If you looked closely at the last passage in the previous article, you will have looked at the original source of the passage that is found in the book Early Writings, which A. G. Daniells claims to have taken with him in his interview on the subject of “the daily” with Sister White in 1910. Those who were working to establish the “lie” that “the daily,” represents Christ’s sanctuary ministry needed to undermine Sister White’s direct and clear endorsement of the correct view being given to those who gave the judgment hour cry. The “lie” they invented was that the only warning Sister White was being specific about was the warning of time setting. That is what Arthur White works to establish in his biography, and it is what his father, Ellen White’s son, and Daniells were trying to prove by the invented interview.

Als u nauwlettend naar de laatste passage in het vorige artikel hebt gekeken, dan hebt u de oorspronkelijke bron van de passage gezien die te vinden is in het boek Early Writings, waarvan A. G. Daniells beweert dat hij die had meegenomen naar zijn onderhoud over “het dagelijks” met Zuster White in 1910. Degenen die eraan werkten de “leugen” te vestigen dat “het dagelijks” de heiligdomsdienst van Christus voorstelt, moesten Zuster Whites rechtstreekse en duidelijke bekrachtiging van de juiste zienswijze, zoals die werd verkondigd door hen die de roep van het uur van het oordeel brachten, ondermijnen. De “leugen” die zij verzonnen, was dat de enige waarschuwing waarover Zuster White specifiek was, de waarschuwing tegen tijdzetting was. Dat is wat Arthur White in zijn biografie tracht te onderbouwen, en het is wat zijn vader, de zoon van Ellen White, en Daniells met het verzonnen onderhoud probeerden te bewijzen.

As already noted, there is no record of any interview between Sister White and Daniells on the subject of “the daily.” The supposed interview was proposed in 1931. If Sister White had endorsed Daniells fallen view of “the daily” at an interview in 1910, why would he, someone Sister White identified was zealous to promote his view, keep silent about her endorsement for twenty-one years? It wasn’t an interview, it was an invention.

Zoals reeds is opgemerkt, bestaat er geen verslag van enig onderhoud tussen Zuster White en Daniells over het onderwerp van „het dagelijkse”. Het vermeende onderhoud werd in 1931 naar voren gebracht. Indien Zuster White tijdens een onderhoud in 1910 Daniells’ afgevallen opvatting van „het dagelijkse” had onderschreven, waarom zou hij dan, iemand van wie Zuster White aangaf dat hij ijverig was om zijn opvatting te bevorderen, eenentwintig jaar lang zwijgen over haar instemming? Het was geen onderhoud; het was een verzinsel.

The invention of the interview sought to place the context of her statement of “the daily” as if it was something that was incidental to her warning against time setting, and Arthur White placed his fingerprints on the lie in the fashion he presented in the history of 1931. As a Christian he should have simply reported the history, and left historical revisionism out of the equation. We ended the last article with the passage from 1850, that the passage in Early Writings is derived from. The statement first appeared in 1850, in the Review, and then again in the book Experience and Views. The third time it appears is in the book Early Writings, but in its evolution to the book Early Writings certain changes occurred. However, we would not say that many of the Spirit of Prophecy writings have been changed as some claim in their effort to discredit her work.

De uitvinding van het interview was erop gericht de context van haar uitspraak over „het dagelijkse” zo voor te stellen alsof dit slechts bijkomstig was aan haar waarschuwing tegen tijdsbepaling, en Arthur White heeft zijn vingerafdrukken op die leugen achtergelaten in de wijze waarop hij de geschiedenis van 1931 heeft gepresenteerd. Als christen had hij eenvoudigweg de geschiedenis behoren weer te geven en het historische revisionisme buiten beschouwing te laten. Wij besloten het vorige artikel met de passage uit 1850, waarvan de passage in Early Writings is afgeleid. De verklaring verscheen voor het eerst in 1850 in de Review, en vervolgens opnieuw in het boek Experience and Views. De derde maal dat zij verschijnt, is in het boek Early Writings, maar in haar ontwikkeling tot het boek Early Writings hebben zich bepaalde veranderingen voorgedaan. Toch zouden wij niet zeggen dat vele van de geschriften van de Geest der Profetie zijn veranderd, zoals sommigen beweren in hun poging haar werk in diskrediet te brengen.

The Lord showed me that the 1843 chart was directed by his hand, and that no part of it should be altered; that the figures were as he wanted them. That his hand was over and hid a mistake in some of the figures, so that none could see it, until his hand was removed.

“De Heer toonde mij dat de kaart van 1843 door zijn hand werd geleid, en dat geen enkel deel ervan veranderd mocht worden; dat de cijfers waren zoals Hij ze hebben wilde. Dat zijn hand erover was en een vergissing in sommige van de cijfers verborg, zodat niemand die kon zien, totdat zijn hand werd weggenomen.

Then I saw in relation to the ‘Daily,’ that the word ‘sacrifice’ was supplied by man’s wisdom, and does not belong to the text; and that the Lord gave the correct view of it to those who gave the judgment hour cry. When union existed, before 1844, nearly all were united on the correct view of the ‘Daily;’ but since 1844, in the confusion, other views have been embraced, and darkness and confusion has followed.” Review and Herald, November 1, 1850.

“Toen zag ik met betrekking tot het ‘Dagelijksche’, dat het woord ‘offer’ door menselijke wijsheid is toegevoegd en niet tot de tekst behoort; en dat de Heere hun die het roepen van het uur des oordeels verkondigden, het juiste inzicht daarin heeft gegeven. Toen er eenheid bestond, vóór 1844, waren bijna allen verenigd in de juiste opvatting van het ‘Dagelijksche’; maar sinds 1844 zijn in de verwarring andere zienswijzen aangenomen, en duisternis en verwarring zijn daarop gevolgd.” Review and Herald, 1 november 1850.

This passage was originally in the publication titled The Present Truth from 1849, but it was printed in the Review and Herald in November, 1850. In the original manuscript Sister White directly states that she is writing out several things which the Lord had recently shown her, and as you read the entire article you will see many subjects addressed. There are about twenty various subjects that she was shown. The point is that in the original article the subject of “the daily,” and the subject of “time setting” were two different revelations of things she was shown.

Deze passage stond oorspronkelijk in de publicatie getiteld The Present Truth uit 1849, maar werd in november 1850 afgedrukt in de Review and Herald. In het oorspronkelijke manuscript verklaart Zuster White rechtstreeks dat zij verscheidene dingen opschrijft die de Heere haar onlangs had getoond, en wanneer u het gehele artikel leest, zult u zien dat daarin vele onderwerpen worden behandeld. Er zijn ongeveer twintig verschillende onderwerpen die haar werden getoond. Het punt is dat in het oorspronkelijke artikel het onderwerp van „het dagelijkse” en het onderwerp van „tijdsbepaling” twee verschillende openbaringen waren van dingen die haar werden getoond.

In the original manuscript they were identified in different paragraphs. When the passage was reprinted in Experience and Views the editors combined the paragraph where Sister White upholds the pioneer view of “the daily,” with the following paragraph that warns against time setting. As you read the original, take note that emphasis is placed upon some subjects through Capitalization. In the paragraph where she endorses the pioneer view of “the daily,” she Capitalizes the word Daily, and in the next paragraph she Capitalizes the word Time, thus marking a direct distinction between the two subjects she was shown.

In het oorspronkelijke manuscript werden zij in verschillende alinea’s aangeduid. Toen de passage opnieuw werd afgedrukt in Experience and Views, voegden de redacteuren de alinea waarin Zuster White de pioniersopvatting van „het dagelijks” handhaaft, samen met de daaropvolgende alinea die waarschuwt tegen tijdsbepaling. Terwijl u het origineel leest, dient u erop te letten dat op sommige onderwerpen nadruk wordt gelegd door middel van hoofdletters. In de alinea waarin zij de pioniersopvatting van „het dagelijks” onderschrijft, schrijft zij het woord Daily met een hoofdletter, en in de volgende alinea schrijft zij het woord Time met een hoofdletter, waarmee zij een rechtstreeks onderscheid aanduidt tussen de twee onderwerpen die haar werden getoond.

“Dear Brethren and Sisters,

„Geliefde broeders en zusters,

“I wish to give you a short sketch of what the Lord has recently shown to me in vision. I was shown the loveliness of Jesus, and the love that the angels have for one another. Said the angel—Can ye not behold their love?—follow it. Just so God’s people must love one another. Rather let blame fall on thyself than on a brother. I saw that the message ‘sell that ye have and give alms’ had not been given, by some, in its clear light; that the true object of the words of our Saviour had not been clearly presented. I saw that the object of selling was not to give to those who are able to labor and support themselves; but to spread the truth. It is a sin to support and indulge those who are able to labor, in idleness. Some have been zealous to attend all the meetings; not to glorify God, but for the ‘loaves and fishes.’ Such had much better been at home laboring with their hands, ‘the thing that is good,’ to supply the wants of their families, and to have something to give to sustain the precious cause of present truth.

„Ik wens u een korte schets te geven van hetgeen de Heere mij onlangs in een visioen heeft getoond. Mij werd de lieflijkheid van Jezus getoond, en de liefde die de engelen voor elkander hebben. De engel zeide: Kunt gij hun liefde niet aanschouwen?—volgt haar na. Zo moeten ook Gods volk elkander liefhebben. Laat liever de blaam op uzelf vallen dan op een broeder. Ik zag dat de boodschap: ‘verkoopt hetgeen gij hebt en geeft aalmoezen’ door sommigen niet in haar helder licht was gegeven; dat het ware doel van de woorden van onze Heiland niet duidelijk was voorgesteld. Ik zag dat het doel van het verkopen niet was om te geven aan hen die in staat zijn te arbeiden en in hun eigen onderhoud te voorzien, maar om de waarheid te verbreiden. Het is zonde hen die kunnen arbeiden in ledigheid te onderhouden en te begunstigen. Sommigen zijn ijverig geweest om alle samenkomsten bij te wonen; niet om God te verheerlijken, maar om de ‘broden en de vissen.’ Zulken zouden veel beter thuis kunnen zijn, werkende met hun handen aan ‘hetgeen goed is,’ om in de behoeften van hun gezinnen te voorzien en iets te hebben om te geven tot ondersteuning van de dierbare zaak der tegenwoordige waarheid.

“Some, I saw, had erred in praying for the sick to be healed before unbelievers. If any among us are sick, and call for the elders of the church to pray over them, according to James 5:14, 15, we should follow the example of Jesus. He put unbelievers out of the room, then healed the sick; so we should seek to be separated from the unbelief of those who have not faith, when we pray for the sick among us.

“Sommigen, zo zag ik, hadden gedwaald door te bidden dat de zieken genezen zouden worden in tegenwoordigheid van ongelovigen. Indien iemand onder ons ziek is en de oudsten van de gemeente roept om over hem te bidden, overeenkomstig Jakobus 5:14, 15, dan behoren wij het voorbeeld van Jezus te volgen. Hij zond de ongelovigen de kamer uit en genas daarna de zieke; zo behoren ook wij ernaar te streven afgescheiden te zijn van het ongeloof van hen die geen geloof hebben, wanneer wij bidden voor de zieken in ons midden.

Then I was pointed back to the time that Jesus took his disciples away alone, into an upper room, and first washed their feet, and then gave them to eat of the broken bread, to represent his broken body, and juice of the vine to represent his spilled blood. I saw that all should move understandingly, and follow the example of Jesus in these things, and when attending to these ordinances, should be as separate from unbelievers as possible.

„Toen werd mijn aandacht teruggeleid naar de tijd waarin Jezus Zijn discipelen afzonderde, in een bovenzaal, en eerst hun voeten waste, en hun daarna te eten gaf van het gebroken brood, als zinnebeeld van Zijn gebroken lichaam, en van het sap van de wijnstok als zinnebeeld van Zijn vergoten bloed. Ik zag dat allen hierin met begrip te werk behoren te gaan en het voorbeeld van Jezus in deze dingen behoren te volgen, en dat zij, wanneer zij deze instellingen onderhouden, zich zoveel mogelijk van ongelovigen behoren af te zonderen.

Then I was shown that the seven last plagues will be poured out, after Jesus leaves the Sanctuary. Said the angel—It is the wrath of God and the Lamb that causes the destruction or death of the wicked. At the voice of God the saints will be mighty and terrible as an army with banners; but they will not then execute the judgment written. The execution of the judgment will be at the close of the 1000 years.

“Toen werd mij getoond dat de zeven laatste plagen zullen worden uitgestort nadat Jezus het Heiligdom heeft verlaten. De engel zei—Het is de toorn van God en van het Lam die de vernietiging of dood van de goddelozen veroorzaakt. Bij de stem van God zullen de heiligen machtig en geducht zijn als een leger met banieren; maar zij zullen dan het geschreven oordeel niet voltrekken. De voltrekking van het oordeel zal plaatsvinden aan het einde van de 1000 jaar.

“After the saints are changed to immortality, and are caught up together, and receive their harps, crowns, &c., and enter the Holy City, Jesus and the saints set in judgment. The books are opened, the book of life and the book of death; the book of life contains the good deeds of the saints, and the book of death contains the evil deeds of the wicked. These books were compared with the Statute book, the Bible, and according to that they were judged. The saints in unison with Jesus pass their judgment upon the wicked dead. Behold ye! said the angel, the saints sit in judgment, in unison with Jesus, and mete out to each of the wicked, according to the deeds done in the body, and it is set off against their names what they must receive, at the execution of the judgment. This, I saw, was the work of the saints with Jesus, in the Holy City before it descends to the earth, through the 1000 years. Then at the close of the 1000 years, Jesus, and the angels, and all the saints with him, leaves the Holy City, and while he is descending to the earth with them, the wicked dead are raised, and then the very men that ‘pierced him,’ being raised, will see him afar off in all his glory, the angels and saints with him, and will wail because of him. They will see the prints of the nails in his hands, and in his feet, and where they thrust the spear into his side. The prints of the nails and the spear will then be his glory. It is at the close of the 1000 years that Jesus stands upon the Mount of Olives, and the Mount parts asunder, and it becomes a mighty plain, and those who flee at that time are the wicked, that have just been raised. Then the Holy City comes down and settles on the plain.

“Nadat de heiligen tot onsterfelijkheid zijn veranderd, en tezamen zijn opgenomen, en hun harpen, kronen, enz. hebben ontvangen, en de Heilige Stad zijn binnengegaan, zetten Jezus en de heiligen zich ten oordeel. De boeken worden geopend, het boek des levens en het boek des doods; het boek des levens bevat de goede daden van de heiligen, en het boek des doods bevat de boze daden van de goddelozen. Deze boeken werden vergeleken met het Wetboek, de Bijbel, en overeenkomstig dat werden zij geoordeeld. De heiligen vellen in eenheid met Jezus hun oordeel over de goddeloze doden. Ziet! zei de engel, de heiligen zitten in het oordeel, in eenheid met Jezus, en meten aan ieder van de goddelozen toe naar de daden die in het lichaam gedaan zijn, en bij hun namen wordt aangetekend wat zij moeten ontvangen bij de voltrekking van het oordeel. Dit, zag ik, was het werk van de heiligen met Jezus, in de Heilige Stad voordat zij in de loop van de 1000 jaren neerdaalt naar de aarde. Dan, aan het einde van de 1000 jaren, verlaten Jezus en de engelen en al de heiligen met Hem de Heilige Stad, en terwijl Hij met hen neerdaalt naar de aarde, worden de goddeloze doden opgewekt, en dan zullen juist de mannen die ‘Hem doorstoken hebben’, wanneer zij opgewekt zijn, Hem van verre zien in al Zijn heerlijkheid, met de engelen en de heiligen bij Hem, en zij zullen over Hem weeklagen. Zij zullen de afdrukken van de nagelen in Zijn handen en in Zijn voeten zien, en waar zij de speer in Zijn zijde hebben gestoken. De afdrukken van de nagelen en van de speer zullen dan Zijn heerlijkheid zijn. Het is aan het einde van de 1000 jaren dat Jezus op de Olijfberg staat, en de berg splijt middendoor, en hij wordt tot een machtige vlakte, en degenen die in die tijd vluchten zijn de goddelozen die zojuist zijn opgewekt. Dan daalt de Heilige Stad neer en vestigt zich op de vlakte.”

“Then Satan imbues the wicked, that have been raised, with his spirit. He flatters them that the army in the City is small, and that his army is large, and that they can overcome the saints and take the City. While Satan was rallying his army, the saints were in the City, beholding the beauty and glory of the Paradise of God. Jesus was at their head, leading them. All at once the lovely Saviour was gone from our company; but soon we heard his lovely voice, saying, ‘Come ye blessed of my Father inherit the kingdom prepared for you from the foundation of the world.’ We gathered about Jesus, and just as he closed the gates of the City, the curse was pronounced upon the wicked. The gates were shut. Then the saints used their wings and mounted to the top of the wall of the City. Jesus was also with them; his crown looked brilliant and glorious. It was a crown within a crown, seven in number. The crowns of the saints were of the most pure gold, decked with stars. Their faces shone with glory, for they were in the express image of Jesus; and as they arose, and moved all together to the top of the City, I was enraptured with the sight.

“Toen vervulde Satan de goddelozen, die waren opgewekt, met zijn geest. Hij vleide hen met de gedachte dat het leger in de Stad klein was en dat zijn leger groot was, en dat zij de heiligen konden overwinnen en de Stad innemen. Terwijl Satan zijn leger verzamelde, waren de heiligen in de Stad en aanschouwden zij de schoonheid en heerlijkheid van het Paradijs Gods. Jezus stond aan hun hoofd en leidde hen. Plotseling was de liefelijke Heiland uit ons midden verdwenen; maar weldra hoorden wij zijn liefelijke stem, zeggende: ‘Komt, gij gezegenden van Mijn Vader, beërft het koninkrijk dat voor u bereid is van de grondlegging der wereld af.’ Wij verzamelden ons om Jezus heen, en juist toen Hij de poorten van de Stad sloot, werd de vloek over de goddelozen uitgesproken. De poorten werden gesloten. Toen gebruikten de heiligen hun vleugels en stegen op naar de top van de muur van de Stad. Jezus was ook bij hen; zijn kroon zag er schitterend en heerlijk uit. Het was een kroon binnen een kroon, zeven in getal. De kronen van de heiligen waren van het zuiverste goud, versierd met sterren. Hun gezichten straalden van heerlijkheid, want zij waren het uitgedrukte beeld van Jezus; en toen zij oprezen en zich allen tezamen naar de top van de Stad bewogen, was ik verrukt bij het aanschouwen van dit tafereel.

“Then the wicked saw what they had lost; and fire was breathed from God upon them, and consumed them. This was the Execution of the Judgment. The wicked then received according as the saints in unison with Jesus had meted out to them during the 1000 years. The same fire from God that consumed the wicked, purified the whole earth. The broken ragged mountains melted with fervent heat, the atmosphere, also, and all the stubble was consumed. Then our inheritance opened before us, glorious and beautiful, and we inherited the whole earth made new. We all shouted with a loud voice, Glory, Alleluia.

“Toen zagen de goddelozen wat zij hadden verloren; en vuur werd door God op hen geademd en verteerde hen. Dit was de voltrekking van het oordeel. De goddelozen ontvingen toen overeenkomstig hetgeen de heiligen in eenheid met Jezus hun gedurende de 1000 jaren hadden toegemeten. Datzelfde vuur van God dat de goddelozen verteerde, louterde de gehele aarde. De gebroken, ruwe bergen versmolten in gloeiende hitte, ook de dampkring, en al het stoppel werd verteerd. Toen lag onze erfenis vóór ons open, heerlijk en schoon, en wij beërfden de gehele aarde, vernieuwd. Wij riepen allen met luide stem: Glorie, Halleluja.”

I also saw that the shepherds should consult those in whom they have reason to have confidence, those who have been in all the messages, and are firm in all the present truth, before they advocate any new point of importance, which they may think the Bible sustains. Then the shepherds will be perfectly united, and the union of the shepherds will be felt by the church. Such a course I saw would prevent unhappy divisions, and then there would be no danger of the precious flock being divided, and the sheep scattered, without a shepherd.

„Ik zag ook dat de herders te rade behoren te gaan met hen in wie zij reden hebben vertrouwen te stellen, met hen die in al de boodschappen hebben gestaan en vast zijn in al de tegenwoordige waarheid, voordat zij enig nieuw belangrijk punt bepleiten waarvan zij menen dat de Bijbel het ondersteunt. Dan zullen de herders volkomen verenigd zijn, en de eenheid van de herders zal door de gemeente worden gevoeld. Ik zag dat zulk een handelwijze ongelukkige verdeeldheden zou voorkomen, en dan zou er geen gevaar zijn dat de kostbare kudde verdeeld en de schapen verstrooid zouden worden, zonder een herder.״

September 23d, the Lord showed me that he had stretched out his hand the second time to recover the remnant of his people, and that efforts must be redoubled in this gathering time. In the scattering time Israel was smitten and torn; but now in the gathering time God will heal and bind up his people. In the scattering, efforts made to spread the truth had but little effect, accomplished but little or nothing; but in the gathering when God has set his hand to gather his people, efforts to spread the truth will have their designed effect. All should be united and zealous in the work. I saw that it was a shame for any to refer to the scattering for examples to govern us now in the gathering; for if God does no more for us now than he did then, Israel would never be gathered. It is as necessary that the truth should be published in a paper, as preached.

„23 september toonde de Heer mij dat Hij voor de tweede maal zijn hand had uitgestrekt om het overblijfsel van zijn volk te herstellen, en dat de inspanningen in deze tijd van verzameling verdubbeld moesten worden. In de tijd van verstrooiing werd Israël geslagen en verscheurd; maar nu, in de tijd van verzameling, zal God zijn volk genezen en verbinden. In de verstrooiing hadden de inspanningen die werden gedaan om de waarheid te verbreiden slechts weinig uitwerking, brachten zij weinig of niets tot stand; maar in de verzameling, wanneer God zijn hand heeft uitgestrekt om zijn volk te verzamelen, zullen de inspanningen om de waarheid te verbreiden hun beoogde uitwerking hebben. Allen behoren eendrachtig en ijverig te zijn in het werk. Ik zag dat het een schande was wanneer iemand naar de verstrooiing verwees voor voorbeelden die ons nu, in de verzameling, zouden moeten leiden; want indien God nu niet meer voor ons doet dan Hij toen deed, zal Israël nooit verzameld worden. Het is even noodzakelijk dat de waarheid in een blad wordt gepubliceerd, als dat zij wordt gepredikt.

The Lord showed me that the 1843 chart was directed by his hand, and that no part of it should be altered; that the figures were as he wanted them. That his hand was over and hid a mistake in some of the figures, so that none could see it, until his hand was removed.

„De Heere toonde mij dat de kaart van 1843 door Zijn hand was geleid, en dat geen enkel deel ervan veranderd mocht worden; dat de cijfers waren zoals Hij ze hebben wilde. Dat Zijn hand over een vergissing in enkele van de cijfers was, en die verborg, zodat niemand haar kon zien, totdat Zijn hand werd weggenomen.

“Then I saw in relation to the “Daily,” that the word “sacrifice” was supplied by man’s wisdom, and does not belong to the text; and that the Lord gave the correct view of it to those who gave the judgment hour cry. When union existed, before 1844, nearly all were united on the correct view of the ‘Daily;’ but since 1844, in the confusion, other views have been embraced, and darkness and confusion has followed.

“Toen zag ik met betrekking tot het ‘Dagelijksche’, dat het woord ‘offer’ door menselijke wijsheid is toegevoegd en niet tot de tekst behoort; en dat de Heere hun die het oordeelstijdsgeroep brachten, daarvan het juiste inzicht heeft gegeven. Toen er eenheid bestond, vóór 1844, waren bijna allen verenigd in de juiste opvatting van het ‘Dagelijksche’; maar sinds 1844 zijn in de verwarring andere opvattingen aangenomen, en duisternis en verwarring zijn gevolgd.

The Lord showed me that Time had not been a test since 1844, and that time will never again be a test.

„De Heer toonde mij dat Tijd sinds 1844 geen beproeving is geweest, en dat tijd nooit meer een beproeving zal zijn.‟

Then I was pointed to some who are in the great error, that the saints are yet to go to Old Jerusalem, &c., before the Lord comes. Such a view is calculated to take the mind and interest from the present work of God, under the message of the third angel; for if we are to go to Jerusalem, then our minds will naturally be there, and our means will be withheld from other uses, to get the saints to Jerusalem. I saw that the reason why they were left to go into this great error, is because they have not confessed and forsaken their errors, that they have been in for a number of years past.” Review and Herald, November 1, 1850.

“Toen werd mijn aandacht gevestigd op sommigen die verkeren in de grote dwaling dat de heiligen nog naar het oude Jeruzalem moeten gaan, enz., vóór de Heer komt. Een zodanige opvatting is erop berekend de geest en de belangstelling af te trekken van het tegenwoordige werk van God onder de boodschap van de derde engel; want als wij naar Jeruzalem moeten gaan, dan zullen onze gedachten zich daar vanzelf op richten, en zullen onze middelen aan andere doeleinden worden onttrokken om de heiligen naar Jeruzalem te brengen. Ik zag dat de reden waarom zij werden overgelaten om in deze grote dwaling te vervallen, hierin gelegen is dat zij hun dwalingen, waarin zij reeds een aantal jaren verkeerden, niet hebben beleden en verlaten.” Review and Herald, 1 november 1850.

The passage begins by stating, “I wish to give you a short sketch of what the Lord has recently shown to me in vision.” There were several subjects presented, and she did not combine the paragraph addressing “the daily,” with the next paragraph. That was done later by editors who placed the passage in Experience and Views, and thereafter in Early Writings. In Experience and Views, the editors left off the first eight paragraphs, and combined the paragraphs addressing what she was shown of “the daily” and of time setting. Experience and Views was published in 1851, and then Early Writings was published in 1882.

De passage begint met de woorden: „Ik wens u een korte schets te geven van wat de Heere mij onlangs in een visioen heeft getoond.” Er werden verscheidene onderwerpen voorgesteld, en zij voegde de alinea die „het dagelijkse” behandelde niet samen met de volgende alinea. Dat werd later gedaan door redacteuren die de passage opnamen in Experience and Views, en vervolgens in Early Writings. In Experience and Views lieten de redacteuren de eerste acht alinea’s weg en voegden zij de alinea’s samen die handelden over wat haar was getoond met betrekking tot „het dagelijkse” en het vaststellen van tijden. Experience and Views werd gepubliceerd in 1851, en vervolgens werd Early Writings gepubliceerd in 1882.

Early Writings was essentially the same four paragraphs that had appeared in Experience and Views, but with one significant exception. In Experience and Views, the one sentence paragraph that addressed time setting was combined with the previous paragraph that addressed “the daily.” Then the paragraph that originally followed the paragraph addressing time setting was included. In Early Writings a paragraph that came from a different passage in Experience and Views, was placed between the paragraph that now addresses both “the daily,” and time setting, which was originally followed by a paragraph identifying why it was wrong to make pilgrimages to old Jerusalem.

Early Writings bestond in wezen uit dezelfde vier alinea’s die in Experience and Views waren verschenen, maar met één belangrijke uitzondering. In Experience and Views werd de alinea van één zin die over tijdsbepaling handelde, samengevoegd met de voorafgaande alinea die over „het dagelijks” handelde. Vervolgens werd de alinea opgenomen die oorspronkelijk volgde op de alinea over tijdsbepaling. In Early Writings werd een alinea, afkomstig uit een andere passage in Experience and Views, geplaatst tussen de alinea die nu zowel „het dagelijks” als tijdsbepaling behandelt, en die oorspronkelijk werd gevolgd door een alinea waarin werd aangegeven waarom het verkeerd was pelgrimstochten naar het oude Jeruzalem te maken.

The paragraph that was removed from a different page of Experience and Views, and then was inserted into the passage of Early Writings, only added to the confusion about “the daily” that had begun since 1844. The paragraph was not in Sister White’s original narrative of her vision.

De alinea die van een andere pagina van Experience and Views was verwijderd en vervolgens in de passage van Early Writings werd ingevoegd, droeg slechts verder bij aan de verwarring over „het dagelijkse” die sinds 1844 was ontstaan. De alinea maakte geen deel uit van Zuster Whites oorspronkelijke relaas van haar visioen.

“The Lord has shown me that the message of the third angel must go, and be proclaimed to the scattered children of the Lord, and that it should not be hung on time; for time never will be a test again. I saw that some were getting a false excitement arising from preaching time; that the third angel’s message was stronger than time can be. I saw that this message can stand on its own foundation, and that it needs not time to strengthen it, and that it will go in mighty power, and do its work, and will be cut short in righteousness.” Experience and Views, 48.

„De Heer heeft mij getoond dat de boodschap van de derde engel moet uitgaan en aan de verstrooide kinderen van de Heer moet worden verkondigd, en dat zij niet aan tijd moet worden opgehangen; want tijd zal nooit meer een beproeving zijn. Ik zag dat sommigen in een valse opwinding geraakten, voortkomend uit het prediken van tijd; dat de boodschap van de derde engel sterker was dan tijd ooit kan zijn. Ik zag dat deze boodschap op haar eigen fundament kan staan, en dat zij geen tijd nodig heeft om haar te versterken, en dat zij in machtige kracht zal uitgaan, haar werk zal doen, en in gerechtigheid zal worden verkort.” Experience and Views, 48.

The paragraph from page forty-eight of Experience and Views, was inserted after the paragraph in Early Writings, that had been created by combining two different paragraphs, and it placed an emphasis upon time setting that did not exist in the original narrative.

De alinea van bladzijde achtenveertig van Experience and Views werd ingevoegd na de alinea in Early Writings, die was ontstaan door het samenvoegen van twee verschillende alinea’s, en zij legde een nadruk op tijdsbepaling die in het oorspronkelijke relaas niet aanwezig was.

In 1931, the ancient men that ruled the people of Jerusalem invented a story which claimed Daniells had interviewed Sister White in 1910, and in the testimony that Daniells provided he refers to the 1843 chart, and says he pointed to the non-existent sanctuary on the chart, as he interviewed Sister White. He supposedly had the book Early Writings with him, and as he asked her about what she meant, and based upon her responses he could only conclude that the passage endorsing the pioneer view of “the daily,” in Early Writings, was actually a warning against time setting. Twenty-one years after the invented interview and sixteen years after the death of the persons supposedly interviewed, Daniells places the testimony into the history of the third generation.

In 1931 verzonnen de oude mannen die het volk van Jeruzalem bestuurden een verhaal waarin werd beweerd dat Daniells in 1910 Zuster White had geïnterviewd; en in het getuigenis dat Daniells gaf, verwijst hij naar de kaart van 1843 en zegt hij dat hij, terwijl hij Zuster White interviewde, wees op het niet-bestaande heiligdom op de kaart. Naar men veronderstelt had hij het boek Early Writings bij zich, en toen hij haar vroeg wat zij bedoelde, kon hij op grond van haar antwoorden slechts concluderen dat de passage in Early Writings die de pioniersopvatting van „het gedurige” onderschrijft, in werkelijkheid een waarschuwing tegen tijdsbepaling was. Eenentwintig jaar na het verzonnen interview en zestien jaar na de dood van de personen die zogenaamd waren geïnterviewd, plaatst Daniells het getuigenis in de geschiedenis van de derde generatie.

F. C. Gilbert was a Hebrew scholar and he did not simply support the correct view of the “daily” as Paganism because the pioneers and Ellen White said it was so. He defended it based upon an understanding of the Hebrew text that Daniel the prophet had employed. He was the prominent Adventist Hebrew scholar during the time period. As the controversy about “the daily” that Daniells and Prescott were pushing continued to grow, Gilbert was one of the prominent scholars who stood in defense of the pioneer position. He had an interview with Ellen White on June 8, 1910, and he later recorded what he and Sister White discussed. Daniells’ testimony is completely contrary to F. C. Gilbert’s.

F. C. Gilbert was een Hebreeuws geleerde en hij ondersteunde de juiste opvatting van het „dagelijks” als heidendom niet eenvoudigweg omdat de pioniers en Ellen White zeiden dat dit zo was. Hij verdedigde die opvatting op grond van een begrip van de Hebreeuwse tekst die de profeet Daniël had gebruikt. In die periode was hij de vooraanstaande adventistische Hebreeuwse geleerde. Terwijl de controverse over „het dagelijks”, die Daniells en Prescott bevorderden, bleef toenemen, was Gilbert een van de vooraanstaande geleerden die de pionierspositie verdedigden. Hij had op 8 juni 1910 een onderhoud met Ellen White, en later legde hij vast wat hij en zuster White hadden besproken. Het getuigenis van Daniells is volkomen in tegenspraak met dat van F. C. Gilbert.

In volume twenty, pages seventeen through twenty-two, of Manuscript Releases, Sister White’s addresses Daniells’ and Prescott’s position on the “daily”. The phrases that you find in F. C. Gilbert’s report of his interview with Ellen White are almost identical to what Sister White herself stated in the passage from Manuscript Releases. So, for many years before Manuscript Releases were published and released, there was no concrete inspired testimony to refute or uphold Daniells’ claim about the content of the interview he supposedly had with Sister White. More importantly, there was no inspired endorsement for his flawed view of the “daily”. Even more importantly, now that Manuscript Releases are available—there still isn’t an inspired endorsement for his flawed view of “the daily!”

In deel twintig, bladzijden zeventien tot en met tweeëntwintig, van Manuscript Releases behandelt zuster White de positie van Daniells en Prescott inzake het „dagelijks”. De uitdrukkingen die u aantreft in F. C. Gilberts verslag van zijn onderhoud met Ellen White zijn vrijwel identiek aan hetgeen zuster White zelf verklaarde in de passage uit Manuscript Releases. Daarom bestond er gedurende vele jaren, vóórdat Manuscript Releases werd gepubliceerd en vrijgegeven, geen concrete geïnspireerde getuigenis om Daniells’ bewering over de inhoud van het onderhoud dat hij naar eigen zeggen met zuster White had gehad, te weerleggen of te staven. Nog belangrijker is dat er geen geïnspireerde bekrachtiging was voor zijn gebrekkige opvatting van het „dagelijks”. En nog belangrijker: nu Manuscript Releases beschikbaar is, is er nog steeds geen geïnspireerde bekrachtiging voor zijn gebrekkige opvatting van „het dagelijks”!

And yet today, Laodicean Adventism is taught that Sister White has no position on the “daily”, except that it is not a “test question” and we should “keep quiet on this subject”. Something is reversed today, and what is reversed is that the true position of “the daily” is now in the minority opinion among God’s people. In 1910, the minority view was Conradi’s view that was being pushed by Daniells and Prescott, and the majority view was the pioneer position.

En toch wordt het Laodiceïsche adventisme heden ten dage geleerd dat Zuster White geen standpunt heeft over „het gedurig offer”, behalve dat het geen „toetsvraag” is en dat wij „over dit onderwerp moeten zwijgen”. Vandaag is er iets omgekeerd, en wat omgekeerd is, is dat de ware opvatting van „het gedurig offer” nu de minderheidsopvatting onder Gods volk is. In 1910 was de minderheidsopvatting de zienswijze van Conradi, die door Daniells en Prescott werd doorgedrukt, en de meerderheidsopvatting was het standpunt van de pioniers.

The following is F. C. Gilbert’s statement about his interview with Sister White, that should be compared with Manuscript Releases, that has been placed in its entirety, in the eighty-first article of this The Book of Daniel series.

Hier volgt de verklaring van F. C. Gilbert over zijn onderhoud met zuster White, die vergeleken dient te worden met Manuscript Releases, dat in zijn geheel is opgenomen in het eenentachtigste artikel van deze reeks The Book of Daniel.

“Daniells and Prescott . . . would not give the older brethren in the cause any chance to say anything. . . . Daniells was here to see me, and I would not see him. . . . I would not have anything to say to him about anything. About the ‘daily’ that they are trying to work up, there is nothing to it. . . . When I was in Washington there seemed to be something that just encased their minds, and I could not seem to touch them. We are to have nothing to do with this subject of the ‘daily’ . . . I knew they would work against my message, and then the people would not think there was anything to my message. I have written to him and told him that he was showing himself not fit to be president of the General Conference. . . . not the man to keep the Presidency.

„Daniells en Prescott ... wilden de oudere broeders in de zaak geen enkele gelegenheid geven iets te zeggen. ... Daniells was hier om mij te spreken, en ik wilde hem niet zien. ... Ik wilde hem over niets iets te zeggen hebben. Wat het ‘dagelijks’ betreft, dat zij trachten op te werken, daarin steekt niets. ... Toen ik in Washington was, scheen het alsof er iets was dat hun denken geheel omsloot, en ik scheen hen niet te kunnen bereiken. Met dit onderwerp van het ‘dagelijks’ hebben wij niets van doen ... Ik wist dat zij tegen mijn boodschap zouden werken, en dan zou het volk menen dat er niets in mijn boodschap was. Ik heb hem geschreven en hem gezegd dat hij zich betoonde ongeschikt te zijn om president van de General Conference te zijn ... niet de man om het presidentschap te behouden.‟

“If this message of the ‘daily’ were a testing message the Lord would have shown me. These people do not see the end from the beginning in this thing. . . .I utterly refuse to see any of them who are engaged in this work.

„Indien deze boodschap aangaande het ‘dagelijkse’ een toetsende boodschap was, zou de Heer mij dit hebben getoond. Deze mensen zien in deze zaak het einde niet vanaf het begin.... Ik weiger volstrekt een van hen te ontmoeten die bij dit werk betrokken zijn.״

“The light that was given me of God is that Brother Daniells has stood in the Presidency long enough. . . . and I was told not to have any more conversation with him about any of these things. I would not see Daniells about the matter, and I would not have one word with him. They pled with me to give him an interview, but I would not. . . . I was told to warn our people not to have anything to do with this thing they are teaching. . . . I was forbidden of the Lord to listen to it. I have expressed myself as not having a particle of confidence in it. . . . This whole thing they are doing is a scheme of the devil.” F. C. Gilbert’s report of an interview given him by Ellen White on June 8, 1910.

“Het licht dat mij van God werd gegeven, is dat Broeder Daniells lang genoeg in het presidentschap heeft gestaan.... en mij werd gezegd geen verder gesprek met hem te voeren over enig van deze zaken. Ik zou Daniells hierover niet opzoeken, en ik zou geen woord met hem spreken. Men drong er bij mij op aan hem een onderhoud toe te staan, maar ik wilde niet.... Mij werd gezegd ons volk te waarschuwen niets te maken te hebben met deze zaak die zij onderwijzen.... Het was mij door de Heere verboden ernaar te luisteren. Ik heb mij aldus uitgelaten dat ik er niet het geringste vertrouwen in heb.... Deze hele zaak die zij doen, is een list van de duivel.” Verslag van F. C. Gilbert van een onderhoud dat Ellen White hem gaf op 8 juni 1910.

We will continue this subject in the next article.

Wij zullen dit onderwerp in het volgende artikel voortzetten.

“One who sees beneath the surface, who reads the hearts of all men, says of those who have had great light: ‘They are not afflicted and astonished because of their moral and spiritual condition.’ ‘Yea, they have chosen their own ways, and their soul delighteth in their abominations. I also will choose their delusions, and will bring their fears upon them; because when I called, none did answer; when I spake, they did not hear: but they did evil before Mine eyes, and chose that in which I delighted not.’ ‘God shall send them strong delusion, that they should believe a lie,’ because they received not the love of the truth, that they might be saved,’ ‘but had pleasure in unrighteousness.’ Isaiah 66:3, 4; 2 Thessalonians 2:11, 10, 12.

“Hij die onder de oppervlakte ziet, die de harten van alle mensen doorgrondt, zegt van hen die groot licht hebben ontvangen: ‘Zij zijn niet bedroefd en ontzet vanwege hun zedelijke en geestelijke toestand.’ ‘Ja, zij hebben hun eigen wegen verkozen, en hun ziel schept behagen in hun gruwelen. Daarom zal Ik ook hun verleidingen verkiezen, en hun vrezen over hen brengen; omdat niemand antwoordde, toen Ik riep; zij niet hoorden, toen Ik sprak; maar deden wat kwaad was in Mijn ogen, en verkozen hetgeen waaraan Ik geen behagen had.’ ‘God zal hun zenden een krachtige dwaling, dat zij de leugen zouden geloven,’ omdat zij ‘de liefde der waarheid niet aangenomen hebben, om zalig te worden,’ ‘maar een welbehagen hebben gehad in de ongerechtigheid.’ Jesaja 66:3, 4; 2 Thessalonicenzen 2:11, 10, 12.

“The heavenly Teacher inquired: ‘What stronger delusion can beguile the mind than the pretense that you are building on the right foundation and that God accepts your works, when in reality you are working out many things according to worldly policy and are sinning against Jehovah? Oh, it is a great deception, a fascinating delusion, that takes possession of minds when men who have once known the truth, mistake the form of godliness for the spirit and power thereof; when they suppose that they are rich and increased with goods and in need of nothing, while in reality they are in need of everything.’

De hemelse Leraar vroeg: ‘Welke sterkere misleiding kan de geest verblinden dan de schijn dat u op het juiste fundament bouwt en dat God uw werken aanneemt, terwijl u in werkelijkheid vele dingen naar wereldse maatstaven verricht en tegen Jehovah zondigt? O, het is een grote misleiding, een begoochelende dwaling, die bezit neemt van de geesten wanneer mensen die eens de waarheid hebben gekend, de vorm van godsvrucht aanzien voor haar geest en kracht; wanneer zij menen dat zij rijk zijn en verrijkt met goederen en aan niets gebrek hebben, terwijl zij in werkelijkheid aan alles gebrek hebben.’

“God has not changed toward His faithful servants who are keeping their garments spotless. But many are crying, ‘Peace and safety,’ while sudden destruction is coming upon them. Unless there is thorough repentance, unless men humble their hearts by confession and receive the truth as it is in Jesus, they will never enter heaven. When purification shall take place in our ranks, we shall no longer rest at ease, boasting of being rich and increased with goods, in need of nothing.

“God is niet veranderd jegens Zijn getrouwe dienstknechten die hun klederen onbevlekt bewaren. Maar velen roepen: ‘Vrede en veiligheid,’ terwijl een plotseling verderf over hen komt. Tenzij er grondige bekering plaatsvindt, tenzij mensen hun hart verootmoedigen door belijdenis en de waarheid aannemen zoals zij is in Jezus, zullen zij de hemel nooit binnengaan. Wanneer reiniging in onze gelederen zal plaatsvinden, zullen wij niet langer gerust neerzitten en ons erop beroemen dat wij rijk zijn en verrijkt met goederen, en aan niets gebrek hebben.

“Who can truthfully say: ‘Our gold is tried in the fire; our garments are unspotted by the world’? I saw our Instructor pointing to the garments of so-called righteousness. Stripping them off, He laid bare the defilement beneath. Then He said to me: ‘Can you not see how they have pretentiously covered up their defilement and rottenness of character? “How is the faithful city become an harlot!” My Father’s house is made a house of merchandise, a place whence the divine presence and glory have departed! For this cause there is weakness, and strength is lacking.’

„Wie kan naar waarheid zeggen: ‘Ons goud is in het vuur beproefd; onze klederen zijn onbesmet door de wereld’? Ik zag onze Leidsman wijzen op de gewaden van zogenoemde gerechtigheid. Terwijl Hij die afdeed, legde Hij de verontreiniging daaronder bloot. Toen zei Hij tot mij: ‘Kunt u niet zien hoe zij hun verontreiniging en de verdorvenheid van hun karakter op aanmatigende wijze hebben bedekt? “Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden!” Het huis van Mijn Vader is gemaakt tot een huis van koophandel, een plaats vanwaar de goddelijke tegenwoordigheid en heerlijkheid zijn geweken! Daarom is er zwakheid, en ontbreekt kracht.’”

“Unless the church, which is now being leavened with her own backsliding, shall repent and be converted, she will eat of the fruit of her own doing, until she shall abhor herself. When she resists the evil and chooses the good, when she seeks God with all humility and reaches her high calling in Christ, standing on the platform of eternal truth and by faith laying hold upon the attainments prepared for her, she will be healed. She will appear in her God-given simplicity and purity, separate from earthly entanglements, showing that the truth has made her free indeed. Then her members will indeed be the chosen of God, His representatives.” Testimonies, volume 8, 249, 250.

“Tenzij de gemeente, die thans wordt doorzuurd met haar eigen afval, zich bekeert en wordt omgekeerd, zal zij eten van de vrucht van haar eigen handelen, totdat zij van zichzelf zal walgen. Wanneer zij het kwade weerstaat en het goede verkiest, wanneer zij God zoekt in alle nederigheid en haar hoge roeping in Christus bereikt, staande op het fundament van de eeuwige waarheid en door het geloof de verworvenheden aangrijpend die voor haar bereid zijn, zal zij worden genezen. Zij zal verschijnen in haar door God gegeven eenvoud en reinheid, afgescheiden van aardse verstrikkingen, en tonen dat de waarheid haar waarlijk vrijgemaakt heeft. Dan zullen haar leden inderdaad de uitverkorenen van God zijn, Zijn vertegenwoordigers.” Testimonies, volume 8, 249, 250.