We are considering the prophetic application of William Miller’s dream in the last days, which is where all prophecies find their perfect fulfillment. Miller’s dream identifies the discovery, establishment, rejection, burying and restoration of the foundational truths of Adventism that were assembled through the ministry of Miller. Those foundational truths represented the truths that were unsealed in 1798. Those truths are represented by the vision of the Ulai River. Miller’s dream, as recorded in the book Early Writings, was his second dream, and the dream had been typified by Nebuchadnezzar’s second dream, just as Miller himself had been typified by Nebuchadnezzar.

Wij overwegen de profetische toepassing van de droom van William Miller in de laatste dagen, waarin alle profetieën hun volmaakte vervulling vinden. Millers droom duidt op de ontdekking, vestiging, verwerping, begraving en herstel van de fundamentele waarheden van het adventisme die door middel van Millers bediening werden samengebracht. Die fundamentele waarheden vertegenwoordigden de waarheden die in 1798 werden ontzegeld. Die waarheden worden voorgesteld door het visioen van de rivier de Ulai. Millers droom, zoals opgetekend in het boek Early Writings, was zijn tweede droom, en die droom was getypeerd door Nebukadnezars tweede droom, evenals Miller zelf door Nebukadnezar was getypeerd.

Previous articles have demonstrated how the conclusion of Nebuchadnezzar’s life of “seven times” living with the heart of a beast, ended symbolically in 1798. His kingdom was then restored, and for the first time, Nebuchadnezzar represented a fully converted man. In terms of the “time of the end,” in 1798, he represented the “wise.” We have also identified that as the first king of Babylon, Nebuchadnezzar’s judgment of “seven times,” typified the judgment of Belshazzar’s twenty-five hundred and twenty (mene, mene, tekel, upharsin), who was the last king of Babylon.

Eerdere artikelen hebben aangetoond hoe het einde van Nebukadnezars levensperiode van „zeven tijden”, waarin hij leefde met het hart van een beest, symbolisch eindigde in 1798. Zijn koninkrijk werd toen hersteld, en voor het eerst vertegenwoordigde Nebukadnezar een volledig bekeerde man. In het kader van de „tijd van het einde” vertegenwoordigde hij in 1798 de „wijzen”. Wij hebben ook vastgesteld dat Nebukadnezar, als de eerste koning van Babylon, met zijn oordeel van „zeven tijden” een type was van het oordeel over Belsazar van tweeduizend vijfhonderd twintig (mene, mene, tekel, upharsin), die de laatste koning van Babylon was.

“To the last ruler of Babylon, as in type to its first, had come the sentence of the divine Watcher: ‘O king, … to thee it is spoken; The kingdom is departed from thee.’ Daniel 4:31.” Prophets and Kings, 533.

„Tot de laatste heerser van Babylon was, evenals in zinnebeeld tot de eerste, het vonnis van de goddelijke Wachter gekomen: ‘O koning, … tot u wordt het gesproken; het koninkrijk is van u geweken.’ Daniël 4:31.” Profeten en Koningen, 533.

Sister White identified Belshazzar in his hour of judgment as the “foolish king.” In the conclusion of Nebuchadnezzar’s hour of judgment, he represents the “wise king,” for he was benefitted by the judgment of “seven times,” and Belshazzar, though he knew the history, refused to be benefitted.

Zuster White duidde Belsazar in zijn uur van oordeel aan als de „dwaze koning”. Aan het einde van Nebukadnezars uur van oordeel vertegenwoordigt hij de „wijze koning”, want hij trok voordeel uit het oordeel van „zeven tijden”, terwijl Belsazar, hoewel hij de geschiedenis kende, weigerde er voordeel uit te trekken.

“But Belshazzar’s love of amusement and self-glorification effaced the lessons he should never have forgotten; and he committed sins similar to those that brought signal judgments on Nebuchadnezzar. He wasted the opportunities graciously granted him, neglecting to use the opportunities within his reach for becoming acquainted with truth. ‘What must I do to be saved?’ was a question that the great but foolish king passed by indifferently.” Bible Echo, April 25, 1898.

“Maar Belsazar’s liefde voor vermaak en zelfverheerlijking wiste de lessen uit die hij nooit had mogen vergeten; en hij beging zonden die overeenkwamen met die welke opmerkelijke oordelen over Nebukadnezar brachten. Hij verspilde de gelegenheden die hem genadig waren geschonken en verzuimde de mogelijkheden die binnen zijn bereik lagen te benutten om met de waarheid bekend te worden. ‘Wat moet ik doen om zalig te worden?’ was een vraag waaraan de grote maar dwaze koning onverschillig voorbijging.” Bible Echo, 25 april 1898.

Nebuchadnezzar is a symbol of “the wise” in 1798, who understand the increase of knowledge at the time of the end.

Nebukadnezar is een symbool van „de wijzen” in 1798, die de toename van kennis begrijpen in de tijd van het einde.

“The proud boast had scarcely left his lips, when a voice from Heaven told him that God’s appointed time of judgment had come. In a moment his reason was taken away, and he became as a beast. For seven years he was thus degraded. At the end of this time his reason was restored to him, and then looking up in humility to the great God of Heaven, he recognized the divine hand in this chastisement, and was again restored to his throne.

Nauwelijks had de hoogmoedige grootspraak zijn lippen verlaten, of een stem uit de hemel deelde hem mee dat Gods vastgestelde tijd van oordeel was gekomen. In één ogenblik werd hem het verstand ontnomen, en hij werd als een dier. Gedurende zeven jaar was hij aldus vernederd. Aan het einde van deze tijd werd zijn verstand hem hergeven, en toen hij in nederigheid opkeek tot de grote God des hemels, erkende hij de goddelijke hand in deze kastijding en werd hij opnieuw op zijn troon hersteld.

“In a public proclamation, King Nebuchadnezzar acknowledged his guilt, and the great mercy of God in his restoration. This was the last act of his life as recorded in Sacred History.” Review and Herald, February 1, 1881.

“In een openbare bekendmaking erkende koning Nebukadnezar zijn schuld en de grote barmhartigheid van God in zijn herstel. Dit was de laatste daad van zijn leven zoals die in de Gewijde Geschiedenis is opgetekend.” Review and Herald, 1 februari 1881.

At the end of Nebuchadnezzar’s “seven times,” he made a public proclamation, which included a public confession. Miller, as Nebuchadnezzar, symbolizes the “wise” in 1798, who understand the increase of knowledge at the time of the end. They both had two dreams, and both of their respective second dreams symbolically identify the “seven times.” The “seven times” has been shown in previous articles to mark a transition point.

Aan het einde van Nebukadnezars „zeven tijden” deed hij een openbare proclamatie, die een openbare belijdenis inhield. Miller symboliseert, als Nebukadnezar, de „wijzen” in 1798, die de toename van kennis ten tijde van het einde begrijpen. Beiden hadden twee dromen, en beider tweede droom duidt symbolisch de „zeven tijden” aan. In eerdere artikelen is aangetoond dat de „zeven tijden” een punt van overgang markeren.

In 1798, Nebuchadnezzar marks a transition from his proud condition, to the condition of the wise. It included his public confession. 1798, was also the transition point between the fifth and sixth kingdoms of Bible prophecy. It also marked the arrival of the first angel, thus marking a new dispensation, for the warning of the coming judgment could not take place until the fifth kingdom of Bible prophecy had received its deadly wound.

In 1798 markeert Nebukadnezar een overgang van zijn hoogmoedige toestand naar de toestand van de wijzen. Dit omvatte zijn openbare belijdenis. 1798 was ook het overgangspunt tussen het vijfde en het zesde koninkrijk van de Bijbelse profetie. Het markeerde tevens de komst van de eerste engel en daarmee een nieuwe bedeling, want de waarschuwing voor het komende oordeel kon niet plaatsvinden voordat het vijfde koninkrijk van de Bijbelse profetie zijn dodelijke wond had ontvangen.

“The message itself sheds light as to the time when this movement is to take place. It is declared to be a part of the ‘everlasting gospel;’ and it announces the opening of the judgment. The message of salvation has been preached in all ages; but this message is a part of the gospel which could be proclaimed only in the last days, for only then would it be true that the hour of judgment had come. The prophecies present a succession of events leading down to the opening of the judgment. This is especially true of the book of Daniel. But that part of his prophecy which related to the last days, Daniel was bidden to close up and seal ‘to the time of the end.’ Not till we reach this time could a message concerning the judgment be proclaimed, based on the fulfillment of these prophecies. But at the time of the end, says the prophet, ‘many shall run to and fro, and knowledge shall be increased.’ Daniel 12:4.

„De boodschap zelf werpt licht op de tijd waarin deze beweging moet plaatsvinden. Zij wordt verklaard een deel te zijn van het ‘eeuwige evangelie’; en zij kondigt de opening van het oordeel aan. De boodschap van zaligheid is in alle eeuwen verkondigd; maar deze boodschap is een deel van het evangelie dat alleen in de laatste dagen kon worden verkondigd, want alleen dan zou het waar zijn dat het uur van het oordeel was gekomen. De profetieën tonen een opeenvolging van gebeurtenissen die leiden tot de opening van het oordeel. Dit geldt in het bijzonder voor het boek Daniël. Maar dat deel van zijn profetie dat betrekking had op de laatste dagen, werd Daniël bevolen te sluiten en te verzegelen ‘tot de tijd van het einde’. Pas wanneer wij deze tijd bereiken, kon een boodschap aangaande het oordeel worden verkondigd, gegrond op de vervulling van deze profetieën. Maar in de tijd van het einde, zegt de profeet, ‘velen zullen het onderzoeken, en de kennis zal vermeerderen’. Daniël 12:4.”

“The apostle Paul warned the church not to look for the coming of Christ in his day. ‘That day shall not come,’ he says, ‘except there come a falling away first, and that man of sin be revealed.’ 2 Thessalonians 2:3. Not till after the great apostasy, and the long period of the reign of the ‘man of sin,’ can we look for the advent of our Lord. The ‘man of sin,’ which is also styled ‘the mystery of iniquity,’ ‘the son of perdition,’ and ‘that wicked,’ represents the papacy, which, as foretold in prophecy, was to maintain its supremacy for 1260 years. This period ended in 1798. The coming of Christ could not take place before that time. Paul covers with his caution the whole of the Christian dispensation down to the year 1798. It is this side of that time that the message of Christ’s second coming is to be proclaimed.

‘De apostel Paulus waarschuwde de gemeente dat zij in zijn dagen niet moest uitzien naar de komst van Christus. “Die dag komt niet,” zegt hij, “tenzij eerst de afval gekomen is en de mens der zonde geopenbaard is.” 2 Thessalonicenzen 2:3. Pas na de grote afval en de lange periode van de heerschappij van de “mens der zonde” kunnen wij uitzien naar de wederkomst van onze Heer. De “mens der zonde”, die ook wordt aangeduid als “het geheimenis der ongerechtigheid”, “de zoon des verderfs” en “de wetteloze”, vertegenwoordigt het pausdom, dat, zoals in de profetie was voorzegd, zijn opperheerschappij gedurende 1260 jaar zou handhaven. Deze periode eindigde in 1798. De komst van Christus kon niet vóór die tijd plaatsvinden. Paulus laat zijn waarschuwing gelden voor de gehele christelijke bedeling tot aan het jaar 1798. Aan deze zijde van die tijd moet de boodschap van de tweede komst van Christus worden verkondigd.’

“No such message has ever been given in past ages. Paul, as we have seen, did not preach it; he pointed his brethren into the then far-distant future for the coming of the Lord. The Reformers did not proclaim it. Martin Luther placed the judgment about three hundred years in the future from his day. But since 1798 the book of Daniel has been unsealed, knowledge of the prophecies has increased, and many have proclaimed the solemn message of the judgment near.” The Great Controversy, 356.

„Nooit tevoren is in vervlogen eeuwen een dergelijke boodschap gegeven. Paulus heeft haar, zoals wij hebben gezien, niet verkondigd; hij wees zijn broeders op de destijds nog verre toekomst voor de komst des Heeren. De Hervormers hebben haar niet verkondigd. Martin Luther plaatste het oordeel ongeveer driehonderd jaar in de toekomst vanaf zijn tijd. Maar sinds 1798 is het boek Daniël ontzegeld, is de kennis van de profetieën toegenomen, en hebben velen de plechtige boodschap van het nabij zijnde oordeel verkondigd.” The Great Controversy, 356.

In 1798, a new dispensation of the work of salvation arrived, and that new dispensation gave a warning of another dispensation that would begin in 1844. At that change of dispensation, a door would be closed, and a door opened.

In 1798 brak een nieuwe bedeling in het werk der zaligheid aan, en die nieuwe bedeling gaf een waarschuwing voor een andere bedeling die in 1844 zou beginnen. Bij die verandering van bedeling zou een deur gesloten en een deur geopend worden.

And to the angel of the church in Philadelphia write; These things saith he that is holy, he that is true, he that hath the key of David, he that openeth, and no man shutteth; and shutteth, and no man openeth; I know thy works: behold, I have set before thee an open door, and no man can shut it: for thou hast a little strength, and hast kept my word, and hast not denied my name. Revelation 3:7, 8.

En schrijf aan de engel van de gemeente te Filadelfia: Dit zegt de Heilige, de Waarachtige, Hij die de sleutel van David heeft, Die opent en niemand sluit, en sluit en niemand opent: Ik ken uw werken; zie, Ik heb voor u een geopende deur gegeven, en niemand kan die sluiten; want gij hebt weinig kracht, en gij hebt Mijn woord bewaard en Mijn naam niet verloochend. Openbaring 3:7, 8.

The opening of a door marks a new dispensation. There was a dispensational change of kingdoms and of message in 1798, at the end of the first indignation, that was accomplished from 723 BC through to 1798. There was also a dispensational change in 1844, at the end of the last indignation, that was accomplished from 677 BC through to 1844. In 1798, the dispensation of the first angel’s message, which warned of the approaching judgment, had arrived. Both Nebuchadnezzar and Miller are represented as the “wise,” at the “time of the end,” when “the door” was opened to the internal dispensation of the first angel’s message and to the external dispensation change from the sea beast unto the earth beast. The dispensation of the message of the first angel was fulfilled when the door into the Most Holy Place was opened on October 22, 1844, and the dispensation of the third angel, and the investigative judgment arrived.

Het openen van een deur markeert een nieuwe bedeling. Er vond in 1798, aan het einde van de eerste gramschap, die zich uitstrekte van 723 v.Chr. tot 1798, een bedelingsverandering van koninkrijken en van boodschap plaats. Er vond ook in 1844, aan het einde van de laatste gramschap, die zich uitstrekte van 677 v.Chr. tot 1844, een bedelingsverandering plaats. In 1798 was de bedeling van de boodschap van de eerste engel, die waarschuwde voor het naderende oordeel, aangebroken. Zowel Nebukadnezar als Miller worden voorgesteld als de „wijzen” ten tijde van „het einde”, toen „de deur” werd geopend naar de innerlijke bedeling van de boodschap van de eerste engel en naar de uiterlijke bedelingsverandering van het beest uit de zee naar het beest uit de aarde. De bedeling van de boodschap van de eerste engel werd vervuld toen op 22 oktober 1844 de deur naar het Allerheiligste werd geopend, en de bedeling van de derde engel en het onderzoekend oordeel aanbraken.

Miller’s second dream begins when a door was opened in 1798, and it ends when a door was opened in the transitional period of the “two witnesses” who are brought back to life in order to proclaim the message of the Midnight Cry. Prophetically both Nebuchadnezzar and Miller represented the transition from the kingdom of the sea beast unto the kingdom of the earth beast in 1798. They both represent the announcement of the approach and the arrival of the investigative judgment in 1844. 1798, and 1844, represent the conclusion of the first and last “indignations” of God against His people that was accomplished over the period of “seven times,” as set forth in Leviticus twenty-six. The forty-six years from 1798, unto 1844, represent the erection of the spiritual temple which the messenger of the covenant suddenly came to on October 22, 1844, as Christ transitioned from the Holy Place unto the Most Holy Place.

Millers tweede droom begint wanneer in 1798 een deur werd geopend, en zij eindigt wanneer in de overgangsperiode van de „twee getuigen” een deur werd geopend, die weer tot leven worden gebracht om de boodschap van de Middernachtsroep te verkondigen. Profetisch vertegenwoordigden zowel Nebukadnezar als Miller de overgang van het koninkrijk van het beest uit de zee naar het koninkrijk van het beest uit de aarde in 1798. Beiden vertegenwoordigen de aankondiging van de nadering en de komst van het onderzoekend oordeel in 1844. 1798 en 1844 vertegenwoordigen de afsluiting van de eerste en laatste „gramschappen” van God tegen Zijn volk, die werden volbracht gedurende de periode van „zeven tijden”, zoals uiteengezet in Leviticus zesentwintig. De zesenveertig jaren van 1798 tot 1844 vertegenwoordigen de oprichting van de geestelijke tempel, waartoe de Boodschapper van het verbond plotseling kwam op 22 oktober 1844, toen Christus overging van het Heilige naar het Heilige der Heiligen.

1798, and 1844, identify transitions (more than one), that are marked by the “seven times.” The transition of Millerite Philadelphian Adventism unto Millerite Laodicean Adventism in 1856, was also marked by an increase of knowledge of the “seven times,” that was thereafter rejected in 1863. In 1798, there had been an increase of knowledge from the book of Daniel, which included the same “seven times,” of Leviticus twenty-six, that was to be rejected at the end of Millerite Philadelphian Adventism.

1798 en 1844 duiden overgangen (meer dan één) aan, die door de „zeven tijden” worden gemarkeerd. De overgang van het Milleritisch-Filadelfische Adventisme naar het Milleritisch-Laodicese Adventisme in 1856 werd eveneens gemarkeerd door een vermeerdering van kennis omtrent de „zeven tijden”, die daarna in 1863 werd verworpen. In 1798 was er een vermeerdering van kennis uit het boek Daniël, waarin dezelfde „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig waren begrepen, die aan het einde van het Milleritisch-Filadelfische Adventisme zouden worden verworpen.

The transition of the movement of the first angel from Philadelphia unto Laodicea was represented by the seven years from 1856 to 1863. The Laodicean message arrived in 1856, and for seven years, the new light of the “seven times” that had been unsealed produced a three-step testing process that was failed by Adventism in 1863. Seven years were given for the light of the “seven times,” to either be received or rejected. The transition of the movement of Millerite Philadelphian Adventism unto Millerite Laodicean Adventism, typifies the reversal of the sequence at the end, the transition of the Laodicean movement of the third angel unto the Philadelphian movement of the third angel.

De overgang van de beweging van de eerste engel van Philadelphia naar Laodicea werd voorgesteld door de zeven jaren van 1856 tot 1863. De Laodiceaanse boodschap kwam in 1856, en gedurende zeven jaren bracht het nieuwe licht van de „zeven tijden”, dat was ontzegeld, een beproevingsproces in drie stappen voort, waarin het adventisme in 1863 faalde. Er werden zeven jaren gegeven opdat het licht van de „zeven tijden” óf zou worden aangenomen óf verworpen. De overgang van de beweging van het Milleritische Filadelfische adventisme naar het Milleritische Laodiceaanse adventisme is een type van de omkering van de volgorde aan het einde: de overgang van de Laodiceaanse beweging van de derde engel naar de Filadelfische beweging van de derde engel.

The sixty-five-year prophecy of Isaiah, marks the beginning of the first and the last indignation of God against the northern and then the southern kingdoms of Israel.

De vijfenzestigjarige profetie van Jesaja markeert het begin van de eerste en de laatste gramschap van God tegen de noordelijke en vervolgens de zuidelijke koninkrijken van Israël.

For the head of Syria is Damascus, and the head of Damascus is Rezin; and within threescore and five years shall Ephraim be broken, that it be not a people. Isaiah 7:8.

Want het hoofd van Syrië is Damascus, en het hoofd van Damascus is Rezin; en binnen vijfenzestig jaren zal Efraïm verbroken worden, zodat het geen volk meer zal zijn. Jesaja 7:8.

Isaiah’s prophecy of sixty-five years was given in 742 BC, and within sixty-five years the northern kingdom would be gone. Nineteen years after 742 BC, in 723 BC, the northern kingdom was carried into slavery by Assyria. At the conclusion of the sixty-five years the southern kingdom’s indignation began in 677 BC, when Manasseh was taken captive by the Babylonians. The sixty-five years therefore represent a nineteen-year period to the first captivity of the northern kingdom, then another forty-six years until the captivity of Manasseh.

Jesaja’s profetie van vijfenzestig jaar werd gegeven in 742 v.Chr., en binnen vijfenzestig jaar zou het noordelijke koninkrijk verdwenen zijn. Negentien jaar na 742 v.Chr., in 723 v.Chr., werd het noordelijke koninkrijk door Assyrië in slavernij weggevoerd. Aan het einde van de vijfenzestig jaar begon de verontwaardiging over het zuidelijke koninkrijk in 677 v.Chr., toen Manasse in gevangenschap werd weggevoerd door de Babyloniërs. De vijfenzestig jaar vertegenwoordigen daarom een periode van negentien jaar tot aan de eerste gevangenschap van het noordelijke koninkrijk, en vervolgens nog eens zesenveertig jaar tot aan de gevangenschap van Manasse.

Those prophecies reached their respective fulfillments in 1798, 1844 and 1863. In 1798, an internal transition of the message of salvation occurred with the arrival of the first angel, and an external transition of the kingdoms of Bible prophecy also occurred. In 1844, an internal transition of the message of salvation occurred as the door was closed to the Holy Place and the investigative judgment began with the arrival of the third angel. In 1863, an external change occurred as both horns of the earth beast divided into two classes.

Die profetieën bereikten hun respectieve vervullingen in 1798, 1844 en 1863. In 1798 vond een innerlijke overgang plaats in de boodschap van het heil met de komst van de eerste engel, en tevens vond een uiterlijke overgang plaats van de koninkrijken van de Bijbelse profetie. In 1844 vond een innerlijke overgang plaats in de boodschap van het heil, doordat de deur naar het Heilige werd gesloten en het onderzoekend oordeel begon met de komst van de derde engel. In 1863 vond een uiterlijke verandering plaats toen beide horens van het beest uit de aarde zich in twee klassen verdeelden.

The Republican horn divided into the two political parties that would dominate the history of the earth beast from then onward. The Protestant horn divided into two apostate manifestations, one party claiming to be Protestant that claimed to keep the seventh-day Sabbath, and another class that claimed to be Protestant, but upheld the day of the sun as their chosen day of worship.

De Republikeinse hoorn splitste zich in de twee politieke partijen die vanaf dat moment de geschiedenis van het beest uit de aarde zouden beheersen. De protestantse hoorn splitste zich in twee afvallige verschijningsvormen: de ene partij beweerde protestants te zijn en beweerde de sabbat van de zevende dag te onderhouden, en een andere groep beweerde protestants te zijn, maar handhaafde de dag van de zon als haar gekozen dag van aanbidding.

In that history, the Protestant horn that had come out of the Dark Ages, was tested from August 11, 1840 until October 22, 1844, and failed the testing process and transitioned from the Sunday-keeping Protestant people to the Sunday-keeping apostate Protestant people.

In die geschiedenis werd de protestantse hoorn die uit de Donkere Middeleeuwen was voortgekomen, beproefd van 11 augustus 1840 tot 22 oktober 1844, en zij doorstond het beproevingsproces niet en ging over van het zondaghoudende protestantse volk naar het zondaghoudende afvallige protestantse volk.

In the history of the true Protestant horn that was established and identified in 1844, a testing process occurred from 1856 through to 1863. Then the true Sabbath-keeping Protestant horn transitioned both from Philadelphia unto Laodicea, and also from the true Sabbath-keeping Protestant people unto the Sabbath-keeping apostate Protestant horn. The “seven times,” is associated with 1798, 1844, 1856 and 1863. The “seven times,” is a symbol associated with a transition point and this truth is established upon several witnesses.

In de geschiedenis van de ware protestantse hoorn die in 1844 werd opgericht en geïdentificeerd, vond van 1856 tot en met 1863 een beproevingsproces plaats. Vervolgens maakte de ware sabbatvierende protestantse hoorn zowel de overgang van Filadelfia naar Laodicea, als van het ware sabbatvierende protestantse volk naar de afvallige sabbatvierende protestantse hoorn. De „zeven tijden” worden in verband gebracht met 1798, 1844, 1856 en 1863. De „zeven tijden” zijn een symbool dat met een overgangspunt verbonden is, en deze waarheid wordt op grond van verscheidene getuigen vastgesteld.

In 1798, there was an increase of knowledge on the “seven times,” because the very first time-prophecy Miller discovered was that very truth. By 1863, that truth had been rejected, thus identifying the conclusion of the ending period of the sixty-five years of the prophecy set forth in Isaiah chapter seven.

In 1798 was er een toename van kennis over de „zeven tijden”, omdat juist die waarheid de allereerste tijdsprofetie was die Miller ontdekte. Tegen 1863 was die waarheid verworpen, waarmee de afsluiting werd aangeduid van de slotperiode van de vijfenzestig jaren van de profetie die in Jesaja hoofdstuk zeven wordt uiteengezet.

The complete twenty-five hundred and twenty year prophecy has a sixty-five year span at both the beginning and the ending in a reverse-image, mirror-like fashion. In the beginning of the ending sixty-five years (1798) typified by the beginning of the beginning sixty-five years in 742 BC when the prophecy was given, there was an increase of knowledge upon the “seven times,” which the “wise” Millerites understood and proclaimed. At the ending of the ending sixty-five years in 1863, there was another increase of knowledge on the same truth which was ultimately rejected by the recently crowned “priests” of the true Protestant horn.

De volledige profetie van tweeduizend vijfhonderdtwintig jaar heeft zowel aan het begin als aan het einde een tijdspanne van vijfenzestig jaar, op omgekeerde, spiegelachtige wijze. Aan het begin van de laatste vijfenzestig jaar (1798), getypeerd door het begin van de eerste vijfenzestig jaar in 742 v.Chr., toen de profetie werd gegeven, was er een vermeerdering van kennis aangaande de „zeven tijden”, die de „wijzen” onder de Millerieten begrepen en verkondigden. Aan het einde van de laatste vijfenzestig jaar, in 1863, was er nog een vermeerdering van kennis over dezelfde waarheid, die uiteindelijk werd verworpen door de onlangs gekroonde „priesters” van de ware protestantse hoorn.

My people are destroyed for lack of knowledge: because thou hast rejected knowledge, I will also reject thee, that thou shalt be no priest to me: seeing thou hast forgotten the law of thy God, I will also forget thy children. Hosea 4:6.

Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis; omdat gij de kennis verworpen hebt, zal Ik ook u verwerpen, zodat gij voor Mij geen priester zult zijn; omdat gij de wet van uw God vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten. Hosea 4:6.

The increase of knowledge when the book of Daniel is unsealed is associated with the “seven times,” so it not only is a symbol of a transition point, but also of the unsealing of the prophetic message.

De toename van kennis wanneer het boek Daniël wordt ontzegeld, houdt verband met de „zeven tijden”; zij is dus niet alleen een symbool van een overgangsmoment, maar ook van de ontzegeling van de profetische boodschap.

Another transition began on July 18, 2020, with the first disappointment, which began the “tarrying time” and marked the beginning of Revelation chapter eleven’s three-and-a-half-days of the two witnesses laying dead in the street of the great city of Sodom and Egypt.

Een andere overgang begon op 18 juli 2020 met de eerste teleurstelling, die de „vertoeftijd” deed aanvangen en het begin markeerde van de drieënhalve dagen van de twee getuigen uit Openbaring hoofdstuk elf, die dood op de straat van de grote stad Sodom en Egypte lagen.

July 18, 2020, marks the beginning of three-and-a-half symbolic days (a “seven times”), that had been illustrated by the history of 1856 through to 1863. Both periods are symbols of the “seven times.” Both periods mark a change of dispensation (a transition). Both periods represent an increase of knowledge associated with the “seven times.”

18 juli 2020 markeert het begin van drieënhalve symbolische dagen (een „zeven tijden”), die waren geïllustreerd door de geschiedenis van 1856 tot en met 1863. Beide perioden zijn symbolen van de „zeven tijden”. Beide perioden markeren een bedelingsverandering (een overgang). Beide perioden vertegenwoordigen een toename van kennis die met de „zeven tijden” verband houdt.

It was in the period of transition from the kingdom of Babylon unto the kingdom of Medo-Persia that Daniel prayed the Leviticus twenty-six prayer, thus identifying the Leviticus twenty-six prayer as a waymark of the transition of the last days. In Miller’s dream, at the end of seven expressions of the word “scattering,” Miller both weeps and prays. The weeping marks the point when the Lion of the tribe of Judah (the dirt brush man), unseals a message that has been sealed.

Het was in de overgangsperiode van het koninkrijk Babylon naar het koninkrijk van Medo-Perzië dat Daniël het gebed van Leviticus zesentwintig bad, waarmee het gebed van Leviticus zesentwintig wordt aangeduid als een wegmerk van de overgang van de laatste dagen. In Millers droom weent en bidt Miller aan het einde van zeven vermeldingen van het woord „verstrooiing”. Het wenen markeert het punt waarop de Leeuw uit de stam van Juda (de man met de stofborstel) een boodschap ontzegelt die verzegeld is geweest.

Miller’s prayer marks the Leviticus twenty-six prayer of Daniel, that is associated with “seven times,” and occurs when the door and windows were opened in Miller’s dream. But the prayer of Daniel, in chapter nine, also aligns with the prayer of Daniel in chapter two. It also aligns with Nebuchadnezzar’s prayer of confession at the conclusion of his “seven times.”

Millers gebed markeert het gebed van Leviticus zesentwintig van Daniël, dat met „zeven tijden” verbonden is, en plaatsvindt wanneer de deur en de vensters in Millers droom werden geopend. Maar het gebed van Daniël in hoofdstuk negen stemt ook overeen met het gebed van Daniël in hoofdstuk twee. Het stemt ook overeen met Nebukadnezars schuldbelijdenis aan het einde van zijn „zeven tijden”.

Miller’s prayer was therefore represented by the Leviticus twenty-six prayer, which was a public prayer of confession and a prayer of request for the unsealing of the last prophetic secret, because all prophecy illustrates the last days. Therefore the secret of Daniel chapter two represents the last secret to be unsealed. Miller’s prayer, in his dream, was a prayer of anxiety and righteous indignation concerning the abominations that had happened to the jewels in his room. His anxiety was illustrated by those who sigh and cry in Ezekiel chapter nine, during the sealing time of the one-hundred and forty-four thousand.

Millers gebed werd daarom voorgesteld door het gebed van Leviticus zesentwintig, dat een openbaar gebed van belijdenis was en een smeekgebed om de ontzegeling van het laatste profetische geheim, omdat alle profetie de laatste dagen uitbeeldt. Daarom vertegenwoordigt het geheim van Daniël hoofdstuk twee het laatste geheim dat ontzegeld moet worden. Millers gebed was in zijn droom een gebed van angst en rechtvaardige verontwaardiging betreffende de gruwelen die met de juwelen in zijn kamer waren geschied. Zijn angst werd uitgebeeld door hen die zuchten en roepen in Ezechiël hoofdstuk negen, gedurende de verzegelingstijd van de honderd-vierenveertigduizend.

Miller watched as the truths were progressively buried by counterfeit doctrines, and which ultimately reached a point where the casket (the Bible itself) was destroyed. The destruction of Miller’s casket took place in the third generation of Adventism when there was a purposeful movement to set aside the King James Bible for the modern corrupted Catholic-based versions of the Bible.

Miller zag toe hoe de waarheden gaandeweg door vervalste leringen werden begraven, en hoe dit uiteindelijk een punt bereikte waarop de kist (de Bijbel zelf) werd vernietigd. De vernietiging van Millers kist vond plaats in de derde generatie van het adventisme, toen er een doelbewuste beweging was om de King James Bible terzijde te stellen ten gunste van de moderne, verdorven, op de katholieke traditie gebaseerde bijbelvertalingen.

Miller wept, then prayed, and immediately a door opened, and the people all left. Then the dirt brush man (the Lion of the tribe of Judah) entered, opened the windows and began to clean. Then Miller expressed his concern for the scattered jewels, and the dirt brush man promised that he would take care of the jewels. In the bustle of the dirt brush man’s cleaning project, Miller closed his eyes for a moment, and when he opened his eyes, the rubbish was gone. The jewels were scattered around the room, and the dirt brush man then placed the larger casket on the table, gathered the jewels and cast them into the casket and said, “come and see.”

Miller weende, bad vervolgens, en onmiddellijk werd een deur geopend, en het volk ging allen weg. Daarna trad de man met de stofborstel (de Leeuw uit de stam van Juda) binnen, opende de vensters en begon schoon te maken. Toen uitte Miller zijn bezorgdheid over de verspreide juwelen, en de man met de stofborstel beloofde dat hij voor de juwelen zou zorgen. In de drukte van het schoonmaakwerk van de man met de stofborstel sloot Miller voor een ogenblik zijn ogen, en toen hij zijn ogen opende, was het afval verdwenen. De juwelen lagen verspreid door de kamer, en de man met de stofborstel plaatste vervolgens de grotere kist op de tafel, verzamelde de juwelen en wierp ze in de kist en zei: „kom en zie.”

The expression, “come and see,” is a symbol that a truth has just been unsealed. The truth that is unsealed for Miller is the final truth, for the next thing to happen is the awakening of Miller at the “shout,” representing the loud cry. Miller was the last to receive the message of the Midnight Cry in the history of the Millerites, and just before the shout that awakens him in the dream, he closed his eyes for a moment. The only passage in the Bible that references “a moment” and “eyes” is identifying the first resurrection.

De uitdrukking „kom en zie” is een symbool dat een waarheid zojuist is ontzegeld. De waarheid die voor Miller wordt ontzegeld, is de laatste waarheid, want het volgende dat staat te gebeuren is het ontwaken van Miller bij de „roep”, die de luide roep voorstelt. Miller was de laatste die in de geschiedenis van de Millerieten de boodschap van de Middernachtroep ontving, en vlak vóór de roep die hem in de droom wekt, sloot hij voor een ogenblik zijn ogen. De enige passage in de Bijbel die verwijst naar „een ogenblik” en „ogen” duidt op de eerste opstanding.

Behold, I show you a mystery; We shall not all sleep, but we shall all be changed, In a moment, in the twinkling of an eye, at the last trump: for the trumpet shall sound, and the dead shall be raised incorruptible, and we shall be changed. For this corruptible must put on incorruption, and this mortal must put on immortality. 1 Corinthians 15:51–53.

Zie, ik toon u een verborgenheid: wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 1 Korinthe 15:51–53.

In the history of the transition of the Laodicean movement of the third angel unto the Philadelphian movement of the third angel, as represented in Revelation chapter eleven, Miller represents the very last of the wise virgins to receive the message of the Midnight Cry. The first to receive it were the most spiritual.

In de geschiedenis van de overgang van de Laodiceïsche beweging van de derde engel naar de Filadelfische beweging van de derde engel, zoals voorgesteld in Openbaring hoofdstuk elf, vertegenwoordigt Miller de allerlaatste van de wijze maagden die de boodschap van de Middernachtsroep ontvingen. Degenen die haar het eerst ontvingen, waren de meest geestelijken.

“This was the midnight cry, which was to give power to the second angel’s message. Angels were sent from heaven to arouse the discouraged saints and prepare them for the great work before them. The most talented men were not the first to receive this message. Angels were sent to the humble, devoted ones, and constrained them to raise the cry, ‘Behold, the Bridegroom cometh; go ye out to meet Him!’ Those entrusted with the cry made haste, and in the power of the Holy Spirit sounded the message, and aroused their discouraged brethren. This work did not stand in the wisdom and learning of men, but in the power of God, and His saints who heard the cry could not resist it. The most spiritual received this message first, and those who had formerly led in the work were the last to receive and help swell the cry, ‘Behold, the Bridegroom cometh; go ye out to meet Him!’” Early Writings, 238.

‘Dit was de middernachtsroep, die kracht moest verlenen aan de boodschap van de tweede engel. Engelen werden uit de hemel gezonden om de ontmoedigde heiligen op te wekken en hen voor te bereiden op het grote werk dat vóór hen lag. De meest begaafde mannen waren niet de eersten die deze boodschap ontvingen. Engelen werden gezonden tot de nederige, toegewijden en drongen hen ertoe de roep te verheffen: “Zie, de Bruidegom komt; gaat uit Hem tegemoet!” Degenen aan wie de roep was toevertrouwd, haastten zich en verkondigden in de kracht van de Heilige Geest de boodschap, en wekten hun ontmoedigde broeders op. Dit werk berustte niet op de wijsheid en geleerdheid van mensen, maar op de kracht van God, en Zijn heiligen die de roep hoorden, konden daaraan geen weerstand bieden. De meest geestelijken ontvingen deze boodschap het eerst, en zij die vroeger leiding hadden gegeven in het werk, waren de laatsten om haar te ontvangen en mee te helpen de roep aan te zwellen: “Zie, de Bruidegom komt; gaat uit Hem tegemoet!”’ Early Writings, 238.

At the end of the three and a half symbolic days of Revelation chapter eleven, the first of two messages, represented in Ezekiel chapter thirty-seven, is proclaimed. The first message brings the dead and scattered bones together, but they are still dead. The message was presented by the voice that cried “in the wilderness”, thus identifying that Ezekiel’s message begins before the three-and-a-half symbolic days concluded. Those three-and-a-half days represent a “wilderness”, and it is from the “wilderness” that the message is proclaimed. The “wilderness” is also a symbol of the “seven times,” which marks a transition and an unsealing that introduces a testing process.

Aan het einde van de drieënhalve symbolische dagen van Openbaring hoofdstuk elf wordt de eerste van twee boodschappen, voorgesteld in Ezechiël hoofdstuk zevenendertig, verkondigd. De eerste boodschap brengt de dode en verstrooide beenderen bijeen, maar zij zijn nog steeds dood. De boodschap werd gebracht door de stem die riep „in de woestijn”, waarmee wordt aangeduid dat de boodschap van Ezechiël begint voordat de drieënhalve symbolische dagen waren geëindigd. Die drieënhalve dagen vertegenwoordigen een „woestijn”, en het is vanuit de „woestijn” dat de boodschap wordt verkondigd. De „woestijn” is tevens een symbool van de „zeven tijden”, die een overgang en een ontzegeling markeren, welke een beproevingsproces inleiden.

There is a progressive development of the message, and a progressive reception as illustrated with the Midnight Cry of the Millerite history. The most spiritual were the first to receive the message of the voice crying in the wilderness, and the historians of Adventism point to a letter written by William Miller just days before October 22, 1844, where Miller testifies that he finally understood and accepted Samuel Snow’s message of the Midnight Cry.

Er is een voortschrijdende ontwikkeling van de boodschap, en een voortschrijdende aanvaarding ervan, zoals geïllustreerd door de Middernachtsroep in de Milleritische geschiedenis. De meest geestelijke mensen waren de eersten die de boodschap ontvingen van de stem die roept in de woestijn, en de historici van het adventisme wijzen op een brief die door William Miller werd geschreven slechts enkele dagen vóór 22 oktober 1844, waarin Miller getuigt dat hij de boodschap van de Middernachtsroep van Samuel Snow uiteindelijk begreep en aannam.

“Dear Brother Himes: I see a glory in the seventh month which I never saw before. Although the Lord had shown me the typical bearing of the seventh month, one year and a half ago, yet I did not realize the force of the types. Now, blessed be the name of the Lord, I see a beauty, a harmony, and an agreement in the Scriptures, for which I have long prayed, but did not see until today. Thank the Lord, O my soul. Let Brother Snow, Brother Storrs, and others, be blessed for their instrumentality in opening my eyes. I am almost home. Glory! Glory! Glory! Glory!” William Miller, Signs of the Times, October 16, 1844.

„Beste broeder Himes: Ik zie een heerlijkheid in de zevende maand die ik nooit tevoren heb gezien. Hoewel de Heer mij anderhalf jaar geleden de typische strekking van de zevende maand had getoond, besefte ik toch de kracht van de typen niet. Nu, gezegend zij de naam des Heren, zie ik een schoonheid, een harmonie en een overeenstemming in de Schriften, waarvoor ik lange tijd heb gebeden, maar die ik tot heden niet zag. Dank de Heer, o mijn ziel. Laat broeder Snow, broeder Storrs en anderen gezegend worden om hun dienst als werktuigen bij het openen van mijn ogen. Ik ben bijna thuis. Glorie! Glorie! Glorie! Glorie!” William Miller, Signs of the Times, 16 oktober 1844.

In the repetition of the history of the Midnight Cry, as represented in Miller’s dream, Miller closed his eyes for a moment. Thus “in a moment, in the twinkling of an eye, at the last trump: for the trumpet shall sound, and the dead shall be raised.” In Miller’s dream he represents the last to receive the message of the Midnight Cry, as he did in his own history. He represents those that finally accept the message just before the dirt brush man gathers up the scattered jewels and casts them into the larger casket. In Revelation chapter eleven, the last to accept the second message of Ezekiel, which is the message of the four winds of Islam, that is also the sealing message, do so just before the last of seven trumpets sound, which is the “third Woe” trumpet. “In a moment, in the twinkling of an eye, at the last trump: for the trumpet shall sound, and the dead shall be raised incorruptible, and we shall be changed.” (1 Corinthians 15:52)

In de herhaling van de geschiedenis van de Middernachtsroep, zoals voorgesteld in Millers droom, sloot Miller zijn ogen voor een ogenblik. Zo ook: “In een ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen opgewekt worden.” In Millers droom vertegenwoordigt hij de laatsten die de boodschap van de Middernachtsroep ontvangen, zoals hij dat ook deed in zijn eigen geschiedenis. Hij vertegenwoordigt hen die de boodschap uiteindelijk aannemen juist voordat de man met de vuilborstel de verstrooide juwelen bijeenraapt en ze in de grotere kist werpt. In Openbaring hoofdstuk elf nemen de laatsten die de tweede boodschap van Ezechiël aannemen, welke de boodschap is van de vier winden van de islam, die tevens de verzegelingsboodschap is, deze aan juist voordat de laatste van de zeven bazuinen klinkt, welke de bazuin van het “derde Wee” is. “In een ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden, en wij zullen veranderd worden.” (1 Korinthiërs 15:52)

The passage is identifying the first resurrection that occurs at the second coming, but there is also a resurrection of the dead dry bones (the two witnesses) that occurs in the hour of the great earthquake of Revelation chapter eleven. In the “hour” of that earthquake, the last trumpet of the seven trumpets sounds, and the dead witnesses that were in the street are brought back to life, not as Laodiceans, but as Philadelphians, for at the trumpet of the third Woe, the two witnesses have been sealed and are changed to incorruptible, for they will never again sin. Miller represents the last to receive the message which brings the two witnesses to life, which is the message of the four winds of Islam, and is the sealing message.

De passage duidt op de eerste opstanding die plaatsvindt bij de wederkomst, maar er is ook een opstanding van de dode, dorre beenderen (de twee getuigen) die plaatsvindt in het uur van de grote aardbeving van Openbaring hoofdstuk elf. In het „uur” van die aardbeving klinkt de laatste bazuin van de zeven bazuinen, en de dode getuigen die op de straat lagen, worden weer tot leven gebracht, niet als Laodiceeërs, maar als Filadelfiërs; want bij de bazuin van het derde Wee zijn de twee getuigen verzegeld en worden zij veranderd tot onvergankelijkheid, want zij zullen nooit meer zondigen. Miller vertegenwoordigt de laatsten die de boodschap ontvangen welke de twee getuigen tot leven brengt; dit is de boodschap van de vier winden van de islam, en het is de verzegelingsboodschap.

The sound of that trumpet raises the last of the dead dry bones that had been scattered in the street of Sodom and Egypt. Miller watched as the truths were progressively buried by counterfeit doctrines. Eventually Miller wept, marking the time when the unsealing was to begin, for the unsealing is a progressive work. That unsealing began in the ending period of the three-and-a-half days.

Het geluid van die bazuin wekt de laatsten van de dode, dorre beenderen op die verstrooid hadden gelegen op de straat van Sodom en Egypte. Miller zag toe hoe de waarheden geleidelijk werden begraven door vervalste leerstellingen. Uiteindelijk weende Miller, en daarmee werd de tijd gemarkeerd waarop de ontzegeling moest beginnen, want de ontzegeling is een voortschrijdend werk. Die ontzegeling begon in de eindperiode van de drieënhalve dag.

After Miller wept, the One who had the power to unseal the sealed book entered into the narrative. In Miller’s dream that was the Dirt Brush Man. Miller then prayed, and immediately a door opened, marking the point where the Laodicean movement of the third angel was going to transition unto the Philadelphia movement of the third angel. His prayer was the Leviticus twenty-six prayer, it was the prayer for understanding of the final prophetic secret and a public confession of the rebellion that brought the three-and-a-half days upon the two witnesses, it was the prayer of those who are sealed in Ezekiel chapter nine.

Nadat Miller had geweend, trad Degene die de macht had om het verzegelde boek te openen, het relaas binnen. In Millers droom was dat de Vuilnisveger. Miller bad vervolgens, en onmiddellijk werd een deur geopend, waarmee het punt werd gemarkeerd waarop de Laodicese beweging van de derde engel zou overgaan in de Filadelfische beweging van de derde engel. Zijn gebed was het gebed van Leviticus zesentwintig; het was het gebed om begrip van het laatste profetische geheim en een openbare belijdenis van de opstand die de drieënhalve dag over de twee getuigen bracht; het was het gebed van hen die in Ezechiël hoofdstuk negen verzegeld zijn.

Following the prayer, Christ (the dirt brush man) entered and began to clean up the room. At the end of the dirt brush man’s cleaning project, Miller closed his eyes for a moment, identifying the end of the period that the dead dry bones were to be resurrected. The dirt brush man then gathered the scattered jewels in Miller’s room, and placed them in a new, larger casket, upon a table in the center of Miller’s room, as the two witnesses are lifted up as the ensign. As the ensign, they then call unto God’s other flock that is still in Babylon to “come and see” the message that the Lion of the tribe of Judah has just cast into the new, larger casket.

Na het gebed kwam Christus (de man met de stofborstel) binnen en begon de kamer op te ruimen. Aan het einde van het schoonmaakwerk van de man met de stofborstel sloot Miller een ogenblik zijn ogen, waarmee het einde werd aangeduid van de periode waarin de dode, dorre beenderen zouden worden opgewekt. Vervolgens verzamelde de man met de stofborstel de verspreide juwelen in Millers kamer en legde die in een nieuwe, grotere kist op een tafel in het midden van Millers kamer, terwijl de twee getuigen als banier worden opgericht. Als banier roepen zij vervolgens Gods andere kudde, die zich nog in Babylon bevindt, op om „te komen en te zien” de boodschap die de Leeuw uit de stam van Juda zojuist in de nieuwe, grotere kist heeft geworpen.

We will begin to consider the vision of the Ulai River as the symbol of the truths from the book of Daniel that was unsealed in 1798 in the next article. We have placed a few points of reference in place in advance of that consideration. The first is that the message of the Millerites was perfect (at its stage of growth), but incomplete. It was placed in the framework of two, not three desolating powers. The second is that when Miller’s dream identifies the ultimate restoration of the foundational truths, the foundational truths then are “ten times brighter” than their original glory. A third point is that the movement of the first angel (the Millerite movement), is repeated in the movement of the third angel, but with a few important caveats. The Millerites as a symbol were Philadelphians, they were a converted Nebuchadnezzar, but who ultimately and unfortunately, “rebuilt Jericho” in 1863.

In het volgende artikel zullen wij beginnen de visie van de rivier de Ulai te beschouwen als het symbool van de waarheden uit het boek Daniël dat in 1798 werd ontzegeld. Wij hebben, vooruitlopend op die beschouwing, reeds enkele oriëntatiepunten vastgesteld. Het eerste is dat de boodschap van de Millerieten volmaakt was (in haar groeifase), maar onvolledig. Zij was geplaatst binnen het raamwerk van twee, niet drie verwoestende machten. Het tweede is dat, wanneer Millers droom het uiteindelijke herstel van de fundamentele waarheden aanduidt, die fundamentele waarheden dan „tienmaal helderder” zijn dan hun oorspronkelijke heerlijkheid. Een derde punt is dat de beweging van de eerste engel (de Milleritische beweging) wordt herhaald in de beweging van de derde engel, zij het met enkele belangrijke voorbehouden. De Millerieten waren als symbool Filadelfiërs; zij waren een bekeerde Nebukadnezar, maar die uiteindelijk en helaas in 1863 „Jericho herbouwde”.

The movement of the third angel began as Laodiceans, in need of conversion, but they would ultimately participate in the final destruction of Jericho (the Jericho of the last days).

De beweging van de derde engel begon als Laodiceeërs, die bekering nodig hadden, maar zij zouden uiteindelijk deelnemen aan de uiteindelijke verwoesting van Jericho (het Jericho van de laatste dagen).

“The Saviour had not come to set aside what patriarchs and prophets had spoken; for He Himself had spoken through these representative men. All the truths of God’s word came from Him. But these priceless gems had been placed in false settings. Their precious light had been made to minister to error. God desired them to be removed from their settings of error and replaced in the framework of truth. This work only a divine hand could accomplish. By its connection with error, the truth had been serving the cause of the enemy of God and man. Christ had come to place it where it would glorify God, and work the salvation of humanity.” The Desire of Ages, 287.

„De Heiland was niet gekomen om terzijde te stellen wat patriarchen en profeten hadden gesproken; want Hijzelf had door deze representatieve mannen gesproken. Alle waarheden van Gods woord kwamen van Hem. Maar deze kostbare edelstenen waren in valse zettingen geplaatst. Hun kostbare licht was dienstbaar gemaakt aan dwaling. God verlangde dat zij uit hun zettingen van dwaling werden verwijderd en in het raamwerk van de waarheid werden teruggeplaatst. Dit werk kon alleen een goddelijke hand volbrengen. Door haar verbinding met dwaling had de waarheid de zaak van de vijand van God en mens gediend. Christus was gekomen om haar daar te plaatsen waar zij God zou verheerlijken en het heil van de mensheid zou bewerken.” The Desire of Ages, 287.