In the previous article we identified Elijah as a symbol. In agreement with William Miller’s rules, “symbols” may have more than one meaning. Therefore, Elijah as a symbol may also represent one part of the two-fold symbol of Elijah and Moses. The two-fold symbol of Elijah and Moses runs through the entire book of Revelation, and to be uncertain about what the two-fold symbol represents is to be uncertain about the message in the book of Revelation that is unsealed just before probation closes. For this reason, we will now specifically address certain prophetic characteristics that are identified with the symbol of Elijah.
In het vorige artikel hebben wij Elia als een symbool geïdentificeerd. In overeenstemming met de regels van William Miller kunnen „symbolen” meer dan één betekenis hebben. Daarom kan Elia als symbool ook één deel vertegenwoordigen van het tweevoudige symbool van Elia en Mozes. Het tweevoudige symbool van Elia en Mozes loopt door het gehele boek Openbaring heen, en onzeker te zijn over wat dit tweevoudige symbool voorstelt, betekent onzeker te zijn over de boodschap in het boek Openbaring die kort vóór het sluiten van de genadetijd wordt ontsloten. Om deze reden zullen wij ons nu specifiek richten op bepaalde profetische kenmerken die met het symbool van Elia worden geïdentificeerd.
We have three primary witnesses to establish those prophetic characteristics. Those witnesses are the prophet Elijah, John the Baptist and William Miller who inspiration identifies as interchangeable symbols.
Wij hebben drie voornaamste getuigen om die profetische kenmerken vast te stellen. Die getuigen zijn de profeet Elia, Johannes de Doper en William Miller, die door de inspiratie worden aangewezen als onderling verwisselbare symbolen.
“Thousands were led to embrace the truth preached by William Miller, and servants of God were raised up in the spirit and power of Elijah to proclaim the message. Like John, the forerunner of Jesus, those who preached this solemn message felt compelled to lay the ax at the root of the tree, and call upon men to bring forth fruits meet for repentance. Their testimony was calculated to arouse and powerfully affect the churches and manifest their real character. And as the solemn warning to flee from the wrath to come was sounded, many who were united with the churches received the healing message; they saw their backslidings, and with bitter tears of repentance and deep agony of soul, humbled themselves before God. And as the Spirit of God rested upon them, they helped to sound the cry, ‘Fear God, and give glory to Him; for the hour of His judgment is come.’” Early Writings, 233.
“Duizenden werden ertoe gebracht de door William Miller verkondigde waarheid te aanvaarden, en dienstknechten van God werden verwekt in de geest en kracht van Elia om de boodschap te verkondigen. Gelijk Johannes, de voorloper van Jezus, voelden zij die deze plechtige boodschap predikten zich gedrongen de bijl aan de wortel van de boom te leggen en de mensen op te roepen vruchten voort te brengen, der bekering waardig. Hun getuigenis was erop berekend de gemeenten op te wekken en krachtig te treffen, en hun ware karakter te openbaren. En toen de plechtige waarschuwing om te vluchten voor de toekomende toorn werd verkondigd, ontvingen velen die met de gemeenten verbonden waren de genezende boodschap; zij zagen hun afdwalingen in, en met bittere tranen van berouw en diepe zielsangst verootmoedigden zij zich voor God. En toen de Geest van God op hen rustte, hielpen zij de roep doen weerklinken: ‘Vreest God en geeft Hem heerlijkheid; want het uur van Zijn oordeel is gekomen.’” Early Writings, 233.
Elijah, John the Baptist and Miller were given a specific spirit that guided and defined their work. Their testimony was “calculated to arouse and powerfully affect the churches and manifest” those churches’ “real character.” Whether it was in the time of Ahab, John the Baptist or William Miller the churches they were addressing all possessed a Laodicean blindness that was so deep and dark that the message needed to be as direct as laying an “ax at the root of the tree.” It included the announcement of the close of probation, which with John the Baptist’s was the warning of “the wrath” that was about “to come.” Miller’s message of proclaiming “Fear God and give glory to Him; for the hour of His judgment is come,” was also a warning of the wrath to come.
Elia, Johannes de Doper en Miller ontvingen een specifieke geest die hun werk leidde en bepaalde. Hun getuigenis was „berekend om de kerken op te wekken en krachtig te beïnvloeden en” het „werkelijke karakter” van die kerken „te openbaren”. Of het nu was in de tijd van Achab, van Johannes de Doper of van William Miller, de kerken tot welke zij zich richtten, bezaten allen een Laodiceïsche blindheid die zo diep en duister was dat de boodschap even rechtstreeks moest zijn als het leggen van „de bijl aan de wortel van de boom”. Zij omvatte de aankondiging van het sluiten van de genadetijd, wat in het geval van Johannes de Doper de waarschuwing was voor „de toorn” die „op handen” was om „te komen”. Millers boodschap, waarin hij verkondigde: „Vreest God en geeft Hem heerlijkheid; want het uur van Zijn oordeel is gekomen”, was eveneens een waarschuwing voor de toorn die komen zou.
“The voice of John was lifted up like a trumpet. His commission was, ‘Shew my people their transgression, and the house of Jacob their sins’ (Isaiah 58:1). He had obtained no human scholarship. God and nature had been his teachers. But one was needed to prepare the way before Christ who was bold enough to make his voice heard like the prophets of old, summoning the degenerate nation to repentance.” Selected Messages, book 2, 148.
„De stem van Johannes werd verheven als een bazuin. Zijn opdracht luidde: ‘Maak Mijn volk hun overtreding bekend, en het huis van Jakob hun zonden’ (Jesaja 58:1). Hij had geen menselijke geleerdheid verworven. God en de natuur waren zijn leermeesters geweest. Maar er was iemand nodig om de weg vóór Christus te bereiden, die moedig genoeg was om zijn stem te laten horen als de profeten van ouds, en het ontaarde volk tot bekering op te roepen.” Selected Messages, boek 2, 148.
Elijah commanded that his generation choose that day whether they would serve God or Baal, and that generation answered not a word, which equates to choosing Baal.
Elia gebood dat zijn generatie die dag zou kiezen of zij God of Baäl wilde dienen, en die generatie antwoordde geen woord, wat neerkomt op het kiezen van Baäl.
“Never was there greater need of faithful warnings and reproofs, and close, straight dealing, than at this very time. Satan has come down with great power, knowing that his time is short. He is flooding the world with pleasing fables, and the people of God love to have smooth things spoken to them. Sin and iniquity are not abhorred. I was shown that God’s people must make more firm, determined efforts to press back the incoming darkness. The close work of the Spirit of God is needed now as never before. Stupidity must be shaken off. We must arouse from the lethargy that will prove our destruction unless we resist it. Satan has a powerful, controlling influence upon minds. Preachers and people are in danger of being found upon the side of the powers of darkness. There is no such thing now as a neutral position. We are all decidedly for the right or decidedly with the wrong. Said Christ: ‘He that is not with Me is against Me; and he that gathereth not with Me scattereth abroad.’” Testimonies, volume 3, 327.
“Nooit was er grotere behoefte aan getrouwe waarschuwingen en bestraffingen, en aan nauwgezet, onomwonden handelen, dan juist in deze tijd. Satan is met grote macht neergedaald, wetende dat zijn tijd kort is. Hij overspoelt de wereld met aangename verzinsels, en het volk van God heeft het graag dat men hun vleiende dingen spreekt. Zonde en ongerechtigheid worden niet verafschuwd. Mij werd getoond dat Gods volk krachtiger, vastberadener pogingen moet doen om de oprukkende duisternis terug te dringen. Het indringende werk van de Geest van God is nu nodig als nooit tevoren. Geestelijke afgestomptheid moet worden afgeschud. Wij moeten ontwaken uit de traagheid die tot ons verderf zal blijken te zijn, tenzij wij haar weerstaan. Satan oefent een machtige, beheersende invloed uit op de gedachten. Predikers en volk verkeren in gevaar zich aan de zijde van de machten der duisternis te bevinden. Er bestaat nu niet zoiets als een neutrale positie. Wij zijn allen beslist vóór het rechte of beslist met het verkeerde. Christus zei: ‘Wie niet met Mij is, is tegen Mij; en wie niet met Mij vergadert, verstrooit.’” Testimonies, deel 3, 327.
John called “the degenerate nation” of his history “a generation of vipers.” The Millerites ultimately identified the degenerate nation of their history as the daughters of Babylon. Whether Elijah, John or Miller none of the three were theologians. They were all called from the common walks of life.
Johannes noemde „de ontaarde natie” van zijn geschiedenis „een adderengebroed”. De millerieten identificeerden uiteindelijk de ontaarde natie van hun geschiedenis als de dochters van Babylon. Noch Elia, noch Johannes, noch Miller was een theoloog. Zij waren allen geroepen uit de gewone kringen van het leven.
“The truth as it is in Jesus, as it was proclaimed by Him when He was enshrouded by the pillowy cloud, is verity and truth in this our day, and will just as surely renovate the mind of the receiver as it has renovated minds in the past. Christ has declared, ‘If they hear not Moses and the Prophets, neither will they be persuaded, though one rose from the dead.’ (Luke 16:31).
„De waarheid zoals zij is in Jezus, zoals zij door Hem werd verkondigd toen Hij gehuld was in de wollige wolk, is werkelijkheid en waarheid in onze tijd, en zal even zeker het verstand van de ontvanger vernieuwen als zij in het verleden verstand en geest heeft vernieuwd. Christus heeft verklaard: ‘Als zij naar Mozes en de Profeten niet luisteren, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, al zou iemand uit de doden opstaan.’ (Lukas 16:31).”
“As a people, we must prepare the way of the Lord, under the overruling guidance of the Holy Spirit, for the spread of the gospel in its purity. The stream of living water is to deepen and widen in its course. In all fields, nigh and afar off, men will be called from the plow, and from the more common commercial business vocations that largely occupy the mind, and will become educated in connection with men who have had experience—men who understand the truth. Through most wonderful workings of God, mountains of difficulty will be removed and cast into the sea. Let us labor as those who have experienced the virtue of truth as it is in Jesus.
„Als volk moeten wij de weg des Heeren bereiden, onder de overkoepelende leiding van de Heilige Geest, voor de verbreiding van het evangelie in zijn zuiverheid. De stroom van levend water moet in zijn loop dieper en breder worden. Op alle arbeidsvelden, nabij en veraf, zullen mensen worden geroepen van de ploeg en uit de meer gewone commerciële beroepen die de geest grotendeels in beslag nemen, en zij zullen worden opgeleid in samenwerking met mannen die ervaring hebben — mannen die de waarheid verstaan. Door de wonderbaarlijkste werkingen Gods zullen bergen van moeilijkheden worden weggenomen en in de zee geworpen. Laat ons arbeiden als mensen die de kracht van de waarheid, zoals die is in Jezus, hebben ervaren.‟
“There is to be, at this period, a series of events which will reveal that God is master of the situation. The truth will be proclaimed in clear, unmistakable language. Those who preach the truth will strive to demonstrate the truth by a well-ordered life and godly conversation. And as they do this, they will become powerful in advocating the truth, and in giving it the sure application that God has given it.
„Er zal in deze tijd een reeks gebeurtenissen plaatsvinden die zullen openbaren dat God Meester is over de situatie. De waarheid zal worden verkondigd in duidelijke, onmiskenbare taal. Degenen die de waarheid prediken, zullen ernaar streven de waarheid te tonen door een welgeordend leven en een godvruchtige wandel. En terwijl zij dit doen, zullen zij krachtig worden in het verdedigen van de waarheid en in het geven daaraan van de zekere toepassing die God eraan heeft gegeven.״
“When the men, who have known and taught the truth, turn aside to human understanding, and mete out to deceived minds their own dish of fables, it is high time for those who have once been laborers in evangelistic work, but who have been drawn away into the management of restaurants, food stores, and other commercial lines of work, to come into line, study their Bibles diligently, and with the word of God in hand, dispense the Bible truth, the spiritual food, in cooperation with the heavenly angels. This work now calls loudly for workmen of divine appointment. Omnipotence will then say to the mountains of difficulty, Be thou removed and cast into the sea.” Paulson Collection, 73, 74.
„Wanneer de mannen die de waarheid hebben gekend en onderwezen, zich wenden tot menselijk inzicht en aan misleide geesten hun eigen schotel vol verzinsels voorzetten, dan is het hoog tijd dat zij die eens arbeiders in het evangelisatiewerk zijn geweest, maar zijn afgedwaald naar het beheer van restaurants, levensmiddelenwinkels en andere commerciële werkzaamheden, in het gelid komen, hun Bijbels ijverig bestuderen en, met het Woord van God in de hand, de Bijbelse waarheid, het geestelijke voedsel, uitdelen in samenwerking met de hemelse engelen. Dit werk roept nu met luide stem om arbeiders van goddelijke aanstelling. De Almacht zal dan tot de bergen van moeilijkheden zeggen: Word weggenomen en in de zee geworpen.” Paulson Collection, 73, 74.
Elijah, John and Miller were and thus represent men that are called from the “more common” “vocations,” for “the men” who had formerly taught the truth ultimately “turn aside to human understanding, and mete out to deceived minds their own dish of fables.” The common men that are called will give “the sure application” of biblical prophecy as “God has given it.” Twice, in the passage Sister White identified “mountains” as “mountains of difficulty.” The work of these men included laying low “every mountain.” The work that is accomplished by the common men that were called from the plow of humble circumstances represents the work of identifying the correct biblical methodology in contrast with the dishes of human fables that is handed out by the theologians of the time.
Elia, Johannes en Miller waren en vertegenwoordigen derhalve mannen die uit de „meer gewone” „beroepen” geroepen zijn, want „de mannen” die voorheen de waarheid hadden onderwezen, „wenden zich uiteindelijk af tot menselijk inzicht en delen aan misleide geesten hun eigen schotel van fabels uit.” De gewone mannen die geroepen worden, zullen „de zekere toepassing” van de bijbelse profetie geven zoals „God die heeft gegeven.” Tweemaal heeft Zuster White in de passage „bergen” aangeduid als „bergen van moeilijkheden.” Het werk van deze mannen omvatte het slechten van „elke berg.” Het werk dat wordt volbracht door de gewone mannen die van de ploeg van nederige omstandigheden geroepen werden, vertegenwoordigt het werk van het vaststellen van de juiste bijbelse methodologie, in tegenstelling tot de schotels van menselijke fabels die door de theologen van die tijd worden uitgedeeld.
“The work of John the Baptist, and the work of those who in the last days go forth in the spirit and power of Elijah to arouse the people from their apathy, are in many respects the same. His work is a type of the work that must be done in this age. Christ is to come the second time to judge the world in righteousness. The messengers of God who bear the last message of warning to be given to the world, are to prepare the way for Christ’s second advent, as John prepared the way for his first advent. In this preparatory work, ‘every valley shall be exalted, and every mountain shall be made low; and the crooked shall be made straight, and the rough places plain’ for history is to be repeated, and once again ‘the glory of the Lord shall be revealed, and all flesh shall see it together; for the mouth of the Lord hath spoken it.’” Southern Watchman, March 21, 1905.
“Het werk van Johannes de Doper, en het werk van hen die in de laatste dagen uitgaan in de geest en kracht van Elia om het volk uit zijn onverschilligheid wakker te schudden, is in vele opzichten hetzelfde. Zijn werk is een type van het werk dat in deze tijd gedaan moet worden. Christus zal voor de tweede maal komen om de wereld in gerechtigheid te oordelen. De boodschappers van God die de laatste waarschuwingsboodschap dragen die aan de wereld gegeven moet worden, moeten de weg bereiden voor Christus’ tweede komst, zoals Johannes de weg bereidde voor Zijn eerste komst. In dit voorbereidende werk zal ‘elk dal verhoogd worden, en elke berg zal verlaagd worden; en het kromme zal recht gemaakt worden, en de ruwe plaatsen effen’, want de geschiedenis zal zich herhalen, en opnieuw zal ‘de heerlijkheid des Heeren geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal het zien; want de mond des Heeren heeft het gesproken.’” Southern Watchman, 21 maart 1905.
The characteristics of the three reformers which was identified by Isaiah are that every valley shall be exalted, every mountain made low, the crooked shall be made straight and the rough places made plain. The way of the Lord that is prepared by exalting the valleys, laying low the mountains and making the crooked straight and rough places plain is the old paths.
De kenmerken van de drie hervormers die door Jesaja werden aangeduid, zijn dat elke vallei verheven zal worden, elke berg vernederd zal worden, het kromme recht gemaakt zal worden en de ruwe plaatsen effen gemaakt zullen worden. De weg des Heeren, die bereid wordt door de valleien te verheffen, de bergen te vernederen, het kromme recht te maken en de ruwe plaatsen effen te maken, is de oude paden.
The voice of him that crieth in the wilderness, Prepare ye the way of the Lord, make straight in the desert a highway for our God. Every valley shall be exalted, and every mountain and hill shall be made low: and the crooked shall be made straight, and the rough places plain: And the glory of the Lord shall be revealed, and all flesh shall see it together: for the mouth of the Lord hath spoken it. Isaiah 40:3–5.
De stem van hem die roept in de woestijn: Bereidt de weg des Heeren, maakt recht in de wildernis een baan voor onze God. Elk dal zal verhoogd worden, en elke berg en heuvel zal vernederd worden; en het kromme zal recht gemaakt worden, en de oneffen plaatsen tot een vlakte. En de heerlijkheid des Heeren zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal haar zien; want de mond des Heeren heeft het gesproken. Jesaja 40:3–5.
When the quibbling Jews asked John the Baptist if he was the Elijah to come, he answered that he was not, but he then identified himself with the passage from Isaiah.
Toen de redetwistende Joden Johannes de Doper vroegen of hij de komende Elia was, antwoordde hij dat hij het niet was, maar identificeerde hij zich vervolgens met de passage uit Jesaja.
And this is the record of John, when the Jews sent priests and Levites from Jerusalem to ask him, Who art thou? And he confessed, and denied not; but confessed, I am not the Christ. And they asked him, What then? Art thou Elias? And he saith, I am not. Art thou that prophet? And he answered, No. Then said they unto him, Who art thou? that we may give an answer to them that sent us. What sayest thou of thyself? He said, I am the voice of one crying in the wilderness, Make straight the way of the Lord, as said the prophet Esaias. John 1:19–23.
En dit is het getuigenis van Johannes, toen de Joden priesters en Levieten uit Jeruzalem zonden om hem te vragen: Wie zijt gij? En hij beleed en loochende het niet, maar beleed: Ik ben de Christus niet. En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zei: Ik ben het niet. Zijt gij die profeet? En hij antwoordde: Neen. Toen zeiden zij tot hem: Wie zijt gij, opdat wij hun antwoord mogen geven die ons gezonden hebben? Wat zegt gij van uzelf? Hij zei: Ik ben de stem van een die roept in de woestijn: Maakt recht de weg des Heeren, zoals de profeet Jesaja gezegd heeft. Johannes 1:19–23.
The preparation of the “way of the Lord” identifies the methodology that the angels guided Miller to understand and employ in order to prepare the biblical understanding of the “way” that men were to walk in. Every “mountain” was to be made low, for the mountains of biblical prophecy represents truths that at first glance are apparently too difficult to understand. To understand the glorious holy mountain of Daniel chapter eleven verse forty-five that the king of the north is attempting to conquer is understood by first identifying the literal glorious holy mountain in Jerusalem which prophetically defines the spiritual glorious holy mountain. To explain the mountain that is identified as Armageddon, which means mountain of Megiddo, one must go to literal Megiddo. The prophetic difficulties that are represented as difficult are removed when the principle that the beginning of a thing illustrates the end of a thing is employed.
De voorbereiding van de „weg des Heren” duidt de methodologie aan die de engelen Miller ertoe brachten te begrijpen en toe te passen om het bijbelse begrip van de „weg” voor te bereiden waarop de mensen moesten wandelen. Iedere „berg” moest vernederd worden, want de bergen van de bijbelse profetie vertegenwoordigen waarheden die op het eerste gezicht blijkbaar te moeilijk zijn om te begrijpen. Om de heerlijke heilige berg van Daniël hoofdstuk elf vers vijfenveertig te verstaan, die de koning van het noorden tracht te veroveren, moet men eerst de letterlijke heerlijke heilige berg in Jeruzalem identificeren, die profetisch de geestelijke heerlijke heilige berg definieert. Om de berg te verklaren die als Armageddon wordt aangeduid, wat berg van Megiddo betekent, moet men naar het letterlijke Megiddo gaan. De profetische moeilijkheden die als moeilijk worden voorgesteld, worden weggenomen wanneer het beginsel wordt toegepast dat het begin van een zaak het einde van een zaak illustreert.
The methodology represented by Isaiah and referenced by John and set forth by Miller exalts every valley. Whether it be the “valley of vision” in Isaiah twenty-two, the “valley of dead bones” in Ezekiel or the “valley of Jehoshaphat” in the book of Joel the methodology that is based upon the correct understanding of Christ’s character as represented as Palmoni the Wonderful Numberer in Millerite history, or as Alpha and Omega the wonderful linguist in our history is what exalts the prophetic truths that are represented in the “valleys” of God’s Word.
De methodologie die door Jesaja wordt vertegenwoordigd, door Johannes wordt aangehaald en door Miller wordt uiteengezet, verheft iedere vallei. Of het nu de „vallei van het gezicht” in Jesaja tweeëntwintig betreft, de „vallei van dorre doodsbeenderen” in Ezechiël, of de „vallei van Josafat” in het boek Joël — de methodologie die berust op het juiste begrip van het karakter van Christus, zoals voorgesteld als Palmoni, de Wonderbare Teller, in de Milleritische geschiedenis, of als Alfa en Omega, de wonderbare taalkundige, in onze geschiedenis, is hetgeen de profetische waarheden verheft die in de „valleien” van Gods Woord worden voorgesteld.
The crooked things that are to be made straight and the rough places that are made plain represents the work of correcting the customs and traditions that are employed by a Laodicean priesthood to uphold their poisoned dishes of fables. The work of Elijah is specifically identified as representing the correct biblical methodology in opposition to the fables of the theologians and priests. That work is accomplished by “common men,” not by the educated priests and theologians. Within the prophetic characteristics of these three witnesses is also the simple fact that the Elijah to come will be a man.
De kromme dingen die rechtgemaakt moeten worden en de oneffen plaatsen die effen gemaakt worden, vertegenwoordigen het werk van het corrigeren van de gebruiken en overleveringen die door een Laodiceïsch priesterschap worden aangewend om hun vergiftigde schotels vol fabels te handhaven. Het werk van Elia wordt uitdrukkelijk aangewezen als de juiste bijbelse methodologie, in tegenstelling tot de fabels van de theologen en priesters. Dat werk wordt volbracht door „gewone mensen”, niet door de geschoolde priesters en theologen. Binnen de profetische kenmerken van deze drie getuigen ligt ook het eenvoudige feit besloten dat de nog komende Elia een man zal zijn.
That observation might seem unimportant, but as the theologians of Adventism seek to uphold their fables, they have taken a passage from Sister White where she speaks in the future tense about a man that would come in the spirit and power of Elijah and they add their own fable of explanation and insist that Sister White was speaking of herself.
Die opmerking lijkt misschien onbelangrijk, maar terwijl de theologen van het adventisme hun fabels trachten te handhaven, hebben zij een passage van Zuster White genomen waarin zij in de toekomende tijd spreekt over een man die zou komen in de geest en kracht van Elia, en daaraan voegen zij hun eigen verklarende fabel toe en houden vol dat Zuster White over zichzelf sprak.
“Prophecy must be fulfilled. The Lord says: ‘Behold, I will send you Elijah the prophet before the coming of the great and dreadful day of the Lord.’ Somebody is to come in the spirit and power of Elijah, [See appendix.] and when he appears, men may say: ‘You are too earnest, you do not interpret the Scriptures in the proper way. Let me tell you how to teach your message.’
„Profetie moet worden vervuld. De Heere zegt: ‘Zie, Ik zend u de profeet Elia, voordat de grote en geduchte dag van de Heere komt.’ Iemand moet komen in de geest en kracht van Elia, [Zie appendix.] en wanneer hij verschijnt, kunnen mensen zeggen: ‘U bent te ernstig, u legt de Schriften niet op de juiste wijze uit. Laat mij u zeggen hoe u uw boodschap moet verkondigen.’”
“There are many who cannot distinguish between the work of God and that of man. I shall tell the truth as God gives it to me, and I say now, If you continue to find fault, to have a spirit of variance, you will never know the truth. Jesus said to His disciples, ‘I have yet many things to say unto you, but ye cannot bear them now.’ They were not in a condition to appreciate sacred and eternal things; but Jesus promised to send the Comforter, who would teach them all things, and bring all things to their remembrance, whatsoever He had said unto them.
“Er zijn velen die geen onderscheid kunnen maken tussen het werk van God en dat van de mens. Ik zal de waarheid spreken zoals God die mij geeft, en ik zeg nu: als u blijft vitten en een geest van tweedracht koestert, zult u de waarheid nooit leren kennen. Jezus zei tot Zijn discipelen: ‘Ik heb u nog vele dingen te zeggen, maar gij kunt die nu niet dragen.’ Zij verkeerden niet in een toestand om heilige en eeuwige dingen naar waarde te schatten; maar Jezus beloofde de Trooster te zenden, die hun alle dingen zou leren en hun indachtig zou maken al wat Hij hun gezegd had.”
“Brethren, we must not put our dependence in man. ‘Cease ye from man, whose breath is in his nostrils: for wherein is he to be accounted of?’ You must hang your helpless souls upon Jesus. It does not become us to drink from the fountain of the valley when there is a fountain in the mountain. Let us leave the lower streams; let us come to the higher springs. If there is a point of truth that you do not understand, upon which you do not agree, investigate, compare scripture with scripture, sink the shaft of truth down deep into the mine of God’s word. You must lay yourselves and your opinions on the altar of God, put away your preconceived ideas, and let the Spirit of heaven guide into all truth.” Testimonies to Ministers, 475, 476.
“Broeders, wij moeten ons vertrouwen niet op de mens stellen. ‘Laat af van de mens, wiens adem in zijn neus is; want waarin is hij te achten?’ U moet uw hulpeloze zielen aan Jezus ophangen. Het past ons niet te drinken uit de bron van het dal wanneer er een bron in de berg is. Laten wij de lagere stromen verlaten; laten wij tot de hogere bronnen komen. Indien er een punt van waarheid is dat u niet begrijpt, waarover u het niet eens bent, onderzoek het dan, vergelijk Schrift met Schrift, laat de schacht van de waarheid diep neerdalen in de mijn van Gods woord. U moet uzelf en uw opvattingen op het altaar van God leggen, uw vooropgezette denkbeelden wegdoen, en de Geest van de hemel u in alle waarheid laten leiden.” Testimonies to Ministers, 475, 476.
“Somebody is to come in the spirit and power of Elijah: These words have been mistakenly applied by some to some individual who it was thought would appear with a prophetic message subsequent to Mrs. White’s life and work. The three paragraphs comprising this article titled ‘Let heaven Guide’ are only a small portion of a talk given by Ellen White in Battle Creek, Michigan, the morning of January 29, 1890. As this was published in the the Review and Herald of February 18, 1890, it carried the title of ‘How to meet a Controverted Point of Doctrine.’ Other excerpts drawn from this article and used largely to fill out certain pages of this volume, may be found on pages 23, 104, 111, 119, 158, 278, and 386. The article has been reproduced in its entirety in Selected Messages 1:406–416, with the portion comprising the excerpt entitled ‘Let Heaven Guide’ appearing on pages 412 and 413. When the article is read in its entirety it becomes apparent that Ellen White, in this statement made just a little more than a year after the Minneapolis Conference to a group in Battle Creek, was speaking of her own ministry. Some had grown critical of her work. Note that in the paragraph preceding that which appears in this volume on page 475, Ellen White states:
“Iemand zal komen in de geest en kracht van Elia”: deze woorden zijn door sommigen ten onrechte toegepast op een bepaalde persoon van wie men dacht dat hij zou verschijnen met een profetische boodschap na het leven en werk van mevr. White. De drie alinea’s waaruit dit artikel bestaat, getiteld “Laat de hemel leiden”, vormen slechts een klein gedeelte van een toespraak die Ellen White hield in Battle Creek, Michigan, op de ochtend van 29 januari 1890. Toen deze werd gepubliceerd in de Review and Herald van 18 februari 1890, droeg zij de titel “Hoe een omstreden leerstellige kwestie tegemoet te treden”. Andere uittreksels uit dit artikel, die grotendeels zijn gebruikt om bepaalde bladzijden van dit deel aan te vullen, zijn te vinden op de bladzijden 23, 104, 111, 119, 158, 278 en 386. Het artikel is in zijn geheel herdrukt in Selected Messages 1:406–416, waarbij het gedeelte dat het uittreksel vormt met de titel “Laat de hemel leiden” voorkomt op bladzijden 412 en 413. Wanneer het artikel in zijn geheel wordt gelezen, wordt duidelijk dat Ellen White in deze verklaring, afgelegd iets meer dan een jaar na de Conferentie van Minneapolis tegenover een groep in Battle Creek, over haar eigen bediening sprak. Sommigen waren kritisch geworden ten aanzien van haar werk. Merk op dat Ellen White in de alinea die voorafgaat aan die welke in dit deel op bladzijde 475 voorkomt, verklaart:
“‘We should come into a position where every difference will be melted away. If I think I have light, I shall do my duty in presenting it. Suppose I consulted others concerning the message the Lord would have me give to the people, the door might be closed so that the light might not reach the ones to whom God had sent it. When Jesus rode into Jerusalem, `the whole multitude of the disciples began to rejoice and praise God with a loud voice for all the mighty works that they had seen; saying, blessed be the King that cometh in the name of the Lord: peace in heaven, and glory in the highest. And some of the Pharisees from among the multitude said unto Him, master, rebuke thy disciples. And He answered and said unto them, I tell you that, if these should hold their peace, the stones would immediately cry out’ (Luke 19:37–40).
“‘Wij behoren in een toestand te komen waarin elk verschil zal wegsmelten. Indien ik meen dat ik licht heb, zal ik mijn plicht doen door het naar voren te brengen. Stel dat ik anderen zou raadplegen aangaande de boodschap die de Heere mij aan het volk zou laten geven, dan zou de deur gesloten kunnen worden, zodat het licht degenen tot wie God het gezonden had, niet zou bereiken. Toen Jezus Jeruzalem binnenreed, ‘begon de gehele menigte van de discipelen zich te verblijden en God met luider stem te prijzen om al de krachtige werken die zij gezien hadden; zeggende: Gezegend is de Koning Die komt in de Naam des Heeren; vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen. En sommigen van de Farizeeën uit de schare zeiden tot Hem: Meester, bestraf Uw discipelen. En Hij antwoordde en zeide tot hen: Ik zeg u, dat, indien dezen zouden zwijgen, de stenen terstond zouden roepen’ (Lukas 19:37–40).
“‘The Jews tried to stop the proclamation of the message that had been predicted in the word of God.’
„De Joden trachtten de verkondiging van de boodschap tegen te houden die in het Woord van God was voorzegd.”
“Then she makes reference again to her own experience:
“Dan verwijst zij opnieuw naar haar eigen ervaring:
“‘Prophecy must be fulfilled. The Lord says, “Behold, I will send you Elijah the prophet before the coming of the great and dreadful day of the Lord” (Malachi 4:5). Somebody is to come in the spirit and power of Elijah, and when he appears, men may say, “You are too earnest, you do not interpret the Scriptures in the proper way.”—Selected Messages, volume 1, 412.
“‘Profetie moet in vervulling gaan. De Heere zegt: “Zie, Ik zend ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en vreselijke dag des HEEREN komen zal” (Maleachi 4:5). Iemand moet komen in de geest en de kracht van Elia, en wanneer hij verschijnt, kunnen mensen zeggen: “U bent te ernstig, u legt de Schriften niet op de juiste wijze uit.”—Selected Messages, deel 1, 412.
“That she was referring to her own experience is also made clear from the paragraph which follows, in which she declares:
“Dat zij naar haar eigen ervaring verwees, blijkt ook duidelijk uit de alinea die volgt, waarin zij verklaart:
“‘I shall tell the truth as God gives it to me….’” Appendix to Testimonies to Ministers.
“‘Ik zal de waarheid spreken zoals God die mij geeft….’” Aanhangsel bij Testimonies to Ministers.
The fact that Ellen White had to address the fables of the theologians and leaders of her time period provides no evidence that she was identifying herself as the “man” that would come in the future in the spirit and power of Elijah. Where is any evidence of Ellen White’s many opponents within Adventism that attack the method of biblical application she employed? Where was she ever told “you do not interpret the Scriptures the proper way”? She clearly identifies that there would be a movement of people at the end of the world that would be empowered by the spirit and power of Elijah, and there is no legitimate way to suggest that she thought that movement of the loud cry of the third angel was happening at the time she prophesied of the future manifestation of the power of Elijah. The Laodicean Adventist theologians would have their flock believe that Sister White was “making reference” to “her own experience” as a fulfillment of the prophet Elijah that would be sent before the great and dreadful day of the Lord.
Het feit dat Ellen White de fabels van de theologen en leiders van haar tijd moest bestrijden, levert geen enkel bewijs dat zij zichzelf aanwees als de „man” die in de toekomst zou komen in de geest en de kracht van Elia. Waar is enig bewijs van Ellen Whites vele tegenstanders binnen het adventisme die de methode van bijbelse toepassing aanvallen die zij hanteerde? Waar is haar ooit gezegd: „u legt de Schriften niet op de juiste wijze uit”? Zij maakt duidelijk kenbaar dat er aan het einde van de wereld een beweging van mensen zou zijn die bekrachtigd zou worden door de geest en de kracht van Elia, en er bestaat geen legitieme manier om te suggereren dat zij meende dat die beweging van de luide roep van de derde engel plaatsvond in de tijd waarin zij profeteerde over de toekomstige manifestatie van de kracht van Elia. De Laodiceaanse adventistische theologen zouden hun kudde willen doen geloven dat Zuster White „verwees” naar „haar eigen ervaring” als een vervulling van de profeet Elia die gezonden zou worden vóór de grote en geduchte dag des HEEREN.
Behold, I will send you Elijah the prophet before the coming of the great and dreadful day of the Lord. Malachi 4:5.
Zie, Ik zal u de profeet Elia zenden vóór de komst van de grote en geduchte dag des Heren. Maleachi 4:5.
One prophetic characteristic of Elijah as a symbol is that he presents a biblical methodology that opposes the fables of a priesthood that dishes out fables of customs and traditions. His work of preparing the way (this is the way, walk ye in it) is accomplished with the biblical methodology that opposes the teachings of a corrupted priesthood. And according to the three witnesses of Elijah, John the Baptist and Miller; accompanied with Sister White’s testimony of the then future appearing of Elijah, he will be a man, not a woman. When the methodology of Palmoni and Alpha and Omega is correctly understood, it is recognized not simply a set of biblical rules for interpreting the Scriptures, but as a transcript of Christ’s character, which is His glory.
Een profetisch kenmerk van Elia als symbool is dat hij een bijbelse methodologie vertegenwoordigt die zich verzet tegen de fabels van een priesterschap dat fabels van gebruiken en tradities opdient. Zijn werk van het bereiden van de weg („dit is de weg, wandelt daarop”) wordt volbracht door middel van de bijbelse methodologie die zich verzet tegen de leringen van een verdorven priesterschap. En volgens de drie getuigen Elia, Johannes de Doper en Miller, vergezeld van de getuigenis van zuster White over de toen nog toekomstige verschijning van Elia, zal hij een man zijn, geen vrouw. Wanneer de methodologie van Palmoni en Alpha and Omega juist wordt begrepen, wordt zij niet eenvoudigweg herkend als een geheel van bijbelse regels voor de uitleg van de Schriften, maar als een afschrift van het karakter van Christus, dat Zijn heerlijkheid is.
And the glory of the Lord shall be revealed, and all flesh shall see it together: for the mouth of the Lord hath spoken it. Isaiah 40:5.
En de heerlijkheid des Heren zal geopenbaard worden, en alle vlees tezamen zal haar zien; want de mond des Heren heeft het gesproken. Jesaja 40:5.
Christ’s very character is represented by the methodology to be employed in understanding His Word, for He is the Word.
Christus’ eigen karakter wordt vertegenwoordigd door de methode die moet worden aangewend om Zijn Woord te verstaan, want Hij is het Woord.
“The law of God in the sanctuary in heaven is the great original, of which the precepts inscribed upon the tables of stone and recorded by Moses in the Pentateuch were an unerring transcript. Those who arrived at an understanding of this important point were thus led to see the sacred, unchanging character of the divine law. They saw, as never before, the force of the Saviour’s words: ‘Till heaven and earth pass, one jot or one tittle shall in no wise pass from the law.’ Matthew 5:18. The law of God, being a revelation of His will, a transcript of His character, must forever endure, ‘as a faithful witness in heaven.’ Not one command has been annulled; not a jot or tittle has been changed. Says the psalmist: ‘Forever, O Lord, Thy word is settled in heaven.’ ‘All His commandments are sure. They stand fast for ever and ever.’ Psalm 119:89; 111:7, 8.” The Great Controversy, 434.
„De wet van God in het heiligdom in de hemel is het grote origineel, waarvan de voorschriften, gegrift op de stenen tafelen en door Mozes opgetekend in de Pentateuch, een onfeilbaar afschrift waren. Degenen die tot inzicht van dit belangrijke punt kwamen, werden aldus ertoe geleid het heilige, onveranderlijke karakter van de goddelijke wet te zien. Zij zagen, als nooit tevoren, de kracht van de woorden van de Heiland: ‘Eer de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de wet voorbijgaan.’ Mattheüs 5:18. Daar de wet van God een openbaring van Zijn wil is, een afschrift van Zijn karakter, moet zij voor eeuwig blijven bestaan, ‘als een getrouwe getuige in de hemel’. Niet één gebod is tenietgedaan; niet één jota of tittel is veranderd. De psalmist zegt: ‘Voor eeuwig, o HEERE, houdt Uw woord stand in de hemelen.’ ‘Al Zijn bevelen zijn betrouwbaar. Zij houden stand voor eeuwig en altoos.’ Psalm 119:89; 111:7, 8.” The Great Controversy, 434.
Just as the ten commandments are an unchangeable transcript of Christ’s character, so too are the rules of prophetic interpretation a transcript of His character.
Zoals de tien geboden een onveranderlijke weergave van het karakter van Christus zijn, zo zijn ook de regels van de profetische uitleg een weergave van Zijn karakter.
“We should know for ourselves what constitutes Christianity, what is truth, what is the faith that we have received, what are the Bible rules—the rules given us from the highest authority. There are many who believe without a reason on which to base their faith, without sufficient evidence as to the truth of the matter. If an idea is presented that harmonizes with their own preconceived opinions, they are all ready to accept it. They do not reason from cause to effect, their faith has no genuine foundation, and in the time of trial they will find that they have built upon the sand.
„Wij behoren voor onszelf te weten wat het christendom inhoudt, wat waarheid is, wat het geloof is dat wij hebben ontvangen, wat de Bijbelse regels zijn — de regels die ons gegeven zijn door het hoogste gezag. Velen geloven zonder een reden waarop zij hun geloof kunnen gronden, zonder voldoende bewijs aangaande de waarheid van de zaak. Wanneer een denkbeeld wordt voorgesteld dat met hun eigen vooropgezette opvattingen overeenstemt, zijn zij terstond bereid het te aanvaarden. Zij redeneren niet van oorzaak tot gevolg; hun geloof heeft geen waarachtige grondslag, en in de tijd van beproeving zullen zij bevinden dat zij op het zand hebben gebouwd.
“He who rests satisfied with his own present imperfect knowledge of the Scriptures, thinking this sufficient for his salvation, is resting in a fatal deception. There are many who are not thoroughly furnished with Scriptural arguments, that they may be able to discern error, and condemn all the tradition and superstition that has been palmed off as truth. Satan has introduced his own ideas into the worship of God, that he might corrupt the simplicity of the gospel of Christ. A large number who claim to believe the present truth, know not what constitutes the faith that was once delivered to the saints—Christ in you the hope of glory. They think they are defending the old landmarks, but they are lukewarm and indifferent. They know not what it is to weave into their experience and to possess the real virtue of love and faith. They are not close Bible students, but are lazy and inattentive. When differences of opinion arise upon the passages of Scripture, these who have not studied to a purpose and are not decided as to what they believe, fall away from the truth. We ought to impress upon all the necessity of inquiring diligently into divine truth, that they may know that they do know what is truth. Some claim much knowledge, and feel satisfied with their condition, when they have no more zeal for the work, no more ardent love for God, and for souls for whom Christ died, than if they had never known God. They do not read the Bible [in order] to appropriate the marrow and fatness to their own souls. They do not feel that it is the voice of God speaking to them. But, if we would understand the way of salvation, if we would see the beams of the Sun of righteousness, we must study the Scriptures for a purpose, for the promises and prophecies of the Bible shed clear beams of glory upon the divine plan of redemption, which grand truths are not clearly comprehended.” The 1888 Materials, 403.
„Wie tevreden rust in zijn eigen huidige onvolmaakte kennis van de Schriften, in de gedachte dat dit voldoende is voor zijn zaligheid, rust in een dodelijke misleiding. Er zijn velen die niet grondig toegerust zijn met Schriftuurlijke bewijsgronden, zodat zij in staat zouden zijn dwaling te onderscheiden en alle overlevering en bijgeloof te veroordelen dat als waarheid is opgedrongen. Satan heeft zijn eigen denkbeelden in de aanbidding van God ingevoerd, opdat hij de eenvoud van het evangelie van Christus zou verdorven maken. Een groot aantal van hen die beweren de tegenwoordige waarheid te geloven, weet niet wat het geloof inhoudt dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd—Christus in u, de hoop der heerlijkheid. Zij menen de oude bakens te verdedigen, maar zij zijn lauw en onverschillig. Zij weten niet wat het is om in hun ervaring de werkelijke kracht van liefde en geloof te verweven en die te bezitten. Zij zijn geen ernstige studenten van de Bijbel, maar lui en onoplettend. Wanneer er verschil van mening ontstaat over Schriftplaatsen, vallen dezen, die niet doelbewust hebben gestudeerd en niet vaststaan in wat zij geloven, van de waarheid af. Wij behoren allen de noodzaak op het hart te drukken om goddelijke waarheid ijverig te onderzoeken, opdat zij weten dat zij weten wat waarheid is. Sommigen maken aanspraak op veel kennis en voelen zich tevreden met hun toestand, terwijl zij niet meer ijver voor het werk hebben, niet vuriger liefde tot God en tot zielen voor wie Christus is gestorven, dan wanneer zij God nooit hadden gekend. Zij lezen de Bijbel niet [met het doel] zich het merg en de overvloed ervan voor hun eigen ziel toe te eigenen. Zij gevoelen niet dat het de stem van God is die tot hen spreekt. Maar indien wij de weg der zaligheid willen verstaan, indien wij de stralen van de Zon der gerechtigheid willen zien, moeten wij de Schriften doelbewust onderzoeken; want de beloften en profetieën van de Bijbel werpen heldere stralen van heerlijkheid op het goddelijke verlossingsplan, welke grote waarheden niet helder worden begrepen.” The 1888 Materials, 403.
To genuinely be a Christian means to be like Christ. The passage identifies that we “should know for ourselves what constitutes Christianity.” It says we “should know” “what is truth.” We “should know” “what is the faith that we have received.” We should know “what are the Bible rules—the rules given us from the highest authority.” To be Christlike requires knowing what the Bible rules are that were given us from the highest authority. Without those rules we cannot be Christlike, for the rules given by the highest authority are a transcript of His character.
Werkelijk een christen zijn betekent zijn zoals Christus. De passage stelt vast dat wij „voor onszelf zouden moeten weten wat het christendom inhoudt.” Zij zegt dat wij „zouden moeten weten” „wat waarheid is.” Wij „zouden moeten weten” „wat het geloof is dat wij hebben ontvangen.” Wij zouden moeten weten „wat de bijbelse regels zijn — de regels die ons gegeven zijn door het hoogste gezag.” Christusgelijk zijn vereist dat men weet wat de bijbelse regels zijn die ons door het hoogste gezag zijn gegeven. Zonder die regels kunnen wij niet Christusgelijk zijn, want de regels die door het hoogste gezag zijn gegeven, zijn een afschrift van Zijn karakter.
Another characteristic of Elijah is the work of preparing the way for the messenger of the covenant. Elijah represents the work that is accomplished during a history when a former chosen people are being passed by and a new chosen people are simultaneously being chosen. The history represents a purification process that produces a people who are represented as a pure offering, in contrast with the former impure chosen people.
Een ander kenmerk van Elia is het werk van het bereiden van de weg voor de boodschapper van het verbond. Elia vertegenwoordigt het werk dat tot stand wordt gebracht gedurende een geschiedenis waarin een vroeger uitverkoren volk wordt voorbijgegaan en tegelijkertijd een nieuw uitverkoren volk wordt gekozen. Deze geschiedenis stelt een reinigingsproces voor dat een volk voortbrengt dat wordt voorgesteld als een reine offerande, in tegenstelling tot het vroegere onreine uitverkoren volk.
Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts. But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. Malachi 3:1–4.
Zie, Ik zal Mijn bode zenden, en hij zal de weg voor Mijn aangezicht bereiden; en terstond zal tot Zijn tempel komen de Heere, Die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, in Denwelken gij lust hebt; zie, Hij komt, zegt de HEERE der heerscharen. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een goudsmid en als de zeep der vollers. En Hij zal zitten als een goudsmid en reiniger van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen, en Hij zal hen doorlouteren als goud en als zilver, opdat zij de HEERE een offerande in gerechtigheid zullen toebrengen. Dan zal de offerande van Juda en Jeruzalem de HEERE aangenaam zijn, als in de dagen vanouds en als in de vorige jaren. Maleachi 3:1–4.
John the Baptist prepared the way for Christ to suddenly come and cleanse His temple. The cleansing of the temple at the beginning and ending of Christ’s ministry was a fulfillment of Malachi chapter three. John was the messenger that prepared the way for the messenger of the covenant to purify the sons of Levi.
Johannes de Doper bereidde de weg voor opdat Christus plotseling zou komen en Zijn tempel reinigen. De reiniging van de tempel aan het begin en aan het einde van Christus’ bediening was een vervulling van Maleachi, hoofdstuk drie. Johannes was de bode die de weg bereidde voor de Bode van het verbond om de zonen van Levi te louteren.
“In the cleansing of the temple, Jesus was announcing His mission as the Messiah, and entering upon His work. That temple, erected for the abode of the divine Presence, was designed to be an object lesson for Israel and for the world. From eternal ages it was God’s purpose that every created being, from the bright and holy seraph to man, should be a temple for the indwelling of the Creator. Because of sin, humanity ceased to be a temple for God. Darkened and defiled by evil, the heart of man no longer revealed the glory of the Divine One. But by the incarnation of the Son of God, the purpose of Heaven is fulfilled. God dwells in humanity, and through saving grace the heart of man becomes again His temple. God designed that the temple at Jerusalem should be a continual witness to the high destiny open to every soul. But the Jews had not understood the significance of the building they regarded with so much pride. They did not yield themselves as holy temples for the Divine Spirit. The courts of the temple at Jerusalem, filled with the tumult of unholy traffic, represented all too truly the temple of the heart, defiled by the presence of sensual passion and unholy thoughts. In cleansing the temple from the world’s buyers and sellers, Jesus announced His mission to cleanse the heart from the defilement of sin,—from the earthly desires, the selfish lusts, the evil habits, that corrupt the soul. ‘The Lord, whom ye seek, shall suddenly come to His temple, even the Messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, He shall come, saith the Lord of hosts. But who may abide the day of His coming? and who shall stand when He appeareth? for He is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: and He shall sit as a refiner and purifier of silver: and He shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver.’ Malachi 3:1–3.” The Desire of Ages, 161.
‘In de reiniging van de tempel kondigde Jezus Zijn zending als de Messias aan en ving Hij Zijn werk aan. Die tempel, opgericht tot woonplaats van de goddelijke Tegenwoordigheid, was bestemd als aanschouwelijk onderwijs voor Israël en voor de wereld. Van eeuwige tijden af was het Gods voornemen dat ieder geschapen wezen, van de stralende en heilige seraf tot de mens, een tempel zou zijn tot inwoning van de Schepper. Door de zonde hield de mensheid op een tempel voor God te zijn. Verduisterd en bezoedeld door het kwaad openbaarde het hart van de mens niet langer de heerlijkheid van de Goddelijke. Maar door de menswording van de Zoon van God wordt het voornemen van de hemel vervuld. God woont in de mensheid, en door reddende genade wordt het hart van de mens opnieuw Zijn tempel. God had bepaald dat de tempel te Jeruzalem een voortdurende getuige zou zijn van de hoge bestemming die voor iedere ziel openstaat. Maar de Joden hadden de betekenis van het gebouw waarop zij met zoveel trots zagen, niet begrepen. Zij gaven zichzelf niet over als heilige tempels voor de goddelijke Geest. De voorhoven van de tempel te Jeruzalem, vervuld van het rumoer van onheilige handel, stelden maar al te waarachtig de tempel van het hart voor, bezoedeld door de aanwezigheid van zinnelijke hartstocht en onheilige gedachten. Door de tempel te reinigen van de kopers en verkopers van de wereld kondigde Jezus Zijn zending aan om het hart te reinigen van de bezoedeling van de zonde,—van de aardse begeerten, de zelfzuchtige lusten, de kwade gewoonten die de ziel verderven. “En de Heere, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, namelijk de Engel des verbonds, in Denwelken gij lust hebt; zie, Hij komt, zegt de HEERE der heirscharen. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen, en wie zal standhouden wanneer Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van een goudsmid en als zeep der blekers. En Hij zal zitten als een goudsmid en zilverlouteraar; Hij zal de kinderen van Levi reinigen en hen louteren als goud en als zilver.” Maleachi 3:1–3.’ The Desire of Ages, 161.
John the Baptist was the messenger that prepared the way for Christ to suddenly come and cleanse His temple, and William Miller accomplished the same work of preparation for Christ to suddenly come to the Most Holy Place on October 22, 1844.
Johannes de Doper was de boodschapper die de weg bereidde opdat Christus plotseling zou komen en Zijn tempel reinigen, en William Miller volbracht hetzelfde voorbereidingswerk opdat Christus op 22 oktober 1844 plotseling naar het Allerheiligste zou komen.
“The coming of Christ as our high priest to the most holy place, for the cleansing of the sanctuary, brought to view in Daniel 8:14; the coming of the Son of man to the Ancient of Days, as presented in Daniel 7:13; and the coming of the Lord to His temple, foretold by Malachi, are descriptions of the same event; and this is also represented by the coming of the bridegroom to the marriage, described by Christ in the parable of the ten virgins, of Matthew 25.” The Great Controversy, 426.
„De komst van Christus als onze Hogepriester naar het Allerheiligste, tot de reiniging van het heiligdom, zoals voor ogen gebracht in Daniël 8:14; de komst van de Zoon des mensen tot de Oude van dagen, zoals voorgesteld in Daniël 7:13; en de komst van de Heer tot Zijn tempel, door Maleachi voorzegd, zijn beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis; en dit wordt ook voorgesteld door de komst van de bruidegom naar de bruiloft, door Christus beschreven in de gelijkenis van de tien maagden, in Mattheüs 25.” The Great Controversy, 426.
John and Miller typified the cleansing represented by Malachi that is now being accomplished in our current history.
Johannes en Miller waren een voorafbeelding van de reiniging die door Maleachi wordt uitgebeeld en die thans in onze tegenwoordige geschiedenis wordt volbracht.
“The prophet says, ‘I saw another angel come down from heaven, having great power; and the earth was lightened with his glory. And he cried mightily with a strong voice, saying, Babylon the great is fallen, is fallen, and is become the habitation of devils’ (Revelation 18:1, 2). This is the same message that was given by the second angel. Babylon is fallen, ‘because she made all nations drink of the wine of the wrath of her fornication’ (Revelation 14:8). What is that wine?—Her false doctrines. She has given to the world a false sabbath instead of the Sabbath of the fourth commandment, and has repeated the falsehood that Satan first told Eve in Eden—the natural immortality of the soul. Many kindred errors she has spread far and wide, ‘teaching for doctrines the commandments of men’ (Matthew 15:9).
‘De profeet zegt: “En ik zag een andere engel neerdalen uit de hemel, die grote macht had; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. En hij riep krachtig met luider stem, zeggende: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, en het is geworden een woonplaats van duivelen” (Openbaring 18:1, 2). Dit is dezelfde boodschap die door de tweede engel werd gegeven. Babylon is gevallen, “omdat zij alle volken heeft doen drinken van de wijn van de toorn van haar hoererij” (Openbaring 14:8). Wat is die wijn?—Haar valse leerstellingen. Zij heeft de wereld een valse sabbat gegeven in plaats van de sabbat van het vierde gebod, en heeft de leugen herhaald die Satan Eva het eerst in Eden vertelde—de natuurlijke onsterfelijkheid van de ziel. Vele verwante dwalingen heeft zij wijd en zijd verbreid, “lerende tot leringen de geboden der mensen” (Mattheüs 15:9).’
“When Jesus began His public ministry, He cleansed the Temple from its sacrilegious profanation. Among the last acts of His ministry was the second cleansing of the Temple. So in the last work for the warning of the world, two distinct calls are made to the churches. The second angel’s message is, ‘Babylon is fallen, is fallen, that great city, because she made all nations drink of the wine of the wrath of her fornication’ (Revelation 14:8). And in the loud cry of the third angel’s message a voice is heard from heaven saying, ‘Come out of her, my people, that ye be not partakers of her sins, and that ye receive not of her plagues. For her sins have reached unto heaven, and God hath remembered her iniquities’ (Revelation 18:4, 5).” Selected Messages, book 2, 118.
„Toen Jezus Zijn openbare bediening begon, reinigde Hij de tempel van haar heiligschennende ontheiliging. Onder de laatste daden van Zijn bediening was de tweede reiniging van de tempel. Zo worden ook in het laatste werk ter waarschuwing van de wereld twee onderscheiden oproepen tot de kerken gedaan. De boodschap van de tweede engel luidt: ‘Babylon is gevallen, is gevallen, die grote stad, omdat zij alle volken heeft doen drinken van de wijn van de toorn van haar hoererij’ (Openbaring 14:8). En in de luide roep van de boodschap van de derde engel wordt een stem uit de hemel gehoord, die zegt: ‘Gaat uit van haar, Mijn volk, opdat gij aan haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat gij van haar plagen niet ontvangt. Want haar zonden zijn opgestapeld tot aan de hemel, en God heeft aan haar ongerechtigheden gedacht’ (Openbaring 18:4, 5).” Selected Messages, boek 2, 118.
The two temple cleansings of Christ’s ministry, and the two temple cleansings of the Millerite history, were fulfillments of Malachi chapter three and point forward to the two temple cleansings that began on September 11, 2001 when the great buildings of New York City were thrown down by a touch of God, and the mighty angel of Revelation eighteen descended to lighten the earth with his glory. Among other things this disproves the dish of fables offered by Adventism’s Laodicean theologians who claim Ellen White was the Elijah prophet that would come before the great and dreadful day of the Lord. The temple cleansing that takes place when the angel of Revelation eighteen descends began eighty-six years after Ellen White was laid to rest.
De twee tempelreinigingen tijdens Christus’ bediening, en de twee tempelreinigingen in de Milleritische geschiedenis, waren vervullingen van Maleachi hoofdstuk drie en wijzen vooruit naar de twee tempelreinigingen die op 11 september 2001 begonnen, toen de grote gebouwen van New York City door een aanraking van God werden neergehaald, en de machtige engel van Openbaring achttien neerdaalde om de aarde met zijn heerlijkheid te verlichten. Onder andere weerlegt dit het schotelgerecht van fabels dat wordt opgediend door de Laodiceaanse theologen van het adventisme, die beweren dat Ellen White de profeet Elia was die zou komen vóór de grote en geduchte dag des Heren. De tempelreiniging die plaatsvindt wanneer de engel van Openbaring achttien neerdaalt, begon zesentachtig jaar nadat Ellen White ter ruste was gelegd.
John the Baptist and his disciples, Miller and the Millerites and Future for America represent the messengers that prepare the way for the messenger of the covenant to suddenly come to His temple and cleanse it from its sacrilegious profanation.
Johannes de Doper en zijn discipelen, Miller en de Millerieten, en Future for America vertegenwoordigen de boodschappers die de weg bereiden voor de Boodschapper van het verbond om plotseling tot Zijn tempel te komen en die te reinigen van haar heiligschennende ontwijding.
Elijah as a symbol represents a man. He represents a man called from the common walk of life and not a priestly theologian. His ministry presents the correct biblical methodology, which are the rules given by the highest authority. His ministry is in confrontation with the current Laodicean priesthood’s methodology of fables, customs and traditions. He prepares the way for a cleansing process that raises up a new chosen people from the remains of a chosen people that are passed by. The cleansing process is set within the context of happening suddenly.
Elia vertegenwoordigt als symbool een man. Hij vertegenwoordigt een man die geroepen is uit de gewone levenswandel en geen priesterlijke theoloog is. Zijn bediening stelt de juiste bijbelse methodologie voor, namelijk de regels die door het hoogste gezag zijn gegeven. Zijn bediening staat in confrontatie met de methodologie van fabels, gewoonten en overleveringen van het huidige Laodiceïsche priesterschap. Hij bereidt de weg voor een reinigingsproces dat een nieuw uitverkoren volk doet opstaan uit de overblijfselen van een uitverkoren volk dat wordt voorbijgegaan. Het reinigingsproces is geplaatst binnen de context dat het plotseling plaatsvindt.
Elijah also represents a ministry and a work that God specifically establishes and identifies as the exclusive ministry of God.
Elia vertegenwoordigt ook een bediening en een werk dat God in het bijzonder opricht en aanwijst als de exclusieve bediening van God.
We will demonstrate this in the history of the Millerites in the next article.
Dit zullen wij aantonen in de geschiedenis van de Millerieten in het volgende artikel.
And it came to pass at the time of the offering of the evening sacrifice, that Elijah the prophet came near, and said, Lord God of Abraham, Isaac, and of Israel, let it be known this day that thou art God in Israel, and that I am thy servant, and that I have done all these things at thy word. 1 Kings 18:36.
En het geschiedde ten tijde van het brengen van het avondoffer, dat de profeet Elia naderbij kwam en zei: HEERE, God van Abraham, Isaak en van Israël, laat heden bekend worden dat Gij God zijt in Israël, en dat ik Uw knecht ben, en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. 1 Koningen 18:36.