As we address the third proxy war, represented in verses thirteen through fifteen, we will remind ourselves of what has led up to these verses. In chapter ten, Daniel receives his final vision, and in doing so he is identified as understanding both the internal and external prophetic visions. The Hebrew word “dabar,” meaning “word” is translated as “thing.” In chapter nine, when Gabriel came to make Daniel understand the vision of the twenty-three hundred days, the Hebrew word “dabar” was translated as “matter.”
Wanneer wij de derde proxy-oorlog behandelen, voorgesteld in de verzen dertien tot en met vijftien, zullen wij ons herinneren wat aan deze verzen voorafgegaan is. In hoofdstuk tien ontvangt Daniël zijn laatste visioen, en daarbij wordt hij aangemerkt als iemand die zowel de innerlijke als de uiterlijke profetische visioenen begrijpt. Het Hebreeuwse woord „dabar”, dat „woord” betekent, is vertaald als „zaak”. In hoofdstuk negen, toen Gabriël kwam om Daniël het visioen van de twee duizend driehonderd dagen te doen begrijpen, werd het Hebreeuwse woord „dabar” vertaald als „aangelegenheid”.
Yea, whiles I was speaking in prayer, even the man Gabriel, whom I had seen in the vision at the beginning, being caused to fly swiftly, touched me about the time of the evening oblation. And he informed me, and talked with me, and said, O Daniel, I am now come forth to give thee skill and understanding. At the beginning of thy supplications the commandment came forth, and I am come to show thee; for thou art greatly beloved: therefore understand the matter, and consider the vision. Daniel 9:21–23.
Ja, terwijl ik nog sprak in het gebed, raakte de man Gabriël, die ik in het begin in het gezicht gezien had, mij aan, snel vliegende, omstreeks de tijd van het avondoffer. En hij onderrichtte mij, sprak met mij en zei: O Daniël, nu ben ik uitgegaan om u inzicht en verstand te geven. Bij het begin van uw smeekbeden is het woord uitgegaan, en ik ben gekomen om het u bekend te maken; want gij zijt zeer bemind. Versta dan de zaak en let op het gezicht. Daniël 9:21–23.
When Gabriel told Daniel to “understand the matter, and consider the vision,” the Hebrew word “biyn” was translated as both “understand” and also as “consider.” The word means to mentally separate. Gabriel informed Daniel to make a mental separation between the “dabar” translated as “matter” and the “mareh“, translated as “vision”. In order to understand the interpretation that Gabriel was providing to Daniel concerning the prophecy of twenty-three hundred years, Daniel was to recognize the distinction between the prophetic vision represented as the “matter” and the prophetic “mareh” vision. The “matter”, which is the “dabar,” meaning word, represents the external line of prophecy and the “mareh” vision represents the internal line of prophecy.
Toen Gabriël Daniël opdroeg „de zaak te verstaan en het gezicht te overwegen”, werd het Hebreeuwse woord „biyn” zowel met „verstaan” als met „overwegen” vertaald. Het woord betekent mentaal scheiden. Gabriël gaf Daniël te kennen dat hij in gedachten een scheiding moest aanbrengen tussen de „dabar”, vertaald als „zaak”, en de „mareh”, vertaald als „gezicht”. Om de uitleg te begrijpen die Gabriël aan Daniël gaf aangaande de profetie van tweeduizend driehonderd jaar, moest Daniël het onderscheid onderkennen tussen het profetische gezicht dat als de „zaak” wordt voorgesteld en het profetische „mareh”-gezicht. De „zaak”, namelijk de „dabar”, met de betekenis van woord, stelt de uitwendige lijn van profetie voor, en het „mareh”-gezicht stelt de inwendige lijn van profetie voor.
In Daniel chapter ten, the first truth that is revealed to the student of prophecy is that Daniel represents God’s people in the last days who understand both the internal and external lines of prophecy.
In Daniël hoofdstuk tien is de eerste waarheid die aan de student van de profetie wordt geopenbaard, dat Daniël Gods volk in de laatste dagen vertegenwoordigt, dat zowel de innerlijke als de uiterlijke lijnen van de profetie begrijpt.
In the third year of Cyrus king of Persia a thing was revealed unto Daniel, whose name was called Belteshazzar; and the thing was true, but the time appointed was long: and he understood the thing, and had understanding of the vision. Daniel 10:1.
In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd aan Daniël, wiens naam Beltsazar genoemd werd, een zaak geopenbaard; en die zaak was waar, maar de vastgestelde tijd was lang; en hij begreep de zaak en had inzicht in het gezicht. Daniël 10:1.
The “thing,” is the Hebrew word “dabar,” and the “vision,” is the “mareh” vision. As a prophet, Daniel represents God’s last day people, whose perfect fulfillment is the one hundred and forty-four thousand. The third year of Cyrus places Daniel in the reform line that began at the time of the end in 1989. In “those days,” representing the history of 1989 to the soon coming Sunday law in the United States, Daniel was mourning for three weeks. In the reform line of the one hundred and forty-four thousand, the period of mourning is marking the three and a half days that the two witnesses of Revelation chapter eleven, are dead in the street. The street of that great city of Sodom and Egypt, where also our Lord was crucified, is also Ezekiel’s valley of dead dry bones.
Het „woord” is het Hebreeuwse woord „dabar”, en het „gezicht” is het „mareh”-gezicht. Als profeet vertegenwoordigt Daniël Gods volk van de laatste dagen, waarvan de volmaakte vervulling de honderd vierenveertigduizend is. Het derde jaar van Cyrus plaatst Daniël in de hervormingslijn die begon ten tijde van het einde in 1989. In „die dagen”, die de geschiedenis van 1989 tot de spoedig komende zondagwet in de Verenigde Staten vertegenwoordigen, was Daniël drie weken in rouw. In de hervormingslijn van de honderd vierenveertigduizend markeert de periode van rouw de drieënhalve dag waarin de twee getuigen van Openbaring hoofdstuk elf dood op de straat liggen. De straat van die grote stad van Sodom en Egypte, waar ook onze Heere werd gekruisigd, is tevens Ezechiëls dal van dode, dorre beenderen.
In chapter ten, Daniel is transformed into the image of Christ, and touched three times in advance of Gabriel interpreting the vision which Daniel saw. The vision produced a separation of two classes of worshippers. The everlasting gospel always produces two classes of worshippers. Daniel represented the class of worshippers represented as the one hundred and forty-four thousand, in contrast with the class that fled in fear from the vision.
In hoofdstuk tien wordt Daniël veranderd naar het beeld van Christus en driemaal aangeraakt, voorafgaand aan Gabriëls uitleg van het gezicht dat Daniël zag. Het gezicht bracht een scheiding teweeg tussen twee klassen van aanbidders. Het eeuwige evangelie brengt altijd twee klassen van aanbidders voort. Daniël vertegenwoordigde de klasse van aanbidders die wordt voorgesteld als de honderdvierenveertigduizend, in tegenstelling tot de klasse die in vrees voor het gezicht vluchtte.
Prior to chapter ten Gabriel came three times to Daniel to interpret a vision. He interpreted the visions of chapters seven and eight, which illustrated the kingdoms of Bible prophecy in both their political manifestation (chapter seven), and their religious manifestation (chapter eight). Then in chapter nine Gabriel interpreted the twenty-three-hundred-year prophecy. Gabriel arrives in chapter ten to finish the interpretation that was left incomplete in chapter nine, and to provide Daniel with the interpretation of the vision which produced the two classes of worshippers. Gabriel first provides Daniel with a general overview of the vision in verse fourteen.
Vóór hoofdstuk tien kwam Gabriël driemaal tot Daniël om een visioen uit te leggen. Hij legde de visioenen van de hoofdstukken zeven en acht uit, die de koninkrijken van de Bijbelse profetie afbeeldden, zowel in hun politieke manifestatie (hoofdstuk zeven) als in hun religieuze manifestatie (hoofdstuk acht). Vervolgens legde Gabriël in hoofdstuk negen de profetie van tweeduizend driehonderd jaar uit. In hoofdstuk tien komt Gabriël om de uitleg te voltooien die in hoofdstuk negen onvoltooid was gebleven, en om Daniël de uitleg te geven van het visioen dat de twee klassen van aanbidders voortbracht. Eerst geeft Gabriël Daniël in vers veertien een algemeen overzicht van het visioen.
Now I am come to make thee understand what shall befall thy people in the latter days: for yet the vision is for many days. Daniel 10:14.
Nu ben ik gekomen om u te doen verstaan wat uw volk in de laatste dagen zal overkomen; want het gezicht betreft nog vele dagen. Daniël 10:14.
The vision of Christ, which produced two classes of worshippers, represents what shall befall God’s people in the last days. The interpretation of chapters seven and eight was an interpretation of the history represented by the rise and fall of the kingdoms of Bible prophecy, as illustrated by beasts of prey and sanctuary animals respectively. The interpretation of chapter nine, was a detailed breakdown of the different prophetic periods represented within the prophecy of twenty-three hundred years. Somehow the vision of the glorified Christ in chapter ten represented what shall befall God’s people in the last days. Before Gabriel begins with the detailed outline of history, which is the interpretation of the vision of the glorified Christ, he reminds Daniel that he has already told Daniel what the interpretation represents.
Het visioen van Christus, dat twee klassen van aanbidders voortbracht, stelt voor wat Gods volk in de laatste dagen zal overkomen. De uitleg van hoofdstukken zeven en acht was een uitleg van de geschiedenis die werd voorgesteld door de opkomst en ondergang van de koninkrijken van de Bijbelse profetie, respectievelijk geïllustreerd door roofdieren en dieren van het heiligdom. De uitleg van hoofdstuk negen was een gedetailleerde uiteenzetting van de verschillende profetische perioden die binnen de profetie van tweeduizend driehonderd jaar worden voorgesteld. Op de een of andere wijze stelde het visioen van de verheerlijkte Christus in hoofdstuk tien voor wat Gods volk in de laatste dagen zal overkomen. Voordat Gabriël begint met de gedetailleerde schets van de geschiedenis, die de uitleg is van het visioen van de verheerlijkte Christus, herinnert hij Daniël eraan dat hij Daniël reeds heeft meegedeeld wat de uitleg voorstelt.
Then said he, Knowest thou wherefore I come unto thee? and now will I return to fight with the prince of Persia: and when I am gone forth, lo, the prince of Grecia shall come. Daniel 10:20.
Toen zei hij: Weet gij waarom ik tot u gekomen ben? Nu zal ik terugkeren om te strijden tegen de vorst van Perzië; en wanneer ik zal zijn heengegaan, zie, dan zal de vorst van Griekenland komen. Daniël 10:20.
Gabriel reminds Daniel that he had told Daniel in verse fourteen, that he had come to make Daniel understand what shall befall God’s people in the last days, and he expected Daniel to place the following presentation of prophetic history in that context. Daniel had been seeking a specific understanding from the first day in which he began to mourn.
Gabriël herinnert Daniël eraan dat hij Daniël in vers veertien had gezegd dat hij was gekomen om Daniël te doen verstaan wat Gods volk in de laatste dagen zal overkomen, en hij verwachtte dat Daniël de volgende uiteenzetting van de profetische geschiedenis in dat verband zou plaatsen. Daniël had vanaf de eerste dag waarop hij begon te treuren een specifiek inzicht gezocht.
Then said he unto me, Fear not, Daniel: for from the first day that thou didst set thine heart to understand, and to chasten thyself before thy God, thy words were heard, and I am come for thy words. But the prince of the kingdom of Persia withstood me one and twenty days: but, lo, Michael, one of the chief princes, came to help me; and I remained there with the kings of Persia. Daniel 10:12, 13.
Toen zei hij tot mij: Vrees niet, Daniël; want vanaf de eerste dag dat gij uw hart erop gezet had om inzicht te verkrijgen en u te verootmoedigen voor het aangezicht van uw God, zijn uw woorden gehoord, en om uw woorden ben ik gekomen. Maar de vorst van het koninkrijk van Perzië stond mij eenentwintig dagen tegen; maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam om mij te helpen; en ik bleef daar bij de koningen van Perzië. Daniël 10:12, 13.
After Daniel’s three weeks of mourning, he saw the vision of Christ, that prophetically aligned with the vision of Christ that John in Patmos had witnessed.
Na Daniëls drie weken van rouw zag hij het visioen van Christus, dat profetisch overeenkwam met het visioen van Christus dat Johannes op Patmos had aanschouwd.
“No less a personage than the Son of God appeared to Daniel. This description is similar to that given by John when Christ was revealed to him upon the Isle of Patmos. Our Lord now comes with another heavenly messenger to teach Daniel what would take place in the latter days. This knowledge was given to Daniel and recorded by inspiration for us upon whom the ends of the world are come.
Niemand minder dan de Zoon van God verscheen aan Daniël. Deze beschrijving is overeenkomstig die welke door Johannes werd gegeven toen Christus aan hem werd geopenbaard op het eiland Patmos. Onze Heer komt nu met een andere hemelse boodschapper om Daniël te onderrichten aangaande wat in de laatste dagen zou plaatsvinden. Deze kennis werd aan Daniël gegeven en onder inspiratie voor ons opgetekend, over wie het einde der eeuwen gekomen is.
“The great truths revealed by the world’s Redeemer are for those who search for truth as for hid treasures. Daniel was an aged man. His life had been passed amid the fascinations of a heathen court, his mind cumbered with the affairs of a great empire; yet he turns aside from all these to afflict his soul before God, and seek a knowledge of the purposes of the Most High. And in response to his supplications, light from the heavenly courts was communicated for those who should live in the latter days. With what earnestness, then, should we seek God, that he may open our understanding to comprehend the truths brought to us from Heaven.
„De grote waarheden die door de Verlosser der wereld zijn geopenbaard, zijn bestemd voor hen die naar de waarheid zoeken als naar verborgen schatten. Daniël was een bejaard man. Zijn leven was doorgebracht te midden van de bekoringen van een heidens hof, zijn geest belast met de aangelegenheden van een groot rijk; toch wendt hij zich van dit alles af om zijn ziel voor God te verootmoedigen en kennis te zoeken van de voornemens van de Allerhoogste. En als antwoord op zijn smekingen werd licht uit de hemelse voorhoven meegedeeld ten behoeve van hen die in de laatste dagen zouden leven. Met welke ernst behoren wij dan God te zoeken, opdat Hij ons verstand opene om de waarheden te begrijpen die vanuit de Hemel tot ons zijn gebracht.
“‘And I Daniel alone saw the vision; for the men that were with me saw not the vision; but a great quaking fell upon them, so that they fled to hide themselves…. And there remained no strength in me; for my comeliness was turned in me into corruption, and I retained no strength.’ Such will be the experience of every one who is truly sanctified. The clearer their views of the greatness, glory, and perfection of Christ, the more vividly will they see their own weakness and imperfection. They will have no disposition to claim a sinless character; that which has appeared right and comely in themselves will, in contrast with Christ’s purity and glory, appear only as unworthy and corruptible. It is when men are separated from God, when they have very indistinct views of Christ, that they say, ‘I am sinless; I am sanctified.’
‘En ik, Daniël, zag alleen het gezicht; want de mannen die bij mij waren, zagen het gezicht niet; maar een grote beving viel op hen, zodat zij vluchtten om zich te verbergen…. En er bleef geen kracht in mij over; want mijn schoonheid werd in mij veranderd in verderf, en ik behield geen kracht.’ Zodanig zal de ervaring zijn van ieder die waarlijk geheiligd is. Hoe duidelijker hun inzicht in de grootheid, heerlijkheid en volmaaktheid van Christus is, des te levendiger zullen zij hun eigen zwakheid en onvolmaaktheid zien. Zij zullen geenszins geneigd zijn een zondeloos karakter voor zich op te eisen; wat in henzelf juist en schoon is gebleken, zal, in tegenstelling tot de reinheid en heerlijkheid van Christus, slechts onwaardig en verderfelijk schijnen. Het is wanneer mensen van God gescheiden zijn, wanneer zij zeer onduidelijke voorstellingen van Christus hebben, dat zij zeggen: ‘Ik ben zondeloos; ik ben geheiligd.’
“Gabriel then appeared to the prophet, and thus addressed him; ‘O Daniel, a man greatly beloved, understand the words that I speak unto thee, and stand upright; for unto thee am I now sent. And when he had spoken this word unto me, I stood trembling. Then said he unto me, Fear not, Daniel; for from the first day that thou didst set thine heart to understand, and to chasten thyself before thy God, thy words were heard, and I am come for thy words.’
“Gabriël verscheen toen aan de profeet en sprak hem aldus aan: ‘O Daniël, gij zeer geliefde man, versta de woorden die ik tot u spreek, en sta rechtop; want tot u ben ik nu gezonden. En toen hij dit woord tot mij gesproken had, stond ik bevende op. Toen zeide hij tot mij: Vrees niet, Daniël; want vanaf de eerste dag dat gij uw hart erop gezet hebt om inzicht te verkrijgen en uzelf voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en om uw woorden ben ik gekomen.’”
“What great honor was shown to Daniel by the Majesty of Heaven! He comforts his trembling servant, and assures him that his prayer was heard in Heaven, and that in answer to that fervent petition, the angel Gabriel was sent to affect the heart of the Persian king. The monarch had resisted the impressions of the Spirit of God during the three weeks while Daniel was fasting and praying, but Heaven’s Prince, the archangel, Michael, was sent to turn the heart of the stubborn king to take some decided action to answer the prayer of Daniel.
“Welk een grote eer werd Daniël bewezen door de Majesteit des hemels! Hij troost Zijn bevende dienstknecht en verzekert hem dat zijn gebed in de hemel was gehoord, en dat, als antwoord op die vurige smeekbede, de engel Gabriël was gezonden om het hart van de Perzische koning te beïnvloeden. De vorst had zich gedurende de drie weken waarin Daniël vastte en bad, verzet tegen de indrukken van de Geest van God; maar de Vorst des hemelscharen, de aartsengel Michaël, werd gezonden om het hart van de hardnekkige koning te bewegen tot een besliste handeling ter beantwoording van het gebed van Daniël.
“‘And when he had spoken such words unto me, I set my face toward the ground, and I became dumb. And behold, one like the similitude of the sons of men touched my lips…. And said, O man greatly beloved, fear not: peace be unto thee; be strong, yea, be strong. And when he had spoken unto me, I was strengthened, and said, Let my lord speak; for thou hast strengthened me.’ So great was the divine glory revealed to Daniel that he could not endure the sight. Then the messenger of Heaven veiled the brightness of his presence and appeared to the prophet as ‘one like the similitude of the sons of men.’ By his divine power he strengthened this man of integrity and of faith, to hear the message sent to him from God.
“‘En toen hij zulke woorden tot mij gesproken had, wendde ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd stom. En zie, iemand, gelijk de gelijkenis der mensenkinderen, raakte mijn lippen aan…. En hij zeide: Gij, zeer beminde man, vrees niet; vrede zij u; wees sterk, ja, wees sterk. En toen hij tot mij gesproken had, werd ik gesterkt, en ik zeide: Mijn heer spreke; want gij hebt mij gesterkt.’ Zo groot was de goddelijke heerlijkheid die aan Daniël geopenbaard werd, dat hij de aanblik niet kon verdragen. Toen bedekte de boodschapper des Hemels de glans van zijn tegenwoordigheid en verscheen aan de profeet als ‘iemand, gelijk de gelijkenis der mensenkinderen.’ Door zijn goddelijke kracht sterkte hij deze man van rechtschapenheid en geloof, opdat hij de boodschap zou kunnen aanhoren die hem van God gezonden was.
“Daniel was a devoted servant of the Most High. His long life was filled up with noble deeds of service for his Master. His purity of character, and unwavering fidelity, are equaled only by his humility of heart and his contrition before God. We repeat, The life of Daniel is an inspired illustration of true sanctification.” Review and Herald, February 8, 1881.
“Daniël was een toegewijde dienaar van de Allerhoogste. Zijn lange leven was vervuld van edele daden van dienst voor zijn Meester. Zijn zuiverheid van karakter en onwankelbare trouw worden slechts geëvenaard door zijn nederigheid van hart en zijn berouw voor God. Wij herhalen: Het leven van Daniël is een geïnspireerde illustratie van ware heiliging.” Review and Herald, 8 februari 1881.
Daniel’s experience in chapter ten, represents God’s people in the last days, who as Daniel and John, understand the Revelation of Jesus Christ. The key to placing Daniel into the prophetic history where his experience is located is based upon the fact that he was in mourning, and that Michael was sent at the conclusion of the twenty-one days. In the first verse, Daniel records that he had understanding of both the internal and external visions of prophecy. Prior to the twenty-one days Daniel had an incomplete understanding of the two visions, but with the interpretation of Gabriel, Daniel fully grasps the “thing” and the “vision” as different revelations.
Daniëls ervaring in hoofdstuk tien vertegenwoordigt Gods volk in de laatste dagen, dat evenals Daniël en Johannes de Openbaring van Jezus Christus verstaat. De sleutel om Daniël in de profetische geschiedenis te plaatsen waarin zijn ervaring zich bevindt, berust op het feit dat hij in rouw verkeerde en dat Michaël aan het einde van de eenentwintig dagen werd gezonden. In het eerste vers vermeldt Daniël dat hij inzicht had in zowel de innerlijke als de uiterlijke gezichten van de profetie. Vóór de eenentwintig dagen had Daniël een onvolledig begrip van de twee gezichten, maar met de uitleg van Gabriël begrijpt Daniël ten volle het “woord” en het “gezicht” als onderscheiden openbaringen.
“As the time approached for the close of the seventy years’ captivity, Daniel’s mind became greatly exercised upon the prophecies of Jeremiah. He saw that the time was at hand when God would give his chosen people another trial; and with fasting, humiliation, and prayer, he importuned the God of Heaven in behalf of Israel, in these words: ‘O Lord, the great and dreadful God, keeping the covenant and mercy to them that love him, and to them that keep his commandments’; we have sinned, and have committed iniquity, and have done wickedly, and have rebelled, even by departing from thy precepts and from thy judgments; neither have we hearkened unto thy servants the prophets, which spake in thy name to our kings, our princes, and our fathers, and to all the people of the land.’
‘Toen de tijd naderde waarop de zeventigjarige gevangenschap zou eindigen, werd Daniëls geest diep bewogen door de profetieën van Jeremia. Hij zag dat de tijd nabij was waarin God zijn uitverkoren volk opnieuw op de proef zou stellen; en met vasten, verootmoediging en gebed smeekte hij de God des hemels ten behoeve van Israël, met deze woorden: “O Heere, grote en geduchte God, Die het verbond en de barmhartigheid houdt voor hen die Hem liefhebben en voor hen die zijn geboden onderhouden”; wij hebben gezondigd, en ongerechtigheid bedreven, en goddeloos gehandeld, en zijn weerspannig geweest, ja, door af te wijken van uw inzettingen en van uw verordeningen; ook hebben wij niet geluisterd naar uw knechten, de profeten, die in uw Naam gesproken hebben tot onze koningen, onze vorsten en onze vaderen, en tot al het volk van het land.’
“Notice these words. Daniel does not proclaim his own fidelity before the Lord. Instead of claiming to be pure and holy, he identifies himself with the really sinful of Israel. The wisdom which God imparted to him was as far superior to the wisdom of the wise men of the world as the light of the sun shining in the heavens at noonday is brighter than the feeblest star. Yet ponder the prayer from the lips of this man so highly favored of Heaven. With deep humiliation, with tears, and with rending of heart, he pleads for himself and for his people. He lays his soul open before God, confessing his own vileness, and acknowledging the Lord’s greatness and majesty.
“Let op deze woorden. Daniël verkondigt niet zijn eigen trouw voor het aangezicht van de Heer. In plaats van aanspraak te maken op reinheid en heiligheid, vereenzelvigt hij zich met de waarlijk zondigen van Israël. De wijsheid die God hem schonk, was de wijsheid van de wijzen der wereld evenzeer te boven als het licht van de zon, die op de middaghemel schijnt, helderder is dan de zwakste ster. Overdenk echter het gebed dat over de lippen komt van deze man, die zo hoog door de hemel werd begunstigd. In diepe verootmoediging, met tranen en met verscheuring van het hart, pleit hij voor zichzelf en voor zijn volk. Hij legt zijn ziel open voor God, belijdt zijn eigen verdorvenheid en erkent de grootheid en majesteit van de Heer.”
“What earnestness and fervor characterize his supplications! He is coming nearer and nearer to God. The hand of faith is reached upward to grasp the never-failing promises of the Most High. His soul is wrestling in agony. And he has the evidence that his prayer is heard. He feels that victory is his. If we as a people would pray as Daniel prayed, and wrestle as he wrestled, humbling our souls before God, we should realize as marked answers to our petitions as were granted to Daniel. Hear how he presses his case at the court of Heaven:
“Welke ernst en vurigheid kenmerken zijn smekingen! Hij komt God steeds nader en nader. De hand van het geloof wordt omhooggestrekt om de nimmer falende beloften van de Allerhoogste te grijpen. Zijn ziel worstelt in doodsangst. En hij heeft het bewijs dat zijn gebed verhoord wordt. Hij voelt dat de overwinning de zijne is. Indien wij als volk zouden bidden zoals Daniël bad, en worstelen zoals hij worstelde, terwijl wij onze zielen voor God verootmoedigen, zouden wij even duidelijke antwoorden op onze smeekbeden ontvangen als aan Daniël werden geschonken. Hoor hoe hij zijn zaak voor het hof des Hemels bepleit:
“‘O my God, incline thine ear, and hear; open thine eyes, and behold our desolations, and the city which is called by thy name; for we do not present our supplications before thee for our righteousnesses, but for thy great mercies. O Lord, hear; O Lord, forgive; O Lord, hearken and do; defer not, for thine own sake, O my God; for thy city and thy people are called by thy name. And whilst I was speaking and praying, and confessing my sin and the sin of my people, … even the man Gabriel, whom I had seen in the vision at the beginning, being caused to fly swiftly, touched me about the time of the evening oblation.’
“‘O mijn God, neig Uw oor en hoor; open Uw ogen en aanschouw onze verwoestingen en de stad die naar Uw naam genoemd is; want wij leggen onze smekingen niet voor Uw aangezicht neer om onze gerechtigheden, maar om Uw grote barmhartigheden. O Heere, hoor; O Heere, vergeef; O Heere, merk op en doe het; stel niet uit, om Uwszelfs wil, o mijn God; want Uw stad en Uw volk zijn naar Uw naam genoemd. En terwijl ik sprak en bad, en mijn zonde en de zonde van mijn volk beleed, … raakte de man Gabriël, die ik in het begin in het gezicht gezien had, mij aan, nadat hij snel komen aanvliegen was, omstreeks de tijd van het avondoffer.’”
“As Daniel’s prayer is going forth, the angel Gabriel comes sweeping down from the heavenly courts, to tell him that his petitions are heard and answered. This mighty angel has been commissioned to give him skill and understanding,—to open before him the mysteries of future ages. Thus, while earnestly seeking to know and understand the truth, Daniel was brought into communion with Heaven’s delegated messenger.
“Terwijl Daniëls gebed opsteeg, kwam de engel Gabriël vanuit de hemelse hoven snel nederdalen om hem mee te delen dat zijn smekingen gehoord en verhoord zijn. Deze machtige engel was opgedragen hem bekwaamheid en inzicht te verlenen,—om voor hem de verborgenheden van toekomstige eeuwen te ontsluiten. Zo werd Daniël, terwijl hij ernstig trachtte de waarheid te kennen en te verstaan, in gemeenschap gebracht met de door de hemel afgevaardigde boodschapper.
“The man of God was praying, not for a flight of happy feeling, but for a knowledge of the divine will. And he desired this knowledge, not merely for himself, but for his people. His great burden was for Israel, who were not, in the strictest sense, keeping the law of God. He acknowledges that all their misfortunes have come upon them in consequence of their transgressions of that holy law. He says, ‘We have sinned, we have done wickedly…. Because for our sins and for the iniquities of our fathers, Jerusalem and thy people are become a reproach to all that are about us.’ They had lost their peculiar, holy character as God’s chosen people. ‘Now therefore, O our God, hear the prayer of thy servant, and his supplications, and cause thy face to shine upon thy sanctuary that is desolate.’ Daniel’s heart turns with intense longing to the desolate sanctuary of God. He knows that its prosperity can be restored only as Israel shall repent of their transgressions of God’s law, and become humble, and faithful, and obedient.
„De man Gods bad niet om een opwelling van blij gevoel, maar om kennis van de goddelijke wil. En hij verlangde naar deze kennis niet slechts voor zichzelf, maar voor zijn volk. Zijn grote last gold Israël, dat in de striktste zin de wet van God niet onderhield. Hij erkent dat al hun rampspoeden over hen gekomen zijn ten gevolge van hun overtredingen van die heilige wet. Hij zegt: ‘Wij hebben gezondigd, wij hebben goddeloos gehandeld…. Want om onze zonden en om de ongerechtigheden van onze vaderen zijn Jeruzalem en uw volk tot een smaad geworden voor allen die rondom ons zijn.’ Zij hadden hun eigen, heilige karakter als Gods uitverkoren volk verloren. ‘Nu dan, o onze God, hoor het gebed van uw knecht en zijn smekingen, en doe uw aangezicht lichten over uw heiligdom, dat verwoest is.’ Daniels hart wendt zich met intens verlangen tot het verwoeste heiligdom van God. Hij weet dat de voorspoed ervan alleen hersteld kan worden wanneer Israël berouw zal hebben over zijn overtredingen van Gods wet en ootmoedig, getrouw en gehoorzaam zal worden.
“In answer to his petition, Daniel received not only the light and truth which he and his people most needed, but a view of the great events of the future, even to the advent of the world’s Redeemer. Those who claim to be sanctified, while they have no desire to search the Scriptures, or to wrestle with God in prayer for a clearer understanding of Bible truth, know not what true sanctification is.
Als antwoord op zijn smeking ontving Daniël niet alleen het licht en de waarheid die hij en zijn volk het meest nodig hadden, maar ook een blik op de grote gebeurtenissen van de toekomst, zelfs tot aan de komst van de Verlosser der wereld. Zij die beweren geheiligd te zijn, terwijl zij geen verlangen hebben de Schriften te onderzoeken of in gebed met God te worstelen om tot een helderder begrip van de Bijbelse waarheid te komen, weten niet wat ware heiliging is.
“All who believe with the heart the word of God will hunger and thirst for a knowledge of his will. God is the author of truth. He enlightens the darkened understanding, and gives to the human mind power to grasp and comprehend the truths which he has revealed.
Allen die met het hart het Woord van God geloven, zullen hongeren en dorsten naar kennis van Zijn wil. God is de oorsprong van de waarheid. Hij verlicht het verduisterde verstand en geeft het menselijk denken kracht om de waarheden die Hij heeft geopenbaard te vatten en te begrijpen.
“Daniel talked with God. Heaven was opened before him. But the high honors granted him were the result of humiliation and earnest seeking. He did not think, as do many at the present day, that it is no matter what we believe, if we are only honest, and love Jesus. True love for Jesus will lead to the most close and earnest inquiry as to what is truth. Christ prayed that his disciples might be sanctified through the truth. He who is too indolent to make anxious, prayerful search for truth, will be left to receive errors which shall prove the ruin of his soul.
‘Daniël sprak met God. De hemel werd voor hem geopend. Maar de hoge eerbewijzen die hem werden verleend, waren het gevolg van vernedering en ernstig zoeken. Hij dacht niet, zoals velen in deze tijd, dat het er niet toe doet wat wij geloven, als wij slechts oprecht zijn en Jezus liefhebben. Ware liefde tot Jezus zal leiden tot het nauwgezetste en ernstigste onderzoek naar wat waarheid is. Christus bad dat zijn discipelen door de waarheid geheiligd mochten worden. Wie te traag is om met zorg en gebed naar de waarheid te zoeken, zal eraan worden overgelaten dwalingen te aanvaarden die tot het verderf van zijn ziel zullen blijken te zijn.՛
“At the time of Gabriel’s visit, the prophet Daniel was unable to receive further instruction; but a few years afterward, desiring to know more of subjects not yet fully explained, he again set himself to seek light and wisdom from God. ‘In those days I Daniel was mourning three full weeks. I ate no pleasant bread, neither came flesh nor wine in my mouth, neither did I anoint myself at all…. Then I lifted up mine eyes, and looked, and behold a certain man clothed in linen whose loins were girded with fine gold of Uphaz. His body also was like the beryl, and his face as the appearance of lightning, and his eyes as lamps of fire, and his arms and his feet like in color to polished brass, and the voice of his words like the voice of a multitude.’
“Ten tijde van Gabriëls bezoek was de profeet Daniël niet in staat verdere onderrichting te ontvangen; maar enkele jaren later zette hij zich, verlangend meer te weten van onderwerpen die nog niet volledig waren verklaard, opnieuw ertoe om licht en wijsheid van God te zoeken. ‘In die dagen bedreef ik, Daniël, drie volle weken rouw. Ik at geen smakelijk brood, noch kwam vlees of wijn in mijn mond, noch zalfde ik mij in het geheel niet…. Toen hief ik mijn ogen op en zag, en zie, een zekere man, met linnen bekleed, wiens lendenen omgord waren met fijn goud van Ufaz. Ook zijn lichaam was als turkoois, en zijn aangezicht als de verschijning van de bliksem, en zijn ogen als vurige fakkels, en zijn armen en zijn voeten als de glans van gepolijst koper, en de stem van zijn woorden als het geluid van een menigte.’”
“No less a personage than the Son of God appeared to Daniel. This description is similar to that given by John when Christ was revealed to him upon the Isle of Patmos. Our Lord now comes with another heavenly messenger to teach Daniel what would take place in the latter days. This knowledge was given to Daniel and recorded by inspiration for us upon whom the ends of the world are come.” Review and Herald, February 8, 1881.
“Niemand minder dan de Zoon van God verscheen aan Daniël. Deze beschrijving is gelijk aan die welke door Johannes werd gegeven toen Christus aan hem werd geopenbaard op het eiland Patmos. Onze Heere komt nu met een andere hemelse boodschapper om Daniël te onderwijzen aangaande wat in de laatste dagen zou plaatsvinden. Deze kennis werd aan Daniël gegeven en door inspiratie voor ons opgetekend, over wie de einden der wereld gekomen zijn.” Review and Herald, 8 februari 1881.
The interpretation that Gabriel, “heaven’s delegated messenger,” was bringing to Daniel was the completion of the interpretation he had begun to provide to Daniel in chapter nine. The methodology of “line upon line,” requires that we align the interpretation and associated circumstances of both chapters nine and ten, together in order to rightly divide the prophetic illustration. It is in this interpretation that the visions of the Ulai and Hiddekel rivers join.
De uitleg die Gabriël, „de gedelegeerde boodschapper van de hemel”, aan Daniël bracht, was de voltooiing van de uitleg die hij in hoofdstuk negen aan Daniël was begonnen te geven. De methodologie van „regel op regel” vereist dat wij de uitleg en de daarmee samenhangende omstandigheden van zowel hoofdstuk negen als hoofdstuk tien met elkaar in overeenstemming brengen, teneinde de profetische voorstelling recht te verdelen. Het is in deze uitleg dat de visioenen van de rivieren Ulai en Hiddekel samenkomen.
Daniel had understood from the books of Jeremiah and Moses that the deliverance of God’s people was at hand. In so doing, Daniel represents God’s people of the last days that understand that the final deliverance of God’s people is at hand. Those last-day people will recognize that they have been spiritually scattered, as represented by Daniel who had been scattered into the slavery of the seventy years captivity in Babylon. They will then understand that they, as Daniel, must manifest the response to their scattered condition that agrees with the remedy represented by the “seven times,” of Leviticus chapter twenty-six.
Daniël had uit de boeken van Jeremia en Mozes begrepen dat de verlossing van Gods volk nabij was. Daarmee vertegenwoordigt Daniël Gods volk van de laatste dagen, dat begrijpt dat de uiteindelijke verlossing van Gods volk nabij is. Dat volk van de laatste dagen zal erkennen dat het geestelijk verstrooid is geweest, voorgesteld door Daniël, die verstrooid was in de slavernij van de zeventigjarige ballingschap in Babylon. Vervolgens zullen zij begrijpen dat zij, evenals Daniël, de reactie op hun verstrooide toestand moeten openbaren die overeenstemt met het geneesmiddel dat wordt voorgesteld door de „zeven tijden” van Leviticus, hoofdstuk zesentwintig.
When the experience of humility represented by Daniel, that is demanded by the remedy set forth in Leviticus twenty-six, is manifested in the last days, God’s last-day people will have been mourning for a specific period of time. That period of time concludes when Michael the archangel descends.
Wanneer de ervaring van nederigheid die door Daniël wordt voorgesteld, en die wordt vereist door het geneesmiddel dat in Leviticus zesentwintig wordt uiteengezet, in de laatste dagen wordt geopenbaard, zal Gods volk van de laatste dagen gedurende een bepaalde tijd hebben gerouwd. Die periode eindigt wanneer Michaël, de aartsengel, neerdaalt.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
And ye shall perish among the heathen, and the land of your enemies shall eat you up. And they that are left of you shall pine away in their iniquity in your enemies’ lands; and also in the iniquities of their fathers shall they pine away with them. If they shall confess their iniquity, and the iniquity of their fathers, with their trespass which they trespassed against me, and that also they have walked contrary unto me; And that I also have walked contrary unto them, and have brought them into the land of their enemies; if then their uncircumcised hearts be humbled, and they then accept of the punishment of their iniquity: Then will I remember my covenant with Jacob, and also my covenant with Isaac, and also my covenant with Abraham will I remember; and I will remember the land. The land also shall be left of them, and shall enjoy her sabbaths, while she lieth desolate without them: and they shall accept of the punishment of their iniquity: because, even because they despised my judgments, and because their soul abhorred my statutes. And yet for all that, when they be in the land of their enemies, I will not cast them away, neither will I abhor them, to destroy them utterly, and to break my covenant with them: for I am the Lord their God. But I will for their sakes remember the covenant of their ancestors, whom I brought forth out of the land of Egypt in the sight of the heathen, that I might be their God: I am the Lord. Leviticus 26:38–45.
En gij zult omkomen onder de heidenen, en het land uwer vijanden zal u verteren. En wie van u overblijven, zullen wegkwijnen in hun ongerechtigheid in de landen uwer vijanden; en ook in de ongerechtigheden hunner vaderen zullen zij met hen wegkwijnen. Indien zij dan hun ongerechtigheid belijden, en de ongerechtigheid hunner vaderen, met hun overtreding waarmee zij tegen Mij overtreden hebben, en ook dat zij Mij tegengegaan zijn; en dat ook Ik hun tegengegaan ben en hen in het land hunner vijanden gebracht heb; indien dan hun onbesneden hart vernederd wordt, en zij dan de straf voor hun ongerechtigheid aanvaarden: dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond met Jakob, en ook aan Mijn verbond met Izak, en ook aan Mijn verbond met Abraham zal Ik gedenken; en Ik zal het land gedenken. Ook zal het land door hen verlaten zijn, en het zal zijn sabbatten genieten, terwijl het woest ligt zonder hen; en zij zullen de straf voor hun ongerechtigheid aanvaarden, omdat, ja, omdat zij Mijn verordeningen veracht hebben, en omdat hun ziel een afkeer had van Mijn inzettingen. Maar zelfs dan, wanneer zij in het land hunner vijanden zijn, zal Ik hen niet verwerpen, noch van hen walgen, om hen geheel te verdelgen en Mijn verbond met hen te verbreken; want Ik ben de HEERE, hun God. Maar Ik zal om hunnentwil gedenken aan het verbond hunner voorouders, die Ik uit het land Egypte heb uitgeleid voor de ogen der heidenen, opdat Ik hun tot een God zou zijn: Ik ben de HEERE. Leviticus 26:38–45.