In chapters seventeen and eighteen of Revelation an angel brings the vision of the judgment of the papacy to John. In the breakdown of her ultimate judgment the kingdoms of Bible prophecy are represented.
In hoofdstuk zeventien en achttien van Openbaring brengt een engel Johannes het visioen van het oordeel over het pausdom. In de uiteenzetting van haar uiteindelijke oordeel worden de koninkrijken van de bijbelse profetie voorgesteld.
And here is the mind which hath wisdom. The seven heads are seven mountains, on which the woman sitteth. And there are seven kings: five are fallen, and one is, and the other is not yet come; and when he cometh, he must continue a short space. And the beast that was, and is not, even he is the eighth, and is of the seven, and goeth into perdition. Revelation 17:9–11.
En hierin is het verstand dat wijsheid heeft. De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. En het zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en één is, en de ander is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. En het beest dat was en niet is, ook hij is de achtste, en is uit de zeven, en gaat ten verderve. Openbaring 17:9–11.
John had been spiritually conveyed to 1798, where he is instructed that the seven heads on the beast that carried the papal woman were seven kings. A king is a kingdom, and a kingdom is also a head in Bible prophecy. In 1798, five kingdoms had fallen and one was then ruling. A seventh kingdom was yet future, and it was represented by ten kings. Then John was informed that the eighth kingdom was the papal beast, that was of the seven. The papacy was the fifth kingdom, and it had received a deadly wound, so that when its deadly wound is healed, it then becomes the eighth head that is of the seven.
Johannes was geestelijk overgebracht naar 1798, waar hem werd meegedeeld dat de zeven koppen op het beest dat de pauselijke vrouw droeg, zeven koningen waren. Een koning is een koninkrijk, en een koninkrijk is in de Bijbelse profetie ook een kop. In 1798 waren vijf koninkrijken gevallen en één heerste toen. Een zevende koninkrijk lag nog in de toekomst, en het werd voorgesteld door tien koningen. Vervolgens werd Johannes meegedeeld dat het achtste koninkrijk het pauselijke beest was, dat uit de zeven was. Het pausdom was het vijfde koninkrijk, en het had een dodelijke wond ontvangen, zodat het, wanneer zijn dodelijke wond genezen is, dan de achtste kop wordt die uit de zeven is.
In Daniel two the first four kingdoms are Babylon, Medo-Persia, Greece and Rome. Those four literal kingdoms also represent four spiritual kingdoms, and together they identify the eight kings, or heads of Revelation seventeen, for Jesus always illustrates the end of a thing with the beginning of a thing. Daniel chapter two, is the first mention of the kingdoms of Bible prophecy, and Revelation seventeen is the last, so they must agree, for God never changes.
In Daniël twee zijn de eerste vier koninkrijken Babylon, Medo-Perzië, Griekenland en Rome. Die vier letterlijke koninkrijken vertegenwoordigen ook vier geestelijke koninkrijken, en tezamen duiden zij de acht koningen, of hoofden, van Openbaring zeventien aan, want Jezus illustreert altijd het einde van een zaak met het begin van een zaak. Daniël hoofdstuk twee is de eerste vermelding van de koninkrijken van de Bijbelse profetie, en Openbaring zeventien is de laatste, dus moeten zij overeenstemmen, want God verandert nooit.
The fifth kingdom that had fallen in 1798, was spiritual Babylon, the papacy. The sixth kingdom that was in power in 1798, was the two-horned kingdom that had been typified by the two-horned kingdom of the Medes and Persians. The seventh kingdom, which consists of ten kings, who in 1798 had not yet come, is the one-world government, that had been typified by Greece, the one-world government of Alexander the Great. The eighth head, who was of the seven was the fifth kingdom that had a deadly wound, yet lived again when the deadly wound was healed.
Het vijfde koninkrijk dat in 1798 gevallen was, was het geestelijke Babylon, het pausdom. Het zesde koninkrijk dat in 1798 aan de macht was, was het tweehornige koninkrijk dat voorafgeschaduwd was door het tweehornige koninkrijk van de Meden en Perzen. Het zevende koninkrijk, dat bestaat uit tien koningen, die in 1798 nog niet gekomen waren, is de ene wereldregering, die voorafgeschaduwd was door Griekenland, de ene wereldregering van Alexander de Grote. Het achtste hoofd, dat uit de zeven was, was het vijfde koninkrijk dat een dodelijke wond had, en toch opnieuw leefde toen de dodelijke wond genezen was.
The judgment of the great whore occurs in the “hour” of the Sunday law crisis, that is a period of time beginning with the Sunday law in the United States and continuing through history until human probation closes. In that “hour,” which in Daniel is identified as “the days of these kings”, God will set up His kingdom. In that “hour” the latter rain is being poured out.
Het oordeel over de grote hoer vindt plaats in het „uur” van de crisis van de zondagwet, dat wil zeggen een tijdsperiode die begint met de zondagwet in de Verenigde Staten en zich door de geschiedenis voortzet totdat de menselijke genadetijd wordt gesloten. In dat „uur”, dat in Daniël wordt aangeduid als „de dagen van deze koningen”, zal God Zijn koninkrijk oprichten. In dat „uur” wordt de late regen uitgestort.
“The latter rain is coming on those that are pure—all then will receive it as formerly.
„De late regen komt over hen die rein zijn — allen zullen die dan ontvangen zoals voorheen.ײ
“When the four angels let go, Christ will set up His kingdom. None receive the latter rain but those who are doing all they can.” Spalding and Magan, 3.
„Wanneer de vier engelen loslaten, zal Christus Zijn koninkrijk oprichten. Niemand ontvangt de late regen dan zij die alles doen wat zij kunnen.” Spalding and Magan, 3.
The outpouring of the latter rain is progressive, for it corresponds to the judgment, and judgment is progressive. The Millerites understood they were living at the feet of the image of Daniel chapter two. They believed that Rome was the final earthly kingdom, and they were right, but limited in their understanding.
De uitstorting van de late regen is voortschrijdend, want zij komt overeen met het oordeel, en het oordeel is voortschrijdend. De Millerieten begrepen dat zij leefden aan de voeten van het beeld uit Daniël hoofdstuk twee. Zij geloofden dat Rome het laatste aardse koninkrijk was, en daarin hadden zij gelijk, maar hun begrip was beperkt.
The “days of these kings,” does occur in the history of the kingdom of Rome, but it is not the history of pagan or papal Rome, it is the history of modern Rome. The Millerites applied pagan and papal Rome as one kingdom, and in so doing they used a passage from the book of Ezekiel concerning the final king of Judah (Zedekiah), to uphold their understanding.
De „dagen van deze koningen” doen zich wel voor in de geschiedenis van het koninkrijk Rome, maar het is niet de geschiedenis van het heidense of pauselijke Rome; het is de geschiedenis van het moderne Rome. De Millerieten pasten het heidense en het pauselijke Rome toe als één koninkrijk, en door dit te doen gebruikten zij een passage uit het boek Ezechiël betreffende de laatste koning van Juda (Zedekia) om hun begrip te ondersteunen.
And thou, profane wicked prince of Israel, whose day is come, when iniquity shall have an end, Thus saith the Lord God; Remove the diadem, and take off the crown: this shall not be the same: exalt him that is low, and abase him that is high. I will overturn, overturn, overturn, it: and it shall be no more, until he come whose right it is; and I will give it him. Ezekiel 21:25–27.
En gij, goddeloze, profane vorst van Israël, wiens dag gekomen is, wanneer de ongerechtigheid een einde zal hebben, zo zegt de Heere HEERE: Doe de tulband af en neem de kroon weg; het zal niet blijven zoals het is: verhoog hem die laag is, en verneder hem die hoog is. Ik zal het omkeren, omkeren, omkeren; ja, het zal er niet meer zijn, totdat Hij komt, wiens recht het is; en Ik zal het Hem geven. Ezechiël 21:25–27.
From Zedekiah there would be three kingdoms that would be “overturned,” that would lead to Christ, whose “right it is,” to rule. Babylon, Medo-Persia and Greece would all be overthrown until the kingdom of Rome, and during the history of that fourth kingdom, Christ would come and set up a kingdom. He did that very thing.
Vanaf Zedekia zouden er drie koninkrijken zijn die „omgekeerd” zouden worden, die zouden leiden tot Christus, wiens „recht het is” om te regeren. Babylon, Medo-Perzië en Griekenland zouden alle worden omvergeworpen tot aan het koninkrijk van Rome, en gedurende de geschiedenis van dat vierde koninkrijk zou Christus komen en een koninkrijk oprichten. Juist dat heeft Hij gedaan.
“Foremost among those who were rapidly leading the nation to ruin was Zedekiah their king. Forsaking utterly the counsels of the Lord as given through the prophets, forgetting the debt of gratitude he owed Nebuchadnezzar, violating his solemn oath of allegiance taken in the name of the Lord God of Israel, Judah’s king rebelled against the prophets, against his benefactor, and against his God. In the vanity of his own wisdom he turned for help to the ancient enemy of Israel’s prosperity, “sending his ambassadors into Egypt, that they might give him horses and much people.’
‘De voornaamste onder hen die de natie snel naar de ondergang voerden, was Zedekia, hun koning. Door de raadgevingen van de HEERE, zoals die door de profeten waren gegeven, volkomen te verlaten, de schuld van dankbaarheid die hij Nebukadnezar verschuldigd was te vergeten, zijn plechtige eed van trouw, afgelegd in de Naam van de HEERE, de God van Israël, te schenden, kwam de koning van Juda in opstand tegen de profeten, tegen zijn weldoener en tegen zijn God. In de ijdelheid van zijn eigen wijsheid wendde hij zich om hulp tot de oude vijand van Israëls voorspoed, “en zond zijn gezanten naar Egypte, opdat zij hem paarden en veel volk zouden geven.”’
“‘Shall he prosper?’ the Lord inquired concerning the one who had thus basely betrayed every sacred trust; ‘shall he escape that doeth such things? or shall he break the covenant, and be delivered? As I live, saith the Lord God, surely in the place where the king dwelleth that made him king, whose oath he despised, and whose covenant he brake, even with him in the midst of Babylon he shall die. Neither shall Pharaoh with his mighty army and great company make for him in the war: … seeing he despised the oath by breaking the covenant, when, lo, he had given his hand, and hath done all these things, he shall not escape.’ Ezekiel 17:15–18.
‘Zal hij voorspoedig zijn?’ vroeg de Heere aangaande hem die aldus op laaghartige wijze elk heilig vertrouwen had verraden; ‘zal hij ontkomen die zulke dingen doet? of zal hij het verbond verbreken en bevrijd worden? Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, voorzeker, in de plaats waar de koning woont die hem koning gemaakt heeft, wiens eed hij verachtte en wiens verbond hij verbrak, ja, bij hem, te midden van Babel, zal hij sterven. Ook zal Farao met zijn machtig leger en grote schare hem in de oorlog niet bijstaan: … aangezien hij de eed verachtte door het verbond te verbreken, terwijl, zie, hij zijn hand gegeven had en al deze dingen gedaan heeft, zal hij niet ontkomen.’ Ezechiël 17:15–18.
“To the ‘profane wicked prince’ had come the day of final reckoning. ‘Remove the diadem,’ the Lord decreed, ‘and take off the crown.’ Not until Christ Himself should set up His kingdom was Judah again to be permitted to have a king. ‘I will overturn, overturn, overturn, it,’ was the divine edict concerning the throne of the house of David; ‘and it shall be no more, until He come whose right it is; and I will give it Him.’ Ezekiel 21:25–27.” Prophets and Kings, 450, 451.
„Voor de ‘goddeloze, onheilige vorst’ was de dag van de uiteindelijke afrekening gekomen. ‘Doe de tulband weg,’ verordende de Heere, ‘en neem de kroon af.’ Pas wanneer Christus Zelf Zijn koninkrijk zou oprichten, zou het Juda opnieuw toegestaan worden een koning te hebben. ‘Ik zal het omkeren, omkeren, omkeren,’ luidde het goddelijke bevel aangaande de troon van het huis van David; ‘ja, het zal niet meer zijn, totdat Hij komt, die er recht op heeft; en Ik zal het Hem geven.’ Ezechiël 21:25–27.” Profeten en koningen, 450, 451.
Miller was correct, but his understanding was limited, for the kingdom Christ set up when he walked among men, was not the final earthly kingdom. There was yet to be four kings after the kingdom of pagan Rome. Yet Christ did establish the kingdom of “grace” at the cross, but that kingdom was not set up in the days of the ten kings of Revelation seventeen, nor was it set up during the time of the latter rain. The kingdom which Christ establishes in the last days, is his kingdom of “glory.” Sister White speaks directly of both of these kingdoms.
Miller had gelijk, maar zijn begrip was beperkt, want het koninkrijk dat Christus oprichtte toen Hij onder de mensen wandelde, was niet het uiteindelijke aardse koninkrijk. Er zouden na het koninkrijk van het heidense Rome nog vier koningen zijn. Toch heeft Christus aan het kruis het koninkrijk van de „genade” opgericht, maar dat koninkrijk werd niet opgericht in de dagen van de tien koningen van Openbaring zeventien, noch werd het opgericht gedurende de tijd van de late regen. Het koninkrijk dat Christus in de laatste dagen opricht, is Zijn koninkrijk van „heerlijkheid”. Zuster White spreekt rechtstreeks over beide deze koninkrijken.
The Millerites understood that Christ established a kingdom during the history of the fourth kingdom, and they were correct, but limited in their understanding. In the history of the fourth kingdom, Christ set up the kingdom of “grace,” and in the history of the eighth kingdom, He set up His kingdom of “glory.” In the history when He set up the kingdom of “grace,” the Holy Spirit was poured out at Pentecost. Pentecost typifies the outpouring of the latter rain, in the history where He sets up his kingdom of “glory.”
De millerieten begrepen dat Christus tijdens de geschiedenis van het vierde koninkrijk een koninkrijk oprichtte, en daarin hadden zij gelijk, maar hun inzicht was beperkt. In de geschiedenis van het vierde koninkrijk richtte Christus het koninkrijk van „genade” op, en in de geschiedenis van het achtste koninkrijk richtte Hij Zijn koninkrijk van „heerlijkheid” op. In de geschiedenis waarin Hij het koninkrijk van „genade” oprichtte, werd de Heilige Geest uitgestort op Pinksteren. Pinksteren is een voorafschaduwing van de uitstorting van de late regen, in de geschiedenis waarin Hij Zijn koninkrijk van „heerlijkheid” opricht.
The message of Pentecost was the message of Christ’s literal resurrection. The message of the latter rain, at least partially, is the message of the symbolic resurrection represented by the prophetic riddle that the eighth being of the seven, which is fulfilled in the beast, and also the two horns of the earth beast. The fourth and the eighth kingdoms are where Christ establishes His kingdom.
De boodschap van Pinksteren was de boodschap van Christus’ letterlijke opstanding. De boodschap van de late regen is, althans gedeeltelijk, de boodschap van de symbolische opstanding die wordt voorgesteld door het profetische raadsel dat de achtste van de zeven is, hetgeen in het beest wordt vervuld, en ook door de twee horens van het beest uit de aarde. Het vierde en het achtste koninkrijk zijn de plaatsen waar Christus Zijn koninkrijk opricht.
“The announcement which had been made by the disciples in the name of the Lord was in every particular correct, and the events to which it pointed were even then taking place. ‘The time is fulfilled, the kingdom of God is at hand,’ had been their message. At the expiration of ‘the time’—the sixty-nine weeks of Daniel 9, which were to extend to the Messiah, ‘the Anointed One’—Christ had received the anointing of the Spirit after His baptism by John in Jordan. And the ‘kingdom of God’ which they had declared to be at hand was established by the death of Christ. This kingdom was not, as they had been taught to believe, an earthly empire. Nor was it that future, immortal kingdom which shall be set up when ‘the kingdom and dominion, and the greatness of the kingdom under the whole heaven, shall be given to the people of the saints of the Most High;’ that everlasting kingdom, in which ‘all dominions shall serve and obey Him.’ Daniel 7:27. As used in the Bible, the expression ‘kingdom of God’ is employed to designate both the kingdom of grace and the kingdom of glory. The kingdom of grace is brought to view by Paul in the Epistle to the Hebrews. After pointing to Christ, the compassionate intercessor who is ‘touched with the feeling of our infirmities,’ the apostle says: ‘Let us therefore come boldly unto the throne of grace, that we may obtain mercy, and find grace.’ Hebrews 4:15, 16. The throne of grace represents the kingdom of grace; for the existence of a throne implies the existence of a kingdom. In many of His parables Christ uses the expression ‘the kingdom of heaven’ to designate the work of divine grace upon the hearts of men.
“De aankondiging die door de discipelen in de naam van de Heere was gedaan, was in elk opzicht juist, en de gebeurtenissen waarnaar zij verwees, vonden toen reeds plaats. ‘De tijd is vervuld, en het Koninkrijk Gods is nabijgekomen,’ was hun boodschap. Bij het verstrijken van ‘de tijd’—de negenenzestig weken van Daniël 9, die zouden reiken tot de Messias, ‘de Gezalfde’—had Christus na Zijn doop door Johannes in de Jordaan de zalving van de Geest ontvangen. En het ‘Koninkrijk Gods’ dat zij als nabij hadden verkondigd, werd opgericht door de dood van Christus. Dit koninkrijk was niet, zoals hun was geleerd te geloven, een aards rijk. Evenmin was het dat toekomstige, onsterfelijke koninkrijk dat zal worden opgericht wanneer ‘het koningschap, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder de ganse hemel aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten gegeven zal worden;’ dat eeuwige koninkrijk, waarin ‘alle heerschappijen Hem zullen dienen en gehoorzamen.’ Daniël 7:27. Zoals deze uitdrukking in de Bijbel wordt gebruikt, dient ‘het Koninkrijk Gods’ ter aanduiding van zowel het koninkrijk der genade als het koninkrijk der heerlijkheid. Het koninkrijk der genade wordt door Paulus in de brief aan de Hebreeën naar voren gebracht. Nadat hij heeft gewezen op Christus, de medelevende voorspraak die ‘medelijden kan hebben met onze zwakheden,’ zegt de apostel: ‘Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid verkrijgen en genade vinden.’ Hebreeën 4:15, 16. De troon der genade vertegenwoordigt het koninkrijk der genade; want het bestaan van een troon veronderstelt het bestaan van een koninkrijk. In vele van Zijn gelijkenissen gebruikt Christus de uitdrukking ‘het Koninkrijk der hemelen’ om het werk van de goddelijke genade in de harten der mensen aan te duiden.”
“So the throne of glory represents the kingdom of glory; and this kingdom is referred to in the Saviour’s words: ‘When the Son of man shall come in His glory, and all the holy angels with Him, then shall He sit upon the throne of His glory: and before Him shall be gathered all nations.’ Matthew 25:31, 32. This kingdom is yet future. It is not to be set up until the second advent of Christ.
„De troon der heerlijkheid vertegenwoordigt dus het koninkrijk der heerlijkheid; en naar dit koninkrijk wordt verwezen in de woorden van de Heiland: ‘Wanneer de Zoon des mensen zal komen in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij plaatsnemen op de troon Zijner heerlijkheid; en vóór Hem zullen alle volken verzameld worden.’ Mattheüs 25:31, 32. Dit koninkrijk is nog toekomstig. Het zal niet worden opgericht vóór de tweede komst van Christus.
“The kingdom of grace was instituted immediately after the fall of man, when a plan was devised for the redemption of the guilty race. It then existed in the purpose and by the promise of God; and through faith, men could become its subjects. Yet it was not actually established until the death of Christ. Even after entering upon His earthly mission, the Saviour, wearied with the stubbornness and ingratitude of men, might have drawn back from the sacrifice of Calvary. In Gethsemane the cup of woe trembled in His hand. He might even then have wiped the blood-sweat from His brow and have left the guilty race to perish in their iniquity. Had He done this, there could have been no redemption for fallen men. But when the Saviour yielded up His life, and with His expiring breath cried out, ‘It is finished,’ then the fulfillment of the plan of redemption was assured. The promise of salvation made to the sinful pair in Eden was ratified. The kingdom of grace, which had before existed by the promise of God, was then established.
„Het koninkrijk der genade werd onmiddellijk na de val van de mens ingesteld, toen er een plan werd ontworpen voor de verlossing van het schuldige mensengeslacht. Toen bestond het in Gods voornemen en krachtens Gods belofte; en door het geloof konden mensen de onderdanen ervan worden. Toch werd het niet daadwerkelijk opgericht vóór de dood van Christus. Zelfs nadat de Heiland Zijn aardse zending had aanvaard, had Hij, vermoeid door de halsstarrigheid en ondankbaarheid van de mensen, kunnen terugdeinzen voor het offer van Golgotha. In Gethsémané beefde de beker van wee in Zijn hand. Zelfs toen had Hij het bloedzweet van Zijn voorhoofd kunnen wissen en het schuldige mensengeslacht aan zijn ongerechtigheid kunnen overlaten om daarin om te komen. Indien Hij dit had gedaan, had er geen verlossing kunnen zijn voor gevallen mensen. Maar toen de Heiland Zijn leven gaf en met Zijn laatste adem uitriep: ‘Het is volbracht,’ toen werd de vervulling van het verlossingsplan verzekerd. De belofte van zaligheid, in Eden gedaan aan het zondige paar, werd bekrachtigd. Het koninkrijk der genade, dat tevoren door Gods belofte had bestaan, werd toen opgericht.
“Thus the death of Christ—the very event which the disciples had looked upon as the final destruction of their hope—was that which made it forever sure. While it had brought them a cruel disappointment, it was the climax of proof that their belief had been correct. The event that had filled them with mourning and despair was that which opened the door of hope to every child of Adam, and in which centered the future life and eternal happiness of all God’s faithful ones in all the ages.
„Zo was de dood van Christus — juist de gebeurtenis die de discipelen hadden beschouwd als de uiteindelijke vernietiging van hun hoop — datgene wat haar voor altijd zeker maakte. Hoewel zij hun een bittere teleurstelling had gebracht, vormde zij het hoogtepunt van het bewijs dat hun geloof juist was geweest. De gebeurtenis die hen met droefheid en wanhoop had vervuld, was juist die welke de deur der hoop opende voor ieder kind van Adam, en waarin het toekomstige leven en het eeuwige geluk van al Gods getrouwen door alle eeuwen heen hun middelpunt vonden.
“Purposes of infinite mercy were reaching their fulfillment, even through the disappointment of the disciples. While their hearts had been won by the divine grace and power of His teaching, who ‘spake as never man spake,’ yet intermingled with the pure gold of their love for Jesus, was the base alloy of worldly pride and selfish ambitions. Even in the Passover chamber, at that solemn hour when their Master was already entering the shadow of Gethsemane, there was ‘a strife among them, which of them should be accounted the greatest.’ Luke 22:24. Their vision was filled with the throne, the crown, and the glory, while just before them lay the shame and agony of the garden, the judgment hall, the cross of Calvary. It was their pride of heart, their thirst for worldly glory, that had led them to cling so tenaciously to the false teaching of their time, and to pass unheeded the Saviour’s words showing the true nature of His kingdom, and pointing forward to His agony and death. And these errors resulted in the trial—sharp but needful—which was permitted for their correction. Though the disciples had mistaken the meaning of their message, and had failed to realize their expectations, yet they had preached the warning given them of God, and the Lord would reward their faith and honor their obedience. To them was to be entrusted the work of heralding to all nations the glorious gospel of their risen Lord. It was to prepare them for this work that the experience which seemed to them so bitter had been permitted.” The Great Controversy, 347, 348.
“Voornemens van oneindige barmhartigheid bereikten hun vervulling, zelfs door de teleurstelling van de discipelen heen. Hoewel hun harten gewonnen waren door de goddelijke genade en kracht van Zijn onderricht, Hij ‘die sprak zoals nooit een mens gesproken heeft,’ was toch met het zuivere goud van hun liefde tot Jezus het onedele mengsel van wereldse trots en zelfzuchtige eerzucht vermengd. Zelfs in de paaskamer, op dat plechtige uur toen hun Meester reeds de schaduw van Gethsémané binnenging, was er ‘onenigheid onder hen, wie van hen geacht moest worden de meeste te zijn.’ Lukas 22:24. Hun blik was vervuld van de troon, de kroon en de heerlijkheid, terwijl vlak vóór hen de smaad en de zieleangst van de hof, de rechtszaal, het kruis van Golgotha lagen. Het was hun hoogmoed, hun dorst naar wereldse heerlijkheid, die hen ertoe had gebracht zo hardnekkig vast te houden aan de valse leer van hun tijd en achteloos voorbij te gaan aan de woorden van de Heiland, die de ware aard van Zijn koninkrijk openbaarden en vooruitwezen naar Zijn zieleangst en dood. En deze dwalingen leidden tot de beproeving—scherp maar noodzakelijk—die tot hun terechtwijzing werd toegelaten. Hoewel de discipelen de betekenis van hun boodschap verkeerd hadden verstaan en hun verwachtingen niet verwezenlijkt zagen, hadden zij toch de waarschuwing verkondigd die God hun had gegeven, en de Heere zou hun geloof belonen en hun gehoorzaamheid eren. Aan hen zou het werk worden toevertrouwd om aan alle volken het heerlijke evangelie van hun opgestane Heere te verkondigen. Ter voorbereiding op dit werk was de ervaring toegestaan die hun zo bitter toescheen.” The Great Controversy, 347, 348.
In the book of Revelation, the “mind that has wisdom” counts “the number of a man”, and recognizes that “the man” is also the eighth kingdom, that is of the seven. The “man of sin” is the head of the eighth kingdom that rules over the kings and merchants of the earth, who the seven churches join with to avoid the reproach of persecution, and who is seated upon many waters.
In het boek Openbaring berekent het „verstand dat wijsheid heeft” „het getal van een mens”, en erkent het dat „de mens” ook het achtste koninkrijk is, dat uit de zeven is. De „mens der zonde” is het hoofd van het achtste koninkrijk dat heerschappij voert over de koningen en kooplieden der aarde, met wie de zeven gemeenten zich verbinden om de smaad van vervolging te ontgaan, en dat gezeten is op vele wateren.
And he saith unto me, The waters which thou sawest, where the whore sitteth, are peoples, and multitudes, and nations, and tongues. Revelation 17:15.
En hij zeide tot mij: De wateren die gij gezien hebt, waar de hoer gezeten is, zijn volken en menigten en natiën en talen. Openbaring 17:15.
The “man of sin” rules over the political, monetary, religious, and civil world, and all men, except those who have obtained the victory over the beast, and his image, his mark and the number of his name.
De „mens der zonde” heerst over de politieke, monetaire, religieuze en burgerlijke wereld, en over alle mensen, behalve over hen die de overwinning hebben behaald over het beest, zijn beeld, zijn merkteken en het getal van zijn naam.
And I saw as it were a sea of glass mingled with fire: and them that had gotten the victory over the beast, and over his image, and over his mark, and over the number of his name, stand on the sea of glass, having the harps of God. And they sing the song of Moses the servant of God, and the song of the Lamb, saying, Great and marvellous are thy works, Lord God Almighty; just and true are thy ways, thou King of saints. Revelation 15:2, 3.
En ik zag als het ware een glazen zee, met vuur vermengd; en hen die de overwinning hadden behaald over het beest, en over zijn beeld, en over zijn merkteken, en over het getal van zijn naam, staan aan de glazen zee, met de citers van God. En zij zingen het lied van Mozes, de dienstknecht van God, en het lied van het Lam, zeggende: Groot en wonderbaar zijn Uw werken, Heere, God Almachtig; rechtvaardig en waarachtig zijn Uw wegen, Gij Koning der heiligen. Openbaring 15:2, 3.
The “wise” who understand the “increase of knowledge,” when the Revelation of Jesus Christ is unsealed, are those who have “understanding” and “count the number of the beast: for it is the number of a man; and his number is Six hundred threescore and six.” That “understanding” represents part of the three-step testing process that always occurs when Jesus unseals a prophecy. This is why it is noted that they have “gotten the victory over” “the number of his name.”
De „wijzen” die de „toename van kennis” begrijpen, wanneer de Openbaring van Jezus Christus wordt ontsloten, zijn degenen die „verstand” hebben en „het getal van het beest berekenen; want het is het getal van een mens; en zijn getal is zeshonderd zesenzestig.” Dat „verstand” vormt een deel van het drievoudige beproevingsproces dat zich altijd voordoet wanneer Jezus een profetie ontsluit. Daarom wordt opgemerkt dat zij „de overwinning hebben behaald over” „het getal van zijn naam.”
To obtain victory is to pass a test, and those who are “wise” and “understand” get the victory associated with the number 666, and the verse also identifies that there are eight kingdoms, and that the eighth is of the seven. That “secret” is represented in Daniel chapter two, for Daniel’s prayer was to understand “the secret.” The revelation that there are eight kingdoms, and the eighth kingdom is of the seven, and the number of that kingdom is 666, is the secret Daniel is represented as obtaining by his prayer, and Daniel represents the “wise” of God’s last days.
De overwinning te behalen betekent een beproeving te doorstaan, en zij die „wijs” zijn en „verstaan” behalen de overwinning die met het getal 666 verbonden is; en het vers duidt ook aan dat er acht koninkrijken zijn, en dat het achtste uit de zeven is. Dat „geheim” wordt in Daniël hoofdstuk twee voorgesteld, want Daniëls gebed was erop gericht „het geheim” te verstaan. De openbaring dat er acht koninkrijken zijn, en dat het achtste koninkrijk uit de zeven is, en dat het getal van dat koninkrijk 666 is, is het geheim waarvan Daniël wordt voorgesteld het door zijn gebed te verkrijgen, en Daniël vertegenwoordigt de „wijzen” van Gods laatste dagen.
Daniel represents the “wise” of the last days who have the secret of Daniel two unsealed unto them, and that secret is the revelation that the last and first reference to the kingdoms of Bible prophecy is that there are eight kingdoms in the image. That revelation upholds the Millerite understanding of Daniel chapter two, but shines ten times brighter, once it is recognized. Its brilliance, being ten times brighter, represents a test which the “wise” get victory over, for the eighth kingdom that is of the seven, is also the sixth kingdom which is a threefold union of the dragon, the beast and false prophet. As such, the dragon, the beast and the false prophet are all the sixth kingdom, and together represent 666.
Daniël vertegenwoordigt de „wijzen” van de laatste dagen aan wie het geheim van Daniël twee is ontzegeld, en dat geheim is de openbaring dat de laatste en eerste verwijzing naar de koninkrijken van de Bijbelse profetie inhoudt dat er acht koninkrijken in het beeld zijn. Die openbaring handhaaft het Milleritische begrip van Daniël hoofdstuk twee, maar straalt, zodra zij wordt herkend, tienmaal helderder. Haar glans, doordat zij tienmaal helderder is, vertegenwoordigt een beproeving die de „wijzen” overwinnen, want het achtste koninkrijk, dat uit de zeven is, is ook het zesde koninkrijk, dat een drievoudige vereniging is van de draak, het beest en de valse profeet. Als zodanig zijn de draak, het beest en de valse profeet allen het zesde koninkrijk, en samen vertegenwoordigen zij 666.
Nebuchadnezzar was tested by the revelation of Daniel chapter two, and he failed the test. In Daniel two, Daniel represents the “wise” who pass the test of the secret of the image. Nebuchadnezzar in chapter three represents the wicked that fail the very same test. Nebuchadnezzar, as the first king of the first kingdom, represents the last king of the last kingdom. He therefore represents the “man of sin,” the man of prophecy that the seven churches take hold of. Man was created on the sixth day, and the number six is therefore the number of mankind. The number of Nebuchadnezzar is six. Nebuchadnezzar failed the test of the number 666, and represented the wicked of the last days. As a symbol of the man of sin, his number is six.
Nebukadnezar werd beproefd door de openbaring van Daniël hoofdstuk twee, en hij faalde voor die beproeving. In Daniël twee vertegenwoordigt Daniël de „wijzen” die de beproeving aangaande het geheim van het beeld doorstaan. Nebukadnezar in hoofdstuk drie vertegenwoordigt de goddelozen die voor precies dezelfde beproeving falen. Nebukadnezar vertegenwoordigt, als de eerste koning van het eerste koninkrijk, de laatste koning van het laatste koninkrijk. Daarom vertegenwoordigt hij de „mens der zonde”, de profetische mens op wie de zeven gemeenten vat krijgen. De mens werd geschapen op de zesde dag, en het getal zes is daarom het getal van de mensheid. Het getal van Nebukadnezar is zes. Nebukadnezar faalde voor de beproeving van het getal 666 en vertegenwoordigde de goddelozen van de laatste dagen. Als symbool van de mens der zonde is zijn getal zes.
Nebuchadnezzar the king made an image of gold, whose height was threescore cubits, and the breadth thereof six cubits: he set it up in the plain of Dura, in the province of Babylon. Daniel 3:1.
Koning Nebukadnezar maakte een gouden beeld, waarvan de hoogte zestig el en de breedte zes el was; hij richtte het op in de vlakte van Dura, in het gewest Babel. Daniël 3:1.
The golden image was sixty cubits, by six cubits and it was made by Nebuchadnezzar, whose number is six. The image was erected in rebellion to the light of the image of chapter two, and the threefold description of the image, when you understand the number of Nebuchadnezzar is six, equates to six, six, six.
Het gouden beeld was zestig el hoog en zes el breed, en het werd gemaakt door Nebukadnezar, wiens getal zes is. Het beeld werd opgericht in opstand tegen het licht van het beeld van hoofdstuk twee, en de drievoudige beschrijving van het beeld komt, wanneer men begrijpt dat het getal van Nebukadnezar zes is, overeen met zes, zes, zes.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“The thought of establishing the empire and a dynasty that should endure forever, appealed very strongly to the mighty ruler before whose arms the nations of earth had been unable to stand. With an enthusiasm born of boundless ambition and selfish pride, he entered into counsel with his wise men as to how to bring this about. Forgetting the remarkable providences connected with the dream of the great image; forgetting also that the God of Israel through His servant Daniel had made plain the significance of the image, and that in connection with this interpretation the great men of the realm had been saved an ignominious death; forgetting all except their desire to establish their own power and supremacy, the king and his counselors of state determined that by every means possible they would endeavor to exalt Babylon as supreme, and worthy of universal allegiance.
“De gedachte een rijk en een dynastie te vestigen die voor eeuwig zouden standhouden, sprak de machtige heerser, voor wiens wapenen de volken der aarde niet hadden kunnen standhouden, zeer sterk aan. Met een geestdrift, geboren uit grenzeloze eerzucht en zelfzuchtige hoogmoed, trad hij met zijn wijzen in overleg over de wijze waarop dit tot stand gebracht kon worden. Vergetend de opmerkelijke Voorzienigheden die met de droom van het grote beeld verbonden waren; eveneens vergetend dat de God van Israël door Zijn dienstknecht Daniël de betekenis van het beeld duidelijk had gemaakt, en dat in verband met deze uitleg de grote mannen van het rijk voor een smadelijke dood waren behoed; alles vergetend behalve hun verlangen hun eigen macht en opperheerschappij te vestigen, besloten de koning en zijn staatsraadslieden dat zij met alle mogelijke middelen zouden trachten Babel te verheffen als oppermachtig en alle volken waardig tot universele trouw.”
“The symbolic representation by which God had revealed to king and people His purpose for the nations of earth, was now to be made to serve for the glorification of human power. Daniel’s interpretation was to be rejected and forgotten; truth was to be misinterpreted and misapplied. The symbol designed of Heaven to unfold to the minds of men important events of the future, was to be used to hinder the spread of the knowledge that God desired the world to receive. Thus through the devisings of ambitious men, Satan was seeking to thwart the divine purpose for the human race. The enemy of mankind knew that truth unmixed with error is a power mighty to save; but that when used to exalt self and to further the projects of men, it becomes a power for evil.
“De symbolische voorstelling waardoor God aan koning en volk Zijn voornemen met de volken der aarde had geopenbaard, zou nu dienstbaar worden gemaakt aan de verheerlijking van menselijke macht. Daniëls uitlegging zou worden verworpen en vergeten; de waarheid zou verkeerd worden uitgelegd en verkeerd worden toegepast. Het zinnebeeld dat door de hemel was bestemd om in de gedachten der mensen belangrijke gebeurtenissen van de toekomst te ontvouwen, zou worden gebruikt om de verbreiding te verhinderen van de kennis die God verlangde dat de wereld zou ontvangen. Zo trachtte Satan, door de bedenksels van eerzuchtige mensen, het goddelijke voornemen voor het menselijk geslacht te verijdelen. De vijand van de mensheid wist dat waarheid, onvermengd met dwaling, een macht is die krachtig is om te redden; maar dat zij, wanneer zij wordt gebruikt om het eigen ik te verheffen en de plannen van mensen te bevorderen, een macht ten kwade wordt.
“From his rich store of treasure, Nebuchadnezzar caused to be made a great golden image, similar in its general features to that which had been seen in vision, save in the one particular of the material of which it was composed. Accustomed as they were to magnificent representations of their heathen deities, the Chaldeans had never before produced anything so imposing and majestic as this resplendent statue, threescore cubits in height and six cubits in breadth. And it is not surprising that in a land where idol worship was of universal prevalence, the beautiful and priceless image in the plain of Dura, representing the glory of Babylon and its magnificence and power, should be consecrated as an object of worship. This was accordingly provided for, and a decree went forth that on the day of the dedication all should show their supreme loyalty to the Babylonian power by bowing before the image.” Prophets and Kings, 504, 505.
„Uit zijn rijke schatkamer liet Nebukadnezar een groot gouden beeld vervaardigen, in zijn algemene kenmerken gelijk aan datgene wat in het gezicht was gezien, met uitzondering van dat ene punt, namelijk het materiaal waaruit het was samengesteld. Gewend als zij waren aan schitterende voorstellingen van hun heidense godheden, hadden de Chaldeeën nooit tevoren iets voortgebracht dat zo indrukwekkend en majestueus was als dit stralende beeld, zestig el hoog en zes el breed. En het is niet verwonderlijk dat in een land waar afgoderij algemeen verbreid was, het schone en onschatbare beeld op de vlakte van Dura, dat de heerlijkheid van Babylon en zijn pracht en macht voorstelde, als een voorwerp van aanbidding werd gewijd. Daarin werd dan ook voorzien, en er ging een bevel uit dat op de dag van de inwijding allen hun hoogste trouw aan de Babylonische macht moesten tonen door zich voor het beeld neer te buigen.” Profeten en Koningen, 504, 505.