The last vision of Daniel consists of the last three chapters. The first of those chapters, as with the last of those three chapters identifies the experience of Daniel, and the middle chapter identifies the prophetic history that addresses the final rise and fall of the counterfeit king of the north. The first chapter is as the last, and the middle chapter represents the rebellion of the counterfeit king of the north. Daniel’s last vision, the vision of the Hiddekel River, bears the signature of Alpha and Omega, who is the Truth. As we begin to address Daniel’s last vision, we will start with verse one.

Het laatste visioen van Daniël bestaat uit de laatste drie hoofdstukken. Het eerste van die hoofdstukken duidt, evenals het laatste van die drie hoofdstukken, de ervaring van Daniël aan, en het middelste hoofdstuk duidt de profetische geschiedenis aan die betrekking heeft op de uiteindelijke opkomst en val van de namaakkoning van het noorden. Het eerste hoofdstuk is als het laatste, en het middelste hoofdstuk vertegenwoordigt de opstand van de namaakkoning van het noorden. Daniëls laatste visioen, het visioen van de rivier de Hiddekel, draagt de handtekening van Alfa en Omega, die de Waarheid is. Terwijl wij beginnen Daniëls laatste visioen te behandelen, zullen wij bij vers één beginnen.

In the third year of Cyrus king of Persia a thing was revealed unto Daniel, whose name was called Belteshazzar; and the thing was true, but the time appointed was long: and he understood the thing, and had understanding of the vision. Daniel 10:1.

In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd aan Daniël, wiens naam Beltsazar genoemd werd, een zaak geopenbaard; en de zaak was waarachtig, maar de bestemde tijd was lang; en hij verstond de zaak en had inzicht in het gezicht. Daniël 10:1.

There are several truths wrapped up in this verse. The first is Daniel’s name of “Belteshazzar”.

In dit vers liggen verscheidene waarheden besloten. De eerste is Daniëls naam „Beltsazar”.

Unto whom the prince of the eunuchs gave names: for he gave unto Daniel the name of Belteshazzar; and to Hananiah, of Shadrach; and to Mishael, of Meshach; and to Azariah, of Abednego. Daniel 1:7.

Aan wie de overste der hovelingen namen gaf; want hij gaf Daniël de naam Beltsazar; en Hananja, Sadrach; en Misaël, Mesach; en Azarja, Abednego. Daniël 1:7.

Daniel was given the name “Belteshazzar” in chapter one, and he is never identified as “Belteshazzar” again until his last vision is introduced. Belteshazzar is therefore his name in his first and last testimony. The change of a name in prophecy represents a symbol of the covenant relation between God and His people. When the Lord entered into covenant with Abram and Sarai, He changed their names to Abraham and Sarah. He changed Jacob’s name to Israel, and He promises to give His last day covenant people a new name.

In hoofdstuk één werd Daniël de naam „Beltsazar” gegeven, en daarna wordt hij nooit meer als „Beltsazar” aangeduid totdat zijn laatste visioen wordt ingeleid. Beltsazar is daarom zijn naam in zijn eerste en laatste getuigenis. De verandering van een naam in de profetie vertegenwoordigt een symbool van de verbondsbetrekking tussen God en Zijn volk. Toen de Heere met Abram en Sarai een verbond aanging, veranderde Hij hun namen in Abraham en Sara. Hij veranderde Jakobs naam in Israël, en Hij belooft Zijn verbondsvolk van de laatste dagen een nieuwe naam te geven.

For Zion’s sake will I not hold my peace, and for Jerusalem’s sake I will not rest, until the righteousness thereof go forth as brightness, and the salvation thereof as a lamp that burneth. And the Gentiles shall see thy righteousness, and all kings thy glory: and thou shalt be called by a new name, which the mouth of the Lord shall name. Isaiah 61:1, 2.

Om Sions wil zal ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn gerechtigheid uitgaat als een glans, en zijn heil als een brandende fakkel. En de heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien, en alle koningen uw heerlijkheid; en gij zult met een nieuwe naam genoemd worden, die de mond des Heren noemen zal. Jesaja 61:1, 2.

To the Philadelphians, who are the one hundred and forty-four thousand of the last days, He also makes this promise.

Aan de Filadelfiërs, die de honderdvierenveertigduizend van de laatste dagen zijn, doet Hij ook deze belofte.

Him that overcometh will I make a pillar in the temple of my God, and he shall go no more out: and I will write upon him the name of my God, and the name of the city of my God, which is new Jerusalem, which cometh down out of heaven from my God: and I will write upon him my new name. He that hath an ear, let him hear what the Spirit saith unto the churches. Revelation 3:12, 13.

Wie overwint, hem zal Ik maken tot een pilaar in de tempel van Mijn God, en hij zal geenszins meer naar buiten gaan; en Ik zal op hem schrijven de Naam van Mijn God, en de naam van de stad van Mijn God, het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel van Mijn God neerdaalt; en Ik zal op hem Mijn nieuwe Naam schrijven. Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Openbaring 3:12, 13.

The prophets illustrate God’s people of the last days, and unlike Abraham, Sarah and Israel the precise meaning of Belteshazzar is unknown. The name God gives to His last day people to represent His covenant relationship is an unknown name until the time when He gives them the name. The name Belteshazzar is identifying Daniel as God’s covenant people of Philadelphia in the last days, but the actual name is hidden until the sealing, for the name is written upon their foreheads, which is also where the seal is written.

De profeten beelden Gods volk van de laatste dagen uit, en in tegenstelling tot Abraham, Sara en Israël is de precieze betekenis van Beltsassar onbekend. De naam die God aan Zijn volk van de laatste dagen geeft om Zijn verbondsverhouding te vertegenwoordigen, is een onbekende naam tot de tijd waarin Hij hun die naam geeft. De naam Beltsassar identificeert Daniël als Gods verbondsvolk van Filadelfia in de laatste dagen, maar de werkelijke naam blijft verborgen tot de verzegeling, want de naam wordt op hun voorhoofden geschreven, hetgeen ook de plaats is waar het zegel wordt aangebracht.

And I looked, and, lo, a Lamb stood on the mount Sion, and with him an hundred forty and four thousand, having his Father’s name written in their foreheads. Revelation 14:1.

En ik zag, en zie, het Lam stond op den berg Sion, en met Hem honderd vierenveertigduizend, die de naam van Zijn Vader op hun voorhoofden geschreven hadden. Openbaring 14:1.

Daniel is called Belteshazzar in chapter one and then in chapter ten, thus identifying himself as a symbol of the movement of the first angel, and the movement of the third angel, for chapter one, represents the first angel’s message, as previously identified in detail in earlier articles. Chapter ten therefore represents the movement of the third angel, and the covenant people of the last days. The verse then identifies Belteshazzar as a symbol of those who understand the increase of knowledge that was unsealed in the reform movement that began in 1989. This is represented by the emphasis upon what Daniel (Belteshazzar) knew.

Daniël wordt in hoofdstuk één Beltsazar genoemd en vervolgens opnieuw in hoofdstuk tien, en identificeert zich aldus als een symbool van de beweging van de eerste engel en van de beweging van de derde engel; want hoofdstuk één vertegenwoordigt de boodschap van de eerste engel, zoals eerder in voorgaande artikelen uitvoerig is aangetoond. Hoofdstuk tien vertegenwoordigt daarom de beweging van de derde engel en het verbondsvolk van de laatste dagen. Het vers identificeert Beltsazar vervolgens als een symbool van hen die de toename van kennis begrijpen die werd ontzegeld in de hervormingsbeweging die in 1989 begon. Dit wordt weergegeven door de nadruk op wat Daniël (Beltsazar) wist.

Daniel is identified as knowing the “thing” which “was revealed unto Daniel,” “and the thing was true, but the time appointed was long: and he understood the thing, and had understanding of the vision.” Daniel understood the “thing,” and also “the vision.” The Hebrew word “dabar,” is translated as “thing” in the verse, and it means “word.” Prophetically the “word” represents both the vision of the “seven times,” but also it represents Christ, who is the Word. Both the “seven times,” and Christ are the Rock which the builders rejected, and Daniel represents a people who understand both elements of the symbolism of the Word.

Daniël wordt aangeduid als iemand die de „zaak” kende, welke „aan Daniël geopenbaard werd”, „en de zaak was waar, maar de vastgestelde tijd was lang; en hij verstond de zaak en had inzicht in het gezicht.” Daniël verstond de „zaak” en ook „het gezicht”. Het Hebreeuwse woord „dabar” wordt in dit vers vertaald met „zaak”, en het betekent „woord”. In profetische zin vertegenwoordigt het „woord” zowel het gezicht van de „zeven tijden”, alsook Christus, die het Woord is. Zowel de „zeven tijden” als Christus zijn de Steen die de bouwlieden verworpen hebben, en Daniël vertegenwoordigt een volk dat beide elementen van de symboliek van het Woord begrijpt.

In Daniel chapter nine, verse twenty-three we find one of the most important verses connected with the time prophecies of the twenty-three hundred years and twenty-five hundred and twenty years, which are represented by the question of Daniel chapter eight, verse thirteen, and the answer in verse fourteen. The question asks, “How long shall be the “chazon” vision identifying the trampling down of the sanctuary and host that was accomplished by paganism and then papalism?” The trampling down took twenty-five hundred and twenty years, in fulfillment of Leviticus twenty-six’s “seven times.”

In Daniël hoofdstuk negen, vers drieëntwintig, vinden wij een van de belangrijkste verzen in verband met de tijdsprofetieën van de tweeduizend driehonderd jaren en de tweeduizend vijfhonderd twintig jaren, die worden voorgesteld door de vraag in Daniël hoofdstuk acht, vers dertien, en het antwoord in vers veertien. De vraag luidt: „Hoe lang zal het „chazon”-visioen duren, dat het vertrappen van het heiligdom en het heerleger aanduidt, hetgeen werd volbracht door het heidendom en vervolgens door het pausdom?” Het vertrappen duurde tweeduizend vijfhonderd twintig jaren, ter vervulling van de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig.

The answer to verse thirteen’s question was unto twenty-three hundred years, then shall the sanctuary that has been trampled down, be cleansed, and the “mareh” vision of twenty-three hundred years ties the two time prophecies together, and in verse twenty-three of Daniel nine, Gabriel is leading Daniel to understand the relation of the two visions.

Het antwoord op de vraag van vers dertien luidde: tot tweeduizenddriehonderd jaar; daarna zal het heiligdom, dat vertreden is, gereinigd worden; en het “mareh”-visioen van tweeduizenddriehonderd jaar verbindt de twee tijdsprofetieën met elkaar, en in vers drieëntwintig van Daniël negen leidt Gabriël Daniël ertoe de samenhang tussen de twee visioenen te begrijpen.

At the beginning of thy supplications the commandment came forth, and I am come to shew thee; for thou art greatly beloved: therefore understand the matter, and consider the vision. Daniel 9:23.

Bij het begin van uw smekingen is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen om het u te verkondigen; want gij zijt zeer bemind; versta daarom het woord, en let op het gezicht. Daniël 9:23.

The word translated both as “understand,” “consider” in the verse is the Hebrew word “biyn,” and it means “to mentally separate”. Gabriel informs Daniel to make a mental separation between “the matter” and “the vision.” The “vision” in the verse is the Hebrew word “mareh,” and it is the vision of the twenty-three hundred years that concluded on October 22, 1844. The Hebrew word translated as “matter,” is the same word translated as “thing,” in verse one of chapter ten. It is the Hebrew word “dabar,” and it represents the vision of the twenty-five hundred and twenty years that also concluded on October 22, 1844.

Het woord dat in het vers zowel als “understand” als “consider” is vertaald, is het Hebreeuwse woord “biyn”, en het betekent “mentaal scheiden”. Gabriël deelt Daniël mee dat hij een mentale scheiding moet aanbrengen tussen “de zaak” en “het gezicht”. Het “gezicht” in het vers is het Hebreeuwse woord “mareh”, en het is het gezicht van de tweeduizend driehonderd jaar dat eindigde op 22 oktober 1844. Het Hebreeuwse woord dat als “zaak” is vertaald, is hetzelfde woord dat in vers één van hoofdstuk tien als “thing” is vertaald. Het is het Hebreeuwse woord “dabar”, en het vertegenwoordigt het gezicht van de tweeduizend vijfhonderd twintig jaar dat eveneens eindigde op 22 oktober 1844.

In verse one of chapter ten, God’s covenant people of the last days are represented by Belteshazzar, and they have understood the increase of knowledge that arrived at the time of the end in 1989, that allowed them to understand the connection of the two visions, which the Millerites of the movement of the first angel only partially understood. In the verse, the vision represented as the “thing” is identified as the longest of the two prophecies, because coupled in between the two references in the verse to the “thing,” Daniel identifies the time appointed to the “thing” (the dabar) was “long”, in relation to the vision (mareh).

In het eerste vers van hoofdstuk tien wordt Gods verbondsvolk van de laatste dagen voorgesteld door Beltsazar, en zij hebben de toename van kennis begrepen die ten tijde van het einde in 1989 kwam, waardoor zij het verband tussen de twee visioenen konden verstaan, hetgeen de Millerieten van de beweging van de eerste engel slechts ten dele begrepen. In het vers wordt het visioen dat als de „zaak” wordt voorgesteld, geïdentificeerd als het langste van de twee profetieën, omdat Daniël, tussen de twee verwijzingen in het vers naar de „zaak” in, aangeeft dat de voor de „zaak” (de dabar) bepaalde tijd „lang” was, in betrekking tot het visioen (mareh).

In the third year of Cyrus king of Persia a thing was revealed unto Daniel, whose name was called Belteshazzar; and the thing was true, but the time appointed was long: and he understood the thing, and had understanding of the vision. Daniel 10:1.

In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd aan Daniël, wiens naam Beltsazar genoemd werd, een zaak geopenbaard; en die zaak was waar, maar de vastgestelde tijd was lang; en hij verstond de zaak en had inzicht in het gezicht. Daniël 10:1.

The subtle truth that the “seven times,” is the longest time prophecy which the Millerites proclaimed, is denied by Laodicean Adventism, based upon a passage that they wrest to their own destruction. By rejecting the “seven times,” in the rebellion of 1863, they do not see the relation of the two prophecies, and can only, or will only, see the next passage as identifying the twenty-three hundred years.

De subtiele waarheid dat de „zeven tijden” de langste tijdsprofetie zijn die door de Millerieten werd verkondigd, wordt door het Laodiceaanse adventisme ontkend, op grond van een passage die zij tot hun eigen verderf verdraaien. Door de „zeven tijden” in de opstand van 1863 te verwerpen, zien zij de samenhang van de twee profetieën niet, en kunnen zij, of willen zij, de volgende passage slechts opvatten als een aanduiding van de drieëntwintighonderd jaren.

“The experience of the disciples who preached the ‘gospel of the kingdom’ at the first advent of Christ, had its counterpart in the experience of those who proclaimed the message of His second advent. As the disciples went out preaching, ‘The time is fulfilled, the kingdom of God is at hand,’ so Miller and his associates proclaimed that the longest and last prophetic period brought to view in the Bible was about to expire, that the judgment was at hand, and the everlasting kingdom was to be ushered in. The preaching of the disciples in regard to time was based on the seventy weeks of Daniel 9. The message given by Miller and his associates announced the termination of the 2300 days of Daniel 8:14, of which the seventy weeks form a part. The preaching of each was based upon the fulfillment of a different portion of the same great prophetic period.” The Great Controversy, 351.

„De ervaring van de discipelen die bij de eerste komst van Christus het ‘evangelie van het koninkrijk’ predikten, vond haar tegenhanger in de ervaring van hen die de boodschap van Zijn tweede komst verkondigden. Zoals de discipelen uitgingen en predikten: ‘De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen,’ zo verkondigden Miller en zijn medearbeiders dat de langste en laatste profetische periode die in de Bijbel wordt voorgesteld, op het punt stond te verstrijken, dat het oordeel nabij was en dat het eeuwige koninkrijk zou worden ingeluid. De prediking van de discipelen met betrekking tot de tijd was gebaseerd op de zeventig weken van Daniël 9. De boodschap die door Miller en zijn medearbeiders werd gegeven, kondigde het einde aan van de 2300 dagen van Daniël 8:14, waarvan de zeventig weken een deel vormen. De prediking van beiden was gebaseerd op de vervulling van een verschillend gedeelte van dezelfde grote profetische periode.” The Great Controversy, 351.

Don’t miss the inherent logic of this last passage. Laodicean Adventism does not teach the world that the Millerites thought the sanctuary to be cleansed was the heavenly sanctuary, for they, and any who wish to look at the historical record, know that the Millerites believed the sanctuary to be cleansed was the earth. The passage Laodicean Adventism wrests to their own destruction is “so Miller and his associates proclaimed that the longest and last prophetic period brought to view in the Bible was about to expire”, which they insist is the twenty-three hundred years of Daniel chapter eight, verse fourteen.

Mis de inherente logica van deze laatste passage niet. Het Laodiceïsche adventisme leert de wereld niet dat de Millerieten dachten dat het heiligdom dat gereinigd moest worden het hemelse heiligdom was, want zij, en allen die het historische verslag wensen te onderzoeken, weten dat de Millerieten geloofden dat het heiligdom dat gereinigd moest worden de aarde was. De passage die het Laodiceïsche adventisme tot zijn eigen verderf verdraait, luidt: “zo verkondigden Miller en zijn medewerkers dat de langste en laatste profetische periode die in de Bijbel onder de aandacht wordt gebracht, op het punt stond te verstrijken”, waarvan zij volhouden dat dit de tweeëntwintighonderd jaar van Daniël hoofdstuk acht, vers veertien zijn.

Adventism’s own history books identify that the three hundred Millerite preachers ALL used the 1843 pioneer chart in their presentations, and it is crystal clear on the chart, in the rest of the historical testimony, that the “seven times,” (twenty-five hundred and twenty years), was the prophecy they identified as the “longest and last prophetic period,” which was “about to expire.” Due to their rebellion of 1863, when they rejected the foundation stone of the “seven times,” they now blindly insist that Sister White is re-writing established history in the passage from The Great Controversy.

De eigen geschiedenisboeken van het adventisme stellen vast dat alle driehonderd Milleritische predikers in hun voordrachten de pionierskaart van 1843 gebruikten, en op de kaart zelf, evenals in de overige historische getuigenissen, is volkomen duidelijk dat de „zeven tijden” (tweeduizend vijfhonderd twintig jaar) de profetie was die zij aanduidden als de „langste en laatste profetische periode”, die „op het punt stond te verstrijken”. Vanwege hun opstandigheid in 1863, toen zij de grondsteen van de „zeven tijden” verwierpen, houden zij nu blindelings vol dat zuster White in de passage uit The Great Controversy de vaststaande geschiedenis herschrijft.

In verse one of Daniel chapter ten, Belteshazzar represents God’s people of the last days, and they understand both the question and answer of Daniel chapter eight, verses thirteen and fourteen, that Sister White identifies as the foundation and central pillar of the Advent faith. The portrayal that Daniel represents in the verse, he is marking a distinction between God’s covenant people of the last days, and Laodicean Adventism, for they are those who understand the increase of knowledge in 1989.

In het eerste vers van Daniël hoofdstuk tien vertegenwoordigt Beltsazar Gods volk van de laatste dagen, en zij begrijpen zowel de vraag als het antwoord van Daniël hoofdstuk acht, verzen dertien en veertien, die Zuster White aanduidt als het fundament en de centrale pijler van het adventgeloof. In de uitbeelding die Daniël in dit vers voorstelt, markeert hij een onderscheid tussen Gods verbondsvolk van de laatste dagen en het Laodiceaanse adventisme, want zij zijn het die de toename van kennis in 1989 begrijpen.

In the third year of Cyrus king of Persia a thing was revealed unto Daniel, whose name was called Belteshazzar; and the thing was true, but the time appointed was long: and he understood the thing, and had understanding of the vision. Daniel 10:1.

In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd aan Daniël, wiens naam Beltsazar genoemd werd, een zaak geopenbaard; en die zaak was waar, maar de vastgestelde tijd was lang; en hij begreep de zaak en had inzicht in het gezicht. Daniël 10:1.

Verse one is the beginning of the vision given by the Hiddekel River that ends in chapter twelve. It is there where we find the unsealing of the book of Daniel at the time of the end, so the representation of Daniel understanding both the “thing” and the “vision,” is connected with those who understand, and who are identified as the “wise,” in contrast with those who do not understand, and are identified as “wicked.” In verse ten of chapter twelve, the distinction between the two classes is represented.

Vers één is het begin van het visioen dat bij de rivier de Hiddekel werd gegeven en dat eindigt in hoofdstuk twaalf. Dáár vinden wij de ontzegeling van het boek Daniël ten tijde van het einde, zodat de voorstelling van Daniël als iemand die zowel de „zaak” als het „visioen” begrijpt, verbonden is met hen die verstaan en die worden aangeduid als de „wijzen”, in tegenstelling tot hen die niet verstaan en worden aangeduid als „goddelozen”. In vers tien van hoofdstuk twaalf wordt het onderscheid tussen de twee groepen voorgesteld.

Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 12:10.

Velen zullen gereinigd, wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en niemand van de goddelozen zal het verstaan; maar de wijzen zullen het verstaan. Daniël 12:10.

The “wise” understand, and the wicked don’t understand, and the word translated as “understand” is the same word we identified in verse twenty-three of chapter nine. It is the Hebrew word “biyn,” which means to mentally separate. The wicked do not understand the increase of knowledge, for they are unwilling to make the mental separation of the two visions that are the truths which Belteshazzar is identified as understanding in verse one, when he is identified as Belteshazzar instead of Daniel. In verse one he is identified as God’s last day covenant people, and he is identified as those who understand the two visions, that God’s people are to make a mental distinction between. Jesus illustrates the end of a thing with the beginning of a thing, and in chapter twelve, the wise are those who understand the prophecy of twenty-three hundred years, and its direct relationship to “the longest and last” time prophecy, which is the twenty-five hundred and twenty years.

De „wijzen” verstaan, en de goddelozen verstaan niet, en het woord dat vertaald is als „verstaan” is hetzelfde woord dat wij hebben vastgesteld in vers drieëntwintig van hoofdstuk negen. Het is het Hebreeuwse woord „biyn”, dat betekent: in de geest scheiding aanbrengen. De goddelozen verstaan de toename van kennis niet, want zij zijn niet bereid in hun denken de scheiding aan te brengen tussen de twee gezichten, die de waarheden zijn waarvan Beltesazar in vers één wordt aangeduid als iemand die ze verstaat, wanneer hij als Beltesazar in plaats van als Daniël wordt aangeduid. In vers één wordt hij aangeduid als Gods verbondsvolk van de laatste dagen, en hij wordt aangeduid als degenen die de twee gezichten verstaan, waartussen Gods volk in de geest onderscheid behoort te maken. Jezus illustreert het einde van een zaak met het begin van een zaak, en in hoofdstuk twaalf zijn de wijzen degenen die de profetie van tweeduizend driehonderd jaren verstaan, en haar rechtstreekse verhouding tot de „langste en laatste” tijdprofetie, namelijk de tweeduizend vijfhonderd en twintig jaren.

We will continue our study of Daniel’s last vision in the next article.

Wij zullen onze studie van Daniëls laatste visioen in het volgende artikel voortzetten.

My people are destroyed for lack of knowledge: because thou hast rejected knowledge, I will also reject thee, that thou shalt be no priest to me: seeing thou hast forgotten the law of thy God, I will also forget thy children. Hosea 4:6.

Mijn volk wordt uitgeroeid bij gebrek aan kennis; omdat gij de kennis verworpen hebt, zal ook Ik u verwerpen, zodat gij voor Mij geen priester meer zult zijn; aangezien gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw kinderen vergeten. Hosea 4:6.

Ye also, as lively stones, are built up a spiritual house, an holy priesthood, to offer up spiritual sacrifices, acceptable to God by Jesus Christ. Wherefore also it is contained in the scripture, Behold, I lay in Sion a chief corner stone, elect, precious: and he that believeth on him shall not be confounded. Unto you therefore which believe he is precious: but unto them which be disobedient, the stone which the builders disallowed, the same is made the head of the corner, And a stone of stumbling, and a rock of offence, even to them which stumble at the word, being disobedient: whereunto also they were appointed. But ye are a chosen generation, a royal priesthood, an holy nation, a peculiar people; that ye should show forth the praises of him who hath called you out of darkness into his marvellous light: Which in time past were not a people, but are now the people of God: which had not obtained mercy, but now have obtained mercy. 1 Peter 2:5–10.

Ook gij wordt, als levende stenen, opgebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. Daarom is ook in de Schrift vervat: Zie, Ik leg in Sion een uiterste hoeksteen, uitverkoren en kostbaar; en wie in Hem gelooft, zal geenszins beschaamd worden. Voor u dan, die gelooft, is Hij dierbaar; maar voor de ongehoorzamen geldt: De steen die de bouwlieden verworpen hebben, deze is geworden tot een hoofd des hoeks, En een steen des aanstoots en een rots der ergernis, namelijk voor hen die zich aan het woord stoten, ongehoorzaam zijnde; waartoe zij ook bestemd waren. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden van Hem Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht; Gij, die eertijds geen volk waart, maar nu Gods volk zijt; die eertijds geen ontferming verkregen hadt, maar nu ontferming verkregen hebt. 1 Petrus 2:5–10.

And account that the longsuffering of our Lord is salvation; even as our beloved brother Paul also according to the wisdom given unto him hath written unto you; As also in all his epistles, speaking in them of these things; in which are some things hard to be understood, which they that are unlearned and unstable wrest, as they do also the other scriptures, unto their own destruction. Ye therefore, beloved, seeing ye know these things before, beware lest ye also, being led away with the error of the wicked, fall from your own stedfastness. 2 Peter 3:15–17.

En acht de lankmoedigheid van onze Heere voor zaligheid; gelijk ook onze geliefde broeder Paulus, naar de hem gegeven wijsheid, u geschreven heeft; gelijk ook in al zijn brieven, wanneer hij daarin over deze dingen spreekt; waarin sommige dingen zwaar zijn om te verstaan, die de ongeleerden en onstandvastigen verdraaien, gelijk zij ook de overige Schriften verdraaien, tot hun eigen verderf. Gij dan, geliefden, daar gij deze dingen tevoren weet, wees op uw hoede, opdat ook gij niet, meegesleept door de dwaling der goddelozen, afvalt van uw eigen standvastigheid. 2 Petrus 3:15–17.

Of these things put them in remembrance, charging them before the Lord that they strive not about words to no profit, but to the subverting of the hearers. Study to show thyself approved unto God, a workman that needeth not to be ashamed, rightly dividing the word of truth. But shun profane and vain babblings: for they will increase unto more ungodliness. 2 Timothy 2:14–16.

Breng hun deze dingen in herinnering en bezweer hun voor de Heere, dat zij geen woordenstrijd voeren, die nergens toe dient, dan tot ondergang van hen die horen. Benaarstig u om uzelf beproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet behoeft te schamen en die het woord der waarheid recht snijdt. Maar ontwijk het onheilige en ijdele gepraat; want het zal voortgaan tot meer goddeloosheid. 2 Timotheüs 2:14–16.