We have begun our consideration of Daniel’s last vision by identifying Daniel as a symbol of God’s last day covenant people, and we have used the first verse in conjunction with the last chapter to begin to identify the prophetic characteristics of those last day people represented by Belteshazzar. God’s last day covenant people represent the Millerites of the movement of the first angel, and the one hundred and forty-four thousand of the movement of the third angel. The Millerites fulfilled the parable of the ten virgins, and that parable is repeated to the very letter in the last days.
Wij zijn begonnen met onze beschouwing van Daniëls laatste visioen door Daniël te identificeren als een symbool van Gods verbondsvolk van de laatste dagen, en wij hebben het eerste vers in samenhang met het laatste hoofdstuk gebruikt om de profetische kenmerken te beginnen te identificeren van dat volk van de laatste dagen, vertegenwoordigd door Beltsazar. Gods verbondsvolk van de laatste dagen vertegenwoordigt de Millerieten van de beweging van de eerste engel, en de honderdvierenvijftigduizend van de beweging van de derde engel. De Millerieten vervulden de gelijkenis van de tien maagden, en die gelijkenis wordt in de laatste dagen tot op de letter herhaald.
“I am often referred to the parable of the ten virgins, five of whom were wise, and five foolish. This parable has been and will be fulfilled to the very letter, for it has a special application to this time, and, like the third angel’s message, has been fulfilled and will continue to be present truth till the close of time.” Review and Herald, August 19, 1890.
„Ik word dikwijls verwezen naar de gelijkenis van de tien maagden, van wie er vijf wijs waren en vijf dwaas. Deze gelijkenis is en zal tot op de letter vervuld worden, want zij heeft een bijzondere toepassing op deze tijd en is, evenals de boodschap van de derde engel, vervuld en zal tot aan het einde van de tijd blijvende tegenwoordige waarheid zijn.” Review and Herald, 19 augustus 1890.
The experience of both movements of the last days, is the experience of Adventism.
De ervaring van beide bewegingen van de laatste dagen is de ervaring van het adventisme.
“The parable of the ten virgins of Matthew 25 also illustrates the experience of the Adventist people.” The Great Controversy, 393.
„De gelijkenis van de tien maagden in Mattheüs 25 illustreert eveneens de ervaring van het adventvolk.” The Great Controversy, 393.
The Millerites represented the movement of the first angel, and their experience was also represented by the church of Philadelphia. In 1856, the Philadelphian Millerite movement transitioned to the Laodicean movement, and in the rebellion of 1863, it further transitioned into the Laodicean Seventh-day Adventist church.
De millerieten vertegenwoordigden de beweging van de eerste engel, en hun ervaring werd eveneens voorgesteld door de gemeente van Filadelfia. In 1856 ging de filadelfische millerietenbeweging over in de laodicese beweging, en in de opstand van 1863 ging zij vervolgens verder over in de laodicese Kerk der Zevendedagsadventisten.
The one hundred and forty-four thousand represent the movement of the third angel, and their experience was also represented by the church of Philadelphia. In 1989, the book of Daniel was unsealed to the Laodicean Seventh-day Adventist church, and on September 11, 2001, the Laodicean Adventist movement began, and in July of 2023, the transition back to the Philadelphian movement arrived.
De honderdvierenvijftigduizend vertegenwoordigen de beweging van de derde engel, en hun ervaring werd eveneens uitgebeeld door de gemeente van Filadelfia. In 1989 werd het boek Daniël ontsloten voor de Laodiceaanse Zevende-dags Adventkerk, en op 11 september 2001 begon de Laodiceaanse Adventbeweging, en in juli 2023 vond de overgang terug naar de Filadelfische beweging plaats.
Belteshazzar, or Daniel represents the Philadelphian movement of the last days, that repeats the Philadelphian movement of the Millerites “to the very letter.” The first verse of the last vision represents those last day people, and the last testimony of the last vision must agree with the first testimony of the last vision. The purification process of Daniel chapter twelve identifies the increase of knowledge, and the two classes that are thereby produced. Belteshazzar is the ultimate representation of the wise of the last days. In Daniel chapter twelve there are at least five prophetic truths that were anchors for the Millerite movement, which must be repeated in the movement of the third angel.
Beltsazar, of Daniël, vertegenwoordigt de Filadelfia-beweging van de laatste dagen, die de Filadelfia-beweging van de Millerieten „tot op de letter” herhaalt. Het eerste vers van het laatste gezicht vertegenwoordigt die mensen van de laatste dagen, en het laatste getuigenis van het laatste gezicht moet overeenstemmen met het eerste getuigenis van het laatste gezicht. Het zuiveringsproces van Daniël hoofdstuk twaalf duidt op de toename van kennis en de twee klassen die daardoor worden voortgebracht. Beltsazar is de uiteindelijke voorstelling van de wijzen van de laatste dagen. In Daniël hoofdstuk twaalf zijn er ten minste vijf profetische waarheden die ankers waren voor de Milleritische beweging, welke in de beweging van de derde engel herhaald moeten worden.
The first is the purification process that produces two classes of worshippers, and therefore fulfills the parable of the ten virgins in both the beginning and ending movements.
Het eerste is het reinigingsproces dat twee groepen aanbidders voortbrengt en daardoor de gelijkenis van de tien maagden vervult, zowel in de begin- als in de slotbeweging.
But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased. . .. And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 12:4, 9, 10.
Maar gij, o Daniël, sluit de woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde; velen zullen het doorkruisen, en de kennis zal toenemen.... En hij zeide: Ga heen, Daniël; want deze woorden blijven toegesloten en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd, wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan. Daniël 12:4, 9, 10.
The distinction between the wise and the wicked (foolish), is based upon their understanding (mentally dividing) the increase of knowledge that is opened up at the time of the end, either in 1798 for the Millerites, or 1989 for the one hundred and forty-four thousand. God’s people are required to know that Adventism is the experience of the parable of the ten virgins, for without that understanding they will not seek to understand when the “time of the end” for the final generation arrived, or what was the message that was then unsealed. Without the understanding that the Adventist experience is a three-step testing process, based upon a progressive development of truth, which leads to a “life-or-death” outcome it is impossible to recognize the high calling of every Seventh-day Adventist. Belteshazzar represents a people who know they went through the purification process represented as being “purified, made white, and tried.” That very three-step purification process is specifically identified as the work of the Holy Spirit.
Het onderscheid tussen de wijzen en de goddelozen (dwazen) is gebaseerd op hun begrip van de toename van kennis die ten tijde van het einde wordt ontsloten—hetzij in 1798 voor de Millerieten, hetzij in 1989 voor de honderdvierenveertigduizend—namelijk hun vermogen die kennis in de geest te onderscheiden. Van Gods volk wordt vereist dat het weet dat het adventisme de ervaring is van de gelijkenis van de tien maagden; want zonder dat inzicht zullen zij niet trachten te verstaan wanneer de „tijd van het einde” voor de laatste generatie aanbrak, noch wat de boodschap was die toen werd ontzegeld. Zonder het inzicht dat de adventistische ervaring een beproevingsproces in drie stappen is, gebaseerd op een voortschrijdende ontwikkeling van de waarheid, die uitloopt op een uitkomst van „leven of dood”, is het onmogelijk de hoge roeping van iedere Zevendedagsadventist te herkennen. Beltesassar vertegenwoordigt een volk dat weet dat het is heengegaan door het reinigingsproces dat wordt voorgesteld als „gelouterd, wit gemaakt en beproefd”. Juist dat drievoudige reinigingsproces wordt uitdrukkelijk geïdentificeerd als het werk van de Heilige Geest.
Nevertheless I tell you the truth; It is expedient for you that I go away: for if I go not away, the Comforter will not come unto you; but if I depart, I will send him unto you. And when he is come, he will reprove the world of sin, and of righteousness, and of judgment: Of sin, because they believe not on me; Of righteousness, because I go to my Father, and ye see me no more; Of judgment, because the prince of this world is judged. I have yet many things to say unto you, but ye cannot bear them now. Howbeit when he, the Spirit of truth, is come, he will guide you into all truth: for he shall not speak of himself; but whatsoever he shall hear, that shall he speak: and he will show you things to come. John 16:7–13.
Niettemin zeg Ik u de waarheid: Het is nuttig voor u dat Ik heenga; want indien Ik niet heenga, zal de Trooster niet tot u komen; maar indien Ik vertrek, zal Ik Hem tot u zenden. En wanneer Hij gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel: van zonde, omdat zij niet in Mij geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga tot Mijn Vader, en gij Mij niet meer ziet; van oordeel, omdat de overste dezer wereld geoordeeld is. Nog vele dingen heb Ik u te zeggen, maar gij kunt die thans niet dragen. Doch wanneer Hij gekomen is, de Geest der waarheid, zal Hij u in al de waarheid leiden; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij zal horen, zal Hij spreken; en Hij zal u de toekomstige dingen verkondigen. Johannes 16:7–13.
The work of the Holy Spirit in guiding the wise virgins into “all truth,” requires that He reproves, which means to admonish or convict, the world of sin, righteousness and judgment, which is the very same three steps that produces either a wise or foolish virgin in Daniel chapter twelve. The message that Jesus identified as the work of the Holy Spirit is the “oil,” that reveals the distinction between the wise and the wicked in Daniel twelve. God’s last day people must understand the increase of knowledge for their generation, and that knowledge includes their recognition that they are either foolish or wise virgins in the parable of Matthew chapter twenty-five.
Het werk van de Heilige Geest in het leiden van de wijze maagden in „alle waarheid” vereist dat Hij de wereld bestraft, wat betekent te vermanen of te overtuigen, van zonde, gerechtigheid en oordeel, en dat zijn precies dezelfde drie stappen die in Daniël hoofdstuk twaalf óf een wijze óf een dwaze maagd voortbrengen. De boodschap die Jezus aanduidde als het werk van de Heilige Geest is de „olie”, die het onderscheid openbaart tussen de wijzen en de goddelozen in Daniël twaalf. Gods volk van de laatste dagen moet de toename van kennis voor hun generatie begrijpen, en die kennis omvat hun besef dat zij in de gelijkenis van Mattheüs hoofdstuk vijfentwintig óf dwaze óf wijze maagden zijn.
“John was shown these things in holy vision. He saw the company represented by the five wise virgins, with their lamps trimmed and burning, and he exclaimed in rapture, ‘Here is the patience of the saints; here are they that keep the commandments of God and the faith of Jesus. And I heard a voice from heaven saying unto me, Write, Blessed are the dead which die in the Lord from henceforth: Yea, saith the Spirit, that they may rest from their labors; and their works do follow them.’
„Johannes kreeg deze dingen in heilig visioen te zien. Hij zag de schare die wordt voorgesteld door de vijf wijze maagden, met hun lampen gereedgemaakt en brandende, en hij riep in verrukking uit: ‘Hier is de volharding der heiligen; hier zijn zij die de geboden van God en het geloof van Jezus bewaren. En ik hoorde een stem uit de hemel tot mij zeggen: Schrijf: Zalig zijn de doden die van nu aan in de Heere sterven; ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen hen.’”
“Many who heard the first and second angels’ messages thought they would live to see Christ coming in the clouds of heaven. Had all who claimed to believe the truth acted their part as wise virgins, the message would ere this have been proclaimed to every nation, kindred, tongue, and people. But five were wise and five were foolish. The truth should have been proclaimed by the ten virgins, but only five had made the provision essential to join that company who walked in the light that had come to them. The third angel’s message was needed. This proclamation was to be made. Many who went forth to meet the Bridegroom under the messages of the first and second angels, refused the third angel’s message, the last testing message to be given to the world.
“Velen die de boodschappen van de eerste en de tweede engel hadden gehoord, meenden dat zij in leven zouden zijn om Christus te zien komen op de wolken des hemels. Indien allen die beleden de waarheid te geloven hun taak hadden vervuld als wijze maagden, dan zou de boodschap reeds lang aan elke natie, stam, taal en volk zijn verkondigd. Maar vijf waren wijs en vijf waren dwaas. De waarheid had door de tien maagden verkondigd moeten worden, maar slechts vijf hadden de voorziening getroffen die noodzakelijk was om zich te voegen bij dat gezelschap dat wandelde in het licht dat tot hen gekomen was. De boodschap van de derde engel was nodig. Deze verkondiging moest worden gedaan. Velen die onder de boodschappen van de eerste en de tweede engel waren uitgegaan om de Bruidegom tegemoet te gaan, verwierpen de boodschap van de derde engel, de laatste beproevende boodschap die aan de wereld moet worden gegeven.
“A similar work will be accomplished when that other angel, represented in Revelation 18, gives his message. The first, second, and third angels’ messages will need to be repeated. The call will be given to the church, ‘Come out of her, My people, that ye be not partakers of her sins.’ ‘Babylon, the great, is fallen, is fallen, and is become the habitation of devils, and the hold of every foul spirit, and a cage of every unclean and hateful bird. For all nations have drunk of the wine of the wrath of her fornication, and the kings of the earth have committed fornication with her, and the merchants of the earth are waxed rich through the abundance of her delicacies…. Come out of her, My people, that ye be not partakers of her sins, and that ye receive not of her plagues: for her sins have reached unto heaven, and God hath remembered her iniquities’ [Revelation 18:2–5].
„Een soortgelijk werk zal tot stand worden gebracht wanneer die andere engel, voorgesteld in Openbaring 18, zijn boodschap brengt. De boodschappen van de eerste, tweede en derde engel zullen moeten worden herhaald. De oproep zal aan de kerk worden gericht: ‘Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij geen deel hebt aan haar zonden.’ ‘Gevallen, gevallen is Babylon, de grote, en zij is geworden een woonplaats van duivelen en een schuilplaats van alle onreine geesten en een kooi van alle onreine en hatelijke vogels. Want alle volken hebben gedronken van de wijn van de toorn van haar hoererij, en de koningen der aarde hebben met haar gehoereerd, en de kooplieden der aarde zijn rijk geworden door de overvloed van haar weelde…. Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij geen deel hebt aan haar zonden en opdat gij niet ontvangt van haar plagen; want haar zonden hebben zich opgestapeld tot aan de hemel, en God heeft haar ongerechtigheden in gedachtenis gebracht’ [Openbaring 18:2–5].”
“Take each verse of this chapter, and read it carefully, especially the last two: ‘And the light of a candle shall shine no more at all in thee; and the voice of the bridegroom and of the bride shall be heard no more at all in thee: for thy merchants were the great men of the earth; for by thy sorceries were all nations deceived. And in her was found the blood of prophets, and of saints, and of all that were slain upon the earth.’
“Neem elk vers van dit hoofdstuk en lees het aandachtig, vooral de laatste twee: ‘En het licht van een kaars zal in u geenszins meer schijnen; en de stem van de bruidegom en van de bruid zal in u geenszins meer gehoord worden; want uw kooplieden waren de groten der aarde; want door uw toverijen werden alle volken verleid. En in haar werd gevonden het bloed van profeten en van heiligen en van allen die op de aarde geslacht waren.’”
“The parable of the ten virgins was given by Christ Himself, and every specification should be carefully studied. A time will come when the door will be shut. We are represented either by the wise or the foolish virgins. We cannot now distinguish, nor have we authority to say, who are wise and who foolish. There are those who hold the truth in unrighteousness, and these appear outwardly like the wise.” Manuscript Releases, volume 16, 270.
„De gelijkenis van de tien maagden werd door Christus Zelf gegeven, en iedere bijzonderheid dient zorgvuldig te worden bestudeerd. Er zal een tijd komen dat de deur gesloten zal worden. Wij worden voorgesteld hetzij door de wijze, hetzij door de dwaze maagden. Wij kunnen thans geen onderscheid maken, noch hebben wij het gezag om te zeggen wie wijs en wie dwaas zijn. Er zijn mensen die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden, en dezen lijken uiterlijk op de wijzen.” Manuscript Releases, deel 16, 270.
As Adventists who are to call men and women out of Babylon at the soon-coming Sunday law, we “are represented either by the wise or the foolish virgins.” The company that John saw “represented by the five wise virgins, with their lamps trimmed and burning,” who John further identified as those who possess “the patience of the saints,” and who “keep the commandments of God and the faith of Jesus” are the one hundred and forty-four thousand who are required to keep God’s commandments, exercise the faith of Jesus, and know they are the virgins in the parable of Matthew twenty-five. Not only do they need to understand that they are either wise or foolish virgins, but they must repeat the experience represented by Daniel as being “purified, made white and tried.”
Als adventisten die mannen en vrouwen uit Babylon moeten roepen ten tijde van de spoedig komende zondagswet, „worden wij voorgesteld hetzij door de wijze, hetzij door de dwaze maagden.” De schare die Johannes zag, „voorgesteld door de vijf wijze maagden, met hun lampen in orde gebracht en brandende,” die Johannes verder aanduidde als degenen die „de volharding der heiligen” bezitten en die „de geboden van God en het geloof van Jezus” bewaren, zijn de honderd vierenveertigduizend, van wie wordt vereist dat zij Gods geboden bewaren, het geloof van Jezus beoefenen, en weten dat zij de maagden in de gelijkenis van Mattheüs vijfentwintig zijn. Zij moeten niet alleen verstaan dat zij hetzij wijze, hetzij dwaze maagden zijn, maar zij moeten ook de ervaring herhalen die door Daniël wordt voorgesteld als „gelouterd, wit gemaakt en beproefd.”
And they sung as it were a new song before the throne, and before the four beasts, and the elders: and no man could learn that song but the hundred and forty and four thousand, which were redeemed from the earth. These are they which were not defiled with women; for they are virgins. These are they which follow the Lamb whithersoever he goeth. These were redeemed from among men, being the firstfruits unto God and to the Lamb. And in their mouth was found no guile: for they are without fault before the throne of God. Revelation 14:3–5.
En zij zongen als een nieuw lied vóór de troon, en vóór de vier dieren en de ouderlingen; en niemand kon dat lied leren dan de honderd vierenveertigduizend, die van de aarde verlost waren. Dezen zijn het die zich met vrouwen niet hebben verontreinigd; want zij zijn maagden. Dezen zijn het die het Lam volgen, waar het ook heengaat. Dezen zijn uit de mensen verlost, als eerstelingen voor God en het Lam. En in hun mond is geen bedrog gevonden; want zij zijn onberispelijk voor de troon van God. Openbaring 14:3–5.
There are at least five truths represented in Daniel chapter twelve, which are truths associated with the Millerite movement of the first angel, that will be repeated and understood more fully by the movement of the one hundred and forty-four thousand. One of those truths is the three-step purification process associated with the parable of the ten virgins. The first truth William Miller understood in terms of prophetic time, was the “seven times,” of Leviticus twenty-six, and that truth is identified in Daniel twelve, and it is the first truth of Millerite history that is there mentioned.
Er zijn ten minste vijf waarheden weergegeven in Daniël hoofdstuk twaalf, waarheden die verbonden zijn met de Milleritische beweging van de eerste engel, welke herhaald zullen worden en vollediger begrepen door de beweging van de honderd vierenveertigduizend. Een van die waarheden is het drievoudige reinigingsproces dat verbonden is met de gelijkenis van de tien maagden. De eerste waarheid die William Miller begreep in verband met profetische tijd, was de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig, en die waarheid wordt in Daniël twaalf aangeduid; zij is de eerste waarheid uit de Milleritische geschiedenis die daar wordt vermeld.
But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased. Then I Daniel looked, and, behold, there stood other two, the one on this side of the bank of the river, and the other on that side of the bank of the river. And one said to the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, How long shall it be to the end of these wonders? And I heard the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, when he held up his right hand and his left hand unto heaven, and sware by him that liveth for ever that it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished. And I heard, but I understood not: then said I, O my Lord, what shall be the end of these things? And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 12:4–10.
Maar gij, o Daniël, sluit deze woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde; velen zullen heen en weer trekken, en de kennis zal vermeerderen. Toen zag ik, Daniël, en zie, er stonden twee anderen, de een aan deze zijde van de oever der rivier, en de ander aan gene zijde van de oever der rivier. En iemand zei tot de Man, met linnen bekleed, Die Zich boven de wateren der rivier bevond: Hoe lang zal het zijn tot het einde van deze wonderlijke dingen? Toen hoorde ik de Man, met linnen bekleed, Die Zich boven de wateren der rivier bevond, toen Hij Zijn rechterhand en Zijn linkerhand naar de hemel ophief en zwoer bij Hem Die leeft in eeuwigheid, dat het zal zijn voor een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer Hij voleindigd zal hebben de macht van het heilige volk te verstrooien, zullen al deze dingen voleindigd zijn. En ik hoorde het, maar ik verstond het niet; toen zei ik: O mijn heer, wat zal het einde van deze dingen zijn? En Hij zei: Ga heen, Daniël, want deze woorden zijn toegesloten en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd en wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan. Daniël 12:4–10.
This passage begins with the book of Daniel being sealed up until the time of the end, and the passage concludes with the book of Daniel being sealed up to the time of the end. Between the first and last sealings of Daniel’s words, the sworn testimony of “Him, that liveth forever,” was “that it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished.”
Deze passage begint ermee dat het boek Daniël verzegeld wordt tot de tijd van het einde, en de passage besluit ermee dat het boek Daniël verzegeld wordt tot de tijd van het einde. Tussen de eerste en laatste verzegeling van Daniëls woorden was het onder ede bevestigde getuigenis van „Hem, die leeft in alle eeuwigheid”, „dat het zal zijn voor een tijd, tijden en een halve; en wanneer hij de macht van het heilige volk geheel zal verstrooid hebben, zullen al deze dingen voleindigd worden.”
The One who provided this sworn testimony was the One who was upon the waters, clothed in linen. Daniel saw an angel on one bank of the Hiddekel River and another angel on the other bank, and one of those angel’s asked a question, which the One upon the waters answered. The question was, “How long?” This is the same first two words of the question asked in verse thirteen of Daniel chapter eight.
Degene die deze onder ede bevestigde getuigenis gaf, was Degene die boven de wateren was, gekleed in linnen. Daniël zag een engel op de ene oever van de rivier de Hiddekel en een andere engel op de andere oever, en een van die engelen stelde een vraag, die Degene boven de wateren beantwoordde. De vraag luidde: „Hoe lang?” Dit zijn dezelfde eerste twee woorden van de vraag die in vers dertien van Daniël hoofdstuk acht wordt gesteld.
Then I heard one saint speaking, and another saint said unto that certain saint which spake, How long shall be the vision concerning the daily sacrifice, and the transgression of desolation, to give both the sanctuary and the host to be trodden under foot? And he said unto me, Unto two thousand and three hundred days; then shall the sanctuary be cleansed. Daniel 8:13, 14.
Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tot die bepaalde heilige die sprak: Hoe lang zal het gezicht duren aangaande het dagelijks offer en de overtreding der verwoesting, zodat zowel het heiligdom als het leger prijsgegeven worden om vertrapt te worden? En hij zei tot mij: Tot twee duizend en drie honderd dagen; daarna zal het heiligdom gereinigd worden. Daniël 8:13, 14.
The same prophetic structure is found in both conversations, except that in chapter eight, Daniel is by the Ulai River, and not the Hiddekel River. In chapter eight an angel (saint) “said unto that certain saint which spake, how long.” The Hebrew word translated as “that certain saint,” is the Hebrew word “Palmoni,” meaning the Wonderful Numberer, or the Numberer of Secrets. In chapter eight Jesus (the Wonderful Numberer) was speaking, and another saint asked Jesus (that certain saint), “how long.”
Dezelfde profetische structuur wordt in beide gesprekken aangetroffen, met dien verstande dat Daniël zich in hoofdstuk acht bij de rivier de Ulai bevindt, en niet bij de rivier de Hiddekel. In hoofdstuk acht „zeide” een engel (heilige) „tot dien zekeren heilige, die sprak: Hoe lang?” Het Hebreeuwse woord dat vertaald is als „dien zekeren heilige”, is het Hebreeuwse woord „Palmoni”, dat betekent: de Wonderbare Teller, of de Teller der Verborgenheden. In hoofdstuk acht sprak Jezus (de Wonderbare Teller), en een andere heilige vroeg aan Jezus (dien zekeren heilige): „Hoe lang?”
In chapter twelve, the One who is standing on the water is asked by an angel who was on one of the banks of the Hiddekel River, “how long.” These two passages must be considered together, line upon line. The first question of chapter eight is “how long is the vision concerning the trampling down of the sanctuary and host, that is accomplished first by paganism, and then by papalism?” The question of chapter twelve is, “how long shall it be to the end of these wonders.” The sworn answer is then given by Palmoni, the Wonderful Numberer who was clothed in linen and standing upon the waters, “it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished.”
In hoofdstuk twaalf wordt aan Hem die op het water staat, door een engel die zich op een van de oevers van de rivier de Hiddekel bevond, gevraagd: „hoelang?” Deze twee Schriftgedeelten moeten samen worden beschouwd, regel op regel. De eerste vraag van hoofdstuk acht luidt: „hoelang duurt het gezicht aangaande de vertreding van het heiligdom en van het heir, die eerst door het heidendom en daarna door het pausdom wordt volbracht?” De vraag van hoofdstuk twaalf luidt: „hoelang zal het zijn tot het einde van deze wonderen?” Het bezworen antwoord wordt vervolgens gegeven door Palmoni, de Wonderbare Teller, die met linnen bekleed was en op de wateren stond: „het zal zijn voor een tijd, tijden en een halve; en wanneer hij zal hebben volbracht de macht van het heilige volk te verstrooien, zullen al deze dingen voleindigd zijn.”
The questions of the Ulai and Hiddekel Rivers are “how long shall be the vision of the scattering of God’s people that is accomplished by paganism and then papalism as they trample down the sanctuary and host?” The answer is the trampling down ends in 1798, when the work of Palmoni in raising up the Millerite temple begins, and then ends forty-six years later in 1844 when the sanctuary was to be cleansed.
De vragen van de rivieren de Ulai en de Hiddekel luiden: „Hoe lang zal het gezicht duren van de verstrooiing van Gods volk, die door het heidendom en vervolgens door het pausdom wordt volbracht, terwijl zij het heiligdom en het heerleger vertreden?” Het antwoord luidt dat het vertreden eindigt in 1798, wanneer het werk van Palmoni aanvangt in het oprichten van de Milleritische tempel, en vervolgens zesenveertig jaar later eindigt, in 1844, toen het heiligdom gereinigd moest worden.
In chapter twelve Daniel heard the conversation, “but I understood not.” Daniel expressed a desire to understand, as represented by him asking Christ. “O my Lord, what shall be the end of these things?” His expression of desire to understand represented the desire of the wise virgins to understand, for the entire dialogue was placed between the two references of the book of Daniel being sealed to the time of the end. Daniel represented the desire placed upon William Miller to understand the truth which was unsealed in 1798, and the first truth he was led to recognize was the trampling down of the sanctuary and host, first by paganism and then papalism during the period when the power of the holy people was scattered in fulfillment of the “seven times,” of Leviticus twenty-six.
In hoofdstuk twaalf hoorde Daniël het gesprek, “maar ik verstond het niet.” Daniël gaf een verlangen te kennen om te verstaan, zoals weergegeven doordat hij Christus vroeg: “O mijn Heer, wat zal het einde van deze dingen zijn?” Zijn uitdrukking van verlangen om te verstaan vertegenwoordigde het verlangen van de wijze maagden om te verstaan, want de gehele dialoog was geplaatst tussen de twee verwijzingen naar het boek van Daniël dat verzegeld zou zijn tot de tijd van het einde. Daniël vertegenwoordigde het verlangen dat op William Miller werd gelegd om de waarheid te verstaan die in 1798 werd ontzegeld, en de eerste waarheid die hij ertoe werd geleid te onderkennen, was de vertrapping van het heiligdom en het heerleger, eerst door het heidendom en vervolgens door het pausdom gedurende de periode waarin de macht van het heilige volk verstrooid was, ter vervulling van de “zeven tijden” van Leviticus zesentwintig.
Miller’s desire to know the truth is represented by Daniel’s desire, but Miller’s understanding was incomplete. Daniel represents Miller’s desire, and Belteshazzar represents those that have a complete understanding of the thing and the vision. There are at least five important truths that were part of the experience of the Millerites in chapter twelve of Daniel, that will find a parallel counterpart in the history of the one hundred and forty-four thousand. One is that they fulfilled and understood that they were fulfilling the parable of the ten virgins, with its three-step testing process, and the other is that they understand the foundation stone of the “seven times,” of Leviticus chapter twenty-six.
Millers verlangen om de waarheid te kennen wordt voorgesteld door Daniëls verlangen, maar Millers begrip was onvolledig. Daniël vertegenwoordigt Millers verlangen, en Beltsazar vertegenwoordigt hen die een volledig begrip hebben van de zaak en het gezicht. Er zijn ten minste vijf belangrijke waarheden die deel uitmaakten van de ervaring van de Millerieten in Daniël hoofdstuk twaalf, die een parallelle tegenhanger zullen vinden in de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend. Eén daarvan is dat zij vervulden en begrepen dat zij de gelijkenis van de tien maagden vervulden, met haar beproevingsproces in drie fasen, en een andere is dat zij de grondsteen begrijpen van de „zeven tijden” van Leviticus hoofdstuk zesentwintig.
We will continue this study in our next article.
Wij zullen deze studie in ons volgende artikel voortzetten.
“‘Then shall the kingdom of heaven be likened unto ten virgins, which took their lamps, and went forth to meet the bridegroom. And five of them were wise, and five were foolish. They that were foolish took their lamps, and took no oil with them; but the wise took oil in their vessels with their lamps. While the bridegroom tarried, they all slumbered and slept. And at midnight there was a cry made, Behold, the bridegroom cometh; go ye out to meet him. Then all those virgins arose, and trimmed their lamps. And the foolish said unto the wise, Give us of your oil; for our lamps are gone out. But the wise answered, saying, Not so; lest there be not enough for us and you: but go ye rather to them that sell, and buy for yourselves. And while they went to buy, the bridegroom came; and they that were ready went in with him to the marriage: and the door was shut. Afterward came also the other virgins, saying, Lord, Lord, open to us. But he answered and said, Verily I say unto you, I know you not. Watch therefore; for ye know neither the day nor the hour wherein the Son of man cometh.’
“‘Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, die hun lampen namen en uitgingen, de bruidegom tegemoet. En vijf van hen waren wijs, en vijf waren dwaas. Zij die dwaas waren, namen wel hun lampen, maar namen geen olie met zich mee; doch de wijzen namen olie in hun kruiken, tezamen met hun lampen. Toen nu de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet. Toen stonden al die maagden op en brachten hun lampen in orde. En de dwazen zeiden tot de wijzen: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. Maar de wijzen antwoordden en zeiden: Geenszins, opdat er misschien niet genoeg zij voor ons en voor u; gaat liever naar hen die verkopen, en koopt voor uzelf. Terwijl zij nu heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem in naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. Daarna kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heere, Heere, doe ons open. Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, Ik zeg u, Ik ken u niet. Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur waarin de Zoon des mensen komt.’”
“We are now living in a most perilous time, and not one of us should be tardy in seeking a preparation for the coming of Christ. Let none follow the example of the foolish virgins, and think that it will be safe to wait until the crisis comes before gaining a preparation of character to stand in that time. It will be too late to seek for the righteousness of Christ when the guests are called in and examined. Now is the time to put on the righteousness of Christ,—the wedding garment that will fit you to enter into the marriage supper of the Lamb. In the parable, the foolish virgins are represented as begging for oil, and failing to receive it at their request. This is symbolic of those who have not prepared themselves by developing a character to stand in a time of crisis. It is as if they should go to their neighbors and say, Give me your character, or I shall be lost. Those that were wise could not impart their oil to the flickering lamps of the foolish virgins. Character is not transferable. It is not to be bought or sold; it is to be acquired. The Lord has given to every individual an opportunity to obtain a righteous character through the hours of probation; but he has not provided a way by which one human agent may impart to another the character which he has developed by going through hard experiences, by learning lessons from the great Teacher, so that he can manifest patience under trial, and exercise faith so that he can remove mountains of impossibility. It is impossible to impart the fragrance of love,—to give to another gentleness, tact, and perseverance. It is impossible for one human heart to pour into another the love of God and humanity.
„Wij leven thans in een hoogst gevaarlijke tijd, en geen van ons behoort traag te zijn in het zoeken naar een voorbereiding op de komst van Christus. Laat niemand het voorbeeld van de dwaze maagden volgen en menen dat het veilig zal zijn te wachten totdat de crisis komt, alvorens een karaktervoorbereiding te verkrijgen om in die tijd stand te houden. Het zal te laat zijn om de gerechtigheid van Christus te zoeken wanneer de gasten worden binnengeroepen en onderzocht. Nu is de tijd om de gerechtigheid van Christus aan te doen,—het bruiloftskleed dat u geschikt zal maken om binnen te gaan tot het avondmaal van de bruiloft des Lams. In de gelijkenis worden de dwaze maagden voorgesteld als smekend om olie en er niet in slagend die op hun verzoek te verkrijgen. Dit is symbolisch voor hen die zich niet hebben voorbereid door een karakter te ontwikkelen dat in een tijd van crisis stand kan houden. Het is alsof zij tot hun buren zouden gaan en zeggen: Geef mij uw karakter, anders zal ik verloren gaan. Zij die wijs waren, konden hun olie niet overdragen aan de flakkerende lampen van de dwaze maagden. Karakter is niet overdraagbaar. Het kan niet worden gekocht of verkocht; het moet worden verworven. De Heere heeft aan ieder individu gelegenheid gegeven om gedurende de genadetijd een rechtvaardig karakter te verkrijgen; maar Hij heeft geen weg gebaand waardoor de ene menselijke handelende persoon aan de andere het karakter zou kunnen overdragen dat hij heeft ontwikkeld door zware ervaringen te doorstaan, door lessen te leren van de grote Leraar, zodat hij geduld onder beproeving kan openbaren en geloof kan beoefenen waardoor hij bergen van onmogelijkheid kan verzetten. Het is onmogelijk de geur van liefde over te dragen,—aan een ander zachtmoedigheid, takt en volharding te geven. Het is onmogelijk dat het ene mensenhart in het andere de liefde van God en van de mensheid uitstort.”
“But the day is coming, and it is close upon us, when every phase of character will be revealed by special temptation. Those who remain true to principle, who exercise faith to the end, will be those who have proved true under test and trial during the previous hours of their probation, and have formed characters after the likeness of Christ. It will be those who have cultivated close acquaintance with Christ, who, through his wisdom and grace, are partakers of the divine nature. But no human being can give to another, heart-devotion and noble qualities of mind, and supply his deficiencies with moral power. We can each do much for each other by giving to men a Christlike example, thus influencing them to go to Christ for the righteousness without which they cannot stand in the judgment. Men should prayerfully consider the important matter of character-building, and frame their characters after the divine model.” The Youth Instructor, January 16, 1896.
„Maar de dag komt, en hij is nabij, waarop elke fase van het karakter door bijzondere verzoeking geopenbaard zal worden. Zij die trouw blijven aan het beginsel, die tot het einde toe geloof oefenen, zullen degenen zijn die zich tijdens de voorafgaande uren van hun genadetijd onder beproeving en verzoeking getrouw hebben betoond en karakters hebben gevormd naar de gelijkenis van Christus. Het zullen zij zijn die een nauwe vertrouwdheid met Christus hebben aangekweekt, die door zijn wijsheid en genade deelgenoten zijn van de goddelijke natuur. Maar geen mens kan een ander hartelijke toewijding en edele geesteskwaliteiten geven en zijn tekortkomingen aanvullen met morele kracht. Ieder van ons kan veel voor elkaar doen door de mensen een christelijk voorbeeld te geven en hen zo te beïnvloeden om tot Christus te gaan voor de gerechtigheid zonder welke zij in het oordeel niet kunnen standhouden. Mensen behoren deze gewichtige zaak van karaktervorming biddend te overwegen en hun karakter te vormen naar het goddelijke voorbeeld.” The Youth Instructor, 16 januari 1896.