In the recent articles we have been referring to a few passages from the Spirit of Prophecy that identify a period of time from September 11, 2001 until Michael stands up and human probation closes. During that period of time, there are a handful of prophetic illustrations which identify the final work of Christ in the Most Holy Place.

In de recente artikelen hebben wij verwezen naar enkele passages uit de Geest der Profetie die een tijdsperiode aanduiden vanaf 11 september 2001 totdat Michaël opstaat en de menselijke genadetijd wordt afgesloten. Gedurende die tijdsperiode zijn er enkele profetische illustraties die het laatste werk van Christus in het Allerheiligste aanduiden.

The work of Christ in the sanctuary is represented in the vision of the Ulai River of Daniel chapter eight, and Sister White has informed us that the vision of the Ulai River is now in the process of fulfillment. The final work accomplished in the heavenly sanctuary, which is now in the process of fulfillment, is represented in a variety of prophetic terms. It is represented as, among other prophetic representations, the sealing time, the latter rain, the closing work of salvation, and the cleansing of the temple. It is important to bring those terms together, and also to place them in their correct historical setting.

Het werk van Christus in het heiligdom wordt voorgesteld in het gezicht bij de rivier de Ulai in Daniël hoofdstuk acht, en Zuster White heeft ons meegedeeld dat het gezicht bij de rivier de Ulai thans in vervulling is. Het laatste werk dat in het hemelse heiligdom wordt volbracht, en dat thans in vervulling is, wordt door een verscheidenheid aan profetische termen voorgesteld. Het wordt onder andere voorgesteld als de tijd van de verzegeling, de spade regen, het afsluitende werk der zaligheid en de reiniging van de tempel. Het is van belang deze termen bijeen te brengen en ze tevens in hun juiste historische kader te plaatsen.

At that time, while the work of salvation is closing, trouble will be coming on the earth, and the nations will be angry, yet held in check so as not to prevent the work of the third angel. At that time the ‘latter rain,’ or refreshing from the presence of the Lord, will come, to give power to the loud voice of the third angel, and prepare the saints to stand in the period when the seven last plagues shall be poured out.” Early Writings, 85.

“In die tijd, terwijl het werk van de zaligheid ten einde loopt, zal benauwdheid over de aarde komen, en de volken zullen vertoornd zijn, maar in bedwang gehouden worden, opdat zij het werk van de derde engel niet verhinderen. In die tijd zal de ‘late regen,’ of verkwikking van het aangezicht des Heeren, komen om kracht te verlenen aan de luide roep van de derde engel en de heiligen voor te bereiden om staande te blijven in de tijd waarin de zeven laatste plagen zullen worden uitgegoten.” Early Writings, 85.

The “work of the third angel” is also “the work of salvation,” which prepares “the saints to stand in the period when the seven last plagues shall be poured out.”

Het „werk van de derde engel” is ook „het werk van de zaligheid”, dat „de heiligen voorbereidt om stand te houden in de tijd waarin de zeven laatste plagen zullen worden uitgegoten.”

And the nations were angry, and thy wrath is come, and the time of the dead, that they should be judged, and that thou shouldest give reward unto thy servants the prophets, and to the saints, and them that fear thy name, small and great; and shouldest destroy them which destroy the earth. Revelation 11:18.

En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen, en de tijd der doden, opdat zij geoordeeld zouden worden, en opdat Gij het loon zoudt geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen, en hun die Uw naam vrezen, klein en groot; en opdat Gij hen zoudt verderven die de aarde verderven. Openbaring 11:18.

The nations are angered before probation closes (which is when God’s wrath is poured out), yet when the nations are angered, they are also “held in check.” The “time” when the nations are angered, identifies the beginning of the closing work of salvation, and the closing work of salvation is the sealing of God’s people.

De volken zijn toornig voordat de genadetijd wordt afgesloten (wat het moment is waarop Gods toorn wordt uitgestort), en toch worden zij, wanneer de volken toornig zijn, ook „in toom gehouden”. De „tijd” waarin de volken toornig zijn, markeert het begin van het afsluitende werk van de verlossing, en het afsluitende werk van de verlossing is de verzegeling van Gods volk.

“The true people of God, who have the spirit of the work of the Lord and the salvation of souls at heart, will ever view sin in its real, sinful character. They will always be on the side of faithful and plain dealing with sins which easily beset the people of God. Especially in the closing work for the church, in the sealing time of the one hundred and forty-four thousand who are to stand without fault before the throne of God, will they feel most deeply the wrongs of God’s professed people. This is forcibly set forth by the prophet’s illustration of the last work under the figure of the men each having a slaughter weapon in his hand. One man among them was clothed with linen, with a writer’s inkhorn by his side. ‘And the Lord said unto him, Go through the midst of the city, through the midst of Jerusalem, and set a mark upon the foreheads of the men that sigh and that cry for all the abominations that be done in the midst thereof.’” Testimonies, volume 3, 266.

„Het ware volk van God, dat de geest van het werk des Heeren en de zaligheid van zielen ter harte neemt, zal de zonde steeds zien in haar werkelijke, zondige karakter. Zij zullen altijd de zijde kiezen van getrouwe en openhartige terechtwijzing van zonden die het volk van God zo gemakkelijk omringen. Vooral in het afsluitende werk voor de gemeente, in de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend die zonder smet voor de troon van God zullen staan, zullen zij het onrecht van Gods belijdende volk het diepst gevoelen. Dit wordt krachtig voorgesteld door de illustratie van de profeet van het laatste werk onder het beeld van de mannen die ieder een verwoestend wapen in zijn hand hadden. Eén man onder hen was met linnen bekleed, met een schrijversinktkoker aan zijn zijde. ‘En de HEERE zeide tot hem: Ga door het midden der stad, door het midden van Jeruzalem, en teken een merkteken op de voorhoofden der mannen die zuchten en die uitroepen over al de gruwelen die in haar midden gedaan worden.’” Testimonies, deel 3, 266.

The nations are held in check so as to not prevent the sealing of the one hundred and forty-four thousand. In Revelation chapter seven, the angry nations that are held in check are represented as four winds that are held in check during that very same period of time, and that time is specifically identified as a period of time.

De volken worden in bedwang gehouden, opdat zij de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend niet zouden verhinderen. In Openbaring hoofdstuk zeven worden de toornige volken die in bedwang worden gehouden voorgesteld als vier winden die gedurende diezelfde tijdsperiode in bedwang worden gehouden, en die tijd wordt uitdrukkelijk aangeduid als een tijdsperiode.

“Satan is now using every device in this sealing time to keep the minds of God’s people from the present truth and to cause them to waver. I saw a covering that God was drawing over His people to protect them in the time of trouble; and every soul that was decided on the truth and was pure in heart was to be covered with the covering of the Almighty.

“Satan gebruikt thans ieder middel in deze verzegelingstijd om de gedachten van Gods volk af te houden van de tegenwoordige waarheid en hen aan het wankelen te brengen. Ik zag een bedekking die God over Zijn volk trok om hen te beschermen in de tijd van benauwdheid; en iedere ziel die in de waarheid standvastig was en rein van hart, zou worden bedekt met de bedekking van de Almachtige.

“Satan knew this, and he was at work in mighty power to keep the minds of as many people as he possibly could wavering and unsettled on the truth. …

„Satan wist dit, en hij was met machtige kracht werkzaam om de gedachten van zo velen als hij maar kon aarzelend en onzeker te houden ten aanzien van de waarheid. …”

“I saw that Satan was at work in these ways to distract, deceive, and draw away God’s people, just now in this sealing time. I saw some who were not standing stiffly for present truth. Their knees were trembling, and their feet sliding, because they were not firmly planted on the truth, and the covering of Almighty God could not be drawn over them while they were thus trembling.

„Ik zag dat Satan op deze wijzen werkzaam was om Gods volk af te leiden, te misleiden en weg te trekken, juist nu in deze verzegelingstijd. Ik zag sommigen die niet standvastig opkwamen voor de tegenwoordige waarheid. Hun knieën beefden en hun voeten gleden weg, omdat zij niet vast op de waarheid gegrondvest waren; en de bedekking van de almachtige God kon niet over hen worden uitgestrekt terwijl zij aldus beefden.

“Satan was trying his every art to hold them where they were, until the sealing was past, until the covering was drawn over God’s people, and they left without a shelter from the burning wrath of God, in the seven last plagues. God has begun to draw this covering over His people, and it will soon be drawn over all who are to have a shelter in the day of slaughter. God will work in power for His people; and Satan will be permitted to work also.” Early Writings, 43, 44.

„Satan trachtte met al zijn listen hen te houden waar zij waren, totdat de verzegeling voorbij was, totdat de bedekking over Gods volk was getrokken, en zij zonder een beschutting tegen de brandende toorn van God in de zeven laatste plagen zouden achterblijven. God is begonnen deze bedekking over Zijn volk te trekken, en zij zal spoedig worden getrokken over allen die een beschutting zullen hebben op de dag van de slachting. God zal met kracht werken voor Zijn volk; en ook Satan zal worden toegelaten te werken.” Early Writings, 43, 44.

Sister White wrote these words in 1851, five years before God’s people entered into the Laodicean condition, and delayed the sealing process by rejecting the increased light of the “seven times.” That light would have increased and finished God’s work of covering His people in advance of the seven last plagues. Instead, God’s people rebelled and were consigned to wander in the wilderness of Laodicea, as typified by ancient Israel’s rebellion and wilderness wandering. How many of ancient Israel’s rebels entered into the Promised Land? What passage in the Bible, or the Spirit of Prophecy identifies any Laodiceans that will be saved? The answer is, “None!” for a Laodicean is just as lost as those of ancient Israel who died in the wilderness.

Zuster White schreef deze woorden in 1851, vijf jaar voordat Gods volk in de Laodiceïsche toestand terechtkwam en het verzegelingsproces vertraagde door het toegenomen licht van de „zeven tijden” te verwerpen. Dat licht zou Gods werk van het bedekken van Zijn volk hebben doen toenemen en voleindigen vóór de zeven laatste plagen. In plaats daarvan kwam Gods volk in opstand en werd het ertoe veroordeeld rond te zwerven in de woestijn van Laodicea, zoals voorafgebeeld in de opstand en de omzwerving in de woestijn van het oude Israël. Hoeveel van de opstandelingen van het oude Israël gingen het Beloofde Land binnen? Welke passage in de Bijbel, of in de Geest der Profetie, noemt ook maar één Laodiceaan die gered zal worden? Het antwoord is: „Geen!” want een Laodiceaan is evenzeer verloren als degenen van het oude Israël die in de woestijn stierven.

The sealing of the one hundred and forty-four thousand is a period of time, and it begins when the four angels restrain the four winds, which is also when the nations are angered, yet held in check. During the sealing time God prepares His people to stand in the time of the seven last plagues, and that preparation is represented as pulling “a covering” over His people, and it is also represented as finishing the work of salvation and finishing the work of the third angel. The preparation which is represented by all these illustrations is based upon the reception of “present truth.”

De verzegeling van de honderd vierenveertigduizend is een tijdsperiode, en zij begint wanneer de vier engelen de vier winden tegenhouden, hetgeen tevens het ogenblik is waarop de volken vertoornd zijn, maar toch in bedwang worden gehouden. Tijdens de tijd van de verzegeling bereidt God Zijn volk voor om stand te houden in de tijd van de zeven laatste plagen, en die voorbereiding wordt voorgesteld als het trekken van „een bedekking” over Zijn volk, en zij wordt ook voorgesteld als het voltooien van het werk der zaligheid en het voltooien van het werk van de derde engel. De voorbereiding die door al deze voorstellingen wordt uitgebeeld, is gegrond op de aanvaarding van de „tegenwoordige waarheid”.

Those who will not stand “stiffly for present truth,” are those who were “wavering,” because their minds were not focused upon “present truth.” She writes that she “saw some who were not standing stiffly for present truth. Their knees were trembling, and their feet sliding, because they were not firmly planted on the truth, and the covering of Almighty God could not be drawn over them while they were thus trembling.”

Zij die niet „onwankelbaar voor de tegenwoordige waarheid” zullen staan, zijn degenen die „wankelend” waren, omdat hun gedachten niet gericht waren op de „tegenwoordige waarheid”. Zij schrijft dat zij „sommigen zag die niet onwankelbaar voor de tegenwoordige waarheid stonden. Hun knieën beefden en hun voeten gleden weg, omdat zij niet vast op de waarheid gegrondvest waren, en de bedekking van de almachtige God kon niet over hen worden getrokken terwijl zij aldus beefden.”

The “present truth” is what provides the “covering” and the “covering” is also represented as the “seal of God.” The “seal of God” was typified by the blood that covered the doors of the Hebrews, that allowed the destroying angel to pass over the homes where the door was “covered” with the blood. The “covering” is the “sealing,” and the “sealing” is accomplished by the “present truth.”

De „tegenwoordige waarheid” is datgene wat de „bedekking” verschaft, en de „bedekking” wordt ook voorgesteld als het „zegel van God”. Het „zegel van God” werd voorafgebeeld door het bloed dat de deuren van de Hebreeën bedekte, waardoor de verderfengel aan de huizen voorbijging waar de deur met het bloed „bedekt” was. De „bedekking” is de „verzegeling”, en de „verzegeling” wordt tot stand gebracht door de „tegenwoordige waarheid”.

Sanctify them through thy truth: thy word is truth. John 17:17.

Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid. Johannes 17:17.

Every reform movement had its own specific theme, and the theme of the reformatory movement of the one hundred and forty-four thousand is “Islam of the third Woe”. The “present truth” in the last days is Islam of the third Woe.

Elke hervormingsbeweging had haar eigen specifieke thema, en het thema van de reformatorische beweging van de honderdvierenveertigduizend is „de islam van het derde Wee”. De „tegenwoordige waarheid” in de laatste dagen is de islam van het derde Wee.

“The Scriptures are constantly opening to the people of God. There always has been and always will be a truth specially applicable to each generation.Review and Herald, June 29, 1886.

„De Schriften openen zich voortdurend voor het volk van God. Er is altijd een waarheid geweest en er zal altijd een waarheid zijn die in het bijzonder op elke generatie van toepassing is.” Review and Herald, 29 juni 1886.

It is a present truth “message” that seals God’s people in the last days, and the sealing time is represented as beginning when the four winds are held in check. The nations were angered on September 11, 2001, and at that point the sealing of the one hundred and forty-four thousand began, as the latter rain, which is “a message”, began to be unsealed.

Het is een tegenwoordige waarheid-„boodschap” die Gods volk in de laatste dagen verzegelt, en de tijd van de verzegeling wordt voorgesteld als aanvangend wanneer de vier winden worden tegengehouden. De volken werden vertoornd op 11 september 2001, en op dat moment begon de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend, toen de late regen, die „een boodschap” is, begon te worden ontsloten.

“To John were opened scenes of deep and thrilling interest in the experience of the church. He saw the position, dangers, conflicts, and final deliverance of the people of God. He records the closing messages which are to ripen the harvest of the earth, either as sheaves for the heavenly garner or as fagots for the fires of destruction. Subjects of vast importance were revealed to him, especially for the last church, that those who should turn from error to truth might be instructed concerning the perils and conflicts before them. None need be in darkness in regard to what is coming upon the earth.” The Great Controversy, 341.

“Aan Johannes werden taferelen van diepe en aangrijpende betekenis geopend in de ervaring van de gemeente. Hij zag de positie, de gevaren, de strijd en de uiteindelijke verlossing van het volk van God. Hij tekent de slotboodschappen op die de oogst van de aarde tot rijpheid moeten brengen, hetzij als schoven voor de hemelse schuur, hetzij als bundels voor de vuren van de vernietiging. Onderwerpen van zeer groot gewicht werden hem geopenbaard, in het bijzonder voor de laatste gemeente, opdat zij die zich van dwaling tot waarheid zouden wenden, onderricht zouden worden aangaande de gevaren en de strijd die vóór hen lagen. Niemand behoeft in duisternis te verkeren ten aanzien van wat over de aarde komt.” The Great Controversy, 341.

When the nations were angered, they were simultaneously held in check, and the “latter rain” began to fall, and the latter rain is the message of “present truth” that seals God’s people.

Toen de volken vertoornd waren, werden zij tegelijkertijd in toom gehouden, en de „late regen” begon te vallen; en de late regen is de boodschap van de „tegenwoordige waarheid” die Gods volk verzegelt.

“The work in Battle Creek is after the same order. The leaders in the sanitarium have mingled with unbelievers, admitting them to their councils, more or less, but it is like going to work with their eyes shut. They lack the discernment to see what is going to break upon us at any time. There is a spirit of desperation, of war and bloodshed, and that spirit will increase until the very close of time. Just as soon as the people of God are sealed in their foreheads—it is not any seal or mark that can be seen, but a settling into the truth, both intellectually and spiritually, so they cannot be moved—just as soon as God’s people are sealed and prepared for the shaking, it will come. Indeed, it has begun already. The judgments of God are now upon the land, to give us warning, that we may know what is coming.” Manuscript Releases, volume 10, 252.

“Het werk in Battle Creek is van dezelfde aard. De leiders in het sanatorium hebben zich vermengd met ongelovigen en hun, in meerdere of mindere mate, toegang verleend tot hun beraadslagingen; maar het is alsof zij te werk gaan met gesloten ogen. Hun ontbreekt het aan onderscheidingsvermogen om te zien wat ons op elk ogenblik kan overkomen. Er is een geest van wanhoop, van oorlog en bloedvergieten, en die geest zal toenemen tot vlak aan het einde van de tijd. Zodra het volk van God aan hun voorhoofden verzegeld is—het is niet enig zegel of merkteken dat gezien kan worden, maar een verankering in de waarheid, zowel verstandelijk als geestelijk, zodat zij niet bewogen kunnen worden—zodra Gods volk verzegeld en voorbereid is op de schudding, zal die komen. Ja, zij is reeds begonnen. De oordelen van God rusten nu op het land, om ons te waarschuwen, opdat wij mogen weten wat er komt.” Manuscript Releases, deel 10, 252.

The “sealing” is “a settling into truth.” In the context of the sealing time she writes, “There is a spirit of desperation, of war and bloodshed, and that spirit will increase until the very close of time.” When the nations are angered, they will be held in check, but the “war and bloodshed,” represented as the four winds “will increase until the very close of time.” Islam of the third Woe progressively escalates its warfare until the very close of time, and the prophetic understanding of Islam as the “theme” in the reformation of the one hundred and forty-four thousand, simultaneously increases during the same period of time. The progressive escalation accomplished by Islam runs parallel to the outpouring of the latter rain during the identical period of time, for the latter rain is a “message”.

De „verzegeling” is „een tot rust komen in de waarheid”. In de context van de tijd van de verzegeling schrijft zij: „Er is een geest van wanhoop, van oorlog en bloedvergieten, en die geest zal toenemen tot vlak voor het einde van de tijd.” Wanneer de natiën vertoornd zijn, zullen zij in bedwang worden gehouden, maar het „oorlog en bloedvergieten”, voorgesteld als de vier winden, „zal toenemen tot vlak voor het einde van de tijd”. De islam van het derde Wee voert zijn oorlogvoering gaandeweg op tot vlak voor het einde van de tijd, en het profetische verstaan van de islam als het „thema” in de reformatie van de honderd vierenveertigduizend neemt gelijktijdig toe gedurende dezelfde tijdsperiode. De voortschrijdende escalatie die door de islam wordt teweeggebracht, loopt parallel met de uitstorting van de late regen gedurende diezelfde tijdsperiode, want de late regen is een „boodschap”.

“The anointed ones standing by the Lord of the whole earth, have the position once given to Satan as covering cherub. By the holy beings surrounding his throne, the Lord keeps up a constant communication with the inhabitants of the earth. The golden oil represents the grace with which God keeps the lamps of believers supplied, that they shall not flicker and go out. Were it not that this holy oil is poured from heaven in the messages of God’s Spirit, the agencies of evil would have entire control over men.

„De gezalfden die bij de Heer van de ganse aarde staan, bekleden de positie die eens aan Satan werd gegeven als overdekkende cherub. Door de heilige wezens die zijn troon omringen, onderhoudt de Heer een voortdurende gemeenschap met de bewoners van de aarde. De gouden olie stelt de genade voor waarmee God de lampen van de gelovigen gevuld houdt, opdat zij niet zouden flakkeren en uitgaan. Indien deze heilige olie niet vanuit de hemel werd uitgestort in de boodschappen van Gods Geest, zouden de machten van het kwaad de mensen volkomen beheersen.״

“God is dishonored when we do not receive the communications which he sends us. Thus we refuse the golden oil which he would pour into our souls to be communicated to those in darkness. When the call shall come, ‘Behold, the bridegroom cometh; go ye out to meet him,’ those who have not received the holy oil, who have not cherished the grace of Christ in their hearts, will find, like the foolish virgins, that they are not ready to meet their Lord. They have not, in themselves, the power to obtain the oil, and their lives are wrecked. But if God’s Holy Spirit is asked for, if we plead, as did Moses, ‘Show me thy glory,’ the love of God will be shed abroad in our hearts. Through the golden pipes, the golden oil will be communicated to us. ‘Not by might, nor by power, but by my Spirit, saith the Lord of Hosts.’ By receiving the bright beams of the Sun of Righteousness, God’s children shine as lights in the world.” Review and Herald, July 20, 1897.

„God wordt onteerd wanneer wij de boodschappen die Hij ons zendt niet aannemen. Zo weigeren wij de gouden olie die Hij in onze zielen zou uitstorten om te worden doorgegeven aan hen die in duisternis verkeren. Wanneer de roep zal klinken: ‘Zie, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet,’ zullen zij die de heilige olie niet hebben ontvangen, die de genade van Christus niet in hun hart hebben gekoesterd, evenals de dwaze maagden bevinden dat zij niet gereed zijn hun Heer te ontmoeten. Zij hebben uit zichzelf niet de macht de olie te verkrijgen, en hun leven lijdt schipbreuk. Maar indien om Gods Heilige Geest wordt gevraagd, indien wij smeken, zoals Mozes deed: ‘Toon mij Uw heerlijkheid,’ dan zal de liefde van God in onze harten worden uitgestort. Door de gouden buizen zal de gouden olie aan ons worden meegedeeld. ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest, zegt de HEERE der heerscharen.’ Door de heldere stralen van de Zon der Gerechtigheid te ontvangen, schijnen Gods kinderen als lichten in de wereld.” Review and Herald, 20 juli 1897.

The latter rain begins to “sprinkle” and ultimately escalates to a full outpouring. The “sprinkling” of the latter rain is identified as the rain being “measured”, and the full outpouring is when it is poured out “without measure”. Sister White clearly identifies a time when the latter rain is falling, and some receive it, and some don’t. At that time the rain is being “measured”, or it is “sprinkling”.

De late regen begint te „sprenkelen” en neemt uiteindelijk toe tot een volledige uitstorting. Het „sprenkelen” van de late regen wordt aangeduid als de regen die „toegemeten” wordt, en de volledige uitstorting is wanneer zij wordt uitgestort „zonder maat”. Zuster White duidt duidelijk een tijd aan waarin de late regen valt, en sommigen die ontvangen, en anderen niet. Op dat tijdstip wordt de regen „toegemeten”, of „sprenkelt” zij.

Some people will recognize that something is happening, but it will only frighten them.

Sommigen zullen herkennen dat er iets gebeurt, maar het zal hun slechts angst aanjagen.

“There is to be in the churches a wonderful manifestation of the power of God, but it will not move upon those who have not humbled themselves before the Lord, and opened the door of their heart by confession and repentance. In the manifestation of that power which lightens the earth with the glory of God, they will see only something which in their blindness they think dangerous, something which will arouse their fears, and they will brace themselves to resist it. Because the Lord does not work according to their expectations and ideal, they will oppose the work. “Why,” they say, “should we not know the Spirit of God, when we have been in the work so many years?” Because they did not respond to the warnings, the entreaties, of the messages of God, but persistently said, “I am rich, and increased with goods, and have need of nothing.”” Maranatha, 219

„Er zal in de gemeenten een wonderbare openbaring van de kracht van God zijn, maar zij zal geen uitwerking hebben op hen die zich niet voor de Heere hebben vernederd en de deur van hun hart hebben geopend door belijdenis en berouw. In de openbaring van die kracht, die de aarde verlicht met de heerlijkheid van God, zullen zij slechts iets zien dat zij in hun blindheid gevaarlijk achten, iets dat hun vrees zal opwekken, en zij zullen zich schrap zetten om er weerstand aan te bieden. Omdat de Heere niet werkt overeenkomstig hun verwachtingen en ideaal, zullen zij het werk tegenstaan. ‘Waarom,’ zeggen zij, ‘zouden wij de Geest van God niet kennen, terwijl wij al zo vele jaren in het werk zijn geweest?’ Omdat zij niet hebben geantwoord op de waarschuwingen, de smeekbeden, van de boodschappen van God, maar hardnekkig hebben gezegd: ‘Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan niets gebrek.’” Maranatha, 219

“Many have in a great measure failed to receive the former rain. They have not obtained all the benefits that God has thus provided for them. They expect that the lack will be supplied by the latter rain. When the richest abundance of grace shall be bestowed, they intend to open their hearts to receive it. They are making a terrible mistake. The work that God has begun in the human heart in giving His light and knowledge must be continually going forward. Every individual must realize his own necessity. The heart must be emptied of every defilement and cleansed for the indwelling of the Spirit. It was by the confession and forsaking of sin, by earnest prayer and consecration of themselves to God, that the early disciples prepared for the outpouring of the Holy Spirit on the Day of Pentecost. The same work, only in greater degree, must be done now. Then the human agent had only to ask for the blessing, and wait for the Lord to perfect the work concerning him. It is God who began the work, and He will finish His work, making man complete in Jesus Christ. But there must be no neglect of the grace represented by the former rain. Only those who are living up to the light they have will receive greater light. Unless we are daily advancing in the exemplification of the active Christian virtues, we shall not recognize the manifestations of the Holy Spirit in the latter rain. It may be falling on hearts all around us, but we shall not discern or receive it.” Testimonies to Ministers, 506, 507.

“Velen hebben in grote mate nagelaten de vroege regen te ontvangen. Zij hebben niet alle zegeningen verkregen die God aldus voor hen heeft bereid. Zij verwachten dat het gemis door de late regen zal worden aangevuld. Wanneer de rijkste overvloed van genade zal worden uitgestort, zijn zij van plan hun harten te openen om haar te ontvangen. Zij begaan een verschrikkelijke vergissing. Het werk dat God in het menselijk hart is begonnen door Zijn licht en kennis te geven, moet voortdurend voortgaan. Ieder mens moet zijn eigen noodzaak beseffen. Het hart moet worden geledigd van elke verontreiniging en gereinigd tot inwoning van de Geest. Door belijdenis en het verzaken van de zonde, door ernstig gebed en toewijding van zichzelf aan God, bereidden de eerste discipelen zich voor op de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag. Datzelfde werk moet nu worden gedaan, alleen in grotere mate. Toen behoefde de menselijke medewerker slechts om de zegen te vragen en te wachten op de Heer om het werk aangaande hem te volmaken. Het is God die het werk is begonnen, en Hij zal Zijn werk voleindigen en de mens volmaakt maken in Jezus Christus. Maar de genade die door de vroege regen wordt voorgesteld, mag geenszins worden veronachtzaamd. Alleen zij die wandelen overeenkomstig het licht dat zij hebben, zullen groter licht ontvangen. Tenzij wij dagelijks voortgaan in de openbaring van de werkzame christelijke deugden, zullen wij de manifestaties van de Heilige Geest in de late regen niet herkennen. Zij mag vallen op harten overal om ons heen, maar wij zullen haar niet onderscheiden of ontvangen.” Testimonies to Ministers, 506, 507.

In the passage she identifies that there is a time when “the richest abundance of grace shall be bestowed,” thus identifying a time when the latter rain is poured out without measure. In connection with that fact, she identifies that only those who are living up to the light they have will receive greater light. In that principle, it is clear that the light (which is the present truth) progressively increases. In the last sentence she identifies a time when the latter rain is falling, and some are recognizing and receiving it, and others are not. If you don’t recognize the message, which is the latter rain, you will not receive it.

In de passage stelt zij vast dat er een tijd is waarin „de rijkste overvloed van genade zal worden geschonken”, en wijst zij daarmee een tijd aan waarin de late regen zonder mate wordt uitgestort. In verband met dat feit stelt zij vast dat alleen zij die wandelen naar het licht dat zij hebben, groter licht zullen ontvangen. In dat beginsel is het duidelijk dat het licht (dat de tegenwoordige waarheid is) geleidelijk toeneemt. In de laatste zin wijst zij een tijd aan waarin de late regen valt, en sommigen die onderkennen en ontvangen, terwijl anderen dat niet doen. Als u de boodschap, die de late regen is, niet onderkent, zult u haar niet ontvangen.

“We must not wait for the latter rain. It is coming upon all who will recognize and appropriate the dew and showers of grace that fall upon us. When we gather up the fragments of light, when we appreciate the sure mercies of God, who loves to have us trust Him, then every promise will be fulfilled. [Isaiah 61:11 quoted.] The whole earth is to be filled with the glory of God.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 984.

„Wij moeten niet wachten op de late regen. Zij komt over allen die de dauw en de regenbuien van genade die op ons neerdalen, zullen erkennen en zich zullen toe-eigenen. Wanneer wij de brokstukken van licht verzamelen, wanneer wij de gewisse weldadigheden van God waarderen, die er behagen in schept dat wij op Hem vertrouwen, dan zal iedere belofte worden vervuld. [Jesaja 61:11 aangehaald.] De gehele aarde moet vervuld worden met de heerlijkheid van God.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 984.

At the time when the angry nations are held in check, the latter rain begins to be “measured.” When “the richest abundance of grace shall be bestowed,” is identifying when the latter rain is poured out without measure.

In de tijd waarin de toornige volken in bedwang worden gehouden, begint de late regen te worden „afgemeten”. Wanneer „de rijkste overvloed van genade zal worden uitgestort”, duidt dit het moment aan waarop de late regen zonder mate wordt uitgestort.

At the time when the nations are angered, yet held in check, the latter rain begins to fall, but it is “measured” because the church at that point is mixed with wheat and tares. It is the rain that brings both the wheat and the tares to maturity, and the latter rain is the message of present truth that is either recognized and received, or not. All of these prophetic concepts are clearly identified in the Scriptures. On September 11, 2001, the latter rain began to “sprinkle”, and it escalates progressively until the Midnight Cry message arrives and the wise and foolish virgins are forever separated.

Op het tijdstip waarop de volken vertoornd zijn, doch in toom worden gehouden, begint de late regen te vallen, maar hij is „afgemeten”, omdat de gemeente op dat moment vermengd is met tarwe en onkruid. Het is de regen die zowel de tarwe als het onkruid tot rijpheid brengt, en de late regen is de boodschap van de tegenwoordige waarheid, die óf wordt herkend en aangenomen, óf niet. Al deze profetische begrippen worden in de Schrift duidelijk aangewezen. Op 11 september 2001 begon de late regen te „sprenkelen”, en hij neemt geleidelijk in kracht toe totdat de boodschap van de Middernachtsroep komt en de wijze en dwaze maagden voorgoed van elkaar worden gescheiden.

The wise are then lifted up as an ensign to call God’s other flock out of Babylon, and the latter rain is then poured out without measure, and continues to fall until Michael stands up and human probation closes.

De wijzen worden dan opgeheven als een banier om Gods andere kudde uit Babylon te roepen, en de late regen wordt dan zonder mate uitgestort en blijft vallen totdat Michaël opstaat en de menselijke genadetijd wordt gesloten.

“I saw that the four angels would hold the four winds until Jesus’ work was done in the sanctuary, and then will come the seven last plagues.” Early Writings, 36.

„Ik zag dat de vier engelen de vier winden zouden tegenhouden totdat Jezus’ werk in het heiligdom voltooid was, en daarna zullen de zeven laatste plagen komen.” Early Writings, 36.

The holding of the four winds, represents God’s providential control over the escalating judgments that he allows to take place in the last days. The four angels hold the four winds during the sealing time of the one hundred and forty-four thousand, but in that period of time there is the “spirit of desperation, of war and bloodshed, and that spirit will increase.” When the last of God’s children have been sealed, Michael will stand up and the four winds will be fully released, and the Seven Last Plagues will arrive.

Het tegenhouden van de vier winden vertegenwoordigt Gods voorzienige beheersing over de toenemende oordelen die Hij toestaat in de laatste dagen plaats te vinden. De vier engelen houden de vier winden tegen gedurende de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend, maar in die tijdsperiode is er de „geest van wanhoop, van oorlog en bloedvergieten, en die geest zal toenemen.” Wanneer de laatste van Gods kinderen verzegeld zijn, zal Michaël opstaan en zullen de vier winden volledig worden losgelaten, en zullen de zeven laatste plagen komen.

In the “hour of the great earthquake” of Revelation chapter eleven, the “troublous times,” of Daniel chapter nine, when the street and wall are finished, is the time when “the nations will be angry.” In that time period, the latter rain will be poured out in “measure.” Isaiah identifies the time when the latter rain is measured, and he marks that time as the “day of the east wind.” The “day of the east wind,” was September 11, 2001.

In het „uur van de grote aardbeving” van Openbaring hoofdstuk elf, de „moeilijke tijden” van Daniël hoofdstuk negen, wanneer de straat en de muur voltooid zijn, is de tijd waarin „de volken toornig zullen worden”. In die periode zal de late regen in „mate” worden uitgestort. Jesaja duidt de tijd aan waarin de late regen wordt afgemeten, en hij kenmerkt die tijd als de „dag van de oostenwind”. De „dag van de oostenwind” was 11 september 2001.

We will continue to consider the “measuring” of the latter rain in the next article, but it should be remembered that the jewel of Miller’s dream that is represented upon the sacred tables of Habakkuk as the three Woes of Islam, is to shine ten times brighter in the last days, than when it was first gathered together by Miller.

Wij zullen in het volgende artikel de „meting” van de late regen verder beschouwen, maar men dient te bedenken dat het juweel uit Millers droom, dat op de heilige tafelen van Habakuk wordt voorgesteld als de drie Weeën van de islam, in de laatste dagen tienmaal helderder zal schitteren dan toen het voor het eerst door Miller werd bijeengebracht.

“On one occasion, when in New York City, I was in the night season called upon to behold buildings rising story after story toward heaven. These buildings were warranted to be fireproof, and they were erected to glorify their owners and builders. Higher and still higher these buildings rose, and in them the most costly material was used. Those to whom these buildings belonged were not asking themselves: ‘How can we best glorify God?’ The Lord was not in their thoughts.

„Bij een bepaalde gelegenheid, toen ik in New York City was, werd ik in de nacht geroepen gebouwen te aanschouwen die verdieping na verdieping naar de hemel rezen. Van deze gebouwen werd verzekerd dat zij brandvrij waren, en zij werden opgericht tot verheerlijking van hun eigenaars en bouwers. Hoger en steeds hoger rezen deze gebouwen, en daarin werd het kostbaarste materiaal gebruikt. Degenen aan wie deze gebouwen toebehoorden, vroegen zich niet af: ‘Hoe kunnen wij God het best verheerlijken?’ De Heere was niet in hun gedachten.

“I thought: ‘Oh, that those who are thus investing their means could see their course as God sees it! They are piling up magnificent buildings, but how foolish in the sight of the Ruler of the universe is their planning and devising. They are not studying with all the powers of heart and mind how they may glorify God. They have lost sight of this, the first duty of man.’

„Ik dacht: ‘O, konden zij die aldus hun middelen besteden hun handelwijze zien zoals God die ziet! Zij stapelen prachtige gebouwen op, maar hoe dwaas is hun plannen maken en beramen in de ogen van de Heerser van het heelal. Zij bestuderen niet met alle krachten van hart en verstand hoe zij God mogen verheerlijken. Zij hebben dit uit het oog verloren, de eerste plicht van de mens.’”

“As these lofty buildings went up, the owners rejoiced with ambitious pride that they had money to use in gratifying self and provoking the envy of their neighbors. Much of the money that they thus invested had been obtained through exaction, through grinding down the poor. They forgot that in heaven an account of every business transaction is kept; every unjust deal, every fraudulent act, is there recorded. The time is coming when in their fraud and insolence men will reach a point that the Lord will not permit them to pass, and they will learn that there is a limit to the forbearance of Jehovah.

“Toen deze hoge gebouwen verrezen, verheugden de eigenaars zich in hoogmoedige eerzucht dat zij geld hadden om te gebruiken tot bevrediging van het eigen ik en tot opwekking van de afgunst van hun buren. Veel van het geld dat zij aldus investeerden, was verkregen door afpersing, door het uitpersen van de armen. Zij vergaten dat in de hemel van elke zakelijke transactie rekenschap wordt bijgehouden; iedere onrechtvaardige handelwijze, iedere bedrieglijke daad, staat daar opgetekend. De tijd komt dat de mensen in hun bedrog en overmoed een punt zullen bereiken dat de Heere hun niet zal toestaan te overschrijden, en zij zullen leren dat er een grens is aan de lankmoedigheid van Jehovah.ײ

“The scene that next passed before me was an alarm of fire. Men looked at the lofty and supposedly fire-proof buildings and said: ‘They are perfectly safe.’ But these buildings were consumed as if made of pitch. The fire engines could do nothing to stay the destruction. The firemen were unable to operate the engines.

“Het tafereel dat zich vervolgens voor mij afspeelde, was brandalarm. Mensen keken naar de hoge en zogenaamd brandvrije gebouwen en zeiden: ‘Zij zijn volkomen veilig.’ Maar deze gebouwen werden verteerd alsof zij van pek waren gemaakt. De brandweerwagens konden niets doen om de verwoesting te keren. De brandweerlieden waren niet in staat de brandspuiten te bedienen.”

“I am instructed that when the Lord’s time comes, should no change have taken place in the hearts of proud, ambitious human beings, men will find that the hand that had been strong to save will be strong to destroy. No earthly power can stay the hand of God. No material can be used in the erection of buildings that will preserve them from destruction when God’s appointed time comes to send retribution on men for their disregard of His law and for their selfish ambition.” Testimonies, volume 9, 12, 13.

„Mij is getoond dat, wanneer de tijd des Heeren komt, indien er geen verandering heeft plaatsgevonden in de harten van trotse, eerzuchtige mensen, de mensen zullen bevinden dat de hand die machtig was om te redden, machtig zal zijn om te verdelgen. Geen aardse macht kan de hand van God tegenhouden. Geen enkel materiaal kan worden gebruikt bij de oprichting van gebouwen dat deze voor vernietiging zal bewaren, wanneer Gods bestemde tijd komt om vergelding over de mensen te zenden wegens hun veronachtzaming van Zijn wet en wegens hun zelfzuchtige eerzucht.” Testimonies, deel 9, 12, 13.