We ended a recent article with a passage from Prophets and Kings, where Sister White identified that Daniel was seeking to “understand the relation sustained by the seventy years’ captivity, as foretold through Jeremiah, to the twenty-three hundred years that in vision he heard the heavenly visitant declare should elapse before the cleansing of God’s sanctuary.”
Wij besloten een recent artikel met een passage uit Prophets and Kings, waarin zuster White aangaf dat Daniël trachtte te „begrijpen welke verhouding bestond tussen de zeventigjarige gevangenschap, zoals door Jeremia voorzegd, en de tweeduizend driehonderd jaren waarvan hij in het visioen de hemelse bezoeker hoorde verklaren dat zij moesten verstrijken vóór de reiniging van Gods heiligdom.”
“Through another vision further light was thrown upon the events of the future; and it was at the close of this vision that Daniel heard ‘one saint speaking, and another saint said unto that certain saint which spake, How long shall be the vision?’ Daniel 8:13. The answer that was given, ‘Unto two thousand and three hundred days; then shall the sanctuary be cleansed’ (verse 14), filled him with perplexity. Earnestly he sought for the meaning of the vision. He could not understand the relation sustained by the seventy years’ captivity, as foretold through Jeremiah, to the twenty-three hundred years that in vision he heard the heavenly visitant declare should elapse before the cleansing of God’s sanctuary. The angel Gabriel gave him a partial interpretation; yet when the prophet heard the words, ‘The vision … shall be for many days,’ he fainted away. ‘I Daniel fainted,’ he records of his experience, ‘and was sick certain days; afterward I rose up, and did the king’s business; and I was astonished at the vision, but none understood it.’ Verses 26, 27.” Prophets and Kings, 553, 554.
„Door een ander visioen werd verder licht geworpen op de gebeurtenissen van de toekomst; en het was aan het einde van dit visioen dat Daniël hoorde: ‘den eenen heilige spreken, en de andere heilige zeide tot den zekeren heilige, die daar sprak: Tot hoe lang zal dit gezicht zijn?’ Daniël 8:13. Het antwoord dat gegeven werd: ‘Tot twee duizend en drie honderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gerechtvaardigd worden’ (vers 14), vervulde hem met verwarring. Ernstig zocht hij naar de betekenis van het visioen. Hij kon de samenhang niet begrijpen tussen de gevangenschap van zeventig jaar, zoals door Jeremia voorzegd, en de drieëntwintighonderd jaar waarvan hij in het visioen de hemelse bezoeker had horen verklaren dat zij moesten verlopen vóór de reiniging van Gods heiligdom. De engel Gabriël gaf hem een gedeeltelijke uitleg; toch viel de profeet flauw toen hij de woorden hoorde: ‘Het gezicht … zal nog voor vele dagen zijn.’ Hij tekent zijn ervaring aldus op: ‘Ik nu, Daniël, werd mat en was enige dagen krank; daarna stond ik op, en deed des konings werk; en ik ontzette mij over dit gezicht, en er was niemand, die het merkte.’ Verzen 26, 27.” Profeten en Koningen, 553, 554.
The Millerites never arrived to a complete understanding of the foundational message they proclaimed. When the time arrived that the Lion of the tribe of Judah sought to provide more information upon the “seven times,” they transitioned into the Laodicean experience, and seven years later rejected the light of the “seven times” altogether. They never saw the full relationship of the seventy years and the twenty-three hundred years, which Daniel had earnestly sought to understand. Daniel represents God’s people of the last days.
De Millerieten kwamen nooit tot een volledig begrip van de fundamentele boodschap die zij verkondigden. Toen de tijd aanbrak waarop de Leeuw uit de stam van Juda nadere inlichtingen over de „zeven tijden” wilde verschaffen, gingen zij over in de Laodiceense ervaring, en zeven jaar later verwierpen zij het licht over de „zeven tijden” geheel en al. Zij zagen nooit de volledige samenhang van de zeventig jaren en de tweeduizend driehonderd jaren, die Daniël ernstig had gezocht te verstaan. Daniël vertegenwoordigt Gods volk van de laatste dagen.
The land enjoying its sabbaths is the part of the covenant that was given to ancient Israel that included the light of the resting of the land every seventh year. That covenant included the cycle of seven years repeating seven times. It included the release and restoration of property and slaves at the conclusion ending of the seven cycles of seven years (forty-nine years) during the celebration known as the jubilee. The Jews were disobedient to those covenant principles, and 2 Chronicles identified that the seventy years of captivity, spoken of by Jeremiah the prophet, represented a prior four hundred and ninety years of rebellion. In four hundred and ninety years, if ancient Israel had obeyed the directions within the covenant as set forth in Leviticus twenty-five, there would have been a total of seventy of those years in which the land rested. A biblical year is three hundred and sixty days, and three hundred and sixty days multiplied by seven (“seven times”) equals twenty-five hundred and twenty days.
Het land dat van zijn sabbatten geniet, is dat deel van het verbond dat aan het oude Israël werd gegeven en dat het licht omvatte van de rust van het land in elk zevende jaar. Dat verbond omvatte de cyclus van zeven jaren, zevenmaal herhaald. Het omvatte de vrijlating en het herstel van eigendom en slaven aan het afsluitende einde van de zeven cycli van zeven jaren (negenenveertig jaar) tijdens de viering die bekendstaat als het jubeljaar. De Joden waren ongehoorzaam aan die verbondsbeginselen, en 2 Kronieken geeft aan dat de zeventig jaren van gevangenschap, waarover de profeet Jeremia sprak, een voorafgaande periode van vierhonderdnegentig jaar van opstandigheid vertegenwoordigden. In vierhonderdnegentig jaar zouden er, indien het oude Israël de aanwijzingen binnen het verbond zoals uiteengezet in Leviticus vijfentwintig had gehoorzaamd, in totaal zeventig van die jaren zijn geweest waarin het land rustte. Een bijbels jaar telt driehonderdzestig dagen, en driehonderdzestig dagen vermenigvuldigd met zeven („zeven tijden”) is gelijk aan tweeduizend vijfhonderdtwintig dagen.
The seventy years is absolutely connected to the land resting, which is absolutely connected with the “seven times.” Daniel was seeking to “understand the relation” of “the seventy years’ captivity,” “to the twenty-three hundred years” “before the cleansing of God’s sanctuary.” He was therefore seeking to understand the relation of the “chazon” vision and the “mareh” vision. It is impossible to understand that relation, without acknowledging the resting of the land in Leviticus twenty-five and twenty-six with the captivity of seventy years spoken of by Jeremiah. If you do not believe the “seven times” represents a prophetic period of twenty-five hundred and twenty years, you remove yourself from being those represented by Daniel in the last days. The Millerites believed the “seven times” was a time prophecy, but Adventism no longer does.
De zeventig jaren zijn onlosmakelijk verbonden met het rusten van het land, hetgeen onlosmakelijk verbonden is met de „zeven tijden”. Daniël trachtte „de verhouding te verstaan” van „de gevangenschap van zeventig jaren” „tot de tweeëntwintighonderd jaren” „vóór de reiniging van Gods heiligdom”. Hij trachtte daarom de verhouding te verstaan tussen het visioen van de „chazon” en dat van de „mareh”. Het is onmogelijk die verhouding te verstaan zonder de rust van het land in Leviticus vijfentwintig en zesentwintig te erkennen in samenhang met de gevangenschap van zeventig jaren waarvan Jeremia sprak. Indien u niet gelooft dat de „zeven tijden” een profetische periode van tweeduizend vijfhonderd twintig jaren vertegenwoordigen, sluit u zichzelf uit van degenen die in de laatste dagen door Daniël worden voorgesteld. De Millerieten geloofden dat de „zeven tijden” een tijdsprofetie waren, maar het adventisme doet dat niet langer.
Daniel, as with all prophets, illustrates God’s people at the end of the world, and Sister White’s comments on his desire to understand the relationship between the seventy years (the “seven times”) and the twenty-three hundred years, represents the desire which God’s people of the last days are to possess. As has been stated in previous articles, there are no truths represented upon the 1843 and 1850 charts, that are not directly supported (repeatedly) in the writings of Sister White.
Daniël beeldt, evenals alle profeten, Gods volk aan het einde van de wereld uit, en de opmerkingen van Zuster White over zijn verlangen om de verhouding tussen de zeventig jaren (de „zeven tijden”) en de drieëntwintighonderd jaren te begrijpen, vertegenwoordigen het verlangen dat Gods volk van de laatste dagen behoort te bezitten. Zoals in eerdere artikelen is uiteengezet, worden er op de kaarten van 1843 en 1850 geen waarheden voorgesteld die niet rechtstreeks (herhaaldelijk) worden ondersteund in de geschriften van Zuster White.
Miller’s jewels will shine ten times brighter in the Midnight Cry of the last days, and in doing so, the jewels represent the final test for the virgins of Adventism. Those jewels are the foundational truths represented on Habakkuk’s tables, and the jewels in the casket which were placed upon a table in the middle of Miller’s room. The foundational test is the final test, but so too, is the authority of the Spirit of Prophecy. To reject the foundational truths, which were typified as jewels in Miller’s dream is to simultaneously reject the Spirit of Prophecy.
Millers juwelen zullen in de Middernachtsroep van de laatste dagen tienmaal helderder schitteren, en daarmee vertegenwoordigen de juwelen de laatste beproeving voor de maagden van het adventisme. Deze juwelen zijn de fundamentele waarheden die worden voorgesteld op de tafelen van Habakuk, en de juwelen in het kistje die op een tafel in het midden van Millers kamer waren geplaatst. De fundamentele beproeving is de laatste beproeving, maar evenzo is dat ook het gezag van de Geest der Profetie. De fundamentele waarheden verwerpen, die in Millers droom als juwelen werden voorgesteld, betekent tegelijkertijd de Geest der Profetie verwerpen.
“The very last deception of Satan will be to make of none effect the testimony of the Spirit of God. ‘Where there is no vision, the people perish’ (Proverbs 29:18). Satan will work ingeniously, in different ways and through different agencies, to unsettle the confidence of God’s remnant people in the true testimony. He will bring in spurious visions to mislead, and will mingle the false with the true, and so disgust people that they will regard everything that bears the name of visions as a species of fanaticism; but honest souls, by contrasting false and true, will be enabled to distinguish between them.” Selected Messages, volume 2, 78.
„De allerlaatste misleiding van Satan zal zijn het getuigenis van de Geest van God krachteloos te maken. ‘Waar geen openbaring is, verwildert het volk’ (Spreuken 29:18). Satan zal op vernuftige wijze werken, op verschillende manieren en door verschillende middelen, om het vertrouwen van Gods overblijfsel in het ware getuigenis aan het wankelen te brengen. Hij zal valse visioenen invoeren om te misleiden, en hij zal het valse met het ware vermengen, en de mensen zó afkerig maken dat zij alles wat de naam van visioenen draagt, als een vorm van fanatisme zullen beschouwen; maar oprechte zielen zullen, door het valse en het ware met elkaar te vergelijken, in staat worden gesteld onderscheid daartussen te maken.” Selected Messages, deel 2, 78.
We are now addressing the increase of knowledge that occurred in the history of the Millerites from 1798, until 1844, but we are identifying that even though the Millerites were correct in their prophetic applications, they were limited by the history where they were raised up. We are now in the last days, and in the final generation (the fourth) of Adventism. In this period of time, Adventism has been so indoctrinated with traditions and customs (counterfeit jewels) that it no longer knows what the foundational truths were. Not knowing what those truths are prevents Adventism from understanding the significance of those truths, and makes meaningless the repeated commands to protect and preserve those truths.
Wij behandelen nu de toename van kennis die zich in de geschiedenis van de Millerieten heeft voorgedaan van 1798 tot 1844, maar wij stellen vast dat, hoewel de Millerieten juist waren in hun profetische toepassingen, zij beperkt werden door de geschiedenis waarin zij werden opgericht. Wij bevinden ons nu in de laatste dagen en in de laatste generatie (de vierde) van het adventisme. In deze tijdsperiode is het adventisme zó doordrenkt geraakt van overgeleverde tradities en gebruiken (valse juwelen) dat het niet langer weet wat de fundamentele waarheden waren. Het niet kennen van die waarheden verhindert het adventisme de betekenis van die waarheden te verstaan en maakt de herhaalde geboden om die waarheden te beschermen en te bewaren zinloos.
Before we proceed further into Gabriel’s interpretation of the vision of the Ulai River, we will address a few relevant points connected with the foundational truths and the authority of the Spirit of Prophecy. The modern theologians argue that the following passage identifies that the longest time prophecy in the Bible is the twenty-three hundred years.
Voordat wij verder ingaan op Gabriëls uitleg van het gezicht van de rivier de Ulai, zullen wij enkele relevante punten behandelen die verband houden met de fundamentele waarheden en het gezag van de Geest der Profetie. De moderne theologen betogen dat de volgende passage aantoont dat de langste tijdsprofetie in de Bijbel de tweeduizend driehonderd jaren omvat.
“The experience of the disciples who preached the ‘gospel of the kingdom’ at the first advent of Christ, had its counterpart in the experience of those who proclaimed the message of His second advent. As the disciples went out preaching, ‘The time is fulfilled, the kingdom of God is at hand,’ so Miller and his associates proclaimed that the longest and last prophetic period brought to view in the Bible was about to expire, that the judgment was at hand, and the everlasting kingdom was to be ushered in. The preaching of the disciples in regard to time was based on the seventy weeks of Daniel 9. The message given by Miller and his associates announced the termination of the 2300 days of Daniel 8:14, of which the seventy weeks form a part. The preaching of each was based upon the fulfillment of a different portion of the same great prophetic period.
“De ervaring van de discipelen die bij de eerste komst van Christus het ‘evangelie van het koninkrijk’ predikten, vond haar tegenbeeld in de ervaring van hen die de boodschap van Zijn tweede komst verkondigden. Zoals de discipelen uitgingen en predikten: ‘De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen,’ zo verkondigden Miller en zijn medearbeiders dat de langste en laatste profetische periode die in de Bijbel aan het licht wordt gebracht, op het punt stond te verstrijken, dat het oordeel nabij was en dat het eeuwige koninkrijk zou worden ingeleid. De prediking van de discipelen met betrekking tot de tijd was gegrond op de zeventig weken van Daniël 9. De boodschap die door Miller en zijn medearbeiders werd gebracht, kondigde het einde aan van de 2300 dagen van Daniël 8:14, waarvan de zeventig weken een deel vormen. De prediking van beiden was gebaseerd op de vervulling van een verschillend gedeelte van dezelfde grote profetische periode.”
“Like the first disciples, William Miller and his associates did not, themselves, fully comprehend the import of the message which they bore. Errors that had been long established in the church prevented them from arriving at a correct interpretation of an important point in the prophecy. Therefore, though they proclaimed the message which God had committed to them to be given to the world, yet through a misapprehension of its meaning they suffered disappointment.” The Great Controversy, 351.
‘Evenals de eerste discipelen begrepen William Miller en zijn medewerkers zelf niet ten volle de strekking van de boodschap die zij uitdroegen. Dwaling die reeds lang in de kerk was gevestigd, verhinderde hun tot een juiste verklaring van een belangrijk punt in de profetie te komen. Daarom leden zij, hoewel zij de boodschap verkondigden die God hun had toevertrouwd om aan de wereld te worden gegeven, toch door een misverstand aangaande de betekenis ervan teleurstelling.’ The Great Controversy, 351.
The passage says that, “Miller and his associates proclaimed that the longest and last prophetic period brought to view in the Bible was about to expire,” and the theologians claim that the longest and last prophetic period is the twenty-three hundred years. They further claim that this is what Sister White is identifying in the passage, for she, they claim, is directly addressing the period of twenty-three hundred years. They are blind to any relationship of the seventy years and the period of twenty-three hundred years. They are blind to the light Daniel was seeking to understand.
In de passage staat dat „Miller en zijn medewerkers verkondigden dat de langste en laatste profetische periode die in de Bijbel wordt voorgesteld, op het punt stond te verstrijken,” en de theologen beweren dat de langste en laatste profetische periode de drieëntwintighonderd jaar zijn. Zij beweren verder dat dit is wat Zuster White in de passage aanduidt, want, zo stellen zij, spreekt zij daar rechtstreeks over de periode van drieëntwintighonderd jaar. Zij zijn blind voor iedere samenhang tussen de zeventig jaren en de periode van drieëntwintighonderd jaar. Zij zijn blind voor het licht dat Daniël trachtte te verstaan.
Ellen White was a Millerite, and she knew the messages that had been placed upon the 1843 pioneer chart, and upon the 1850 pioneer chart that was published by F. D. Nichols. The 1850 chart, which was produced by Nichols, was prepared in Nichol’s home at the very time when James and Ellen White were living with Nichols. The longest prophetic period in the Bible, that is represented upon both of those charts, is not the twenty-three hundred years, it is the “seven times,” of Leviticus twenty-six.
Ellen White was een Milleriet, en zij kende de boodschappen die op de pionierskaart van 1843 waren aangebracht, en op de pionierskaart van 1850 die door F. D. Nichols werd uitgegeven. De kaart van 1850, die door Nichols werd vervaardigd, werd in het huis van Nichols voorbereid juist in de tijd dat James en Ellen White bij Nichols woonden. De langste profetische periode in de Bijbel, die op beide kaarten wordt weergegeven, is niet de drieëntwintighonderd jaar, maar de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig.
To claim that the previous passage is an inspired identification of the twenty-three hundred years as the longest and last prophetic period is to make Sister White’s writings contradict themselves. If she believed what the theologians claim about this passage, then what does it mean when she endorses the charts that uphold the “seven times?”
Beweren dat de voorgaande passage een geïnspireerde identificatie is van de tweeduizend driehonderd jaren als de langste en laatste profetische periode, betekent dat men van de geschriften van zuster White een tegenspraak maakt. Indien zij geloofde wat de theologen omtrent deze passage beweren, wat betekent het dan wanneer zij de kaarten onderschrijft die de „zeven tijden” handhaven?
“I have seen that the 1843 chart was directed by the hand of the Lord, and that it should not be altered; that the figures were as He wanted them; that His hand was over and hid a mistake in some of the figures, so that none could see it, until His hand was removed.” Early Writings, 74.
„Ik heb gezien dat de kaart van 1843 geleid werd door de hand van de Heer, en dat zij niet veranderd mocht worden; dat de cijfers waren zoals Hij ze hebben wilde; dat Zijn hand erover was en een vergissing in enkele van de cijfers verborg, zodat niemand die kon zien, totdat Zijn hand werd weggenomen.” Early Writings, 74.
Those who wish to uphold their traditions and fables might argue that on the 1843 chart, the Lord held his hand over the error of the “seven times,” until he removed his hand at a later date. The problem with that premise is that Sister White identified when the Lord removed his hand from the figures, His hand was removed before October 22, 1844, just after the first disappointment. In her testimony of that event, she identifies the mistake that was corrected, and it is clear that the mistake was not the “seven times.”
Degenen die hun overleveringen en fabelen willen handhaven, zouden kunnen aanvoeren dat de Heer op de kaart van 1843 Zijn hand over de dwaling van de „zeven tijden” hield, totdat Hij op een latere datum Zijn hand wegnam. Het probleem met die veronderstelling is dat zuster White aangaf wanneer de Heer Zijn hand van de cijfers wegnam; Zijn hand werd weggenomen vóór 22 oktober 1844, kort na de eerste teleurstelling. In haar getuigenis over die gebeurtenis wijst zij de vergissing aan die werd gecorrigeerd, en het is duidelijk dat die vergissing niet de „zeven tijden” was.
“Those faithful, disappointed ones, who could not understand why their Lord did not come, were not left in darkness. Again they were led to their Bibles to search the prophetic periods. The hand of the Lord was removed from the figures, and the mistake was explained. They saw that the prophetic periods reached to 1844, and that the same evidence which they had presented to show that the prophetic periods closed in 1843, proved that they would terminate in 1844.” Early Writings, 237.
“Die getrouwen, teleurgestelden, die niet konden begrijpen waarom hun Heer niet kwam, werden niet in duisternis gelaten. Opnieuw werden zij naar hun Bijbels geleid om de profetische perioden te onderzoeken. De hand des Heren werd van de cijfers weggenomen, en de vergissing werd verklaard. Zij zagen dat de profetische perioden tot 1844 reikten, en dat hetzelfde bewijs dat zij hadden aangevoerd om te tonen dat de profetische perioden in 1843 eindigden, bewees dat zij in 1844 zouden eindigen.” Early Writings, 237.
When the Lord’s hand “was removed from the figures, and the mistake was explained,” they then recognized “that the same evidence which they had presented to show that the prophetic periods closed in 1843, proved that they would terminate in 1844.” The prophetic periods that were first thought to close in 1843, are represented upon the 1843 chart, which is the chart that each of the three hundred Millerite preachers used. The prophetic periods that are represented upon that chart that closed in 1843, were the twenty-three hundred years of Daniel chapter eight, verse fourteen, the twenty-five hundred and twenty years of Leviticus twenty-six and the thirteen hundred and thirty-five years of Daniel twelve. After the first disappointment the Lord removed his hand from the mistake and the Millerites then recognized that the same evidence that identified the close of the prophetic periods in 1843, actually proved those periods ended in 1844.
Toen de hand van de Heer „van de afbeeldingen werd weggenomen en de vergissing werd uitgelegd”, erkenden zij vervolgens „dat hetzelfde bewijs dat zij hadden aangevoerd om aan te tonen dat de profetische perioden in 1843 eindigden, bewees dat zij in 1844 zouden eindigen.” De profetische perioden waarvan aanvankelijk werd gedacht dat zij in 1843 zouden eindigen, zijn weergegeven op de kaart van 1843, de kaart die door ieder van de driehonderd Milleritische predikers werd gebruikt. De profetische perioden die op die kaart zijn weergegeven en die in 1843 eindigden, waren de tweeduizend driehonderd jaar van Daniël hoofdstuk acht, vers veertien, de tweeduizend vijfhonderd twintig jaar van Leviticus zesentwintig en de dertienhonderd vijfendertig jaar van Daniël twaalf. Na de eerste teleurstelling nam de Heer zijn hand weg van de vergissing, en toen erkenden de Millerieten dat hetzelfde bewijs dat het einde van de profetische perioden in 1843 had aangeduid, in werkelijkheid bewees dat die perioden in 1844 eindigden.
The 1850 chart was produced in 1850, and went on sale in January of 1851. Ellen White recorded that the chart was also a fulfillment of Habakkuk, as she had also recorded concerning the 1843 chart. That chart also represented the longest prophetic period as Leviticus twenty-six’s “seven times.”
De kaart van 1850 werd in 1850 vervaardigd en werd in januari 1851 te koop aangeboden. Ellen White legde vast dat ook deze kaart een vervulling van Habakuk was, zoals zij eveneens had opgetekend met betrekking tot de kaart van 1843. Die kaart stelde bovendien de langste profetische periode voor als de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig.
“I saw that God was in the publishment of the chart by Brother Nichols. I saw that there was a prophecy of this chart in the Bible, and if this chart is designed for God’s people, if it [is] sufficient for one it is for another, and if one needed a new chart painted on a larger scale, all need it just as much.” Manuscript Releases, volume 13, 359.
„Ik zag dat God betrokken was bij de uitgave van de kaart door broeder Nichols. Ik zag dat er in de Bijbel een profetie is aangaande deze kaart, en als deze kaart bestemd is voor Gods volk, als zij voor de een voldoende is, dan is zij het ook voor de ander; en als iemand behoefte had aan een nieuwe kaart, geschilderd op grotere schaal, dan hebben allen die evenzeer nodig.” Manuscript Releases, deel 13, 359.
To claim that Sister White’s reference to the fact that the Millerites “proclaimed that the longest and last prophetic period brought to view in the Bible was about to expire,” is accurate, for they did. To claim that the “longest” “prophetic period” is the twenty-three hundred years turns Sister White’s testimony against itself, and against the historical record. To believe that fable is to believe a lie, and in the last days those that choose to believe a lie, do so because they do not love the truth.
Te beweren dat Zuster White’s verwijzing naar het feit dat de Millerieten „verkondigden dat de langste en laatste profetische periode die in de Bijbel onder de aandacht wordt gebracht, op het punt stond te verstrijken,” juist is, is terecht, want zij deden dat inderdaad. Te beweren dat de „langste” „profetische periode” de tweeduizend driehonderd jaren zijn, keert Zuster White’s getuigenis tegen zichzelf, en tegen het historische verslag. Die fabel te geloven, is een leugen te geloven, en in de laatste dagen doen zij die ervoor kiezen een leugen te geloven, dit omdat zij de waarheid niet liefhebben.
Jesus did not miraculously inoculate Himself with some type of divine anesthesia in order to go through the suffering of the cross. Jesus suffered with divine suffering, far beyond any of His creation could endure. Yet mankind was created in His image, and inspiration identifies that mankind is to overcome as He overcame. What allowed Christ to endure the suffering of the cross was an attribute which He possessed, which mankind also possesses.
Jezus entte Zichzelf niet op wonderbaarlijke wijze met een soort goddelijke verdoving om het lijden van het kruis te kunnen doorstaan. Jezus leed met een goddelijk lijden, verre boven wat enig schepsel van Hem zou kunnen verdragen. Toch werd de mensheid naar Zijn beeld geschapen, en de Geest der profetie maakt duidelijk dat de mensheid moet overwinnen zoals Hij overwon. Wat Christus in staat stelde het lijden van het kruis te doorstaan, was een eigenschap die Hij bezat en die ook de mens bezit.
Looking unto Jesus the author and finisher of our faith; who for the joy that was set before him endured the cross, despising the shame, and is set down at the right hand of the throne of God. Hebrews 12:1.
Zienden op Jezus, de Leidsman en Voleinder van ons geloof; die, om de vreugde die vóór Hem lag, het kruis heeft verdragen, de schande verachtende, en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God. Hebreeën 12:1.
Jesus endured the sufferings of the cross, because he had a goal set before him, and we have been created in his image, and as such, are beings that are motivated by goals. It’s part of our design. If we have been led to believe that it is unimportant to understand the foundations of Adventism, we will have no motivation to do that very thing. The only divine motivation that can be aroused by the Holy Spirit to overcome that Laodicean condition is a love of the truth. The love of the truth will be tested by the availability of easy customs and traditions designed to soothe our itching ears. If, in our Laodicean comfort we have no desire to understand truth for ourselves we will be lost. This is where Adventism stands today.
Jezus verdroeg het lijden van het kruis, omdat Hij een doel had dat vóór Hem lag; en wij zijn naar Zijn beeld geschapen en zijn als zodanig wezens die door doelen worden gemotiveerd. Dat maakt deel uit van ons ontwerp. Indien wij ertoe zijn gebracht te geloven dat het onbelangrijk is de grondslagen van het adventisme te begrijpen, zullen wij geen motivatie hebben om juist dát te doen. De enige goddelijke motivatie die door de Heilige Geest kan worden opgewekt om die Laodicese toestand te overwinnen, is liefde tot de waarheid. De liefde tot de waarheid zal worden beproefd door de beschikbaarheid van gemakkelijke gebruiken en overleveringen die erop gericht zijn onze jeukende oren te strelen. Indien wij in ons Laodicese comfort geen verlangen hebben om de waarheid zelf te verstaan, zullen wij verloren gaan. Daar staat het adventisme heden ten dage.
Daniel is an example of God’s people in the last days who are seeking through the prophetic word to understand the relationship between the seventy year captivity and the twenty-three hundred year prophecy. To identify the twenty-three hundred year prophecy as the longest and last prophetic period is to reject the foundational truths of Adventism, and simultaneously reject the authority of the Spirit of Prophecy. To claim that when the Millerites presented the longest and last prophetic period that it was the twenty-three hundred years is to reject the historical record.
Daniël is een voorbeeld van Gods volk in de laatste dagen, dat erdoor middel van het profetische woord naar streeft de verhouding te begrijpen tussen de gevangenschap van zeventig jaar en de profetie van tweeduizend driehonderd jaar. De profetie van tweeduizend driehonderd jaar aan te wijzen als de langste en laatste profetische periode, betekent de fundamentele waarheden van het adventisme te verwerpen en tegelijkertijd het gezag van de Geest der Profetie te verwerpen. Te beweren dat, toen de Millerieten de langste en laatste profetische periode voorstelden, dit de tweeduizend driehonderd jaar was, betekent het historische verslag te verwerpen.
“We have nothing to fear for the future, except as we shall forget the way the Lord has led us, and His teaching in our past history.” Life Sketches, 196.
„Wij hebben niets te vrezen voor de toekomst, tenzij wij vergeten de weg waarop de Heer ons heeft geleid, en Zijn onderwijzing in onze vroegere geschiedenis.” Life Sketches, 196.
Gabriel came to give Daniel understanding of both the “mareh” and the “chazon” visions and he instructed Daniel to mentally separate the two visions, though they obviously had a prophetic relationship. The vision included the kingdoms of Bible prophecy in chapters seven and eight, that were a repeat and enlargement of those same kingdoms in chapter two. The information included the heavenly dialogue that represented the one vision as the trampling down of God’s sanctuary and people, and the other vision of the work of restoring the people and sanctuary.
Gabriël kwam om Daniël inzicht te geven in zowel het gezicht van de „mareh” als dat van de „chazon”, en hij droeg Daniël op de twee gezichten in gedachten van elkaar te onderscheiden, hoewel zij klaarblijkelijk een profetische samenhang hadden. Het gezicht omvatte de koninkrijken van de bijbelse profetie in hoofdstukken zeven en acht, die een herhaling en uitbreiding waren van diezelfde koninkrijken in hoofdstuk twee. De informatie omvatte de hemelse dialoog die het ene gezicht voorstelde als de vertreding van Gods heiligdom en volk, en het andere gezicht als het werk van het herstel van het volk en het heiligdom.
As Gabriel presented the interpretation, which ultimately became the heart of the message proclaimed by the Millerites, there was a relationship that existed between the two visions, which is to be noted by those who fulfill the command to make a mental separation of the interpretation. One of the distinctions is represented by the two words that are both translated as “determined.”
Toen Gabriël de uitleg gaf, die uiteindelijk het hart werd van de boodschap die door de Millerieten werd verkondigd, bestond er een verband tussen de twee visioenen, dat dient te worden opgemerkt door hen die het bevel vervullen om in hun denken een scheiding aan te brengen in de uitleg. Een van de onderscheidingen wordt weergegeven door de twee woorden die beide met „bepaald” worden vertaald.
Seventy weeks are determined upon thy people and upon thy holy city, to finish the transgression, and to make an end of sins, and to make reconciliation for iniquity, and to bring in everlasting righteousness, and to seal up the vision and prophecy, and to anoint the most Holy. Know therefore and understand, that from the going forth of the commandment to restore and to build Jerusalem unto the Messiah the Prince shall be seven weeks, and threescore and two weeks: the street shall be built again, and the wall, even in troublous times. And after threescore and two weeks shall Messiah be cut off, but not for himself: and the people of the prince that shall come shall destroy the city and the sanctuary; and the end thereof shall be with a flood, and unto the end of the war desolations are determined. And he shall confirm the covenant with many for one week: and in the midst of the week he shall cause the sacrifice and the oblation to cease, and for the overspreading of abominations he shall make it desolate, even until the consummation, and that determined shall be poured upon the desolate. Daniel 9:24–27.
Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en over uw heilige stad, om de overtreding te voleinden, om aan de zonden een einde te maken, om de ongerechtigheid te verzoenen, om eeuwige gerechtigheid aan te brengen, om gezicht en profetie te verzegelen, en om de Allerheiligste te zalven. Weet dan en versta, dat vanaf het uitgaan van het bevel om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot op Messias, de Vorst, zeven weken en tweeënzestig weken zullen zijn; plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, zij het in benauwde tijden. En na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar niet voor Zichzelf; en het volk van de vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom verwoesten; en het einde ervan zal zijn met een overstroming, en tot het einde van de oorlog zijn verwoestingen vast besloten. En hij zal voor velen het verbond versterken gedurende één week; en in het midden van de week zal hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden, en over de vleugel van gruwelen zal een verwoester zijn, ja, tot de voleinding toe; en wat vast besloten is, zal uitgestort worden over de verwoeste. Daniël 9:24–27.
Seventy weeks (four hundred and ninety years) are determined upon the people and the holy city. The word translated “determined” means “cut off”, and the word identifies a period or probation for the Jews and Jerusalem. It also represented the period of rebellion that brought about the destruction of Jerusalem and the captivity of the seventy years. The four hundred and ninety years was then “determined”, beginning at the third decree. The first four hundred and ninety years of rebellion brought about Nebuchadnezzar’s three attacks, the ultimate destruction of Jerusalem and a scattering and captivity of seventy years of literal Israel in literal Babylon.
Zeventig weken (vierhonderd negentig jaar) zijn vastgesteld over het volk en de heilige stad. Het woord dat met „vastgesteld” is vertaald, betekent „afgesneden”, en het woord duidt een tijdsperiode of proeftijd voor de Joden en Jeruzalem aan. Het vertegenwoordigde ook de periode van opstand die de verwoesting van Jeruzalem en de gevangenschap van de zeventig jaren teweegbracht. De vierhonderd negentig jaar werden toen „vastgesteld”, beginnend bij het derde besluit. De eerste vierhonderd negentig jaren van opstand brachten Nebukadnezars drie aanvallen teweeg, de uiteindelijke verwoesting van Jeruzalem en een verstrooiing en gevangenschap van zeventig jaar van het letterlijke Israël in het letterlijke Babylon.
The first decree marked the end of the captivity and the beginning of the work of rebuilding Jerusalem. The third decree marked the beginning of the twenty-three hundred years. The arrival of the first angel marked the end of the captivity of spiritual Israel in spiritual Babylon for twelve hundred and sixty years, and it marked the beginning of a period of forty-six years, when Christ used the Millerites to come out of captivity and erect a spiritual temple.
Het eerste besluit markeerde het einde van de gevangenschap en het begin van het werk van de herbouw van Jeruzalem. Het derde besluit markeerde het begin van de tweeduizend driehonderd jaar. De komst van de eerste engel markeerde het einde van de gevangenschap van het geestelijke Israël in het geestelijke Babylon gedurende twaalfhonderdzestig jaar, en zij markeerde het begin van een periode van zesenveertig jaar, waarin Christus de Millerieten gebruikte om uit de gevangenschap te komen en een geestelijke tempel op te richten.
The word that is translated twice as “determined” in verses twenty-six and twenty-seven is “charats” and it means “to wound” and “a decree”. It was prophetically “decreed” that the papacy would receive a deadly “wound,” at the end of the first indignation. It is the same word Daniel uses in chapter eleven, verse thirty-six.
Het woord dat in de verzen zesentwintig en zevenentwintig tweemaal met „bepaald” is vertaald, is „charats”, en het betekent „verwonden” en „een besluit”. Er was profetisch „besloten” dat het pausdom aan het einde van de eerste gramschap een dodelijke „wond” zou ontvangen. Het is hetzelfde woord dat Daniël gebruikt in hoofdstuk elf, vers zesendertig.
And the king shall do according to his will; and he shall exalt himself, and magnify himself above every god, and shall speak marvellous things against the God of gods, and shall prosper till the indignation be accomplished: for that that is determined shall be done. Daniel 11:36.
En de koning zal doen naar zijn welgevallen; en hij zal zich verheffen en zich grootmaken boven elke god, en wonderlijke dingen spreken tegen de God der goden, en voorspoedig zijn totdat de gramschap voleindigd is; want wat vastbesloten is, zal geschieden. Daniël 11:36.
In verse thirty-six, “the king” is the papacy. The papacy was to prosper until 1798, when it received its deadly wound. Then the first “indignation” was to “be accomplished,” for that “indignation” had been “determined” (decreed) to “be done.” At the end of the first indignation against the northern kingdom of Israel, which began in 723 BC and ended in 1798, the papacy received a “deadly wound.” The word “determined” means “wound.”
In vers zesendertig is „de koning” het pausdom. Het pausdom zou voorspoedig zijn tot 1798, toen het zijn dodelijke wond ontving. Dan zou de eerste „gramschap” „volbracht” worden, want die „gramschap” was „vastgesteld” (verordend) om „te geschieden”. Aan het einde van de eerste gramschap tegen het noordelijke koninkrijk Israël, die begon in 723 v.Chr. en eindigde in 1798, ontving het pausdom een „dodelijke wond”. Het woord „vastgesteld” betekent „wond”.
And I saw one of his heads as it were wounded to death; and his deadly wound was healed: and all the world wondered after the beast. Revelation 13:3.
En ik zag een van zijn koppen als ten dode gewond; en zijn dodelijke wond werd genezen; en de gehele wereld verwonderde zich achter het beest aan. Openbaring 13:3.
The Millerites’ prophetic framework was based upon the two desolating powers of paganism followed by papalism. They understood those two powers were to trample down the sanctuary and host as represented by the “chazon” vision of Daniel chapter eight, verse thirteen.
Het profetische raamwerk van de Millerieten was gebaseerd op de twee verwoestende machten van het heidendom, gevolgd door het pausdom. Zij begrepen dat deze twee machten het heiligdom en het heir zouden vertreden, zoals weergegeven in het „chazon”-visioen van Daniël hoofdstuk acht, vers dertien.
Then I heard one saint speaking, and another saint said unto that certain saint which spake, How long shall be the vision concerning the daily sacrifice, and the transgression of desolation, to give both the sanctuary and the host to be trodden under foot? Daniel 8:13.
Toen hoorde ik een heilige spreken, en een andere heilige zei tot die zekere heilige die sprak: Hoe lang zal het gezicht duren aangaande het dagelijks offer en de overtreding der verwoesting, om zowel het heiligdom als de krijgsmacht prijs te geven om vertreden te worden? Daniël 8:13.
The papal desolating power was to trample down the sanctuary and host for twelve hundred and sixty years.
De pauselijke verwoestende macht zou het heiligdom en het heerleger twaalfhonderdzestig jaar lang vertrappen.
But the court which is without the temple leave out, and measure it not; for it is given unto the Gentiles: and the holy city shall they tread under foot forty and two months. And I will give power unto my two witnesses, and they shall prophesy a thousand two hundred and threescore days, clothed in sackcloth. Revelation 11:2, 3.
Maar laat het voorhof dat buiten de tempel is, buiten beschouwing en meet het niet; want het is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang. En Ik zal macht geven aan Mijn twee getuigen, en zij zullen profeteren duizend tweehonderd zestig dagen, gekleed in zakken. Openbaring 11:2, 3.
At the end of the first indignation in 1798, prophecy had determined to “wound” the papacy. In Daniel nine, that determination is represented in the last two verses, and the word twice translated as “determined” in those verses is associated with the “chazon” vision, whereas the word translated as “determined” in verse twenty-four, is a different Hebrew word and is associated with the “mareh” vision. Daniel, representing God’s people of the last days, was seeking to understand the relationship of those two visions, which Gabriel had told him to mentally separate.
Aan het einde van de eerste verontwaardiging in 1798 had de profetie bepaald het pausdom te “verwonden”. In Daniël negen wordt die bepaling weergegeven in de laatste twee verzen, en het woord dat in die verzen tweemaal als “bepaald” is vertaald, houdt verband met het “chazon”-visioen, terwijl het woord dat in vers vierentwintig als “bepaald” is vertaald, een ander Hebreeuws woord is en verband houdt met het “mareh”-visioen. Daniël, als vertegenwoordiger van Gods volk in de laatste dagen, trachtte de relatie tussen die twee visioenen te begrijpen, die Gabriël hem had gezegd in zijn denken van elkaar te scheiden.
We will continue this subject in the next article.
Wij zullen dit onderwerp in het volgende artikel voortzetten.
“God is not giving us a new message. We are to proclaim the message that in 1843 and 1844 brought us out of the other churches.” Review and Herald, January 19, 1905.
„God geeft ons geen nieuwe boodschap. Wij moeten de boodschap verkondigen die ons in 1843 en 1844 uit de andere kerken heeft uitgeleid.” Review and Herald, 19 januari 1905.