We are working through Isaiah chapter twenty-seven, for it establishes the context for the following chapters of Isaiah. Those following chapters identify the latter rain as the correct biblical methodology. The methodology, when recognized and employed, reveals the prophetic message that if accepted produces a corresponding experience.

Wij werken ons door Jesaja hoofdstuk zevenentwintig heen, want het bepaalt de context voor de volgende hoofdstukken van Jesaja. Die daaropvolgende hoofdstukken wijzen de late regen aan als de juiste bijbelse methodologie. Die methodologie openbaart, wanneer zij wordt herkend en toegepast, de profetische boodschap die, indien aangenomen, een overeenkomstige ervaring voortbrengt.

On September 11, 2001 the song that is to be sung unto the former covenant people of God, who are the Seventh-day Adventist people, is that they are being passed by as God’s people, for they have not brought forth the fruits that were intended by God for His vineyard to produce. The song was to be premised on the covenant relationship, represented by the vineyard which God had planted and also by their rejection of the stone of stumbling in 1863. They had become Laodicea in 1856, and for seven years, or “seven times”, or twenty-five hundred and twenty days, God sought entrance, but they closed the door against Him in 1863.

Op 11 september 2001 luidt het lied dat gezongen moet worden over het vroegere verbondsvolk van God, namelijk het volk van de Zevendedagsadventisten, dat zij als Gods volk worden voorbijgegaan, omdat zij niet de vruchten hebben voortgebracht die God voor Zijn wijngaard had bedoeld. Het lied moest gegrond zijn op de verbondsverhouding, voorgesteld door de wijngaard die God had geplant, en ook op hun verwerping van de steen des aanstoots in 1863. Zij waren in 1856 Laodicea geworden, en gedurende zeven jaren, of “zeven tijden”, of tweeduizend vijfhonderd twintig dagen, zocht God ingang, maar in 1863 sloten zij de deur voor Hem.

Since September 11, 2001 they are being bound into bundles in advance of being spewed fully out of His mouth at the Sunday law. The message to be sung to Adventism since September 11, 2001 is the Laodicean message, which is the message of the vineyard that contains the stumbling stone that crushes any who refuse to “see” and “taste” the precious stone. The promise to the Laodiceans in Isaiah’s passage is that any Adventist who chooses to accept this final warning, still has time to “take hold of” Christ’s “strength, that” they may make peace with” Christ, for Christ is still willing “to make peace with” them. But at the cry at midnight, just before the soon-coming Sunday law, that opportunity is forever over.

Sinds 11 september 2001 worden zij in bundels samengebonden, vooruitlopend op het ogenblik waarop zij bij de zondagwet volledig uit Zijn mond zullen worden gespuwd. De boodschap die sinds 11 september 2001 aan het adventisme moet worden gezongen, is de Laodicese boodschap, die de boodschap van de wijngaard is en de steen des aanstoots bevat die allen verplettert die weigeren de kostbare steen te „zien” en te „proeven”. De belofte aan de Laodicenzen in de passage van Jesaja is dat iedere adventist die ervoor kiest deze laatste waarschuwing aan te nemen, nog tijd heeft om Christus’ „sterkte” „aan te grijpen, opdat” zij „vrede met” Christus „mogen sluiten”, want Christus is nog steeds bereid „vrede met” hen „te sluiten”. Maar bij de roep te middernacht, vlak vóór de spoedig komende zondagwet, is die gelegenheid voorgoed voorbij.

In the time period that began on September 11, 2001 God promised to make those who “in time past were not a people”, “a root out of a dry ground”, to “take root” “blossom and bud, and fill the face of the world with fruit.” What causes the root of Jesse to blossom and bud is the latter rain, for the root that is to blossom and bud is destined prophetically to be the ensign that is lifted up, and the ensign is the root of Jesse.

In de tijdsperiode die op 11 september 2001 begon, beloofde God dat degenen die „eertijds geen volk waren”, „een wortel uit dorre aarde”, „wortel zouden schieten”, „tot bloei komen en uitspruiten, en het aardrijk met vrucht vervullen.” Wat maakt dat de wortel van Isaï tot bloei komt en uitspruit? De spade regen, want de wortel die tot bloei komt en uitspruit, is profetisch bestemd om het banier te zijn dat wordt opgeheven, en het banier is de wortel van Isaï.

And in that day there shall be a root of Jesse, which shall stand for an ensign of the people; to it shall the Gentiles seek: and his rest shall be glorious. Isaiah 11:10.

En te dien dage zal er een wortel van Isaï zijn, die zal staan als banier der volken; naar Hem zullen de heidenen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn. Jesaja 11:10.

The latter rain caused the root of Jesse to blossom and bud beginning on September 11, 2001 and at the soon-coming Sunday law the root will fill the whole earth with fruit. The Sunday law in Isaiah chapter twenty-seven is the progressive history that is also represented in chapters one through three in the book of Daniel. The latter rain began to sprinkle when the nations were angered on September 11, 2001 with the release and then immediate restraint of Islam of the third Woe.

De late regen deed de wortel van Isaï beginnen te bloeien en uit te botten vanaf 11 september 2001, en bij de spoedig komende zondagswet zal de wortel de hele aarde met vrucht vervullen. De zondagswet in Jesaja hoofdstuk zevenentwintig is de voortschrijdende geschiedenis die ook wordt voorgesteld in hoofdstukken één tot en met drie in het boek Daniël. De late regen begon te sprenkelen toen de volken vertoornd werden op 11 september 2001, met het loslaten en vervolgens de onmiddellijke beteugeling van de islam van het derde Wee.

“‘The commencement of that time of trouble,’ here mentioned does not refer to the time when the plagues shall begin to be poured out, but to a short period just before they are poured out, while Christ is in the sanctuary. At that time, while the work of salvation is closing, trouble will be coming on the earth, and the nations will be angry, yet held in check so as not to prevent the work of the third angel. At that time the ‘latter rain,’ or refreshing from the presence of the Lord, will come, to give power to the loud voice of the third angel, and prepare the saints to stand in the period when the seven last plagues shall be poured out.” Early Writings, 85.

‘Het begin van die tijd van benauwdheid’, hier vermeld, heeft geen betrekking op de tijd waarin de plagen beginnen te worden uitgegoten, maar op een korte periode vlak voordat zij worden uitgegoten, terwijl Christus in het heiligdom is. In die tijd, terwijl het werk van de zaligheid ten einde loopt, zal benauwdheid over de aarde komen, en de volken zullen toornig zijn, maar in toom gehouden worden, zodat zij het werk van de derde engel niet verhinderen. In die tijd zal de ‘late regen’, of verkwikking van de tegenwoordigheid des Heeren, komen om kracht te geven aan de luide roep van de derde engel, en om de heiligen voor te bereiden stand te houden in de periode waarin de zeven laatste plagen zullen worden uitgegoten.’ Early Writings, 85.

In the passage Sister White is clarifying that there is a short period when salvation is still open. The “time of trouble” she is addressing is distinct from the great time of trouble, that begins when probation fully closes. In Adventism it is rightly referred to as “the little time of trouble” in relation to the great time of trouble that begins when Michael stands up. The “little time of trouble” represents the period when national ruin begins at the soon-coming Sunday law, and continues until probation closes.

In de passage maakt zuster White duidelijk dat er een korte periode is waarin de zaligheid nog openstaat. De „tijd van benauwdheid” waarover zij spreekt, onderscheidt zich van de grote tijd van benauwdheid, die begint wanneer de genadetijd volledig sluit. In het adventisme wordt hier terecht naar verwezen als „de kleine tijd van benauwdheid” in verhouding tot de grote tijd van benauwdheid die begint wanneer Michaël opstaat. De „kleine tijd van benauwdheid” duidt de periode aan waarin het nationale verval begint bij de spoedig komende zondagswet en voortduurt totdat de genadetijd sluit.

In the history from September 11, 2001 through to the Sunday law the final cleansing and judgment of Adventism is illustrated as occurring during the “sprinkling” of the latter rain. That period when the latter rain, which is also the “refreshing,” begins as a “sprinkling”, but progresses unto the full outpouring at the Sunday law. In that period, which begins when Islam of the third Woe makes the nations angry, the latter rain begins to fall, and some recognize the latter rain and receive it, and some do not recognize the latter rain. Some recognize that something is happening, but they don’t understand what it is, and brace themselves against it.

In de geschiedenis van 11 september 2001 tot aan de zondagswet wordt de uiteindelijke reiniging en het oordeel over het adventisme uitgebeeld als plaatsvindend tijdens het „besprengen” van de late regen. Die periode waarin de late regen, die ook de „verkwikking” is, begint als een „besprenging”, maar voortschrijdt tot de volle uitstorting bij de zondagswet. In die periode, die begint wanneer de islam van de derde Wee de volken toornig maakt, begint de late regen te vallen, en sommigen herkennen de late regen en ontvangen haar, en sommigen herkennen de late regen niet. Sommigen erkennen dat er iets gebeurt, maar zij begrijpen niet wat het is, en zetten zich ertegen schrap.

“Many have in a great measure failed to receive the former rain. They have not obtained all the benefits that God has thus provided for them. They expect that the lack will be supplied by the latter rain. When the richest abundance of grace shall be bestowed, they intend to open their hearts to receive it. They are making a terrible mistake. The work that God has begun in the human heart in giving His light and knowledge must be continually going forward. Every individual must realize his own necessity. The heart must be emptied of every defilement and cleansed for the indwelling of the Spirit. It was by the confession and forsaking of sin, by earnest prayer and consecration of themselves to God, that the early disciples prepared for the outpouring of the Holy Spirit on the Day of Pentecost. The same work, only in greater degree, must be done now. Then the human agent had only to ask for the blessing, and wait for the Lord to perfect the work concerning him. It is God who began the work, and He will finish His work, making man complete in Jesus Christ. But there must be no neglect of the grace represented by the former rain. Only those who are living up to the light they have will receive greater light. Unless we are daily advancing in the exemplification of the active Christian virtues, we shall not recognize the manifestations of the Holy Spirit in the latter rain. It may be falling on hearts all around us, but we shall not discern or receive it.” Testimonies to Ministers, 506, 507.

“Velen hebben in grote mate nagelaten de vroege regen te ontvangen. Zij hebben niet alle zegeningen verkregen die God aldus voor hen heeft bereid. Zij verwachten dat het gemis door de late regen zal worden aangevuld. Wanneer de rijkste overvloed van genade geschonken zal worden, zijn zij van plan hun harten te openen om die te ontvangen. Zij begaan een verschrikkelijke vergissing. Het werk dat God in het menselijk hart is begonnen door Zijn licht en kennis te schenken, moet voortdurend voortgaan. Ieder individu moet zich zijn eigen noodzaak bewust worden. Het hart moet van elke verontreiniging worden geledigd en gereinigd voor de inwoning van de Geest. Door de belijdenis en het verzaken van de zonde, door ernstig gebed en toewijding van zichzelf aan God, bereidden de eerste discipelen zich voor op de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag. Datzelfde werk, slechts in grotere mate, moet nu worden gedaan. Toen hoefde het menselijke werktuig slechts om de zegen te vragen en op de Heere te wachten om het werk aangaande hem te voltooien. God is het die het werk begonnen is, en Hij zal Zijn werk voleindigen en de mens volmaakt maken in Jezus Christus. Maar de genade die door de vroege regen wordt voorgesteld, mag geenszins worden veronachtzaamd. Alleen zij die leven overeenkomstig het licht dat zij hebben, zullen groter licht ontvangen. Tenzij wij dagelijks voortgaan in de openbaring van de werkzame christelijke deugden, zullen wij de manifestaties van de Heilige Geest in de late regen niet herkennen. Die kan neervallen op harten overal om ons heen, maar wij zullen haar niet onderscheiden of ontvangen.” Testimonies to Ministers, 506, 507.

The latter rain is now falling and there are those who recognize it and therefore receive it, and there are those who do not recognize it, and therefore do not receive it. The latter rain must be recognized to be received. The latter rain is not just an experience only, it is an experience that is produced by a message, but the message can only be received when the correct methodology is employed to establish the message. Without recognizing the methodology which establishes the message of the latter rain, it is virtually impossible to understand the prophetic lessons that are represented in the rise and fall of kingdoms set forth in the books of Daniel and Revelation.

De late regen valt nu, en er zijn er die hem herkennen en hem daarom ontvangen, en er zijn er die hem niet herkennen en hem daarom niet ontvangen. De late regen moet worden herkend om te kunnen worden ontvangen. De late regen is niet slechts een ervaring op zichzelf; hij is een ervaring die door een boodschap wordt voortgebracht, maar de boodschap kan alleen worden ontvangen wanneer de juiste methodologie wordt toegepast om die boodschap vast te stellen. Zonder de methodologie te herkennen die de boodschap van de late regen vaststelt, is het vrijwel onmogelijk de profetische lessen te begrijpen die worden voorgesteld in de opkomst en ondergang van koninkrijken zoals uiteengezet in de boeken Daniël en Openbaring.

The ensign that is lifted up to the world is identified by Isaiah as the “root of Jesse”, and in chapter twenty-seven those who “come of Jacob” “take root.” Those that are the “root of Jesse” are also identified there as “Israel,” and they are those who first blossom and bud, and thereafter fill the world with fruit. The laws of nature do not contradict the laws of prophecy, for it is the same Law-Giver that produced both nature and prophecy. Before a plant bears fruit, it must first come out of dormancy as evidenced by the buds, and thereafter the blossoms. Spiritual Israel, who is the “root of Jesse” receives a progressive outpouring of rain. It begins with a “sprinkling” and escalates to a full outpouring when the world is filled with the fruit presented by the ensign.

Het vaandel dat voor de wereld wordt opgericht, wordt door Jesaja aangeduid als de „wortel van Isaï”, en in hoofdstuk zevenentwintig schieten zij die „uit Jakob voortkomen” „wortel”. Degenen die de „wortel van Isaï” zijn, worden daar ook aangeduid als „Israël”, en zij zijn het die eerst bloeien en uitbotten, en daarna de wereld met vrucht vervullen. De wetten van de natuur spreken de wetten van de profetie niet tegen, want het is dezelfde Wetgever die zowel de natuur als de profetie heeft voortgebracht. Voordat een plant vrucht draagt, moet zij eerst uit haar rusttoestand tevoorschijn komen, hetgeen blijkt uit de knoppen en vervolgens uit de bloesems. Geestelijk Israël, dat de „wortel van Isaï” is, ontvangt een geleidelijke uitstorting van regen. Die begint met een „besprenkeling” en neemt toe tot een volle uitstorting wanneer de wereld vervuld is met de vrucht die door het vaandel wordt voortgebracht.

In Isaiah chapter twenty-seven, the starting point of the sprinkling of the rain is represented as taking place when the buds “shooteth forth.” When they first “shooteth forth,” the rain is identified as being poured out “in measure.” “In measure, when it shooteth forth.” On September 11, 2001 the sprinkling of the latter rain began to be poured out “in measure,” for at that time the wheat and tares, or the wise and the foolish were still mixed together.

In Jesaja hoofdstuk zevenentwintig wordt het beginpunt van het sprenkelen van de regen voorgesteld als plaatsvindend wanneer de knoppen „uitspruiten”. Wanneer zij voor het eerst „uitspruiten”, wordt de regen aangeduid als uitgestort „met mate”. „Met mate, wanneer het uitspruit.” Op 11 september 2001 begon het sprenkelen van de late regen „met mate” te worden uitgestort, want in die tijd waren de tarwe en het onkruid, of de wijzen en de dwazen, nog steeds onder elkaar vermengd.

“The great outpouring of the Spirit of God, which lightens the whole earth with his glory, will not come until we have an enlightened people, that know by experience what it means to be laborers together with God. When we have entire, whole-hearted consecration to the service of Christ, God will recognize the fact by an outpouring of his Spirit without measure; but this will not be while the largest portion of the church are not laborers together with God. God cannot pour out his Spirit when selfishness and self-indulgence are so manifest; when a spirit prevails that, if put into words, would express that answer of Cain,—‘Am I my brother’s keeper?’ If the truth for this time, if the signs that are thickening on every hand, that testify that the end of all things is at hand, are not-sufficient to arouse the sleeping energy of those who profess to know the truth, then darkness proportionate to the light which has been shining will overtake these souls. There is not the semblance of an excuse for their indifference that they will be able to present to God in the great day of final reckoning. There will be no reason to offer as to why they did not live and walk and work in the light of the sacred truth of the word of God, and thus reveal to a sin-darkened world, through their conduct, their sympathy, and their zeal, that the power and reality of the gospel could not be controverted.” Review and Herald, July 21, 1896.

„De grote uitstorting van de Geest van God, die de gehele aarde met zijn heerlijkheid verlicht, zal niet komen voordat wij een verlicht volk hebben, dat uit ervaring weet wat het betekent medearbeiders van God te zijn. Wanneer wij ons geheel en van ganser harte aan de dienst van Christus hebben toegewijd, zal God dit feit erkennen door een uitstorting van zijn Geest zonder mate; maar dit zal niet gebeuren zolang het grootste deel van de gemeente geen medearbeiders van God zijn. God kan zijn Geest niet uitstorten wanneer zelfzucht en zelftoegeving zich zo duidelijk openbaren; wanneer een geest de overhand heeft die, indien in woorden uitgedrukt, dat antwoord van Kaïn zou laten horen: ‘Ben ik mijns broeders hoeder?’ Indien de waarheid voor deze tijd, indien de tekenen die zich aan alle kanten verdichten en getuigen dat het einde van alle dingen nabij is, niet voldoende zijn om de sluimerende krachten op te wekken van hen die belijden de waarheid te kennen, dan zal een duisternis die evenredig is aan het licht dat heeft geschenen, deze zielen overvallen. Er is niet de schijn van een verontschuldiging voor hun onverschilligheid die zij God zullen kunnen voorleggen op de grote dag van de laatste afrekening. Er zal geen reden zijn die zij kunnen aanvoeren waarom zij niet hebben geleefd en gewandeld en gewerkt in het licht van de heilige waarheid van het woord van God, en aldus door hun gedrag, hun medeleven en hun ijver aan een door de zonde verduisterde wereld hebben geopenbaard dat de kracht en werkelijkheid van het evangelie niet konden worden weerlegd.” Review and Herald, 21 juli 1896.

Isaiah twenty-seven identifies the history of the beginning of the outpouring of the latter rain, when the root buds out of a dry ground, and then all the way through until the earth is filled with fruit. The chapter identifies that “in measure, when it shooteth forth, thou wilt debate with it.” When the latter rain is being measured as a “sprinkling”, Sister White states that the latter rain, “may be falling on hearts all around us, but we shall not discern or receive it.”

Jesaja zevenentwintig beschrijft de geschiedenis van het begin van de uitstorting van de late regen, wanneer de wortel uit een dorre grond uitspruit, en vervolgens helemaal totdat de aarde met vrucht vervuld is. Het hoofdstuk duidt aan dat „in mate, wanneer het uitspruit, Gij ermee zult twisten.” Wanneer de late regen wordt afgemeten als een „besprenging”, verklaart zuster White dat de late regen „op harten overal om ons heen kan neervallen, maar wij zullen haar niet onderscheiden of ontvangen.”

In so doing she identifies a church that is mixed with those that recognize and others who do not recognize the falling of the rain. In the previous passage she identifies that when God pours the latter rain out without measure it marks when there is no longer a mixture of wise and foolish virgins by stating, “When we have entire, whole-hearted consecration to the service of Christ, God will recognize the fact by an outpouring of his Spirit without measure; but this will not be while the largest portion of the church are not laborers together with God.”

Door dit te doen, duidt zij een kerk aan die vermengd is met hen die het vallen van de regen erkennen en anderen die dit niet erkennen. In het voorgaande gedeelte geeft zij aan dat, wanneer God de late regen zonder mate uitstort, dit het moment markeert waarop er niet langer een vermenging is van wijze en dwaze maagden, door te verklaren: „Wanneer wij ons volledig, van ganser harte, aan de dienst van Christus hebben toegewijd, zal God dit feit erkennen door een uitstorting van Zijn Geest zonder mate; maar dit zal niet gebeuren zolang het grootste deel van de gemeente niet mede-arbeiders met God zijn.”

The larger portion of the church, or the majority of the church, are represented in Matthew twenty-five as foolish virgins, for biblically “many” are called but “few” are chosen. The wise and the foolish are providentially separated at the crisis at midnight, that precedes the soon-coming Sunday law. The separation creates a people who can then receive the full outpouring of the Spirit in the latter rain and become the “nation that is born in a day”. Then the root of Jesse will be lifted up as an ensign and fill the world with fruit.

Het grootste deel van de kerk, of de meerderheid van de kerk, wordt in Mattheüs vijfentwintig voorgesteld als dwaze maagden, want naar de Schrift worden “velen” geroepen, maar “weinigen” uitverkoren. De wijzen en de dwazen worden door de voorzienigheid gescheiden in de crisis te middernacht, die voorafgaat aan de spoedig komende zondagswet. Die scheiding brengt een volk voort dat vervolgens de volle uitstorting van de Geest in de late regen kan ontvangen en de “natie die op één dag geboren wordt” kan worden. Dan zal de wortel van Isaï als banier worden opgericht en de wereld met vrucht vervullen.

Isaiah twenty-seven identifies that when the latter rain began to be poured out “in measure”, on September 11, 2001, “thou will debate with it.” “In measure, when it shooteth forth, thou wilt debate with it.” The event of September 11, 2001 became an immediate debate in the world and the church. To this very day–over twenty years later–there are still arguments against assigning those events to an act of Islam, as opposed to some form of a globalist conspiracy. The debate associated with the arrival of the sprinkling of the latter rain began on September 11, 2001, but the debates that are carried on in the world, are not the “debate” that is identified in God’s prophetic Word. The debate is about predictions such as the one that follows.

Jesaja zevenentwintig geeft te kennen dat, toen de late regen op 11 september 2001 „met mate” begon te worden uitgegoten, „gij daarmee zult twisten.” „Met mate, wanneer hij uitspruit, zult Gij daarmee twisten.” De gebeurtenis van 11 september 2001 werd onmiddellijk een twistpunt in de wereld en in de kerk. Tot op deze dag — meer dan twintig jaar later — zijn er nog steeds betogen tegen het toeschrijven van die gebeurtenissen aan een daad van de islam, in tegenstelling tot een of andere vorm van globalistische samenzwering. De twist die verbonden is met de komst van de besprenging van de late regen begon op 11 september 2001, maar de twisten die in de wereld worden gevoerd, zijn niet de „twist” die in Gods profetisch Woord wordt aangeduid. De twist betreft voorspellingen zoals die welke volgt.

“On one occasion, when in New York City, I was in the night season called upon to behold buildings rising story after story toward heaven. These buildings were warranted to be fireproof, and they were erected to glorify their owners and builders. Higher and still higher these buildings rose, and in them the most costly material was used. Those to whom these buildings belonged were not asking themselves: ‘How can we best glorify God?’ The Lord was not in their thoughts.

„Bij een bepaalde gelegenheid, toen ik in de stad New York was, werd ik in de nachtelijke uren geroepen gebouwen te aanschouwen die verdieping na verdieping oprijzen naar de hemel. Van deze gebouwen werd verzekerd dat zij brandvrij waren, en zij werden opgericht om hun eigenaars en bouwers te verheerlijken. Hoger en nog hoger rezen deze gebouwen, en daarin werd het kostbaarste materiaal gebruikt. Degenen aan wie deze gebouwen toebehoorden, vroegen zich niet af: ‘Hoe kunnen wij God het best verheerlijken?’ De Heere was niet in hun gedachten.״

“I thought: ‘Oh, that those who are thus investing their means could see their course as God sees it! They are piling up magnificent buildings, but how foolish in the sight of the Ruler of the universe is their planning and devising. They are not studying with all the powers of heart and mind how they may glorify God. They have lost sight of this, the first duty of man.’

„Ik dacht: ‘Och, konden zij die hun middelen op deze wijze besteden hun handelwijze zien zoals God die ziet! Zij stapelen prachtige gebouwen op, maar hoe dwaas zijn hun plannen en ontwerpen in de ogen van de Heerser van het heelal. Zij onderzoeken niet met alle krachten van hart en verstand hoe zij God kunnen verheerlijken. Dit, de eerste plicht van de mens, hebben zij uit het oog verloren.’”

“As these lofty buildings went up, the owners rejoiced with ambitious pride that they had money to use in gratifying self and provoking the envy of their neighbors. Much of the money that they thus invested had been obtained through exaction, through grinding down the poor. They forgot that in heaven an account of every business transaction is kept; every unjust deal, every fraudulent act, is there recorded. The time is coming when in their fraud and insolence men will reach a point that the Lord will not permit them to pass, and they will learn that there is a limit to the forbearance of Jehovah.

“Terwijl deze verheven gebouwen verrezen, verheugden de eigenaars zich in hoogmoedige eerzucht dat zij geld hadden om zichzelf te behagen en de afgunst van hun buren op te wekken. Een groot deel van het geld dat zij aldus investeerden, was verkregen door afpersing, door de armen uit te buiten. Zij vergaten dat in de hemel van elke zakelijke transactie rekenschap wordt bijgehouden; elke onrechtvaardige overeenkomst, elke bedrieglijke daad, staat daar opgetekend. De tijd komt dat de mensen in hun bedrog en vermetelheid een punt zullen bereiken dat de Heere hun niet zal toestaan te overschrijden, en zij zullen leren dat er een grens is aan de lankmoedigheid van Jehovah.

“The scene that next passed before me was an alarm of fire. Men looked at the lofty and supposedly fire-proof buildings and said: “They are perfectly safe.” But these buildings were consumed as if made of pitch. The fire engines could do nothing to stay the destruction. The firemen were unable to operate the engines.” Testimonies, volume 9, 12, 13.

„Het tafereel dat zich vervolgens voor mij afspeelde, was een brandalarm. Mensen keken naar de hoge en naar men meende brandvrije gebouwen en zeiden: ‘Zij zijn volkomen veilig.’ Maar deze gebouwen werden verteerd alsof zij van pek waren gemaakt. De brandspuiten konden niets doen om de verwoesting te stuiten. De brandweerlieden waren niet in staat de spuiten te bedienen.” Testimonies, deel 9, 12, 13.

The Adventist church immediately after September 11, 2001 sought to hide passages such as this from the world. How could this not be about New York City, and the enormously high buildings which the fire engines could not stop the ensuing fires? How could a passage such as this from the writings that the Adventist church professes to be written by a prophetess not be proclaimed from the rooftops after such a fulfillment as that?

De adventistische kerk trachtte onmiddellijk na 11 september 2001 passages als deze voor de wereld verborgen te houden. Hoe zou dit niet over New York City kunnen gaan, en over de enorm hoge gebouwen waarvan de brandweerwagens de daaropvolgende branden niet konden bedwingen? Hoe zou een passage als deze uit de geschriften waarvan de adventistische kerk belijdt dat zij door een profetes zijn geschreven, niet van de daken worden verkondigd na een zodanige vervulling als die?

The arrival of the sprinkling of the latter rain, that marks the arrival of the prophetic “debate,” also identifies the final rebellion of Adventism, for it is there that they fully reject the clear and simple words of the one they identify as the prophetess to the remnant.

De komst van de eerste besprenkeling van de late regen, die de komst van het profetische „debat” markeert, duidt tevens de laatste opstand van het adventisme aan, want daarin verwerpen zij ten volle de duidelijke en eenvoudige woorden van degene die zij identificeren als de profetes voor het overblijfsel.

“Satan is . . . constantly pressing in the spurious—to lead away from the truth. The very last deception of Satan will be to make of none effect the testimony of the Spirit of God. ‘Where there is no vision, the people perish’ (Proverbs 29:18). Satan will work ingeniously, in different ways and through different agencies, to unsettle the confidence of God’s remnant people in the true testimony.

„Satan is ... voortdurend het onechte aan het opdringen — om van de waarheid af te leiden. De allerlaatste misleiding van Satan zal erin bestaan het getuigenis van de Geest van God krachteloos te maken. ‘Waar geen gezicht is, verwildert het volk’ (Spreuken 29:18). Satan zal vernuftig te werk gaan, op verschillende wijzen en door verschillende middelen, om het vertrouwen van Gods overblijfsel in het ware getuigenis aan het wankelen te brengen.

“There will be a hatred kindled against the Testimonies which is satanic. The workings of Satan will be to unsettle the faith of the churches in them, for this reason: Satan cannot have so clear a track to bring in his deceptions and bind up souls in his delusions if the warnings and reproofs and counsels of the Spirit of God are heeded.” Selected Messages, book 1, 48.

„Er zal een haat tegen de Getuigenissen worden aangewakkerd die satanisch is. Het werk van Satan zal erop gericht zijn het geloof van de gemeenten daarin aan het wankelen te brengen, en wel om deze reden: Satan kan niet zo’n vrije baan hebben om zijn misleidingen binnen te brengen en zielen in zijn dwaalleer te binden, wanneer acht wordt geslagen op de waarschuwingen, bestraffingen en raadgevingen van de Geest van God.” Selected Messages, boek 1, 48.

The prophetic binding of both the wheat and the tares began on September 11, 2001, with the rebellion against the Spirit of Prophecy, which marked the conclusion of a progressive rebellion that began against the Bible in 1863.

Het profetische samenbinden van zowel de tarwe als het onkruid begon op 11 september 2001 met de opstand tegen de Geest der Profetie, die het sluitstuk vormde van een voortschrijdende opstand die in 1863 tegen de Bijbel was begonnen.

“We as a people profess to have truth in advance of every other people upon the earth. Then our life and character should be in harmony with such a faith. The day is just upon us when the righteous shall be bound like precious grain in bundles for the heavenly garner, while the wicked are, like the tares, gathered for the fires of the last great day. But the wheat and tares ‘grow together until the harvest.’” Testimonies, volume 5, 100.

“Wij als volk belijden de waarheid vóór ieder ander volk op aarde te bezitten. Dan behoren ons leven en ons karakter in overeenstemming te zijn met zulk een geloof. De dag staat vlak voor ons waarop de rechtvaardigen als kostbaar koren in bundels zullen worden gebonden voor de hemelse schuur, terwijl de goddelozen, gelijk het onkruid, worden verzameld voor de vuren van de laatste grote dag. Maar het tarwe en het onkruid ‘groeien tezamen op tot de oogst.’” Testimonies, deel 5, 100.

How could Adventism ignore the following passage that states directly that when these buildings came down Revelation eighteen, verse one through three would be fulfilled?

Hoe kon het adventisme de volgende passage negeren, waarin rechtstreeks wordt verklaard dat, wanneer deze gebouwen ten val kwamen, Openbaring achttien, vers één tot en met drie, in vervulling zou gaan?

“Now comes the word that I have declared that New York is to be swept away by a tidal wave? This I have never said. I have said, as I looked at the great buildings going up there, story after story, ‘What terrible scenes will take place when the Lord shall arise to shake terribly the earth! Then the words of Revelation 18:1–3 will be fulfilled.’ The whole of the eighteenth chapter of Revelation is a warning of what is coming on the earth. But I have no light in particular in regard to what is coming on New York, only that I know that one day the great buildings there will be thrown down by the turning and overturning of God’s power. From the light given me, I know that destruction is in the world. One word from the Lord, one touch of his mighty power, and these massive structures will fall. Scenes will take place the fearfulness of which we cannot imagine.” Review and Herald, July 5, 1906.

„Komt nu het bericht dat ik heb verklaard dat New York door een vloedgolf weggevaagd zou worden? Dit heb ik nooit gezegd. Ik heb gezegd, terwijl ik daar de grote gebouwen verdieping na verdieping zag verrijzen: ‘Wat vreselijke taferelen zullen plaatsvinden wanneer de Heere zal opstaan om de aarde geweldig te doen beven! Dan zullen de woorden van Openbaring 18:1–3 vervuld worden.’ Het gehele achttiende hoofdstuk van Openbaring is een waarschuwing voor wat over de aarde komt. Maar ik heb geen bijzonder licht met betrekking tot wat over New York komt, alleen dat ik weet dat op een dag de grote gebouwen daar zullen worden neergehaald door het keren en omkeren van Gods macht. Uit het licht dat mij gegeven is, weet ik dat er verwoesting in de wereld is. Eén woord van de Heere, één aanraking van zijn machtige kracht, en deze massieve bouwwerken zullen vallen. Er zullen taferelen plaatsvinden waarvan wij ons de verschrikking niet kunnen voorstellen.” Review and Herald, 5 juli 1906.

The issue we are addressing here is not whether these passages were fulfilled on September 11, 2001, for they absolutely were, but the issue we are seeking to address is the “debate” that would begin at that time. The debate was over correct or incorrect methodology. The Adventist church began its rejection of the fourteen rules of prophetic interpretation of William Miller in 1863, and they have progressed to the point now where you cannot purchase a book of biblical study written by Adventist theologians that isn’t repeatedly endorsed by the theologians of apostate Protestantism and Roman Catholicism. From 1863 to 2001, and still today, the methodology that was originally represented by William Miller’s rules of prophetic interpretation were set aside for the methodology of Roman Catholicism and apostate Protestantism. The prophetic “debate” that began when Revelation eighteen, verses one through three were fulfilled was over true or false methodology.

De kwestie die wij hier behandelen, is niet de vraag of deze passages op 11 september 2001 werden vervuld, want dat werden zij beslist wel, maar de kwestie die wij trachten te behandelen, is het „debat” dat in die tijd zou beginnen. Het debat ging over juiste of onjuiste methodologie. De Adventkerk begon in 1863 met haar verwerping van de veertien regels van profetische uitlegging van William Miller, en zij zijn nu zover voortgeschreden dat men geen boek van bijbelstudie, geschreven door adventistische theologen, kan kopen dat niet herhaaldelijk wordt aanbevolen door de theologen van het afvallige protestantisme en van het rooms-katholicisme. Van 1863 tot 2001, en nog steeds vandaag, werd de methodologie die oorspronkelijk werd vertegenwoordigd door William Millers regels van profetische uitlegging terzijde gesteld ten gunste van de methodologie van het rooms-katholicisme en het afvallige protestantisme. Het profetische „debat” dat begon toen Openbaring achttien, verzen één tot en met drie, werd vervuld, ging over ware of valse methodologie.

We will continue our consideration of the “debate” of chapter twenty-seven of Isaiah in the next article.

Wij zullen onze beschouwing van het „debat” van het zevenentwintigste hoofdstuk van Jesaja in het volgende artikel voortzetten.

“We should know for ourselves what constitutes Christianity, what is truth, what is the faith that we have received, what are the Bible rules—the rules given us from the highest authority.” The 1888 Materials, 403.

„Wij behoren voor onszelf te weten wat het christendom inhoudt, wat de waarheid is, wat het geloof is dat wij hebben ontvangen, wat de Bijbelse regels zijn — de regels die ons door het hoogste gezag zijn gegeven.” The 1888 Materials, 403.