As Isaiah presents the message represented by the sixty-five years (chapter seven, verse eight), to the wicked leader of Jerusalem, he does so by the “fuller’s field” and the “end of the conduit of the upper pool,” in the year 742 BC. 742 BC represents 1863, for Jesus always illustrates the end with the beginning. The rebellion of 1863 in turn represents the Sunday law in the United States, for Jesus always illustrates the end of a thing with the beginning of a thing. 1863 was the beginning of the legally registered Laodicean Adventist church, and that church is left desolate at the “great earthquake” of the Sunday law. How could a corporation that is legally governed by the State (not the reverse of the Church controlling the State), continue to uphold the seventh-day Sabbath, at the time when that very same government is legally forbidding worship on the seventh day?
Zoals Jesaja de boodschap die door de vijfenzestig jaren wordt voorgesteld (hoofdstuk zeven, vers acht) aan de goddeloze leider van Jeruzalem presenteert, doet hij dat bij het “vollersveld” en het “einde van de watergang van de bovenste vijver”, in het jaar 742 v.Chr. 742 v.Chr. stelt 1863 voor, want Jezus illustreert het einde altijd met het begin. De opstand van 1863 stelt op haar beurt de zondagswet in de Verenigde Staten voor, want Jezus illustreert het einde van een zaak altijd met het begin van een zaak. 1863 was het begin van de wettelijk geregistreerde Laodicese Adventkerk, en die kerk wordt bij de “grote aardbeving” van de zondagswet woest gelaten. Hoe zou een corporatie die wettelijk door de Staat wordt bestuurd (en niet omgekeerd de Kerk die de Staat bestuurt), de sabbat van de zevende dag kunnen blijven handhaven op het moment dat diezelfde regering wettelijk de aanbidding op de zevende dag verbiedt?
At the beginning and ending of Christ’s ministry, He cleansed the temple. At the first temple cleansing Christ identified that the leaders had made “his father’s house” a den of thieves, but in the last cleansing of the temple He had identified that “their house” was left to them desolate. Ancient Israel illustrates modern Israel. He erected and cleansed the Millerite temple in the beginning of Adventism, but at the final cleansing, the cleansing of the one hundred and forty-four thousand, Laodicean Adventism is spewed out of His mouth, and “their house” is then left desolate.
Aan het begin en aan het einde van Christus’ bediening reinigde Hij de tempel. Bij de eerste tempelreiniging stelde Christus vast dat de leiders „het huis van zijn Vader” tot een rovershol hadden gemaakt, maar bij de laatste reiniging van de tempel stelde Hij vast dat „hun huis” hun woest werd overgelaten. Het oude Israël is een illustratie van het moderne Israël. Hij richtte de Milleritische tempel op en reinigde die aan het begin van het adventisme, maar bij de laatste reiniging, de reiniging van de honderd vierenveertigduizend, wordt het Laodiceïsche adventisme uit Zijn mond gespuwd, en wordt „hun huis” vervolgens woest achtergelaten.
Isaiah is by the fuller’s field when he confronts king Ahaz. The fuller’s field represents the cleansing accomplished by the Messenger of the Covenant who suddenly comes to His temple, and cleanses the sons of Levi as with “fuller’s soap.” This cleansing was accomplished at the beginning of Adventism, and it is accomplished again at the end.
Jesaja bevindt zich bij het veld van de voller wanneer hij koning Achaz tegemoet treedt. Het veld van de voller vertegenwoordigt de reiniging die tot stand wordt gebracht door de Bode van het Verbond, die plotseling tot Zijn tempel komt en de zonen van Levi reinigt als met „zeep van vollers”. Deze reiniging werd aan het begin van het adventisme tot stand gebracht, en zij wordt opnieuw aan het einde tot stand gebracht.
Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts. But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. Malachi 3:1–4.
Zie, Ik zal mijn boodschapper zenden, en hij zal de weg voor Mij bereiden; en de Heere, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, namelijk de Engel van het verbond, in Wie gij uw behagen hebt; zie, Hij zal komen, zegt de HEERE der heerscharen. Maar wie zal de dag van Zijn komst kunnen verdragen? en wie zal bestaan wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een goudsmid en als de loog van de vollers. En Hij zal zitten als iemand die zilver loutert en reinigt; en Hij zal de zonen van Levi reinigen en hen louteren als goud en als zilver, opdat zij de HEERE een offer in gerechtigheid zullen brengen. Dan zal de offerande van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, als in de dagen vanouds en als in vroegere jaren. Maleachi 3:1–4.
Isaiah meets Ahaz, with the sign of his son, whose name symbolizes that in the last days “a remnant will return.” The remnant is those that “return.” Isaiah meets with wicked king Ahaz during the history of the cleansing of the temple, which began in Millerite history in 1844, and was brought to a conclusion by disobedience in 1863. In the last days the cleansing is the history of the sealing of the one hundred and forty-four thousand. Had the Millerites followed the opening providence of God that followed 1844, they would have finished the work.
Jesaja ontmoet Achaz met het teken van zijn zoon, wiens naam symboliseert dat in de laatste dagen „een overblijfsel zal terugkeren”. Het overblijfsel zijn degenen die „terugkeren”. Jesaja ontmoet de goddeloze koning Achaz tijdens de geschiedenis van de reiniging van de tempel, die in de Milleritische geschiedenis in 1844 begon en door ongehoorzaamheid in 1863 tot een einde werd gebracht. In de laatste dagen is de reiniging de geschiedenis van de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend. Indien de Millerieten de zich openende voorzienigheid van God hadden gevolgd die op 1844 volgde, zouden zij het werk hebben voltooid.
“Had Adventists, after the great disappointment in 1844, held fast their faith and followed on unitedly in the opening providence of God, receiving the message of the third angel and in the power of the Holy Spirit proclaiming it to the world, they would have seen the salvation of God, the Lord would have wrought mightily with their efforts, the work would have been completed, and Christ would have come ere this to receive His people to their reward. But in the period of doubt and uncertainty that followed the disappointment, many of the advent believers yielded their faith. . . . Thus the work was hindered, and the world was left in darkness. Had the whole Adventist body united upon the commandments of God and the faith of Jesus, how widely different would have been our history!” Evangelism, 695.
‘Indien de adventisten na de grote teleurstelling in 1844 aan hun geloof hadden vastgehouden en eendrachtig waren voortgegaan in de zich ontvouwende voorzienigheid van God, de boodschap van de derde engel hadden aangenomen en die in de kracht van de Heilige Geest aan de wereld hadden verkondigd, dan zouden zij het heil van God hebben gezien; de Heere zou krachtig met hun inspanningen hebben gewerkt, het werk zou voltooid zijn en Christus zou reeds lang geleden gekomen zijn om Zijn volk tot hun beloning te ontvangen. Maar in de periode van twijfel en onzekerheid die op de teleurstelling volgde, gaven velen van de adventgelovigen hun geloof prijs.... Zo werd het werk belemmerd en werd de wereld in duisternis gelaten. Indien het gehele adventistische lichaam zich had verenigd op de geboden van God en het geloof van Jezus, hoe geheel anders zou onze geschiedenis zijn geweest!’ Evangelism, 695.
The failure to “follow on unitedly in the opening providence of God,” led them into a Laodicean condition by 1856, and the ensuing rebellion of 1863, marked the beginning of the wandering in the wilderness that had been illustrated by ancient Israel when they failed their tenth and final test, and were then condemned to die in the wilderness over the following forty years.
Het verzuim om „eensgezind voort te gaan in de zich openbarende voorzienigheid Gods” bracht hen tegen 1856 in een Laodiceïsche toestand, en de daaropvolgende opstand van 1863 markeerde het begin van de omzwerving in de woestijn, die was uitgebeeld door het oude Israël toen het zijn tiende en laatste beproeving niet doorstond en vervolgens werd veroordeeld om gedurende de daaropvolgende veertig jaar in de woestijn te sterven.
Isaiah’s son provides the promise that at the final temple cleansing of the last days “a remnant shall return.” Their “return” is illustrated by Jeremiah, who was promised that if he would “return,” he would become God’s watchman. The one hundred and forty-four thousand are those who have returned from a disappointment.
Jesaja’s zoon verschaft de belofte dat bij de uiteindelijke tempelreiniging van de laatste dagen „een overblijfsel zal terugkeren”. Hun „terugkeer” wordt geïllustreerd door Jeremia, aan wie werd beloofd dat, indien hij zou „terugkeren”, hij Gods wachter zou worden. De honderdvierenveertigduizend zijn degenen die van een teleurstelling zijn teruggekeerd.
Those that are the one hundred and forty-four thousand have experienced a disappointment and waited for their Lord. They have been typified by the wise virgins in Millerite history, and in both the beginning and ending histories two sticks are joined into one nation, during the outpouring of the Holy Spirit during the time of the Midnight Cry.
Zij die de honderdvierenveertigduizend vormen, hebben een teleurstelling doorgemaakt en op hun Heer gewacht. Zij zijn in de Milleritische geschiedenis uitgebeeld door de wijze maagden, en zowel in de beginnende als in de afsluitende geschiedenis worden twee stokken tot één volk verenigd, tijdens de uitstorting van de Heilige Geest in de tijd van de Middernachtsroep.
Wicked king Ahaz represents the leadership of Judah that will have heard the message, but who reject the message presented by Isaiah, and in so doing they “stumble, and fall, and be broken, and be snared, and be taken.” They are those who “seek unto them that have familiar spirits, and unto wizards that peep, and that mutter,” representing the experience of spiritualism they succumb to as they receive the strong delusion of 2 Thessalonians. Ahaz’s rejection of the message of Isaiah in 742 BC, aligns with 1863, when the message of Miller was rejected. Isaiah typifies Miller, and the message of both Isaiah and Miller was based upon the “seven times,” which find their anchor point in verse eight, of Isaiah chapter seven. Miller’s son (Isaiah’s son) represents the Elijah movement that comes in the last days.
De goddeloze koning Achaz vertegenwoordigt de leiding van Juda die de boodschap wel zal hebben gehoord, maar de door Jesaja gepresenteerde boodschap verwerpt, en daardoor „struikelen, en vallen, en verbroken worden, en verstrikt, en gevangen worden”. Zij zijn het die „degenen zoeken die vertrouwde geesten hebben, en de tovenaars die piepen en mompelen”, waarmee de ervaring van het spiritisme wordt voorgesteld waaraan zij ten prooi vallen wanneer zij de krachtige dwaling van 2 Thessalonicenzen aannemen. Achaz’ verwerping van de boodschap van Jesaja in 742 v.Chr. komt overeen met 1863, toen de boodschap van Miller werd verworpen. Jesaja is een type van Miller, en de boodschap van zowel Jesaja als Miller was gebaseerd op de „zeven tijden”, die hun ankerpunt vinden in vers acht van Jesaja hoofdstuk zeven. Millers zoon (Jesaja’s zoon) vertegenwoordigt de Elia-beweging die in de laatste dagen komt.
The pronouncement against Ahaz for his rejection included the prediction of being conquered by the king of the north, who in the last days is the threefold union of Modern Rome, that is ruled over by the papacy.
De uitspraak tegen Achaz wegens zijn verwerping omvatte de voorspelling dat hij overwonnen zou worden door de koning van het noorden, die in de laatste dagen de drievoudige vereniging van het Moderne Rome is, waarover het pausdom heerschappij voert.
The Lord spake also unto me again, saying, Forasmuch as this people refuseth the waters of Shiloah that go softly, and rejoice in Rezin and Remaliah’s son; Now therefore, behold, the Lord bringeth up upon them the waters of the river, strong and many, even the king of Assyria, and all his glory: and he shall come up over all his channels, and go over all his banks: And he shall pass through Judah; he shall overflow and go over, he shall reach even to the neck; and the stretching out of his wings shall fill the breadth of thy land, O Immanuel. Isaiah 8:5–8.
En de HEERE sprak opnieuw tot mij, zeggende: Omdat dit volk de wateren van Siloah, die zachtkens vloeien, verwerpt, en vreugde vindt in Rezin en de zoon van Remalia; daarom, zie, de Heere doet over hen opkomen de wateren van de rivier, machtig en groot, namelijk de koning van Assyrië en al zijn heerlijkheid; en hij zal stijgen boven al zijn beddingen en gaan over al zijn oevers; en hij zal doordringen in Juda, hij zal overstromen en overgaan, hij zal reiken tot aan de hals; en het uitbreiden van zijn vleugelen zal de breedte van uw land vervullen, o Immanuël. Jesaja 8:5–8.
Isaiah met with wicked king Ahaz at the end of the conduit of the upper pool, and although there is uncertainty among the biblical historians and archeologists as to whether the upper pool, was the same pool as the pool of Siloam in the time of Christ, the context of Isaiah’s prophecy removes all doubt, for Isaiah identifies that the king of the north was to come upon Ahaz, because he had rejected the waters of Shiloah, that goes softly. “Shiloah” is the Old Testament’s name for “Siloam” in the New Testament.
Jesaja ontmoette de goddeloze koning Achaz aan het einde van de waterleiding van de bovenste vijver; en hoewel er onder de bijbelse geschiedschrijvers en archeologen onzekerheid bestaat over de vraag of de bovenste vijver dezelfde vijver was als de vijver van Siloam ten tijde van Christus, neemt de context van Jesaja’s profetie alle twijfel weg, want Jesaja geeft te kennen dat de koning van het noorden over Achaz zou komen, omdat hij de zacht voortvloeiende wateren van Siloah had verworpen. „Siloah” is de oudtestamentische benaming voor „Siloam” in het Nieuwe Testament.
It was at the pool of Siloam that Jesus healed the blind man, and wicked king Ahaz represents the blind Laodicean leadership, both in 1863, and at the soon-coming Sunday law who refuse to be healed. “Shiloah” and “Siloam” both mean “sent,” and a message was sent from the Father, to the Son, who then gave it to Gabriel and the holy angels to convey to Isaiah, who brought the message that was “sent” from heaven to a blind Laodicean leader.
Het was bij de vijver van Siloam dat Jezus de blinde man genas, en de goddeloze koning Achaz stelt de blinde Laodicese leiding voor, zowel in 1863 als bij de spoedig komende zondagswet, die weigert genezen te worden. „Shiloah” en „Siloam” betekenen beide „gezonden”, en een boodschap werd gezonden van de Vader naar de Zoon, die haar vervolgens aan Gabriël en de heilige engelen gaf om haar over te brengen aan Jesaja, die de boodschap die uit de hemel was „gezonden” bracht aan een blinde Laodicese leider.
The conduit from the upper pool where Isaiah presented the message represents the place where the rain of the Holy Spirit is conveyed to God’s people, as also represented by the golden pipes of Zechariah’s vision, or the ladder of Jacob’s dream.
De waterleiding vanuit het bovenste bekken, waar Jesaja de boodschap overbracht, vertegenwoordigt de plaats waar de regen van de Heilige Geest aan Gods volk wordt doorgegeven, zoals eveneens wordt voorgesteld door de gouden buizen in het visioen van Zacharia, of door de ladder uit Jakobs droom.
“That which God has prepared for us is represented in Zechariah, chapters 3 and 4, and 4:12–14: ‘And I answered again, and said unto him, What be these two olive branches which through the two golden pipes empty the golden oil out of themselves? And he answered me and said, Knowest thou not what these be? And I said, No, my Lord. Then said he, These are the two anointed ones, that stand by the Lord of the whole earth.’
“Datgene wat God voor ons heeft bereid, wordt voorgesteld in Zacharia, hoofdstukken 3 en 4, en 4:12–14: ‘En ik antwoordde opnieuw en zei tot hem: Wat zijn deze twee olijftakken, die door de twee gouden pijpen de gouden olie uit zichzelf doen uitvloeien? En hij antwoordde mij en zei: Weet gij niet wat deze zijn? En ik zei: Neen, mijn heer. Toen zei hij: Deze zijn de twee gezalfden, die staan bij de Heere der ganse aarde.’”
“The Lord is full of resources. He has no lack of facilities. It is because of our lack of faith, our earthliness, our cheap talk, our unbelief, manifested in our conversation, that dark shadows gather about us. Christ is not revealed in word or character as the One altogether lovely, and the chiefest among ten thousand. When the soul is content to lift itself up unto vanity, the Spirit of the Lord can do little for it. Our shortsighted vision beholds the shadow, but cannot see the glory beyond. Angels are holding the four winds, represented as an angry horse seeking to break loose and rush over the face of the whole earth, bearing destruction and death in its path.
„De Heer is rijk aan hulpbronnen. Hem ontbreekt het aan geen enkel middel. Het is wegens ons gebrek aan geloof, onze aardsgezindheid, ons oppervlakkige spreken, ons ongeloof, geopenbaard in onze gesprekken, dat zich duistere schaduwen om ons heen verzamelen. Christus wordt in woord noch in karakter geopenbaard als Degene die gans begeerlijk is en de voornaamste onder tienduizend. Wanneer de ziel ermee tevreden is zich tot ijdelheid te verheffen, kan de Geest des Heren weinig voor haar doen. Ons kortzichtige gezichtsvermogen aanschouwt de schaduw, maar kan de heerlijkheid daarachter niet zien. Engelen houden de vier winden tegen, voorgesteld als een toornig paard dat tracht los te breken en over het aangezicht van de gehele aarde voort te stormen, terwijl het verwoesting en dood op zijn weg meedraagt.
“Shall we sleep on the very verge of the eternal world? Shall we be dull and cold and dead? Oh, that we might have in our churches the Spirit and breath of God breathed into His people, that they might stand upon their feet and live. We need to see that the way is narrow, and the gate strait. But as we pass through the strait gate, its wideness is without limit.” Manuscript Releases, volume 20, 216, 217.
“Zullen wij slapen op de zeer rand van de eeuwige wereld? Zullen wij traag en koud en dood zijn? O, dat wij in onze gemeenten de Geest en adem van God mochten hebben, in Zijn volk geblazen, opdat zij op hun voeten zouden staan en leven. Wij moeten inzien dat de weg nauw is en de poort eng. Maar wanneer wij door de enge poort gaan, is haar wijdte zonder grens.” Manuscript Releases, deel 20, 216, 217.
The “golden oil,” is the messages of God’s Spirit that comes down from the upper pool through the conduit that is the two golden pipes that are the two witnesses of the Bible and Spirit of Prophecy, or the Old and New Testament, or the law and the prophets, or Moses and Elijah.
De „gouden olie” zijn de boodschappen van Gods Geest die neerdalen uit het bovenste reservoir door de leiding, namelijk de twee gouden pijpen, die de twee getuigen zijn van de Bijbel en de Geest der Profetie, of het Oude en het Nieuwe Testament, of de wet en de profeten, of Mozes en Elia.
“The anointed ones standing by the Lord of the whole earth, have the position once given to Satan as covering cherub. By the holy beings surrounding his throne, the Lord keeps up a constant communication with the inhabitants of the earth. The golden oil represents the grace with which God keeps the lamps of believers supplied, that they shall not flicker and go out. Were it not that this holy oil is poured from heaven in the messages of God’s Spirit, the agencies of evil would have entire control over men.
‘De gezalfden die bij de Heere van de ganse aarde staan, bekleden de positie die eens aan Satan werd gegeven als overdekkende cherub. Door de heilige wezens die zijn troon omringen, onderhoudt de Heere een voortdurende gemeenschap met de bewoners van de aarde. De gouden olie stelt de genade voor waarmee God de lampen van de gelovigen gevuld houdt, opdat zij niet zouden flikkeren en uitdoven. Indien deze heilige olie niet vanuit de hemel wordt uitgestort in de boodschappen van Gods Geest, zouden de machten van het kwaad de volledige heerschappij over de mensen hebben.’
“God is dishonored when we do not receive the communications which he sends us. Thus we refuse the golden oil which he would pour into our souls to be communicated to those in darkness. When the call shall come, ‘Behold, the bridegroom cometh; go ye out to meet him,’ those who have not received the holy oil, who have not cherished the grace of Christ in their hearts, will find, like the foolish virgins, that they are not ready to meet their Lord. They have not, in themselves, the power to obtain the oil, and their lives are wrecked. But if God’s Holy Spirit is asked for, if we plead, as did Moses, ‘Show me thy glory,’ the love of God will be shed abroad in our hearts. Through the golden pipes, the golden oil will be communicated to us. ‘Not by might, nor by power, but by my Spirit, saith the Lord of Hosts.’ By receiving the bright beams of the Sun of Righteousness, God’s children shine as lights in the world.” Review and Herald, July 20, 1897.
“God wordt onteerd wanneer wij de boodschappen die Hij ons zendt, niet ontvangen. Zo wijzen wij de gouden olie af die Hij in onze zielen wil uitstorten om doorgegeven te worden aan hen die in duisternis verkeren. Wanneer de roep zal klinken: ‘Zie, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet,’ zullen zij die de heilige olie niet hebben ontvangen, die de genade van Christus niet in hun harten hebben gekoesterd, evenals de dwaze maagden bevinden dat zij niet gereed zijn hun Heer te ontmoeten. Zij hebben niet in zichzelf de macht om de olie te verkrijgen, en hun leven wordt verwoest. Maar indien om Gods Heilige Geest wordt gevraagd, indien wij smeken zoals Mozes deed: ‘Toon mij uw heerlijkheid,’ zal de liefde van God in onze harten uitgestort worden. Door de gouden buizen zal de gouden olie aan ons worden meegedeeld. ‘Niet door kracht, noch door geweld, maar door mijn Geest, zegt de HEERE der heerscharen.’ Door de heldere stralen van de Zon der Gerechtigheid te ontvangen, schijnen Gods kinderen als lichten in de wereld.” Review and Herald, 20 juli 1897.
The message that Ahaz was rejecting was the message of the Midnight Cry, that would have climaxed into the second coming of Christ, if the leadership of Laodicea had received the message to Laodicea that was “sent” to them in 1856. That message would have then swelled to a loud cry, and God’s people would have finished the work and been at peace. Instead, they returned to the vomit they had been delivered from.
De boodschap die Achaz verwierp, was de boodschap van de Middernachtsroep, die zou zijn uitgemond in de tweede komst van Christus, indien de leiding van Laodicea de boodschap aan Laodicea had aangenomen die hun in 1856 was „gezonden”. Die boodschap zou dan zijn aangezwollen tot een luide roep, en Gods volk zou het werk hebben voltooid en in vrede zijn geweest. In plaats daarvan keerden zij terug tot het uitspuwsel waarvan zij waren verlost.
Isaiah and Ahaz are represented as being in the purification process of the fuller’s field, which is accomplished by the Messenger of the Covenant in Malachi chapter three. They are symbolically located where the “oil” (a message) is being poured out in Zechariah’s vision, and in the last days, Isaiah’s message to Ahaz is the message of Islam of the third Woe; it is the message of the hidden history of the seven thunders; it is the message that the eighth is of the seven; it is the message of the vineyard; it is the message of “Truth,” that are all elements of the Revelation of Jesus Christ, which in the last days produces the purification represented by the fuller’s field.
Jesaja en Achaz worden voorgesteld als verkerend in het zuiveringsproces van het vollersveld, dat wordt volbracht door de Boodschapper van het Verbond in Maleachi hoofdstuk drie. Zij bevinden zich symbolisch op de plaats waar de „olie” (een boodschap) wordt uitgegoten in het visioen van Zacharia, en in de laatste dagen is Jesaja’s boodschap aan Achaz de boodschap van de islam van het derde Wee; het is de boodschap van de verborgen geschiedenis van de zeven donderslagen; het is de boodschap dat de achtste uit de zeven is; het is de boodschap van de wijngaard; het is de boodschap van de „Waarheid”, die alle elementen zijn van de Openbaring van Jezus Christus, welke in de laatste dagen de zuivering voortbrengt die door het vollersveld wordt voorgesteld.
It was and is also the message of the “seven times,” that changes from Miller’s foundation stone, to the head of the corner, for it was the first truth, and it must therefore be the last truth. 1863 marked the conclusion of a purification process that began with the arrival of the third angel on October 22, 1844, and ultimately reached the light of the “seven times” in 1856. In 1844 the light of the twenty-three hundred years marked a beginning that led to the ending that was marked by the twenty-five hundred and twenty years. Yet, Laodicean blindness in the beginning and the ending, refuses to see the relationship of the two visions. 1863 represents the conclusion of a purification process that always occurs when a message is unsealed, and the message of the third angel was unsealed on October 22, 1844.
Het was en is ook de boodschap van de „zeven tijden”, die verandert van Millers funderingssteen tot de hoeksteen, want zij was de eerste waarheid, en moet daarom de laatste waarheid zijn. 1863 markeerde de voltooiing van een reinigingsproces dat begon met de komst van de derde engel op 22 oktober 1844 en uiteindelijk uitmondde in het licht van de „zeven tijden” in 1856. In 1844 markeerde het licht van de tweeduizend driehonderd jaren een begin dat leidde tot het einde dat werd gemarkeerd door de tweeduizend vijfhonderd twintig jaren. Toch weigert de Laodicese blindheid, zowel in het begin als in het einde, de verhouding tussen de twee visioenen te zien. 1863 vertegenwoordigt de voltooiing van een reinigingsproces dat zich altijd voordoet wanneer een boodschap wordt ontzegeld, en de boodschap van de derde engel werd ontzegeld op 22 oktober 1844.
The light of the third angel which was unsealed in 1844, was not a singular light, it was what Sister White refers to as “the advancing light of the third angel.” The advancing light of the third angel began in 1844, and continues to advance until probation closes, but when it first arrived, and when it ultimately ends, there is a specific testing period of the third angel. Those testing periods, at the beginning and ending, also represent a testing process represented by Daniel as an “increase of knowledge,” that is also the advancing light of the third angel.
Het licht van de derde engel dat in 1844 werd ontsloten, was niet één enkel licht; het was wat zuster White aanduidt als „het voortschrijdende licht van de derde engel”. Het voortschrijdende licht van de derde engel begon in 1844 en blijft voortgaan totdat de genadetijd sluit; maar zowel toen het voor het eerst kwam als wanneer het uiteindelijk eindigt, is er een specifieke beproevingsperiode van de derde engel. Deze beproevingsperioden, aan het begin en aan het einde, vertegenwoordigen ook een beproevingsproces dat door Daniël wordt aangeduid als een „toename van kennis”, hetgeen eveneens het voortschrijdende licht van de derde engel is.
The testing process at the beginning began in 1844, and the advancing light increased in knowledge until it reached its conclusion in 1856. The beginning light and the ending light of the testing period are the two visions of Daniel chapter eight, verses thirteen and fourteen, which represent the foundation and the central pillar of Adventism.
Het beproevingsproces aan het begin ving aan in 1844, en het voortschrijdende licht nam toe in kennis totdat het in 1856 zijn voltooiing bereikte. Het aanvankelijke licht en het afsluitende licht van de beproevingsperiode zijn de twee visioenen van Daniël hoofdstuk acht, verzen dertien en veertien, die het fundament en de centrale pijler van het adventisme vertegenwoordigen.
The testing period of the first angel began on August 11, 1840 and ended at the first disappointment on April 19, 1844. The testing period of the second angel then began, and continued until October 22, 1844. At that point the third angel arrived and the testing period of the third angel continued until Laodicean Adventism rejected the light of the third angel in 1863.
De beproevingsperiode van de eerste engel begon op 11 augustus 1840 en eindigde bij de eerste teleurstelling op 19 april 1844. Vervolgens begon de beproevingsperiode van de tweede engel, en deze duurde voort tot 22 oktober 1844. Op dat moment kwam de derde engel, en de beproevingsperiode van de derde engel duurde voort totdat het Laodiceaanse adventisme in 1863 het licht van de derde engel verwierp.
The testing period of the third angel for Millerite Adventism had a beginning and an ending, and the beginning and ending must represent the same thing, for Jesus always illustrates the end of a thing with the beginning of a thing. The opening of the advancing light of the third angel was the light of the appearance (the “mareh” vision), of verse fourteen of chapter eight of Daniel. The ending of the advancing light of the third angel was the light of the trampling down of the sanctuary and host (the “chazon” vision), of verse thirteen. The two visions are prophetically intertwined.
De beproevingsperiode van de derde engel voor het Milleritische Adventisme had een begin en een einde, en het begin en het einde moeten hetzelfde vertegenwoordigen, want Jezus illustreert het einde van een zaak altijd met het begin van een zaak. De opening van het voortschrijdende licht van de derde engel was het licht van de verschijning (het „mareh”-visioen), van vers veertien van het achtste hoofdstuk van Daniël. Het einde van het voortschrijdende licht van de derde engel was het licht van de vertreding van het heiligdom en het leger (het „chazon”-visioen), van vers dertien. De twee visioenen zijn profetisch met elkaar verweven.
Then shalt thou cause the trumpet of the jubilee to sound on the tenth day of the seventh month, in the day of atonement shall ye make the trumpet sound throughout all your land. Leviticus 25:9.
Dan zult gij op de tiende dag van de zevende maand de bazuin van het jubeljaar doen klinken; op de Verzoendag zult gij de bazuin laten klinken in heel uw land. Leviticus 25:9.
The trumpet that was to be sounded on the Day of Atonement, which was October 22, 1844, was the Jubilee trumpet, which represents the sacred cycle of seven years, which adds up to twenty-five hundred and twenty days. The Lord intended to lead ancient Israel directly into the Promised Land, but their rebellion prevented that from happening. The Lord intended to lead modern Israel directly into the Promised Land, but rebellion prevented that from happening. If modern Israel would have been obedient to the advancing light of the third angel, they would have warned the world and the Lord would have returned over one hundred years ago.
De bazuin die op de Verzoendag, dat wil zeggen op 22 oktober 1844, geblazen moest worden, was de jubelbazuin, die de heilige cyclus van zeven jaren voorstelt, welke optelt tot tweeduizend vijfhonderd twintig dagen. De Heere was voornemens het oude Israël rechtstreeks het Beloofde Land binnen te leiden, maar hun opstand verhinderde dat. De Heere was voornemens het moderne Israël rechtstreeks het Beloofde Land binnen te leiden, maar opstand verhinderde dat. Indien het moderne Israël gehoorzaam geweest zou zijn aan het voortschrijdende licht van de derde engel, zouden zij de wereld hebben gewaarschuwd en zou de Heere meer dan honderd jaar geleden zijn teruggekeerd.
In order for that to happen the Lord would have needed to work a transformation among the Millerites, and that transformation is identified as the mystery of God in the Scriptures. If Adventism had followed the advancing light of the third angel, then the trumpet of the Jubilee would have sounded all the way through to the end, for it is in the days that the seventh trumpet sounds, that the mystery of God is finished. In Revelation ten, that trumpet, which is the Jubilee trumpet, and also the trumpet of the third woe, began to sound on October 22, 1844.
Opdat dat zou kunnen gebeuren, had de Heer een verandering onder de Millerieten moeten bewerken, en die verandering wordt in de Schrift aangeduid als het mysterie van God. Indien het adventisme het voortschrijdende licht van de derde engel had gevolgd, dan zou de bazuin van het Jubeljaar hebben geklonken tot aan het einde toe, want het is in de dagen waarin de zevende bazuin klinkt, dat het mysterie van God wordt voleindigd. In Openbaring tien begon die bazuin, die de bazuin van het Jubeljaar is en tevens de bazuin van het derde wee, te klinken op 22 oktober 1844.
And the angel which I saw stand upon the sea and upon the earth lifted up his hand to heaven, And sware by him that liveth for ever and ever, who created heaven, and the things that therein are, and the earth, and the things that therein are, and the sea, and the things which are therein, that there should be time no longer: But in the days of the voice of the seventh angel, when he shall begin to sound, the mystery of God should be finished, as he hath declared to his servants the prophets. Revelation 10:5–7.
En de engel die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn hand op naar de hemel, en zwoer bij Hem die leeft in alle eeuwigheid, die de hemel geschapen heeft en wat daarin is, en de aarde en wat daarin is, en de zee en wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn; maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij zal beginnen te bazuinen, zal ook het geheimenis van God voleindigd worden, gelijk Hij aan zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft. Openbaring 10:5–7.
The testing purification process that began on October 22, 1844, which was the advancing light of the third angel, began with the light of Daniel chapter eight, verse fourteen, and it ended with the light of Daniel chapter eight, verse thirteen. It began with the answer of verse fourteen, and ended with the question of verse thirteen.
Het beproevende reinigingsproces dat op 22 oktober 1844 begon, en dat het voortschrijdende licht van de derde engel was, ving aan met het licht van Daniël hoofdstuk acht, vers veertien, en eindigde met het licht van Daniël hoofdstuk acht, vers dertien. Het begon met het antwoord van vers veertien en eindigde met de vraag van vers dertien.
Those nineteen years were typified by the arrival of Isaiah’s warning message to Ahaz the king of literal Judah during a civil war between the north and south. Those nineteen years ended with the king of the north, taking Israel into slavery. Those nineteen years typified the arrival of the third angel in 1844, through to the rebellion of 1863. The advancing light of the third angel was represented by Isaiah’s message.
Die negentien jaren werden voorafgebeeld door de komst van Jesaja’s waarschuwingsboodschap tot Achaz, de koning van het letterlijke Juda, tijdens een burgeroorlog tussen noord en zuid. Die negentien jaren eindigden ermee dat de koning van het noorden Israël in slavernij voerde. Die negentien jaren waren een voorafbeelding van de komst van de derde engel in 1844 tot aan de opstand van 1863. Het voortschrijdende licht van de derde engel werd voorgesteld door de boodschap van Jesaja.
The rejection of that advancing light brought an end to the Millerite movement, and in that testing period the Philadelphian Millerite Movement transitioned into the Laodicean Church. The nineteen years that began in 742 BC, and the nineteen years that began in 1844, both represent a testing and purification process in the last days, that is the final testing period of the advancing light of the third angel.
De verwerping van dat voortschrijdende licht maakte een einde aan de Milleritische beweging, en in die beproevingsperiode ging de Filadelfische Milleritische Beweging over in de Laodiceese Kerk. De negentien jaren die begonnen in 742 v.Chr., en de negentien jaren die begonnen in 1844, vertegenwoordigen beide een proces van beproeving en reiniging in de laatste dagen; dat is de laatste beproevingsperiode van het voortschrijdende licht van de derde engel.
In that final testing process the mystery of God will be finished. The one hundred and forty four thousand are those who wait, return and are sealed.
In dat laatste beproevingsproces zal het geheimenis van God voleindigd worden. De honderd vierenveertigduizend zijn degenen die wachten, terugkeren en verzegeld worden.
Bind up the testimony, seal the law among my disciples. And I will wait upon the Lord, that hideth his face from the house of Jacob, and I will look for him. Behold, I and the children whom the Lord hath given me are for signs and for wonders in Israel from the Lord of hosts, which dwelleth in mount Zion. Isaiah 8:16–18.
Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn discipelen. En ik zal de HEERE verwachten, die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal op Hem hopen. Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van de HEERE der heirscharen, Die woont op de berg Sion. Jesaja 8:16–18.
The ending testing period of the advancing light of the third angel in the last days, began where the beginning testing period began. It began when Jesus raised His hand up to heaven and proclaimed “that there should be time no longer.” That pronouncement occurred on October 22, 1844, when the seventh trumpet, announced the Jubilee at the conclusion of the sacred cycle of seven. The cycle of seven years, repeated seven times was literally forty-nine years, or twenty-five hundred and twenty days.
De afsluitende beproevingsperiode van het voortschrijdende licht van de derde engel in de laatste dagen begon waar de aanvankelijke beproevingsperiode begon. Zij begon toen Jezus Zijn hand naar de hemel ophief en verkondigde „dat er geen tijd meer zou zijn.” Die uitspraak vond plaats op 22 oktober 1844, toen de zevende bazuin het Jubeljaar aankondigde aan het einde van de heilige cyclus van zeven. De cyclus van zeven jaren, zevenmaal herhaald, bedroeg letterlijk negenenveertig jaar, of tweeduizend vijfhonderdtwintig dagen.
1989 marks the “time of the end” in the movement of the one hundred and forty-four thousand, and 1989 marks the conclusion of the one hundred and twenty-six years that began at the rebellion of 1863. The movement of the one hundred and forty-four thousand began at the “time of the end,” with a symbol of the “seven times,” for one hundred and twenty-six is a tithe of twelve hundred and sixty, which in turn is half of twenty-five hundred and twenty.
1989 markeert de „tijd van het einde” in de beweging van de honderdvierenvijftigduizend, en 1989 markeert de voltooiing van de honderdzesentwintig jaren die begonnen bij de opstand van 1863. De beweging van de honderdvierenvijftigduizend begon in de „tijd van het einde”, met een symbool van de „zeven tijden”, want honderdzesentwintig is een tiende van twaalfhonderdzestig, wat op zijn beurt de helft is van tweeduizend vijfhonderdtwintig.
Jesus always represents the end of a thing with the beginning of a thing, and the beginning of the movement of the one hundred and forty-four thousand was marked by a symbol of the “seven times,” just as it is at the end of the movement. The days of the sounding of the seventh angel, when the mystery of God is finished, began at the conclusion of the “three-and-a-half” days of Revelation chapter eleven. The Seventh Trumpet, which is also the third Woe, sounded its second note on October 7, 2023, and the mystery of God is now finishing, as “he hath declared to his servants the prophets.” The ending of the movement is marked by a symbol of “seven times,” as was the beginning of the very same movement.
Jezus stelt het einde van een zaak altijd voor met het begin van een zaak, en het begin van de beweging van de honderd vierenveertigduizend werd gekenmerkt door een symbool van de „zeven tijden”, evenals dit het geval is aan het einde van de beweging. De dagen van het bazuingeschal van de zevende engel, wanneer het geheimenis van God voleindigd is, begonnen bij het einde van de „drieënhalve” dagen van Openbaring hoofdstuk elf. De Zevende Bazuin, die ook het derde Wee is, liet haar tweede toon horen op 7 oktober 2023, en het geheimenis van God wordt nu voleindigd, zoals „Hij aan zijn dienstknechten, de profeten, heeft verkondigd”. Het einde van de beweging wordt gekenmerkt door een symbool van „zeven tijden”, evenals het begin van diezelfde beweging.
At the time of the end in 1798, the “seven times,” of God’s indignation against the northern kingdom ended, and at the end of the movement of the Millerites, the rejection of the truths associated with the “seven times,” marked the rebellion of 1863. Jesus always illustrates the end of a thing with the beginning of a thing, and the movement of the first angel (the Millerites), illustrates the movement of the third angel (the one hundred and forty-four thousand). Both movements begin with and end with the “seven times.” You cant make these things up.
Ten tijde van het einde, in 1798, kwamen de „zeven tijden” van Gods verontwaardiging tegen het noordelijke koninkrijk ten einde, en aan het einde van de beweging van de Millerieten markeerde de verwerping van de waarheden die met de „zeven tijden” verbonden zijn de opstand van 1863. Jezus illustreert altijd het einde van een zaak met het begin van een zaak, en de beweging van de eerste engel (de Millerieten) illustreert de beweging van de derde engel (de honderd vierenveertigduizend). Beide bewegingen beginnen met en eindigen met de „zeven tijden”. Je kunt dit niet verzinnen.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“Those who are in responsible positions are not to become converted to the self-indulgent, extravagant principles of the world, for they cannot afford it; and if they could, Christlike principles would not allow it. Manifold teaching needs to be given. ‘Whom shall He teach knowledge? and whom shall He make to understand doctrine? them that are weaned from the milk, and drawn from the breasts. For precept must be upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little.’ Thus the word of the Lord is patiently to be brought before the children and kept before them, by parents who believe the word of God. ‘For with stammering lips and another tongue will He speak to this people. To whom He said, This is the rest wherewith ye may cause the weary to rest; and this is the refreshing: yet they would not hear. But the word of the Lord was unto them precept upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little; that they might go, and fall backward, and be broken, and snared, and taken.’ Why?—because they did not heed the word of the Lord that came unto them.
“Zij die verantwoordelijke posities bekleden, behoren zich niet te bekeren tot de zelfzuchtige, verkwistende beginselen van de wereld, want zij kunnen zich dat niet veroorloven; en al zouden zij het kunnen, christelijke beginselen zouden het niet toelaten. Er moet veelvormig onderricht worden gegeven. ‘Wie zal Hij kennis leren? en wie zal Hij de leer doen verstaan? hun die van de melk gespeend zijn, en van de borsten afgetrokken. Want voorschrift moet op voorschrift zijn, voorschrift op voorschrift; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig.’ Zo moet het woord des Heren geduldig aan de kinderen worden voorgehouden en hun voor ogen gehouden worden, door ouders die het woord van God geloven. ‘Want met stamelende lippen en in een andere tong zal Hij tot dit volk spreken. Tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust, waarmee gij de vermoeide rust kunt geven; en dit is de verkwikking: toch hebben zij niet willen horen. Daarom was het woord des Heren hun: voorschrift op voorschrift, voorschrift op voorschrift; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig; opdat zij heengingen, achterover vielen en verbrijzeld werden, verstrikt en gevangen.’ Waarom?—omdat zij geen acht sloegen op het woord des Heren dat tot hen kwam.
“This means those who have not received instruction, but have cherished their own wisdom, and have chosen to work themselves according to their own ideas. The Lord gives these the test, that they shall either take their position to follow His counsel, or refuse and do according to their own ideas, and then the Lord will leave them to the sure result. In all our ways, in all our service to God, He speaks to us, ‘Give Me thine heart.’ It is the submissive, teachable spirit that God wants. That which gives to prayer its excellence is the fact that it is breathed from a loving, obedient heart.
„Dit betekent hen die geen onderricht hebben ontvangen, maar hun eigen wijsheid hebben gekoesterd en ervoor hebben gekozen zichzelf te werk te stellen overeenkomstig hun eigen denkbeelden. De Heer stelt dezen op de proef, opdat zij óf hun plaats zullen innemen om Zijn raad te volgen, óf zullen weigeren en handelen naar hun eigen denkbeelden, en dan zal de Heer hen overlaten aan de zekere uitkomst. In al onze wegen, in al onze dienst aan God, spreekt Hij tot ons: ‘Geef Mij uw hart.’ Het is de onderworpen, leerzame geest die God verlangt. Datgene wat aan het gebed zijn voortreffelijkheid verleent, is het feit dat het opwelt uit een liefdevol, gehoorzaam hart.״
“God requires certain things of His people; if they say, I will not give up my heart to do this thing, the Lord lets them go on in their supposed wise judgment without heavenly wisdom, until this scripture [Isaiah 28:13] is fulfilled. You are not to say, I will follow the Lord’s guidance up to a certain point that is in harmony with my judgment, and then hold fast to your own ideas, refusing to be molded after the Lord’s similitude. Let the question be asked, Is this the will of the Lord? not, Is this the opinion or judgment of—–?” Testimonies to Ministers, 419.
„God verlangt bepaalde dingen van Zijn volk; indien zij zeggen: Ik wil mijn hart er niet toe zetten dit te doen, laat de Heere hen voortgaan in hun vermeend wijze oordeel zonder hemelse wijsheid, totdat dit Schriftwoord [Jesaja 28:13] wordt vervuld. Gij moet niet zeggen: Ik zal de leiding des Heeren volgen tot een bepaald punt dat in overeenstemming is met mijn oordeel, om daarna vast te houden aan uw eigen denkbeelden en te weigeren gevormd te worden naar de gelijkenis des Heeren. Laat de vraag worden gesteld: Is dit de wil des Heeren? niet: Is dit de mening of het oordeel van—–?” Testimonies to Ministers, 419.