And after three days and an half the Spirit of life from God entered into them, and they stood upon their feet; and great fear fell upon them which saw them. And they heard a great voice from heaven saying unto them, Come up hither. And they ascended up to heaven in a cloud; and their enemies beheld them. Revelation 11:11, 12.
En na drie dagen en een halve voer de Geest des levens uit God in hen, en zij gingen op hun voeten staan; en grote vrees viel op hen die hen aanschouwden. En zij hoorden een luide stem uit de hemel tot hen zeggen: Kom hierheen omhoog. En zij stegen op naar de hemel in een wolk; en hun vijanden aanschouwden hen. Openbaring 11:11, 12.
After being trampled down in the street, Elijah and Moses receive the Comforter and they then stand upon their feet. Ezekiel’s valley of bones first hear a noise and then experience a shaking, but they were still without breath.
Nadat zij op de straat vertreden zijn, ontvangen Elia en Mozes de Trooster, en daarna gaan zij op hun voeten staan. De beenderen in het dal van Ezechiël horen eerst een geluid en ervaren vervolgens een schudding, maar zij waren nog zonder adem.
So I prophesied as I was commanded: and as I prophesied, there was a noise, and behold a shaking, and the bones came together, bone to his bone. And when I beheld, lo, the sinews and the flesh came up upon them, and the skin covered them above: but there was no breath in them. Ezekiel 37:7, 8.
Dus profeteerde ik, zoals mij geboden was; en terwijl ik profeteerde, ontstond er een geluid, en zie, een beweging, en de beenderen voegden zich aaneen, elk been tot zijn been. En toen ik zag, zie, pezen en vlees kwamen op hen, en de huid overdekte hen van boven; maar er was geen adem in hen. Ezechiël 37:7, 8.
When the bodies have been reconstituted, they hear the message of the four winds.
Wanneer de lichamen zijn hersteld, horen zij de boodschap van de vier winden.
Then said he unto me, Prophesy unto the wind, prophesy, son of man, and say to the wind, Thus saith the Lord God; Come from the four winds, O breath, and breathe upon these slain, that they may live. So I prophesied as he commanded me, and the breath came into them, and they lived, and stood up upon their feet, an exceeding great army. Ezekiel 37:9, 10.
Toen zei Hij tot mij: Profeteer tot de wind, profeteer, mensenkind, en zeg tot de wind: Zo zegt de Heere HEERE: Kom uit de vier winden, o Geest, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden. Toen profeteerde ik zoals Hij mij geboden had, en de Geest kwam in hen, en zij werden levend en gingen op hun voeten staan, een uitermate groot leger. Ezechiël 37:9, 10.
All the prophets identify the end of the world, so the passage from Ezekiel produces a dilemma for those who wish to avoid the message of Revelation eleven’s two prophets. Of course, for those who wish to reject the message the easiest lie they can tell themselves is that Revelation eleven is just a history that represents the French Revolution, and it has no end of the world application. But if you accept the premise that even Revelation eleven identifies the end of the world, then you must reconcile the fact that the mighty army at the end of the world that presents the third angel’s message in a loud cry is identified as being dead and resurrected in advance of their standing up as God’s army.
Alle profeten duiden het einde van de wereld aan; daarom doet de passage uit Ezechiël een dilemma ontstaan voor hen die de boodschap van de twee profeten van Openbaring 11 willen ontwijken. Uiteraard is voor hen die deze boodschap willen verwerpen de gemakkelijkste leugen die zij zichzelf kunnen vertellen, dat Openbaring 11 slechts een geschiedenis is die de Franse Revolutie voorstelt, en geen toepassing op het einde van de wereld heeft. Maar als u het uitgangspunt aanvaardt dat ook Openbaring 11 het einde van de wereld aanduidt, dan moet u het feit verzoenen dat het machtige leger aan het einde van de wereld, dat de boodschap van de derde engel met een luide roep verkondigt, wordt aangeduid als gestorven en opgewekt, voorafgaand aan het moment waarop het opstaat als Gods leger.
Then he said unto me, Son of man, these bones are the whole house of Israel: behold, they say, Our bones are dried, and our hope is lost: we are cut off for our parts. Therefore prophesy and say unto them, Thus saith the Lord God; Behold, O my people, I will open your graves, and cause you to come up out of your graves, and bring you into the land of Israel. And ye shall know that I am the Lord, when I have opened your graves, O my people, and brought you up out of your graves, And shall put my spirit in you, and ye shall live, and I shall place you in your own land: then shall ye know that I the Lord have spoken it, and performed it, saith the Lord. Ezekiel 37:11–14.
Toen zei Hij tot mij: Mensenkind, deze beenderen zijn het gehele huis Israëls; zie, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord en onze hoop is verloren; wij zijn afgesneden, ieder voor zich. Profeteer daarom en zeg tot hen: Zo zegt de Heere Heere: Zie, o mijn volk, Ik zal uw graven openen en u uit uw graven doen opkomen, en Ik zal u brengen in het land Israël. En gij zult weten dat Ik de Heere ben, wanneer Ik uw graven geopend heb, o mijn volk, en u uit uw graven heb doen opkomen. En Ik zal mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land plaatsen; dan zult gij weten dat Ik, de Heere, het gesproken en gedaan heb, spreekt de Heere. Ezechiël 37:11–14.
Christ ascended into heaven with a cloud and He returns with clouds, and the clouds represent angels. Moses and Elijah ascend up into heaven in a cloud that represents the message of the third angel that flies in the midst of heaven at the Sunday law in the United States. Moses and Elijah ascend up into heaven at the Sunday law in connection with a message of Islam.
Christus voer ten hemel met een wolk en Hij keert terug met wolken, en de wolken vertegenwoordigen engelen. Mozes en Elia varen ten hemel op in een wolk die de boodschap van de derde engel vertegenwoordigt, die te midden des hemels vliegt ten tijde van de zondagswet in de Verenigde Staten. Mozes en Elia varen ten hemel op ten tijde van de zondagswet in samenhang met een boodschap van de islam.
Isaiah identifies many of the truths connected with this history and in the very same passage that Jesus referenced to identify His work. He employed the prophets Elijah and Elisha as examples of a prophetic message not being received by their own countrymen, and it immediately brought those of the church in Nazareth to anger and they sought to kill him.
Jesaja noemt vele van de waarheden die met deze geschiedenis verbonden zijn, en wel in dezelfde passage waarnaar Jezus verwees om Zijn werk te identificeren. Hij gebruikte de profeten Elia en Elisa als voorbeelden van een profetische boodschap die door hun eigen landgenoten niet werd aanvaard, en dit bracht degenen van de gemeente in Nazareth onmiddellijk tot toorn, en zij trachtten Hem te doden.
The spirit of the Lord God is upon me; because the Lord hath anointed me to preach good tidings unto the meek; he hath sent me to bind up the brokenhearted, to proclaim liberty to the captives, and the opening of the prison to them that are bound; To proclaim the acceptable year of the Lord, and the day of vengeance of our God; to comfort all that mourn; To appoint unto them that mourn in Zion, to give unto them beauty for ashes, the oil of joy for mourning, the garment of praise for the spirit of heaviness; that they might be called trees of righteousness, the planting of the Lord, that he might be glorified. And they shall build the old wastes, they shall raise up the former desolations, and they shall repair the waste cities, the desolations of many generations. And strangers shall stand and feed your flocks, and the sons of the alien shall be your plowmen and your vinedressers. But ye shall be named the Priests of the Lord: men shall call you the Ministers of our God: ye shall eat the riches of the Gentiles, and in their glory shall ye boast yourselves. For your shame ye shall have double; and for confusion they shall rejoice in their portion: therefore in their land they shall possess the double: everlasting joy shall be unto them. For I the Lord love judgment, I hate robbery for burnt offering; and I will direct their work in truth, and I will make an everlasting covenant with them. And their seed shall be known among the Gentiles, and their offspring among the people: all that see them shall acknowledge them, that they are the seed which the Lord hath blessed. I will greatly rejoice in the Lord, my soul shall be joyful in my God; for he hath clothed me with the garments of salvation, he hath covered me with the robe of righteousness, as a bridegroom decketh himself with ornaments, and as a bride adorneth herself with her jewels. For as the earth bringeth forth her bud, and as the garden causeth the things that are sown in it to spring forth; so the Lord God will cause righteousness and praise to spring forth before all the nations.
De Geest van de Heere HEERE is op mij, omdat de HEERE mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen; Hij heeft mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om voor de gevangenen vrijlating uit te roepen, en opening der gevangenis voor hen die gebonden zijn; om uit te roepen het welbehagen des HEEREN en de dag der wraak van onze God; om allen die treuren te troosten; om voor hen die treuren in Sion te beschikken dat hun gegeven worde sieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een benauwde geest; opdat zij genoemd worden eiken der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde. En zij zullen de oude puinhopen herbouwen, de verwoestingen van vroeger doen herrijzen, en de verwoeste steden herstellen, de verwoestingen van vele geslachten. En vreemden zullen gereedstaan en uw kudden weiden, en de zonen van het buitenland zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn. Maar gij zult genoemd worden: Priesters des HEEREN; men zal u noemen: Dienaren van onze God; gij zult het vermogen der heidenvolken eten, en u beroemen in hun heerlijkheid. In plaats van uw schande zult gij het dubbele ontvangen, en in plaats van smaad zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land het dubbele bezitten; eeuwige vreugde zal hun ten deel vallen. Want Ik, de HEERE, heb het recht lief, Ik haat roof bij het brandoffer; en Ik zal hun werk in waarheid leiden, en een eeuwig verbond met hen sluiten. En hun nageslacht zal onder de heidenvolken bekend zijn, en hun nakomelingen onder de volken; allen die hen zien, zullen hen erkennen, dat zij het geslacht zijn dat de HEERE gezegend heeft. Ik verblijd mij zeer in de HEERE, mijn ziel verheugt zich in mijn God; want Hij heeft mij bekleed met de klederen des heils, de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan, zoals een bruidegom zich met een priesterlijk hoofdsiersel tooit, en zoals een bruid zich met haar sieraden versiert. Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt, en zoals een hof doet uitspruiten wat daarin gezaaid is, zo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor het oog van alle volken.
For Zion’s sake will I not hold my peace, and for Jerusalem’s sake I will not rest, until the righteousness thereof go forth as brightness, and the salvation thereof as a lamp that burneth. And the Gentiles shall see thy righteousness, and all kings thy glory: and thou shalt be called by a new name, which the mouth of the Lord shall name. Thou shalt also be a crown of glory in the hand of the Lord, and a royal diadem in the hand of thy God. Thou shalt no more be termed Forsaken; neither shall thy land any more be termed Desolate: but thou shalt be called Hephzibah, and thy land Beulah: for the Lord delighteth in thee, and thy land shall be married. For as a young man marrieth a virgin, so shall thy sons marry thee: and as the bridegroom rejoiceth over the bride, so shall thy God rejoice over thee. I have set watchmen upon thy walls, O Jerusalem, which shall never hold their peace day nor night: ye that make mention of the Lord, keep not silence. And give him no rest, till he establish, and till he make Jerusalem a praise in the earth. The Lord hath sworn by his right hand, and by the arm of his strength, Surely I will no more give thy corn to be meat for thine enemies; and the sons of the stranger shall not drink thy wine, for the which thou hast laboured: But they that have gathered it shall eat it and praise the Lord; and they that have brought it together shall drink it in the courts of my holiness. Go through, go through the gates; prepare ye the way of the people; cast up, cast up the highway; gather out the stones; lift up a standard for the people. Behold, the Lord hath proclaimed unto the end of the world, Say ye to the daughter of Zion, Behold, thy salvation cometh; behold, his reward is with him, and his work before him. And they shall call them, The holy people, The redeemed of the Lord: and thou shalt be called, Sought out, A city not forsaken. Isaiah 61:1–62:12.
Om Sions wil zal Ik niet zwijgen, en om Jeruzalems wil zal Ik niet rusten, totdat haar gerechtigheid voortkomt als glans, en haar heil als een brandende fakkel. En de heidenvolken zullen uw gerechtigheid zien, en alle koningen uw heerlijkheid; en gij zult met een nieuwe naam genoemd worden, die de mond des Heren bepalen zal. Gij zult ook een heerlijke kroon zijn in de hand des Heren, en een koninklijke tulband in de hand van uw God. Gij zult niet meer Verlaten genoemd worden, en uw land zal niet meer Woestenij genoemd worden; maar gij zult genoemd worden: Mijn lust is in haar, en uw land: Gehuwde; want de Heer heeft een welbehagen in u, en uw land zal ten huwelijk genomen worden. Want zoals een jongeman een maagd huwt, zo zullen uw zonen u huwen; en zoals de bruidegom zich over de bruid verblijdt, zo zal uw God Zich over u verblijden. Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters gesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nooit zullen zwijgen. Gij die de Heer indachtig maakt, gunt uzelf geen rust; en laat Hem niet met rust, totdat Hij Jeruzalem bevestigt en totdat Hij het stelt tot een lof op aarde. De Heer heeft gezworen bij Zijn rechterhand en bij Zijn sterke arm: Voorwaar, Ik zal uw koren niet meer geven tot spijze voor uw vijanden, en de zonen van de vreemde zullen uw wijn, waarvoor gij gearbeid hebt, niet drinken; maar zij die het ingezameld hebben, zullen het eten en de Heer prijzen, en zij die hem verzameld hebben, zullen hem drinken in de voorhoven van Mijn heiligdom. Trekt door, trekt door de poorten; bereidt de weg voor het volk; baant, baant de heerweg; ruimt de stenen weg; heft een banier omhoog voor de volken. Zie, de Heer heeft het doen horen tot aan het einde der aarde: zegt tot de dochter van Sion: Zie, uw heil komt; zie, Zijn loon is bij Hem, en Zijn arbeidsloon gaat voor Hem uit. En men zal hen noemen: Het heilige volk, de verlosten des Heren; en gij zult genoemd worden: Gezochte, stad die niet verlaten is. Jesaja 61:1–62:12.
The Lord enters into “an everlasting covenant” with the one hundred and forty-four thousand who have previously been “forsaken,” but then become “a city” that is “not forsaken.” They were “desolate,” and dead in the street. Isaiah identifies them as the “Priests of the Lord,” the Lord’s “ministers,” a “holy people” and the “watchmen” on the walls of Zion.
De Heer gaat een „eeuwig verbond” aan met de honderd vierenveertigduizend die tevoren „verlaten” waren, maar daarna „een stad” worden die „niet verlaten” is. Zij waren „verwoest” en dood op de straat. Jesaja duidt hen aan als de „priesters des HEEREN”, de „dienaren” des HEEREN, een „heilig volk” en de „wachters” op de muren van Sion.
In contrast with those who rejoiced over their dead bodies, God then rejoices over them “as the bridegroom rejoiceth over the bride.” The bride has then been made ready. Just as in the promise to Philadelphia the Lord gives them a “new name,” and He identifies their name as “Hephzibah” and “Beulah.” Hephzibah means my delight is in her, and Beulah means to marry. The Lord marries those represented by Elijah and Moses.
In tegenstelling tot hen die zich over hun dode lichamen verheugden, verheugt God Zich vervolgens over hen „zoals de bruidegom zich verheugt over de bruid.” De bruid is dan gereedgemaakt. Evenals in de belofte aan Filadelfia geeft de Heere hun een „nieuwe naam”, en Hij duidt hun naam aan als „Hephzibah” en „Beulah”. Hephzibah betekent: mijn welbehagen is in haar, en Beulah betekent: trouwen. De Heere huwt hen die door Elia en Mozes worden voorgesteld.
The work they are given is to prepare the way for Christ Second Coming by preaching the “good tidings” of Christ and His righteousness “unto the end of the world.” They have been anointed by the Comforter in the outpouring of the Spirit and will then be lifted “up as a standard,” as “a great voice from heaven” says “unto them, Come up hither.” They will then be as “a crown of glory” and “a royal diadem” in the hand of the Lord. Zechariah identifies the same crown as an ensign, while also placing the event during the time of the latter rain.
Het werk dat hun is opgedragen, is de weg te bereiden voor Christus’ tweede komst door de “blijde boodschap” van Christus en Zijn gerechtigheid te prediken “tot aan het einde der wereld”. Zij zijn door de Trooster gezalfd in de uitstorting van de Geest en zullen dan “omhooggeheven worden als een banier”, wanneer “een grote stem uit de hemel” “tot hen” zegt: “Kom hier omhoog.” Dan zullen zij zijn als “een kroon der heerlijkheid” en “een koninklijke tulband” in de hand des Heeren. Zacharia duidt diezelfde kroon aan als een banier, terwijl hij de gebeurtenis tevens plaatst in de tijd van de late regen.
And the Lord their God shall save them in that day as the flock of his people: for they shall be as the stones of a crown, lifted up as an ensign upon his land. For how great is his goodness, and how great is his beauty! corn shall make the young men cheerful, and new wine the maids. Ask ye of the Lord rain in the time of the latter rain; so the Lord shall make bright clouds, and give them showers of rain, to every one grass in the field. Zechariah 9:16–10:1.
En de HEERE, hun God, zal hen te dien dage verlossen als de kudde van Zijn volk; want zij zullen zijn als de stenen van een kroon, opgericht als een banier over Zijn land. Want hoe groot is Zijn goedheid, en hoe groot is Zijn schoonheid! Het koren zal de jongelingen vrolijk maken, en de nieuwe wijn de jonge vrouwen. Begeert van de HEERE regen ten tijde van de late regen; zo zal de HEERE blinkende wolken maken, en hun regenbuien geven, aan een iegelijk kruid op het veld. Zacharia 9:16–10:1.
They will be the “flock of His people,” but the Lord has a second flock who are then still in Babylon who he will also call. Their work will be to rebuild the “old” waste places and the “desolations” of many generations. They will be those who return and reestablish the old paths that have been rejected and covered up within Adventism and without Adventism. They will return to the Millerite foundational truths and present them in their purity to Laodicean Adventism and they will also present a message to those outside of Adventism concerning the “old” truths connected with God’s law, especially the Sabbath. In doing so they will use the histories of many generations to illustrate the new history. Their work will take place during the latter rain, when the judgments of God are in the land. When the Lord with His right hand, lifts them up as an ensign the entire world that had previously rejoiced over their dead bodies lying in the street will see the ensign, and hear the watchmen’s warning trumpet.
Zij zullen de „kudde van Zijn volk” zijn, maar de Heere heeft een tweede kudde, die dan nog in Babylon is, die Hij eveneens zal roepen. Hun werk zal zijn de „oude” puinhopen en de „verwoestingen” van vele geslachten te herbouwen. Zij zullen degenen zijn die terugkeren en de oude paden, die binnen en buiten het adventisme verworpen en toegedekt zijn, opnieuw herstellen. Zij zullen terugkeren tot de fundamentele waarheden van het millerisme en deze in hun zuiverheid aan het Laodiceïsche adventisme voorhouden; tevens zullen zij een boodschap brengen aan hen buiten het adventisme aangaande de „oude” waarheden die verbonden zijn met Gods wet, in het bijzonder de sabbat. Daarbij zullen zij de geschiedenissen van vele geslachten gebruiken om de nieuwe geschiedenis te illustreren. Hun werk zal plaatsvinden tijdens de late regen, wanneer Gods oordelen in het land zijn. Wanneer de Heere hen met Zijn rechterhand als een banier verheft, zal de gehele wereld, die zich tevoren verblijd had over hun dode lichamen die op de straat lagen, de banier zien en de waarschuwende bazuin van de wachters horen.
All ye inhabitants of the world, and dwellers on the earth, see ye, when he lifteth up an ensign on the mountains; and when he bloweth a trumpet, hear ye. Isaiah 18:3.
Gij, alle inwoners der wereld en bewoners der aarde, ziet toe, wanneer Hij een banier opheft op de bergen; en wanneer Hij op de bazuin blaast, hoort toe. Jesaja 18:3.
In chapter eleven of Revelation when those who had been rejoicing over their dead bodies see them stand up “great fear fell upon them which saw them.”
In het elfde hoofdstuk van Openbaring viel, toen zij die zich over hun dode lichamen hadden verheugd hen zagen opstaan, „grote vrees … op hen die hen aanschouwden.”
Then shall the Assyrian fall with the sword, not of a mighty man; and the sword, not of a mean man, shall devour him: but he shall flee from the sword, and his young men shall be discomfited. And he shall pass over to his strong hold for fear, and his princes shall be afraid of the ensign, saith the Lord, whose fire is in Zion, and his furnace in Jerusalem. Isaiah 31:8, 9.
Dan zal Assur vallen door het zwaard, niet van een machtige man; en het zwaard, niet van een gering man, zal hem verslinden; maar hij zal voor het zwaard vluchten, en zijn jongelingen zullen verslagen worden. En hij zal uit vrees naar zijn vesting overtrekken, en zijn vorsten zullen beven voor het banierteken, spreekt de HEERE, wiens vuur in Sion is en wiens oven in Jeruzalem. Jesaja 31:8, 9.
All the prophet’s testimonies come together in the book of Revelation. The Assyrian represents the king of the north in Daniel eleven verse forty to forty-five who comes to his end with none to help. When the one hundred and forty-four thousand, who are God’s watchmen, blow the trumpet the entire world will hear and be afraid. Those represented by the two prophets will be “anointed” by the Comforter “to preach good tidings” that are the “tidings out of the east and out of the north” that “trouble” the king of the north in Daniel chapter eleven verse forty-four and that marks the beginning of the persecution of the Sunday law crisis. At that time the Gentiles will respond to the message to come out of Babylon and come and join the priests of the Lord, who are also represented as “a root of Jesse,” thus identifying the biblical methodology that they will use to present the warning message unto the Gentiles.
Alle getuigenissen van de profeet komen samen in het boek Openbaring. De Assyriër vertegenwoordigt de koning van het noorden in Daniël elf, vers veertig tot vijfenveertig, die aan zijn einde komt zonder dat iemand hem helpt. Wanneer de honderd vierenveertigduizend, die Gods wachters zijn, op de bazuin blazen, zal de gehele wereld het horen en bevreesd zijn. Degenen die door de twee profeten worden voorgesteld, zullen door de Trooster worden “gezalfd” “om blijde boodschap te verkondigen”; dit zijn de “geruchten uit het oosten en uit het noorden” die de koning van het noorden in Daniël hoofdstuk elf, vers vierenveertig, “verontrusten”, en dat markeert het begin van de vervolging tijdens de crisis van de zondagswet. Te dien tijde zullen de heidenen gehoor geven aan de boodschap om uit Babylon uit te gaan en te komen om zich te voegen bij de priesters des HEEREN, die eveneens worden voorgesteld als “een wortel van Isaï”; daarmee wordt de bijbelse methodologie aangeduid die zij zullen gebruiken om de waarschuwingsboodschap tot de heidenen te brengen.
And in that day there shall be a root of Jesse, which shall stand for an ensign of the people; to it shall the Gentiles seek: and his rest shall be glorious. And it shall come to pass in that day, that the Lord shall set his hand again the second time to recover the remnant of his people, which shall be left, from Assyria, and from Egypt, and from Pathros, and from Cush, and from Elam, and from Shinar, and from Hamath, and from the islands of the sea. And he shall set up an ensign for the nations, and shall assemble the outcasts of Israel, and gather together the dispersed of Judah from the four corners of the earth. Isaiah 11:10–12.
En te dien dage zal er een wortel van Isaï zijn, die zal staan als een banier voor de volken; naar hem zullen de heidenen vragen; en zijn rust zal heerlijk zijn. En het zal geschieden te dien dage, dat de Heere voor de tweede maal Zijn hand zal uitstrekken om het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn, terug te winnen uit Assyrië, en uit Egypte, en uit Pathros, en uit Cus, en uit Elam, en uit Sinear, en uit Hamath, en van de eilanden der zee. En Hij zal een banier oprichten voor de natiën, en de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden van Juda bijeenbrengen van de vier einden der aarde. Jesaja 11:10–12.
The Lord gathered His people on September 11, 2001 with the message that identified Islam’s attack as the arrival of the third woe. The Lord gathers His people again a second time after they have been dead in the street. When He does so those gathered are identified as “the outcasts of Israel,” the “dispersed of Judah.” They were cast out into the streets on July 18, 2020, but they are gathered a second time to be the ensign that gathers God’s other flock that are still in Babylon. The gathering of those still in Babylon begins at the Sunday law in the United States, which is the second of two voices in Revelation eighteen.
De Heer vergaderde Zijn volk op 11 september 2001 met de boodschap die de aanval van de islam identificeerde als de komst van het derde wee. De Heer vergadert Zijn volk opnieuw, een tweede maal, nadat zij dood op de straat hebben gelegen. Wanneer Hij dat doet, worden degenen die vergaderd zijn aangeduid als „de verdrevenen van Israël”, „de verstrooiden van Juda”. Zij werden op 18 juli 2020 op straat geworpen, maar zij worden een tweede maal vergaderd om het banier te zijn die Gods andere kudde, die nog in Babylon is, vergadert. De vergadering van hen die nog in Babylon zijn, begint bij de zondagswet in de Verenigde Staten, die de tweede van twee stemmen in Openbaring achttien is.
The first gathering took place on September 11, 2001 when Islam struck the United States. As the ensign that is to be gathered a second time they are represented as the root of Jesse, which is a symbol which represents the work of Alpha and Omega illustrating the end of a thing with the beginning of a thing. The first gathering was marked by an Islamic strike upon the United States and illustrates and identifies an Islamic strike upon the United States as the second gathering. When the root of Jesse stands for an ensign to the Gentiles his “rest” shall be glorious, for the ensign will lead those still in Babylon back to the biblical old path of the seventh-day Sabbath, thus marking the raising of the ensign for the Gentiles at the Sunday law crisis.
De eerste verzameling vond plaats op 11 september 2001, toen de islam de Verenigde Staten trof. Als het vaandel dat ten tweeden male verzameld moet worden, worden zij voorgesteld als de wortel van Isaï, hetgeen een symbool is dat het werk van Alpha en Omega voorstelt en het einde van een zaak met het begin van een zaak illustreert. De eerste verzameling werd gekenmerkt door een islamitische aanval op de Verenigde Staten en beeldt zodoende een islamitische aanval op de Verenigde Staten uit en identificeert die als de tweede verzameling. Wanneer de wortel van Isaï tot een vaandel voor de heidenen staat, zal zijn „rust” heerlijk zijn, want het vaandel zal hen die nog in Babylon zijn terugleiden naar het oudtestamentische oude pad van de sabbat van de zevende dag, en markeert aldus de oprichting van het vaandel voor de heidenen ten tijde van de crisis van de zondagswet.
The “ensign” first experiences a purification process that has been illustrated in Malachi chapter three, the two temple cleansings of Christ and of course the parable of the ten virgins at the end of the Millerite movement. The purification process at the beginning is repeated to the very letter at the end, and is represented by Isaiah in connection with a singular table that has been noted in a book. The rebellion of Adventism is the counterfeit table produced in 1863 to reject and replace the two tables noted in the book of Habakkuk chapter two.
De „banier” ondergaat eerst een reinigingsproces dat is geïllustreerd in Maleachi hoofdstuk drie, de twee tempelreinigingen van Christus en natuurlijk de gelijkenis van de tien maagden aan het einde van de Milleritische beweging. Het reinigingsproces aan het begin wordt aan het einde tot op de letter herhaald en wordt door Jesaja voorgesteld in verband met een enkelvoudige tafel die in een boek is opgemerkt. De opstandigheid van het adventisme is de vervalste tafel die in 1863 werd voortgebracht om de twee tafelen die in het boek Habakuk hoofdstuk twee worden vermeld, te verwerpen en te vervangen.
Now go, write it before them in a table, and note it in a book, that it may be for the time to come for ever and ever: That this is a rebellious people, lying children, children that will not hear the law of the Lord: Which say to the seers, See not; and to the prophets, Prophesy not unto us right things, speak unto us smooth things, prophesy deceits: Get you out of the way, turn aside out of the path, cause the Holy One of Israel to cease from before us. Wherefore thus saith the Holy One of Israel, Because ye despise this word, and trust in oppression and perverseness, and stay thereon: Therefore this iniquity shall be to you as a breach ready to fall, swelling out in a high wall, whose breaking cometh suddenly at an instant. And he shall break it as the breaking of the potters’ vessel that is broken in pieces; he shall not spare: so that there shall not be found in the bursting of it a sherd to take fire from the hearth, or to take water withal out of the pit. For thus saith the Lord God, the Holy One of Israel; In returning and rest shall ye be saved; in quietness and in confidence shall be your strength: and ye would not. But ye said, No; for we will flee upon horses; therefore shall ye flee: and, We will ride upon the swift; therefore shall they that pursue you be swift. One thousand shall flee at the rebuke of one; at the rebuke of five shall ye flee: till ye be left as a beacon upon the top of a mountain, and as an ensign on an hill. And therefore will the Lord wait, that he may be gracious unto you, and therefore will he be exalted, that he may have mercy upon you: for the Lord is a God of judgment: blessed are all they that wait for him. For the people shall dwell in Zion at Jerusalem: thou shalt weep no more: he will be very gracious unto thee at the voice of thy cry; when he shall hear it, he will answer thee. Isaiah 30:8–19.
Ga nu, schrijf het voor hun aangezicht op een tafel en teken het op in een boek, opdat het zij voor de toekomende tijd, voor eeuwig en altoos: Want dit is een wederspannig volk, leugenachtige kinderen, kinderen die de wet des HEEREN niet willen horen; die tot de zieners zeggen: Ziet niet; en tot de profeten: Profeteert ons geen rechte dingen, spreekt tot ons gladde dingen, profeteert bedriegerijen; wijkt af van de weg, buigt af van het pad, doet de Heilige Israëls van voor ons ophouden. Daarom, zo zegt de Heilige Israëls: Omdat gij dit woord veracht en vertrouwt op verdrukking en verkeerdheid, en daarop steunt; daarom zal u deze ongerechtigheid zijn als een scheur die gereed is om te vallen, uitbollend in een hoge muur, welks breuk plotseling, in een ogenblik, komt. En Hij zal haar verbreken zoals men een pottenbakkersvat verbreekt, dat in stukken geslagen wordt; Hij zal niet sparen, zodat in het verbreizelen daarvan geen scherf gevonden zal worden om vuur van de haard te nemen of water uit de kuil te scheppen. Want aldus zegt de Heere HEERE, de Heilige Israëls: In terugkeer en rust zult gij behouden worden; in stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn; maar gij hebt niet gewild. Doch gij hebt gezegd: Neen, want op paarden zullen wij vluchten; daarom zult gij vluchten; en: Op de snellen zullen wij rijden; daarom zullen zij die u vervolgen, snel zijn. Duizend zullen vluchten voor het dreigen van één; voor het dreigen van vijf zult gij vluchten; totdat gij overgelaten wordt als een banier op de top van een berg en als een veldteken op een heuvel. En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij Zich verheffen, opdat Hij Zich over u ontferme; want de HEERE is een God des gerichts; welgelukzalig zijn allen die Hem verwachten. Want het volk zal in Sion wonen, te Jeruzalem; gij zult geenszins meer wenen; Hij zal u zeer genadig zijn op de stem van uw geroep; zodra Hij het hoort, zal Hij u antwoorden. Jesaja 30:8–19.
In 1863 Adventism began the process of rejecting the prophetic message of William Miller as represented upon the two sacred tables of Habakkuk. Jesus illustrates the end with the beginning. In this passage the rebels at the beginning of Adventism, also represent the rebels at the end of Adventism. In both cases the rebellion represents a rejection of the prophetic message and methodology of each history, when they proclaim to the “seers,” “See not; and to the prophets, Prophesy not unto us right things, speak unto us smooth things, prophesy deceits.”
In 1863 begon het adventisme met het proces van verwerping van de profetische boodschap van William Miller, zoals weergegeven op de twee heilige tafelen van Habakuk. Jezus illustreert het einde met het begin. In deze passage vertegenwoordigen de opstandelingen aan het begin van het adventisme ook de opstandelingen aan het einde van het adventisme. In beide gevallen vertegenwoordigt de opstand een verwerping van de profetische boodschap en methodologie van elke geschiedenis, wanneer zij tot de „zieners” uitroepen: „Ziet niet”; en tot de profeten: „Profeteert ons geen rechte dingen, spreekt tot ons gladde dingen, profeteert bedriegerijen.”
They also determine to leave the path when they proclaim “Get you out of the way, turn aside out of the path, cause the Holy One of Israel to cease from before us.” The path of the righteous is the “old paths” of Jeremiah chapter six verses sixteen and seventeen. The rebels determine not to walk in the foundational truths or to hearken to the sound of the trumpet that is blown by the watchmen that have been lifted up, representing the Millerite movement and the movement of Future for America.
Zij besluiten eveneens het pad te verlaten wanneer zij uitroepen: “Gaat uit de weg, wijkt af van het pad, doet de Heilige Israëls van voor ons ophouden.” Het pad der rechtvaardigen zijn de “oude paden” van Jeremia hoofdstuk zes, verzen zestien en zeventien. De opstandelingen besluiten niet te wandelen in de fundamentele waarheden, noch gehoor te geven aan het geluid van de bazuin die wordt geblazen door de wachters die zijn opgericht, als voorstelling van de Milleritische beweging en de beweging van Future for America.
Thus saith the Lord, Stand ye in the ways, and see, and ask for the old paths, where is the good way, and walk therein, and ye shall find rest for your souls. But they said, We will not walk therein. Also I set watchmen over you, saying, Hearken to the sound of the trumpet. But they said, We will not hearken. Therefore hear, ye nations, and know, O congregation, what is among them. Hear, O earth: behold, I will bring evil upon this people, even the fruit of their thoughts, because they have not hearkened unto my words, nor to my law, but rejected it. Jeremiah 6:16–19.
Zo zegt de HEERE: Staat op de wegen en ziet toe, en vraagt naar de oude paden, waar toch de goede weg is, en wandelt daarin; zo zult gij rust vinden voor uw zielen. Maar zij zeiden: Wij zullen daarin niet wandelen. Ook stelde Ik wachters over u aan, zeggende: Luistert naar het geluid van de bazuin. Maar zij zeiden: Wij zullen niet luisteren. Daarom, hoort, gij volken, en weet, o vergadering, wat onder hen is. Hoor, o aarde: zie, Ik zal onheil over dit volk brengen, namelijk de vrucht van hun gedachten, omdat zij naar Mijn woorden niet geluisterd hebben, noch naar Mijn wet, maar die verworpen hebben. Jeremia 6:16–19.
The rebels’ refusal to walk in the old paths is also represented as their desire to “cause the Holy One of Israel to cease from before them”, and represents the rejection of the message of the Midnight Cry which is premised upon the Alpha and Omega illustrating the end of Adventism with the beginning.
De opstandelingen worden, in hun weigering om op de oude paden te wandelen, ook voorgesteld als verlangend “de Heilige Israëls van voor hun aangezicht te doen ophouden”, en dit stelt de verwerping voor van de boodschap van de Middernachtsroep, die gegrond is op de Alfa en Omega, welke het einde van het adventisme met het begin illustreert.
“They had a bright light set up behind them at the beginning of the path, which an angel told me was the ‘midnight cry.’ This light shone all along the path, and gave light for their feet, so that they might not stumble.
„Aan het begin van het pad was achter hen een helder licht opgericht, waarvan een engel mij zei dat het de ‘middernachtsroep’ was. Dit licht scheen over het gehele pad en gaf licht voor hun voeten, opdat zij niet zouden struikelen.״
“If they kept their eyes fixed on Jesus, who was just before them, leading them to the city, they were safe. But soon some grew weary, and said the city was a great way off, and they expected to have entered it before. Then Jesus would encourage them by raising His glorious right arm, and from His arm came a light which waved over the advent band, and they shouted ‘Alleluia!’ Others rashly denied the light behind them, and said that it was not God that had led them out so far. The light behind them went out, leaving their feet in perfect darkness, and they stumbled and lost sight of the mark and of Jesus, and fell off the path down into the dark and wicked world below.” Christian Experience and Teachings of Ellen G. White, 57.
“Indien zij hun ogen gericht hielden op Jezus, die vlak vóór hen was en hen naar de stad leidde, waren zij veilig. Maar spoedig werden sommigen moe en zeiden dat de stad nog zeer ver weg was, en dat zij verwacht hadden er reeds eerder te zijn binnengegaan. Dan bemoedigde Jezus hen door Zijn heerlijke rechterarm op te heffen, en van Zijn arm ging een licht uit dat over de adventschare golfde, en zij riepen: ‘Alleluia!’ Anderen verloochenden roekeloos het licht achter hen en zeiden dat niet God hen zó ver had geleid. Het licht achter hen doofde uit, zodat hun voeten in volkomen duisternis verkeerden, en zij struikelden, verloren het doel en Jezus uit het oog, en vielen van het pad af naar beneden, in de donkere en goddeloze wereld daaronder.” Christian Experience and Teachings of Ellen G. White, 57.
The purification process represented by the Midnight Cry produces two classes of worshippers, and Isaiah chapter thirty represents the foolish virgins lack of oil as an inability to gather water or fire, which are both symbols of the Comforter when Isaiah writes, “whose breaking cometh suddenly at an instant. And he shall break it as the breaking of the potters’ vessel that is broken in pieces; he shall not spare: so that there shall not be found in the bursting of it a sherd to take fire from the hearth, or to take water withal out of the pit.” Their judgment comes “suddenly” as represented by the cry at midnight, when they then find that it is too late to obtain the oil. The fire and water in Isaiah’s testimony are simply another representation of the oil in the parable of the ten virgins. Oil, water and fire represent character, they represent the message and also the presence of the Comforter. None of these symbols can be obtained when the judgment of the ten virgins “cometh suddenly at an instant.” It is then too late.
Het reinigingsproces dat door de Middernachtsroep wordt voorgesteld, brengt twee klassen aanbidders voort, en Jesaja hoofdstuk dertig stelt het gebrek aan olie van de dwaze maagden voor als een onvermogen om water of vuur te verzamelen, die beide symbolen zijn van de Trooster, wanneer Jesaja schrijft: “whose breaking cometh suddenly at an instant. And he shall break it as the breaking of the potters’ vessel that is broken in pieces; he shall not spare: so that there shall not be found in the bursting of it a sherd to take fire from the hearth, or to take water withal out of the pit.” Hun oordeel komt “plotseling, in een ogenblik”, zoals voorgesteld door de roep te middernacht, wanneer zij dan ontdekken dat het te laat is om de olie te verkrijgen. Het vuur en het water in Jesaja’s getuigenis zijn eenvoudigweg een andere voorstelling van de olie in de gelijkenis van de tien maagden. Olie, water en vuur stellen karakter voor; zij stellen de boodschap voor en ook de tegenwoordigheid van de Trooster. Geen van deze symbolen kan worden verkregen wanneer het oordeel van de tien maagden “plotseling, in een ogenblik” komt. Dan is het te laat.
The only safety is in “returning,” which is the promise made to Jeremiah when he represented those that were disappointed at the first disappointment. If God’s people would return unto Him, He would return unto them, but the rebels refuse and the light that illuminated the path went out. The light at the beginning was the Midnight Cry and the path forward was illuminated by Christ’s glorious right arm all the way into eternity. Christ was in front of those on the path and the light behind must be the same light, for Christ illustrates the end of the path with the beginning of the path. The Midnight Cry was and is present truth.
De enige veiligheid ligt in het „terugkeren”, hetgeen de belofte is die aan Jeremia werd gedaan toen hij degenen vertegenwoordigde die teleurgesteld waren bij de eerste teleurstelling. Indien Gods volk tot Hem zou terugkeren, zou Hij tot hen terugkeren; maar de opstandigen weigeren, en het licht dat het pad verlichtte, doofde uit. Het licht aan het begin was de Middernachtsroep, en het pad voorwaarts werd verlicht door Christus’ heerlijke rechterarm, geheel tot in de eeuwigheid. Christus bevond Zich vóór hen op het pad, en het licht achter hen moet hetzelfde licht zijn, want Christus tekent het einde van het pad met het begin van het pad. De Middernachtsroep was en is tegenwoordige waarheid.
“I am often referred to the parable of the ten virgins, five of whom were wise, and five foolish. This parable has been and will be fulfilled to the very letter, for it has a special application to this time, and, like the third angel’s message, has been fulfilled and will continue to be present truth till the close of time.” Review and Herald, August 19, 1890.
„Ik word dikwijls verwezen naar de gelijkenis van de tien maagden, van wie er vijf wijs waren en vijf dwaas. Deze gelijkenis is en zal tot op de letter worden vervuld, want zij heeft een bijzondere toepassing op deze tijd en is, evenals de boodschap van de derde engel, vervuld geworden en zal tot aan het einde der tijden tegenwoordige waarheid blijven.” Review and Herald, 19 augustus 1890.
A desire to cause the Holy One to cease from before them is a rejection of not only Christ, but Christ as the Alpha and Omega. It is the rejection of the Midnight Cry message. The Midnight Cry message in the beginning of Adventism was a correction of the failed prediction.
Het verlangen de Heilige van vóór hen te doen ophouden, is een verwerping niet alleen van Christus, maar van Christus als de Alfa en de Omega. Het is de verwerping van de boodschap van de Middernachtsroep. De boodschap van de Middernachtsroep was in het begin van het adventisme een correctie op de mislukte voorspelling.
The rebels who rejected the “old paths” and created a counterfeit “table” separate from the righteous as represented in the Millerite movement’s fulfillment of the Midnight Cry. Then “One thousand” fled “at the rebuke of one” and the movement suddenly went from fifty thousand down to fifty. They fled because of the “rebuke” which came from the “five” wise virgins who told them they had no oil to share, and that they must go and buy their own oil. The separation of the foolish from the wise left the wise virgins “as a beacon upon the top of a mountain, and as an ensign on an hill.” The rebellion of the foolish virgins on October 22, 1844 illustrated the rebellion of 1863, for October 22, 1844 was the beginning of the nineteen years that represents the end of the “seven times” of Leviticus twenty-six. We have more to say on this subject, but the rebellion in 1844 typified the rebellion of 1863 and marks the point when the counterfeit table was created.
De opstandelingen verwierpen de „oude paden” en richtten een vervalste „tafel” op, afgescheiden van de rechtvaardigen zoals voorgesteld in de vervulling van de Middernachtsroep door de Milleritische beweging. Toen vluchtten „duizend” „voor de bedreiging van één”, en de beweging kromp plotseling van vijftigduizend tot vijftig. Zij vluchtten vanwege de „bedreiging” die uitging van de „vijf” wijze maagden, die hun zeiden dat zij geen olie hadden om te delen, en dat zij heen moesten gaan om hun eigen olie te kopen. De scheiding van de dwazen van de wijzen liet de wijze maagden achter „als een baken op de top van een berg, en als een banier op een heuvel.” De opstand van de dwaze maagden op 22 oktober 1844 beeldde de opstand van 1863 uit, want 22 oktober 1844 was het begin van de negentien jaren die het einde van de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig voorstellen. Over dit onderwerp hebben wij nog meer te zeggen, maar de opstand in 1844 was een type van de opstand van 1863 en markeert het punt waarop de vervalste tafel werd opgericht.
The fear that is experienced by the foolish virgins, is the fear represented when the wise virgins are brought back to life and stand upon their feet. It is then too late to return from the disappointment of July 18, 2020, and the next thing to happen is the ascension up into heaven that takes place at the Sunday law. It is then that a great earthquake takes place.
De vrees die door de dwaze maagden wordt ervaren, is de vrees die wordt uitgebeeld wanneer de wijze maagden weer tot leven worden gebracht en op hun voeten gaan staan. Dan is het te laat om terug te keren van de teleurstelling van 18 juli 2020, en het volgende dat plaatsvindt is de hemelvaart omhoog naar de hemel die geschiedt bij de zondagswet. Dan vindt er een grote aardbeving plaats.
And the same hour was there a great earthquake, and the tenth part of the city fell, and in the earthquake were slain of men seven thousand: and the remnant were affrighted, and gave glory to the God of heaven. The second woe is past; and, behold, the third woe cometh quickly. Revelation 11:13, 14.
En in datzelfde uur geschiedde er een grote aardbeving, en het tiende deel van de stad viel; en in de aardbeving werden zevenduizend mensen gedood; en de overigen werden bevreesd en gaven heerlijkheid aan de God des hemels. Het tweede wee is voorbijgegaan; en zie, het derde wee komt spoedig. Openbaring 11:13, 14.
Revelation eleven identifies that during the French Revolution a tenth part of the city fell, and in that history the nation of France, a nation that consisted of two prophetic horns represented as Sodom and Egypt was overthrown. The two horns of France typify the two horns of the United States.
Openbaring elf laat zien dat tijdens de Franse Revolutie een tiende deel van de stad viel, en in die geschiedenis werd de natie Frankrijk, een natie die bestond uit twee profetische horens en werd voorgesteld als Sodom en Egypte, omvergeworpen. De twee horens van Frankrijk zijn een voorafschaduwing van de twee horens van de Verenigde Staten.
France was prophetically one of ten kingdoms that represent pagan Rome in Daniel seven, and therefore a tenth part of the kingdom (city) fell. In fact, of those ten horns of Daniel seven that ultimately placed the papacy on the throne of the earth in 538, France was the primary kingdom that established the papacy. As one of the ten powers of Daniel seven France typifies the role of the two horned earth beast of Revelation thirteen. The United States accomplishes the same work for the papacy at the end as France did at the beginning. The United States is the premier power of ten kings that represent the United Nations, and it falls at the earthquake of the Sunday law. We will address these verses more fully in the next article.
Frankrijk was profetisch een van de tien koninkrijken die het heidense Rome in Daniël zeven vertegenwoordigen, en daarom viel een tiende deel van het koninkrijk (de stad). In feite was Frankrijk, van die tien horens van Daniël zeven die het pausdom uiteindelijk in 538 op de troon van de aarde plaatsten, het voornaamste koninkrijk dat het pausdom vestigde. Als een van de tien machten van Daniël zeven verbeeldt Frankrijk de rol van het tweehoornige beest uit de aarde van Openbaring dertien. De Verenigde Staten volbrengen aan het einde voor het pausdom hetzelfde werk als Frankrijk in het begin deed. De Verenigde Staten zijn de voornaamste macht van tien koningen die de Verenigde Naties vertegenwoordigen, en zij vallen bij de aardbeving van de zondagswet. Wij zullen deze verzen in het volgende artikel uitvoeriger behandelen.
One of the primary issues of this article is that it is a message that brings God’s people to their feet, for the Comforter that brings them to their feet represents the oil, which not only represents the Holy Spirit but also the communications that God sends to His people. The message of Revelation eleven that brings Moses and Elijah to their feet is also represented with the promise given to Jeremiah.
Een van de voornaamste kwesties van dit artikel is dat het een boodschap is die Gods volk op de been brengt, want de Trooster die hen op de been brengt, stelt de olie voor, die niet alleen de Heilige Geest voorstelt, maar ook de boodschappen die God tot Zijn volk zendt. De boodschap van Openbaring elf die Mozes en Elia op de been brengt, wordt eveneens voorgesteld door de belofte die aan Jeremia werd gegeven.
Therefore thus saith the Lord, If thou return, then will I bring thee again, and thou shalt stand before me: and if thou take forth the precious from the vile, thou shalt be as my mouth: let them return unto thee; but return not thou unto them. And I will make thee unto this people a fenced brazen wall: and they shall fight against thee, but they shall not prevail against thee: for I am with thee to save thee and to deliver thee, saith the Lord. And I will deliver thee out of the hand of the wicked, and I will redeem thee out of the hand of the terrible. Jeremiah 15:19–21.
Daarom, zo zegt de HEERE: Indien gij wederkeert, dan zal Ik u terugbrengen, en gij zult voor Mijn aangezicht staan; en indien gij het kostelijke afscheidt van het onwaardige, zult gij zijn als Mijn mond; laten zíj tot u terugkeren, maar gij, keer niet tot hen terug. En Ik zal u voor dit volk maken tot een versterkte koperen muur; en zij zullen tegen u strijden, maar zij zullen u niet overweldigen; want Ik ben met u om u te behouden en u te verlossen, spreekt de HEERE. En Ik zal u verlossen uit de hand van de goddelozen, en Ik zal u vrijkopen uit de hand van de geweldigen. Jeremia 15:19–21.
Isaiah had made the same appeal when he said “For thus saith the Lord God, the Holy One of Israel; In returning and rest shall ye be saved.” Isaiah added that the “returning” was in connection with the tarrying time of the parable, for he wrote, “And therefore will the Lord wait, that he may be gracious unto you, and therefore will he be exalted, that he may have mercy upon you: for the Lord is a God of judgment: blessed are all they that wait for him.”
Jesaja had dezelfde oproep gedaan toen hij zei: „Want zo zegt de Heere HEERE, de Heilige Israëls: door wederkeer en rust zoudt gij behouden worden.” Jesaja voegde eraan toe dat de „wederkeer” in verband stond met de vertoeftijd van de gelijkenis, want hij schreef: „En daarom zal de Heere wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verheven worden, opdat Hij Zich over u ontferme; want de Heere is een God des oordeels; welgelukzalig zijn allen die Hem verwachten.”
The privilege of being God’s “mouth” as Jeremiah identified is the privilege of speaking for God at the time when the United States “speaks as a dragon.” The words that will then be spoken by God’s people is the warning against the mark of the papal beast. To partake in that glorious movement requires that we return.
Het voorrecht om Gods „mond” te zijn, zoals Jeremia zich kenmerkte, is het voorrecht om voor God te spreken in de tijd waarin de Verenigde Staten „spreken als een draak”. De woorden die dan door Gods volk gesproken zullen worden, zijn de waarschuwing tegen het merkteken van het pauselijke beest. Om deel te hebben aan die heerlijke beweging, is het vereist dat wij terugkeren.
If thou wilt return, O Israel, saith the Lord, return unto me: and if thou wilt put away thine abominations out of my sight, then shalt thou not remove. And thou shalt swear, The Lord liveth, in truth, in judgment, and in righteousness; and the nations shall bless themselves in him, and in him shall they glory. For thus saith the Lord to the men of Judah and Jerusalem, Break up your fallow ground, and sow not among thorns. Circumcise yourselves to the Lord, and take away the foreskins of your heart, ye men of Judah and inhabitants of Jerusalem: lest my fury come forth like fire, and burn that none can quench it, because of the evil of your doings. Declare ye in Judah, and publish in Jerusalem; and say, Blow ye the trumpet in the land: cry, gather together, and say, Assemble yourselves, and let us go into the defenced cities. Set up the standard toward Zion: retire, stay not: for I will bring evil from the north, and a great destruction. The lion is come up from his thicket, and the destroyer of the Gentiles is on his way; he is gone forth from his place to make thy land desolate; and thy cities shall be laid waste, without an inhabitant. Jeremiah 4:1–7.
Indien gij wilt wederkeren, o Israël, spreekt de HEERE, keer weder tot Mij; en indien gij uw gruwelen van voor Mijn aangezicht zult wegdoen, dan zult gij niet omzwerven. En gij zult zweren: Zo waar de HEERE leeft, in waarheid, in recht en in gerechtigheid; en de volken zullen zich in Hem zegenen, en in Hem zullen zij zich beroemen. Want zo zegt de HEERE tot de mannen van Juda en van Jeruzalem: Ontgint u een braakliggend veld, en zaait niet onder de doornen. Besnijdt u voor de HEERE, en doet weg de voorhuid van uw hart, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem; opdat Mijn grimmigheid niet uitbreke als een vuur en brande, zodat niemand het blussen kan, vanwege de boosheid van uw handelingen. Verkondigt in Juda en laat het horen in Jeruzalem; en zegt: Blaast de bazuin in het land; roept luide, verzamelt u, en zegt: Verzamelt u, en laat ons gaan naar de versterkte steden. Richt het banier op tegen Sion; vlucht, blijft niet staan; want Ik zal onheil uit het noorden doen komen, en een grote verwoesting. De leeuw is opgekomen uit zijn struikgewas, en de verderver der heidenvolken is op weg; hij is uitgegaan van zijn plaats om uw land te maken tot een woestenij; en uw steden zullen verwoest worden, zonder inwoner. Jeremia 4:1–7.
But the spirit of the Lord came upon Gideon, and he blew a trumpet; and Abiezer was gathered after him. And he sent messengers throughout all Manasseh; who also was gathered after him: and he sent messengers unto Asher, and unto Zebulun, and unto Naphtali; and they came up to meet them. Judges 6:34, 35.
Maar de Geest des HEEREN kwam over Gideon, en hij blies op de bazuin; en Abiëzer werd achter hem bijeenverzameld. En hij zond boden uit door geheel Manasse; ook dat werd achter hem bijeenverzameld; en hij zond boden naar Aser, en naar Zebulon, en naar Naftali; en zij trokken op om hen tegemoet te gaan. Richteren 6:34, 35.