William Miller’s foundational truths were covered up over the four generations of Adventism. The restoration of those foundational truths are set forth in his second dream, and repeatedly identified in the Bible and Spirit of Prophecy as the work God’s last day people are to accomplish. Miller’s dream identifies that when the dirt brush man restores the jewels, they will shine ten times brighter than the sun.

De fundamentele waarheden van William Miller zijn gedurende de vier generaties van het adventisme bedekt geraakt. Het herstel van die fundamentele waarheden wordt uiteengezet in zijn tweede droom en wordt in de Bijbel en de Geest der Profetie herhaaldelijk aangeduid als het werk dat Gods volk in de laatste dagen moet volbrengen. Millers droom geeft aan dat, wanneer de man met de vuilborstel de juwelen herstelt, zij tienmaal helderder dan de zon zullen schitteren.

Miller’s framework was based upon recognizing the two desolating powers of paganism followed by papalism, and the apostle Paul’s testimony in chapter two of Thessalonians, provided Miller with the anchor for his framework. There Paul identifies that pagan Rome had restrained the papacy from rising to power, until pagan Rome was taken away. In 2 Thessalonians, Paul also provided the anchor for the framework of Future for America, when Paul identified that the “man of sin” in the chapter was also represented as the king that exalted himself, in Daniel chapter eleven, and verse thirty-six.

Millers raamwerk was gebaseerd op de erkenning van de twee verwoestende machten van het heidendom, gevolgd door het pausdom, en het getuigenis van de apostel Paulus in het tweede hoofdstuk van Thessalonicenzen verschafte Miller het anker voor zijn raamwerk. Daar maakt Paulus duidelijk dat het heidense Rome het pausdom ervan had weerhouden tot macht op te stijgen, totdat het heidense Rome werd weggenomen. In 2 Thessalonicenzen verschafte Paulus ook het anker voor het raamwerk van Future for America, toen hij aangaf dat de „mens der zonde” in dat hoofdstuk eveneens werd voorgesteld als de koning die zichzelf verhief, in Daniël hoofdstuk elf, vers zesendertig.

It is essential to see that the increase of knowledge in the movement of both the first and third angels, was directly connected with Paul’s testimony in chapter two of Thessalonians. At the time of the end in 1798, and also in 1989, the book of Daniel was unsealed, thus initiating a three-step testing process. The testing process always produces two classes of worshippers in the history where the book of Daniel is unsealed. It is essential to see Paul’s writings in connection with the increase of knowledge at the time of the end, for it is in that very chapter where Paul warns that those who do not receive the “love of the truth,” will receive strong delusion from God. The strong delusion is what is brought upon the wicked in Daniel chapter twelve, who reject the increase of knowledge. In both histories the strong delusion is most directly referring to Adventism.

Het is van wezenlijk belang te zien dat de toename van kennis in de beweging van zowel de eerste als de derde engel rechtstreeks verbonden was met Paulus’ getuigenis in het tweede hoofdstuk van Thessalonicenzen. In de tijd van het einde in 1798, en ook in 1989, werd het boek Daniël ontzegeld, waarmee een drievoudig beproevingsproces werd ingeleid. Het beproevingsproces brengt in de geschiedenis waarin het boek Daniël wordt ontzegeld altijd twee klassen van aanbidders voort. Het is van wezenlijk belang Paulus’ geschriften te zien in samenhang met de toename van kennis in de tijd van het einde, want het is juist in dat hoofdstuk dat Paulus waarschuwt dat zij die de “liefde der waarheid” niet aannemen, door God aan een krachtige dwaling zullen worden overgegeven. Die krachtige dwaling is wat over de goddelozen in Daniël hoofdstuk twaalf wordt gebracht, die de toename van kennis verwerpen. In beide geschiedenissen verwijst de krachtige dwaling het meest rechtstreeks naar het adventisme.

“One who sees beneath the surface, who reads the hearts of all men, says of those who have had great light: ‘They are not afflicted and astonished because of their moral and spiritual condition.’ Yea, they have chosen their own ways, and their soul delighteth in their abominations. I also will choose their delusions, and will bring their fears upon them; because when I called, none did answer; when I spake, they did not hear: but they did evil before Mine eyes, and chose that in which I delighted not.’ ‘God shall send them strong delusion, that they should believe a lie,’ because they received not the love of the truth, that they might be saved,’ ‘but had pleasure in unrighteousness.’ Isaiah 66:3, 4; 2 Thessalonians 2:11, 10, 12.

“Hij die onder de oppervlakte ziet, die de harten van alle mensen leest, zegt van hen die groot licht hebben gehad: ‘Zij zijn niet bedroefd en verbijsterd vanwege hun zedelijke en geestelijke toestand.’ Ja, zij hebben hun eigen wegen verkozen, en hun ziel schept behagen in hun gruwelen. Ik zal ook hun begoochelingen verkiezen en hun doen overkomen wat zij vrezen; omdat niemand antwoordde, toen Ik riep; zij niet hoorden, toen Ik sprak; maar deden wat kwaad was in Mijn ogen, en verkozen hetgeen waaraan Ik geen behagen had.’ ‘God zal hun een krachtige dwaling zenden, zodat zij de leugen zullen geloven,’ omdat zij ‘de liefde tot de waarheid niet aangenomen hebben om behouden te worden,’ ‘maar behagen hebben gehad in de ongerechtigheid.’ Jesaja 66:3, 4; 2 Thessalonicenzen 2:11, 10, 12.

“The heavenly Teacher inquired: ‘What stronger delusion can beguile the mind than the pretense that you are building on the right foundation and that God accepts your works, when in reality you are working out many things according to worldly policy and are sinning against Jehovah? Oh, it is a great deception, a fascinating delusion, that takes possession of minds when men who have once known the truth, mistake the form of godliness for the spirit and power thereof; when they suppose that they are rich and increased with goods and in need of nothing, while in reality they are in need of everything.’

„De hemelse Leraar vroeg: ‘Welke sterkere misleiding kan het verstand verblinden dan de voorwending dat u op het juiste fundament bouwt en dat God uw werken aanneemt, terwijl u in werkelijkheid vele dingen volgens wereldse maatstaven uitwerkt en tegen Jehovah zondigt? O, het is een grote misleiding, een betoverende begoocheling, die bezit neemt van de geest wanneer mensen die eens de waarheid hebben gekend, de vorm van godsvrucht voor haar geest en kracht aanzien; wanneer zij menen dat zij rijk zijn en verrijkt met goederen en aan niets gebrek hebben, terwijl zij in werkelijkheid aan alles gebrek hebben.’”

“God has not changed toward His faithful servants who are keeping their garments spotless. But many are crying, ‘Peace and safety,’ while sudden destruction is coming upon them. Unless there is thorough repentance, unless men humble their hearts by confession and receive the truth as it is in Jesus, they will never enter heaven. When purification shall take place in our ranks, we shall no longer rest at ease, boasting of being rich and increased with goods, in need of nothing.

„God is niet veranderd tegenover Zijn getrouwe dienstknechten die hun klederen onbevlekt bewaren. Maar velen roepen: ‘Vrede en veiligheid,’ terwijl een plotseling verderf over hen komt. Tenzij er een grondige bekering plaatsvindt, tenzij mensen hun hart vernederen door belijdenis en de waarheid aannemen zoals zij is in Jezus, zullen zij het koninkrijk der hemelen nooit binnengaan. Wanneer de loutering in onze gelederen zal plaatsvinden, zullen wij niet langer gerust neerzitten en ons erop beroemen rijk en verrijkt te zijn, aan niets gebrek hebbend.

“Who can truthfully say: ‘Our gold is tried in the fire; our garments are unspotted by the world’? I saw our Instructor pointing to the garments of so-called righteousness. Stripping them off, He laid bare the defilement beneath. Then He said to me: ‘Can you not see how they have pretentiously covered up their defilement and rottenness of character? ‘How is the faithful city become an harlot!’ My Father’s house is made a house of merchandise, a place whence the divine presence and glory have departed! For this cause there is weakness, and strength is lacking.’” Testimonies, volume 8, 249, 250.

„Wie kan naar waarheid zeggen: ‘Ons goud is in het vuur beproefd; onze klederen zijn onbevlekt door de wereld’? Ik zag onze Leraar wijzen op de klederen van zogenoemde gerechtigheid. Terwijl Hij ze afdeed, legde Hij de verontreiniging daaronder bloot. Toen zei Hij tot mij: ‘Kunt gij niet zien hoe zij hun verontreiniging en verdorvenheid van karakter op aanmatigende wijze hebben bedekt? “Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden!” Het huis van Mijn Vader is gemaakt tot een huis van koophandel, een plaats vanwaar de goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid zijn geweken! Om deze oorzaak is er zwakheid, en ontbreekt het aan kracht.’” Testimonies, deel 8, 249, 250.

Adventism was “the faithful city” when it proclaimed the Midnight Cry in 1844. By 1863, it began the process of rejecting the “foundations” that were established through the ministry of William Miller. When they began to set aside the foundational truths, thus covering them with counterfeit jewels and coins, they were building a new foundation. Those that began, carried out and continue that work, are represented in the writing of the Spirit of Prophecy as “those who have had great light.”

Het adventisme was „de getrouwe stad” toen het in 1844 de Middernachtsroep verkondigde. Tegen 1863 begon het aan het proces van verwerping van de „fundamenten” die door de bediening van William Miller waren gelegd. Toen men de fundamentele waarheden terzijde begon te stellen en ze aldus met valse juwelen en munten bedekte, bouwde men een nieuw fundament. Degenen die dat werk begonnen, uitvoerden en voortzetten, worden in de geschriften van de Geest der Profetie voorgesteld als „zij die groot licht hebben gehad.”

The “great light” they once had, was represented in Miller’s dream as the jewels in the casket, which Miller placed upon a table in the center of his room, that shone brighter than “the sun.” In the passage just cited Sister White identifies, “those who have had great light,” but who “have chosen their own ways.”

Het „grote licht” dat zij eens hadden, werd in Millers droom voorgesteld door de juwelen in het kistje, die Miller op een tafel in het midden van zijn kamer plaatste en die helderder schenen dan „de zon”. In de zojuist aangehaalde passage identificeert zuster White „hen die groot licht hebben gehad”, maar die „hun eigen wegen hebben gekozen”.

They chose a new way in 1863. She says it is “a fascinating delusion, that takes possession of minds when men who have once known the truth, mistake the form of godliness for the spirit and power thereof; when they suppose that they are rich and increased with goods and in need of nothing, while in reality they are in need of everything.”

Zij kozen in 1863 een nieuwe weg. Zij zegt dat het „een betoverende misleiding” is, „die bezit neemt van de geest, wanneer mensen die eens de waarheid hebben gekend, de schijn van godsvrucht verwarren met haar geest en kracht; wanneer zij menen dat zij rijk zijn en verrijkt met goederen en aan niets gebrek hebben, terwijl zij in werkelijkheid aan alles gebrek hebben.”

She is identifying the Laodicean condition, which she and her husband identified occurred in 1856. They were then tested for seven years, but failed the test in 1863, and began erecting the false foundation that brings the strong delusion of Paul’s warning message in Thessalonians. Paul’s warning in Thessalonians is an anchor for both the movement at the beginning and ending of Adventism, and aligns perfectly with Miller’s dream, which addresses both the beginning and ending of Adventism. His dream identifies that when the work of restoring the original jewels of truth is accomplished, those truths will shine ten times brighter than when they first shone at the Midnight Cry in the beginning of Adventism. How is it that Miller’s understanding shines any brighter now, than when he first recognized the truth?

Zij duidt de Laodiceïsche toestand aan, waarvan zij en haar echtgenoot vaststelden dat die in 1856 intrad. Vervolgens werden zij zeven jaar lang beproefd, maar zij faalden in die beproeving in 1863 en begonnen het valse fundament op te richten dat de krachtige dwaling voortbrengt waarvan Paulus waarschuwt in zijn boodschap aan de Thessalonicenzen. Paulus’ waarschuwing in Thessalonicenzen is een ankerpunt voor zowel de beweging aan het begin als aan het einde van het adventisme, en stemt volkomen overeen met Millers droom, die zowel het begin als het einde van het adventisme behandelt. Zijn droom maakt duidelijk dat, wanneer het werk van herstel van de oorspronkelijke juwelen der waarheid is volbracht, die waarheden tienmaal helderder zullen schijnen dan toen zij voor het eerst straalden bij de Middernachtsroep aan het begin van het adventisme. Hoe komt het dat Millers inzicht nu helderder straalt dan toen hij de waarheid voor het eerst onderkende?

There are several truths represented upon the two sacred charts of Habakkuk chapter two. Those truths were represented in Miller’s dream as jewels that would ultimately be restored in the last days, just before the Midnight Cry. The counterfeit jewels that are carried out of the window in Miller’s dream represent both the false doctrines that were brought into Adventism to create a false foundation, and also to hide the true foundation; but they also represent those who refuse to turn loose of the false doctrines that make up the false foundation. “The daily” was the anchor for William Miller’s framework of truth that established the original foundation, and in the last days “the daily,” symbolizes not only paganism, as Miller correctly identified, but it is the symbol of the rebellion that produced the false foundation.

Er zijn verschillende waarheden afgebeeld op de twee heilige kaarten van Habakuk hoofdstuk twee. Die waarheden werden in Millers droom voorgesteld als juwelen die uiteindelijk in de laatste dagen, vlak vóór de Middernachtsroep, zouden worden hersteld. De valse juwelen die in Millers droom uit het venster worden weggedragen, vertegenwoordigen zowel de dwaleringen die in het adventisme werden binnengebracht om een valse grondslag te vormen als om de ware grondslag te verbergen; maar zij vertegenwoordigen ook hen die weigeren de valse leringen los te laten waaruit die valse grondslag bestaat. „Het gedurige” was het anker van William Millers raamwerk van waarheid dat de oorspronkelijke grondslag vestigde, en in de laatste dagen symboliseert „het gedurige” niet alleen het heidendom, zoals Miller terecht vaststelde, maar het is ook het symbool van de opstand die de valse grondslag voortbracht.

The Bible, the Spirit of Prophecy and history all testify that the judgment-hour cry of 1798 through 1844, was the proclamation of the message discovered and presented by William Miller. This is why the movement is called the Millerite movement. Logically to reject that movement, is to reject the light that was produced in 1798, that Daniel identified as an increase of knowledge.

De Bijbel, de Geest der Profetie en de geschiedenis getuigen allen dat de oordeelsuurbazuin van 1798 tot 1844 de verkondiging was van de boodschap die door William Miller werd ontdekt en gebracht. Daarom wordt de beweging de Milleritische beweging genoemd. Logischerwijs betekent het verwerpen van die beweging het verwerpen van het licht dat in 1798 werd voortgebracht, dat Daniël aanwees als een vermeerdering van kennis.

Isaiah speaks of the drunkards of Ephraim, and identifies those drunkards as the scornful men that rule the people of Jerusalem. Isaiah identifies that they are not drunk with literal wine, they are drunk with spiritual wine. Spiritual wine in the Bible is either true or false doctrine, depending upon the context. The drunkards of Ephraim are drunk on false doctrine, which is the wine of Babylon, as represented by the whore of Tyre in chapter seventeen, of Revelation and by Belshazzar in his last night of partying.

Jesaja spreekt over de dronkaards van Efraïm en duidt die dronkaards aan als de spotters die over het volk van Jeruzalem regeren. Jesaja maakt duidelijk dat zij niet dronken zijn van letterlijke wijn, maar van geestelijke wijn. Geestelijke wijn in de Bijbel is, afhankelijk van de context, hetzij ware hetzij valse leer. De dronkaards van Efraïm zijn dronken van valse leer, die de wijn van Babylon is, zoals voorgesteld door de hoer van Tyrus in hoofdstuk zeventien van Openbaring en door Belsazar in de laatste nacht van zijn feestgedruis.

Isaiah identified the effects of the spiritual drunkenness that comes upon the scornful men that rule the people of Jerusalem.

Jesaja duidde de gevolgen aan van de geestelijke dronkenschap die over de spottende mannen komt die over het volk van Jeruzalem heersen.

Stay yourselves, and wonder; cry ye out, and cry: they are drunken, but not with wine; they stagger, but not with strong drink. For the Lord hath poured out upon you the spirit of deep sleep, and hath closed your eyes: the prophets and your rulers, the seers hath he covered. And the vision of all is become unto you as the words of a book that is sealed, which men deliver to one that is learned, saying, Read this, I pray thee: and he saith, I cannot; for it is sealed: And the book is delivered to him that is not learned, saying, Read this, I pray thee: and he saith, I am not learned. Wherefore the Lord said, Forasmuch as this people draw near me with their mouth, and with their lips do honour me, but have removed their heart far from me, and their fear toward me is taught by the precept of men: Therefore, behold, I will proceed to do a marvellous work among this people, even a marvellous work and a wonder: for the wisdom of their wise men shall perish, and the understanding of their prudent men shall be hid. Woe unto them that seek deep to hide their counsel from the Lord, and their works are in the dark, and they say, Who seeth us? and who knoweth us? Surely your turning of things upside down shall be esteemed as the potter’s clay: for shall the work say of him that made it, He made me not? or shall the thing framed say of him that framed it, He had no understanding? Isaiah 29:9–16.

Verstijft en verbaast u; roept uit en schreeuwt: zij zijn dronken, maar niet van wijn; zij wankelen, maar niet van sterke drank. Want de HEERE heeft over u uitgestort een geest van diepe slaap, en Hij heeft uw ogen toegesloten; de profeten en uw oversten, de zieners, heeft Hij bedekt. En het gezicht van dit alles is u geworden als de woorden van een verzegeld boek, dat men geeft aan iemand die geleerd is, zeggende: Lees dit toch; en hij zegt: Ik kan niet, want het is verzegeld. En het boek wordt gegeven aan hem die niet geleerd is, zeggende: Lees dit toch; en hij zegt: Ik ben niet geleerd. Daarom zeide de Heere: Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en Mij met zijn lippen eert, maar zijn hart ver van Mij houdt, en hun vreze voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is, daarom, zie, Ik zal voortgaan onder dit volk een wonderbaar werk te doen, ja, een wonderbaar werk en een wonder; want de wijsheid van zijn wijzen zal vergaan, en het verstand van zijn verstandigen zal verborgen worden. Wee hun die diep graven om hun raad voor de HEERE te verbergen, en wier werken in het duister geschieden, en die zeggen: Wie ziet ons, en wie kent ons? O, uw verkeerde omkering! Zal de pottenbakker geacht worden als leem, zodat het maaksel van zijn maker zegt: Hij heeft mij niet gemaakt? Of zal het geformeerde van hem die het formeerde zeggen: Hij heeft geen verstand? Jesaja 29:9–16.

Sister White quotes these verses and then adds:

Zuster White citeert deze verzen en voegt daaraan toe:

Every word of this will be fulfilled. There are those who do not humble their hearts before God, and who will not walk uprightly. They hide their true purposes, and keep in fellowship with the fallen angel, who loveth and maketh a lie. The enemy puts his spirit upon the men whom he can use to deceive those who are partially in the dark. Some are becoming imbued with the darkness that prevails, and are setting the truth aside for error. The day pointed out by prophecy is come. Jesus Christ is not understood. Jesus Christ is to them a fable. At this stage of the earth’s history, many act like drunken men. ‘Stay yourselves, and wonder; cry ye out, and cry; they are drunken, but not with wine; they stagger, but not with strong drink. For the Lord hath poured out upon you the spirit of deep sleep, and hath closed your eyes. The prophets and your rulers, the seers hath he covered.’ A spiritual drunkenness is upon many who suppose they are the people who shall be exalted. Their religious faith is just as is represented in this Scripture. Under its influence, they cannot walk straight. They make crooked paths in their course of action. One and then another, they reel to and fro. They are looked upon by the Lord with great pity. The way of truth they have not known. They are scientific schemers, and those who could and should have helped, because of a clear spiritual eyesight, are themselves deceived, and are sustaining an evil work.

“Elk woord hiervan zal vervuld worden. Er zijn er die hun hart niet voor God vernederen en die niet oprecht willen wandelen. Zij verbergen hun ware bedoelingen en onderhouden gemeenschap met de gevallen engel, die de leugen liefheeft en doet. De vijand legt zijn geest op de mensen die hij kan gebruiken om hen te misleiden die gedeeltelijk in de duisternis verkeren. Sommigen raken doordrongen van de duisternis die heerst en stellen de waarheid terzijde voor dwaling. De door de profetie aangewezen dag is gekomen. Jezus Christus wordt niet begrepen. Jezus Christus is voor hen een fabel. In dit stadium van de geschiedenis der aarde handelen velen als dronken mensen. ‘Staat stil en verbaast u; roept uit en schreeuwt; zij zijn dronken, maar niet van wijn; zij waggelen, maar niet van sterke drank. Want de HEERE heeft over u uitgestort een geest van diepe slaap en heeft uw ogen toegesloten. De profeten en uw oversten, de zieners, heeft Hij bedekt.’ Een geestelijke dronkenschap rust op velen die menen dat zij het volk zijn dat verhoogd zal worden. Hun godsdienstig geloof is juist zoals het in dit Schriftwoord wordt voorgesteld. Onder haar invloed kunnen zij niet recht wandelen. Zij maken kromme paden in hun handelwijze. De een na de ander wankelt heen en weer. Door de Heere worden zij met groot medelijden aangezien. De weg der waarheid hebben zij niet gekend. Zij zijn wetenschappelijke berekenaars, en zij die hadden kunnen en moeten helpen vanwege een helder geestelijk inzicht, zijn zelf misleid en ondersteunen een boos werk.”

“The developments of these last days will soon become decided. When these spiritualistic deceptions are revealed to be what they really are,—the secret workings of evil spirits,—those who have acted a part in them will become as men who have lost their minds.

„De ontwikkelingen van deze laatste dagen zullen spoedig een beslissend karakter aannemen. Wanneer deze spiritistische misleidingen openbaar worden als wat zij werkelijk zijn,—de geheime werkingen van boze geesten,—zullen zij die eraan hebben deelgenomen worden als mensen die hun verstand hebben verloren.״

“‘Wherefore the Lord saith, Forasmuch as this people draw near me with their mouth, and with their lips do honor me, but have removed their hearts far from me, and their fear toward me is taught by the precept of men therefore, behold I will proceed to do a marvelous work among this people, even a marvelous work and a wonder for the wisdom of their wise men shall perish, and the understanding of their prudent men shall be hid. Woe unto them that seek deep to hide their counsel from the Lord, and their works are in the dark, and they say, who seeth us, and who knoweth us? Surely your turning of things upside down shall be esteemed as the potter’s clay; for shall the work say of him that made it, He made me not? or shall the thing framed say of him that framed it. He had no understanding?’

„Daarom zegt de Heere: Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en Mij eert met zijn lippen, maar zijn hart verre van Mij houdt, en hun vreze voor Mij een aangeleerd gebod van mensen is, daarom zie, Ik zal voortgaan onder dit volk een wonderlijk werk te doen, ja, een wonderlijk werk en een wonder; want de wijsheid van hun wijzen zal vergaan en het verstand van hun verstandigen zal verborgen worden. Wee hun die diep graven om hun raad voor de Heere te verbergen, wier werken in het duister zijn, en die zeggen: Wie ziet ons, en wie kent ons? Waarlijk, uw omkering van de dingen zal geacht worden als het leem van de pottenbakker; want zal het werk van hem die het gemaakt heeft zeggen: Hij heeft mij niet gemaakt? of zal het geformeerde van hem die het geformeerd heeft zeggen: Hij had geen verstand?”

It is presented to me that in our experience we have been and are meeting this very condition of things. Men who have had great light and wonderful privileges have taken the word of leaders who think themselves wise, who have been greatly favored and blessed by the Lord, but who have taken themselves out of the hands of God and placed themselves in the ranks of the enemy. The world is to be flooded with specious fallacies. One human mind, accepting these fallacies, will work upon other human minds, who have been turning the precious evidence of God’s truth into a lie. These men will be deceived by fallen angels, when they should have stood as faithful guardians, watching for souls, as they that must give an account. They have laid down the weapons of their warfare, and have given heed to seducing spirits. They make of no effect the counsel of God and set aside his warnings and reproofs, and are positively on Satan’s side, giving heed to seducing spirits and doctrines of devils.

„Mij wordt voorgehouden dat wij in onze ervaring juist deze toestand hebben ontmoet en nog steeds ontmoeten. Mannen die groot licht en wonderbare voorrechten hebben gehad, hebben het woord aangenomen van leiders die zichzelf wijs achten, die door de Heere zeer begunstigd en gezegend zijn geweest, maar die zich aan de handen van God hebben onttrokken en zich in de gelederen van de vijand hebben geplaatst. De wereld zal overspoeld worden met schijnbaar aannemelijke drogredenen. Eén menselijk verstand, dat deze drogredenen aanneemt, zal inwerken op andere menselijke geesten, die het kostbare bewijs van Gods waarheid in een leugen hebben veranderd. Deze mannen zullen misleid worden door gevallen engelen, terwijl zij hadden moeten staan als getrouwe wachters, wakend over zielen als degenen die rekenschap moeten geven. Zij hebben de wapenen van hun krijg neergelegd en gehoor gegeven aan verleidende geesten. Zij stellen de raad Gods krachteloos en schuiven Zijn waarschuwingen en bestraffingen terzijde, en staan daadwerkelijk aan de zijde van Satan, gehoor gevend aan verleidende geesten en leringen van duivelen.

“Spiritual drunkenness is now upon men who ought not to be staggering as men under the influence of strong drink. Crimes and irregularities, fraud, deceit, and unfair dealing fill the world, in accordance with the teaching of the leader who rebelled in the heavenly courts.

„Geestelijke dronkenschap heeft nu de mensen bevangen die niet zouden behoren te wankelen als mensen onder de invloed van sterke drank. Misdaden en onregelmatigheden, bedrog, misleiding en oneerlijke handel vervullen de wereld, overeenkomstig de leer van de aanvoerder die in de hemelse hoven in opstand kwam.״

History is to be repeated. I could specify what will be in the near future, but the time is not yet. The forms of the dead will appear, through the cunning device of Satan, and many will link up with the one who loveth and maketh a lie. I warn our people that right among us some will turn away from the faith, and give heed to seducing spirits and doctrines of devils, and by them the truth will be evil spoken of.” Battle Creek Letters, 123–125.

„De geschiedenis zal zich herhalen. Ik zou kunnen aangeven wat er in de nabije toekomst zal zijn, maar de tijd is nog niet daar. De gedaanten van de doden zullen verschijnen door het listige werk van Satan, en velen zullen zich verbinden met hem die de leugen liefheeft en doet. Ik waarschuw ons volk dat sommigen midden onder ons zich van het geloof zullen afkeren en gehoor zullen geven aan verleidende geesten en leringen van duivelen, en door hen zal van de waarheid kwaad gesproken worden.” Battle Creek Letters, 123–125.

All the prophets, including Isaiah and Sister White are identifying the last days. In these days the leaders of Adventism “are positively on Satan’s side, giving heed to seducing spirits and doctrines of devils.” Sister White sets forth a prediction when she says, “When these spiritualistic deceptions are revealed to be what they really are,—the secret workings of evil spirits,—those who have acted a part in them will become as men who have lost their minds.” The leadership of Adventism will become as men who have lost their minds, at the point in the history of the last days when their drunkenness is revealed to be “the secret workings of evil spirits.”

Alle profeten, met inbegrip van Jesaja en Zuster White, duiden de laatste dagen aan. In deze dagen staan de leiders van het adventisme „beslist aan de zijde van Satan en geven zij gehoor aan verleidende geesten en leringen van demonen.” Zuster White stelt een voorzegging voor wanneer zij zegt: „Wanneer deze spiritistische misleidingen geopenbaard worden als wat zij werkelijk zijn,—de geheime werkingen van boze geesten,—zullen zij die eraan hebben deelgenomen worden als mensen die hun verstand hebben verloren.” De leiding van het adventisme zal worden als mensen die hun verstand hebben verloren, op het punt in de geschiedenis van de laatste dagen waarop hun dronkenschap geopenbaard wordt als „de geheime werkingen van boze geesten.”

There is an unsealing of the work of the scornful men that rule the people in Jerusalem in the last days. That unsealing was illustrated in Miller’s dream, when Miller prayed and then there was a door opened. It takes place just before he closed his eyes for a moment, identifying the very end of the sealing process of the one hundred and forty-four thousand. The opening of a door identifies a change of dispensations, and at that point the Laodicean movement of the third angel transitions into the Philadelphian movement of the third angel.

Er is een ontzegeling van het werk van de spotters die in de laatste dagen over het volk in Jeruzalem regeren. Die ontzegeling werd geïllustreerd in Millers droom, toen Miller bad en er vervolgens een deur werd geopend. Zij vindt plaats vlak voordat hij zijn ogen een ogenblik sloot, waarmee juist het uiterste einde van het verzegelingsproces van de honderd vierenveertigduizend wordt aangeduid. Het openen van een deur duidt op een verandering van bedelingen, en op dat punt gaat de Laodiceaanse beweging van de derde engel over in de Filadelfische beweging van de derde engel.

In the passage in Isaiah, there is a summary of the evil work of the drunkards of Ephraim, who are the men who “should have stood as faithful guardians.” The summary is expressed as, “‘Surely your turning of things upside down shall be esteemed as the potter’s clay; for shall the work say of him that made it, He made me not? or shall the thing framed say of him that framed it. He had no understanding?’”

In de passage in Jesaja wordt een samenvatting gegeven van het boze werk van de dronkaards van Efraïm, die de mannen zijn die „als getrouwe wachters hadden moeten staan.” De samenvatting wordt aldus verwoord: „Voorwaar, uw omkering van alle dingen zal geacht worden als leem van de pottenbakker; want zal het maaksel van hem die het gemaakt heeft zeggen: Hij heeft mij niet gemaakt? of zal het geformeerde van hem die het geformeerd heeft zeggen: Hij had geen verstand?”

Miller’s identification of “the daily,” as either the religion of paganism or pagan Rome is ultimately a symbol of Satan, for Satan and pagan Rome are both represented as the dragon.

Miller’s identificatie van „het gedurige” als hetzij de godsdienst van het heidendom, hetzij het heidense Rome, is uiteindelijk een symbool van Satan, want zowel Satan als het heidense Rome worden voorgesteld als de draak.

“Thus while the dragon, primarily, represents Satan, it is, in a secondary sense, a symbol of pagan Rome.” The Great Controversy, 439.

„Terwijl de draak dus in de eerste plaats Satan vertegenwoordigt, is hij in secundaire zin een symbool van het heidense Rome.” The Great Controversy, 439.

Speaking of the men who rule Jerusalem in the last days, Sister White states: “Some are becoming imbued with the darkness that prevails, and are setting the truth aside for error. The day pointed out by prophecy is come. Jesus Christ is not understood. Jesus Christ is to them a fable.” In 1901, a leader of Adventism from Germany began to introduce apostate Protestantism’s false view of “the daily” in the book of Daniel. That view identifies that “the daily” represents Christ’s sanctuary work, or some variation of that thought. I say some variation for there have been different emphasis placed upon the falsehood through the history that followed 1901, but those false views always manifest a conclusion that “the daily” represents some type of Christ’s work.

Sprekend over de mannen die Jeruzalem in de laatste dagen regeren, verklaart Zuster White: “Sommigen worden doordrongen van de duisternis die heerst, en stellen de waarheid terzijde ten gunste van dwaling. De door de profetie aangewezen dag is gekomen. Jezus Christus wordt niet begrepen. Jezus Christus is voor hen een fabel.” In 1901 begon een leider van het adventisme uit Duitsland de valse opvatting van het afvallige protestantisme over “het dagelijkse” in het boek Daniël in te voeren. Die opvatting stelt dat “het dagelijkse” het heiligdomswerk van Christus vertegenwoordigt, of een of andere variatie van die gedachte. Ik zeg een of andere variatie, omdat er in de geschiedenis die op 1901 volgde verschillende accenten op die onwaarheid zijn gelegd, maar die valse opvattingen monden altijd uit in de conclusie dat “het dagelijkse” een of andere vorm van het werk van Christus voorstelt.

The jewel that was the doctrine of “the daily,” which Miller identified as a satanic symbol, in the Adventism of the last days, is a symbol of Christ. When introduced in 1901, very few accepted the view that “the daily” was a symbol of Christ, and not a symbol of Satan, but by the 1930’s the jewel of the doctrine of “the daily,” which Miller had dug out of the vein of truth found in 2 Thessalonians, chapter two, was rejected as had the “seven times” of Leviticus twenty-six been rejected in 1863. Somewhere in the history of 1863 unto the 1930’s Adventism had changed leaders, without recognizing it.

Het juweel dat de leer van „het dagelijkse” was, welke Miller identificeerde als een satanisch symbool, is in het adventisme van de laatste dagen een symbool van Christus. Toen deze in 1901 werd ingevoerd, aanvaardden zeer weinigen de opvatting dat „het dagelijkse” een symbool van Christus was en niet een symbool van Satan, maar tegen de jaren dertig was het juweel van de leer van „het dagelijkse”, dat Miller uit de ader van waarheid had opgedolven die in 2 Thessalonicenzen, hoofdstuk twee, wordt gevonden, verworpen, zoals ook de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig in 1863 waren verworpen. Ergens in de geschiedenis van 1863 tot aan de jaren dertig had het adventisme van leiders gewisseld, zonder dit te onderkennen.

“Brethren, I see your peril, and again I ask, Do you who err make any effort to correct the wrong? Souls may be stumbling along, walking in darkness, because you have not made straight paths for your feet. If you are in positions of trust, I appeal the more earnestly to you, for your own souls’ sake and for the sake of those who look to you as guides, repent before God for every mistake made, and confess your error.

„Broeders, ik zie uw gevaar, en opnieuw vraag ik: Doet u die dwaalt enige poging om het onrecht te herstellen? Zielen kunnen struikelend voortgaan, wandelend in duisternis, omdat u geen rechte paden voor uw voeten hebt gemaakt. Indien u in vertrouwensposities verkeert, doe ik des te ernstiger een beroep op u: bekeer u voor God van elke begane fout, en belijd uw dwaling, omwille van uw eigen ziel en omwille van hen die tot u opzien als gidsen.

“If you indulge stubbornness of heart, and through pride and self-righteousness do not confess your faults, you will be left subject to Satan’s temptations. If when the Lord reveals your errors you do not repent or make confession, his providence will bring you over the ground again and again. You will be left to make mistakes of a similar character, you will continue to lack wisdom, and will call sin righteousness, and righteousness sin. The multitude of deceptions that will prevail in these last days will encircle you, and you will change leaders, and not know that you have done so.” Review and Herald, December 16, 1890.

„Indien u hardnekkigheid van hart koestert en door trots en eigengerechtigheid uw fouten niet belijdt, zult u overgelaten worden aan de verzoekingen van Satan. Indien u, wanneer de Heer uw dwalingen openbaart, geen berouw hebt en geen belijdenis doet, zal zijn voorzienigheid u telkens weer over dezelfde grond voeren. U zult eraan worden overgelaten vergissingen van gelijke aard te begaan; u zult wijsheid blijven ontberen en zonde gerechtigheid noemen, en gerechtigheid zonde. De veelheid van misleidingen die in deze laatste dagen de overhand zullen hebben, zal u omsingelen, en u zult van leider veranderen zonder te weten dat u dit hebt gedaan.” Review and Herald, 16 december 1890.

The scornful men that rule over the people of Jerusalem, who are men “in positions of trust,” will “call sin righteousness and righteousness sin,” and “Surely your turning of things upside down shall be esteemed as the potter’s clay; for shall the work say of him that made it, He made me not? or shall the thing framed say of him that framed it. He had no understanding?’” In the progressive rebellion over the four generations of Adventism, those who are positions of trust change leaders, and don’t know it. They do not know it, for they progressively and consistently rejected evidence of their errors. In that progressive rebellion “the wisdom of their wise men shall perish, and the understanding of their prudent men shall be hid.”

De spottende mannen die heersen over het volk van Jeruzalem, die mannen zijn „in vertrouwensposities”, zullen „de zonde gerechtigheid noemen en de gerechtigheid zonde”, en „Voorzeker, uw omkering der dingen zal geacht worden als leem van de pottenbakker; want zal het maaksel van hem die het gemaakt heeft, zeggen: Hij heeft mij niet gemaakt? of zal het gevormde van hem die het gevormd heeft, zeggen: Hij had geen verstand?” In de voortschrijdende opstand over de vier generaties van het adventisme veranderen zij die zich in vertrouwensposities bevinden van leiders, en weten het niet. Zij weten het niet, want zij hebben gaandeweg en voortdurend het bewijs van hun dwalingen verworpen. In die voortschrijdende opstand „zal de wijsheid van hun wijzen vergaan, en het verstand van hun verstandigen zal verborgen worden.”

They will turn things upside down, and call sin righteousness and righteousness sin. The symbol of this rebellion is the doctrine of “the daily,” which for Miller was a satanic symbol, and which Adventism today identifies as a symbol of Christ. What once was the anchor that established the framework of William Miller’s prophetic applications, is now become a symbol of the drunkenness of the scornful men that rule over the people of Jerusalem. The symbolism associated with “the daily,” in the book of Daniel shone bright as the sun when recognized in Miller’s casket at the beginning of Adventism, but in the last days that truth shines ten times brighter, for the number ten is a symbol of a test, and for ancient Israel the tenth test was the final test.

Zij zullen de dingen ondersteboven keren en de zonde gerechtigheid noemen en de gerechtigheid zonde. Het symbool van deze opstand is de leer van „het dagelijkse”, die voor Miller een satanisch symbool was, en die het adventisme heden ten dage aanduidt als een symbool van Christus. Wat eens het anker was dat het raamwerk van William Millers profetische toepassingen bevestigde, is nu een symbool geworden van de dronkenschap van de spottende mannen die heersen over het volk van Jeruzalem. De symboliek die met „het dagelijkse” in het boek Daniël verbonden is, straalde helder als de zon toen zij aan het begin van het adventisme in Millers schrijn werd herkend; maar in de laatste dagen straalt die waarheid tienmaal helderder, want het getal tien is een symbool van een beproeving, en voor het oude Israël was de tiende beproeving de laatste beproeving.

Modern Pharisees have “attributed” “the works of Christ” “to satanic agencies” identifying paganism as “the holy power of God.”

Moderne Farizeeën hebben „de werken van Christus” „toegeschreven” „aan satanische machten”, waarbij zij het heidendom aanduiden als „de heilige kracht van God.”

“The Pharisees sinned against the Holy Ghost. Their talent of speech was used to abuse the world’s Redeemer, and the recording angel wrote their words in the books of heaven. They attributed to satanic agencies the holy power of God, manifested in the works of Christ. They could not evade His wonderful works, or attribute them to natural causes, so they said, ‘They are the works of the devil.’ In unbelief they spoke of the Son of God as a human being. The works of healing done before them, works which no man had done or could do, were a manifestation of the power of God, but they charged Christ with being in league with hell. Stubborn, sullen, ironhearted, they determined to close their eyes to all evidence, and thus they committed the unpardonable sin.” Manuscript Releases, volume 4, 360.

„De Farizeeën zondigden tegen de Heilige Geest. Hun gave van de spraak werd gebruikt om de Verlosser der wereld te smaden, en de registrerende engel schreef hun woorden op in de boeken des hemels. Zij schreven aan satanische machten de heilige kracht van God toe, geopenbaard in de werken van Christus. Zij konden Zijn wonderbare werken niet ontkennen, noch ze aan natuurlijke oorzaken toeschrijven, en daarom zeiden zij: ‘Het zijn de werken van de duivel.’ In ongeloof spraken zij over de Zoon van God als over een menselijk wezen. De werken van genezing die vóór hun ogen werden verricht, werken die geen mens had gedaan of doen kon, waren een openbaring van de kracht van God, maar zij beschuldigden Christus ervan met de hel in verbond te staan. Hardnekkig, nors, ijzerhard van hart besloten zij hun ogen te sluiten voor alle bewijzen, en aldus begingen zij de onvergefelijke zonde.” Manuscript Releases, deel 4, 360.

We will continue our consideration of the increase of knowledge, that was unsealed in the movement of the first angel, in the next article.

In het volgende artikel zullen wij onze beschouwing voortzetten over de vermeerdering van kennis, die werd ontsloten in de beweging van de eerste engel.