“Ministers and people declared that the prophecies of Daniel and the Revelation were incomprehensible mysteries. But Christ directed his disciples to the words of the prophet Daniel concerning events to take place in their time, and said, ‘Whoso readeth, let him understand.’ Matthew 24:15. And the assertion that the Revelation is a mystery, not to be understood, is contradicted by the very title of the book: ‘The Revelation of Jesus Christ, which God gave unto him, to show unto his servants things which must shortly come to pass. . . . Blessed is he that readeth, and they that hear the words of this prophecy, and keep those things which are written therein; for the time is at hand.’ Revelation 1:1–3.

„Predikanten en mensen verklaarden dat de profetieën van Daniël en de Openbaring onbegrijpelijke verborgenheden waren. Maar Christus verwees Zijn discipelen naar de woorden van de profeet Daniël aangaande gebeurtenissen die in hun tijd zouden plaatsvinden, en zei: ‘Wie het leest, die geve er acht op.’ Mattheüs 24:15. En de bewering dat de Openbaring een verborgenheid is die niet verstaan kan worden, wordt weersproken door juist de titel van het boek: ‘De Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft, om Zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden.... Zalig is hij die leest, en zij die de woorden van deze profetie horen en bewaren wat daarin geschreven staat; want de tijd is nabij.’ Openbaring 1:1–3.”

“Says the prophet: ‘Blessed is he that readeth’—there are those who will not read; the blessing is not for them. ‘And they that hear’—there are some, also, who refuse to hear anything concerning the prophecies; the blessing is not for this class. ‘And keep those things which are written therein’—many refuse to heed the warnings and instructions contained in the Revelation. None of these can claim the blessing promised. All who ridicule the subjects of the prophecy, and mock at the symbols here solemnly given, all who refuse to reform their lives, and prepare for the coming of the Son of man, will be unblest.

“Zegt de profeet: ‘Zalig is hij die leest’—er zijn er die niet willen lezen; de zegen is niet voor hen. ‘En zij die horen’—er zijn ook sommigen die weigeren iets te horen aangaande de profetieën; de zegen is niet voor deze klasse. ‘En die bewaren hetgeen daarin geschreven staat’—velen weigeren acht te slaan op de waarschuwingen en onderrichtingen die in de Openbaring vervat zijn. Geen van dezen kan aanspraak maken op de beloofde zegen. Allen die de onderwerpen van de profetie bespotten en spotten met de symbolen die hier plechtig gegeven zijn, allen die weigeren hun leven te hervormen en zich voor te bereiden op de komst van de Zoon des mensen, zullen zonder zegen zijn.

“In view of the testimony of Inspiration, how dare men teach that the Revelation is a mystery, beyond the reach of human understanding? It is a mystery revealed, a book opened. The study of the Revelation directs the mind to the prophecies of Daniel, and both present most important instruction, given of God to men, concerning events to take place at the close of this world’s history.” The Great Controversy, 340.

„Met het oog op het getuigenis van de Inspiratie, hoe durven mensen te onderwijzen dat de Openbaring een mysterie is, buiten het bereik van menselijk begrip? Het is een geopenbaard mysterie, een geopend boek. De studie van de Openbaring richt de gedachten op de profetieën van Daniël, en beide bieden hoogst belangrijke onderwijzing, door God aan mensen gegeven, betreffende gebeurtenissen die zullen plaatsvinden aan het einde van de geschiedenis van deze wereld.” The Great Controversy, 340.

The “study of the Revelation directs the mind to the prophecies of Daniel.” Some persons only see prophecy within the book of Daniel. But Daniel presents two lines of truth and the truth that represent his prophecies are the last six chapters of his book. The first six chapters present illustrated prophecy, that, by and large, are still unrecognized. Before we consider the first six chapters of Daniel, we will explain why there is actually only two prophecies represented in the last six chapters of Daniel. Sister White points out the two prophecies by referring to the two great rivers of Shinar. When we accept the symbolism she sets forth we find the key to see two, and only two prophecies in the last six chapters of Daniel.

De „studie van de Openbaring richt het denken op de profetieën van Daniël.” Sommige personen zien profetie uitsluitend binnen het boek Daniël. Maar Daniël presenteert twee lijnen van waarheid, en de waarheden die zijn profetieën vertegenwoordigen, zijn de laatste zes hoofdstukken van zijn boek. De eerste zes hoofdstukken presenteren uitgebeelde profetie, die grotendeels nog altijd niet wordt onderkend. Voordat wij de eerste zes hoofdstukken van Daniël beschouwen, zullen wij uitleggen waarom er in de laatste zes hoofdstukken van Daniël in werkelijkheid slechts twee profetieën worden voorgesteld. Zuster White wijst op de twee profetieën door te verwijzen naar de twee grote rivieren van Sinear. Wanneer wij de symboliek aanvaarden die zij uiteenzet, vinden wij de sleutel om in de laatste zes hoofdstukken van Daniël twee, en slechts twee, profetieën te onderscheiden.

“The light that Daniel received from God was given especially for these last days. The visions he saw by the banks of the Ulai and the Hiddekel, the great rivers of Shinar, are now in process of fulfillment, and all the events foretold will soon come to pass.” Testimonies to Ministers, 112.

„Het licht dat Daniël van God ontving, werd in het bijzonder voor deze laatste dagen gegeven. De visioenen die hij zag aan de oevers van de Ulai en de Hiddekel, de grote rivieren van Sinear, zijn thans bezig in vervulling te gaan, en al de voorzegde gebeurtenissen zullen spoedig plaatsvinden.” Testimonies to Ministers, 112.

The vision of chapter eight was given by the Ulai river.

Het visioen van hoofdstuk acht werd gegeven bij de rivier de Ulai.

In the third year of the reign of king Belshazzar a vision appeared unto me, even unto me Daniel, after that which appeared unto me at the first. And I saw in a vision; and it came to pass, when I saw, that I was at Shushan in the palace, which is in the province of Elam; and I saw in a vision, and I was by the river of Ulai. Daniel 8:1, 2.

In het derde jaar van de regering van koning Belsazar verscheen mij, ja mij, Daniël, een gezicht, na hetgeen mij eerst verschenen was. En ik zag in een gezicht; en het geschiedde, toen ik zag, dat ik te Susan was, in het paleis, dat in het gewest Elam is; en ik zag in een gezicht, en ik was aan de rivier de Ulai. Daniël 8:1, 2.

When we took the paragraph from Testimonies to Ministers, where Sister White referenced “the Ulai and Hiddekel” and called them “the great rivers of Shinar” we were dissecting that paragraph from one of the most important commentaries on the study of the books of Daniel and Revelation in Sister White’s writings. In the passage she states, “There is need of a much closer study of the word of God; especially should Daniel and the Revelation have attention as never before in the history of our work.”

Toen wij de alinea uit Testimonies to Ministers namen, waarin zuster White verwees naar „de Ulai en Hiddekel” en deze „de grote rivieren van Sinear” noemde, waren wij die alinea aan het ontleden uit een van de belangrijkste commentaren op de studie van de boeken Daniël en Openbaring in de geschriften van zuster White. In die passage verklaart zij: „Er is behoefte aan een veel nauwkeuriger studie van het Woord van God; in het bijzonder behoren Daniël en de Openbaring aandacht te krijgen als nooit tevoren in de geschiedenis van ons werk.”

If we closely study the first two verses we just cited from Daniel chapter eight they provide two internal witnesses to a fact that is often overlooked. Daniel says “in the third year of” Belshazzar “a vision appeared unto me.” Then he adds, “after that which appeared to me at the first.” This verse can be understood two ways, and either way produces the identical conclusion.

Wanneer wij de eerste twee verzen die wij zojuist uit Daniël hoofdstuk acht hebben aangehaald nauwkeurig bestuderen, leveren zij twee innerlijke getuigenissen van een feit dat dikwijls over het hoofd wordt gezien. Daniël zegt: „in het derde jaar van” Belsazar „verscheen mij een gezicht.” Vervolgens voegt hij eraan toe: „na datgene wat mij in het eerst verscheen.” Dit vers kan op twee manieren worden opgevat, en beide leiden tot dezelfde conclusie.

The angel Gabriel was the one that brought prophetic light to Daniel, as he did with all the prophets, for he had replaced Satan as the heavenly light bearer. This means that every prophetic rule that is located in the Scriptures was guided by Gabriel. Whether Daniel understood it or not, in verse one of chapter eight, not only is he identifying an important prophetic observation, but he provides two witnesses of the important prophetic observation in the verse. What Daniel recorded in verse one, is that he had received a vision previous to the vision he received by the Ulai river. The vision by the Ulai river came in Belshazzar’s third year. The vision, before the vision by the Ulai river, came in the first year of Belshazzar.

De engel Gabriël was degene die profetisch licht tot Daniël bracht, zoals hij dat deed bij al de profeten, want hij had Satan vervangen als de hemelse lichtdrager. Dit betekent dat iedere profetische regel die in de Schriften is te vinden, door Gabriël werd geleid. Of Daniël het nu begreep of niet, in vers één van hoofdstuk acht wijst hij niet alleen op een belangrijke profetische waarneming, maar verschaft hij in het vers ook twee getuigen van die belangrijke profetische waarneming. Wat Daniël in vers één optekende, is dat hij een visioen had ontvangen voorafgaand aan het visioen dat hij ontving bij de rivier de Ulai. Het visioen bij de rivier de Ulai kwam in het derde jaar van Belsazar. Het visioen vóór het visioen bij de rivier de Ulai kwam in het eerste jaar van Belsazar.

In the first year of Belshazzar king of Babylon Daniel had a dream and visions of his head upon his bed: then he wrote the dream, and told the sum of the matters. Daniel 7:1.

In het eerste jaar van Belsazar, de koning van Babel, had Daniël een droom en gezichten in zijn hoofd op zijn bed; daarna schreef hij de droom op en verhaalde de hoofdinhoud van de zaken. Daniël 7:1.

In verse one of chapter eight, Daniel is identifying that he also had a vision in the first year of Belshazzar, because he says, “after that which appeared to me at the first.” Did the Ulai vision appear after the vision of Belshazzar’s first year, or did the vision appear after the first of the two parallel visions? Either answer is correct. The vision of the Ulai river is the same vision as the vision of chapter seven. Gabriel is employing the prophetic principle of “repeat and enlarge,” and simultaneously the rule that upon the testimony of two establishes a thing. Both visions address the kingdoms of Bible prophecy.

In het eerste vers van hoofdstuk acht geeft Daniël te kennen dat ook hij in het eerste jaar van Belsazar een visioen had, want hij zegt: „na hetgeen mij in het eerst verschenen was.” Verscheen het visioen van de Ulai na het visioen uit het eerste jaar van Belsazar, of verscheen het visioen na het eerste van de twee parallelle visioenen? Beide antwoorden zijn juist. Het visioen van de rivier de Ulai is hetzelfde visioen als het visioen van hoofdstuk zeven. Gabriël past het profetische beginsel van „herhalen en uitbreiden” toe, en tegelijk de regel dat op het getuigenis van twee een zaak wordt bevestigd. Beide visioenen handelen over de koninkrijken van de Bijbelse profetie.

The vision of chapter seven, portrays those kingdoms as beasts of prey, thus emphasizing and presenting them in the setting of their civil power. The vision of chapter eight, portrays those same kingdoms with symbols from God’s sanctuary service, though each of the symbols of the sanctuary service are purposely corrupted, in order to represent a counterfeit worship. Daniel eight, portrays the same kingdoms as the vision of chapter seven, but it places the kingdoms in their religious setting.

Het visioen van hoofdstuk zeven beeldt die koninkrijken af als roofdieren en benadrukt en presenteert hen aldus in het kader van hun burgerlijke macht. Het visioen van hoofdstuk acht beeldt diezelfde koninkrijken af met symbolen uit Gods heiligdomsdienst, hoewel elk van de symbolen van de heiligdomsdienst opzettelijk verdraaid is om een vervalste eredienst voor te stellen. Daniël acht beeldt dezelfde koninkrijken af als het visioen van hoofdstuk zeven, maar plaatst de koninkrijken in hun religieuze context.

The Ulai vision of Daniel chapter eight repeats and enlarges the vision of chapter seven. Chapter seven identifies the civil aspect of the kingdoms of Bible prophecy, and chapter eight identifies the religious aspect of the kingdoms of Bible prophecy. When this is recognized, it can then be understood that chapters seven and eight are the same vision. Chapter nine is where Gabriel comes to give the explanation of the element of time in the vision of chapter eight. Therefore, the vision of the Ulai represents chapters seven, eight and nine of the book of Daniel. The river Hiddekel is then introduced in chapter ten.

Het Ulai-gezicht van Daniël hoofdstuk acht herhaalt en verruimt het gezicht van hoofdstuk zeven. Hoofdstuk zeven duidt het burgerlijke aspect van de koninkrijken van de Bijbelse profetie aan, en hoofdstuk acht duidt het godsdienstige aspect van de koninkrijken van de Bijbelse profetie aan. Wanneer dit wordt onderkend, kan vervolgens worden begrepen dat hoofdstukken zeven en acht hetzelfde gezicht zijn. Hoofdstuk negen is de plaats waar Gabriël komt om de verklaring te geven van het tijdselement in het gezicht van hoofdstuk acht. Daarom vertegenwoordigt het gezicht van de Ulai hoofdstukken zeven, acht en negen van het boek Daniël. De rivier Hiddekel wordt vervolgens in hoofdstuk tien geïntroduceerd.

In the third year of Cyrus king of Persia a thing was revealed unto Daniel, whose name was called Belteshazzar; and the thing was true, but the time appointed was long: and he understood the thing, and had understanding of the vision. In those days I Daniel was mourning three full weeks. I ate no pleasant bread, neither came flesh nor wine in my mouth, neither did I anoint myself at all, till three whole weeks were fulfilled. And in the four and twentieth day of the first month, as I was by the side of the great river, which is Hiddekel. Daniel 10:1–4.

In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd aan Daniël, wiens naam Beltsazar genoemd werd, een zaak geopenbaard; en de zaak was waarachtig, maar de vastgestelde tijd was lang; en hij verstond de zaak en had inzicht in het gezicht. In die dagen bedreef ik, Daniël, drie volle weken rouw. Ik at geen smakelijk brood, noch kwam vlees of wijn in mijn mond, en ik zalfde mij in het geheel niet, totdat drie volle weken vervuld waren. En op de vierentwintigste dag van de eerste maand, terwijl ik mij bevond aan de oever van de grote rivier, dat is de Hiddekel. Daniël 10:1–4.

The vision of the Hiddekel river introduces the prophetic history of the king of the north. It begins with the breakup of Alexander the Great’s kingdom, identifies the ebb and flow of the following history where ultimately the only two antagonists left from the disintegration of Alexander the Great’s former kingdom is a literal southern king versus a literal northern king. Ultimately it arrives at the history of the papacy, who then becomes the spiritual king of the north, who at the end of chapter eleven, comes to his end, Michael stands up and human probation closes. The simple overview is that the Ulai river vision is the internal vision of God’s sanctuary and host, and the Hiddekel river is the external vision of the enemy of God and His people during the same history. It is employing the same principle that is found in Revelation’s seven churches and seven seals.

Het visioen van de rivier de Hiddekel introduceert de profetische geschiedenis van de koning van het noorden. Het begint met het uiteenvallen van het rijk van Alexander de Grote, beschrijft de eb en vloed van de daaropvolgende geschiedenis, waarin uiteindelijk de enige twee tegenstanders die overblijven uit de desintegratie van het voormalige rijk van Alexander de Grote een letterlijke koning van het zuiden tegenover een letterlijke koning van het noorden zijn. Uiteindelijk komt het uit bij de geschiedenis van het pausdom, dat dan de geestelijke koning van het noorden wordt, die aan het einde van hoofdstuk elf aan zijn einde komt; Michaël staat op en de menselijke genadetijd sluit. Het eenvoudige overzicht is dat het visioen van de rivier de Ulai het innerlijke visioen is van Gods heiligdom en heerschare, en de rivier de Hiddekel het uiterlijke visioen is van de vijand van God en van Zijn volk gedurende dezelfde geschiedenis. Daarbij wordt hetzelfde beginsel toegepast als dat wat wordt aangetroffen in de zeven gemeenten en de zeven zegels van Openbaring.

“Many ministers make no effort to explain Revelation. They call it an unprofitable book to study. They regard it as a sealed book, because it contains the record of figures and symbols. But the very name that has been given it, ‘Revelation,’ is a denial of this supposition. Revelation is a sealed book, but it is also an opened book. It records marvelous events that are to take place in the last days of this earth’s history. The teachings of this book are definite, not mystical and unintelligible. In it the same line of prophecy is taken up as in Daniel. Some prophecies God has repeated, thus showing that importance must be given to them. The Lord does not repeat things that are of no great consequence.” Manuscript Releases, volume 8, 413.

“Vele predikanten doen geen enkele moeite om Openbaring te verklaren. Zij noemen het een onvruchtbaar boek om te bestuderen. Zij beschouwen het als een verzegeld boek, omdat het het verslag van beelden en symbolen bevat. Maar juist de naam die eraan is gegeven, ‘Openbaring’, is een ontkenning van deze veronderstelling. Openbaring is een verzegeld boek, maar het is ook een geopend boek. Het vermeldt wonderbare gebeurtenissen die in de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde zullen plaatsvinden. De leringen van dit boek zijn duidelijk omschreven, niet mystiek en onbegrijpelijk. Daarin wordt dezelfde lijn van profetie opgevat als in Daniël. Sommige profetieën heeft God herhaald, en daarmee getoond dat daaraan gewicht moet worden toegekend. De Heere herhaalt geen dingen die niet van groot belang zijn.” Manuscript Releases, deel 8, 413.

The same internal and external history that is represented in the book of Daniel is taken up in the book of Revelation. Aside from the prophetic light that is produced from these two visions, there is also a confirmation of the methodology of biblical interpretation that was adopted by William Miller, and thereafter by Future for America. Correctly considered, the book of Daniel, as well as the book of Revelation, are absolute gold mines for confirmation of the principles of prophetic interpretation that the Bible identifies within itself.

Dezelfde innerlijke en uiterlijke geschiedenis die in het boek Daniël wordt voorgesteld, wordt in het boek Openbaring weer opgenomen. Afgezien van het profetische licht dat uit deze twee visioenen voortkomt, is er tevens een bevestiging van de methode van bijbelse uitleg die door William Miller werd aangenomen en daarna door Future for America. Juist beschouwd zijn zowel het boek Daniël als het boek Openbaring volstrekte goudmijnen ter bevestiging van de beginselen van profetische uitleg die de Bijbel in zichzelf aanwijst.

The Ulai being the internal theme and the Hiddekel being the external, also represent the two prophecies that were to be unsealed at the “time of the end.” The Ulai was unsealed at the “time of the end” in 1798, and the Hiddekel was unsealed at the “time of the end” in 1989, when, as described in Daniel eleven, verse forty, the countries representing the former Soviet Union were swept away by the papacy and the United States.

De Ulai, als het innerlijke thema, en de Hiddekel, als het uiterlijke, vertegenwoordigen ook de twee profetieën die in de „tijd van het einde” ontzegeld zouden worden. De Ulai werd in de „tijd van het einde” in 1798 ontzegeld, en de Hiddekel werd in de „tijd van het einde” in 1989 ontzegeld, toen, zoals beschreven in Daniël elf, vers veertig, de landen die de voormalige Sovjet-Unie vertegenwoordigden, werden weggevaagd door het pausdom en de Verenigde Staten.

When these facts are recognized, it can then also be recognized that the two visions are actually one vision, the same as the prophetic history of the seven churches and the seven seals represent the same prophetic history. The two visions then become the avenue that the Lord used in the past movement of the first angel, and what the Lord will use in the current and future movement of the third angel, to produce a testing process as set forth in Daniel chapter twelve, verses nine and ten.

Wanneer deze feiten worden erkend, kan dan ook worden ingezien dat de twee visioenen in werkelijkheid één visioen zijn, evenals de profetische geschiedenis van de zeven gemeenten en de zeven zegels dezelfde profetische geschiedenis vertegenwoordigen. De twee visioenen worden dan het middel dat de Heere heeft gebruikt in de vroegere beweging van de eerste engel, en dat de Heere zal gebruiken in de tegenwoordige en toekomstige beweging van de derde engel, om een beproevingsproces voort te brengen zoals uiteengezet in Daniël hoofdstuk twaalf, verzen negen en tien.

And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 12:9, 10.

En hij zeide: Ga heen, Daniël; want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd worden en wit gemaakt en beproefd; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en niemand van de goddelozen zal het verstaan; maar de wijzen zullen het verstaan. Daniël 12:9, 10.

As an example of the unsealing of the Hiddekel in 1989, consider what inspiration has said.

Als een voorbeeld van de ontzegeling van de Hiddekel in 1989, overweeg wat de inspiratie heeft gezegd.

“In the Revelation all the books of the Bible meet and end. Here is the complement of the book of Daniel. One is a prophecy; the other a revelation. The book that was sealed is not the Revelation, but that portion of the prophecy of Daniel relating to the last days. The angel commanded, ‘But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end.’ Daniel 12:4.” Acts of the Apostles, 585.

“In de Openbaring komen alle boeken van de Bijbel samen en vinden zij hun voltooiing. Hier is de aanvulling op het boek Daniël. Het ene is een profetie; het andere een openbaring. Het boek dat verzegeld was, is niet de Openbaring, maar dat gedeelte van de profetie van Daniël dat betrekking heeft op de laatste dagen. De engel gebood: ‘Maar gij, o Daniël, sluit de woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde.’ Daniël 12:4.” Handelingen van de Apostelen, 585.

Both the Ulai and Hiddekel relate to the last days, but Adventism has only been willing to acknowledge that 1798 was Daniel’s “time of the end,” when his book was to be unsealed. Yet the portion of the prophecy “relating to the last days” is more accurately the last six verses of Daniel chapter eleven, for those verses conclude with Michael standing up when human probation closes.

Zowel de Ulai als de Hiddekel hebben betrekking op de laatste dagen, maar het adventisme is slechts bereid geweest te erkennen dat 1798 Daniëls „tijd van het einde” was, wanneer zijn boek ontzegeld zou worden. Toch is het gedeelte van de profetie dat „betrekking heeft op de laatste dagen” nauwkeuriger omschreven als de laatste zes verzen van Daniël hoofdstuk elf, want die verzen eindigen met het opstaan van Michaël wanneer de genadetijd voor de mensheid wordt afgesloten.

The vision of the judgment, as identified in Daniel chapters seven, eight and nine, was sealed up until the “time of the end” in 1798. The light (which the Ulai vision that was unsealed produced) was the announcement of the opening of the investigative judgment, not the close of judgment. The light that was unsealed with the Hiddekel vision, identifies the close of the investigative judgment, and it is also the passage in Daniel that contains “the portion of the prophecy relating to the last days.”

Het gezicht van het oordeel, zoals aangeduid in Daniël hoofdstukken zeven, acht en negen, was verzegeld tot de „tijd van het einde” in 1798. Het licht (dat voortkwam uit het gezicht aan de Ulai, dat werd ontzegeld) was de aankondiging van de opening van het onderzoekend oordeel, niet van de sluiting van het oordeel. Het licht dat met het gezicht aan de Hiddekel werd ontzegeld, duidt de sluiting van het onderzoekend oordeel aan, en het is tevens de passage in Daniël die „het gedeelte van de profetie met betrekking tot de laatste dagen” bevat.

The unsealing in 1798 announced the opening of the investigative judgment. The unsealing in 1989 announced the near-approaching close of the investigative judgment. The signature of Alpha and Omega is easily seen in the book of Daniel, but only if you know what it is, and are willing to look for it.

De ontzegeling in 1798 kondigde de opening van het onderzoekend oordeel aan. De ontzegeling in 1989 kondigde de nabij komende afsluiting van het onderzoekend oordeel aan. Het kenmerk van Alpha en Omega is gemakkelijk te zien in het boek Daniël, maar alleen als u weet wat het is en bereid bent ernaar te zoeken.

When probation closes in Daniel chapter eleven, verse forty-five, the signature of Alpha and Omega is recorded. The beginning of Daniel illustrates exactly where it ends. It begins with a literal war between literal Babylon and literal Israel, and literal Babylon is victorious.

Wanneer de genadetijd in Daniël hoofdstuk elf, vers vijfenveertig, sluit, wordt de handtekening van Alfa en Omega vastgelegd. Het begin van Daniël illustreert nauwkeurig waar het eindigt. Het begint met een letterlijke oorlog tussen het letterlijke Babylon en het letterlijke Israël, en het letterlijke Babylon behaalt de overwinning.

In the third year of the reign of Jehoiakim king of Judah came Nebuchadnezzar king of Babylon unto Jerusalem, and besieged it. And the Lord gave Jehoiakim king of Judah into his hand, with part of the vessels of the house of God: which he carried into the land of Shinar to the house of his god; and he brought the vessels into the treasure house of his god. Daniel 1:1, 2.

In het derde jaar van de regering van Jojakim, de koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, naar Jeruzalem en belegerde het. En de Heere gaf Jojakim, de koning van Juda, in zijn hand, met een deel van de vaten van het huis Gods; die hij bracht naar het land Sinear, naar het huis van zijn god; en hij bracht de vaten in het schathuis van zijn god. Daniël 1:1, 2.

In Daniel chapter eleven, verse forty-five a spiritual war between spiritual Babylon, symbolized as “the king of the north”, and spiritual Israel, represented by “the glorious holy mountain”, concludes, and spiritual Israel is victorious over spiritual Babylon.

In Daniël hoofdstuk elf, vers vijfenveertig, komt een geestelijke oorlog tussen geestelijk Babylon, gesymboliseerd als „de koning van het noorden”, en geestelijk Israël, vertegenwoordigd door „de heerlijke heilige berg”, ten einde, en geestelijk Israël behaalt de overwinning op geestelijk Babylon.

And he shall plant the tabernacles of his palace between the seas in the glorious holy mountain; yet he shall come to his end, and none shall help him. And at that time shall Michael stand up, the great prince which standeth for the children of thy people: and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, every one that shall be found written in the book. Daniel 11:45; 12:1.

En hij zal de tenten van zijn paleis opslaan tussen de zeeën op de heerlijke heilige berg; maar hij zal tot zijn einde komen, en niemand zal hem helpen. En in die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst die de kinderen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op diezelfde tijd; en in die tijd zal uw volk verlost worden, ieder die in het boek geschreven gevonden wordt. Daniël 11:45; 12:1.

The books of Daniel and Revelation are one book:

De boeken Daniël en Openbaring zijn één boek:

“The books of Daniel and the Revelation are one. One is a prophecy, the other a revelation; one a book sealed, the other a book opened. John heard the mysteries which the thunders uttered, but he was commanded not to write them.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.

„De boeken Daniël en Openbaring zijn één. Het ene is een profetie, het andere een openbaring; het ene een verzegeld boek, het andere een geopend boek. Johannes hoorde de verborgenheden die de donderslagen uitspraken, maar hem werd bevolen die niet op te schrijven.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 971.

The two books, which are one book, are the masterpiece of the angel Gabriel’s prophetic instruction. I write this knowing full well that what Gabriel delivered to Daniel and John came from Jesus, who received it from the Father. My point is not to lift up Gabriel, but to lift up the profound revelation of the evidences in both books, of how the Alpha and Omega designed prophetic rules of biblical interpretation which were to be represented within the two books, if we are willing to see.

De twee boeken, die één boek zijn, vormen het meesterwerk van de profetische onderwijzing van de engel Gabriël. Ik schrijf dit in het volle besef dat wat Gabriël aan Daniël en Johannes overbracht, afkomstig was van Jezus, die het van de Vader had ontvangen. Het is niet mijn bedoeling Gabriël te verheffen, maar de diepe openbaring van de bewijzen in beide boeken te verheffen, van hoe de Alfa en de Omega profetische regels van bijbelse uitleg heeft ontworpen, die binnen de twee boeken vertegenwoordigd moesten worden, indien wij bereid zijn te zien.

Let me remind you that, at this point, my purpose and intent is not to present an interpretation of the two prophecies of the Ulai and Hiddekel rivers. My purpose and intent are to deal with the prophecies in the first six chapters of Daniel’s book. I am simply making a case for the fact that the books of Daniel and Revelation are, perhaps, the most profoundly constructed books in the Word of God. They present the prophetic message, while also identifying God’s character, while also identifying the very rules necessary to be employed if a person would know the prophecies, and also know the One who set forth the prophecies.

Laat mij u eraan herinneren dat het op dit punt niet mijn doel en bedoeling is een uitleg te geven van de twee profetieën van de rivieren Ulai en Hiddekel. Mijn doel en bedoeling zijn de profetieën in de eerste zes hoofdstukken van het boek Daniël te behandelen. Ik voer eenvoudigweg aan dat de boeken Daniël en Openbaring wellicht de meest diepgaand gecomponeerde boeken in het Woord van God zijn. Zij brengen de profetische boodschap naar voren, terwijl zij tevens Gods karakter openbaren, en tevens juist de regels aangeven die noodzakelijk moeten worden toegepast indien iemand de profetieën wil kennen, en ook Degene wil kennen die de profetieën heeft voortgebracht.

Another example of the profound nature of the books is Daniel’s presentation of the “seven times” of Leviticus twenty-six. The prophecy of the “seven times” was and is to be the “stumbling stone” for God’s people, both in ancient Israel, in the Millerite movement of the first angel, and also in the current and future movement of the third angel. A “stumbling stone”, by simple definition, is something that you do not see, even though it is clearly there. Therefore, once you recognize the “seven times” in the book of Daniel, you see that it is clearly there, but you also see that it is hidden to those who choose not to see.

Een ander voorbeeld van de diepzinnige aard van de boeken is Daniëls voorstelling van de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig. De profetie van de „zeven tijden” was en is de „steen des aanstoots” voor Gods volk, zowel in het oude Israël, in de Milleritische beweging van de eerste engel, alsook in de huidige en toekomstige beweging van de derde engel. Een „steen des aanstoots” is, volgens eenvoudige definitie, iets dat men niet ziet, hoewel het duidelijk aanwezig is. Daarom ziet men, zodra men de „zeven tijden” in het boek Daniël herkent, dat zij er duidelijk zijn; maar men ziet ook dat zij verborgen zijn voor hen die ervoor kiezen niet te zien.

Hiding something while it is in the open grammatically is a profound accomplishment, it’s something that could not be embedded into any human mystery novel. It’s a masterpiece, for it is there, plain to see for any who wish not to stumble, but impossible to see for those who do choose to stumble. It is “hiding in plain sight”, so to speak. It is accomplished by a combination of humanity and Divinity.

Iets verbergen terwijl het grammaticaal in het volle zicht ligt, is een diepgaande prestatie; het is iets wat in geen enkele door mensen geschreven mysterieroman verwerkt zou kunnen worden. Het is een meesterwerk, want het ligt daar, voor ieder die niet wil struikelen open en bloot zichtbaar, maar onmogelijk te zien voor hen die er wel voor kiezen te struikelen. Het is, om zo te zeggen, „verborgen in het volle zicht”. Het wordt tot stand gebracht door een combinatie van menselijkheid en goddelijkheid.

I make that claim, for I wish to remind us at this point, that there is a Catholic teaching within Adventism, at least since the publication of Questions on Doctrine in 1957, and that has also raised its unrighteous head within this present truth movement of Future for America. The idea is that Christ, at the incarnation, did not take the flesh He inherited from Mary. Of course, those who uphold this teaching do not express it that way, but it is none-the-less what they teach. I call it a Catholic teaching, for the premise that Christ’s flesh was as pure as the flesh of Adam before he sinned, is the very satanic logic employed by the Catholic church with their teaching of the so-called “immaculate conception.” And if you are unfamiliar with the pagan teaching of the “immaculate conception,” it teaches that Christ’s flesh was supernaturally made as was Adam’s lower nature was, before he and Eve sinned or, as it is claimed, Christ had Adam’s pre-fallen, sinless nature. It teaches that Mary herself was miraculously given the fleshly unfallen nature of Adam before he sinned, so that she could be a perfect vessel for the Holy Spirit to incarnate the baby Jesus into her perfect flesh.

Ik doe die bewering, want ik wens ons op dit punt eraan te herinneren dat er binnen het adventisme, althans sinds de publicatie van Questions on Doctrine in 1957, een katholieke leer bestaat, en dat deze ook haar onrechtvaardige hoofd heeft opgericht binnen deze tegenwoordige-waarheidsbeweging van Future for America. Het denkbeeld is dat Christus bij de incarnatie niet het vlees aannam dat Hij van Maria had geërfd. Uiteraard drukken degenen die deze leer handhaven het niet op die wijze uit, maar niettemin is dat wat zij leren. Ik noem het een katholieke leer, want de premisse dat het vlees van Christus even zuiver was als het vlees van Adam vóórdat hij zondigde, is juist de satanische logica waarvan de katholieke kerk zich bedient in haar leer van de zogenoemde „onbevlekte ontvangenis”. En indien u niet vertrouwd bent met de heidense leer van de „onbevlekte ontvangenis”: zij leert dat het vlees van Christus op bovennatuurlijke wijze werd gemaakt zoals Adams lagere natuur was vóórdat hij en Eva zondigden, of, zoals men beweert, dat Christus Adams vóór de val bestaande, zondeloze natuur had. Zij leert dat Maria zelf op wonderbaarlijke wijze de vleselijke, ongevallen natuur van Adam vóórdat hij zondigde ontving, opdat zij een volmaakt vat zou kunnen zijn voor de Heilige Geest om de baby Jezus in haar volmaakte vlees te incarneren.

Of course, those in Adventism that uphold the very same conclusion concerning the flesh of Jesus, do not point to any miracles with Mary, but they do wrest passages of Sister White and the Bible, to teach the very same Catholic concept. Why did I just digress and turn away from the discussion of the book of Daniel? I’ll answer that.

Natuurlijk wijzen degenen binnen het adventisme die precies dezelfde conclusie aangaande het vlees van Jezus handhaven, niet op wonderen met Maria, maar zij verdraaien wel passages van Zuster White en de Bijbel om precies hetzelfde katholieke concept te onderwijzen. Waarom ben ik zojuist afgedwaald en afgeweken van de bespreking van het boek Daniël? Daarop zal ik antwoorden.

The miraculous structure and design of Daniel and the Revelation was accomplished by a combination of humanity and Divinity. Jesus is the Word of God, and the Bible is the Word of God. Jesus’ divine and human nature is fully represented in the Bible. The words therein are Divine and contain the creative power to transform hearts and minds. Those words are the very same power that brought all things into existence. But those men who God chose to be His instruments in recording the Bible, were all sinners. The human part of the equation is represented by fallen human beings. The Bible is a combination of human and Divine, and the prophets were sinners, as every child of Adam has been. Christ never sinned in thought, word or deed. But He did take the flesh of Mary after four thousand years of degeneration. If He actually did take the lower fleshly nature of Adam before Adam had sinned, it would demand that every biblical author would have been sinless too.

De wonderbaarlijke structuur en opzet van Daniël en de Openbaring werden tot stand gebracht door een combinatie van menselijkheid en Goddelijkheid. Jezus is het Woord van God, en de Bijbel is het Woord van God. De goddelijke en menselijke natuur van Jezus wordt in de Bijbel ten volle weergegeven. De woorden daarin zijn goddelijk en bevatten de scheppende kracht om harten en gedachten te veranderen. Die woorden zijn precies dezelfde kracht die alle dingen in het bestaan heeft geroepen. Maar de mannen die God uitkoos om Zijn werktuigen te zijn bij het optekenen van de Bijbel, waren allen zondaars. Het menselijke deel van deze verhouding wordt vertegenwoordigd door gevallen mensen. De Bijbel is een combinatie van het menselijke en het Goddelijke, en de profeten waren zondaars, zoals ieder kind van Adam dat is geweest. Christus heeft nooit gezondigd in gedachte, woord of daad. Maar Hij heeft wel het vlees van Maria aangenomen na vierduizend jaar van degeneratie. Indien Hij in werkelijkheid de lagere vleselijke natuur van Adam vóór Adams zondeval had aangenomen, zou dat vereisen dat ook iedere bijbelschrijver zondeloos was geweest.

The “hiding in plain sight” of the “seven times” in the book of Daniel was accomplished, not only by the words that Daniel recorded, but further by the fallen human beings that translated the King James Bible. Fallen human beings twice touched the book of Daniel, and what was accomplished would be impossible for any human being to do without God’s divine providential oversight.

Het “zich in het volle zicht verbergen” van de “zeven tijden” in het boek Daniël werd tot stand gebracht, niet alleen door de woorden die Daniël optekende, maar voorts ook door de gevallen mensen die de King James Bible vertaalden. Gevallen mensen hebben het boek Daniël tweemaal aangeraakt, en wat daardoor tot stand werd gebracht, zou voor enig mens onmogelijk zijn te doen zonder Gods goddelijke voorzienige toezicht.

In our next article we will begin to show how Divinity and humanity hid the “seven times” of Leviticus twenty-six in plain sight in the book of Daniel, for God foreknew, and even designed, that it should be the testing “stumbling stone” for both those in the movement of the first angel, and also for those in the movement of the third angel.

In ons volgende artikel zullen wij beginnen te tonen hoe Godheid en menselijkheid de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig in het boek Daniël openlijk, maar toch verborgen, hebben geplaatst; want God wist dit van tevoren en heeft zelfs beschikt dat het de beproevende „steen des aanstoots” zou zijn, zowel voor hen die zich in de beweging van de eerste engel bevonden als voor hen die zich in de beweging van de derde engel bevonden.

“The light that Daniel received from God was given especially for these last days. The visions he saw by the banks of the Ulai and the Hiddekel, the great rivers of Shinar, are now in process of fulfillment, and all the events foretold will soon come to pass.” Testimonies to Ministers, 112.

„Het licht dat Daniël van God ontving, werd in het bijzonder gegeven voor deze laatste dagen. De visioenen die hij zag aan de oevers van de Ulai en de Hiddekel, de grote rivieren van Sinear, zijn nu bezig in vervulling te gaan, en alle voorzegde gebeurtenissen zullen spoedig plaatsvinden.” Testimonies to Ministers, 112.