The testing process that begins when the angel descends is represented by the test of whether to take the book out of the angel’s hand and eat it. Those that did choose to eat the message were then destined for a disappointment where the group who refused to eat were left behind. The little book that was to be eaten represented an “increase of knowledge” of the message that had first been unsealed at “the time of the end” at either 1798 or 1989, and then later formalized into a message that would hold the generation then alive accountable to the light of the increased knowledge. In either history, once the prophecy of Islam was fulfilled, then the message to be eaten in the angel’s hand was either received or rejected. If the message represented by the book is rejected, those who do so, and still seek to uphold the profession of still being the chosen of God, are forced to produce a counterfeit latter rain message.
Het beproevingsproces dat begint wanneer de engel neerdaalt, wordt voorgesteld door de beproeving of men het boek uit de hand van de engel zal nemen en het opeten. Degenen die er wel voor kozen de boodschap te eten, waren vervolgens bestemd voor een teleurstelling, waarbij de groep die weigerde te eten, werd achtergelaten. Het boekje dat gegeten moest worden, vertegenwoordigde een „toename van kennis” van de boodschap die aanvankelijk was ontzegeld op „de tijd van het einde”, hetzij in 1798, hetzij in 1989, en die daarna later werd geformaliseerd tot een boodschap die de toen levende generatie verantwoordelijk zou houden voor het licht van de toegenomen kennis. In beide geschiedenissen gold dat, zodra de profetie van de islam was vervuld, de boodschap die in de hand van de engel gegeten moest worden, óf werd aangenomen óf verworpen. Indien de door het boek voorgestelde boodschap wordt verworpen, worden degenen die dit doen en toch trachten de belijdenis hoog te houden dat zij nog steeds Gods uitverkorenen zijn, gedwongen een nagemaakte boodschap van de late regen voort te brengen.
On September 11, 2001 the past rebellions of the generations of Adventism were again made testing issues. Habakkuk chapter two identifies a debate that occurs in the prophetic history represented therein, which is a parallel prophetic line to the parable of the ten virgins. When the watchman asked what he shall answer in the history of the parable of the ten virgins, he was commanded to “write the vision, and make it plain upon tables.” The watchmen of Millerite history produced the 1843 chart in 1842, and its production became a waymark. It was the “vision” of Habakkuk two, that had been made plain upon tables that was to speak at the end.
Op 11 september 2001 werden de vroegere opstanden van de generaties van het adventisme opnieuw tot toetsingskwesties gemaakt. Habakuk, hoofdstuk twee, wijst op een geschil dat plaatsvindt in de daarin voorgestelde profetische geschiedenis, die een parallelle profetische lijn vormt met de gelijkenis van de tien maagden. Toen de wachter vroeg wat hij in de geschiedenis van de gelijkenis van de tien maagden zou moeten antwoorden, werd hem bevolen: „Schrijf het gezicht op en stel het duidelijk voor op tafelen.” De wachters van de milleritische geschiedenis vervaardigden in 1842 de kaart van 1843, en de vervaardiging daarvan werd een waymark. Het was het „gezicht” van Habakuk twee, dat duidelijk op tafelen was voorgesteld, dat aan het einde zou spreken.
Shortly after September 11, 2001 those who recognized the activity of Islam of the third woe, were led to return to Jeremiah’s “old paths,” and to walk therein. Those “old paths” identified that the three woes of Revelation chapter eight, verse thirteen represented the prophetic role of Islam. Immediately thereafter, Future for America began to reproduce the two charts of Habakkuk chapter two at the very same point in the parallel history of the Millerites, the two charts were set forth as a waymark, which had been represented by the production of the 1843 chart, in 1842.
Kort na 11 september 2001 werden zij die de werkzaamheid van de islam van de derde wee herkenden, ertoe geleid terug te keren tot Jeremia’s „oude paden” en daarop te wandelen. Die „oude paden” wezen erop dat de drie weeën van Openbaring hoofdstuk acht, vers dertien, de profetische rol van de islam vertegenwoordigden. Onmiddellijk daarna begon Future for America de twee kaarten van Habakuk hoofdstuk twee opnieuw voort te brengen; op precies hetzelfde punt in de parallelle geschiedenis van de Millerieten werden de twee kaarten voorgesteld als een wegmerk, dat was vertegenwoordigd door de vervaardiging van de kaart van 1843, in 1842.
“In May, 1842, a General Conference was convened in Boston, [Massachusetts]. At the opening of this meeting, Brethren Charles Fitch and Apollos Hale, of Haverhill, presented the pictorial prophecies of Daniel and John, which they had painted on cloth, with the prophetic numbers, showing their fulfillment. Brother Fitch in explaining from his chart before the Conference, said, while examining these prophecies, he had thought if he could get out something of the kind as here presented it would simplify the subject and make it easier for him to present to an audience. Here was more light in our pathway. These brethren had been doing what the Lord had shown Habakkuk in his vision 2,468 years before, saying, ‘Write the vision and make it plain upon tables, that he may run that readeth it. For the vision is yet for an appointed time.’ Habakkuk 2:2.
“In mei 1842 werd in Boston, [Massachusetts], een Algemene Conferentie bijeengeroepen. Bij de opening van deze bijeenkomst legden de broeders Charles Fitch en Apollos Hale, uit Haverhill, de beeldende profetieën van Daniël en Johannes voor, die zij op doek hadden geschilderd, met de profetische getallen, waarmee hun vervulling werd aangetoond. Broeder Fitch zei, toen hij voor de Conferentie aan de hand van zijn kaart uitleg gaf, dat hij, terwijl hij deze profetieën onderzocht, had gedacht dat, indien hij iets dergelijks kon vervaardigen als wat hier werd voorgelegd, dit het onderwerp zou vereenvoudigen en het hem gemakkelijker zou maken het aan een gehoor uiteen te zetten. Hier was meer licht op ons pad. Deze broeders hadden gedaan wat de Heere 2.468 jaar tevoren aan Habakuk in zijn visioen had getoond, toen Hij zei: ‘Schrijf het gezicht op en stel het duidelijk op tafelen, opdat men het in het voorbijlopen leze. Want het gezicht wacht nog op den bestemden tijd.’ Habakuk 2:2.”
“After some discussion on the subject, it was voted unanimously to have three hundred similar to this one lithographed, which was soon accomplished. They were called ‘the ‘43 charts.’ This was a very important Conference.” The Autobiography of Joseph Bates, 263.
„Na enige bespreking over dit onderwerp werd met algemene stemmen besloten driehonderd soortgelijke exemplaren als dit te laten lithograferen, hetgeen spoedig werd uitgevoerd. Zij werden ‘de ’43-kaarten’ genoemd. Dit was een zeer belangrijke Conferentie.” The Autobiography of Joseph Bates, 263.
“It was the united testimony of Second Advent lecturers and papers, when standing on ‘the original faith,’ that the publication of the chart was a fulfillment of Habakkuk 2:2, 3. If the chart was a subject of prophecy (and those who deny it leave the original faith), then it follows that BC 457 was the year from which to date the 2300 days. It was necessary that 1843 should be the first published time in order that ‘the vision’ should ‘tarry,’ or that there should be a tarrying time, in which the virgin band was to slumber and sleep on the great subject of time, just before they were to be aroused by the Midnight Cry.” James White, Second Advent Review and Sabbath Herald, Volume I, Number 2.
„Het was het verenigde getuigenis van de sprekers en periodieken van de Tweede Advent, toen zij op ‘het oorspronkelijke geloof’ stonden, dat de publicatie van de kaart een vervulling was van Habakuk 2:2, 3. Indien de kaart een onderwerp van profetie was (en zij die dit ontkennen, verlaten het oorspronkelijke geloof), dan volgt daaruit dat 457 v.Chr. het jaar was van waaraf men de 2300 dagen moest dateren. Het was noodzakelijk dat 1843 de eerst gepubliceerde tijd zou zijn, opdat ‘het gezicht’ zou ‘vertoeven’, of dat er een vertoeftijd zou zijn, waarin de schare der maagden zou sluimeren en slapen ten aanzien van het grote onderwerp van de tijd, vlak voordat zij zouden worden opgewekt door de Middernachtsroep.” James White, Second Advent Review and Sabbath Herald, Deel I, Nummer 2.
“Now our history shows that there were hundreds teaching from the same chronological charts that William Miller was, all of one stamp. Then it was the oneness of the message all on one theme, the coming of the Lord Jesus at a certain time, 1844.” Joseph Bates, Early SDA Pamphlets, 17.
„Onze geschiedenis toont nu aan dat er honderden waren die onderwezen vanuit dezelfde chronologische kaarten als William Miller, allen van één stempel. Toen was het de eenheid van de boodschap, alles op één thema: de komst van de Heere Jezus op een bepaalde tijd, 1844.” Joseph Bates, Early SDA Pamphlets, 17.
The reprinting of the 1843 and 1850 charts, in the immediate post-September 11, 2001 history was as much a fulfillment of Habakkuk two, as was the publication of the 1843 chart in 1842. The production of the tables is part of the narrative of Habakkuk chapter two, and it had to happen. On September 11, 2001 the rebellion of 1863 was again repeated by those Laodicean Adventists who refused to return to Jeremiah’s “old paths.”
De herdruk van de kaarten van 1843 en 1850 in de onmiddellijke geschiedenis na 11 september 2001 was evenzeer een vervulling van Habakuk twee als de publicatie van de kaart van 1843 in 1842. De vervaardiging van de tabellen maakt deel uit van het relaas van Habakuk hoofdstuk twee, en zij moest plaatsvinden. Op 11 september 2001 werd de opstand van 1863 opnieuw herhaald door die Laodiceaanse Adventisten die weigerden terug te keren naar Jeremia’s „oude paden.”
“The enemy is seeking to divert the minds of our brethren and sisters from the work of preparing a people to stand in these last days. His sophistries are designed to lead minds away from the perils and duties of the hour. They estimate as of little value the light that Christ came from heaven to give to John for His people. They teach that the scenes just before us are not of sufficient importance to receive special attention. They make of no effect the truth of heavenly origin, and rob the people of God of their past experience, giving them instead a false science. ‘Thus saith the Lord: Stand ye in the ways, and see, and ask for the old paths, where is the good way, and walk therein.’ [Jeremiah 6:16.]
„De vijand tracht de gedachten van onze broeders en zusters af te leiden van het werk om een volk toe te bereiden om in deze laatste dagen stand te houden. Zijn drogredenen zijn erop gericht de geesten af te wenden van de gevaren en plichten van dit uur. Zij achten het licht dat Christus uit de hemel kwam geven aan Johannes voor Zijn volk van geringe waarde. Zij leren dat de taferelen die vlak vóór ons liggen niet van voldoende belang zijn om bijzondere aandacht te ontvangen. Zij stellen de waarheid van hemelse oorsprong buiten werking en beroven het volk van God van zijn vroegere ervaring, terwijl zij hun in plaats daarvan een valse wetenschap geven. ‘Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, en wandelt daarop.’ [Jeremia 6:16.]”
“Let none seek to tear away the foundations of our faith,—the foundations that were laid at the beginning of our work, by prayerful study of the Word and by revelation. Upon these foundations we have been building for more than fifty years. Men may suppose that they have found a new way, that they can lay a stronger foundation than that which has been laid; but this is a great deception. ‘Other foundation can no man lay than that is laid.’ [1 Corinthians 3:11.] In the past, many have undertaken to build a new faith, to establish new principles; but how long did their building stand? It soon fell; for it was not founded upon the Rock.” Testimonies, volume 8, 296, 297.
“Laat niemand trachten de fundamenten van ons geloof weg te rukken,—de fundamenten die aan het begin van ons werk zijn gelegd, door biddende studie van het Woord en door openbaring. Op deze fundamenten bouwen wij al meer dan vijftig jaar. Mensen mogen veronderstellen dat zij een nieuwe weg hebben gevonden, dat zij een sterker fundament kunnen leggen dan datgene wat gelegd is; maar dit is een groot bedrog. ‘Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is.’ [1 Corinthians 3:11.] In het verleden hebben velen ondernomen een nieuw geloof op te bouwen, nieuwe beginselen vast te stellen; maar hoe lang bleef hun bouwwerk staan? Het viel spoedig; want het was niet gegrond op de Rots.” Testimonies, deel 8, 296, 297.
Jeremiah identifies that to walk in the “old paths,” is to find “the rest”, and the rest is “the latter rain”, which began when the nations were angered on September 11, 2001, when the great buildings of New York City came down. Those that then ate the message became Habakkuk’s watchmen who were to “write the vision, and make it plain”. Jeremiah identifies the very same watchmen during the time of “the rest”, which is “the latter rain”.
Jeremia stelt vast dat wandelen in de „oude paden” is om „de rust” te vinden, en de rust is „de late regen”, die begon toen de volken vertoornd werden op 11 september 2001, toen de grote gebouwen van New York City neerstortten. Degenen die toen de boodschap aten, werden de wachters van Habakuk, aan wie was opgedragen „het gezicht op te schrijven en duidelijk te maken”. Jeremia duidt juist dezelfde wachters aan in de tijd van „de rust”, die „de late regen” is.
Thus saith the Lord, Stand ye in the ways, and see, and ask for the old paths, where is the good way, and walk therein, and ye shall find rest for your souls. But they said, We will not walk therein. Also I set watchmen over you, saying, Hearken to the sound of the trumpet. But they said, We will not hearken. Jeremiah 6:16, 17.
Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen, en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg zij, en wandelt daarin, zo zult gij rust vinden voor uw zielen. Maar zij zeiden: Wij zullen daarin niet wandelen. Ook heb Ik wachters over u gesteld, zeggende: Luistert naar het geluid der bazuin. Maar zij zeiden: Wij zullen niet luisteren. Jeremia 6:16, 17.
The trumpet that they were to sound is the sixth trumpet of the second woe in Millerite history, and in the last days it is the seventh trumpet of the third woe. Habakkuk’s watchmen, who are Jeremiah’s watchmen, sound a warning message that in the rebellion of 1888, was rejected. The sixth trumpet that was rejected in 1888, was the message to Laodicea.
De bazuin die zij moesten blazen, is de zesde bazuin van het tweede wee in de Milleritische geschiedenis, en in de laatste dagen is zij de zevende bazuin van het derde wee. Habakuks wachters, die Jeremia’s wachters zijn, laten een waarschuwingsboodschap klinken die in de opstand van 1888 werd verworpen. De zesde bazuin die in 1888 werd verworpen, was de boodschap aan Laodicea.
“The message given us by A. T. Jones, and E. J. Waggoner is the message of God to the Laodicean church, and woe be unto anyone who professes to believe the truth and yet does not reflect to others the God-given rays.” The 1888 Materials, 1053.
„De boodschap die ons door A. T. Jones en E. J. Waggoner is gegeven, is de boodschap van God aan de Laodiceense gemeente, en wee degene die belijdt de waarheid te geloven en toch aan anderen niet de door God gegeven stralen weerkaatst.” The 1888 Materials, 1053.
The seventh trumpet message of 1888, was first sounded to Laodicea in 1856, and then the Laodicean message was placed within the context of the increasing light of the “seven times.” On September 11, 2001 the call to return to Jeremiah’s old paths, and to walk therein for the purpose of obtaining the message of the latter rain, included the seventh Trumpet warning message that is represented as the message to Laodicea, and the “seven times,” which is the symbol of the foundations.
De boodschap van de zevende bazuin van 1888 werd voor het eerst in 1856 tot Laodicea laten klinken, en vervolgens werd de boodschap aan Laodicea geplaatst binnen de context van het toenemende licht van de „zeven tijden”. Op 11 september 2001 omvatte de oproep om terug te keren tot Jeremia’s oude paden en daarin te wandelen met het doel de boodschap van de late regen te verkrijgen, de waarschuwingsboodschap van de zevende bazuin die wordt voorgesteld als de boodschap aan Laodicea, en de „zeven tijden”, die het symbool van de fundamenten zijn.
The “lie” identified by prophecy that produces the strong delusion of Paul’s writings was placed into the third generation of Laodicean Adventism in 1931, sixteen years after the death of the prophetess. The “lie” which arrived in the third generation is prophetically located in the period represented as the “women weeping for Tammuz,” and is therefore associated with the false latter rain message.
De „leugen” die door de profetie wordt aangewezen als de oorzaak van de krachtige dwaling waarover Paulus schrijft, werd in 1931, zestien jaar na de dood van de profetes, in de derde generatie van het Laodiceaanse adventisme ingevoerd. De „leugen” die in de derde generatie haar intrede deed, is profetisch gesitueerd in de periode die wordt voorgesteld als de „vrouwen die om Tammuz wenen”, en wordt daarom in verband gebracht met de valse boodschap van de late regen.
The details of how the “lie” was propagated should be understood, as should the prophetic role of the “lie” in end-time prophecy. The scornful men that rule Jerusalem in the time of the latter rain, which is the time of the sealing of the one hundred and forty-four thousand, created a false latter rain message in the third generation of Adventism, as represented by the “women weeping for Tammuz,” in Ezekiel chapter eight. Their false latter rain message is also represented as a false foundation, a false wall of protection, and a false peace and safety message by Ezekiel.
De bijzonderheden van de wijze waarop de „leugen” werd verbreid, dienen begrepen te worden, evenals de profetische rol van de „leugen” in de profetie van de eindtijd. De spottende mannen die Jeruzalem regeren ten tijde van de late regen, hetgeen de tijd is van de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend, hebben in de derde generatie van het adventisme een valse boodschap van de late regen voortgebracht, voorgesteld door de „vrouwen die om Tammuz weenden” in Ezechiël hoofdstuk acht. Hun valse boodschap van de late regen wordt door Ezechiël eveneens voorgesteld als een vals fundament, een valse beschermingsmuur en een valse boodschap van vrede en veiligheid.
Have ye not seen a vain vision, and have ye not spoken a lying divination, whereas ye say, The Lord saith it; albeit I have not spoken? Therefore thus saith the Lord God; Because ye have spoken vanity, and seen lies, therefore, behold, I am against you, saith the Lord God. And mine hand shall be upon the prophets that see vanity, and that divine lies: they shall not be in the assembly of my people, neither shall they be written in the writing of the house of Israel, neither shall they enter into the land of Israel; and ye shall know that I am the Lord God. Because, even because they have seduced my people, saying, Peace; and there was no peace; and one built up a wall, and, lo, others daubed it with untempered mortar: Say unto them which daub it with untempered mortar, that it shall fall: there shall be an overflowing shower; and ye, O great hailstones, shall fall; and a stormy wind shall rend it. Lo, when the wall is fallen, shall it not be said unto you, Where is the daubing wherewith ye have daubed it? Therefore thus saith the Lord God; I will even rend it with a stormy wind in my fury; and there shall be an overflowing shower in mine anger, and great hailstones in my fury to consume it. So will I break down the wall that ye have daubed with untempered mortar, and bring it down to the ground, so that the foundation thereof shall be discovered, and it shall fall, and ye shall be consumed in the midst thereof: and ye shall know that I am the Lord. Thus will I accomplish my wrath upon the wall, and upon them that have daubed it with untempered mortar, and will say unto you, The wall is no more, neither they that daubed it; To wit, the prophets of Israel which prophesy concerning Jerusalem, and which see visions of peace for her, and there is no peace, saith the Lord God. Ezekiel 13:7–16.
Hebt gij geen ijdel visioen gezien en geen leugenachtige waarzegging gesproken, terwijl gij zegt: De HEERE spreekt het; hoewel Ik niet gesproken heb? Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Omdat gij ijdelheid gesproken en leugen gezien hebt, daarom, zie, Ik ben tegen u, spreekt de Heere HEERE. En Mijn hand zal zijn tegen de profeten die ijdelheid zien en leugen waarzeggen; zij zullen niet zijn in de vergadering van Mijn volk, noch geschreven worden in het register van het huis Israëls, noch in het land Israëls komen; en gij zult weten dat Ik de Heere HEERE ben. Daarom, ja, daarom dat zij Mijn volk verleiden door te zeggen: Vrede; terwijl er geen vrede is; en de een bouwt een muur, en zie, de anderen bestrijken die met loze kalk: Zeg tot hen die met loze kalk bestrijken, dat hij vallen zal; er zal een overstelpende plasregen zijn; en gij, o grote hagelstenen, zult vallen; en een stormwind zal hem splijten. Zie, wanneer de muur gevallen is, zal men dan niet tot u zeggen: Waar is het bestrijksel waarmee gij bestreken hebt? Daarom, zo zegt de Heere HEERE: Ja, Ik zal hem splijten met een stormwind in Mijn grimmigheid; en er zal een overstelpende plasregen zijn in Mijn toorn, en grote hagelstenen in Mijn grimmigheid om hem te verteren. Alzo zal Ik de muur afbreken die gij met loze kalk bestreken hebt, en hem ter aarde neerwerpen, zodat zijn fundament blootgelegd zal worden, en hij zal vallen, en gij zult in het midden daarvan omkomen; en gij zult weten dat Ik de HEERE ben. Zo zal Ik Mijn gramschap volbrengen aan de muur en aan hen die hem met loze kalk bestreken hebben; en Ik zal tot u zeggen: De muur is er niet meer, evenmin zij die hem bestreken hebben; te weten de profeten van Israël die over Jeruzalem profeteren en voor haar visioenen van vrede zien, terwijl er geen vrede is, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 13:7–16.
The falsehood and lies which the scornful men in Jerusalem hide beneath in Isaiah chapters twenty-eight and twenty-nine are ultimately judged and destroyed by the “overflowing scourge.”
De valsheid en de leugens waaronder de spotters in Jeruzalem zich in Jesaja hoofdstuk achtentwintig en negenentwintig verbergen, worden uiteindelijk geoordeeld en vernietigd door de „overstromende gesel”.
Judgment also will I lay to the line, and righteousness to the plummet: and the hail shall sweep away the refuge of lies, and the waters shall overflow the hiding place. And your covenant with death shall be disannulled, and your agreement with hell shall not stand; when the overflowing scourge shall pass through, then ye shall be trodden down by it. Isaiah 28:17, 18.
Ook zal Ik het gericht leggen naar het meetsnoer, en de gerechtigheid naar het paslood; en de hagel zal de toevlucht der leugen wegvagen, en de wateren zullen de schuilplaats overstromen. En uw verbond met de dood zal tenietgedaan worden, en uw overeenkomst met het graf zal geen stand houden; wanneer de overvloeiende gesel zal doortrekken, dan zult gij daardoor vertrapt worden. Jesaja 28:17, 18.
Isaiah’s “overflowing scourge” is Ezekiel’s “overflowing shower,” that is brought upon those who have “divined lies,” by presenting a “vain vision” and by claiming “the Lord saith it,” “albeit” the Lord had “not spoken.” The “lie” that the ancient men hide under is represented as something they claim that the Lord had spoken, so it is a “lie” about God’s Word. Either they have identified a doctrine from God’s Word as error, or they have erroneously claimed that God directed their understanding (God had spoken), upon a doctrine of the Bible.
Jesaja’s „overvloeiende gesel” is Ezechiëls „overvloeiende regenbui”, die gebracht wordt over hen die „leugen hebben waargezegd”, door een „ijdel gezicht” voor te stellen en door te beweren: „de Heere spreekt het”, hoewel de Heere „niet gesproken had”. De „leugen” waaronder de mannen van ouds zich verbergen, wordt voorgesteld als iets waarvan zij beweren dat de Heere het gesproken had; zij is dus een „leugen” aangaande Gods Woord. Ofwel hebben zij een leer uit Gods Woord als dwaling aangemerkt, ofwel hebben zij ten onrechte beweerd dat God hun inzicht aangaande een leer van de Bijbel geleid had (God had gesproken).
The “lie” that arrived in 1931, was a claim that Sister White had endorsed the false view of “the daily,” in the book of Daniel. The false view that “the daily,” represents Christ’s sanctuary ministry was premised upon a “lie” which claimed that in 1910, Ellen White had informed A. G. Daniells that he and Prescott’s view of “the daily,” representing Christ’s sanctuary ministry was actually correct, in spite of her direct written words to the contrary.
De „leugen” die in 1931 opkwam, was de bewering dat zuster White in het boek Daniël de valse opvatting over „het dagelijkse” had onderschreven. De valse opvatting dat „het dagelijkse” de heiligdomsdienst van Christus vertegenwoordigt, was gegrond op een „leugen”, die beweerde dat Ellen White in 1910 A. G. Daniells had meegedeeld dat zijn en Prescotts opvatting van „het dagelijkse” als voorstelling van de heiligdomsdienst van Christus in werkelijkheid juist was, ondanks haar rechtstreekse geschreven woorden die het tegendeel verklaarden.
The false view of “the daily,” that was then (1931) established within Laodicean Adventism, became the theological foundation which was employed to build a message that is described by Ezekiel as “peace and safety.” The various arguments that are employed to uphold the false foundation are the various counterfeit coins and jewels that Miller saw in his dream. By the end of his dream his original jewels are fully covered with counterfeits and rubbish, and the rubbish and counterfeit jewels and coins represent the message that was based upon their foundational error that “the daily” represents Christ’s sanctuary ministry.
De valse opvatting van „het gedurige”, die toen (1931) binnen het Laodiceïsche adventisme werd gevestigd, werd het theologische fundament dat werd gebruikt om een boodschap op te bouwen die door Ezechiël wordt omschreven als „vrede en veiligheid”. De verschillende argumenten die worden aangewend om dat valse fundament te handhaven, zijn de verschillende valse munten en juwelen die Miller in zijn droom zag. Tegen het einde van zijn droom zijn zijn oorspronkelijke juwelen volledig bedekt met vervalsingen en afval, en het afval en de valse juwelen en munten vertegenwoordigen de boodschap die was gebaseerd op hun fundamentele dwaling dat „het gedurige” de heiligdomsdienst van Christus voorstelt.
In Ezekiel’s passage the rubbish and counterfeit jewels is represented as a “wall” that has been built with a cement that is so weak it cannot hold up under the stress of the “stormy wind” or the “overflowing shower.”
In Ezechiëls passage worden het afval en de vervalste juwelen voorgesteld als een „muur” die is opgetrokken met een mortel die zo zwak is dat hij geen stand kan houden onder de druk van de „stormwind” of de „overvloedige regenbui.”
The disobedient prophet from Judah that rebuked Jeroboam, ultimately died between an “ass” and a “lion”. The lion represents Babylon and the ass represents Islam. The two doctrines which Laodicean Adventism cannot see, that are represented by the death of the disobedient prophet are the message of the papacy (the lion), and the message of Islam of the third Woe (the ass).
De ongehoorzame profeet uit Juda die Jerobeam bestrafte, stierf uiteindelijk tussen een „ezel” en een „leeuw”. De leeuw vertegenwoordigt Babylon en de ezel vertegenwoordigt de islam. De twee leerstellingen die het Laodiceïsche adventisme niet kan zien, en die worden voorgesteld door de dood van de ongehoorzame profeet, zijn de boodschap van het pausdom (de leeuw) en de boodschap van de islam van de derde wee (de ezel).
Ezekiel’s “stormy wind,” is a symbol of Isaiah’s “rough wind that is stayed” in “the day of the east wind” in chapter twenty seven. Ezekiel’s “stormy wind” is also the “four winds” of Revelation chapter seven, that are held until God’s servants are sealed. Ezekiel’s “stormy wind” is his message from the “four winds” in chapter thirty-seven, that brings the dead dry bones to life as a mighty army. Ezekiel’s “stormy wind” that brings down the “wall built with untempered mortar,” is the latter rain message of the third Woe.
Ezechiëls „stormwind” is een symbool van Jesaja’s „ruwe wind, die bedwongen wordt” op „de dag van de oostenwind” in hoofdstuk zevenentwintig. Ezechiëls „stormwind” is ook de „vier winden” van Openbaring hoofdstuk zeven, die worden tegengehouden totdat Gods dienstknechten verzegeld zijn. Ezechiëls „stormwind” is zijn boodschap vanuit de „vier winden” in hoofdstuk zevenendertig, die de dode dorre beenderen tot leven brengt als een machtig leger. Ezechiëls „stormwind”, die de „muur, gebouwd met ondeugdelijke kalkmortel,” neerhaalt, is de boodschap van de late regen van het derde Wee.
Ezekiel’s “overflowing shower” is a symbol of the papacy, and more specifically it is the symbol of the period of the Sunday law crisis which begins at the soon-coming Sunday law in the United States. The disobedient prophet from Judah that died between the ass and the lion, represented the death of Laodicean Adventism that takes place between September 11, 2001, at the arrival of the ass (the third woe), and the soon-coming Sunday law (the lion). Laodicean Adventism’s death occurs during the sealing of the one hundred and forty-four thousand that began when the nations were angered, yet held in check on September 11, 2001, and concludes at the soon-coming Sunday law. Their death, as illustrated by the disobedient prophet, is brought about because they returned to the methodology of apostate Protestantism, though they had been directly informed to never return to the “assembly of mockers.”
Ezechiëls „overstromende regenbui” is een symbool van het pausdom, en meer in het bijzonder is zij het symbool van de periode van de zondagwetcrisis die begint met de spoedig komende zondagwet in de Verenigde Staten. De ongehoorzame profeet uit Juda die stierf tussen de ezel en de leeuw, vertegenwoordigde de dood van het Laodiceïsche adventisme die plaatsvindt tussen 11 september 2001, bij de komst van de ezel (de derde wee), en de spoedig komende zondagwet (de leeuw). De dood van het Laodiceïsche adventisme vindt plaats gedurende de verzegeling van de honderdvierenvierenveertigduizend, die begon toen de volken vertoornd waren, maar op 11 september 2001 in bedwang werden gehouden, en eindigt bij de spoedig komende zondagwet. Hun dood, zoals geïllustreerd door de ongehoorzame profeet, wordt teweeggebracht doordat zij terugkeerden tot de methodologie van het afvallige protestantisme, hoewel hun rechtstreeks was meegedeeld nooit terug te keren naar de „vergadering der spotters.”
Their death occurs in the history of the sealing of the one hundred and forty-four thousand. As soon as God’s people are sealed, the destroying angels begin their work. From September 11, 2001 unto the soon-coming Sunday law the judgment of the living is accomplished in God’s church, for judgment begins in Jerusalem, and it begins with the ancient men that were to be the guardians of the people, but who had abandoned their responsibilities over four generations. Those who receive the seal in that period are the ensign that is lifted up to the nations. They are sealed before the soon-coming Sunday law for the only way God’s other flock can be warned is by seeing men and women in the Sunday law crisis who have the seal of God.
Hun dood vindt plaats in de geschiedenis van de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend. Zodra Gods volk verzegeld is, beginnen de verderfengelen hun werk. Van 11 september 2001 tot aan de spoedig komende zondagwet wordt het oordeel over de levenden voltrokken in Gods kerk, want het oordeel begint in Jeruzalem, en het begint met de oude mannen die de wachters van het volk hadden moeten zijn, maar die gedurende vier generaties hun verantwoordelijkheden hadden prijsgegeven. Degenen die in die periode het zegel ontvangen, zijn de banier die voor de volken wordt opgeheven. Zij worden vóór de spoedig komende zondagwet verzegeld, want de enige wijze waarop Gods andere kudde gewaarschuwd kan worden, is door mannen en vrouwen te zien in de crisis van de zondagwet die het zegel van God hebben.
“The work of the Holy Spirit is to convince the world of sin, of righteousness and of judgment. The world can only be warned by seeing those who believe the truth sanctified through the truth, acting upon high and holy principles, showing in a high, elevated sense, the line of demarcation between those who keep the commandments of God, and those who trample them under their feet. The sanctification of the Spirit signalizes the difference between those who have the seal of God, and those who keep a spurious rest-day. When the test comes, it will be clearly shown what the mark of the beast is. It is the keeping of Sunday. Those who after having heard the truth, continue to regard this day as holy, bear the signature of the man of sin, who thought to change times and laws.” Bible Training School, December 1, 1903.
“Het werk van de Heilige Geest is de wereld te overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. De wereld kan slechts worden gewaarschuwd doordat zij hen die de waarheid geloven, geheiligd ziet door de waarheid, handelend naar hoge en heilige beginselen, en in verheven, edele zin de scheidslijn tonend tussen hen die de geboden van God onderhouden en hen die deze met voeten treden. De heiliging door de Geest markeert het verschil tussen hen die het zegel van God hebben en hen die een onechte rustdag onderhouden. Wanneer de beproeving komt, zal duidelijk worden getoond wat het merkteken van het beest is. Het is het onderhouden van de zondag. Zij die, nadat zij de waarheid hebben gehoord, deze dag blijven beschouwen als heilig, dragen het kenteken van de mens der zonde, die meende tijden en wetten te veranderen.” Bible Training School, 1 december 1903.
The death of Laodicean Adventism is accomplished during the history of the latter rain, that began to sprinkle on September 11, 2001, and is poured out without measure at the soon-coming Sunday law, when God has established and then lifts up as an ensign a people who have been sealed for eternity.
De dood van het Laodiceïsche adventisme wordt voltrokken gedurende de geschiedenis van de late regen, die op 11 september 2001 begon te sprenkelen en zonder mate wordt uitgestort bij de spoedig komende zondagwet, wanneer God een volk dat voor de eeuwigheid verzegeld is, heeft opgericht en vervolgens als een banier verheft.
In that period of time, those in Laodicean Adventism that are preparing for, and will receive the mark of the beast, are represented by the twenty-five men bowing to the sun in Ezekiel chapter eight. They are those who have accepted Ezekiel’s false “peace and safety” message, that represents a counterfeit of the true latter rain message, that is being proclaimed by the true watchmen in that history. The foundation of that false latter rain message is the identification that “the daily” in the book of Daniel is a symbol of Christ, when it is actually a symbol of Satan. That false foundational belief is the doctrine that the “scornful men that rule the people of Jerusalem” employ to erect their untempered wall.
In die periode worden degenen in het Laodiceaanse adventisme die zich voorbereiden op, en het merkteken van het beest zullen ontvangen, voorgesteld door de vijfentwintig mannen die zich in Ezechiël hoofdstuk acht voor de zon neerbuigen. Zij zijn het die Ezechiëls valse boodschap van „vrede en veiligheid” hebben aangenomen, die een vervalsing voorstelt van de ware boodschap van de late regen, welke in die geschiedenis door de ware wachters wordt verkondigd. Het fundament van die valse boodschap van de late regen is de identificatie dat „het gedurige” in het boek Daniël een symbool van Christus is, terwijl het in werkelijkheid een symbool van Satan is. Die valse fundamentele overtuiging is de leer die de „spotters die over het volk van Jeruzalem heersen” aanwenden om hun loze wand op te richten.
The identification of “the daily,” as a symbol of Christ was historically put in place by a “lie,” in 1931. From then onward the untempered wall of counterfeit coins and jewels was erected. That “wall” is destined to come down when the dirt brush man arrives to thoroughly purge His floor. That purging is accomplished in the prophetic period of history between the “stormy wind” (the ass of September 11, 2001), and the “overflowing showers” (the lion of the soon-coming Sunday law). In that history the disobedient prophet is slain and buried in the tomb of the false prophet of Bethel. Sister White identifies the “wall” of prophecy as the law of God.
De identificatie van „het dagelijkse” als een symbool van Christus werd historisch gevestigd door een „leugen”, in 1931. Vanaf dat moment werd de onbestreken muur van valse munten en juwelen opgericht. Die „muur” is ertoe bestemd neer te storten wanneer de man met de vuilborstel komt om Zijn dorsvloer grondig te reinigen. Die reiniging wordt volbracht in de profetische periode van de geschiedenis tussen de „stormwind” (de ezel van 11 september 2001) en de „overvloedige regenbuien” (de leeuw van de spoedig komende zondagswet). In die geschiedenis wordt de ongehoorzame profeet gedood en begraven in het graf van de valse profeet van Bethel. Zuster White identificeert de „muur” van de profetie als de wet van God.
“The prophet here describes a people who, in a time of general departure from truth and righteousness, are seeking to restore the principles that are the foundation of the kingdom of God. They are repairers of a breach that has been made in God’s law—the wall that He has placed around His chosen ones for their protection, and obedience to whose precepts of justice, truth, and purity is to be their perpetual safeguard.
„De profeet beschrijft hier een volk dat, in een tijd van algemene afval van waarheid en gerechtigheid, ernaar streeft de beginselen te herstellen die het fundament vormen van het koninkrijk van God. Zij zijn herstellers van een bres die in Gods wet is geslagen — de muur die Hij ter bescherming rondom Zijn uitverkorenen heeft geplaatst, en de gehoorzaamheid aan welker voorschriften van rechtvaardigheid, waarheid en reinheid hun voortdurende bescherming moet zijn.
“In words of unmistakable meaning the prophet points out the specific work of this remnant people who build the wall. ‘If thou turn away thy foot from the Sabbath, from doing thy pleasure on My holy day; and call the Sabbath a delight, the holy of the Lord, honorable; and shalt honor Him, not doing thine own ways, nor finding thine own pleasure, nor speaking thine own words: then shalt thou delight thyself in the Lord; and I will cause thee to ride upon the high places of the earth, and feed thee with the heritage of Jacob thy father: for the mouth of the Lord hath spoken it.’ Isaiah 58:13, 14.” Prophets and Kings, 678.
‘In woorden van onmiskenbare betekenis wijst de profeet op het bijzondere werk van dit overblijfselvolk dat de muur bouwt. “Indien gij uw voet terughoudt van de sabbat, van het doen van uw welgevallen op Mijn heilige dag; en de sabbat een verlustiging noemt, de heilige des Heren, eerwaardig; en Hem eert, niet uw eigen wegen gaande, noch uw eigen welgevallen zoekende, noch uw eigen woorden sprekende: dan zult gij u verlustigen in de Here; en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde, en u voeden met de erfenis van Jakob, uw vader: want de mond des Heren heeft het gesproken.” Jesaja 58:13, 14.’ Prophets and Kings, 678.
The beginning of the fourth generation of Adventism is marked by the publication of a book, as was the beginning of the third generation. The third generation began with the publication of W. W. Prescott’s, The Doctrine of Christ, and that generation ended with the publication of Questions on Doctrine. The Doctrine of Christ presented a gospel that was purposely void of the Millerite prophetic message. Questions on Doctrine presented a gospel that denied the work of sanctification that is accomplished by Christ. The Doctrine of Christ removed the light of the (chazon) vision of prophetic history, and Questions on Doctrine removed the light of the (Mareh) vision of Christ’s “appearance”.
Het begin van de vierde generatie van het adventisme wordt, evenals het begin van de derde generatie, gemarkeerd door de publicatie van een boek. De derde generatie begon met de publicatie van W. W. Prescott’s The Doctrine of Christ, en die generatie eindigde met de publicatie van Questions on Doctrine. The Doctrine of Christ presenteerde een evangelie dat opzettelijk verstoken was van de Milleritische profetische boodschap. Questions on Doctrine presenteerde een evangelie dat het werk der heiliging loochende dat door Christus wordt volbracht. The Doctrine of Christ nam het licht weg van het (chazon)-visioen van de profetische geschiedenis, en Questions on Doctrine nam het licht weg van het (Mareh)-visioen van Christus’ “verschijning”.
In between those two books the false latter rain message represented by the “women weeping for Tammuz” was developed. It was in that history that the “lie of 1931,” was promoted. That third generation (abomination) is also represented by the compromise of the third church of Pergamos. The symbol of compromise in the third church, identifies the work of seeking accreditation from the worldly institutions that dictated rules for theology and rules for medicine. It was in the third generation that the compromise of truth was accomplished, which included the introduction and emphasis on the use of Bibles that had been translated from corrupted manuscripts.
Tussen die twee boeken werd de valse boodschap van de late regen, voorgesteld door de „vrouwen die om Tammuz weenden”, ontwikkeld. In die geschiedenis werd de „leugen van 1931” bevorderd. Die derde generatie (gruwel) wordt eveneens voorgesteld door het compromis van de derde gemeente van Pergamos. Het symbool van compromis in de derde gemeente duidt op het werk van het zoeken naar accreditatie bij de wereldse instellingen die regels voor de theologie en regels voor de geneeskunde voorschreven. Het was in de derde generatie dat het compromis met de waarheid tot stand werd gebracht, waaronder de invoering en nadruk op het gebruik van Bijbels die uit verdorven handschriften waren vertaald.
In 1957, the book Questions on Doctrine, represented a capitulation of the primary truth of the gospel. That truth being Jesus died to save us “from” sin, but he did not die to save us “in” sin. The Catholic and apostate Protestant teaching that a man cannot be obedient to God’s Word is Satan’s eternal argument. Man can, and must be obedient to God’s Word, even if Satan claims that “thou shall not surely die.” The fallen apostate Protestant view that men cannot overcome sin, and therefore men cannot be obedient to God’s law until Jesus magically transforms them into obedient robots at His second coming, was incorporated into the teachings of the book Questions on Doctrine.
In 1957 betekende het boek *Questions on Doctrine* een capitulatie ten aanzien van de primaire waarheid van het evangelie. Die waarheid is dat Jezus stierf om ons “van” de zonde te redden, maar Hij stierf niet om ons “in” de zonde te redden. De katholieke en afvallig-protestantse leer dat een mens niet gehoorzaam kan zijn aan Gods Woord, is Satans eeuwige argument. De mens kan, en moet, gehoorzaam zijn aan Gods Woord, zelfs indien Satan beweert dat “gij geenszins zult sterven.” De gevallen, afvallig-protestantse opvatting dat mensen de zonde niet kunnen overwinnen, en dat zij daarom niet gehoorzaam kunnen zijn aan Gods wet totdat Jezus hen bij Zijn wederkomst op magische wijze verandert in gehoorzame robots, werd opgenomen in de leringen van het boek *Questions on Doctrine*.
In 1957, the fourth generation of Laodicean Adventism began, and its untempered wall (law), had been established, thus providing the logic that will allow the twenty-five ancient men to bow to the sun at the conclusion of the time of the sealing of the one hundred and forty-four thousand. That untempered wall, which is the belief that keeping the law of God is impossible, is swept away when the “wall” of separation of Church and State is removed, at the soon-coming Sunday law. The Sunday law is the overflowing showers, or as Isaiah expresses it, it is the overflowing scourge, and that flood begins at the soon-coming Sunday law in the United States.
In 1957 begon de vierde generatie van het Laodicese adventisme, en haar ongetemperde muur (wet) was opgericht, en verschafte aldus de logica die het de vijfentwintig oude mannen mogelijk zal maken zich neer te buigen voor de zon aan het einde van de tijd van de verzegeling van de honderdvierendertigduizend. Die ongetemperde muur, die de overtuiging is dat het onmogelijk is de wet van God te houden, wordt weggevaagd wanneer de „muur” van scheiding tussen Kerk en Staat wordt weggenomen, bij de spoedig komende zondagswet. De zondagswet is de overstromende regenbuien, of zoals Jesaja het uitdrukt, zij is de overvloeiende gesel, en die vloed begint bij de spoedig komende zondagswet in de Verenigde Staten.
At the Sunday law in the United States the enemy (the pope) comes in “as a flood” (the overflowing scourge), and it is then that “the ensign” is lifted up against him. It is then that the “untempered wall” that Laodicean Adventism erected upon the false application of “the daily” is swept away.
Bij de zondagswet in de Verenigde Staten komt de vijand (de paus) binnen „als een overstromende vloed” (de overvloeiende gesel), en dan is het dat „de banier” tegen hem wordt opgeheven. Dan wordt de „onbestreken muur” die het Laodiceïsche adventisme heeft opgericht op de valse toepassing van „het gedurige”, weggevaagd.
According to their deeds, accordingly he will repay, fury to his adversaries, recompense to his enemies; to the islands he will repay recompense. So shall they fear the name of the Lord from the west, and his glory from the rising of the sun. When the enemy shall come in like a flood, the Spirit of the Lord shall lift up a standard against him. And the Redeemer shall come to Zion, and unto them that turn from transgression in Jacob, saith the Lord. As for me, this is my covenant with them, saith the Lord; My spirit that is upon thee, and my words which I have put in thy mouth, shall not depart out of thy mouth, nor out of the mouth of thy seed, nor out of the mouth of thy seed’s seed, saith the Lord, from henceforth and forever. Arise, shine; for thy light is come, and the glory of the Lord is risen upon thee. For, behold, the darkness shall cover the earth, and gross darkness the people: but the Lord shall arise upon thee, and his glory shall be seen upon thee. And the Gentiles shall come to thy light, and kings to the brightness of thy rising. Isaiah 59:18–60:3.
Naar hun daden, dienovereenkomstig zal Hij vergelden, grimmigheid aan zijn tegenstanders, vergelding aan zijn vijanden; aan de eilanden zal Hij vergelding doen toekomen. Dan zullen zij de naam des Heren vrezen van het westen af, en zijn heerlijkheid van de opgang der zon. Wanneer de vijand zal komen als een stroom, zal de Geest des Heren een banier tegen hem oprichten. En de Verlosser zal tot Sion komen, en tot hen die zich van overtreding bekeren in Jakob, zegt de Here. Wat Mij aangaat, dit is mijn verbond met hen, zegt de Here: Mijn Geest, die op u is, en mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, zullen uit uw mond niet wijken, noch uit de mond van uw zaad, noch uit de mond van het zaad van uw zaad, zegt de Here, van nu aan tot in eeuwigheid. Sta op, word verlicht; want uw licht komt, en de heerlijkheid des Heren gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken, en donkerheid de volken; maar over u zal de Here opgaan, en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En de heidenvolken zullen tot uw licht komen, en koningen tot de glans van uw opgang. Jesaja 59:18–60:3.
The Gentiles come to the light when God’s glory is upon His people, and this occurs when the enemy comes in as a flood. When that enemy comes in God lifts up a standard (ensign) against him. The glory of the Lord that is upon those people who the Gentiles respond to, is His character, and His character does not sin. It is a false peace and safety message that teaches that men and women cannot overcome sin. That message is a false latter rain message that is proclaimed during the time of the true latter rain message, which arrived on September 11, 2001. That false message is a false message concerning God’s law, which is the “wall.” That false doctrine is represented in the book Questions on Doctrine, that marked the arrival of Laodicean Adventism’s fourth and final generation.
De heidenen komen tot het licht wanneer Gods heerlijkheid op Zijn volk rust, en dit geschiedt wanneer de vijand binnenkomt als een vloed. Wanneer die vijand binnenkomt, richt God een banier tegen hem op. De heerlijkheid des Heeren die rust op dat volk waarop de heidenen reageren, is Zijn karakter, en Zijn karakter zondigt niet. Het is een valse boodschap van vrede en veiligheid die leert dat mannen en vrouwen de zonde niet kunnen overwinnen. Die boodschap is een valse boodschap van de late regen, die wordt verkondigd gedurende de tijd van de ware boodschap van de late regen, die op 11 september 2001 aanbrak. Die valse boodschap is een valse boodschap betreffende Gods wet, die de „muur” is. Die valse leer wordt voorgesteld in het boek Questions on Doctrine, dat de komst markeerde van de vierde en laatste generatie van het Laodicese adventisme.
On September 11, 2001, the four rebellions of Laodicean Adventism arrived to test that final generation with the sins of their fathers. On that date God directed His people to return to Jeremiah’s old paths, that they might understand and accept the foundational message represented as Miller’s jewels. If they did so, they would find the latter rain, which Jeremiah called the “rest.” The call to return to the old paths was a repetition of the test that produced the rebellion of 1863.
Op 11 september 2001 kwamen de vier opstanden van het Laodiceaanse adventisme om dat laatste geslacht te beproeven met de zonden van hun vaderen. Op die datum leidde God Zijn volk terug naar Jeremia’s oude paden, opdat zij de fundamentele boodschap, voorgesteld als Millers juwelen, zouden begrijpen en aanvaarden. Indien zij dit deden, zouden zij de late regen vinden, die Jeremia de „rust” noemde. De oproep om terug te keren naar de oude paden was een herhaling van de beproeving die de opstand van 1863 voortbracht.
On September 11, 2001, which is Isaiah’s “day of the east and rough wind” the “song of the vineyard” was to be sung, by those who in Revelation chapter fourteen, verse three and also in chapter fifteen, verse three sing the song of Moses and the Lamb. That song is the Laodicean message that identifies that the former chosen people were then being passed by, for God was then in the process of giving His vineyard to men and women that would bring forth the intended fruits of the vineyard. That vineyard message is the message to Laodicea, which was the message presented by Jones and Waggoner at the rebellion of 1888.
Op 11 september 2001, dat Jesaja’s „dag van de oostenwind en van de hevige wind” is, moest het „lied van de wijngaard” gezongen worden door hen die in Openbaring hoofdstuk veertien, vers drie, en ook in hoofdstuk vijftien, vers drie, het lied van Mozes en van het Lam zingen. Dat lied is de boodschap aan Laodicea, die aanwijst dat het voorheen uitverkoren volk toen werd voorbijgegaan, want God was toen bezig Zijn wijngaard te geven aan mannen en vrouwen die de bedoelde vruchten van de wijngaard zouden voortbrengen. Die wijngaardboodschap is de boodschap aan Laodicea, welke de boodschap was die door Jones en Waggoner werd gebracht ten tijde van de opstand van 1888.
On September 11, 2001, the latter rain began, and in the debate of Habakkuk chapter two it identifies a class who presented the message of the two tables, for they had returned to Jeremiah’s old paths and were receiving the “rest and refreshing,” that Isaiah identifies is brought upon those whose methodology is “line upon line.” The debate they were involved in was in opposition to a false latter rain message, represented by the “women weeping for Tammuz,” which encouraged the sleeping Laodicean people with a peace and safety message.
Op 11 september 2001 begon de late regen, en in de tweespraak van Habakuk hoofdstuk twee wordt een klasse aangewezen die de boodschap van de twee tafelen bracht; want zij waren teruggekeerd tot de oude paden van Jeremia en ontvingen de „rust en verkwikking” waarvan Jesaja aangeeft dat die wordt gebracht over hen wier methode „regel op regel” is. De tweespraak waarbij zij betrokken waren, stond tegenover een valse boodschap van de late regen, voorgesteld door de „vrouwen die om Tammuz weenden”, welke het slapende Laodiceïsche volk aanmoedigde met een boodschap van vrede en veiligheid.
The peace and safety message claims that it is impossible for men and women not to sin, and therefore God can and will only justify them “in” their sins. The scornful men claim their peace and safety message is the true message of justification by faith, that Jones and Waggoner presented, but it leaves off the truth that he who God justifies, He also sanctifies, for God did not die to save people in their sins, but from their sins.
De boodschap van vrede en veiligheid beweert dat het voor mannen en vrouwen onmogelijk is niet te zondigen, en daarom kan en zal God hen slechts „in” hun zonden rechtvaardigen. De spottende mannen beweren dat hun boodschap van vrede en veiligheid de ware boodschap van rechtvaardiging door het geloof is, die Jones en Waggoner hebben gebracht, maar zij laat de waarheid buiten beschouwing dat wie God rechtvaardigt, Hij ook heiligt; want God is niet gestorven om mensen in hun zonden te redden, maar van hun zonden.
September 11, 2001, marked the beginning of the period of the sealing of the one hundred and forty-four thousand that concludes with one class receiving the seal of God, as represented by those who sigh and cry for the abominations in the church and in the land, and another class that have turned their backs upon the temple, where the final work of the third angel is being accomplished, and they are bowing to the sun. The history of the Millerites illustrates the history of the movement of the third angel, and in so doing the climax is about the message of the latter rain, and the experience it produces in those who choose to eat.
11 september 2001 markeerde het begin van de periode van de verzegeling van de honderdvierendertigduizend, die eindigt met één klasse die het zegel van God ontvangt, zoals voorgesteld door hen die zuchten en kermen over de gruwelen in de kerk en in het land, en een andere klasse die zich met de rug naar de tempel heeft gekeerd, waar het laatste werk van de derde engel wordt volbracht, en zij buigen zich neer voor de zon. De geschiedenis van de Millerieten illustreert de geschiedenis van de beweging van de derde engel, en aldus gaat het hoogtepunt over de boodschap van de late regen en de ervaring die zij voortbrengt in hen die ervoor kiezen te eten.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.
“An unwillingness to yield up preconceived opinions, and to accept this truth, lay at the foundation of a large share of the opposition manifested at Minneapolis against the Lord’s message through Brethren Waggoner and Jones. By exciting that opposition Satan succeeded in shutting away from our people, in a great measure, the special power of the Holy Spirit that God longed to impart to them. The enemy prevented them from obtaining that efficiency which might have been theirs in carrying the truth to the world, as the apostles proclaimed it after the day of Pentecost. The light that is to lighten the whole earth with its glory was resisted, and by the action of our own brethren has been in a great degree kept away from the world.” Selected Messages, book 1, 235.
“Een onwil om vooropgezette opvattingen prijs te geven en deze waarheid te aanvaarden, lag ten grondslag aan een groot deel van de tegenstand die te Minneapolis tegen de boodschap van de Heer door de broeders Waggoner en Jones aan het licht kwam. Door die tegenstand op te wekken slaagde Satan erin om aan ons volk, in grote mate, de bijzondere kracht van de Heilige Geest te onthouden die God hun zo vurig verlangde te schenken. De vijand verhinderde hun die doeltreffendheid te verkrijgen die de hunne had kunnen zijn bij het uitdragen van de waarheid naar de wereld, zoals de apostelen die verkondigden na de dag van Pinksteren. Het licht dat de gehele aarde met zijn heerlijkheid moet verlichten, werd weerstaan en is door het handelen van onze eigen broeders in grote mate van de wereld weggehouden.” Selected Messages, boek 1, 235.