The Millerite movement was represented in Isaiah chapter seven by a sixty-five year prophecy, that began in 742 BC. Those sixty-five years that took place in the history of Isaiah represent the sixty-five years from 1798 until 1863. Alpha and Omega will always portray the end, with the beginning. The sixty-five year prophecy identifies the curse of seven times against the northern and the southern kingdoms of Israel. The first seven times against the northern kingdom began in 723 BC, nineteen years after Isaiah presented the prediction to king Ahaz. The last seven times against the southern kingdom, began at the end of the sixty-five years in 677 BC.

De Milleritische beweging werd in Jesaja hoofdstuk zeven voorgesteld door een profetie van vijfenzestig jaar, die begon in 742 v.Chr. Die vijfenzestig jaren, die plaatsvonden in de geschiedenis van Jesaja, vertegenwoordigen de vijfenzestig jaren van 1798 tot 1863. Alpha en Omega zullen altijd het einde samen met het begin uitbeelden. De profetie van vijfenzestig jaar wijst de vloek van zeven tijden aan tegen het noordelijke en het zuidelijke koninkrijk van Israël. De eerste zeven tijden tegen het noordelijke koninkrijk begonnen in 723 v.Chr., negentien jaar nadat Jesaja de voorspelling aan koning Achaz had voorgelegd. De laatste zeven tijden tegen het zuidelijke koninkrijk begonnen aan het einde van de vijfenzestig jaren, in 677 v.Chr.

The first curse of seven times against Ephraim ended in 1798, which was the time of the end when the vision of the Ulai River of chapters eight and nine of Daniel was unsealed. It prophetically marked both the arrival of the first angel’s message and the prophetic beginning of the Millerite movement. The last curse of seven times against Judah ended in 1844, which was the arrival of the third angel’s message. Nineteen years later in 1863, the sixty-five years represented in the beginning of the prediction marked the end of the Millerite movement, and the beginning of the Laodicean Seventh-day Adventist church. Seven years prior to 1863, in 1856, James White began to identify that the Millerite movement had ceased to be the church of Philadelphia and had become the church of Laodicea. His grandson, when writing Ellen White’s biography, writes about the history of 1856, and the Laodicean message.

De eerste vloek van zeven tijden tegen Efraïm eindigde in 1798, de tijd van het einde, toen het visioen van de rivier de Ulai uit Daniël hoofdstukken acht en negen werd ontzegeld. Het markeerde profetisch zowel de komst van de boodschap van de eerste engel als het profetische begin van de Milleritische beweging. De laatste vloek van zeven tijden tegen Juda eindigde in 1844, hetgeen de komst van de boodschap van de derde engel was. Negentien jaar later, in 1863, markeerden de vijfenzestig jaren die aan het begin van de voorzegging werden voorgesteld het einde van de Milleritische beweging en het begin van de Laodicese Kerk van de Zevende-dags Adventisten. Zeven jaar vóór 1863, in 1856, begon James White te onderkennen dat de Milleritische beweging had opgehouden de gemeente van Filadelfia te zijn en de gemeente van Laodicea was geworden. Zijn kleinzoon schrijft, wanneer hij de biografie van Ellen White opstelt, over de geschiedenis van 1856 en de Laodiceaanse boodschap.

“The Laodicean Message

“De Boodschap aan Laodicea”

“The Sabbathkeeping Adventists had taken the position that the messages to the seven churches in Revelation 2 and 3 pictured the experience of the Christian church down through the centuries. It was their conclusion that the message to the Laodicean church applied to those they now termed nominal Adventists, those who had not accepted the seventh-day Sabbath. In a short editorial in the Review of October 9, James White raised some thought provoking questions that he introduced by stating:

„De sabbatvierende adventisten hadden het standpunt ingenomen dat de boodschappen aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 de ervaring van de christelijke kerk door de eeuwen heen uitbeeldden. Hun conclusie was dat de boodschap aan de gemeente van Laodicea van toepassing was op hen die zij nu naamadventisten noemden, degenen die de sabbat van de zevende dag niet hadden aangenomen. In een kort redactioneel artikel in de Review van 9 oktober stelde James White enkele tot nadenken stemmende vragen, die hij inleidde met de woorden:”

“The inquiry is beginning to come up afresh, ‘Watchman, What of the night?’ At present there is space for only a few questions, asked to call attention to the subject to which they relate. A full answer, we trust, will soon be given.—Review and Herald, Oct. 9, 1856.

„De vraag begint opnieuw naar voren te komen: ‘Wachter, hoe ver is het in de nacht?’ Vooralsnog is er slechts ruimte voor enkele vragen, gesteld om de aandacht te vestigen op het onderwerp waarop zij betrekking hebben. Een volledig antwoord, zo vertrouwen wij, zal spoedig worden gegeven.—Review and Herald, 9 okt. 1856.

“Of the eleven questions he asked, it is the sixth that zeroed in on the Laodiceans.

„Van de elf vragen die hij stelde, was het de zesde die zich rechtstreeks op de Laodicenzen richtte.‟

“6. Does not the state of the Laodiceans (lukewarm, and neither cold nor hot) fitly illustrate the condition of the body of those who profess the third angel’s message?—Ibid.

„6. Illustreert de toestand van de Laodiceeërs (lauw, en noch koud noch heet) niet treffend de toestand van het geheel van hen die de boodschap van de derde engel belijden? — Ibid.

“The last question lays the matter open:

„De laatste vraag legt de zaak open:“

“11. If this be our condition as a people, have we any real grounds to hope for the favor of God unless we heed the ‘counsel’ of the True Witness? I counsel thee to buy of me gold tried in the fire, that thou mayest be rich; and white raiment, that thou mayest be clothed, and that the shame of thy nakedness do not appear; and anoint thine eyes with eyesalve, that thou mayest see. As many as I love, I rebuke and chasten: be zealous therefore, and repent. Behold, I stand at the door, and knock: if any man hear my voice, and open the door, I will come in to him, and will sup with him, and he with me. To him that overcometh will I grant to sit with me in my throne, even as I also overcame, and am set down with my Father in his throne. Revelation 3:18–21.—Ibid.

“11. Indien dit onze toestand als volk is, hebben wij dan enige werkelijke grond om op de gunst van God te hopen, tenzij wij acht slaan op de ‘raad’ van de Waarachtige Getuige? Ik raad u aan van Mij te kopen goud, beproefd in het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij bekleed moogt zijn en de schande uwer naaktheid niet openbaar worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Allen die Ik liefheb, bestraf en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal tot hem inkomen en met hem avondmaal houden, en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik overwonnen heb en Mij met Mijn Vader gezet heb op Zijn troon. Openbaring 3:18–21.—Ibid.

“It is clear that the truth of the matter was just dawning on the mind of James White. The next issue of the Review carried a seven-column presentation of the seven churches, under that title. In his opening remarks he declared:

“Het is duidelijk dat de waarheid van de zaak nog maar pas begon door te dringen tot het denken van James White. Het volgende nummer van de Review bevatte een presentatie in zeven kolommen over de zeven gemeenten, onder die titel. In zijn inleidende opmerkingen verklaarde hij:

“We must agree with some modern expositors that these seven churches should be understood as representing seven conditions of the Christian church, in seven periods of time, covering the ground of the entire Christian age.—Ibid., Oct. 16, 1856.

„Wij moeten instemmen met sommige moderne uitleggers dat deze zeven gemeenten moeten worden verstaan als een voorstelling van zeven toestanden van de christelijke kerk, in zeven tijdsperioden, die het terrein van het gehele christelijke tijdperk bestrijken.—Ibid., 16 okt. 1856.

“He then took up the prophecy, dealing with each church separately. Coming to the seventh, the Laodicean, he declared:

„Vervolgens nam hij de profetie ter hand en behandelde elke gemeente afzonderlijk. Toen hij bij de zevende kwam, de Laodiceense, verklaarde hij:“

“How humbling to us as a people is the sad description of this church. And is not this dreadful description a most perfect picture of our present condition? It is; and it will be of no use to try to evade the force of this searching testimony to the Laodicean church. The Lord help us to receive it, and to profit by it.—Ibid.

Hoe vernederend is voor ons als volk de droevige beschrijving van deze gemeente. En is deze ontzagwekkende beschrijving niet een uiterst treffend beeld van onze huidige toestand? Dat is zij; en het zal van geen nut zijn te trachten de kracht van dit indringende getuigenis tot de gemeente van Laodicea te ontlopen. De Heere helpe ons het te aanvaarden en er voordeel uit te trekken.—Ibid.

“After he devoted two columns to the Laodicean church, his closing remarks made a strong appeal:

„Nadat hij twee kolommen had gewijd aan de gemeente van Laodicea, vormden zijn slotopmerkingen een krachtig appèl:

“Dear brethren, we must overcome the world, the flesh, and the devil, or we shall have no part in the kingdom of God. . . . Lay hold of this work at once, and in faith claim the gracious promises to the repenting Laodiceans. Arise in the name of the Lord, and let your light shine to the glory of His blessed name.—Ibid.

“Geliefde broeders, wij moeten de wereld, het vlees en de duivel overwinnen, anders zullen wij geen deel hebben aan het koninkrijk Gods.... Grijp dit werk terstond aan, en maak in geloof aanspraak op de genadige beloften aan de berouwhebbende Laodicenzen. Sta op in de naam des Heeren, en laat uw licht schijnen tot verheerlijking van Zijn gezegende naam.—Ibid.

“The response from the field was electrifying. Wrote G. W. Holt from Ohio on October 20:

„De reactie vanuit het veld was opwindend. G. W. Holt schreef op 20 oktober vanuit Ohio:

“Yes, I do believe that we who are in the third message with the commandments of God and the faith of Jesus are the church this language is addressed to; and we cannot be too soon in applying for tried gold and white raiment, and eyesalve, that we may see.—Ibid., Nov. 6, 1856.

“Ja, ik geloof inderdaad dat wij die ons bevinden in de derde boodschap, met de geboden van God en het geloof van Jezus, de gemeente zijn tot welke deze taal gericht is; en wij kunnen niet te spoedig zijn in het vragen om beproefd goud en witte klederen en ogenzalf, opdat wij mogen zien.—Ibid., 6 nov. 1856.

“From the Northeast a new voice was heard on the subject, that of Stephen N. Haskell, of Princeton, Massachusetts. As a first-day Adventist he had begun to preach at the age of 20; now three years later he was in the third angel’s message. A thorough Bible student, after having seen White’s brief initial editorial introducing the question of the seven churches, he chose to write an extended piece for the Review:

“Uit het noordoosten werd met betrekking tot dit onderwerp een nieuwe stem gehoord, die van Stephen N. Haskell, uit Princeton, Massachusetts. Als adventist van de eerste dag was hij op twintigjarige leeftijd begonnen te prediken; nu, drie jaar later, bevond hij zich in de boodschap van de derde engel. Als grondig Bijbelonderzoeker koos hij, nadat hij White’s korte eerste redactionele inleiding over de kwestie van de zeven gemeenten had gezien, ervoor een uitvoerig artikel voor de Review te schrijven:

“The subject referred to has been one of deep interest to me for some months past. . . . I have for some time been led to believe that the message to the Laodiceans belongs to us; i.e., to those who believe in the third angel’s message, from many reasons which I consider to be good. I will mention two.—Ibid.

„Het onderwerp waarnaar werd verwezen, is sinds enkele maanden voor mij van diepgaand belang geweest.... Sinds enige tijd ben ik ertoe geleid te geloven dat de boodschap aan de Laodicenzen op ons betrekking heeft; d.w.z. op hen die in de boodschap van de derde engel geloven, om vele redenen die ik als gegrond beschouw. Ik zal er twee noemen.—Ibid.

“This he does, devoting two columns to his conclusions. As he closed he declared:

„Dit doet hij door twee kolommen aan zijn conclusies te wijden. Bij zijn afsluiting verklaarde hij:

“A theory of the third angel’s message never, no never, will save us, without the wedding garment, which is the righteousness of the saints. We must perfect holiness in the fear of the Lord.—Ibid.

„Een theorie van de boodschap van de derde engel zal ons nooit, nee nooit, redden zonder het bruiloftskleed, dat de gerechtigheid van de heiligen is. Wij moeten de heiligheid volmaken in de vreze des Heeren.—Ibid.

“As James White continued his editorials on the message to the Laodicean church the concepts the Sabbathkeeping Adventists were now reading in the Review were startling, but on thoughtful, prayerful consideration they were seen to be applicable. The letters to the editor showed quite general agreement and indicated that a revival was under way. That the stirring message was not the outgrowth of excitement was attested to by the first article in Testimony No. 3, published in April, 1857, titled Be Zealous and Repent. It opens, “The Lord has shown me in vision some things concerning the church in its present lukewarm state, which I will relate to you.”—1T, p. 141. In this Ellen White presented what was shown to her of Satan’s attacks on the church through earthly prosperity and possessions.” Arthur White, Ellen G. White: The Early Years, volume 1, 342–344.

“Terwijl James White zijn hoofdartikelen over de boodschap aan de gemeente van Laodicea voortzette, waren de denkbeelden die de sabbatvierende adventisten nu in de Review lazen, opzienbarend; maar bij bedachtzame, biddende overweging bleek dat zij toepasselijk waren. De brieven aan de redacteur toonden een tamelijk algemene instemming en gaven aan dat er een opwekking gaande was. Dat de indringende boodschap niet uit opwinding was voortgekomen, werd bevestigd door het eerste artikel in Testimony No. 3, gepubliceerd in april 1857, getiteld Be Zealous and Repent. Het begint: ‘De Heere heeft mij in een gezicht enige dingen getoond betreffende de gemeente in haar huidige lauwe toestand, die ik u zal meedelen.’—1T, p. 141. Hierin stelde Ellen White voor wat haar was getoond van Satans aanvallen op de gemeente door middel van aardse voorspoed en bezittingen.” Arthur White, Ellen G. White: The Early Years, deel 1, 342–344.

The Millerite movement began prophetically as the Philadelphian church, and in 1856 it became the Laodicean church. Seven years later the movement ended, and the Seventh-day Adventist church began as the Laodicean church and will remain so, until it is spewed out of the mouth of the Lord. The movement of the one hundred and forty-four thousand came out of the fold of the Laodicean church, just as the Millerite movement came out of the fold of the church of Sardis. The movement of the one hundred and forty-four thousand parallels the Millerite movement in that the first movement changed from Philadelphia to Laodicea and the last movement changes from Laodicea to Philadelphia. The point of transition from Philadelphia unto Laodicea in Millerite history is specifically marked as 1856, so the point of transition must also be marked in the last movement, for God never changes. The point of transition is identified in Revelation eleven with the two prophets that are slain in the streets.

De Milleritische beweging begon profetisch als de gemeente van Filadelfia, en in 1856 werd zij de gemeente van Laodicea. Zeven jaar later eindigde de beweging, en de Kerk der Zevende-dags Adventisten begon als de gemeente van Laodicea en zal dat blijven, totdat zij uit de mond van de Heere wordt uitgespuwd. De beweging van de honderd vierenveertigduizend kwam voort uit de schoot van de gemeente van Laodicea, evenals de Milleritische beweging voortkwam uit de schoot van de gemeente van Sardis. De beweging van de honderd vierenveertigduizend loopt parallel met de Milleritische beweging, in die zin dat de eerste beweging veranderde van Filadelfia naar Laodicea en de laatste beweging verandert van Laodicea naar Filadelfia. Het omslagpunt van Filadelfia naar Laodicea in de geschiedenis van het Millerisme wordt uitdrukkelijk gemarkeerd als 1856, dus moet ook in de laatste beweging het omslagpunt worden gemarkeerd, want God verandert nooit. Het omslagpunt wordt in Openbaring elf aangeduid door de twee profeten die op de straten gedood worden.

And when they shall have finished their testimony, the beast that ascendeth out of the bottomless pit shall make war against them, and shall overcome them, and kill them. And their dead bodies shall lie in the street of the great city, which spiritually is called Sodom and Egypt, where also our Lord was crucified. Revelation 11:7, 8.

En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest dat uit de afgrond opkomt, oorlog tegen hen voeren, en het zal hen overwinnen en hen doden. En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, waar ook onze Heere gekruisigd werd. Openbaring 11:7, 8.

The last movement would die, then stand and thereafter be resurrected as the ensign. In so doing it would align with the Republican horn. The Republican horn forms an image to the beast, and the beast that it forms the image of is addressed in Revelation seventeen, and that beast is identified as the fifth head that received a deadly wound, that would be resurrected as the eighth head. It would be resurrected as the eighth that was of the seven.

De laatste beweging zou sterven, vervolgens opstaan en daarna als het banier worden opgewekt. Door dit te doen, zou zij zich scharen aan de zijde van de Republikeinse hoorn. De Republikeinse hoorn vormt een beeld voor het beest, en het beest waarvan hij het beeld vormt, wordt aangesproken in Openbaring zeventien, en dat beest wordt geïdentificeerd als de vijfde kop die een dodelijke wond ontving, die als de achtste kop zou worden opgewekt. Het zou worden opgewekt als de achtste, die uit de zeven was.

And the beast that was, and is not, even he is the eighth, and is of the seven, and goeth into perdition. Revelation 17:11.

En het beest dat was en niet is, ook dat is de achtste, en is uit de zeven, en gaat ten verderve. Openbaring 17:11.

The Republican horn would form an image of that beast, and it therefore would be killed and then resurrected. When it was resurrected it would be the eighth head that was of the seven previous heads. The Protestant horn, rides upon the same earth beast as the Republican horn and would need to possess the same prophetic dynamics. The transition from Philadelphia to Laodicea in the Millerite movement prefigures the transition from the Laodicea to Philadelphia in the last movement.

De Republikeinse hoorn zou een beeld van dat beest vormen, en daarom zou zij worden gedood en vervolgens worden opgewekt. Wanneer zij werd opgewekt, zou zij de achtste kop zijn, die uit de zeven voorafgaande koppen was. De protestantse hoorn berijdt hetzelfde aardebeest als de Republikeinse hoorn en zou dezelfde profetische dynamiek moeten bezitten. De overgang van Filadelfia naar Laodicea in de Milleritische beweging is een voorafschaduwing van de overgang van Laodicea naar Filadelfia in de laatste beweging.

When the last movement received a deadly wound on July 18, 2020, it died as Laodicea. When, as represented in Revelation eleven it transitioned to Philadelphia, it would represent the eighth church, that is of the seven. The death in the year 2020, was paralleled by the Republican horn, for since the time of the end in 1989, there had been six presidents. The sixth president received a deadly wound, that will be healed in 2024. That head will then be the eighth head of the United States since the time of the end in 1989, and it will be of the seven. Both horns were the sixth that becomes the eighth. This truth is a large part of the message of the Revelation of Jesus Christ that is unsealed just before the close of probation.

Toen de laatste beweging op 18 juli 2020 een dodelijke wond ontving, stierf zij als Laodicea. Wanneer zij, zoals weergegeven in Openbaring elf, overging naar Filadelfia, zou zij de achtste kerk voorstellen, dat wil zeggen een die uit de zeven is. De dood in het jaar 2020 liep parallel met de Republikeinse horen, want sinds de tijd van het einde in 1989 waren er zes presidenten geweest. De zesde president ontving een dodelijke wond, die in 2024 genezen zal worden. Dat hoofd zal dan het achtste hoofd van de Verenigde Staten zijn sinds de tijd van het einde in 1989, en het zal uit de zeven zijn. Beide horens waren de zesde die de achtste wordt. Deze waarheid vormt een groot deel van de boodschap van de Openbaring van Jezus Christus die vlak vóór het sluiten van de genadetijd wordt ontsloten.

For this reason, it is important to be clear about the Millerite history that typifies our current history. Sister White confirmed James White’s application of Laodicea upon the movement in 1856, so this is not an application that is derived by human logic. Seven years before the Seventh-day Adventist church was legally connected with the Republican horn, it was identified by inspiration as the Laodicean church. This means there has never been one day in the history of the Seventh-day Adventist church when it was anything other than naked, poor, blind, miserable and wretched. This prophetic reality provides the context and justification for recognizing the four escalating abominations of Ezekiel chapter eight as the four generations of Adventism.

Om deze reden is het belangrijk helderheid te hebben over de Milleritische geschiedenis die onze huidige geschiedenis typeert. Zuster White bevestigde in 1856 James Whites toepassing van Laodicea op de beweging; dit is dus geen toepassing die uit menselijke logica is afgeleid. Zeven jaar voordat de Kerk der Zevende-dags Adventisten juridisch verbonden werd met de Republikeinse hoorn, werd zij door inspiratie aangeduid als de Laodiceïsche gemeente. Dit betekent dat er in de geschiedenis van de Kerk der Zevende-dags Adventisten nooit één dag is geweest waarop zij iets anders was dan naakt, arm, blind, ellendig en jammerlijk. Deze profetische werkelijkheid verschaft de context en rechtvaardiging om de vier toenemende gruwelen van Ezechiël hoofdstuk acht te herkennen als de vier generaties van het adventisme.

When the Millerite history is approached from the structure of Isaiah seven’s sixty-five years, it is to be recognized that the prophecy of the seven times is the prophetic umbrella that covers the entire history of the Millerite movement. In 1856, the message to the Laodicean church became present truth for Millerite Adventism. The one who presents the message of Laodicea was not James or Ellen White, it was the Faithful and True Witness.

Wanneer de geschiedenis van de Millerieten benaderd wordt vanuit de structuur van de vijfenzestig jaren van Jesaja zeven, dient erkend te worden dat de profetie van de zeven tijden het profetische overkoepelende kader is dat de gehele geschiedenis van de Milleritische beweging omvat. In 1856 werd de boodschap aan de gemeente van Laodicea tegenwoordige waarheid voor het Milleritische adventisme. Degene die de boodschap van Laodicea brengt, was niet James of Ellen White, maar de Getrouwe en Waarachtige Getuige.

And unto the angel of the church of the Laodiceans write; These things saith the Amen, the faithful and true witness, the beginning of the creation of God; I know thy works, that thou art neither cold nor hot: I would thou wert cold or hot. So then because thou art lukewarm, and neither cold nor hot, I will spue thee out of my mouth. Because thou sayest, I am rich, and increased with goods, and have need of nothing; and knowest not that thou art wretched, and miserable, and poor, and blind, and naked: I counsel thee to buy of me gold tried in the fire, that thou mayest be rich; and white raiment, that thou mayest be clothed, and that the shame of thy nakedness do not appear; and anoint thine eyes with eyesalve, that thou mayest see. As many as I love, I rebuke and chasten: be zealous therefore, and repent. Behold, I stand at the door, and knock: if any man hear my voice, and open the door, I will come in to him, and will sup with him, and he with me. To him that overcometh will I grant to sit with me in my throne, even as I also overcame, and am set down with my Father in his throne. He that hath an ear, let him hear what the Spirit saith unto the churches. Revelation 3:14–22.

En schrijf aan de engel der gemeente van de Laodicenzen: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige, het Begin van de schepping Gods: Ik ken uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet; och, waart gij koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch koud noch heet, zal Ik u uit Mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan niets gebrek; en gij weet niet dat gij ellendig zijt en erbarmelijk en arm en blind en naakt; raad Ik u aan van Mij te kopen goud, gelouterd in het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij bekleed moogt zijn en de schande uwer naaktheid niet openbaar worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Allen die Ik liefheb, bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal tot hem inkomen en maaltijd met hem houden, en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik overwonnen heb en Mij gezet heb met Mijn Vader op Zijn troon. Wie een oor heeft, laat hij horen wat de Geest tot de gemeenten zegt. Openbaring 3:14–22.

The True Witness identifies that if any man would “hear” His voice, He would come in and “sup with him.” If Laodicea would open the door, Christ would come in and sup with them. If Christ is allowed to enter, he brings a message, for the symbolism of eating represents the reception of a message. The message can be generalized as simply the Laodicean message, but that is a shallow consideration of what the message He offers represents. In 1856, Hiram Edson set forth a series of eight articles that contained the prophetic information that expands the understanding of the very first “time prophecy” the angels of God led William Miller to recognize and proclaim. In those eight articles, Edson correctly identifies the sixty-five years of Isaiah seven.

De Ware Getuige maakt duidelijk dat, indien iemand Zijn stem zou „horen”, Hij zou binnengaan en „met hem avondmaal houden”. Indien Laodicea de deur zou openen, zou Christus binnengaan en met hen avondmaal houden. Indien Christus wordt toegelaten om binnen te komen, brengt Hij een boodschap, want de symboliek van eten vertegenwoordigt het ontvangen van een boodschap. De boodschap kan in algemene zin eenvoudigweg worden aangeduid als de Laodiceaanse boodschap, maar dat is een oppervlakkige beschouwing van wat de boodschap die Hij aanbiedt, vertegenwoordigt. In 1856 zette Hiram Edson een reeks van acht artikelen uiteen die de profetische informatie bevatten welke het begrip verdiept van de allereerste „tijdprofetie” die de engelen van God William Miller leidden te herkennen en te verkondigen. In die acht artikelen identificeert Edson op juiste wijze de vijfenzestig jaren van Jesaja zeven.

The beginning of Miller’s work was the discovery of the seven times, and seven years before the movement named after his service was to end, a deeper revelation of that very prophecy was offered to Millerite Adventism. It was offered in the same year they were identified by inspiration as Laodiceans. Prophetically, twenty-five hundred and twenty days later in 1863, Miller’s first discovery of prophetic time was rejected. The Laodicean message for the Advent movement arrived in 1856, and the Lord knocked on the door eight times, with eight articles to see if He could find entrance. At the ending of the movement, the True Witness wished to sup together with His people by dining upon the very first message of time from the beginning of the movement. His people refused to eat, and seven years, or twenty-five hundred and twenty prophetic days later, His people shut the door that had been opened with the key of David that had been placed into the hand of William Miller. They returned to an old Samaritan prophet who fed them a lie, sealing their fate to die between an ass and a lion.

Het begin van Millers werk was de ontdekking van de zeven tijden, en zeven jaar voordat de naar zijn dienst genoemde beweging ten einde zou komen, werd aan het Milleritische adventisme een diepere openbaring van juist die profetie aangeboden. Zij werd aangeboden in hetzelfde jaar waarin zij door de Inspiratie als Laodiceeërs werden aangeduid. Profetisch gezien werd tweeduizend vijfhonderd twintig dagen later, in 1863, Millers eerste ontdekking van profetische tijd verworpen. De Laodicese boodschap voor de adventbeweging kwam in 1856, en de Heere klopte achtmaal aan de deur, met acht artikelen om te zien of Hij ingang kon vinden. Aan het einde van de beweging wenste de Getrouwe Getuige met Zijn volk avondmaal te houden door te eten van juist de allereerste tijdboodschap vanaf het begin van de beweging. Zijn volk weigerde te eten, en zeven jaar, of tweeduizend vijfhonderd twintig profetische dagen later, sloot Zijn volk de deur die was geopend met de sleutel van David die in de hand van William Miller was gelegd. Zij keerden terug tot een oude Samaritaanse profeet die hun een leugen te eten gaf, waarmee hun lot werd bezegeld om te sterven tussen een ezel en een leeuw.

In 1856, the Protestant horn was in the crisis of the valley of vision, for where there is no vision, the people perish. In 1856, the Republican horn was also in a crisis.

In 1856 bevond de protestantse hoorn zich in de crisis van het dal van het gezicht, want waar geen gezicht is, gaat het volk te gronde. In 1856 verkeerde ook de Republikeinse hoorn in een crisis.

1856, marked a continuation of the violent conflict known as Bleeding Kansas, the Kansas-Missouri Border War. The struggle was over whether Kansas would enter the Union as a free state or a slave state. The conflict included violent clashes between pro-slavery and anti-slavery settlers.

1856 werd gekenmerkt door een voortzetting van het gewelddadige conflict dat bekendstaat als Bleeding Kansas, de grensoorlog tussen Kansas en Missouri. De strijd ging over de vraag of Kansas tot de Unie zou toetreden als een vrije staat of als een slavenstaat. Het conflict omvatte gewelddadige botsingen tussen voorstanders en tegenstanders van de slavernij onder de kolonisten.

On May 22, 1856, a violent incident also occurred in the United States Senate chamber, when Congressman Preston Brooks, a pro-slavery advocate from South Carolina, brutally attacked Senator Charles Sumner of Massachusetts with his cane. Sumner had delivered an anti-slavery speech titled The Crime Against Kansas, which deeply offended Brooks. The caning incident highlighted the growing tensions between North and South over the issue of slavery.

Op 22 mei 1856 vond ook in de Senaatszaal van de Verenigde Staten een gewelddadig incident plaats, toen congreslid Preston Brooks, een voorstander van de slavernij uit South Carolina, senator Charles Sumner uit Massachusetts op brute wijze met zijn wandelstok aanviel. Sumner had een toespraak tegen de slavernij gehouden, getiteld The Crime Against Kansas, die Brooks diep had beledigd. Het incident met de stokslagen legde de toenemende spanningen tussen Noord en Zuid over de kwestie van de slavernij bloot.

In 1856, the Republican Party was founded as a response to the political turmoil caused by the Kansas-Nebraska Act, passed in 1854, which produced the growing opposition to the spread of slavery into new territories. The party’s first national convention was held in Philadelphia, and John C. Fremont was chosen as their first presidential candidate in the 1856 election.

In 1856 werd de Republikeinse Partij opgericht als reactie op de politieke onrust die was veroorzaakt door de Kansas-Nebraska Act, aangenomen in 1854, waardoor de groeiende oppositie tegen de uitbreiding van de slavernij naar nieuwe territoria ontstond. De eerste nationale conventie van de partij werd gehouden in Philadelphia, en John C. Fremont werd gekozen als haar eerste presidentskandidaat bij de verkiezingen van 1856.

The Kansas-Nebraska Act organized the territories of Kansas and Nebraska and allowed the settlers in those territories to decide whether they would allow slavery within their borders. This concept, known as “popular sovereignty,” effectively repealed the Missouri Compromise of 1820, which had prohibited slavery north of the 36°30’ parallel in the Louisiana Territory. The act had a profound impact on the issue of slavery in the territories. It reignited sectional tensions because it opened the possibility that slavery could expand into areas that were previously considered free soil, such as Kansas. The passage of the Kansas-Nebraska Act led to a rush of pro-slavery and anti-slavery settlers into the Kansas Territory, each hoping to influence the outcome of the popular sovereignty vote. This competition for control of the territory led to violent clashes and a period of lawlessness known as Bleeding Kansas in 1856.

De Kansas-Nebraska Act richtte de territoria Kansas en Nebraska in en stond de kolonisten in die territoria toe te beslissen of zij slavernij binnen hun grenzen zouden toestaan. Dit beginsel, bekend als „volkssoevereiniteit”, herriep in feite het Missouri-compromis van 1820, dat slavernij ten noorden van de breedtegraad 36°30′ in het Louisiana-territorium had verboden. De wet had een diepgaande invloed op de kwestie van de slavernij in de territoria. Zij deed de spanningen tussen de regio’s opnieuw oplaaien, omdat zij de mogelijkheid opende dat de slavernij zich kon uitbreiden naar gebieden die voordien als vrije bodem werden beschouwd, zoals Kansas. De aanneming van de Kansas-Nebraska Act leidde tot een toestroom van voorstanders en tegenstanders van de slavernij naar het territorium Kansas, ieder in de hoop de uitkomst van de stemming over de volkssoevereiniteit te beïnvloeden. Deze wedijver om de controle over het territorium leidde tot gewelddadige botsingen en tot een periode van wetteloosheid die in 1856 bekendstond als Bleeding Kansas.

The presidential election of 1856 was a significant political event. It featured a three-way race between Democrat James Buchanan, Republican John C. Fremont, and former President Millard Fillmore of the American Party. James Buchanan won the election and became the 15th President of the United States.

De presidentsverkiezingen van 1856 vormden een belangrijke politieke gebeurtenis. Zij kenmerkten zich door een driezijdige strijd tussen de Democraat James Buchanan, de Republikein John C. Fremont en voormalig president Millard Fillmore van de American Party. James Buchanan won de verkiezingen en werd de vijftiende president van de Verenigde Staten.

James Buchanan’s presidency is primarily known for its failure to effectively address the growing tensions and divisions between the North and the South, ultimately culminating in the outbreak of the American Civil War shortly after he left office. His presidency is often viewed as one of the least successful presidency in American history, due to these significant failures in leadership and crisis management.

Het presidentschap van James Buchanan staat vooral bekend om zijn onvermogen de groeiende spanningen en verdeeldheid tussen het Noorden en het Zuiden doeltreffend aan te pakken, wat uiteindelijk uitmondde in het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog kort nadat hij het ambt had verlaten. Zijn presidentschap wordt vaak beschouwd als een van de minst succesvolle in de Amerikaanse geschiedenis, vanwege deze ernstige tekortkomingen in leiderschap en crisisbeheersing.

The infamous Dred Scott Decision in 1857, declared that slaves whether enslaved or free were not citizens and could not sue in federal courts. It also declared that Congress could not prevent slavery in the territories of the United States. The Democrat Buchanan publicly endorsed the pro-slavery Dred Scott Decision.

Het beruchte Dred Scott-arrest van 1857 verklaarde dat slaven, hetzij tot slaaf gemaakt hetzij vrij, geen burgers waren en geen rechtsvordering konden instellen bij federale rechtbanken. Het verklaarde tevens dat het Congres de slavernij in de territoria van de Verenigde Staten niet kon verhinderen. De Democraat Buchanan sprak openlijk zijn steun uit voor het slavernijgezinde Dred Scott-arrest.

Not only did the pro-slavery position of the Democrat Buchanan allow tensions to escalate into Civil War, but his inability to manage the economics of the country led to the Panic of 1857, which was one of the greatest economic downturns in American history prior to the great depression. The Panic of 1857 resulted in a severe economic depression that lasted several years. Businesses and banks closed, unemployment increased and the stock market declined.

Niet alleen liet de pro-slavernijgezinde opstelling van de democraat Buchanan de spanningen escaleren tot een Burgeroorlog, maar zijn onvermogen om de economie van het land te beheren leidde ook tot de Paniek van 1857, een van de grootste economische neergangen in de Amerikaanse geschiedenis vóór de Grote Depressie. De Paniek van 1857 mondde uit in een ernstige economische depressie die verscheidene jaren aanhield. Bedrijven en banken sloten hun deuren, de werkloosheid nam toe en de aandelenmarkt daalde.

During Buchanan’s presidency the Southern states began their process of seceding from the Union, and they broke away in response to the election of the Republican Abraham Lincoln, in 1860. Buchanan took a passive approach to the secession crisis, arguing that the federal government lacked the authority to forcibly prevent secession. This lack of decisive action allowed the secession movement to gain momentum. His lack of strong leadership and his reluctance to take decisive action to address the secession crisis contributed to the South’s perception that it could leave the Union without facing military opposition.

Tijdens Buchanans presidentschap begonnen de zuidelijke staten aan hun proces van afscheiding van de Unie, en zij scheidden zich af als reactie op de verkiezing van de Republikein Abraham Lincoln in 1860. Buchanan nam een passieve houding aan ten aanzien van de afscheidingscrisis en voerde aan dat de federale regering niet de bevoegdheid bezat om afscheiding met geweld te verhinderen. Dit gebrek aan doortastend optreden stelde de afscheidingsbeweging in staat aan kracht te winnen. Zijn gebrek aan krachtig leiderschap en zijn terughoudendheid om beslissende maatregelen te nemen om de afscheidingscrisis het hoofd te bieden, droegen bij aan de opvatting in het Zuiden dat het de Unie kon verlaten zonder met militair verzet te worden geconfronteerd.

In 1860, Abraham Lincoln the first Republican president, was elected. On January 1, 1863, President Lincoln signed and issued the final Emancipation Proclamation, which declared that all enslaved people in Confederate-held territory were to be set free. This executive order had a significant impact on the Civil War as it turned the conflict into a struggle not only to preserve the Union, but also to end slavery. The Emancipation Proclamation did not immediately free all enslaved individuals. It applied specifically to Confederate-held territory, where the Union had limited authority. As Union forces advanced and gained control over Confederate territory, the proclamation was enforced, and enslaved people in those areas were set free. The Emancipation Proclamation was a crucial step toward the eventual abolition of slavery in the United States and paved the way for the passage of the Thirteenth Amendment to the U.S. Constitution, which was passed and ratified on December 6, 1865.

In 1860 werd Abraham Lincoln, de eerste Republikeinse president, gekozen. Op 1 januari 1863 ondertekende en vaardigde president Lincoln de definitieve Emancipatieproclamatie uit, waarin werd verklaard dat alle tot slaaf gemaakte mensen in door de Confederatie bezet gebied vrijgelaten moesten worden. Dit uitvoerend bevel had een aanzienlijke invloed op de Burgeroorlog, omdat het het conflict veranderde in een strijd niet alleen om de Unie te behouden, maar ook om de slavernij te beëindigen. De Emancipatieproclamatie bevrijdde niet onmiddellijk alle tot slaaf gemaakte personen. Zij was specifiek van toepassing op door de Confederatie bezet gebied, waar de Unie slechts beperkte bevoegdheid had. Naarmate de troepen van de Unie oprukten en de controle over Zuidelijk gebied verwierven, werd de proclamatie ten uitvoer gelegd en werden de tot slaaf gemaakte mensen in die gebieden bevrijd. De Emancipatieproclamatie was een beslissende stap op weg naar de uiteindelijke afschaffing van de slavernij in de Verenigde Staten en effende de weg voor de aanneming van het Dertiende Amendement op de Grondwet van de Verenigde Staten, dat op 6 december 1865 werd aangenomen en geratificeerd.

The Republican horn from the 1850’s onward was in the crisis of the issue of slavery. Two primary divisions in the country represented by two primary classes of political thought. A separation process began in 1856 as anti and pro slavery groups moved into the Kansas territory in attempt to uphold their views of slavery, at the very time Philadelphia was being separated from Laodicea. Democrats were pro-slavery and Republicans were anti-slavery.

De Republikeinse hoorn verkeerde vanaf de jaren 1850 in de crisis rond de kwestie van de slavernij. Twee voornaamste scheidslijnen in het land werden vertegenwoordigd door twee voornaamste stromingen van politiek denken. In 1856 begon een scheidingsproces toen groepen die tegen en vóór de slavernij waren zich naar het gebied van Kansas begaven in een poging hun opvattingen over de slavernij te handhaven, juist op het moment dat Filadelfia van Laodicea werd gescheiden. De Democraten waren vóór de slavernij en de Republikeinen waren tegen de slavernij.

In 1856, Bleeding Kansas represented a microcosm of the impending war. In that year a pro-slavery Democrat was elected as head of the Republican horn, and his ineffective leadership became the symbol of an ineffective presidency, until these recent last days. He preceded the first Republican president that was forced to clean up the mess left by Buchanan’s presidency.

In 1856 vormde Bleeding Kansas een microkosmos van de naderende oorlog. In dat jaar werd een pro-slavernij-democraat verkozen tot hoofd van de Republikeinse hoorn, en zijn ineffectieve leiderschap werd het symbool van een ineffectief presidentschap, tot aan deze recente laatste dagen. Hij ging de eerste Republikeinse president vooraf, die gedwongen werd de wanorde op te ruimen die door Buchanans presidentschap was achtergelaten.

By 1863, the Republican horn made the most significant executive order in the history of the earth beast of Revelation thirteen. The executive order was addressing slavery. One paragraph of the proclamation states, “That on the first day of January, in the year of our Lord one thousand eight hundred and sixty-three, all persons held as slaves within any State or designated part of a State, the people whereof shall then be in rebellion against the United States, shall be then, thenceforward, and forever free; and the Executive Government of the United States, including the military and naval authority thereof, will recognize and maintain the freedom of such persons, and will do no act or acts to repress such persons, or any of them, in any efforts they may make for their actual freedom.” Though the resolution of the problem of slavery was historically incomplete at that point, the essence of the Constitution is recognized when Lincoln wrote, “all persons held as slaves within any state … shall be then, thenceforward, and forever free.”

In 1863 vaardigde de Republikeinse hoorn het belangrijkste uitvoerende bevel uit in de geschiedenis van het aardbeest van Openbaring dertien. Het uitvoerende bevel had betrekking op de slavernij. Eén alinea van de proclamatie luidt: „Dat op de eerste dag van januari, in het jaar onzes Heeren achttienhonderd drieënzestig, alle personen die als slaven worden gehouden binnen enige Staat of aangewezen deel van een Staat, waarvan het volk zich dan in opstand bevindt tegen de Verenigde Staten, op dat moment, van toen af aan en voor altijd vrij zullen zijn; en de Uitvoerende Regering van de Verenigde Staten, met inbegrip van haar militaire en maritieme autoriteit, zal de vrijheid van zodanige personen erkennen en handhaven, en zal geen daad of daden verrichten om zodanige personen, of enigen van hen, te onderdrukken in enige pogingen die zij zouden kunnen doen voor hun werkelijke vrijheid.” Hoewel de oplossing van het probleem van de slavernij op dat moment historisch gezien onvolledig was, wordt de essentie van de Grondwet erkend wanneer Lincoln schreef: „alle personen die als slaven worden gehouden binnen enige staat … zullen op dat moment, van toen af aan en voor altijd vrij zijn.”

Lincoln was returning to the foundational principle expressed in the Constitution, which identifies that “all men are created equal.” Lincoln was returning to the foundational truths at the same time the Protestant horn was rejecting its foundational prophecy, which is the prophecy of slavery. Therefore, at the very time the Republican horn was making its most significant “executive order” in history concerning slavery, the Protestant horn made the most significant executive order in its prophetic history concerning the prophecy of slavery, represented by Moses’ oath and curse. The Republican horn chose to return to the foundations, the Protestant horn chose to reject its foundation and return to those it had been instructed to never return unto.

Lincoln keerde terug naar het fundamentele beginsel dat in de Grondwet tot uitdrukking wordt gebracht, namelijk dat „alle mensen gelijk geschapen zijn”. Lincoln keerde terug naar de fundamentele waarheden op hetzelfde moment dat de protestantse hoorn zijn fundamentele profetie verwierp, namelijk de profetie van de slavernij. Daarom gaf de protestantse hoorn juist op het ogenblik dat de Republikeinse hoorn in de geschiedenis zijn meest betekenisvolle „executive order” met betrekking tot slavernij uitvaardigde, in zijn profetische geschiedenis de meest betekenisvolle executive order met betrekking tot de profetie van de slavernij, voorgesteld door Mozes’ eed en vloek. De Republikeinse hoorn koos ervoor naar de grondslagen terug te keren; de protestantse hoorn koos ervoor zijn fundament te verwerpen en terug te keren tot hen tot wie het de instructie had ontvangen nooit weder te keren.

In 1863, the Republican horn had been divided into two camps, as was ancient Israel’s kingdom divided in the time of Jeroboam and Rehoboam. In 1863, the Protestant horn became legally attached to the Republican horn, as represented by Jeroboam’s two altars at Bethel and Dan. The two horns move through history in parallel to each other, and the history of 1863, especially represents the history of the last days.

In 1863 was de Republikeinse hoorn in twee kampen verdeeld, zoals het koninkrijk van het oude Israël verdeeld was in de dagen van Jerobeam en Rehabeam. In 1863 werd de protestantse hoorn wettelijk verbonden met de Republikeinse hoorn, zoals voorgesteld door Jerobeams twee altaren te Bethel en Dan. De twee horens bewegen zich parallel aan elkaar door de geschiedenis, en de geschiedenis van 1863 vertegenwoordigt in het bijzonder de geschiedenis van de laatste dagen.

Millerite history is repeated in the history of the one hundred and forty-four thousand with a few prophetic caveats. One of those caveats is that the target audience in Millerite history was first those outside the movement, and thereafter the movement itself. In the movement of the one hundred and forty-four thousand the two voices of Revelation eighteen, identify two target audiences, but those targets are in reverse of Millerite history. The first target is God’s people and the second voice is God’s other flock, that are still in Babylon.

De Milleritische geschiedenis wordt, met enkele profetische voorbehouden, herhaald in de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend. Een van die voorbehouden is dat de doelgroep in de Milleritische geschiedenis aanvankelijk bestond uit hen die zich buiten de beweging bevonden, en daarna uit de beweging zelf. In de beweging van de honderd vierenveertigduizend wijzen de twee stemmen van Openbaring achttien echter op twee doelgroepen, maar die doelgroepen zijn het omgekeerde van de Milleritische geschiedenis. Het eerste doelwit is Gods volk, en de tweede stem is Gods andere kudde, die zich nog in Babylon bevindt.

Another prophetic caveat is that though both histories transcend from one church unto another, the Millerites moved from Philadelphia to Laodicea, and the mighty movement of the third angel moves from Laodicea unto Philadelphia. This identifies that the Millerites went from the sixth unto the seventh church and the one hundred and forty-four thousand go from the seventh church unto the eighth church, which is of the seven.

Een andere profetische kanttekening is dat, hoewel beide geschiedenissen van de ene gemeente naar de andere overgaan, de Millerieten van Filadelfia naar Laodicea gingen, en de machtige beweging van de derde engel van Laodicea naar Filadelfia gaat. Dit maakt duidelijk dat de Millerieten van de zesde naar de zevende gemeente gingen en dat de honderd vierenveertigduizend van de zevende gemeente naar de achtste gemeente gaan, die uit de zeven is.

The Republican horn began its movement from a pro-slavery nation unto an anti-slavery nation in the history surrounding 1863. The crisis of that history established two political parties that are the same antagonists in these “last days.” Just as the first Republican president from that history was assassinated just days after the war ended, the last Republican president was symbolically assassinated and left in the street as dead while the world rejoiced. He was assassinated, not just days after the Civil War ended, but just before the final civil war begins.

De Republikeinse hoorn begon zijn beweging van een natie vóór slavernij naar een natie tegen slavernij in de geschiedenis rond 1863. De crisis van die geschiedenis vestigde twee politieke partijen die in deze „laatste dagen” dezelfde tegenstanders zijn. Zoals de eerste Republikeinse president uit die geschiedenis slechts enkele dagen na het einde van de oorlog werd vermoord, zo werd de laatste Republikeinse president symbolisch vermoord en als dood op straat achtergelaten terwijl de wereld zich verheugde. Hij werd vermoord, niet slechts enkele dagen nadat de Burgeroorlog eindigde, maar vlak voordat de laatste burgeroorlog begint.

The first Republican president was preceded by the most ineffective president of American history, and the last Republican president will be preceded by the same. The ineffectiveness of the Democratic president that preceded the first Republican president precipitated the crisis that evolved into the civil war, and the same ineffectiveness is now taking place. The Democratic president that precedes the last Republican president managed the economy in such a fashion that it produced the greatest economic crash in American history up until that point in time. The two horns run parallel unto the Sunday law. In 1863, the first generation of both horns began, and for both horns the fourth and final generation will be facing the east, and bowing down to the sun.

De eerste Republikeinse president werd voorafgegaan door de meest ineffectieve president uit de Amerikaanse geschiedenis, en de laatste Republikeinse president zal door dezelfde worden voorafgegaan. De ineffectiviteit van de Democratische president die aan de eerste Republikeinse president voorafging, bracht de crisis teweeg die uitgroeide tot de burgeroorlog, en dezelfde ineffectiviteit vindt nu plaats. De Democratische president die aan de laatste Republikeinse president voorafgaat, bestuurde de economie op zodanige wijze dat daardoor de grootste economische ineenstorting in de Amerikaanse geschiedenis tot op dat moment werd veroorzaakt. De twee horens lopen parallel tot aan de zondagswet. In 1863 begon de eerste generatie van beide horens, en voor beide horens zal de vierde en laatste generatie naar het oosten gekeerd zijn en zich neerbuigen voor de zon.

The Elijah message is always accompanied with the judgments of God confirming the message of warning. The society of the world is now living as the people before the flood. They are eating, drinking and expecting the globalist techno-giants to solve any problem that might arise. God’s Word is identifying that the world is now on the verge of a tremendous crisis.

De boodschap van Elia gaat altijd vergezeld van de oordelen van God, die de waarschuwingsboodschap bevestigen. De samenleving van de wereld leeft nu zoals de mensen vóór de zondvloed. Zij eten, drinken en verwachten dat de globalistische technologiereuzen elk probleem zullen oplossen dat zich zou kunnen voordoen. Gods Woord maakt duidelijk dat de wereld nu op de rand van een geweldige crisis staat.

“‘What of the night?’ Do I discern the import of these messages? Do I understand the place they occupy in the closing work of the great remedial system? Am I so familiar with the ‘sure word of prophecy’ that I can see in the events transpiring around me positive evidence that the coming King is even at the door? Do I sense the responsibility that rests upon me, in view of the light God has given? Am I using every talent entrusted to me as his steward, in well-directed effort to rescue the perishing? or am I lukewarm and indifferent, partly mixed up with a wicked world, using the means and ability God has given me, largely in self-gratification, caring more for my own ease and comfort than for the advancement of his cause? Am I by my course strengthening ‘the conviction that has been gaining ground in the world that Seventh-day Adventists are giving the trumpet an uncertain sound, and are following in the path of worldlings’?

“‘Hoe staat het met de nacht?’ Onderscheid ik de strekking van deze boodschappen? Begrijp ik de plaats die zij innemen in het afsluitende werk van het grote heilsstelsel? Ben ik zo vertrouwd met het ‘vaste woord der profetie’ dat ik in de gebeurtenissen die zich rondom mij voltrekken, positieve bewijzen kan zien dat de komende Koning zelfs voor de deur staat? Besef ik de verantwoordelijkheid die op mij rust, met het oog op het licht dat God heeft gegeven? Gebruik ik ieder talent dat mij als zijn rentmeester is toevertrouwd in doelgerichte inspanning om de verlorenen te redden? Of ben ik lauw en onverschillig, ten dele verstrikt in een goddeloze wereld, en gebruik ik de middelen en bekwaamheden die God mij heeft gegeven grotendeels tot zelfbevrediging, terwijl ik meer geef om mijn eigen gemak en comfort dan om de bevordering van zijn zaak? Versterk ik door mijn levenswandel ‘de overtuiging die in de wereld veld heeft gewonnen dat Zevendedagsadventisten op een onduidelijke wijze op de bazuin blazen en het pad der wereldlingen volgen’?”

“We hear the footsteps of an approaching God to punish the world for their iniquity. The end of time is close upon us. The world’s inhabitants are being bound in bundles to be burned. Shall you be bound up with the tares? Do you realize that every year thousands and thousands and ten times ten thousand souls are perishing, dying in their sins? The plagues and judgments of God are already doing their work, and souls are going to ruin because the light of truth has not been flashed upon their pathway.” General Conference Daily Bulletin, April 1, 1897.

„Wij horen de voetstappen van een naderende God om de wereld om haar ongerechtigheid te straffen. Het einde der tijden is dicht bij ons. De bewoners der wereld worden in bundels samengebonden om verbrand te worden. Zult u samengebonden worden met het onkruid? Beseft u dat elk jaar duizenden en duizenden en tienduizendmaal tienduizend zielen omkomen, stervend in hun zonden? De plagen en oordelen van God verrichten reeds hun werk, en zielen gaan te gronde omdat het licht der waarheid niet op hun pad heeft geschenen.” General Conference Daily Bulletin, 1 april 1897.

With my soul have I desired thee in the night; yea, with my spirit within me will I seek thee early: for when thy judgments are in the earth, the inhabitants of the world will learn righteousness. Isaiah 26:9.

Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht; ja, met mijn geest in mijn binnenste zal ik U vroeg zoeken; want wanneer Uw oordelen op de aarde zijn, zullen de inwoners van de wereld gerechtigheid leren. Jesaja 26:9.