In the beginning of ancient literal Israel and also the beginning of modern spiritual Israel, at the Red Sea crossing, and then at the great disappointment, a series of progressive tests began that ultimately arrived at the final test. The failure of that last test in the book of Numbers and in Millerite history marks the beginning of a wilderness wandering.

Aan het begin van het oude letterlijke Israël en ook aan het begin van het moderne geestelijke Israël, bij de doortocht door de Rode Zee, en vervolgens bij de grote teleurstelling, begon een reeks voortschrijdende beproevingen die uiteindelijk uitmondden in de laatste beproeving. Het falen in die laatste beproeving in het boek Numeri en in de Milleritische geschiedenis markeert het begin van een omzwerving in de woestijn.

“For forty years did unbelief, murmuring, and rebellion shut out ancient Israel from the land of Canaan. The same sins have delayed the entrance of modern Israel into the heavenly Canaan. In neither case were the promises of God at fault. It is the unbelief, the worldliness, unconsecration, and strife among the Lord’s professed people that have kept us in this world of sin and sorrow so many years.

„Veertig jaar lang hebben ongeloof, gemor en opstand het oude Israël buiten het land Kanaän gehouden. Dezelfde zonden hebben de intrede van het hedendaagse Israël in het hemelse Kanaän vertraagd. In geen van beide gevallen lag de schuld bij de beloften van God. Het zijn het ongeloof, de wereldsgezindheid, het gebrek aan toewijding en de verdeeldheid onder het volk dat belijdt de Heere toe te behoren, die ons zo vele jaren in deze wereld van zonde en droefheid hebben gehouden.

“We may have to remain here in this world because of insubordination many more years, as did the children of Israel; but for Christ’s sake, His people should not add sin to sin by charging God with the consequence of their own wrong course of action.” Evangelism, 696.

„Het kan zijn dat wij hier in deze wereld wegens ongehoorzaamheid nog vele jaren moeten blijven, zoals de kinderen Israëls; maar ter wille van Christus behoort Zijn volk niet zonde op zonde te stapelen door God verantwoordelijk te stellen voor het gevolg van hun eigen verkeerde handelwijze.” Evangelism, 696.

At the end of ancient Israel’s history, as in the beginning there was a progressive testing process which ended when ancient literal Israel was taken into captivity in Babylon. At the end of modern spiritual Israel, they too will face a progressive testing process. That process ends when Laodicean Adventists are overthrown at the Sunday law. As with ancient Israel, modern Israel will be taken captive by spiritual Babylon.

Aan het einde van de geschiedenis van het oude Israël was er, evenals in het begin, een voortschrijdend beproevingsproces dat eindigde toen het oude, letterlijke Israël in gevangenschap naar Babylon werd weggevoerd. Aan het einde van het moderne, geestelijke Israël zullen ook zij met een voortschrijdend beproevingsproces worden geconfronteerd. Dat proces eindigt wanneer de Laodicese adventisten bij de zondagswet ten val worden gebracht. Zoals het oude Israël zal het moderne Israël gevankelijk worden weggevoerd naar het geestelijke Babylon.

The Millerite movement that began prophetically in 1798, and ended officially in 1863, typifies the movement of the one hundred and forty-four thousand that began in 1989 and ends at the close of human probation and the Second Coming of Christ. Between the ending of the Millerite movement and the arrival of the mighty movement of the third angel, is the history of the legally registered Laodicean Seventh-day Adventist church.

De Milleritische beweging, die profetisch begon in 1798 en officieel eindigde in 1863, is een type van de beweging van de honderd vierenveertigduizend, die begon in 1989 en eindigt bij de sluiting van de menselijke genadetijd en de tweede komst van Christus. Tussen het einde van de Milleritische beweging en de komst van de machtige beweging van de derde engel, ligt de geschiedenis van de wettelijk geregistreerde Laodiceaanse Kerk der Zevendedagsadventisten.

“A distance of only eleven days’ journey lay between Sinai and Kadesh, on the borders of Canaan; and it was with the prospect of speedily entering the goodly land that the hosts of Israel resumed their march when the cloud at last gave the signal for an onward movement. Jehovah had wrought wonders in bringing them from Egypt, and what blessings might they not expect now that they had formally covenanted to accept Him as their Sovereign, and had been acknowledged as the chosen people of the Most High?” Patriarchs and Prophets, 376.

„Een afstand van slechts elf dagreizen lag tussen Sinaï en Kades, aan de grenzen van Kanaän; en met het vooruitzicht spoedig het goede land binnen te trekken, hervatten de legerscharen van Israël hun tocht toen de wolk eindelijk het teken gaf om verder te trekken. Jehovah had wonderen gewrocht door hen uit Egypte te leiden, en welke zegeningen mochten zij nu niet verwachten, nu zij zich door een plechtig verbond ertoe hadden verbonden Hem als hun Soeverein te aanvaarden, en als het uitverkoren volk van de Allerhoogste waren erkend?” Patriarchen en Profeten, 376.

Their short journey ended up being forty years, due to their unbelief and disobedience. Had they manifested a faith that was based upon their mighty deliverance out of slavery, they would have soon crossed over the Jordan river and entered into the Promised Land. Their first obstacle thereafter would have been the same obstacle that Joshua later took up. After forty years, literal Israel left the wilderness for the Promised Land, and Jericho was their first step, and it stands as a symbol of the power of God unto salvation unto everyone that believes. Jericho is also the symbol of the work that the Millerite movement was to confront in 1863, but they retreated into the wilderness. The symbolism of Elijah is directly connected with the symbolism of Jericho, and it is informative to consider Elijah’s historical connection with Jericho.

Hun korte reis werd ten gevolge van hun ongeloof en ongehoorzaamheid tot veertig jaar. Indien zij een geloof hadden geopenbaard dat gegrond was op hun machtige bevrijding uit de slavernij, zouden zij spoedig de rivier de Jordaan zijn overgestoken en het Beloofde Land zijn binnengegaan. Hun eerste hindernis daarna zou dezelfde hindernis zijn geweest die Jozua later op zich nam. Na veertig jaar verliet het letterlijke Israël de woestijn voor het Beloofde Land, en Jericho was hun eerste stap, en het staat als een symbool van de kracht van God tot zaligheid voor een ieder die gelooft. Jericho is tevens het symbool van het werk waarmee de Milleritische beweging in 1863 geconfronteerd zou worden, maar zij trokken zich terug in de woestijn. De symboliek van Elia is rechtstreeks verbonden met de symboliek van Jericho, en het is verhelderend de historische verbinding van Elia met Jericho te beschouwen.

Now the rest of the acts of Omri which he did, and his might that he showed, are they not written in the book of the chronicles of the kings of Israel? So Omri slept with his fathers, and was buried in Samaria: and Ahab his son reigned in his stead. And in the thirty and eighth year of Asa king of Judah began Ahab the son of Omri to reign over Israel: and Ahab the son of Omri reigned over Israel in Samaria twenty and two years. And Ahab the son of Omri did evil in the sight of the Lord above all that were before him. And it came to pass, as if it had been a light thing for him to walk in the sins of Jeroboam the son of Nebat, that he took to wife Jezebel the daughter of Ethbaal king of the Zidonians, and went and served Baal, and worshipped him. And he reared up an altar for Baal in the house of Baal, which he had built in Samaria. And Ahab made a grove; and Ahab did more to provoke the Lord God of Israel to anger than all the kings of Israel that were before him. In his days did Hiel the Bethelite build Jericho: he laid the foundation thereof in Abiram his firstborn, and set up the gates thereof in his youngest son Segub, according to the word of the Lord, which he spake by Joshua the son of Nun. And Elijah the Tishbite, who was of the inhabitants of Gilead, said unto Ahab, As the Lord God of Israel liveth, before whom I stand, there shall not be dew nor rain these years, but according to my word. 1 Kings 16:27–17:1.

Het overige nu van de daden van Omri, die hij gedaan heeft, en zijn macht die hij betoond heeft, is dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Israël? Zo ontsliep Omri met zijn vaderen en werd begraven te Samaria; en Achab, zijn zoon, regeerde in zijn plaats. En in het achtendertigste jaar van Asa, de koning van Juda, begon Achab, de zoon van Omri, over Israël te regeren; en Achab, de zoon van Omri, regeerde over Israël te Samaria tweeëntwintig jaar. En Achab, de zoon van Omri, deed wat kwaad was in de ogen des Heren, meer dan allen die vóór hem geweest waren. En het geschiedde, alsof het voor hem een geringe zaak was te wandelen in de zonden van Jerobeam, de zoon van Nebat, dat hij Izebel, de dochter van Ethbaäl, de koning der Sidoniërs, tot vrouw nam, en heenging, Baäl diende en zich voor hem neerboog. En hij richtte voor Baäl een altaar op in het huis van Baäl, dat hij gebouwd had te Samaria. Ook maakte Achab een gewijde paal; en Achab deed meer om de Here, de God van Israël, tot toorn te verwekken dan alle koningen van Israël die vóór hem geweest waren. In zijn dagen bouwde Chiël, de Betheliet, Jericho weder op: op Abiram, zijn eerstgeborene, legde hij haar grondvesting, en in Segub, zijn jongste zoon, stelde hij haar poorten op, naar het woord des Heren, dat Hij gesproken had door Jozua, de zoon van Nun. En Elia, de Tisbiet, uit de inwoners van Gilead, zeide tot Achab: Zo waar de Here, de God van Israël, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, er zal deze jaren geen dauw noch regen zijn, tenzij dan op mijn woord. 1 Koningen 16:27–17:1.

The confrontation that Elijah had with the gods of Ahab and Jezebel at Mount Carmel was in response to the apostasy of the northern kingdom of Israel’s seventh king who “did more to provoke the Lord God of Israel to anger than all the kings of Israel that were before him.” The word ‘provoke’ in the passage, is a reference to the “day of provocation” that was represented by the tenth test in Numbers fourteen. Ahab’s provoking of God represented the last of ten tests that was brought about by the evil report of ten spies in Numbers fourteen. Therefore, it represents the last test for the Millerite movement and the last test for the one hundred and forty-four thousand.

De confrontatie die Elia op de berg Karmel had met de goden van Achab en Izebel, was een reactie op de afval van de zevende koning van het noordelijke koninkrijk Israël, die „de HEERE, de God van Israël, meer tot toorn verwekte dan alle koningen van Israël die vóór hem geweest waren.” Het woord ‘verwekte’ in deze passage is een verwijzing naar de „dag der verbittering”, die werd voorgesteld door de tiende beproeving in Numeri veertien. Achabs verwekken van Gods toorn vertegenwoordigde de laatste van tien beproevingen die werd teweeggebracht door het kwaad gerucht van de tien verspieders in Numeri veertien. Daarom vertegenwoordigt het de laatste beproeving voor de Milleritische beweging en de laatste beproeving voor de honderdvierenvierenveertigduizend.

Wherefore as the Holy Ghost saith, Today if ye will hear his voice, Harden not your hearts, as in the provocation, in the day of temptation in the wilderness. Hebrews 3:7, 8.

Daarom, gelijk de Heilige Geest zegt: Heden, indien gij Zijn stem horen zult, verhardt uw harten niet, gelijk in de verbittering, ten dage der verzoeking in de woestijn. Hebreeën 3:7, 8.

In the prophetic “day of provocation” represented by Ahab, the prophet Elijah prayed that if it was necessary, God would bring judgments upon Israel that His people might repent from the sins they were participating in.

In de profetische „dag der verbittering”, voorgesteld door Achab, bad de profeet Elia dat, indien het noodzakelijk was, God oordelen over Israël zou brengen, opdat Zijn volk zich zou bekeren van de zonden waaraan het deelnam.

“The people of Israel had gradually lost their fear and reverence for God until His word through Joshua had no weight with them. ‘In his [Ahab’s] days did Hiel the Bethelite build Jericho: he laid the foundation thereof in Abiram his first-born, and set up the gates thereof in his youngest son Segub, according to the word of the Lord, which he spake by Joshua the son of Nun.’

Het volk van Israël had geleidelijk zijn vreze en eerbied voor God verloren, totdat Zijn woord door Jozua voor hen geen gewicht meer had. ‘In zijn [Achabs] dagen bouwde Hiël, de Betheliet, Jericho; op Abiram, zijn eerstgeborene, legde hij daarvan het fundament, en op zijn jongste zoon Segub richtte hij de poorten ervan op, overeenkomstig het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door Jozua, de zoon van Nun.’

“While Israel was apostatizing, Elijah remained a loyal and true prophet of God. His faithful soul was greatly distressed as he saw that unbelief and infidelity were fast separating the children of Israel from God, and he prayed that God would save His people. He entreated that the Lord would not wholly cast away His sinning people, but that He would by judgments if necessary arouse them to repentance and not permit them to go to still greater lengths in sin and thus provoke Him to destroy them as a nation.

“Terwijl Israël afvallig werd, bleef Elia een loyale en waarachtige profeet van God. Zijn trouwe ziel werd diep bedroefd toen hij zag dat ongeloof en ontrouw de kinderen van Israël snel van God aan het scheiden waren, en hij bad dat God Zijn volk zou redden. Hij smeekte dat de Heere Zijn zondigende volk niet geheel zou verstoten, maar dat Hij hen, zo nodig door oordelen, tot bekering zou opwekken en niet zou toelaten dat zij in de zonde nog verder gingen en Hem aldus ertoe zouden brengen hen als natie te verdelgen.”

“The message of the Lord came to Elijah to go to Ahab with the denunciations of His judgments because of the sins of Israel. Elijah traveled day and night until he reached the palace of Ahab. He solicited no admission, and waited not to be formally announced. All unexpectedly to Ahab, Elijah stands before the astonished king of Samaria in the coarse garments usually worn by the prophets. He makes no apology for his abrupt appearance, without invitation; but, raising his hands to heaven, he solemnly affirms by the living God, who made the heavens and the earth, the judgments which would come upon Israel: ‘There shall not be dew nor rain these years, but according to my word.’

“De boodschap van de Heere kwam tot Elia om tot Achab te gaan met de aankondigingen van Zijn oordelen vanwege de zonden van Israël. Elia reisde dag en nacht, totdat hij het paleis van Achab bereikte. Hij verzocht om geen toegang en wachtte niet om op formele wijze te worden aangekondigd. Geheel onverwacht voor Achab staat Elia voor de verbaasde koning van Samaria, in de ruwe klederen die gewoonlijk door de profeten werden gedragen. Hij verontschuldigt zich niet voor zijn plotselinge verschijning zonder uitnodiging; maar terwijl hij zijn handen naar de hemel opheft, bevestigt hij plechtig bij de levende God, Die de hemelen en de aarde gemaakt heeft, de oordelen die over Israël zouden komen: ‘Er zal deze jaren geen dauw of regen zijn, dan naar mijn woord.’”

“This startling denunciation of God’s judgments because of the sins of Israel fell like a thunderbolt upon the apostate king. He seemed to be paralyzed with amazement and terror; and before he could recover from his astonishment, Elijah, without waiting to see the effect of his message, disappeared as suddenly as he came. His work was to speak the word of woe from God, and he instantly withdrew. His word had locked up the treasures of heaven, and his word was the only key which could open them again.” Testimonies, volume 3, 273.

“Deze verbijsterende aankondiging van Gods oordelen wegens de zonden van Israël viel als een donderslag neer op de afvallige koning. Hij scheen verlamd van verbazing en schrik; en voordat hij van zijn ontsteltenis kon bekomen, verdween Elia, zonder te wachten om het uitwerksel van zijn boodschap te zien, even plotseling als hij gekomen was. Zijn werk was het woord van wee van God te spreken, en terstond trok hij zich terug. Zijn woord had de schatkamers van de hemel gesloten, en zijn woord was de enige sleutel die ze weer kon openen.” Testimonies, deel 3, 273.

Israel had forgotten that Joshua had strictly commanded them not to associate with the heathen nations, and to never rebuild Jericho. Though the battle of Jericho was a tremendous demonstration of God’s power and a symbol of God’s promise to lead His people into the Promised Land, there was also a sin, a curse and a deliverance associated with Jericho. The ‘sin’ was that of Achan who coveted the wealth and influence of Jericho, the ‘curse’ was upon any man that would rebuild Jericho and the harlot Rahab represented the ‘deliverance’. Achan wanted the beautiful Babylonian robe. He thought he could hide his sin, as Adam and Eve sought to hide their sin with a garment of fig leaves. Achan wanted the prosperity that Jericho represented, and he wished to be associated with Babylon.

Israël was vergeten dat Jozua hun uitdrukkelijk had geboden geen omgang te hebben met de heidense volken en Jericho nooit te herbouwen. Hoewel de slag om Jericho een geweldige demonstratie van Gods macht was en een symbool van Gods belofte om Zijn volk het Beloofde Land binnen te leiden, waren er ook een zonde, een vloek en een verlossing met Jericho verbonden. De ‘zonde’ was die van Achan, die de rijkdom en invloed van Jericho begeerde; de ‘vloek’ rustte op iedere man die Jericho zou herbouwen; en de hoer Rachab vertegenwoordigde de ‘verlossing’. Achan verlangde naar het prachtige Babylonische kleed. Hij meende dat hij zijn zonde kon verbergen, zoals Adam en Eva hun zonde trachtten te verbergen met een kledingstuk van vijgenbladeren. Achan begeerde de voorspoed die Jericho vertegenwoordigde, en hij wenste met Babylon verbonden te zijn.

Jericho is set forth as a symbol of the work of carrying the third angel’s message to the world, but it possesses a warning about the sin of loving and trusting in the world. The symbol of Jericho also contains a curse against the rebuilding of Jericho and Rahab represents those still in Babylon that come out when the loud cry of the third angel is proclaimed.

Jericho wordt voorgesteld als een symbool van het werk om de boodschap van de derde engel aan de wereld te brengen, maar het bevat tevens een waarschuwing tegen de zonde van het liefhebben van en vertrouwen op de wereld. Het symbool van Jericho bevat ook een vloek over de herbouw van Jericho, en Rachab vertegenwoordigt hen die nog in Babylon zijn en eruit wegkomen wanneer de luide roep van de derde engel wordt verkondigd.

“Elijah’s faithful soul was grieved. His indignation was aroused, and he was jealous for the glory of God. He saw that Israel was plunged into fearful apostasy. And when he called to mind the great things that God had wrought for them, he was overwhelmed with grief and amazement. But all this was forgotten by the majority of the people. He went before the Lord, and, with his soul wrung with anguish, pleaded for Him to save His people if it must be by judgments. He pleaded with God to withhold from His ungrateful people dew and rain, the treasures of heaven, that apostate Israel might look in vain to their gods, their idols of gold, wood, and stone, the sun, moon, and stars, to water and enrich the earth, and cause it to bring forth plentifully. The Lord told Elijah that He had heard his prayer and would withhold dew and rain from His people until they should turn unto Him with repentance.

Elia’s trouwe ziel was bedroefd. Zijn verontwaardiging werd opgewekt, en hij ijverde voor de heerlijkheid van God. Hij zag dat Israël in een vreselijke afval was verzonken. En wanneer hij zich de grote dingen te binnen bracht die God voor hen had verricht, werd hij overstelpt door droefheid en verbazing. Maar dit alles was door de meerderheid van het volk vergeten. Hij trad voor de Heere, en smeekte, met zijn ziel door smart verwrongen, dat Hij Zijn volk zou redden, al moest het door oordelen geschieden. Hij bad God de dauw en de regen, de schatten des hemels, aan Zijn ondankbare volk te onthouden, opdat het afvallige Israël tevergeefs tot zijn goden zou opzien, tot zijn afgoden van goud, hout en steen, tot de zon, maan en sterren, om de aarde te bevochtigen en te verrijken en haar overvloedig te doen voortbrengen. De Heere zei tot Elia dat Hij zijn gebed had verhoord en de dauw en de regen aan Zijn volk zou onthouden totdat het zich met berouw tot Hem zou wenden.

“God had specially guarded His people against mingling with the idolatrous nations around them, lest their hearts should be deceived by the attractive groves and shrines, temples and altars, which were arranged in the most expensive, alluring manner to pervert the senses so that God would be supplanted in the minds of the people.

“God had Zijn volk in het bijzonder ervoor behoed zich te vermengen met de afgodische volken rondom hen, opdat hun harten niet misleid zouden worden door de aantrekkelijke bosjes en heiligdommen, tempels en altaren, die op de kostbaarste en verleidelijkste wijze waren ingericht om de zinnen te verdraaien, zodat God in de gedachten van het volk verdrongen zou worden.

“The city of Jericho was devoted to the most extravagant idolatry. The inhabitants were very wealthy, but all the riches that God had given them they counted as the gift of their gods. They had gold and silver in abundance; but, like the people before the Flood, they were corrupt and blasphemous, and insulted and provoked the God of heaven by their wicked works. God’s judgments were awakened against Jericho. It was a stronghold. But the Captain of the Lord’s host Himself came from heaven to lead the armies of heaven in an attack upon the city. Angels of God laid hold of the massive walls and brought them to the ground. God had said that the city of Jericho should be accursed and that all should perish except Rahab and her household. These should be saved because of the favor that Rahab showed the messengers of the Lord. The word of the Lord to the people was: ‘And ye, in anywise keep yourselves from the accursed thing, lest ye make yourselves accursed, when ye take of the accursed thing, and make the camp of Israel a curse, and trouble it.’ ‘And Joshua adjured them at that time, saying, Cursed be the man before the Lord, that riseth up and buildeth this city Jericho: he shall lay the foundation thereof in his first-born, and in his youngest son shall he set up the gates of it.’

“De stad Jericho was overgegeven aan de buitensporigste afgoderij. De inwoners waren zeer rijk, maar al de rijkdommen die God hun had gegeven, beschouwden zij als de gave van hun goden. Zij hadden goud en zilver in overvloed; maar evenals de mensen van vóór de zondvloed waren zij verdorven en godslasterlijk, en zij beledigde en tergden de God des hemels door hun goddeloze werken. Gods oordelen werden tegen Jericho opgewekt. Het was een vesting. Maar de Vorst van des Heeren heirscharen Zelf kwam uit de hemel om de hemelse legerscharen te leiden in een aanval op de stad. Engelen Gods grepen de machtige muren aan en brachten ze ten val. God had gezegd dat de stad Jericho vervloekt zou zijn en dat allen zouden omkomen, behalve Rachab en haar huis. Dezen zouden gered worden vanwege de gunst die Rachab aan de boodschappers des Heeren had bewezen. Het woord des Heeren tot het volk was: ‘En gij, wacht u in elk geval voor het gebannene, opdat gij uzelf niet tot een ban maakt, wanneer gij van het gebannene neemt, en het leger van Israël tot een ban maakt en het in het ongeluk stort.’ ‘En Jozua bezwoer hen te dien tijde, zeggende: Vervloekt zij de man voor het aangezicht des Heeren, die zich opmaakt en deze stad Jericho herbouwt; op zijn eerstgeborene zal hij haar grondvesten leggen, en op zijn jongste zoon zal hij haar poorten oprichten.’

God was very particular in regard to Jericho, lest the people should be charmed with the things that the inhabitants had worshiped and their hearts be diverted from God. He guarded His people by most positive commands; yet notwithstanding the solemn injunction from God by the mouth of Joshua, Achan ventured to transgress. His covetousness led him to take of the treasures that God had forbidden him to touch because the curse of God was upon them. And because of this man’s sin the Israel of God were as weak as water before their enemies.

“God was zeer nauwgezet met betrekking tot Jericho, opdat het volk niet bekoord zou worden door de dingen die de inwoners hadden vereerd en hun harten van God zouden worden afgewend. Hij beschermde Zijn volk door de stelligste bevelen; en toch waagde Achan het, ondanks de plechtige vermaning van Godswege door de mond van Jozua, te overtreden. Zijn hebzucht bracht hem ertoe van de schatten te nemen die God hem verboden had aan te raken, omdat de vloek van God daarop rustte. En vanwege de zonde van deze man was het Israël van God als water, zwak tegenover zijn vijanden.”

“Joshua and the elders of Israel were in great affliction. They lay before the ark of God in most abject humility because the Lord was wroth with His people. They prayed and wept before God. The Lord spoke to Joshua: ‘Get thee up; wherefore liest thou thus upon thy face? Israel hath sinned, and they have also transgressed My covenant which I commanded them: for they have even taken of the accursed thing, and have also stolen, and dissembled also, and they have put it even among their own stuff. Therefore the children of Israel could not stand before their enemies, but turned their backs before their enemies, because they were accursed: neither will I be with you any more, except ye destroy the accursed from among you.’

„Jozua en de oudsten van Israël verkeerden in grote benauwdheid. Zij lagen in de diepste ootmoed voor de ark van God, omdat de HEERE tegen Zijn volk in toorn was ontstoken. Zij baden en weenden voor Gods aangezicht. De HEERE sprak tot Jozua: ‘Sta op; waarom ligt gij aldus op uw aangezicht? Israël heeft gezondigd, en zij hebben ook Mijn verbond overtreden, dat Ik hun geboden heb; want zij hebben zelfs van het verbannene genomen, en ook gestolen, en ook bedrog gepleegd, en zij hebben het zelfs onder hun eigen bezittingen gelegd. Daarom konden de kinderen Israëls niet standhouden voor hun vijanden, maar keerden zij hun de rug toe voor hun vijanden, omdat zij met de ban beladen waren; ook zal Ik niet meer met ulieden zijn, tenzij gij het verbannene uit uw midden wegdoet.’”

“I have been shown that God here illustrates how He regards sin among those who profess to be His commandment-keeping people. Those whom He has specially honored with witnessing the remarkable exhibitions of His power, as did ancient Israel, and who will even then venture to disregard His express directions, will be subjects of His wrath. He would teach His people that disobedience and sin are exceedingly offensive to Him and are not to be lightly regarded.” Testimonies, volume 3, 263, 264.

„Mij is getoond dat God hier duidelijk maakt hoe Hij de zonde beschouwt onder hen die belijden Zijn geboden onderhoudende volk te zijn. Degenen die Hij in het bijzonder heeft geëerd door getuige te zijn van de opmerkelijke openbaringen van Zijn macht, zoals het oude Israël, en die het dan nog wagen Zijn uitdrukkelijke aanwijzingen te veronachtzamen, zullen voorwerpen van Zijn toorn zijn. Hij wil Zijn volk leren dat ongehoorzaamheid en zonde Hem buitengewoon mishagen en niet lichtvaardig mogen worden opgevat.” Testimonies, deel 3, 263, 264.

The story of Jericho includes the warning to not trust in the perceived strength and glory of the wicked and affluent city. A “city” in Bible prophecy is a kingdom, and Achan took a Babylonian garment. A garment prophetically represents character, so in the “last days,” Achan’s hiding of the Babylonish garment represents a hidden desire to possess the character of spiritual Babylon. The character, or image of spiritual Babylon is what the United States covets when it brings together church and state.

Het verhaal van Jericho omvat de waarschuwing om niet te vertrouwen op de vermeende kracht en heerlijkheid van de goddeloze en welvarende stad. Een „stad” is in de Bijbelse profetie een koninkrijk, en Achan nam een Babylonisch kleed. Een kleed stelt profetisch het karakter voor; daarom beeldt Achans verberging van het Babylonische kleed in de „laatste dagen” een verborgen verlangen uit om het karakter van het geestelijke Babylon te bezitten. Het karakter, of beeld, van het geestelijke Babylon is hetgeen de Verenigde Staten begeren wanneer het kerk en staat samenbrengt.

Confronted with the possibility of the youth of the Millerite movement being drafted into the Civil War, and recognizing the need of organization, the leaders of the movement became legally connected with the affluent nation that they were never to assimilate unto. Even the Constitution of that affluent country designed that it was never necessary for a church to be connected with the state. There were denominations that existed during the Millerite time period, that still exist today; some of those denominations have never entered into the legal relationship with the United States government, and their choice to not establish that relationship, never in any way prevented them from organizing their respective churches.

Geconfronteerd met de mogelijkheid dat de jeugd van de Milleritische beweging voor de Burgeroorlog zou worden opgeroepen, en zich bewust van de noodzaak van organisatie, raakten de leiders van de beweging juridisch verbonden met het welvarende land waaraan zij zich nooit hadden mogen gelijkvormig maken. Zelfs de Grondwet van dat welvarende land was zó ingericht dat het nooit noodzakelijk was dat een kerk met de staat verbonden zou zijn. Er waren kerkgenootschappen die ten tijde van de Milleritische periode bestonden en die heden nog steeds bestaan; sommige van die kerkgenootschappen zijn nooit de juridische verhouding met de regering van de Verenigde Staten aangegaan, en hun keuze om die verhouding niet tot stand te brengen, heeft hun op geen enkele wijze belet hun respectieve kerken te organiseren.

Long after Joshua fought the battle of Jericho, in the time of Ahab, all the warnings of Achan’s apostasy and the destruction of Jericho had been forgotten by God’s apostate people. Elijah prayed to God, requesting if necessary that God’s judgments would be exercised to bring His people to repentance. When Malachi records the final words of the Old Testament the promise is set within the context of the Lord striking the world with a curse. The curse associated with Jericho, was upon any man who would rebuild Jericho. The curse was upon any who would like Achan, desire to trust in the wealth and affluency associated with Jericho. Achan’s “sin” represents the hidden unsanctified inward desire to wear the Babylonish garment. The ‘curse’ was for the work of acting out those inward desires.

Lang nadat Jozua de strijd bij Jericho had gestreden, ten tijde van Achab, waren alle waarschuwingen aangaande Achans afval en de verwoesting van Jericho door Gods afvallige volk vergeten. Elia bad tot God en verzocht, indien nodig, dat Gods oordelen voltrokken zouden worden om Zijn volk tot bekering te brengen. Wanneer Maleachi de laatste woorden van het Oude Testament optekent, wordt de belofte geplaatst binnen de context van het feit dat de Heere de wereld met een vloek zal treffen. De vloek die met Jericho verbonden was, rustte op iedere man die Jericho zou herbouwen. De vloek rustte op allen die, evenals Achan, verlangden hun vertrouwen te stellen in de rijkdom en welvaart die met Jericho verbonden waren. Achans „zonde” vertegenwoordigt het verborgen, ongeheiligde innerlijke verlangen om het Babylonische kleed te dragen. De „vloek” gold het handelen naar die innerlijke begeerten.

Miller’s message was the Elijah message for his time and the Civil War represented the judgments that accompany the Elijah message. In the middle of the Civil War in 1863, Millerite Adventism rebuilt Jericho, as witnessed by the details of Joshua’s curse upon any man who did so.

Millers boodschap was voor zijn tijd de Elia-boodschap, en de Burgeroorlog vertegenwoordigde de oordelen die met de Elia-boodschap gepaard gaan. Midden in de Burgeroorlog, in 1863, herbouwde het Milleritische adventisme Jericho, zoals blijkt uit de bijzonderheden van Jozua’s vloek over iedere man die dat zou doen.

And Joshua adjured them at that time, saying, Cursed be the man before the Lord, that riseth up and buildeth this city Jericho: he shall lay the foundation thereof in his firstborn, and in his youngest son shall he set up the gates of it. Joshua 6:26.

En Jozua bezwoer hen te dien tijde, zeggende: Vervloekt zij de man voor het aangezicht des HEEREN, die opstaat en deze stad Jericho herbouwt; op zijn eerstgeborene zal hij haar fundament leggen, en op zijn jongste zoon zal hij haar poorten oprichten. Jozua 6:26.

The word “adjured” in the command of Joshua is both an oath and a curse. Cursed if you break Joshua’s command, and blessed if you keep the oath. The word translated as “adjured” is also translated as “seven times” in Leviticus twenty-six. The oath and curse of Moses as Daniel expresses it in chapter nine, is connected with the rebuilding of Jericho.

Het woord „bezwoer” in het bevel van Jozua is zowel een eed als een vloek. Vervloekt indien u het bevel van Jozua overtreedt, en gezegend indien u de eed onderhoudt. Het woord dat als „bezwoer” is vertaald, wordt in Leviticus zesentwintig ook vertaald als „zevenmaal”. De eed en de vloek van Mozes, zoals Daniël die in hoofdstuk negen verwoordt, houdt verband met de herbouw van Jericho.

Yea, all Israel have transgressed thy law, even by departing, that they might not obey thy voice; therefore the curse is poured upon us, and the oath that is written in the law of Moses the servant of God, because we have sinned against him. Daniel 9:11.

Ja, geheel Israël heeft uw wet overtreden door af te wijken, zodat zij uw stem niet gehoorzaamden; daarom is de vloek over ons uitgestort, en de eed die geschreven staat in de wet van Mozes, de knecht van God, omdat wij tegen Hem gezondigd hebben. Daniël 9:11.

Sister White said, “God was very particular in regard to Jericho, lest the people should be charmed with the things that the inhabitants had worshiped and their hearts be diverted from God.” God was very particular in accomplishing the destruction of Jericho and therefore He was very particular in recording the warning represented by Achan. He was careful in recording the curse associated with rebuilding Jericho and also careful in defining the divine tactics employed in bringing the walls down.

Zuster White zei: “God was zeer nauwgezet met betrekking tot Jericho, opdat het volk niet bekoord zou worden door de dingen die de inwoners hadden vereerd en hun harten van God zouden worden afgewend.” God was zeer nauwgezet in het voltrekken van de verwoesting van Jericho en daarom was Hij ook zeer nauwgezet in het vastleggen van de waarschuwing die door Achan werd voorgesteld. Hij was zorgvuldig in het optekenen van de vloek die verbonden was aan de herbouw van Jericho en eveneens zorgvuldig in het bepalen van de goddelijke tactieken die werden aangewend om de muren neer te halen.

It was most certainly Jesus, as the Captain of the Lord’s host that directed the angels to bring Jericho’s walls down, and nothing is done by accident in God’s Word, but in this instance, we have the prophetess telling us that “God was very particular in regard to Jericho.” Seven days the ark was carried around the city, and a day is a year in prophecy. That principle was recorded at the beginning of the forty years of wilderness wandering and at the end of those forty years they compassed Jericho for seven days.

Het was ongetwijfeld Jezus, als de Vorst van des HEEREN heerscharen, die de engelen opdracht gaf de muren van Jericho neer te halen; en niets geschiedt bij toeval in Gods Woord, maar in dit geval zegt de profetes ons dat „God zeer nauwgezet was met betrekking tot Jericho.” Zeven dagen werd de ark rondom de stad gedragen, en in de profetie is een dag een jaar. Dat beginsel werd vastgelegd aan het begin van de veertig jaren van omzwerving in de woestijn, en aan het einde van die veertig jaren trokken zij zeven dagen rondom Jericho.

After the number of the days in which ye searched the land, even forty days, each day for a year, shall ye bear your iniquities, even forty years, and ye shall know my breach of promise. Numbers 14:34.

Naar het getal van de dagen waarin gij het land verkend hebt, veertig dagen, voor elke dag een jaar, zult gij uw ongerechtigheden dragen, veertig jaren; en gij zult mijn verbreking van de belofte kennen. Numeri 14:34.

Seven days the ark was carried around the city and on the seventh-day it was taken around the city “seven times.” This provides two prophetic witnesses that Jericho is associated with the “seven times” of Moses’ oath. God’s covenant people are priests, and seven priests blew seven trumpets.

Zeven dagen werd de ark rond de stad gedragen, en op de zevende dag werd zij „zevenmaal” rond de stad gevoerd. Dit verschaft twee profetische getuigenissen dat Jericho verbonden is met de „zeven tijden” van de eed van Mozes. Gods verbondsvolk zijn priesters, en zeven priesters bliezen op zeven bazuinen.

Ye also, as lively stones, are built up a spiritual house, an holy priesthood, to offer up spiritual sacrifices, acceptable to God by Jesus Christ. 1 Peter 2:5.

Ook gij, als levende stenen, wordt opgebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus. 1 Petrus 2:5.

A trumpet represents either a warning message, or a judgment or a call to a holy convocation depending on the context where it is located. In the last days a trumpet is to be blown by the watchmen, as it was blown by the Millerites in their history. The priests represent the watchmen on the walls of Zion that blow a trumpet, warning God’s people of a coming judgment, while also calling those very same people unto a holy convocation.

Een bazuin vertegenwoordigt, afhankelijk van de context waarin zij voorkomt, hetzij een waarschuwingsboodschap, hetzij een oordeel, hetzij een oproep tot een heilige samenkomst. In de laatste dagen dient een bazuin te worden geblazen door de wachters, zoals zij in hun geschiedenis door de Millerieten werd geblazen. De priesters vertegenwoordigen de wachters op de muren van Sion die de bazuin blazen en Gods volk waarschuwen voor een komend oordeel, terwijl zij datzelfde volk tevens oproepen tot een heilige samenkomst.

Blow ye the trumpet in Zion, and sound an alarm in my holy mountain: let all the inhabitants of the land tremble: for the day of the Lord cometh, for it is nigh at hand … Blow the trumpet in Zion, sanctify a fast, call a solemn assembly: Gather the people, sanctify the congregation, assemble the elders, gather the children, and those that suck the breasts: let the bridegroom go forth of his chamber, and the bride out of her closet. Let the priests, the ministers of the Lord, weep between the porch and the altar, and let them say, Spare thy people, O Lord, and give not thine heritage to reproach, that the heathen should rule over them: wherefore should they say among the people, Where is their God? Joel 2:1, 15–17.

Blaast de bazuin te Sion en laat alarm klinken op Mijn heilige berg; laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag des HEEREN komt, ja, hij is nabij … Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst uit: Verzamelt het volk, heiligt de gemeente, brengt de oudsten bijeen, verzamelt de kinderen en hen die aan de borsten zuigen; laat de bruidegom uit zijn kamer treden en de bruid uit haar vertrek. Laat de priesters, de dienaren des HEEREN, wenen tussen het voorhuis en het altaar, en laat hen zeggen: Spaar Uw volk, o HEERE, en geef Uw erfdeel niet over tot smaad, opdat de heidenen over hen zouden heersen; waarom zou men onder de volken zeggen: Waar is hun God? Joël 2:1, 15–17.

The trumpet message is the Elijah message. All the various usages of the word “seven” in Joshua chapter six, is the same word or a related derivative of the word which is translated as “seven times” in Leviticus twenty-six. Yet the dish of fables handed out by the Laodicean theologians claim that the word translated as “seven times” in Leviticus twenty-six only represents fullness of power, or completeness or some other foolish variation of their denial that Miller was correct in applying a numerical value to the word translated as “seven times.” The priests led the people around the city seven times, not fully or completely around Jericho. The word translated as “seven times” represents a numerical value!

De bazuinboodschap is de Elia-boodschap. Al de verschillende gebruikswijzen van het woord „zeven” in Jozua hoofdstuk zes zijn hetzelfde woord of een verwante afleiding van het woord dat in Leviticus zesentwintig is vertaald met „zevenmaal”. Toch beweert de schotel vol fabels die door de Laodiceaanse theologen wordt opgediend, dat het woord dat in Leviticus zesentwintig is vertaald met „zevenmaal” slechts volheid van macht, of volledigheid, of een andere dwaze variant vertegenwoordigt van hun ontkenning dat Miller gelijk had toen hij een numerieke waarde toekende aan het woord dat is vertaald met „zevenmaal”. De priesters leidden het volk zevenmaal rondom de stad, niet volledig of compleet rondom Jericho. Het woord dat is vertaald met „zevenmaal” vertegenwoordigt een numerieke waarde!

At Jericho, when the people shouted, it represented the loud cry of the one hundred and forty-four thousand, who are cut out of the mountain without hands in Daniel chapter two, who strike and break in pieces the image.

Bij Jericho verbeeldde het moment waarop het volk juichte de luide roep van de honderd vierenveertigduizend, die in Daniël hoofdstuk twee zonder handen uit de berg worden losgehouwen en het beeld treffen en in stukken verbrijzelen.

And in the days of these kings shall the God of heaven set up a kingdom, which shall never be destroyed: and the kingdom shall not be left to other people, but it shall break in pieces and consume all these kingdoms, and it shall stand for ever. Forasmuch as thou sawest that the stone was cut out of the mountain without hands, and that it brake in pieces the iron, the brass, the clay, the silver, and the gold; the great God hath made known to the king what shall come to pass hereafter: and the dream is certain, and the interpretation thereof sure. Daniel 2:44, 45.

En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten dat nooit te gronde zal gaan; en het koninkrijk zal aan geen ander volk worden overgelaten, maar het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en verteren, en zelf zal het voor eeuwig standhouden. Omdat gij gezien hebt dat de steen zonder toedoen van mensenhanden uit de berg werd losgemaakt en het ijzer, het koper, de klei, het zilver en het goud verbrijzelde, heeft de grote God de koning bekendgemaakt wat hierna geschieden zal; en de droom is zeker, en de uitleg daarvan betrouwbaar. Daniël 2:44, 45.

God was careful to list the precious metals that were found in Jericho as gold, silver, brass and iron. Prophetically, clay represents God’s people as typified by Rahab. Jericho represents the end of all earthly kingdoms during the loud cry of the one hundred and forty-four thousand.

God was zorgvuldig in het opsommen van de kostbare metalen die in Jericho werden aangetroffen: goud, zilver, koper en ijzer. Profetisch gezien vertegenwoordigt klei Gods volk, zoals getypeerd door Rachab. Jericho vertegenwoordigt het einde van alle aardse koninkrijken tijdens de luide roep van de honderd vierenveertigduizend.

But all the silver, and gold, and vessels of brass and iron, are consecrated unto the Lord: they shall come into the treasury of the Lord. Joshua 6:19.

Maar al het zilver, en goud, en voorwerpen van koper en ijzer, zijn de HEERE geheiligd; zij zullen in de schatkamer des HEEREN komen. Jozua 6:19.

Jericho represents the work of conquering the Promised Land, which typifies the work of the mighty movement of the third angel. That work includes a warning, a curse and the saving of those outside the priesthood, as represented by the harlot, Rahab.

Jericho vertegenwoordigt het werk van de verovering van het Beloofde Land, hetgeen model staat voor het werk van de machtige beweging van de derde engel. Dat werk omvat een waarschuwing, een vloek en de redding van hen die buiten het priesterschap staan, voorgesteld door de hoer Rachab.

Joshua’s prophetic “curse” was later fulfilled in the days of Ahab and Elijah. The curse against rebuilding Jericho contained the specific prediction that the man that did so, would lose his youngest son when he set up the gates of Jericho, and he would lose his oldest son when he laid the foundations thereof. In the time of Elijah, Hiel the Bethelite fulfilled that prophecy, and his youngest son died when he set up the gates and his oldest son died when he laid the foundations. The “curse” which is associated with the Elijah message was represented by the work of rebuilding Jericho.

Jozua’s profetische „vloek” werd later vervuld in de dagen van Achab en Elia. De vloek over de herbouw van Jericho bevatte de specifieke voorspelling dat de man die dit deed, zijn jongste zoon zou verliezen wanneer hij de poorten van Jericho oprichtte, en dat hij zijn oudste zoon zou verliezen wanneer hij daarvan de fundamenten legde. In de tijd van Elia vervulde Hiël, de Betheliet, die profetie, en zijn jongste zoon stierf toen hij de poorten oprichtte en zijn oudste zoon stierf toen hij de fundamenten legde. De „vloek” die met de boodschap van Elia in verband wordt gebracht, werd uitgebeeld door het werk van de herbouw van Jericho.

Behold, I will send you Elijah the prophet before the coming of the great and dreadful day of the Lord: And he shall turn the heart of the fathers to the children, and the heart of the children to their fathers, lest I come and smite the earth with a curse. Malachi 4:5, 6.

Zie, Ik zal u de profeet Elia zenden, voordat de grote en geduchte dag des HEEREN komt. En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen, opdat Ik niet kome en de aarde met een vloek sla. Maleachi 4:5, 6.

The curse of Millerite history that was associated with Miller’s Elijah message was predicted by Joshua and fulfilled in the time of Elijah and Ahab.

De vloek van de Milleritische geschiedenis die verbonden was met Millers Elia-boodschap, werd door Jozua voorzegd en vervuld in de tijd van Elia en Achab.

In his days did Hiel the Bethelite build Jericho: he laid the foundation thereof in Abiram his firstborn, and set up the gates thereof in his youngest son Segub, according to the word of the Lord, which he spake by Joshua the son of Nun. 1 Kings 16:34.

In zijn dagen herbouwde Hiël, de Betheliet, Jericho; op zijn eerstgeborene Abiram legde hij daarvan het fundament, en op zijn jongste zoon Segub stelde hij de poorten ervan op, overeenkomstig het woord des Heren, dat Hij gesproken had door Jozua, de zoon van Nun. 1 Koningen 16:34.

The curse of rebuilding Jericho cannot be separated from the manifestation of power that God exercised in bringing the walls of Jericho down. Sister White said, “Those whom He has specially honored with witnessing the remarkable exhibitions of His power, as did ancient Israel, and who will even then venture to disregard His express directions, will be subjects of His wrath.” The Millerites had just participated in the manifestation of God’s power that climaxed with the Midnight Cry, yet they rejected Moses’ oath of the seven times which Daniel also identifies as the curse of Moses.

De vloek over de herbouw van Jericho kan niet worden gescheiden van de openbaring van macht die God uitoefende door de muren van Jericho te doen neerstorten. Zuster White zei: “Zij die Hij in het bijzonder heeft vereerd door getuige te zijn van de opmerkelijke openbaringen van Zijn macht, zoals het oude Israël, en die het dan toch wagen Zijn uitdrukkelijke aanwijzingen te veronachtzamen, zullen voorwerpen van Zijn toorn zijn.” De Millerieten hadden zojuist deelgehad aan de openbaring van Gods macht die haar hoogtepunt bereikte in de Middernachtsroep, toch verwierpen zij Mozes’ eed van de zeven tijden, die Daniël eveneens aanduidt als de vloek van Mozes.

Names are a symbol of character in God’s Word, and the name of the man who rebuilt Jericho, along with the names of his oldest and youngest son are very informative. Hiel means the living God of strength and suggests that Hiel was a follower of the living God. The fact that he is identified as a Bethelite identifies him with the church. Abiram, his firstborn means the father of height, in terms of being exalted and lifted up. His youngest son Segub means lofty and to exalt and lift up. All three names represent elements of God’s character, but in the context of the prophecy which they fulfilled, they represent a man who was lifting up and exalting himself above the Almighty God who had brought Jericho down. A “gate” in prophecy represents a church.

Namen zijn in Gods Woord een symbool van karakter, en de naam van de man die Jericho herbouwde, samen met de namen van zijn oudste en jongste zoon, zijn zeer veelzeggend. Hiel betekent de levende God van kracht en duidt erop dat Hiel een volgeling van de levende God was. Het feit dat hij als een Betheliet wordt aangeduid, identificeert hem met de kerk. Abiram, zijn eerstgeborene, betekent de vader van hoogte, in de zin van verheven en omhooggeheven zijn. Zijn jongste zoon Segub betekent hoogverheven zijn en verheffen en omhoogheffen. Alle drie de namen vertegenwoordigen elementen van Gods karakter, maar in de context van de profetie die zij vervulden, vertegenwoordigen zij een man die zichzelf verhief en verheerlijkte boven de almachtige God die Jericho had neergehaald. Een „poort” vertegenwoordigt in de profetie een kerk.

“To the humble, believing soul, the house of God on earth is the gate of heaven. The song of praise, the prayer, the words spoken by Christ’s representatives, are God’s appointed agencies to prepare a people for the church above, for that loftier worship into which there can enter nothing that defileth.” Testimonies, volume 5, 491.

“Voor de nederige, gelovige ziel is het huis van God op aarde de poort van de hemel. Het loflied, het gebed, de woorden gesproken door de vertegenwoordigers van Christus, zijn door God verordende middelen om een volk voor te bereiden op de gemeente hierboven, op die verhevener eredienst waarin niets kan binnengaan dat verontreinigt.” Testimonies, deel 5, 491.

The beginning of the work to start a church began in 1860, as testified to by Adventist historians such as Arthur White, Ellen White’s grandson.

Het begin van het werk om een kerk te stichten ving aan in 1860, zoals wordt bevestigd door adventistische geschiedschrijvers zoals Arthur White, de kleinzoon van Ellen White.

“While Ellen White had written and published at some length on the need of order in managing the work of the church (see Early Writings, 97–104), and while James White had kept this need before the believers in addresses and Review articles, the church was slow to move. What had been presented in general terms, was well received, but when it came to translating this with something constructive there was resistance and opposition. James White’s brief articles in February aroused not a few from complacency, and now a great deal was being said.

“Hoewel Ellen White uitvoerig had geschreven en gepubliceerd over de noodzaak van orde in het bestuur van het werk der gemeente (zie Early Writings, 97–104), en hoewel James White deze noodzaak de gelovigen had voorgehouden in toespraken en artikelen in de Review, kwam de gemeente slechts traag in beweging. Wat in algemene bewoordingen was uiteengezet, werd goed ontvangen, maar zodra het erop aankwam dit in iets opbouwends om te zetten, rezen weerstand en tegenstand. James White’s korte artikelen in februari schudden niet weinigen uit hun zelfgenoegzaamheid wakker, en nu werd er zeer veel gezegd.”

“J. N. Loughborough, working with White in Michigan, was the first to respond. His words were in the affirmative, but on the defensive:

„J. N. Loughborough, die samen met White in Michigan werkte, was de eerste die reageerde. Zijn woorden waren bevestigend, maar verdedigend:

“‘Says one, if you organize so as to hold property by law, you will be a part of Babylon. No; I understand there is quite a difference between our being in a position that we can protect our property by law and using the law to protect and enforce our religious views. If it is wrong to protect church property, why is not wrong for individuals to hold any property legally?—Review and Herald, March 8, 1860.’

“‘Iemand zegt: als u zich zó organiseert dat u volgens de wet eigendom kunt bezitten, zult u een deel van Babylon zijn. Nee; ik begrijp dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen ons in een positie bevinden waarin wij ons eigendom wettelijk kunnen beschermen, en het gebruiken van de wet om onze godsdienstige opvattingen te beschermen en af te dwingen. Als het verkeerd is kerkelijk eigendom te beschermen, waarom is het dan niet verkeerd voor individuen om enig eigendom wettelijk te bezitten? —Review and Herald, 8 maart 1860.’”

“James White had closed his statement in the Review, laying the matter of the need of organization of the publishing interests before the church with the words ‘If any object to our suggestions, will they please write out a plan on which we as a people can act?’—Ibid., February 23, 1860. The first minister laboring out in the field to respond was R. F. Cottrell, a stalwart corresponding editor of the Review. His immediate reaction was decidedly negative:

„James White had zijn verklaring in de Review besloten, waarin hij de zaak van de noodzaak van organisatie van het uitgeverswerk aan de gemeente voorlegde, met de woorden: ‘If any object to our suggestions, will they please write out a plan on which we as a people can act?’ — Ibid., 23 februari 1860. De eerste predikant die in het veld werkzaam was en hierop reageerde, was R. F. Cottrell, een standvastig corresponderend redacteur van de Review. Zijn onmiddellijke reactie was beslist negatief:”

“‘Brother White has asked the brethren to speak in relation to his proposition to secure the property of the church. I do not know precisely what measure he intends in this suggestion, but understand it is to get incorporated as a religious body according to law. For myself, I think it would be wrong to ‘make us a name,’ since that lies at the foundation of Babylon. I do not think God would approve of it.—Ibid., March 22, 1860.” Arthur White, Ellen G. White, volume 1, 420, 421.

“‘Broeder White heeft de broeders verzocht zich uit te spreken met betrekking tot zijn voorstel om het eigendom van de gemeente veilig te stellen. Ik weet niet precies welke maatregel hij met deze suggestie beoogt, maar ik begrijp dat het de bedoeling is zich volgens de wet als een godsdienstig lichaam te laten incorporeren. Wat mijzelf betreft, meen ik dat het verkeerd zou zijn ‘ons een naam te maken’, aangezien dat ten grondslag ligt aan Babylon. Ik denk niet dat God het zou goedkeuren.—Ibid., 22 maart 1860.’” Arthur White, Ellen G. White, deel 1, 420, 421.

James White began his effort to become a church in 1860, and a church is represented by a “gate”. Ellen White says this about the year 1860.

James White begon in 1860 zijn streven om een kerk te worden, en een kerk wordt voorgesteld door een „poort”. Ellen White zegt dit over het jaar 1860.

“In 1860 death stepped over our threshold, and broke the youngest branch of our family tree. Little Herbert, born September 20, 1860, died December 14 of the same year.” Testimonies, volume 1, 103.

„In 1860 trad de dood over onze drempel en brak de jongste tak van onze stamboom af. Kleine Herbert, geboren op 20 september 1860, stierf op 14 december van datzelfde jaar.” Testimonies, deel 1, 103.

In 1863, the Whites also lost their eldest son. After playing and becoming overheated, he went into the room where the cloth charts were prepared and took a nap upon some damp cloths that were used in preparation of the charts. The 1843 and 1850 charts represent the foundations of the Millerite movement. The chart produced in 1863, represent a rejection of the “seven times” of Leviticus twenty-six as previously represented upon the two tables of Habakkuk. It presents a counterfeit foundational message.

In 1863 verloren de Whites ook hun oudste zoon. Nadat hij had gespeeld en oververhit was geraakt, ging hij de kamer binnen waar de linnen kaarten werden vervaardigd en deed een dutje op enkele vochtige doeken die werden gebruikt bij de vervaardiging van de kaarten. De kaarten van 1843 en 1850 vertegenwoordigen de fundamenten van de Milleritische beweging. De in 1863 vervaardigde kaart vertegenwoordigt een verwerping van de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig, zoals die eerder waren voorgesteld op de twee tafelen van Habakuk. Zij presenteert een vervalste fundamentele boodschap.

“When on Friday, November 27, [1863] the parents reached Topsham, they found their three sons and Adelia waiting for them at the depot. They were all apparently in good health, except for Henry, who had a cold. But the next Tuesday, December 1, Henry was very ill with pneumonia. Years later Willie, his youngest brother, reconstructed the story:

‘Toen de ouders op vrijdag 27 november [1863] Topsham bereikten, troffen zij hun drie zonen en Adelia aan, die hen op het station opwachtten. Zij verkeerden ogenschijnlijk allen in goede gezondheid, met uitzondering van Henry, die verkouden was. Maar op de daaropvolgende dinsdag, 1 december, werd Henry zeer ernstig ziek door een longontsteking. Jaren later reconstrueerde Willie, zijn jongste broer, het verhaal:

‘During the absence of their parents, Henry and Edson, under the supervision of Brother Howland, were busily engaged in mounting the charts on cloth, ready for sale. They worked in a rented store building about a block from the Howland home. At length they had a respite for a few days while they were waiting for charts to be sent from Boston. . . . Returning from a long tramp by the river, he [Henry] thoughtlessly lay down and slept on a few damp cloths used in backing the paper charts. A chilly wind was blowing in from an open window. This indiscretion resulted in a severe cold.’” Arthur White, Ellen G. White, volume 2, 70.

‘Tijdens de afwezigheid van hun ouders waren Henry en Edson, onder toezicht van broeder Howland, ijverig bezig de kaarten op doek te bevestigen, gereed voor de verkoop. Zij werkten in een gehuurd winkelpand, ongeveer een huizenblok van het huis van de familie Howland vandaan. Uiteindelijk hadden zij enkele dagen rust, terwijl zij wachtten op kaarten die uit Boston gezonden zouden worden.... Na een lange voettocht langs de rivier keerde hij [Henry] terug en ging hij gedachteloos liggen en slapen op enkele vochtige doeken die gebruikt werden om de papieren kaarten te verstevigen. Door een open raam blies een kille wind naar binnen. Deze onvoorzichtigheid leidde tot een zware verkoudheid.’” Arthur White, Ellen G. White, deel 2, 70.

In 1863, the Millerite movement ended with the formation of a church and the rejection of the foundational truths represented upon the two tables of Habakkuk. The primary leader, as typified by Hiel the Bethelite had begun the work of setting up the gates in 1860 and lost his youngest son for doing so. In 1863, the counterfeit charts became the resting place where Hiel’s oldest son took a nap. He caught a chill and died the same year. His death was directly connected to sleeping on the charts that were then being produced. But the chart that was being produced in 1863, was the counterfeit of the foundation that Elijah, represented by Miller had raised up.

In 1863 eindigde de Milleritische beweging met de vorming van een kerk en de verwerping van de fundamentele waarheden die op de twee tafelen van Habakuk werden voorgesteld. De voornaamste leider, zoals getypeerd door Hiël, de Betheliet, was in 1860 begonnen met het werk van het oprichten van de poorten en verloor daarvoor zijn jongste zoon. In 1863 werden de vervalste kaarten de rustplaats waar Hiëls oudste zoon een dutje deed. Hij vatte kou en stierf nog datzelfde jaar. Zijn dood hield rechtstreeks verband met het slapen op de kaarten die toen werden vervaardigd. Maar de kaart die in 1863 werd vervaardigd, was de vervalsing van het fundament dat Elia, voorgesteld door Miller, had opgericht.

The command of Joshua against rebuilding Jericho, was expressed with the word “adjure.” It represents an oath and a curse, and is the same word translated as “seven times” in Leviticus twenty-six. It is the curse that accompanies the Elijah message, and that curse was accomplished in 1860 and 1863 as Millerite Adventism rebuilt Jericho with the formation of a legal church and the rejection of Miller’s stone of stumbling. Hiel was a Bethelite, thus prophetically emphasizing the work of Hiel in rebuilding Jericho, as the work of building a church.

Het gebod van Jozua tegen de herbouw van Jericho werd uitgedrukt met het woord „bezweren”. Het duidt op een eed en een vloek, en is hetzelfde woord dat in Leviticus zesentwintig met „zevenmaal” is vertaald. Het is de vloek die met de Elia-boodschap gepaard gaat, en die vloek werd voltrokken in 1860 en 1863, toen het Milleritische adventisme Jericho herbouwde door de vorming van een wettelijke kerk en de verwerping van Millers steen des aanstoots. Hiel was een Betheliet en benadrukt aldus profetisch het werk van Hiel in de herbouw van Jericho als het werk van het bouwen van een kerk.

The “curse” of Joshua was proclaimed in conjunction with the story of the battle of Jericho, a battle that cannot be told without repeatedly identifying “seven times.”

De „vloek” van Jozua werd uitgesproken in samenhang met het verhaal van de strijd om Jericho, een strijd die niet verteld kan worden zonder herhaaldelijk „zevenmaal” te noemen.

In 1863, the message or “oath” of Moses, as presented by Elijah, and represented by William Miller produced a “curse.” Both the message of Moses and the work of Elijah were rejected. Elijah returned in 1989, but was not reconnected with Moses until post September 11, 2001. That information is yet to be defended, but it is air tight.

In 1863 bracht de boodschap of „eed” van Mozes, zoals voorgesteld door Elia en vertegenwoordigd door William Miller, een „vloek” voort. Zowel de boodschap van Mozes als het werk van Elia werden verworpen. Elia keerde in 1989 terug, maar werd pas na 11 september 2001 opnieuw met Mozes verbonden. Die informatie moet nog worden verdedigd, maar zij is waterdicht.

“Unsanctified ministers are arraying themselves against God. They are praising Christ and the God of this world in the same breath. While professedly they receive Christ, they embrace Barabbas, and by their actions say, ‘Not this Man, but Barabbas.’ Let all who read these lines, take heed. Satan has made his boast of what he can do. He thinks to dissolve the unity which Christ prayed might exist in His church. He says, ‘I will go forth and be a lying spirit to deceive those that I can, to criticize, and condemn, and falsify.’ Let the son of deceit and false witness be entertained by a church that has had great light, great evidence, and that church will discard the message the Lord has sent, and receive the most unreasonable assertions and false suppositions and false theories. Satan laughs at their folly, for he knows what truth is.

„Ongeheiligde dienaren scharen zich tegen God. Zij prijzen Christus en de god van deze wereld in één adem. Terwijl zij naar hun belijdenis Christus aannemen, omhelzen zij Barabbas en zeggen zij door hun daden: ‘Niet deze Mens, maar Barabbas.’ Laat allen die deze regels lezen, acht geven. Satan heeft zich beroemd op wat hij kan doen. Hij meent de eenheid te kunnen ontbinden waarvan Christus bad dat zij in Zijn kerk zou kunnen bestaan. Hij zegt: ‘Ik zal uitgaan en een leugengeest zijn om hen die ik kan, te verleiden, te bekritiseren, te veroordelen en te verdraaien.’ Laat de zoon van bedrog en vals getuigenis ingang vinden bij een kerk die groot licht, groot bewijs heeft gehad, en die kerk zal de boodschap die de Heere heeft gezonden, verwerpen en de meest onredelijke beweringen en valse veronderstellingen en valse theorieën aannemen. Satan lacht om hun dwaasheid, want hij weet wat waarheid is.״

“Many will stand in our pulpits with the torch of false prophecy in their hands, kindled from the hellish torch of Satan. If doubts and unbelief are cherished, the faithful ministers will be removed from the people who think they know so much. ‘If thou hadst known,’ said Christ, ‘even thou, at least in this thy day, the things which belong unto thy peace! but now they are hid from thine eyes.’

“Velen zullen op onze kansels staan met de fakkel van valse profetie in hun handen, ontstoken aan de helse fakkel van Satan. Indien twijfel en ongeloof worden gekoesterd, zullen de getrouwe dienaren worden weggenomen van het volk dat meent zoveel te weten. ‘Indien ook gij gekend hadt,’ zei Christus, ‘ook gij, althans in dezen uwen dag, de dingen die tot uwen vrede dienen! Maar nu zijn zij voor uw ogen verborgen.’”

“Nevertheless, the foundation of God standeth sure. The Lord knoweth them that are His. The sanctified minister must have no guile in his mouth. He must be open as the day, free from every taint of evil. A sanctified ministry and press will be a power in flashing the light of truth on this untoward generation. Light, brethren, more light we need. Blow the trumpet in Zion; sound an alarm in the holy mountain. Gather the host of the Lord, with sanctified hearts, to hear what the Lord will say unto His people; for He has increased light for all who will hear. Let them be armed and equipped, and come up to the battle—to the help of the Lord against the mighty. God Himself will work for Israel. Every lying tongue will be silenced. Angels’ hands will overthrow the deceptive schemes that are being formed. The bulwarks of Satan will never triumph. Victory will attend the third angel’s message. As the Captain of the Lord’s host tore down the walls of Jericho, so will the Lord’s commandment-keeping people triumph, and all opposing elements be defeated. Let no soul complain of the servants of God who have come to them with a heaven-sent message. Do not any longer pick flaws in them, saying, ‘They are too positive; they talk too strongly.’ They may talk strongly; but is it not needed? God will make the ears of the hearers tingle if they will not heed His voice or His message. He will denounce those who resist the word of God.

„Niettemin staat het fundament Gods vast. De Heere kent degenen die de Zijnen zijn. De geheiligde dienaar mag geen bedrog in zijn mond hebben. Hij moet open zijn als de dag, vrij van elke smet van het kwaad. Een geheiligde bediening en pers zullen een kracht zijn in het doen opflitsen van het licht der waarheid over dit verkeerde geslacht. Licht, broeders, meer licht hebben wij nodig. Blaast de bazuin te Sion; slaat alarm op Mijn heilige berg. Vergadert de heerschare des Heeren, met geheiligde harten, om te horen wat de Heere tot Zijn volk zal zeggen; want Hij heeft vermeerderd licht voor allen die willen horen. Laat hen gewapend en toegerust zijn, en optrekken tot de strijd — de Heere te hulp tegen de machtigen. God Zelf zal voor Israël werken. Iedere leugentong zal tot zwijgen worden gebracht. Engelenhanden zullen de bedrieglijke plannen omverwerpen die worden gesmeed. De bolwerken van satan zullen nooit triomferen. De overwinning zal het bericht van de derde engel vergezellen. Zoals de Vorst van des Heeren heerschare de muren van Jericho neerhaalde, zo zal het gebodenhoudende volk des Heeren overwinnen, en alle tegenstand biedende machten zullen worden verslagen. Laat geen ziel klagen over de dienstknechten Gods die tot hen zijn gekomen met een uit de hemel gezonden boodschap. Zoekt niet langer fouten in hen door te zeggen: ‘Zij zijn te stellig; zij spreken te krachtig.’ Zij mogen krachtig spreken; maar is het niet nodig? God zal de oren der hoorders doen tuiten indien zij geen acht slaan op Zijn stem of op Zijn boodschap. Hij zal hen aanklagen die het woord van God weerstaan.

“Satan has laid every measure possible that nothing shall come among us as a people to reprove and rebuke us, and exhort us to put away our errors. But there is a people who will bear the ark of God. Some will go out from among us who will bear the ark no longer. But these cannot make walls to obstruct the truth; for it will go onward and upward to the end. In the past God has raised up men, and He still has men of opportunity waiting, prepared to do His bidding—men who will go through restrictions which are only as walls daubed with untempered mortar. When God puts His Spirit upon men, they will work. They will proclaim the word of the Lord; they will lift up their voice like a trumpet. The truth will not be diminished or lose its power in their hands. They will show the people their transgressions, and the house of Jacob their sins.” Testimonies to Ministers, 409–411.

„Satan heeft elke mogelijke maatregel getroffen opdat er in ons midden als volk niets zou opkomen om ons te berispen en te bestraffen en ons te vermanen onze dwalingen weg te doen. Maar er is een volk dat de ark van God zal dragen. Sommigen zullen uit ons midden weggaan die de ark niet langer zullen dragen. Maar dezen kunnen geen muren oprichten om de waarheid te belemmeren; want zij zal voortgaan en opwaarts gaan tot het einde. In het verleden heeft God mannen verwekt, en Hij heeft nog steeds mannen van gelegenheid die wachten, gereed om Zijn bevel uit te voeren—mannen die zich een weg zullen banen door beperkingen die slechts zijn als muren bestreken met kalkmortel zonder samenhang. Wanneer God Zijn Geest op mensen legt, zullen zij werken. Zij zullen het woord des Heren verkondigen; zij zullen hun stem verheffen als een bazuin. De waarheid zal in hun handen niet verzwakt worden noch haar kracht verliezen. Zij zullen het volk zijn overtredingen tonen, en het huis van Jakob zijn zonden.” Testimonies to Ministers, 409–411.