In Daniel chapter ten, Gabriel is accomplishing the work of presenting the complete interpretation of the book of Daniel to God’s last day people. Daniel represents God’s last day people, who, in the book of Revelation, are the one hundred and forty-four thousand. As such, the one hundred and forty-four thousand awaken to recognize they have been scattered, as represented by Daniel in chapter nine. They also awaken to the understanding that the great test by which their eternal destiny is decided is the image of the beast test, which takes place before they are sealed, and before probation closes at the Sunday law in the United States. They are mourning the disappointment that confronted them on July 18, 2020, and in that condition, they are given a view of Christ in the Most Holy Place, as represented by Isaiah in chapter six.

In Daniël hoofdstuk tien volbrengt Gabriël het werk om de volledige uitleg van het boek Daniël aan Gods volk van de laatste dagen voor te leggen. Daniël vertegenwoordigt Gods volk van de laatste dagen, dat in het boek Openbaring wordt aangeduid als de honderdvierenveertigduizend. Als zodanig ontwaken de honderdvierenveertigduizend tot het besef dat zij verstrooid zijn geweest, zoals door Daniël in hoofdstuk negen wordt voorgesteld. Zij ontwaken ook tot het inzicht dat de grote beproeving waardoor hun eeuwige bestemming wordt beslist, de beproeving van het beeld van het beest is, die plaatsvindt voordat zij verzegeld worden, en voordat de genadetijd sluit bij de zondagswet in de Verenigde Staten. Zij treuren over de teleurstelling die hen op 18 juli 2020 trof, en in die toestand wordt hun een gezicht op Christus in het Allerheiligste gegeven, zoals door Jesaja in hoofdstuk zes wordt voorgesteld.

That vision, as represented by both Daniel and Isaiah allows them to see their corrupted condition before the Lord of glory, and both are humbled into the dust. Isaiah then hears the question asking who God would send to His people, and Isaiah volunteers, but he is first purified.

Dat visioen, zoals zowel Daniël als Jesaja het weergeven, stelt hen in staat hun verdorven toestand te zien voor de Heere der heerlijkheid, en beiden worden vernederd tot in het stof. Jesaja hoort vervolgens de vraag wie God tot Zijn volk zou zenden, en Jesaja biedt zich aan, maar eerst wordt hij gereinigd.

Then said I, Woe is me! for I am undone; because I am a man of unclean lips, and I dwell in the midst of a people of unclean lips: for mine eyes have seen the King, the Lord of hosts. Then flew one of the seraphims unto me, having a live coal in his hand, which he had taken with the tongs from off the altar: And he laid it upon my mouth, and said, Lo, this hath touched thy lips; and thine iniquity is taken away, and thy sin purged. Also I heard the voice of the Lord, saying, Whom shall I send, and who will go for us? Then said I, Here am I; send me. Isaiah 6:5–8.

Toen zei ik: Wee mij! want ik verga; omdat ik een man ben met onreine lippen, en woon te midden van een volk met onreine lippen; want mijn ogen hebben de Koning, de HEERE der heirscharen, gezien. Toen vloog een van de serafs naar mij toe, met een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar had genomen. En hij raakte daarmee mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; zo is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend. Ook hoorde ik de stem van de Heere, die zei: Wie zal Ik zenden, en wie zal voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik; zend mij. Jesaja 6:5–8.

Isaiah was purified with a coal from off the altar, and Daniel was purified by beholding the looking glass causative vision, that causes the beholder to change into the image he beholds. Isaiah is told to take the message to a people who hearing do not hear, and seeing do not see.

Jesaja werd gereinigd met een kool van het altaar, en Daniël werd gereinigd door het aanschouwen van de spiegelveroorzakende visie, die maakt dat de aanschouwer veranderd wordt naar het beeld dat hij aanschouwt. Tot Jesaja wordt gezegd dat hij de boodschap moet brengen aan een volk dat horende niet hoort, en ziende niet ziet.

And he said, Go, and tell this people, Hear ye indeed, but understand not; and see ye indeed, but perceive not. Make the heart of this people fat, and make their ears heavy, and shut their eyes; lest they see with their eyes, and hear with their ears, and understand with their heart, and convert, and be healed. Isaiah 6:9, 10.

En Hij zeide: Ga heen, en zeg tot dit volk: Horende zult gij horen, maar niet verstaan; en ziende zult gij zien, maar niet opmerken. Maak het hart van dit volk vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen; opdat zij niet met hun ogen zien, noch met hun oren horen, noch met hun hart verstaan, noch zich bekeren en genezen worden. Jesaja 6:9, 10.

Isaiah wishes to know how long he must interact with the people who understand and perceive not, so he asks the question of, “how long?”

Jesaja wenst te weten hoelang hij zich moet inlaten met het volk dat niet begrijpt en niet waarneemt; daarom stelt hij de vraag: „Hoe lang?”

Then said I, Lord, how long? And he answered, Until the cities be wasted without inhabitant, and the houses without man, and the land be utterly desolate, And the Lord have removed men far away, and there be a great forsaking in the midst of the land. Isaiah 6:11, 12.

Toen zei ik: Hoe lang, Heere? En Hij antwoordde: Totdat de steden verwoest zijn, zonder inwoner, en de huizen zonder mens, en het land volkomen verwoest is, en de Heere de mensen ver heeft weggenomen, en er een grote verlatenheid is in het midden van het land. Jesaja 6:11, 12.

The land that is the subject of Bible prophecy in the last days is the United States, who is “utterly desolated,” when national ruin is brought about by the national apostasy of the Sunday law. Verse forty-one of Daniel eleven, has been typified by verse sixteen of the same chapter. In verse forty-one the “great forsaking in the midst of the land” is identified as “many” being overthrown. Isaiah’s message, which was referred to by Jesus, when He addressed the quibbling Jews in His history among men, identifies that when a former covenant people are being passed by, they then have ears and eyes that do not understand or perceive. Isaiah’s message represents the final call to Laodicean Adventism, which ends at the Sunday law, where Laodicean Adventism is spewed out of the mouth of the Lord.

Het land dat in de profetie van de Bijbel betreffende de laatste dagen het onderwerp is, zijn de Verenigde Staten, die „volkomen verwoest” zijn, wanneer de nationale ondergang teweeggebracht wordt door de nationale afval van de zondagwet. Vers eenenveertig van Daniël elf is voorafgeschaduwd door vers zestien van hetzelfde hoofdstuk. In vers eenenveertig wordt de „grote verlating in het midden des lands” aangeduid als het ten val brengen van „velen”. De boodschap van Jesaja, waarnaar Jezus verwees toen Hij de vitzuchtige Joden aansprak gedurende Zijn geschiedenis onder de mensen, maakt duidelijk dat wanneer een voormalig verbondsvolk wordt voorbijgegaan, het dan oren en ogen heeft die niet verstaan of waarnemen. De boodschap van Jesaja vertegenwoordigt de laatste roep tot het Laodiceïsche adventisme, die eindigt bij de zondagwet, waar het Laodiceïsche adventisme uit de mond van de Heer wordt uitgespuwd.

He shall enter also into the glorious land, and many countries shall be overthrown: but these shall escape out of his hand, even Edom, and Moab, and the chief of the children of Ammon. Daniel 11:41.

Hij zal ook het heerlijke land binnentrekken, en vele landen zullen ten val komen; maar dezen zullen aan zijn hand ontkomen: Edom, Moab en het voornaamste van de kinderen van Ammon. Daniël 11:41.

Isaiah and Daniel are given the responsibility to present the final call to Laodicea, and at Daniel’s third touch in chapter ten he is strengthened for the task.

Jesaja en Daniël krijgen de verantwoordelijkheid om de laatste oproep aan Laodicea te brengen, en bij Daniëls derde aanraking in hoofdstuk tien wordt hij voor die taak versterkt.

Then there came again and touched me one like the appearance of a man, and he strengthened me, And said, O man greatly beloved, fear not: peace be unto thee, be strong, yea, be strong. And when he had spoken unto me, I was strengthened, and said, Let my lord speak; for thou hast strengthened me. Daniel 10:18, 19.

Toen kwam er opnieuw Eén die mij aanraakte, in de gestalte van een man, en Hij versterkte mij, en zei: O zeer geliefde man, vrees niet; vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk. En toen Hij tot mij gesproken had, werd ik versterkt, en zei ik: Mijn heer spreke; want gij hebt mij versterkt. Daniël 10:18, 19.

Daniel was strengthened to give the message that he came to understand when Michael descended in chapter ten. Isaiah was informed that he would need to give the message until the Sunday law. At the Sunday law a remnant would be established.

Daniël werd gesterkt om de boodschap te brengen die hij begon te begrijpen toen Michaël in hoofdstuk tien neerdaalde. Jesaja werd meegedeeld dat hij de boodschap zou moeten brengen tot aan de zondagswet. Bij de zondagswet zou een overblijfsel worden opgericht.

Then said I, Lord, how long? And he answered, Until the cities be wasted without inhabitant, and the houses without man, and the land be utterly desolate, And the Lord have removed men far away, and there be a great forsaking in the midst of the land. But yet in it shall be a tenth, and it shall return, and shall be eaten: as a teil tree, and as an oak, whose substance is in them, when they cast their leaves: so the holy seed shall be the substance thereof. Isaiah 6:11–13.

Toen zei ik: Heere, hoe lang? En Hij antwoordde: Totdat de steden verwoest zijn, zonder inwoner, en de huizen zonder mens, en het land volkomen verwoest is, en de Heere de mensen ver heeft weggedaan, en er een grote verlatenheid is in het midden van het land. Maar toch zal daarin een tiende deel zijn, en het zal wederkeren, en verteerd worden; zoals een terebint en zoals een eik, waarvan de stam nog in hen is, wanneer zij hun bladeren afwerpen: zo zal het heilige zaad de stam daarvan zijn. Jesaja 6:11–13.

When there would be “a great forsaking in the midst of the land” (at the Sunday law), there would be manifested a “tenth,” whose “substance” is “the holy seed.” The root of the Hebrew word translated as “tenth,” is “tithe.” The Lord will have a “tithe” that have “returned,” at the Sunday law.

Wanneer er „een grote verlating in het midden van het land” zou zijn (bij de zondagswet), zou er een „tiende” geopenbaard worden, waarvan de „substantie” „het heilige zaad” is. De wortel van het Hebreeuwse woord dat met „tiende” is vertaald, is „tiende”. De Heere zal bij de zondagswet een „tiende” hebben die „is teruggekeerd”.

And all the tithe of the land, whether of the seed of the land, or of the fruit of the tree, is the Lord’s: it is holy unto the Lord. And if a man will at all redeem ought of his tithes, he shall add thereto the fifth part thereof. And concerning the tithe of the herd, or of the flock, even of whatsoever passeth under the rod, the tenth shall be holy unto the Lord. Leviticus 27:30–32.

En alle tienden van het land, hetzij van het zaad van het land, hetzij van de vrucht van het geboomte, zijn des HEEREN; zij zijn de HEERE heilig. En indien iemand iets van zijn tienden wil lossen, dan zal hij daaraan het vijfde deel toevoegen. En aangaande de tienden van het rundvee of van het kleinvee, ja, van al wat onder de staf doorgaat, zal het tiende de HEERE heilig zijn. Leviticus 27:30–32.

The “tenth” that “returns” are holy unto the Lord, and they are the Lord’s portion.

Het „tiende” dat „terugkeert”, is de HEERE heilig, en het is het deel des HEEREN.

For the Lord’s portion is his people; Jacob is the lot of his inheritance. Deuteronomy 32:9.

Want des HEEREN deel is Zijn volk; Jakob is het erfdeel van Zijn bezitting. Deuteronomium 32:9.

Those who have returned before the Sunday law, are those represented by Jeremiah who have suffered the first disappointment, to whom the Lord had promised that if they would return, they would be the Lord’s mouth, or His spokesmen.

Degenen die vóór de zondagswet zijn teruggekeerd, zijn degenen die door Jeremia worden voorgesteld, die de eerste teleurstelling hebben doorgemaakt, aan wie de Heer had beloofd dat, indien zij zouden terugkeren, zij de mond des Heren, ofwel Zijn woordvoerders, zouden zijn.

Thy words were found, and I did eat them; and thy word was unto me the joy and rejoicing of mine heart: for I am called by thy name, O Lord God of hosts. I sat not in the assembly of the mockers, nor rejoiced; I sat alone because of thy hand: for thou hast filled me with indignation. Why is my pain perpetual, and my wound incurable, which refuseth to be healed? wilt thou be altogether unto me as a liar, and as waters that fail? Therefore thus saith the Lord, If thou return, then will I bring thee again, and thou shalt stand before me: and if thou take forth the precious from the vile, thou shalt be as my mouth: let them return unto thee; but return not thou unto them. And I will make thee unto this people a fenced brazen wall: and they shall fight against thee, but they shall not prevail against thee: for I am with thee to save thee and to deliver thee, saith the Lord. And I will deliver thee out of the hand of the wicked, and I will redeem thee out of the hand of the terrible. Jeremiah 15:16–21.

Uw woorden werden gevonden, en ik at ze op; en Uw woord was mij tot vreugde en blijdschap van mijn hart; want ik ben naar Uw naam genoemd, o HEERE, God der heerscharen. Ik zat niet in de vergadering der spotters, noch verheugde ik mij; ik zat alleen vanwege Uw hand, want Gij hebt mij met verontwaardiging vervuld. Waarom is mijn smart bestendig, en mijn wond ongeneeslijk, die weigert genezen te worden? Zult Gij voor mij geheel en al zijn als een leugenachtige beek, als wateren die ontbreken? Daarom, zo zegt de HEERE: Indien gij terugkeert, dan zal Ik u wederbrengen, en gij zult voor Mijn aangezicht staan; en indien gij het kostelijke afscheidt van het verachte, dan zult gij zijn als Mijn mond; laten zíj tot u terugkeren, maar gij, keer niet tot hen terug. En Ik zal u voor dit volk maken tot een versterkte koperen muur; en zij zullen tegen u strijden, maar zij zullen u niet overweldigen; want Ik ben met u om u te verlossen en u te redden, spreekt de HEERE. En Ik zal u bevrijden uit de hand der goddelozen, en Ik zal u verlossen uit de hand der geweldenaars. Jeremia 15:16–21.

The remnant or tenth that returns in Isaiah’s testimony were to be eaten, for they were given God’s message, and His Word was to be eaten. They were those who would be God’s mouth, and in so doing they would present God’s Word that was to be eaten by those seeking salvation. Jeremiah did not sit in the “assembly of mockers,” for, as with Daniel, when he saw the vision the “assembly of mockers” fled. Jeremiah had thought God lied to him, for God’s hand had allowed the first disappointment of April 19, 1844 in Millerite history, and July 18, 2020 in the last days. The promise for Jeremiah was that if he would “return,” and in Isaiah’s passage, the “tenth” “returns.”

Het overblijfsel, of het tiende deel dat in het getuigenis van Jesaja terugkeert, moest gegeten worden, want hun was Gods boodschap gegeven, en Zijn Woord moest gegeten worden. Zij waren degenen die Gods mond zouden zijn, en daardoor zouden zij Gods Woord brengen, dat gegeten moest worden door hen die het heil zoeken. Jeremia zat niet in de “vergadering der spotters”, want, evenals bij Daniël, vluchtte de “vergadering der spotters” weg toen hij het visioen zag. Jeremia had gedacht dat God tegen hem had gelogen, want Gods hand had de eerste teleurstelling van 19 april 1844 in de Milleritische geschiedenis, en van 18 juli 2020 in de laatste dagen, toegelaten. De belofte aan Jeremia was dat, indien hij zou “terugkeren”, en in de passage van Jesaja “keert” het “tiende deel” “terug”.

If Jeremiah “returns,” he is part of Isaiah’s “tenth,” which is holy, and is the Lord’s portion, whose “substance,” is in them. The Hebrew word “substance” means a pillar, and to be made into a “pillar,” is the promise given to the Philadelphians.

Als Jeremia „terugkeert”, maakt hij deel uit van Jesaja’s „tiende”, die heilig is en des Heren deel vormt, waarvan de „substantie” in hen is. Het Hebreeuwse woord „substantie” betekent een zuil, en tot een „zuil” gemaakt te worden, is de belofte die aan de Filadelfiërs is gegeven.

Him that overcometh will I make a pillar in the temple of my God, and he shall go no more out: and I will write upon him the name of my God, and the name of the city of my God, which is new Jerusalem, which cometh down out of heaven from my God: and I will write upon him my new name. He that hath an ear, let him hear what the Spirit saith unto the churches. Revelation 3:12, 13.

Wie overwint, hem zal Ik maken tot een pilaar in de tempel van Mijn God, en hij zal daar geenszins meer uitgaan; en Ik zal op hem schrijven de naam van Mijn God, en de naam van de stad van Mijn God, namelijk van het nieuwe Jeruzalem, dat uit de hemel van Mijn God neerdaalt; en Ik zal op hem Mijn nieuwe naam schrijven. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Openbaring 3:12, 13.

The “pillar,” that is their “substance,” represents the combination of Divinity and humanity, for Christ is the “pillar” that supports the temple.

De „zuil”, dat wil zeggen hun „substantie”, vertegenwoordigt de vereniging van goddelijkheid en menselijkheid, want Christus is de „zuil” die de tempel ondersteunt.

“While in this state of despondency I had a dream that made a deep impression upon my mind. I dreamed of seeing a temple, to which many persons were flocking. Only those who took refuge in that temple would be saved when time should close. All who remained outside would be forever lost. The multitudes without who were going about their various ways, derided and ridiculed those who were entering the temple, and told them that this plan of safety was a cunning deception, that in fact there was no danger whatever to avoid. They even laid hold of some to prevent them from hastening within the walls.

“Terwijl ik in deze toestand van moedeloosheid verkeerde, had ik een droom die een diepe indruk op mijn gemoed maakte. Ik droomde dat ik een tempel zag, waarheen vele mensen toestroomden. Alleen zij die in die tempel een toevlucht zochten, zouden gered worden wanneer de genadetijd ten einde zou zijn. Allen die buiten bleven, zouden voor eeuwig verloren gaan. De menigten daarbuiten, die ieder hun eigen weg gingen, bespotten en hoonden hen die de tempel binnengingen, en zeiden hun dat dit plan van veiligheid een listig bedrog was, en dat er in werkelijkheid in het geheel geen gevaar was om te ontvluchten. Zij grepen sommigen zelfs vast om te beletten dat zij zich zouden haasten binnen de muren.”

“Fearing to be ridiculed, I thought best to wait until the multitude dispersed, or until I could enter unobserved by them. But the numbers increased instead of diminishing, and fearful of being too late, I hastily left my home and pressed through the crowd. In my anxiety to reach the temple I did not notice or care for the throng that surrounded me. On entering the building, I saw that the vast temple was supported by one immense pillar, and to this was tied a lamb all mangled and bleeding. We who were present seemed to know that this lamb had been torn and bruised on our account. All who entered the temple must come before it and confess their sins.

“Uit vrees om bespot te worden, meende ik er goed aan te doen te wachten totdat de menigte uiteen was gegaan, of totdat ik ongemerkt door hen naar binnen kon gaan. Maar in plaats van af te nemen, nam hun aantal toe, en uit vrees te laat te komen verliet ik haastig mijn huis en drong mij door de menigte heen. In mijn angst om de tempel te bereiken, merkte ik de schare die mij omringde niet op en sloeg er ook geen acht op. Toen ik het gebouw binnentrad, zag ik dat de uitgestrekte tempel werd ondersteund door één geweldige zuil, en daaraan was een lam vastgebonden, geheel verminkt en bloedend. Wij die aanwezig waren, schenen te weten dat dit lam om onzentwil was verscheurd en verbrijzeld. Allen die de tempel binnengingen, moesten ervoor verschijnen en hun zonden belijden.

“Just before the lamb were elevated seats, upon which sat a company looking very happy. The light of heaven seemed to shine upon their faces, and they praised God and sang songs of glad thanksgiving that seemed like the music of the angels. These were they who had come before the lamb, confessed their sins, received pardon, and were now waiting in glad expectation of some joyful event.

Vlak vóór het lam stonden verhoogde zetels, waarop een gezelschap zat dat er zeer gelukkig uitzag. Het licht des hemels scheen op hun aangezichten, en zij loofden God en zongen liederen van blijde dankzegging, die klonken als de muziek der engelen. Dezen waren het die vóór het lam waren gekomen, hun zonden hadden beleden, vergeving hadden ontvangen, en nu in blijde verwachting wachtten op een of andere vreugdevolle gebeurtenis.

“Even after I had entered the building, a fear came over me, and a sense of shame that I must humble myself before these people. But I seemed compelled to move forward, and was slowly making my way around the pillar in order to face the lamb, when a trumpet sounded, the temple shook, shouts of triumph arose from the assembled saints, an awful brightness illuminated the building, then all was intense darkness. The happy people had all disappeared with the brightness, and I was left alone in the silent horror of night. I awoke in agony of mind and could hardly convince myself that I had been dreaming. It seemed to me that my doom was fixed, that the Spirit of the Lord had left me, never to return.” Testimonies, volume 1, 27.

„Zelfs nadat ik het gebouw was binnengegaan, kwam er een vrees over mij en een gevoel van schaamte dat ik mij voor deze mensen moest vernederen. Maar ik scheen gedwongen voort te gaan, en ik baande mij langzaam een weg om de zuil heen om het lam onder ogen te komen, toen een bazuin klonk, de tempel beefde, kreten van overwinning oprezen van de verzamelde heiligen, een ontzagwekkende helderheid het gebouw verlichtte, en toen werd alles in diepe duisternis gehuld. De gelukkige mensen waren allen met de helderheid verdwenen, en ik bleef alleen achter in de stille verschrikking van de nacht. Ik ontwaakte in zielenangst en kon mij er nauwelijks van overtuigen dat ik had gedroomd. Het scheen mij toe dat mijn lot bezegeld was, dat de Geest des Heren mij had verlaten om nooit terug te keren.” Testimonies, deel 1, 27.

The “substance,” that is within the tenth that returns is the “pillar” who supports the temple. Daniel saw the causative vision of the Lamb that was hung upon the pillar, and the Lamb was the “pillar”. When Daniel saw that great vision, he was changed into the image of the pillar, and Isaiah’s tenth, likewise have the “substance” (the pillar), within them, and that substance is to be “eaten”, by all who would enter the temple. Those who enter the temple, and eat the substance, are God’s other flock who respond to the message of the ensign that is lifted up at the Sunday law, when there is a great forsaking in the land. The “holy seed,” that is Isaiah’s substance, is the Lamb that was slain from the foundation of the world.

De „substantie” die zich binnen het tiende bevindt dat terugkeert, is de „zuil” die de tempel ondersteunt. Daniël zag het oorzakelijke visioen van het Lam dat aan de zuil gehangen was, en het Lam was de „zuil”. Toen Daniël dat grote visioen zag, werd hij veranderd naar het beeld van de zuil, en Jesaja’s tiende heeft eveneens de „substantie” (de zuil) in zich, en die substantie moet door allen die de tempel willen binnengaan, „gegeten” worden. Degenen die de tempel binnengaan en de substantie eten, zijn Gods andere kudde, die gehoor geeft aan de boodschap van het banier dat wordt opgericht bij de zondagswet, wanneer er een grote verlating in het land is. Het „heilige zaad”, dat Jesaja’s substantie is, is het Lam dat geslacht is vanaf de grondlegging der wereld.

The tenth who return will be delivered out of the hand of the wicked, when at the Sunday law the separation of Philadelphia and Laodicea is fixed for eternity, and many are then overthrown. Those overthrown are identified as the wicked who do not understand. They will also be delivered out of the hand of the terrible, for they will not receive the mark of the beast.

Het tiende deel dat terugkeert, zal verlost worden uit de hand van de goddelozen, wanneer bij de zondagswet de scheiding tussen Filadelfia en Laodicea voor de eeuwigheid wordt vastgelegd en velen dan ten val worden gebracht. Degenen die ten val worden gebracht, worden geïdentificeerd als de goddelozen die geen inzicht hebben. Zij zullen ook verlost worden uit de hand van de verschrikkelijke, want zij zullen het merkteken van het beest niet ontvangen.

Thus saith the Lord God; I will also make the multitude of Egypt to cease by the hand of Nebuchadrezzar king of Babylon. He and his people with him, the terrible of the nations, shall be brought to destroy the land: and they shall draw their swords against Egypt, and fill the land with the slain. And I will make the rivers dry, and sell the land into the hand of the wicked: and I will make the land waste, and all that is therein, by the hand of strangers: I the Lord have spoken it. Isaiah 30:10–12.

Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal ook de menigte van Egypte doen ophouden door de hand van Nebukadrezar, de koning van Babel. Hij en zijn volk met hem, de schrikwekkendsten der volken, zullen gebracht worden om het land te verderven; en zij zullen hun zwaarden trekken tegen Egypte en het land vullen met de verslagenen. En Ik zal de rivieren doen opdrogen en het land verkopen in de hand van de goddelozen; en Ik zal het land en al wat daarin is, door de hand van vreemden verwoesten: Ik, de HEERE, heb het gesproken. Jesaja 30:10–12.

The “terrible of nations” is the proxy army of the king of the north. The ensign that is lifted up at the Sunday law are delivered out of the hand of the foolish, or wicked virgins, and are also delivered out of the hand of the terrible of nations. The issue that we are addressing here is that Isaiah, and Daniel, and Jeremiah, and Ezekiel, and John are all used to represent the resurrection and empowerment of the one hundred and forty-four thousand who return from the disappointment of July 18, 2020. In Daniel’s final vision, the vision given by the river Hiddekel, Daniel is made to understand both the internal and external visions of God’s prophetic Word, and he is strengthened to present that message.

De „vreeswekkende der volken” is het plaatsvervangende leger van de koning van het noorden. Het vaandel dat bij de zondagswet wordt opgericht, wordt verlost uit de hand van de dwaze, of goddeloze, maagden, en wordt ook verlost uit de hand van de vreeswekkende der volken. De kwestie die wij hier behandelen, is dat Jesaja, en Daniël, en Jeremia, en Ezechiël, en Johannes allen worden gebruikt om de opstanding en bekrachtiging voor te stellen van de honderdvierenveertigduizend die terugkeren uit de teleurstelling van 18 juli 2020. In Daniëls laatste visioen, het visioen dat bij de rivier Hiddekel werd gegeven, wordt Daniël ertoe gebracht zowel de innerlijke als de uiterlijke visioenen van Gods profetische Woord te begrijpen, en hij wordt gesterkt om die boodschap te verkondigen.

The message of the internal and external is brought together with the prophetic definition of the head, or “fortress,” in verse ten, which identifies the Ukraine war that is currently being carried out by Putin. That key of identifying the head, has an internal and external application, and the beginning of that war marks the period when both heads become a subject of prophecy. The fortress or head as Russia identifies the second proxy war, that leads to the third proxy war, which marks the beginning of World War III, as typified by the battle of Panium in verse fifteen.

De boodschap van het innerlijke en het uiterlijke wordt samengebracht met de profetische definitie van het hoofd, of „vesting”, in vers tien, die de oorlog in Oekraïne identificeert die thans door Poetin wordt gevoerd. Die sleutel voor het identificeren van het hoofd heeft een innerlijke en uiterlijke toepassing, en het begin van die oorlog markeert de periode waarin beide hoofden onderwerp van profetie worden. De vesting of het hoofd als Rusland identificeert de tweede proxyoorlog, die leidt tot de derde proxyoorlog, welke het begin van de Derde Wereldoorlog markeert, zoals voorgesteld door de slag bij Panium in vers vijftien.

Verse sixteen is the Sunday law, and therefore from 2014, when the Ukrainian war commenced, as represented in verses eleven and twelve, until the Sunday law the final work involved with the sealing of God’s people is accomplished. Gabriel’s interpretation in Daniel chapter eleven, represents the message that sanctifies, or seals God’s people. To miss that fact is to miss everything. The prophecy that is unsealed, which in the book of Revelation is called the Revelation of Jesus Christ, and which the book of Revelation identifies as being unsealed just before the close of probation, is a specific passage from the book of Daniel.

Vers zestien is de zondagswet, en daarom wordt vanaf 2014, toen de Oekraïense oorlog begon, zoals voorgesteld in de verzen elf en twaalf, tot aan de zondagswet het laatste werk dat verband houdt met de verzegeling van Gods volk volbracht. Gabriëls uitleg in Daniël hoofdstuk elf vertegenwoordigt de boodschap die Gods volk heiligt, of verzegelt. Dat feit te missen, is alles te missen. De profetie die wordt ontzegeld, welke in het boek Openbaring de Openbaring van Jezus Christus wordt genoemd, en waarvan het boek Openbaring aangeeft dat zij vlak vóór het einde van de genadetijd wordt ontzegeld, is een specifieke passage uit het boek Daniël.

And he saith unto me, Seal not the sayings of the prophecy of this book: for the time is at hand. He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still. Revelation 22:10, 11.

En hij zeide tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij. Wie onrecht doet, laat hem nog meer onrecht doen; en wie verontreinigd is, laat hem nog meer verontreinigd worden; en wie rechtvaardig is, laat hem nog meer gerechtvaardigd worden; en wie heilig is, laat hem nog meer geheiligd worden. Openbaring 22:10, 11.

In the last days, there is a specific time when the final prophecy is unsealed, for the verse says “the time is at hand.” That very expression located in the final chapter of Revelation is found also in the first chapter.

In de laatste dagen is er een bepaalde tijd waarin de laatste profetie wordt ontzegeld, want het vers zegt: „de tijd is nabij.” Juist die uitdrukking, die in het laatste hoofdstuk van Openbaring voorkomt, is ook te vinden in het eerste hoofdstuk.

The Revelation of Jesus Christ, which God gave unto him, to show unto his servants things which must shortly come to pass; and he sent and signified it by his angel unto his servant John: Who bare record of the word of God, and of the testimony of Jesus Christ, and of all things that he saw. Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein: for the time is at hand. Revelation 1:1–3.

De openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden; en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en te kennen gegeven aan Zijn dienstknecht Johannes, die getuigenis afgelegd heeft van het woord van God, en van het getuigenis van Jezus Christus, en van alles wat hij gezien heeft. Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren hetgeen daarin geschreven staat; want de tijd is nabij. Openbaring 1:1–3.

Two hundred and twenty, and therefore twenty-two, are symbols of the combination of Divinity with humanity, and the final work of the third angel, which is the sealing of the one hundred and forty-four thousand, is accomplished within the prophetic context of the parable of the ten virgins. The wise virgins of the last days suffered their first disappointment on July 18, 2020, and they were scattered as dead bones in the street of Revelation chapter eleven, until July of 2023, twenty-two years after the sealing process began in 2001. The “time was then at hand,” and the Lord then raised up a “voice in the wilderness” who had received the message from Gabriel, who had received it from Christ, who had received it from the Father.

Tweehonderdtwintig, en derhalve tweeëntwintig, zijn symbolen van de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid, en het laatste werk van de derde engel, namelijk de verzegeling van de honderdvierendertigduizend, wordt volbracht binnen de profetische context van de gelijkenis van de tien maagden. De wijze maagden van de laatste dagen leden hun eerste teleurstelling op 18 juli 2020, en zij lagen verstrooid als dorre beenderen op de straat van Openbaring hoofdstuk elf, tot juli 2023, tweeëntwintig jaar nadat het verzegelingsproces in 2001 was begonnen. De „tijd was toen nabij”, en de Heere richtte toen een „stem in de woestijn” op, die de boodschap had ontvangen van Gabriël, die haar van Christus had ontvangen, Die haar van de Vader had ontvangen.

The voice then began to send the message to the churches, and it has been sent in the electronic fashion where it can be read and or heard, currently in over sixty languages. The portion of prophecy that was unsealed, that is that message is found in the book of Daniel.

De stem begon vervolgens de boodschap aan de gemeenten te zenden, en zij is verzonden op elektronische wijze, zodat zij gelezen en/of beluisterd kan worden, thans in meer dan zestig talen. Het gedeelte van de profetie dat ontzegeld werd, namelijk die boodschap, is te vinden in het boek Daniël.

“The book that was sealed is not the Revelation, but that portion of the prophecy of Daniel relating to the last days. The angel commanded, ‘But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end.’ Daniel 12:4.” Acts of the Apostles, 585.

„Het boek dat verzegeld was, is niet de Openbaring, maar dat gedeelte van de profetie van Daniël dat betrekking heeft op de laatste dagen. De engel gebood: ‘Maar gij, o Daniël, sluit de woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde.’ Daniël 12:4.” The Acts of the Apostles, 585.

The “portion of the prophecy of Daniel relating to the last days,” is verse forty. It is not simply verse forty, it is the portion of verse forty that is represented after the time of the end in 1989, and before the Sunday law of verse forty-one. The history of verse forty that has no mention within the verse itself is the portion of prophecy relating to the last days that was sealed up, and that since July, 2023 has been being unsealed for those who choose to see and hear.

Het „gedeelte van de profetie van Daniël dat betrekking heeft op de laatste dagen” is vers veertig. Het is niet eenvoudigweg vers veertig; het is het gedeelte van vers veertig dat wordt voorgesteld na de tijd van het einde in 1989 en vóór de zondagswet van vers eenenveertig. De geschiedenis van vers veertig, die in het vers zelf niet wordt vermeld, is het gedeelte van de profetie dat betrekking heeft op de laatste dagen en dat verzegeld was, en dat sinds juli 2023 voor hen die ervoor kiezen te zien en te horen, wordt ontzegeld.

Verse forty records nothing of the history that follows the collapse of the Soviet Union in 1989, until the Sunday law of verse forty-one, but it does provide the prophetic platform that other lines of prophecy are to be placed upon. Those who are unwilling to see and hear that the methodology of line upon line is the latter rain methodology do not have the ability to see the hidden history of verse forty, and that is the history that is the Revelation of Jesus Christ, which Gabriel came to interpret for John and Daniel.

Vers veertig vermeldt niets van de geschiedenis die volgt op de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989, tot aan de zondagswet van vers eenenveertig, maar het vers verschaft wel het profetische platform waarop andere profetische lijnen moeten worden geplaatst. Degenen die niet bereid zijn te zien en te horen dat de methodologie van regel op regel de methodologie van de late regen is, hebben niet het vermogen de verborgen geschiedenis van vers veertig te zien, en dat is de geschiedenis die de Openbaring van Jezus Christus is, welke Gabriël kwam uitleggen aan Johannes en Daniël.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“At Berea Paul again commenced his work by going into the synagogue of the Jews to preach the gospel of Christ. He says of them, ‘These were more noble than those in Thessalonica, in that they received the word with all readiness of mind, and searched the Scriptures daily, whether those things were so. Therefore many of them believed; also of honorable women which were Greeks, and of men, not a few.’

“In Berea begon Paulus zijn werk opnieuw door de synagoge van de Joden binnen te gaan om het evangelie van Christus te prediken. Over hen zegt hij: ‘Deze nu waren edeler dan die te Thessalonica, daar zij het woord met alle bereidwilligheid van geest ontvingen en dagelijks de Schriften onderzochten of deze dingen alzo waren. Velen dan van hen geloofden; ook van aanzienlijke Griekse vrouwen en van mannen, niet weinigen.’”

“In the presentation of the truth, those who honestly desire to be right will be awakened to a diligent searching of the Scriptures. This will produce results similar to those that attended the labors of the apostles in Berea. But those who preach the truth in these days meet many who are the opposite of the Bereans. They cannot controvert the doctrine presented to them, yet they manifest the utmost reluctance to investigate the evidence offered in its favor, and assume that even if it is the truth it is a matter of little consequence whether or not they accept it as such. They think that their old faith and customs are good enough for them. But the Lord, who sent out his ambassadors with a message to the world, will hold the people responsible for the manner in which they treat the words of his servants. God will judge all according to the light which has been presented to them, whether it is plain to them or not. It is their duty to investigate as did the Bereans. The Lord says through the prophet Hosea: ‘My people are destroyed for lack of knowledge; because thou hast rejected knowledge, I will also reject thee.’

„Bij de verkondiging van de waarheid zullen zij die oprecht begeren het rechte te kennen, opgewekt worden tot een ijverig onderzoek van de Schriften. Dit zal resultaten voortbrengen die overeenkomen met die welke het werk van de apostelen in Berea vergezelden. Maar zij die in deze dagen de waarheid prediken, ontmoeten velen die het tegendeel van de Bereeërs zijn. Zij kunnen de hun voorgehouden leer niet weerleggen, en toch tonen zij de grootst mogelijke onwil om het bewijs dat ten gunste ervan wordt aangevoerd te onderzoeken, en nemen aan dat het, zelfs als het de waarheid is, van weinig betekenis is of zij haar al dan niet als zodanig aannemen. Zij menen dat hun oude geloof en gewoonten voor hen goed genoeg zijn. Maar de Heere, die Zijn gezanten met een boodschap aan de wereld heeft uitgezonden, zal het volk verantwoordelijk houden voor de wijze waarop het de woorden van Zijn dienstknechten behandelt. God zal allen oordelen naar het licht dat hun is voorgehouden, of het hun nu duidelijk is of niet. Het is hun plicht te onderzoeken zoals de Bereeërs deden. De Heere zegt door de profeet Hosea: ‘Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis; omdat gij de kennis hebt verworpen, zal Ik ook u verwerpen.’”

“The minds of the Bereans were not narrowed by prejudice, and they were willing to investigate and receive the truths preached by the apostles. If the people of our time would follow the example of the noble Bereans, in searching the Scriptures daily, and in comparing the messages brought to them with what is there recorded, there would be thousands loyal to God’s law where there is one today. But many who profess to love God have no desire to change from error to truth, and they cling to the pleasing fables of the last days. Error blinds the mind and leads from God; but truth gives light to the mind, and life to the soul.” Sketches from the Life of Paul, 87, 88.

“De gezindheid van de Bereeërs werd niet vernauwd door vooroordeel, en zij waren bereid de door de apostelen verkondigde waarheden te onderzoeken en te aanvaarden. Indien de mensen van onze tijd het voorbeeld van de edele Bereeërs zouden volgen, door dagelijks de Schriften te onderzoeken en de hun gebrachte boodschappen te vergelijken met hetgeen daarin is opgetekend, zouden er duizenden zijn die trouw zijn aan Gods wet waar er heden ten dage één is. Maar velen die belijden God lief te hebben, hebben geen verlangen om van dwaling tot waarheid over te gaan, en zij houden vast aan de aangename fabels van de laatste dagen. Dwaling verblindt het verstand en voert van God af; maar waarheid verlicht het verstand en geeft leven aan de ziel.” Sketches from the Life of Paul, 87, 88.