We are considering the prophetic period represented as the second gathering that is identified by the prophet Isaiah, and afterward by Sister White.

Wij beschouwen de profetische periode die wordt voorgesteld als de tweede inzameling, welke door de profeet Jesaja, en vervolgens door Zuster White, wordt aangeduid.

And in that day there shall be a root of Jesse, which shall stand for an ensign of the people; to it shall the Gentiles seek: and his rest shall be glorious. And it shall come to pass in that day, that the Lord shall set his hand again the second time to recover the remnant of his people, which shall be left, from Assyria, and from Egypt, and from Pathros, and from Cush, and from Elam, and from Shinar, and from Hamath, and from the islands of the sea. And he shall set up an ensign for the nations, and shall assemble the outcasts of Israel, and gather together the dispersed of Judah from the four corners of the earth. The envy also of Ephraim shall depart, and the adversaries of Judah shall be cut off: Ephraim shall not envy Judah, and Judah shall not vex Ephraim. Isaiah 11:10–13.

En te dien dage zal er een wortel van Isaï zijn, die zal staan tot een banier der volken; naar Hem zullen de heidenen vragen; en Zijn rust zal heerlijk zijn. En het zal geschieden te dien dage, dat de Heere voor de tweede maal Zijn hand zal uitstrekken om het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn, weder te verwerven uit Assyrië, uit Egypte, uit Pathros, uit Cusj, uit Elam, uit Sinear, uit Hamath en uit de eilanden der zee. En Hij zal een banier oprichten voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden van Juda bijeenbrengen van de vier hoeken der aarde. Ook zal de afgunst van Efraïm wijken, en de tegenstanders van Juda zullen uitgeroeid worden; Efraïm zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraïm niet benauwen. Jesaja 11:10–13.

When God’s last-day people are gathered a second time there is a unification among those disciples that was represented by the ten days that preceded Pentecost, and that Isaiah refers to as a time when, “The envy also of Ephraim shall depart, and the adversaries of Judah shall be cut off: Ephraim shall not envy Judah, and Judah shall not vex Ephraim.”

Wanneer Gods volk van de laatste dagen voor de tweede maal wordt verzameld, is er onder die discipelen een eenwording die werd uitgebeeld door de tien dagen die aan Pinksteren voorafgingen, en waarnaar Jesaja verwijst als een tijd waarin: „Ook de afgunst van Efraïm zal verdwijnen, en de tegenstanders van Juda zullen worden uitgeroeid; Efraïm zal Juda niet benijden, en Juda zal Efraïm niet benauwen.”

“Trials are to come upon God’s people and the tares are to be separated from the wheat. But let not Ephraim envy Judah any more, and Judah will no more vex Ephraim. Kind, tender, compassionate words will flow out from sanctified hearts and lips. It is essential that we be united, and if we all seek the meekness and the lowliness of Christ, we shall have the mind of Christ, and there will be unity of spirit.” Review and Herald, March 19, 1895.

“Beproevingen zullen over Gods volk komen en het onkruid zal van de tarwe worden gescheiden. Maar laat Efraïm Juda niet langer benijden, en Juda zal Efraïm niet meer benauwen. Vriendelijke, tedere, medelevende woorden zullen uit geheiligde harten en van geheiligde lippen voortvloeien. Het is wezenlijk dat wij verenigd zijn, en indien wij allen de zachtmoedigheid en de nederigheid van Christus zoeken, zullen wij de gezindheid van Christus hebben, en zal er eenheid van geest zijn.” Review and Herald, 19 maart 1895.

Unification is an element of the work Christ accomplishes when He gathers the one hundred and forty-four thousand a second time. That unity was represented by the ten days leading to Pentecost, and the six days of the Exeter camp meeting, and could have been accomplished from 1856 unto 1863, if those who had experienced the great disappointment of October 22, 1844, had not lost their way.

Eenmaking is een onderdeel van het werk dat Christus verricht wanneer Hij de honderd vierenveertigduizend ten tweeden male vergadert. Die eenheid werd voorgesteld door de tien dagen voorafgaand aan Pinksteren en door de zes dagen van de kampbijeenkomst te Exeter, en had tot stand kunnen worden gebracht van 1856 tot 1863, indien degenen die de grote teleurstelling van 22 oktober 1844 hadden ervaren, de weg niet waren kwijtgeraakt.

“But in the period of doubt and uncertainty that followed the disappointment, many of the advent believers yielded their faith. Dissensions and divisions came in. . .. Thus the work was hindered, and the world was left in darkness. Had the whole Adventist body united upon the commandments of God and the faith of Jesus, how widely different would have been our history!

“Maar in de periode van twijfel en onzekerheid die op de teleurstelling volgde, gaven velen van de adventgelovigen hun geloof prijs. Er ontstonden onenigheid en verdeeldheid.... Zo werd het werk belemmerd en bleef de wereld in duisternis achter. Indien het gehele adventistische lichaam zich had verenigd op de geboden van God en het geloof van Jezus, hoe geheel anders zou onze geschiedenis zijn geweest!”

It was not the will of God that the coming of Christ should be thus delayed. God did not design that His people, Israel, should wander forty years in the wilderness. He promised to lead them directly to the land of Canaan, and establish them there a holy, healthy, happy people. But those to whom it was first preached, went not in ‘because of unbelief’ (Hebrews 3:19). Their hearts were filled with murmuring, rebellion, and hatred, and He could not fulfill His covenant with them.

„Het was niet de wil van God dat de komst van Christus aldus vertraagd zou worden. God had niet beschikt dat Zijn volk, Israël, veertig jaar in de woestijn zou rondzwerven. Hij beloofde hen rechtstreeks naar het land Kanaän te leiden en hen daar te vestigen als een heilig, gezond en gelukkig volk. Maar zij aan wie het eerst verkondigd werd, gingen niet in ‘vanwege ongeloof’ (Hebreeën 3:19). Hun harten waren vervuld van gemor, opstand en haat, en Hij kon Zijn verbond met hen niet vervullen.

“For forty years did unbelief, murmuring, and rebellion shut out ancient Israel from the land of Canaan. The same sins have delayed the entrance of modern Israel into the heavenly Canaan. In neither case were the promises of God at fault. It is the unbelief, the worldliness, unconsecration, and strife among the Lord’s professed people that have kept us in this world of sin and sorrow so many years.” Selected Messages, book 1, 68, 69.

“Veertig jaar lang hebben ongeloof, gemor en opstand het oude Israël buiten het land Kanaän gehouden. Dezelfde zonden hebben de intocht van het hedendaagse Israël in het hemelse Kanaän vertraagd. In geen van beide gevallen lag de schuld bij de beloften van God. Het zijn het ongeloof, de wereldsgezindheid, het gebrek aan toewijding en de twist onder de belijdende kinderen van de Heer geweest die ons zoveel jaren in deze wereld van zonde en droefenis hebben gehouden.” Selected Messages, boek 1, 68, 69.

The descent of the second angel identified a scattering at the first disappointment that initiated the tarrying time, and then led to a period of six days at the Exeter camp meeting where unity upon the message was accomplished in advance of the outpouring of the Holy Spirit in the message of the Midnight Cry at the conclusion of the meeting.

De nederdaling van de tweede engel duidde op een verstrooiing bij de eerste teleurstelling, die de tijd van vertoeven inleidde, en leidde vervolgens tot een periode van zes dagen op de kampbijeenkomst te Exeter, waar eenheid aangaande de boodschap tot stand kwam voorafgaand aan de uitstorting van de Heilige Geest in de boodschap van de Middernachtsroep aan het einde van de bijeenkomst.

The descent of the third angel on October 22, 1844, identified a scattering at the great disappointment, and ushered in a period of education as the truths associated with the Most Holy Place were opened to God’s people. By 1849 the Lord was stretching His hand to gather his people together a second time, and by 1851, the 1850 chart was being presented. That chart represented the foundational message, and the very message that was to be lifted up before the world as an ensign.

De nederdaling van de derde engel op 22 oktober 1844 duidde op een verstrooiing bij de grote teleurstelling en luidde een periode van onderricht in, toen de waarheden die verband hielden met het Allerheiligste aan Gods volk werden geopenbaard. Tegen 1849 strekte de Heere Zijn hand uit om Zijn volk voor de tweede maal te vergaderen, en in 1851 werd de kaart van 1850 gepresenteerd. Die kaart vertegenwoordigde de fundamentele boodschap, en juist de boodschap die als een banier voor de wereld moest worden opgeheven.

The gathering a second time of the disciples by Christ began immediately at His descent, and the gathering of those in Exeter began during the period of the tarrying time. In the history of the rebellion of 1863, the gathering a second time began at least five years into the educational process that began when the light of the sanctuary was opened up in 1844. In 1848, Islam was then angering the nations. The second gathering is represented as a progressive work that is accomplished by the arrival of the ten days that preceded Pentecost, and also by the six days of the Exeter camp meeting, and should have been completed by 1856.

Het voor de tweede maal bijeenvergaderen van de discipelen door Christus begon onmiddellijk bij Zijn nederdaling, en het bijeenvergaderen van hen in Exeter begon gedurende de periode van de vertoeftijd. In de geschiedenis van de opstand van 1863 begon het voor de tweede maal bijeenvergaderen ten minste vijf jaar in het onderwijsproces dat aanving toen het licht van het heiligdom in 1844 werd geopend. In 1848 maakte de islam toen de volken toornig. Het tweede bijeenvergaderen wordt voorgesteld als een voortschrijdend werk dat tot stand wordt gebracht door de komst van de tien dagen die aan Pinksteren voorafgingen, en ook door de zes dagen van de kampbijeenkomst te Exeter, en had tegen 1856 voltooid moeten zijn.

The work of gathering His people a second time is the closing work of the third angel, and it is accomplished by Christ’s hand.

Het werk om Zijn volk een tweede maal te verzamelen is het afsluitende werk van de derde engel, en het wordt volbracht door Christus’ hand.

And when the sabbath day was come, he began to teach in the synagogue: and many hearing him were astonished, saying, From whence hath this man these things? and what wisdom is this which is given unto him, that even such mighty works are wrought by his hands? Mark 6:2.

En toen de sabbatdag gekomen was, begon Hij in de synagoge te onderwijzen; en velen die Hem hoorden, waren verbaasd en zeiden: Vanwaar heeft deze man deze dingen? En wat is dit voor wijsheid die Hem gegeven is, dat zelfs zulke machtige werken door Zijn handen worden verricht? Markus 6:2.

The scattering that occurs when the divine symbol descends initiates a testing process that ultimately manifests two classes of worshippers, and in so doing cleanses the temple.

De verstrooiing die plaatsvindt wanneer het goddelijke symbool neerdaalt, zet een beproevingsproces in gang dat uiteindelijk twee klassen van aanbidders openbaart en daardoor de tempel reinigt.

Whose fan is in his hand, and he will thoroughly purge his floor, and gather his wheat into the garner; but he will burn up the chaff with unquenchable fire. Matthew 3:12.

Wiens wan in zijn hand is, en Hij zal zijn dorsvloer grondig reinigen en zijn tarwe in de schuur bijeenbrengen; maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusselijk vuur. Mattheüs 3:12.

In that period God’s people are to take the message from the angel’s hand and eat it.

In die periode moet Gods volk de boodschap uit de hand van de engel nemen en die opeten.

And I saw another mighty angel come down from heaven, clothed with a cloud: and a rainbow was upon his head, and his face was as it were the sun, and his feet as pillars of fire: And he had in his hand a little book open: and he set his right foot upon the sea, and his left foot on the earth. Revelation 10:1, 2.

En ik zag een andere machtige engel neerdalen uit de hemel, bekleed met een wolk; en een regenboog was boven zijn hoofd, en zijn aangezicht was als de zon, en zijn voeten als zuilen van vuur. En hij had in zijn hand een geopend boekje; en hij zette zijn rechtervoet op de zee, en zijn linkervoet op de aarde. Openbaring 10:1, 2.

At the arrival of the second angel on April 19, 1844, God’s people were scattered. They had been initially gathered with the fulfillment of the prophecy of Revelation chapter nine, verse fifteen on August 11, 1840, but the Lord had held His hand over a mistake in the reckoning of some of the figures on the chart.

Bij de komst van de tweede engel op 19 april 1844 was Gods volk verstrooid. Aanvankelijk was het bijeenvergaderd met de vervulling van de profetie van Openbaring hoofdstuk negen, vers vijftien, op 11 augustus 1840, maar de Heere had Zijn hand gehouden over een vergissing in de berekening van enkele van de getallen op de kaart.

“I have seen that the 1843 chart was directed by the hand of the Lord, and that it should not be altered; that the figures were as He wanted them; that His hand was over and hid a mistake in some of the figures, so that none could see it, until His hand was removed.” Early Writings, 74.

„Ik heb gezien dat de kaart van 1843 door de hand van de Heere werd geleid, en dat zij niet veranderd mocht worden; dat de cijfers waren zoals Hij ze hebben wilde; dat Zijn hand erover was en een vergissing in enkele van de cijfers verborg, zodat niemand die kon zien, totdat Zijn hand werd weggenomen.” Early Writings, 74.

The removal of His hand allowed Samuel Snow to identify the correct date for the vision that tarried.

Het wegnemen van Zijn hand stelde Samuel Snow in staat de juiste datum vast te stellen voor het visioen dat uitbleef.

“Those faithful, disappointed ones, who could not understand why their Lord did not come, were not left in darkness. Again they were led to their Bibles to search the prophetic periods. The hand of the Lord was removed from the figures, and the mistake was explained. They saw that the prophetic periods reached to 1844, and that the same evidence which they had presented to show that the prophetic periods closed in 1843, proved that they would terminate in 1844.” Early Writings, 237.

“Die getrouwen, teleurgestelde mensen, die niet konden begrijpen waarom hun Heer niet kwam, werden niet in duisternis gelaten. Opnieuw werden zij tot hun Bijbels geleid om de profetische perioden te onderzoeken. De hand des Heren werd van de cijfers weggenomen, en de vergissing werd verklaard. Zij zagen dat de profetische perioden reikten tot 1844, en dat hetzelfde bewijs dat zij hadden aangevoerd om aan te tonen dat de profetische perioden in 1843 eindigden, bewees dat zij in 1844 zouden eindigen.” Early Writings, 237.

The history of the first and second angels contains a line of waymarks associated with Christ’s hand. When He descended on August 11, 1840 and April 19, 1844 He had a message in His hand. It was His hand that directed the production and publication of the 1843 chart in May of 1842. It was His hand that sealed up a mistake in the figures on the chart. After the scattering of that first disappointment, Jeremiah sat alone because of Christ’s hand. Then He removed His hand, and thus unsealed the message of the Midnight Cry. The act of stretching His hand out to gather His people a second time occurred from the first disappointment unto the Exeter camp meeting, as the disciples were ultimately gathered together at Jerusalem for ten days in advance of the outpouring of the Holy Spirit. At the arrival of the third angel on October 22, 1844 the Lord lifted up His hand.

De geschiedenis van de eerste en de tweede engel bevat een reeks wegmerken die verbonden zijn met de hand van Christus. Toen Hij op 11 augustus 1840 en 19 april 1844 neerdaalde, had Hij een boodschap in Zijn hand. Het was Zijn hand die leiding gaf aan de vervaardiging en publicatie van de kaart van 1843 in mei 1842. Het was Zijn hand die een vergissing in de cijfers op de kaart verzegelde. Na de verstrooiing van die eerste teleurstelling zat Jeremia alleen vanwege de hand van Christus. Vervolgens nam Hij Zijn hand weg, en aldus ontzegelde Hij de boodschap van de Middernachtsroep. De daad van het uitstrekken van Zijn hand om Zijn volk voor de tweede maal te verzamelen, vond plaats vanaf de eerste teleurstelling tot aan de kampbijeenkomst te Exeter, zoals de discipelen uiteindelijk tien dagen lang te Jeruzalem werden samengebracht voorafgaand aan de uitstorting van de Heilige Geest. Bij de komst van de derde engel op 22 oktober 1844 hief de Heere Zijn hand op.

And the angel which I saw stand upon the sea and upon the earth lifted up his hand to heaven, And sware by him that liveth for ever and ever, who created heaven, and the things that therein are, and the earth, and the things that therein are, and the sea, and the things which are therein, that there should be time no longer. Revelation 10:5, 6.

En de engel die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn hand op naar de hemel, en zwoer bij Hem die leeft in alle eeuwigheid, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarop is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zijn zou. Openbaring 10:5, 6.

From the first gathering on August 11, 1840 until October 22, 1844 the history of the first and second angels is marked by Christ’s hand. On October 22, 1844 the third angel descended and the little Millerite flock was scattered by the Great Disappointment. On that date Christ lifted His hand to heaven and swore that time would be no longer.

Vanaf de eerste samenkomst op 11 augustus 1840 tot 22 oktober 1844 wordt de geschiedenis van de eerste en tweede engel gemarkeerd door de hand van Christus. Op 22 oktober 1844 daalde de derde engel neer en werd de kleine Milleritische kudde door de Grote Teleurstelling verstrooid. Op die datum hief Christus Zijn hand op naar de hemel en zwoer dat er geen tijd meer zou zijn.

The second gathering in the history of 1844 until 1863, began with Christ lifting up His hand, while also holding a message to be eaten in His hand. Then in 1849, He stretched forth His hand a second time to gather His scattered people. Those people had been gathered at the message of the Midnight Cry, and scattered when the event predicted did not happen. At the Exeter camp meeting Christ gathered His flock and unified them upon the message, as He had done in the ten days that preceded Pentecost. The Philadelphian Millerites left the Exeter camp meeting and repeated Pentecost. In 1856, Christ was outside of the movement that had transitioned into Laodicea, for Christ stands outside of a Laodicean’s heart and knocks, seeking an entrance.

De tweede vergadering in de geschiedenis van 1844 tot 1863 begon toen Christus Zijn hand ophief, terwijl Hij tevens een boodschap in Zijn hand hield die gegeten moest worden. Daarna strekte Hij in 1849 voor de tweede maal Zijn hand uit om Zijn verstrooide volk te vergaderen. Dat volk was vergaderd bij de boodschap van de Middernachtsroep en verstrooid toen de voorzegde gebeurtenis niet plaatsvond. Op de kampbijeenkomst te Exeter vergaderde Christus Zijn kudde en bracht haar tot eenheid op de boodschap, zoals Hij had gedaan in de tien dagen die aan Pinksteren voorafgingen. De Filadelfische Millerieten verlieten de kampbijeenkomst te Exeter en herhaalden Pinksteren. In 1856 bevond Christus Zich buiten de beweging die in Laodicea was overgegaan, want Christus staat buiten het hart van een Laodiceër en klopt, terwijl Hij toegang zoekt.

Behold, I stand at the door, and knock: if any man hear my voice, and open the door, I will come in to him, and will sup with him, and he with me. Revelation 3:20.

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal tot hem inkomen en met hem avondmaal houden, en hij met Mij. Openbaring 3:20.

In 1856, Christ’s hand was knocking upon the Laodicean Millerite movement, but to no avail. In 1849, seven years earlier, He had begun to gather His people a second time, but doubt and uncertainty stopped the Philadelphian movement.

In 1856 klopte de hand van Christus aan bij de Laodiceaanse Milleritische beweging, maar tevergeefs. In 1849, zeven jaar eerder, was Hij begonnen Zijn volk ten tweeden male te vergaderen, maar twijfel en onzekerheid brachten de Filadelfische beweging tot stilstand.

“Had Adventists, after the great disappointment in 1844, held fast their faith and followed on unitedly in the opening providence of God, receiving the message of the third angel and in the power of the Holy Spirit proclaiming it to the world, they would have seen the salvation of God, the Lord would have wrought mightily with their efforts, the work would have been completed, and Christ would have come ere this to receive His people to their reward. But in the period of doubt and uncertainty that followed the disappointment, many of the advent believers yielded their faith. . . . Thus the work was hindered, and the world was left in darkness. Had the whole Adventist body united upon the commandments of God and the faith of Jesus, how widely different would have been our history!” Evangelism, 695.

“Indien de adventisten na de grote teleurstelling in 1844 aan hun geloof hadden vastgehouden en eendrachtig waren voortgegaan in de zich openbarende voorzienigheid van God, de boodschap van de derde engel hadden aangenomen en haar in de kracht van de Heilige Geest aan de wereld hadden verkondigd, dan zouden zij het heil van God hebben gezien; de Heere zou krachtig met hun inspanningen hebben gewerkt, het werk zou zijn voltooid, en Christus zou reeds lang geleden zijn gekomen om Zijn volk tot hun beloning te ontvangen. Maar in de periode van twijfel en onzekerheid die op de teleurstelling volgde, gaven velen van de adventgelovigen hun geloof prijs.... Zo werd het werk belemmerd en werd de wereld in duisternis gelaten. Indien het gehele adventistische lichaam zich had verenigd op de geboden van God en het geloof van Jezus, hoe geheel anders zou onze geschiedenis zijn geweest!” Evangelism, 695.

On September 11, 2001 Christ gathered His last day people, who were thereafter scattered on July 18, 2020. On September 11, 2001 those who were gathered took the hidden book out of Christ’s hand and ate it. On July 18, 2020 they rejected the command represented by His uplifted hand, which identified that “time would be no longer.”

Op 11 september 2001 verzamelde Christus Zijn volk van de laatste dagen, dat daarna op 18 juli 2020 verstrooid werd. Op 11 september 2001 namen degenen die verzameld waren het verborgen boek uit Christus’ hand en aten het op. Op 18 juli 2020 verwierpen zij het gebod dat werd voorgesteld door Zijn opgeheven hand, die te kennen gaf dat „de tijd niet langer zou zijn.”

The Philadelphian Millerites manifested no rebellion in their false prediction of 1843, for they acted upon all the light the Lord had revealed, but on July 18, 2020 the Laodiceans of the third angel’s movement rebelled against the light associated with His hand. After 1844, the Philadelphian movement of the first angel “in the period of doubt and uncertainty” “yielded their faith,” and became Laodiceans.

De Filadelfische Millerieten openbaarden geen opstand in hun onjuiste voorspelling van 1843, want zij handelden naar al het licht dat de Heere had geopenbaard; maar op 18 juli 2020 kwamen de Laodicenzen van de beweging van de derde engel in opstand tegen het licht dat met Zijn hand verbonden was. Na 1844 gaf de Filadelfische beweging van de eerste engel „in de periode van twijfel en onzekerheid” „hun geloof prijs” en werd zij Laodiceaans.

1856 represents that point of transition, typifying a point of transition for God’s people of the last days.

1856 vertegenwoordigt dat overgangspunt, en is een voorafbeelding van een overgangspunt voor Gods volk van de laatste dagen.

Somewhere in the seven years between 1849 and 1856 the Philadelphian Millerite movement resisted the Lord’s hand that was stretching out to gather His people a second time, and the promise was that He would do more then, than He did in the past.

Ergens in de zeven jaren tussen 1849 en 1856 verzette de Filadelfische Milleritische beweging zich tegen de hand des Heren, die zich uitstrekte om Zijn volk ten tweeden male te vergaderen, en de belofte was dat Hij dan meer zou doen dan Hij in het verleden heeft gedaan.

“September 23, the Lord showed me that he had stretched out his hand the second time to recover the remnant of his people, and that efforts must be redoubled in this gathering time. In the scattering time Israel was smitten and torn; but now in the gathering time God will heal and bind up his people. In the scattering, efforts made to spread the truth had but little effect, accomplished but little or nothing; but in the gathering when God has set his hand to gather his people, efforts to spread the truth will have their designed effect. All should be united and zealous in the work. I saw that it was a shame for any to refer to the scattering for examples to govern us now in the gathering; for if God does no more for us now than he did then, Israel would never be gathered. It is as necessary that the truth should be published in a paper, as preached.” Review and Herald, November 1, 1850.

“23 september toonde de Heer mij dat Hij voor de tweede maal zijn hand had uitgestrekt om het overblijfsel van zijn volk terug te winnen, en dat de inspanningen in deze tijd van vergadering verdubbeld moesten worden. In de tijd van verstrooiing werd Israël geslagen en verscheurd; maar nu, in de tijd van vergadering, zal God zijn volk genezen en verbinden. In de verstrooiing hadden pogingen om de waarheid te verspreiden slechts weinig uitwerking, brachten weinig of niets tot stand; maar in de vergadering, wanneer God zijn hand heeft uitgestrekt om zijn volk te vergaderen, zullen pogingen om de waarheid te verspreiden het beoogde uitwerksel hebben. Allen behoren eensgezind en ijverig te zijn in het werk. Ik zag dat het een schande was wanneer iemand naar de verstrooiing verwees om voorbeelden te vinden die ons nu in de vergadering zouden moeten leiden; want als God nu niet meer voor ons doet dan Hij toen deed, zou Israël nooit vergaderd worden. Het is even noodzakelijk dat de waarheid in een blad wordt gepubliceerd als dat zij wordt gepredikt.” Review and Herald, 1 november 1850.

Obviously, the Lord attempted to move His work forward in unity, but the unity had evidently broken down, and “in the period of doubt and uncertainty that followed the disappointment, many of the advent believers yielded their faith.” The Present Truth (later the Review and Herald) began to be published in 1849, and by 1851 the 1850 chart was available, but by 1856, the message of the “seven times” of Leviticus twenty-six was left unfinished. The message that was unsealed on October 22, 1844 occurred when the time prophecies of the twenty-three hundred years and the twenty-five hundred and twenty years concluded.

Het is duidelijk dat de Heere Zijn werk in eenheid trachtte voort te zetten, maar die eenheid was kennelijk verbroken, en „in de periode van twijfel en onzekerheid die op de teleurstelling volgde, gaven velen van de adventsgelovigen hun geloof prijs.” The Present Truth (later de Review and Herald) begon in 1849 te verschijnen, en in 1851 was de kaart van 1850 beschikbaar, maar tegen 1856 was de boodschap van de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig onafgewerkt gelaten. De boodschap die op 22 oktober 1844 werd ontzegeld, trad op toen de tijdsprofetieën van de tweeduizend driehonderd jaren en de tweeduizend vijfhonderd twintig jaren ten einde liepen.

The Sabbath was the doctrine that shone above the other doctrines at that time, and for twelve years a testing process progressed until the last test arrived in 1856. That test was upon the Sabbath rest for the land, and it marked the end of a testing process that began with the Sabbath rest for men. The testing period bore the signature of Alpha and Omega. 1856 also represented an increase of knowledge upon the first foundational truth discovered by Miller, so it possessed the signature of Alpha and Omega at that level as well. The Sabbath truth being the sign of God’s sanctified people was represented as the sounding of the seventh trumpet, when the mystery of Christ in the believer, the hope of glory is fulfilled. The “seven times” was represented by the Jubilee trumpet that was to be sounded on the Day of Atonement.

De sabbat was de leer die destijds boven de andere leringen uitstraalde, en gedurende twaalf jaar voltrok zich een beproevingsproces totdat in 1856 de laatste toetsing aanbrak. Die toetsing betrof de sabbatsrust voor het land, en zij markeerde het einde van een beproevingsproces dat begon met de sabbatsrust voor mensen. De beproevingsperiode droeg de signatuur van Alfa en Omega. 1856 vertegenwoordigde ook een toename van kennis betreffende de eerste fundamentele waarheid die door Miller werd ontdekt, zodat het ook op dat niveau de signatuur van Alfa en Omega bezat. De sabbatswaarheid als het teken van Gods geheiligde volk werd voorgesteld als het bazuingeschal van de zevende bazuin, wanneer het geheimenis van Christus in de gelovige, de hoop der heerlijkheid, wordt vervuld. De “zeven tijden” werden voorgesteld door de Jubeljaar-bazuin die op de Grote Verzoendag geblazen moest worden.

The seven years from 1856 unto 1863 represented the ten days in Jerusalem for the disciples, and the six days of the Exeter camp meeting for the Philadelphian Millerites, but, sadly, the period became the illustration of those who refuse to follow the Lord as He leads them through the transition period. The history of the first and second angels, which is the historical period of the seven thunders, identifies the Lord stretching His hand to gather His people a second time from April 19, 1844, and it illustrates an obedient response as the wise followed Christ into the Most Holy Place.

De zeven jaren van 1856 tot 1863 vertegenwoordigden de tien dagen in Jeruzalem voor de discipelen, en de zes dagen van de kampbijeenkomst te Exeter voor de Filadelfische Millerieten, maar helaas werd die periode de illustratie van hen die weigeren de Heer te volgen terwijl Hij hen door de overgangsperiode leidt. De geschiedenis van de eerste en de tweede engel, die de historische periode van de zeven donderslagen is, duidt op de Heer Die Zijn hand uitstrekt om Zijn volk voor de tweede maal te verzamelen vanaf 19 april 1844, en zij illustreert een gehoorzaam antwoord toen de wijzen Christus volgden in het Allerheiligste.

The history of the first Kadesh, which is the history of the third angel from 1844 unto 1863 identifies the Lord again stretching His hand to gather His people a second time, but in that history, rebellion is manifested. Now, for the third time, ever since July 2023, the Lord is again stretching forth His hand to gather His people a second time, and they will fulfill the second Kadesh as obedient Philadelphians, for the signature of truth identifies the three times as the beginning and ending representing obedient Philadelphians, and the middle example being disobedient Laodiceans.

De geschiedenis van het eerste Kades, die de geschiedenis is van de derde engel van 1844 tot 1863, maakt kenbaar dat de Heer opnieuw Zijn hand uitstrekt om Zijn volk ten tweeden male te vergaderen; maar in die geschiedenis openbaart zich opstand. Nu, voor de derde maal, strekt de Heer sinds juli 2023 opnieuw Zijn hand uit om Zijn volk ten tweeden male te vergaderen, en zij zullen het tweede Kades vervullen als gehoorzame Filadelfianen, want de handtekening der waarheid duidt de drie malen aan als het begin en het einde die gehoorzame Filadelfianen voorstellen, en het middelste voorbeeld als ongehoorzame Laodiceeërs.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“Will the churches heed the Laodicean message? Will they repent, or will they, notwithstanding that the most solemn message of truth—the third angel’s message—is being proclaimed to the world, go on in sin? This is the last message of mercy, the last warning to a fallen world. If the church of God becomes lukewarm, it does not stand in favor with God any more than do the churches that are represented as having fallen and become the habitation of devils, and the hold of every foul spirit, and the cage of every unclean and hateful bird. Those who have had opportunities to hear and receive the truth and who have united with the Seventh-day Adventist church, calling themselves the commandment-keeping people of God, and yet possess no more vitality and consecration to God than do the nominal churches, will receive of the plagues of God just as verily as the churches who oppose the law of God. Only those that are sanctified through the truth will compose the royal family in the heavenly mansions Christ has gone to prepare for those that love Him and keep His commandments.

“Zullen de kerken acht slaan op de boodschap aan Laodicea? Zullen zij zich bekeren, of zullen zij, niettegenstaande de allerplechtigste boodschap van waarheid — de boodschap van de derde engel — aan de wereld wordt verkondigd, voortgaan in de zonde? Dit is de laatste boodschap van barmhartigheid, de laatste waarschuwing aan een gevallen wereld. Indien de gemeente van God lauw wordt, staat zij niet meer in de gunst van God dan de kerken die worden voorgesteld als gevallen en geworden tot een woonplaats der duivelen, en een schuilplaats van elke onreine geest, en een kooi van elke onreine en hatelijke vogel. Degenen die gelegenheid hebben gehad de waarheid te horen en aan te nemen en die zich hebben aangesloten bij de Kerk der Zevende-dags Adventisten, zich noemende Gods gebodenhoudend volk, en toch niet meer geestelijke kracht en toewijding aan God bezitten dan de naamkerken, zullen evenzeer de plagen van God ontvangen als de kerken die zich verzetten tegen de wet van God. Alleen zij die door de waarheid geheiligd zijn, zullen het koninklijk huisgezin vormen in de hemelse woningen die Christus is heengegaan om te bereiden voor hen die Hem liefhebben en Zijn geboden bewaren.

“‘He that saith, I know him, and keepeth not His commandments, is a liar, and the truth is not in him’ [1 John 2:4]. This includes all who claim to have a knowledge of God, and to keep His commandments, but who do not manifest this by good works. They will receive according to their deeds. ‘Whosoever abideth in Him sinneth not: whosoever sinneth hath not seen Him, neither known Him’ [1 John 3:6]. This is addressed to all church members, including the members of the Seventh-day Adventist churches. ‘Little children, let no man deceive you: he that doeth righteousness is righteous, even as He is righteous. He that committeth sin is of the devil; for the devil sinneth from the beginning. For this purpose the Son of God was manifested, that He might destroy the works of the devil. Whosoever is born of God doth not commit sin; for His seed remaineth in him: and he cannot sin, because he is born of God. In this the children of God are manifest, and the children of the devil: whosoever doeth not righteousness is not of God, neither he that loveth not his brother’ [1 John 3:7–10].

“‘Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar, en in hem is de waarheid niet’ [1 Johannes 2:4]. Dit omvat allen die beweren kennis van God te hebben en Zijn geboden te bewaren, maar die dit niet door goede werken openbaren. Zij zullen ontvangen naar hun daden. ‘Een ieder die in Hem blijft, zondigt niet; een ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend’ [1 Johannes 3:6]. Dit is gericht tot alle gemeenteleden, met inbegrip van de leden van de Zevende-dags Adventkerken. ‘Kinderkens, laat niemand u verleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is. Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van den duivel verbreken zou. Een ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is. Hierin zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels openbaar: een ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft’ [1 Johannes 3:7–10].”

“All who claim to be Sabbath-keeping Adventists, and yet continue in sin, are liars in God’s sight. Their sinful course is counterworking the work of God. They are leading others into sin. The word comes from God to every member of our churches, ‘And make straight paths for your feet, lest that which is lame be turned out of the way; but let it rather be healed. Follow peace with all men, and holiness, without which no man shall see the Lord: looking diligently lest any man fail of the grace of God; lest any root of bitterness springing up trouble you, and thereby many be defiled; Lest there be any fornicator, or profane person, as Esau, who for one morsel of meat sold his birthright. For ye know how that afterward, when he would have inherited the blessing, he was rejected; for he found no place of repentance, though he sought it carefully with tears’ [Hebrews 12:13–17].

‘Allen die beweren sabbatvierende adventisten te zijn, en toch in zonde volharden, zijn leugenaars in Gods oog. Hun zondige levenswandel werkt het werk van God tegen. Zij leiden anderen tot zonde. Het woord komt van God tot ieder lid van onze gemeenten: “En maakt rechte paden voor uw voeten, opdat niet hetgeen kreupel is uit het spoor geraakt, maar veeleer genezen wordt. Jaagt de vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand de Heere zal zien; en ziet daarbij nauwlettend toe dat niemand de genade van God mist; dat geen wortel van bitterheid opschiet en onrust veroorzaakt, en daardoor velen besmet worden; dat er niemand zij die een hoereerder is of een onheilig mens, zoals Ezau, die voor één spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. Want gij weet dat hij ook daarna, toen hij de zegen wilde beërven, verworpen werd; want hij vond geen plaats voor bekering, hoewel hij die onder tranen vurig zocht” [Hebreeën 12:13–17].’

“This is applicable to many who claim to believe the truth. Rather than give up their lustful practices, they venture on in a wrong line of education under Satan’s deceiving sophistry. Sin is not discerned as sinful. Their very consciences are defiled, their hearts are corrupted, even the thoughts are continually corrupt. Satan uses them as decoys to lure souls to unclean practices which defile the whole being. ‘He that despised Moses’ law [which was the law of God] died without mercy under two or three witnesses: Of how much sorer punishment, suppose ye, shall he be thought worthy, who hath trodden under foot the Son of God, and hath counted the blood of the covenant, wherewith he was sanctified, an unholy thing, and hath done despite unto the Spirit of grace? For we know Him that hath said, Vengeance belongeth unto Me, I will recompense, saith the Lord. And again, The Lord shall judge His people. It is a fearful thing to fall into the hands of the living God’ [Hebrews 10:28–31].” Manuscript Releases, volume 19, 176, 177.

„Dit is van toepassing op velen die beweren de waarheid te geloven. In plaats van hun wellustige praktijken op te geven, gaan zij voort op een verkeerde weg van opvoeding onder Satans bedrieglijke sofisterij. De zonde wordt niet onderkend als zondig. Hun gewetens zelf zijn bevlekt, hun harten zijn verdorven, zelfs hun gedachten zijn voortdurend verdorven. Satan gebruikt hen als lokmiddelen om zielen te verlokken tot onreine praktijken die het gehele wezen verontreinigen. ‘Hij die de wet van Mozes [die de wet van God was] verachtte, stierf zonder barmhartigheid op het getuigenis van twee of drie getuigen; hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal hij waard geacht worden die de Zoon van God met voeten heeft getreden en het bloed van het verbond, waardoor hij geheiligd was, onrein heeft geacht en de Geest der genade heeft gesmaad? Want wij kennen Hem Die gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heere. En wederom: De Heere zal Zijn volk oordelen. Vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God’ [Hebreeën 10:28–31].” Manuscript Releases, deel 19, 176, 177.