The four abominations of Ezekiel chapter eight, lead to the leadership of God’s last day Laodicean church bowing down to the sun, and thus receiving the mark of the beast. The next chapter, which is the same vision, illustrates those in God’s last day church who receive the seal of God. Sister White informs us the sealing of Ezekiel chapter nine, is the same as the sealing represented in Revelation chapter seven. God judges a nation in its third and fourth generation, and the four abominations of Ezekiel identify the four generations of rebellion that began in 1863, when Laodicean Adventism introduced a counterfeit of the two tables of Habakkuk which had been given as a symbol of the covenant relationship between God and His people, just as the two tables of the Ten Commandments had been given at the beginning of ancient Israel.
De vier gruwelen van Ezechiël, hoofdstuk acht, leiden ertoe dat de leiding van Gods Laodiceïsche gemeente van de laatste dagen zich neerbuigt voor de zon en aldus het merkteken van het beest ontvangt. Het volgende hoofdstuk, dat hetzelfde visioen is, toont degenen in Gods gemeente van de laatste dagen die het zegel van God ontvangen. Zuster White deelt ons mee dat de verzegeling van Ezechiël, hoofdstuk negen, dezelfde is als de verzegeling die in Openbaring, hoofdstuk zeven, wordt voorgesteld. God oordeelt een natie in haar derde en vierde generatie, en de vier gruwelen van Ezechiël duiden de vier generaties van opstand aan die in 1863 begonnen, toen het Laodiceïsche adventisme een vervalsing invoerde van de twee tafelen van Habakuk, die gegeven waren als een symbool van de verbondsverhouding tussen God en Zijn volk, evenals de twee tafelen van de Tien Geboden gegeven waren bij het begin van het oude Israël.
Aaron’s golden calf, was a counterfeit image, the symbol of rebellion that was manifested just as God was producing the two tables that represent a genuine image of jealousy. Aaron’s golden calf typified the counterfeit 1863 chart, which had removed the “seven times,” of Leviticus twenty-six from the message along with other time-prophecies. Thus, Laodicean Adventism set up an image of jealousy in the very beginning of its history, as Aaron had done in the beginning history of ancient Israel, and as Jeroboam had done in the beginning history of the northern kingdom of Ephraim.
Aärons gouden kalf was een vervalst beeld, het symbool van opstand dat geopenbaard werd juist op het moment dat God de twee tafelen voortbracht die een waarachtig beeld der jaloersheid vertegenwoordigen. Aärons gouden kalf was een voorafbeelding van de vervalste kaart van 1863, die de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig uit de boodschap had verwijderd, samen met andere tijdsprofetieën. Zo richtte het Laodicese adventisme reeds in het allereerste begin van zijn geschiedenis een beeld der jaloersheid op, zoals Aäron had gedaan aan het begin van de geschiedenis van het oude Israël, en zoals Jerobeam had gedaan aan het begin van de geschiedenis van het noordelijke koninkrijk Efraïm.
The “seven times,” of Leviticus twenty-six was the first prophecy of time which Miller was led to understand, and it was the first jewel of prophetic time set aside in the rebellion of 1863. 1863 marked the beginning of the covering up of the jewels of Miller’s dream and the introduction of counterfeit jewels and coins. The “seven times,” was the cornerstone that the builders rejected. In 1863 it was those who had been the builders of the Millerite temple that set aside the cornerstone of the “seven times,” but in the last days that stone is now the head of the corner. That stone represented the Rock of Ages, and it also was represented by the day which the Lord had made, for it was a symbol of the sabbath rest for the land. In 1844, Millerite Adventism rebuked Jeroboam’s false system of worship, and separated from “the assembly of mockers” who had “rejoiced” over the first disappointment.
De „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig was de eerste tijdsprofetie die Miller ertoe werd gebracht te verstaan, en het was het eerste juweel van de profetische tijd dat terzijde werd gesteld in de opstand van 1863. 1863 markeerde het begin van het bedekken van de juwelen uit Millers droom en de invoering van valse juwelen en munten. De „zeven tijden” was de hoeksteen die de bouwlieden verwierpen. In 1863 waren het degenen die de bouwlieden van de Milleritische tempel waren geweest, die de hoeksteen van de „zeven tijden” terzijde stelden, maar in de laatste dagen is die steen nu tot hoofd des hoeks geworden. Die steen vertegenwoordigde de Rots der eeuwen, en hij werd ook voorgesteld door de dag die de Heere gemaakt had, want hij was een symbool van de sabbatsrust voor het land. In 1844 bestrafte het Milleritische adventisme Jerobeams valse stelsel van aanbidding en scheidde het zich af van „de vergadering der spotters”, die zich over de eerste teleurstelling hadden „verblijd”.
The builders were instructed to never return to “the assembly of mockers,” as the Judean prophet had been instructed to return to Jerusalem by a different path than what had led him to 1844. The path that had led him to 1844, was the path he had come out of, which was Protestantism, and in that history Protestantism had become apostate Protestantism. The builders were commanded to never return to “the assembly of mockers,” and they were instructed to not eat their food or drink their water. The builders had eaten the little book that was in the angel’s hand in 1840, and that food was sweet in their mouths.
De bouwers werd opgedragen nooit terug te keren naar „de vergadering der spotters”, zoals de Judese profeet was opgedragen naar Jeruzalem terug te keren langs een andere weg dan die welke hem naar 1844 had geleid. De weg die hem naar 1844 had geleid, was de weg waaruit hij was voortgekomen, namelijk het protestantisme, en in die geschiedenis was het protestantisme afvallig protestantisme geworden. De bouwers werd geboden nooit terug te keren naar „de vergadering der spotters”, en hun werd opgedragen hun voedsel niet te eten en hun water niet te drinken. De bouwers hadden in 1840 het kleine boek gegeten dat in de hand van de engel was, en dat voedsel was zoet in hun mond.
The eating and drinking of prophecy represents the methodology used to study the Bible. The Millerites were given a specific way to study God’s Word, and those rules produced a totally different biblical message than the theologians of apostate Protestantism and Catholicism produced with their corrupted methodology. The builders, who are also the Judean prophet, were not to return and eat or drink of the methodology of either apostate Protestantism or Catholicism. The Judean prophet did that very thing, thus identifying that Laodicean Adventism would do that very thing in 1863, for in 1863, they employed the theological arguments of apostate Protestantism to reject Miller’s application of the “seven times,” and thus set up Aaron’s and Jeroboam’s images of jealousy. The first generation of Laodicean Adventism had then begun.
Het eten en drinken van profetie stelt de methodologie voor die gebruikt wordt om de Bijbel te bestuderen. Aan de Millerieten werd een specifieke wijze gegeven om Gods Woord te bestuderen, en die regels brachten een totaal andere bijbelse boodschap voort dan de theologen van het afvallige protestantisme en het katholicisme met hun verdorven methodologie voortbrachten. De bouwers, die ook de Judese profeet zijn, mochten niet terugkeren om te eten of te drinken van de methodologie van hetzij het afvallige protestantisme, hetzij het katholicisme. De Judese profeet deed juist dat, en identificeerde aldus dat het Laodiceïsche adventisme juist dat zou doen in 1863; want in 1863 gebruikten zij de theologische argumenten van het afvallige protestantisme om Millers toepassing van de „zeven tijden” te verwerpen, en zo richtten zij Aarons en Jerobeams beelden der jaloezie op. Toen was de eerste generatie van het Laodiceïsche adventisme begonnen.
After the prophet from Judea interacted with Jeroboam he started on his journey back to Judea, but he never made it. The prophet represents Laodicean Adventism, which, according to inspiration, arrived into the Millerite movement in 1856. Sister White never backed away from identifying Adventism as Laodicea, and there is no biblical evidence that Laodicea ever changes. There are individuals that leave their own personal Laodicean experience, but as a church Laodicea is to be spewed out of the mouth of the Lord, for Laodicea means “a people judged.” Adventism uses the definition to claim it represents the church that exists during the period of the judgment in the heavenly sanctuary. In their blindness they acknowledge the Investigative Judgment element of the meaning of Laodicea, but cannot see the Executive Judgment that is clearly represented in their name.
Nadat de profeet uit Judea met Jerobeam in aanraking was gekomen, begon hij aan zijn terugreis naar Judea, maar hij bereikte het nooit. De profeet vertegenwoordigt het Laodiceaanse adventisme, dat volgens de inspiratie in 1856 in de Milleritische beweging is binnengedrongen. Zuster White is nooit teruggekomen op haar identificatie van het adventisme als Laodicea, en er is geen bijbels bewijs dat Laodicea ooit verandert. Er zijn individuen die hun eigen persoonlijke Laodiceaanse ervaring verlaten, maar als kerk zal Laodicea uit de mond van de Heer worden uitgespuwd, want Laodicea betekent “een geoordeeld volk”. Het adventisme gebruikt die definitie om te beweren dat het de kerk vertegenwoordigt die bestaat gedurende de periode van het oordeel in het hemelse heiligdom. In hun blindheid erkennen zij het Onderzoekend Oordeel als element van de betekenis van Laodicea, maar kunnen zij het Uitvoerend Oordeel, dat duidelijk in hun naam wordt weergegeven, niet zien.
And unto the angel of the church of the Laodiceans write; These things saith the Amen, the faithful and true witness, the beginning of the creation of God; I know thy works, that thou art neither cold nor hot: I would thou wert cold or hot. So then because thou art lukewarm, and neither cold nor hot, I will spue thee out of my mouth. Because thou sayest, I am rich, and increased with goods, and have need of nothing; and knowest not that thou art wretched, and miserable, and poor, and blind, and naked. Revelation 3:14–17.
En schrijf aan de engel van de gemeente der Laodicenzen: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het Begin van de schepping Gods: Ik ken uw werken, dat gij noch koud zijt noch heet. Och, waart gij maar koud of heet! Daarom, omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan niets gebrek; en gij niet weet dat gij ellendig zijt en jammerlijk en arm en blind en naakt. Openbaring 3:14–17.
The Judean prophet ends up buried with the false prophet who deceived him into eating his food and drinking his drink. They both end up in the same grave, and the lying prophet of Bethel (the counterfeit church), calls him brother when he dies.
De Judese profeet wordt uiteindelijk begraven bij de valse profeet die hem ertoe heeft misleid van zijn brood te eten en van zijn drank te drinken. Zij eindigen beiden in hetzelfde graf, en de leugenachtige profeet van Bethel (de namaakkerk) noemt hem zijn broeder wanneer hij sterft.
Now there dwelt an old prophet in Bethel; and his sons came and told him all the works that the man of God had done that day in Bethel: the words which he had spoken unto the king, them they told also to their father. And their father said unto them, What way went he? For his sons had seen what way the man of God went, which came from Judah. And he said unto his sons, Saddle me the ass. So they saddled him the ass: and he rode thereon, And went after the man of God, and found him sitting under an oak: and he said unto him, Art thou the man of God that camest from Judah? And he said, I am. Then he said unto him, Come home with me, and eat bread. And he said, I may not return with thee, nor go in with thee: neither will I eat bread nor drink water with thee in this place: For it was said to me by the word of the Lord, Thou shalt eat no bread nor drink water there, nor turn again to go by the way that thou camest. He said unto him, I am a prophet also as thou art; and an angel spake unto me by the word of the Lord, saying, Bring him back with thee into thine house, that he may eat bread and drink water. But he lied unto him. So he went back with him, and did eat bread in his house, and drank water. And it came to pass, as they sat at the table, that the word of the Lord came unto the prophet that brought him back: And he cried unto the man of God that came from Judah, saying, Thus saith the Lord, Forasmuch as thou hast disobeyed the mouth of the Lord, and hast not kept the commandment which the Lord thy God commanded thee, But camest back, and hast eaten bread and drunk water in the place, of the which the Lord did say to thee, Eat no bread, and drink no water; thy carcase shall not come unto the sepulchre of thy fathers. 1 Kings 13:11–22.
Nu woonde er een oude profeet in Bethel; en zijn zonen kwamen en vertelden hem al de daden die de man Gods die dag in Bethel had verricht; ook de woorden die hij tot de koning had gesproken, vertelden zij aan hun vader. En hun vader zei tot hen: Welke weg is hij gegaan? Want zijn zonen hadden gezien welke weg de man Gods gegaan was, die uit Juda gekomen was. En hij zei tot zijn zonen: Zadelt mij de ezel. Toen zadelde zij hem de ezel, en hij reed daarop, en ging de man Gods achterna, en vond hem zittende onder een eik; en hij zei tot hem: Zijt gij de man Gods die uit Juda gekomen is? En hij zei: Ik ben het. Toen zei hij tot hem: Kom met mij naar huis en eet brood. Maar hij zei: Ik kan niet met u terugkeren, noch met u meegaan; ook zal ik met u in deze plaats geen brood eten noch water drinken; want door het woord des Heren is tot mij gezegd: Gij zult daar geen brood eten en geen water drinken, en niet terugkeren langs de weg waarlangs gij gekomen zijt. Hij zei tot hem: Ook ik ben een profeet, gelijk gij; en een engel heeft tot mij gesproken door het woord des Heren, zeggende: Breng hem met u terug naar uw huis, opdat hij brood ete en water drinke. Maar hij loog tegen hem. Zo keerde hij met hem terug, en at brood in zijn huis en dronk water. En het geschiedde, toen zij aan tafel zaten, dat het woord des Heren kwam tot de profeet die hem had teruggebracht; en hij riep tot de man Gods die uit Juda gekomen was, zeggende: Zo zegt de Here: Omdat gij tegen de mond des Heren ongehoorzaam zijt geweest en het gebod niet hebt onderhouden dat de Here, uw God, u geboden had, maar teruggekeerd zijt en brood hebt gegeten en water gedronken in de plaats waarvan de Here tot u gezegd had: Eet daar geen brood en drink geen water; uw dode lichaam zal niet komen in het graf uwer vaderen. 1 Koningen 13:11–22.
The second angel’s message in the summer of 1844, consisted of identifying that the Protestant churches had fallen and become the daughters of Catholicism. Millerite Adventism had called men and women to leave those denominations for to stay in them meant spiritual and eternal death. The lying prophet of Bethel represents the religious system instituted in Bethel by Jeroboam. It was a system that set up an image to the beast, and the beast that was copied is the beast of Catholicism. The Protestants continued to identify themselves as Protestants, but they also continued to observe the day of the sun as the day of worship which is the mark of Catholicism’s authority.
De boodschap van de tweede engel bestond in de zomer van 1844 hierin, dat werd vastgesteld dat de protestantse kerken gevallen waren en dochters van het katholicisme waren geworden. Het adventisme van de Millerieten had mannen en vrouwen opgeroepen die kerkgenootschappen te verlaten, want daarin te blijven betekende geestelijke en eeuwige dood. De leugenachtige profeet van Bethel vertegenwoordigt het godsdienstige stelsel dat door Jerobeam in Bethel werd ingesteld. Het was een stelsel dat een beeld voor het beest oprichtte, en het beest dat werd nagevolgd is het beest van het katholicisme. De protestanten bleven zich als protestanten identificeren, maar zij bleven ook de dag van de zon onderhouden als de dag van aanbidding, hetgeen het merkteken is van het gezag van het katholicisme.
The Protestants claim to be Protestants, though the only definition of Protestant is to protest Rome, and in so doing their profession is an image of the Roman church, for she professes to be a Christian institution, though she has no biblical justification for the claim. Her claim is based upon the empty authority of tradition and custom, which is the same false authority Protestantism employs as they claim to be Protestants. It is the same logic that had blinded Seventh-day Adventists to believe that as Laodiceans, they are still in a secure covenant relationship. It is the same false authority that ancient Israel proclaimed when they stated, “The temple of the Lord, the temple of the Lord are we.”
De protestanten beweren protestanten te zijn, hoewel de enige definitie van protestant is tegen Rome te protesteren, en daarin is hun belijdenis een beeld van de Roomse kerk, want zij belijdt een christelijke instelling te zijn, hoewel zij voor die aanspraak geen enkele bijbelse rechtvaardiging heeft. Haar aanspraak is gegrond op het lege gezag van overlevering en gewoonte, hetzelfde valse gezag waarvan het protestantisme zich bedient wanneer het beweert protestants te zijn. Het is dezelfde redenering die Zevendedagsadventisten heeft verblind om te geloven dat zij als Laodicenzen nog steeds in een veilige verbondsverhouding verkeren. Het is hetzelfde valse gezag dat het oude Israël verkondigde toen het zei: „Des HEEREN tempel, des HEEREN tempel zijn wij.”
“The warning was not heeded by the Jewish people. They forgot God, and lost sight of their high privilege as His representatives. The blessings they had received brought no blessing to the world. All their advantages were appropriated for their own glorification. They robbed God of the service He required of them, and they robbed their fellow men of religious guidance and a holy example. Like the inhabitants of the antediluvian world, they followed out every imagination of their evil hearts. Thus they made sacred things appear a farce, saying, ‘The temple of the Lord, the temple of the Lord, are these’ (Jeremiah 7:4), while at the same time they were misrepresenting God’s character, dishonoring His name, and polluting His sanctuary.
“De waarschuwing werd door het Joodse volk niet ter harte genomen. Zij vergaten God en verloren hun hoge voorrecht als Zijn vertegenwoordigers uit het oog. De zegeningen die zij hadden ontvangen, brachten de wereld geen zegen. Al hun voorrechten eigenden zij zich toe tot hun eigen verheerlijking. Zij beroofden God van de dienst die Hij van hen eiste, en zij beroofden hun medemensen van godsdienstige leiding en een heilig voorbeeld. Zoals de inwoners van de wereld vóór de zondvloed volgden zij iedere ingeving van hun boze hart. Zo deden zij de heilige dingen als een klucht voorkomen, zeggende: ‘Des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze’ (Jeremia 7:4), terwijl zij tegelijkertijd Gods karakter verkeerd voorstelden, Zijn naam onteerden en Zijn heiligdom verontreinigden.”
“The husbandmen who had been placed in charge of the Lord’s vineyard were untrue to their trust. The priests and teachers were not faithful instructors of the people. They did not keep before them the goodness and mercy of God and His claim to their love and service. These husbandmen sought their own glory. They desired to appropriate the fruits of the vineyard. It was their study to attract attention and homage to themselves.” Christ’s Object Lessons, 292.
„De pachters aan wie de zorg voor de wijngaard van de Heer was toevertrouwd, waren ontrouw aan hun rentmeesterschap. De priesters en leraars waren geen trouwe onderwijzers van het volk. Zij hielden hun de goedheid en barmhartigheid van God en Zijn aanspraak op hun liefde en dienst niet voor. Deze pachters zochten hun eigen eer. Zij verlangden zich de vruchten van de wijngaard toe te eigenen. Hun streven was het de aandacht en hulde op zichzelf te vestigen.” Verhalen om te overdenken van Christus, 292.
In 1863 the movement of the Millerites ended, but it had ceased to be a movement of Philadelphians in 1856. The rejection of the message of Moses (the “seven times”), that was presented by Elijah (William Miller) was rejected, and the rejection was based upon the methodology of the lying prophet of Bethel. 1863 was the end of sixty-five years that had began in 1798, and was the end of the prophecy of Isaiah chapter seven.
In 1863 eindigde de beweging van de Millerieten, maar zij had in 1856 reeds opgehouden een beweging van Filadelfianen te zijn. De verwerping van de boodschap van Mozes (de “zeven tijden”), die door Elia (William Miller) was gebracht, werd verworpen, en die verwerping was gebaseerd op de methodologie van de leugenachtige profeet van Bethel. 1863 was het einde van vijfenzestig jaren die in 1798 waren begonnen, en was het einde van de profetie van Jesaja, hoofdstuk zeven.
And it came to pass in the days of Ahaz the son of Jotham, the son of Uzziah, king of Judah, that Rezin the king of Syria, and Pekah the son of Remaliah, king of Israel, went up toward Jerusalem to war against it, but could not prevail against it. And it was told the house of David, saying, Syria is confederate with Ephraim. And his heart was moved, and the heart of his people, as the trees of the wood are moved with the wind. Then said the Lord unto Isaiah, Go forth now to meet Ahaz, thou, and Shearjashub thy son, at the end of the conduit of the upper pool in the highway of the fuller’s field; And say unto him, Take heed, and be quiet; fear not, neither be fainthearted for the two tails of these smoking firebrands, for the fierce anger of Rezin with Syria, and of the son of Remaliah. Because Syria, Ephraim, and the son of Remaliah, have taken evil counsel against thee, saying, Let us go up against Judah, and vex it, and let us make a breach therein for us, and set a king in the midst of it, even the son of Tabeal: Thus saith the Lord God, It shall not stand, neither shall it come to pass. For the head of Syria is Damascus, and the head of Damascus is Rezin; and within threescore and five years shall Ephraim be broken, that it be not a people. And the head of Ephraim is Samaria, and the head of Samaria is Remaliah’s son. If ye will not believe, surely ye shall not be established. Isaiah 7:1–9.
En het geschiedde in de dagen van Achaz, de zoon van Jotham, de zoon van Uzzia, koning van Juda, dat Rezin, de koning van Syrië, en Pekah, de zoon van Remalia, koning van Israël, optrokken naar Jeruzalem om daartegen oorlog te voeren, maar zij konden het niet overmeesteren. En aan het huis van David werd bericht: Syrië heeft zich verbonden met Efraïm. Toen beefde zijn hart, en het hart van zijn volk, zoals de bomen van het woud beven voor de wind. Toen zei de HEERE tot Jesaja: Ga nu uit, Achaz tegemoet, gij en uw zoon Sear-Jaschub, aan het einde van de watergang van de bovenste vijver, aan de weg van het veld van de voller; en zeg tot hem: Wees op uw hoede en blijf rustig; vrees niet en laat uw hart niet week worden vanwege die twee stompjes van rokende vuurbrandhouten, vanwege de brandende toorn van Rezin en Syrië, en van de zoon van Remalia. Omdat Syrië, Efraïm en de zoon van Remalia kwaad tegen u beraamd hebben, door te zeggen: Laat ons optrekken tegen Juda, het benauwen, er voor ons een bres in slaan en in zijn midden een koning aanstellen, namelijk de zoon van Tabeal — zo zegt de Heere HEERE: Het zal niet standhouden en het zal niet geschieden. Want het hoofd van Syrië is Damascus, en het hoofd van Damascus is Rezin; en binnen vijfenzestig jaar zal Efraïm verbreizeld worden, zodat het geen volk meer is. En het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is de zoon van Remalia. Indien gij niet gelooft, voorwaar, dan zult gij niet bevestigd worden. Jesaja 7:1–9.
The sixty-five-year prophecy of verse eight, identifies that “within” the period of sixty-five years the northern kingdom of the ten tribes would be taken into captivity. The vision was recorded in the year 742 BC, and nineteen years later in 723 BC, Ephraim was scattered and taken into captivity by the Assyrians. In 677 BC, at the end of the sixty-five years king Manasseh was captured and carried into Babylon. The starting point in 742 BC, marks a civil war between the northern kingdom and the southern kingdoms of Israel, just as 1863, marks the very center of the Civil War in the United States between the North and South. The prophecy was proclaimed by Isaiah in the literal glorious land (Judah), and the prophecy of 1863 was fulfilled in the spiritual glorious land (the United States).
De vijfenzestigjarige profetie van vers acht geeft aan dat „binnen” de periode van vijfenzestig jaar het noordelijke koninkrijk van de tien stammen in gevangenschap zou worden weggevoerd. Het visioen werd opgetekend in het jaar 742 v.Chr., en negentien jaar later, in 723 v.Chr., werd Efraïm verstrooid en door de Assyriërs in gevangenschap weggevoerd. In 677 v.Chr., aan het einde van de vijfenzestig jaar, werd koning Manasse gevangengenomen en naar Babylon gevoerd. Het beginpunt in 742 v.Chr. markeert een burgeroorlog tussen het noordelijke koninkrijk en het zuidelijke koninkrijk van Israël, evenals 1863 juist het middelpunt markeert van de Burgeroorlog in de Verenigde Staten tussen het Noorden en het Zuiden. De profetie werd door Jesaja verkondigd in het letterlijke heerlijke land (Juda), en de profetie van 1863 werd vervuld in het geestelijke heerlijke land (de Verenigde Staten).
There are three waymarks within the sixty-five-year prophecy. The civil war of 742 BC, is followed in nineteen years by the scattering of the northern kingdom, in 723 BC. At the end of the sixty-five years the southern kingdom was scattered. The prophecy, including its beginning and ending, represents both “indignations” of God against the northern and southern kingdoms, and those two indignations are preceded by nineteen years at their starting points, and then followed by another nineteen years that follow their fulfillments.
Er zijn drie markeerpunten binnen de profetie van vijfenzestig jaar. Op de burgeroorlog van 742 v.Chr. volgt negentien jaar later de verstrooiing van het noordelijke koninkrijk, in 723 v.Chr. Aan het einde van de vijfenzestig jaar werd het zuidelijke koninkrijk verstrooid. De profetie, met inbegrip van haar begin en haar einde, vertegenwoordigt beide „verontwaardigingen” van God tegen de noordelijke en zuidelijke koninkrijken, en aan die twee verontwaardigingen gaan op hun beginpunten negentien jaar vooraf, waarna zij vervolgens worden gevolgd door nog eens negentien jaar die op hun vervullingen volgen.
The entire chiastic structure identifies a period of civil war between north and south that marks the beginning and ending. In the midst of the beginning and ending the two antagonists of the civil war were both carried into slavery, and in the sixty-five years that they are gathered out of their mutually scattered condition of slavery into one nation, they arrive at 1863, which is the date of the Emancipation Proclamation that freed the slaves. The prophecy of a civil war in literal Judah concludes at the civil war in spiritual Judah, for Jesus always illustrates the end of a thing, with the beginning of a thing, for He is Alpha and Omega.
De volledige chiastische structuur duidt een periode van burgeroorlog tussen noord en zuid aan die het begin en het einde markeert. Te midden van het begin en het einde werden de twee tegenstanders van de burgeroorlog beiden in slavernij weggevoerd, en in de vijfenzestig jaren waarin zij uit hun wederzijds verstrooide toestand van slavernij worden vergaderd tot één natie, komen zij uit bij 1863, de datum van de Emancipation Proclamation, die de slaven bevrijdde. De profetie van een burgeroorlog in het letterlijke Juda eindigt bij de burgeroorlog in het geestelijke Juda, want Jezus illustreert altijd het einde van een zaak met het begin van een zaak, want Hij is de Alfa en de Omega.
The history of 1863 was represented by the history of 742 BC, when the prophet Isaiah, along with his son, delivered a message to the wicked king of Judah (Ahaz). 742 BC in the passage is represented by the testimony of king Ahaz, who was king of Judah and who had shut down God’s sanctuary service and had his high priest erect a model of a Syrian temple in the very precincts of God’s earthly sanctuary.
De geschiedenis van 1863 werd voorgesteld door de geschiedenis van 742 v.Chr., toen de profeet Jesaja samen met zijn zoon een boodschap bracht aan de goddeloze koning van Juda (Achaz). In de passage wordt 742 v.Chr. voorgesteld door het getuigenis van koning Achaz, die koning van Juda was, die de dienst van Gods heiligdom had stilgelegd en zijn hogepriester een model van een Syrische tempel had laten oprichten binnen de voorhoven van Gods aardse heiligdom.
In the history of wicked king Ahaz (marked as 742 BC by the prophecy of Isaiah), the leader of Jerusalem introduced the worship of paganism (Catholicism) into God’s church, just as Laodicean Adventism returned to the methodology of apostate Protestantism to discard the message of Moses that had been delivered by Elijah. In 742 BC, Isaiah confronted the wicked king of Judah at the end of the conduit of the upper pool, by the fuller’s field, and he brought his son with him when he did. His son’s name was a sign, and when the prophet from Judah confronted king Jeroboam, he also gave him a sign.
In de geschiedenis van de goddeloze koning Achaz (door de profetie van Jesaja gemarkeerd als 742 v.Chr.) voerde de leider van Jeruzalem de aanbidding van het heidendom (het katholicisme) in in Gods kerk, juist zoals het Laodiceïsche Adventisme terugkeerde tot de methodologie van het afvallige protestantisme om de boodschap van Mozes, die door Elia was gebracht, terzijde te schuiven. In 742 v.Chr. trad Jesaja de goddeloze koning van Juda tegemoet aan het einde van de waterleiding van de bovenste vijver, bij het veld van de voller, en hij bracht zijn zoon met zich mee toen hij dat deed. De naam van zijn zoon was een teken, en toen de profeet uit Juda koning Jerobeam tegemoettrad, gaf hij hem eveneens een teken.
Behold, I and the children whom the Lord hath given me are for signs and for wonders in Israel from the Lord of hosts, which dwelleth in mount Zion. Isaiah 8:18.
Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, zijn tot tekenen en wonderen in Israël, van de HEERE der heerscharen, Die woont op de berg Sion. Jesaja 8:18.
The name of Isaiah’s son “Shearjashub,” means “a remnant shall return.” Those that “return” who make up the remnant, are those who wait for the Lord during the tarrying time.
De naam van Jesaja’s zoon „Shearjashub” betekent: „een overblijfsel zal terugkeren.” Degenen die „terugkeren” en het overblijfsel vormen, zijn zij die tijdens de vertoeftijd op de Heer wachten.
And I will wait upon the Lord, that hideth his face from the house of Jacob, and I will look for him. Behold, I and the children whom the Lord hath given me are for signs and for wonders in Israel from the Lord of hosts, which dwelleth in mount Zion. Isaiah 8:17, 18.
En ik zal de HEERE verwachten, die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal op Hem hopen. Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, zijn tot tekenen en wonderen in Israël, van de HEERE der heirscharen, die woont op de berg Sion. Jesaja 8:17, 18.
When Isaiah interacts with wicked king Ahaz in 742 BC, he represents those who have “waited,” for all the prophets are speaking of the last days, and those who “wait” in the last days are those who have suffered the first disappointment. Jeremiah thought God had lied, and withheld the rain, and Isaiah thinks God has hidden “his face from the house of Jacob,” but Isaiah determines that he will wait, and look for the Lord, which represents the “wise” during the tarrying time of the vision. Those that did return and separate the precious from the vile, who were to become God’s mouthpiece were sealed, and therefore contrasted with those who receive the mark of the beast.
Wanneer Jesaja in 742 v.Chr. in aanraking komt met de goddeloze koning Achaz, vertegenwoordigt hij hen die hebben “gewacht”, want alle profeten spreken over de laatste dagen, en zij die in de laatste dagen “wachten” zijn degenen die de eerste teleurstelling hebben doorgemaakt. Jeremia dacht dat God had gelogen en de regen had ingehouden, en Jesaja meent dat God “Zijn aangezicht voor het huis van Jakob verborgen heeft”, maar Jesaja besluit dat hij op de HEERE zal wachten en naar de Heere zal uitzien, hetgeen de “wijzen” gedurende de vertoeftijd van het gezicht vertegenwoordigt. Degenen die inderdaad terugkeerden en het kostbare van het verachtelijke scheidden, die Gods mond zouden worden, werden verzegeld en staan daarom in tegenstelling tot hen die het merkteken van het beest ontvangen.
And many among them shall stumble, and fall, and be broken, and be snared, and be taken. Bind up the testimony, seal the law among my disciples. And I will wait upon the Lord, that hideth his face from the house of Jacob, and I will look for him. Behold, I and the children whom the Lord hath given me are for signs and for wonders in Israel from the Lord of hosts, which dwelleth in mount Zion. And when they shall say unto you, Seek unto them that have familiar spirits, and unto wizards that peep, and that mutter: should not a people seek unto their God? for the living to the dead? To the law and to the testimony: if they speak not according to this word, it is because there is no light in them. Isaiah 8:16–20.
En velen onder hen zullen struikelen, en vallen, en gebroken worden, en verstrikt raken, en gevangen worden. Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn discipelen. En ik zal de HEERE verwachten, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal naar Hem uitzien. Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van de HEERE der heirscharen, Die woont op de berg Sion. En wanneer zij tot u zullen zeggen: Raadpleeg hen die een waarzeggende geest hebben, en de tovenaars die piepen en mompelen — moet een volk niet zijn God raadplegen? Zal men voor de levenden de doden raadplegen? Tot de wet en tot de getuigenis! Indien zij niet spreken overeenkomstig dit woord, het zal zijn dat er voor hen geen dageraad is. Jesaja 8:16–20.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“These are not the words of Sister White, but the words of the Lord, and His messenger has given them to me to give to you. God calls upon you to no longer work at cross purposes with Him. Much instruction was given in regard to men claiming to be Christian when they are revealing the attributes of Satan, counteracting in spirit, word, and action the advancement of truth, and are surely following the path where Satan is leading them. In their hardness of heart they have grasped authority which in no way belongs to them, and which they should not exercise. Saith the great Teacher, ‘I will overturn, overturn, overturn.’ Men say in Battle Creek, ‘The temple of the Lord, the temple of the Lord are we’ but they are using common fire. Their hearts are not softened and subdued by the grace of God.” Manuscript Releases, volume 13, 222.
„Dit zijn niet de woorden van zuster White, maar de woorden van de Heer, en Zijn boodschapper heeft ze aan mij gegeven om ze aan u te geven. God roept u ertoe op niet langer Hem tegen te werken. Er werd veel onderricht gegeven aangaande mannen die beweren christenen te zijn, terwijl zij de eigenschappen van Satan openbaren, en in geest, woord en daad de voortgang van de waarheid tegenwerken, en gewis het pad volgen waarop Satan hen leidt. In hun hardheid van hart hebben zij gezag naar zich toegeëigend dat hun geenszins toebehoort en dat zij niet behoren uit te oefenen. Zegt de grote Leraar: ‘Ik zal omkeren, omkeren, omkeren.’ Mensen zeggen in Battle Creek: ‘De tempel des Heren, de tempel des Heren zijn wij,’ maar zij gebruiken gewoon vuur. Hun harten zijn niet verzacht en onderworpen door de genade van God.” Manuscript Releases, deel 13, 222.