The seven thunders represent the history of 1798, through to October 22, 1844. That history was typified by the last seven kings of the kingdom of Judah, from Manasseh in 677 BC through to Zedekiah in 586 BC.
De zeven donderslagen vertegenwoordigen de geschiedenis van 1798 tot 22 oktober 1844. Die geschiedenis werd voorafgebeeld door de laatste zeven koningen van het koninkrijk Juda, van Manasse in 677 v.Chr. tot Zedekia in 586 v.Chr.
In the sacred reform lines, a characteristic of the empowerment of the first angel is a symbol which identifies something that is worldwide. On August 11, 1840, the first angel’s message was empowered and the message was then carried to every mission station in the world.
In de heilige reformatiereeksen is een kenmerk van de bekrachtiging van de eerste engel een symbool dat iets aanduidt wat wereldwijd is. Op 11 augustus 1840 werd de boodschap van de eerste engel bekrachtigd, en de boodschap werd vervolgens naar elke zendingspost in de wereld gebracht.
“The advent movement of 1840–44 was a glorious manifestation of the power of God; the first angel’s message was carried to every missionary station in the world.” The Great Controversy, 611.
„De adventbeweging van 1840–44 was een heerlijke openbaring van de kracht van God; de boodschap van de eerste engel werd naar elke zendingspost in de wereld gebracht.” The Great Controversy, 611.
Prophetically at that time, the angel of Revelation ten descended and placed one foot on the earth and the other on the sea. Sister White identified that as a symbol of the worldwide extent of the message.
Profetisch gezien daalde in die tijd de engel van Openbaring 10 neer en plaatste één voet op de aarde en de andere op de zee. Zuster White duidde dat aan als een symbool van de wereldwijde reikwijdte van de boodschap.
“The angel’s position, with one foot on the sea, the other on the land, signifies the wide extent of the proclamation of the message. It will cross the broad waters and be proclaimed in other countries, even to all the world.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.
„De positie van de engel, met één voet op de zee en de andere op het land, duidt op de wijde reikwijdte van de verkondiging van de boodschap. Zij zal de uitgestrekte wateren oversteken en in andere landen worden verkondigd, ja zelfs over de gehele wereld.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.
Cyrus’s proclamation of the first decree was a worldwide decree.
De afkondiging van het eerste decreet door Cyrus was een wereldwijd decreet.
Now in the first year of Cyrus king of Persia, that the word of the Lord by the mouth of Jeremiah might be fulfilled, the Lord stirred up the spirit of Cyrus king of Persia, that he made a proclamation throughout all his kingdom, and put it also in writing, saying, Thus saith Cyrus king of Persia, The Lord God of heaven hath given me all the kingdoms of the earth; and he hath charged me to build him an house at Jerusalem, which is in Judah. Who is there among you of all his people? his God be with him, and let him go up to Jerusalem, which is in Judah, and build the house of the Lord God of Israel, (he is the God,) which is in Jerusalem. And whosoever remaineth in any place where he sojourneth, let the men of his place help him with silver, and with gold, and with goods, and with beasts, beside the freewill offering for the house of God that is in Jerusalem. Then rose up the chief of the fathers of Judah and Benjamin, and the priests, and the Levites, with all them whose spirit God had raised, to go up to build the house of the Lord which is in Jerusalem. Ezra 1:1–4.
In het eerste jaar nu van Kores, koning van Perzië, verwekte de HEERE, opdat het woord des HEEREN uit de mond van Jeremia vervuld zou worden, de geest van Kores, koning van Perzië, zodat hij in zijn gehele koninkrijk een bevel liet uitroepen en het ook schriftelijk bekendmaakte, zeggende: Zo zegt Kores, koning van Perzië: De HEERE, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven, en Hij heeft mij opgedragen Hem een huis te bouwen te Jeruzalem, dat in Juda is. Wie is er onder u uit al Zijn volk? zijn God zij met hem, en hij trekke op naar Jeruzalem, dat in Juda is, en bouwe het huis van de HEERE, de God van Israël; Hij is de God, Die in Jeruzalem is. En ieder die overgebleven is, in welke plaats hij als vreemdeling verkeert, laat de mannen van zijn woonplaats hem ondersteunen met zilver, met goud, met have en met vee, behalve de vrijwillige gave voor het huis Gods dat in Jeruzalem is. Toen maakten de hoofden der vaderen van Juda en Benjamin zich op, en de priesters en de Levieten, met allen wier geest God had verwekt, om op te trekken en het huis des HEEREN te bouwen, dat in Jeruzalem is. Ezra 1:1–4.
Just as the first angel was carried to every mission station in the world on August 11, 1840, Cyrus identifies himself as the king of “all the kingdoms on earth,” as he proclaims the first decree. The descent of the angel of Revelation ten, the angel that Sister White identifies as “no less a personage than Jesus Christ,” possesses the same prophetic characteristics as the mighty angel of Revelation eighteen. Sister White identifies that the purpose of the first angel was the same as the purpose of the angel of Revelation eighteen.
Evenals de eerste engel op 11 augustus 1840 naar ieder zendingsstation in de wereld werd gebracht, duidt Kores zichzelf aan als de koning van „alle koninkrijken der aarde”, terwijl hij het eerste decreet uitvaardigt. De nederdaling van de engel van Openbaring tien, de engel die Zuster White aanduidt als „niemand minder dan Jezus Christus”, bezit dezelfde profetische kenmerken als de machtige engel van Openbaring achttien. Zuster White geeft te kennen dat het doel van de eerste engel hetzelfde was als het doel van de engel van Openbaring achttien.
“Jesus commissioned a mighty angel to descend and warn the inhabitants of the earth to prepare for His second appearing. As the angel left the presence of Jesus in heaven, an exceedingly bright and glorious light went before him. I was told that his mission was to lighten the earth with his glory and warn man of the coming wrath of God.” Early Writings, 245.
„Jezus gaf een machtige engel opdracht neer te dalen en de bewoners van de aarde te waarschuwen zich voor te bereiden op Zijn tweede verschijning. Toen de engel de tegenwoordigheid van Jezus in de hemel verliet, ging een buitengewoon helder en heerlijk licht vóór hem uit. Mij werd gezegd dat zijn opdracht was de aarde met zijn heerlijkheid te verlichten en de mens te waarschuwen voor de komende toorn van God.” Early Writings, 245.
The empowerment of the first angel is a symbol that emphasizes a worldwide element. The first message in the time of Christ was empowered at the baptism of Christ. The Scriptures identify that all of Israel went out to the wilderness to hear the message of John.
De bekrachtiging van de eerste engel is een symbool dat een wereldwijd element benadrukt. De eerste boodschap in de tijd van Christus werd bekrachtigd bij de doop van Christus. De Schriften geven te kennen dat geheel Israël naar de woestijn uittrok om de boodschap van Johannes te horen.
Then went out to him Jerusalem, and all Judaea, and all the region round about Jordan, And were baptized of him in Jordan, confessing their sins. Matthew 3:5, 6.
Toen trok Jeruzalem, en heel Judea, en heel de streek rondom de Jordaan naar hem uit, en zij werden door hem in de Jordaan gedoopt, terwijl zij hun zonden beleden. Mattheüs 3:5, 6.
Christ’s ministry was directed to ancient Israel, and in that prophetic sense the entire world was drawn to the Jordan, the place of Christ’s baptism. Yet the rite of baptism, and what it represented when Christ was baptized, was directed at all the world.
De bediening van Christus was gericht op het oude Israël, en in die profetische zin werd de gehele wereld naar de Jordaan getrokken, de plaats van Christus’ doop. Toch was de rite van de doop, en hetgeen zij vertegenwoordigde toen Christus werd gedoopt, gericht op de gehele wereld.
The name Jehoiakim means “God will rise”, and at the baptism of Christ, as John brought Christ up out of the water, the emblem of “rising up” out of a watery grave became an element of that empowerment. In the first four verses of Ezra that we have already cited, verse five identifies the response of those that heard the decree with the words, “Then rose up the chief of the fathers of Judah and Benjamin, and the priests, and the Levites, with all them whose spirit God had raised, to go up to build the house of the Lord which is in Jerusalem.” When the first message is empowered, there is a rising up, as represented by the name of Jehoiakim.
De naam Jojakim betekent „God zal opstaan”, en bij de doop van Christus, toen Johannes Christus uit het water omhoogbracht, werd het symbool van het „opstaan” uit een waterig graf een element van die bekrachtiging. In de eerste vier verzen van Ezra die wij reeds hebben aangehaald, duidt vers vijf de reactie aan van hen die het bevel hoorden met de woorden: „Toen maakten zich op de familiehoofden van Juda en Benjamin, en de priesters, en de Levieten, met allen wier geest God had opgewekt, om op te trekken en het huis des Heren te bouwen, dat in Jeruzalem is.” Wanneer de eerste boodschap wordt bekrachtigd, is er een opstaan, zoals weergegeven door de naam van Jojakim.
On September 11, 2001, the first message of the mighty movement of the third angel was empowered as typified by the empowerment of the first message of the mighty movement of the first angel. Sister White comments on the destruction of the Twin Towers on that date.
Op 11 september 2001 werd de eerste boodschap van de machtige beweging van de derde engel bekrachtigd, zoals getypeerd door de bekrachtiging van de eerste boodschap van de machtige beweging van de eerste engel. Zuster White geeft commentaar op de verwoesting van de Twin Towers op die datum.
“Now comes the word that I have declared that New York is to be swept away by a tidal wave? This I have never said. I have said, as I looked at the great buildings going up there, story after story, ‘What terrible scenes will take place when the Lord shall arise to shake terribly the earth! Then the words of Revelation 18:1–3 will be fulfilled.’ The whole of the eighteenth chapter of Revelation is a warning of what is coming on the earth. But I have no light in particular in regard to what is coming on New York, only that I know that one day the great buildings there will be thrown down by the turning and overturning of God’s power. From the light given me, I know that destruction is in the world. One word from the Lord, one touch of his mighty power, and these massive structures will fall. Scenes will take place the fearfulness of which we cannot imagine.” Review and Herald, July 5, 1906.
„Waar komt het bericht vandaan dat ik heb verklaard dat New York door een vloedgolf zal worden weggevaagd? Dit heb ik nooit gezegd. Ik heb gezegd, terwijl ik daar de grote gebouwen zag verrijzen, verdieping na verdieping: ‘Wat zullen er vreselijke tonelen plaatsvinden wanneer de Heer zal opstaan om de aarde geweldig te doen beven! Dan zullen de woorden van Openbaring 18:1–3 vervuld worden.’ Het gehele achttiende hoofdstuk van Openbaring is een waarschuwing voor wat over de aarde komt. Maar ik heb geen bijzonder licht met betrekking tot wat over New York komt, behalve dat ik weet dat op een dag de grote gebouwen daar zullen worden neergehaald door het keren en omkeren van Gods macht. Uit het licht dat mij is gegeven, weet ik dat er verwoesting in de wereld is. Eén woord van de Heer, één aanraking van zijn machtige kracht, en deze massieve bouwwerken zullen vallen. Er zullen tonelen plaatsvinden waarvan wij ons de verschrikking niet kunnen voorstellen.” Review and Herald, 5 juli 1906.
At the empowerment of the first message in the history of the one hundred and forty-four thousand, the Lord “rose up” to “shake terribly the earth”. Jehoiakim’s name symbolizes the empowerment of the first message. On August 11, 1840, the Lord arose from his throne and descended to earth and stood upon the land and the sea. At the first decree of Cyrus, the faithful arose. Jehoiakim is a symbol of not simply the arrival of the first angel, but he also represents the empowerment of the first angel.
Bij de bekrachtiging van de eerste boodschap in de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend stond de Heere „op” om „de aarde vreselijk te doen beven”. De naam van Jojakim symboliseert de bekrachtiging van de eerste boodschap. Op 11 augustus 1840 stond de Heere op van zijn troon, daalde neer naar de aarde en stelde Zich op de aarde en op de zee. Bij het eerste besluit van Kores stonden de getrouwen op. Jojakim is niet slechts een symbool van de komst van de eerste engel, maar hij vertegenwoordigt ook de bekrachtiging van de eerste engel.
Jehoiakim represents the first of the last three kings, but he also represents the fifth of seven kings that lead to the destruction of Jerusalem. The names of those seven kings are very informative. Those seven kings were Manasseh, Amon, Josiah, Jehoahaz, Jehoiakim, Jehoiachin and Zedekiah.
Jojakim vertegenwoordigt de eerste van de laatste drie koningen, maar hij vertegenwoordigt ook de vijfde van zeven koningen die leiden tot de verwoesting van Jeruzalem. De namen van die zeven koningen zijn zeer veelzeggend. Die zeven koningen waren Manasse, Amon, Josia, Joahaz, Jojakim, Jojachin en Sedekia.
In the history of the Millerites, Manasseh represents the time of the end, in 1798. Manasseh means “causing to forget”, and it is in 1798 that the whore of Tyre is forgotten for seventy years. Manasseh was one of the most wicked kings, and possesses prophetic characteristics that should be considered.
In de geschiedenis van de Millerieten vertegenwoordigt Manasse de tijd van het einde, in 1798. Manasse betekent „doende vergeten”, en in 1798 wordt de hoer van Tyrus voor zeventig jaar vergeten. Manasse was een van de goddelooste koningen en bezit profetische kenmerken die in aanmerking genomen dienen te worden.
The last seven kings of Judah represent the history of the seven thunders from 1798, through October 22, 1844. Manasseh was the first of the seven kings, and as the first king of seven, he typified Zedekiah, the last of the seven kings. Jesus always identifies the end with the beginning. Zedekiah, the last king of the seven, was carried into the slavery of Babylonian captivity. The first king of the seven last kings was also carried into Babylonian captivity, typifying the carrying of the last king into Babylonian captivity.
De laatste zeven koningen van Juda vertegenwoordigen de geschiedenis van de zeven donderslagen vanaf 1798 tot en met 22 oktober 1844. Manasse was de eerste van de zeven koningen, en als eerste koning van de zeven was hij een voorafschaduwing van Zedekia, de laatste van de zeven koningen. Jezus verbindt het einde altijd met het begin. Zedekia, de laatste koning van de zeven, werd weggevoerd in de slavernij van de Babylonische gevangenschap. De eerste koning van de zeven laatste koningen werd eveneens in de Babylonische gevangenschap weggevoerd, als voorafschaduwing van het wegvoeren van de laatste koning in de Babylonische gevangenschap.
And the Lord spake to Manasseh, and to his people: but they would not hearken. Wherefore the Lord brought upon them the captains of the host of the king of Assyria, which took Manasseh among the thorns, and bound him with fetters, and carried him to Babylon. And when he was in affliction, he besought the Lord his God, and humbled himself greatly before the God of his fathers, And prayed unto him: and he was entreated of him, and heard his supplication, and brought him again to Jerusalem into his kingdom. Then Manasseh knew that the Lord he was God. 2 Chronicles 33:10–13.
En de HEERE sprak tot Manasse en tot zijn volk, maar zij wilden niet luisteren. Daarom liet de HEERE de oversten van het leger van de koning van Assyrië tegen hen optrekken, die Manasse met haken grepen, hem met koperen boeien bonden en hem naar Babel voerden. En toen hij in benauwdheid was, smeekte hij de HEERE, zijn God, en verootmoedigde zich zeer voor het aangezicht van de God van zijn vaderen, en bad tot Hem; en Hij liet Zich door hem verbidden, verhoorde zijn smeking en bracht hem terug naar Jeruzalem, in zijn koninkrijk. Toen erkende Manasse dat de HEERE God is. 2 Kronieken 33:10–13.
The experience of Manasseh coming to know that the Lord was God, was accomplished by being removed from his kingdom, and then being restored to his kingdom. Nebuchadnezzar, as with Manasseh, came to know the Lord when he was removed from his kingdom and thereafter restored.
De ervaring waardoor Manasse tot de kennis kwam dat de HEERE God was, werd teweeggebracht doordat hij uit zijn koninkrijk werd weggenomen en vervolgens in zijn koninkrijk werd hersteld. Nebukadnezar kwam, evenals Manasse, tot de kennis van de HEERE toen hij uit zijn koninkrijk werd weggenomen en daarna werd hersteld.
And at the end of the days I Nebuchadnezzar lifted up mine eyes unto heaven, and mine understanding returned unto me, and I blessed the most High, and I praised and honoured him that liveth forever, whose dominion is an everlasting dominion, and his kingdom is from generation to generation: And all the inhabitants of the earth are reputed as nothing: and he doeth according to his will in the army of heaven, and among the inhabitants of the earth: and none can stay his hand, or say unto him, What doest thou? At the same time my reason returned unto me; and for the glory of my kingdom, mine honour and brightness returned unto me; and my counsellors and my lords sought unto me; and I was established in my kingdom, and excellent majesty was added unto me. Now I Nebuchadnezzar praise and extol and honour the King of heaven, all whose works are truth, and his ways judgment: and those that walk in pride he is able to abase. Daniel 4:34–37.
En aan het einde der dagen hief ik, Nebukadnezar, mijn ogen op naar de hemel, en mijn verstand keerde tot mij terug; en ik loofde de Allerhoogste, en ik prees en eerde Hem die leeft in eeuwigheid, wiens heerschappij een eeuwige heerschappij is, en wiens koninkrijk is van geslacht tot geslacht. En alle inwoners der aarde worden geacht als niets; en Hij doet naar Zijn wil met het heir des hemels en onder de inwoners der aarde; en niemand kan Zijn hand keren, of tot Hem zeggen: Wat doet Gij? Tezelfdertijd keerde mijn verstand tot mij terug; en tot eer van mijn koninkrijk keerden mijn waardigheid en glans tot mij terug; en mijn raadsheren en mijn machthebbers zochten mij op; en ik werd bevestigd in mijn koninkrijk, en uitnemende majesteit werd mij toegevoegd. Nu prijs, verhef en eer ik, Nebukadnezar, de Koning des hemels, al Wiens werken waarheid zijn en Wiens wegen gericht; en wie in hoogmoed wandelen, is Hij machtig te vernederen. Daniël 4:34–37.
The experience of Manasseh was accomplished upon Nebuchadnezzar. Manasseh represents the “time of the end” in the history of the last three Judean kings, and the arrival of the prophecy of seventy years of captivity. Nebuchadnezzar represents the “time of the end” in the history of the three decrees, just as 1798 was the “time of the end” in the history of the seven thunders. In the verses just cited Nebuchadnezzar’s understanding returned to him at “the end of the days.” The “end of the days” is also referenced in Daniel chapter twelve.
De ervaring van Manasse werd voltrokken aan Nebukadnezar. Manasse vertegenwoordigt de „tijd van het einde” in de geschiedenis van de laatste drie Judese koningen, en de komst van de profetie van zeventig jaar gevangenschap. Nebukadnezar vertegenwoordigt de „tijd van het einde” in de geschiedenis van de drie decreten, evenals 1798 de „tijd van het einde” was in de geschiedenis van de zeven donderslagen. In de zojuist aangehaalde verzen keerde Nebukadnezars verstand tot hem terug aan „het einde der dagen”. „Het einde der dagen” wordt ook vermeld in Daniël hoofdstuk twaalf.
But go thou thy way till the end be: for thou shalt rest, and stand in thy lot at the end of the days. Daniel 12:13.
Maar gij, ga heen tot het einde toe; want gij zult rusten en opstaan in uw lot aan het einde der dagen. Daniël 12:13.
The “end of the days” in Daniel chapter twelve is the “time of the end”, for Daniel was told to go “till the end be.” At that time Daniel would “stand in his lot.” To “stand in his lot” means to fulfill his purpose, which Daniel did when his book was unsealed at the end of the days, which is the “time of the end.” At that time there would be an “increase of knowledge” that the wise would understand. At the end of Nebuchadnezzar’s days his “understanding” returned unto him.
Het „einde der dagen” in Daniël hoofdstuk twaalf is de „tijd van het einde”, want aan Daniël werd gezegd heen te gaan „totdat het einde zij”. Te dien tijde zou Daniël „staan in zijn lot”. „Staan in zijn lot” betekent zijn doel te vervullen, hetgeen Daniël deed toen zijn boek aan het einde der dagen, dat de „tijd van het einde” is, werd ontzegeld. Te dien tijde zou er een „toename van kennis” zijn die de wijzen zouden verstaan. Aan het einde van Nebukadnezars dagen keerde zijn „verstand” tot hem terug.
“When God gives a man a special work to do, he is to stand in his lot and place as did Daniel, ready to answer the call of God, ready to fulfill His purpose.” Manuscript Releases, volume 6, 108.
„Wanneer God een mens een bijzondere taak te verrichten geeft, moet hij op zijn post en op zijn plaats staan, zoals Daniël deed, bereid om aan de roepstem van God gehoor te geven, bereid om Zijn voornemen te vervullen.” Manuscript Releases, deel 6, 108.
Manasseh represents the “time of the end” in the history of the three last kings of Judah, Nebuchadnezzar represents the “time of the end” in the three decrees. Manasseh was followed by his son Amon.
Manasse vertegenwoordigt de „tijd van het einde” in de geschiedenis van de drie laatste koningen van Juda; Nebukadnezar vertegenwoordigt de „tijd van het einde” in de drie decreten. Op Manasse volgde zijn zoon Amon.
Amon means “training” and represents the period of time when there was an “increase of knowledge” that would train the “wise” in the message that was unsealed. Amon was then followed by Josiah, the only king of the seven that has a fairly good, though complicated prophetic history.
Amon betekent „opleiding” en vertegenwoordigt de periode waarin er een „toename van kennis” was die de „wijzen” zou onderrichten in de boodschap die ontzegeld was. Op Amon volgde vervolgens Josia, de enige koning van de zeven met een tamelijk goede, zij het gecompliceerde, profetische geschiedenis.
Josiah means “the foundation of God”, and represents the establishing of the truths that had been unsealed at the “time of the end”. The increase of knowledge that was represented by Amon was put together by William Miller, through the guidance of Gabriel and other holy angels. Miller’s work is represented by the name Josiah, for he established the foundations of the movement. There is much more to identify of Josiah, but we will move onto his son Jehoahaz.
Josia betekent „het fundament van God” en vertegenwoordigt de vestiging van de waarheden die in de „tijd van het einde” waren ontsloten. De toename van kennis die door Amon werd voorgesteld, werd door William Miller samengevoegd onder de leiding van Gabriël en andere heilige engelen. Millers werk wordt voorgesteld door de naam Josia, want hij legde de grondslagen van de beweging. Er is nog veel meer aan te wijzen met betrekking tot Josia, maar wij gaan verder met zijn zoon Joahaz.
Jehoahaz was twenty and three years old when he began to reign; and he reigned three months in Jerusalem. And his mother’s name was Hamutal, the daughter of Jeremiah of Libnah. And he did that which was evil in the sight of the Lord, according to all that his fathers had done. And Pharaohnechoh put him in bands at Riblah in the land of Hamath, that he might not reign in Jerusalem; and put the land to a tribute of an hundred talents of silver, and a talent of gold. And Pharaohnechoh made Eliakim the son of Josiah king in the room of Josiah his father, and turned his name to Jehoiakim, and took Jehoahaz away: and he came to Egypt, and died there. 2 Kings 23:31–34.
Joahaz was drieëntwintig jaar oud toen hij koning werd; en hij regeerde drie maanden te Jeruzalem. En de naam van zijn moeder was Hamutal, de dochter van Jeremia, van Libna. En hij deed wat kwaad was in de ogen des HEEREN, overeenkomstig alles wat zijn vaderen gedaan hadden. En Farao Necho legde hem in boeien te Ribla in het land Hamath, opdat hij niet te Jeruzalem zou regeren; en hij legde het land een schatting op van honderd talenten zilver en één talent goud. En Farao Necho maakte Eljakim, de zoon van Josia, koning in de plaats van Josia, zijn vader, en veranderde zijn naam in Jojakim, en nam Joahaz mee; en hij kwam in Egypte en stierf daar. 2 Koningen 23:31–34.
Jehoahaz means “Jehovah has seized”, and he was seized by Pharaohnecho. Jehoahaz, the son of Josiah, was seized by Pharaohnechoh and replaced by his brother Eliakim, meaning the “God of raising”. Pharaohnechoh then changed Eliakim’s name to Jehoiakim, meaning “God will rise”. The change of a name is a symbol of a covenant relationship, and at the empowerment of the first message, God enters into covenant with a people, as He simultaneously passes by a former covenant people.
Jehoahaz betekent „Jehova heeft gegrepen”, en hij werd gegrepen door Farao Necho. Jehoahaz, de zoon van Josia, werd gegrepen door Farao Necho en vervangen door zijn broer Eljakim, wat „de God van het oprichten” betekent. Farao Necho veranderde vervolgens de naam van Eljakim in Jojakim, wat „God zal opstaan” betekent. De verandering van een naam is een symbool van een verbondsrelatie, en bij de bekrachtiging van de eerste boodschap treedt God in een verbond met een volk, terwijl Hij tegelijkertijd aan een voormalig verbondsvolk voorbijgaat.
On August 11, 1840, the Ottoman Empire that had been represented by four winds that were loosed for three hundred and ninety-one years and fifteen days were restrained, or as Jehoahaz means, they were “seized”. At the same time, Eliakim was made king and his name changed to Jehoiakim, meaning “God will rise”. Jehoiakim was followed by his son Jehoiachin who has three names in the Scriptures.
Op 11 augustus 1840 werd het Ottomaanse Rijk, dat was voorgesteld door vier winden die gedurende driehonderdeenennegentig jaar en vijftien dagen waren losgelaten, beteugeld, of, zoals Jehoahaz betekent, het werd „gegrepen”. Tegelijkertijd werd Eljakim tot koning gemaakt en werd zijn naam veranderd in Jojakim, wat betekent: „God zal opstaan”. Op Jojakim volgde zijn zoon Jojachin, die in de Schriften drie namen heeft.
The name Jehoiachin means “the Lord will set up and establish”. He was the son of Jehoiakim and he marks the arrival of the second angel in the spring of 1844, as God “set up and established” the new, true, Protestant horn. The second angel’s message was empowered by the message of the Midnight Cry, and Jeconiah and Coniah mean “God will establish”. The three names, each with the same meaning, represent the joining of the Midnight Cry to the second angel’s message. It is in the final outpouring of the Holy Spirit during the Loud Cry that the one hundred and forty-four thousand are sealed. The sealing of the one hundred and forty-four thousand was typified in the Midnight Cry of the Millerite movement, and Jehoiachin, also called Jeconiah and Coniah, is a symbol of the sealing.
De naam Jojachin betekent: „de HEERE zal oprichten en bevestigen”. Hij was de zoon van Jojakim en hij markeert de komst van de tweede engel in het voorjaar van 1844, toen God de nieuwe, ware, protestantse hoorn „oprichtte en bevestigde”. De boodschap van de tweede engel werd bekrachtigd door de boodschap van de Middernachtsroep, en Jechonia en Conia betekenen: „God zal bevestigen”. De drie namen, die elk dezelfde betekenis hebben, stellen de vereniging van de Middernachtsroep met de boodschap van de tweede engel voor. In de laatste uitstorting van de Heilige Geest tijdens de Luide Roep worden de honderd vierenveertigduizend verzegeld. De verzegeling van de honderd vierenveertigduizend werd voorafgebeeld in de Middernachtsroep van de Milleritische beweging, en Jojachin, ook Jechonia en Conia genoemd, is een symbool van de verzegeling.
As I live, saith the Lord, though Coniah the son of Jehoiakim king of Judah were the signet upon my right hand, yet would I pluck thee thence; And I will give thee into the hand of them that seek thy life, and into the hand of them whose face thou fearest, even into the hand of Nebuchadrezzar king of Babylon, and into the hand of the Chaldeans. And I will cast thee out, and thy mother that bare thee, into another country, where ye were not born; and there shall ye die. But to the land whereunto they desire to return, thither shall they not return. Is this man Coniah a despised broken idol? is he a vessel wherein is no pleasure? wherefore are they cast out, he and his seed, and are cast into a land which they know not? O earth, earth, earth, hear the word of the Lord. Jeremiah 22:24–29.
Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de HEERE, al was Chonia, de zoon van Jojakim, de koning van Juda, de zegelring aan Mijn rechterhand, toch zou Ik u daarvandaan aftrekken; en Ik zal u overgeven in de hand van hen die uw leven zoeken, en in de hand van hen voor wier aangezicht gij vreest, namelijk in de hand van Nebukadressar, de koning van Babel, en in de hand van de Chaldeeën. En Ik zal u, en uw moeder die u gebaard heeft, uitwerpen in een ander land, waar gij niet geboren zijt; en daar zult gij sterven. Maar naar het land waarheen zij verlangen terug te keren, daarheen zullen zij niet terugkeren. Is deze man Chonia een veracht, stukgeslagen afgodsbeeld? Is hij een vat waaraan men geen behagen heeft? Waarom worden hij en zijn nageslacht uitgeworpen en geworpen in een land dat zij niet kennen? O aarde, aarde, aarde, hoor het woord des HEEREN. Jeremia 22:24–29.
Jehoiachin, Jeconiah and Coniah represent the sealing time, when the second angel is joined by the message of the Midnight Cry. He represents the sealing time of the foolish. The evil king represents those that are the foolish Laodicean virgins who in the sealing time are destined to receive the mark of the beast as they are forever spewed out of the mouth of the Lord.
Jojachin, Jechonja en Conja vertegenwoordigen de verzegelingstijd, wanneer de tweede engel wordt verbonden met de boodschap van de Middernachtsroep. Hij vertegenwoordigt de verzegelingstijd van de dwazen. De boze koning vertegenwoordigt hen die de dwaze Laodiceese maagden zijn, die in de verzegelingstijd bestemd zijn het merkteken van het beest te ontvangen, daar zij voor altijd uit de mond van de Heer worden uitgespuwd.
The signet on God’s right hand is His seal, and those that are spewed out of the mouth of the Lord during the sealing of the one hundred and forty-four thousand are contrasted with Zerubbabel, the man who had the plummet of the “seven times” in his hand.
De zegelring aan Gods rechterhand is Zijn zegel, en degenen die uit de mond van de Heer worden uitgespuwd tijdens de verzegeling van de honderdvierenvijftigduizend worden in contrast gesteld met Zerubbabel, de man die het schietlood van de „zeven tijden” in zijn hand had.
Speak to Zerubbabel, governor of Judah, saying, I will shake the heavens and the earth; And I will overthrow the throne of kingdoms, and I will destroy the strength of the kingdoms of the heathen; and I will overthrow the chariots, and those that ride in them; and the horses and their riders shall come down, every one by the sword of his brother. In that day, saith the Lord of hosts, will I take thee, O Zerubbabel, my servant, the son of Shealtiel, saith the Lord, and will make thee as a signet: for I have chosen thee, saith the Lord of hosts. Haggai 2:21–23.
Spreek tot Zerubbabel, de landvoogd van Juda, zeggende: Ik zal de hemel en de aarde doen beven; en Ik zal de troon der koninkrijken omverwerpen, en Ik zal de kracht der koninkrijken der heidenen verdelgen; en Ik zal de wagens omverwerpen, en hen die daarop rijden; en de paarden en hun ruiters zullen neervallen, ieder door het zwaard van zijn broeder. Te dien dage, spreekt de HEERE der heerscharen, zal Ik u nemen, o Zerubbabel, mijn knecht, de zoon van Sealthiël, spreekt de HEERE, en Ik zal u stellen als een zegelring; want Ik heb u verkoren, spreekt de HEERE der heerscharen. Haggai 2:21–23.
The “stone of stumbling” that is the “seven times” is the “plummet” in the hand of Zerubbabel, and he is represented as the “signet” that God employs to seal the one hundred and forty-four thousand. The signet, or the “sign”, is placed upon those that “sigh and cry” for the abominations that are done in Jerusalem. The sighing and crying identifies the experience of those that are sealed, and the signing and crying is the symbol of their internal response to the remedy of the “seven times.” It is confession for their sins and for the sins of their fathers. It is the acknowledgment that they have not been walking with God and that God has not been walking with them ever since the disappointment of July 18, 2020. It is the test that was failed in 1863, during the period of time when Philadelphia was transitioning unto Laodicea. It typified the period of time when those represented by Coniah are forever established as foolish Laodicean virgins, and those represented by Zerubbabel are forever established as wise Philadelphian virgins.
De „steen des aanstoots” die de „zeven tijden” is, is het „paslood” in de hand van Zerubbabel, en hij wordt voorgesteld als het „zegelring” waarmee God de honderd vierenveertigduizend verzegelt. De zegelring, of het „teken”, wordt aangebracht op hen die „zuchten en weeklagen” over de gruwelen die in Jeruzalem bedreven worden. Het zuchten en weeklagen kenmerkt de ervaring van hen die verzegeld worden, en het zuchten en weeklagen is het symbool van hun innerlijke reactie op het geneesmiddel van de „zeven tijden”. Het is belijdenis van hun zonden en van de zonden van hun vaderen. Het is de erkenning dat zij niet met God hebben gewandeld en dat God niet met hen heeft gewandeld sedert de teleurstelling van 18 juli 2020. Het is de toets die in 1863 werd gemist, gedurende de tijdsperiode waarin Filadelfia overging in Laodicea. Het was het voorafbeeldende beeld van de tijdsperiode waarin zij die door Coniah worden voorgesteld voor altijd bevestigd worden als dwaze Laodiceïsche maagden, en zij die door Zerubbabel worden voorgesteld voor altijd bevestigd worden als wijze Filadelfische maagden.
Jehoichin was followed by Zedekiah, the last of the seven kings. As Manasseh represented 1798, and the “time of the end,” Zedekiah must represent October 22, 1844, when the vision would “speak, and not lie”. Zedekiah is a name made up of the combination of two Hebrew words. The one word is “Jehovah”, and it is combined with the word that is translated in Daniel chapter eight, and verse fourteen as “cleansed.” Zedekiah means the cleansing of God’s temple, which began on October 22, 1844.
Jojachin werd gevolgd door Sedekia, de laatste van de zeven koningen. Zoals Manasse 1798 en de „tijd van het einde” vertegenwoordigde, moet Sedekia 22 oktober 1844 vertegenwoordigen, wanneer het visioen zou „spreken, en niet liegen”. Sedekia is een naam die is samengesteld uit een combinatie van twee Hebreeuwse woorden. Het ene woord is „Jehovah”, en het is verbonden met het woord dat in Daniël hoofdstuk acht, vers veertien, wordt vertaald als „gereinigd”. Sedekia betekent de reiniging van Gods tempel, die begon op 22 oktober 1844.
The last seven kings of Judah represent the progressive history of 1798 to October 22, 1844. Jehoiakim is the symbol of August 11, 1840, which in turn represents September 11, 2001. He is a symbol of the empowerment of the first angel’s message, and he is introduced in the first verse of Daniel chapter one. Thus, the setting and context of Daniel chapter one, is the empowerment of the first angel’s message, as represented in Revelation chapter ten. In Revelation chapter ten Christ descended with a little book in His hand that John was commanded to eat. This is why the first test in the book of Daniel has to do with eating.
De laatste zeven koningen van Juda vertegenwoordigen de voortschrijdende geschiedenis van 1798 tot 22 oktober 1844. Jojakim is het symbool van 11 augustus 1840, dat op zijn beurt 11 september 2001 vertegenwoordigt. Hij is een symbool van de bekrachtiging van de boodschap van de eerste engel, en hij wordt geïntroduceerd in het eerste vers van Daniël hoofdstuk één. Aldus zijn de situering en de context van Daniël hoofdstuk één de bekrachtiging van de boodschap van de eerste engel, zoals voorgesteld in Openbaring hoofdstuk tien. In Openbaring hoofdstuk tien daalde Christus neer met een boekje in Zijn hand dat Johannes geboden werd op te eten. Daarom heeft de eerste beproeving in het boek Daniël te maken met eten.
We will continue these subjects in the next article.
Wij zullen deze onderwerpen in het volgende artikel voortzetten.
And he said unto me, Son of man, cause thy belly to eat, and fill thy bowels with this roll that I give thee. Then did I eat it; and it was in my mouth as honey for sweetness. Ezekiel 3:3.
En Hij zei tot mij: Mensenkind, doe uw buik eten en vul uw ingewanden met deze boekrol die Ik u geef. Toen at ik haar; en zij was in mijn mond zoet als honing. Ezechiël 3:3.