We are now on sacred ground, in terms of the book of Daniel, for we have arrived at the verses which represent the Midnight Cry for the one hundred and forty-four thousand. The verses also identify the sealing of the ensign who are lifted up. These are the verses that are the portion from the book of Daniel that relates to the last days that is unsealed, and represent Daniel’s expression of the Revelation of Jesus Christ that is unsealed when the “time is at hand,” just before probation closes in verse sixteen.

Wij bevinden ons nu op heilige grond, wat het boek Daniël betreft, want wij zijn gekomen bij de verzen die de Middernachtsroep voor de honderdvierenveertigduizend vertegenwoordigen. De verzen identificeren ook de verzegeling van de banierdragers die worden opgeheven. Dit zijn de verzen die het gedeelte uit het boek Daniël vormen dat betrekking heeft op de laatste dagen en dat wordt ontzegeld, en zij vertegenwoordigen Daniëls uitdrukking van de Openbaring van Jezus Christus die wordt ontzegeld wanneer „de tijd nabij is”, vlak voordat de genadetijd in vers zestien wordt afgesloten.

It is Rome that establishes the vision, as represented in verse fourteen of chapter eleven, and it is therefore important to look closely at Rome as we navigate through verses eleven through fifteen, for where there is “no vision, the people perish,” and if you will not believe Isaiah chapter seven, verses eight and nine, “surely you will not be established.”

Het is Rome dat het visioen vaststelt, zoals voorgesteld in vers veertien van hoofdstuk elf, en daarom is het van belang Rome nauwlettend te bezien terwijl wij ons een weg banen door de verzen elf tot en met vijftien; want waar er „geen visioen” is, gaat het volk te gronde, en indien gij Jesaja hoofdstuk zeven, verzen acht en negen, niet zult geloven, „voorzeker zult gij niet bevestigd worden.”

Uriah Smith references a prophetic rule at least four times in his book, Daniel and the Revelation. That rule identifies that a prophetic power is not identified in prophecy until it becomes “connected” with the people of God. The first reference he addresses it is in connection with the introduction of Babylon into the prophetic testimony.

Uriah Smith verwijst in zijn boek, Daniel and the Revelation, ten minste viermaal naar een profetische regel. Die regel geeft aan dat een profetische macht in de profetie niet wordt geïdentificeerd voordat zij met het volk van God „verbonden” raakt. De eerste maal dat hij deze regel ter sprake brengt, doet hij dat in verband met de introductie van Babylon in het profetisch getuigenis.

“It is a manifest rule of interpretation that we may look for nations to be noticed in prophecy when they become so far connected with the people of God that mention of them becomes necessary to make the records of sacred history complete.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 46.

„Het is een duidelijke regel van uitlegging dat wij kunnen verwachten dat naties in de profetie worden vermeld wanneer zij zodanig met het volk van God verbonden raken dat vermelding ervan noodzakelijk wordt om de verslagen van de gewijde geschiedenis volledig te maken.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 46.

At least three other times, Smith addresses the rule, and he points to the “league” of the Jews in each of the three, but in one reference he identifies the league as being fulfilled in 162 BC, but the other two references are in agreement with the modern historians, who identify the fulfillment of the “league” of the Jews and Rome as 161 BC.

Ten minste drie andere keren gaat Smith in op de bond, en in elk van die drie wijst hij op het „verbond” van de Joden, maar in één verwijzing identificeert hij de vervulling van dat verbond als 162 v.Chr., terwijl de twee andere verwijzingen overeenstemmen met de moderne historici, die de vervulling van het „verbond” van de Joden en Rome op 161 v.Chr. stellen.

“It is unnecessary to remind the reader that earthly governments are not introduced into prophecy till they become in some way connected with the people of God. Rome became connected with the Jews, the people of God at that time, by the famous Jewish League, BC 161. 1 Maccabees 8; Josephus’s Antiquities, book 12, chapter 10, section 6; Prideaux, Vol. II, page 166. But seven years before this, that is, in BC 168, Rome had conquered Macedonia, and made that country a part of its empire. Rome is therefore introduced into prophecy just as, from the conquered Macedonian horn of the goat, it is going forth to new conquests in other directions. It therefore appeared to the prophet, or may be properly spoken of in this prophecy, as coming forth from one of the horns of the goat.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 175.

„Het is overbodig de lezer eraan te herinneren dat aardse regeringen niet in de profetie worden ingevoerd voordat zij op de een of andere wijze verbonden raken met het volk van God. Rome raakte verbonden met de Joden, het volk van God in die tijd, door het beroemde Joodse Verbond, 161 v.Chr. 1 Makkabeeën 8; Josephus’ Oudheden, boek 12, hoofdstuk 10, paragraaf 6; Prideaux, deel II, pagina 166. Maar zeven jaar daarvóór, dat wil zeggen in 168 v.Chr., had Rome Macedonië veroverd en dat land tot een deel van zijn rijk gemaakt. Rome wordt derhalve in de profetie ingevoerd juist op het moment dat het, vanuit de veroverde Macedonische hoorn van de bok, uitgaat tot nieuwe veroveringen in andere richtingen. Het verscheen de profeet daarom, of kan in deze profetie terecht zo worden aangeduid, als voortkomend uit een van de horens van de bok.” Uriah Smith, Daniël en de Openbaring, 175.

But Smith also states that it was 162 BC.

Maar Smith stelt ook dat het 162 v.Chr. was.

“The same power was also to stand in the Holy Land, and consume it. Rome became connected with the people of God, the Jews, by alliance, BC 162, from which date it holds a prominent place in the prophetic calendar. It did not, however, acquire jurisdiction over Judea by actual conquest till BC 63; and then in the following manner.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 259.

„Dezelfde macht zou ook in het Heilige Land standhouden en het verteren. Rome werd door een verbond verbonden met het volk van God, de Joden, in 162 v.Chr., vanaf welke datum het een vooraanstaande plaats inneemt in de profetische tijdrekening. Het verkreeg echter niet door daadwerkelijke verovering het gezag over Judea vóór 63 v.Chr.; en wel op de volgende wijze.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 259.

And then the third time he references the event, he again says 161 BC.

En wanneer hij dan voor de derde keer naar de gebeurtenis verwijst, zegt hij opnieuw 161 v.Chr.

“Having taken us down through the secular events of the empire to the end of the seventy weeks, the prophet, in verse 23, takes us back to the time when the Romans became directly connected with the people of God by the Jewish league, BC 161: from which point we are then taken down in a direct line of events to the final triumph of the church, and the setting up of God’s everlasting kingdom. The Jews, being grievously oppressed by the Syrian kings, sent an embassy to Rome, to solicit the aid of the Romans, and to join themselves in ‘a league of amity and confederacy with them.’ 1 Maccabees 8; Prideaux, II, 234; Josephus’s Antiquities, book 12, chapter 10, section 6. The Romans listened to the request of the Jews, and granted them a decree, couched in these words:—

“Nadat hij ons door de wereldlijke gebeurtenissen van het rijk heen heeft gevoerd tot aan het einde van de zeventig weken, brengt de profeet ons in vers 23 terug naar de tijd waarin de Romeinen door het Joodse verbond rechtstreeks met het volk van God verbonden werden, 161 v.Chr.; vanaf welk punt wij vervolgens in een rechte lijn van gebeurtenissen worden voortgeleid tot aan de uiteindelijke triomf van de kerk en de oprichting van Gods eeuwig koninkrijk. De Joden, zwaar verdrukt door de Syrische koningen, zonden een gezantschap naar Rome om de hulp van de Romeinen in te roepen en zich met hen te verbinden in ‘een verbond van vriendschap en bondgenootschap’. 1 Maccabeeën 8; Prideaux, II, 234; Josephus’ Oudheden, boek 12, hoofdstuk 10, afdeling 6. De Romeinen gaven gehoor aan het verzoek van de Joden en verleenden hun een decreet, vervat in deze woorden:—”

“‘The decree of the senate concerning a league of assistance and friendship with the nation of the Jews. It shall not be lawful for any that are subject to the Romans, to make war with the nation of the Jews, nor to assist those that do so, either by sending them corn, or ships, or money; and if any attack be made upon the Jews, the Romans shall assist them as far as they are able; and again, if any attack be made upon the Romans, the Jews shall assist them. And if the Jews have a mind to add to, or to take from, this league of assistance, that shall be done with the common consent of the Romans. And whatever addition shall thus be made, it shall be of force.’ ‘This decree,’ says Josephus, ‘was written by Eupolemus, the son of John, and by Jason, the son of Eleazer, when Judas was high priest of the nation, and Simon, his brother, was general of the army. And this was the first league that the Romans made with the Jews, and was managed after this manner.’” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 271.

“‘Het besluit van de senaat betreffende een verbond van bijstand en vriendschap met het volk der Joden. Het zal niemand die aan de Romeinen onderworpen is, geoorloofd zijn oorlog te voeren tegen het volk der Joden, noch hen die dit doen bij te staan, hetzij door hun graan, schepen of geld te zenden; en indien er een aanval op de Joden wordt gedaan, zullen de Romeinen hun bijstand verlenen voor zover zij daartoe in staat zijn; en wederom, indien er een aanval op de Romeinen wordt gedaan, zullen de Joden hun bijstand verlenen. En indien de Joden voornemens zijn aan dit verbond van bijstand iets toe te voegen of er iets van af te nemen, zal dit geschieden met de gemeenschappelijke instemming van de Romeinen. En welke toevoeging aldus ook zal worden gemaakt, zij zal van kracht zijn.’ ‘Dit besluit,’ zegt Josephus, ‘werd opgetekend door Eupolemus, de zoon van Johannes, en door Jason, de zoon van Eleazar, toen Judas hogepriester van het volk was en Simon, zijn broeder, bevelhebber van het leger. En dit was het eerste verbond dat de Romeinen met de Joden sloten, en het werd op deze wijze tot stand gebracht.’” Uriah Smith, Daniël en de Openbaring, 271.

It is not my burden to explain why Smith cited 162 BC, other than my assumption it was a typo. My point is in referencing the emphasis he places upon what he identifies as “a manifest rule of interpretation that we may look for nations to be noticed in prophecy when they become so far connected with the people of God that mention of them becomes necessary to make the records of sacred history complete.” When Smith emphasizes that rule, he identifies that Rome became connected with the people of God at the “league,” of verse twenty-three in 161 BC, but Smith identifies that Rome is first introduced into the prophetic narrative in 200 BC, thirty-nine years before 161 BC.

Het is niet mijn taak uit te leggen waarom Smith 162 v.Chr. aanhaalde, anders dan mijn veronderstelling dat het een typefout was. Mijn punt betreft de verwijzing naar de nadruk die hij legt op wat hij aanduidt als „een duidelijke regel van uitleg, namelijk dat wij mogen verwachten dat volken in de profetie worden vermeld wanneer zij zó nauw met het volk van God verbonden raken dat vermelding van hen noodzakelijk wordt om de verslagen van de gewijde geschiedenis volledig te maken.” Wanneer Smith die regel benadrukt, geeft hij aan dat Rome met het volk van God verbonden raakte bij het „verbond” van vers drieëntwintig in 161 v.Chr., maar Smith stelt dat Rome voor het eerst in 200 v.Chr. in het profetische verhaal wordt geïntroduceerd, negenendertig jaar vóór 161 v.Chr.

“A new power is now introduced,—‘the robbers of thy people;’ literally, says Bishop Newton, ‘the breakers of thy people.’ Far away on the banks of the Tiber, a kingdom had been nourishing itself with ambitious projects and dark designs. Small and weak at first, it grew with marvelous rapidity in strength and vigor, reaching out cautiously here and there to try its prowess, and test the vigor of its warlike arm, till, conscious of its power, it boldly reared its head among the nations of the earth, and seized with invincible hand the helm of their affairs. Henceforth the name of Rome stands upon the historic page, destined for long ages to control the affairs of the world, and exert a mighty influence among the nations even to the end of time.

‘Er wordt nu een nieuwe macht ingevoerd,—“de rovers van uw volk”; letterlijk, zegt bisschop Newton, “de verbrekers van uw volk”. Ver weg aan de oevers van de Tiber had een koninkrijk zich gevoed met eerzuchtige plannen en duistere bedoelingen. Aanvankelijk klein en zwak, groeide het met wonderbaarlijke snelheid in kracht en levensvermogen, terwijl het behoedzaam hier en daar zijn greep uitstak om zijn bekwaamheid te beproeven en de sterkte van zijn krijgshaftige arm te toetsen, totdat het, zich van zijn macht bewust, zijn hoofd vrijmoedig verhief onder de volken der aarde en met onoverwinnelijke hand het roer van hun aangelegenheden greep. Van nu af staat de naam van Rome op de bladzijde der geschiedenis, bestemd om gedurende lange eeuwen de aangelegenheden van de wereld te beheersen en zelfs tot het einde der tijden een machtige invloed onder de volken uit te oefenen.

“Rome spoke; and Syria and Macedonia soon found a change coming over the aspect of their dream. The Romans interfered in behalf of the young king of Egypt, determined that he should be protected from the ruin devised by Antiochus and Philip. This was BC 200, and was one of the first important interferences of the Romans in the affairs of Syria and Egypt.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 256.

„Rome sprak; en Syrië en Macedonië bemerkten spoedig dat zich een verandering voltrok in het aanzien van hun droom. De Romeinen grepen in ten behoeve van de jonge koning van Egypte, vastbesloten dat hij beschermd zou worden tegen het verderf dat door Antiochus en Filippus beraamd was. Dit was 200 v.Chr., en het was een van de eerste belangrijke inmengingen van de Romeinen in de aangelegenheden van Syrië en Egypte.” Uriah Smith, Daniël en de Openbaring, 256.

Rome is first introduced into the prophetic narrative in the year 200 BC, and that introduction in verse fourteen, is the most significant reference of Rome in all of Daniel, for it is the very verse that defines Rome as the symbol that establishes the vision. Why Smith could emphasize such a rule of prophecy, then cite 161 BC, while also identifying the year 200 BC, as the point where the power of Rome was “introduced,” is not a problem I wish to resolve. If I have a question that needs to be resolved, it would be whether the rule as defined by Smith is valid or not. If it is valid, then I would argue that verse fourteen, must have a connection with the Jews, that occurred before the league of 161 BC.

Rome wordt voor het eerst in het profetische relaas ingevoerd in het jaar 200 v.Chr., en die invoering in vers veertien is de meest betekenisvolle verwijzing naar Rome in heel Daniël, want juist dit vers definieert Rome als het symbool dat het visioen vaststelt. Waarom Smith een zodanige regel van profetie kon benadrukken, vervolgens 161 v.Chr. kon aanhalen, en tegelijk het jaar 200 v.Chr. kon aanwijzen als het moment waarop de macht van Rome werd “ingevoerd”, is geen vraagstuk dat ik wens op te lossen. Indien ik een vraag heb die opgelost moet worden, dan zou het zijn of de regel zoals door Smith gedefinieerd geldig is of niet. Indien zij geldig is, dan zou ik betogen dat vers veertien een verband moet hebben met de Joden dat plaatsvond vóór het verbond van 161 v.Chr.

I understand that the history of verses thirteen to fifteen, are identifying a history in the last days when papal Rome intrudes herself into prophetic history, and she does so in connection with the United States, who are God’s people in that history. Because Jesus always illustrates the end with the beginning, the year 200 BC, when pagan Rome came into history, must have a connection with people of God in that history. Therefore, I agree with Smith’s rule, even if he found no direct connection between Rome and the Jews in the year 200 BC.

Ik begrijp dat de geschiedenis van de verzen dertien tot en met vijftien een geschiedenis aanduidt in de laatste dagen, waarin het pauselijke Rome zich in de profetische geschiedenis indringt, en dat zij dit doet in samenhang met de Verenigde Staten, die in die geschiedenis Gods volk zijn. Omdat Jezus het einde altijd met het begin illustreert, moet het jaar 200 v.Chr., toen het heidense Rome in de geschiedenis optrad, een verband hebben met Gods volk in die geschiedenis. Daarom stem ik in met Smiths regel, ook al vond hij geen rechtstreeks verband tussen Rome en de Joden in het jaar 200 v.Chr.

Verses eleven and twelve, identify the victory and aftermath of the Battle of Raphia, which occurred in 217 BC, between the Seleucid Empire, led by Antiochus III Magnus, or “The Great”, and the Ptolemaic Kingdom of Egypt, led by King Ptolemy IV Philopator. This battle occurred during the struggle for control over Coele-Syria (southern Syria) and southern Palestine, territories contested between the Ptolemaic and Seleucid kingdoms. Ptolemy IV Philopator’s victory at Raphia allowed him to maintain control over Coele-Syria and southern Palestine for a time.

De verzen elf en twaalf duiden op de overwinning en de nasleep van de Slag bij Raphia, die in 217 v.Chr. plaatsvond tussen het Seleucidische Rijk, geleid door Antiochus III Magnus, ofwel „de Grote”, en het Ptolemeïsche koninkrijk Egypte, geleid door koning Ptolemaeus IV Philopator. Deze slag vond plaats tijdens de strijd om de heerschappij over Coele-Syrië (Zuid-Syrië) en Zuid-Palestina, gebieden waarover het Ptolemeïsche en het Seleucidische koninkrijk twistten. De overwinning van Ptolemaeus IV Philopator bij Raphia stelde hem in staat enige tijd de heerschappij over Coele-Syrië en Zuid-Palestina te behouden.

The Battle of Panium, which occurred seventeen years later in 200 BC, also known as the Battle of Mount Panium or the Battle of Paneas, was between the Seleucid Empire, led by King Antiochus III, and the Ptolemaic Kingdom of Egypt, led by King Ptolemy V.

De Slag bij Panium, die zeventien jaar later, in 200 v.Chr., plaatsvond, ook bekend als de Slag bij de Berg Panium of de Slag bij Paneas, werd uitgevochten tussen het Seleucidische Rijk, geleid door koning Antiochus III, en het Ptolemaeïsche Koninkrijk Egypte, geleid door koning Ptolemaeus V.

Thirty-one years later, in 167 BC, the Maccabean Revolt, a Jewish rebellion against the Seleucid Empire’s attempts to suppress Jewish religious practices and impose Hellenistic culture, began in the town of Modein, a small town located in the region of Judea, in what is now modern-day Israel.

Eenendertig jaar later, in 167 v.Chr., begon in de stad Modiin, een kleine stad in de streek Judea, in wat nu het huidige Israël is, de Makkabese Opstand, een Joodse opstand tegen de pogingen van het Seleucidische Rijk om de Joodse godsdienstige praktijken te onderdrukken en de hellenistische cultuur op te leggen.

The event in question involved the infamous Greek Seleucid ruler, Antiochus IV Epiphanes, who had imposed strict Hellenistic practices on the Jewish population, including the prohibition of Jewish religious observances and the desecration of the Temple in Jerusalem. In an effort to enforce his decrees, Antiochus sent representatives to various towns and villages to compel the Jewish inhabitants to comply with his orders.

De gebeurtenis in kwestie betrof de beruchte Griekse Seleucidische heerser Antiochus IV Epiphanes, die de Joodse bevolking strenge hellenistische praktijken had opgelegd, waaronder het verbod op Joodse godsdienstige gebruiken en de ontwijding van de Tempel in Jeruzalem. In een poging zijn decreten te handhaven, zond Antiochus vertegenwoordigers naar verschillende steden en dorpen om de Joodse inwoners te dwingen zich naar zijn bevelen te voegen.

In Modein, one of the Seleucid officials arrived to enforce the king’s decree by commanding the Jewish inhabitants to participate in pagan rituals and make offerings to Greek gods. An elderly Jewish priest named Mattathias refused to comply with the order and killed both a Jew who stepped forward to offer the sacrifice and the Seleucid official. This act of defiance by Mattathias and his family marked the beginning of the Maccabean Revolt against Seleucid rule.

In Modiin arriveerde een van de Seleucidische ambtenaren om het decreet van de koning ten uitvoer te leggen door de Joodse inwoners te bevelen deel te nemen aan heidense rituelen en offers te brengen aan Griekse goden. Een bejaarde Joodse priester, Mattathias geheten, weigerde aan het bevel gehoor te geven en doodde zowel een Jood die naar voren trad om het offer te brengen als de Seleucidische ambtenaar. Deze daad van verzet door Mattathias en zijn familie markeerde het begin van de Makkabese Opstand tegen de Seleucidische heerschappij.

Mattathias and his five sons, including Judas Maccabee, fled to the hills and began a guerrilla war against the Seleucid forces. The revolt eventually grew in strength and support, leading to a series of military victories against the Seleucids.

Mattathias en zijn vijf zonen, onder wie Judas Makkabeüs, vluchtten naar de bergen en begonnen een guerrillaoorlog tegen de Seleucidische strijdkrachten. De opstand nam uiteindelijk in kracht en steun toe, wat leidde tot een reeks militaire overwinningen op de Seleuciden.

The events at Modein in 167 BC, were a pivotal moment in Jewish history, marking the beginning of the Maccabean Revolt and the struggle for religious freedom and independence against foreign rule. The rededication of the second temple in Jerusalem, which marks the historical event celebrated during Hanukkah, occurred in 164 BC, three years before the “league” of verse twenty-three.

De gebeurtenissen te Modeïn in 167 v.Chr. vormden een keerpunt in de Joodse geschiedenis en markeerden het begin van de Makkabese Opstand en de strijd voor godsdienstvrijheid en onafhankelijkheid tegen buitenlandse heerschappij. De herinwijding van de tweede tempel in Jeruzalem, die de historische gebeurtenis markeert die tijdens Chanoeka wordt gevierd, vond plaats in 164 v.Chr., drie jaar vóór het „verbond” van vers drieëntwintig.

After reclaiming Jerusalem and the Temple, the Maccabees cleansed the Temple of the pagan defilements and restored it to its proper religious use. According to tradition, they found only a single cruse of consecrated oil, enough to light the menorah for only one day. Actually, no contemporary historical witness of that event exists, and it was not until the sixth century that the Jewish fable is found in literature. Sister White compares the apostate Jewish church with the Catholic church, especially emphasizing that both churches base the religion upon human customs and traditions. As with the many various fabricated miracles within the history of the papal Church, the fable of the one days oil lasting for eight days has no historical witness.

Nadat de Makkabeeën Jeruzalem en de Tempel hadden heroverd, reinigden zij de Tempel van de heidense verontreinigingen en herstelden zij deze tot het juiste godsdienstige gebruik. Volgens de overlevering vonden zij slechts één kruikje gewijde olie, genoeg om de menora slechts één dag te laten branden. In werkelijkheid bestaat er geen eigentijdse historische getuigenis van die gebeurtenis, en pas in de zesde eeuw wordt de Joodse fabel in de literatuur aangetroffen. Zuster White vergelijkt de afvallige Joodse kerk met de Katholieke Kerk, waarbij zij vooral benadrukt dat beide kerken de godsdienst gronden op menselijke gebruiken en overleveringen. Zoals bij de vele uiteenlopende verzonnen wonderen binnen de geschiedenis van de pauselijke Kerk, heeft ook de fabel dat de olie van één dag acht dagen standhield geen historische getuigenis.

Verse ten, of Daniel chapter eleven, identifies the first battle of the three battles of verse forty, which I have previously identified as three battles of a cold war, as well as, three proxy wars. A sister questioned my defining the Ukrainian War, which is the second of these three wars as cold wars, for as she correctly pointed out there has been abundant death and destruction. What I have been defining in previous articles as the three battles of the “cold war”, was defined in those terms to draw a distinction between these three battles and the three World Wars that occur during the history of the earth beast of Revelation thirteen. These three wars are proxy wars and have also been defined that way.

Vers tien van Daniël hoofdstuk elf duidt de eerste strijd aan van de drie veldslagen van vers veertig, die ik eerder heb aangeduid als drie veldslagen van een Koude Oorlog, evenals drie proxyoorlogen. Een zuster stelde mijn aanduiding van de Oekraïense Oorlog, die de tweede van deze drie oorlogen is, als Koude Oorlogen ter discussie, want zoals zij terecht opmerkte, is er overvloedig veel dood en verwoesting geweest. Wat ik in eerdere artikelen heb omschreven als de drie veldslagen van de „Koude Oorlog”, werd in die bewoordingen omschreven om een onderscheid te maken tussen deze drie veldslagen en de drie Wereldoorlogen die plaatsvinden gedurende de geschiedenis van het aardebeest van Openbaring dertien. Deze drie oorlogen zijn proxyoorlogen en zijn ook op die wijze omschreven.

I intend to identify those three battles as “the three battles of verse forty” or proxy wars, from this point onward in these articles, to remove the discrepancy of identifying a hot war as a cold war. By my definition, the three battles of verse forty, do not include the battle of 1798, which is part of verse forty, but only the three battles from the time of the end in 1989 unto the Sunday law of verse forty-one. The three battles are more correctly identified as proxy wars, that are accomplished within the context of the warfare between the king of the north and the king of the south, which in the history of verse forty, represent the warfare between Catholicism (the king of the north) and Communism (the king of the south).

Ik ben voornemens die drie veldslagen voortaan in deze artikelen aan te duiden als „de drie veldslagen van vers veertig” of als proxyoorlogen, om de inconsistentie weg te nemen die ontstaat wanneer een hete oorlog als een koude oorlog wordt aangeduid. Volgens mijn definitie omvatten de drie veldslagen van vers veertig niet de veldslag van 1798, die wel deel uitmaakt van vers veertig, maar alleen de drie veldslagen vanaf de tijd van het einde in 1989 tot aan de zondagwet van vers eenenveertig. De drie veldslagen kunnen juister worden aangeduid als proxyoorlogen, die worden uitgevochten binnen de context van de oorlogvoering tussen de koning van het noorden en de koning van het zuiden, die in de geschiedenis van vers veertig de strijd vertegenwoordigen tussen het katholicisme (de koning van het noorden) en het communisme (de koning van het zuiden).

The first of those three battles identifies the victory of Catholicism over Communism in 1989, as the papacy joined with its proxy army, represented by the United States, in sweeping away the Soviet Union in 1989, though Russia, the head (or “fortress”), was left standing. The current Ukrainian War is once again a battle between Catholicism and Communism, with the papacy employing the Ukrainian government as its proxy against Russia, along with the support of the papacy’s previous proxy power, the United States, including the rest of the globalist western world. That war is represented in verses eleven and twelve, and identifies that Communism (Russia), will prevail over Catholicism.

De eerste van die drie veldslagen duidt de overwinning van het katholicisme op het communisme in 1989 aan, toen het pausdom zich met zijn proxyleger, vertegenwoordigd door de Verenigde Staten, verenigde om in 1989 de Sovjet-Unie weg te vagen, hoewel Rusland, het hoofd (of de „vesting”), bleef staan. De huidige Oekraïense Oorlog is opnieuw een strijd tussen het katholicisme en het communisme, waarbij het pausdom de Oekraïense regering als zijn gevolmachtigde tegen Rusland inzet, samen met de steun van de eerdere proxymacht van het pausdom, de Verenigde Staten, met inbegrip van de rest van de globalistische westerse wereld. Die oorlog wordt in verzen elf en twaalf weergegeven en duidt aan dat het communisme (Rusland) over het katholicisme zal zegevieren.

The third of those three proxy battles is represented in verse fifteen, as the Battle of Panium. The battle was between the Ptolemaic kingdom (the king of the south) and the Seleucid kingdom (the king of the north). In that battle the proxy army of Catholicism is once again the United States.

De derde van die drie proxy-oorlogen wordt in vers vijftien voorgesteld als de Slag bij Panium. De slag werd uitgevochten tussen het Ptolemeïsche koninkrijk (de koning van het zuiden) en het Seleucidische koninkrijk (de koning van het noorden). In die slag is het proxyleger van het katholicisme opnieuw de Verenigde Staten.

In the first battle in 1989, the proxy army of the Republican horn of the United States was employed by the papacy to bring down the political structure of the Soviet Union, while leaving intact, its head (Russia). In the second battle, which is the Ukrainian war, the proxy army of the Nazi’s is defeated by Russia. In the third battle the United States, the proxy army of the papacy again defeats the king of the south.

In de eerste strijd in 1989 werd het proxyleger van de Republikeinse hoorn van de Verenigde Staten door het pausdom gebruikt om de politieke structuur van de Sovjet-Unie ten val te brengen, terwijl het hoofd ervan (Rusland) intact bleef. In de tweede strijd, de Oekraïense oorlog, wordt het proxyleger van de nazi’s door Rusland verslagen. In de derde strijd verslaan de Verenigde Staten, opnieuw het proxyleger van het pausdom, de koning van het zuiden.

The three battles bear the signature of “Truth”, with the first and last battles being carried out by the victorious proxy army of the United States. In the first battle the head of the king of the south was left intact, and in the third battle the proxy army of the United States, becomes the head of the king of the south. The second proxy army was also the proxy army of the papacy in the Second World War. In both instances the proxy army of Nazism was and will be defeated. The papacy fully subdues all her enemies before verse sixteen, when the threefold union is accomplished.

De drie veldslagen dragen het kenmerk van „Waarheid”, waarbij de eerste en de laatste veldslag worden gevoerd door het zegevierende gevolmachtigde leger van de Verenigde Staten. In de eerste veldslag bleef het hoofd van de koning van het zuiden onaangetast, en in de derde veldslag wordt het gevolmachtigde leger van de Verenigde Staten het hoofd van de koning van het zuiden. Het tweede gevolmachtigde leger was in de Tweede Wereldoorlog tevens het gevolmachtigde leger van het pausdom. In beide gevallen werd en zal het gevolmachtigde leger van het nazisme worden verslagen. Het pausdom onderwerpt al haar vijanden volledig vóór vers zestien, wanneer de drievoudige verbintenis tot stand komt.

“Ptolemy [Putin] lacked the prudence to make a good use of his victory. Had he followed up his success, he would probably have become master of the whole kingdom of Antiochus; but content with making only a few menaces and a few threats, he made peace that he might be able to give himself up to the uninterrupted and uncontrolled indulgence of his brutish passions. Thus, having conquered his enemies, he was overcome by his vices, and, forgetful of the great name which he might have established, he spent his time in feasting and lewdness.

„Ptolemaeus [Poetin] ontbeerde de voorzichtigheid om een goed gebruik te maken van zijn overwinning. Indien hij op zijn succes had voortgebouwd, zou hij waarschijnlijk meester zijn geworden van het gehele koninkrijk van Antiochus; maar tevreden met slechts enkele dreigementen en enige bedreigingen te uiten, sloot hij vrede, opdat hij zich zou kunnen overgeven aan de ononderbroken en onbeheerste bevrediging van zijn beestachtige hartstochten. Zo werd hij, nadat hij zijn vijanden had overwonnen, door zijn ondeugden overwonnen; en, het grote aanzien vergetend dat hij had kunnen vestigen, bracht hij zijn tijd door met feestgelagen en ontucht.”

“His heart was lifted up by his success, but he was far from being strengthened by it; for the inglorious use he made of it caused his own subjects to rebel against him.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 254.

„Zijn hart verhief zich door zijn voorspoed, maar hij was er verre van daardoor gesterkt te worden; want het roemloze gebruik dat hij ervan maakte, bracht zijn eigen onderdanen ertoe tegen hem in opstand te komen.” Uriah Smith, Daniel and the Revelation, 254.

A second witness that the victory of Putin marks his end, is with the southern kingdom of Judah’s king Uzziah, whose heart was also lifted up by his military victories, and thereafter, as with Ptolemy, sought to perform the work of the priests in the sanctuary, and was struck with leprosy and immediately removed from power. Putin’s victory in the Ukrainian war marks the beginning of his end as the king of the south (the king of atheism). His end was typified with the beginning of verse forty’s prophetic king of the south (France), which identified a revolution that overthrew the leadership, as happened with Ptolemy. Putin’s end was also represented with the end of the Soviet Union, where the leader (Gorbachev), dissolved the Soviet Union, and immediately took a job with the United Nations, the last-day globalist symbol of atheism, the king of the south. After Putin’s victory in the Ukraine, he is also typified by Napoleon at Waterloo, and the exile that followed; and also, king Uzziah, with his leprosy, and the exile that followed, as well as Ptolemy’s drunken end and the end of the Soviet Union in 1989.

Een tweede getuige dat de overwinning van Poetin zijn einde markeert, wordt gevonden bij Uzzia, de koning van het zuidelijke koninkrijk Juda, wiens hart eveneens verheven werd door zijn militaire overwinningen en die daarna, evenals Ptolemaeus, trachtte het werk van de priesters in het heiligdom te verrichten, waarna hij met melaatsheid werd geslagen en onmiddellijk uit de macht werd verwijderd. Poetins overwinning in de oorlog in Oekraïne markeert het begin van zijn einde als de koning van het zuiden (de koning van het atheïsme). Zijn einde werd voorafgebeeld met het begin van de profetische koning van het zuiden van vers veertig (Frankrijk), die een revolutie aanduidde welke het leiderschap omverwierp, zoals met Ptolemaeus geschiedde. Poetins einde werd eveneens voorgesteld door het einde van de Sovjet-Unie, waar de leider (Gorbatsjov) de Sovjet-Unie ontbond en onmiddellijk een functie aanvaardde bij de Verenigde Naties, het globalistische symbool van het atheïsme in de laatste dagen, de koning van het zuiden. Na Poetins overwinning in Oekraïne wordt hij ook voorafgebeeld door Napoleon bij Waterloo en de ballingschap die daarop volgde; en eveneens door koning Uzzia, met zijn melaatsheid en de ballingschap die daarop volgde, evenals door het dronken einde van Ptolemaeus en het einde van de Sovjet-Unie in 1989.

The Battle of Panium occurred in 200 BC, and in that very year Rome openly intercedes into history. Their insertion into the prophetic narrative precedes the conquering of Jerusalem represented in verse sixteen, and fulfilled in 63 BC. at the time she proclaimed that she was the defender of the child king in Egypt. In the third battle of verse forty, involving the kings of the north and south, the papacy will insert itself into history again, pretending to be the protector of Russia. At that same time Seleucus, in the type, defeated Ptolemy in the battle of Panium, thus identifying that the United States, the proxy army of the papacy in the first and last battles of verse forty, defeats “Egypt” (the king of the south).

De Slag bij Panium vond plaats in 200 v.Chr., en in juist dat jaar grijpt Rome openlijk in in de geschiedenis. Hun intrede in het profetische verhaal gaat vooraf aan de verovering van Jeruzalem, weergegeven in vers zestien en vervuld in 63 v.Chr., op het moment dat zij verklaarde dat zij de verdediger was van de kind-koning in Egypte. In de derde strijd van vers veertig, waarbij de koningen van het noorden en van het zuiden betrokken zijn, zal het pausdom zich opnieuw in de geschiedenis invoegen, onder het voorwendsel de beschermer van Rusland te zijn. In diezelfde tijd versloeg Seleucus, in het type, Ptolemaeus in de Slag bij Panium, en identificeerde daarmee dat de Verenigde Staten, het gevolmachtigde leger van het pausdom in de eerste en laatste strijd van vers veertig, “Egypte” (de koning van het zuiden) verslaan.

In the year 200 BC, we symbolically find the papacy, as the whore of Tyre begins to sing her songs of fornication in advance of the threefold union at the Sunday law of verse sixteen. At the same time the United States prevails over the United Nations, thus securing its position as the premier king of the ten kings. All the dynamics of the threefold union that are accomplished at the Sunday law, are settled before verse sixteen.

In het jaar 200 v.Chr. treffen wij in symbolische zin het pausdom aan, terwijl de hoer van Tyrus haar liederen van hoererij begint te zingen in voorafschaduwing van de drievoudige verbintenis bij de zondagwet van vers zestien. Tegelijkertijd krijgt de Verenigde Staten de overhand over de Verenigde Naties en verzekert zij zich aldus van haar positie als de voornaamste koning van de tien koningen. Alle dynamieken van de drievoudige verbintenis die bij de zondagwet tot stand komen, zijn vóór vers zestien reeds beslist.

The dragon power’s political structure, as represented by the United Nations, agrees, in verse sixteen, to give its political structure to the beast, but before it does so the papacy conquers the religion of the dragon. Paganism must once again, be taken away. Protestantism was removed in the Reagan years, in the first battle of verse forty, and in the time of the last Republican president the religion of the dragon will also be placed into subjection to the religion of Catholicism, as it was in the year 508. The process of removing any religious resistance to the papacy being placed upon the throne began in the Reagan years, and it ends in the Trump years. The resistance of apostate Protestantism against Catholicism was removed in the first battle of verse forty, and the resistance of spiritualism will be removed in the last battle of verse forty.

De politieke structuur van de macht van de draak, zoals voorgesteld door de Verenigde Naties, stemt er in vers zestien mee in haar politieke structuur aan het beest te geven, maar voordat zij dit doet, overwint het pausdom de religie van de draak. Het heidendom moet opnieuw worden weggenomen. Het protestantisme werd verwijderd in de jaren van Reagan, in de eerste strijd van vers veertig, en in de tijd van de laatste Republikeinse president zal ook de religie van de draak onderworpen worden aan de religie van het katholicisme, zoals dit het geval was in het jaar 508. Het proces waarbij iedere religieuze weerstand tegen de plaatsing van het pausdom op de troon werd weggenomen, begon in de jaren van Reagan en eindigt in de jaren van Trump. Het verzet van het afvallige protestantisme tegen het katholicisme werd weggenomen in de eerste strijd van vers veertig, en het verzet van het spiritisme zal worden weggenomen in de laatste strijd van vers veertig.

In the same complicated interplay of human events, apostate Protestantism must establish itself as the religious and political authority over the ten kings of Revelation chapter seventeen. Thus, the Battle of Panium is identifying when the United States prevails over the United Nations, just before the Sunday law of verse sixteen.

In hetzelfde gecompliceerde samenspel van menselijke gebeurtenissen moet het afvallige protestantisme zich vestigen als de religieuze en politieke autoriteit over de tien koningen van Openbaring hoofdstuk zeventien. Zo wijst de Slag bij Panium op het moment waarop de Verenigde Staten de overhand krijgen over de Verenigde Naties, vlak vóór de zondagswet van vers zestien.

It is an established rule of prophecy that the dragon, the beast and the false prophet each have their own peculiar prophetic characteristics. One of those prophetic characteristics is that the beast (Catholicism), is always prophetically located in the city of Rome. The False Prophet is always prophetically located in the United States. But with the dragon, the characteristic of where the dragon is prophetically located is that it always moves. The dragon began in heaven, then came to the Garden of Eden, and eventually the dragon is located in Egypt.

Het is een vaststaande regel van de profetie dat de draak, het beest en de valse profeet elk hun eigen specifieke profetische kenmerken hebben. Een van die profetische kenmerken is dat het beest (het katholicisme) profetisch altijd in de stad Rome gelokaliseerd is. De valse profeet is profetisch altijd in de Verenigde Staten gelokaliseerd. Maar bij de draak is het kenmerk van de plaats waar hij profetisch gelokaliseerd is, dat hij zich altijd verplaatst. De draak begon in de hemel, kwam vervolgens naar de Hof van Eden, en uiteindelijk bevindt de draak zich in Egypte.

Speak, and say, Thus saith the Lord God; Behold, I am against thee, Pharaoh king of Egypt, the great dragon that lieth in the midst of his rivers, which hath said, My river is mine own, and I have made it for myself. Ezekiel 29:3.

Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ben tegen u, Farao, koning van Egypte, grote draak, die neerligt te midden van zijn rivieren, die gezegd heeft: Mijn rivier is van mij, en ik heb haar voor mijzelf gemaakt. Ezechiël 29:3.

The prophetic location of the dragon moves. In the time of John, the seat of the dragon, which represents its throne, was identified as being in Pergamos.

De profetische verblijfplaats van de draak verplaatst zich. In de tijd van Johannes werd de zetel van de draak, die zijn troon vertegenwoordigt, gelokaliseerd in Pérgamos.

And to the angel of the church in Pergamos write; These things saith he which hath the sharp sword with two edges; I know thy works and where thou dwellest, even where Satan’s seat is: and thou holdest fast my name, and hast not denied my faith, even in those days wherein Antipas was my faithful martyr, who was slain among you, where Satan dwelleth. Revelation 2:12, 13.

En schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamus: Dit zegt Hij die het scherpe tweesnijdende zwaard heeft: Ik ken uw werken en weet waar gij woont, namelijk waar de troon van de satan is; en gij houdt vast aan Mijn naam en hebt Mijn geloof niet verloochend, zelfs in die dagen waarin Antipas, Mijn getrouwe martelaar, onder u werd gedood, waar de satan woont. Openbaring 2:12, 13.

The practice of pagan Rome was to bring all the pagan deities they became associated with back to the city of Rome, and represent them in the Pantheon Temple. This is why Daniel records that the “place of his sanctuary was cast down.” The place of pagan Rome’s sanctuary was the city of Rome, which was cast down by Constantine in the year 330, but the sanctuary that was “in” Rome was the Pantheon Temple, Pan-Theon meaning, “the temple of all the gods”. The Romans moved the location of Satan’s seat to the Pantheon Temple from Pergamos. Sister White informs us that pagan Rome is the dragon.

Het gebruik van het heidense Rome was alle heidense godheden waarmee het in aanraking kwam, terug te brengen naar de stad Rome en hen in de Pantheontempel te vertegenwoordigen. Daarom vermeldt Daniël dat de „plaats van zijn heiligdom werd neergeworpen”. De plaats van het heiligdom van het heidense Rome was de stad Rome, die in het jaar 330 door Constantijn werd neergeworpen; maar het heiligdom dat „in” Rome was, was de Pantheontempel, Pan-Theon, dat wil zeggen: „de tempel van alle goden”. De Romeinen verplaatsten de zetel van Satan van Pergamus naar de Pantheontempel. Zuster White deelt ons mee dat het heidense Rome de draak is.

“Thus while the dragon, primarily, represents Satan, it is, in a secondary sense, a symbol of pagan Rome.” The Great Controversy, 439.

„Terwijl de draak derhalve in de eerste plaats Satan voorstelt, is hij in secundaire zin een symbool van het heidense Rome.” The Great Controversy, 439.

Pagan Rome divided into ten nations, and France became the king of the south when it introduced the atheism of Egypt during the French Revolution. By 1917, the dragon had moved from France to Russia. Verse ten represents 1989, and verses eleven and twelve, represent the battles of “the borderline” (Raphia and Ukraine), and the battle of Panium represents the third step the papacy accomplishes as she secures the threefold union in verse sixteen. It represents the hidden history of verse forty.

Het heidense Rome werd in tien naties verdeeld, en Frankrijk werd de koning van het zuiden toen het tijdens de Franse Revolutie het atheïsme van Egypte invoerde. Tegen 1917 was de draak van Frankrijk naar Rusland overgegaan. Vers tien vertegenwoordigt 1989, en de verzen elf en twaalf vertegenwoordigen de veldslagen van „het grensgebied” (Raphia en Oekraïne), en de slag bij Panium vertegenwoordigt de derde stap die het pausdom volbrengt wanneer het in vers zestien de drievoudige unie veiligstelt. Dit vertegenwoordigt de verborgen geschiedenis van vers veertig.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

When Jesus came into the coasts of Caesarea Philippi [Panium], he asked his disciples, saying, Whom do men say that I the Son of man am? And they said, Some say that thou art John the Baptist: some, Elias; and others, Jeremias, or one of the prophets. He saith unto them, But whom say ye that I am? And Simon Peter answered and said, Thou art the Christ, the Son of the living God. And Jesus answered and said unto him, Blessed art thou, Simon Barjona: for flesh and blood hath not revealed it unto thee, but my Father which is in heaven. And I say also unto thee, That thou art Peter, and upon this rock I will build my church; and the gates of hell shall not prevail against it. And I will give unto thee the keys of the kingdom of heaven: and whatsoever thou shalt bind on earth shall be bound in heaven: and whatsoever thou shalt loose on earth shall be loosed in heaven. Then charged he his disciples that they should tell no man that he was Jesus the Christ. From that time forth began Jesus to show unto his disciples, how that he must go unto Jerusalem, and suffer many things of the elders and chief priests and scribes, and be killed, and be raised again the third day. Matthew 16:13–21.

Toen Jezus in de landstreek van Caesarea Filippi [Panium] gekomen was, vroeg Hij zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? En zij zeiden: Sommigen zeggen dat Gij Johannes de Doper zijt; anderen: Elia; en weer anderen: Jeremia, of een van de profeten. Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar mijn Vader, Die in de hemelen is. En ook Ik zeg u: Gij zijt Petrus, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemelen gebonden zijn; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in de hemelen ontbonden zijn. Toen gebood Hij zijn discipelen dat zij niemand zouden zeggen dat Hij Jezus de Christus was. Van toen aan begon Jezus zijn discipelen te tonen dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden, en gedood worden, en op de derde dag opgewekt worden. Matteüs 16:13–21.