The key to identifying Russia as the power that initiated the Ukrainian war in 2014 is the “fortress,” which is the head, or the capital of the kingdom. The human temple consists of the head and the body. The head is the higher nature, and the body is the lower nature. The “seven times” that ended in 1844, was then to be joined with Jerusalem, which was the head of Judah. In the temple in Jerusalem the throne of the king, who is the head of Jerusalem, which was the head of Judah was located. The combination of Divinity with humanity, representing the sealing of the one hundred and forty-four thousand, is represented as receiving the “mind of Christ.” The mind is the higher nature, and it is therefore the “head.”
De sleutel om Rusland te identificeren als de macht die in 2014 de Oekraïense oorlog in gang zette, is de „vesting”, die het hoofd, of de hoofdstad van het koninkrijk is. De menselijke tempel bestaat uit het hoofd en het lichaam. Het hoofd is de hogere natuur, en het lichaam is de lagere natuur. De „zeven tijden” die in 1844 eindigden, moesten toen worden verbonden met Jeruzalem, dat het hoofd van Juda was. In de tempel te Jeruzalem bevond zich de troon van de koning, die het hoofd van Jeruzalem is, dat het hoofd van Juda was. De vereniging van goddelijkheid met menselijkheid, die de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend voorstelt, wordt weergegeven als het ontvangen van de „gezindheid van Christus”. De gezindheid is de hogere natuur, en is daarom het „hoofd”.
When those represented by Daniel see the feminine causative vision that causes them to change into the image of Christ, they have received the mind of Christ, who is the second Adam, and is spiritual. At that point their literal carnal mind, which they inherited from the first Adam after he fell and reversed the order of his creation, is crucified. The carnal mind that wars against the law of God, which they received through no choice of their own at their birth, is replaced with the mind of Christ, which they receive by their own choice, that is perfectly obedient to the law of God. Their new mind, and Christ’s mind, are then one mind, and both reside together upon the throne in heavenly places. There is a place within the temple where God’s throne is located, and human beings, who were created in God’s image, have a specific place within the temple, that is designed for the presence of God.
Wanneer degenen die door Daniël worden voorgesteld het vrouwelijk causatieve visioen zien dat maakt dat zij veranderen naar het beeld van Christus, hebben zij de gezindheid van Christus ontvangen, die de tweede Adam is en geestelijk is. Op dat punt wordt hun letterlijke vleselijke gezindheid, die zij van de eerste Adam hebben geërfd nadat hij gevallen was en de orde van zijn schepping had omgekeerd, gekruisigd. De vleselijke gezindheid die strijd voert tegen de wet van God, die zij zonder enige eigen keuze bij hun geboorte hebben ontvangen, wordt vervangen door de gezindheid van Christus, die zij uit eigen keuze ontvangen en die volmaakt gehoorzaam is aan de wet van God. Hun nieuwe gezindheid en de gezindheid van Christus zijn dan één gezindheid, en beide verblijven tezamen op de troon in de hemelse gewesten. Er is een plaats binnen de tempel waar Gods troon zich bevindt, en menselijke wezens, die naar Gods beeld zijn geschapen, hebben een specifieke plaats binnen de tempel die bestemd is voor de tegenwoordigheid van God.
That place is not in their lower nature, represented by the northern kingdom. It is in the place represented by the southern kingdom, which is where God chose to place His name, which is His character. The place is in Jerusalem, but as the capital of Judah, Jerusalem is the head, but the head of the capital is the king. And Jerusalem was chosen to be the capital, but so too was it chosen as the place where God would place His temple. Then in His temple He placed His throne. The southern kingdom represents the higher nature of man, but it also has a special throne room for the king. Sister White calls that place the “citadel” of the soul. A citadel, by definition, is a fortress.
Die plaats bevindt zich niet in hun lagere natuur, voorgesteld door het noordelijke koninkrijk. Zij bevindt zich op de plaats die door het zuidelijke koninkrijk wordt voorgesteld, waar God verkoos Zijn naam te vestigen, dat wil zeggen Zijn karakter. Die plaats is in Jeruzalem, maar als hoofdstad van Juda is Jeruzalem het hoofd; en het hoofd van de hoofdstad is de koning. En Jeruzalem werd verkozen om de hoofdstad te zijn, maar eveneens om de plaats te zijn waar God Zijn tempel zou vestigen. Vervolgens plaatste Hij in Zijn tempel Zijn troon. Het zuidelijke koninkrijk vertegenwoordigt de hogere natuur van de mens, maar het heeft ook een bijzondere troonzaal voor de koning. Zuster White noemt die plaats de „citadel” van de ziel. Een citadel is per definitie een vesting.
“The whole heart is to be given to God, else the truth of God will fail to have a sanctifying effect on life and character. But it is a sad fact that many who profess the name of Christ have never given their hearts to him in simplicity. They have never experienced the contrition of an entire surrender to the claims of Christianity, and the consequence is that the transforming power of the truth is not in their lives; the deep, softening influence of the love of Christ is not made manifest in life and character. But what a work of feeding the flock of God might be done if the under-shepherds were crucified with Christ, and were living unto God to co-operate with the Chief Shepherd of the flock! Christ calls upon men to work as he worked. There is need of a deeper, stronger, more constraining testimony on the power of the truth as seen in the practical godliness of those who profess to believe it. The love of the Saviour in the soul will lead to a decided change in the manner in which workers labor for the souls of those who are perishing. When truth occupies the citadel of the soul, Christ is enthroned in the heart, and the human agent can then say, ‘I am crucified with Christ; nevertheless I live; yet not I, but Christ liveth in me; and the life which I now live in the flesh I live by the faith of the Son of God, who loved me, and gave himself for me.’” Review and Herald, October 9, 1894.
„Het gehele hart moet aan God worden gegeven, anders zal de waarheid van God nalaten een heiligende uitwerking op leven en karakter te hebben. Maar het is een droevig feit dat velen die de naam van Christus belijden, hun hart nooit in eenvoud aan Hem hebben gegeven. Zij hebben nooit de verbrijzeling ervaren van een algehele overgave aan de aanspraken van het christendom, en het gevolg is dat de vernieuwende kracht van de waarheid niet in hun leven aanwezig is; de diepe, verzachtende invloed van de liefde van Christus wordt in leven en karakter niet geopenbaard. Maar welk een werk van het weiden van de kudde Gods zou kunnen worden verricht, indien de onderherders met Christus gekruisigd waren en voor God leefden om met de Opperherder van de kudde samen te werken! Christus roept mensen op te werken zoals Hij werkte. Er is behoefte aan een dieper, krachtiger, dringender getuigenis aangaande de macht van de waarheid, zoals die wordt gezien in de praktische godsvrucht van hen die belijden haar te geloven. De liefde van de Heiland in de ziel zal leiden tot een besliste verandering in de wijze waarop arbeiders zich inzetten voor de zielen van hen die verloren gaan. Wanneer de waarheid de citadel van de ziel inneemt, wordt Christus op de troon van het hart gezet, en dan kan het menselijke werktuig zeggen: ‘Met Christus ben ik gekruisigd; en toch leef ik; maar niet meer ik, doch Christus leeft in mij; en voor zover ik nu in het vlees leef, leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij heeft liefgehad en Zichzelf voor mij heeft overgegeven.’” Review and Herald, 9 oktober 1894.
The “citadel of the soul” is where “Christ is enthroned.” The enthronement of Christ is accomplished when the flesh is crucified, and the flesh by Paul’s definition is the lower nature, and it is the northern kingdom. This is why the northern kingdom’s prophecy only reached to 1798. The lower nature cannot be combined with Divinity, it must be changed in the twinkling of an eye at the second coming. The southern kingdom, which contained the “head” which was Jerusalem, and the “head” which was the sanctuary reached to 1844, for it represented the higher nature that could choose to crucify the flesh and by faith enter into the citadel of the Most Holy Place, and be seated upon the throne with Christ. The place where that joining, and that enthronement takes place is in the citadel of the human temple. Verse ten of chapter eleven defines the head as the fortress, but that truth is only established with the witness of Isaiah, which demands that the truth concerning the fortress (citadel), be understood in its external and internal applications.
De „citadel van de ziel” is de plaats waar „Christus is gekroond”. De troonsbestijging van Christus wordt voltrokken wanneer het vlees wordt gekruisigd, en het vlees is volgens Paulus’ definitie de lagere natuur, en het is het noordelijke koninkrijk. Daarom reikte de profetie van het noordelijke koninkrijk slechts tot 1798. De lagere natuur kan niet met de Godheid worden verenigd; zij moet bij de tweede komst in een oogwenk worden veranderd. Het zuidelijke koninkrijk, dat het „hoofd” bevatte, namelijk Jeruzalem, en het „hoofd”, namelijk het heiligdom, reikte tot 1844, want het vertegenwoordigde de hogere natuur die ervoor kon kiezen het vlees te kruisigen en door het geloof binnen te gaan in de citadel van het Allerheiligste, en met Christus op de troon plaats te nemen. De plaats waar die vereniging en die troonsbestijging plaatsvinden, is in de citadel van de menselijke tempel. Vers tien van hoofdstuk elf definieert het hoofd als de vesting, maar die waarheid wordt slechts bevestigd door het getuigenis van Jesaja, dat vereist dat de waarheid betreffende de vesting (citadel) wordt begrepen in haar uiterlijke en innerlijke toepassingen.
“The word of God is to be our spiritual food. ‘I am the bread of life,’ Christ said; ‘he that cometh to me shall never hunger; and he that believeth on me shall never thirst.’ The world is perishing for want of pure, unadulterated truth. Christ is the truth. His words are truth, and they have a deeper significance than appears on the surface, and a value beyond their unpretending appearance. Minds that are quickened by the Holy Spirit will discern the value of these words. When our eyes are anointed with the holy eye-salve, we shall be able to detect the precious gems of truth, even though they may be buried beneath the surface.
„Het woord van God moet ons geestelijk voedsel zijn. ‘Ik ben het brood des levens,’ zei Christus; ‘wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren; en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.’ De wereld gaat te gronde door gebrek aan zuivere, onvervalste waarheid. Christus is de waarheid. Zijn woorden zijn waarheid, en zij hebben een diepere betekenis dan aan de oppervlakte zichtbaar is, en een waarde die hun eenvoudige voorkomen verre te boven gaat. Geesten die door de Heilige Geest levend gemaakt zijn, zullen de waarde van deze woorden onderscheiden. Wanneer onze ogen gezalfd zijn met de heilige ogenzalf, zullen wij in staat zijn de kostbare edelstenen der waarheid te ontdekken, ook al liggen zij onder de oppervlakte begraven.
“Truth is delicate, refined, elevated. When it molds the character, the soul grows under its divine influence. Every day the truth is to be received into the heart. Thus we eat Christ’s words, which he declares are spirit and life. The acceptance of truth will make every receiver a child of God, an heir of heaven. Truth that is cherished in the heart is not a cold, dead letter, but a living power.
“De waarheid is teer, verfijnd, verheven. Wanneer zij het karakter vormt, groeit de ziel onder haar goddelijke invloed. Elke dag moet de waarheid in het hart worden ontvangen. Zo eten wij de woorden van Christus, die Hij verklaart geest en leven te zijn. De aanneming van de waarheid zal ieder die haar ontvangt tot een kind van God maken, een erfgenaam van de hemel. Waarheid die in het hart wordt gekoesterd, is niet een koude, dode letter, maar een levende kracht.
“Truth is sacred, divine. It is stronger and more powerful than anything else in the formation of a character after the likeness of Christ. In it there is fulness of joy. When it is cherished in the heart, the love of Christ is preferred to the love of any human being. This is Christianity. This is the love of God in the soul. Thus pure, unadulterated truth occupies the citadel of the being. The words are fulfilled, ‘A new heart also will I give you, and a new spirit will I put within you.’ There is a nobleness in the life of the one who lives and works under the vivifying influence of the truth.” Review and Herald, February 14, 1899.
„De waarheid is heilig, goddelijk. Zij is sterker en machtiger dan al het andere bij de vorming van een karakter naar de gelijkenis van Christus. In haar is volheid van vreugde. Wanneer zij in het hart wordt gekoesterd, wordt de liefde van Christus verkozen boven de liefde van enig menselijk wezen. Dit is christendom. Dit is de liefde van God in de ziel. Zo neemt de zuivere, onvervalste waarheid de burcht van het wezen in. De woorden worden vervuld: ‘Ook zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste leggen.’ Er is een edelheid in het leven van degene die leeft en werkt onder de levendmakende invloed van de waarheid.” Review and Herald, 14 februari 1899.
That vision of prophetic history in Daniel chapter eleven, begins when verse two, and the sixth and richest president, align with the head, which is Russia in verses eleven through fifteen. In that history the sixth president, will become the eighth that is of the seven, and he will reign when church and state in the United States come together, and consummate their unholy fornication in verse sixteen, at the soon coming Sunday law.
Dat visioen van de profetische geschiedenis in Daniël hoofdstuk elf begint wanneer vers twee en de zesde en rijkste president overeenstemmen met het hoofd, dat Rusland is, in de verzen elf tot en met vijftien. In die geschiedenis zal de zesde president de achtste worden, die uit de zeven is, en hij zal regeren wanneer kerk en staat in de Verenigde Staten samenkomen en hun onheilige hoererij in vers zestien voltrekken, bij de spoedig komende zondagswet.
The ensign that is then to be lifted up will be disappointed and die for a period of three and a half days, which in Daniel ten, is twenty-one days. At the conclusion of the twenty-one days of mourning for Daniel, which is the conclusion of the three and a half days of death in the street for the two witnesses, who are those in Ezekiel’s valley, who are dead dry bones—there is a prophetic message that brings the dead back to life. That process in Daniel chapter ten, is represented by three steps.
Het vaandel dat dan zal worden opgericht, zal teleurgesteld worden en gedurende een periode van drieënhalve dag sterven, wat in Daniël tien eenentwintig dagen is. Aan het einde van de eenentwintig dagen van rouw voor Daniël, hetgeen het einde is van de drieënhalve dag van dood op de straat voor de twee getuigen, die degenen zijn in Ezechiëls vallei, die dode, dorre beenderen zijn—daar is een profetische boodschap die de doden weer tot leven brengt. Dat proces wordt in Daniël hoofdstuk tien voorgesteld door drie stappen.
And in the four and twentieth day of the first month, as I was by the side of the great river, which is Hiddekel; Then I lifted up mine eyes, and looked, and behold a certain man clothed in linen, whose loins were girded with fine gold of Uphaz: His body also was like the beryl, and his face as the appearance of lightning, and his eyes as lamps of fire, and his arms and his feet like in colour to polished brass, and the voice of his words like the voice of a multitude. And I Daniel alone saw the vision: for the men that were with me saw not the vision; but a great quaking fell upon them, so that they fled to hide themselves. Therefore I was left alone, and saw this great vision, and there remained no strength in me: for my comeliness was turned in me into corruption, and I retained no strength. Yet heard I the voice of his words: and when I heard the voice of his words, then was I in a deep sleep on my face, and my face toward the ground. And, behold, an hand touched me, which set me upon my knees and upon the palms of my hands. And he said unto me, O Daniel, a man greatly beloved, understand the words that I speak unto thee, and stand upright: for unto thee am I now sent. And when he had spoken this word unto me, I stood trembling. Then said he unto me, Fear not, Daniel: for from the first day that thou didst set thine heart to understand, and to chasten thyself before thy God, thy words were heard, and I am come for thy words. But the prince of the kingdom of Persia withstood me one and twenty days: but, lo, Michael, one of the chief princes, came to help me; and I remained there with the kings of Persia. Now I am come to make thee understand what shall befall thy people in the latter days: for yet the vision is for many days. Daniel 10:4–14.
En op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik aan de oever van de grote rivier was, namelijk de Hiddekel, sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, een Man, in linnen gekleed, Wiens lendenen omgord waren met fijn goud van Ufaz. Ook was Zijn lichaam als turkoois, en Zijn aangezicht als de verschijning van een bliksem, en Zijn ogen als vurige fakkels, en Zijn armen en Zijn voeten als de glans van gepolijst koper, en de stem van Zijn woorden als het geluid van een menigte. En ik, Daniël, zag alleen dat gezicht; want de mannen die bij mij waren, zagen dat gezicht niet; maar een grote verschrikking viel op hen, zodat zij vluchtten om zich te verbergen. Daarom bleef ik alleen over, en zag dit grote gezicht, en er bleef in mij geen kracht over; want mijn luister werd in mij veranderd in verval, en ik behield geen kracht. Toch hoorde ik de stem van Zijn woorden; en toen ik de stem van Zijn woorden hoorde, viel ik in een diepe slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde. En zie, een hand raakte mij aan, die mij deed opstaan op mijn knieën en op de palmen van mijn handen. En hij zei tot mij: Daniël, zeer gewenste man, let op de woorden die ik tot u spreek, en sta op uw plaats; want nu ben ik tot u gezonden. En toen hij dit woord tot mij gesproken had, stond ik bevende op. Toen zei hij tot mij: Vrees niet, Daniël, want vanaf de eerste dag dat gij uw hart erop gezet hebt om inzicht te verkrijgen en uzelf te verootmoedigen voor het aangezicht van uw God, zijn uw woorden gehoord, en om uw woorden ben ik gekomen. Maar de vorst van het koninkrijk van Perzië heeft eenentwintig dagen tegenover mij gestaan; maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam om mij te helpen; en ik bleef daar bij de koningen van Perzië. Nu ben ik gekomen om u te doen verstaan wat uw volk in het laatste der dagen overkomen zal; want het gezicht ziet nog op vele dagen. Daniël 10:4–14.
Daniel is at the end of the twenty-one days of mourning when he sees the vision of Christ and he hears the words of Christ. The vision of the visual and spoken Word of God, produces a separation of two classes, and Daniel was dead in the street, for he was “in a deep sleep.”
Daniël bevindt zich aan het einde van de eenentwintig dagen van rouw wanneer hij het visioen van Christus ziet en de woorden van Christus hoort. Het visioen van het zichtbare en gesproken Woord van God brengt een scheiding tussen twee klassen teweeg, en Daniël lag dood op de straat, want hij was „in een diepe slaap.”
These things said he: and after that he saith unto them, Our friend Lazarus sleepeth; but I go, that I may awake him out of sleep. Then said his disciples, Lord, if he sleep, he shall do well. Howbeit Jesus spake of his death: but they thought that he had spoken of taking of rest in sleep. Then said Jesus unto them plainly, Lazarus is dead. John 11:11–14.
Dit zeide Hij; en daarna zeide Hij tot hen: Onze vriend Lazarus slaapt; maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken. Toen zeiden Zijn discipelen: Heere, als hij slaapt, zal het goed met hem gaan. Jezus echter had van zijn dood gesproken; maar zij meenden dat Hij sprak van de rust van de slaap. Toen zeide Jezus hun ronduit: Lazarus is gestorven. Johannes 11:11–14.
Then Daniel was touched by Gabriel for the first time, who informs him of the political struggle that has been happening while Daniel was dead (asleep), and that he was now going to provide the interpretation of the vision that had just transformed Daniel into Christ’s image. He is then going to be touched a second time, by Christ Himself.
Toen werd Daniel voor de eerste maal aangeraakt door Gabriël, die hem inlicht over de politieke strijd die had plaatsgevonden terwijl Daniel dood was (sliep), en dat hij hem nu de uitleg zou geven van het visioen dat Daniel zojuist naar het beeld van Christus had veranderd. Daarna zou hij voor de tweede maal worden aangeraakt, door Christus Zelf.
And when he had spoken such words unto me, I set my face toward the ground, and I became dumb. And, behold, one like the similitude of the sons of men touched my lips: then I opened my mouth, and spake, and said unto him that stood before me, O my lord, by the vision my sorrows are turned upon me, and I have retained no strength. For how can the servant of this my lord talk with this my lord? for as for me, straightway there remained no strength in me, neither is there breath left in me. Daniel 10:15–17.
En toen hij zulke woorden tot mij gesproken had, wendde ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd sprakeloos. En zie, iemand, gelijk de gedaante van de mensenkinderen, raakte mijn lippen aan; toen opende ik mijn mond en sprak, en zei tot hem die tegenover mij stond: O mijn heer, door het gezicht hebben mijn smarten zich over mij gekeerd, en ik heb geen kracht behouden. Want hoe zou de knecht van deze mijn heer met deze mijn heer kunnen spreken? Want wat mij aangaat, terstond bleef er in mij geen kracht over, en er is geen adem in mij overgebleven. Daniel 10:15–17.
This is parallel to the first prophecy of Ezekiel in chapter thirty-seven, for in the two prophecies that Ezekiel is told to present to the dead bones in the valley, the first forms the bodies, but they do not then have breath, nor do they have the strength of a mighty army. It is the second prophecy of Ezekiel that the bodies receive the breath from the four winds and stand up as a mighty army, and at Daniel’s second touch, “there remained no strength in me, neither is there breath left in me.” Then Daniel is again touched the third time overall, and the second time by Gabriel.
Dit loopt parallel met de eerste profetie van Ezechiël in hoofdstuk zevenendertig; want in de twee profetieën die Ezechiël opgedragen wordt aan de dode beenderen in het dal voor te dragen, vormt de eerste de lichamen, maar zij hebben dan nog geen adem, noch bezitten zij de kracht van een machtig leger. Het is bij de tweede profetie van Ezechiël dat de lichamen de adem uit de vier winden ontvangen en opstaan als een machtig leger; en bij Daniëls tweede aanraking: „er bleef geen kracht in mij over, en er was geen adem meer in mij.” Vervolgens wordt Daniël opnieuw aangeraakt, voor de derde maal in het geheel, en voor de tweede maal door Gabriël.
Then there came again and touched me one like the appearance of a man, and he strengthened me, And said, O man greatly beloved, fear not: peace be unto thee, be strong, yea, be strong. And when he had spoken unto me, I was strengthened, and said, Let my lord speak; for thou hast strengthened me. Daniel 10:18, 19.
Toen kwam er opnieuw één die op een mens geleek en raakte mij aan, en hij sterkte mij, en zei: O zeer geliefde man, vrees niet: vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk. En toen hij tot mij gesproken had, werd ik gesterkt, en zei ik: Mijn heer spreke; want gij hebt mij gesterkt. Daniël 10:18, 19.
The third touch of Daniel, is Ezekiel’s second prophecy, which brings the bodies to their feet as a mighty army. His prophecy is addressed to a people that recognize that they are dead, for they were in mourning, as was Daniel.
De derde aanraking van Daniël is Ezechiëls tweede profetie, die de lichamen op hun voeten brengt als een machtig leger. Zijn profetie is gericht tot een volk dat erkent dat het dood is, want het verkeerde in rouw, evenals Daniël.
Then said he unto me, Prophesy unto the wind, prophesy, son of man, and say to the wind, Thus saith the Lord God; Come from the four winds, O breath, and breathe upon these slain, that they may live. So I prophesied as he commanded me, and the breath came into them, and they lived, and stood up upon their feet, an exceeding great army. Then he said unto me, Son of man, these bones are the whole house of Israel: behold, they say, Our bones are dried, and our hope is lost: we are cut off for our parts. Ezekiel 37:9–11.
Toen zei Hij tot mij: Profeteer tot de wind, profeteer, mensenkind, en zeg tot de wind: Zo zegt de Heere HEERE: Kom uit de vier winden, o adem, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. Toen profeteerde ik zoals Hij mij geboden had, en de adem kwam in hen, en zij werden levend en gingen op hun voeten staan, een uitermate groot leger. Toen zei Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen zijn het ganse huis Israëls; zie, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze hoop is verloren; wij zijn afgesneden voor onze delen. Ezechiël 37:9–11.
The Lord commands Ezekiel to prophesy, and he tells them the testimony of the house of Israel is that they are dead, without hope and cut off. They are mourning, as was Daniel, because they are disappointed by the failed prediction of July 18, 2020, and in that condition, Ezekiel is told to prophesy.
De Heer gebiedt Ezechiël te profeteren, en Hij zegt hun dat het getuigenis van het huis van Israël is dat zij dood zijn, zonder hoop en afgesneden. Zij rouwen, zoals Daniël deed, omdat zij teleurgesteld zijn door de mislukte voorspelling van 18 juli 2020, en in die toestand wordt Ezechiël opgedragen te profeteren.
Therefore prophesy and say unto them, Thus saith the Lord God; Behold, O my people, I will open your graves, and cause you to come up out of your graves, and bring you into the land of Israel. And ye shall know that I am the Lord, when I have opened your graves, O my people, and brought you up out of your graves, And shall put my spirit in you, and ye shall live, and I shall place you in your own land: then shall ye know that I the Lord have spoken it, and performed it, saith the Lord. Ezekiel 37:12–14.
Profeteer daarom en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, o Mijn volk, Ik zal uw graven openen en u uit uw graven doen opkomen, en Ik zal u brengen in het land van Israël. En gij zult weten dat Ik de HEERE ben, wanneer Ik uw graven geopend heb, o Mijn volk, en u uit uw graven heb doen opkomen. En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw eigen land plaatsen; dan zult gij weten dat Ik, de HEERE, het gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE. Ezechiël 37:12–14.
The Lord, who is Michael the archangel opens their graves and the two witnesses of Revelation eleven, who are then resurrected and given the Holy Spirit and stand up, just as the Holy Spirit was given to those who stand up when they are brought out of their graves in Ezekiel’s second prophecy.
De Heer, die Michaël de aartsengel is, opent hun graven, en de twee getuigen van Openbaring elf, die vervolgens worden opgewekt en de Heilige Geest ontvangen en opstaan, evenals de Heilige Geest werd gegeven aan hen die opstonden toen zij in Ezechiëls tweede profetie uit hun graven werden voortgebracht.
And after three days and an half the Spirit of life from God entered into them, and they stood upon their feet; and great fear fell upon them which saw them. Revelation 11:11.
En na drie dagen en een halve kwam de Geest des levens uit God in hen, en zij stonden op hun voeten; en grote vrees viel op hen die hen zagen. Openbaring 11:11.
Those two witnesses are represented as Moses and Elijah, and Moses was also resurrected by the voice of the archangel.
Die twee getuigen worden voorgesteld als Mozes en Elia, en Mozes werd eveneens opgewekt door de stem van de aartsengel.
Yet Michael the archangel, when contending with the devil he disputed about the body of Moses, durst not bring against him a railing accusation, but said, The Lord rebuke thee. Jude 1:9.
Maar Michaël, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel twistte en een geschil voerde over het lichaam van Mozes, geen lasterlijk oordeel tegen hem in te brengen, maar zei: De Heere bestraffe u. Judas 1:9.
Michael, the Prince and the Archangel, is the One who came and helped Gabriel in Daniel chapter ten, and it is His voice that calls men and women to life.
Michaël, de Vorst en de Aartsengel, is Degene die kwam en Gabriël te hulp kwam in Daniël hoofdstuk tien, en het is Zijn stem die mannen en vrouwen tot leven roept.
For the Lord himself shall descend from heaven with a shout, with the voice of the archangel, and with the trump of God: and the dead in Christ shall rise first. 1 Thessalonians 4:16.
Want de Heere Zelf zal uit de hemel neerdalen met een geroep, met de stem van de aartsengel en met de bazuin Gods; en de doden in Christus zullen eerst opstaan. 1 Thessalonicenzen 4:16.
Daniel’s three touches represent the transition of the Laodicean movement of the third angel, unto the Philadelphian movement of the third angel, and in Daniel ten, the vision that accomplishes the transition from the image of Laodicea, unto the image of Philadelphia, is represented by the prophetic history represented in chapter eleven. That vision is represented by Ezekiel as the vision of Islam of the third woe. In 2014, Russia initiated the second proxy war. In 2015, the richest president began his efforts to become the sixth president.
Daniëls drie aanrakingen vertegenwoordigen de overgang van de Laodicese beweging van de derde engel naar de Filadelfische beweging van de derde engel, en in Daniël tien wordt het visioen dat de overgang van het beeld van Laodicea naar het beeld van Filadelfia tot stand brengt, voorgesteld door de profetische geschiedenis die in hoofdstuk elf wordt weergegeven. Dat visioen wordt door Ezechiël voorgesteld als het visioen van de islam van de derde wee. In 2014 begon Rusland de tweede proxyoorlog. In 2015 begon de rijkste president zijn pogingen om de zesde president te worden.
In 2020, that president, representing the Republican horn was slain by the “woke” atheist beast from the bottomless pit, and in the same year the Laodicean Protestant horn was also slain. In 2023, both horns came back to life, both beginning their transition into the eighth that is of the seven. One transitioning into the political image of the beast as Church and State are brought together in the United States, and the other horn transitioning from the image of Laodicea to the image of Christ. Both will be lifted up at the soon coming Sunday law. One will become “Alexander the Great”, the premier king of the ten kings who give their seventh kingdom to the whore of Rome, and the other lifted up as an ensign.
In 2020 werd die president, die de Republikeinse hoorn vertegenwoordigde, gedood door het „woke” atheïstische beest uit de bodemloze put, en in hetzelfde jaar werd ook de Laodicese protestantse hoorn gedood. In 2023 kwamen beide horens weer tot leven, waarbij beiden hun overgang begonnen naar de achtste, die uit de zeven is. De ene ging over in het politieke beeld van het beest, terwijl Kerk en Staat in de Verenigde Staten worden samengebracht, en de andere hoorn ging over van het beeld van Laodicea naar het beeld van Christus. Beide zullen worden verhoogd bij de spoedig komende zondagswet. De ene zal „Alexander de Grote” worden, de voornaamste koning van de tien koningen die hun zevende koninkrijk geven aan de hoer van Rome, en de andere zal worden verhoogd als een banier.
The vision that produces both of these transitions is the history that unfolds between September 11, 2001 and the Sunday law. Verse eleven, of Daniel chapter eleven, is specifically identified within the context that if you will not believe, you will not be established.
Het visioen dat beide van deze overgangen voortbrengt, is de geschiedenis die zich ontvouwt tussen 11 september 2001 en de zondagswet. Vers elf van Daniël hoofdstuk elf wordt uitdrukkelijk geïdentificeerd binnen de context dat, indien gij niet gelooft, gij niet bevestigd zult worden.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“Bible rules are to be the guide of the daily life. The cross of Christ is to be the theme, revealing the lessons we must learn and practice. Christ must be brought into all the studies, that students may drink in the knowledge of God and may represent Him in character. His excellence is to be our study in time as well as in eternity. The word of God, spoken by Christ in the Old and New Testaments, is the bread from heaven; but much that is called science is as dishes of human invention, adulterated food; it is not the true manna.
„Bijbelse regels moeten de leidraad van het dagelijks leven zijn. Het kruis van Christus moet het thema zijn, dat de lessen openbaart die wij moeten leren en in praktijk brengen. Christus moet in alle studies worden binnengebracht, opdat studenten de kennis van God in zich mogen opnemen en Hem in hun karakter mogen vertegenwoordigen. Zijn voortreffelijkheid moet onze studie zijn in de tijd zowel als in de eeuwigheid. Het Woord van God, door Christus gesproken in het Oude en Nieuwe Testament, is het brood uit de hemel; maar veel van wat wetenschap wordt genoemd, is als gerechten van menselijke vinding, vervalst voedsel; het is niet het ware manna.
“In God’s word is found wisdom unquestionable, inexhaustible—wisdom that originated, not in the finite, but in the infinite mind. But much of that which God has revealed in His word is dark to men, because the jewels of truth are buried beneath the rubbish of human wisdom and tradition. To many the treasures of the word remain hidden, because they have not been searched for with earnest perseverance until the golden precepts were understood. The word must be searched in order to purify and prepare those who receive it to become members of the royal family, children of the heavenly King.
„In Gods woord wordt wijsheid gevonden, onbetwistbaar, onuitputtelijk—wijsheid die niet in het eindige, maar in het oneindige verstand haar oorsprong heeft. Maar veel van hetgeen God in Zijn woord heeft geopenbaard, is voor mensen duister, omdat de juwelen der waarheid begraven liggen onder het puin van menselijke wijsheid en overlevering. Voor velen blijven de schatten van het woord verborgen, omdat er niet met ernstige volharding naar is gezocht totdat de gouden voorschriften werden verstaan. Het woord moet worden onderzocht om hen die het ontvangen te reinigen en toe te bereiden om leden te worden van de koninklijke familie, kinderen van de hemelse Koning.
“The study of God’s word should take the place of the study of those books that have led minds into mysticism and away from the truth. Its living principles, woven into our lives, will be our safeguard in trials and temptations; its divine instruction is the only way to success. As the test comes to every soul, there will be apostasies. Some will prove to be traitors, heady, high-minded, and self-sufficient, and will turn away from the truth, making shipwreck of faith. Why? Because they did not live ‘by every word that proceedeth out of the mouth of God.’ They did not dig deep and make their foundation sure.
“De studie van Gods woord behoort de plaats in te nemen van de studie van die boeken die geesten tot mystiek hebben geleid en van de waarheid hebben afgewend. De levende beginselen ervan, verweven in ons leven, zullen onze bescherming zijn in beproevingen en verzoekingen; zijn goddelijke onderwijzing is de enige weg tot succes. Wanneer de toets over iedere ziel komt, zullen er afvals zijn. Sommigen zullen verraders blijken te zijn, roekeloos, hoogmoedig en zelfgenoegzaam, en zij zullen zich van de waarheid afwenden en schipbreuk lijden in het geloof. Waarom? Omdat zij niet leefden ‘bij alle woord, dat uit den mond Gods uitgaat.’ Zij groeven niet diep en maakten hun fundament niet vast.
“When the words of the Lord through His chosen messengers are brought to them, they murmur and think the way is made too strait. In the sixth chapter of John we read of some who were thought to be disciples of Christ, but who, when the plain truth was presented to them, were displeased and walked no more with Him. In like manner these superficial students also will turn away from Christ.” Testimonies, volume 6, 132.
„Wanneer de woorden van de Heere door Zijn uitverkoren boodschappers tot hen worden gebracht, morren zij en menen dat de weg al te eng gemaakt wordt. In het zesde hoofdstuk van Johannes lezen wij over sommigen die geacht werden discipelen van Christus te zijn, maar die, toen de klare waarheid hun werd voorgehouden, misnoegd werden en niet langer met Hem wandelden. Op gelijke wijze zullen ook deze oppervlakkige leerlingen zich van Christus afwenden.” Testimonies, deel 6, 132.