We are now identifying that one of the events represented by the seven thunders is the work of Christ gathering His people a second time, which He began to do in July, 2023. Millerite history identifies that this work is accomplished with the warfare of Islam as the backdrop of the message.
Wij stellen nu vast dat een van de gebeurtenissen die door de zeven donderslagen worden voorgesteld, het werk van Christus is om Zijn volk ten tweeden male te vergaderen, waarmee Hij in juli 2023 is begonnen. De Milleritische geschiedenis wijst uit dat dit werk wordt volbracht tegen de achtergrond van de oorlogvoering van de islam als decor van de boodschap.
The message is the Revelation of Jesus Christ, which is unsealed just before probation closes, but that message is carried by (placed within the context of) the message of the third woe. At the very time the Lord was stretching His hand a second time in 1849, Sister White was commenting upon the shaking of the angry nations, which is a symbol of Islam.
De boodschap is de Openbaring van Jezus Christus, die juist vóór het sluiten van de genadetijd wordt ontzegeld, maar die boodschap wordt gedragen door (geplaatst binnen de context van) de boodschap van het derde wee. Juist op het ogenblik dat de Heer in 1849 voor de tweede maal Zijn hand uitstrekte, gaf zuster White commentaar op het schudden van de toornige volken, hetgeen een symbool is van de islam.
“December 16, 1848, the Lord gave me a view of the shaking of the powers of the heavens. I saw that when the Lord said ‘heaven,’ in giving the signs recorded by Matthew, Mark, and Luke, He meant heaven, and when He said ‘earth’ He meant earth. The powers of heaven are the sun, moon, and stars. They rule in the heavens. The powers of earth are those that rule on the earth. The powers of heaven will be shaken at the voice of God. Then the sun, moon, and stars will be moved out of their places. They will not pass away, but be shaken by the voice of God.
„Op 16 december 1848 gaf de Heere mij een gezicht van het schudden der machten van de hemelen. Ik zag dat, toen de Heere, bij het geven van de tekenen die door Mattheüs, Markus en Lukas zijn opgetekend, ‘hemel’ zei, Hij de hemel bedoelde, en dat, toen Hij ‘aarde’ zei, Hij de aarde bedoelde. De machten van de hemel zijn de zon, de maan en de sterren. Zij heersen in de hemelen. De machten van de aarde zijn degenen die op de aarde heersen. De machten van de hemel zullen geschud worden door de stem van God. Dan zullen de zon, de maan en de sterren uit hun plaatsen bewogen worden. Zij zullen niet vergaan, maar door de stem van God geschud worden.
“Dark, heavy clouds came up and clashed against each other. The atmosphere parted and rolled back; then we could look up through the open space in Orion, whence came the voice of God. The Holy City will come down through that open space. I saw that the powers of earth are now being shaken and that events come in order. War, and rumors of war, sword, famine, and pestilence are first to shake the powers of earth, then the voice of God will shake the sun, moon, and stars, and this earth also. I saw that the shaking of the powers in Europe is not, as some teach, the shaking of the powers of heaven, but it is the shaking of the angry nations.” Early Writings, 41.
„Donkere, zware wolken kwamen op en botsten tegen elkaar. De hemelruimte spleet open en rolde terug; toen konden wij door de open ruimte in Orion omhoogzien, vanwaar de stem van God kwam. De Heilige Stad zal door die open ruimte neerdalen. Ik zag dat de machten der aarde nu worden geschud en dat de gebeurtenissen in hun orde plaatsvinden. Oorlog en geruchten van oorlog, zwaard, hongersnood en pestilentie zijn eerst aan de orde om de machten der aarde te schudden; daarna zal de stem van God de zon, de maan en de sterren schudden, en ook deze aarde. Ik zag dat het schudden van de machten in Europa niet, zoals sommigen leren, het schudden van de machten des hemels is, maar dat het het schudden van de toornige volken is.” Early Writings, 41.
The historians confirm that what was shaking the nations of Europe in 1848, was the activities of the armies of Islam, for prophetically they are symbolized as the power that angers the nations. In the first witness to the Lord stretching out His hand a second time in the history of 1840 to 1844, the message of the Midnight Cry arrived at the Exeter camp meeting. From there unto October 22, 1844 the message swept across the eastern seaboard of the United States like a tidal wave. That movement had been typified by Christ’s triumphal entry into Jerusalem, and it was an ass that carried Christ into Jerusalem.
De historici bevestigen dat hetgeen in 1848 de naties van Europa deed beven, de activiteiten van de legers van de islam waren, want profetisch worden zij gesymboliseerd als de macht die de naties toornig maakt. In het eerste getuigenis van de Heere, toen Hij voor de tweede maal Zijn hand uitstrekte in de geschiedenis van 1840 tot 1844, bereikte de boodschap van de Middernachtsroep de kampbijeenkomst te Exeter. Van daaruit tot 22 oktober 1844 overspoelde de boodschap de oostkust van de Verenigde Staten als een vloedgolf. Die beweging was voorafgeschaduwd door Christus’ triomfantelijke intocht in Jeruzalem, en het was een ezel die Christus Jeruzalem binnen droeg.
The message of the Midnight Cry represents the entire prophetic message of the Revelation of Jesus Christ, but that Revelation is placed within the context of Islam of the third woe angering the nations, for it is Islam that carries the message that is the Revelation of Jesus Christ. Jesus is the Lion of the tribe of Judah, and He is bound to the message of the “ass.”
De boodschap van de Middernachtsroep vertegenwoordigt de gehele profetische boodschap van de Openbaring van Jezus Christus, maar die Openbaring wordt geplaatst binnen de context van de islam van de derde wee, die de volken vertoornt, want het is de islam die de boodschap draagt die de Openbaring van Jezus Christus is. Jezus is de Leeuw uit de stam van Juda, en Hij is verbonden aan de boodschap van de „ezel”.
Judah, thou art he whom thy brethren shall praise: thy hand shall be in the neck of thine enemies; thy father’s children shall bow down before thee. Judah is a lion’s whelp: from the prey, my son, thou art gone up: he stooped down, he couched as a lion, and as an old lion; who shall rouse him up? The sceptre shall not depart from Judah, nor a lawgiver from between his feet, until Shiloh come; and unto him shall the gathering of the people be. Binding his foal unto the vine, and his ass’s colt unto the choice vine; he washed his garments in wine, and his clothes in the blood of grapes: His eyes shall be red with wine, and his teeth white with milk. Genesis 49:8–12.
Juda, gij zijt het, u zullen uw broeders prijzen; uw hand zal zijn op de nek van uw vijanden; uws vaders kinderen zullen zich voor u neerbuigen. Juda is een leeuwenwelp; van de roof zijt gij opgeklommen, mijn zoon; hij kromde zich, hij legde zich neer als een leeuw, ja, als een oude leeuw; wie zal hem doen opstaan? De scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt; en Hem zal de gehoorzaamheid der volken zijn. Hij bindt zijn veulen aan de wijnstok en het jong van zijn ezelin aan de edele wijnstok; hij wast zijn klederen in wijn en zijn gewaad in druivenbloed: zijn ogen zullen rood zijn van wijn en zijn tanden wit van melk. Genesis 49:8–12.
It is through Judah that “the gathering of the people” is accomplished. Christ, as Judah, is also the “Vine,” and the “choice vine,” is bound to the “ass’s colt.” His “garments” are washed in “wine,” which was “the blood of grapes.” Christ began shedding His blood in Gethsemane, when He sweat blood, and Gethsemane means the “olive press.” From Gethsemane to the cross He shed His precious blood to gather all men unto Himself.
Het is door Juda dat „de verzameling van het volk” tot stand wordt gebracht. Christus, als Juda, is ook de „Wijnstok”, en de „edele wijnstok” is gebonden aan het „veulen van een ezelin”. Zijn „klederen” worden gewassen in „wijn”, hetgeen „het bloed der druiven” was. Christus begon Zijn bloed te vergieten in Gethsémané, toen Hij bloed zweette, en Gethsémané betekent de „olijfpers”. Van Gethsémané tot aan het kruis vergoot Hij Zijn kostbaar bloed om alle mensen tot Zich te vergaderen.
Now is the judgment of this world: now shall the prince of this world be cast out. And I, if I be lifted up from the earth, will draw all men unto me. This he said, signifying what death he should die. John 12:31–33.
Nu is het oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buitengeworpen worden. En Ik, wanneer Ik van de aarde verhoogd zal zijn, zal allen tot Mij trekken. Dit zeide Hij, te kennen gevende hoedanige dood Hij sterven zou. Johannes 12:31–33.
Christ’s work of drawing all men unto Himself is a twostep process, for He first gathers the “outcasts of Israel,” and then uses them as an ensign to draw His other flock.
Christus’ werk om alle mensen tot Zich te trekken is een proces in twee stappen, want Hij vergadert eerst de „verdrevenen van Israël” en gebruikt hen vervolgens als een banier om Zijn andere kudde te trekken.
I am the good shepherd, and know my sheep, and am known of mine. As the Father knoweth me, even so know I the Father: and I lay down my life for the sheep. And other sheep I have, which are not of this fold: them also I must bring, and they shall hear my voice; and there shall be one fold, and one shepherd. John 10:14–16.
Ik ben de goede Herder, en Ik ken de Mijnen, en word door de Mijnen gekend. Gelijk de Vader Mij kent, zo ken Ik ook de Vader; en Ik geef Mijn leven voor de schapen. En Ik heb nog andere schapen, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik toebrengen, en zij zullen Mijn stem horen; en het zal worden één kudde en één Herder. Johannes 10:14–16.
The one hundred and forty-four thousand are the “sheep” who know Him. The “other sheep” are His flock that come out of Babylon when they see and hear the ensign. Before He lifts up His ensign, which are His sheep, He first gathers them a second time. That line of sacred history aligns with verses thirteen through fifteen of Daniel chapter eleven, and is therefore aligned with the hidden history of verse forty. It represents the line of the true Protestant horn which runs within the history of the apostate Protestant horn, the apostate Republican horn and the arrival of the whore of Tyre, just before the Sunday law of verse forty-one. The line of the true Protestant horn represents both the history and also the message where the one hundred and forty-four thousand are sealed.
De honderdvierenveertigduizend zijn de „schapen” die Hem kennen. De „andere schapen” zijn Zijn kudde die uit Babylon uitkomt wanneer zij het banier zien en horen. Voordat Hij Zijn banier verheft, die Zijn schapen zijn, vergadert Hij hen eerst voor de tweede maal. Die lijn van de heilige geschiedenis stemt overeen met de verzen dertien tot en met vijftien van Daniël hoofdstuk elf, en is derhalve in overeenstemming met de verborgen geschiedenis van vers veertig. Zij vertegenwoordigt de lijn van de ware protestantse hoorn die verloopt binnen de geschiedenis van de afvallige protestantse hoorn, de afvallige republikeinse hoorn en de komst van de hoer van Tyrus, vlak vóór de zondagswet van vers eenenveertig. De lijn van de ware protestantse hoorn vertegenwoordigt zowel de geschiedenis alsook de boodschap waarin de honderdvierenveertigduizend worden verzegeld.
The “outcasts of Israel” represent a line in contrast with the “assembly of mockers”, as Jeremiah identifies them, or as the “synagogue of Satan” as John identifies them in Revelation chapters two and three where the church of Smyrna and Philadelphia are addressed. The Philadelphians represent the “one hundred and forty-four thousand” of Revelation chapter seven, and Smyrna is “the great multitude” of the same chapter, who cannot be numbered. The two classes of redeemed in the last days are in controversy with those who lie, and who are in the synagogue of Satan, and claim they are God’s people, for they say they are Jews.
De „verstotenen van Israël” vertegenwoordigen een lijn in tegenstelling tot de „vergadering der spotters”, zoals Jeremia hen aanduidt, of zoals de „synagoge van Satan”, zoals Johannes hen aanduidt in Openbaring, hoofdstukken twee en drie, waar de gemeenten van Smyrna en Filadelfia worden aangesproken. De Filadelfiërs vertegenwoordigen de „honderdvierenveertigduizend” van Openbaring, hoofdstuk zeven, en Smyrna is „de grote schare” van hetzelfde hoofdstuk, die niet geteld kan worden. De twee klassen van verlosten in de laatste dagen zijn in strijd met hen die liegen en die in de synagoge van Satan zijn, en beweren dat zij Gods volk zijn, want zij zeggen dat zij Joden zijn.
The line of the true Protestant horn consists of the controversy that exists between themselves and the former covenant people who are then being passed by. In the same history the faithful are also in controversy with the line of apostate Protestantism and Catholicism. Those three religious entities represent the dragon, the beast and the false prophet at the micro level within the line of the true Protestant horn.
De lijn van de ware protestantse hoorn bestaat uit de controverse die er bestaat tussen henzelf en het vroegere verbondsvolk dat dan wordt voorbijgegaan. In dezelfde geschiedenis verkeren de getrouwen ook in controverse met de lijn van het afvallige protestantisme en het katholicisme. Die drie religieuze entiteiten vertegenwoordigen de draak, het beest en de valse profeet op microniveau binnen de lijn van de ware protestantse hoorn.
“I saw the nominal church and nominal Adventists, like Judas, would betray us to the Catholics to obtain their influence to come against the truth. The saints then will be an obscure people, little known to the Catholics; but the churches and nominal Adventists who know of our faith and customs (for they hated us on account of the Sabbath, for they could not refute it) will betray the saints and report them to the Catholics as those who disregard the institutions of the people; that is, that they keep the Sabbath and disregard Sunday.” Spalding and Magan, 1, 2.
„Ik zag dat de naamkerk en naamadventisten, evenals Judas, ons aan de katholieken zouden verraden om hun invloed te verkrijgen teneinde tegen de waarheid op te treden. De heiligen zullen dan een onbekend volk zijn, weinig bekend bij de katholieken; maar de kerken en naamadventisten die van ons geloof en onze gebruiken weten (want zij haatten ons omwille van de sabbat, omdat zij die niet konden weerleggen) zullen de heiligen verraden en hen bij de katholieken aangeven als degenen die de instellingen van het volk veronachtzamen; dat wil zeggen, dat zij de sabbat onderhouden en de zondag veronachtzamen.” Spalding and Magan, 1, 2.
We have dealt with this passage before, and in so doing identified that the expression “nominal church” and the expression “nominal Adventist” would have had a different meaning and application when Sister White penned the words. Yet the prophets spoke more for the last days than they did for their own history, so in this passage the nominal church in the last days would be apostate Protestantism. The word “nominal” means “in name only”.
Wij hebben deze passage eerder behandeld en daarbij vastgesteld dat de uitdrukking „naamkerk” en de uitdrukking „naam-adventist” een andere betekenis en toepassing zouden hebben gehad toen Zuster White deze woorden neerschreef. Toch spraken de profeten meer voor de laatste dagen dan voor hun eigen geschiedenis; daarom zou in deze passage de naamkerk in de laatste dagen het afvallige protestantisme zijn. Het woord „nominaal” betekent „alleen in naam”.
The so-called Protestant church ceased to protest Rome in 1844, when they rebelled against entering into the Most Holy Place by faith, where they could have recognized the seventh-day Sabbath is the correct day of worship. Instead, they retained the worship of the sun, which is the mark of Catholicism. It is impossible to “protest” Rome, which is the only definition of the word “Protestant,” if you have accepted her symbol of authority, which the Roman church has repeatedly identified as her authority to change the day of worship in the Bible from the seventh-day Sabbath unto Sunday.
De zogenoemde protestantse kerk hield in 1844 op tegen Rome te protesteren, toen zij in opstand kwam tegen het door het geloof binnengaan in het Heilige der Heiligen, waar zij had kunnen erkennen dat de sabbat van de zevende dag de juiste dag van eredienst is. In plaats daarvan behield zij de aanbidding van de zon, wat het merkteken van het katholicisme is. Het is onmogelijk tegen Rome te „protesteren”, wat de enige betekenis is van het woord „protestants”, indien men haar symbool van gezag heeft aanvaard, dat de Roomse kerk herhaaldelijk heeft aangewezen als haar gezag om in de Bijbel de dag van eredienst te veranderen van de sabbat van de zevende dag in de zondag.
“Nominal Adventists” are those who profess to be Seventh-day Adventists, but they are also identified as Judas, who is the symbol of a disciple that has betrayed his profession. The nominal Seventh-day Adventist church will hate the “saints” and those saints “will” then “be an obscure people.” They hate the obscure saints, “on account of the Sabbath,” truth they cannot “refute.” The Sabbath truth in Sister White’s history was the seventh-day Sabbath, but it typifies the Sabbath truth of the last days, which cannot be refuted, and that is the doctrine that was first rejected by Laodicean Seventh-day Adventism in their rebellion in 1863. That doctrine was the first foundational truth discovered by William Miller, and it represents the foundational truths of Adventism that the nominal Adventists refuse to walk in, as represented by Jeremiah’s old paths. That Sabbath truth is the “seven times,” of Leviticus twenty-six.
„Naamadventisten” zijn zij die belijden Zevendedagsadventisten te zijn, maar zij worden ook aangeduid als Judas, het symbool van een discipel die zijn belijdenis heeft verraden. De nominale Zevendedagsadventkerk zal de „heiligen” haten, en die heiligen „zullen” dan „een onaanzienlijk volk” zijn. Zij haten de onaanzienlijke heiligen „vanwege de sabbat”, een waarheid die zij niet kunnen „weerleggen”. De sabbatswaarheid in de geschiedenis van Zuster White was de sabbat van de zevende dag, maar zij is een type van de sabbatswaarheid van de laatste dagen, die niet weerlegd kan worden, en dat is de leer die voor het eerst door het Laodicese Zevendedagsadventisme werd verworpen in hun opstand in 1863. Die leer was de eerste fundamentele waarheid die door William Miller werd ontdekt, en zij vertegenwoordigt de fundamentele waarheden van het adventisme waarin de naamadventisten weigeren te wandelen, zoals voorgesteld door Jeremia’s oude paden. Die sabbatswaarheid is de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig.
The line of true Protestantism that is made up of Philadelphia and Smyrna are betrayed by those represented as Judas. Judas covenanted to betray Jesus three times, thus identifying a progressive betrayal that preceded and concluded at the cross. Verse sixteen of Daniel eleven represents the Sunday law, which was typified by the cross. Therefore, in the verses leading to the Sunday law of verse sixteen, which is also the Sunday law of verse forty-one, a three-step betrayal is brought upon the saints of the last days. The betrayal occurs during the period when the Lord is gathering His last-day ensign a second time.
De lijn van het ware protestantisme, bestaande uit Filadelfia en Smyrna, wordt verraden door hen die door Judas worden voorgesteld. Judas verbond zich ertoe Jezus driemaal te verraden en identificeert daarmee een voortschrijdend verraad dat aan het kruis voorafging en daar zijn voltooiing vond. Vers zestien van Daniël elf stelt de zondagswet voor, die door het kruis werd voorgesteld als type. Daarom wordt in de verzen die voorafgaan aan de zondagswet van vers zestien, die tevens de zondagswet van vers eenenveertig is, een drievoudig verraad over de heiligen van de laatste dagen gebracht. Het verraad vindt plaats gedurende de periode waarin de Heer Zijn banier van de laatste dagen voor de tweede maal bijeenvergadert.
And in that day there shall be a root of Jesse, which shall stand for an ensign of the people; to it shall the Gentiles seek: and his rest shall be glorious. And it shall come to pass in that day, that the Lord shall set his hand again the second time to recover the remnant of his people, which shall be left, from Assyria, and from Egypt, and from Pathros, and from Cush, and from Elam, and from Shinar, and from Hamath, and from the islands of the sea. And he shall set up an ensign for the nations, and shall assemble the outcasts of Israel, and gather together the dispersed of Judah from the four corners of the earth. The envy also of Ephraim shall depart, and the adversaries of Judah shall be cut off: Ephraim shall not envy Judah, and Judah shall not vex Ephraim. But they shall fly upon the shoulders of the Philistines toward the west; they shall spoil them of the east together: they shall lay their hand upon Edom and Moab; and the children of Ammon shall obey them. Isaiah 11:10–14.
En te dien dage zal er een wortel van Isaï zijn, die tot een banier der volken zal staan; naar hem zullen de heidenen vragen; en zijn rust zal heerlijk zijn. En het zal geschieden te dien dage, dat de Heere voor de tweede maal Zijn hand zal uitstrekken om het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn, weder te verwerven, uit Assyrië, en uit Egypte, en uit Pathros, en uit Cusj, en uit Elam, en uit Sinear, en uit Hamath, en van de eilanden der zee. En Hij zal een banier oprichten voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden van Juda bijeenbrengen van de vier hoeken der aarde. Ook zal de nijd van Efraïm wijken, en de tegenstanders van Juda zullen uitgeroeid worden; Efraïm zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraïm niet benauwen. Maar zij zullen de Filistijnen op de schouders vliegen, westwaarts; tezamen zullen zij hen van het oosten beroven; zij zullen hun hand uitstrekken naar Edom en Moab; en de kinderen Ammons zullen hun gehoorzamen. Jesaja 11:10–14.
Isaiah identifies the historical setting for this passage in verse ten, with the expression “in that day.” That “day” has therefore been identified in the verses that preceded verse ten. When we trace this particular prophetic narrative back to a reference that allows us to identify when “that day” is, we come to verse one, of chapter ten.
Jesaja duidt in vers tien de historische setting van deze passage aan met de uitdrukking „te dien dage”. Die „dag” is derhalve reeds aangeduid in de verzen die aan vers tien voorafgaan. Wanneer wij dit specifieke profetische betoog terugvolgen tot een verwijzing die ons in staat stelt vast te stellen wanneer „die dag” is, komen wij uit bij vers één van hoofdstuk tien.
Woe unto them that decree unrighteous decrees, and that write grievousness which they have prescribed. Isaiah 10:1.
Wee hun die onrechtvaardige verordeningen uitvaardigen en voorschrijven wat slechts ellende brengt. Jesaja 10:1.
Sister White identifies the “unrighteous decree” of this verse as the soon coming Sunday law:
Zuster White identificeert het „onrechtvaardige besluit” van dit vers als de spoedig komende zondagwet:
“An idol sabbath has been set up, as the golden image was set up in the plains of Dura. And as Nebuchadnezzar, the king of Babylon, issued a decree that all who would not bow down and worship this image should be killed, so a proclamation will be made that all who will not reverence the Sunday institution will be punished with imprisonment and death. Thus the Sabbath of the Lord is trampled underfoot. But the Lord has declared, ‘Woe unto them that decree unrighteous decrees, and write grievousness which they have prescribed’ [Isaiah 10:1]. [Zephaniah 1:14–18]” Manuscript Releases, volume 14, 92.
„Er is een afgodische sabbat opgericht, zoals het gouden beeld werd opgericht op de vlakte van Dura. En zoals Nebukadnezar, de koning van Babylon, een bevel uitvaardigde dat allen die niet zouden neerbuigen en dit beeld aanbidden, gedood moesten worden, zo zal er een afkondiging worden gedaan dat allen die de zondagsinstelling niet zullen eerbiedigen, gestraft zullen worden met gevangenschap en de dood. Zo wordt de sabbat des Heren met voeten getreden. Maar de Heere heeft verklaard: ‘Wee hun die onrechtvaardige verordeningen uitvaardigen, en voorschriften opschrijven die zij tot kwelling hebben voorgeschreven’ [Jesaja 10:1]. [Zefanja 1:14–18]” Manuscript Releases, deel 14, 92.
The context of the Lord gathering His people a second time is placed in the history of the approaching Sunday law crisis, for in verse twelve of chapter ten, Isaiah speaks of the Lord finishing a work among His people before He brings His executive judgment at the unrighteous decree, which is the Sunday law.
De context van de tweede maal dat de Heer Zijn volk bijeenvergadert, wordt geplaatst in de geschiedenis van de naderende crisis van de zondagwet, want in vers twaalf van hoofdstuk tien spreekt Jesaja over het feit dat de Heer een werk onder Zijn volk voleindigt voordat Hij Zijn uitvoerend oordeel brengt bij het onrechtvaardige decreet, dat de zondagwet is.
Wherefore it shall come to pass, that when the Lord hath performed his whole work upon mount Zion and on Jerusalem, I will punish the fruit of the stout heart of the king of Assyria, and the glory of his high looks. Isaiah 10:12.
Daarom zal het geschieden, wanneer de Heere Zijn gehele werk op de berg Sion en aan Jeruzalem volbracht heeft, dat Ik bezoeking zal doen over de vrucht van het trotse hart van de koning van Assyrië en over de hoogmoed van zijn verheven blikken. Jesaja 10:12.
The “work upon Zion and on Jerusalem”, which the Lord “performs” before the punishment of the papacy begins at the Sunday law, is the sealing of the one hundred and forty-four thousand. In Ezekiel chapter nine, the man with the writer’s inkhorn goes through Jerusalem placing a mark upon those “that sigh and cry for the abominations done in the land” and in the church. That work includes the process of the Lord gathering together the outcasts of Israel a second time. He gathers them from the four corners of the earth, and the “four corners of earth” is represented by eight geographical areas. Eight is the symbol of the testing process of the image of the beast, thus identifying that the final gathering of those who would be the ensign takes place during the period when the image of the beast test is being accomplished in the earth.
Het „werk over Sion en over Jeruzalem”, dat de Heer „volbrengt” voordat de bestraffing van het pausdom aanvangt bij de zondagswet, is de verzegeling van de honderdvierenvierenveertigduizend. In Ezechiël hoofdstuk negen gaat de man met de schrijversinktpot door Jeruzalem en brengt een teken aan op hen „die zuchten en jammeren over al de gruwelen die in het land” en in de kerk gedaan worden. Dat werk omvat het proces waarin de Heer de verdrevenen van Israël ten tweeden male bijeenverzamelt. Hij verzamelt hen uit de vier hoeken der aarde, en de „vier hoeken der aarde” worden voorgesteld door acht geografische gebieden. Acht is het symbool van het beproevingsproces van het beeld van het beest, en identificeert aldus dat de uiteindelijke vergadering van hen die het banier zouden zijn, plaatsvindt gedurende de periode waarin de beproeving van het beeld van het beest op aarde wordt voltrokken.
The unity represented by “Ephraim” “not envying Judah, and Judah” “not vexing Ephraim,” occurs when the adversaries of Judah are cut off. Prophetically, the former covenant people, represented by Judas, or the synagogue of Satan, or the assembly of mockers, or the Protestants of Millerite history, or the Jews of Christ’s history are “cut off” at the first disappointment. When Jeremiah represents that very history, he was instructed that he could never return to the assembly of mockers, though they could return to him if they chose to repent.
De eenheid die wordt voorgesteld door „Efraïm” dat „Juda niet benijdt, en Juda” dat „Efraïm niet benauwt”, vindt plaats wanneer de tegenstanders van Juda worden afgesneden. Profetisch gezien worden de vroegere verbondsgenoten, voorgesteld door Judas, of de synagoge van Satan, of de vergadering der spotters, of de protestanten van de Milleritische geschiedenis, of de Joden van Christus’ geschiedenis, „afgesneden” bij de eerste teleurstelling. Wanneer Jeremia juist die geschiedenis voorstelt, werd hem opgedragen dat hij nooit kon terugkeren tot de vergadering der spotters, hoewel zij tot hem konden terugkeren als zij verkozen zich te bekeren.
From July 18, 2020 unto the Sunday law the Lord gathers His last-day people a second time. He gathers them from around the world, during a period when He is finishing His whole work on Judah and Jerusalem. In that sealing time, God’s last-day people will be obscure, but will never-the-less be confronted by a threefold union which opposes their work.
Vanaf 18 juli 2020 tot aan de zondagswet vergadert de Heer Zijn volk van de laatste dagen voor de tweede maal. Hij vergadert hen uit de gehele wereld, gedurende een periode waarin Hij Zijn gehele werk aan Juda en Jeruzalem voltooit. In die verzegelingstijd zal Gods volk van de laatste dagen obscuur zijn, maar niettemin geconfronteerd worden met een drievoudige verbintenis die zich tegen hun werk verzet.
Catholicism is the beast of the threefold union, and one of her daughters is the class Sister White identifies as the nominal church. They represent the false prophet. The nominal Laodicean Adventists, represented by Judas, are the dragon in this representation. The rebellion of 1863 was typified by the rebellion of ancient Israel at the first Kadesh, when they chose to reject the message of Joshua and Caleb and return to Egypt. Egypt is a symbol of the dragon.
Het katholicisme is het beest van de drievoudige unie, en een van haar dochters is de klasse die Zuster White aanduidt als de naamkerk. Zij vertegenwoordigen de valse profeet. De nominale Laodiceaanse adventisten, voorgesteld door Judas, zijn in deze voorstelling de draak. De opstand van 1863 werd voorafgebeeld door de opstand van het oude Israël bij het eerste Kades, toen zij ervoor kozen de boodschap van Jozua en Kaleb te verwerpen en naar Egypte terug te keren. Egypte is een symbool van de draak.
Son of man, set thy face against Pharaoh king of Egypt, and prophesy against him, and against all Egypt: Speak, and say, Thus saith the Lord God; Behold, I am against thee, Pharaoh king of Egypt, the great dragon that lieth in the midst of his rivers, which hath said, My river is mine own, and I have made it for myself. Ezekiel 29:2, 3.
Mensenkind, richt uw aangezicht tegen Farao, de koning van Egypte, en profeteer tegen hem en tegen geheel Egypte. Spreek en zeg: Zo zegt de Heere HEERE: Zie, Ik ben tegen u, Farao, koning van Egypte, de grote draak, die ligt te midden van zijn rivieren, die gezegd heeft: Mijn rivier is van mijzelf, en ik heb die voor mijzelf gemaakt. Ezechiël 29:2, 3.
The rebellion at Kadesh represented the tenth test in a testing process that brought about the rejection and death of the chosen people who had been brought out of Egypt, and typified the final test of a testing process that was brought upon Philadelphian Millerite Adventism on October 22, 1844 and concluded with the rebellion of 1863. At the very end of ancient Israel’s history, the Jews “cried out, ‘Away with him, away with him, crucify him’. Pilate saith unto them, ‘Shall I crucify your King?’ The chief priests answered, ‘We have no king but Caesar.’” In the first rebellion and the last rebellion the former covenant people chose to identify a symbol of the dragon (Egypt and pagan Rome) as their king.
De opstand bij Kades vertegenwoordigde de tiende beproeving in een beproevingsproces dat de verwerping en de dood teweegbracht van het uitverkoren volk dat uit Egypte was geleid, en was een voorafbeelding van de laatste beproeving van een beproevingsproces dat op 22 oktober 1844 over het Filadelfische Milleritische adventisme werd gebracht en werd voltooid met de opstand van 1863. Aan het uiterste einde van de geschiedenis van het oude Israël riepen de Joden: “Weg met Hem, weg met Hem, kruisig Hem.” Pilatus zeide tot hen: “Zal ik uw Koning kruisigen?” De overpriesters antwoordden: “Wij hebben geen koning dan de keizer.” In de eerste opstand en de laatste opstand verkoos het voormalige bondsvolk een symbool van de draak (Egypte en het heidense Rome) als zijn koning te erkennen.
On July 18, 2020, the “adversaries of Judah” were “cut off,” and the temple of the one hundred and forty-four thousand was set up. All that was left was for the temple to be cleansed, in advance of the Messenger of the Covenant suddenly coming to His temple. The temple of Millerite history was erected in forty-six years from 1798 unto 1844. At the first disappointment of April 19, 1844 the Protestants were cut off and became part of the synagogue of Satan, the assembly of mockers, a daughter of Rome. From that point until October 22, 1844 a purification process occurred in advance of the faithful following Christ into the Most Holy Place, that He might accomplish the work of joining His Divinity to their humanity.
Op 18 juli 2020 werden de „tegenstanders van Juda” „afgesneden” en werd de tempel van de honderdvierenveertigduizend opgericht. Het enige wat nog overbleef, was dat de tempel gereinigd zou worden, voorafgaand aan het plotseling komen van de Boodschapper van het Verbond tot Zijn tempel. De tempel van de Milleritische geschiedenis werd in zesenveertig jaar opgericht, van 1798 tot 1844. Bij de eerste teleurstelling van 19 april 1844 werden de protestanten afgesneden en werden zij deel van de synagoge van Satan, de vergadering van spotters, een dochter van Rome. Vanaf dat moment tot 22 oktober 1844 vond een reinigingsproces plaats, voorafgaand aan het feit dat de getrouwen Christus volgden in het Allerheiligste, opdat Hij het werk zou volbrengen Zijn Goddelijkheid met hun menselijkheid te verenigen.
The history of the true Protestant horn, that is gathered a second time just before the unrighteous decree, that they might be the ensign that God employs to call His other flock out of Babylon, occurs in the same period where the apostate Republican and Protestant horns are joining together, committing spiritual fornication, thus becoming one flesh, or one temple, which is the image of the beast. God’s temple is simultaneously forming the image of Christ.
De geschiedenis van de ware protestantse hoorn, die vlak vóór het onrechtvaardige decreet ten tweeden male wordt vergaderd, opdat zij het vaandel zouden zijn dat God gebruikt om Zijn andere kudde uit Babylon te roepen, voltrekt zich in dezelfde periode waarin de afvallige Republikeinse en protestantse horens zich met elkaar verenigen en geestelijke hoererij bedrijven, en aldus één vlees, of één tempel, worden, hetgeen het beeld van het beest is. Gods tempel vormt tegelijkertijd het beeld van Christus.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
The word that came to Jeremiah from the Lord, saying, Stand in the gate of the Lord’s house, and proclaim there this word, and say, Hear the word of the Lord, all ye of Judah, that enter in at these gates to worship the Lord. Thus saith the Lord of hosts, the God of Israel, Amend your ways and your doings, and I will cause you to dwell in this place. Trust ye not in lying words, saying, The temple of the Lord, The temple of the Lord, The temple of the Lord, are these. For if ye throughly amend your ways and your doings; if ye throughly execute judgment between a man and his neighbour; If ye oppress not the stranger, the fatherless, and the widow, and shed not innocent blood in this place, neither walk after other gods to your hurt: Then will I cause you to dwell in this place, in the land that I gave to your fathers, for ever and ever. Behold, ye trust in lying words, that cannot profit. Will ye steal, murder, and commit adultery, and swear falsely, and burn incense unto Baal, and walk after other gods whom ye know not; And come and stand before me in this house, which is called by my name, and say, We are delivered to do all these abominations? Is this house, which is called by my name, become a den of robbers in your eyes? Behold, even I have seen it, saith the Lord.
Het woord dat van de HEERE tot Jeremia kwam, luidende: Ga staan in de poort van het huis des HEEREN, en roep daar dit woord uit, en zeg: Hoort het woord des HEEREN, gij allen van Juda, die door deze poorten binnengaat om de HEERE te aanbidden. Zo zegt de HEERE der heerscharen, de God van Israël: Betert uw wegen en uw handelingen, dan zal Ik u doen wonen in deze plaats. Vertrouwt niet op leugenachtige woorden, zeggende: Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel, des HEEREN tempel zijn deze. Want indien gij uw wegen en uw handelingen grondig betert; indien gij recht naar waarheid oefent tussen een man en zijn naaste; indien gij de vreemdeling, de wees en de weduwe niet verdrukt, geen onschuldig bloed vergiet in deze plaats, en niet achter andere goden wandelt, uzelf ten verderve: dan zal Ik u doen wonen in deze plaats, in het land dat Ik uw vaderen gegeven heb, van eeuw tot eeuw. Zie, gij vertrouwt op leugenachtige woorden, die geen nut doen. Zult gij stelen, moorden en overspel plegen, valselijk zweren, voor Baäl reukwerk ontsteken, en achter andere goden wandelen die gij niet gekend hebt; en dan komen en voor Mijn aangezicht staan in dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, en zeggen: Wij zijn verlost — om al deze gruwelen te bedrijven? Is dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, in uw ogen een rovershol geworden? Zie, ook Ik heb het gezien, spreekt de HEERE.
But go ye now unto my place which was in Shiloh, where I set my name at the first, and see what I did to it for the wickedness of my people Israel. And now, because ye have done all these works, saith the Lord, and I spake unto you, rising up early and speaking, but ye heard not; and I called you, but ye answered not; Therefore will I do unto this house, which is called by my name, wherein ye trust, and unto the place which I gave to you and to your fathers, as I have done to Shiloh. And I will cast you out of my sight, as I have cast out all your brethren, even the whole seed of Ephraim. Therefore pray not thou for this people, neither lift up cry nor prayer for them, neither make intercession to me: for I will not hear thee. Seest thou not what they do in the cities of Judah and in the streets of Jerusalem? Jeremiah 7:1–17.
Maar gaat nu toch naar mijn plaats die te Silo was, waar Ik in het eerst mijn Naam gevestigd heb, en ziet wat Ik daaraan gedaan heb vanwege de goddeloosheid van mijn volk Israël. En nu, omdat gij al deze werken gedaan hebt, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg op zijnde en sprekende, maar gij niet gehoord hebt; en Ik u geroepen heb, maar gij niet geantwoord hebt; daarom zal Ik aan dit huis, dat naar mijn Naam genoemd is, waarop gij vertrouwt, en aan de plaats die Ik u en uw vaderen gegeven heb, doen gelijk Ik aan Silo gedaan heb. En Ik zal u van voor mijn aangezicht wegwerpen, zoals Ik al uw broeders weggeworpen heb, namelijk heel het zaad van Efraïm. Bid dan niet voor dit volk, hef voor hen geen geroep noch gebed op, en doe geen voorbede bij Mij; want Ik zal u niet horen. Ziet gij niet wat zij doen in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem? Jeremia 7:1–17.