The lines of the reformatory movements are a key to understanding the “seven thunders” of Revelation ten. The “seven thunders” represent the history of the empowerment of the first angel’s message on August 11, 1840 until the Great Disappointment on October 22, 1844. Chapter ten provides three internal witnesses within the chapter to support this understanding.

De lijnen van de reformatorische bewegingen vormen een sleutel tot het verstaan van de „zeven donderslagen” van Openbaring 10. De „zeven donderslagen” vertegenwoordigen de geschiedenis van de bekrachtiging van de boodschap van de eerste engel vanaf 11 augustus 1840 tot aan de Grote Teleurstelling op 22 oktober 1844. Hoofdstuk 10 verschaft binnen het hoofdstuk zelf drie innerlijke getuigen ter ondersteuning van dit begrip.

“The advent movement of 1840–44 was a glorious manifestation of the power of God; the first angel’s message was carried to every missionary station in the world, and in some countries there was the greatest religious interest which has been witnessed in any land since the Reformation of the sixteenth century; but these are to be exceeded by the mighty movement under the last warning of the third angel.” The Great Controversy, 611.

“De adventbeweging van 1840–44 was een heerlijke openbaring van de kracht van God; de boodschap van de eerste engel werd naar elke zendingspost in de wereld gebracht, en in sommige landen was er de grootste godsdienstige belangstelling die in enig land sinds de Reformatie van de zestiende eeuw is waargenomen; maar deze dingen zullen worden overtroffen door de machtige beweging onder de laatste waarschuwing van de derde engel.” The Great Controversy, 611.

The first angel’s message was carried to the world from 1840 onward. Uriah Smith expresses the pioneer understanding, in agreement with Sister White. Smith recognizes the first angel arrived in 1798 and shows it was the first angel that came down in 1840. Smith and the pioneers had simply not noticed the distinction between the arrival of a message and its empowerment. Smith clearly states that when the angel of Revelation ten placed one foot on the sea and one on the earth it identified the message being carried to the world.

De boodschap van de eerste engel werd vanaf 1840 aan de wereld gebracht. Uriah Smith verwoordt het pioniersbegrip, in overeenstemming met Zuster White. Smith erkent dat de eerste engel in 1798 kwam en laat zien dat het de eerste engel was die in 1840 neerdaalde. Smith en de pioniers hadden eenvoudigweg het onderscheid niet opgemerkt tussen de komst van een boodschap en haar bekrachtiging. Smith stelt duidelijk dat, toen de engel van Openbaring tien één voet op de zee en één op de aarde zette, dit de boodschap aanduidde die aan de wereld werd gebracht.

“In 1798, therefore, the restriction against proclaiming the day of Christ at hand ceased; in 1798, the time of the end commenced, and the seal was taken from the little book. Since that period, therefore, the angel of Revelation 14 has gone forth proclaiming the hour of God’s judgment come; and it is since that time, too, that the angel of chapter 10 has taken his stand on sea and land, and sworn that time shall be no more. Of their identity there can be no question; and all the arguments which go to locate the one, are equally effective in the case of the other. We need not enter into any argument here to show that the present generation is witnessing the fulfillment of these two prophecies. In the preaching of the advent, more especially from 1840 to 1844, began their full and circumstantial accomplishment. The position of this angel, one foot upon the sea and the other on the land, denotes the wide extent of his proclamation by sea and by land. Had this message been designed for only one country, it would have been sufficient for the angel to take his position on the land only. But he has one foot upon the sea, from which we may infer that his message would cross the ocean, and extend to the various nations and divisions of the globe; and this inference is strengthened by the fact that the Advent proclamation, above referred to, did go to every missionary station in the world. More on this under chapter 14.” Uriah Smith, Thoughts on Daniel and the Revelation, 521.

„In 1798 hield daarom de beperking op tegen het verkondigen dat de dag van Christus nabij was; in 1798 begon de tijd van het einde en werd het zegel van het kleine boek weggenomen. Sinds die tijd is daarom de engel van Openbaring 14 uitgegaan om te verkondigen dat het uur van Gods oordeel gekomen is; en het is eveneens sinds die tijd dat de engel van hoofdstuk 10 zijn plaats heeft ingenomen op zee en op land, en gezworen heeft dat er geen tijd meer zal zijn. Aan hun identiteit kan geen twijfel bestaan; en alle argumenten die ertoe dienen de ene te lokaliseren, zijn in het geval van de andere even afdoende. Wij behoeven hier geen betoog te voeren om aan te tonen dat de tegenwoordige generatie getuige is van de vervulling van deze twee profetieën. In de verkondiging van de wederkomst, in het bijzonder van 1840 tot 1844, begon hun volledige en gedetailleerde vervulling. De positie van deze engel, met de ene voet op de zee en de andere op het land, duidt op de wijde omvang van zijn verkondiging over zee en over land. Indien deze boodschap slechts voor één land bestemd was geweest, zou het voldoende zijn geweest dat de engel alleen zijn plaats op het land innam. Maar hij heeft één voet op de zee, waaruit wij mogen afleiden dat zijn boodschap de oceaan zou oversteken en zich zou uitstrekken tot de verschillende naties en delen van de aardbol; en deze gevolgtrekking wordt versterkt door het feit dat de bovenvermelde adventsverkondiging inderdaad iedere zendingspost in de wereld bereikte. Meer hierover onder hoofdstuk 14.” Uriah Smith, Gedachten over Daniël en de Openbaring, 521.

Therefore, verse one of chapter ten is identifying August 11, 1840, for at that time the predicted end of the Ottoman supremacy ceased in agreement with the prediction in Revelation nine. Sister White states:

Daarom duidt vers één van hoofdstuk tien op 11 augustus 1840, want op dat tijdstip kwam, overeenkomstig de voorzegging in Openbaring negen, het voorspelde einde van de Ottomaanse oppermacht. Zuster White verklaart:

In the year 1840 another remarkable fulfillment of prophecy excited widespread interest. two years before, Josiah Litch, one of the leading ministers preaching the second advent, published an exposition of Revelation 9, predicting the fall of the Ottoman Empire. According to his calculations, this power was to be overthrown . . . on the 11th of August, 1840, when the Ottoman power in Constantinople may be expected to be broken. And this, I believe, will be found to be the case.’

„In het jaar 1840 wekte een andere opmerkelijke vervulling van de profetie wijdverbreide belangstelling. Twee jaar eerder had Josiah Litch, een van de voornaamste predikanten die de tweede advent predikten, een verklaring van Openbaring 9 gepubliceerd, waarin hij de val van het Ottomaanse Rijk voorspelde. Volgens zijn berekeningen zou deze macht ten val worden gebracht ... op 11 augustus 1840, wanneer verwacht mag worden dat de Ottomaanse macht in Constantinopel gebroken zal worden. En ik geloof dat dit inderdaad zo zal blijken te zijn.”

“At the very time specified, Turkey, through her ambassadors, accepted the protection of the allied powers of Europe, and thus placed herself under the control of Christian nations. The event exactly fulfilled the prediction. When it became known, multitudes were convinced of the correctness of the principles of prophetic interpretation adopted by Miller and his associates, and a wonderful impetus was given to the advent movement. Men of learning and position united with Miller, both in preaching and in publishing his views, and from 1840 to 1844 the work rapidly extended.” The Great Controversy, 334, 335.

„Op het precies aangegeven tijdstip aanvaardde Turkije, door middel van haar ambassadeurs, de bescherming van de geallieerde mogendheden van Europa en plaatste zich aldus onder de heerschappij van christelijke naties. De gebeurtenis vervulde de voorspelling nauwkeurig. Toen dit bekend werd, raakten menigten overtuigd van de juistheid van de beginselen van profetische uitleg die door Miller en zijn medewerkers waren aanvaard, en aan de adventbeweging werd een wonderlijke stuwkracht verleend. Mannen van geleerdheid en aanzien verenigden zich met Miller, zowel in het verkondigen als in het publiceren van zijn opvattingen, en van 1840 tot 1844 breidde het werk zich snel uit.” The Great Controversy, 334, 335.

Verse one of chapter ten is 1840 and in verse ten we see John bitterly disappointed on October 22, 1844. John represented those that took the message of the little book to the world, only to suffer the bitter disappointment on October 22, 1844. Verse one to verse ten represents the history of 1840 to 1844. That is one internal witness within chapter ten.

Vers één van hoofdstuk tien is 1840, en in vers tien zien wij Johannes bitter teleurgesteld op 22 oktober 1844. Johannes vertegenwoordigde hen die de boodschap van het kleine boek aan de wereld brachten, om vervolgens op 22 oktober 1844 de bittere teleurstelling te ondergaan. Vers één tot en met vers tien vertegenwoordigt de geschiedenis van 1840 tot 1844. Dat is één innerlijke getuige binnen hoofdstuk tien.

The other witness is John who eats the little book and it is sweet in his mouth, representing his acceptance of the message of August 11, 1840 and then it turned bitter in his stomach at the Great Disappointment of October 22, 1844.

De andere getuige is Johannes, die het boekje opeet, en het is zoet in zijn mond, waarmee zijn aanvaarding van de boodschap van 11 augustus 1840 wordt voorgesteld; vervolgens werd het bitter in zijn buik bij de Grote Teleurstelling van 22 oktober 1844.

And I took the little book out of the angel’s hand, and ate it up; and it was in my mouth sweet as honey: and as soon as I had eaten it, my belly was bitter. Revelation 10:10.

En ik nam het boekje uit de hand van de engel en at het op; en het was in mijn mond zoet als honing; en zodra ik het gegeten had, werd mijn buik bitter. Openbaring 10:10.

Verse ten represents the very history of 1840 to 1844 in one verse. That is the second internal witness within the chapter that the “seven thunders” represent that history. Sister White has already identified that the “seven thunders” represent a delineation of events that transpired under the first and second angel’s messages. The second angel’s message ended at the great disappointment, so the “seven thunders” represent the very same history. Three internal witnesses to support the truth that the history of August 11, 1840 through the Great Disappointment on October 22, 1844 is the prophetic history that is being emphasized in Revelation chapter ten.

Vers tien vertegenwoordigt in één vers de volledige geschiedenis van 1840 tot 1844. Dat is het tweede interne getuigenis binnen het hoofdstuk dat de „zeven donderslagen” die geschiedenis vertegenwoordigen. Zuster White heeft reeds vastgesteld dat de „zeven donderslagen” een afbakening vormen van gebeurtenissen die plaatsvonden onder de boodschappen van de eerste en de tweede engel. De boodschap van de tweede engel eindigde bij de grote teleurstelling, zodat de „zeven donderslagen” dezelfde geschiedenis vertegenwoordigen. Drie interne getuigenissen ter ondersteuning van de waarheid dat de geschiedenis van 11 augustus 1840 tot en met de Grote Teleurstelling op 22 oktober 1844 de profetische geschiedenis is die in Openbaring hoofdstuk tien wordt benadrukt.

Then in the last verse, in agreement with the truth connected with the “seven thunders” a command is given for the presentation of the message and that the very history must be repeated.

Dan wordt in het laatste vers, in overeenstemming met de waarheid die verband houdt met de „zeven donderslagen”, een bevel gegeven tot de verkondiging van de boodschap, en dat juist die geschiedenis moet worden herhaald.

And he said unto me, Thou must prophesy again before many peoples, and nations, and tongues, and kings. Revelation 10:11.

En hij zei tot mij: Gij moet wederom profeteren voor vele volken, en natiën, en talen, en koningen. Openbaring 10:11.

The seven thunders are identifying that the beginning of Adventism, beginning when the message that was unsealed at the “time of the end” was empowered would illustrate the end of Adventism when the message that was unsealed in 1989 would be empowered by the descent, not of the angel of Revelation ten, but by the descending angel of Revelation eighteen. The angel of Revelation eighteen descended on September 11, 2001 and we are now approaching the conclusion of the historical repetition of 1840 to 1844.

De zeven donderslagen identificeren dat het begin van het adventisme, beginnend wanneer de boodschap die ten tijde van het „einde” werd ontzegeld, met kracht werd bekleed, het einde van het adventisme zou illustreren, wanneer de boodschap die in 1989 werd ontzegeld, met kracht zou worden bekleed door de nederdaling, niet van de engel van Openbaring tien, maar door de nederdalende engel van Openbaring achttien. De engel van Openbaring achttien daalde neer op 11 september 2001, en wij naderen nu de afsluiting van de historische herhaling van 1840 tot 1844.

These observations of chapter ten have been in the public domain for years. What was never recognized until recently is that with that sacred history is another sacred history that is embedded within. The history will only be recognized by those who accept the Alpha and Omega principle that identifies the end of a thing with the beginning of a thing. The embedded history within the sacred history begins with a disappointment and ends with the Great Disappointment. The history of 1843 to 1844 is a special line of history within but distinct from the history of 1840 to 1844. Sister White and Christ both address this line of history.

Deze waarnemingen over hoofdstuk tien bevinden zich al jaren in het publieke domein. Wat tot voor kort nooit werd onderkend, is dat zich binnen die heilige geschiedenis nog een andere heilige geschiedenis bevindt, die daarin is ingebed. Deze geschiedenis zal alleen worden herkend door hen die het Alpha- en Omegabeginsel aanvaarden, dat het einde van een zaak vereenzelvigt met het begin van een zaak. De ingebedde geschiedenis binnen de heilige geschiedenis begint met een teleurstelling en eindigt met de Grote Teleurstelling. De geschiedenis van 1843 tot 1844 is een bijzondere geschiedenislijn binnen, maar onderscheiden van, de geschiedenis van 1840 tot 1844. Zowel zuster White als Christus spreken deze geschiedenislijn aan.

“All the messages given from 1840–1844 are to be made forcible now, for there are many people who have lost their bearings. The messages are to go to all the churches.

‘Alle boodschappen die van 1840–1844 zijn gegeven, moeten nu met kracht worden gebracht, want er zijn veel mensen die hun oriëntatie hebben verloren. De boodschappen moeten tot alle kerken gaan.

“Christ said, ‘Blessed are your eyes, for they see; and your ears, for they hear. For verily I say unto you, That many prophets and righteous men have desired to see those things which ye see, and have not seen them; and to hear those things which ye hear, and have not heard them’ [Matt. 13:16, 17]. Blessed are the eyes which saw the things that were seen in 1843 and 1844.

„Christus zei: ‘Zalig zijn uw ogen, omdat zij zien; en uw oren, omdat zij horen. Want voorwaar, Ik zeg u, dat vele profeten en rechtvaardige mannen hebben begeerd te zien de dingen die gij ziet, en zij hebben die niet gezien; en te horen de dingen die gij hoort, en zij hebben die niet gehoord’ [Matt. 13:16, 17]. Zalig zijn de ogen die de dingen hebben gezien die in 1843 en 1844 werden gezien.

“The message was given. And there should be no delay in repeating the message, for the signs of the times are fulfilling; the closing work must be done. A great work will be done in a short time. A message will soon be given by God’s appointment that will swell into a loud cry. Then Daniel will stand in his lot, to give his testimony.” Manuscript Releases, volume 21, 437.

„De boodschap werd gegeven. En er mag geen vertraging zijn in het herhalen van de boodschap, want de tekenen der tijden gaan in vervulling; het afsluitende werk moet gedaan worden. In korte tijd zal een groot werk worden verricht. Weldra zal, naar Gods beschikking, een boodschap worden gegeven die zal aanzwellen tot een luide roep. Dan zal Daniël staan in zijn lot, om zijn getuigenis te geven.” Manuscript Releases, deel 21, 437.

The “prophets and righteous men have desired to see those things” that “were seen in 1843 and 1844.” Jesus referenced this sacred history in two gospels, but each reference was in a different context.

De „profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd die dingen te zien” die „in 1843 en 1844 werden gezien.” Jezus verwees in twee evangeliën naar deze heilige geschiedenis, maar elke verwijzing stond in een andere context.

And he spake many things unto them in parables, saying, Behold, a sower went forth to sow; And when he sowed, some seeds fell by the way side, and the fowls came and devoured them up: Some fell upon stony places, where they had not much earth: and forthwith they sprung up, because they had no deepness of earth: And when the sun was up, they were scorched; and because they had no root, they withered away. And some fell among thorns; and the thorns sprung up, and choked them: But other fell into good ground, and brought forth fruit, some an hundredfold, some sixtyfold, some thirtyfold. Who hath ears to hear, let him hear. And the disciples came, and said unto him, Why speakest thou unto them in parables? He answered and said unto them, Because it is given unto you to know the mysteries of the kingdom of heaven, but to them it is not given. For whosoever hath, to him shall be given, and he shall have more abundance: but whosoever hath not, from him shall be taken away even that he hath. Therefore speak I to them in parables: because they seeing see not; and hearing they hear not, neither do they understand. And in them is fulfilled the prophecy of Esaias, which saith, By hearing ye shall hear, and shall not understand; and seeing ye shall see, and shall not perceive: For this people’s heart is waxed gross, and their ears are dull of hearing, and their eyes they have closed; lest at any time they should see with their eyes, and hear with their ears, and should understand with their heart, and should be converted, and I should heal them. But blessed are your eyes, for they see: and your ears, for they hear. For verily I say unto you, That many prophets and righteous men have desired to see those things which ye see, and have not seen them; and to hear those things which ye hear, and have not heard them. Matthew 13:3–17.

En Hij sprak veel dingen tot hen door gelijkenissen en zeide: Zie, een zaaier ging uit om te zaaien. En terwijl hij zaaide, viel een deel van het zaad langs de weg, en de vogels kwamen en aten het op. Een ander deel viel op steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had; en het schoot terstond op, omdat het geen diepe aarde had. Maar toen de zon was opgegaan, verschroeide het; en omdat het geen wortel had, verdorde het. En een ander deel viel tussen de doornen; en de doornen schoten op en verstikten het. Maar weer een ander deel viel in goede aarde en droeg vrucht, het ene honderdvoudig, het andere zestigvoudig, het andere dertigvoudig. Wie oren heeft om te horen, late hij horen. En de discipelen kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: Waarom spreekt Gij tot hen in gelijkenissen? Hij antwoordde en zeide tot hen: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven. Want wie heeft, hem zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, van hem zal zelfs afgenomen worden wat hij heeft. Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien en horende niet horen, noch ook begrijpen. En in hen wordt de profetie van Jesaja vervuld, die zegt: Met het gehoor zult gij horen en geenszins verstaan; en ziende zult gij zien en geenszins bemerken. Want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn doof geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet te eniger tijd met hun ogen zouden zien en met hun oren horen en met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen zou genezen. Maar zalig zijn uw ogen, omdat zij zien, en uw oren, omdat zij horen. Want voorwaar, Ik zeg u, dat vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat gij ziet, en het niet hebben gezien, en te horen wat gij hoort, en het niet hebben gehoord. Mattheüs 13:3–17.

Jesus in Matthew while speaking of the effect of the Word of God, and calling on men to “hear,” identifies that the Laodiceans who reject the message which the prophets desired to see, were represented in Isaiah chapter six. Future for America has repeatedly presented Isaiah six in the context of September 11, 2001, for with the attack of Islam on that date the mighty angel of Revelation eighteen descended and lightened the earth with his glory. The prophets all agree with one another and in verse three of Isaiah six we find the direct reference to that very angel.

Jezus duidt in Mattheüs, wanneer Hij spreekt over de uitwerking van het Woord van God en de mensen oproept te „horen”, aan dat de Laodicenzen die de boodschap verwerpen welke de profeten begeerden te zien, in Jesaja hoofdstuk zes werden voorgesteld. Future for America heeft Jesaja zes herhaaldelijk gepresenteerd in de context van 11 september 2001, want met de aanval van de islam op die datum daalde de machtige engel van Openbaring achttien neer en verlichtte de aarde met zijn heerlijkheid. De profeten stemmen allen met elkaar overeen, en in vers drie van Jesaja zes vinden wij de rechtstreekse verwijzing naar juist die engel.

In the year that king Uzziah died I saw also the Lord sitting upon a throne, high and lifted up, and his train filled the temple. Above it stood the seraphims: each one had six wings; with twain he covered his face, and with twain he covered his feet, and with twain he did fly. And one cried unto another, and said, Holy, holy, holy, is the Lord of hosts: the whole earth is full of his glory. Isaiah 6:1–3.

In het jaar waarin koning Uzzia stierf, zag ook ik de Heere, zittende op een hoge en verheven troon, en Zijn zomen vervulden de tempel. Daarboven stonden de serafs; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. En de een riep tot de ander en zei: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heerscharen; de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol. Jesaja 6:1–3.

The earth is lightened with his glory when the angel of Revelation eighteen descends, and Isaiah provides another important key when he informs us that his vision of the sanctuary took place in the year King Uzziah died. King Uzziah had attempted to do the work of a priest within the temple. Eighty priests and the high priest resisted him from doing so until the Lord struck him with leprosy in his forehead. He received the mark of the beast for attempting to combine his state authority with church authority. He did not immediately die, he was removed from the throne and replaced and over a period of time he finally died on September 11, 2001. The Adventist church progressively dies as did the Jewish church in the time of Christ. But September 11, 2001 Adventism who had already rejected the message of the last six verses of Daniel eleven came to an end as the Protestant horn of the United States, and those represented by Isaiah were then called to take the message represented by the first voice of Revelation eighteen.

De aarde wordt verlicht met zijn heerlijkheid wanneer de engel van Openbaring achttien neerdaalt, en Jesaja verschaft nog een andere belangrijke sleutel wanneer hij ons meedeelt dat zijn visioen van het heiligdom plaatsvond in het jaar waarin koning Uzzia stierf. Koning Uzzia had getracht het werk van een priester binnen de tempel te verrichten. Tachtig priesters en de hogepriester weerstonden hem daarin, totdat de Heer hem met melaatsheid op zijn voorhoofd sloeg. Hij ontving het merkteken van het beest omdat hij had getracht zijn staatsgezag met kerkelijk gezag te verenigen. Hij stierf niet onmiddellijk; hij werd van de troon verwijderd en vervangen, en na verloop van tijd stierf hij uiteindelijk op 11 september 2001. De Adventkerk sterft geleidelijk, zoals ook de Joodse kerk stierf in de tijd van Christus. Maar op 11 september 2001 kwam het adventisme, dat de boodschap van de laatste zes verzen van Daniël elf reeds had verworpen, tot een einde als de protestantse hoorn van de Verenigde Staten, en zij die door Jesaja worden voorgesteld, werden toen geroepen om de boodschap te brengen die wordt voorgesteld door de eerste stem van Openbaring achttien.

And Azariah the priest went in after him, and with him fourscore priests of the Lord, that were valiant men: And they withstood Uzziah the king, and said unto him, It appertaineth not unto thee, Uzziah, to burn incense unto the Lord, but to the priests the sons of Aaron, that are consecrated to burn incense: go out of the sanctuary; for thou hast trespassed; neither shall it be for thine honour from the Lord God. Then Uzziah was wroth, and had a censer in his hand to burn incense: and while he was wroth with the priests, the leprosy even rose up in his forehead before the priests in the house of the Lord, from beside the incense altar. And Azariah the chief priest, and all the priests, looked upon him, and, behold, he was leprous in his forehead, and they thrust him out from thence; yea, himself hasted also to go out, because the Lord had smitten him. And Uzziah the king was a leper unto the day of his death, and dwelt in a several house, being a leper; for he was cut off from the house of the Lord: and Jotham his son was over the kings house, judging the people of the land. 2 Chronicles 26:17–21.

En de priester Azarja ging hem achterna, en met hem tachtig priesters des HEEREN, kloeke mannen. En zij weerstonden koning Uzzia en zeiden tot hem: U komt het niet toe, Uzzia, om de HEERE reukwerk te ontsteken, maar de priesters, de zonen van Aäron, die geheiligd zijn om reukwerk te ontsteken. Ga uit het heiligdom, want gij hebt overtreden; en het zal u niet tot eer zijn van de HEERE God. Toen werd Uzzia toornig, en hij had een wierookvat in zijn hand om reukwerk te ontsteken; en terwijl hij tegen de priesters toornig was, brak de melaatsheid uit aan zijn voorhoofd, vóór de ogen van de priesters, in het huis des HEEREN, bij het reukofferaltaar vandaan. En Azarja, de hoofdpriester, en al de priesters zagen hem aan, en zie, hij was melaats aan zijn voorhoofd; en zij dreven hem van daar weg; ja, ook hijzelf haastte zich om uit te gaan, omdat de HEERE hem getroffen had. En koning Uzzia was melaats tot de dag van zijn dood, en hij woonde in een afgezonderd huis, omdat hij melaats was; want hij was afgesneden van het huis des HEEREN. En zijn zoon Jotham was over het koninklijk huis gesteld en sprak recht over het volk des lands. 2 Kronieken 26:17–21.

It is important to recognize that the Protestant horn was removed from the Seventh-day Adventist church on September 11, 2001, for there are three primary elements to the unsealing of the message of Revelation in the last days. One is the parallel history of the horn of Republicanism and the horn of Protestantism. The other element that must be recognized is the significance of the seven churches, and of course the third is the “seven thunders.” All three prophetic elements make up the message that is being unsealed, and it is necessary to recognize that just as the Jewish church was passed by in the time of Christ, Adventism is passed by in the “last days.”

Het is belangrijk te erkennen dat de protestantse hoorn op 11 september 2001 van de Kerk der Zevende-dags Adventisten werd weggenomen, want er zijn drie primaire elementen in het ontzegelen van de boodschap van Openbaring in de laatste dagen. Het ene is de parallelle geschiedenis van de hoorn van het republicanisme en de hoorn van het protestantisme. Het andere element dat moet worden erkend, is de betekenis van de zeven gemeenten, en natuurlijk is het derde de „zeven donderslagen”. Deze drie profetische elementen vormen samen de boodschap die wordt ontzegeld, en het is noodzakelijk te erkennen dat, evenals de Joodse kerk in de tijd van Christus werd voorbijgegaan, het adventisme in de „laatste dagen” wordt voorbijgegaan.

Isaiah volunteers to take a message to God’s unfaithful chosen people in his history and Jesus uses the same words to address the same situation in His history. A covenant chosen people are being passed by, and they refuse to “hear” and be healed.

Jesaja biedt zich vrijwillig aan om in zijn geschiedenis een boodschap te brengen aan Gods ontrouwe uitverkoren volk, en Jezus gebruikt dezelfde woorden om in Zijn geschiedenis dezelfde situatie aan te spreken. Een door het verbond uitverkoren volk wordt voorbijgegaan, en zij weigeren te “horen” en genezen te worden.

And he said, Go, and tell this people, Hear ye indeed, but understand not; and see ye indeed, but perceive not. Make the heart of this people fat, and make their ears heavy, and shut their eyes; lest they see with their eyes, and hear with their ears, and understand with their heart, and convert, and be healed. Isaiah 6:9, 10.

En Hij zei: Ga heen en zeg tot dit volk: Hoort wel, maar verstaat niet; en ziet wel, maar merkt niet op. Maak het hart van dit volk vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen; opdat zij niet met hun ogen zien, en met hun oren horen, en met hun hart verstaan, en zich bekeren, en genezen worden. Jesaja 6:9, 10.

The work Isaiah takes up is the work that John and Ezekiel took up when they ate the little book. They take a message of rebuke to a covenant chosen people that are in the process of being spewed out of the mouth of the Lord. The second time Jesus refers to the history that prophets and righteous men desired to see is recorded by Luke.

Het werk dat Jesaja op zich neemt, is het werk dat Johannes en Ezechiël op zich namen toen zij het boekje opaten. Zij brengen een boodschap van bestraffing aan een uitverkoren verbondsvolk dat bezig is uit de mond van de Heere uitgespuwd te worden. De tweede keer dat Jezus verwijst naar de geschiedenis die profeten en rechtvaardigen verlangden te zien, is door Lukas opgetekend.

And thou, Capernaum, which art exalted to heaven, shalt be thrust down to hell. He that heareth you heareth me; and he that despiseth you despiseth me; and he that despiseth me despiseth him that sent me. And the seventy returned again with joy, saying, Lord, even the devils are subject unto us through thy name. And he said unto them, I beheld Satan as lightning fall from heaven. Behold, I give unto you power to tread on serpents and scorpions, and over all the power of the enemy: and nothing shall by any means hurt you. Notwithstanding in this rejoice not, that the spirits are subject unto you; but rather rejoice, because your names are written in heaven. In that hour Jesus rejoiced in spirit, and said, I thank thee, O Father, Lord of heaven and earth, that thou hast hid these things from the wise and prudent, and hast revealed them unto babes: even so, Father; for so it seemed good in thy sight. All things are delivered to me of my Father: and no man knoweth who the Son is, but the Father; and who the Father is, but the Son, and he to whom the Son will reveal him. And he turned him unto his disciples, and said privately, Blessed are the eyes which see the things that ye see: For I tell you, that many prophets and kings have desired to see those things which ye see, and have not seen them; and to hear those things which ye hear, and have not heard them. Luke 10:15–24.

En gij, Kapernaüm, die tot de hemel verheven zijt, gij zult tot de hel neergestoten worden. Wie naar u hoort, hoort naar Mij; en wie u veracht, veracht Mij; en wie Mij veracht, veracht Hem die Mij gezonden heeft. En de zeventig keerden weder met blijdschap en zeiden: Heere, zelfs de duivelen zijn ons in Uw naam onderworpen. En Hij zeide tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen. Zie, Ik geef u macht om op slangen en schorpioenen te treden, en over alle kracht van de vijand; en niets zal u enigszins schade doen. Nochtans verheugt u daarover niet, dat de geesten u onderworpen zijn; maar verheugt u veeleer, omdat uw namen in de hemel opgeschreven zijn. In datzelfde uur verheugde Jezus Zich in de geest en zeide: Ik dank U, o Vader, Heere van hemel en aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt en ze aan kinderkens geopenbaard hebt; ja, Vader, want alzo is het welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij door Mijn Vader overgegeven; en niemand weet wie de Zoon is dan de Vader, en wie de Vader is dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren. En Zich tot Zijn discipelen kerende, zeide Hij afzonderlijk: Zalig zijn de ogen die zien wat gij ziet. Want Ik zeg u, dat vele profeten en koningen begeerd hebben te zien wat gij ziet, en het niet gezien hebben; en te horen wat gij hoort, en het niet gehoord hebben. Lukas 10:15–24.

Again, the context of a blessing associated with those who have the privilege of seeing what the righteous have desired to see is concerning a covenant chosen people who are being passed by and are unwilling to “hear.” Sister White refers to Christ’s condemnation of Capernaum, which is a symbol of the rejection of great light, and she emphasized Adventism by placing the rebuke against Adventism in [brackets.]

Opnieuw betreft de context van een zegening die verbonden is met hen die het voorrecht hebben te zien wat de rechtvaardigen verlangd hebben te zien, een uitverkoren verbondsvolk dat wordt voorbijgegaan en niet bereid is te “horen”. Zuster White verwijst naar Christus’ veroordeling van Kapernaüm, dat een symbool is van de verwerping van groot licht, en zij benadrukte het adventisme door de bestraffing tegen het adventisme tussen [haakjes] te plaatsen.

“Among the professed children of God, how little patience has been manifested, how many bitter words have been spoken, how much denunciation has been uttered against those not of our faith. Many have looked upon those belonging to other churches as great sinners, when the Lord does not thus regard them. Those who look thus upon the members of other churches, have need to humble themselves under the mighty hand of God. Those whom they condemn may have had but little light, few opportunities and privileges. If they had had the light that many of the members of our churches have had, they might have advanced at a far greater rate, and have better represented their faith to the world. Of those who boast of their light, and yet fail to walk in it, Christ says, ‘But I say unto you, It shall be more tolerable for Tyre and Sidon at the day of judgment, than for you. And thou, Capernaum [Seventh-day Adventists, who have had great light], which art exalted unto heaven [in point of privilege], shalt be brought down to hell: for if the mighty works, which have been done in thee, had been done in Sodom, it would have remained until this day. But I say unto you, That it shall be more tolerable for the land of Sodom in the day of judgment, than for thee.’ At that time Jesus answered and said, ‘I thank thee, O Father, Lord of heaven and earth, because thou hast hid these things from the wise and prudent [in their own estimation], and hast revealed them unto babes.’

„Onder de belijdende kinderen van God is zo weinig geduld geopenbaard, zijn zo vele bittere woorden gesproken, is zo veel veroordeling geuit tegen hen die niet van ons geloof zijn. Velen hebben hen die tot andere kerken behoren, beschouwd als grote zondaren, terwijl de Heere hen niet aldus beschouwt. Degenen die aldus neerzien op de leden van andere kerken, hebben het nodig zich te vernederen onder de machtige hand van God. Degenen die zij veroordelen, hebben wellicht slechts weinig licht gehad, weinig gelegenheden en voorrechten. Indien zij het licht hadden gehad dat velen van de leden van onze kerken hebben gehad, zouden zij wellicht veel sneller vooruitgang hebben gemaakt en hun geloof beter tegenover de wereld hebben vertegenwoordigd. Van hen die roemen in hun licht en er toch niet in wandelen, zegt Christus: ‘Maar Ik zeg u, dat het voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zal zijn in de dag des oordeels dan voor u. En gij, Kapérnaüm [Zevende-dags Adventisten, die groot licht hebben gehad], die tot de hemel toe zijt verhoogd [wat voorrecht betreft], gij zult tot de hel toe neergestoten worden; want indien in Sodom de krachten waren geschied die in u zijn geschied, het zou gebleven zijn tot op deze dag. Maar Ik zeg u, dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn in de dag des oordeels dan voor u.’ In die tijd antwoordde Jezus en zeide: ‘Ik dank U, Vader, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen [in hun eigen oog] verborgen hebt en hebt dezelve de kinderkens geopenbaard.’”

“‘And now, because ye have done all these works, saith the Lord, and I spake unto you, rising up early and speaking, but ye heard not; and I called you, but ye answered not; therefore will I do unto this house, which is called by my name, wherein ye trust, and unto the place which I gave to you and to your fathers, as I have done to Shiloh. And I will cast you out of my sight, as I have cast out all your brethren, even the whole seed of Ephraim.” Review and Herald, August 1, 1893.

“‘En nu, omdat gij al deze werken gedaan hebt, spreekt de HEERE, en Ik tot u gesproken heb, vroeg opstaande en sprekende, maar gij niet hebt gehoord; en Ik u geroepen heb, maar gij niet hebt geantwoord; daarom zal Ik met dit huis, dat naar Mijn Naam genoemd is, waarop gij vertrouwt, en met de plaats die Ik u en uw vaderen gegeven heb, doen zoals Ik met Silo gedaan heb. En Ik zal u uit Mijn aangezicht wegwerpen, zoals Ik al uw broeders heb weggeworpen, ja, het gehele zaad van Efraïm.’ Review and Herald, August 1, 1893.

The “mighty works” that had been done in Adventism were the works that righteous men and prophets desired to see and hear. Those mighty works were represented in the history of 1843 and 1844 when the message of the Midnight Cry was proclaimed. Adventism has rejected their history, and especially the history of 1843 and 1844. A history that begins and ends with a disappointment, and also a history that was intended to guide them into the earth made new.

De „machtige werken” die binnen het adventisme waren verricht, waren de werken die rechtvaardige mannen en profeten begeerden te zien en te horen. Die machtige werken werden uitgebeeld in de geschiedenis van 1843 en 1844, toen de boodschap van de Middernachtsroep werd verkondigd. Het adventisme heeft zijn geschiedenis verworpen, en in het bijzonder de geschiedenis van 1843 en 1844. Een geschiedenis die begint en eindigt met een teleurstelling, en tevens een geschiedenis die bestemd was hen te leiden naar de nieuwgemaakte aarde.

“They had a bright light set up behind them at the beginning of the path, which an angel told me was the ‘midnight cry.’ This light shone all along the path, and gave light for their feet, so that they might not stumble.

„Achter hen was aan het begin van het pad een helder licht opgericht, waarvan een engel mij zei dat het de ‘middernachtsroep’ was. Dit licht scheen langs het gehele pad en verlichtte hun voeten, opdat zij niet zouden struikelen.

“If they kept their eyes fixed on Jesus, who was just before them, leading them to the city, they were safe. But soon some grew weary, and said the city was a great way off, and they expected to have entered it before. Then Jesus would encourage them by raising His glorious right arm, and from His arm came a light which waved over the advent band, and they shouted ‘Alleluia!’ Others rashly denied the light behind them, and said that it was not God that had led them out so far. The light behind them went out, leaving their feet in perfect darkness, and they stumbled and lost sight of the mark and of Jesus, and fell off the path down into the dark and wicked world below.” Early Writings, 15.

“Indien zij hun ogen gevestigd hielden op Jezus, die vlak vóór hen was en hen naar de stad leidde, waren zij veilig. Maar spoedig werden sommigen vermoeid en zeiden dat de stad nog ver weg was, en dat zij verwacht hadden er reeds eerder te zijn binnengegaan. Dan bemoedigde Jezus hen door Zijn heerlijke rechterarm op te heffen, en van Zijn arm ging een licht uit dat over de adventschare golfde, en zij riepen: ‘Halleluja!’ Anderen verwierpen roekeloos het licht achter hen en zeiden dat het niet God was geweest die hen zo ver had geleid. Het licht achter hen doofde uit, zodat hun voeten in volslagen duisternis verkeerden, en zij struikelden, verloren het richtpunt en Jezus uit het oog, en vielen van het pad af, naar beneden in de donkere en goddeloze wereld beneden.” Early Writings, 15.

What the Lion of the tribe of Judah is now unsealing is the history of 1843 and 1844. The “seven thunders” represent 1840 to 1844, but that period contains a very special history that has been typified since the beginning of covenant history. Each of the reformatory movements parallel each other, possessing the identical waymarks. If they were different from one another Satan would create a different plan of attack for each reformatory movement, but he never does.

Wat de Leeuw uit de stam Juda thans aan het ontzegelen is, is de geschiedenis van 1843 en 1844. De „zeven donderslagen” vertegenwoordigen de jaren 1840 tot 1844, maar die periode omvat een zeer bijzondere geschiedenis die sinds het begin van de verbondsgeschiedenis is voorafgeschaduwd. Elk van de reformatorische bewegingen loopt evenwijdig aan de andere en bezit dezelfde wegmerken. Indien zij van elkaar verschilden, zou Satan voor elke reformatorische beweging een ander aanvalsplan ontwikkelen, maar dat doet hij nooit.

“But Satan was not idle. He now attempted what he has attempted in every other reformatory movement—to deceive and destroy the people by palming off upon them a counterfeit in place of the true work. As there were false Christ’s in the first century of the Christian church, so there arose false prophets in the sixteenth century.” The Great Controversy, 186.

„Maar Satan was niet werkeloos. Nu trachtte hij hetgeen hij in iedere andere hervormingsbeweging heeft getracht—het volk te misleiden en te verderven door hun een vervalsing op te dringen in plaats van het ware werk. Zoals er in de eerste eeuw van de christelijke kerk valse christussen waren, zo traden er in de zestiende eeuw valse profeten op.” The Great Controversy, 186.

The essential point in this passage in terms of the overall message we are sharing is that when Adventism ceased to uphold the mantle of Protestantism and had it fully removed on September 11, 2001, they still insist that they are the remnant movement that proclaims the loud cry of the third angel. Yet they are the counterfeit. If you don’t recognize which movement is now carrying the horn of Protestantism it is virtually impossible to understand the parallel between the two horns in the United States.

Het wezenlijke punt in deze passage, in het licht van de algehele boodschap die wij uitdragen, is dat toen het adventisme ophield de mantel van het protestantisme te handhaven en deze op 11 september 2001 volledig van zich afgenomen werd, het er toch nog steeds op staat dat het de overblijfselbeweging is die de luide roep van de derde engel verkondigt. Toch is het de vervalsing. Indien u niet onderkent welke beweging thans de hoorn van het protestantisme draagt, is het vrijwel onmogelijk de parallel tussen de twee horens in de Verenigde Staten te begrijpen.

The history of 1843 and 1844 is represented in every reform movement and we will now use the beginning of ancient Israel as God’s chosen people and the ending of Israel as God’s chosen people to illustrate the same of modern Israel, with the focus on 1843 and 1844 as represented in each of the lines of reformatory movements.

De geschiedenis van 1843 en 1844 wordt in elke hervormingsbeweging uitgebeeld, en wij zullen nu het begin van het oude Israël als Gods uitverkoren volk en het einde van Israël als Gods uitverkoren volk gebruiken om hetzelfde met betrekking tot het moderne Israël te verduidelijken, met de nadruk op 1843 en 1844 zoals die in elk van de lijnen van hervormingsbewegingen worden voorgesteld.

Moses prophesied that the Lord would raise up a prophet like unto himself, and that prophet was Jesus. Luke in Acts confirms that Jesus fulfilled Moses’ prophecy.

Mozes profeteerde dat de Heere een profeet zou doen opstaan gelijk hijzelf, en die profeet was Jezus. Lukas bevestigt in Handelingen dat Jezus de profetie van Mozes heeft vervuld.

The Lord thy God will raise up unto thee a Prophet from the midst of thee, of thy brethren, like unto me; unto him ye shall hearken. Deuteronomy 18:15.

De HEERE, uw God, zal u een Profeet verwekken uit het midden van u, uit uw broederen, gelijk mij; naar Hem zult gij horen. Deuteronomium 18:15.

Jesus is the prophet we are to listen to.

Jezus is de profeet naar wie wij moeten luisteren.

For Moses truly said unto the fathers, A prophet shall the Lord your God raise up unto you of your brethren, like unto me; him shall ye hear in all things whatsoever he shall say unto you. And it shall come to pass, that every soul, which will not hear that prophet, shall be destroyed from among the people. Yea, and all the prophets from Samuel and those that follow after, as many as have spoken, have likewise foretold of these days. Ye are the children of the prophets, and of the covenant which God made with our fathers, saying unto Abraham, And in thy seed shall all the kindreds of the earth be blessed. Unto you first God, having raised up his Son Jesus, sent him to bless you, in turning away every one of you from his iniquities. Acts 3:22–26.

Want Mozes heeft waarlijk tot de vaderen gezegd: Een Profeet zal de Heere, uw God, u verwekken uit uw broederen, gelijk mij; Hem zult gij horen in alles wat Hij tot u spreken zal. En het zal geschieden, dat alle ziel die naar die Profeet niet zal horen, uit het volk zal worden uitgeroeid. Ja, en ook al de profeten, van Samuël af en vervolgens zovelen als er gesproken hebben, hebben eveneens deze dagen voorzegd. Gij zijt de kinderen der profeten en van het verbond dat God met onze vaderen opgericht heeft, toen Hij tot Abraham zei: En in uw zaad zullen alle geslachten der aarde gezegend worden. Tot u eerst heeft God, nadat Hij zijn Zoon Jezus verwekt had, Hem gezonden om u te zegenen, door een iegelijk van u af te keren van zijn ongerechtigheden. Handelingen 3:22–26.

The reform line of Christ begins at the time of the end, as all reform lines do. The “time of the end” in the days of Christ was His birth. Scripture identifies that at His birth there was an increase of knowledge in agreement with the definition of the “time of the end” in the book of Daniel. Whether it was the shepherds, the wise men from the east, angry Herod, or Anna and Simeon in the temple there was an increase of knowledge when He was born. At that point the leadership of the Jewish church was passed by. The divorce was progressive, but began by their rejection of the message that was unsealed at the time of the end.

De hervormingslijn van Christus begint ten tijde van het einde, zoals alle hervormingslijnen dat doen. De „tijd van het einde” in de dagen van Christus was Zijn geboorte. De Schrift maakt duidelijk dat er bij Zijn geboorte een toename van kennis was, overeenkomstig de definitie van de „tijd van het einde” in het boek Daniël. Of het nu de herders waren, de wijzen uit het oosten, de vertoornde Herodes, of Anna en Simeon in de tempel, er was een toename van kennis toen Hij geboren werd. Op dat moment werd de leiding van de Joodse kerk voorbijgegaan. De echtscheiding voltrok zich geleidelijk, maar begon met hun verwerping van de boodschap die ten tijde van het einde werd ontzegeld.

“Men know it not, but the tidings fill heaven with rejoicing. With a deeper and more tender interest the holy beings from the world of light are drawn to the earth. The whole world is brighter for His presence. Above the hills of Bethlehem are gathered an innumerable throng of angels. They wait the signal to declare the glad news to the world. Had the leaders in Israel been true to their trust, they might have shared the joy of heralding the birth of Jesus. But now they are passed by.” The Desire of Ages, 47.

“De mensen weten het niet, maar de tijding vervult de hemel met blijdschap. Met een diepere en tederder belangstelling worden de heilige wezens uit de wereld van het licht tot de aarde getrokken. De hele wereld is helderder door Zijn tegenwoordigheid. Boven de heuvels van Bethlehem verzamelt zich een ontelbare schare engelen. Zij wachten op het teken om het blijde nieuws aan de wereld bekend te maken. Indien de leiders in Israël trouw waren geweest aan hun toevertrouwde taak, hadden zij mogen delen in de vreugde om de geboorte van Jezus aan te kondigen. Maar nu worden zij voorbijgegaan.” The Desire of Ages, 47.

The leadership of Adventism was passed by in 1989 when Daniel eleven verse forty was fulfilled. The “time of the end” in the history of Moses, who typified Jesus, was his birth, where his family and thereafter Pharaoh’s daughter received an increase of knowledge about baby Moses. His name of course means “saved out of the water” and Jesus means “Jehovah saves.”

Het leiderschap van het adventisme werd in 1989 voorbijgegaan toen Daniël elf vers veertig werd vervuld. De „tijd van het einde” in de geschiedenis van Mozes, die een voorafbeelding van Jezus was, was zijn geboorte, toen zijn familie en daarna de dochter van Farao een toename van kennis ontvingen omtrent de kleine Mozes. Zijn naam betekent natuurlijk „uit het water gered” en Jezus betekent „Jehovah redt.”

After the “time of the end” all the reform lines demonstrate a point when the knowledge that is increased in that particular history is formalized into a message that can be held up as a witness to the generation who are to be held accountable for the light that was unsealed at the time of the end.

Na de „tijd van het einde” vertonen alle hervormingslijnen een punt waarop de kennis die in die bepaalde geschiedenis toeneemt, wordt geformaliseerd tot een boodschap die kan worden opgeheven als een getuigenis voor de generatie die rekenschap zal moeten afleggen van het licht dat in de tijd van het einde werd ontzegeld.

John the Baptist formalized the message of Christ, and Moses’ message was formalized in his fortieth year, when he attempted to deliver Israel from Egypt in his own strength. The message of the deliverance of Egypt was now in the public record.

Johannes de Doper formaliseerde de boodschap van Christus, en de boodschap van Mozes werd geformaliseerd in zijn veertigste jaar, toen hij trachtte Israël in eigen kracht uit Egypte te verlossen. De boodschap van de verlossing uit Egypte was nu in het openbare register vastgelegd.

Forty years later Moses’ message was empowered at the burning bush and was accompanied with two signs of God’s divinity as represented by the rod which turned into a snake and the leprous hand that Moses withdrew from his bosom. Jesus’ message was empowered at His baptism that was accompanied with two signs of divinity, the Father’s voice and the Holy Spirit. The next waymark in both histories represent the first disappointment, the tarrying time, the arrival of the second angel or 1843.

Veertig jaar later werd de boodschap van Mozes bekrachtigd bij de brandende braambos en vergezeld van twee tekenen van Gods goddelijkheid, voorgesteld door de staf die in een slang veranderde en de melaatse hand die Mozes uit zijn boezem terugtrok. De boodschap van Jezus werd bekrachtigd bij Zijn doop, die vergezeld ging van twee tekenen van goddelijkheid: de stem van de Vader en de Heilige Geest. De volgende wegmarkering in beide geschiedenissen vertegenwoordigt de eerste teleurstelling, de vertoeftijd, de komst van de tweede engel of 1843.

The disappointment in the line of Moses was illustrated by his wife when the angel descended to slay Moses for not circumcising his son. In fear Zipporah performed the rite on their son herself. Moses had forgotten to circumcise his son! The very sign of the covenant that was given to Abraham was forgotten by Moses. Father Abraham had set forth the prediction of the Hebrews captivity and deliverance in and from Egypt, and his prophecy was to be specifically fulfilled through Moses, and Moses forgot to circumcise his son. At that point Moses sent Zipporah back to stay with her father until after the deliverance. She tarried in Midian until Moses led the children of Israel through the water of the Red Sea, which the apostle Paul informs us is typifying baptism, the very rite that replaced circumcision. Do not miss that point. The arrival of the waymark representing the second angel in the history of Moses, the waymark that produces the first disappointment in that history was a rejection of the primary rule of Abraham’s covenant relationship with God.

De teleurstelling in de lijn van Mozes werd aanschouwelijk gemaakt door zijn vrouw toen de engel neerdaalde om Mozes te doden omdat hij zijn zoon niet had besneden. Uit vrees verrichtte Zippora de handeling zelf aan hun zoon. Mozes was vergeten zijn zoon te besnijden! Juist het teken van het verbond dat aan Abraham was gegeven, was door Mozes vergeten. Vader Abraham had de voorzegging van de gevangenschap en bevrijding van de Hebreeën in en uit Egypte uiteengezet, en zijn profetie moest specifiek door Mozes worden vervuld, en Mozes vergat zijn zoon te besnijden. Op dat moment zond Mozes Zippora terug om bij haar vader te blijven tot na de bevrijding. Zij verbleef in Midian totdat Mozes de kinderen van Israël door het water van de Rode Zee leidde, waarvan de apostel Paulus ons meedeelt dat dit een voorafbeelding is van de doop, juist de rite die de besnijdenis verving. Mis dat punt niet. De komst van de wegmarkering die de tweede engel vertegenwoordigt in de geschiedenis van Mozes, de wegmarkering die de eerste teleurstelling in die geschiedenis voortbrengt, was een verwerping van de voornaamste regel van Abrahams verbondsverhouding met God.

The first disappointment in the line of Christ was the death of Lazarus, which Martha and Mary were certain would not have happened if Jesus had not tarried until Lazarus had already been dead for four days. The disappointment of Jesus allowing his close friend Lazarus to die and rot in the tomb was immense, for not only the two sisters, but also the disciples. Yet the resurrection of Lazarus became the seal of Christ’s entire ministry.

De eerste teleurstelling in de lijn van Christus was de dood van Lazarus, waarvan Martha en Maria ervan overtuigd waren dat die niet zou zijn gebeurd als Jezus niet had getalmd totdat Lazarus reeds vier dagen dood was geweest. De teleurstelling dat Jezus toeliet dat zijn naaste vriend Lazarus stierf en in het graf tot ontbinding overging, was enorm, niet alleen voor de twee zusters, maar ook voor de discipelen. Toch werd de opwekking van Lazarus het zegel op Christus’ gehele bediening.

“In delaying to come to Lazarus, Christ had a purpose of mercy toward those who had not received Him. He tarried, that by raising Lazarus from the dead He might give to His stubborn, unbelieving people another evidence that He was indeed ‘the resurrection, and the life.’ He was loath to give up all hope of the people, the poor, wandering sheep of the house of Israel. His heart was breaking because of their impenitence. In His mercy He purposed to give them one more evidence that He was the Restorer, the One who alone could bring life and immortality to light. This was to be an evidence that the priests could not misinterpret. This was the reason of His delay in going to Bethany. This crowning miracle, the raising of Lazarus, was to set the seal of God on His work and on His claim to divinity.” The Desire of Ages, 529.

„Door te talmen met naar Lazarus te komen, had Christus een bedoeling van barmhartigheid jegens hen die Hem niet hadden aangenomen. Hij vertoefde, opdat Hij door Lazarus uit de doden op te wekken Zijn halsstarrige, ongelovige volk nog een verder bewijs zou geven dat Hij inderdaad ‘de opstanding en het leven’ was. Met tegenzin gaf Hij alle hoop voor het volk op, de arme, dolende schapen van het huis van Israël. Zijn hart brak vanwege hun onboetvaardigheid. In Zijn barmhartigheid nam Hij Zich voor hun nog één bewijs te geven dat Hij de Hersteller was, de Enige die alleen leven en onsterfelijkheid aan het licht kon brengen. Dit moest een bewijs zijn dat de priesters niet verkeerd konden uitleggen. Dit was de reden van Zijn uitstel om naar Bethanië te gaan. Dit bekronende wonder, de opwekking van Lazarus, moest Gods zegel zetten op Zijn werk en op Zijn aanspraak op goddelijkheid.” The Desire of Ages, 529.

The sealing of God’s one hundred and forty-four thousand is illustrated in the history of 1843 and 1844, for we are informed that it was Lazarus who led Christ into Jerusalem at the triumphal entry. The history of the triumphal entry is the history Sister White uses to illustrate the Midnight Cry of 1843 and 1844. It was a misunderstanding of Christ having the power to resurrect the dead by God’s creative power. Mary and Elizabeth confessed that they knew Jesus had the power to resurrect Lazarus at the final trump, but could not see that He actually had the power to resurrect then and there. They were in denial of the very truth He came to demonstrate at His baptism and death, the beginning and ending of His personal three-and-a-half-year ministry. They could not see until the stone was removed from the tomb, just as His hand would later be removed from a mistake in some of the figures on the 1843 chart.

De verzegeling van Gods honderdvierenveertigduizend wordt geïllustreerd in de geschiedenis van 1843 en 1844, want ons wordt meegedeeld dat het Lazarus was die Christus bij de triomfantelijke intocht Jeruzalem binnenleidde. De geschiedenis van de triomfantelijke intocht is de geschiedenis die zuster White gebruikt om de Middernachtsroep van 1843 en 1844 te illustreren. Het betrof een misverstand aangaande Christus’ macht om door Gods scheppende kracht de doden op te wekken. Maria en Elizabeth beleden dat zij wisten dat Jezus de macht had om Lazarus op te wekken bij de laatste bazuin, maar zij konden niet inzien dat Hij daadwerkelijk de macht had om hem toen en daar op te wekken. Zij verkeerden in ontkenning van juist die waarheid die Hij bij Zijn doop en dood kwam demonstreren, het begin en het einde van Zijn persoonlijke bediening van drieënhalf jaar. Zij konden niet zien totdat de steen van het graf was weggenomen, evenals later Zijn hand zou worden verwijderd van een vergissing in sommige van de berekeningen op de kaart van 1843.

Moses, after he sent Zipporah away from the upcoming struggle with Pharaoh, was met by his older brother Aaron and the two messengers proceeded to Egypt representing the second angel’s message. Before any plagues were brought upon Egypt Moses warned Pharaoh that if he would not let Israel, God’s firstborn, go out and worship, then God would slay Egypt’s firstborn.

Mozes, nadat hij Zippora had weggezonden van de naderende strijd met de farao, werd tegemoetgetreden door zijn oudere broer Aäron, en de twee boodschappers trokken verder naar Egypte als vertegenwoordigers van de boodschap van de tweede engel. Voordat enige plagen over Egypte werden gebracht, waarschuwde Mozes de farao dat, indien hij Israël, Gods eerstgeborene, niet zou laten uittrekken om Hem te aanbidden, God de eerstgeborene van Egypte zou doden.

And the Lord said unto Moses, When thou goest to return into Egypt, see that thou do all those wonders before Pharaoh, which I have put in thine hand: but I will harden his heart, that he shall not let the people go. And thou shalt say unto Pharaoh, Thus saith the Lord, Israel is my son, even my firstborn: And I say unto thee, Let my son go, that he may serve me: and if thou refuse to let him go, behold, I will slay thy son, even thy firstborn. Exodus 4:21–23.

En de HEERE zeide tot Mozes: Wanneer gij terugkeert naar Egypte, zie toe dat gij al die wonderen voor het aangezicht van Farao doet, die Ik in uw hand gelegd heb; maar Ik zal zijn hart verharden, zodat hij het volk niet zal laten gaan. En gij zult tot Farao zeggen: Zo zegt de HEERE: Israël is Mijn zoon, ja, Mijn eerstgeborene. Daarom zeg Ik u: Laat Mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; en indien gij weigert hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon doden, ja, uw eerstgeborene. Exodus 4:21–23.

The Midnight Cry was a prediction that in the future would be fulfilled.

De Middernachtsroep was een voorspelling die in de toekomst vervuld zou worden.

“In the deliverance of Israel from Egypt, the dedication of the first-born was again commanded. While the children of Israel were in bondage to the Egyptians, the Lord directed Moses to go to Pharaoh, king of Egypt, and say, ‘Thus saith the Lord, Israel is My son, even My first-born: and I say unto thee, Let My son go, that he may serve Me: and if thou refuse to let him go, behold, I will slay thy son, even thy first-born.’ Exodus 4:22, 23.

„Bij de verlossing van Israël uit Egypte werd de heiliging van de eerstgeborenen opnieuw geboden. Terwijl de kinderen van Israël in dienstbaarheid aan de Egyptenaren verkeerden, droeg de Heere Mozes op naar Farao, de koning van Egypte, te gaan en te zeggen: ‘Zo zegt de Heere: Israël is Mijn zoon, Mijn eerstgeborene. Daarom zeg Ik u: Laat Mijn zoon gaan, opdat hij Mij diene; maar indien gij weigert hem te laten gaan, zie, Ik zal uw zoon, uw eerstgeborene, doden.’ Exodus 4:22, 23.ײ

“Moses delivered his message; but the proud king’s answer was, ‘Who is the Lord, that I should obey His voice to let Israel go? I know not the Lord, neither will I let Israel go.’ Exodus 5:2. The Lord worked for His people by signs and wonders, sending terrible judgments upon Pharaoh. At length the destroying angel was bidden to slay the first-born of man and beast among the Egyptians. That the Israelites might be spared, they were directed to place upon their doorposts the blood of a slain lamb. Every house was to be marked, that when the angel came on his mission of death, he might pass over the homes of the Israelites.” The Desire of Ages, 51.

‘Mozes bracht zijn boodschap over; maar het antwoord van de trotse koning was: “Wie is de HEERE, dat ik Zijn stem zou gehoorzamen om Israël te laten gaan? Ik ken de HEERE niet, en ook zal ik Israël niet laten gaan.” Exodus 5:2. De HEERE werkte voor Zijn volk door tekenen en wonderen en zond verschrikkelijke oordelen over Farao. Ten slotte werd de verderfengel bevolen de eerstgeborenen van mens en dier onder de Egyptenaren te doden. Opdat de Israëlieten gespaard zouden blijven, kregen zij de opdracht het bloed van een geslacht lam op hun deurposten aan te brengen. Elk huis moest gemerkt worden, zodat, wanneer de engel kwam op zijn zending des doods, hij aan de woningen van de Israëlieten zou voorbijgaan.’ The Desire of Ages, 51.

The Midnight Cry message unto Pharaoh was identifying the death of the firstborn in response to Pharaoh’s rebellion. Once the message was put into the record the plagues, representing the power of the Midnight Cry in the summer of 1844 was brought upon Egypt. The message of the Midnight Cry swept across the land like a tidal wave in the summer of 1844. The plagues swept across Egypt and when the promised death of the firstborn arrived a cry was heard at midnight throughout Egypt.

De boodschap van de Middernachtsroep tot Farao wees op de dood van de eerstgeborenen als antwoord op Farao’s opstandigheid. Zodra de boodschap in het verslag was vastgelegd, werden de plagen, die de kracht van de Middernachtsroep in de zomer van 1844 vertegenwoordigen, over Egypte gebracht. De boodschap van de Middernachtsroep spoelde in de zomer van 1844 als een vloedgolf over het land. De plagen trokken over Egypte, en toen de beloofde dood van de eerstgeborenen kwam, werd te middernacht in heel Egypte een geroep gehoord.

And Moses said, Thus saith the Lord, About midnight will I go out into the midst of Egypt: And all the firstborn in the land of Egypt shall die, from the firstborn of Pharaoh that sitteth upon his throne, even unto the firstborn of the maidservant that is behind the mill; and all the firstborn of beasts. And there shall be a great cry throughout all the land of Egypt, such as there was none like it, nor shall be like it any more. Exodus 11:4–6.

En Mozes zei: Zo zegt de HEERE: Omstreeks middernacht zal Ik uittrekken door het midden van Egypte; en alle eerstgeborenen in het land Egypte zullen sterven, van de eerstgeborene van Farao die op zijn troon zit af tot de eerstgeborene van de slavin die achter de molen is; ook alle eerstgeborenen van het vee. En er zal een groot gejammer zijn in heel het land Egypte, zoals er nooit eerder is geweest en zoals er ook nooit meer zal zijn. Exodus 11:4–6.

The triumphal entry of Christ into Jerusalem led to the cross of Calvary, and the disciples of Christ and his other followers experienced a Great Disappointment.

De triomfantelijke intocht van Christus in Jeruzalem leidde tot het kruis van Golgotha, en de discipelen van Christus en zijn andere volgelingen maakten een Grote Teleurstelling door.

Our disappointment was not so great as that of the disciples. When the Son of man rode triumphantly into Jerusalem, they expected Him to be crowned king. The people flocked from all the region about, and cried: ‘Hosanna to the Son of David.’ And when the priests and elders besought Jesus to still the multitude, He declared that if they should hold their peace even the stones would cry out, for prophecy must be fulfilled. Yet in a few days these very disciples saw their beloved Master, whom they believed would reign on David’s throne, stretched upon the cruel cross above the mocking, taunting Pharisees. Their high hopes were disappointed, and the darkness of death closed about them.” Testimonies, volume 1, 57, 58.

„Onze teleurstelling was niet zo groot als die van de discipelen. Toen de Zoon des mensen in triomf Jeruzalem binnenreed, verwachtten zij dat Hij tot koning gekroond zou worden. Het volk stroomde uit de gehele omstreek toe en riep: ‘Hosanna voor de Zoon van David.’ En toen de priesters en oudsten Jezus verzochten de menigte tot zwijgen te brengen, verklaarde Hij dat, indien zij zouden zwijgen, zelfs de stenen zouden uitroepen, want de profetie moest vervuld worden. Toch zagen juist deze discipelen enkele dagen later hun geliefde Meester, van wie zij geloofden dat Hij op Davids troon zou regeren, uitgestrekt aan het wrede kruis boven de spottende, honende Farizeeën. Hun hoge verwachtingen werden verijdeld, en de duisternis van de dood sloot zich om hen heen.” Testimonies, deel 1, 57, 58.

The great disappointment of the disciples and Millerites is also represented by the Hebrews being stuck between Pharaoh’s army and the Red Sea.

De grote teleurstelling van de discipelen en de Millerieten wordt eveneens uitgebeeld door de Hebreeën die klemzitten tussen het leger van Farao en de Rode Zee.

“Upon us is shining the accumulated light of past ages. The record of Israel’s forgetfulness has been preserved for our enlightenment. In this age God has set His hand to gather unto Himself a people from every nation, kindred, and tongue. In the advent movement He has wrought for His heritage, even as He wrought for the Israelites in leading them from Egypt. In the great disappointment of 1844 the faith of His people was tested as was that of the Hebrews at the Red Sea.” Testimonies, volume 8, 115, 116.

“Op ons schijnt het samengebundelde licht van voorbije eeuwen. Het verslag van Israëls vergeetachtigheid is bewaard gebleven tot onze verlichting. In deze tijd heeft God Zijn hand uitgestrekt om Zich een volk te vergaderen uit elke natie, stam en taal. In de adventbeweging heeft Hij gewerkt voor Zijn erfdeel, evenals Hij werkte voor de Israëlieten door hen uit Egypte te leiden. In de grote teleurstelling van 1844 werd het geloof van Zijn volk op de proef gesteld, zoals dat van de Hebreeën aan de Rode Zee.” Testimonies, deel 8, 115, 116.

It is important to see that when Christ entered Jerusalem the inspiration of the hour produced an outburst of praise, which the Pharisee’s sought to silence. The heart of the chorus of praise was the reference to Jesus being the son of David, the very symbol Christ used to mark the end of his verbal interactions with the quibbling Jews. Most irritating to the Jews was the recognition that when calling Jesus, the Son of David they were by inference referencing King David’s triumphal entry into Jerusalem.

Het is belangrijk te zien dat, toen Christus Jeruzalem binnenging, de inspiratie van dat uur een uitbarsting van lof teweegbracht, die de Farizeeën trachtten tot zwijgen te brengen. De kern van het lofgezang was de verwijzing naar Jezus als de Zoon van David, juist het symbool dat Christus gebruikte om het einde van zijn mondelinge interacties met de kibbelende Joden te markeren. Het meest ergerlijke voor de Joden was de erkenning dat zij, door Jezus de Zoon van David te noemen, bij implicatie verwezen naar de triomfantelijke intocht van koning David in Jeruzalem.

In the history of David’s work of bringing the ark to Jerusalem, the empowerment of the message was represented by David’s empowerment.

In de geschiedenis van Davids werk om de ark naar Jeruzalem te brengen, werd de bekrachtiging van de boodschap vertegenwoordigd door Davids bekrachtiging.

And David went on, and grew great, and the Lord God of hosts was with him. 2 Samuel 5:10.

En David ging voort en werd groot, en de Heere, de God der heerscharen, was met hem. 2 Samuël 5:10.

Thereafter David determined to bring the ark unto Jerusalem. In bringing the ark to the city of David, there was to be a disappointment, as in every reform line. Uzzah, whose name means strength, knowing full well that he was not authorized to touch the ark, did so anyway. The very issue that took the ark into captivity in the first place, was disobedience unto the Lord’s revealed will, and presumption concerning the power associated with the ark of God. Yet Uzzah, a strong man of David disobeyed, just as Moses disobeyed the command of circumcision. Uzzah was struck dead, and the ark tarried outside of Jerusalem until David understood that those watching over where the ark had remained after Uzzah’s death were being blessed. David then set forth again to bring the ark into Jerusalem. As David danced into Jerusalem his wife saw his nakedness and was greatly disappointed.

Daarna besloot David de ark naar Jeruzalem te brengen. Bij het overbrengen van de ark naar de stad van David zou er een teleurstelling zijn, zoals in elke hervormingslijn. Uzza, wiens naam kracht betekent, deed dit toch, hoewel hij heel goed wist dat hij niet gemachtigd was de ark aan te raken. Juist de kwestie waardoor de ark in de eerste plaats in gevangenschap was geraakt, was ongehoorzaamheid aan de door de Heer geopenbaarde wil, en vermetelheid met betrekking tot de macht die met de ark van God verbonden was. Toch was Uzza, een sterke man van David, ongehoorzaam, evenals Mozes ongehoorzaam was aan het gebod van de besnijdenis. Uzza werd ter plekke gedood, en de ark bleef buiten Jeruzalem totdat David begreep dat degenen die toezicht hielden op de plaats waar de ark na Uzza’s dood was gebleven, werden gezegend. Daarna trok David opnieuw uit om de ark naar Jeruzalem te brengen. Toen David dansend Jeruzalem binnenging, zag zijn vrouw zijn naaktheid en was zij zeer teleurgesteld.

Three lines of reformatory movements that all address 1843 and 1844, the period of time that righteous men and prophets desired to see and hear. The characteristics of the arrival of the second angel, thus marking a tarrying time and disappointment are all easy to see. The deeper truths identify that the disappointment was not simply a misunderstanding on the part of Moses, or Uzzah or Martha and Mary, but a disappointment that was connected with rejecting a foundational principle connected to the very history where the disappointment was accomplished. For Moses it was the sign of circumcision, for Uzzah it was presumption about God’s commands concerning the ark, for Martha and Mary it was a lack of faith in Christ’s creative power to resurrect.

Drie lijnen van reformatorische bewegingen die alle betrekking hebben op 1843 en 1844, de tijdsperiode die rechtvaardige mannen en profeten begeerden te zien en te horen. De kenmerken van de komst van de tweede engel, en daarmee de aanduiding van een vertoeftijd en teleurstelling, zijn alle gemakkelijk te onderscheiden. De diepere waarheden tonen aan dat de teleurstelling niet eenvoudig een misverstand was van de zijde van Mozes, of Uzza, of Martha en Maria, maar een teleurstelling die verbonden was met het verwerpen van een fundamenteel beginsel dat samenhing met juist de geschiedenis waarin de teleurstelling werd voltrokken. Voor Mozes was het het teken van de besnijdenis, voor Uzza was het vermetelheid ten aanzien van Gods geboden betreffende de ark, voor Martha en Maria was het een gebrek aan geloof in Christus’ scheppende macht om op te wekken.

With Moses the very central theme of his ministry was establishing a covenant relationship with a chosen people, and Moses forgot the sign of that covenant. With Uzzah it was the very principle of the sacredness of God’s law, which was embodied in the ark. With Martha and Mary, it was the very center of Christ’s ministry, beginning with His baptism, and ending with His death, burial and resurrection as typified in the beginning of His ministry. The first disappointment of 1843 was brought about through a mistake in some of the figures upon the chart that was a fulfillment of the prophecy of Habakkuk. The mistake involved the premier principle of the movement of Miller’s—the day for a year principle.

Bij Mozes was het volstrekt centrale thema van zijn bediening het tot stand brengen van een verbondsrelatie met een uitverkoren volk, en Mozes vergat het teken van dat verbond. Bij Uzza betrof het juist het beginsel zelf van de heiligheid van Gods wet, dat in de ark belichaamd was. Bij Martha en Maria ging het om het eigenlijke middelpunt van Christus’ bediening, beginnend met Zijn doop en eindigend met Zijn dood, begrafenis en opstanding, zoals getypeerd in het begin van Zijn bediening. De eerste teleurstelling van 1843 werd veroorzaakt door een vergissing in enkele van de cijfers op de kaart, die een vervulling was van de profetie van Habakuk. De vergissing betrof het voornaamste beginsel van de beweging van Miller — het dag-voor-een-jaarbeginsel.

The “seven thunders” represent the Advent movement of 1840 to 1844, but within that movement is the history of 1843 to 1844 which begins and ends with a disappointment, thus placing the signature of Alpha and Omega on that history. And that history is the very history Jesus and Ellen White point to as the sacred history that the righteous have always longed to see.

De „zeven donderslagen” vertegenwoordigen de Adventbeweging van 1840 tot 1844, maar binnen die beweging bevindt zich de geschiedenis van 1843 tot 1844, die begint en eindigt met een teleurstelling, en aldus het kenmerk van Alfa en Omega op die geschiedenis plaatst. En die geschiedenis is juist de geschiedenis waarop Jezus en Ellen White wijzen als de heilige geschiedenis die de rechtvaardigen altijd hebben verlangd te zien.

Those four lines; Moses, David, Christ and the Millerites teach that when the parable of the ten virgins is repeated at the end of the world there will be an empowerment, not of the second, but of the third angel’s message that is followed by a disappointment, that starts a tarrying time.

Die vier lijnen — Mozes, David, Christus en de Millerieten — leren dat, wanneer de gelijkenis van de tien maagden aan het einde van de wereld wordt herhaald, er een bekrachtiging zal zijn, niet van de tweede, maar van de boodschap van de derde engel, die gevolgd wordt door een teleurstelling, waarmee een vertoeftijd aanvangt.

When the first angel descended on August 11, 1840 it confirmed the premier prophetic rule of the Millerites, and their first disappointment would be specifically connected to that rule. When that disappointment and tarrying time ended at the Midnight Cry, that message would also relate to the day for a year principle, as would the identification that Christ would come on October 22, 1844. All four waymarks of 1840 to 1844 were associated with the day for a year principle.

Toen de eerste engel op 11 augustus 1840 neerdaalde, bevestigde hij de voornaamste profetische regel van de Millerieten, en hun eerste teleurstelling zou specifiek met die regel verbonden zijn. Toen die teleurstelling en de tijd van vertoeven eindigden bij de Middernachtsroep, zou ook die boodschap verband houden met het dag-voor-een-jaarbeginsel, evenals de vaststelling dat Christus op 22 oktober 1844 zou komen. Alle vier de wegmerken van 1840 tot 1844 waren verbonden met het dag-voor-een-jaarbeginsel.

The Jews were made the depositaries of the law of God, and the issue that is represented in Moses line is the law of God and the statutes. In David’s history it was again the law of God. In Christ’s history it was the law of God, for without the shedding of blood there is no remission of the sin that has been revealed to the sinner by the law of God. But Adventism was made the depositaries of not only the law of God but the prophetic Word.

Aan de Joden werd het beheer van de wet van God toevertrouwd, en het vraagstuk dat in de lijn van Mozes wordt voorgesteld, is de wet van God en de inzettingen. In de geschiedenis van David was het opnieuw de wet van God. In de geschiedenis van Christus was het de wet van God, want zonder bloedstorting is er geen vergeving van de zonde die door de wet van God aan de zondaar is geopenbaard. Maar aan het adventisme werd het beheer toevertrouwd niet alleen van de wet van God, maar ook van het profetische Woord.

Therefore, the theme in the line of Millerite history is the prophetic rules of God. At the end of Adventism, it will once again be about the rules of prophetic interpretation, but since 1844 prophetic time is no longer to be applied. The rules at the end are premised on Alpha and Omega illustrating the end from the beginning.

Daarom is het thema in de lijn van de Milleritische geschiedenis de profetische regels van God. Aan het einde van het adventisme zal het opnieuw gaan over de regels van profetische uitleg, maar sinds 1844 mag profetische tijd niet langer worden toegepast. De regels aan het einde zijn gegrond op Alfa en Omega, die het einde vanuit het begin illustreren.

When the Ottoman supremacy ceased in fulfillment of the second woe, representing the prophetic activity of Islam, the three hundred ninety-one year and fifteen-day prophecy of Revelation 9:15 was fulfilled and the “day for a year principle,” which is the very heart of Miller’s work was confirmed.

Toen de Ottomaanse suprematie ophield, als vervulling van de tweede wee, die de profetische activiteit van de islam vertegenwoordigt, werd de profetie van Openbaring 9:15 van driehonderdeenennegentig jaar en vijftien dagen vervuld, en werd het „dag-voor-een-jaar-beginsel”, dat het eigenlijke hart van Millers werk vormt, bevestigd.

When Islam struck on September 11, 2001 the arrival of the third woe in fulfillment of Revelation 8:13 was fulfilled, and the principle that was the very heart of the work of Future for America was confirmed; that principle being simply stated as the repetition of history. A prophecy of a woe trumpet representing Islam was confirmed when both the angel of Revelation ten in 1840 and the angel of Revelation eighteen in 2001 was fulfilled. History had repeated. What would be expected next is a disappointment.

Toen de islam toesloeg op 11 september 2001, werd de komst van het derde wee, in vervulling van Openbaring 8:13, vervuld, en werd het beginsel bevestigd dat het hart vormde van het werk van Future for America; dat beginsel kan eenvoudig worden verwoord als de herhaling van de geschiedenis. Een profetie van een wee-bazuin die de islam vertegenwoordigt, werd bevestigd toen zowel de engel van Openbaring tien in 1840 als de engel van Openbaring achttien in 2001 in vervulling ging. De geschiedenis had zich herhaald. Wat vervolgens te verwachten zou zijn, is een teleurstelling.

The disappointment would usher in a tarrying time. The disappointment would dishearten and scatter those involved with the work. The disappointment would be accomplished by a disregard of a primary law of prophecy, in fact the primary rule of prophecy established in the beginning of Adventism. The empowerment of September 11, 2001 was associated with Islam and the disappointment of July 18, 2020 was about Islam. We are informed that what allowed Samuel Snow and others thereafter to recognize the date of October 22, 1844 was that the Lord removed his hand from a mistake in some of the figures on the 1843 chart. Then Snow and the Millerites saw that the same evidence that had led them to predict the year 1843 for the fulfillment of the twenty-three-hundred-year prophecy was then recognized to be the very same evidence that allowed them to identify October 22, 1844.

De teleurstelling zou een tijd van vertoeven inluiden. De teleurstelling zou hen die bij het werk betrokken waren ontmoedigen en verstrooien. De teleurstelling zou tot stand komen door veronachtzaming van een fundamentele wet van de profetie, ja, van de primaire regel van de profetie die in het begin van het adventisme werd vastgesteld. De bekrachtiging van 11 september 2001 hield verband met de islam, en de teleurstelling van 18 juli 2020 had betrekking op de islam. Ons wordt meegedeeld dat hetgeen Samuel Snow en vervolgens anderen in staat stelde de datum van 22 oktober 1844 te onderkennen, was dat de Heer Zijn hand had teruggetrokken van een vergissing in sommige van de berekeningen op de kaart van 1843. Toen zagen Snow en de Millerieten in dat hetzelfde bewijsmateriaal dat hen ertoe had gebracht het jaar 1843 te voorspellen voor de vervulling van de profetie van de tweeduizend driehonderd jaren, toen werd erkend als precies hetzelfde bewijsmateriaal dat hun in staat stelde 22 oktober 1844 vast te stellen.

“Jesus and all the heavenly host looked with sympathy and love upon those who had with sweet expectation longed to see Him whom their souls loved. Angels were hovering around them, to sustain them in the hour of their trial. Those who had neglected to receive the heavenly message were left in darkness, and God’s anger was kindled against them, because they would not receive the light which He had sent them from heaven. Those faithful, disappointed ones, who could not understand why their Lord did not come, were not left in darkness. Again they were led to their Bibles to search the prophetic periods. The hand of the Lord was removed from the figures, and the mistake was explained. They saw that the prophetic periods reached to 1844, and that the same evidence which they had presented to show that the prophetic periods closed in 1843, proved that they would terminate in 1844. Light from the Word of God shone upon their position, and they discovered a tarrying time—‘Though it [the vision] tarry, wait for it.’ In their love for Christ’s immediate coming, they had overlooked the tarrying of the vision, which was calculated to manifest the true waiting ones. Again they had a point of time. Yet I saw that many of them could not rise above their severe disappointment to possess that degree of zeal and energy which had marked their faith in 1843.” Early Writings, 236, 237.

‘Jezus en heel de hemelse heerschare zagen met medelijden en liefde neer op hen die met zoete verwachting verlangd hadden Hem te zien, Dien hun zielen liefhadden. Engelen zweefden om hen heen om hen staande te houden in het uur van hun beproeving. Degenen die verzuimd hadden de hemelse boodschap aan te nemen, werden in duisternis gelaten, en Gods toorn ontbrandde tegen hen, omdat zij het licht dat Hij hun uit de hemel had gezonden niet wilden aannemen. Die getrouwe, teleurgestelde mensen, die niet konden begrijpen waarom hun Heer niet kwam, werden niet in duisternis gelaten. Opnieuw werden zij tot hun Bijbels geleid om de profetische perioden te onderzoeken. De hand des Heren werd van de cijfers weggenomen, en de vergissing werd verklaard. Zij zagen dat de profetische perioden tot 1844 reikten, en dat hetzelfde bewijs dat zij hadden aangevoerd om aan te tonen dat de profetische perioden in 1843 eindigden, bewees dat zij in 1844 zouden aflopen. Licht uit het Woord van God bescheen hun toestand, en zij ontdekten een tijd van vertoeven — “Indien hij vertoeft, verbeid hem.” In hun liefde voor de spoedige komst van Christus hadden zij het vertoeven van het gezicht over het hoofd gezien, dat bestemd was om de waarlijk wachtenden te openbaren. Opnieuw hadden zij een tijdstip. Toch zag ik dat velen van hen zich niet boven hun diepe teleurstelling konden verheffen om die mate van ijver en kracht te bezitten die hun geloof in 1843 had gekenmerkt.’ Early Writings, 236, 237.

We should expect that the evidence that led to a prediction of Islam attacking the United States on July 18, 2020, would confirm that at the soon-coming Sunday law, Islam is the judgment that is brought against the United States, with the element of time no longer associated with the event.

Wij dienen te verwachten dat het bewijsmateriaal dat heeft geleid tot de voorspelling dat de islam op 18 juli 2020 de Verenigde Staten zou aanvallen, zou bevestigen dat bij de spoedig komende zondagswet de islam het oordeel is dat over de Verenigde Staten wordt gebracht, waarbij het tijdselement niet langer met die gebeurtenis verbonden is.

Four primary waymarks in the history of 1840 until 1844. Every waymark is associated with the application of Miller’s primary rule—the day for a year principle.

Vier primaire wegmarkeringen in de geschiedenis van 1840 tot 1844. Elke wegmarkering houdt verband met de toepassing van Millers primaire regel — het dag-voor-een-jaarbeginsel.

Four primary waymarks in the history of 2001, until the Sunday law. September 11, 2001 was Islam. The failed prediction of July 18, 2020 was about Islam. Every waymark is associated with the application of Future for America’s primary rule—the repetition of history. The “seven thunders” represent future events that will be disclosed in their order. The first of the four waymarks were September 11, 2001 identifying an attack of the United States by Islam in fulfillment of the third woe. The last waymark, representing the Sunday law in our history must be about Islam for the Alpha and Omega always illustrates the end from the beginning, and the Alpha and Omega is He who sealed up the “seven thunders” for this very history. Islam will attack the United States at the Sunday law.

Vier voornaamste wegmarkeringen in de geschiedenis vanaf 2001, tot aan de zondagswet. 11 september 2001 was de islam. De mislukte voorspelling van 18 juli 2020 ging over de islam. Elke wegmarkering houdt verband met de toepassing van Future for America’s voornaamste regel—de herhaling van de geschiedenis. De “zeven donderslagen” stellen toekomstige gebeurtenissen voor die in hun volgorde geopenbaard zullen worden. De eerste van de vier wegmarkeringen was 11 september 2001, waarmee een aanval van de islam op de Verenigde Staten werd aangeduid, ter vervulling van het derde wee. De laatste wegmarkering, die in onze geschiedenis de zondagswet voorstelt, moet over de islam gaan, want de Alfa en de Omega toont altijd het einde vanuit het begin, en de Alfa en de Omega is Hij die de “zeven donderslagen” juist voor deze geschiedenis verzegeld heeft. De islam zal de Verenigde Staten aanvallen bij de zondagswet.

This is one of three primary elements of the unsealing of the seven thunders that is now being opened up. Once Moses announced the message typifying the Midnight Cry in his line of history the final movements were rapid. Ten supernatural devastating plagues until the prophecy of the firstborn was fulfilled creating the cry at Midnight in Egypt. Once Christ entered Jerusalem the rapid steps to the cross were under way. When the message was announced there was no turning back. From the Exeter camp meeting on August 12, 1844, less than two months later the prediction was fulfilled.

Dit is een van de drie hoofdelementen van de ontzegeling van de zeven donderslagen die thans wordt ontsloten. Zodra Mozes de boodschap had verkondigd die in zijn geschiedenislijn de Middernachtsroep typeerde, waren de laatste bewegingen snel. Tien bovennatuurlijke, verwoestende plagen, totdat de profetie aangaande de eerstgeborenen was vervuld, waardoor te middernacht in Egypte de roep ontstond. Zodra Christus Jeruzalem binnenging, waren de snelle stappen naar het kruis in gang gezet. Toen de boodschap was verkondigd, was er geen weg terug. Vanaf de campmeeting te Exeter op 12 augustus 1844 werd de voorspelling minder dan twee maanden later vervuld.

And the word of the Lord came unto me, saying, Son of man, what is that proverb that ye have in the land of Israel, saying, The days are prolonged, and every vision faileth? Tell them therefore, Thus saith the Lord God; I will make this proverb to cease, and they shall no more use it as a proverb in Israel; but say unto them, The days are at hand, and the effect of every vision. For there shall be no more any vain vision nor flattering divination within the house of Israel. For I am the Lord: I will speak, and the word that I shall speak shall come to pass; it shall be no more prolonged: for in your days, O rebellious house, will I say the word, and will perform it, saith the Lord God. Again the word of the Lord came to me, saying, Son of man, behold, they of the house of Israel say, The vision that he seeth is for many days to come, and he prophesieth of the times that are far off. Therefore say unto them, Thus saith the Lord God; There shall none of my words be prolonged any more, but the word which I have spoken shall be done, saith the Lord God. Ezekiel 12:21–28.

En het woord des HEEREN kwam tot mij, zeggende: Mensenkind, wat is dat voor spreekwoord dat gij in het land Israël hebt, zeggende: De dagen worden gerekt, en elk gezicht faalt? Zeg hun daarom: Zo zegt de Heere HEERE: Ik zal dit spreekwoord doen ophouden, zodat men het in Israël niet meer als spreekwoord zal gebruiken; maar zeg tot hen: De dagen zijn nabij, en de vervulling van elk gezicht. Want er zal in het huis van Israël geen ijdel gezicht noch vleiende waarzegging meer zijn. Want Ik ben de HEERE: Ik zal spreken, en het woord dat Ik spreken zal, zal geschieden; het zal niet langer worden uitgesteld; want in uw dagen, o wederspannig huis, zal Ik het woord spreken en het volbrengen, spreekt de Heere HEERE. Wederom kwam het woord des HEEREN tot mij, zeggende: Mensenkind, zie, die van het huis van Israël zeggen: Het gezicht dat hij ziet, is voor vele dagen in de toekomst, en hij profeteert van tijden die veraf zijn. Zeg daarom tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Geen van Mijn woorden zal nog langer worden uitgesteld, maar het woord dat Ik gesproken heb, zal geschieden, spreekt de Heere HEERE. Ezechiël 12:21–28.