Verse ten, of chapter eleven of Daniel, pulls together the internal and external message with the word “fortress.” The connection that it makes with Isaiah’s sixty-five year prophecy, identifies the “fortress” of the external prophecy as Russia, and the internal “fortress” of the temple which Christ raises during the same history. The external fortress, which is in verse thirty-one is identified as the “sanctuary of strength,” represents an earthly king or kingdom. The internal fortress, or the internal sanctuary of strength, is the temple which the Messenger of the Covenant raises in forty-six years.

Vers tien van het elfde hoofdstuk van Daniël brengt de innerlijke en de uiterlijke boodschap samen met het woord „vesting”. De verbinding die het legt met Jesaja’s profetie van vijfenzestig jaar, identificeert de „vesting” van de uiterlijke profetie als Rusland, en de innerlijke „vesting” van de tempel die Christus tijdens dezelfde geschiedenis opricht. De uiterlijke vesting, die zich in vers eenendertig bevindt en wordt aangeduid als het „heiligdom van kracht”, vertegenwoordigt een aardse koning of een aards koninkrijk. De innerlijke vesting, of het innerlijke heiligdom van kracht, is de tempel die de Boodschapper van het Verbond in zesenveertig jaar opricht.

In the Most Holy Place of that temple (the citadel), God is seated in heavenly places.

In het Allerheiligste van die tempel (de burcht) is God gezeten in de hemelse gewesten.

In the book of Daniel two Hebrew words are both translated as “sanctuary.” One is “miqdash,” and the other is “qodesh.” “Miqdash” can represent a pagan sanctuary, or God’s sanctuary, or even a stronghold. “Qodesh,” is only used to represent God’s sanctuary in the Bible. The “sanctuary” (miqdash) of strength (fortress), in verse thirty-one of Daniel chapter eleven, is translated as the “sanctuary of strength”, and the Hebrew word translated as sanctuary there is “miqdash” which represents the City of Rome, which is the symbol of Roman strength in the history of both pagan and papal Rome. Daniel employed the two Hebrew words in a very careful manner. In the verses which are the central pillar of Adventism, we find the word “sanctuary”.

In het boek Daniël worden twee Hebreeuwse woorden beide vertaald als „heiligdom”. Het ene is „miqdash”, en het andere is „qodesh”. „Miqdash” kan een heidens heiligdom aanduiden, of Gods heiligdom, of zelfs een vesting. „Qodesh” wordt in de Bijbel uitsluitend gebruikt om Gods heiligdom aan te duiden. Het „heiligdom” (miqdash) van kracht (vesting) in vers eenendertig van Daniël hoofdstuk elf, wordt vertaald als het „heiligdom der kracht”, en het Hebreeuwse woord dat daar met heiligdom is vertaald, is „miqdash”, dat de stad Rome vertegenwoordigt, die het symbool is van de Romeinse kracht in de geschiedenis van zowel het heidense als het pauselijke Rome. Daniël heeft de twee Hebreeuwse woorden op zeer zorgvuldige wijze gebruikt. In de verzen die de centrale pijler van het adventisme vormen, vinden wij het woord „heiligdom”.

Then I heard one saint speaking, and another saint said unto that certain saint which spake, How long shall be the vision concerning the daily sacrifice, and the transgression of desolation, to give both the sanctuary and the host to be trodden under foot? And he said unto me, Unto two thousand and three hundred days; then shall the sanctuary be cleansed. Daniel 8:13, 14.

Toen hoorde ik één heilige spreken, en een andere heilige zei tot die bepaalde heilige die sprak: Hoelang zal het gezicht duren aangaande het dagelijks offer en de overtreding der verwoesting, zodat zowel het heiligdom als het heir aan vertrapping worden prijsgegeven? En hij zei tot mij: Tot tweeduizend driehonderd dagen; daarna zal het heiligdom gereinigd worden. Daniël 8:13, 14.

The Hebrew word translated as “the sanctuary,” in both verses is “qodesh,” and is only used to represent God’s sanctuary. In verse eleven, identifying pagan Rome, and specifically the Pantheon temple in the City of Rome, we find the word “sanctuary”, but in that verse it is the Hebrew word “miqdash.”

Het Hebreeuwse woord dat in beide verzen met „het heiligdom” is vertaald, is „qodesh” en wordt uitsluitend gebruikt om Gods heiligdom aan te duiden. In vers elf, waar heidens Rome wordt aangeduid, en in het bijzonder de tempel van het Pantheon in de stad Rome, vinden wij het woord „heiligdom”, maar in dat vers is het het Hebreeuwse woord „miqdash.”

Yea, he magnified himself even to the prince of the host, and by him the daily sacrifice was taken away, and the place of his sanctuary was cast down. Daniel 8:11.

Ja, hij verhief zich zelfs tot de Vorst van het heir, en door hem werd het dagelijks offer weggenomen, en de plaats van zijn heiligdom werd neergeworpen. Daniël 8:11.

The “sanctuary of strength” in verse thirty-one of Daniel eleven is the Hebrew word “miqdash,” and it appears in connection with the Hebrew word that is translated as “fortress” in verses seven and ten in chapter eleven. In verse seven the king of the south went right into the city of Rome and took the king of the north captive, for he entered into his fortress, but in verse ten, the king of the north only goes up “to” the “fortress,” for he stopped at the borderline of his kingdom and Egypt. It is at the borderline of Raphia that the next verse was to address. The “sanctuary of strength” in verse thirty-one is the “miqdash,” of the “fortress”.

Het „heiligdom van de sterkte” in vers eenendertig van Daniël elf is het Hebreeuwse woord „miqdash”, en het verschijnt in samenhang met het Hebreeuwse woord dat in de verzen zeven en tien van hoofdstuk elf met „vesting” is vertaald. In vers zeven trok de koning van het zuiden rechtstreeks de stad Rome binnen en voerde de koning van het noorden gevankelijk weg, want hij drong door in zijn vesting; maar in vers tien trekt de koning van het noorden slechts op „tot” de „vesting”, want hij hield halt aan de grens van zijn koninkrijk en Egypte. Op de grens van Rafia zou het volgende vers betrekking hebben. Het „heiligdom van de sterkte” in vers eenendertig is de „miqdash” van de „vesting”.

The battle of the borderline in Raphia typifies the battle of the borderline in the Ukraine. That prophetic history is recognized by understanding that the “head” is the kingdom or the king, it is the fortress of his strength, but the prophecy is addressing an internal and an external truth. The “sanctuary of strength” for the external line is represented by the “miqdash” sanctuary, and the sanctuary of strength for the internal line is represented by the “qodesh” sanctuary.

De grensstrijd in Raphia is een voorafbeelding van de grensstrijd in Oekraïne. Dat profetische geschiedverloop wordt herkend door te begrijpen dat het „hoofd” het koninkrijk of de koning is; het is de vesting van zijn kracht, maar de profetie spreekt een innerlijke en een uiterlijke waarheid aan. Het „heiligdom der sterkte” voor de uiterlijke lijn wordt voorgesteld door het „miqdash”-heiligdom, en het heiligdom der sterkte voor de innerlijke lijn wordt voorgesteld door het „qodesh”-heiligdom.

1844 to 1863 represents a line of prophetic history which illustrates the sealing of the one hundred and forty-four thousand. The twenty-five hundred and twenty years of scattering against the northern kingdom ended in 1798, and the same twenty-five hundred and twenty year line against the southern kingdom ended in 1844. Those two lines represent the lower nature of mankind and the higher nature of mankind. The lower nature, which is represented by the northern kingdom, is the body, and the higher nature is the head. The head is the capital of the kingdom, and it is the king. For this illustration Christ chose Judah, the southern kingdom, to place His name, and the capital city is Jerusalem. Jerusalem is where the true sanctuary of strength is located, and in that sanctuary there is a throne room for the king, who is the head.

1844 tot 1863 vertegenwoordigt een lijn van profetische geschiedenis die de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend illustreert. De tweeduizend vijfhonderd twintig jaren van verstrooiing tegen het noordelijke koninkrijk eindigden in 1798, en dezelfde lijn van tweeduizend vijfhonderd twintig jaar tegen het zuidelijke koninkrijk eindigde in 1844. Die twee lijnen vertegenwoordigen de lagere natuur van de mensheid en de hogere natuur van de mensheid. De lagere natuur, die door het noordelijke koninkrijk wordt voorgesteld, is het lichaam, en de hogere natuur is het hoofd. Het hoofd is de hoofdstad van het koninkrijk, en het is de koning. Voor deze illustratie koos Christus Juda, het zuidelijke koninkrijk, om Zijn naam daar te plaatsen, en de hoofdstad is Jeruzalem. Jeruzalem is de plaats waar het ware heiligdom van kracht zich bevindt, en in dat heiligdom is er een troonzaal voor de koning, die het hoofd is.

The “seven times” of Leviticus twenty-six was the final sealing truth in 1856, that was intended to empower an ensign to finish the work. From 1844 to 1863, Christ intended to combine His Divinity with humanity for eternity, but humanity rebelled.

De „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig was in 1856 de laatste verzegelende waarheid, bedoeld om een banier toe te rusten om het werk te voltooien. Van 1844 tot 1863 was Christus voornemens Zijn Goddelijkheid voor eeuwig met de mensheid te verenigen, maar de mensheid kwam in opstand.

He was unable to transform man’s lower nature at that time, for that takes place at His second coming. He will then transform man’s higher nature into His image, by combining mankind’s head, with Divinity’s head. The head was the capital of the kingdom. The head was the king, and when Christ performs the transformation of Divinity uniting with humanity, He combines the head of both humanity and Divinity in the sanctuary at Jerusalem in the Most Holy Place, where Christ is seated with His Father.

Hij was destijds niet in staat de lagere natuur van de mens te veranderen, want dat geschiedt bij Zijn tweede komst. Dan zal Hij de hogere natuur van de mens naar Zijn beeld veranderen, door het hoofd van de mensheid met het hoofd van de Godheid te verenigen. Het hoofd was de hoofdstad van het koninkrijk. Het hoofd was de koning, en wanneer Christus de verandering voltrekt waarbij de Godheid zich met de mensheid verenigt, verenigt Hij in het heiligdom te Jeruzalem, in het Heilige der Heiligen, waar Christus met Zijn Vader gezeten is, het hoofd van zowel de mensheid als van de Godheid.

To him that overcometh will I grant to sit with me in my throne, even as I also overcame, and am set down with my Father in his throne. He that hath an ear, let him hear what the Spirit saith unto the churches. Revelation 3:21, 22.

Hem die overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en Mij met Mijn Vader op Zijn troon heb gezet. Wie een oor heeft, late hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Openbaring 3:21, 22.

Christ promises that those (Laodiceans), who overcome as He overcame (and become Philadelphians), will be seated with Him, in the heavenly places.

Christus belooft dat zij (Laodicenzen) die overwinnen zoals Hij overwon (en Filadelfiërs worden), met Hem gezeten zullen worden in de hemelse gewesten.

Which he wrought in Christ, when he raised him from the dead, and set him at his own right hand in the heavenly places, … And hath raised us up together, and made us sit together in heavenly places in Christ Jesus. Ephesians 1:20, 2:6.

Die Hij in Christus heeft gewerkt, toen Hij Hem uit de doden heeft opgewekt en Hem heeft gezet aan Zijn eigen rechterhand in de hemelse gewesten, … en ons mede heeft opgewekt en ons mede heeft doen zitten in de hemelse gewesten in Christus Jezus. Efeziërs 1:20; 2:6.

The joining of Ezekiel’s two sticks (humanity with Divinity) is accomplished in God’s sanctuary of strength (qodesh), at the very time that the fortress of strength (miqdash) is identified as the prophetic key that connects both the internal and external lines of the prophecy which Gabriel came to make Daniel understand concerning what was to befall God’s people during the sealing time of the one hundred and forty-four thousand. Christ desired to accomplish this work in the Millerite history, but the work was thwarted by the rebellion of 1863, but the history of 1844 to 1863 still remains as a line which illustrates that attempted work.

De vereniging van Ezechiëls twee stokken (de mensheid met de Godheid) wordt volbracht in Gods heiligdom van sterkte (qodesh), juist op het moment dat de vesting van sterkte (miqdash) wordt aangewezen als de profetische sleutel die zowel de interne als de externe lijnen van de profetie met elkaar verbindt, welke Gabriël kwam doen begrijpen aan Daniël met betrekking tot wat Gods volk zou overkomen gedurende de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend. Christus verlangde dit werk in de Milleritische geschiedenis tot stand te brengen, maar het werk werd verijdeld door de opstand van 1863; toch blijft de geschiedenis van 1844 tot 1863 bestaan als een lijn die dat beoogde werk illustreert.

Verse ten of Daniel chapter eleven, contains the key to understanding the internal and external message of verses eleven through fifteen, which arrived into our prophetic history in 2014. Verse ten identifies 1989, which is the time of the end in the reform movement of the one hundred and forty-four thousand, but it also contains the key that allows 2014 to be recognized as a waymark in the history of the sealing.

Vers tien van Daniël hoofdstuk elf bevat de sleutel tot het verstaan van de innerlijke en uiterlijke boodschap van de verzen elf tot en met vijftien, die in 2014 in onze profetische geschiedenis kwamen. Vers tien duidt 1989 aan, hetgeen de tijd van het einde is in de hervormingsbeweging van de honderdvierenveertigduizend, maar het bevat ook de sleutel die het mogelijk maakt 2014 te herkennen als een wegmerk in de geschiedenis van de verzegeling.

On October 22, 1844, the Messenger of the Covenant suddenly came to the temple He had erected. That waymark typifies September 11, 2001 when the third angel arrived again, and the seventh trumpet again began to sound. Then the history of 1840 to 1844 was also to be repeated, because the angel that descended on August 11, 1840 was no less a personage than Jesus Christ, and His work was to lighten the earth with His glory.

Op 22 oktober 1844 kwam de Bode van het Verbond plotseling tot de tempel die Hij had opgericht. Die wegmarkering is een voorafbeelding van 11 september 2001, toen de derde engel opnieuw aankwam en de zevende bazuin opnieuw begon te klinken. Toen moest ook de geschiedenis van 1840 tot 1844 worden herhaald, omdat de engel die op 11 augustus 1840 neerdaalde niemand minder was dan Jezus Christus, en Zijn werk was de aarde te verlichten met Zijn heerlijkheid.

1840 to 1844 also represents from September 11, 2001 to the soon coming Sunday law, as does 1844 to 1863, represents September 11, 2001 to the soon coming Sunday law. Sister White aligns the history of 1844 with the history of the cross, and the cross represents a division of two histories of three and a half years, which both align with one another. The cross establishes that the preceding history beginning in 1840 and ending in 1844, and the following history unto 1863 are two parallel histories, which both represent the sealing period.

1840 tot 1844 vertegenwoordigt eveneens de periode van 11 september 2001 tot de spoedig komende zondagswet, evenals 1844 tot 1863 de periode van 11 september 2001 tot de spoedig komende zondagswet vertegenwoordigt. Zuster White brengt de geschiedenis van 1844 in overeenstemming met de geschiedenis van het kruis, en het kruis vertegenwoordigt een scheiding tussen twee geschiedenissen van drieënhalf jaar, die beide met elkaar in overeenstemming zijn. Het kruis bevestigt dat de voorafgaande geschiedenis, die begint in 1840 en eindigt in 1844, en de daaropvolgende geschiedenis tot aan 1863, twee parallelle geschiedenissen zijn, die beide de verzegelingsperiode vertegenwoordigen.

The first line from 1840 to 1844 represents the victory of Philadelphian Adventists, the other line from 1844 to 1863 represents the failure of Laodicean Adventists. Both classes are represented in Daniel chapter ten, for Daniel, representing the victorious wise virgins during the sealing time of the one hundred and forty-four thousand, saw the vision, but those who were with him fled from the vision.

De eerste lijn van 1840 tot 1844 stelt de overwinning van de Filadelfische adventisten voor; de andere lijn van 1844 tot 1863 stelt het falen van de Laodiceïsche adventisten voor. Beide klassen worden voorgesteld in Daniël hoofdstuk tien, want Daniël, die de overwinnende wijze maagden gedurende de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend vertegenwoordigt, zag het visioen, maar degenen die bij hem waren, vluchtten weg voor het visioen.

And in the four and twentieth day of the first month, as I was by the side of the great river, which is Hiddekel; Then I lifted up mine eyes, and looked, and behold a certain man clothed in linen, whose loins were girded with fine gold of Uphaz: His body also was like the beryl, and his face as the appearance of lightning, and his eyes as lamps of fire, and his arms and his feet like in colour to polished brass, and the voice of his words like the voice of a multitude. And I Daniel alone saw the vision: for the men that were with me saw not the vision; but a great quaking fell upon them, so that they fled to hide themselves. Daniel 10:4–7.

En op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij bevond aan de oever van de grote rivier, namelijk de Hiddekel, sloeg ik mijn ogen op en zag; en zie, een zekere man, bekleed met linnen, wiens lendenen omgord waren met fijn goud van Ufaz. Ook was zijn lichaam als turkoois, en zijn aangezicht als de verschijning van de bliksem, en zijn ogen als vurige fakkelen, en zijn armen en zijn voeten van kleur als gepolijst koper, en de klank van zijn woorden als de stem van een menigte. En ik, Daniël, zag alleen het gezicht; want de mannen die bij mij waren, zagen het gezicht niet; maar een grote siddering viel op hen, zodat zij wegvluchtten om zich te verbergen. Daniël 10:4–7.

In Daniel chapter seven, after Daniel had seen the vision of the beasts of prey, Gabriel came to explain the vision.

In Daniël hoofdstuk zeven, nadat Daniël het visioen van de roofdieren had gezien, kwam Gabriël om het visioen uit te leggen.

I Daniel was grieved in my spirit in the midst of my body, and the visions of my head troubled me. I came near unto one of them that stood by, and asked him the truth of all this. So he told me, and made me know the interpretation of the things. Daniel 7:15, 16.

Ik, Daniël, was bedroefd in mijn geest in het midden van mijn lichaam, en de gezichten van mijn hoofd verschrikten mij. Ik naderde tot een van hen die daar stonden, en vroeg hem de waarheid aangaande dit alles. Toen sprak hij tot mij en maakte mij de uitleg van deze dingen bekend. Daniël 7:15, 16.

In Daniel chapter eight, after Daniel had seen the vision of the sanctuary beasts, Gabriel came to explain the vision.

In Daniël hoofdstuk acht, nadat Daniël het visioen van de beesten van het heiligdom had gezien, kwam Gabriël om het visioen uit te leggen.

And it came to pass, when I, even I Daniel, had seen the vision, and sought for the meaning, then, behold, there stood before me as the appearance of a man. And I heard a man’s voice between the banks of Ulai, which called, and said, Gabriel, make this man to understand the vision. Daniel 8:15, 16.

En het geschiedde, toen ik, ja ik, Daniël, het gezicht had gezien en naar de betekenis ervan zocht, zie, daar stond vóór mij iets dat het uiterlijk van een man had. En ik hoorde een mensenstem tussen de oevers van de Ulai, die riep en zei: Gabriël, doe deze man het gezicht verstaan. Daniël 8:15, 16.

In Daniel chapter nine, after Daniel had understanding of the number of years identified by Jeremiah and represented in the writings of Moses as both a curse and God’s oath, Gabriel came to explain the vision.

In Daniël hoofdstuk negen, nadat Daniël inzicht had gekregen in het aantal jaren dat door Jeremia was aangeduid en in de geschriften van Mozes zowel als een vloek en als Gods eed werd voorgesteld, kwam Gabriël om het visioen uit te leggen.

And whiles I was speaking, and praying, and confessing my sin and the sin of my people Israel, and presenting my supplication before the Lord my God for the holy mountain of my God; Yea, whiles I was speaking in prayer, even the man Gabriel, whom I had seen in the vision at the beginning, being caused to fly swiftly, touched me about the time of the evening oblation. And he informed me, and talked with me, and said, O Daniel, I am now come forth to give thee skill and understanding. Daniel 9:20–22.

En terwijl ik sprak en bad en mijn zonde en de zonde van mijn volk Israël beleed, en mijn smeking voor het aangezicht van de HEERE, mijn God, neerlegde om de heilige berg van mijn God; ja, terwijl ik nog sprak in het gebed, raakte de man Gabriël, die ik in het begin in het visioen gezien had, mij aan, toen hij snel kwam aangevlogen, omstreeks de tijd van het avondoffer. En hij onderrichtte mij, sprak met mij en zei: O Daniël, nu ben ik uitgegaan om u inzicht en verstand te geven. Daniël 9:20–22.

Therefore, upon three witnesses, all from the book of Daniel, when Gabriel says to Daniel in chapter ten, that he is come to make Daniel understand what shall befall God’s people in the last days, Gabriel is interpreting the feminine “marah,” causative vision that Daniel saw and the other class fled from.

Daarom, op grond van drie getuigen, allen uit het boek Daniël, geldt dat, wanneer Gabriël in hoofdstuk tien tot Daniël zegt dat hij gekomen is om Daniël te doen verstaan wat Gods volk in de laatste dagen zal overkomen, Gabriël de vrouwelijke, causatieve „marah”-visioenverklaring geeft die Daniël zag en waarvoor de andere groep vluchtte.

Now I am come to make thee understand what shall befall thy people in the latter days: for yet the vision is for many days. Daniel 10:14.

Nu ben ik gekomen om u te doen begrijpen wat uw volk in de laatste dagen zal overkomen; want het gezicht geldt nog vele dagen. Daniël 10:14.

The vision Daniel had seen that produced a separation of believers, was the vision of Christ’s appearance, the vision of the twenty-three hundred years, but it was the feminine expression of that vision. It was the understanding of the vision of Christ’s sudden appearance as the Messenger of the Covenant that changed Daniel (and those represented by Daniel), into the image of Christ. That which “befalls God’s people in the latter days” is represented by the history of the Millerites from 1840 to 1844, and also by the Millerites from 1844 to 1863. One class flees from the vision in rebellion, and the other class follows Christ by faith into the Most Holy Place, to be seated with Him in heavenly places.

Het visioen dat Daniël had gezien, en dat een scheiding onder de gelovigen teweegbracht, was het visioen van Christus’ verschijning, het visioen van de tweeduizend driehonderd jaar, maar het was de vrouwelijke uitdrukking van dat visioen. Het was het begrip van het visioen van Christus’ plotselinge verschijning als de Boodschapper van het Verbond dat Daniël (en hen die door Daniël worden voorgesteld) veranderde naar het beeld van Christus. Datgene wat „Gods volk in het laatst der dagen overkomt” wordt voorgesteld door de geschiedenis van de Millerieten van 1840 tot 1844, en ook door de Millerieten van 1844 tot 1863. De ene klasse vlucht in opstand weg van het visioen, en de andere klasse volgt Christus door het geloof het Allerheiligdom binnen, om met Hem gezet te worden in de hemelse gewesten.

Yet when Gabriel interprets the vision where God’s last-day people are changed into the image of Christ, he sets forth the external history of the world. Daniel’s vision of Christ was interpreted by Gabriel as the external history of the sealing time of the one hundred and forty-four thousand. When the history of September 11, 2001, in Gabriel’s interpretation, is reached, the history that is emphasized as preceding the Sunday law of verse sixteen, is only recognized with the key of understanding represented as the “fortress” in verse ten. On September 11, 2001 the effect of every vision began to unfold as wheels within wheels.

Toch zet Gabriël, wanneer hij het visioen verklaart waarin Gods volk van de laatste dagen veranderd wordt naar het beeld van Christus, de uiterlijke geschiedenis van de wereld uiteen. Daniëls visioen van Christus werd door Gabriël uitgelegd als de uiterlijke geschiedenis van de verzegelingstijd van de honderdvierenvierenveertigduizend. Wanneer in Gabriëls uitleg de geschiedenis van 11 september 2001 wordt bereikt, wordt de geschiedenis die wordt benadrukt als voorafgaand aan de zondagswet van vers zestien, slechts herkend met de sleutel van begrip die in vers tien wordt voorgesteld als de „vesting”. Op 11 september 2001 begon de uitwerking van elk visioen zich te ontvouwen als raderen in raderen.

And the word of the Lord came unto me, saying, Son of man, what is that proverb that ye have in the land of Israel, saying, The days are prolonged, and every vision faileth? Tell them therefore, Thus saith the Lord God; I will make this proverb to cease, and they shall no more use it as a proverb in Israel; but say unto them, The days are at hand, and the effect of every vision. For there shall be no more any vain vision nor flattering divination within the house of Israel. For I am the Lord: I will speak, and the word that I shall speak shall come to pass; it shall be no more prolonged: for in your days, O rebellious house, will I say the word, and will perform it, saith the Lord God. Again the word of the Lord came to me, saying, Son of man, behold, they of the house of Israel say, The vision that he seeth is for many days to come, and he prophesieth of the times that are far off. Therefore say unto them, Thus saith the Lord God; There shall none of my words be prolonged any more, but the word which I have spoken shall be done, saith the Lord God. Ezekiel 12:21–28.

En het woord des HEEREN kwam tot mij, zeggende: Mensenkind, wat is dat voor spreekwoord dat gij in het land van Israël hebt, zeggende: De dagen worden gerekt en elk gezicht faalt? Zeg hun daarom: Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, en zij zullen het in Israël niet meer als spreekwoord gebruiken; maar spreek tot hen: De dagen zijn nabij, evenals de vervulling van elk gezicht. Want er zal in het huis van Israël geen enkel ijdel gezicht of vleiende waarzegging meer zijn. Want Ik ben de HEERE: Ik zal spreken, en het woord dat Ik zal spreken, zal geschieden; het zal niet langer uitgesteld worden. Want in uw dagen, o weerspannig huis, zal Ik het woord spreken en het volbrengen, spreekt de Heere HEERE. Opnieuw kwam het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, zie, die van het huis van Israël zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen die nog komen moeten, en hij profeteert van tijden die veraf zijn. Zeg hun daarom: Zo zegt de Heere HEERE: Geen van Mijn woorden zal nog langer uitgesteld worden, maar het woord dat Ik gesproken heb, zal geschieden, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 12:21–28.

Of all the prophetic wheels that are spinning within other prophetic wheels in that history, there is one wheel that inspiration has informed the students of prophecy of the last days is the wheel by which their eternal destiny will be decided. Line upon line, that wheel must also be the vision which Daniel saw that changed him into the image of Christ, for that is the vision identifying what befalls God’s people in the last days.

Van alle profetische raderen die in die geschiedenis binnen andere profetische raderen draaien, is er één rad waarvan de inspiratie de studenten van de profetie van de laatste dagen heeft meegedeeld dat het het rad is waardoor hun eeuwige bestemming zal worden beslist. Regel op regel moet dat rad ook het visioen zijn dat Daniël zag, waardoor hij werd veranderd naar het beeld van Christus, want dat is het visioen dat aanduidt wat Gods volk in de laatste dagen overkomt.

“The Lord has shown me clearly that the image of the beast will be formed before probation closes; for it is to be the great test for the people of God, by which their eternal destiny will be decided. Your position is such a jumble of inconsistencies that but few will be deceived.

„De Heere heeft mij duidelijk getoond dat het beeld van het beest zal worden opgericht voordat de genadetijd sluit; want het zal de grote beproeving voor het volk van God zijn, waardoor hun eeuwige bestemming zal worden beslist. Uw standpunt is zulk een warboel van tegenstrijdigheden dat slechts weinigen erdoor misleid zullen worden.‟

“In Revelation 13 this subject is plainly presented; [Revelation 13:11–17, quoted].

„In Openbaring 13 wordt dit onderwerp duidelijk uiteengezet; [Openbaring 13:11–17, aangehaald].“

“This is the test that the people of God must have before they are sealed. All who proved their loyalty to God by observing His law, and refusing to accept a spurious sabbath, will rank under the banner of the Lord God Jehovah, and will receive the seal of the living God. Those who yield the truth of heavenly origin and accept the Sunday sabbath, will receive the mark of the beast.” Manuscript Releases, volume 15, 15.

„Dit is de beproeving die het volk van God moet ondergaan voordat het verzegeld wordt. Allen die hun trouw aan God hebben bewezen door Zijn wet te onderhouden en te weigeren een valse sabbat te aanvaarden, zullen zich scharen onder de banier van de Heere God Jehova en zullen het zegel van de levende God ontvangen. Degenen die de waarheid van hemelse oorsprong prijsgeven en de zondagssabbat aanvaarden, zullen het merkteken van het beest ontvangen.” Manuscript Releases, deel 15, 15.

The test that is identified as the image of the beast test is twofold. It is the test that demands that the student of prophecy recognize the development of the image of the beast, which is the combination of church and state in the United States in advance of the Sunday law. It is also the test that produces either the image of the beast or the image of Christ within those represented by Daniel or those who fled. The separation is based upon whether those virgins “see this great vision,” as did Daniel, or whether they flee from the vision. The key to seeing the great vision is represented by the word “fortress.”

De toets die wordt aangeduid als de toets van het beeld van het beest is tweeledig. Het is de toets die vereist dat de student van de profetie de ontwikkeling van het beeld van het beest herkent, namelijk de vereniging van kerk en staat in de Verenigde Staten voorafgaand aan de zondagswet. Het is ook de toets die óf het beeld van het beest óf het beeld van Christus voortbrengt in hen die door Daniël worden voorgesteld of in hen die vluchtten. De scheiding berust op de vraag of die maagden „dit grote gezicht zien”, zoals Daniël deed, dan wel of zij voor het gezicht vluchten. De sleutel tot het zien van het grote gezicht wordt voorgesteld door het woord „vesting”.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“The mighty angel who instructed John was no less a personage than Jesus Christ. Setting His right foot on the sea, and His left upon the dry land, shows the part which He is acting in the closing scenes of the great controversy with Satan. This position denotes His supreme power and authority over the whole earth. The controversy had waxed stronger and more determined from age to age, and will continue to do so, to the concluding scenes when the masterly working of the powers of darkness shall reach their height. Satan, united with evil men, will deceive the whole world and the churches who receive not the love of the truth. But the mighty angel demands attention. He cries with a loud voice. He is to show the power and authority of His voice to those who have united with Satan to oppose the truth.

„De machtige engel die Johannes onderrichtte, was niemand minder dan Jezus Christus. Dat Hij Zijn rechtervoet op de zee zette en Zijn linker op het droge land, toont de rol die Hij vervult in de slottonelen van de grote strijd met Satan. Deze houding duidt op Zijn opperste macht en gezag over de gehele aarde. De strijd was van eeuw tot eeuw heviger en vastberadener geworden, en zal zo voortduren tot aan de slotscènes, wanneer het meesterlijke werken van de machten der duisternis zijn hoogtepunt zal bereiken. Satan, verenigd met goddeloze mensen, zal de gehele wereld en de kerken misleiden die de liefde tot de waarheid niet aannemen. Maar de machtige engel eist aandacht. Hij roept met luide stem. Hij zal de kracht en het gezag van Zijn stem tonen aan hen die zich met Satan hebben verenigd om zich tegen de waarheid te verzetten.

“After these seven thunders uttered their voices, the injunction comes to John as to Daniel in regard to the little book: ‘Seal up those things which the seven thunders uttered.’ These relate to future events which will be disclosed in their order. Daniel shall stand in his lot at the end of the days. John sees the little book unsealed. Then Daniel’s prophecies have their proper place in the first, second, and third angels’ messages to be given to the world. The unsealing of the little book was the message in relation to time.

„Nadat deze zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, komt tot Johannes hetzelfde bevel als tot Daniël met betrekking tot het kleine boek: ‘Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben.’ Deze hebben betrekking op toekomstige gebeurtenissen die te zijner tijd zullen worden geopenbaard. Daniël zal aan het einde der dagen staan in zijn lot. Johannes ziet het kleine boek geopend. Dan hebben de profetieën van Daniël hun juiste plaats in de boodschap van de eerste, de tweede en de derde engel, die aan de wereld moet worden verkondigd. Het openen van het kleine boek was de boodschap met betrekking tot de tijd.”

“The books of Daniel and the Revelation are one. One is a prophecy, the other a revelation; one a book sealed, the other a book opened. John heard the mysteries which the thunders uttered, but he was commanded not to write them.

„De boeken Daniël en Openbaring vormen één geheel. Het ene is een profetie, het andere een openbaring; het ene een verzegeld boek, het andere een geopend boek. Johannes hoorde de verborgenheden die de donderslagen uitten, maar hem werd bevolen deze niet op te schrijven.

“The special light given to John which was expressed in the seven thunders was a delineation of events which would transpire under the first and second angels’ messages.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.

„Het bijzondere licht dat aan Johannes werd gegeven en dat in de zeven donderslagen tot uitdrukking kwam, was een beschrijving van gebeurtenissen die zich onder de boodschappen van de eerste en de tweede engel zouden voltrekken.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 971.