanger, en het werk van heiliging is het werk van Christus als ons Voorbeeld. Rechtvaardiging vertegenwoordigt onze aanspraak op de hemel en heiliging vertegenwoordigt onze geschiktheid voor de hemel. Beide werken worden de gelovige gebracht door de tegenwoordigheid van de Heilige Geest. Dat werk wordt voorgesteld als het schrijven van Gods wet in de harten en gedachten van hen die in het eeuwige verbond worden aangenomen.
The “mind” represents the apartment in the temple, where the head resides. The mind is what is called the higher nature, as opposed to the flesh, which is the lower nature. The mind is represented by our thoughts, the flesh is represented by our feelings.
Het „denken” vertegenwoordigt het vertrek in de tempel waar het hoofd zich bevindt. Het denken is wat de hogere natuur wordt genoemd, in tegenstelling tot het vlees, dat de lagere natuur is. Het denken wordt vertegenwoordigd door onze gedachten; het vlees wordt vertegenwoordigd door onze gevoelens.
“Many experience needless unhappiness. They take their minds from Jesus, and center them too much upon self. They magnify small difficulties, and talk discouragements. They are guilty of the great sin of needless repining over God’s providences. For all that we have and are, we are indebted to God. He has given us powers, that, to a certain extent, are similar to those which he himself possesses; and we should labor earnestly to develop these powers, not to please and exalt self, but to glorify him.
“Velen ervaren onnodig ongeluk. Zij wenden hun gedachten af van Jezus en richten die te veel op zichzelf. Zij vergroten kleine moeilijkheden en spreken ontmoediging uit. Zij maken zich schuldig aan de grote zonde van onnodig morren over Gods beschikkingen. Voor alles wat wij hebben en zijn, staan wij bij God in de schuld. Hij heeft ons vermogens gegeven die, tot op zekere hoogte, gelijksoortig zijn aan die welke Hij Zelf bezit; en wij behoren ons ernstig in te spannen om deze vermogens te ontwikkelen, niet om het eigen ik te behagen en te verheffen, maar om Hem te verheerlijken.
“We should not allow our minds to be swayed from allegiance to God. Through Christ we may and should be happy, and should acquire habits of self-control. Even the thoughts must be brought into subjection to the will of God, and the feelings under the control of reason and religion. Our imagination was not given us to be allowed to run riot and have its own way, without any effort at restraint and discipline. If the thoughts are wrong, the feelings will be wrong; and the thoughts and feelings combined make up the moral character. When we decide that as Christians we are not required to restrain our thoughts and feelings, we are brought under the influence of evil angels, and invite their presence and their control. If we yield to our impressions and allow our thoughts to run in a channel of suspicion, doubt, and repining, we shall be unhappy, and our lives will prove a failure.” Review and Herald, April 21, 1885.
„Wij behoren niet toe te laten dat onze gedachten van hun trouw aan God worden afgebracht. Door Christus mogen en behoren wij gelukkig te zijn, en behoren wij gewoonten van zelfbeheersing te verwerven. Zelfs de gedachten moeten in onderwerping aan de wil van God worden gebracht, en de gevoelens onder de beheersing van rede en godsdienst. Onze verbeelding is ons niet gegeven om ongebreideld haar gang te laten gaan en haar eigen weg te laten volgen, zonder enige inspanning tot beteugeling en tucht. Indien de gedachten verkeerd zijn, zullen de gevoelens verkeerd zijn; en de gedachten en gevoelens tezamen vormen het zedelijk karakter. Wanneer wij besluiten dat van ons als christenen niet wordt verlangd onze gedachten en gevoelens in toom te houden, komen wij onder de invloed van boze engelen en nodigen wij hun tegenwoordigheid en hun heerschappij uit. Indien wij toegeven aan onze indrukken en toelaten dat onze gedachten zich bewegen in een bedding van achterdocht, twijfel en gemor, zullen wij ongelukkig zijn, en ons leven zal op een mislukking uitlopen.” Review and Herald, 21 april 1885.
Thoughts and feelings combined make up moral character. Our character is made up of a lower and a higher nature, the mind is the higher nature, and if the thoughts of the mind are sanctified, our feelings will be sanctified. This is because the mind is the higher controlling nature of the two nature’s which make up our humanity. The “powers,” that were designed as part of our being, are “to a certain extent,” “similar to those which” Christ “possesses,” for we were created in His image, and we “should labor earnestly to develop” those “powers.”
Gedachten en gevoelens samen vormen het zedelijk karakter. Ons karakter bestaat uit een lagere en een hogere natuur; het verstand is de hogere natuur, en indien de gedachten van het verstand geheiligd zijn, zullen onze gevoelens geheiligd worden. Dit is omdat het verstand de hogere, sturende natuur is van de twee naturen die onze menselijkheid uitmaken. De „vermogens” die als deel van ons wezen zijn ontworpen, zijn „in zekere mate” „gelijk aan die welke” Christus „bezit,” want wij zijn geschapen naar Zijn beeld, en wij „behoren ons ernstig in te spannen om” die „vermogens” te „ontwikkelen.”
The powers which are part of the higher nature, or the mind of a human being are judgment, memory, conscience and especially the will.
De vermogens die deel uitmaken van de hogere natuur, of de geest van een mens, zijn het oordeelsvermogen, het geheugen, het geweten en vooral de wil.
“Many are inquiring, ‘How am I to make the surrender of myself to God?’ You desire to give yourself to Him, but you are weak in moral power, in slavery to doubt, and controlled by the habits of your life of sin. Your promises and resolutions are like ropes of sand. You cannot control your thoughts, your impulses, your affections. The knowledge of your broken promises and forfeited pledges weakens your confidence in your own sincerity, and causes you to feel that God cannot accept you; but you need not despair. What you need to understand is the true force of the will. This is the governing power in the nature of man, the power of decision, or of choice. Everything depends on the right action of the will. The power of choice God has given to men; it is theirs to exercise. You cannot change your heart, you cannot of yourself give to God its affections; but you can choose to serve Him. You can give Him your will; He will then work in you to will and to do according to His good pleasure. Thus your whole nature will be brought under the control of the Spirit of Christ; your affections will be centered upon Him, your thoughts will be in harmony with Him.
“Velen vragen: ‘Hoe moet ik mij aan God overgeven?’ U verlangt ernaar uzelf aan Hem te geven, maar u bent zwak in zedelijke kracht, in slavernij aan twijfel en beheerst door de gewoonten van uw zondige leven. Uw beloften en voornemens zijn als touwen van zand. U kunt uw gedachten, uw aandriften, uw genegenheden niet beheersen. De kennis van uw verbroken beloften en verbeurde toezeggingen verzwakt uw vertrouwen in uw eigen oprechtheid en doet u voelen dat God u niet kan aannemen; maar u behoeft niet te wanhopen. Wat u moet verstaan, is de ware kracht van de wil. Dit is de heersende macht in de natuur van de mens, de macht van beslissing of van keuze. Alles hangt af van de juiste werking van de wil. De macht om te kiezen heeft God de mensen gegeven; het is aan hen die uit te oefenen. U kunt uw hart niet veranderen, u kunt niet uit uzelf de genegenheden ervan aan God geven; maar u kunt ervoor kiezen Hem te dienen. U kunt Hem uw wil geven; dan zal Hij in u werken zowel het willen als het werken naar Zijn welbehagen. Zo zal uw gehele natuur onder de heerschappij van de Geest van Christus worden gebracht; uw genegenheden zullen op Hem gericht zijn, uw gedachten zullen met Hem in overeenstemming zijn.
“Desires for goodness and holiness are right as far as they go; but if you stop here, they will avail nothing. Many will be lost while hoping and desiring to be Christians. They do not come to the point of yielding the will to God. They do not now choose to be Christians.
“Verlangens naar goedheid en heiligheid zijn juist voor zover zij reiken; maar als u hierbij blijft stilstaan, zullen zij niets baten. Velen zullen verloren gaan terwijl zij hopen en verlangen christenen te zijn. Zij komen niet tot het punt waarop zij hun wil aan God overgeven. Zij kiezen er nu niet voor christenen te zijn.
“Through the right exercise of the will, an entire change may be made in your life. By yielding up your will to Christ, you ally yourself with the power that is above all principalities and powers. You will have strength from above to hold you steadfast, and thus through constant surrender to God you will be enabled to live the new life, even the life of faith.” Steps to Christ, 47, 48.
„Door het juiste gebruik van de wil kan in uw leven een algehele verandering teweeggebracht worden. Door uw wil aan Christus over te geven, verbindt u zich met de macht die boven alle overheden en machten verheven is. U zult kracht van boven ontvangen om u standvastig te bewaren, en zo zult u, door voortdurende overgave aan God, in staat gesteld worden het nieuwe leven te leven, ja, het leven van het geloof.” Schreden naar Christus, 47, 48.
The power of the will is the “governing power” in the nature of man, and the governor is located in the apartment of the human temple that is allied “with the power that is above all principalities and powers.” The place where the union of Divinity with humanity occurs in the human temple is the citadel of the soul. Every human has a citadel, and it is either occupied by Christ, or the arch enemy of Christ.
De kracht van de wil is de „regerende macht” in de natuur van de mens, en de heerser bevindt zich in de afdeling van de menselijke tempel die verbonden is „met de macht die boven alle overheden en machten verheven is.” De plaats waar de vereniging van de Godheid met de mensheid in de menselijke tempel plaatsvindt, is de burcht van de ziel. Ieder mens heeft een burcht, en deze wordt óf door Christus bezet, óf door de aartsvijand van Christus.
“When Christ takes possession of the citadel of the soul, the human agent becomes one with him. And he who is one with Christ, maintaining his unity, enthroning him in the heart, and obeying his commands, is safe from the snares of the wicked one. United to Christ, he gathers to himself the graces of Christ, and consecrates strength and efficiency and power to the Lord in winning souls to him. By co-operation with the Saviour he becomes the instrument through which God works. Then when Satan comes, and strives to take possession of the soul, he finds that Christ has made him stronger than the strong man armed.” Review and Herald, December 12, 1899.
„Wanneer Christus bezit neemt van de vesting van de ziel, wordt de menselijke handelende persoon één met Hem. En hij die één is met Christus, zijn eenheid met Hem handhavend, Hem op de troon van het hart plaatsend en Zijn geboden gehoorzamend, is veilig voor de strikken van de boze. Met Christus verenigd verzamelt hij voor zichzelf de genaden van Christus en wijdt hij kracht en bekwaamheid en vermogen aan de Heer in het winnen van zielen voor Hem. Door samenwerking met de Heiland wordt hij het instrument waardoor God werkt. Wanneer dan Satan komt en ernaar streeft bezit te nemen van de ziel, ontdekt hij dat Christus hem sterker heeft gemaakt dan de sterke, gewapende man.” Review and Herald, 12 december 1899.
The citadel of the soul is the heart and mind of the human being. The promise of the new covenant identifies three primary promises for the believer. He is promised to have a land to live in, as the Garden of Eden was for Adam and Eve, which in turn represented the promised land for His covenant with ancient Israel, which in turn represented the spiritual glorious land for spiritual Israel, and which all three provide witness, line upon line, to the promise of the earth made new, for those who overcome as He overcame.
De vesting van de ziel is het hart en de geest van de mens. De belofte van het nieuwe verbond duidt drie voornaamste beloften voor de gelovige aan. Hem wordt een land beloofd om in te wonen, zoals de Hof van Eden dat was voor Adam en Eva, hetgeen op zijn beurt het beloofde land voor Zijn verbond met het oude Israël vertegenwoordigde, hetgeen op zijn beurt het geestelijke, heerlijke land voor geestelijk Israël vertegenwoordigde, en welke alle drie getuigenis afleggen, regel op regel, van de belofte van de aarde die nieuw gemaakt zal worden, voor hen die overwinnen zoals Hij overwon.
When Adam and Eve sinned, they were “scattered” out of the Garden of Eden for “seven times”, and it is after seven millennia that the earth is made new, and the garden of Eden is restored. The scattering of ancient Israel for “seven times,” was typified by the scattering of Adam and Eve. The covenant promises a land to dwell in, and it was the promise of Eden restored. The trampling down of the sanctuary and the host represents the progressive escalation of sin within the human family that began with the sin of Adam.
Toen Adam en Eva zondigden, werden zij gedurende „zeven tijden” uit de hof van Eden „verstrooid”, en pas na zeven millennia wordt de aarde nieuw gemaakt en wordt de hof van Eden hersteld. De verstrooiing van het oude Israël gedurende „zeven tijden” werd getypeerd door de verstrooiing van Adam en Eva. Het verbond belooft een land om in te wonen, en dat was de belofte van een hersteld Eden. Het vertreden van het heiligdom en het heerleger vertegenwoordigt de voortschrijdende escalatie van de zonde binnen de menselijke familie, die begon met de zonde van Adam.
The other two promises of the covenant are that the faithful will receive a new body and a new mind, even the mind of Christ. The body is the flesh, the lower nature, and in relation to Christ it is the church. The mind is the higher nature, it is what Sister White identifies as the “citadel of the soul.” Paul clearly teaches that we receive the mind of Christ at the moment we accept the requirements of the gospel, when we are justified. He also teaches that we do not receive a new and glorified body until the Second Coming.
De twee andere beloften van het verbond zijn dat de gelovigen een nieuw lichaam en een nieuw verstand zullen ontvangen, ja, de gezindheid van Christus. Het lichaam is het vlees, de lagere natuur, en in betrekking tot Christus is het de gemeente. Het verstand is de hogere natuur; het is wat Zuster White aanduidt als de „burcht van de ziel”. Paulus leert duidelijk dat wij de gezindheid van Christus ontvangen op het ogenblik dat wij de vereisten van het evangelie aannemen, wanneer wij gerechtvaardigd worden. Hij leert ook dat wij geen nieuw en verheerlijkt lichaam ontvangen vóór de Wederkomst.
Behold, I show you a mystery; We shall not all sleep, but we shall all be changed, In a moment, in the twinkling of an eye, at the last trump: for the trumpet shall sound, and the dead shall be raised incorruptible, and we shall be changed. For this corruptible must put on incorruption, and this mortal must put on immortality. So when this corruptible shall have put on incorruption, and this mortal shall have put on immortality, then shall be brought to pass the saying that is written, Death is swallowed up in victory. O death, where is thy sting? O grave, where is thy victory? The sting of death is sin; and the strength of sin is the law. 1 Corinthians 15:51–56.
Zie, ik deel u een verborgenheid mee: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt, en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. En wanneer dit vergankelijke onvergankelijkheid zal hebben aangedaan, en dit sterfelijke onsterfelijkheid zal hebben aangedaan, dan zal het woord vervuld worden dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning. Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel van de dood is de zonde, en de kracht van de zonde is de wet. 1 Corinthians 15:51–56.
A doctrine, which John says identifies those who believe such fallacious teachings are antichrist, argues that Christ never accepted a body that was subject to the effects of sin that had began to impact the human family from Adam’s sin onward.
Een leerstelling, waarvan Johannes zegt dat zij hen die in zulke bedrieglijke leringen geloven als antichrist identificeert, beweert dat Christus nooit een lichaam heeft aangenomen dat onderworpen was aan de gevolgen van de zonde, die vanaf Adams zonde hun uitwerking op het menselijk geslacht begonnen te hebben.
And every spirit that confesseth not that Jesus Christ is come in the flesh is not of God: and this is that spirit of antichrist, whereof ye have heard that it should come; and even now already is it in the world. 1 John 4:3.
En elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; en dit is de geest van de antichrist, waarvan gij gehoord hebt dat hij komen zou; en hij is nu reeds in de wereld. 1 Johannes 4:3.
The wine of Babylon (antichrist) that teaches the “Immaculate Conception”, claims that Mary was made perfect, as were Adam and Eve before sin, in order that the birth of Jesus would be based upon a conception of divinity (the Holy Spirit), with perfect humanity (Mary.) The false doctrine of the Immaculate Conception is not addressing when Jesus was conceived in Mary’s womb, but how Mary was conceived with the perfection of Adam and Eve. To suggest that the flesh Christ took upon Himself when He came to redeem man was sinless flesh, which did not contain the effects of heredity is a teaching of antichrist.
De wijn van Babylon (antichrist) die de „Onbevlekte Ontvangenis” onderwijst, beweert dat Maria volmaakt gemaakt werd, evenals Adam en Eva vóór de zonde, opdat de geboorte van Jezus gebaseerd zou zijn op een ontvangenis van goddelijkheid (de Heilige Geest), met volmaakte menselijkheid (Maria). De valse leer van de Onbevlekte Ontvangenis heeft geen betrekking op het moment waarop Jezus in de schoot van Maria ontvangen werd, maar op de wijze waarop Maria ontvangen werd met de volmaaktheid van Adam en Eva. Te suggereren dat het vlees dat Christus op Zich nam toen Hij kwam om de mens te verlossen zondeloos vlees was, dat niet de gevolgen van erfelijkheid in zich droeg, is een leer van de antichrist.
For many deceivers are entered into the world, who confess not that Jesus Christ is come in the flesh. This is a deceiver and an antichrist. 2 John 1:7.
Want vele verleiders zijn in de wereld gekomen, die niet belijden dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. Deze is een verleider en een antichrist. 2 Johannes 1:7.
When Christ was resurrected inspiration carefully points out that He then had a glorified body. His resurrection represented the resurrection of the righteous at the Second Coming, and it is there that we receive the covenant promise of a new body.
Toen Christus werd opgewekt, wijst de inspiratie er zorgvuldig op dat Hij toen een verheerlijkt lichaam had. Zijn opstanding vertegenwoordigde de opstanding van de rechtvaardigen bij de Wederkomst, en daar ontvangen wij de verbondsbelofte van een nieuw lichaam.
“The time had come for Christ to ascend to His Father’s throne. As a divine conqueror He was about to return with the trophies of victory to the heavenly courts. Before His death He had declared to His Father, ‘I have finished the work which Thou gavest Me to do.’ John 17:4. After His resurrection He tarried on earth for a season, that His disciples might become familiar with Him in His risen and glorified body. Now He was ready for the leave-taking. He had authenticated the fact that He was a living Saviour. His disciples need no longer associate Him with the tomb. They could think of Him as glorified before the heavenly universe.” The Desire of Ages, 829.
„De tijd was gekomen dat Christus zou opstijgen naar de troon van Zijn Vader. Als goddelijke Overwinnaar stond Hij op het punt met de trofeeën van de overwinning terug te keren naar de hemelse hoven. Vóór Zijn dood had Hij tot Zijn Vader verklaard: ‘Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen.’ Johannes 17:4. Na Zijn opstanding vertoefde Hij nog een tijd op aarde, opdat Zijn discipelen vertrouwd zouden raken met Hem in Zijn opgestane en verheerlijkte lichaam. Nu was Hij gereed voor het afscheid. Hij had het feit bevestigd dat Hij een levende Heiland was. Zijn discipelen hoefden Hem niet langer met het graf in verband te brengen. Zij konden aan Hem denken als verheerlijkt voor het hemelse heelal.” The Desire of Ages, 829.
The covenant promise, of a land to dwell in, is fulfilled at the earth made new, when Eden is restored and the “seven times” (seven thousand years), scattering of the humanity of the first Adam is concluded. The covenant promise of a new and glorified body is provided at the Second Coming, in the twinkling of an eye.
De verbondsbelofte van een land om in te wonen wordt vervuld bij de vernieuwde aarde, wanneer Eden wordt hersteld en de verstrooiing van de mensheid van de eerste Adam gedurende de „zeven tijden” (zevenduizend jaar) ten einde is gekomen. De verbondsbelofte van een nieuw en verheerlijkt lichaam wordt bij de Tweede Komst vervuld, in een oogwenk.
“The story of Bethlehem is an exhaustless theme. In it is hidden ‘the depth of the riches both of the wisdom and knowledge of God.’ Romans 11:33. We marvel at the Saviour’s sacrifice in exchanging the throne of heaven for the manger, and the companionship of adoring angels for the beasts of the stall. Human pride and self-sufficiency stand rebuked in His presence. Yet this was but the beginning of His wonderful condescension. It would have been an almost infinite humiliation for the Son of God to take man’s nature, even when Adam stood in his innocence in Eden. But Jesus accepted humanity when the race had been weakened by four thousand years of sin. Like every child of Adam He accepted the results of the working of the great law of heredity. What these results were is shown in the history of His earthly ancestors. He came with such a heredity to share our sorrows and temptations, and to give us the example of a sinless life.” The Desire of Ages, 48.
“Het verhaal van Bethlehem is een onuitputtelijk thema. Daarin ligt verborgen ‘de diepte van de rijkdom, zowel van de wijsheid als van de kennis van God.’ Romeinen 11:33. Wij verwonderen ons over het offer van de Heiland, dat Hij de troon van de hemel verwisselde voor de kribbe, en de gemeenschap van aanbiddende engelen voor de dieren van de stal. Menselijke trots en zelfgenoegzaamheid staan bestraft in Zijn tegenwoordigheid. Toch was dit slechts het begin van Zijn wonderbare vernedering. Het zou voor de Zoon van God een bijna oneindige vernedering zijn geweest de menselijke natuur aan te nemen, zelfs toen Adam nog in zijn onschuld in Eden stond. Maar Jezus aanvaardde de menselijkheid toen het menselijk geslacht door vierduizend jaar zonde verzwakt was. Zoals ieder kind van Adam aanvaardde Hij de gevolgen van de werking van de grote wet der erfelijkheid. Wat deze gevolgen waren, wordt getoond in de geschiedenis van Zijn aardse voorouders. Met zulk een erfelijkheid kwam Hij om onze smarten en verzoekingen te delen, en om ons het voorbeeld van een zondeloos leven te geven.” The Desire of Ages, 48.
When a man meets the requirements of the gospel, he then and there receives a new mind, even the mind of Christ, but the body, or as Paul also calls it the flesh, is changed at the Second Coming. The lower nature, which consists of the feelings, is not eliminated at conversion. Those feelings, which are one part of the moral character, remain until the Second Coming. Those feelings represent the emotional system, that are associated with the hormonal system. They represent the senses that are associated with the nervous system. All the elements of man’s lower nature that are considered as feelings, are divided into two basic categories. One type of feeling is the tendencies that we inherited from our ancestors, and the other types of feelings are cultivated tendencies which we developed by our own choices.
Wanneer een mens aan de vereisten van het evangelie voldoet, ontvangt hij terstond een nieuwe gezindheid, namelijk de gezindheid van Christus, maar het lichaam, of zoals Paulus het ook noemt, het vlees, wordt veranderd bij de Tweede Komst. De lagere natuur, die uit de gevoelens bestaat, wordt bij de bekering niet weggenomen. Die gevoelens, die een onderdeel van het morele karakter vormen, blijven bestaan tot aan de Tweede Komst. Die gevoelens vertegenwoordigen het emotionele stelsel, dat met het hormonale stelsel verbonden is. Zij vertegenwoordigen de zintuigen die met het zenuwstelsel verbonden zijn. Alle elementen van de lagere natuur van de mens die als gevoelens worden beschouwd, zijn onderverdeeld in twee fundamentele categorieën. Het ene soort gevoelens bestaat uit de neigingen die wij van onze voorouders hebben geërfd, en de andere soorten gevoelens zijn aangekweekte neigingen die wij door onze eigen keuzes hebben ontwikkeld.
Some inherited tendencies are simply part of the human design, and some types of inherited tendencies are to do evil. The cultivated types of feelings are what we establish by our own choices, and the inherited tendencies are transmitted by “the great law of heredity.”
Sommige overgeërfde neigingen maken eenvoudigweg deel uit van het menselijke ontwerp, en sommige soorten overgeërfde neigingen zijn gericht op het kwade. De aangekweekte vormen van gevoelens zijn datgene wat wij door onze eigen keuzes tot stand brengen, en de overgeërfde neigingen worden overgedragen door „de grote wet der erfelijkheid”.
Jesus “accepted humanity when the race had been weakened by four thousand years of sin. Like every child of Adam He accepted the results of the working of the great law of heredity. What these results were is shown in the history of His earthly ancestors. He came with such a heredity to share our sorrows and temptations, and to give us the example of a sinless life.” With the results of four thousand years of the working of the great law of heredity, Jesus always kept those tendencies in subjection by the exercise of His will, and He never once participated in cultivating any sinful feelings.
Jezus „nam de menselijke natuur aan toen het menselijk geslacht was verzwakt door vierduizend jaar zonde. Zoals ieder kind van Adam aanvaardde Hij de gevolgen van de werking van de grote wet van de erfelijkheid. Welke die gevolgen waren, wordt getoond in de geschiedenis van Zijn aardse voorouders. Met zulk een erfelijkheid kwam Hij om onze smarten en verzoekingen te delen en ons het voorbeeld van een zondeloos leven te geven.” Met de gevolgen van vierduizend jaar van de werking van de grote wet van de erfelijkheid hield Jezus die neigingen altijd in bedwang door de uitoefening van Zijn wil, en nooit heeft Hij ook maar één keer meegewerkt aan het koesteren van enige zondige gevoelens.
Had Jesus accepted a human body, as represented by Adam and Eve before they sinned, without the accepting the results of the weakening of humanity that had occurred over four thousand years of degradation, then He would not have provided an Example, of how every child of God can overcome.
Indien Jezus een menselijk lichaam had aangenomen, zoals vertegenwoordigd door Adam en Eva vóór zij zondigden, zonder de gevolgen te aanvaarden van de verzwakking van de mensheid die in de loop van meer dan vierduizend jaar van degeneratie had plaatsgevonden, dan zou Hij geen Voorbeeld hebben gegeven van hoe ieder kind van God kan overwinnen.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“Many look on this conflict between Christ and Satan as having no special bearing on their own life; and for them it has little interest. But within the domain of every human heart this controversy is repeated. Never does one leave the ranks of evil for the service of God without encountering the assaults of Satan. The enticements which Christ resisted were those that we find it so difficult to withstand. They were urged upon Him in as much greater degree as His character is superior to ours. With the terrible weight of the sins of the world upon Him, Christ withstood the test upon appetite, upon the love of the world, and upon that love of display which leads to presumption. These were the temptations that overcame Adam and Eve, and that so readily overcome us.
“Velen beschouwen dit conflict tussen Christus en Satan als iets dat geen bijzondere betrekking heeft op hun eigen leven; en voor hen heeft het weinig belang. Maar binnen het gebied van ieder mensenhart wordt deze strijd opnieuw gevoerd. Nooit verlaat iemand de gelederen van het kwaad om in de dienst van God te treden, zonder de aanvallen van Satan te ondervinden. De verleidingen die Christus weerstond, waren juist die welke wij zo moeilijk kunnen weerstaan. Zij werden Hem in zoveel grotere mate opgedrongen als zijn karakter het onze te boven gaat. Onder het verschrikkelijke gewicht van de zonden der wereld dat op Hem rustte, doorstond Christus de beproeving ten aanzien van de begeerte, van de liefde tot de wereld, en van die zucht naar vertoon die tot aanmatiging leidt. Dit waren de verzoekingen waardoor Adam en Eva ten val kwamen, en waardoor ook wij zo gemakkelijk ten val komen.
“Satan had pointed to Adam’s sin as proof that God’s law was unjust, and could not be obeyed. In our humanity, Christ was to redeem Adam’s failure. But when Adam was assailed by the tempter, none of the effects of sin were upon him. He stood in the strength of perfect manhood, possessing the full vigor of mind and body. He was surrounded with the glories of Eden, and was in daily communion with heavenly beings. It was not thus with Jesus when He entered the wilderness to cope with Satan. For four thousand years the race had been decreasing in physical strength, in mental power, and in moral worth; and Christ took upon Him the infirmities of degenerate humanity. Only thus could He rescue man from the lowest depths of his degradation.
„Satan had op Adams zonde gewezen als bewijs dat Gods wet onrechtvaardig was en niet gehoorzaamd kon worden. In onze menselijkheid moest Christus Adams falen verlossen. Maar toen Adam door de verzoeker werd aangevallen, rustte geen van de gevolgen der zonde op hem. Hij stond in de kracht van volmaakte mannelijkheid en bezat de volle kracht van geest en lichaam. Hij was omgeven door de heerlijkheden van Eden en leefde dagelijks in gemeenschap met hemelse wezens. Zo was het niet met Jezus toen Hij de woestijn binnenging om met Satan te strijden. Gedurende vierduizend jaar was het menselijk geslacht afgenomen in lichamelijke kracht, in verstandelijk vermogen en in zedelijke waarde; en Christus nam de zwakheden van de ontaarde mensheid op Zich. Alleen op deze wijze kon Hij de mens redden uit de diepste diepten van zijn vernedering.
“Many claim that it was impossible for Christ to be overcome by temptation. Then He could not have been placed in Adam’s position; He could not have gained the victory that Adam failed to gain. If we have in any sense a more trying conflict than had Christ, then He would not be able to succor us. But our Saviour took humanity, with all its liabilities. He took the nature of man, with the possibility of yielding to temptation. We have nothing to bear which He has not endured.
“Velen beweren dat het voor Christus onmogelijk was om door verzoeking te worden overwonnen. Dan had Hij niet in de positie van Adam geplaatst kunnen worden; Hij had de overwinning niet kunnen behalen die Adam niet behaalde. Indien wij in enigerlei opzicht een zwaardere strijd hebben dan Christus had, dan zou Hij niet in staat zijn ons te hulp te komen. Maar onze Heiland nam de menselijke natuur aan, met al haar aansprakelijkheden. Hij nam de natuur van de mens aan, met de mogelijkheid om voor verzoeking te bezwijken. Wij hebben niets te dragen wat Hij niet heeft verdragen.
“With Christ, as with the holy pair in Eden, appetite was the ground of the first great temptation. Just where the ruin began, the work of our redemption must begin. As by the indulgence of appetite Adam fell, so by the denial of appetite Christ must overcome. ‘And when He had fasted forty days and forty nights, He was afterward an hungered. And when the tempter came to Him, he said, If Thou be the Son of God, command that these stones be made bread. But He answered and said, It is written, Man shall not live by bread alone, but by every word that proceedeth out of the mouth of God.’
“Bij Christus was, evenals bij het heilige paar in Eden, de eetlust de grond van de eerste grote verzoeking. Juist waar het verderf begon, moet het werk van onze verlossing aanvangen. Zoals Adam viel door de toegeving aan de eetlust, zo moet Christus overwinnen door de verloochening van de eetlust. ‘En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste. En de verzoeker kwam tot Hem en zei: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan dat deze stenen broden worden. Maar Hij antwoordde en zei: Er staat geschreven: De mens zal niet van brood alleen leven, maar van ieder woord dat uit de mond van God uitgaat.’”
“From the time of Adam to that of Christ, self-indulgence had increased the power of the appetites and passions, until they had almost unlimited control. Thus men had become debased and diseased, and of themselves it was impossible for them to overcome. In man’s behalf, Christ conquered by enduring the severest test. For our sake He exercised a self-control stronger than hunger or death. And in this first victory were involved other issues that enter into all our conflicts with the powers of darkness.” The Desire of Ages, 117.
„Van de tijd van Adam tot die van Christus had zelfbevrediging de macht van de eetlusten en hartstochten doen toenemen, totdat zij bijna onbeperkte heerschappij hadden. Zo waren de mensen verlaagd en ziekelijk geworden, en uit zichzelf was het voor hen onmogelijk te overwinnen. Ten behoeve van de mens behaalde Christus de overwinning door de zwaarste beproeving te doorstaan. Om onzentwil oefende Hij een zelfbeheersing die sterker was dan honger of dood. En in deze eerste overwinning waren andere kwesties begrepen die in al onze strijd met de machten der duisternis een rol spelen.” The Desire of Ages, 117.