Gabriel came to Daniel after he had come to understand the seventy years of captivity of the prophecy of Jeremiah, and the oath and curse of Moses.
Gabriël kwam tot Daniël nadat hij de zeventig jaren van de gevangenschap uit de profetie van Jeremia, en de eed en de vloek van Mozes, had begrepen.
In the first year of his reign I Daniel understood by books the number of the years, whereof the word of the Lord came to Jeremiah the prophet, that he would accomplish seventy years in the desolations of Jerusalem. . . . Yea, all Israel have transgressed thy law, even by departing, that they might not obey thy voice; therefore the curse is poured upon us, and the oath that is written in the law of Moses the servant of God, because we have sinned against him. And he hath confirmed his words, which he spake against us, and against our judges that judged us, by bringing upon us a great evil: for under the whole heaven hath not been done as hath been done upon Jerusalem. As it is written in the law of Moses, all this evil is come upon us: yet made we not our prayer before the Lord our God, that we might turn from our iniquities, and understand thy truth. Therefore hath the Lord watched upon the evil, and brought it upon us: for the Lord our God is righteous in all his works which he doeth: for we obeyed not his voice. Daniel 9:2, 11–14.
In het eerste jaar van zijn regering begreep ik, Daniël, uit de boeken het getal der jaren, waarvan het woord des HEEREN tot de profeet Jeremia gekomen was, dat Hij zeventig jaren zou volbrengen in de verwoestingen van Jeruzalem.... Ja, geheel Israël heeft Uw wet overtreden, ja, afvallig geworden, zodat zij Uw stem niet gehoorzaamden; daarom is de vloek over ons uitgestort, en de eed die geschreven staat in de wet van Mozes, de knecht Gods, omdat wij tegen Hem gezondigd hebben. En Hij heeft Zijn woorden bevestigd, die Hij tegen ons gesproken heeft, en tegen onze rechters die ons gericht hebben, door een groot onheil over ons te brengen; want onder de ganse hemel is niet gedaan gelijk gedaan is aan Jeruzalem. Zoals geschreven staat in de wet van Mozes, is al dit onheil over ons gekomen; toch hebben wij ons gebed niet voor het aangezicht van de HEERE, onze God, gebracht, dat wij ons van onze ongerechtigheden zouden bekeren en Uw waarheid verstaan. Daarom heeft de HEERE over het onheil gewaakt en het over ons gebracht; want de HEERE, onze God, is rechtvaardig in al Zijn werken die Hij doet, want wij hebben Zijn stem niet gehoorzaamd. Daniël 9:2, 11–14.
The word that Daniel used that is translated as “the oath,” is the same word Moses used that is translated as “seven times,” in Leviticus twenty-six. Sister White informs us that in chapter nine, Daniel was seeking to understand the relationship of Jeremiah’s period of seventy years and the period of twenty-three hundred years. Gabriel had been commanded in chapter eight to make Daniel understand the vision of the twenty-three hundred days, and Gabriel is finishing his work when he returns in chapter nine, and informs Daniel to mentally separate the two visions that have been the theme of chapters, seven, eight and also nine. Those two visions are the theme of the “increase of knowledge” that was unsealed in 1798.
Het woord dat Daniël gebruikte en dat is vertaald met „de eed”, is hetzelfde woord dat Mozes gebruikte en dat is vertaald met „zevenmaal”, in Leviticus zesentwintig. Zuster White deelt ons mee dat Daniël in hoofdstuk negen trachtte de verhouding te begrijpen tussen Jeremia’s periode van zeventig jaar en de periode van tweeduizend driehonderd jaar. Gabriël had in hoofdstuk acht de opdracht gekregen Daniël het gezicht van de tweeduizend driehonderd dagen te doen verstaan, en Gabriël voltooit zijn werk wanneer hij in hoofdstuk negen terugkeert en Daniël meedeelt dat hij in gedachten de twee gezichten moet scheiden die het thema zijn geweest van de hoofdstukken zeven, acht en ook negen. Die twee gezichten vormen het thema van de „toename van kennis” die in 1798 werd ontzegeld.
Jeremiah’s seventy years and the “curse” of Moses are both symbols of the “seven times,” as represented by Moses’ “oath,” but Gabriel is going to present the breakdown of the period of twenty-three hundred years. It can only be rightly divided when the relation of the vision (“chazon”) of the trampling down, and the vision (“mareh”) of the appearance are rightly divided. Gabriel began by identifying that a probationary period of four hundred and ninety years was given for the Jews. That period was the same as the four hundred and ninety year period of rebellion which had produced the seventy years of captivity.
Jeremia’s zeventig jaren en de „vloek” van Mozes zijn beide symbolen van de „zeven tijden”, zoals voorgesteld door Mozes’ „eed”, maar Gabriël zal de ontleding van de periode van tweeduizend driehonderd jaren uiteenzetten. Deze kan alleen op juiste wijze worden verdeeld wanneer het verband tussen het gezicht („chazon”) van de vertrapping en het gezicht („mareh”) van de verschijning op juiste wijze wordt onderscheiden. Gabriël begon met vast te stellen dat aan de Joden een proeftijd van vierhonderd negentig jaren was gegeven. Die periode was dezelfde als de periode van vierhonderd negentig jaren van opstandigheid die de zeventig jaren van gevangenschap had voortgebracht.
The word “determined” in verse twenty-four addresses the period from the going forth of the third decree in 457 BC, until the stoning of Stephen in 34 AD, but the word “determined” in verses twenty-six and twenty-seven is identifying the desolating powers of paganism and papalism.
Het woord „bepaald” in vers vierentwintig heeft betrekking op de periode vanaf het uitgaan van het derde decreet in 457 v.Chr. tot aan de steniging van Stefanus in 34 n.Chr., maar het woord „bepaald” in de verzen zesentwintig en zevenentwintig duidt de verwoestende machten van het heidendom en het pausdom aan.
And after threescore and two weeks shall Messiah be cut off, but not for himself: and the people of the prince that shall come shall destroy the city and the sanctuary; and the end thereof shall be with a flood, and unto the end of the war desolations are determined. And he shall confirm the covenant with many for one week: and in the midst of the week he shall cause the sacrifice and the oblation to cease, and for the overspreading of abominations he shall make it desolate, even until the consummation, and that determined shall be poured upon the desolate. Daniel 9:26, 27.
En na tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar niet voor Zichzelf; en het volk van de vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom verwoesten; en het einde daarvan zal zijn met een overstroming, en tot het einde van de oorlog zijn verwoestingen vast besloten. En hij zal het verbond met velen bevestigen gedurende één week; en in het midden van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden, en vanwege de uitbreiding van gruwelen zal hij het woest maken, ja, tot aan de voleinding toe; en wat vast besloten is, zal uitgegoten worden over de verwoeste. Daniël 9:26, 27.
Gabriel informs Daniel that “after” the “Messiah” was “cut off” the “people of the prince that shall come shall destroy the city and the sanctuary.” Pagan Rome destroyed the “city and sanctuary” in the siege that lasted exactly three and a half years from the year 66 to 70 AD. Gabriel identifies that “the end of the war” would be “with a flood,” and that the war would consist of “desolations.” The war that was accomplished against Jerusalem and the sanctuary was the trampling down that was accomplished by paganism and papalism. The pagan power that would destroy Jerusalem in the beginning was Babylon, but the pagan power that would destroy it after the Messiah was crucified was pagan Rome. But the war against the sanctuary and host was accomplished by two desolating powers, and the second of the two desolating powers in the Scriptures is the papacy.
Gabriël deelt Daniël mee dat „na” de „Messias” te zijn „uitgeroeid”, „het volk van de vorst die komen zal de stad en het heiligdom zal verwoesten.” Het heidense Rome verwoestte de „stad en het heiligdom” in het beleg dat van het jaar 66 tot 70 n.Chr. precies drie en een half jaar duurde. Gabriël geeft aan dat „het einde van de oorlog” „met een overstroming” zou zijn, en dat de oorlog zou bestaan uit „verwoestingen.” De oorlog die tegen Jeruzalem en het heiligdom werd voltrokken, was de vertreding die door het heidendom en het pausdom werd teweeggebracht. De heidense macht die Jeruzalem in het begin zou verwoesten, was Babel, maar de heidense macht die het zou verwoesten nadat de Messias was gekruisigd, was het heidense Rome. Maar de oorlog tegen het heiligdom en het heir werd voltrokken door twee verwoestende machten, en de tweede van die twee verwoestende machten in de Schriften is het pausdom.
The papacy is the power represented as the “overflowing scourge,” it is the power in verse forty of Daniel eleven, that “overflows and passes over.” The trampling down of Jerusalem that began with Babylon, and continued with the iron nation that spoke dark sentences as represented by Moses in Deuteronomy, was followed by the papacy. Until the end of the trampling down “desolations” were “determined.” In verse twenty-seven, Christ confirms the covenant with many for one week. In the middle of that week, the earthly sacrificial system would cease as Christ began his high priestly ministry in the sanctuary in heaven. Because of the Jews’ disobedience during the probationary time that had been cut off for them, the sanctuary and city were again to be made desolate.
Het pausdom is de macht die wordt voorgesteld als de „overstromende gesel”; het is de macht in vers veertig van Daniël elf, die „overstroomt en verder trekt”. Op de vertreding van Jeruzalem, die met Babylon begon en voortduurde met het ijzeren volk dat duistere woorden sprak, zoals door Mozes in Deuteronomium werd voorgesteld, volgde het pausdom. Tot aan het einde van de vertreding waren „verwoestingen” „besloten”. In vers zevenentwintig bevestigt Christus het verbond met velen gedurende één week. In het midden van die week zou het aardse offersysteem ophouden, toen Christus Zijn hogepriesterlijke bediening begon in het heiligdom in de hemel. Vanwege de ongehoorzaamheid van de Joden gedurende de genadetijd die voor hen was afgemeten, zouden het heiligdom en de stad opnieuw woest gemaakt worden.
The verse says “for the overspreading of abominations he shall make it desolate, even until the consummation, and that determined shall be poured upon the desolate.” When the Jews finally filled their cup of probationary time to the brim, the city and sanctuary were to be desolate until the end of the war. At the “consummation” of the trampling down in 1798, it had been “determined” that the papacy would receive a deadly wound. Then the city and the sanctuary were to be restored and rebuilt, as typified when the Jews came out of literal Babylon under the three decrees.
Het vers zegt: „en wegens de uitbreiding der gruwelen zal hij het woest maken, ja, tot aan de voleinding toe, en wat vastgesteld is, zal over de verwoeste worden uitgegoten.” Toen de Joden ten slotte de maat van hun proeftijd tot de rand toe hadden volgemaakt, zouden de stad en het heiligdom woest zijn tot het einde van de oorlog. Bij de „voleinding” van de vertreding in 1798 was „vastgesteld” dat het pausdom een dodelijke wond zou ontvangen. Daarna zouden de stad en het heiligdom worden hersteld en herbouwd, zoals vooraf uitgebeeld werd toen de Joden onder de drie decreten uit het letterlijke Babylon uittrokken.
Until the consummation of that war Jerusalem was to be trampled down by the papal power. The prophetic periods that make up the distinct periods within the twenty-three hundred years can only be understood correctly when the relation of the vision of trampling down of the seventy years is understood in connection with the vision of the restoration of the sanctuary and host. To reject the vision of the scattering of Moses curse is to reject the vision of the gathering. The vision of the seventy years is the vision of the scattering. The vision of the twenty-three hundred years is the vision of the gathering. The vision of the seventy years is the “chazon” vision of the scattering, and the vision of the twenty-three hundred years is the “mareh” vision of the gathering.
Tot aan de voleinding van die oorlog zou Jeruzalem door de pauselijke macht vertrapt worden. De profetische perioden die de afzonderlijke tijdvakken binnen de tweeëntwintighonderd jaar vormen, kunnen slechts dan juist worden begrepen wanneer de verhouding van het visioen van de vertreding van de zeventig jaar wordt verstaan in samenhang met het visioen van de herstelling van het heiligdom en het heerleger. Het verwerpen van het visioen van de verstrooiing van de vloek van Mozes is het verwerpen van het visioen van de vergadering. Het visioen van de zeventig jaar is het visioen van de verstrooiing. Het visioen van de tweeëntwintighonderd jaar is het visioen van de vergadering. Het visioen van de zeventig jaar is het “chazon”-visioen van de verstrooiing, en het visioen van de tweeëntwintighonderd jaar is het “mareh”-visioen van de vergadering.
What therefore God hath joined together, let not man put asunder. Mark 10:9.
Wat God dan samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden. Markus 10:9.
The two visions have been prophetically joined together, and to reject one is to reject them both. This fact identifies that in spite of Adventism claiming that they uphold the twenty-three hundred year prophecy, they have rejected the central pillar of Adventism, as certainly as they rejected the “seven times” in 1863. Did not the Jews profess to keep the law of God? Did not ancient Israel profess to be looking for the Messiah? Profession is meaningless if it does not uphold the Word of God.
De twee visioenen zijn profetisch samengevoegd, en het ene te verwerpen is beide te verwerpen. Dit feit toont aan dat, ondanks dat het adventisme beweert de profetie van de drieëntwintighonderd jaren te handhaven, het de centrale zuil van het adventisme heeft verworpen, even zeker als het in 1863 de „zeven tijden” verwierp. Beleden de Joden niet dat zij de wet van God onderhielden? Beleed het oude Israël niet dat het uitzag naar de Messias? Belijdenis is betekenisloos indien zij het Woord van God niet handhaaft.
The Millerites eventually identified October 22, 1844, as the termination of the period of twenty-three hundred days, but their understanding was limited. It was not until after the great disappointment that light came concerning the heavenly sanctuary and Christ’s appearance in the Most Holy Place on that date. Not until after that date, did they see the third angel’s message and the law of God.
De Millerieten identificeerden uiteindelijk 22 oktober 1844 als het einde van de periode van tweeduizend driehonderd dagen, maar hun begrip was beperkt. Pas na de grote teleurstelling kwam er licht aangaande het hemelse heiligdom en Christus’ verschijning in het Allerheiligste op die datum. Eerst na die datum zagen zij de boodschap van de derde engel en de wet van God.
The Lord intended to increase the prophetic light associated with the twenty-three hundred years, and in 1856, he opened the door to further light, and over the next seven years Adventism closed that door. It was not until after September 11, 2001, that the Lord led students of prophecy back to Hiram Edson’s articles, and the light of the “seven times,” once again began to increase.
De Heer had het voornemen het profetische licht dat met de tweeduizenddriehonderd jaren verbonden is, te vermeerderen, en in 1856 opende Hij de deur tot verder licht, en in de daaropvolgende zeven jaren sloot het adventisme die deur. Eerst na 11 september 2001 leidde de Heer studenten van de profetie terug naar de artikelen van Hiram Edson, en begon het licht van de „zeven tijden” opnieuw toe te nemen.
Refusing to see the relation between the twenty-three hundred year prophecy and the prophecy of twenty-five hundred and twenty years, Adventism came to understand October 22, 1844 in a stunted and incomplete fashion.
Doordat het adventisme weigerde het verband te zien tussen de profetie van tweeduizend driehonderd jaar en de profetie van tweeduizend vijfhonderd twintig jaar, is het 22 oktober 1844 op een beknotte en onvolledige wijze gaan begrijpen.
Once S. S. Snow locked-in the date for the crucifixion, the date of October 22, 1844, was ascertained.
Zodra S. S. Snow de datum van de kruisiging had vastgelegd, werd de datum van 22 oktober 1844 vastgesteld.
Know therefore and understand, that from the going forth of the commandment to restore and to build Jerusalem unto the Messiah the Prince shall be seven weeks, and threescore and two weeks: the street shall be built again, and the wall, even in troublous times. And after threescore and two weeks shall Messiah be cut off, but not for himself: and the people of the prince that shall come shall destroy the city and the sanctuary; and the end thereof shall be with a flood, and unto the end of the war desolations are determined. And he shall confirm the covenant with many for one week: and in the midst of the week he shall cause the sacrifice and the oblation to cease, and for the overspreading of abominations he shall make it desolate, even until the consummation, and that determined shall be poured upon the desolate. Daniel 9:25–27.
Weet dan en versta, dat vanaf het uitgaan van het bevel om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen, tot op de Messias, de Vorst, zeven weken en tweeënzestig weken zullen zijn; de straat zal opnieuw gebouwd worden, en de muur, zelfs in benauwde tijden. En na de tweeënzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar niet voor Zichzelf; en het volk van de vorst die komen zal, zal de stad en het heiligdom verwoesten; en het einde daarvan zal zijn met een overstroming, en tot aan het einde van de oorlog zijn verwoestingen vastgesteld. En hij zal voor velen het verbond bevestigen gedurende één week; en in het midden van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden, en om de uitbreiding van gruwelen zal hij haar woest maken, tot aan de voleinding toe, en wat vast besloten is, zal uitgestort worden over de verwoeste. Daniël 9:25–27.
The Millerites recognized the correct date for the crucifixion and then the end of the period of twenty-three hundred years was identified. The “cutting off of the Messiah” in “the midst of the week” in which Christ confirmed “the covenant” because of the Jews filling their cup of probationary time to the top, as represented by the “overspreading of Abominations”, was also identified. The cross became the historical waymark that was essential in the recognition of the message of the Midnight Cry.
De Millerieten herkenden de juiste datum voor de kruisiging, en vervolgens werd het einde van de periode van tweeduizend driehonderd jaar vastgesteld. Het „afgesneden worden van de Messias” „in het midden van de week”, waarin Christus „het verbond” bevestigde, omdat de Joden de maat van hun genadetijd tot aan de rand hadden gevuld, zoals voorgesteld door de „overspreiding der gruwelen”, werd eveneens vastgesteld. Het kruis werd de historische wegmarkering die wezenlijk was voor de herkenning van de boodschap van de Middernachtsroep.
In spite of the light located in the verses that produced such a powerful manifestation of God’s power, the Millerites never reached an understanding of those verses which was represented by Daniel’s desire to understand the relationship of the two visions. The week in which Christ confirmed the covenant was divided into two periods, which Sister White later identified as representing Christ’s personal ministry of three and a half years, followed by his ministry as represented by the disciples. They saw that the historical waymark of the cross became the anchor to ascertain the date of October 22, 1844, but they did not see that it also represented the center of two identical periods of three and a half years, and thus represented the “seven times,” which God through Moses called the “quarrel of his covenant.”
Ondanks het licht dat gelegen was in de verzen die zulk een krachtige manifestatie van Gods macht voortbrachten, kwamen de Millerieten nooit tot een begrip van die verzen dat werd voorgesteld door Daniëls verlangen de verhouding tussen de twee visioenen te verstaan. De week waarin Christus het verbond bevestigde, was verdeeld in twee perioden, die Zuster White later aanduidde als een voorstelling van Christus’ persoonlijke bediening van drie en een half jaar, gevolgd door zijn bediening zoals die door de discipelen werd voorgesteld. Zij zagen dat het historische baken van het kruis het anker werd om de datum van 22 oktober 1844 vast te stellen, maar zij zagen niet dat het ook het middelpunt vertegenwoordigde van twee identieke perioden van drie en een half jaar, en aldus de „zeven tijden” voorstelde, die God door Mozes „de twist van zijn verbond” noemde.
Then will I also walk contrary unto you, and will punish you yet seven times for your sins. And I will bring a sword upon you, that shall avenge the quarrel of my covenant: and when ye are gathered together within your cities, I will send the pestilence among you; and ye shall be delivered into the hand of the enemy. Leviticus 26:24, 25.
Dan zal ook Ik Mij tegen u keren en u nog zevenmaal om uw zonden straffen. En Ik zal het zwaard over u brengen, dat de wraak van Mijn verbond zal voltrekken; en wanneer gij u binnen uw steden verzamelt, zal Ik de pest onder u zenden; en gij zult in de hand van de vijand worden overgegeven. Leviticus 26:24, 25.
When Christ was confirming the covenant with many, it was the covenant that he had a quarrel over with the disobedient Jews. The “quarrel of his covenant,” began in 723 BC, when the Assyrians took the northern kingdom into captivity, and then for twelve hundred and sixty prophetic days, paganism trampled down literal Israel. That trampling down was then followed by another twelve hundred and sixty prophetic days, of papalism trampling down spiritual Israel.
Toen Christus het verbond met velen bevestigde, was het het verbond waarover Hij een twist had met de ongehoorzame Joden. De „twist van zijn verbond” begon in 723 v.Chr., toen de Assyriërs het noordelijke koninkrijk in gevangenschap wegvoerden, en vervolgens vertrapte het heidendom gedurende twaalfhonderdzestig profetische dagen het letterlijke Israël. Op dat vertrappen volgden vervolgens nog eens twaalfhonderdzestig profetische dagen, waarin het pausdom het geestelijke Israël vertrapte.
The prophetic week in which Christ confirmed the covenant, in fulfillment of the vision of twenty three hundred years, also represented the vision of twenty-five hundred and twenty years. The Millerites recognized enough of the prophecy of twenty-three hundred years to correctly proclaim the message of the Midnight Cry, but they chose to reject some of the light which Gabriel’s interpretation in chapter nine was meant to convey.
De profetische week waarin Christus het verbond bevestigde, ter vervulling van het visioen van tweeduizend driehonderd jaar, vertegenwoordigde ook het visioen van tweeduizend vijfhonderd en twintig jaar. De Millerieten erkenden voldoende van de profetie van tweeduizend driehonderd jaar om de boodschap van de Middernachtsroep op juiste wijze te verkondigen, maar zij kozen ervoor een deel van het licht te verwerpen dat Gabriëls uitleg in hoofdstuk negen bedoeld was over te brengen.
Gabriel had instructed Daniel to rightly divide (mentally separate) the two visions, represented as “matter” and “vision,” and in fulfillment of that counsel Sister White informs us that this was the very burden of Daniel as he sought to understand the relation of the seventy weeks (a symbol of “seven times”), and the twenty-three hundred years.
Gabriël had Daniël opgedragen de twee gezichten op de juiste wijze te onderscheiden (in gedachten van elkaar te scheiden), voorgesteld als „zaak” en „gezicht”, en ter vervulling van die raad deelt zuster White ons mee dat juist dit de grote last van Daniël was, toen hij trachtte de verhouding te begrijpen tussen de zeventig weken (een symbool van „zeven tijden”) en de drieëntwintighonderd jaar.
Adventism’s rejection of the “seven times,” placed them in a position where they could not understand that the first period of four hundred and ninety years, which was cut off from the twenty-three hundred years, represented the rebellion of the covenant that Moses identifies as the “quarrel of his covenant”.
Door de verwerping van de „zeven tijden” door het adventisme kwamen zij in een positie te verkeren waarin zij niet konden begrijpen dat de eerste periode van vierhonderdnegentig jaar, die van de drieëntwintighonderd jaar was afgesneden, de opstandigheid van het verbond vertegenwoordigde die Mozes aanduidt als de „twist van zijn verbond”.
They were also prevented from recognizing that the crucifixion in the midst of the week did more than simply identify the date, for it identified the very center of Christ’s quarrel with Israel’s disobedience with the blood of the covenant. They were blind to the fact that the blood that was shed for many at the cross, that was confirming his covenant, was also confirming the covenant set forth in Leviticus twenty-five and twenty-six.
Hun werd ook belet te erkennen dat de kruisiging in het midden van de week méér deed dan slechts de datum aanwijzen, want zij wees juist op het middelpunt van Christus’ rechtsgeding met Israëls ongehoorzaamheid door het bloed van het verbond. Zij waren blind voor het feit dat het bloed dat voor velen aan het kruis vergoten werd, en dat zijn verbond bekrachtigde, tevens het verbond bekrachtigde dat in Leviticus vijfentwintig en zesentwintig is uiteengezet.
Ancient Israel took upon themselves a covenant where they defined the covenant as their proclamation “that all that the Lord has said, we will do,” totally unaware that the covenant which Christ was offering required that His law be written upon the heart. Their pharisaical definition of the terms of the covenant prevented them from understanding and accepting the true covenant.
Het oude Israël nam een verbond op zich waarbij zij het verbond omschreven als hun verklaring: „alles wat de Heere gesproken heeft, zullen wij doen”, geheel onwetend dat het verbond dat Christus aanbood vereiste dat Zijn wet op het hart geschreven werd. Hun farizeïsche omschrijving van de voorwaarden van het verbond belette hun het ware verbond te verstaan en te aanvaarden.
Modern Israel has defined the blood of the cross in the midst of the week in terms which cause the same blindness for modern Israel that was upon ancient Israel when they rejected the Messiah and proclaimed they had no king but Caesar.
Het moderne Israël heeft het bloed van het kruis midden in de week omschreven in termen die voor het moderne Israël dezelfde blindheid veroorzaken als die welke over het oude Israël was gekomen toen zij de Messias verwierpen en verkondigden dat zij geen koning hadden dan de keizer.
Modern Israel is blind to the fact that the history which Gabriel outlined for Daniel not only includes the confirmation of the covenant, but also the scattering that is brought upon those who reject that covenant, for the verses identify that pagan Rome (the prince that was to come), would destroy the city and the sanctuary, and that unto the end of the war (which trampled down the sanctuary and the host) “desolations,” in the plural, were determined.
Het moderne Israël is blind voor het feit dat de geschiedenis die Gabriël aan Daniël ontvouwde niet alleen de bevestiging van het verbond omvat, maar ook de verstrooiing die gebracht wordt over hen die dat verbond verwerpen; want de verzen geven te kennen dat het heidense Rome (de vorst die komen zou) de stad en het heiligdom zou verwoesten, en dat tot het einde van de oorlog (die het heiligdom en het heerleger vertrapte) „verwoestingen”, in het meervoud, bepaald waren.
In the history where Christ shed his blood to confirm the covenant with many, the two desolating powers of pagan and papal Rome are specifically identified. The blood shed upon the cross is what Christ brings into the heavenly sanctuary, and is a symbol of His work represented by the “mareh” vision of twenty-three hundred years. That history is woven in with the history of the “chazon” vision of twenty-five hundred and twenty years, as represented by the two desolating powers that would trample down the sanctuary and the host.
In de geschiedenis waarin Christus Zijn bloed vergoot om het verbond met velen te bevestigen, worden de twee verwoestende machten van het heidense en het pauselijke Rome uitdrukkelijk geïdentificeerd. Het bloed dat op het kruis werd vergoten, is wat Christus het hemelse heiligdom binnenbrengt, en is een symbool van Zijn werk zoals voorgesteld door het „mareh”-visioen van tweeduizend driehonderd jaar. Die geschiedenis is verweven met de geschiedenis van het „chazon”-visioen van tweeduizend vijfhonderd twintig jaar, zoals voorgesteld door de twee verwoestende machten die het heiligdom en het heir zouden vertreden.
The truths which were represented in Miller’s dream as jewels shone as bright as the sun, but they were incomplete. In the last days, when the Midnight Cry is repeated to the very letter, those very jewels will be cast into the new, larger casket by the “dirt brush Man”, and they will then shine ten times brighter than they originally did. They become the test of the final Midnight Cry message. Those jewels were specifically identified by the two witnesses prophesied by Habakkuk, as tables. When the two tables of the 1843 and 1850 pioneer charts are laid upon each other “line upon line”, Miller’s jewels are specifically identified, and in so doing those jewels represent the message of the final Midnight Cry.
De waarheden die in Millers droom als juwelen werden voorgesteld, schitterden zo helder als de zon, maar zij waren onvolledig. In de laatste dagen, wanneer de Middernachtsroep tot op de letter wordt herhaald, zullen juist die juwelen door de „Man met de vuilborstel” in de nieuwe, grotere kist worden geworpen, en zij zullen dan tienmaal helderder schijnen dan zij oorspronkelijk deden. Zij worden de toetssteen van de boodschap van de laatste Middernachtsroep. Die juwelen werden door de twee getuigen die door Habakuk werden geprofeteerd, uitdrukkelijk aangeduid als tafelen. Wanneer de twee tafelen van de pionierskaarten van 1843 en 1850 „regel op regel” op elkaar worden gelegd, worden Millers juwelen uitdrukkelijk geïdentificeerd, en daardoor vertegenwoordigen die juwelen de boodschap van de laatste Middernachtsroep.
Most of the truths upon the two charts illustrate prophecies that were fulfilled prior to 1844, such as the identification of the beasts of Daniel seven and eight. The image of Daniel two is represented. The argument over whether it is Rome or Antiochus Epiphanes which establishes the vision is there. The first disappointment and the tarrying time of Habakkuk and the ten virgins is there. The arrival of the third angel is there, as is the heavenly sanctuary. “The daily” as a symbol of paganism is there. And of course, the three Woes of Islam are there. When brought together the charts represent an illustration of the “increase of knowledge” that takes place when the Lion of the tribe of Judah unseals a prophetic truth.
De meeste waarheden op de twee kaarten illustreren profetieën die vóór 1844 werden vervuld, zoals de identificatie van de beesten van Daniël zeven en acht. Het beeld van Daniël twee is weergegeven. Het betoog over de vraag of het Rome dan wel Antiochus Epiphanes is die het gezicht vaststelt, is daar aanwezig. De eerste teleurstelling en de vertoeftijd van Habakuk en de tien maagden zijn daar aanwezig. De komst van de derde engel is daar aanwezig, evenals het hemelse heiligdom. „Het dagelijks” als een symbool van het heidendom is daar aanwezig. En natuurlijk zijn de drie Weeën van de islam daar aanwezig. Wanneer zij samen worden gebracht, vormen de kaarten een illustratie van de „toename van kennis” die plaatsvindt wanneer de Leeuw uit de stam van Juda een profetische waarheid ontzegelt.
As we wind down our consideration of the vision of the Ulai River as the symbol of the prophetic knowledge that was unsealed at the time of the end in 1798, which increased to make up the jewels in the new, larger casket of William Miller’s dream, we will revisit the Millerite truths which were incomplete in their history. Some were left in an incomplete state because of the time in history in which the Millerites were living, and others were left incomplete through the disobedience of those who refused to keep up with the advancing light of the third angel.
Nu wij onze beschouwing over het visioen van de rivier de Ulai als het symbool van de profetische kennis die in 1798, ten tijde van het einde, werd ontzegeld en toenam om de juwelen te vormen in de nieuwe, grotere kist van William Millers droom, ten einde brengen, zullen wij terugkeren naar de Milleritische waarheden die in hun geschiedenis onvolledig waren. Sommige bleven in een onvolledige toestand vanwege de tijd in de geschiedenis waarin de Millerieten leefden, en andere bleven onvolledig door de ongehoorzaamheid van hen die weigerden gelijke tred te houden met het voortgaande licht van de derde engel.
We will continue these things in the next article.
Wij zullen deze zaken in het volgende artikel voortzetten.
“Those whom God has sent with a message are only men, but what is the character of the message which they bear? Will you dare to turn from, or make light of, the warnings, because God did not consult you as to what would be preferred? God calls men who will speak, who will cry aloud and spare not. God has raised up his messengers to do his work for this time. Some have turned from the message of the righteousness of Christ to criticize the men and their imperfections, because they do not speak the message of truth with all the grace and polish desirable. They have too much zeal, are too much in earnest, speak with too much positiveness, and the message that would bring healing and life and comfort to many weary and oppressed souls, is, in a measure, excluded; for just in proportion as men of influence close their own hearts and set up their own wills in opposition to what God has said, will they seek to take away the ray of light from those who have been longing and praying for light and for vivifying power. Christ has registered all the hard, proud, sneering speeches spoken against his servants as against himself.
„Zij die God met een boodschap heeft gezonden, zijn slechts mensen, maar wat is het karakter van de boodschap die zij dragen? Zult u het wagen u af te keren van, of gering te achten, de waarschuwingen, omdat God u niet heeft geraadpleegd over wat de voorkeur zou verdienen? God roept mannen die zullen spreken, die luid zullen roepen en niet zullen sparen. God heeft zijn boodschappers verwekt om zijn werk voor deze tijd te doen. Sommigen hebben zich van de boodschap van de gerechtigheid van Christus afgewend om de mannen en hun onvolkomenheden te bekritiseren, omdat zij de boodschap der waarheid niet brengen met alle gewenste bevalligheid en verfijning. Zij hebben te veel ijver, zijn te zeer in ernst, spreken met te grote stelligheid, en daardoor wordt de boodschap die genezing en leven en troost zou brengen aan vele vermoeide en verdrukte zielen, in zekere mate buitengesloten; want juist in dezelfde mate waarin invloedrijke mannen hun eigen hart sluiten en hun eigen wil opstellen in verzet tegen wat God heeft gezegd, zullen zij trachten de lichtstraal weg te nemen van hen die naar licht en naar levendmakende kracht hebben verlangd en gebeden. Christus heeft al de harde, trotse, honende woorden die tegen zijn dienstknechten zijn gesproken, aangemerkt als tegen Hemzelf gesproken.”
“The third angel’s message will not be comprehended, the light which will lighten the earth with its glory will be called a false light, by those who refuse to walk in its advancing glory. The work that might have been done, will be left undone by the rejecters of truth, because of their unbelief. We entreat of you who oppose the light of truth, to stand out of the way of God’s people. Let Heaven-sent light shine forth upon them in clear and steady rays. God holds you to whom this light has come, responsible for the use you make of it. Those who will not hear will be held responsible; for the truth has been brought within their reach, but they despised their opportunities and privileges. Messages bearing the divine credentials have been sent to God’s people; the glory, the majesty, the righteousness of Christ, full of goodness and truth, have been presented; the fullness of the Godhead in Jesus Christ has been set forth among us with beauty and loveliness, to charm all whose hearts were not closed with prejudice. We know that God has wrought among us. We have seen souls turn from sin to righteousness. We have seen faith revived in the hearts of the contrite ones. Shall we be like the lepers that were cleansed who went on their way, and only one returned to give glory to God? Let us rather tell of his goodness, and praise God with heart, with pen, and with voice.” Review and Herald, May 27, 1890.
„De boodschap van de derde engel zal niet worden begrepen; het licht dat de aarde met zijn heerlijkheid zal verlichten, zal een vals licht genoemd worden door hen die weigeren te wandelen in haar voortgaande heerlijkheid. Het werk dat gedaan had kunnen worden, zal ongedaan blijven door de verwerpers van de waarheid, vanwege hun ongeloof. Wij smeken u die u verzet tegen het licht der waarheid, uit de weg te gaan van Gods volk. Laat het uit de hemel gezonden licht op hen schijnen in heldere en bestendige stralen. God houdt u, tot wie dit licht is gekomen, verantwoordelijk voor het gebruik dat u ervan maakt. Zij die niet willen horen, zullen verantwoordelijk worden gehouden; want de waarheid is binnen hun bereik gebracht, maar zij hebben hun kansen en voorrechten veracht. Boodschappen die de goddelijke geloofsbrieven dragen, zijn tot Gods volk gezonden; de heerlijkheid, de majesteit, de gerechtigheid van Christus, vol van goedheid en waarheid, zijn voorgesteld; de volheid van de Godheid in Jezus Christus is onder ons uiteengezet met schoonheid en lieflijkheid, om allen te bekoren wier harten niet door vooroordeel gesloten waren. Wij weten dat God onder ons gewerkt heeft. Wij hebben zielen zien afkeren van de zonde tot de gerechtigheid. Wij hebben het geloof zien herleven in de harten van de verslagenen. Zullen wij zijn als de melaatsen die gereinigd werden, die hun weg vervolgden, en van wie slechts één terugkeerde om God de eer te geven? Laten wij veeleer spreken van Zijn goedheid, en God loven met hart, met pen en met stem.” Review and Herald, 27 mei 1890.