That “certain saint which spake” in Daniel chapter eight, verses thirteen and fourteen is Christ as Palmoni. In the book of Revelation, Christ is identified as Alpha and Omega, which among other wonderful truths, identifies Christ as the Wonderful Linguist, and together the books of Daniel and Revelation represent Christ as the Master of time and language. It is beyond human ability to understand the significance and depth of what it means that Christ, as Palmoni (the Numberer of Secrets), introduces that attribute of His character in the two verses that establish the central pillar of Adventism, but the secrets which the Numberer of Secrets chooses to reveal are our responsibility to recognize and defend.

Die „ene heilige die sprak” in Daniël hoofdstuk acht, verzen dertien en veertien, is Christus als Palmoni. In het boek Openbaring wordt Christus aangeduid als de Alfa en de Omega, hetgeen Hem, naast andere wonderlijke waarheden, identificeert als de Wonderbare Taalkundige; en samen stellen de boeken Daniël en Openbaring Christus voor als de Meester van tijd en taal. Het gaat het menselijk vermogen te boven de betekenis en diepte te verstaan van wat het inhoudt dat Christus, als Palmoni (de Teller van Geheimen), dat kenmerk van Zijn karakter introduceert in de twee verzen die de centrale pijler van het adventisme vestigen; maar de geheimen die de Teller van Geheimen verkiest te openbaren, zijn onze verantwoordelijkheid te onderkennen en te verdedigen.

The secret things belong unto the Lord our God: but those things which are revealed belong unto us and to our children forever, that we may do all the words of this law. Deuteronomy 29:29.

De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God; maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en voor onze kinderen tot in eeuwigheid, opdat wij al de woorden van deze wet doen. Deuteronomium 29:29.

A secret that has been revealed is that the Numberer of Secrets (Palmoni), is that “certain saint which spake,” and in the two verses where He reveals Himself, the central pillar of Adventism is identified. In those two verses the Wonderful Numberer identifies the “increase of knowledge” that He, as the Lion of the tribe of Judah unsealed in 1798. In those two verses, the jewels of Miller’s dream, that represent the “increase of knowledge,” were, by the direction of Palmoni’s hand, published upon the two tables of Habakkuk.

Een geopenbaard geheim is dat de Geheimteller (Palmoni) die „ene heilige die sprak” is, en in de twee verzen waarin Hij Zich openbaart, wordt de centrale pijler van het adventisme aangeduid. In die twee verzen identificeert de Wonderbare Teller de „toename van kennis” die Hij, als de Leeuw uit de stam van Juda, in 1798 heeft ontzegeld. In die twee verzen werden de juwelen uit Millers droom, die de „toename van kennis” voorstellen, op aanwijzing van Palmoni’s hand op de twee tafelen van Habakuk gepubliceerd.

Then I heard one saint speaking, and another saint said unto that certain saint which spake, How long shall be the vision concerning the daily sacrifice, and the transgression of desolation, to give both the sanctuary and the host to be trodden under foot? And he said unto me, Unto two thousand and three hundred days; then shall the sanctuary be cleansed. Daniel 8:13, 14.

Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tot die bepaalde heilige die sprak: Hoe lang zal het gezicht duren aangaande het dagelijks offer en de verwoestende overtreding, waardoor zowel het heiligdom als de heerschare ter vertreding worden prijsgegeven? En hij zei tot mij: Tot twee duizend en drie honderd dagen; daarna zal het heiligdom gereinigd worden. Daniël 8:13, 14.

After Daniel received the prophetic vision of the kingdoms of Bible prophecy, and then heard the heavenly dialogue in verses thirteen and fourteen, he sought to understand the “vision.”

Nadat Daniël het profetische visioen van de koninkrijken van de Bijbelse profetie had ontvangen en vervolgens de hemelse dialoog in de verzen dertien en veertien had gehoord, trachtte hij het „gezicht” te begrijpen.

And it came to pass, when I, even I Daniel, had seen the vision, and sought for the meaning, then, behold, there stood before me as the appearance of a man. And I heard a man’s voice between the banks of Ulai, which called, and said, Gabriel, make this man to understand the vision. Daniel 8:15, 16.

En het geschiedde, toen ik, ja ik, Daniël, het visioen gezien had en naar de betekenis ervan zocht, zie, daar stond iemand vóór mij met het voorkomen van een man. En ik hoorde een mensenstem tussen de oevers van de Ulai, die riep en zei: Gabriël, doe deze man het visioen verstaan. Daniël 8:15, 16.

The “vision” which Daniel is seeking to understand is the “chazon” vision, but the “mareh” vision, is what Gabriel is told to make Daniel understand. Every fact has its bearing, and if this fact is missed, the structure and design of the passage is essentially destroyed. In verse fifteen, when Daniel seeks to understand the “chazon” vision, the “mareh” is hidden, but still represented, for with the “appearance of a man” (Gabriel), the Hebrew word “mareh” is translated as “appearance”. In verse fifteen both words which have been translated as “vision” are represented. Daniel, in verse fifteen, seeks to understand the “chazon,” but Palmoni commands Gabriel, in verse sixteen to make Daniel understand the “mareh.” The design of these two verses is purposeful, and emphasizes the connection and difference between the two words.

Het „gezicht” dat Daniël tracht te begrijpen, is het „chazon”-gezicht; maar het „mareh”-gezicht is datgene waarvan Gabriël wordt opgedragen Daniël het te doen begrijpen. Elk feit heeft zijn betekenis, en indien dit feit wordt gemist, wordt de structuur en opzet van de passage in wezen tenietgedaan. In vers vijftien, wanneer Daniël tracht het „chazon”-gezicht te begrijpen, is het „mareh” verborgen, maar toch vertegenwoordigd, want in de uitdrukking „de gedaante van een man” (Gabriël) wordt het Hebreeuwse woord „mareh” vertaald als „gedaante”. In vers vijftien zijn beide woorden die als „gezicht” zijn vertaald, vertegenwoordigd. Daniël tracht in vers vijftien het „chazon” te begrijpen, maar Palmoni gebiedt Gabriël in vers zestien Daniël het „mareh” te doen begrijpen. De opzet van deze twee verzen is doelbewust en benadrukt de samenhang en het verschil tussen de twee woorden.

It is Palmoni that commands Gabriel to make Daniel understand the “mareh,” for the One that commands Gabriel is the One who stands upon the water, and Gabriel heard His voice, “a man’s voice between the banks of Ulai.” It is the Ulai river that runs between the banks, and it is Christ who stands upon the water in the Scriptures. Accompanied with that fact, is the fact that Christ, as the archangel, is the One who commands the angels. The voice between the banks, is the voice of “that certain saint” in verse thirteen, and it is His word that commands Gabriel to make Daniel understand the “mareh” vision. In chapter twelve of Daniel, Christ once again is between the banks of the river. In chapter twelve He is clothed in linen, and swares by Him that liveth forever.

Het is Palmoni die Gabriël gebiedt Daniël de „mareh” te doen begrijpen, want Degene die Gabriël gebiedt, is Degene die op het water staat, en Gabriël hoorde Zijn stem, „een mensenstem tussen de oevers van de Ulai”. Het is de rivier de Ulai die tussen de oevers stroomt, en het is Christus die in de Schriften op het water staat. Daarmee verbonden is het feit dat Christus, als de aartsengel, Degene is die de engelen gebiedt. De stem tussen de oevers is de stem van „die ene heilige” in vers dertien, en het is Zijn woord dat Gabriël gebiedt Daniël het visioen van de „mareh” te doen begrijpen. In Daniëls twaalfde hoofdstuk bevindt Christus Zich opnieuw tussen de oevers van de rivier. In hoofdstuk twaalf is Hij bekleed met linnen en zweert bij Hem Die leeft in eeuwigheid.

But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased. Then I Daniel looked, and, behold, there stood other two, the one on this side of the bank of the river, and the other on that side of the bank of the river. And one said to the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, How long shall it be to the end of these wonders? And I heard the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, when he held up his right hand and his left hand unto heaven, and sware by him that liveth for ever that it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished. Daniel 12:4–7.

Maar gij, o Daniël, sluit deze woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde; velen zullen het doorvorsen, en de kennis zal vermeerderd worden. Toen zag ik, Daniël, en zie, er stonden twee anderen, de een aan deze zijde van de oever der rivier en de ander aan die zijde van de oever der rivier. En de een zeide tot de Man, met linnen bekleed, Die boven de wateren der rivier was: Hoe lang zal het zijn tot het einde van deze wonderlijke dingen? En ik hoorde de Man, met linnen bekleed, Die boven de wateren der rivier was, toen Hij Zijn rechterhand en Zijn linkerhand ophief naar de hemel en zwoer bij Hem Die leeft in eeuwigheid, dat het zou zijn voor een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer Hij voleindigd zal hebben de macht van het heilige volk te verstrooien, zullen al deze dingen voleindigd zijn. Daniël 12:4–7.

The Man who was “clothed in linen, which was upon the waters of the river,” “held up His right hand and His left hand unto heaven, and sware by Him that liveth forever,” and He is the same Man, who in chapter eight commanded Gabriel. In Revelation chapter ten, Christ also held up His hand and swore by Him who lives forever, but there He is standing upon both the water and the earth.

De Man die „in linnen gekleed was, die zich boven de wateren van de rivier bevond”, „hief Zijn rechterhand en Zijn linkerhand op naar de hemel en zwoer bij Hem die leeft in alle eeuwigheid”, en Hij is dezelfde Man die in hoofdstuk acht Gabriël bevel gaf. In Openbaring hoofdstuk tien hief Christus eveneens Zijn hand op en zwoer bij Hem die leeft in alle eeuwigheid, maar daar staat Hij zowel op het water als op de aarde.

And the angel which I saw stand upon the sea and upon the earth lifted up his hand to heaven, And sware by him that liveth for ever and ever, who created heaven, and the things that therein are, and the earth, and the things that therein are, and the sea, and the things which are therein, that there should be time no longer. Revelation 10:5, 6.

En de engel die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn hand op naar de hemel, en zwoer bij Hem die leeft in alle eeuwigheid, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarop is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn. Openbaring 10:5, 6.

The mighty angel of chapter ten of Revelation, is Palmoni, who spake to Gabriel from between the banks of the river in chapter eight, and identified when the “end of” the “wonders” would occur in chapter twelve. In Revelation chapter ten, He is the one who roared as a “lion,” for He is there represented as the Lion of the tribe of Judah.

De machtige engel van hoofdstuk tien van Openbaring is Palmoni, die in hoofdstuk acht tot Gabriël sprak van tussen de oevers van de rivier, en in hoofdstuk twaalf aangaf wanneer het “einde van” de “wonderen” zou plaatsvinden. In Openbaring hoofdstuk tien is Hij Degene die brulde als een “leeuw”, want daar wordt Hij voorgesteld als de Leeuw uit de stam van Juda.

And one of the elders saith unto me, Weep not: behold, the Lion of the tribe of Juda, the Root of David, hath prevailed to open the book, and to loose the seven seals thereof. And I beheld, and, lo, in the midst of the throne and of the four beasts, and in the midst of the elders, stood a Lamb as it had been slain, having seven horns and seven eyes, which are the seven Spirits of God sent forth into all the earth. And he came and took the book out of the right hand of him that sat upon the throne. Revelation 5:5–7.

En een van de oudsten zeide tot mij: Ween niet; zie, de Leeuw uit de stam van Juda, de Wortel van David, heeft overwonnen om het boek te openen en zijn zeven zegels te verbreken. En ik zag, en zie, in het midden van de troon en van de vier dieren, en in het midden van de oudsten, stond een Lam als geslacht, hebbende zeven hoornen en zeven ogen, welke zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde. En Het kwam en nam het boek uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. Openbaring 5:5–7.

As the Lion of the tribe of Judah, Christ is the lamb that prevailed to unseal the book that was sealed with seven seals. Whether He is walking upon the water in the book of Daniel, or has one foot on the sea and the other on the earth in Revelation, each of the prophetic representations are associated with prophetic time. And as the Lion of the tribe of Judah, Christ both seals up and unseals His Word. As He sealed up the book of Daniel, He also sealed up the seven thunders in Revelation chapter ten.

Als de Leeuw uit de stam van Juda is Christus het Lam dat overwon om het boek te openen dat met zeven zegels verzegeld was. Of Hij nu in het boek Daniël op het water wandelt, of in Openbaring één voet op de zee en de andere op de aarde heeft, elk van de profetische voorstellingen is verbonden met profetische tijd. En als de Leeuw uit de stam van Juda verzegelt Christus zowel Zijn Woord als dat Hij het ontsluit. Zoals Hij het boek van Daniël verzegelde, zo verzegelde Hij ook de zeven donderslagen in Openbaring hoofdstuk tien.

“The mighty angel who instructed John was no less a personage than Jesus Christ. Setting His right foot on the sea, and His left upon the dry land, shows the part which He is acting in the closing scenes of the great controversy with Satan. This position denotes His supreme power and authority over the whole earth. The controversy had waxed stronger and more determined from age to age, and will continue to do so, to the concluding scenes when the masterly working of the powers of darkness shall reach their height. Satan, united with evil men, will deceive the whole world and the churches who receive not the love of the truth. But the mighty angel demands attention. He cries with a loud voice. He is to show the power and authority of His voice to those who have united with Satan to oppose the truth.

„De machtige engel die Johannes onderrichtte, was niemand minder dan Jezus Christus. Dat Hij Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op het droge zette, toont de rol die Hij vervult in de slottonelen van de grote strijd met Satan. Deze houding duidt op Zijn hoogste macht en gezag over de gehele aarde. De strijd was van eeuw tot eeuw heviger en vastberadener geworden, en zal daarmee voortgaan tot aan de slottonelen, wanneer de meesterlijke werking van de machten der duisternis haar hoogtepunt zal bereiken. Satan, verenigd met goddeloze mensen, zal de gehele wereld misleiden en de kerken die de liefde der waarheid niet aannemen. Maar de machtige engel eist aandacht. Hij roept met luide stem. Hij zal hun die zich met Satan hebben verbonden om zich tegen de waarheid te verzetten, de macht en het gezag van Zijn stem tonen.

“After these seven thunders uttered their voices, the injunction comes to John as to Daniel in regard to the little book: ‘Seal up those things which the seven thunders uttered.’ These relate to future events which will be disclosed in their order. Daniel shall stand in his lot at the end of the days. John sees the little book unsealed. Then Daniel’s prophecies have their proper place in the first, second, and third angels’ messages to be given to the world. The unsealing of the little book was the message in relation to time.

“Nadat deze zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, komt tot Johannes, evenals tot Daniël met betrekking tot het kleine boek, het bevel: ‘Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben.’ Deze hebben betrekking op toekomstige gebeurtenissen die te zijner tijd geopenbaard zullen worden. Daniël zal opstaan in zijn lot aan het einde der dagen. Johannes ziet het kleine boek geopend. Dan nemen de profetieën van Daniël hun juiste plaats in in de eerste, de tweede en de derde engelenboodschap die aan de wereld gegeven moeten worden. Het openen van het kleine boek was de boodschap met betrekking tot de tijd.”

“The books of Daniel and the Revelation are one. One is a prophecy, the other a revelation; one a book sealed, the other a book opened. John heard the mysteries which the thunders uttered, but he was commanded not to write them.

„De boeken Daniël en Openbaring vormen één geheel. Het ene is een profetie, het andere een openbaring; het ene een verzegeld boek, het andere een geopend boek. Johannes hoorde de verborgenheden die de donderslagen uitspraken, maar hem werd bevolen die niet op te schrijven.

“The special light given to John which was expressed in the seven thunders was a delineation of events which would transpire under the first and second angels’ messages.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.

„Het bijzondere licht dat aan Johannes werd gegeven en dat in de zeven donderslagen tot uitdrukking kwam, was een afbakening van gebeurtenissen die zich onder de boodschappen van de eerste en de tweede engel zouden voltrekken.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 971.

Christ, represented as Palmoni, the Man in chapters eight and twelve who is upon the water, is also the mighty angel with the little book in His hand. He is the Lion of the tribe of Judah that seals and unseals His Word, and He is the one who commands Gabriel, for He is Michael the archangel.

Christus, voorgesteld als Palmoni, de Man in de hoofdstukken acht en twaalf die op het water is, is ook de machtige engel met het kleine boek in Zijn hand. Hij is de Leeuw uit de stam van Juda die Zijn Woord verzegelt en ontzegelt, en Hij is Degene die Gabriël bevel geeft, want Hij is Michaël, de aartsengel.

Yet Michael the archangel, when contending with the devil he disputed about the body of Moses, durst not bring against him a railing accusation, but said, The Lord rebuke thee. Jude 1:9.

Maar Michaël, de aartsengel, durfde, toen hij met de duivel twistte en met hem over het lichaam van Mozes in geschil was, geen smadelijk oordeel tegen hem uit te brengen, maar zei: De Heere bestraffe u. Judas 1:9.

Michael is Christ’s name, and that name represents that He is the commander of not only the angels, but He is also the one who has the power to resurrect. The name Michael means “who is like God”. When Nebuchadnezzar saw one like unto the son of God in the furnace with the three worthies, he saw Michael. And the archangel Michael, is also the prince of God’s people that the little horn of pagan Rome magnified themselves against at the cross in fulfillment of Daniel chapter eight, verse eleven.

Michael is de naam van Christus, en die naam geeft aan dat Hij niet alleen de bevelhebber van de engelen is, maar ook Degene die de macht heeft om op te wekken. De naam Michael betekent: „wie is als God”. Toen Nebukadnezar in de oven Iemand zag gelijk de Zoon van God met de drie mannen, zag hij Michael. En de aartsengel Michael is ook de Vorst van Gods volk, tegen Wie de kleine hoorn van het heidense Rome zich verhief aan het kruis, in vervulling van Daniël hoofdstuk acht, vers elf.

But I will show thee that which is noted in the scripture of truth: and there is none that holdeth with me in these things, but Michael your prince. Daniel 10:21.

Maar Ik zal u bekendmaken wat opgetekend is in het Schrift der waarheid; en er is niemand die mij in deze dingen terzijde staat, behalve Michaël, uw vorst. Daniël 10:21.

It is Michael who commands the angels, who resurrects the dead and who decides when probation closes.

Het is Michaël die de engelen aanvoert, die de doden opwekt en die beslist wanneer de genadetijd wordt afgesloten.

“‘And at that time shall Michael stand up, the great prince which standeth for the children of thy people: and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, everyone that shall be found written in the book.’ When this time of trouble comes, every case is decided; there is no longer probation, no longer mercy for the impenitent. The seal of the living God is upon His people. This small remnant, unable to defend themselves in the deadly conflict with the powers of earth that are marshaled by the dragon host, make God their defense. The decree has been passed by the highest earthly authority that they shall worship the beast and receive his mark under pain of persecution and death. May God help His people now, for what can they then do in such a fearful conflict without His assistance!” Testimonies, volume 5, 212.

“‘En te dien tijde zal Michaël opstaan, de grote vorst, die staat voor de kinderen van uw volk; en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk bestaat tot op diezelfde tijd; en in die tijd zal uw volk ontkomen, ieder die in het boek geschreven wordt gevonden.’ Wanneer deze tijd van benauwdheid aanbreekt, is iedere zaak beslist; er is geen genadetijd meer, geen barmhartigheid meer voor de onboetvaardigen. Het zegel van de levende God rust op Zijn volk. Dit kleine overblijfsel, niet in staat zichzelf te verdedigen in het dodelijke conflict met de machten der aarde die door de schare van de draak zijn opgesteld, maakt God tot zijn verdediging. Door de hoogste aardse autoriteit is het bevel uitgevaardigd dat zij het beest zullen aanbidden en zijn merkteken zullen ontvangen, op straffe van vervolging en dood. Moge God Zijn volk nu helpen, want wat kunnen zij dan in zulk een vreselijk conflict zonder Zijn bijstand doen!” Testimonies, deel 5, 212.

The final secret which the Lion of the tribe of Judah unseals is the Revelation of Jesus Christ, and it includes that He is in control of the design and structure of every element of His prophetic Word. The Man in linen that stands upon the waters, who lifts up His hand and swares by Him that liveth forever, and who cries as a Lion, which causes seven thunders to utter their voices, is He who seals up the book of Daniel and seals up the seven thunders of Revelation. It is He who unseals the book that is sealed with seven seals, who has the power to resurrect, and who is the great Prince that stands up and announces the end of probation. When Palmoni commanded Gabriel to make Daniel to understand the “mareh” vision, He meant exactly that.

Het laatste geheim dat de Leeuw uit de stam van Juda ontsluit, is de Openbaring van Jezus Christus, en het omvat dat Hij de regie voert over het ontwerp en de structuur van elk element van Zijn profetische Woord. De Man in linnen, die op de wateren staat, die Zijn hand opheft en zweert bij Hem die in eeuwigheid leeft, en die roept als een Leeuw, waardoor zeven donderslagen hun stemmen doen horen, is Degene die het boek van Daniël verzegelt en de zeven donderslagen van de Openbaring verzegelt. Hij is het die het boek ontsluit dat met zeven zegels verzegeld is, die de macht heeft om op te wekken, en die de grote Vorst is die opstaat en het einde van de genadetijd aankondigt. Toen Palmoni Gabriël gebood Daniël het gezicht van de “mareh” te doen verstaan, bedoelde Hij precies dat.

He did not command Gabriel to make Daniel understand the “chazon” vision. The “chazon” vision is the vision of the kingdoms of Bible prophecy in Daniel chapter eight, verses one through twelve, and it is also the “vision” that is referenced in verse thirteen, within a question of duration. “How long shall be the vision?” The “chazon” vision concerns the daily (paganism) and the transgression (papalism) desolating powers that trample down the sanctuary and host.

Hij droeg Gabriël niet op Daniël de “chazon”-visioen te doen begrijpen. Het “chazon”-visioen is het visioen van de koninkrijken van de Bijbelse profetie in Daniël hoofdstuk acht, verzen één tot en met twaalf, en het is tevens het “visioen” waarnaar in vers dertien wordt verwezen, binnen een vraag naar duur. “Hoe lang zal het visioen zijn?” Het “chazon”-visioen betreft de dagelijkse (heidendom) en de overtreding (pausdom) als verwoestende machten die het heiligdom en het heerleger vertrappen.

Then I heard one saint speaking, and another saint said unto that certain saint which spake, How long shall be the vision concerning the daily sacrifice, and the transgression of desolation, to give both the sanctuary and the host to be trodden under foot? Daniel 8:13.

Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tot die bepaalde heilige die sprak: Hoe lang zal het gezicht duren aangaande het dagelijks offer en de overtreding der verwoesting, dat zowel het heiligdom als het leger aan vertrapping zouden worden prijsgegeven? Daniël 8:13.

Christ, as Palmoni (the Wonderful Numberer), is asked “how long” shall be the “chazon” vision, and he answers, “unto two thousand and three hundred days; then shall the sanctuary be cleansed.” Daniel then desires to understand the “chazon” vision which concerns “the daily sacrifice, and the transgression of desolation, to give both the sanctuary and the host to be trodden under foot.” But Gabriel is commanded to make Daniel understand the “mareh” vision. Every fact has its bearing in God’s Word. The “mareh” vision, is the vision of the evening and mornings identified in verse twenty-six.

Christus wordt, als Palmoni (de Wonderbare Tellenaar), gevraagd: „hoe lang” zal het „chazon”-visioen duren, en Hij antwoordt: „tot tweeduizend en driehonderd dagen; dan zal het heiligdom gereinigd worden.” Daniël verlangt vervolgens het „chazon”-visioen te verstaan, dat betrekking heeft op „het dagelijks offer, en de overtreding der verwoesting, om zowel het heiligdom als het heir over te geven om vertreden te worden.” Maar Gabriël krijgt het bevel Daniël het „mareh”-visioen te doen verstaan. Elk feit heeft zijn betekenis in Gods Woord. Het „mareh”-visioen is het visioen van de avonden en morgens, aangeduid in vers zesentwintig.

And the vision of the evening and the morning which was told is true: wherefore shut thou up the vision; for it shall be for many days. Daniel 8:26.

En het gezicht van de avond en de morgen, waarvan gesproken is, is waar; daarom, sluit het gezicht toe, want het zal nog voor vele dagen zijn. Daniël 8:26.

The word “vision” is mentioned twice in the verse. The first reference is the “mareh” vision and the second is the “chazon” vision. The “mareh” vision is the vision of “the evening and mornings.” The Hebrew expression of “evening and mornings” is often found in the Bible, and it is always translated as “evening and mornings,” as it is in verse twenty-six. The only place in the Bible where it is translated differently than “evening and mornings,” is in verse fourteen, where it is translated as simply “days.” The actual Hebrew of verse fourteen would read, “Unto twenty-three hundred evenings and mornings.”

Het woord „visioen” wordt in het vers tweemaal genoemd. De eerste verwijzing is het „mareh”-visioen en de tweede het „chazon”-visioen. Het „mareh”-visioen is het visioen van „de avonden en morgens”. De Hebreeuwse uitdrukking „avonden en morgens” komt vaak in de Bijbel voor, en zij wordt altijd vertaald als „avonden en morgens”, zoals in vers zesentwintig. De enige plaats in de Bijbel waar zij anders wordt vertaald dan als „avonden en morgens”, is in vers veertien, waar zij eenvoudig als „dagen” wordt vertaald. Het eigenlijke Hebreeuws van vers veertien zou luiden: „Tot drieëntwintighonderd avonden en morgens.”

The verse that is the central pillar of Adventism, is the only verse in God’s Word where “evening and mornings” is expressed simply as “days.” Every fact has its bearing, and if nothing else, it is clear that Palmoni was purposely emphasizing the verse. He did so by directing the minds of those who translated the King James Bible to write the phrase differently than it is always written in His Word. The point that is to be derived from this fact, is that when Gabriel is told to make Daniel understand the “mareh” vision, he is being told to make Daniel understand the vision of the appearance of 1844, and not the “chazon” vision concerning the trampling down the sanctuary and the host.

Het vers dat de centrale pijler van het adventisme is, is het enige vers in Gods Woord waarin „avond en morgens” eenvoudig wordt weergegeven als „dagen”. Elk feit heeft zijn betekenis, en al was er verder niets anders, dan is het duidelijk dat Palmoni het vers opzettelijk benadrukte. Hij deed dit door de gedachten te leiden van hen die de King James Bible vertaalden, zodat zij de uitdrukking anders schreven dan zij elders in Zijn Woord steeds wordt geschreven. Het punt dat uit dit feit moet worden afgeleid, is dat, wanneer Gabriël wordt opgedragen Daniël het visioen van de „mareh” te doen verstaan, hem wordt opgedragen Daniël het visioen van de verschijning van 1844 te doen verstaan, en niet het visioen van de „chazon” betreffende het vertreden van het heiligdom en het heerleger.

The vision of the “evening and mornings” is about an appearance that occurs when the cleansing of the sanctuary began on October 22, 1844. The vision of the appearance of October 22, 1844, is not about the trampling down of the sanctuary, but of the cleansing of the sanctuary. Was there a prophetic appearance on that date?

Het visioen van de „avonden en morgens” betreft een verschijning die plaatsvindt toen de reiniging van het heiligdom op 22 oktober 1844 begon. Het visioen van de verschijning van 22 oktober 1844 gaat niet over de vertreding van het heiligdom, maar over de reiniging van het heiligdom. Was er op die datum een profetische verschijning?

“The coming of Christ as our high priest to the most holy place, for the cleansing of the sanctuary, brought to view in Daniel 8:14; the coming of the Son of man to the Ancient of Days, as presented in Daniel 7:13; and the coming of the Lord to His temple, foretold by Malachi, are descriptions of the same event; and this is also represented by the coming of the bridegroom to the marriage, described by Christ in the parable of the ten virgins, of Matthew 25.” The Great Controversy, 426.

„De komst van Christus als onze Hogepriester naar het Allerheiligste, voor de reiniging van het heiligdom, voorgesteld in Daniël 8:14; de komst van de Mensenzoon tot de Oude van dagen, zoals weergegeven in Daniël 7:13; en de komst van de Heer tot Zijn tempel, voorzegd door Maleachi, zijn beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis; en deze wordt ook uitgebeeld door de komst van de bruidegom naar de bruiloft, zoals door Christus beschreven in de gelijkenis van de tien maagden, in Matteüs 25.” The Great Controversy, 426.

Gabriel was instructed to make Daniel understand the prophetic appearance of Christ in His temple on October 22, 1844. For this reason, Gabriel gave Daniel a second witness to the date of October 22, 1844, for Gabriel led every Bible author that recorded some form of the biblical principle that identifies that truth is established upon the testimony of two. If Gabriel was to make Daniel understand October 22, 1844, he would need a second witness to establish “the vision of the appearance.”

Gabriël kreeg opdracht Daniël inzicht te geven in de profetische verschijning van Christus in Zijn tempel op 22 oktober 1844. Om deze reden gaf Gabriël Daniël een tweede getuige voor de datum van 22 oktober 1844, want Gabriël leidde iedere bijbelschrijver die een of andere vorm optekende van het bijbelse beginsel dat waarheid wordt bevestigd op het getuigenis van twee. Indien Gabriël Daniël 22 oktober 1844 duidelijk moest doen begrijpen, zou hij een tweede getuige nodig hebben om „het gezicht van de verschijning” te bevestigen.

Gabriel begins his work by first addressing Daniel’s desire to understand the “chazon” vision, and he does so by identifying that the “chazon” vision, is the vision that concludes at the “time of the end” in 1798.

Gabriël begint zijn werk door eerst in te gaan op Daniëls verlangen om het visioen van de “chazon” te begrijpen, en hij doet dit door vast te stellen dat het visioen van de “chazon” het visioen is dat eindigt in de “tijd van het einde” in 1798.

And I heard a man’s voice between the banks of Ulai, which called, and said, Gabriel, make this man to understand the vision. So he came near where I stood: and when he came, I was afraid, and fell upon my face: but he said unto me, Understand, O son of man: for at the time of the end shall be the vision. Daniel 8:16, 17.

En ik hoorde een mensenstem tussen de oevers van de Ulai, die riep en zei: Gabriël, doe deze man het gezicht verstaan. Toen kwam hij naderbij, waar ik stond; en toen hij kwam, werd ik bevreesd en viel op mijn aangezicht; maar hij zei tot mij: Versta, mensenkind, want het gezicht ziet op de tijd van het einde. Daniël 8:16, 17.

The “vision” in the previous verse, that is “at the time of the end” is the “chazon” vision, and the “time of the end” in the book of Daniel is 1798. This is the “vision” which Daniel had sought to understand, but it was not the “vision” Gabriel was told to make Daniel to understand. For that Gabriel is going to provide a second witness.

Het „gezicht” in het vorige vers, dat wil zeggen „ten tijde van het einde”, is het „chazon”-gezicht, en de „tijd van het einde” in het boek Daniël is 1798. Dit is het „gezicht” dat Daniël had getracht te begrijpen, maar het was niet het „gezicht” waarvan Gabriël was opgedragen Daniël het te doen begrijpen. Daarvoor zal Gabriël een tweede getuige verschaffen.

So he came near where I stood: and when he came, I was afraid, and fell upon my face: but he said unto me, Understand, O son of man: for at the time of the end shall be the vision. Now as he was speaking with me, I was in a deep sleep on my face toward the ground: but he touched me, and set me upright. And he said, Behold, I will make thee know what shall be in the last end of the indignation: for at the time appointed the end shall be. Daniel 8:17–19.

Zo kwam hij naderbij waar ik stond; en toen hij kwam, werd ik bevreesd en viel op mijn aangezicht; maar hij zei tot mij: Begrijp, mensenkind, want het gezicht ziet op de tijd van het einde. Terwijl hij nu met mij sprak, viel ik in een diepe slaap met mijn aangezicht ter aarde; maar hij raakte mij aan en zette mij overeind. En hij zei: Zie, ik zal u doen weten wat er zal geschieden in het laatste einde van de gramschap; want op de vastgestelde tijd zal het einde er zijn. Daniël 8:17–19.

Gabriel takes up his job assignment by informing Daniel to, “behold,” which is informing Daniel to consider the next fact. The next fact is that the “last indignation,” of the two “seven times” of Leviticus twenty-six, ends in 1844. The “last indignation” is directly identified as a time prophecy, for it has a “time appointed” that it will “end.” The “indignation” must represent a period of time, for it has a “time appointed” for its ending. If the “indignation” was simply a point in time it would not have an end, it would simply be the point when it took place.

Gabriël neemt zijn opgedragen taak op zich door Daniël te zeggen: „zie”, waarmee hij Daniël erop wijst het volgende feit in overweging te nemen. Het volgende feit is dat de „laatste gramschap” van de twee „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig in 1844 eindigt. De „laatste gramschap” wordt rechtstreeks aangeduid als een tijdsprofetie, want zij heeft een „vastgestelde tijd” waarop zij zal „eindigen”. De „gramscha p” moet een tijdsperiode vertegenwoordigen, want zij heeft een „vastgestelde tijd” voor haar einde. Indien de „gramscha p” eenvoudigweg een tijdstip was, zou zij geen einde hebben; zij zou eenvoudigweg het tijdstip zijn waarop zij plaatsvond.

The “indignation” had an ending point that is marked, so it represents the end of a period of time. The period of time is represented as “the last indignation.” If there is a last, then there must be a first. The “first indignation” is identified in Daniel chapter eleven, and there it is also a period of time, for the papacy was going to “practice and prosper” until the end of the “indignation”.

De „gramschap” had een gemarkeerd eindpunt en vertegenwoordigt daarom het einde van een tijdsperiode. De tijdsperiode wordt voorgesteld als „de laatste gramschap”. Als er een laatste is, dan moet er ook een eerste zijn. De „eerste gramschap” wordt geïdentificeerd in Daniël hoofdstuk elf, en ook daar is zij een tijdsperiode, want het pausdom zou „handelen en voorspoedig zijn” tot aan het einde van de „gramschap”.

And some of them of understanding shall fall, to try them, and to purge, and to make them white, even to the time of the end: because it is yet for a time appointed. And the king shall do according to his will; and he shall exalt himself, and magnify himself above every god, and shall speak marvellous things against the God of gods, and shall prosper till the indignation be accomplished: for that that is determined shall be done. Daniel 11:35, 36.

En sommigen van hen die inzicht hebben, zullen vallen, om hen te beproeven, en om hen te reinigen, en om hen wit te maken, tot de tijd van het einde; want het is nog voor een vastgestelde tijd. En de koning zal handelen naar zijn eigen wil; en hij zal zichzelf verheffen, en zichzelf grootmaken boven elke god, en hij zal wonderlijke dingen spreken tegen de God der goden, en hij zal voorspoedig zijn totdat de gramschap voleindigd is; want wat besloten is, zal geschieden. Daniël 11:35, 36.

In these two verses, the king that does according to his will and exalts himself is the subject. Verse thirty-six is the verse Paul paraphrases, as he identifies the “man of sin” who is seated in the temple of God showing himself that he is God. The persecution of the Dark Ages from the year 538 through to 1798 is identified in verse thirty-five, and it continues until “the time of the end” which was 1798, which was the “time appointed.” Verse thirty-six then identifies that the papacy would “prosper” “till the indignation be accomplished.” The verse identifies that the papacy prospered until 1798, at which point, the first “indignation,” had been “accomplished.” God’s prophetic Word had “determined” that the papacy would continue for twelve hundred and sixty years, until 1798, which was the “time of the end.”

In deze twee verzen staat de koning die handelt naar zijn welgevallen en zichzelf verheft centraal. Vers zesendertig is het vers dat Paulus parafraseert, wanneer hij de „mens der zonde” aanduidt, die in de tempel van God gezeten is en van zichzelf vertoont dat hij God is. De vervolging gedurende de Donkere Middeleeuwen, vanaf het jaar 538 tot en met 1798, wordt aangeduid in vers vijfendertig, en zij duurt voort tot „de tijd van het einde”, hetgeen 1798 was, de „bestemde tijd”. Vers zesendertig geeft vervolgens te kennen dat het pausdom zou „voorspoedig zijn” „totdat de gramschap voleindigd zij”. Het vers geeft aan dat het pausdom voorspoedig was tot 1798, op welk ogenblik de eerste „gramscha[p]” was „voleindigd”. Gods profetisch Woord had „bepaald” dat het pausdom twaalfhonderd zestig jaar zou voortduren, tot 1798, hetgeen „de tijd van het einde” was.

The first “indignation” ended in 1798, and “the last indignation” ended in 1844. Both indignations are represented as periods of time, which had specific endings, thus identifying them both as time prophecies. Gabriel was commanded by Palmoni to make Daniel understand the appearance vision (“mareh”), of the “evening and mornings” (days) that identified October 22, 1844, and he did so by providing a second witness to that date.

De eerste „verbolgenheid” eindigde in 1798, en „de laatste verbolgenheid” eindigde in 1844. Beide verbolgenheden worden voorgesteld als tijdsperioden, die een welbepaald einde hadden, en worden daardoor beide geïdentificeerd als tijdsprofetieën. Gabriël kreeg van Palmoni het bevel Daniël het verschijningsgezicht („mareh”) van de „avonden en morgens” (dagen), die 22 oktober 1844 aanwezen, te doen begrijpen, en hij deed dit door een tweede getuige voor die datum te verschaffen.

The “chazon” vision of verse thirteen, which Daniel desired to understand, was the vision of the trampling down that ended at the “time of the end” in 1798. The “mareh” vision of verse fourteen, ended with the appearance of Christ in the Most Holy Place on October 22, 1844, in fulfillment of the time prophecy of twenty-three hundred years, and also the fulfillment of the time prophecy of the twenty-five hundred and twenty years. Both of those time prophecies are represented upon Habakkuk’s sacred tables, which Sister White identifies were directed by the hand of the Lord, and should not be altered.

Het visioen, de „chazon” van vers dertien, dat Daniël verlangde te begrijpen, was het visioen van de vertreding, die eindigde in de „tijd van het einde” in 1798. Het visioen, de „mareh” van vers veertien, eindigde met de verschijning van Christus in het Allerheiligste op 22 oktober 1844, ter vervulling van de tijdsprofetie van tweeduizend driehonderd jaar, en tevens ter vervulling van de tijdsprofetie van de tweeduizend vijfhonderd twintig jaar. Beide tijdsprofetieën zijn weergegeven op de heilige tafelen van Habakuk, waarvan Zuster White verklaart dat zij door de hand van de Heer werden geleid en niet veranderd mogen worden.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“We have many lessons to learn, and many, many to unlearn. God and heaven alone are infallible. Those who think that they will never have to give up a cherished view, never have occasion to change an opinion, will be disappointed. As long as we hold to our own ideas and opinions with determined persistency, we cannot have the unity for which Christ prayed.” Review and Herald, July 26, 1892.

„Wij hebben veel lessen te leren, en heel, heel veel af te leren. Alleen God en de hemel zijn onfeilbaar. Degenen die menen dat zij nooit een geliefkoesterde opvatting zullen hoeven prijs te geven, nooit aanleiding zullen hebben een mening te veranderen, zullen teleurgesteld worden. Zolang wij met vastberaden volharding vasthouden aan onze eigen ideeën en opvattingen, kunnen wij de eenheid waarvoor Christus bad, niet bezitten.” Review and Herald, 26 juli 1892.