And it came to pass at the time of the offering of the evening sacrifice, that Elijah the prophet came near, and said, Lord God of Abraham, Isaac, and of Israel, let it be known this day that thou art God in Israel, and that I am thy servant, and that I have done all these things at thy word. 1 Kings 18:36.
En het geschiedde ten tijde van het offeren van het avondoffer, dat de profeet Elia naderbij kwam en zeide: HEERE, God van Abraham, Isaak en van Israël, laat heden bekend worden dat Gij God zijt in Israël, en dat ik Uw knecht ben, en dat ik al deze dingen op Uw woord gedaan heb. 1 Koningen 18:36.
We have been identifying the characteristics of Elijah as a symbol. One of those characteristics is that the ministry and message of Elijah, John the Baptist and William Miller were instruments of judgment. Their message was used by the Lord to test their respective histories. Jesus said that if He had not come, then the quibbling Jews would have had no sin.
Wij hebben de kenmerken van Elia als symbool vastgesteld. Een van die kenmerken is dat het dienstwerk en de boodschap van Elia, Johannes de Doper en William Miller instrumenten van oordeel waren. Hun boodschap werd door de Heere gebruikt om hun respectieve geschiedenissen te beproeven. Jezus zei dat, indien Hij niet gekomen was, de haarklovende Joden geen zonde zouden hebben gehad.
If I had not come and spoken unto them, they had not had sin: but now they have no cloak for their sin. John 15:22.
Indien Ik niet gekomen was en tot hen gesproken had, zij zouden geen zonde hebben; maar nu hebben zij geen bedekking voor hun zonde. Johannes 15:22.
Ezekiel identifies the same principle for the quibbling Jews of his history.
Ezechiël duidt hetzelfde beginsel aan voor de vitzieke Joden uit zijn tijd.
For they are impudent children and stiffhearted. I do send thee unto them; and thou shalt say unto them, Thus saith the Lord God. And they, whether they will hear, or whether they will forbear, (for they are a rebellious house,) yet shall know that there hath been a prophet among them. Ezekiel 2:4, 5.
Want zij zijn onbeschaamde kinderen en hardnekkig van hart. Ik zend u tot hen; en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Heere HEERE. En zij, hetzij zij horen zullen, hetzij zij het zullen laten, (want zij zijn een wederspannig huis,) zullen nochtans weten dat er een profeet in hun midden geweest is. Ezechiël 2:4, 5.
The symbolism of Elijah includes his role as an instrument of judgment.
De symboliek van Elia omvat zijn rol als een werktuig van het oordeel.
“Those who are engaged in proclaiming the third angel’s message are searching the Scriptures upon the same plan that Father Miller adopted. In the little book entitled Views of the Prophecies and Prophetic Chronology, Father Miller gives the following simple but intelligent and important rules for Bible study and interpretation:
‘Zij die betrokken zijn bij de verkondiging van de boodschap van de derde engel, onderzoeken de Schriften volgens hetzelfde plan dat Vader Miller volgde. In het kleine boekje getiteld Views of the Prophecies and Prophetic Chronology geeft Vader Miller de volgende eenvoudige, maar verstandige en belangrijke regels voor Bijbelstudie en uitleg:
“‘1. Every word must have its proper bearing on the subject presented in the Bible; 2. All Scripture is necessary, and may be understood by diligent application and study; 3. Nothing revealed in Scripture can or will be hid from those who ask in faith, not wavering; 4. To understand doctrine, bring all the scriptures together on the subject you wish to know, then let every word have its proper influence; and if you can form your theory without a contradiction, you cannot be in error; 5. Scripture must be its own expositor, since it is a rule of itself. If I depend on a teacher to expound to me, and he should guess at its meaning, or desire to have it so on account of his sectarian creed, or to be thought wise, then his guessing, desire, creed, or wisdom is my rule, and not the Bible.’
“‘1. Elk woord moet zijn juiste strekking hebben met betrekking tot het onderwerp dat in de Bijbel wordt voorgesteld; 2. De gehele Schrift is noodzakelijk en kan door ijverige toewijding en studie worden begrepen; 3. Niets wat in de Schrift geopenbaard is, kan of zal verborgen blijven voor hen die in geloof vragen, zonder te twijfelen; 4. Om de leer te verstaan, brengt men alle Schriftplaatsen bijeen over het onderwerp dat men wenst te kennen; laat vervolgens elk woord zijn juiste invloed hebben; en indien gij uw theorie kunt vormen zonder een tegenspraak, kunt gij niet in dwaling verkeren; 5. De Schrift moet haar eigen uitlegger zijn, aangezien zij een regel in zichzelf is. Indien ik afhankelijk ben van een leraar om haar voor mij uit te leggen, en hij zou naar haar betekenis gissen, of wensen dat zij zo is vanwege zijn sektarische geloofsbelijdenis, of om voor wijs gehouden te worden, dan zijn zijn gissing, wens, geloofsbelijdenis of wijsheid mijn regel, en niet de Bijbel.’”
“The above is a portion of these rules; and in our study of the Bible we shall all do well to heed the principles set forth.
“Het bovenstaande vormt een gedeelte van deze regels; en bij onze bestudering van de Bijbel zullen wij er allen goed aan doen acht te slaan op de uiteengezette beginselen.
“Genuine faith is founded on the Scriptures; but Satan uses so many devices to wrest the Scriptures and bring in error, that great care is needed if one would know what they really do teach. It is one of the great delusions of this time to dwell much upon feeling, and to claim honesty while ignoring the plain utterances of the word of God because that word does not coincide with feeling. Many have no foundation for their faith but emotion. Their religion consists in excitement; when that ceases, their faith is gone. Feeling may be chaff, but the word of God is the wheat. And ‘what,’ says the prophet, ‘is the chaff to the wheat?’
„Oprecht geloof is gegrond op de Schriften; maar satan gebruikt zovele middelen om de Schriften te verdraaien en dwaling binnen te brengen, dat grote zorgvuldigheid nodig is, wil men weten wat zij werkelijk leren. Het is een van de grote misleidingen van deze tijd om veel stil te staan bij gevoel, en eerlijkheid te claimen terwijl men de duidelijke uitspraken van het woord van God negeert, omdat dat woord niet overeenstemt met het gevoel. Velen hebben geen ander fundament voor hun geloof dan emotie. Hun godsdienst bestaat uit opwinding; wanneer die ophoudt, is hun geloof verdwenen. Gevoel kan kaf zijn, maar het woord van God is het koren. En ‘wat,’ zegt de profeet, ‘heeft het kaf met het koren gemeen?’”
“None will be condemned for not heeding light and knowledge that they never had, and they could not obtain. But many refuse to obey the truth that is presented to them by Christ’s ambassadors, because they wish to conform to the world’s standard; and the truth that has reached their understanding, the light that has shone in the soul, will condemn them in the Judgment. In these last days we have the accumulated light that has been shining through all the ages, and we shall be held correspondingly responsible. The path of holiness is not on a level with the world; it is a way cast up. If we walk in this way, if we run in the way of the Lord’s commandments, we shall find that the ‘path of the just is as the shining light, that shineth more and more unto the perfect day.’” Review and Herald, November 25, 1884.
„Niemand zal veroordeeld worden omdat hij geen acht heeft geslagen op licht en kennis die hij nooit heeft gehad en die hij niet kon verkrijgen. Maar velen weigeren de waarheid te gehoorzamen die hun door de gezanten van Christus wordt voorgehouden, omdat zij zich willen voegen naar de maatstaf van de wereld; en de waarheid die hun verstand heeft bereikt, het licht dat in de ziel heeft geschenen, zal hen in het oordeel veroordelen. In deze laatste dagen hebben wij het opgehoopte licht dat door alle eeuwen heen heeft geschenen, en dienovereenkomstig zullen wij verantwoordelijk worden gehouden. Het pad der heiligheid ligt niet op één lijn met de wereld; het is een verhoogde weg. Als wij op deze weg wandelen, als wij lopen in de weg van des HEEREN geboden, zullen wij bevinden dat het ‘pad der rechtvaardigen is als het glanzende licht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag.’” Review and Herald, 25 november 1884.
We are not “condemned for not heeding light and knowledge that” we “never had, and” we “could not obtain.” The important aspect of this statement is the expression “could not obtain.” Elijah, John and Miller represent light for their respective generations that could be attained. The presence of their message removed the cloak of what is legally called in the United States “plausible deniability.” The Elijah message in any generation where it is manifested removes any “plausible deniability,” thus holding the entire generation accountable for the light that is then presented.
Wij worden niet „veroordeeld omdat wij geen acht hebben geslagen op licht en kennis die” wij „nooit hebben gehad en” wij „niet konden verkrijgen.” Het belangrijke aspect van deze uitspraak is de uitdrukking „niet konden verkrijgen.” Elia, Johannes en Miller vertegenwoordigen licht voor hun respectieve generaties dat verkregen kon worden. De aanwezigheid van hun boodschap nam de sluier weg van hetgeen in de Verenigde Staten juridisch „plausible deniability” wordt genoemd. De Elia-boodschap neemt in iedere generatie waarin zij zich manifesteert elke „plausible deniability” weg, en stelt daardoor de gehele generatie verantwoordelijk voor het licht dat dan wordt voorgehouden.
“My brother said at one time that he would not hear anything concerning the doctrine we hold, for fear he should be convinced. He would not come to the meetings, or listen to the discourses; but he afterward declared that he saw he was as guilty as if he had heard them. God had given him an opportunity to know the truth, and He would hold him responsible for this opportunity. There are many among us who are prejudiced against the doctrines that are now being discussed. They will not come to hear, they will not calmly investigate, but they put forth their objections in the dark. They are perfectly satisfied with their position. ‘Thou sayest, I am rich, and increased with goods, and have need of nothing; and knowest not that thou art wretched, and miserable, and poor, and blind, and naked: I counsel thee to buy of me gold tried in the fire, that thou mayest be rich; and white raiment, that thou mayest be clothed, and that the shame of thy nakedness do not appear; and anoint thine eyes with eyesalve, that thou mayest see. As many as I love, I rebuke and chasten: be zealous therefore, and repent’ (Revelation 3:17–19).
„Mijn broeder zei eens dat hij niets wilde horen aangaande de leer die wij aanhangen, uit vrees dat hij overtuigd zou worden. Hij wilde niet naar de samenkomsten komen of naar de voordrachten luisteren; maar later verklaarde hij dat hij inzag dat hij even schuldig was alsof hij ze had gehoord. God had hem een gelegenheid gegeven de waarheid te leren kennen, en Hij zou hem voor deze gelegenheid verantwoordelijk houden. Er zijn velen onder ons die bevooroordeeld zijn tegen de leerstellingen die thans worden besproken. Zij willen niet komen om te horen, zij willen niet rustig onderzoeken, maar zij brengen hun bezwaren in het duister naar voren. Zij zijn volkomen tevreden met hun positie. ‘Gij zegt: Ik ben rijk en verrijkt geworden en heb aan niets gebrek; en gij weet niet dat gij ellendig zijt en jammerlijk en arm en blind en naakt. Ik raad u aan van Mij te kopen goud, gelouterd in het vuur, opdat gij rijk moogt worden; en witte klederen, opdat gij bekleed moogt zijn en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt. Allen die Ik liefheb, bestraf en kastijd Ik; wees dan ijverig en bekeer u’ (Openbaring 3:17–19).”
“This scripture applies to those who live under the sound of the message, but who will not come to hear it. How do you know but that the Lord is giving fresh evidences of His truth, placing it in a new setting, that the way of the Lord may be prepared? What plans have you been laying that new light may be infused through the ranks of God’s people? What evidence have you that God has not sent light to His children? All self-sufficiency, egotism, and pride of opinion must be put away. We must come to the feet of Jesus, and learn of Him who is meek and lowly of heart. Jesus did not teach His disciples as the rabbis taught theirs. Many of the Jews came and listened as Christ revealed the mysteries of salvation, but they came not to learn; they came to criticize, to catch Him in some inconsistency, that they might have something with which to prejudice the people. They were content with their knowledge, but the children of God must know the voice of the True Shepherd. Is not this a time when it would be highly proper to fast and pray before God? We are in danger of variance, in danger of taking sides on a controverted point; and should we not seek God in earnestness, with humiliation of soul, that we may know what is truth?” Selected Messages, book 1, 413.
„Deze Schriftplaats is van toepassing op hen die leven onder het gehoor van de boodschap, maar die niet willen komen om haar te horen. Hoe weet u of de Heere niet nieuwe bewijzen van Zijn waarheid geeft en die in een nieuw kader plaatst, opdat de weg des Heeren bereid moge worden? Welke plannen hebt u gemaakt opdat nieuw licht door de gelederen van Gods volk heen doordringe? Welk bewijs hebt u dat God geen licht tot Zijn kinderen heeft gezonden? Alle zelfgenoegzaamheid, egoïsme en trots van eigen inzicht moeten worden afgelegd. Wij moeten komen aan de voeten van Jezus en van Hem leren, die zachtmoedig is en nederig van hart. Jezus onderwees Zijn discipelen niet zoals de rabbijnen de hunne onderwezen. Velen van de Joden kwamen en luisterden terwijl Christus de verborgenheden van de zaligheid openbaarde, maar zij kwamen niet om te leren; zij kwamen om kritiek te oefenen, om Hem op een of andere tegenstrijdigheid te betrappen, opdat zij iets zouden hebben waarmee zij het volk tegen Hem konden vooringenomen maken. Zij waren tevreden met hun kennis, maar de kinderen van God moeten de stem van de ware Herder kennen. Is dit niet een tijd waarin het ten hoogste passend zou zijn te vasten en te bidden voor God? Wij verkeren in gevaar van tweedracht, in gevaar partij te kiezen in een omstreden kwestie; en zouden wij God dan niet met ernst moeten zoeken, met verootmoediging van ziel, opdat wij mogen weten wat waarheid is?” Selected Messages, boek 1, 413.
Those that represent the Elijah message are instruments of judgment in a process of purification that prepares the way for the messenger of the covenant to cleanse the temple. In accomplishing the work of cleansing the temple the light of present truth is revealed. If it were not to be revealed, those Christ was and is seeking to cleanse would retain their Laodicean cloak of self-deception. Elijah symbolizes a ministry that presents the truth as an instrument of judgment. That is why we are informed that those who rejected the message of John the Baptist could not be benefitted by the teaching of Jesus.
Zij die de Elia-boodschap vertegenwoordigen, zijn werktuigen van oordeel in een proces van reiniging dat de weg bereidt voor de Bode van het verbond om de tempel te reinigen. Bij het volbrengen van het werk van de reiniging van de tempel wordt het licht van de tegenwoordige waarheid geopenbaard. Indien het niet geopenbaard zou worden, zouden degenen die Christus zocht en zoekt te reinigen hun Laodiceïsche mantel van zelfbedrog behouden. Elia symboliseert een bediening die de waarheid voorstelt als een werktuig van oordeel. Daarom wordt ons meegedeeld dat zij die de boodschap van Johannes de Doper verwierpen, geen nut konden trekken uit het onderwijs van Jezus.
“I was pointed back to the proclamation of the first advent of Christ. John was sent in the spirit and power of Elijah to prepare the way of Jesus. Those who rejected the testimony of John were not benefited by the teachings of Jesus.” Early Writings, 258.
„Ik werd terugverwezen naar de verkondiging van de eerste komst van Christus. Johannes werd gezonden in de geest en kracht van Elia om de weg voor Jezus te bereiden. Zij die de getuigenis van Johannes verwierpen, hadden geen baat bij de leringen van Jezus.” Early Writings, 258.
In the prophetic histories that typify the cleansing of God’s people a present truth message is unsealed that holds the generation accountable for either choosing darkness or light.
In de profetische geschiedenissen die de reiniging van Gods volk voorafbeelden, wordt een boodschap van tegenwoordige waarheid ontsloten die deze generatie verantwoordelijk stelt voor de keuze tussen duisternis en licht.
But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased…. And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 12:4, 9, 10.
Maar gij, o Daniël, sluit de woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde: velen zullen heen en weer trekken, en de kennis zal vermeerderd worden…. En hij zeide: Ga heen, Daniël; want deze woorden zijn toegesloten en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd en wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en niemand van de goddelozen zal het verstaan, maar de verstandigen zullen het verstaan. Daniël 12:4, 9, 10.
Those who represent the Elijah message for their respective generations are identified by Christ as His ambassadors in order to use them as instruments of judgment. This is what Elijah was identifying when he said, “let it be known this day that thou art God in Israel, and that I am thy servant, and that I have done all these things at thy word.”
Degenen die voor hun respectieve generaties de Elia-boodschap vertegenwoordigen, worden door Christus aangewezen als Zijn gezanten, om hen te gebruiken als werktuigen van oordeel. Dit was wat Elia aanduidde toen hij zei: „laat op deze dag bekend worden dat Gij God zijt in Israël, en dat ik Uw knecht ben, en dat ik al deze dingen op Uw woord gedaan heb.”
This truth is also set forth by Jesus concerning John the Baptist.
Deze waarheid wordt ook door Jezus uiteengezet met betrekking tot Johannes de Doper.
And as they departed, Jesus began to say unto the multitudes concerning John, What went ye out into the wilderness to see? A reed shaken with the wind? But what went ye out for to see? A man clothed in soft raiment? behold, they that wear soft clothing are in kings’ houses. But what went ye out for to see? A prophet? yea, I say unto you, and more than a prophet. For this is he, of whom it is written, Behold, I send my messenger before thy face, which shall prepare thy way before thee. Matthew 11:7–10.
En toen zij weggingen, begon Jezus tot de menigten over Johannes te zeggen: Waarvoor zijt gij uitgetrokken naar de woestijn? Om een riet te zien, door de wind bewogen? Maar waarvoor zijt gij uitgetrokken? Om een mens te zien, gekleed in zachte gewaden? Zie, zij die zachte kleding dragen, zijn in de huizen der koningen. Maar waarvoor zijt gij uitgetrokken? Om een profeet te zien? Ja, Ik zeg u, en meer dan een profeet. Want deze is het, van wie geschreven staat: Zie, Ik zend Mijn bode voor Uw aangezicht, die Uw weg voor U heen bereiden zal. Mattheüs 11:7–10.
John was more than a prophet, he was an instrument of judgment, and his ministry was identified to his generation, for they had went out into the wilderness to see him, just as surely as all Israel came to Carmel at Ahab’s command. William Miller understood the increase of knowledge that was unsealed in 1798. He represented those that ran to and fro in God’s Word as the knowledge increased. His message was based upon prophetic time and in 1840 his message and ministry were placed into his generation in such a fashion that all the Protestant world watched to see if his methodology worked. When it was confirmed, his message was carried around the world.
Johannes was meer dan een profeet; hij was een werktuig van oordeel, en zijn bediening werd aan zijn generatie kenbaar gemaakt, want zij waren uitgetrokken naar de woestijn om hem te zien, even zeker als geheel Israël op bevel van Achab naar de Karmel kwam. William Miller begreep de toename van kennis die in 1798 werd ontsloten. Hij vertegenwoordigde hen die in Gods Woord heen en weer liepen terwijl de kennis toenam. Zijn boodschap was gegrond op profetische tijd, en in 1840 werden zijn boodschap en bediening zó in zijn generatie geplaatst dat de gehele protestantse wereld toekeek om te zien of zijn methodologie werkte. Toen dit bevestigd werd, werd zijn boodschap over de gehele wereld verbreid.
“In the year 1840 another remarkable fulfillment of prophecy excited widespread interest. two years before, Josiah Litch, one of the leading ministers preaching the second advent, published an exposition of Revelation 9, predicting the fall of the Ottoman Empire. According to his calculations, this power was to be overthrown . . . on the 11th of August, 1840, when the Ottoman power in Constantinople may be expected to be broken. And this, I believe, will be found to be the case.’
“In het jaar 1840 wekte nog een andere opmerkelijke vervulling van de profetie wijdverbreide belangstelling. Twee jaar eerder had Josiah Litch, een van de vooraanstaande predikanten die de tweede advent predikten, een verklaring van Openbaring 9 gepubliceerd, waarin hij de val van het Ottomaanse Rijk voorspelde. Volgens zijn berekeningen zou deze macht ten val worden gebracht ... op 11 augustus 1840, wanneer verwacht mag worden dat de Ottomaanse macht te Constantinopel gebroken zal worden. En dit, zo geloof ik, zal inderdaad het geval blijken te zijn.”
“At the very time specified, Turkey, through her ambassadors, accepted the protection of the allied powers of Europe, and thus placed herself under the control of Christian nations. The event exactly fulfilled the prediction. When it became known, multitudes were convinced of the correctness of the principles of prophetic interpretation adopted by Miller and his associates, and a wonderful impetus was given to the advent movement. Men of learning and position united with Miller, both in preaching and in publishing his views, and from 1840 to 1844 the work rapidly extended.” The Great Controversy, 334, 335.
„Precies op de aangegeven tijd aanvaardde Turkije, door middel van haar gezanten, de bescherming van de geallieerde mogendheden van Europa, en stelde zich aldus onder de heerschappij van christelijke natiën. De gebeurtenis vervulde de voorzegging nauwkeurig. Toen dit bekend werd, werden velen overtuigd van de juistheid van de beginselen van de profetische uitleg die door Miller en zijn medearbeiders waren aangenomen, en aan de adventbeweging werd een wonderlijke stuwkracht verleend. Geleerde en vooraanstaande mannen sloten zich bij Miller aan, zowel in het prediken als in het publiceren van zijn opvattingen, en van 1840 tot 1844 breidde het werk zich snel uit.” The Great Controversy, 334, 335.
From “1840 to 1844” represents the history of the “seven thunders” of Revelation chapter ten. In that history a purification process that was represented in Malachi chapter three, and the two temple cleansings of Christ was initiated. The process of purification was a progressive testing process, based upon Miller’s understanding of the day for a year principle. Those who represent the Elijah message prepare the way for the messenger of the covenant to come suddenly to His temple, and they are the symbol of an instrument of judgment that is employed by the messenger of the covenant to sweep out those who choose darkness rather than light.
Van „1840 tot 1844” wordt de geschiedenis van de „zeven donderslagen” van Openbaring hoofdstuk tien voorgesteld. In die geschiedenis werd een reinigingsproces ingeleid dat werd uitgebeeld in Maleachi hoofdstuk drie en in de twee tempelreinigingen van Christus. Het reinigingsproces was een voortschrijdend beproevingsproces, gebaseerd op Millers begrip van het dag-voor-een-jaarbeginsel. Degenen die de Elia-boodschap vertegenwoordigen, bereiden de weg voor opdat de Boodschapper van het verbond plotseling tot Zijn tempel kome, en zij zijn het symbool van een oordeelsinstrument dat door de Boodschapper van het verbond wordt aangewend om hen uit te vegen die de duisternis verkiezen boven het licht.
I indeed baptize you with water unto repentance: but he that cometh after me is mightier than I, whose shoes I am not worthy to bear: he shall baptize you with the Holy Ghost, and with fire: Whose fan is in his hand, and he will thoroughly purge his floor, and gather his wheat into the garner; but he will burn up the chaff with unquenchable fire. Matthew 3:11, 12.
Ik doop u wel met water tot bekering; maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik, Wiens schoenen ik niet waardig ben te dragen; Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur verzamelen; maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusselijk vuur. Mattheüs 3:11, 12.
In Christ’s day represented in John 6:66 he lost more disciples than any other time. In The Desire of Ages where this passage of John is addressed the methodology of prophetic application was the very reason the disciples left. They could not understand that the literal represented the spiritual, and according to the apostle Paul the literal comes before the spiritual.
Op de dag van Christus, weergegeven in Johannes 6:66, verloor Hij meer discipelen dan op enig ander moment. In The Desire of Ages, waar dit gedeelte uit Johannes wordt behandeld, was de methodologie van de profetische toepassing juist de reden waarom de discipelen weggingen. Zij konden niet begrijpen dat het letterlijke het geestelijke vertegenwoordigde, en volgens de apostel Paulus komt het letterlijke vóór het geestelijke.
And so it is written, The first man Adam was made a living soul; the last Adam was made a quickening spirit. Howbeit that was not first which is spiritual, but that which is natural; and afterward that which is spiritual. 1 Corinthians 15:45, 46.
Zo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam werd tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakende Geest. Maar niet het geestelijke is het eerst, doch het natuurlijke; daarna het geestelijke. 1 Korinthe 15:45, 46.
Unwilling and therefore unable the Jews refused to understand Christ when he identified that He was the bread of heaven that needed to be eaten. Customs and traditions overruled the methodology that was exercised by Christ himself. Concerning this history Sister White recorded:
Onwillig en daarom onbekwaam weigerden de Joden Christus te begrijpen toen Hij verklaarde dat Hij het brood des hemels was dat gegeten moest worden. Gewoonten en overleveringen kregen de overhand boven de methode die door Christus Zelf werd gehanteerd. Met betrekking tot deze geschiedenis tekende Zuster White op:
“By the public rebuke of their unbelief these disciples were still further alienated from Jesus. They were greatly displeased, and wishing to wound the Saviour and gratify the malice of the Pharisees, they turned their backs upon Him, and left Him with disdain. They had made their choice, had taken the form without the spirit, the husk without the kernel. Their decision was never afterward reversed; for they walked no more with Jesus.
“Door de openbare bestraffing van hun ongeloof werden deze discipelen nog verder van Jezus vervreemd. Zij waren ten zeerste ontstemd, en in hun verlangen de Heiland te krenken en de kwaadaardigheid van de Farizeeën te bevredigen, keerden zij Hem de rug toe en verlieten Hem vol verachting. Zij hadden hun keuze gemaakt, zij hadden de vorm zonder de geest aangenomen, de schil zonder de kern. Hun beslissing werd daarna nooit meer herroepen; want zij wandelden niet meer met Jezus.”
“‘Whose fan is in His hand, and He will throughly purge His floor, and gather His wheat into the garner.’ Matthew 3:12. This was one of the times of purging. By the words of truth, the chaff was being separated from the wheat. Because they were too vain and self-righteous to receive reproof, too world-loving to accept a life of humility, many turned away from Jesus. Many are still doing the same thing. Souls are tested today as were those disciples in the synagogue at Capernaum. When truth is brought home to the heart, they see that their lives are not in accordance with the will of God. They see the need of an entire change in themselves; but they are not willing to take up the self-denying work. Therefore they are angry when their sins are discovered. They go away offended, even as the disciples left Jesus, murmuring, ‘This is an hard saying; who can hear it?’” The Desire of Ages, 392.
“‘Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en Zijn tarwe in de schuur bijeenbrengen.’ Mattheüs 3:12. Dit was een van de tijden van zuivering. Door de woorden der waarheid werd het kaf van de tarwe gescheiden. Omdat zij te ijdel en te eigengerechtig waren om bestraffing te aanvaarden, te wereldsgezind om een leven van nederigheid te accepteren, keerden velen zich van Jezus af. Velen doen nog steeds hetzelfde. Zielen worden heden beproefd zoals die discipelen in de synagoge te Kapernaüm beproefd werden. Wanneer de waarheid tot het hart doordringt, zien zij dat hun leven niet in overeenstemming is met de wil van God. Zij zien de noodzaak van een volkomen verandering in zichzelf; maar zij zijn niet bereid het zelfverloochenende werk op zich te nemen. Daarom worden zij toornig wanneer hun zonden aan het licht worden gebracht. Zij gaan geërgerd heen, evenals de discipelen Jezus verlieten, morrend: ‘Deze rede is hard; wie kan haar aanhoren?’” The Desire of Ages, 392.
It is Malachi’s messenger of the covenant that purges the sons of Levi with fire. He thoroughly purges his floor, separating the wheat from the chaff. He does this work with a fan. The fan is what accomplishes the separation, and the fan is the message of present truth for each respective history where He purifies the sons of Levi. The fan is the Elijah message and messengers, who represent an instrument of judgment.
Het is de bode van het verbond uit Maleachi die de zonen van Levi met vuur reinigt. Hij zuivert zijn dorsvloer grondig, waarbij Hij de tarwe van het kaf scheidt. Dit werk verricht Hij met een wan. De wan is datgene wat de scheiding tot stand brengt, en de wan is de boodschap van de tegenwoordige waarheid voor elke onderscheiden geschiedenis waarin Hij de zonen van Levi reinigt. De wan is de Elia-boodschap en de boodschappers, die een werktuig van oordeel vertegenwoordigen.
Behold, I will send my messenger, and he shall prepare the way before me: and the Lord, whom ye seek, shall suddenly come to his temple, even the messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, he shall come, saith the Lord of hosts. But who may abide the day of his coming? and who shall stand when he appeareth? for he is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: And he shall sit as a refiner and purifier of silver: and he shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness. Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years. Malachi 3:1–4.
Zie, Ik zal Mijn bode zenden, en hij zal de weg vóór Mij bereiden; en de Heere, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, namelijk de Engel van het verbond, in Wie gij uw vreugde vindt; zie, Hij zal komen, zegt de Heere der heirscharen. Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? en wie zal bestaan wanneer Hij verschijnt? Want Hij is als het vuur van een goudsmelter en als zeep van vollers. En Hij zal zitten als een smelter en reiniger van zilver; en Hij zal de zonen van Levi reinigen, en hen louteren als goud en zilver, opdat zij de Heere een offer in gerechtigheid zullen brengen. Dan zal het offer van Juda en Jeruzalem de Heere aangenaam zijn, als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren. Maleachi 3:1–4.
The one who comes after John the Baptist is He who purges His floor with a fan, and is like a refiner’s fire. The purification process is accomplished by the messenger of the covenant, and therefore identifies a history where the Lord is entering into covenant with a new chosen covenant people. When ancient Israel was delivered from the slavery of Egypt, a theme of that sacred history was the issue of the “firstborn.” Whether it was the death of Egypt’s firstborn, or God’s identification of Israel as His firstborn.
Hij die na Johannes de Doper komt, is Hij die Zijn dorsvloer met een wan zuivert en is als het vuur van een smelter. Het reinigingsproces wordt volbracht door de boodschapper van het verbond en duidt daarom op een geschiedenis waarin de Heere een verbond aangaat met een nieuw uitverkoren verbondsvolk. Toen het oude Israël werd verlost uit de slavernij van Egypte, was een thema van die heilige geschiedenis de kwestie van de „eerstgeborene”. Of het nu de dood van de eerstgeborenen van Egypte betrof, of Gods aanduiding van Israël als Zijn eerstgeborene.
And thou shalt say unto Pharaoh, Thus saith the Lord, Israel is my son, even my firstborn: And I say unto thee, Let my son go, that he may serve me: and if thou refuse to let him go, behold, I will slay thy son, even thy firstborn. Exodus 4:22, 23.
En gij zult tot Farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Israël is Mijn zoon, ja, Mijn eerstgeborene. Daarom zeg Ik tot u: Laat Mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; maar indien gij weigert hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon doden, ja, uw eerstgeborene. Exodus 4:22, 23.
When God entered into covenant with Israel in the deliverance from Egypt the divine plan was that every firstborn son of each of the tribes would be dedicated to the work of the priesthood. But at the rebellion of the golden calf, it was only the tribe of Levi that stood on Moses’ side of the rebellion. For their faithfulness, God disannulled His plan that each firstborn from every tribe would be dedicated to the priesthood and he passed by the other tribes and gave the tribe of Levi the exclusive right of the priesthood. When the messenger of the covenant purifies the sons of Levi it is representing a history where a former covenant people are being set aside for a new covenant people. This was the case with John the Baptist, the Millerites and will be with the one hundred and forty-four thousand. From 1840 to 1844 a purification process was initiated by the testing issue of the prophetic message that had been given to William Miller. It led to the Lord suddenly coming to his temple on October 22, 1844, but the process of purification did not end until 1863.
Toen God bij de bevrijding uit Egypte een verbond met Israël aanging, was het goddelijke plan dat elke eerstgeboren zoon uit elk van de stammen aan het werk van het priesterschap zou worden gewijd. Maar bij de opstand rond het gouden kalf was het alleen de stam van Levi die in die opstand aan de zijde van Mozes stond. Wegens hun trouw stelde God Zijn plan buiten werking dat uit iedere stam elke eerstgeborene aan het priesterschap gewijd zou worden; Hij ging aan de andere stammen voorbij en gaf aan de stam van Levi het exclusieve recht op het priesterschap. Wanneer de bode van het verbond de zonen van Levi reinigt, beeldt dit een geschiedenis uit waarin een voormalig verbondsvolk terzijde wordt gesteld ten gunste van een nieuw verbondsvolk. Dit was het geval met Johannes de Doper, de Millerieten en zal het geval zijn met de honderd vierenveertigduizend. Van 1840 tot 1844 werd een reinigingsproces in gang gezet door de toetsende kwestie van de profetische boodschap die aan William Miller was gegeven. Dit leidde ertoe dat de Heere op 22 oktober 1844 plotseling tot Zijn tempel kwam, maar het reinigingsproces eindigde niet vóór 1863.
“Both the prophecy of Daniel 8:14, ‘Unto two thousand and three hundred days; then shall the sanctuary be cleansed,’ and the first angel’s message, ‘Fear God, and give glory to Him; for the hour of His judgment is come,’ pointed to Christ’s ministration in the most holy place, to the investigative judgment, and not to the coming of Christ for the redemption of His people and the destruction of the wicked. The mistake had not been in the reckoning of the prophetic periods, but in the event to take place at the end of the 2300 days. Through this error the believers had suffered disappointment, yet all that was foretold by the prophecy, and all that they had any Scripture warrant to expect, had been accomplished. At the very time when they were lamenting the failure of their hopes, the event had taken place which was foretold by the message, and which must be fulfilled before the Lord could appear to give reward to His servants.
“Zowel de profetie van Daniël 8:14: ‘Tot tweeduizend driehonderd avonden en morgens; dan zal het heiligdom gereinigd worden,’ als de boodschap van de eerste engel: ‘Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen,’ wezen op Christus’ bediening in het allerheiligste, op het onderzoekend oordeel, en niet op de komst van Christus tot verlossing van Zijn volk en tot vernietiging van de goddelozen. De vergissing lag niet in de berekening van de profetische tijdperken, maar in de gebeurtenis die aan het einde van de 2300 dagen zou plaatsvinden. Door deze dwaling hadden de gelovigen teleurstelling geleden, en toch was alles wat door de profetie was voorzegd, en alles wat zij op grond van de Schrift gerechtigd waren te verwachten, vervuld. Juist op het ogenblik dat zij het falen van hun verwachtingen beweenden, had de gebeurtenis plaatsgevonden die door de boodschap was voorzegd en die vervuld moest worden voordat de Heere kon verschijnen om Zijn dienstknechten hun loon te geven.”
“Christ had come, not to the earth, as they expected, but, as foreshadowed in the type, to the most holy place of the temple of God in heaven. He is represented by the prophet Daniel as coming at this time to the Ancient of Days: ‘I saw in the night visions, and, behold, one like the Son of man came with the clouds of heaven, and came’—not to the earth, but—’to the Ancient of Days, and they brought Him near before Him.’ Daniel 7:13.
“Christus was gekomen, niet naar de aarde, zoals zij verwachtten, maar, zoals voorafgeschaduwd in het zinnebeeld, naar het allerheiligste van de tempel van God in de hemel. Hij wordt door de profeet Daniël voorgesteld als op dit tijdstip komende tot de Oude van Dagen: ‘Ik zag in de nachtgezichten, en zie, met de wolken des hemels kwam iemand als een Mensenzoon, en Hij kwam’—niet naar de aarde, maar—’tot de Oude van Dagen, en men leidde Hem voor Diens aangezicht.’ Daniël 7:13.”
“This coming is foretold also by the prophet Malachi: ‘The Lord, whom ye seek, shall suddenly come to His temple, even the Messenger of the covenant, whom ye delight in: behold, He shall come, saith the Lord of hosts.’ Malachi 3:1. The coming of the Lord to His temple was sudden, unexpected, to His people. They were not looking for Him there. They expected Him to come to earth, ‘in flaming fire taking vengeance on them that know not God, and that obey not the gospel.’ 2 Thessalonians 1:8.
“Deze komst wordt ook voorzegd door de profeet Maleachi: ‘De Heere, Die gij zoekt, zal plotseling tot Zijn tempel komen, namelijk de Engel des verbonds, in Denwelken gij uw lust hebt; zie, Hij zal komen, zegt de Heere der heirscharen.’ Maleachi 3:1. De komst van de Heere tot Zijn tempel was voor Zijn volk plotseling, onverwacht. Zij zochten Hem daar niet. Zij verwachtten dat Hij naar de aarde zou komen, ‘in vlammend vuur wraak oefenende over hen die God niet kennen en over hen die het evangelie niet gehoorzamen.’ 2 Thessalonicenzen 1:8.”
“But the people were not yet ready to meet their Lord. There was still a work of preparation to be accomplished for them. Light was to be given, directing their minds to the temple of God in heaven; and as they should by faith follow their High Priest in His ministration there, new duties would be revealed. Another message of warning and instruction was to be given to the church.
“Maar het volk was nog niet gereed zijn Heere te ontmoeten. Er moest voor hen nog een werk van voorbereiding worden volbracht. Er moest licht worden gegeven dat hun gedachten richtte op de tempel van God in de hemel; en wanneer zij door het geloof hun Hogepriester in Zijn bediening daar zouden volgen, zouden nieuwe plichten worden geopenbaard. Er moest aan de gemeente nog een andere boodschap van waarschuwing en onderricht worden gegeven.
“Says the prophet: ‘Who may abide the day of His coming? and who shall stand when He appeareth? for He is like a refiner’s fire, and like fullers’ soap: and He shall sit as a refiner and purifier of silver: and He shall purify the sons of Levi, and purge them as gold and silver, that they may offer unto the Lord an offering in righteousness.’ Malachi 3:2, 3. Those who are living upon the earth when the intercession of Christ shall cease in the sanctuary above are to stand in the sight of a holy God without a mediator. Their robes must be spotless, their characters must be purified from sin by the blood of sprinkling. Through the grace of God and their own diligent effort they must be conquerors in the battle with evil. While the investigative judgment is going forward in heaven, while the sins of penitent believers are being removed from the sanctuary, there is to be a special work of purification, of putting away of sin, among God’s people upon earth. This work is more clearly presented in the messages of Revelation 14.
„Zegt de profeet: ‘Wie zal de dag van Zijn komst kunnen verdragen? en wie zal staande blijven, wanneer Hij verschijnt? want Hij is als het vuur van een smelter, en als de zeep der vollers: en Hij zal zitten als een smelter en reiniger van zilver: en Hij zal de zonen van Levi reinigen en hen zuiveren als goud en zilver, opdat zij de HEERE een offer in gerechtigheid zullen brengen.’ Maleachi 3:2, 3. Zij die op de aarde leven wanneer de voorbede van Christus in het hemelse heiligdom zal ophouden, moeten voor het aangezicht van een heilige God staan zonder middelaar. Hun klederen moeten vlekkeloos zijn, hun karakters moeten door het bloed der besprenging van zonde gezuiverd zijn. Door de genade van God en hun eigen volhardende inspanning moeten zij overwinnaars zijn in de strijd tegen het kwaad. Terwijl het onderzoekend oordeel in de hemel voortgaat, terwijl de zonden van berouwvolle gelovigen uit het heiligdom worden verwijderd, moet er onder Gods volk op aarde een bijzonder werk van reiniging, van het wegdoen van zonde, plaatsvinden. Dit werk wordt duidelijker voorgesteld in de boodschappen van Openbaring 14.”
“When this work shall have been accomplished, the followers of Christ will be ready for His appearing. ‘Then shall the offering of Judah and Jerusalem be pleasant unto the Lord, as in the days of old, and as in former years.’ Malachi 3:4. Then the church which our Lord at His coming is to receive to Himself will be a ‘glorious church, not having spot, or wrinkle, or any such thing.’ Ephesians 5:27. Then she will look ‘forth as the morning, fair as the moon, clear as the sun, and terrible as an army with banners.’ Song of Solomon 6:10.
„Wanneer dit werk volbracht zal zijn, zullen de volgelingen van Christus gereed zijn voor Zijn verschijning. ‘Dan zal de offerande van Juda en Jeruzalem de Heere aangenaam zijn, als in de dagen vanouds en als in vroegere jaren.’ Maleachi 3:4. Dan zal de gemeente die onze Heere bij Zijn komst tot Zich zal nemen, een ‘heerlijke gemeente’ zijn, ‘zonder vlek of rimpel of iets dergelijks.’ Efeziërs 5:27. Dan zal zij tevoorschijn treden ‘als de dageraad, schoon als de maan, zuiver als de zon, ontzagwekkend als een leger met banieren.’ Hooglied 6:10.
“Besides the coming of the Lord to His temple, Malachi also foretells His second advent, His coming for the execution of the judgment, in these words: ‘And I will come near to you to judgment; and I will be a swift witness against the sorcerers, and against the adulterers, and against false swearers, and against those that oppress the hireling in his wages, the widow, and the fatherless, and that turn aside the stranger from his right, and fear not Me, saith the Lord of hosts.’ Malachi 3:5. Jude refers to the same scene when he says, ‘Behold, the Lord cometh with ten thousands of His saints, to execute judgment upon all, and to convince all that are ungodly among them of all their ungodly deeds.’ Jude 14, 15. This coming, and the coming of the Lord to His temple, are distinct and separate events.
„Behalve de komst van de Heere tot Zijn tempel, voorzegt Maleachi ook Zijn tweede advent, Zijn komst tot de voltrekking van het oordeel, in deze woorden: ‘En Ik zal tot ulieden ten oordeel naderen; en Ik zal een snel Getuige zijn tegen de tovenaars, en tegen de overspelers, en tegen de valselijk zweerders, en tegen degenen die het loon van de dagloner inhouden, de weduwe en de wees verdrukken, en het recht van de vreemdeling afwenden, en Mij niet vrezen, zegt de HEERE der heirscharen.’ Maleachi 3:5. Judas verwijst naar hetzelfde tafereel wanneer hij zegt: ‘Zie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen, om gericht te houden over allen, en allen te straffen die goddeloos onder hen zijn vanwege al hun goddeloze werken.’ Judas 14, 15. Deze komst, en de komst van de Heere tot Zijn tempel, zijn onderscheiden en afzonderlijke gebeurtenissen.”
“The coming of Christ as our high priest to the most holy place, for the cleansing of the sanctuary, brought to view in Daniel 8:14; the coming of the Son of man to the Ancient of Days, as presented in Daniel 7:13; and the coming of the Lord to His temple, foretold by Malachi, are descriptions of the same event; and this is also represented by the coming of the bridegroom to the marriage, described by Christ in the parable of the ten virgins, of Matthew 25.” The Great Controversy, 424–426.
„De komst van Christus als onze Hogepriester naar het allerheiligste, voor de reiniging van het heiligdom, zoals in Daniël 8:14 wordt getoond; de komst van de Zoon des mensen tot de Oude van dagen, zoals voorgesteld in Daniël 7:13; en de komst van de Heere tot Zijn tempel, voorzegd door Maleachi, zijn beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis; en dit wordt ook voorgesteld door de komst van de bruidegom naar de bruiloft, zoals door Christus beschreven in de gelijkenis van de tien maagden, in Mattheüs 25.” The Great Controversy, 424–426.
Four “comings” are referred to in the last paragraph and they are all the same coming symbolized four different ways. One of those “comings” is the parable of the ten virgins.
In de laatste alinea wordt verwezen naar vier ‘komsten’, en zij zijn alle dezelfde komst, op vier verschillende wijzen gesymboliseerd. Een van die ‘komsten’ is de gelijkenis van de tien maagden.
“I am often referred to the parable of the ten virgins, five of whom were wise, and five foolish. This parable has been and will be fulfilled to the very letter, for it has a special application to this time, and, like the third angel’s message, has been fulfilled and will continue to be present truth till the close of time.” Review and Herald, August 19, 1890.
„Ik word dikwijls verwezen naar de gelijkenis van de tien maagden, van wie er vijf wijs waren en vijf dwaas. Deze gelijkenis is en zal tot op de letter vervuld worden, want zij heeft een bijzondere toepassing op deze tijd en is, evenals de boodschap van de derde engel, vervuld en zal tot aan het einde der tijden blijvende tegenwoordige waarheid zijn.” Review and Herald, 19 augustus 1890.
If the four “comings” “are descriptions of the same event,” then those four “comings” that were fulfilled in the beginning of Adventism in the Millerite movement, “will be fulfilled” again “to the very letter” in the Elijah movement at the end of Adventism.
Als de vier “komsten” “beschrijvingen van dezelfde gebeurtenis zijn”, dan zullen die vier “komsten”, die in het begin van het adventisme in de Milleritische beweging werden vervuld, in de Elia-beweging aan het einde van het adventisme opnieuw “tot op de letter” worden vervuld.
William Miller and the Millerites were the representatives of the first angel’s message, and in the same passage from Early Writings that we recently cited, the message of the first angel possessed the identical characteristics of John the Baptist. We cited the passage that says those who rejected the message of John the Baptist could not be benefited by the teachings of Jesus. In the next paragraph she says, “Those who rejected the first message could not be benefited by the second; neither were they benefited by the midnight cry, which was to prepare them to enter with Jesus by faith into the most holy place of the heavenly sanctuary.” Both William Miller and John the Baptist represent instruments of judgment.
William Miller en de Millerieten waren de vertegenwoordigers van de boodschap van de eerste engel, en in dezelfde passage uit Early Writings die wij onlangs hebben aangehaald, bezat de boodschap van de eerste engel dezelfde kenmerken als Johannes de Doper. Wij hebben de passage aangehaald die zegt dat zij die de boodschap van Johannes de Doper verwierpen, geen baat konden hebben bij de leringen van Jezus. In de volgende alinea zegt zij: “Zij die de eerste boodschap verwierpen, konden geen baat hebben bij de tweede; evenmin hadden zij baat bij de middernachtroep, die hen moest voorbereiden om met Jezus door het geloof het allerheiligste van het hemelse heiligdom binnen te gaan.” Zowel William Miller als Johannes de Doper vertegenwoordigen instrumenten van oordeel.
Had neither of them appeared, their respective generations would not be held accountable for rejecting light. God used those two messengers to remove the Laodicean cloak of sin, and thus demonstrated the Laodicean nakedness of the former chosen people, by introducing a message that whether accepted or rejected would be used in judgment as a symbol that a prophet had been among them. The history of 1840 to 1844 was typified by the fire coming down on Elijah’s offering on Mount Carmel. The true prophet had been distinguished from the false prophets.
Indien geen van beiden was verschenen, zouden hun respectieve generaties niet verantwoordelijk worden gehouden voor het verwerpen van licht. God gebruikte die twee boodschappers om de Laodiceïsche mantel van zonde weg te nemen, en openbaarde aldus de Laodiceïsche naaktheid van het voormalige uitverkoren volk, door een boodschap te brengen die, hetzij aangenomen hetzij verworpen, in het oordeel zou worden gebruikt als een teken dat er een profeet in hun midden was geweest. De geschiedenis van 1840 tot 1844 werd voorafgebeeld door het vuur dat neerdaalde op Elia’s offer op de berg Karmel. De ware profeet was onderscheiden van de valse profeten.
We are at the point where we should outline the purification process that continued after October 22, 1844. Sister White stated that after October 22, 1844 “the people were not yet ready to meet their Lord. There was still a work of preparation to be accomplished for them. Light was to be given, directing their minds to the temple of God in heaven; and as they should by faith follow their High Priest in His ministration there, new duties would be revealed. Another message of warning and instruction was to be given to the church.”
Wij zijn nu op het punt gekomen waarop wij het reinigingsproces moeten schetsen dat na 22 oktober 1844 voortduurde. Zuster White verklaarde dat na 22 oktober 1844 „het volk nog niet gereed was om zijn Heer te ontmoeten. Er moest voor hen nog een voorbereidingswerk tot stand worden gebracht. Er moest licht worden gegeven, dat hun gedachten zou richten op de tempel van God in de hemel; en terwijl zij door het geloof hun Hogepriester daar in Zijn bediening zouden volgen, zouden nieuwe plichten worden geopenbaard. Nog een boodschap van waarschuwing en onderricht moest aan de gemeente worden gegeven.”
When Adventism rejected the “seven times” of Leviticus twenty-six that Daniel called the “oath” of Moses, they lost their ability to recognize that the process of purification continued beyond their initial work of understanding the truths connected with the opening of the judgment.
Toen het adventisme de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig verwierp, die Daniël de „eed” van Mozes noemde, verloor het zijn vermogen te erkennen dat het proces van reiniging voortduurde voorbij zijn aanvankelijke werk van het verstaan van de waarheden die verbonden zijn met de opening van het oordeel.
We will address the continued purification process in the next article, and begin to align the horn of true Protestantism that Millerite Adventism received in the 1840’s with the horn of Republicanism.
In het volgende artikel zullen wij ingaan op het voortgaande reinigingsproces en beginnen de hoorn van het ware protestantisme, die het Milleritische adventisme in de jaren 1840 ontving, in overeenstemming te brengen met de hoorn van het republicanisme.