Paul’s identification of pagan Rome as the power that restrained the papacy from rising to power in the year 538, became the witness that William Miller recognized that established “the daily,” in the book of Daniel as representing paganism. William Miller’s framework was based upon the two desolating powers of paganism followed by papalism. Miller’s most important discovery in support of that framework was Paul’s testimony in 2 Thessalonians, chapter two, where Paul identifies that the restraint upon the papacy, produced by pagan Rome, would be taken away, in order for the “man of sin” to be placed in the temple of God, showing himself that he is God.
Paulus’ identificatie van het heidense Rome als de macht die het pausdom ervan weerhield in het jaar 538 aan de macht te komen, werd het getuigenis waardoor William Miller inzag dat „het dagelijks” in het boek Daniël het heidendom voorstelt. Het denkkader van William Miller was gebaseerd op de twee verwoestende machten van het heidendom, gevolgd door het pausdom. Millers belangrijkste ontdekking ter ondersteuning van dat denkkader was het getuigenis van Paulus in 2 Thessalonicenzen, hoofdstuk twee, waar Paulus aangeeft dat de tegenhouding van het pausdom, teweeggebracht door het heidense Rome, zou worden weggenomen, opdat de „mens der zonde” in de tempel van God zou worden geplaatst en van zichzelf zou tonen dat hij God is.
In the book of Daniel, the symbol of “the daily” representing paganism is always followed by a symbol of the papacy, whether it be represented as the transgression of desolation or the abomination of desolation. Yet in Christ’s warning to the Christians concerning the siege and destruction of Jerusalem that took place during the three-and-a-half years from 66 to 70 AD, Christ referred to “the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet” as the sign for the Christians that were in Jerusalem to immediately flee. History identifies that the sign was not the symbol of papal Rome, but of pagan Rome. The sign was to be recognized by the faithful, if they were to avoid the siege and destruction. Is “the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet,” a symbol of pagan Rome, or papal Rome?
In het boek Daniël wordt het symbool van „het dagelijkse”, dat het heidendom voorstelt, altijd gevolgd door een symbool van het pausdom, hetzij voorgesteld als de overtreding der verwoesting, hetzij als de gruwel der verwoesting. Toch verwees Christus in Zijn waarschuwing aan de christenen betreffende het beleg en de verwoesting van Jeruzalem, die plaatsvonden gedurende de drieënhalf jaar van 66 tot 70 na Chr., naar „de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet” als het teken voor de christenen die in Jeruzalem waren om onmiddellijk te vluchten. De geschiedenis wijst uit dat dit teken niet het symbool van pauselijk Rome was, maar van heidens Rome. Het teken moest door de gelovigen worden herkend, wilden zij het beleg en de verwoesting ontgaan. Is „de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet,” een symbool van heidens Rome, of van pauselijk Rome?
When ye therefore shall see the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet, stand in the holy place, (whoso readeth, let him understand:) Then let them which be in Judaea flee into the mountains: Let him which is on the housetop not come down to take anything out of his house: Neither let him which is in the field return back to take his clothes. And woe unto them that are with child, and to them that give suck in those days! But pray ye that your flight be not in the winter, neither on the sabbath day: For then shall be great tribulation, such as was not since the beginning of the world to this time, no, nor ever shall be. And except those days should be shortened, there should no flesh be saved: but for the elect’s sake those days shall be shortened. Matthew 24:15–22.
Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet, zult zien staan in de heilige plaats (wie het leest, die merke daarop), laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen. Wie op het dak is, late niet afkomen om iets uit zijn huis te halen; en wie op het veld is, kere niet terug om zijn kleren te halen. Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! Bidt dan dat uw vlucht niet in de winter valle en ook niet op een sabbat. Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe, en ook geenszins ooit zijn zal. En indien die dagen niet verkort werden, zou geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen verkort worden. Mattheüs 24:15–22.
Sister White comments on how this warning was fulfilled in the history of the destruction of Jerusalem from 66 through 70 AD, and she identifies that the flag, or the standard of the Roman army, was the sign for the Christians still in Jerusalem to flee. So, was the “abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet,” pagan Rome, or was it papal Rome, as Miller based his framework upon?
Zuster White geeft commentaar op de wijze waarop deze waarschuwing werd vervuld in de geschiedenis van de verwoesting van Jeruzalem van 66 tot en met 70 na Chr., en zij duidt de vlag, of de standaard van het Romeinse leger, aan als het teken voor de christenen die zich nog in Jeruzalem bevonden om te vluchten. Was dan de „gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet”, het heidense Rome, of was het het pauselijke Rome, waarop Miller zijn denkkader baseerde?
William Miller was led to understand both manifestations of Rome (pagan followed by papal), but he was forced by the history in which he lived, to treat both kingdoms as one kingdom. And of course, they are one kingdom, but they also represent two successive kingdoms. Forced by the prophetic history of 1798, Miller had to address Rome as primarily one kingdom. In 1798, Miller believed Christ’s Second Coming was approximately twenty-five years in the future. He knew full well that papal Rome had received a deadly wound in 1798. For Miller, there were no other earthly kingdoms to follow papal Rome, for Christ was about to return.
William Miller werd ertoe geleid beide verschijningsvormen van Rome te begrijpen (het heidense, gevolgd door het pauselijke), maar hij werd door de geschiedenis waarin hij leefde gedwongen beide koninkrijken als één koninkrijk te behandelen. En vanzelfsprekend zijn zij één koninkrijk, maar zij vertegenwoordigen ook twee opeenvolgende koninkrijken. Door de profetische geschiedenis van 1798 gedwongen, moest Miller Rome in de eerste plaats als één koninkrijk behandelen. In 1798 geloofde Miller dat de wederkomst van Christus nog ongeveer vijfentwintig jaar in de toekomst lag. Hij wist zeer goed dat het pauselijke Rome in 1798 een dodelijke wond had ontvangen. Voor Miller waren er geen andere aardse koninkrijken die het pauselijke Rome zouden opvolgen, want Christus stond op het punt terug te keren.
In the history where Miller was located, he understood the statue of chapter two of Daniel, represented four earthly kingdoms, for that was what Daniel testified to.
In de geschiedenis waarin Miller zich bevond, begreep hij dat het beeld van Daniël, hoofdstuk twee, vier aardse koninkrijken voorstelde, want dat was wat Daniël betuigde.
And the fourth kingdom shall be strong as iron: forasmuch as iron breaketh in pieces and subdueth all things: and as iron that breaketh all these, shall it break in pieces and bruise. And whereas thou sawest the feet and toes, part of potters’ clay, and part of iron, the kingdom shall be divided; but there shall be in it of the strength of the iron, forasmuch as thou sawest the iron mixed with miry clay. Daniel 2:40, 41.
En het vierde koninkrijk zal sterk zijn als ijzer; want zoals ijzer alles verplettert en onderwerpt, zo zal het, gelijk ijzer dat al deze dingen stukbreekt, verbreken en verbrijzelen. En hetgeen gij gezien hebt van de voeten en tenen, deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer: het koninkrijk zal verdeeld zijn; maar er zal in het iets van de sterkte van het ijzer zijn, omdat gij het ijzer met modderig leem vermengd hebt gezien. Daniël 2:40, 41.
Miller understood that there were only four kingdoms, and the fourth and final kingdom was Rome, which he knew from history was pagan Rome followed by papal Rome. The fourth kingdom for Miller, in agreement with Daniel’s word, was “divided,” but for Miller the division only represented a distinction between the literal and spiritual aspects of the kingdom of Rome. He was correct, but his understanding was limited.
Miller begreep dat er slechts vier koninkrijken waren, en het vierde en laatste koninkrijk was Rome, waarvan hij uit de geschiedenis wist dat het heidens Rome was, gevolgd door pauselijk Rome. Het vierde koninkrijk was voor Miller, in overeenstemming met het woord van Daniël, „verdeeld”, maar voor Miller vertegenwoordigde die verdeling slechts een onderscheid tussen de letterlijke en geestelijke aspecten van het koninkrijk van Rome. Hij had gelijk, maar zijn begrip was beperkt.
Miller did not see that the division of pagan and papal Rome, was based upon the division that Paul was raised up to identify. Paul (and John the Baptist), identified that at the time period of the cross literal was to transition into spiritual. Without that understanding Miller was forced to accept that Rome was essentially one kingdom that had two phases. And of course, he was correct (but limited). He could not see that spiritual Rome was represented by literal Babylon, for spiritual Rome (the papacy) is also spiritual Babylon.
Miller zag niet in dat de verdeling van het heidense en het pauselijke Rome, gegrond was op de scheiding die Paulus werd verwekt te identificeren. Paulus (en Johannes de Doper) identificeerde dat in de tijdsperiode van het kruis het letterlijke moest overgaan in het geestelijke. Zonder dat inzicht was Miller genoodzaakt te aanvaarden dat Rome in wezen één koninkrijk was dat twee fasen had. En uiteraard had hij gelijk (maar in beperkte zin). Hij kon niet zien dat geestelijk Rome werd voorgesteld door het letterlijke Babylon, want geestelijk Rome (het pausdom) is ook geestelijk Babylon.
Literal Babylon, as the first of four kingdoms in Daniel two, would typify the fourth kingdom, for the first always typifies the last. Pagan Rome had been typified by Babylon, but both pagan Rome and Babylon typified spiritual Rome (the papacy). The papacy therefore was the fifth kingdom, and it was represented by Babylon. This is a basic reason why Sister White compares the captivity of literal Israel in Babylon for seventy years, with the captivity of spiritual Israel in spiritual Babylon for twelve hundred and sixty years.
Het letterlijke Babylon, als het eerste van de vier koninkrijken in Daniël twee, zou een type zijn van het vierde koninkrijk, want het eerste is altijd een type van het laatste. Heidens Rome was getypeerd door Babylon, maar zowel heidens Rome als Babylon waren typen van geestelijk Rome (het pausdom). Het pausdom was daarom het vijfde koninkrijk, en het werd vertegenwoordigd door Babylon. Dit is een fundamentele reden waarom Zuster White de gevangenschap van het letterlijke Israël in Babylon gedurende zeventig jaar vergelijkt met de gevangenschap van het geestelijke Israël in het geestelijke Babylon gedurende twaalfhonderdzestig jaar.
“God’s church on earth was as verily in captivity during this long period of relentless persecution as were the children of Israel held captive in Babylon during the period of the exile.” Prophets and Kings, 714.
„Gods kerk op aarde verkeerde gedurende deze lange periode van meedogenloze vervolging evenzeer in gevangenschap als de kinderen van Israël, die tijdens de ballingschap in Babylon gevangen werden gehouden.” Prophets and Kings, 714.
Miller therefore had no problem interchanging prophetic fulfillments that more specifically identified pagan Rome, with papal Rome. We will provide examples of this as we continue, but if we understand that Miller viewed pagan and papal Rome as one kingdom, we can understand why Miller would have no problem with Jesus referencing the “abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet,” as a fulfillment of pagan Rome, while still understanding the expression of the “abomination of desolation,” in the book of Daniel as a symbol of papal Rome. Miller could not see the three desolating powers, and for this reason his prophetic framework was limited, though accurate.
Miller had daarom geen moeite om profetische vervullingen die meer specifiek op het heidense Rome wezen, uitwisselbaar te gebruiken met het pauselijke Rome. Wij zullen hiervan voorbeelden geven naarmate wij verdergaan, maar als wij begrijpen dat Miller het heidense en het pauselijke Rome als één koninkrijk beschouwde, kunnen wij begrijpen waarom Miller er geen moeite mee had dat Jezus verwees naar de „gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet,” als een vervulling van het heidense Rome, terwijl hij de uitdrukking „gruwel der verwoesting” in het boek Daniël toch bleef verstaan als een symbool van het pauselijke Rome. Miller kon de drie verwoestende machten niet onderscheiden, en om die reden was zijn profetisch kader beperkt, hoewel juist.
But how are we to understand the discrepancy of the historical fulfillment of 66 AD, when pagan Rome placed its standards in the sacred precincts of the temple in fulfillment of Christ’s prediction? Is “the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet,” a symbol of pagan or papal Rome? The answer to that dilemma is fairly simple when you recognize three desolating powers, instead of two. We should begin with Sister White’s commentary on the fulfillment of Christ’s prediction of the destruction of Jerusalem.
Maar hoe moeten wij de discrepantie begrijpen van de historische vervulling in 66 na Chr., toen het heidense Rome zijn standaarden in de heilige voorhoven van de tempel plaatste ter vervulling van Christus’ voorspelling? Is „de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet,” een symbool van heidens of pauselijk Rome? Het antwoord op dat dilemma is tamelijk eenvoudig wanneer men drie verwoestende machten onderkent in plaats van twee. Wij dienen te beginnen met Zuster White’s commentaar op de vervulling van Christus’ voorspelling van de verwoesting van Jeruzalem.
“In the Jews’ crucifixion of Christ was involved the destruction of Jerusalem. The blood shed upon Calvary was the weight that sank them to ruin for this world and for the world to come. So it will be in the great final day, when judgment shall fall upon the rejecters of God’s grace. Christ, their rock of offense, will then appear to them as an avenging mountain. The glory of His countenance, which to the righteous is life, will be to the wicked a consuming fire. Because of love rejected, grace despised, the sinner will be destroyed.
“In de kruisiging van Christus door de Joden lag de verwoesting van Jeruzalem besloten. Het bloed dat op Golgotha werd vergoten, was het gewicht dat hen ten val bracht, tot ondergang voor deze wereld en voor de toekomende. Zo zal het zijn op de grote laatste dag, wanneer het oordeel zal neerkomen op hen die Gods genade verwerpen. Christus, hun rots der ergernis, zal hun dan verschijnen als een wrekende berg. De heerlijkheid van Zijn aangezicht, die voor de rechtvaardigen leven is, zal voor de goddelozen een verterend vuur zijn. Omdat liefde werd verworpen en genade werd versmaad, zal de zondaar worden vernietigd.”
“By many illustrations and repeated warnings, Jesus showed what would be the result to the Jews of rejecting the Son of God. In these words He was addressing all in every age who refuse to receive Him as their Redeemer. Every warning is for them. The desecrated temple, the disobedient son, the false husbandmen, the contemptuous builders, have their counterpart in the experience of every sinner. Unless he repent, the doom which they foreshadowed will be his.” The Desire of Ages, 600.
‘Door middel van vele illustraties en herhaalde waarschuwingen toonde Jezus wat voor de Joden het gevolg zou zijn van de verwerping van de Zoon van God. In deze woorden richtte Hij Zich tot allen in iedere eeuw die weigeren Hem als hun Verlosser aan te nemen. Iedere waarschuwing is voor hen bestemd. De ontwijde tempel, de ongehoorzame zoon, de valse pachters, de verachtelijke bouwlieden, hebben hun tegenbeeld in de ervaring van iedere zondaar. Tenzij hij zich bekeert, zal het oordeel dat zij voorafschaduwden het zijne zijn.’ The Desire of Ages, 600.
When Paul identified the transition from literal to spiritual, he identifies that it occurred during the time period of the cross, and it should be noted that the destruction of Jerusalem is directly associated with the cross. The destruction of literal Jerusalem which was first accomplished by literal Babylon was accomplished a last time by literal Rome, for Jesus always represents the end with the beginning. The trampling down of the sanctuary and the host that began with the pagan power of Babylon, ended with the pagan power of Rome.
Wanneer Paulus de overgang van het letterlijke naar het geestelijke aanduidde, geeft hij aan dat deze plaatsvond in de periode van het kruis, en dient te worden opgemerkt dat de verwoesting van Jeruzalem rechtstreeks met het kruis verbonden is. De verwoesting van het letterlijke Jeruzalem, die voor het eerst door het letterlijke Babylon werd voltrokken, werd voor de laatste maal door het letterlijke Rome voltrokken, want Jezus stelt altijd het einde voor met het begin. De vertreding van het heiligdom en van het heir, die begon met de heidense macht van Babylon, eindigde met de heidense macht van Rome.
The spiritual trampling down of spiritual Jerusalem was accomplished by papal Rome and both of those periods of trampling down (literal and spiritual) typify the trampling down of God’s people by the third desolating power, which in terms of Rome is called modern Rome.
De geestelijke vertreding van het geestelijke Jeruzalem werd voltrokken door het pauselijke Rome, en beide perioden van vertreding (de letterlijke en de geestelijke) zijn een voorafbeelding van de vertreding van Gods volk door de derde verwoestende macht, die in verband met Rome het moderne Rome wordt genoemd.
There are three desolating powers that each persecute God’s people. The dragon of paganism, followed by the sea beast of Catholicism, that is followed by the earth beast of the United States (the false prophet). Paganism was represented by various pagan powers that trampled down literal Israel. Papalism then trampled down spiritual Israel for twelve hundred and sixty years from 538 to 1798. The three-fold union of the dragon, the beast and the false prophet is modern Rome and it also tramples down God’s people during the “hour” of the Sunday law crisis. The three desolating powers of the dragon, the beast and the false prophet are also represented as pagan Rome, papal Rome and modern Rome.
Er zijn drie verwoestende machten die elk Gods volk vervolgen. De draak van het heidendom, gevolgd door het beest uit de zee van het katholicisme, dat op zijn beurt wordt gevolgd door het beest uit de aarde van de Verenigde Staten (de valse profeet). Het heidendom werd vertegenwoordigd door verschillende heidense machten die het letterlijke Israël vertrapten. Het pausdom vertrapte vervolgens gedurende twaalfhonderdzestig jaar, van 538 tot 1798, het geestelijke Israël. De drievoudige unie van de draak, het beest en de valse profeet is het moderne Rome en ook dit vertrapt Gods volk gedurende het „uur” van de crisis van de zondagwet. De drie verwoestende machten van de draak, het beest en de valse profeet worden ook voorgesteld als heidens Rome, pauselijk Rome en modern Rome.
In terms of Revelation seventeen paganism is the first four kings, the fifth king is the papacy and the sixth, seventh and eighth kings is the three-fold union of modern Rome.
In de termen van Openbaring zeventien is het heidendom de eerste vier koningen, de vijfde koning is het pausdom, en de zesde, zevende en achtste koningen zijn de drievoudige unie van het moderne Rome.
And there are seven kings: five are fallen, and one is, and the other is not yet come; and when he cometh, he must continue a short space. And the beast that was, and is not, even he is the eighth, and is of the seven, and goeth into perdition. Revelation 17:10, 11.
En er zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en één is er, en de andere is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. En het beest dat was en niet is, ook hij is de achtste, en is uit de zeven, en gaat ten verderve. Openbaring 17:10, 11.
In terms of Daniel chapter two, paganism is all four kingdoms from literal Babylon to literal Rome. Spiritual Babylon is the papacy (the head of gold), and the three-fold union of the dragon, the beast, and the false prophet (modern Rome), is represented by the three-fold union of spiritual Medo-Persia, spiritual Greece, and spiritual Rome (whose deadly wound is healed).
In de termen van Daniël hoofdstuk twee is het heidendom alle vier koninkrijken, van het letterlijke Babylon tot het letterlijke Rome. Geestelijk Babylon is het pausdom (het hoofd van goud), en de drievoudige vereniging van de draak, het beest en de valse profeet (het moderne Rome) wordt voorgesteld door de drievoudige vereniging van het geestelijke Medo-Perzië, het geestelijke Griekenland en het geestelijke Rome (waarvan de dodelijke wond genezen is).
When Jesus referred to the “abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet,” he was identifying a specific “sign” that Christians must recognize in each of the three Rome’s. Pagan Rome, papal Rome and modern Rome all persecute God’s people. That persecution is represented prophetically as trampling down the sanctuary and host. Jesus provided a warning of the approach of that persecution for each of the three periods of persecutions. When the “sign” of Rome’s authority was placed within the sanctuary, the time to flee Jerusalem had arrived. Jesus was not using Daniel’s expression of the “abomination of desolation,” as a symbol of an earthly power, but as a symbol of the sign that Christians needed to recognize.
Toen Jezus verwees naar de „gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door Daniël, de profeet”, duidde Hij daarmee een specifiek „teken” aan dat christenen in elk van de drie gestalten van Rome moeten herkennen. Heidens Rome, pauselijk Rome en modern Rome vervolgen allen Gods volk. Die vervolging wordt profetisch voorgesteld als het vertreden van het heiligdom en het heir. Jezus gaf voor elk van de drie perioden van vervolging een waarschuwing voor de nadering van die vervolging. Wanneer het „teken” van Rome’s gezag binnen het heiligdom werd geplaatst, was de tijd gekomen om uit Jeruzalem te vluchten. Jezus gebruikte Daniëls uitdrukking „de gruwel der verwoesting” niet als een symbool van een aardse macht, maar als een symbool van het teken dat christenen moesten herkennen.
“Jesus declared to the listening disciples the judgments that were to fall upon apostate Israel, and especially the retributive vengeance that would come upon them for their rejection and crucifixion of the Messiah. Unmistakable signs would precede the awful climax. The dreaded hour would come suddenly and swiftly. And the Saviour warned His followers: ‘When ye therefore shall see the abomination of desolation, spoken of by Daniel the prophet, stand in the holy place, (whoso readeth, let him understand:) then let them which be in Judea flee into the mountains.’ Matthew 24:15, 16; Luke 21:20, 21. When the idolatrous standards of the Romans should be set up in the holy ground, which extended some furlongs outside the city walls, then the followers of Christ were to find safety in flight. When the warning sign should be seen, those who would escape must make no delay. Throughout the land of Judea, as well as in Jerusalem itself, the signal for flight must be immediately obeyed. He who chanced to be upon the housetop must not go down into his house, even to save his most valued treasures. Those who were working in the fields or vineyards must not take time to return for the outer garment laid aside while they should be toiling in the heat of the day. They must not hesitate a moment, lest they be involved in the general destruction.” The Great Controversy, 25.
‘Jezus verkondigde aan de luisterende discipelen de oordelen die over het afvallige Israël zouden komen, en in het bijzonder de vergeldende wraak die over hen zou komen vanwege hun verwerping en kruisiging van de Messias. Onmiskenbare tekenen zouden aan de ontzagwekkende climax voorafgaan. Het gevreesde uur zou plotseling en snel aanbreken. En de Heiland waarschuwde Zijn volgelingen: “Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan in de heilige plaats, — wie het leest, die geve er acht op! — laten dan zij die in Judea zijn, vluchten naar de bergen.” Mattheüs 24:15, 16; Lukas 21:20, 21. Wanneer de afgodische veldtekens van de Romeinen zouden worden opgericht op de heilige grond, die zich enige stadiën buiten de stadsmuren uitstrekte, dan moesten de volgelingen van Christus veiligheid zoeken in de vlucht. Wanneer het waarschuwende teken zou worden gezien, moesten zij die wilden ontkomen, geen uitstel dulden. In het gehele land van Judea, evenals in Jeruzalem zelf, moest het sein tot de vlucht onmiddellijk worden gehoorzaamd. Wie zich toevallig op het dak bevond, mocht niet naar beneden gaan in zijn huis, zelfs niet om zijn kostbaarste bezittingen te redden. Zij die op de velden of in de wijngaarden werkzaam waren, mochten geen tijd nemen om terug te keren voor het bovenkleed dat zij hadden afgelegd terwijl zij zwoegden in de hitte van de dag. Zij mochten geen ogenblik aarzelen, opdat zij niet in de algemene verwoesting zouden worden meegesleept.’ The Great Controversy, 25.
In the passage Sister White identifies the “abomination of desolation,” as an “unmistakable sign,” that was represented by the “idolatrous standards of the Romans,” which they set “up in the holy ground” of the sanctuary. Jesus was not using the “abomination of desolation” to represent either power of pagan or papal Rome, but as a “sign.” When the “sign” was placed in the holy ground of the temple, the Christians were to flee from Jerusalem “lest they be involved in the general destruction.” Sister White goes further later on in the same passage and identifies that the prophecy of Christ that identified the destruction had more than one fulfillment.
In de passage duidt zuster White de „gruwel der verwoesting” aan als een „ondubbelzinnig teken”, dat werd voorgesteld door de „afgodische veldtekens van de Romeinen”, die zij „op de heilige grond” van het heiligdom oprichtten. Jezus gebruikte de „gruwel der verwoesting” niet om een van beide machten van het heidense of pauselijke Rome voor te stellen, maar als een „teken”. Wanneer het „teken” op de heilige grond van de tempel werd geplaatst, moesten de christenen uit Jeruzalem vluchten, „opdat zij niet betrokken zouden raken bij de algemene verwoesting”. Zuster White gaat later in dezelfde passage nog verder en maakt duidelijk dat de profetie van Christus die de verwoesting aanwees, meer dan één vervulling had.
“The Saviour’s prophecy concerning the visitation of judgments upon Jerusalem is to have another fulfillment, of which that terrible desolation was but a faint shadow. In the fate of the chosen city we may behold the doom of a world that has rejected God’s mercy and trampled upon His law. Dark are the records of human misery that earth has witnessed during its long centuries of crime. The heart sickens, and the mind grows faint in contemplation. Terrible have been the results of rejecting the authority of Heaven. But a scene yet darker is presented in the revelations of the future. The records of the past,—the long procession of tumults, conflicts, and revolutions, the ‘battle of the warrior … with confused noise, and garments rolled in blood’ (Isaiah 9:5),—what are these, in contrast with the terrors of that day when the restraining Spirit of God shall be wholly withdrawn from the wicked, no longer to hold in check the outburst of human passion and satanic wrath! The world will then behold, as never before, the results of Satan’s rule.
„De profetie van de Heiland aangaande de bezoeking van oordelen over Jeruzalem zal nog een andere vervulling hebben, waarvan die ontzettende verwoesting slechts een zwakke schaduw was. In het lot van de uitverkoren stad kunnen wij het oordeel aanschouwen van een wereld die Gods barmhartigheid heeft verworpen en Zijn wet met voeten heeft getreden. Duister zijn de verslagen van menselijke ellende waarvan de aarde gedurende haar lange eeuwen van misdaad getuige is geweest. Het hart wordt er ziek van en de geest bezwijkt bij de overdenking ervan. Verschrikkelijk zijn de gevolgen geweest van het verwerpen van het gezag des hemels. Maar in de openbaringen van de toekomst wordt een nog duisterder tafereel voorgesteld. De geschiedenissen van het verleden,—de lange stoet van beroeringen, conflicten en revoluties, de ‘strijd des krijgsmans … met gedruis, en de klederen in het bloed gewenteld’ (Jesaja 9:4),—wat zijn deze in vergelijking met de verschrikkingen van die dag, wanneer de weerhoudende Geest van God geheel van de goddelozen zal zijn weggenomen, om de uitbarsting van menselijke hartstocht en satanische gramschap niet langer in toom te houden! Dan zal de wereld, als nooit tevoren, de gevolgen van Satans heerschappij aanschouwen.ײ
“But in that day, as in the time of Jerusalem’s destruction, God’s people will be delivered, everyone that shall be found written among the living. Isaiah 4:3. Christ has declared that He will come the second time to gather His faithful ones to Himself: ‘Then shall all the tribes of the earth mourn, and they shall see the Son of man coming in the clouds of heaven with power and great glory. And He shall send His angels with a great sound of a trumpet, and they shall gather together His elect from the four winds, from one end of heaven to the other.’ Matthew 24:30, 31. Then shall they that obey not the gospel be consumed with the spirit of His mouth and be destroyed with the brightness of His coming. 2 Thessalonians 2:8. Like Israel of old the wicked destroy themselves; they fall by their iniquity. By a life of sin, they have placed themselves so out of harmony with God, their natures have become so debased with evil, that the manifestation of His glory is to them a consuming fire.
“Maar in die dag, evenals ten tijde van Jeruzalems verwoesting, zal Gods volk verlost worden, ieder die onder de levenden geschreven bevonden zal worden. Jesaja 4:3. Christus heeft verklaard dat Hij ten tweede male zal komen om Zijn getrouwen tot Zich te vergaderen: ‘Dan zullen al de stammen der aarde rouw bedrijven, en zij zullen den Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met kracht en grote heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met bazuingeschal, luid klinkende, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.’ Mattheüs 24:30, 31. Dan zullen zij die het evangelie niet gehoorzaam zijn, verteerd worden door de adem van Zijn mond en vernietigd worden door de verschijning van Zijn komst. 2 Thessalonicenzen 2:8. Gelijk Israël van oudsher vernietigen de goddelozen zichzelf; zij vallen door hun ongerechtigheid. Door een leven van zonde hebben zij zich zozeer buiten harmonie met God geplaatst, hun natuur is door het kwaad zó verdorven geworden, dat de openbaring van Zijn heerlijkheid voor hen een verterend vuur is.”
“Let men beware lest they neglect the lesson conveyed to them in the words of Christ. As He warned His disciples of Jerusalem’s destruction, giving them a sign of the approaching ruin, that they might make their escape; so He has warned the world of the day of final destruction and has given them tokens of its approach, that all who will may flee from the wrath to come. Jesus declares: ‘There shall be signs in the sun, and in the moon, and in the stars; and upon the earth distress of nations.’ Luke 21:25; Matthew 24:29; Mark 13:24–26; Revelation 6:12–17. Those who behold these harbingers of His coming are to ‘know that it is near, even at the doors.’ Matthew 24:33. ‘Watch ye therefore,’ are His words of admonition. Mark 13:35. They that heed the warning shall not be left in darkness, that that day should overtake them unawares. But to them that will not watch, ‘the day of the Lord so cometh as a thief in the night.’ 1 Thessalonians 5:2–5.” The Great Controversy, 36, 37.
„Laat de mensen zich ervoor wachten dat zij de les veronachtzamen die hun wordt overgebracht in de woorden van Christus. Zoals Hij Zijn discipelen waarschuwde voor de verwoesting van Jeruzalem en hun een teken gaf van de naderende ondergang, opdat zij konden ontkomen, zo heeft Hij de wereld gewaarschuwd voor de dag van de uiteindelijke verwoesting en haar tekenen van de nadering ervan gegeven, opdat allen die willen, mogen vluchten voor de toekomende toorn. Jezus verklaart: ‘En er zullen tekenen zijn in de zon, en in de maan, en in de sterren; en op de aarde benauwdheid der volken.’ Lukas 21:25; Matteüs 24:29; Markus 13:24–26; Openbaring 6:12–17. Zij die deze voorboden van Zijn komst aanschouwen, moeten ‘weten dat het nabij is, voor de deur.’ Matteüs 24:33. ‘Waakt dan,’ luiden Zijn vermanende woorden. Markus 13:35. Zij die acht geven op de waarschuwing, zullen niet in duisternis worden gelaten, zodat die dag hen onverwachts zou overvallen. Maar voor hen die niet willen waken, ‘komt de dag des Heeren alzo als een dief in den nacht.’ 1 Thessalonicenzen 5:2–5.” De Grote Strijd, 36, 37.
When Sister White wrote these words there was still to be a future fulfillment of the destruction of Jerusalem. The retributive judgment that is carried out against modern Rome (the dragon, the beast and the false prophet), at the end of the world represents the final fall of spiritual Babylon, but spiritual Babylon (the papacy) already fell once in 1798. The destruction of Jerusalem represents God’s retributive judgment upon an apostate church.
Toen Zuster White deze woorden schreef, moest de verwoesting van Jeruzalem nog in de toekomst worden vervuld. Het vergeldende oordeel dat aan het einde van de wereld over het moderne Rome (de draak, het beest en de valse profeet) wordt voltrokken, vertegenwoordigt de uiteindelijke val van het geestelijke Babylon, maar het geestelijke Babylon (het pausdom) viel reeds eenmaal in 1798. De verwoesting van Jeruzalem vertegenwoordigt Gods vergeldende oordeel over een afvallige kerk.
The destruction of Jerusalem in the three and a half years from 66 AD to 70 AD typifies the destruction of God’s retributive judgment at the end of the world that is brought upon modern Rome (the dragon, the beast and the false prophet). The siege and destruction of Jerusalem, which was accomplished by paganism from 66 AD unto 70 AD, lasted exactly three and a half years.
De verwoesting van Jeruzalem in de drieënhalf jaar van 66 n.Chr. tot 70 n.Chr. is een voorafbeelding van de verwoesting door Gods vergeldend oordeel aan het einde van de wereld, dat over het moderne Rome (de draak, het beest en de valse profeet) wordt gebracht. De belegering en verwoesting van Jeruzalem, die van 66 n.Chr. tot 70 n.Chr. door het heidendom werd voltrokken, duurde precies drieënhalf jaar.
The siege and destruction of spiritual Jerusalem which was accomplished by papalism lasted three and a half prophetic years, from 538 unto 1798. Those two illustrations typify the siege and destruction of Jerusalem in the “hour” of the Sunday law crisis that is brought about by modern Rome. The last of the three destructions of Jerusalem is reversed, as represented in the book of Daniel.
Het beleg en de verwoesting van het geestelijke Jeruzalem, die door het pausdom werden voltrokken, duurden drieënhalf profetische jaren, van 538 tot 1798. Deze twee illustraties zijn een type van het beleg en de verwoesting van Jeruzalem in het „uur” van de zondagswetcrisis die door het moderne Rome teweeggebracht wordt. De laatste van de drie verwoestingen van Jeruzalem wordt omgekeerd, zoals in het boek Daniël wordt voorgesteld.
The book of Daniel begins with Babylon conquering and destroying Jerusalem and it ends with Babylon’s destruction and Jerusalem’s victory. In each of the three battles, there was a sign given to Christians that informed them to flee from the coming warfare. In AD 66, it was when the armies of pagan Rome placed their standards (their battle flags) in the sacred ground of the sanctuary. In the year 538, it was when the “man of sin” was revealed, sitting in the temple of God (the Christian church), showing himself that he was God, when he passed a Sunday law at the Counsel of Orleans in that year. Sunday enforcement is what the papacy identifies as the proof of their authority over the Christian world, for they argue (correctly) that there is no support for Sunday worship in God’s Word, and the fact that they instituted Sunday as the day of worship in Christianity is proof that the authority of their pagan traditions and customs are above the Bible.
Het boek Daniël begint met Babylons verovering en verwoesting van Jeruzalem, en het eindigt met de verwoesting van Babylon en de overwinning van Jeruzalem. In elk van de drie veldslagen werd aan de christenen een teken gegeven dat hun te kennen gaf te vluchten voor de naderende oorlog. In het jaar 66 n.Chr. was dat het moment waarop de legers van het heidense Rome hun standaarden (hun strijdvaandels) op de heilige grond van het heiligdom plaatsten. In het jaar 538 was dat toen de „mens der zonde” werd geopenbaard, zittende in de tempel Gods (de christelijke kerk), en van zichzelf vertonende dat hij God was, toen hij in dat jaar op het Concilie van Orléans een zondagswet uitvaardigde. De handhaving van de zondag is wat het pausdom aanwijst als het bewijs van zijn gezag over de christelijke wereld, want het betoogt (terecht) dat er in Gods Woord geen steun is voor de zondagse eredienst, en het feit dat zij de zondag als dag van eredienst in het christendom hebben ingesteld, is het bewijs dat het gezag van hun heidense overleveringen en gebruiken boven de Bijbel staat.
In the year 538, Christians were to separate from the Roman church, not simply because it was not truly a Christian church, but also because the sign of papal authority had been placed in the sacred grounds of God’s church. Sister White identifies the separation process of that history that began the period when God’s church fled into the wilderness for twelve hundred and sixty years.
In het jaar 538 moesten christenen zich afscheiden van de Roomse Kerk, niet enkel omdat zij niet werkelijk een christelijke kerk was, maar ook omdat het teken van pauselijk gezag was geplaatst op de heilige grond van Gods kerk. Zuster White duidt het scheidingsproces van die geschiedenis aan waarmee de periode begon waarin Gods kerk voor twaalfhonderdzestig jaar naar de woestijn vluchtte.
“But there is no union between the Prince of light and the prince of darkness, and there can be no union between their followers. When Christians consented to unite with those who were but half converted from paganism, they entered upon a path which led further and further from the truth. Satan exulted that he had succeeded in deceiving so large a number of the followers of Christ. He then brought his power to bear more fully upon these, and inspired them to persecute those who remained true to God. None understood so well how to oppose the true Christian faith as did those who had once been its defenders; and these apostate Christians, uniting with their half-pagan companions, directed their warfare against the most essential features of the doctrines of Christ.
„Maar er bestaat geen eenheid tussen de Vorst van het licht en de vorst van de duisternis, en er kan geen eenheid bestaan tussen hun volgelingen. Toen christenen erin toestemden zich te verenigen met hen die slechts half uit het heidendom bekeerd waren, betraden zij een weg die hen steeds verder van de waarheid afvoerde. Satan jubelde dat het hem gelukt was zulk een groot aantal van de volgelingen van Christus te misleiden. Vervolgens oefende hij zijn macht des te vollediger over hen uit en bracht hij hen ertoe hen te vervolgen die God trouw bleven. Niemand begreep zo goed hoe het ware christelijke geloof te bestrijden als zij die eens de verdedigers ervan waren geweest; en deze afvallige christenen, die zich verenigden met hun half-heidense metgezellen, richtten hun strijd tegen de meest wezenlijke kenmerken van de leerstellingen van Christus.
“It required a desperate struggle for those who would be faithful to stand firm against the deceptions and abominations which were disguised in sacerdotal garments and introduced into the church. The Bible was not accepted as the standard of faith. The doctrine of religious freedom was termed heresy, and its upholders were hated and proscribed.
„Er was een wanhopige strijd nodig voor hen die getrouw wilden zijn om standvastig weerstand te bieden aan de misleidingen en gruwelen die, vermomd in priesterlijke gewaden, in de kerk werden binnengebracht. De Bijbel werd niet aanvaard als de maatstaf van het geloof. De leer van de godsdienstvrijheid werd ketterij genoemd, en haar voorstanders werden gehaat en in de ban gedaan.
“After a long and severe conflict, the faithful few decided to dissolve all union with the apostate church if she still refused to free herself from falsehood and idolatry. They saw that separation was an absolute necessity if they would obey the word of God. They dared not tolerate errors fatal to their own souls, and set an example which would imperil the faith of their children and children’s children. To secure peace and unity they were ready to make any concession consistent with fidelity to God; but they felt that even peace would be too dearly purchased at the sacrifice of principle. If unity could be secured only by the compromise of truth and righteousness, then let there be difference, and even war.” The Great Controversy, 45.
‘Na een langdurig en hevig conflict besloot het getrouwe weinige zich van elke verbintenis met de afvallige kerk los te maken, indien zij nog steeds weigerde zich van valsheid en afgoderij te bevrijden. Zij zagen in dat afscheiding een volstrekte noodzaak was, indien zij het Woord van God wilden gehoorzamen. Zij durfden dwalingen die noodlottig waren voor hun eigen zielen niet te dulden, noch een voorbeeld te geven dat het geloof van hun kinderen en kindskinderen in gevaar zou brengen. Om vrede en eenheid te bewaren, waren zij bereid elke concessie te doen die verenigbaar was met trouw aan God; maar zij voelden dat zelfs vrede te duur gekocht zou zijn ten koste van beginsel. Indien eenheid slechts kon worden verkregen door een compromis van waarheid en gerechtigheid, laat er dan verschil zijn, en zelfs oorlog.’ The Great Controversy, 45.
We will continue these thoughts in the next article.
Wij zullen deze gedachten in het volgende artikel voortzetten.
“Eternity stretches before us. The curtain is about to be lifted. We who occupy this solemn, responsible position, what are we doing, what are we thinking about, that we cling to our selfish love of ease, while souls are perishing around us? Have our hearts become utterly callous? Cannot we feel or understand that we have a work to do for the salvation of others? Brethren, are you of the class who having eyes see not, and having ears hear not? Is it in vain that God has given you a knowledge of His will? Is it in vain that He has sent you warning after warning? Do you believe the declarations of eternal truth concerning what is about to come upon the earth, do you believe that God’s judgments are hanging over the people, and can you still sit at ease, indolent, careless, pleasure loving?
„De eeuwigheid strekt zich vóór ons uit. Het gordijn staat op het punt te worden opgeheven. Wij die deze plechtige, verantwoordelijke positie innemen, wat doen wij, waarover denken wij, dat wij vasthouden aan onze zelfzuchtige liefde voor gemak, terwijl zielen rondom ons verloren gaan? Zijn onze harten volkomen ongevoelig geworden? Kunnen wij niet voelen of begrijpen dat wij een werk te verrichten hebben tot behoud van anderen? Broeders, behoort u tot de klasse die, hoewel zij ogen heeft, niet ziet, en hoewel zij oren heeft, niet hoort? Heeft God u tevergeefs kennis van Zijn wil gegeven? Heeft Hij u tevergeefs waarschuwing op waarschuwing gezonden? Gelooft u de verklaringen van de eeuwige waarheid aangaande hetgeen over de aarde zal komen, gelooft u dat Gods oordelen boven het volk hangen, en kunt u dan nog steeds rustig neerzitten, traag, onverschillig, genotzuchtig?“
“It is no time now for God’s people to be fixing their affections or laying up their treasure in the world. The time is not far distant, when, like the early disciples, we shall be forced to seek a refuge in desolate and solitary places. As the siege of Jerusalem by the Roman armies was the signal for flight to the Judean Christians, so the assumption of power on the part of our nation in the decree enforcing the papal sabbath will be a warning to us. It will then be time to leave the large cities, preparatory to leaving the smaller ones for retired homes in secluded places among the mountains. And now, instead of seeking expensive dwellings here, we should be preparing to move to a better country, even a heavenly. Instead of spending our means in self-gratification, we should be studying to economize. Every talent lent of God should be used to His glory in giving the warning to the world. God has a work for His colaborers to do in the cities. Our missions must be sustained; new missions must be opened. To carry forward this work successfully will require no small outlay. Houses of worship are needed, where the people may be invited to hear the truths for this time. For this very purpose, God has entrusted a capital to His stewards. Let not your property be tied up in worldly enterprises, so that this work shall be hindered. Get your means where you can handle it for the benefit of the cause of God. Send your treasures before you into heaven.” Testimonies, volume 5, 464.
„Het is nu geen tijd voor Gods volk om hun genegenheden te vestigen of hun schat op te leggen in de wereld. De tijd is niet ver meer verwijderd, wanneer wij, evenals de vroege discipelen, genoodzaakt zullen zijn een toevlucht te zoeken in verlaten en eenzame plaatsen. Zoals de belegering van Jeruzalem door de Romeinse legers het teken tot vlucht was voor de christenen in Judea, zo zal het zich toe-eigenen van macht door onze natie in het decreet dat de pauselijke sabbat afdwingt, voor ons een waarschuwing zijn. Dan zal het tijd zijn de grote steden te verlaten, als voorbereiding op het verlaten van de kleinere voor afgelegen woningen op eenzame plaatsen in de bergen. En nu zouden wij, in plaats van hier kostbare woningen te zoeken, ons moeten voorbereiden om te verhuizen naar een beter land, namelijk een hemels. In plaats van onze middelen te besteden aan zelfbevrediging, zouden wij moeten leren zuinig te zijn. Elk talent dat door God is toevertrouwd, behoort tot Zijn heerlijkheid te worden gebruikt in het geven van de waarschuwing aan de wereld. God heeft een werk voor Zijn medearbeiders te doen in de steden. Onze zendingen moeten worden ondersteund; nieuwe zendingen moeten worden geopend. Om dit werk met goed gevolg voort te zetten, zal geen geringe uitgave vereist zijn. Er zijn huizen van aanbidding nodig, waarheen de mensen kunnen worden uitgenodigd om de waarheden voor deze tijd te horen. Juist met dit doel heeft God een kapitaal aan Zijn rentmeesters toevertrouwd. Laat uw bezit niet vastgelegd zijn in wereldse ondernemingen, zodat dit werk gehinderd wordt. Zorg dat uw middelen daar zijn waar u erover kunt beschikken tot nut van de zaak van God. Zend uw schatten voor u uit naar de hemel.” Testimonies, deel 5, 464.