Whom shall he teach knowledge? and whom shall he make to understand doctrine? them that are weaned from the milk, and drawn from the breasts. For precept must be upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little: For with stammering lips and another tongue will he speak to this people. To whom he said, This is the rest wherewith ye may cause the weary to rest; and this is the refreshing: yet they would not hear. But the word of the Lord was unto them precept upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little; that they might go, and fall backward, and be broken, and snared, and taken. Wherefore hear the word of the Lord, ye scornful men, that rule this people which is in Jerusalem. Because ye have said, We have made a covenant with death, and with hell are we at agreement; when the overflowing scourge shall pass through, it shall not come unto us: for we have made lies our refuge, and under falsehood have we hid ourselves: Therefore thus saith the Lord God, Behold, I lay in Zion for a foundation a stone, a tried stone, a precious corner stone, a sure foundation: he that believeth shall not make haste. Judgment also will I lay to the line, and righteousness to the plummet: and the hail shall sweep away the refuge of lies, and the waters shall overflow the hiding place. And your covenant with death shall be disannulled, and your agreement with hell shall not stand; when the overflowing scourge shall pass through, then ye shall be trodden down by it. Isaiah 28:9–18.
Wie zal hij kennis leren, en wie zal hij de leer doen verstaan? Hun die van de melk gespeend zijn, die van de borsten afgetrokken zijn. Want gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig. Ja, door stamelende lippen en in een andere tong zal hij tot dit volk spreken. Tot hen heeft hij gezegd: Dit is de rust, waarmee gij de vermoeide rust kunt geven; en dit is de verkwikking; maar zij hebben niet willen horen. Daarom was het woord des Heeren hun: gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig; opdat zij zouden heengaan, achterover vallen, verbrijzeld worden, verstrikt raken en gevangen worden. Daarom, hoort het woord des Heeren, gij spotters, gij heersers over dit volk dat in Jeruzalem is. Omdat gij gezegd hebt: Wij hebben een verbond met de dood gesloten, en met het dodenrijk zijn wij een overeenkomst aangegaan; wanneer de overvloeiende gesel doortrekt, zal die ons niet bereiken; want wij hebben de leugen tot onze toevlucht gemaakt, en onder de valsheid hebben wij ons verborgen: daarom, zo zegt de Heere Heere: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, een vast gegrondvest fundament; wie gelooft, zal niet overhaasten. En Ik zal het recht leggen tot richtsnoer, en de gerechtigheid tot paslood; dan zal de hagel de toevlucht der leugen wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaats overstromen. En uw verbond met de dood zal tenietgedaan worden, en uw overeenkomst met het dodenrijk zal geen standhouden; wanneer de overvloeiende gesel doortrekt, dan zult gij daardoor vertrapt worden. Jesaja 28:9–18.
In 1863, the scornful men that ruled Jerusalem began a progressive work of covering up Miller’s jewels and replacing them with counterfeit coins and jewels. In doing so they “made a covenant with death,” they “made lies” their “refuge and “hid” “under falsehood.” But they were to be tested with the last day message of the “rest” and the “refreshing,” which Peter speaks of in the book of Acts.
In 1863 begonnen de spottende mannen die over Jeruzalem heersten een geleidelijk werk om Millers juwelen toe te dekken en deze te vervangen door valse munten en juwelen. Door dit te doen „sloten zij een verbond met de dood”, „maakten zij leugen” tot hun „toevlucht” en „verborgen” zij zich „onder valsheid”. Maar zij zouden beproefd worden met de boodschap van de laatste dag van de „rust” en de „verkwikking”, waarover Petrus spreekt in het boek Handelingen.
But those things, which God before had showed by the mouth of all his prophets, that Christ should suffer, he hath so fulfilled. Repent ye therefore, and be converted, that your sins may be blotted out, when the times of refreshing shall come from the presence of the Lord; And he shall send Jesus Christ, which before was preached unto you: Whom the heaven must receive until the times of restitution of all things, which God hath spoken by the mouth of all his holy prophets since the world began. For Moses truly said unto the fathers, A prophet shall the Lord your God raise up unto you of your brethren, like unto me; him shall ye hear in all things whatsoever he shall say unto you. And it shall come to pass, that every soul, which will not hear that prophet, shall be destroyed from among the people. Yea, and all the prophets from Samuel and those that follow after, as many as have spoken, have likewise foretold of these days. Acts 3:18–24.
Maar hetgeen God tevoren door de mond van al Zijn profeten verkondigd had, namelijk dat de Christus lijden zou, heeft Hij aldus vervuld. Komt dan tot berouw en bekeert u, opdat uw zonden uitgewist worden, wanneer de tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht des Heeren; en Hij Jezus Christus zenden zal, Die u tevoren gepredikt is; Welke de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft door de mond van al Zijn heilige profeten van oudsher. Want Mozes heeft waarlijk tot de vaderen gezegd: De Heere, uw God, zal u een Profeet verwekken uit uw broederen, gelijk mij; naar Hem zult gij horen in alles wat Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat alle ziel die naar die Profeet niet zal horen, uit het volk zal worden uitgeroeid. En ook al de profeten, van Samuel af en die daarna gevolgd zijn, zovelen als er gesproken hebben, hebben ook deze dagen tevoren verkondigd. Handelingen 3:18–24.
Peter identifies that all the prophets spoke of the times of refreshing and latter rain, and Isaiah is identifying the class that reject the final times of refreshing that occurs at the conclusion of the investigative judgment, when sin is being blotted out and the latter rain is falling. At that time, the class who have made a covenant of death that Isaiah is referring to, according to Peter will “be destroyed from among the people.” Sister White often addresses this very time of Isaiah’s rest and refreshing.
Petrus stelt vast dat alle profeten hebben gesproken over de tijden van verkwikking en de late regen, en Jesaja duidt de klasse aan die de laatste tijden van verkwikking verwerpt, die plaatsvinden aan het einde van het onderzoekend oordeel, wanneer de zonde wordt uitgewist en de late regen valt. In die tijd zal de klasse die een verbond met de dood heeft gesloten waarnaar Jesaja verwijst, volgens Petrus, „uit het midden van het volk worden uitgeroeid.” Zuster White spreekt dikwijls over juist deze tijd van Jesaja’s rust en verkwikking.
“The angel who unites in the proclamation of the third angel’s message is to lighten the whole earth with his glory. A work of world-wide extent and unwonted power is here foretold. The advent movement of 1840–44 was a glorious manifestation of the power of God; the first angel’s message was carried to every missionary station in the world, and in some countries there was the greatest religious interest which has been witnessed in any land since the Reformation of the sixteenth century; but these are to be exceeded by the mighty movement under the last warning of the third angel.
„De engel die zich verenigt in de verkondiging van de boodschap van de derde engel, moet de gehele aarde verlichten met zijn heerlijkheid. Hier wordt een werk van wereldwijde omvang en ongekende kracht voorzegd. De adventbeweging van 1840–44 was een heerlijke openbaring van de kracht van God; de boodschap van de eerste engel werd gebracht naar elke zendingspost in de wereld, en in sommige landen was er de grootste godsdienstige belangstelling die in enig land sinds de Reformatie van de zestiende eeuw is waargenomen; maar deze dingen zullen worden overtroffen door de machtige beweging onder de laatste waarschuwing van de derde engel.״
“The work will be similar to that of the Day of Pentecost. As the ‘former rain’ was given, in the outpouring of the Holy Spirit at the opening of the gospel, to cause the upspringing of the precious seed, so the ‘latter rain’ will be given at its close for the ripening of the harvest. ‘Then shall we know, if we follow on to know the Lord: His going forth is prepared as the morning; and He shall come unto us as the rain, as the latter and former rain unto the earth.’ Hosea 6:3. ‘Be glad then, ye children of Zion, and rejoice in the Lord your God: for He hath given you the former rain moderately, and He will cause to come down for you the rain, the former rain, and the latter rain.’ Joel 2:23. ‘In the last days, saith God, I will pour out of My Spirit upon all flesh.’ ‘And it shall come to pass, that whosoever shall call on the name of the Lord shall be saved.’ Acts 2:17, 21.
„Het werk zal gelijk zijn aan dat van de Pinksterdag. Zoals de ‘vroege regen’ werd gegeven in de uitstorting van de Heilige Geest bij de aanvang van het evangelie, om het opkomen van het kostbare zaad te bewerken, zo zal de ‘late regen’ aan het einde ervan worden gegeven tot de rijping van de oogst. ‘Dan zullen wij kennen, indien wij vervolgen den HEERE te kennen: Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als de regen, als de spade regen en vroege regen des lands.’ Hosea 6:3. ‘Verheugt u dan, gij kinderen van Sion, en zijt blijde in den HEERE, uw God; want Hij heeft u gegeven de vroege regen naar recht, en Hij zal u doen neerdalen regen, vroege regen en spade regen.’ Joël 2:23. ‘En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees.’ ‘En het zal zijn, dat een ieder die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.’ Handelingen 2:17, 21.”
“The great work of the gospel is not to close with less manifestation of the power of God than marked its opening. The prophecies which were fulfilled in the outpouring of the former rain at the opening of the gospel are again to be fulfilled in the latter rain at its close. Here are ‘the times of refreshing’ to which the apostle Peter looked forward when he said: ‘Repent ye therefore, and be converted, that your sins may be blotted out, when the times of refreshing shall come from the presence of the Lord; and He shall send Jesus.’ Acts 3:19, 20.” The Great Controversy, 611.
„Het grote werk van het evangelie zal niet eindigen met een geringere openbaring van de kracht van God dan die waardoor de aanvang ervan werd gekenmerkt. De profetieën die werden vervuld in de uitstorting van de vroege regen bij de opening van het evangelie, zullen opnieuw worden vervuld in de late regen bij de afsluiting ervan. Hier zijn ‘de tijden van verkwikking’ waarop de apostel Petrus vooruitzag toen hij zei: ‘Komt dan tot berouw en bekeert u, opdat uw zonden mogen worden uitgewist, wanneer de tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht des Heeren; en Hij Jezus zenden zal.’ Handelingen 3:19, 20.” The Great Controversy, 611.
The test is based upon the methodology of the latter rain, as represented as “line upon line.” The testing message is delivered by watchmen who are of “another tongue,” who are represented as having “stammering lips.” The testing message of the latter rain would be delivered by watchmen who had not been trained in the methodology of apostate Protestantism and Catholicism, which Adventism has adopted throughout its history of rebellion.
De beproeving is gebaseerd op de methodologie van de late regen, voorgesteld als „regel op regel”. De beproevende boodschap wordt gebracht door wachters die van „een andere tong” zijn, die worden voorgesteld als hebbende „stamelende lippen”. De beproevende boodschap van de late regen zou worden gebracht door wachters die niet waren opgeleid in de methodologie van het afvallige protestantisme en katholicisme, die het adventisme gedurende zijn gehele geschiedenis van opstand heeft overgenomen.
“The time is not far distant when the test will come to every soul. The mark of the beast will be urged upon us. Those who have step by step yielded to worldly demands and conformed to worldly customs will not find it a hard matter to yield to the powers that be, rather than subject themselves to derision, insult, threatened imprisonment, and death. The contest is between the commandments of God and the commandments of men. In this time the gold will be separated from the dross in the church. True godliness will be clearly distinguished from the appearance and tinsel of it. Many a star that we have admired for its brilliancy will then go out in darkness. Chaff like a cloud will be borne away on the wind, even from places where we see only floors of rich wheat. All who assume the ornaments of the sanctuary, but are not clothed with Christ’s righteousness, will appear in the shame of their own nakedness.
„De tijd is niet ver meer verwijderd waarop de beproeving over iedere ziel zal komen. Het merkteken van het beest zal ons worden opgedrongen. Zij die stap voor stap hebben toegegeven aan wereldse eisen en zich hebben geschikt naar wereldse gebruiken, zullen het niet moeilijk vinden zich te onderwerpen aan de bestaande machten, liever dan zich bloot te stellen aan spot, belediging, dreigende gevangenschap en de dood. De strijd gaat tussen de geboden van God en de geboden van mensen. In deze tijd zal het goud in de kerk van het schuim worden gescheiden. Ware godsvrucht zal duidelijk worden onderscheiden van haar schijn en glitter. Menige ster die wij om haar glans hebben bewonderd, zal dan in de duisternis uitgaan. Kaf zal als een wolk door de wind worden weggevoerd, zelfs van plaatsen waar wij slechts dorsvloeren vol rijke tarwe zien. Allen die de sieraden van het heiligdom aannemen, maar niet bekleed zijn met de gerechtigheid van Christus, zullen verschijnen in de schande van hun eigen naaktheid.
“When trees without fruit are cut down as cumberers of the ground, when multitudes of false brethren are distinguished from the true, then the hidden ones will be revealed to view, and with hosannas range under the banner of Christ. Those who have been timid and self-distrustful will declare themselves openly for Christ and His truth. The most weak and hesitating in the church will be as David—willing to do and dare. The deeper the night for God’s people, the more brilliant the stars. Satan will sorely harass the faithful; but, in the name of Jesus, they will come off more than conquerors. Then will the church of Christ appear ‘fair as the moon, clear as the sun, and terrible as an army with banners.’
„Wanneer bomen zonder vrucht worden omgehouwen als lasten voor de grond, wanneer menigten van valse broeders van de ware worden onderscheiden, dan zullen de verborgenen zichtbaar worden en zich onder hosanna’s scharen onder de banier van Christus. Zij die vreesachtig en wantrouwend jegens zichzelf zijn geweest, zullen openlijk voor Christus en Zijn waarheid uitkomen. De zwaksten en meest aarzelenden in de gemeente zullen zijn als David — bereid te handelen en te wagen. Hoe dieper de nacht voor Gods volk, des te schitterender de sterren. Satan zal de getrouwen hevig benauwen; maar in de naam van Jezus zullen zij meer dan overwinnaars zijn. Dan zal de kerk van Christus verschijnen, ‘schoon als de maan, helder als de zon en ontzagwekkend als een leger met banieren.’”
“The seeds of truth that are being sown by missionary efforts will then spring up and blossom and bear fruit. Souls will receive the truth who will endure tribulation and praise God that they may suffer for Jesus. ‘In the world ye shall have tribulation: but be of good cheer; I have overcome the world.’ When the overflowing scourge shall pass through the earth, when the fan is purging Jehovah’s floor, God will be the help of His people. The trophies of Satan may be exalted on high, but the faith of the pure and holy will not be daunted.
“De zaden der waarheid die door de zendingsarbeid worden gezaaid, zullen dan opschieten, bloeien en vrucht dragen. Zielen zullen de waarheid aannemen die de verdrukking zullen doorstaan en God zullen prijzen dat zij om Jezus’ wil mogen lijden. ‘In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen.’ Wanneer de overstelpende gesel over de aarde zal heengaan, wanneer de wan Jehovah’s dorsvloer zuivert, zal God de hulp van Zijn volk zijn. De trofeeën van Satan mogen hoog worden verheven, maar het geloof der reinen en heiligen zal niet worden ontmoedigd.”
“Elijah took Elisha from the plow and threw upon him his mantle of consecration. The call to this great and solemn work was presented to men of learning and position; had these been little in their own eyes and trusted fully in the Lord, He would have honored them with bearing His standard in triumph to the victory. But they separated from God, yielded to the influence of the world, and the Lord rejected them.
“Elia nam Elisa van de ploeg en wierp op hem zijn mantel van toewijding. De roeping tot dit grote en plechtige werk werd voorgelegd aan mannen van geleerdheid en aanzien; waren dezen gering geweest in hun eigen ogen en hadden zij ten volle op de Heere vertrouwd, dan zou Hij hen geëerd hebben door Zijn banier in triomf ten zege te dragen. Maar zij scheidden zich af van God, gaven zich over aan de invloed van de wereld, en de Heere verwierp hen.
“Many have exalted science and lost sight of the God of science. This was not the case with the church in the purest times.
“Velen hebben de wetenschap verheven en de God van de wetenschap uit het oog verloren. Dit was niet het geval met de kerk in haar zuiverste tijden.
“God will work a work in our day that but few anticipate. He will raise up and exalt among us those who are taught rather by the unction of His Spirit than by the outward training of scientific institutions. These facilities are not to be despised or condemned; they are ordained of God, but they can furnish only the exterior qualifications. God will manifest that He is not dependent on learned, self-important mortals.” Testimonies, volume 5, 81, 82.
„God zal in onze dagen een werk verrichten dat slechts weinigen verwachten. Hij zal in ons midden hen doen opstaan en verheffen die veeleer door de zalving van Zijn Geest zijn onderwezen dan door de uitwendige opleiding van wetenschappelijke instellingen. Deze voorzieningen mogen niet worden geminacht of veroordeeld; zij zijn door God verordend, maar zij kunnen slechts de uiterlijke bekwaamheden verschaffen. God zal openbaren dat Hij niet afhankelijk is van geleerde, eigendunkelijke stervelingen.” Testimonies, deel 5, 81, 82.
The “overflowing scourge” is a symbol of the Sunday law, which begins at the hour of the great earthquake of Revelation eleven. It represents the progressive Sunday law testing time.
De „overvloeiende gesel” is een symbool van de zondagswet, die begint in het uur van de grote aardbeving van Openbaring elf. Zij stelt de voortschrijdende beproevingstijd van de zondagswet voor.
“Foreign nations will follow the example of the United States. Though she leads out, yet the same crisis will come upon our people in all parts of the world.” Testimonies, volume 6, 395.
“Buitenlandse naties zullen het voorbeeld van de Verenigde Staten volgen. Hoewel zij de leiding neemt, zal toch dezelfde crisis over ons volk komen in alle delen van de wereld.” Testimonies, deel 6, 395.
Just before the Sunday law, the counterfeit coins of Miller’s dream are swept out of the window, as Laodicean Adventists are spewed out of the mouth of the Lord. Then the church is lifted up as an ensign, “fair as the moon, clear as the sun, and terrible as an army with banners”. Isaiah’s message that proceeds from “another tongue” and “stammering lips,” represents those who are raised up and exalted and who are taught by the unction of His Spirit rather than by the outward training of scientific institutions. The drunkards of Ephraim fail the test of “line upon line,” for the wisdom of their wise men is gone. Prophecy to them has become as a book that is sealed.
Vlak vóór de zondagswet worden de valse munten uit Millers droom uit het venster geveegd, evenals de Laodiceïsche Adventisten uit de mond van de Heere worden uitgespuwd. Dan wordt de gemeente opgericht als een banier, „schoon als de maan, zuiver als de zon en ontzagwekkend als een leger met banieren”. De boodschap van Jesaja die voortkomt uit „een andere tong” en „stamelende lippen”, stelt hen voor die worden opgericht en verhoogd en die onderwezen worden door de zalving van Zijn Geest veeleer dan door de uiterlijke vorming van wetenschappelijke instellingen. De dronkaards van Efraïm doorstaan de toets van „regel op regel” niet, want de wijsheid van hun wijzen is vergaan. Voor hen is de profetie geworden als een boek dat verzegeld is.
The history, which according to Peter, all the prophets since Samuel have spoken of, provides several illustrations of the destruction of Adventists who reject the latter rain message, but it is not physical death that they suffer at the Sunday law, but a spiritual death which is accompanied by the recognition of the reality of being lost for eternity, as represented by the foolish virgins, who in the book of Amos awaken to the fact that they are lost.
De geschiedenis waarover, volgens Petrus, al de profeten sinds Samuël hebben gesproken, biedt verscheidene illustraties van de vernietiging van adventisten die de boodschap van de late regen verwerpen; maar het is niet een lichamelijke dood die zij onder de zondagwet ondergaan, doch een geestelijke dood, vergezeld van de erkenning van de werkelijkheid dat zij voor de eeuwigheid verloren zijn, zoals voorgesteld door de dwaze maagden, die in het boek Amos ontwaken tot het besef dat zij verloren zijn.
Behold, the days come, saith the Lord God, that I will send a famine in the land, not a famine of bread, nor a thirst for water, but of hearing the words of the Lord: And they shall wander from sea to sea, and from the north even to the east, they shall run to and fro to seek the word of the Lord, and shall not find it. In that day shall the fair virgins and young men faint for thirst. They that swear by the sin of Samaria, and say, Thy god, O Dan, liveth; and, The manner of Beersheba liveth; even they shall fall, and never rise up again. Amos 8:11–14.
Zie, de dagen komen, spreekt de Heere HEERE, dat Ik een hongersnood in het land zal zenden, niet een hongersnood naar brood, noch dorst naar water, maar om de woorden des HEEREN te horen. En zij zullen zwerven van zee tot zee, en van het noorden zelfs tot het oosten; zij zullen heen en weer lopen om het woord des HEEREN te zoeken, maar zij zullen het niet vinden. Te dien dage zullen de schone maagden en de jongelingen van dorst bezwijken. Die zweren bij de zonde van Samaria, en zeggen: Zo waar uw god leeft, o Dan! en: Zo waar de weg van Berseba leeft! ook zij zullen vallen en niet weder opstaan. Amos 8:11–14.
After referencing the hour of the Sunday law with the symbol of the “overflowing scourge,” Isaiah addresses the ongoing fear and anxiety of those who made a covenant with death.
Nadat Jesaja met het symbool van de „overstromende gesel” had verwezen naar het uur van de zondagwet, richt hij zich tot de aanhoudende vrees en angst van hen die een verbond met de dood hebben gesloten.
And your covenant with death shall be disannulled, and your agreement with hell shall not stand; when the overflowing scourge shall pass through, then ye shall be trodden down by it. From the time that it goeth forth it shall take you: for morning by morning shall it pass over, by day and by night: and it shall be a vexation only to understand the report. Isaiah 28:18, 19.
En uw verbond met de dood zal tenietgedaan worden, en uw overeenkomst met het graf zal geen stand houden; wanneer de overstromende gesel zal doortrekken, dan zult gij daardoor vertreden worden. Vanaf de tijd dat hij uitgaat, zal hij u wegnemen; want morgen aan morgen zal hij voorbijgaan, overdag en des nachts; en het zal enkel verschrikking zijn, het bericht te verstaan. Jesaja 28:18, 19.
The understanding of the increase of knowledge represented by Miller’s jewels will then be unavailable, but the “understanding” of the report of the progressive Sunday law crisis will identify that their covenant with death has been disannulled. Those who have hidden “under falsehood,” will then recognize that “the Lord God,” had laid “in Zion for a foundation a stone, a tried stone, a precious corner stone, a sure foundation,” but it will be too late. The falsehoods that they have hidden under as they progressed through history are then swept away. Many of those obvious lies, can easily be recognized in the vision of the Ulai River.
Het begrip van de toename van kennis, voorgesteld door Millers juwelen, zal dan niet beschikbaar zijn, maar het „inzicht” in het verslag van de voortschrijdende zondagwetscrisis zal aantonen dat hun verbond met de dood tenietgedaan is. Degenen die zich „onder de leugen” verborgen hebben, zullen dan erkennen dat „de Heere HEERE” „in Sion een steen ten grondslag gelegd had, een beproefde steen, een kostelijke hoeksteen, een vast fundament,” maar het zal te laat zijn. De leugens waaronder zij zich verborgen hebben terwijl zij door de geschiedenis voortschreden, worden dan weggevaagd. Vele van die overduidelijke leugens kunnen gemakkelijk worden herkend in het visioen van de rivier de Ulai.
The Millerites, in agreement with their understanding of Daniel chapter two, identified the kingdoms in Daniel eight, as the same kingdoms which are represented in chapter seven. The distinction between the two chapters is that chapter seven represents the political elements of the kingdoms, and chapter eight represents the religious elements of the kingdoms. For this reason, Daniel chapter eight is portrayed with sanctuary terms.
De millerieten identificeerden, in overeenstemming met hun begrip van Daniël hoofdstuk twee, de koninkrijken in Daniël acht als dezelfde koninkrijken die in hoofdstuk zeven worden voorgesteld. Het onderscheid tussen de twee hoofdstukken is dat hoofdstuk zeven de politieke elementen van de koninkrijken weergeeft, en hoofdstuk acht de religieuze elementen van de koninkrijken. Om deze reden wordt Daniël hoofdstuk acht in termen van het heiligdom uitgebeeld.
Daniel chapter eight, employs sanctuary symbolism to represent the kingdoms, but every sanctuary symbol represented in the chapter is corrupted, thus identifying a distinction between the true religion of Christ and the false religion of Satan. A ram is an animal that was used as an offering in God’s sanctuary, but every sanctuary offering was to be perfect. The ram in chapter eight, was disqualified from being used as an offering in God’s sanctuary, for the horns were not identical.
Daniël hoofdstuk acht gebruikt heiligdomssymboliek om de koninkrijken uit te beelden, maar elk heiligdomssymbool dat in het hoofdstuk wordt voorgesteld, is verdorven, en duidt aldus op een onderscheid tussen de ware godsdienst van Christus en de valse godsdienst van Satan. Een ram is een dier dat als offer in Gods heiligdom werd gebruikt, maar elk heiligdomsoffer moest volkomen gaaf zijn. De ram in hoofdstuk acht was ongeschikt om als offer in Gods heiligdom te worden gebruikt, want de horens waren niet gelijk.
Then I lifted up mine eyes, and saw, and, behold, there stood before the river a ram which had two horns: and the two horns were high; but one was higher than the other, and the higher came up last. Daniel 8:3.
Toen sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, vóór de rivier stond een ram, die twee horens had; en die beide horens waren hoog, maar de ene was hoger dan de andere, en de hoogste kwam het laatst op. Daniël 8:3.
A ram with two differing lengths of horns would not be allowed as an offering in God’s sanctuary, but the symbolism is not of God’s true religion, it is of Satan’s counterfeit religion of paganism. The next kingdom was represented by a goat, which is also a sanctuary offering, but once again, the goat was corrupted for it had a horn between his eyes, lacking the symmetry of the perfection required of a sanctuary offering.
Een ram met twee ongelijk lange horens zou niet toegelaten worden als offer in Gods heiligdom, maar de symboliek betreft niet Gods ware godsdienst; zij betreft Satans namaakgodsdienst van het heidendom. Het volgende koninkrijk werd voorgesteld door een bok, die eveneens een offer voor het heiligdom is, maar opnieuw was de bok verdorven, want hij had een horen tussen zijn ogen en ontbeerde de symmetrie van de volmaaktheid die van een offer voor het heiligdom wordt vereist.
And as I was considering, behold, an he goat came from the west on the face of the whole earth, and touched not the ground: and the goat had a notable horn between his eyes. Daniel 8:5.
Terwijl ik daarop acht gaf, zie, een geitenbok kwam uit het westen over de gehele aarde, zonder de grond aan te raken; en de bok had een opvallende hoorn tussen zijn ogen. Daniël 8:5.
Ultimately the horn of the goat was broken and produced four horns, which also disqualifies it from being an offering in God’s sanctuary.
Uiteindelijk werd de hoorn van de geitenbok afgebroken en bracht zij vier horens voort, wat haar eveneens diskwalificeert om een offer in Gods heiligdom te zijn.
Therefore the he goat waxed very great: and when he was strong, the great horn was broken; and for it came up four notable ones toward the four winds of heaven. Daniel 8:8.
Daarom werd de geitenbok zeer groot; en toen hij sterk was, werd de grote horen afgebroken; en in zijn plaats kwamen er vier aanzienlijke op, naar de vier winden des hemels. Daniël 8:8.
Daniel chapter eight, begins without the kingdom of Babylon being referenced with a symbol. Babylon, the first kingdom of Bible prophecy has already been biblically established upon the two witnesses of chapter two, and chapter seven; but in chapter eight Babylon is purposely hidden to emphasize the prophetic attribute of the papacy receiving a deadly wound that is ultimately healed. During the period from its deadly wound, until it is healed, the papacy is hidden, or forgotten, prophetically. The hiding was also represented by Nebuchadnezzar’s kingdom being removed and thereafter being restored.
Daniël hoofdstuk acht begint zonder dat het koninkrijk Babylon door een symbool wordt aangeduid. Babylon, het eerste koninkrijk van de Bijbelse profetie, is reeds bijbels vastgesteld op grond van de twee getuigen van hoofdstuk twee en hoofdstuk zeven; maar in hoofdstuk acht wordt Babylon opzettelijk verborgen om het profetische kenmerk te benadrukken dat het pausdom een dodelijke wond ontvangt die uiteindelijk wordt genezen. Gedurende de periode vanaf zijn dodelijke wond totdat die wordt genezen, is het pausdom profetisch verborgen, of vergeten. Het verbergen werd ook uitgebeeld doordat Nebukadnezars koninkrijk werd weggenomen en daarna werd hersteld.
Daniel chapter eight begins with a direct symbol of the second kingdom by introducing the ram representing the Medo-Persian kingdom, which is followed by the corrupted goat representing the kingdom of Greece. Then out of one of the four winds which the four horns of Greece had disintegrated into, Daniel sees a little horn representing the fourth kingdom of Rome. The little horn represents both phases of Rome, which are represented in four verses. Pagan Rome is represented by the little horn in the masculine gender, and papal Rome as the little horn in the feminine gender.
Daniël hoofdstuk acht begint met een rechtstreeks symbool van het tweede koninkrijk door de ram in te voeren die het Medo-Perzische koninkrijk vertegenwoordigt, gevolgd door de verdorven geitenbok die het koninkrijk Griekenland vertegenwoordigt. Vervolgens ziet Daniël uit een van de vier winden waarin de vier horens van Griekenland waren uiteengevallen, een kleine hoorn opkomen die het vierde koninkrijk van Rome vertegenwoordigt. De kleine hoorn vertegenwoordigt beide fasen van Rome, die in vier verzen worden voorgesteld. Het heidense Rome wordt voorgesteld door de kleine hoorn in het mannelijk geslacht, en het pauselijke Rome als de kleine hoorn in het vrouwelijk geslacht.
And out of one of them came forth a little horn, which waxed exceeding great, toward the south, and toward the east, and toward the pleasant land. And it waxed great, even to the host of heaven; and it cast down some of the host and of the stars to the ground, and stamped upon them. Yea, he magnified himself even to the prince of the host, and by him the daily sacrifice was taken away, and the place of his sanctuary was cast down. And an host was given him against the daily sacrifice by reason of transgression, and it cast down the truth to the ground; and it practiced, and prospered. Daniel 8:9–12.
En uit een van die kwam een kleine hoorn voort, die uitermate groot werd, naar het zuiden en naar het oosten en naar het Sieraadland. En hij werd groot, ja, tot aan de heerschare des hemels; en hij wierp sommigen van de heerschare en van de sterren ter aarde neer en vertrad hen. Ja, hij verhief zich zelfs tot de Vorst van de heerschare, en door hem werd het gedurig offer weggenomen, en de plaats van Zijn heiligdom werd neergeworpen. En een heerschare werd hem overgegeven tegen het gedurig offer, vanwege de overtreding, en zij wierp de waarheid ter aarde; en zij handelde naar welgevallen en had voorspoed. Daniël 8:9–12.
The little horn of Rome that enters the narrative in verse nine, is represented in the masculine tense, and then in verse ten, the little horn is represented in the feminine tense, then in verse eleven, the little horn is represented in the masculine tense, and then in verse twelve the little horn is once again represented in the feminine tense.
De kleine hoorn van Rome die in vers negen in het verhaal verschijnt, wordt in de mannelijke vorm weergegeven, en vervolgens wordt de kleine hoorn in vers tien in de vrouwelijke vorm weergegeven; daarna wordt de kleine hoorn in vers elf in de mannelijke vorm weergegeven, en vervolgens wordt de kleine hoorn in vers twaalf opnieuw in de vrouwelijke vorm weergegeven.
Daniel chapter eight, hides the first kingdom, then the next two kingdoms are represented as corrupted sanctuary beasts, and the fourth kingdom is represented by a horn. The horn is prophetically corrupted for it appears as a man, then a woman, then a man and then a woman.
Daniël hoofdstuk acht verbergt het eerste koninkrijk; vervolgens worden de daaropvolgende twee koninkrijken voorgesteld als verdorven heiligdomsdieren, en het vierde koninkrijk wordt voorgesteld door een hoorn. De hoorn is profetisch verdorven, want hij verschijnt als een man, vervolgens een vrouw, daarna een man en vervolgens een vrouw.
The woman shall not wear that which pertaineth unto a man, neither shall a man put on a woman’s garment: for all that do so are abomination unto the Lord thy God. Deuteronomy 22:5.
Een vrouw zal geen mannenkleding dragen, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie dat doet, is de HEERE, uw God, een gruwel. Deuteronomium 22:5.
The male manifestation of the little horn of pagan Rome, is located in verses nine and eleven, while the feminine manifestation of the little horn of papal Rome, is located in verses ten and twelve. The gender of the little horn is recognized by considering the words of Daniel at the level of the original text, something that Miller could not have seen, for he only used Cruden’s Concordance, and Cruden’s Concordance provides no information about the original language. The oscillation of genders through the four verses was recognized by the translators of the King James Bible, and they did preserve the genders in the passage, if you know what to look for.
De mannelijke manifestatie van de kleine hoorn van het heidense Rome bevindt zich in de verzen negen en elf, terwijl de vrouwelijke manifestatie van de kleine hoorn van het pauselijke Rome zich in de verzen tien en twaalf bevindt. Het geslacht van de kleine hoorn wordt onderkend door de woorden van Daniël op het niveau van de grondtekst te beschouwen, iets wat Miller niet heeft kunnen zien, want hij maakte alleen gebruik van Crudens Concordance, en Crudens Concordance verschaft geen informatie over de oorspronkelijke taal. De afwisseling van geslachten door deze vier verzen heen werd door de vertalers van de King James Bible onderkend, en zij hebben de geslachten in het tekstgedeelte inderdaad bewaard, als men weet waar men op moet letten.
The translators recognized the distinction between the masculine and the feminine little horn of verses nine through twelve, and they represented the distinction by the word “it.” The word “it” is employed for the little horn when it is in its feminine tense. See Daniel chapter eight, verse ten:
De vertalers onderkenden het onderscheid tussen de mannelijke en de vrouwelijke kleine hoorn in de verzen negen tot en met twaalf, en zij brachten dat onderscheid tot uitdrukking door het woord „het”. Het woord „het” wordt gebruikt voor de kleine hoorn wanneer deze in zijn vrouwelijke vorm staat. Zie Daniël hoofdstuk acht, vers tien:
And it waxed great, even to the host of heaven; and it cast down some of the host and of the stars to the ground, and stamped upon them. Daniel 8:10.
En het werd groot, ja, tot aan het heir des hemels; en het wierp sommigen van dat heir en van de sterren ter aarde en vertrad hen. Daniël 8:10.
It “waxed great,” and “it cast down,” thus identifying the little horn as the woman. Verse twelve states:
Het „werd groot” en „het wierp neer”, waarmee de kleine hoorn als de vrouw wordt geïdentificeerd. Vers twaalf luidt:
And an host was given him against the daily sacrifice by reason of transgression, and it cast down the truth to the ground; and it practiced, and prospered. Daniel 8:12.
En een heir werd hem overgegeven tegen het dagelijks offer wegens de overtreding; en het wierp de waarheid ter aarde; en het handelde, en had voorspoed. Daniël 8:12.
In verse twelve, the word “him” is added, and does not accurately represent the little horn, for the little horn in the verse is twice identified as “it,” thus representing the feminine. The translators obviously recognized Daniel’s gender distinction, but were not certain about what Daniel intended, and they attempted to make the little horn in the verse male in gender by adding the italicized word “him,” but it is not sustained by Daniel’s actual words. His words identify the little horn as feminine and “it” (the feminine little horn), cast the truth to the ground, and “it” (the feminine little horn), practiced and prospered.
In vers twaalf is het woord „hem” toegevoegd, en het geeft de kleine hoorn niet nauwkeurig weer, want de kleine hoorn wordt in het vers tweemaal aangeduid als „het”, en vertegenwoordigt aldus het vrouwelijke. De vertalers erkenden kennelijk Daniels onderscheid in grammaticaal geslacht, maar waren niet zeker van wat Daniel bedoelde, en zij trachtten de kleine hoorn in het vers mannelijk te maken door het cursief gezette woord „hem” toe te voegen, maar dit wordt niet gedragen door Daniels eigen woorden. Zijn woorden duiden de kleine hoorn aan als vrouwelijk, en „het” (de vrouwelijke kleine hoorn) wierp de waarheid ter aarde, en „het” (de vrouwelijke kleine hoorn) handelde en had voorspoed.
In verse nine, the phrase “a little horn” is in the masculine gender and represents pagan Rome. It came from one of the “four winds” the Grecian Empire had dissolved into. In the verse, in agreement with history, pagan Rome conquered three geographical areas as it took its position upon the throne of the earth.
In vers negen staat de uitdrukking „een kleine hoorn” in het mannelijk geslacht en vertegenwoordigt zij het heidense Rome. Deze kwam voort uit een van de „vier winden” waarin het Griekse Rijk uiteengevallen was. In het vers veroverde het heidense Rome, in overeenstemming met de geschiedenis, drie geografische gebieden toen het zijn plaats op de troon der aarde innam.
And out of one of them came forth a little horn, which waxed exceeding great, toward the south, and toward the east, and toward the pleasant land. Daniel 8:9.
En uit een van die kwam een kleine hoorn voort, die uitermate groot werd, naar het zuiden, en naar het oosten, en naar het Sieraadland. Daniël 8:9.
In verse eleven (which is where the controversy over “the daily” finds one of its primary battlegrounds), the little horn is represented as “he,” “him” and “his.”
In vers elf (waar de controverse over „het dagelijks [offer]” een van haar voornaamste strijdtonelen vindt) wordt de kleine hoorn aangeduid met „hij”, „hem” en „zijn”.
Yea, he magnified himself even to the prince of the host, and by him the daily sacrifice was taken away, and the place of his sanctuary was cast down. Daniel 8:11.
Ja, hij verhief zich zelfs tot de Vorst van het heir, en door hem werd het dagelijks offer weggenomen, en de plaats van zijn heiligdom werd terneergeworpen. Daniël 8:11.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“Every principle in the word of God has its place, every fact its bearing. And the complete structure, in design and execution, bears testimony to its Author. Such a structure no mind but that of the Infinite could conceive or fashion.” Education, 123.
„Elk beginsel in het Woord van God heeft zijn plaats, elk feit zijn betekenis. En het volledige bouwwerk getuigt, in ontwerp en uitvoering, van zijn Auteur. Een zodanig bouwwerk kon geen ander verstand dan dat van de Oneindige bedenken of vormen.” Education, 123.