In the previous article we identified that the Millerites could not see Rome as more than pagan and papal Rome, though they did address the distinctions between those two powers. For the Millerites the distinctions between pagan and papal Rome did not lead them to recognize that papal Rome was the fifth kingdom that followed the fourth kingdom of pagan Rome. After the disappointment in 1844, Sister White identified the three powers of Revelation twelve and thirteen as the dragon in chapter twelve, then the papacy, as the beast that came from the sea in chapter thirteen that was followed by the United States as the beast that came out of the earth. After the foundation was laid, the Lord opened the light upon the three-fold union of the dragon, the beast and false prophet that in chapter sixteen of Revelation leads the world to Armageddon.
In het vorige artikel hebben wij vastgesteld dat de Millerieten Rome niet anders konden zien dan als heidens en pauselijk Rome, hoewel zij wel aandacht besteedden aan de onderscheidingen tussen die twee machten. Voor de Millerieten brachten de onderscheidingen tussen heidens en pauselijk Rome hen er niet toe te erkennen dat pauselijk Rome het vijfde koninkrijk was dat volgde op het vierde koninkrijk van heidens Rome. Na de teleurstelling in 1844 duidde Zuster White de drie machten van Openbaring twaalf en dertien aan als de draak in hoofdstuk twaalf, vervolgens het pausdom als het beest dat uit de zee opkwam in hoofdstuk dertien, waarna de Verenigde Staten volgden als het beest dat uit de aarde opkwam. Nadat het fundament was gelegd, ontsloot de Heer het licht over de drievoudige verbintenis van de draak, het beest en de valse profeet, die in hoofdstuk zestien van Openbaring de wereld naar Armageddon voert.
“The line of prophecy in which these symbols are found begins with Revelation 12, with the dragon that sought to destroy Christ at His birth. The dragon is said to be Satan (Revelation 12:9); he it was that moved upon Herod to put the Saviour to death. But the chief agent of Satan in making war upon Christ and His people during the first centuries of the Christian Era was the Roman Empire, in which paganism was the prevailing religion. Thus while the dragon, primarily, represents Satan, it is, in a secondary sense, a symbol of pagan Rome.
„De profetische lijn waarin deze symbolen worden aangetroffen, begint met Openbaring 12, met de draak die trachtte Christus bij Zijn geboorte te vernietigen. Van de draak wordt gezegd dat hij Satan is (Openbaring 12:9); hij was het die Herodes ertoe bewoog de Heiland ter dood te brengen. Maar het voornaamste werktuig van Satan in het voeren van oorlog tegen Christus en Zijn volk gedurende de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling was het Romeinse Rijk, waarin het heidendom de overheersende godsdienst was. Zo is de draak, hoewel hij in de eerste plaats Satan voorstelt, in secundaire zin een symbool van het heidense Rome.”
“In chapter 13 ( verses 1–10) is described another beast, ‘like unto a leopard,’ to which the dragon gave ‘his power, and his seat, and great authority.’ This symbol, as most Protestants have believed, represents the papacy, which succeeded to the power and seat and authority once held by the ancient Roman empire. Of the leopardlike beast it is declared: ‘There was given unto him a mouth speaking great things and blasphemies…. And he opened his mouth in blasphemy against God, to blaspheme His name, and His tabernacle, and them that dwell in heaven. And it was given unto him to make war with the saints, and to overcome them: and power was given him over all kindreds, and tongues, and nations.’ This prophecy, which is nearly identical with the description of the little horn of Daniel 7, unquestionably points to the papacy.
“In hoofdstuk 13 (verzen 1–10) wordt een ander beest beschreven, ‘gelijk een luipaard’, aan hetwelk de draak ‘zijn kracht, en zijn troon, en grote macht’ gaf. Dit symbool stelt, zoals de meeste protestanten hebben geloofd, het pausdom voor, dat de macht en troon en het gezag opvolgde die eens door het oude Romeinse rijk werden bekleed. Van het luipaardachtige beest wordt verklaard: ‘Hem werd een mond gegeven om grote dingen en godslasteringen te spreken…. En het opende zijn mond tot lastering tegen God, om Zijn naam te lasteren, en Zijn tabernakel, en hen die in de hemel wonen. En het werd hem gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen, en hen te overwinnen; en hem werd macht gegeven over alle geslachten, en talen, en natiën.’ Deze profetie, die vrijwel gelijkluidend is aan de beschrijving van de kleine hoorn van Daniël 7, wijst onmiskenbaar op het pausdom.”
“‘Power was given unto him to continue forty and two months.’ And, says the prophet, ‘I saw one of his heads as it were wounded to death.’ And again: ‘He that leadeth into captivity shall go into captivity: he that killeth with the sword must be killed with the sword.’ The forty and two months are the same as the ‘time and times and the dividing of time,’ three years and a half, or 1260 days, of Daniel 7—the time during which the papal power was to oppress God’s people. This period, as stated in preceding chapters, began with the supremacy of the papacy, A.D. 538, and terminated in 1798. At that time the pope was made captive by the French army, the papal power received its deadly wound, and the prediction was fulfilled, ‘He that leadeth into captivity shall go into captivity.’
„Hem werd macht gegeven om tweeënveertig maanden voort te duren.” En, zegt de profeet: „Ik zag een van zijn koppen als tot de dood gewond.” En verder: „Indien iemand in gevangenschap voert, die zal zelf in gevangenschap gaan; indien iemand met het zwaard doodt, die moet zelf met het zwaard gedood worden.” De tweeënveertig maanden zijn dezelfde als de „tijd en tijden en een halve tijd”, drieënhalf jaar, of 1260 dagen, van Daniël 7—de tijd gedurende welke de pauselijke macht Gods volk zou onderdrukken. Deze periode begon, zoals in voorafgaande hoofdstukken is uiteengezet, met de opperheerschappij van het pausdom, in 538 n.Chr., en eindigde in 1798. In die tijd werd de paus door het Franse leger gevangengenomen, ontving de pauselijke macht haar dodelijke wond, en werd de voorzegging vervuld: „Indien iemand in gevangenschap voert, die zal zelf in gevangenschap gaan.”
“At this point another symbol is introduced. Says the prophet: ‘I beheld another beast coming up out of the earth; and he had two horns like a lamb.’ Verse 11. Both the appearance of this beast and the manner of its rise indicate that the nation which it represents is unlike those presented under the preceding symbols. The great kingdoms that have ruled the world were presented to the prophet Daniel as beasts of prey, rising when ‘the four winds of the heaven strove upon the great sea.’ Daniel 7:2. In Revelation 17 an angel explained that waters represent ‘peoples, and multitudes, and nations, and tongues.’ Revelation 17:15. Winds are a symbol of strife. The four winds of heaven striving upon the great sea represent the terrible scenes of conquest and revolution by which kingdoms have attained to power.
„Op dit punt wordt een ander symbool ingevoerd. De profeet zegt: ‘En ik zag een ander beest opkomen uit de aarde; en het had twee horens, een lam gelijk.’ Vers 11. Zowel het voorkomen van dit beest als de wijze waarop het opkomt, duiden erop dat de natie die het vertegenwoordigt, verschilt van die welke onder de voorgaande symbolen werden voorgesteld. De grote koninkrijken die over de wereld hebben geheerst, werden aan de profeet Daniël voorgesteld als roofdieren, opkomend toen ‘de vier winden des hemels streden op de grote zee.’ Daniël 7:2. In Openbaring 17 verklaarde een engel dat wateren ‘volken, en scharen, en natiën, en tongen’ voorstellen. Openbaring 17:15. Winden zijn een symbool van strijd. De vier winden des hemels, die op de grote zee streden, beelden de verschrikkelijke taferelen van verovering en omwenteling uit waardoor koninkrijken tot macht zijn gekomen.
“But the beast with lamblike horns was seen ‘coming up out of the earth.’ Instead of overthrowing other powers to establish itself, the nation thus represented must arise in territory previously unoccupied and grow up gradually and peacefully. It could not, then, arise among the crowded and struggling nationalities of the Old World—that turbulent sea of ‘peoples, and multitudes, and nations, and tongues.’ It must be sought in the Western Continent.
„Maar het beest met horens als van een lam werd gezien als komende ‘uit de aarde op’. In plaats van andere machten omver te werpen om zichzelf te vestigen, moet de aldus voorgestelde natie opkomen in een gebied dat voordien onbezet was en geleidelijk en vreedzaam opgroeien. Zij kon dus niet opkomen te midden van de dicht opeengepakte en strijdende nationaliteiten van de Oude Wereld—die woelige zee van ‘volken, en scharen, en natiën, en talen’. Zij moet op het Westelijk Halfrond worden gezocht.״
“What nation of the New World was in 1798 rising into power, giving promise of strength and greatness, and attracting the attention of the world? The application of the symbol admits of no question. One nation, and only one, meets the specifications of this prophecy; it points unmistakably to the United States of America. Again and again the thought, almost the exact words, of the sacred writer has been unconsciously employed by the orator and the historian in describing the rise and growth of this nation. The beast was seen ‘coming up out of the earth;’ and, according to the translators, the word here rendered ‘coming up’ literally signifies ‘to grow or spring up as a plant.’ And, as we have seen, the nation must arise in territory previously unoccupied. A prominent writer, describing the rise of the United States, speaks of ‘the mystery of her coming forth from vacancy,’ and says: ‘Like a silent seed we grew into empire.’—G. A. Townsend, The New World Compared With the Old, page 462. A European journal in 1850 spoke of the United States as a wonderful empire, which was ‘emerging,’ and ‘amid the silence of the earth daily adding to its power and pride.’—The Dublin Nation. Edward Everett, in an oration on the Pilgrim founders of this nation, said: ‘Did they look for a retired spot, inoffensive for its obscurity, and safe in its remoteness, where the little church of Leyden might enjoy the freedom of conscience? Behold the mighty regions over which, in peaceful conquest, … they have borne the banners of the cross!’—Speech delivered at Plymouth, Massachusetts, Dec. 22, 1824, page 11.
“Welke natie van de Nieuwe Wereld was in 1798 bezig op te komen tot macht, gaf de belofte van kracht en grootheid, en trok de aandacht van de wereld? De toepassing van het symbool laat geen twijfel toe. Eén natie, en slechts één, beantwoordt aan de kenmerken van deze profetie; zij wijst onmiskenbaar op de Verenigde Staten van Amerika. Keer op keer zijn de gedachte, ja bijna de exacte woorden, van de gewijde schrijver onbewust gebruikt door redenaar en geschiedschrijver bij het beschrijven van de opkomst en groei van deze natie. Het beest werd gezien als ‘opkomende uit de aarde’; en volgens de vertalers betekent het woord dat hier met ‘opkomende’ is weergegeven letterlijk ‘groeien of opschieten als een plant’. En, zoals wij hebben gezien, moet de natie ontstaan in een gebied dat tevoren onbezet was. Een vooraanstaand schrijver, die de opkomst van de Verenigde Staten beschrijft, spreekt van ‘het mysterie van haar tevoorschijn komen uit de leegte’ en zegt: ‘Als een stil zaad groeiden wij uit tot een wereldrijk.’—G. A. Townsend, The New World Compared With the Old, page 462. Een Europees tijdschrift sprak in 1850 over de Verenigde Staten als een wonderbaarlijk rijk, dat ‘tevoorschijn kwam’ en ‘te midden van de stilte der aarde dagelijks toenam in macht en trots.’—The Dublin Nation. Edward Everett zei in een rede over de Pilgrim-stichters van deze natie: ‘Zoekten zij een afgelegen plaats, onaanstootgevend door haar onbekendheid en veilig door haar ver afgezonderde ligging, waar het kleine kerkje van Leiden de vrijheid van geweten zou kunnen genieten? Zie de machtige gewesten waarover zij in vreedzame verovering … de banieren van het kruis hebben gedragen!’—Rede gehouden te Plymouth, Massachusetts, 22 dec. 1824, page 11.”
“‘And he had two horns like a lamb.’ The lamblike horns indicate youth, innocence, and gentleness, fitly representing the character of the United States when presented to the prophet as ‘coming up’ in 1798. Among the Christian exiles who first fled to America and sought an asylum from royal oppression and priestly intolerance were many who determined to establish a government upon the broad foundation of civil and religious liberty. Their views found place in the Declaration of Independence, which sets forth the great truth that ‘all men are created equal’ and endowed with the inalienable right to ‘life, liberty, and the pursuit of happiness.’ And the Constitution guarantees to the people the right of self-government, providing that representatives elected by the popular vote shall enact and administer the laws. Freedom of religious faith was also granted, every man being permitted to worship God according to the dictates of his conscience. Republicanism and Protestantism became the fundamental principles of the nation. These principles are the secret of its power and prosperity. The oppressed and downtrodden throughout Christendom have turned to this land with interest and hope. Millions have sought its shores, and the United States has risen to a place among the most powerful nations of the earth.
“‘En het had twee horens als van een lam.’ De lamachtige horens duiden op jeugd, onschuld en zachtmoedigheid, en stellen op treffende wijze het karakter van de Verenigde Staten voor, toen deze in 1798 aan de profeet werden getoond als ‘opkomend’. Onder de christelijke ballingen die eerst naar Amerika vluchtten en daar een toevluchtsoord zochten tegen koninklijke onderdrukking en priesterlijke onverdraagzaamheid, waren velen die vastbesloten waren een regering te vestigen op de brede grondslag van burgerlijke en godsdienstige vrijheid. Hun opvattingen vonden hun neerslag in de Onafhankelijkheidsverklaring, die de grote waarheid uiteenzet dat ‘alle mensen gelijk geschapen zijn’ en begiftigd met het onvervreemdbare recht op ‘leven, vrijheid en het nastreven van geluk’. En de Grondwet waarborgt het volk het recht op zelfbestuur, door te bepalen dat vertegenwoordigers die door de volksstem zijn gekozen, de wetten zullen vaststellen en ten uitvoer leggen. Ook werd vrijheid van godsdienst verleend, waarbij ieder mens toestemming had God te aanbidden overeenkomstig de ingeving van zijn geweten. Republikeins staatsbestel en protestantisme werden de grondbeginselen van de natie. Deze beginselen zijn het geheim van haar macht en voorspoed. De verdrukten en vertrapten in de gehele christenheid hebben zich met belangstelling en hoop tot dit land gewend. Miljoenen hebben zijn kusten gezocht, en de Verenigde Staten zijn opgeklommen tot een plaats onder de machtigste naties der aarde.
“But the beast with lamblike horns ‘spake as a dragon. And he exerciseth all the power of the first beast before him, and causeth the earth and them which dwell therein to worship the first beast, whose deadly wound was healed; … saying to them that dwell on the earth, that they should make an image to the beast, which had the wound by a sword, and did live.’ Revelation 13:11–14.” The Great Controversy, 438–441.
„Maar het beest met lamachtige horens ‘sprak als een draak. En het oefent al de macht van het eerste beest vóór hem uit, en maakt dat de aarde en zij die daarop wonen het eerste beest aanbidden, welks dodelijke wond genezen was; … zeggende tot hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moesten maken voor het beest, dat de wond van het zwaard had, en leefde.’ Openbaring 13:11–14.” De Grote Strijd, 438–441.
The passage identifies that chapters twelve and thirteen are identifying the dragon, the beast and the false prophet, the three powers in Revelation sixteen that lead the world to Armageddon. Those three powers each have their own special chapters that covers the identical prophetic history. The last six verses of Daniel eleven begin with the words, “And at the time of the end,” which was 1798. Then the six verses identify the final movements of the papacy until in verse one of Daniel twelve Michael stands up and human probation closes and ushers in the seven last plagues. In verse forty-four of chapter eleven the message of the hour that enrages the papacy and initiates the blood bath that takes place just before probation closes is represented as “tidings out of the east and out of the north.”
De passage maakt duidelijk dat de hoofdstukken twaalf en dertien de draak, het beest en de valse profeet aanduiden, de drie machten in Openbaring zestien die de wereld naar Armageddon voeren. Die drie machten hebben elk hun eigen bijzondere hoofdstukken, die dezelfde profetische geschiedenis behandelen. De laatste zes verzen van Daniël elf beginnen met de woorden: “En ten tijde van het einde”, wat 1798 was. Vervolgens duiden die zes verzen de laatste bewegingen van het pausdom aan, totdat in vers één van Daniël twaalf Michaël opstaat en de menselijke genadetijd sluit en de zeven laatste plagen inleidt. In vers vierenveertig van hoofdstuk elf wordt de boodschap van het uur, die het pausdom in toorn doet ontsteken en het bloedbad in gang zet dat plaatsvindt vlak voordat de genadetijd sluit, voorgesteld als “geruchten uit het oosten en uit het noorden.”
The message east and north represents the final warning message, for it is proclaimed just before Michael stands up. It is the third angel’s message that is proclaimed during the outpouring of the Holy Spirit. Daniel represented the message as two-fold. The message of the “north” that enrages the papacy is the message identifying the “king of the north” as the papal power, and the message of the “east” is the message of the children of the east, which is Islam. Of course, it has other important meanings as well, but east is a symbol of Islam and the antichrist is the counterfeit of the true King of the North. The message of the third angel that warns against receiving the mark of the king of the north (the mark of the beast) also warns that Islam will strike at the point that the cup of iniquity is full for the United States, and the United States fills its cup of iniquity at the Sunday law.
De boodschap uit het oosten en uit het noorden vertegenwoordigt de laatste waarschuwingsboodschap, want zij wordt verkondigd vlak voordat Michaël opstaat. Zij is de boodschap van de derde engel die wordt verkondigd tijdens de uitstorting van de Heilige Geest. Daniël stelde de boodschap voor als tweevoudig. De boodschap van het “noorden”, die het pausdom met woede vervult, is de boodschap die de “koning van het noorden” aanwijst als de pauselijke macht, en de boodschap van het “oosten” is de boodschap van de kinderen van het oosten, dat is de islam. Uiteraard heeft zij ook andere belangrijke betekenissen, maar het oosten is een symbool van de islam en de antichrist is de vervalsing van de ware Koning van het Noorden. De boodschap van de derde engel, die waarschuwt tegen het ontvangen van het merkteken van de koning van het noorden (het merkteken van het beest), waarschuwt er ook voor dat de islam zal toeslaan op het moment dat de maat van de ongerechtigheid voor de Verenigde Staten vol is, en de Verenigde Staten maken de maat van hun ongerechtigheid vol bij de zondagswet.
Revelation thirteen beginning with verse eleven and then onward identifies the very same prophetic history, and it also begins at the time of the end in 1798.
Openbaring dertien, beginnend met vers elf en vervolgens verdergaand, duidt exact dezelfde profetische geschiedenis aan, en ook die begint in de tijd van het einde, in 1798.
“What nation of the New World was in 1798 rising into power, giving promise of strength and greatness, and attracting the attention of the world? The application of the symbol admits of no question. One nation, and only one, meets the specifications of this prophecy; it points unmistakably to the United States of America.” The Great Controversy, 440.
“Welke natie van de Nieuwe Wereld was in 1798 opkomend tot macht, gaf de belofte van kracht en grootheid, en trok de aandacht van de wereld? De toepassing van het symbool laat geen twijfel toe. Één natie, en slechts één, voldoet aan de kenmerken van deze profetie; zij wijst onmiskenbaar op de Verenigde Staten van Amerika.” The Great Controversy, 440.
The same prophetic history is covered in Revelation thirteen verses eleven through eighteen as is covered in Daniel eleven verse forty through forty-five. As with the verses in Daniel the story of the role of the United States ends with the close of probation as the United States forces the world to accept the mark of the beast. Then as in Daniel eleven the message of the hour is presented in chapter fourteen. It is the identical structure in both passages, with the exception that Daniel’s verses are describing the papal activities and Revelation thirteen is identifying the role of the United States. With those two lines we find that chapter seventeen of Revelation covers the same history, but emphasizes the role of the dragon, represented as ten kings, who are the United Nations. The three chapters considered line upon line identify the role of the dragon, the beast and false prophet which in chapter sixteen lead the world to Armageddon, so it is of significance that John informs us that when chapter seventeen begins it is one of the angels that had poured out the seven last plagues that comes to tell John of the judgment of the whore of Rome.
Dezelfde profetische geschiedenis wordt behandeld in Openbaring 13:11-18 als in Daniël 11:40-45. Evenals bij de verzen in Daniël eindigt het verhaal over de rol van de Verenigde Staten met het sluiten van de genadetijd, wanneer de Verenigde Staten de wereld dwingen het merkteken van het beest te aanvaarden. Vervolgens wordt, evenals in Daniël 11, de boodschap voor dit uur gepresenteerd in hoofdstuk 14. Het is in beide passages exact dezelfde structuur, met uitzondering dat de verzen in Daniël de pauselijke activiteiten beschrijven en Openbaring 13 de rol van de Verenigde Staten aanduidt. Met die twee lijnen stellen wij vast dat Openbaring 17 dezelfde geschiedenis behandelt, maar de nadruk legt op de rol van de draak, voorgesteld als tien koningen, die de Verenigde Naties zijn. De drie hoofdstukken die regel op regel worden beschouwd, duiden de rol aan van de draak, het beest en de valse profeet, die in hoofdstuk 16 de wereld naar Armageddon leiden; daarom is het van betekenis dat Johannes ons meedeelt dat, wanneer hoofdstuk 17 begint, het een van de engelen is die de zeven laatste plagen had uitgegoten, die komt om Johannes te vertellen van het oordeel over de hoer van Rome.
And there came one of the seven angels which had the seven vials, and talked with me, saying unto me, Come hither; I will shew unto thee the judgment of the great whore that sitteth upon many waters: With whom the kings of the earth have committed fornication, and the inhabitants of the earth have been made drunk with the wine of her fornication. Revelation 17:1, 2.
En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij, zeggende tot mij: Kom hier; ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die zit op vele wateren; met wie de koningen der aarde hoererij hebben bedreven, en die de bewoners der aarde dronken heeft gemaakt van de wijn van haar hoererij. Openbaring 17:1, 2.
With the Millerites it was about pagan Rome and papal Rome, but at the end it is about the three-fold union. As with her identification of those three powers in chapters twelve and thirteen, she clearly identifies the woman of chapter seventeen as the papacy.
Bij de Millerieten ging het om het heidense Rome en het pauselijke Rome, maar aan het einde gaat het om de drievoudige unie. Zoals zij in de hoofdstukken twaalf en dertien die drie machten identificeert, zo identificeert zij ook de vrouw van hoofdstuk zeventien duidelijk als het pausdom.
“The woman [Babylon] of Revelation 17 is described as ‘arrayed in purple and scarlet color, and decked with gold and precious stones and pearls, having a golden cup in her hand full of abominations and filthiness:…and upon her forehead was a name written, ‘Mystery, Babylon the Great, the mother of harlots.’ Says the prophet: ‘I saw the woman drunk with the blood of the saints, and with the blood of the martyrs of Jesus.’ Babylon is further declared to be ‘that great city, which reigneth over the kings of the earth.’ Revelation 17:4–6, 18. The power that for so many centuries maintained despotic sway over the monarchs of Christendom is Rome.” The Great Controversy, 382.
“De vrouw [Babylon] van Openbaring 17 wordt beschreven als ‘bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud en kostbare stenen en parels, en zij had een gouden beker in haar hand, vol gruwelen en onreinheid: … en op haar voorhoofd was een naam geschreven: “Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder der hoeren.”’ De profeet zegt: ‘En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der martelaren van Jezus.’ Voorts wordt van Babylon verklaard dat het ‘die grote stad’ is, ‘die heerschappij voert over de koningen der aarde.’ Openbaring 17:4–6, 18. De macht die gedurende zovele eeuwen een despotische heerschappij over de vorsten van de christenheid handhaafde, is Rome.” The Great Controversy, 382.
So, when does the prophetic history represented in chapter seventeen begin?
Wanneer begint dan de profetische geschiedenis die in hoofdstuk zeventien wordt voorgesteld?
So he carried me away in the spirit into the wilderness: and I saw a woman sit upon a scarlet coloured beast, full of names of blasphemy, having seven heads and ten horns. And the woman was arrayed in purple and scarlet colour, and decked with gold and precious stones and pearls, having a golden cup in her hand full of abominations and filthiness of her fornication: And upon her forehead was a name written, MYSTERY, BABYLON THE GREAT, THE MOTHER OF HARLOTS AND ABOMINATIONS OF THE EARTH. And I saw the woman drunken with the blood of the saints, and with the blood of the martyrs of Jesus: and when I saw her, I wondered with great admiration. Revelation 17:3–6.
En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn; en ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, vol namen van godslastering, met zeven koppen en tien horens. En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken, en getooid met goud en kostbare stenen en parels, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen en de onreinheid van haar hoererij. En op haar voorhoofd stond een naam geschreven: GEHEIMENIS, HET GROTE BABYLON, DE MOEDER DER HOEREN EN DER GRUWELEN DER AARDE. En ik zag de vrouw dronken van het bloed der heiligen en van het bloed der martelaren van Jezus; en toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote verwondering. Openbaring 17:3–6.
In order for John to see the woman he is prophetically carried into the wilderness which John himself has already identified with two witnesses as the twelve hundred and sixty years of papal rule in chapter twelve.
Om de vrouw te kunnen zien, wordt Johannes profetisch weggevoerd naar de woestijn, die Johannes zelf in hoofdstuk twaalf reeds in verband heeft gebracht met de twee getuigen als de twaalfhonderd zestig jaren van pauselijke heerschappij.
And the woman fled into the wilderness, where she hath a place prepared of God, that they should feed her there a thousand two hundred and threescore days. . . . And to the woman were given two wings of a great eagle, that she might fly into the wilderness, into her place, where she is nourished for a time, and times, and half a time, from the face of the serpent. Revelation 12:6, 14.
En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat men haar daar zou voeden duizend tweehonderd zestig dagen.... En aan de vrouw werden twee vleugels van een grote arend gegeven, opdat zij naar de woestijn zou vliegen, naar haar plaats, waar zij gevoed wordt een tijd en tijden en een halve tijd, buiten het gezicht van de slang. Openbaring 12:6, 14.
John was prophetically transported into the wilderness time period, but verse three and onward specifies exactly where in the twelve hundred and sixty years John was taken to, for the woman had already become drunk with the blood of persecution, and she was already the “mother of harlots.” John was taken to the end of the wilderness period for the woman had already drunk of the blood of persecution and the Protestant churches were already returning to her fold and becoming her daughters, for she was identified in that period of time as the “mother of harlots.” She already had daughters. John’s testimony in chapter seventeen begins in 1798 as did the same prophetic history which represented the beast in Daniel eleven and the false prophet in Revelation thirteen.
Johannes werd profetisch overgebracht naar de tijdsperiode van de woestijn, maar vers drie en verder specificeert nauwkeurig naar welk punt binnen de twaalfhonderdzestig jaren Johannes werd gebracht, want de vrouw was reeds dronken geworden van het bloed der vervolging, en zij was reeds de „moeder der hoeren”. Johannes werd naar het einde van de woestijnperiode gebracht, want de vrouw had reeds gedronken van het bloed der vervolging en de protestantse kerken keerden reeds terug in haar schoot en werden haar dochters, want zij werd in die tijdsperiode aangeduid als de „moeder der hoeren”. Zij had reeds dochters. Johannes’ getuigenis in hoofdstuk zeventien begint in 1798, evenals dezelfde profetische geschiedenis die het beest in Daniël elf en de valse profeet in Openbaring dertien uitbeeldde.
Just as with the other two lines, when chapter seventeen concludes, chapter eighteen then identifies the message of the hour. Three prophetic lines, one for each of the three-fold union. They are all illustrated upon the same historical structure beginning in 1798 and continuing until the close of probation, and all three emphasize the final warning message.
Evenals bij de andere twee lijnen duidt hoofdstuk achttien, wanneer hoofdstuk zeventien ten einde is gekomen, vervolgens de boodschap van het uur aan. Drie profetische lijnen, één voor elk onderdeel van de drievoudige vereniging. Zij worden alle weergegeven op dezelfde historische structuur, beginnend in 1798 en voortgaand tot aan het einde van de genadetijd, en alle drie leggen zij de nadruk op de laatste waarschuwingsboodschap.
Habakkuk’s Tables addresses the subject of Revelation seventeen in much greater detail, so I will now jump to the riddle that is represented in the chapter that sets forth eight kingdoms of Bible prophecy.
De Tafelen van Habakuk behandelen het onderwerp van Openbaring zeventien veel uitvoeriger, daarom zal ik nu overgaan tot het raadsel dat wordt voorgesteld in het hoofdstuk waarin acht koninkrijken van de Bijbelse profetie worden uiteengezet.
And here is the mind which hath wisdom. The seven heads are seven mountains, on which the woman sitteth. And there are seven kings: five are fallen, and one is, and the other is not yet come; and when he cometh, he must continue a short space. And the beast that was, and is not, even he is the eighth, and is of the seven, and goeth into perdition. Revelation 17:9–11.
En hier is het verstand dat wijsheid heeft. De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. En het zijn zeven koningen: vijf zijn gevallen, en één is er, en de andere is nog niet gekomen; en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. En het beest dat was en niet is, ook hij is de achtste, en is uit de zeven, en gaat ten verderve. Openbaring 17:9–11.
Daniel told Nebuchadnezzar, “Thou art this head of gold.”
Daniël zei tot Nebukadnezar: „Gij zijt dit hoofd van goud.”
And wheresoever the children of men dwell, the beasts of the field and the fowls of the heaven hath he given into thine hand, and hath made thee ruler over them all. Thou art this head of gold. Daniel 2:38.
En overal waar de mensenkinderen wonen, heeft Hij de dieren des velds en de vogels des hemels in uw hand gegeven, en Hij heeft u tot heerser over hen allen gemaakt. Gij zijt dat hoofd van goud. Daniël 2:38.
Daniel also told Nebuchadnezzar, “Thou, O king, art a king of kings.”
Daniël zei ook tegen Nebukadnezar: „Gij, o koning, zijt een koning der koningen.”
Thou, O king, art a king of kings: for the God of heaven hath given thee a kingdom, power, and strength, and glory. Daniel 2:37.
Gij, o koning, zijt een koning der koningen; want de God des hemels heeft u een koninkrijk, macht, kracht en heerlijkheid gegeven. Daniël 2:37.
Nebuchadnezzar was the “head” and he was a king, and he was a king of kings for he represented the first of the kingdoms represented in the image. Nebuchadnezzar was the king represented by gold, and other kingdoms and kings would be represented by the other metals in the image, but Nebuchadnezzar was first and therefore the king of the kings. Another level which we will not address right now is that the kingdom of Babylon represents the kingdom that seeks to counterfeit Christ, who is the true King of kings.
Nebukadnezar was het „hoofd”, en hij was een koning, ja, hij was een koning der koningen, want hij vertegenwoordigde het eerste van de koninkrijken die in het beeld werden voorgesteld. Nebukadnezar was de koning die door goud werd voorgesteld, en andere koninkrijken en koningen zouden door de andere metalen in het beeld worden voorgesteld, maar Nebukadnezar was de eerste en daarom de koning van de koningen. Een ander niveau, waarop wij nu niet zullen ingaan, is dat het koninkrijk Babylon het koninkrijk vertegenwoordigt dat Christus, die de ware Koning der koningen is, tracht na te bootsen.
In the beginning of Isaiah’s testimony of the twenty-five hundred and twenty year prophecies (Leviticus twenty-six’s seven times) Isaiah identifies kings as heads.
Aan het begin van Jesaja’s getuigenis aangaande de profetieën van de tweeduizend vijfhonderd en twintig jaren (de zeven tijden van Leviticus zesentwintig) duidt Jesaja koningen aan als hoofden.
For the head of Syria is Damascus, and the head of Damascus is Rezin; and within threescore and five years shall Ephraim be broken, that it be not a people. And the head of Ephraim is Samaria, and the head of Samaria is Remaliah’s son. If ye will not believe, surely ye shall not be established. Isaiah 7:7, 8.
Want het hoofd van Syrië is Damascus, en het hoofd van Damascus is Rezin; en binnen vijfenzestig jaar zal Efraïm verbroken worden, zodat het geen volk meer zal zijn. En het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is de zoon van Remalia. Indien gij niet gelooft, voorwaar, dan zult gij niet bevestigd worden. Jesaja 7:7, 8.
Isaiah is just setting forth the starting point for the two twenty-five hundred and twenty year time periods against the northern kingdom of Samaria and the southern kingdom of Judah and as he does so he includes two witnesses that the capitol city of a nation is its head, and that the king is the head of the capitol city. A “head” is a king and a kingdom. In the Revelation the same line of prophecy is taken up as in Daniel.
Jesaja zet slechts het beginpunt uiteen voor de twee tijdsperioden van vijfentwintighonderdtwintig jaar tegen het noordelijke koninkrijk van Samaria en het zuidelijke koninkrijk van Juda, en terwijl hij dat doet, voert hij twee getuigen aan dat de hoofdstad van een natie haar hoofd is, en dat de koning het hoofd van de hoofdstad is. Een „hoofd” is een koning en een koninkrijk. In de Openbaring wordt dezelfde profetische lijn voortgezet als in Daniël.
Therefore, when John is taken to 1798 and presented with the riddle that identifies that there are seven “heads,” he is identifying that there are seven kingdoms. He is then told that five of the heads or kingdoms have fallen. In 1798 the fifth kingdom of Bible prophecy had just fallen as it received a deadly wound that would eventually be healed.
Daarom wordt, wanneer Johannes naar 1798 wordt gebracht en hem het raadsel wordt voorgelegd dat aangeeft dat er zeven „koppen” zijn, duidelijk gemaakt dat er zeven koninkrijken zijn. Vervolgens wordt hem gezegd dat vijf van de koppen, of koninkrijken, gevallen zijn. In 1798 was het vijfde koninkrijk van de Bijbelse profetie zojuist gevallen, toen het een dodelijke wond ontving die uiteindelijk genezen zou worden.
John who is standing in the history of the time of the end in 1798, is also told that one of the heads “is.” The sixth kingdom of Bible prophecy began in 1798, so when John was prophetically conveyed to 1798, the kingdom that then was, is the United States, and he was further informed that the seventh kingdom was still future to 1798, for it had not yet come. The seventh kingdom that was still future to 1798, is the United Nations who are represented by ten kings, and are the subject of Revelation seventeen. But there is also an eighth, who is of the seven. Rome always comes up eighth and is of the seven.
Johannes, die in de geschiedenis van de tijd van het einde in 1798 staat, wordt ook gezegd dat een van de koppen „is”. Het zesde koninkrijk van de Bijbelse profetie begon in 1798; dus toen Johannes profetisch naar 1798 werd overgebracht, is het koninkrijk dat toen was de Verenigde Staten, en hem werd verder meegedeeld dat het zevende koninkrijk ten opzichte van 1798 nog toekomstig was, want het was nog niet gekomen. Het zevende koninkrijk dat ten opzichte van 1798 nog toekomstig was, zijn de Verenigde Naties, die worden voorgesteld door tien koningen en het onderwerp zijn van Openbaring zeventien. Maar er is ook een achtste, die uit de zeven is. Rome komt altijd als achtste op en is uit de zeven.
There is much to say about the contents of chapter seventeen, but we are simply identifying the eight kingdoms of Bible prophecy represented in chapter seventeen in order to see how the Millerite understanding of four kingdoms squares up with the eight kingdoms of Revelation seventeen.
Er valt veel te zeggen over de inhoud van hoofdstuk zeventien, maar wij beperken ons ertoe de acht koninkrijken van de Bijbelse profetie te identificeren die in hoofdstuk zeventien worden voorgesteld, om te zien hoe het milleristische begrip van vier koninkrijken zich verhoudt tot de acht koninkrijken van Openbaring zeventien.
We will address this in the next article.
Wij zullen dit in het volgende artikel behandelen.