We will now consider the history that took place in the aftermath of Alexander the Great’s sudden death, which represents the year 538 unto the time of the end in 1798.
Wij zullen nu de geschiedenis beschouwen die zich voltrok in de nasleep van de plotselinge dood van Alexander de Grote, welke de periode van het jaar 538 tot aan de tijd van het einde in 1798 voorstelt.
And when he shall stand up, his kingdom shall be broken, and shall be divided toward the four winds of heaven; and not to his posterity, nor according to his dominion which he ruled: for his kingdom shall be plucked up, even for others beside those. And the king of the south shall be strong, and one of his princes; and he shall be strong above him, and have dominion; his dominion shall be a great dominion. And in the end of years they shall join themselves together; for the king’s daughter of the south shall come to the king of the north to make an agreement: but she shall not retain the power of the arm; neither shall he stand, nor his arm: but she shall be given up, and they that brought her, and he that begat her, and he that strengthened her in these times. But out of a branch of her roots shall one stand up in his estate, which shall come with an army, and shall enter into the fortress of the king of the north, and shall deal against them, and shall prevail: And shall also carry captives into Egypt their gods, with their princes, and with their precious vessels of silver and of gold; and he shall continue more years than the king of the north. So the king of the south shall come into his kingdom, and shall return into his own land. Daniel 11:4–9.
En wanneer hij zal opstaan, zal zijn koninkrijk verbroken en verdeeld worden naar de vier winden des hemels; maar niet aan zijn nakomelingen, noch overeenkomstig zijn heerschappij die hij voerde; want zijn koninkrijk zal worden uitgerukt en aan anderen gegeven worden, buiten hen om. En de koning van het zuiden zal sterk worden, en een van zijn vorsten; en hij zal sterker worden dan hij en heerschappij voeren; zijn heerschappij zal een grote heerschappij zijn. En aan het einde van jaren zullen zij zich met elkander verbinden; want de dochter van de koning van het zuiden zal tot de koning van het noorden komen om een overeenkomst tot stand te brengen; maar zij zal de kracht van haar arm niet behouden; evenmin zal hij standhouden, noch zijn arm; maar zij zal worden overgeleverd, evenals zij die haar gebracht hebben, en hij die haar verwekt heeft, en hij die haar in die tijden versterkt heeft. Maar uit een scheut van haar wortels zal iemand opstaan in zijn plaats, die met een leger zal komen en de vesting van de koning van het noorden zal binnentrekken; en hij zal tegen hen optreden en overwinnen. En hij zal ook hun goden, met hun vorsten, en met hun kostbare vaten van zilver en goud, als gevangenen naar Egypte voeren; en hij zal meer jaren standhouden dan de koning van het noorden. Zo zal de koning van het zuiden in zijn koninkrijk komen, en naar zijn eigen land terugkeren. Daniël 11:4–9.
Eventually, after Alexander the Great’s kingdom was broken, those who struggled for control of the former kingdom devolved into two primary kingdoms. The one kingdom controlling the south of Alexander’s former empire and the other controlling the north. From that point on in the prophetic narrative they are identified simply as the king of the south and the king of the north. Once the struggle for world dominance has reached the point where it is only portrayed between the king of the north and the south, the symbols of those two kingdoms continue through the entire chapter.
Uiteindelijk, nadat het koninkrijk van Alexander de Grote verbroken was, vervielen degenen die streden om de heerschappij over het voormalige koninkrijk tot twee voornaamste koninkrijken: het ene beheerste het zuiden van Alexanders voormalige rijk en het andere beheerste het noorden. Vanaf dat moment worden zij in het profetische relaas eenvoudigweg aangeduid als de koning van het zuiden en de koning van het noorden. Zodra de strijd om de wereldheerschappij het punt heeft bereikt waarop zij alleen nog wordt voorgesteld als een strijd tussen de koning van het noorden en de koning van het zuiden, blijven de symbolen van die twee koninkrijken het gehele hoofdstuk door gehandhaafd.
In verse five, the king of the south is established, and he is strong, but the king of the north is also strong and his kingdom is larger. Then in verse six, the king of the south proposes an alliance with the northern kingdom. The peace treaty is secured by the king of the south giving his daughter to the king of the north, so the king of the north could marry her and ratify their alliance with a family bond. The king of the north agreed, and set aside his wife, and married the princess from the south, and the alliance was initiated.
In vers vijf wordt de koning van het zuiden gevestigd, en hij is sterk, maar ook de koning van het noorden is sterk en zijn koninkrijk is groter. Vervolgens stelt de koning van het zuiden in vers zes een verbond met het noordelijke koninkrijk voor. Het vredesverdrag wordt bekrachtigd doordat de koning van het zuiden zijn dochter aan de koning van het noorden geeft, zodat de koning van het noorden met haar zou kunnen trouwen en hun verbond door een familieband zou kunnen ratificeren. De koning van het noorden stemde toe, verstootte zijn vrouw en huwde de prinses uit het zuiden, en het verbond werd aangegaan.
Eventually the southern princess bears a male-child, but ultimately the northern king grew tired of his new wife, and set her aside, as he had done with his first wife, and takes his first wife back, but as soon as the original wife is restored, and has opportunity, she kills the king of the north, his southern bride, her child, and her entire Egyptian entourage. The act of the original wife murdering the southern princess and her child enrages the southern princesses family, and one of her brothers raises up an army and attacks the northern kingdom.
Uiteindelijk baart de zuidelijke prinses een mannelijk kind, maar ten slotte werd de koning van het noorden zijn nieuwe vrouw moe en zette haar terzijde, zoals hij met zijn eerste vrouw had gedaan, en nam zijn eerste vrouw weer terug; maar zodra de oorspronkelijke vrouw in ere was hersteld en daartoe de gelegenheid had, doodde zij de koning van het noorden, zijn zuidelijke bruid, haar kind en haar gehele Egyptische gevolg. De daad van de oorspronkelijke vrouw, namelijk het vermoorden van de zuidelijke prinses en haar kind, maakte de familie van de zuidelijke prinses razend, en een van haar broers bracht een leger op de been en viel het noordelijke koninkrijk aan.
The southern army prevails over the northern king, and the first wife that murdered the northern king, his southern bride and child is then executed. The original wife’s son, who had been installed as the ruling king of the north at the death of his father, is captured and carried back to Egypt by the southern king, along with some Egyptian artifacts and idols that had been taken from the southern kingdom by the northern kingdom in earlier battles. Once in Egypt the captured northern king falls from a horse and dies. Uriah Smith identifies the history as follows.
Het zuidelijke leger overwint de noordelijke koning, en vervolgens worden de eerste vrouw die de noordelijke koning heeft vermoord, zijn zuidelijke bruid en kind, terechtgesteld. De zoon van de oorspronkelijke vrouw, die bij de dood van zijn vader als regerende koning van het noorden was aangesteld, wordt door de zuidelijke koning gevangengenomen en samen met enkele Egyptische voorwerpen en afgoden die het noordelijke koninkrijk in eerdere veldslagen uit het zuidelijke koninkrijk had weggenomen, naar Egypte teruggebracht. Eenmaal in Egypte gekomen valt de gevangengenomen noordelijke koning van een paard en sterft. Uriah Smith duidt de geschiedenis als volgt.
“‘VERSE 6. And in the end of years they shall join themselves together; for the king’s daughter of the south shall come to the king of the north to make an agreement: but she shall not retain the power of the arm; neither shall he stand, nor his arm; but she shall be given up, and they that brought her, and he that begat her, and he that strengthened her in these times.’
“‘VERS 6. En aan het einde van jaren zullen zij zich met elkaar verbinden; want de dochter van de koning van het zuiden zal tot de koning van het noorden komen om een overeenkomst te sluiten; maar zij zal de kracht van de arm niet behouden; evenmin zal hij standhouden, noch zijn arm; maar zij zal worden prijsgegeven, en zij die haar gebracht hebben, en hij die haar verwekt heeft, en hij die haar in deze tijden heeft versterkt.’”
“There were frequent wars between the kings of Egypt and Syria. Especially was this the case with Ptolemy Philadelphus, the second king of Egypt, and Antiochus Theos, third king of Syria. They at length agreed to make peace upon condition that Antiochus Theos should put away his former wife, Laodice, and her two sons, and should marry Berenice, the daughter of Ptolemy Philadelphus. Ptolemy accordingly brought his daughter to Antiochus, bestowing with her an immense dowry.
“Er waren veelvuldige oorlogen tussen de koningen van Egypte en Syrië. Dit was in het bijzonder het geval met Ptolemaeus Philadelphus, de tweede koning van Egypte, en Antiochus Theos, de derde koning van Syrië. Uiteindelijk kwamen zij overeen vrede te sluiten op voorwaarde dat Antiochus Theos zijn vroegere vrouw, Laodice, en haar twee zonen zou verstoten en Berenice, de dochter van Ptolemaeus Philadelphus, zou huwen. Dienovereenkomstig bracht Ptolemaeus zijn dochter tot Antiochus en gaf hij haar een onmetelijke bruidsschat mee.
“‘But she shall not retain the power of the arm;’ that is, her interest and power with Antiochus. And so it proved; for some time shortly after, in a fit of love, Antiochus brought back his former wife, Laodice, and her children, to court again. Then says the prophecy, ‘Neither shall he [Antiochus] stand, nor his arm,’ or seed. Laodice, being restored to favor and power, feared lest, in the fickleness of his temper, Antiochus should again disgrace her, and recall Berenice; and conceiving that nothing short of his death would be an effectual safeguard against such a contingency, she caused him to be poisoned shortly after. Neither did his seed by Berenice succeed him in the kingdom; for Laodice so managed affairs as to secure the throne for her eldest son, Seleucus Callinicus.
“‘Maar zij zal de macht van de arm niet behouden;’ dat wil zeggen, haar invloed en macht bij Antiochus. En zo bleek het; want kort daarna bracht Antiochus, in een opwelling van liefde, zijn vroegere vrouw, Laodice, en haar kinderen opnieuw aan het hof terug. Dan zegt de profetie: ‘Noch hij [Antiochus] zal standhouden, noch zijn arm,’ of zaad. Laodice, hersteld in gunst en macht, vreesde dat Antiochus haar, in de wispelturigheid van zijn karakter, opnieuw in ongenade zou doen vallen en Berenice zou terugroepen; en daar zij inzag dat niets minder dan zijn dood een afdoende waarborg tegen een dergelijke mogelijkheid zou zijn, liet zij hem kort daarna vergiftigen. Ook volgde zijn zaad bij Berenice hem niet op in het koninkrijk; want Laodice bestuurde de zaken zó, dat zij de troon verzekerde voor haar oudste zoon, Seleucus Callinicus.”
“But such wickedness could not long remain unpunished, as the prophecy further predicts, and further history proves.
“Maar zulk een goddeloosheid kon niet lang ongestraft blijven, zoals de profetie verder voorspelt en de verdere geschiedenis bewijst.
“‘VERSE 7. But out of a branch of her roots shall one stand up in his estate, which shall come with an army, and shall enter into the fortress of the king of the north, and shall deal against them, and shall prevail: 8. And shall also carry captives into Egypt their gods, with their princes, and with their precious vessels of silver and of gold; and he shall continue more years than the king of the north. 9. So the king of the south shall come into his kingdom, and shall return into his own land.’
“‘VERS 7. Maar uit een twijg van haar wortels zal er één opstaan in zijn plaats, die zal komen met een leger en zal binnentrekken in de vesting van de koning van het noorden; en hij zal tegen hen handelen en de overhand behalen: 8. En hij zal ook hun goden met hun vorsten en met hun kostbare vaten van zilver en van goud als gevangenen naar Egypte voeren; en hij zal meer jaren standhouden dan de koning van het noorden. 9. Zo zal de koning van het zuiden in zijn koninkrijk komen en naar zijn eigen land terugkeren.’”
“This branch out of the same root with Berenice was her brother, Ptolemy Euergetes. He had no sooner succeeded his father, Ptolemy Philadelphus, in the kingdom of Egypt, than, burning to avenge the death of his sister, Berenice, he raised an immense army, and invaded the territory of the king of the north, that is, of Seleucus Callinicus, who, with his mother, Laodice, reigned in Syria. And he prevailed against them, even to the conquering of Syria, Cilicia, the upper parts beyond the Euphrates, and almost all Asia. But hearing that a sedition was raised in Egypt requiring his return home, he plundered the kingdom of Seleucus, took forty thousand talents of silver and precious vessels, and two thousand five hundred images of the gods. Among these were the images which Cambyses had formerly taken from Egypt and carried into Persia. The Egyptians, being wholly given to idolatry, bestowed upon Ptolemy the title of Euergetes, or the Benefactor, as a compliment for his having thus, after many years, restored their captive gods.
„Deze loot uit dezelfde wortel als Berenice was haar broer, Ptolemaeus Euergetes. Nauwelijks had hij zijn vader, Ptolemaeus Philadelphus, in het koninkrijk Egypte opgevolgd, of, brandend van verlangen om de dood van zijn zuster Berenice te wreken, bracht hij een ontzaglijk leger op de been en viel het gebied van de koning van het noorden binnen, dat wil zeggen van Seleucus Callinicus, die samen met zijn moeder, Laodice, over Syrië regeerde. En hij behaalde de overhand over hen, ja zelfs tot de verovering van Syrië, Cilicië, de bovenste streken voorbij de Eufraat, en bijna geheel Azië. Maar toen hij vernam dat in Egypte een oproer was uitgebroken dat zijn terugkeer naar huis vereiste, plunderde hij het koninkrijk van Seleucus en nam veertigduizend talenten zilver en kostbare vaten mee, alsook tweeduizend vijfhonderd afbeeldingen van de goden. Daaronder bevonden zich de beelden die Cambyses vroeger uit Egypte had weggenomen en naar Perzië had overgebracht. De Egyptenaren, die geheel aan afgoderij overgegeven waren, verleenden Ptolemaeus de titel Euergetes, ofwel de Weldadige, als een blijk van hulde omdat hij aldus, na vele jaren, hun gevangen goden had teruggebracht.“
“This, according to Bishop Newton, is Jerome’s account, extracted from ancient historians, but there are authors still extant, he says, who confirm several of the same particulars. Appian informs us that Laodice having killed Antiochus, and after him both Berenice and her child, Ptolemy, the son of Philadelphus, to revenge those murders, invaded Syria, slew Laodice, and proceeded as far as Babylon. From Polybius we learn that Ptolemy, surnamed Euergetes, being greatly incensed at the cruel treatment of his sister, Berenice, marched with an army into Syria, and took the city of Seleucia, which was kept for some years afterward by garrisons of the kings of Egypt. Thus did he enter into the fortress of the king of the north. Polyaenus affirms that Ptolemy made himself master of all the country from Mount Taurus as far as to India, without war or battle; but he ascribes it by mistake to the father instead of the son. Justin asserts that if Ptolemy had not been recalled into Egypt by a domestic sedition, he would have possessed the whole kingdom of Seleucus. The king of the south thus came into the dominion of the king of the north, and returned to his own land, as the prophet had foretold. And he also continued more years than the king of the north; for Seleucus Callinicus died in exile, of a fall from his horse; and Ptolemy Euergetes survived him for four or five years.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 250–252.
“Dit is, volgens bisschop Newton, Hiëronymus’ verslag, ontleend aan oude geschiedschrijvers; maar er zijn nog bestaande auteurs, zegt hij, die verscheidene van dezelfde bijzonderheden bevestigen. Appianus deelt ons mee dat Laodice, nadat zij Antiochus had gedood en na hem zowel Berenice als haar kind, Ptolemaeus, de zoon van Philadelphus, om die moorden te wreken, Syrië binnenviel, Laodice doodde, en tot aan Babylon oprukte. Uit Polybius vernemen wij dat Ptolemaeus, bijgenaamd Euergetes, hevig verontwaardigd over de wrede behandeling van zijn zuster Berenice, met een leger Syrië binnentrok en de stad Seleucia innam, die daarna nog enige jaren bezet werd gehouden door garnizoenen van de koningen van Egypte. Zo drong hij door in de vesting van de koning van het noorden. Polyaenus verzekert dat Ptolemaeus zich meester maakte van het gehele land van het Taurusgebergte tot aan India, zonder oorlog of veldslag; maar hij schrijft dit ten onrechte toe aan de vader in plaats van aan de zoon. Justinus verklaart dat, indien Ptolemaeus niet naar Egypte was teruggeroepen door een binnenlandse opstand, hij het gehele koninkrijk van Seleucus in bezit zou hebben genomen. De koning van het zuiden kwam aldus in het gebied van de koning van het noorden en keerde terug naar zijn eigen land, zoals de profeet had voorzegd. En hij leefde ook meer jaren dan de koning van het noorden; want Seleucus Callinicus stierf in ballingschap ten gevolge van een val van zijn paard, en Ptolemaeus Euergetes overleefde hem vier of vijf jaar.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 250–252.
A prophetic characteristic of Rome, and therefore the king of the north, is that in order to be established upon the throne, three geographical obstacles must be conquered. The first king of the north in the aftermath of Alexander’s broken kingdom was established by Seleucus Nicator who had served as a general to Ptolemy (the king of the south) for a little while between 316 and 312 BC. Verse five addresses this fact when it states, “And the king of the south shall be strong, and one of his princes; and he shall be strong above him.” Ptolemy was the king of the south, and he had a general (one of his princes), that was destined to become stronger than Ptolemy, and the final phrase of verse five says, “and have dominion; his dominion shall be a great dominion.” Ptolemy’s general Seleucus was to become the first king of the north. But for Seleucus to become the king of the north, he would need to separate from the southern king, and thereafter conquer three geographical areas.
Een profetisch kenmerk van Rome, en derhalve van de koning van het noorden, is dat, om op de troon bevestigd te worden, drie geografische hindernissen moeten worden overwonnen. De eerste koning van het noorden in de nasleep van Alexanders uiteengevallen rijk werd gevestigd door Seleucus Nicator, die tussen 316 en 312 v.Chr. gedurende korte tijd als generaal onder Ptolemaeus (de koning van het zuiden) had gediend. Vers vijf behandelt dit gegeven waar het zegt: “And the king of the south shall be strong, and one of his princes; and he shall be strong above him.” Ptolemaeus was de koning van het zuiden, en hij had een generaal (één van zijn vorsten) die voorbestemd was sterker te worden dan Ptolemaeus, en de slotzin van vers vijf zegt: “and have dominion; his dominion shall be a great dominion.” Ptolemaeus’ generaal Seleucus zou de eerste koning van het noorden worden. Maar opdat Seleucus de koning van het noorden kon worden, moest hij zich afscheiden van de koning van het zuiden en vervolgens drie geografische gebieden veroveren.
The first area conquered by Seleucus was the East in 301 BC. He then conquered the West (that had been held by Cassander’s successor) in 286 BC, and he then took his third territory in the North when he conquered Lysimachus in 281 BC. The king of the north was established on the throne in 281 BC.
Het eerste gebied dat Seleucus veroverde, was het Oosten in 301 v.Chr. Vervolgens veroverde hij het Westen (dat in handen was geweest van de opvolger van Cassander) in 286 v.Chr., en daarna nam hij zijn derde gebied in het Noorden in, toen hij Lysimachus in 281 v.Chr. overwon. De koning van het Noorden werd in 281 v.Chr. op de troon gevestigd.
The peace treaty that was later formed with the southern king occurred in 252 BC. Six years later in 246 BC, Berenice (the southern princess), her son, and all her entourage were put to death. The southern king thereafter captured Laodice’s son, Seleucus Callinicus and took him back with him to Egypt, where he died falling from a horse. The reign of the first king of the north was from 281 BC until 246 BC, which equates to thirty-five years.
Het vredesverdrag dat later met de zuidelijke koning werd gesloten, vond plaats in 252 v.Chr. Zes jaar later, in 246 v.Chr., werden Berenice (de zuidelijke prinses), haar zoon en al haar gevolg ter dood gebracht. Daarna nam de zuidelijke koning de zoon van Laodice, Seleucus Callinicus, gevangen en voerde hem met zich mee terug naar Egypte, waar hij stierf doordat hij van een paard viel. De regering van de eerste koning van het noorden duurde van 281 v.Chr. tot 246 v.Chr., wat neerkomt op vijfendertig jaar.
The first king of the north in chapter eleven, conquered three geographical obstacles in order to be established upon the throne. Pagan Rome also conquered three geographical obstacles in order to be established upon the throne [See Daniel 8:9], and Papal Rome conquered three geographical obstacles in order to be established upon the throne [See Daniel 7:20]. Modern Rome also conquers three geographical obstacles in order to be established upon the throne [See Daniel 11:40–43].
De eerste koning van het noorden in hoofdstuk elf overwon drie geografische hindernissen om op de troon bevestigd te worden. Het heidense Rome overwon eveneens drie geografische hindernissen om op de troon bevestigd te worden [Zie Daniël 8:9], en het pauselijke Rome overwon drie geografische hindernissen om op de troon bevestigd te worden [Zie Daniël 7:20]. Het moderne Rome overwint eveneens drie geografische hindernissen om op de troon bevestigd te worden [Zie Daniël 11:40–43].
Once established upon the throne, the first king of the north ruled for thirty-five years. Once established upon the throne, pagan Rome ruled for a “time” (three hundred and sixty years). Once established upon the throne, papal Rome ruled for “a time, times and dividing of time” (twelve hundred and sixty years.) Once established upon the throne, modern Rome will rule for a symbolic forty-two months (also noted as “an hour”).
Eenmaal op de troon gevestigd, regeerde de eerste koning van het noorden vijfendertig jaar. Eenmaal op de troon gevestigd, regeerde het heidense Rome gedurende een „tijd” (driehonderdzestig jaar). Eenmaal op de troon gevestigd, regeerde het pauselijke Rome gedurende „een tijd, tijden en een verdeling van tijd” (twaalfhonderdzestig jaar). Eenmaal op de troon gevestigd, zal het moderne Rome gedurende een symbolische tweeënveertig maanden regeren (ook aangeduid als „één uur”).
Sister White informs us that “much of the history recorded in Daniel chapter eleven is to be repeated.” She then quotes verses thirty-one through thirty-six, and says, “scenes similar to those described in these words will take place.” In those verses papal Rome (the abomination that maketh desolate), is “placed” upon the throne in 538, and then it persecutes God’s people for “many days” (twelve hundred and sixty years), until the first “indignation is accomplished” in 1798. The history of verses thirty-one to thirty-six is repeated in the last six verses of chapter eleven, but the history was also perfectly typified in verses five through nine.
Zuster White deelt ons mee dat „veel van de geschiedenis die in Daniël hoofdstuk elf is opgetekend, zich zal herhalen.” Vervolgens citeert zij de verzen eenendertig tot en met zesendertig, en zegt: „taferelen gelijk aan die welke in deze woorden worden beschreven, zullen plaatsvinden.” In die verzen wordt het pauselijke Rome (de gruwel die verwoesting aanricht) in 538 op de troon „geplaatst”, en vervolgens vervolgt het Gods volk gedurende „vele dagen” (twaalfhonderdzestig jaar), totdat de eerste „gramscha p” in 1798 voleindigd is. De geschiedenis van de verzen eenendertig tot en met zesendertig wordt herhaald in de laatste zes verzen van hoofdstuk elf, maar die geschiedenis werd ook volmaakt voorafgeschaduwd in de verzen vijf tot en met negen.
The establishment of Seleucus as king of the north in 281 BC, aligns with the year 538. Both represent the enthronement of the king of the north at the conclusion of the conquering of three geographical obstacles. The period of papal rule is expressed in several ways; twelve hundred and sixty days, forty-two months, time, times and dividing of time, a space, and three and a half years. Seleucus’ rule was for thirty-five years, and a tenth, or a tithe, of thirty-five, is three and a half. A tenth of thirty-five years is also expressed as “three-point-five” (3.5) years. “Three and a half” is a symbol of the period of papal rule.
De vestiging van Seleucus als koning van het noorden in 281 v.Chr. stemt overeen met het jaar 538. Beide vertegenwoordigen de troonsbestijging van de koning van het noorden aan het einde van de verovering van drie geografische hindernissen. De periode van pauselijke heerschappij wordt op verschillende wijzen uitgedrukt: twaalfhonderdzestig dagen, tweeënveertig maanden, een tijd, tijden en een halve tijd, een tijdruimte, en drieënhalf jaar. De heerschappij van Seleucus duurde vijfendertig jaar, en een tiende, of een tiende deel, van vijfendertig is drieënhalf. Een tiende van vijfendertig jaar wordt ook uitgedrukt als „drie-komma-vijf” (3,5) jaar. „Drieënhalf” is een symbool van de periode van pauselijke heerschappij.
The papacy received its deadly wound in 1798 when the king of the south, Napoleon Bonaparte (meaning the “fortunate son”), sent his general to take the pope captive. A year later in 1799 the pope died in exile, as did the first king of the north who had also been taken into captivity by the king of the south. Seleucus Callinicus died by falling off a horse while captive in Egypt. The pope is the one who rode upon the beast. The beast represented the political system that the pope employed to accomplish his satanic works. That beast was slain in 1798, and the pope who had ridden upon and reigned over the beast died a year later. Seleucus Callinicus died falling off a horse (the beast he rode upon.) The captivity of the papacy in 1798 and 1799, was perfectly typified by the captivity of the first king of the north.
Het pausdom ontving zijn dodelijke wond in 1798, toen de koning van het zuiden, Napoleon Bonaparte (wat de „gelukkige zoon” betekent), zijn generaal zond om de paus gevangen te nemen. Een jaar later, in 1799, stierf de paus in ballingschap, evenals de eerste koning van het noorden, die eveneens door de koning van het zuiden in gevangenschap was gevoerd. Seleucus Callinicus stierf doordat hij van een paard viel terwijl hij als gevangene in Egypte was. De paus is degene die op het beest reed. Het beest vertegenwoordigde het politieke stelsel waarvan de paus zich bediende om zijn satanische werken te volbrengen. Dat beest werd in 1798 gedood, en de paus die op het beest had gereden en over het beest had geregeerd, stierf een jaar later. Seleucus Callinicus stierf doordat hij van een paard viel (het beest waarop hij reed). De gevangenschap van het pausdom in 1798 en 1799 werd volmaakt voorafgeschaduwd door de gevangenschap van de eerste koning van het noorden.
What brought the wrath of the king of the south upon the northern king was a broken peace treaty, represented by the setting aside of Berenice (the southern bride) and her subsequent death at the hands of Laodice. Napoleon had entered into a peace treaty between Revolutionary France and the papal states in 1797. The treaty was named after the town of Tolentino in Ancona, Italy, where the treaty had been signed. It officially ended in February, 1798 when France took the pope captive. The reason why the treaty was disannulled was France’s effort to spread its Revolution.
Wat de toorn van de koning van het zuiden over de noordelijke koning bracht, was een verbroken vredesverdrag, uitgebeeld door het terzijde stellen van Berenice (de zuidelijke bruid) en haar daaropvolgende dood door de hand van Laodice. Napoleon was in 1797 een vredesverdrag aangegaan tussen Revolutionair Frankrijk en de pauselijke staten. Het verdrag was genoemd naar de stad Tolentino in Ancona, Italië, waar het was ondertekend. Het kwam officieel ten einde in februari 1798, toen Frankrijk de paus gevangen nam. De reden waarom het verdrag werd tenietgedaan, was de poging van Frankrijk om zijn Revolutie te verbreiden.
Napoleon’s General Duphot, was in Rome in 1797 as part of the French expeditionary force sent by the Directory, the ruling government of France at the time. The purpose of the French expedition to Italy, which included General Duphot’s presence in Rome, was to support the Roman Republic, a short-lived client state established by French revolutionary forces in the Italian Peninsula. The French were actively involved in supporting revolutionary movements and spreading revolutionary ideals across Europe during this period. In Italy, they sought to overthrow monarchies and establish republics modeled after the French Republic.
Napoleons generaal Duphot bevond zich in 1797 in Rome als deel van de Franse expeditiemacht die was uitgezonden door het Directoire, de destijds regerende overheid van Frankrijk. Het doel van de Franse expeditie naar Italië, waartoe ook de aanwezigheid van generaal Duphot in Rome behoorde, was de ondersteuning van de Romeinse Republiek, een kortstondige vazalstaat die op het Italiaanse schiereiland door Franse revolutionaire strijdkrachten was opgericht. De Fransen waren in deze periode actief betrokken bij de ondersteuning van revolutionaire bewegingen en bij de verspreiding van revolutionaire idealen over geheel Europa. In Italië trachtten zij monarchieën omver te werpen en republieken te vestigen naar het model van de Franse Republiek.
Duphot’s presence and actions in Rome provoked opposition from conservative factions, including supporters of the Papal States and local aristocrats. In December, 1797, during a confrontation between French troops and supporters of the Papal States, General Duphot was assassinated, and thus the pretense for Napoleon to send General Berthier to take the pope captive the next year was established. A broken peace treaty between the kings of the south and north provided the motivation in both histories for the king of the north being taken captive by the king of the south.
De aanwezigheid en handelingen van Duphot in Rome wekten verzet op van conservatieve facties, waaronder aanhangers van de Pauselijke Staten en plaatselijke aristocraten. In december 1797 werd generaal Duphot tijdens een confrontatie tussen Franse troepen en aanhangers van de Pauselijke Staten vermoord, en daarmee werd het voorwendsel geschapen voor Napoleon om in het volgende jaar generaal Berthier te zenden om de paus gevangen te nemen. Een verbroken vredesverdrag tussen de koningen van het zuiden en het noorden verschafte in beide geschiedenissen de aanleiding voor het feit dat de koning van het noorden door de koning van het zuiden gevangen werd genomen.
Verse eight says, “shall also carry captives into Egypt their gods, with their princes, and with their precious vessels of silver and of gold.” When Ptolemy returned to Egypt in fulfillment of this verse, the Egyptians gave him the title of “Euergetes” (the Benefactor), as a compliment for his work in returning their idols and artifacts that had previously taken from them by the king of the north. In 1798, the plundering of Rome by the French took place. On one day alone the historians record that five hundred horse-drawn vehicles, under a strong military guard, was seen leaving the city.
Vers acht zegt: „zal ook hun goden met hun vorsten, en met hun kostbare vaten van zilver en van goud, als gevangenen naar Egypte voeren.” Toen Ptolemaeus naar Egypte terugkeerde ter vervulling van dit vers, gaven de Egyptenaren hem de titel „Euergetes” (de Weldoener), als blijk van waardering voor zijn werk bij het terugbrengen van hun afgodsbeelden en kunstvoorwerpen die eerder door de koning van het noorden van hen waren weggenomen. In 1798 vond de plundering van Rome door de Fransen plaats. Op één dag alleen al vermelden de geschiedschrijvers dat vijfhonderd door paarden getrokken voertuigen, onder sterke militaire bewaking, de stad zagen verlaten.
The procession contained an immense number of antique sculptures and Renaissance paintings that France was appropriating in accordance with the broken peace treaty of Tolentino. Those artworks included the Laocoon group, the Belvedere Apollo, the Dying Gaul, Cupid and Psyche, Ariadne on Naxos, the Medici Venus, and the colossal figures of the Tiber and the Nile; tapestries and paintings by Raphael, including the Transfiguration, the Madonna di Foligno, the Madonna della Sedia, Titian’s Santa Conversazione; and many other works. It was not till several years after that, these stolen treasures were exhibited in the Musee Napoleonian in the Louvre, which was opened in 1807. As Ptolemy was celebrated for returning the Egyptians treasures, the treasures carried from Rome were placed in the portion of the museum named after Napoleon.
De optocht omvatte een ontzaglijk aantal antieke beeldhouwwerken en renaissanceschilderijen die Frankrijk zich toe-eigende overeenkomstig het geschonden vredesverdrag van Tolentino. Tot die kunstwerken behoorden de Laocoöngroep, de Apollo van Belvedère, de Stervende Galliër, Cupid en Psyche, Ariadne op Naxos, de Medici-Venus en de kolossale figuren van de Tiber en de Nijl; wandtapijten en schilderijen van Rafaël, waaronder de Transfiguratie, de Madonna di Foligno, de Madonna della Sedia, Titiaans Santa Conversazione; en vele andere werken. Eerst verscheidene jaren later werden deze gestolen schatten tentoongesteld in het Musée Napoléonien in het Louvre, dat in 1807 werd geopend. Zoals Ptolemaeus werd geprezen omdat hij de schatten van de Egyptenaren had teruggegeven, zo werden de uit Rome meegevoerde schatten ondergebracht in het gedeelte van het museum dat naar Napoleon was genoemd.
Verses five through nine, are a perfect parallel to the history beginning in the year 538 and ending in 1798 and 1799. They align with verses thirty-one to thirty-six, which is represented in the last six verses of the chapter, which describe the final empowerment of modern Rome as it conquers three obstacles, and ultimately comes to its end with none to help. Verse ten then addresses the history of 1989.
De verzen vijf tot en met negen vormen een volmaakte parallel met de geschiedenis die begint in het jaar 538 en eindigt in 1798 en 1799. Zij stemmen overeen met de verzen eenendertig tot en met zesendertig, die worden weergegeven in de laatste zes verzen van het hoofdstuk, waarin de uiteindelijke machtiging van het moderne Rome wordt beschreven, wanneer het drie hindernissen overwint en uiteindelijk aan zijn einde komt zonder dat iemand hem helpt. Vers tien behandelt vervolgens de geschiedenis van 1989.
But his sons shall be stirred up, and shall assemble a multitude of great forces: and one shall certainly come, and overflow, and pass through: then shall he return, and be stirred up, even to his fortress. Daniel 11:10.
Maar zijn zonen zullen in beweging komen en een menigte van grote strijdkrachten verzamelen; en één zal voorzeker komen, overstromen en doortrekken; daarna zal hij terugkeren en opnieuw in beweging komen, tot aan zijn vesting. Daniël 11:10.
The historical fulfillment of verse ten typifies 1989, when the papacy, in secret alliance with Ronald Reagan, “overflowed” and “passed through” the Soviet Union, leaving only its fortress (Russia), as the Soviet Union (USSR) dissolved in the wake of Perestroika.
De historische vervulling van vers tien is een voorafbeelding van 1989, toen het pausdom, in een geheime alliantie met Ronald Reagan, de Sovjet-Unie „overstroomde” en „doortrok”, waarbij slechts haar vesting (Rusland) overbleef, terwijl de Sovjet-Unie (USSR) in de nasleep van de Perestrojka uiteenviel.
And at the time of the end shall the king of the south push at him: and the king of the north shall come against him like a whirlwind, with chariots, and with horsemen, and with many ships; and he shall enter into the countries, and shall overflow and pass over. Daniel 11:40.
En in de tijd van het einde zal de koning van het zuiden tegen hem opstoten; en de koning van het noorden zal tegen hem aankomen als een wervelwind, met wagens, en met ruiters, en met vele schepen; en hij zal de landen binnentrekken, en ze overstromen en doortrekken. Daniël 11:40.
The history of verse ten represents a retaliation against the conquering of the king of the north by the king of the south in 246 BC, and typifies a retaliation against the conquering of the king of the north by the king of the south in 1798. Verse forty began with the time of the end in 1798 when the king of the south (atheistic France) delivered the deadly wound to the king of the north (the papal power), and was fulfilled with the collapse of the Soviet Union at the time of the end in 1989. The time of the end in 1798 is represented in verse forty by the phrase, “And at the time of the end shall the king of the south push at him.” The “colon” (:) that separates the last part of the verse, marks the next “time of the end” in 1989. “And the king of the north shall come against him like a whirlwind, with chariots, and with horsemen, and with many ships; and he shall enter into the countries, and shall overflow and pass over.”
De geschiedenis van vers tien stelt een vergelding voor op de verovering van de koning van het noorden door de koning van het zuiden in 246 v.Chr., en is een voorafbeelding van een vergelding op de verovering van de koning van het noorden door de koning van het zuiden in 1798. Vers veertig begon met de tijd van het einde in 1798, toen de koning van het zuiden (het atheïstische Frankrijk) de dodelijke wond toebracht aan de koning van het noorden (de pauselijke macht), en werd vervuld met de ineenstorting van de Sovjet-Unie in de tijd van het einde in 1989. De tijd van het einde in 1798 wordt in vers veertig weergegeven door de uitdrukking: „En ten tijde van het einde zal de koning van het zuiden tegen hem stoten.” De dubbele punt (:) die het laatste deel van het vers scheidt, markeert de volgende „tijd van het einde” in 1989. „En de koning van het noorden zal op hem aanstormen als een wervelwind, met wagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal de landen binnentrekken, en overstromen en erdoorheen trekken.”
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“Every nation that has come upon the stage of action has been permitted to occupy its place on the earth, that it might be seen whether it would fulfill the purpose of ‘the Watcher and the Holy One.’ Prophecy has traced the rise and fall of the world’s great empires—Babylon, Medo-Persia, Greece, and Rome. With each of these, as with nations of less power, history repeated itself. Each had its period of test, each failed, its glory faded, its power departed, and its place was occupied by another. . . .
„Elke natie die op het toneel van het wereldgebeuren is verschenen, is toegestaan haar plaats op de aarde in te nemen, opdat zichtbaar zou worden of zij het voornemen van ‘de Wachter en de Heilige’ zou vervullen.” De profetie heeft de opkomst en ondergang van de grote wereldrijken nagegaan—Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. Met elk van deze, evenals met naties van geringere macht, herhaalde de geschiedenis zich. Elk had zijn tijd van beproeving, elk faalde, zijn heerlijkheid verbleekte, zijn macht week, en zijn plaats werd door een ander ingenomen....
“From the rise and fall of nations as made plain in the pages of Holy Writ, they need to learn how worthless is mere outward and worldly glory. Babylon, with all its power and its magnificence, the like of which our world has never since beheld,—power and magnificence which to the people of that day seemed so stable and enduring,–how completely has it passed away! As ‘the flower of the grass’ it has perished. So perishes all that has not God for its foundation. Only that which is bound up with His purpose and expresses His character can endure. His principles are the only steadfast things our world knows.” Education, 177, 184.
“Uit de opkomst en ondergang van volken, zoals die duidelijk worden voorgesteld op de bladzijden van de Heilige Schrift, dienen zij te leren hoe waardeloos louter uiterlijke en wereldse heerlijkheid is. Babylon, met al zijn macht en zijn pracht, zoals onze wereld die sindsdien nooit meer heeft aanschouwd,—macht en pracht die de mensen van die tijd zo standvastig en duurzaam toeschenen,—hoe volkomen is het verdwenen! Als ‘de bloem van het gras’ is het vergaan. Zo vergaat alles wat God niet tot grondslag heeft. Alleen datgene wat verbonden is met Zijn voornemen en Zijn karakter tot uitdrukking brengt, kan standhouden. Zijn beginselen zijn de enige bestendige dingen die onze wereld kent.” Education, 177, 184.