After we review the history from 1863 until the time of the end in 1989, in the context of the four abominations of Ezekiel chapter eight, representing the four generations of Adventism, we will turn our attention to the increase of knowledge that was unsealed in 1989. That increase of knowledge was concerning the last six verses of Daniel chapter eleven. In 1989, our little Sabbath study group discovered the reform lines of Bible prophecy, which Future for America often refers to, and which establish the sequence of events in every reform line, which in turn allows a student of prophecy to exercise the application of the latter rain methodology of “line upon line.”

Nadat wij de geschiedenis hebben doorgenomen vanaf 1863 tot aan de tijd van het einde in 1989, in de context van de vier gruwelen van Ezechiël hoofdstuk acht, die de vier generaties van het adventisme voorstellen, zullen wij onze aandacht richten op de vermeerdering van kennis die in 1989 werd ontzegeld. Die vermeerdering van kennis betrof de laatste zes verzen van Daniël hoofdstuk elf. In 1989 ontdekte onze kleine sabbat-studiegroep de hervormingslijnen van de bijbelse profetie, waar Future for America vaak naar verwijst, en die de opeenvolging van gebeurtenissen in elke hervormingslijn vaststellen, hetgeen een student van de profetie op zijn beurt in staat stelt de toepassing van de methodologie van de spade regen van „regel op regel” te beoefenen.

Within a few years (1992), I had written a paper covering the last six verses of Daniel eleven. The paper was written for my own satisfaction, for I had no ability or intention of publicly circulating the study. By 1994, the paper had made its way to an Adventist self-supporting ministry, and by 1995, a series of eleven articles covering the last six verses of Daniel eleven, was published in a monthly magazine produced by that ministry. There are only a few specific references to Daniel eleven in the writings of the Spirit of Prophecy, and the most important of them all became a central argument to the validity of the application I set forth concerning those verses.

Binnen enkele jaren (1992) had ik een verhandeling geschreven over de laatste zes verzen van Daniël elf. De verhandeling was geschreven tot mijn eigen voldoening, want ik had noch de mogelijkheid noch de bedoeling om de studie publiekelijk te verspreiden. Tegen 1994 had de verhandeling haar weg gevonden naar een zelfonderhoudende adventistische bediening, en in 1995 werd in een maandelijks tijdschrift dat door die bediening werd uitgegeven, een reeks van elf artikelen gepubliceerd over de laatste zes verzen van Daniël elf. Er zijn slechts enkele specifieke verwijzingen naar Daniël elf in de geschriften van de Geest der Profetie, en de belangrijkste daarvan werd een centraal argument voor de geldigheid van de toepassing die ik met betrekking tot die verzen uiteenzette.

“We have no time to lose. Troublous times are before us. The world is stirred with the spirit of war. Soon the scenes of trouble spoken of in the prophecies will take place. The prophecy in the eleventh of Daniel has nearly reached its complete fulfillment. Much of the history that has taken place in fulfillment of this prophecy will be repeated. In the thirtieth verse a power is spoken of that ‘shall be grieved, [Daniel 11:30–36 quoted.]

‘Wij hebben geen tijd te verliezen. Bange tijden liggen voor ons. De wereld is in beroering door de geest van oorlog. Weldra zullen de taferelen van benauwdheid waarvan in de profetieën gesproken is, plaatsvinden. De profetie in het elfde hoofdstuk van Daniël heeft bijna haar volledige vervulling bereikt. Veel van de geschiedenis die in vervulling van deze profetie heeft plaatsgevonden, zal worden herhaald. In het dertigste vers wordt gesproken van een macht die “bedroefd zal worden, [Daniël 11:30–36 geciteerd.]’

Scenes similar to those described in these words will take place.” Manuscript Releases, number 13, 394.

„Taferelen gelijk aan die welke in deze woorden zijn beschreven, zullen plaatsvinden.” Manuscript Releases, nummer 13, 394.

Sister White is clear that 1798, is the “time of the end.”

Zuster White maakt duidelijk dat 1798 de „tijd van het einde” is.

“But at the time of the end, says the prophet, “Many shall run to and fro, and knowledge shall be increased.’ Daniel 12:4. . . . Since 1798 the book of Daniel has been unsealed, knowledge of the prophecies has increased, and many have proclaimed the solemn message of the judgment near.” The Great Controversy, 356.

„Maar in de tijd van het einde,” zegt de profeet, „zullen velen het onderzoeken, en de kennis zal vermeerderen.” Daniël 12:4.... Sinds 1798 is het boek Daniël geopend, is de kennis van de profetieën toegenomen, en hebben velen de plechtige boodschap van het nabije oordeel verkondigd.” The Great Controversy, 356.

Verse forty of Daniel eleven begins with, “And at the time of the end.”

Vers veertig van Daniël elf begint met: „En in de tijd van het einde.”

And at the time of the end shall the king of the south push at him: and the king of the north shall come against him like a whirlwind, with chariots, and with horsemen, and with many ships; and he shall enter into the countries, and shall overflow and pass over. Daniel 11:40.

En ten tijde van het einde zal de koning van het zuiden tegen hem stoten; en de koning van het noorden zal tegen hem aankomen als een wervelwind, met strijdwagens en met ruiters en met vele schepen; en hij zal de landen binnentrekken en overstromen en doortrekken. Daniël 11:40.

It is evident, even without the direct endorsement of the Spirit of prophecy, that verse forty marks the beginning of a sequence of events that began in 1798. Those events lead to the close of human probation, for the first verse of chapter twelve of Daniel, says, “And at that time shall Michael stand up,” and Sister White is clear that when Michael stands up human probation closes.

Het is duidelijk, zelfs zonder de rechtstreekse bevestiging door de Geest der profetie, dat vers veertig het begin markeert van een opeenvolging van gebeurtenissen die in 1798 begon. Die gebeurtenissen voeren tot het einde van de menselijke genadetijd, want het eerste vers van Daniël, hoofdstuk twaalf, zegt: „En in die tijd zal Michaël opstaan,” en zuster White maakt duidelijk dat, wanneer Michaël opstaat, de menselijke genadetijd ten einde loopt.

“‘At that time shall Michael stand up, the great Prince which standeth for the children of thy people: and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, everyone that shall be found written in the book.’ Daniel 12:1.

“‘In die tijd zal Michaël opstaan, de grote Vorst die staat voor de kinderen van uw volk; en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op diezelfde tijd; en in die tijd zal uw volk worden verlost, ieder die in het boek geschreven zal worden bevonden.’ Daniël 12:1.

“When the third angel’s message closes, mercy no longer pleads for the guilty inhabitants of the earth. The people of God have accomplished their work. They have received ‘the latter rain,’ ‘the refreshing from the presence of the Lord,’ and they are prepared for the trying hour before them. Angels are hastening to and fro in heaven. An angel returning from the earth announces that his work is done; the final test has been brought upon the world, and all who have proved themselves loyal to the divine precepts have received ‘the seal of the living God.’ Then Jesus ceases His intercession in the sanctuary above. He lifts His hands and with a loud voice says, ‘It is done;’ and all the angelic host lay off their crowns as He makes the solemn announcement: ‘He that is unjust, let him be unjust still: and he which is filthy, let him be filthy still: and he that is righteous, let him be righteous still: and he that is holy, let him be holy still.’ Revelation 22:11. Every case has been decided for life or death.” The Great Controversy, 613.

„Wanneer de boodschap van de derde engel wordt afgesloten, pleit de genade niet langer voor de schuldige inwoners van de aarde. Het volk van God heeft zijn werk volbracht. Zij hebben ‘de late regen’, ‘de verkwikking van het aangezicht des Heren’ ontvangen, en zij zijn voorbereid op het uur van beproeving dat vóór hen ligt. Engelen haasten zich heen en weer in de hemel. Een engel die van de aarde terugkeert, kondigt aan dat zijn werk gedaan is; de laatste toets is over de wereld gekomen, en allen die zich trouw hebben betoond aan de goddelijke voorschriften, hebben ‘het zegel van de levende God’ ontvangen. Dan staakt Jezus Zijn voorspraak in het hemelse heiligdom. Hij heft Zijn handen op en zegt met luide stem: ‘Het is geschied;’ en heel de engelenschare legt haar kronen af, terwijl Hij de plechtige aankondiging doet: ‘Wie onrecht doet, laat hem nog meer onrecht doen; en wie vuil is, laat hem nog vuiler worden; en wie rechtvaardig is, laat hem nog meer gerechtvaardigd worden; en wie heilig is, laat hem nog heiliger worden.’ Openbaring 22:11. Over ieder geval is beslist ten leven of ten dode.” The Great Controversy, 613.

Verse forty of Daniel eleven, begins in 1798, and in verse forty-five, when the king of the north (the papacy), comes to his end with none to help, human probation closes, for the next verse states, “And at that time,” thus identifying the “time” represented in the previous verse, which is verse forty-five of Daniel eleven. The king of the north (the papacy), comes to its end at the close of human probation.

Vers veertig van Daniël elf begint in 1798, en in vers vijfenveertig, wanneer de koning van het noorden (het pausdom) tot zijn einde komt en niemand hem helpt, sluit de menselijke genadetijd, want het volgende vers zegt: „En te dien tijde”, en identificeert aldus de „tijd” die in het voorgaande vers wordt weergegeven, namelijk vers vijfenveertig van Daniël elf. De koning van het noorden (het pausdom) komt tot zijn einde bij de sluiting van de menselijke genadetijd.

Therefore, the history of the last six verses of Daniel eleven, identify a sequence of events that begins in 1798 and ends at the close of human probation. When Sister White was alive, 1798, was obviously in her past history. When she stated that “the prophecy in the eleventh chapter of Daniel has nearly reached its complete fulfillment,” she can only be referencing history that occurs after 1798, and before Michael stands up. She then specifically states that “much of the history that has taken place in fulfillment of this prophecy will be repeated,” thus instructing the student of prophecy that the final history of Daniel eleven, that “has nearly reached its complete fulfillment,” has been typified in other portions of histories set forth in Daniel chapter eleven.

Daarom duidt de geschiedenis van de laatste zes verzen van Daniël elf op een opeenvolging van gebeurtenissen die begint in 1798 en eindigt bij het sluiten van de genadetijd voor de mensheid. Toen zuster White nog leefde, lag 1798 uiteraard in haar verleden. Toen zij verklaarde dat „de profetie in het elfde hoofdstuk van Daniël bijna haar volledige vervulling heeft bereikt”, kan zij slechts verwijzen naar geschiedenis die zich voordoet na 1798 en vóórdat Michaël opstaat. Vervolgens verklaart zij uitdrukkelijk dat „veel van de geschiedenis die heeft plaatsgevonden in vervulling van deze profetie, zal worden herhaald”, en geeft daarmee de student van de profetie de aanwijzing dat de eindgeschiedenis van Daniël elf, die „bijna haar volledige vervulling heeft bereikt”, voorafgeschaduwd is in andere gedeelten van de geschiedenissen die in Daniël hoofdstuk elf worden uiteengezet.

Once she emphasizes that most important prophetic key, she then quotes verses thirty through thirty-six, and states, “Scenes similar to those described in these words will take place.” Inspiration provided a key for those students of prophecy who wished to understand the final fulfillment of Daniel eleven. The key was that the history of the final six verses of Daniel eleven, were a parallel to the history represented in verses thirty to thirty-six. There is an abundant amount of light that is derived from this revelation, but what needs to be considered here is that in verse thirty-one of Daniel eleven, “the daily,” is taken away.

Nadat zij die allerbelangrijkste profetische sleutel heeft benadrukt, citeert zij vervolgens de verzen dertig tot en met zesendertig en verklaart: „Taferelen die gelijk zijn aan die welke in deze woorden worden beschreven, zullen plaatsvinden.” De Inspiratie verschafte een sleutel aan die studenten van de profetie die het uiteindelijke vervuld worden van Daniël elf wilden verstaan. De sleutel was dat de geschiedenis van de laatste zes verzen van Daniël elf parallel liep met de geschiedenis die in de verzen dertig tot en met zesendertig wordt weergegeven. Uit deze openbaring vloeit een overvloed aan licht voort, maar wat hier in aanmerking moet worden genomen, is dat in Daniël elf vers eenendertig „het gedurige” wordt weggenomen.

To correctly understand the history which illustrates the sequence of events that lead to the close of human probation, a student of prophecy must have the correct understanding of “the daily.” If verse thirty-one is identifying Christ’s sanctuary ministry being taken away, or if it is identifying the taking away of paganism, it is absolutely essential to understand, if you wish to correctly understand the parallel history that Sister White spoke of when she wrote, “Scenes similar to those described in these words will take place.”

Om de geschiedenis die de opeenvolging van gebeurtenissen illustreert welke tot het einde van de menselijke genadetijd leiden, juist te begrijpen, moet een student der profetie een juist begrip hebben van „het dagelijks”. Indien vers eenendertig aanduidt dat de heiligdomsdienst van Christus wordt weggenomen, of indien het de wegneming van het heidendom aanduidt, dan is het, indien u de parallelle geschiedenis waarover Zuster White sprak toen zij schreef: „Tafereelen gelijk aan die welke in deze woorden beschreven zijn, zullen plaatsvinden”, juist wilt begrijpen, volstrekt noodzakelijk dit te verstaan.

Of course, Laodicean Adventism did not recognize the fulfillment of verse forty of Daniel eleven, as identifying the collapse of the Soviet Union in 1989, but the verse does identify those very events. For those who wished to correctly understand the prophetic increase of knowledge that arrived with the fulfillment of verse forty in 1989, the correct understanding of “the daily,” then became present truth. In the early part of the twentieth century, the correct understanding was important, for it was an essential part of the foundational truths that the Lord used William Miller to establish.

Natuurlijk erkende het Laodiceaanse adventisme de vervulling van vers veertig van Daniël elf niet als de aanduiding van de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989, maar het vers wijst juist die gebeurtenissen aan. Voor hen die de profetische vermeerdering van kennis, die met de vervulling van vers veertig in 1989 kwam, juist wilden begrijpen, werd het juiste begrip van „het dagelijkse” toen tegenwoordige waarheid. In het begin van de twintigste eeuw was het juiste begrip van groot belang, want het vormde een wezenlijk onderdeel van de grondwaarheden die de Heere gebruikte om William Miller te doen vestigen.

But during the first decade and a half of the twentieth century the satanic Protestant view which claims that “the daily,” represents Christ’s sanctuary work was a minority position, and it was not worth allowing a controversy over the truth that “the daily,” is a symbol of paganism to even begin. This is why you will hear from the Laodicean historical revisionists, that the subject of “the daily,” is “not to be made into a test question,” or “that the subject of ‘the daily’ is not to be agitated.” What the revisionists always leave out when they lead the unlearned in this particular discussion, is the qualification which inspiration always placed upon the subject. The following passage is directed towards Elder Haskell.

Maar gedurende het eerste anderhalve decennium van de twintigste eeuw was de satanische protestantse opvatting, die beweert dat „het dagelijkse” het heiligdomswerk van Christus voorstelt, een minderheidsstandpunt, en het was niet de moeite waard toe te laten dat er zelfs maar een controverse zou ontstaan over de waarheid dat „het dagelijkse” een symbool van het heidendom is. Daarom zult u van de Laodiceïsche historische revisionisten horen dat het onderwerp van „het dagelijkse” „niet tot een toetsvraag gemaakt moet worden”, of „dat het onderwerp van ‘het dagelijkse’ niet opgeklopt moet worden.” Wat de revisionisten altijd weglaten wanneer zij de onwetenden in deze specifieke bespreking leiden, is de kwalificatie die de inspiratie altijd aan het onderwerp heeft verbonden. De volgende passage is gericht tot ouderling Haskell.

Elder Haskell was leading the defense of the correct understanding of “the daily,” against the attacks of Prescott and Daniells in the first and second decade of the twentieth century. Pay close attention, for Sister White never identifies that Haskell’s understanding of “the daily,” was incorrect, she simply instructs him to not allow the agitation to continue, for the Lord did not want to provide an ongoing platform for the enemies of truth (Prescott and Daniells), to continue to push their false teaching. In the passage Haskell is rebuked for “the chart”, and the chart that is referred to is the 1843 chart. Haskell had reproduced the 1843 chart for a witness in that controversy. But he didn’t just reproduce it, he included upon the bottom of the chart the passage from Sister White, where she says “the 1843 chart was directed by the hand of the Lord and should not be altered.” As you read the passage, count the times she says, “at this time.”

Ouderling Haskell voerde de verdediging van het juiste begrip van „het dagelijkse” aan tegen de aanvallen van Prescott en Daniells in het eerste en tweede decennium van de twintigste eeuw. Let nauwlettend op, want Zuster White geeft nergens aan dat Haskells begrip van „het dagelijkse” onjuist was; zij draagt hem eenvoudig op de beroering niet te laten voortduren, omdat de Heer geen voortdurend podium wilde verschaffen aan de vijanden van de waarheid (Prescott en Daniells), zodat zij hun valse leer konden blijven propageren. In de passage wordt Haskell berispt vanwege „de kaart”, en met de kaart die hier bedoeld wordt, wordt de kaart van 1843 aangeduid. Haskell had de kaart van 1843 opnieuw uitgegeven als getuigenis in die controverse. Maar hij heeft haar niet slechts opnieuw uitgegeven; hij plaatste onderaan de kaart ook de passage van Zuster White, waarin zij zegt: „de kaart van 1843 werd door de hand des Heren geleid en mag niet worden veranderd.” Tel, terwijl u de passage leest, hoe vaak zij zegt: „op dit tijdstip.”

“‘I am instructed to say to you, Let there be no questions agitated at this time in the Review that will tend to unsettle minds. . . . We have no time now to enter into unnecessary controversy, but we should earnestly consider the need of seeking the Lord for true conversion of heart and life. There should be determined efforts made to secure sanctification of soul and mind.’

“‘Mij is opgedragen u te zeggen: laten er op dit ogenblik in de Review geen kwesties aan de orde worden gesteld die ertoe zullen bijdragen gemoederen te verontrusten.... Wij hebben nu geen tijd om ons in onnodige twistvragen te begeven, maar wij behoren ernstig acht te slaan op de noodzaak de Heere te zoeken tot ware bekering van hart en leven. Er dienen vastberaden inspanningen te worden geleverd om de heiliging van ziel en verstand te verkrijgen.’”

“I have had cautions given me in regard to the necessity of our keeping a united front. This is a matter of importance to us at this time. As individuals we need to act with the greatest caution.

“Mij zijn waarschuwingen gegeven met betrekking tot de noodzaak dat wij een eensgezind front bewaren. Dit is in deze tijd voor ons een zaak van gewicht. Als individuen dienen wij met de grootste omzichtigheid te handelen.

“I wrote to Elder Prescott, telling him that he must be exceedingly careful not to introduce subjects in the Review that would seem to point out flaws in our past experience. I told him that this matter on which he believes a mistake has been made is not a vital question, and that, should it be given prominence now, our enemies would take advantage of it, and make a mountain out of a molehill.

„Ik schreef aan ouderling Prescott en zei hem dat hij buitengewoon voorzichtig moest zijn om in de Review geen onderwerpen te introduceren die de indruk zouden wekken dat zij gebreken in onze vroegere ervaring aan het licht brachten. Ik zei hem dat deze aangelegenheid, waarvan hij meent dat er een vergissing in is gemaakt, geen wezenlijke kwestie is, en dat, indien daaraan nu nadruk werd gegeven, onze vijanden daarvan gebruik zouden maken en van een mug een olifant zouden maken.

“To you also I say that this subject [THE IDENTITY OF THE “DAILY” OF DANIEL 8.] should not be agitated at this time. No, my brother, I feel that at this crisis in our experience that chart which you have had republished should not be circulated. You have made a mistake in this matter. Satan is determinedly at work to bring about issues that will create confusion. There are those who would be delighted to see our ministers at an issue on this question, and they would make much of it.

„Ook tot u zeg ik dat dit onderwerp [DE IDENTITEIT VAN HET „DAGELIJKSE” VAN DANIËL 8.] op dit tijdstip niet in beroering gebracht moet worden. Nee, mijn broeder, ik ben van gevoelen dat in deze crisis van onze ervaring die kaart die u opnieuw hebt laten uitgeven, niet verspreid behoort te worden. U hebt in deze zaak een vergissing begaan. Satan is vastberaden werkzaam om kwesties te doen ontstaan die verwarring zullen stichten. Er zijn er die er behagen in zouden scheppen onze predikanten over deze kwestie tegenover elkaar te zien staan, en zij zouden daar veel ophef van maken.

“I have been instructed that regarding what might be said on either side of this question, silence at this time is eloquence. Satan is watching for an opportunity to create division among our leading ministers. It was a mistake to publish the chart until you could all get together and come to an agreement concerning the matter. You have not acted wisely in bringing to the front a subject that must create discussion and the bringing out of various opinions, for every item will be strained and made to mean something that will only mean injury to the cause. We have all we can do to handle the false statements of those who have given evidence of their willingness to bear false witness.” Manuscript Releases, volume 9, 106, 107.

„Mij is te kennen gegeven dat, met betrekking tot wat van weerszijden van deze kwestie gezegd zou kunnen worden, zwijgen op dit ogenblik welsprekendheid is. Satan wacht op een gelegenheid om verdeeldheid te zaaien onder onze vooraanstaande predikanten. Het was een vergissing de kaart te publiceren voordat u allen bijeen kon komen en tot overeenstemming over de zaak kon geraken. U hebt niet wijs gehandeld door een onderwerp naar voren te brengen dat noodzakelijkerwijs discussie en het naar voren brengen van verschillende opvattingen moet veroorzaken, want elk punt zal worden verdraaid en doen betekenen wat slechts schade aan de zaak zal berokkenen. Wij hebben reeds al onze krachten nodig om de valse verklaringen te weerleggen van hen die blijk hebben gegeven van hun bereidheid vals getuigenis af te leggen.” Manuscript Releases, deel 9, 106, 107.

In the previous article we identified that Ellen White said those that gave the judgment hour cry had the correct view of “the daily,” and that Prescott and Daniells’ view that “the daily,” represented Christ’s sanctuary ministry came from Satan. She rebuked Haskell for allowing the controversy to continue, but not for his position upon the truth of what “the daily,” represents. At that time the majority still believed the pioneer understanding of “the daily,” and more importantly, the verse in Daniel eleven, that was to be unsealed at “the time of the end” in 1989, was still decades in the future. At that time (1989), the importance of the correct view of “the daily,” would be necessary. The revisionists always leave the qualifications of Ellen White that were limited to that particular period out of their dishes of fables. Count the qualification of time in the following passage.

In het vorige artikel hebben wij vastgesteld dat Ellen White verklaarde dat degenen die de boodschap van het uur van het oordeel verkondigden, de juiste opvatting van „het dagelijkse” hadden, en dat de opvatting van Prescott en Daniells, namelijk dat „het dagelijkse” de heiligdomsdienst van Christus voorstelde, van Satan afkomstig was. Zij berispte Haskell omdat hij toeliet dat de controverse voortduurde, maar niet vanwege zijn standpunt ten aanzien van de waarheid van wat „het dagelijkse” voorstelt. In die tijd geloofde de meerderheid nog steeds de pioniersopvatting van „het dagelijkse”, en, nog belangrijker, het vers in Daniël elf dat ten tijde van „de tijd van het einde” in 1989 ontsloten zou worden, lag nog tientallen jaren in de toekomst. In die tijd (1989) zou het belang van de juiste opvatting van „het dagelijkse” noodzakelijk zijn. De revisionisten laten de nuanceringen van Ellen White, die beperkt waren tot die bepaalde periode, altijd weg uit hun schotels van fabels. Tel de tijdsbepalende nuanceringen in de volgende passage.

“I have words to speak to Brethren Butler, Loughborough, Haskell, Smith, Gilbert, Daniells, Prescott, and all who have been active in urging their views in regard to the meaning of ‘the daily’ of Daniel 8. This is not to be made a test question, and the agitation that has resulted from its being treated as such has been very unfortunate. Confusion has resulted, and the minds of some of our brethren have been diverted from the thoughtful consideration that should have been given to the work that the Lord has directed should be done at this time in our cities. This has been pleasing to the great enemy of our work.

„Ik heb woorden te richten tot broeders Butler, Loughborough, Haskell, Smith, Gilbert, Daniells, Prescott, en allen die actief zijn geweest in het naar voren brengen van hun opvattingen aangaande de betekenis van ‘het dagelijks’ in Daniël 8. Dit mag niet tot een toetssteen worden gemaakt, en de beroering die het gevolg is geweest van het als zodanig behandelen ervan, is zeer betreurenswaardig geweest. Daaruit is verwarring voortgekomen, en de gedachten van sommige van onze broeders zijn afgeleid van de zorgvuldige overweging die gegeven had moeten worden aan het werk waarvan de Heere heeft aangegeven dat het in deze tijd in onze steden gedaan moet worden. Dit is de grote vijand van ons werk welgevallig geweest.״

“The light given me is that nothing should be done to increase the agitation upon this question. Let it not be brought into our discourses and dwelt upon as a matter of great importance. We have a great work before us, and we have not an hour to lose from the essential work to be done. Let us confine our public efforts to the presentation of the important lines of truth on which we have clear light.

“Het licht dat mij gegeven is, is dat er niets gedaan moet worden om de beroering over deze kwestie te vergroten. Laat zij niet in onze toespraken worden gebracht en niet worden behandeld als een zaak van groot gewicht. Er ligt een groot werk vóór ons, en wij hebben geen uur te verliezen van het wezenlijke werk dat gedaan moet worden. Laat ons onze openbare inspanningen beperken tot de uiteenzetting van de belangrijke lijnen der waarheid waarover wij helder licht hebben.

“I would bring to your attention the last prayer of Christ, as recorded in John 17. There are many subjects upon which we can speak,—sacred, testing truths, beautiful in their simplicity. On these you may dwell with intense earnestness. But let not ‘the daily,’ or any other subject that will arouse controversy among brethren, be brought in at this time; for this will delay and hinder the work that the Lord would have the minds of our brethren centered upon just now. Let us not agitate questions that will reveal a marked difference of opinion, but rather let us bring from the Word the sacred truths regarding the binding claims of the law of God.

‘Ik wil uw aandacht vestigen op het laatste gebed van Christus, zoals opgetekend in Johannes 17. Er zijn vele onderwerpen waarover wij kunnen spreken,—heilige, beproevende waarheden, schoon in hun eenvoud. Bij deze kunt u met intense ernst stilstaan. Maar laat “het dagelijkse”, of enig ander onderwerp dat twist onder broeders zal doen ontstaan, op dit tijdstip niet worden ingebracht; want dit zal het werk vertragen en belemmeren waarop de Heere de gedachten van onze broeders juist nu gericht wil hebben. Laten wij geen kwesties aanwakkeren die een duidelijk verschil van inzicht aan het licht zullen brengen, maar laten wij veeleer uit het Woord de heilige waarheden naar voren brengen aangaande de bindende aanspraken van de wet van God.

“Our ministers should seek to make the most favorable presentation of the truth. So far as possible, let all speak the same things. Let the discourses be simple, and treating upon vital subjects that can be easily understood. When all our ministers see the necessity of humbling themselves, then the Lord can work with them. We need now to be reconverted, that angels of God may co-operate with us, making a sacred impression upon the minds of those for whom we labor.

„Onze predikanten dienen ernaar te streven de waarheid op de meest gunstige wijze voor te stellen. Laat allen, voor zover mogelijk, hetzelfde spreken. Laat de predicaties eenvoudig zijn en handelen over wezenlijke onderwerpen die gemakkelijk te begrijpen zijn. Wanneer al onze predikanten de noodzaak inzien zich te verootmoedigen, dan kan de Heere met hen werken. Wij hebben het nu nodig opnieuw bekeerd te worden, opdat de engelen van God met ons kunnen samenwerken en een heilige indruk maken op de gemoederen van hen voor wie wij arbeiden.

“We must blend together in the bonds of Christlike unity; then our labors will not be in vain. Draw in even cords, and let no contentions be brought in. Reveal the unifying power of truth, and this will make a powerful impression on human minds. In unity there is strength.

„Wij moeten samensmelten in de banden van christusgelijke eenheid; dan zal onze arbeid niet tevergeefs zijn. Trek gelijkmatig aan de koorden en laat geen twisten binnendringen. Openbaar de verenigende kracht van de waarheid, en dit zal een krachtige indruk maken op het menselijk gemoed. In eenheid is kracht.

This is not a time to make prominent unimportant points of difference. If some who have not a strong living connection with the Master, reveal to the world their weakness of Christian experience, the enemies of the truth who are watching us closely will make the most of it, and our work will be hindered. Let all cultivate meekness, and learn lessons from Him who is meek and lowly in heart.

„Dit is geen tijd om onbelangrijke punten van verschil op de voorgrond te stellen. Indien sommigen die geen sterke, levende verbondenheid met de Meester hebben, aan de wereld de zwakheid van hun christelijke ervaring openbaren, zullen de vijanden van de waarheid, die ons nauwlettend gadeslaan, daarvan ten volle gebruikmaken, en ons werk zal worden belemmerd. Laat allen zachtmoedigheid betrachten en lessen leren van Hem die zachtmoedig is en nederig van hart.

“The subject of ‘the daily’ should not call forth such movements as have been made. As a result of the way this subject has been handled by men on both sides of the question, controversy has arisen and confusion has resulted.

Het onderwerp van „het dagelijkse” zou niet zulke bewegingen moeten oproepen als er zijn ontstaan. Als gevolg van de wijze waarop dit onderwerp is behandeld door mannen aan beide zijden van de kwestie, is er strijd ontstaan en is verwarring het gevolg geweest.

“The action of Brother Larry Smith in publishing a tract containing condemnation of his brethren and of their belief, was not endorsed by God. And to Elder Prescott I will say, The Lord has not placed upon you a burden regarding this matter.

„De handelwijze van broeder Larry Smith, die een traktaat heeft gepubliceerd met veroordeling van zijn broeders en van hun geloof, werd niet door God bekrachtigd. En tot ouderling Prescott wil ik zeggen: De Heer heeft u met betrekking tot deze zaak geen last opgelegd.״

“I was pained to hear that Elder Daniells, knowing that there was a difference of opinion regarding this matter among our leading brethren, should urge this matter to the front, as was done in some places.

„Het deed mij pijn te vernemen dat ouderling Daniells, wetende dat er onder onze vooraanstaande broeders verschil van mening bestond met betrekking tot deze zaak, deze zaak op de voorgrond zou dringen, zoals dat op sommige plaatsen is gedaan.״

“Others of our brethren have not been guided by wisdom, and have not reasoned clearly from cause to effect regarding the results of their efforts to uphold their views regarding the interpretation of ‘the daily.’ While the present condition of difference of opinion regarding this subject exists, let it not be made prominent. Let all contention cease. At such a time silence is eloquence.

“Anderen van onze broeders zijn niet door wijsheid geleid en hebben niet helder van oorzaak naar gevolg geredeneerd met betrekking tot de resultaten van hun pogingen om hun opvattingen inzake de uitleg van ‘het dagelijkse’ te handhaven. Zolang de huidige toestand van verschil van mening aangaande dit onderwerp bestaat, moet het niet op de voorgrond worden geplaatst. Laat alle twist ophouden. In een dergelijke tijd is zwijgen welsprekendheid.

“The duty of God’s servants at this time is to preach the Word in the cities. Christ came to save souls, and we, as almoners of His grace, need to impart to the inhabitants of the great cities a knowledge of His saving truth.” Pamphlets, number 20, 11, 12.

„De plicht van Gods dienstknechten in deze tijd is het Woord in de steden te prediken. Christus kwam om zielen te redden, en wij moeten, als uitdelers van Zijn genade, aan de inwoners van de grote steden kennis van Zijn reddende waarheid meedelen.” Pamfletten, nummer 20, 11, 12.

Brother Larry Smith, who she was referring to was especially incensed at the situation for it was his father’s book, Daniel and the Revelation, that Prescott and Daniells wanted to rewrite in order to change what he wrote concerning “the daily.” Brother Smith was defending the truth, and also his father. She qualifies the controversy repeatedly with the words, “at this time,” and towards the end she states, “While the present condition of difference of opinion regarding this subject exists, let it not be made prominent.” All the universities of Adventism that teach “the daily,” today, teach the satanic view. It is obviously not the same conditions today as it was at that time.

Broeder Larry Smith, op wie zij doelde, was bijzonder verontwaardigd over de situatie, want het was het boek van zijn vader, Daniel and the Revelation, dat Prescott en Daniells wilden herschrijven om te veranderen wat hij geschreven had aangaande „het dagelijkse”. Broeder Smith verdedigde de waarheid, en ook zijn vader. Zij kwalificeert de controverse herhaaldelijk met de woorden „op dit tijdstip”, en tegen het einde verklaart zij: „Zolang de huidige toestand van verschil van mening met betrekking tot dit onderwerp bestaat, laat het niet op de voorgrond worden geplaatst.” Alle universiteiten van het Adventisme die vandaag „het dagelijkse” onderwijzen, onderwijzen de satanische zienswijze. Het is duidelijk dat de omstandigheden vandaag niet dezelfde zijn als zij op dat tijdstip waren.

The second generation of Adventism began at the rebellion of 1888, and spiritualism was established among the leadership. That condition opened the door for the advancement of greater spiritualistic delusions that were to bring about an environment of alienation and division, as men in responsible positions determined to promote whatever they personally deemed as truth. Men such as Daniells, Prescott and Kellogg became symbols of the history where Ezekiel identified what the seventy elders, “the ancients of the house of Israel” would “do in the dark, every man in the chambers of his imagery? for they say, The Lord seeth us not.”

De tweede generatie van het adventisme begon bij de opstand van 1888, en spiritisme werd onder de leiding gevestigd. Die toestand opende de deur voor de voortgang van grotere spiritistische misleidingen, die een klimaat van vervreemding en verdeeldheid teweeg moesten brengen, terwijl mannen in verantwoordelijke posities besloten te bevorderen wat zij persoonlijk als waarheid beschouwden. Mannen als Daniells, Prescott en Kellogg werden symbolen van de geschiedenis waarin Ezechiël aanduidde wat de zeventig oudsten, „de oudsten van het huis Israëls”, „in het duister” zouden „doen, ieder in de kamers van zijn beelden? want zij zeggen: De HEERE ziet ons niet.”

In that generation the messengers of the message of 1888, both lost their way in the controversies, confusion and spiritualism that engulfed Ezekiel’s seventy elders who had portrayed idols upon the walls of the temple, and the walls of their minds. The health work was removed due to the spiritualism of Kellogg, and yet the revisionists of Laodicean Adventism lead the unlearned to believe that some type of victory came out of the chaos of that generation. There was a parallel history in the time of Judges, where the summation of the history of the Judges fits this period perfectly, for the last verse of Judges states:

In die generatie zijn de boodschappers van de boodschap van 1888 beiden de weg kwijtgeraakt in de twisten, verwarring en het spiritisme die Ezechiëls zeventig oudsten in hun greep hadden gekregen, die afgoden op de muren van de tempel en op de wanden van hun verstand hadden afgebeeld. Het gezondheidswerk werd weggenomen vanwege het spiritisme van Kellogg, en toch brengen de revisionisten van het Laodiceïsche adventisme de onwetenden ertoe te geloven dat er een of andere vorm van overwinning uit de chaos van die generatie is voortgekomen. Er was een parallelle geschiedenis in de tijd van de Richteren, waarin de samenvatting van de geschiedenis van de Richteren volmaakt bij deze periode past, want het laatste vers van Richteren luidt:

In those days there was no king in Israel: every man did that which was right in his own eyes. Judges 21:25.

In die dagen was er geen koning in Israël; ieder deed wat juist was in zijn eigen ogen. Richteren 21:25.

We will show why the history of Judges corresponds to the history of the second generation of Adventism as we proceed with these articles, but it should be noted that when considering the history of Laodicean Adventism, the easily available history has been provided by those who practice historical revisionism. Sister White certainly did not want the subject of “the daily,” agitated during that history, when in reality it was a small minority of men that she had stated were being guided by “angels that were expelled from heaven” to be given a public platform to promote their erroneous ideas. But to suggest that Sister White ever upheld the idea that it was alright to retain error is exactly the opposite of what she believed.

Wij zullen in de loop van deze artikelen aantonen waarom de geschiedenis van Richteren overeenkomt met de geschiedenis van de tweede generatie van het adventisme; maar er dient te worden opgemerkt dat, wanneer men de geschiedenis van het Laodiceïsche adventisme beschouwt, de gemakkelijk toegankelijke geschiedschrijving is geleverd door hen die zich aan historische revisionisme schuldig maken. Zuster White wenste stellig niet dat het onderwerp van „het dagelijkse” in die geschiedenis werd opgezweept, terwijl het in werkelijkheid een zeer kleine minderheid van mannen betrof van wie zij had verklaard dat zij door „engelen die uit de hemel waren verdreven” werden geleid, om hun een openbaar podium te geven teneinde hun onjuiste denkbeelden te bevorderen. Maar te suggereren dat Zuster White ooit het idee heeft onderschreven dat het geoorloofd was dwaling te behouden, is precies het tegenovergestelde van wat zij geloofde.

“Brethren, as an ambassador of Christ I warn you to beware of these side issues, whose tendency is to divert the mind from the truth. Error is never harmless. It never sanctifies, but always brings confusion and dissension. It is always dangerous. The enemy has great power over minds that are not thoroughly fortified by prayer and established in Bible truth.” Testimonies, volume 5, 292.

“Broeders, als een gezant van Christus waarschuw ik u op uw hoede te zijn voor deze bijzaken, die ertoe neigen de aandacht van de waarheid af te leiden. Dwaling is nooit onschadelijk. Zij heiligt nooit, maar brengt altijd verwarring en tweedracht teweeg. Zij is altijd gevaarlijk. De vijand heeft grote macht over geesten die niet grondig zijn versterkt door gebed en gegrondvest in de Bijbelse waarheid.” Testimonies, deel 5, 292.

We will continue this study in the next article.

Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.

“We have no time to lose. Troublous times are before us. The world is stirred with the spirit of war. Soon the scenes of trouble spoken of in the prophecies will take place. The prophecy in the eleventh of Daniel has nearly reached its complete fulfillment. Much of the history that has taken place in fulfillment of this prophecy will be repeated. In the thirtieth verse a power is spoken of that ‘shall be grieved, and return, and have indignation against the holy covenant: so shall he do; he shall even return, and have intelligence with them that forsake the holy covenant. And arms shall stand on his part, and they shall pollute the sanctuary of strength, and shall take away the daily sacrifice, and they shall place the abomination that maketh desolate. And such as do wickedly against the covenant shall he corrupt by flatteries: but the people that do know their God shall be strong, and do exploits. And they that understand among the people shall instruct many: yet they shall fall by the sword, and by flame, by captivity, and by spoil, many days. Now when they shall fall, they shall be holpen with a little help: but many shall cleave to them with flatteries. And some of them of understanding shall fall, to try them, and to purge, and to make them white, even to the time of the end: because it is yet for a time appointed. And the king shall do according to his will; and he shall exalt himself, and magnify himself above every god, and shall speak marvellous things against the God of gods, and shall prosper till the indignation be accomplished: for that that is determined shall be done.’ Daniel 11:30–36.

„Wij hebben geen tijd te verliezen. Benauwde tijden liggen vóór ons. De wereld wordt beroerd door de geest van oorlog. Spoedig zullen de tonelen van benauwdheid waarover in de profetieën is gesproken, plaatsvinden. De profetie in het elfde hoofdstuk van Daniël heeft bijna haar volledige vervulling bereikt. Een groot deel van de geschiedenis die in vervulling van deze profetie heeft plaatsgevonden, zal zich herhalen. In het dertigste vers wordt gesproken van een macht die ‘zal verdrietig worden en wederkeren, en tegen het heilig verbond vergramd zijn; alzo zal hij doen; ja, hij zal wederkeren en verstand hebben met degenen die het heilig verbond verlaten. En er zullen armen van hem staan, en zij zullen het heiligdom, de sterkte, ontheiligen, en zij zullen het gedurig offer wegnemen, en zij zullen den verwoestenden gruwel stellen. En degenen die goddeloos handelen tegen het verbond, zal hij door vleierijen verderven; maar het volk dat zijn God kent, zal zich sterk houden en daden doen. En de verstandigen onder het volk zullen er velen onderwijzen; nochtans zullen zij vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenschap en door roof, vele dagen. Als zij dan vallen zullen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden; maar velen zullen zich met vleierijen bij hen voegen. En van de verstandigen zullen er vallen, om hen te beproeven en te louteren en wit te maken, tot den tijd van het einde; want het is nog tot den bepaalden tijd. En die koning zal doen naar zijn welgevallen; en hij zal zichzelven verheffen en grootmaken boven allen god, en hij zal wonderlijke dingen spreken tegen den God der goden, en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij; want hetgeen vast besloten is, zal geschieden.’ Daniël 11:30–36.

“Scenes similar to those described in these words will take place. We see evidence that Satan is fast obtaining the control of human minds who have not the fear of God before them. Let all read and understand the prophecies of this book, for we are now entering upon the time of trouble spoken of:

„Taferelen die gelijk zijn aan die welke in deze woorden worden beschreven, zullen plaatsvinden. Wij zien bewijzen dat Satan snel de heerschappij verkrijgt over de geesten van mensen die de vreze Gods niet voor ogen hebben. Laat allen de profetieën van dit boek lezen en verstaan, want wij treden thans de tijd der benauwdheid binnen waarover gesproken is:

“‘And at that time shall Michael stand up, the great prince which standeth for the children of thy people: and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, every one that shall be found written in the book. And many of them that sleep in the dust of the earth shall awake, some to everlasting life, and some to shame and everlasting contempt. And they that be wise shall shine as the brightness of the firmament; and they that turn many to righteousness as the stars for ever and ever. But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased.’ Daniel 12:1–4.” Manuscript Releases, number 13, 394.

“‘En in die tijd zal Michaël opstaan, de grote Vorst, die de kinderen van uw volk terzijde staat; en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk bestaat tot op diezelfde tijd; en in die tijd zal uw volk verlost worden, ieder die in het boek geschreven gevonden wordt. En velen van hen die slapen in het stof der aarde zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven en sommigen tot smaad en eeuwige afschuw. En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel; en zij die velen tot gerechtigheid brengen, als de sterren, voor eeuwig en altoos. Maar gij, o Daniël, sluit de woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde; velen zullen het doorkruisen, en de kennis zal toenemen.’ Daniël 12:1–4.” Manuscript Releases, nummer 13, 394.