A Word of Clarification
Een woord ter verduidelijking
Recently we began to prepare the transcription of Habakkuk’s Two Tables to be translated into the various languages represented on our website. The task of changing a spoken presentation into a written presentation is much more of a task than might be understood if one is not familiar with all the hoops that must be jumped through to turn a spoken presentation into a written presentation, along with the necessary problems of ultimately translating the material into the various languages on the website. We just started our copy-editing of the first of the ninety-five presentations and I discovered another hoop that we must also jump through. It has to do with the progressive development of this message from 1989 until our current history.
Onlangs zijn wij begonnen met de voorbereiding van de transcriptie van Habakuks Twee Tafelen om die te laten vertalen in de verschillende talen die op onze website vertegenwoordigd zijn. De taak om een mondelinge presentatie om te zetten in een schriftelijke uiteenzetting is veel omvangrijker dan men wellicht zou vermoeden wanneer men niet vertrouwd is met alle hindernissen die genomen moeten worden om een mondelinge presentatie in een schriftelijke presentatie te veranderen, samen met de onvermijdelijke moeilijkheden die gepaard gaan met het uiteindelijk vertalen van het materiaal in de verschillende talen op de website. Wij zijn zojuist begonnen met de eindredactie van de eerste van de vijfennegentig presentaties, en ik ontdekte nog een andere hindernis die wij eveneens moeten nemen. Die heeft te maken met de voortschrijdende ontwikkeling van deze boodschap vanaf 1989 tot aan onze huidige geschiedenis.
In the presentations of about fifteen years ago there were truths that were in their infant state of understanding. The first of those truths that I must clarify is the arrival of the second angel in Millerite history. I understood at that time that the second angel arrived when the Protestant churches began to close their doors against Miller’s presentation of the first angel’s message, in conjunction with the termination of the year 1843. William Miller worked upon a reckoning of time that he believed identified that the years of 1843 began on March 22, 1843 and ended on March 22, 1844. He had thought the three prophecies that ultimately were placed upon the two sacred charts would terminate in the year of 1843, and he believed that year ended on March 22, 1844. He was wrong on two points.
In de uiteenzettingen van ongeveer vijftien jaar geleden waren er waarheden die zich nog in hun prille stadium van begrip bevonden. De eerste van die waarheden die ik moet verduidelijken, is de komst van de tweede engel in de Milleritische geschiedenis. Destijds begreep ik dat de tweede engel kwam toen de protestantse kerken hun deuren begonnen te sluiten voor Millers verkondiging van de boodschap van de eerste engel, in samenhang met het verstrijken van het jaar 1843. William Miller werkte met een tijdrekening waarvan hij meende dat die aantoonde dat de jaren van 1843 begonnen op 22 maart 1843 en eindigden op 22 maart 1844. Hij had gedacht dat de drie profetieën die uiteindelijk op de twee heilige kaarten werden geplaatst, in het jaar 1843 zouden eindigen, en hij geloofde dat dat jaar op 22 maart 1844 eindigde. Hij had zich op twee punten vergist.
The three prophecies of the 1335 days of Daniel twelve, the 2520 years of the “seven times” of Leviticus twenty-six and the 2300 days of Daniel eight were understood by Miller to concluded in March of 1844. The Lord thereafter guided Samuel Snow to not only understand that the prophecies ended not in 1843, but 1844; but Snow also began to apply the Karite reckoning of time, that was not the time application Miller had been employing. Miller had been using the Rabbinic/equinox-based reckoning of time that based the year upon spring to spring.
De drie profetieën van de 1335 dagen van Daniël twaalf, de 2520 jaar van de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig en de 2300 dagen van Daniël acht werden door Miller geacht in maart 1844 te eindigen. Daarna leidde de Heer Samuel Snow ertoe niet alleen te begrijpen dat de profetieën niet in 1843, maar in 1844 eindigden; ook begon Snow de Karaitische tijdrekening toe te passen, en dat was niet de tijdrekening die Miller had gehanteerd. Miller had de rabbijnse, op de equinox gebaseerde tijdrekening gebruikt, die het jaar baseerde op de periode van lente tot lente.
When we were presenting Habakkuk’s Two Tables, we had not understood this historical reality and were using Miller’s experience to mark March 22, 1844 as the arrival of the second and the beginning of the tarrying time. I understood, and still do that the arrival of that angel corresponded to when the Protestants rejected Miller’s message of the first angel, and the following passage was my point of reference.
Toen wij Habakuks Twee Tafelen presenteerden, hadden wij deze historische werkelijkheid niet begrepen en gebruikten wij Millers ervaring om 22 maart 1844 aan te duiden als de komst van de tweede en het begin van de vertoeftijd. Ik begreep, en begrijp nog steeds, dat de komst van die engel overeenkwam met het moment waarop de protestanten Millers boodschap van de eerste engel verwierpen, en de volgende passage was mijn referentiepunt.
“In June, 1842, Mr. Miller gave his second course of lectures at the Casco Street church in Portland. I felt it a great privilege to attend these lectures; for I had fallen under discouragements, and did not feel prepared to meet my Saviour. This second course created much more excitement in the city than the first. With few exceptions, the different denominations closed the doors of their churches against Mr. Miller. Many discourses from the various pulpits sought to expose the alleged fanatical errors of the lecturer; but crowds of anxious listeners attended his meetings, and many were unable to enter the house. The congregations were unusually quiet and attentive.” Life Sketches, 27.
„In juni 1842 hield de heer Miller zijn tweede reeks lezingen in de Casco Street-kerk te Portland. Ik beschouwde het als een groot voorrecht deze lezingen te mogen bijwonen; want ik was ten prooi gevallen aan ontmoedigingen en voelde mij niet voorbereid mijn Heiland te ontmoeten. Deze tweede reeks veroorzaakte veel meer opschudding in de stad dan de eerste. Op enkele uitzonderingen na sloten de verschillende kerkgenootschappen de deuren van hun kerken voor de heer Miller. Vele redevoeringen vanaf de onderscheiden kansels trachtten de vermeende fanatieke dwalingen van de spreker aan de kaak te stellen; maar menigten van bezorgde toehoorders bezochten zijn samenkomsten, en velen konden het gebouw niet binnengaan. De gemeenten waren ongewoon stil en aandachtig.” Life Sketches, 27.
I understood the closing of the doors to Miller’s message marked the beginning of the rejection of the first angel, and in agreement with Miller’s understanding of the Rabbinic/equinox-based reckoning of time I assumed that March 22, 1844 marked the conclusion of 1843. Miller’s presentation in Portland in June of 1842 is actually a waymark that identifies a progressive rejection that ultimately concluded on April 18, 1844, but at the time of the presentations we had not recognized Samuel Snow’s application of the Karaite reckoning of time.
Ik begreep dat het sluiten van de deuren voor Millers boodschap het begin markeerde van de verwerping van de eerste engel, en in overeenstemming met Millers begrip van de rabbijnse/equinox-gebaseerde tijdrekening nam ik aan dat 22 maart 1844 het einde van 1843 markeerde. Millers uiteenzetting te Portland in juni 1842 is in werkelijkheid een wegmerk dat een voortschrijdende verwerping aanduidt, die uiteindelijk op 18 april 1844 werd voltooid; maar ten tijde van die voordrachten hadden wij Samuel Snows toepassing van de Karaïtische tijdrekening nog niet onderkend.
In the first presentation we began to copy-edit I began to see that what was recorded at that time seems to contradict what we now teach. It does and it doesn’t. It is simply an emphasis upon the progressive arrival of the second angel, and also an illustration of the progressive unsealing of this message, as was the case also in Millerite history. This note of clarification should address those who have stumbled over our identification of April 19, 1844 as the first Millerite disappointment and what was taught in the past.
Toen wij de eerste presentatie begonnen te redigeren, begon ik te zien dat wat destijds werd vastgelegd, in strijd lijkt te zijn met wat wij nu onderwijzen. Dat is zo en dat is niet zo. Het is eenvoudig een nadruk op de voortschrijdende komst van de tweede engel, en tevens een illustratie van de geleidelijke ontzegeling van deze boodschap, zoals dat ook het geval was in de Milleritische geschiedenis. Deze verduidelijkende aantekening zou hen moeten helpen die zijn gestruikeld over onze identificatie van 19 april 1844 als de eerste Milleritische teleurstelling en over wat in het verleden werd onderwezen.
“The first and second messages were given in 1843 and 1844, and we are now under the proclamation of the third; but all three of the messages are still to be proclaimed. It is just as essential now as ever before that they shall be repeated to those who are seeking for the truth. By pen and voice we are to sound the proclamation, showing their order, and the application of the prophecies that bring us to the third angel’s message. There cannot be a third without the first and second. These messages we are to give to the world in publications, in discourses, showing in the line of prophetic history the things that have been and the things that will be.” Selected Messages, book 2, 104.
„De eerste en de tweede boodschap werden gegeven in 1843 en 1844, en wij bevinden ons nu onder de verkondiging van de derde; maar alle drie de boodschappen moeten nog steeds worden verkondigd. Het is nu even noodzakelijk als ooit tevoren dat zij worden herhaald aan hen die de waarheid zoeken. Met pen en stem moeten wij de verkondiging laten weerklinken, waarbij wij hun volgorde aantonen, en de toepassing van de profetieën die ons brengen tot de boodschap van de derde engel. Er kan geen derde zijn zonder de eerste en de tweede. Deze boodschappen moeten wij aan de wereld geven in publicaties, in toespraken, door in de lijn van de profetische geschiedenis de dingen te tonen die geweest zijn en de dingen die zullen zijn.” Selected Messages, boek 2, 104.
Habakkuk's Two Tables 1 of 95
Habakuks twee tafelen 1 van 95
Introduction to Habakkuk's Two Tables and the Midnight Cry
Inleiding tot Habakuks Twee Tafelen en de Middernachtsroep
In this series, we will be looking at Habakkuk's two tables—the 1843 and 1850 Charts—over an extended period. We will begin by putting the Midnight Cry in place. As mentioned, much of the initial presentations will be review for those familiar with this message, but since we are preparing a series that may be studied by people new to this message, we must lay out some basic ideas for them. We will start with the Midnight Cry, focusing on an aspect found in Ellen White's first vision. Let's read the first paragraph from Christian Experience and Teachings, page 57.
In deze serie zullen wij gedurende een langere periode Habakuks twee tafelen onderzoeken—de kaarten van 1843 en 1850. Wij zullen beginnen met het bepalen van de plaats van de Middernachtsroep. Zoals vermeld, zal een groot deel van de eerste presentaties een herhaling zijn voor hen die met deze boodschap vertrouwd zijn; maar aangezien wij een serie voorbereiden die bestudeerd kan worden door mensen die nieuw zijn met deze boodschap, moeten wij voor hen enkele fundamentele gedachten uiteenzetten. Wij zullen beginnen met de Middernachtsroep, waarbij wij ons richten op een aspect dat voorkomt in Ellen Whites eerste visioen. Laten wij de eerste alinea lezen uit Christian Experience and Teachings, pagina 57.
"It was not long after the passing of time in 1844 that my first open vision was given me. I was visiting Mrs. Haines in Portland, Maine, a dear sister in Christ, whose heart was knit with mine. Five of us, all women, were kneeling quietly at the family altar. While we were praying, the power of God came upon me as never before."
Het was niet lang na het verstrijken van de tijd in 1844 dat mij mijn eerste openbare visioen werd gegeven. Ik bezocht mevrouw Haines in Portland, Maine, een dierbare zuster in Christus, wier hart met het mijne verbonden was. Wij waren met ons vijven, allen vrouwen, en knielden stil bij het huisaltaar. Terwijl wij baden, kwam de kracht van God over mij als nooit tevoren.
These five women, whose hearts were knit with Sister White, were not opposing any manifestation of the power of God. Notably, they were all women, representing the church, and there were five of them, which can be seen as five wise virgins. This is simply an observation.
Deze vijf vrouwen, wier harten met zuster White verbonden waren, stelden zich niet tegen enige openbaring van de kracht van God. Opmerkelijk is dat zij allen vrouwen waren, die de gemeente vertegenwoordigden, en dat het er vijf waren, hetgeen kan worden gezien als vijf wijze maagden. Dit is slechts een opmerking.
"I seemed to be surrounded with light and to be rising higher and higher from the earth. I turned to look for the advent people in the world, but could not find them, when a voice said to me, 'Look again and look a little higher.' At this, I raised my eyes and saw a straight and narrow path cast up high above the world. On this path, the Advent people were traveling to the city, which was at the farther end of the path. They had a bright light set up behind them at the beginning of the path, which an angel told me was the Midnight Cry. This light shone all along the path and gave light for their feet so that they might not stumble. If they kept their eyes fixed on Jesus, who was just before them, leading them to the city, they were safe. But soon some grew weary and said the city was a great way off, and they expected to have entered it before. Then Jesus would encourage them by raising His glorious right arm, and from His arm came a light which waved over the advent band, and they shouted 'Alleluia!' Others rashly denied the light behind them and said that it was not God that had led them out so far. The light behind them went out, leaving their feet in perfect darkness, and they stumbled and lost sight of the mark and of Jesus, and fell off the path down into the dark and wicked world below."
Het scheen mij toe dat ik door licht omgeven was en dat ik hoger en hoger van de aarde opsteeg. Ik keerde mij om om in de wereld naar het adventvolk te zoeken, maar kon hen niet vinden, toen een stem tot mij zei: „Zie nog eens en zie een weinig hoger.” Daarop hief ik mijn ogen op en zag een recht en smal pad, hoog boven de wereld aangelegd. Op dit pad reisde het adventvolk naar de stad, die zich aan het verre einde van het pad bevond. Achter hen, aan het begin van het pad, was een helder licht opgericht, waarvan een engel mij zei dat het de Middernachtsroep was. Dit licht scheen over het gehele pad en verlichtte hun voeten, opdat zij niet zouden struikelen. Indien zij hun ogen gevestigd hielden op Jezus, Die vlak vóór hen was en hen naar de stad leidde, waren zij veilig. Maar weldra werden sommigen moede en zeiden dat de stad nog zeer ver weg was, en zij hadden verwacht haar reeds te zijn binnengegaan. Dan moedigde Jezus hen aan door Zijn heerlijke rechterarm op te heffen, en van Zijn arm ging een licht uit dat over de adventschare golfde, en zij riepen: „Halleluja!” Anderen verloochenden roekeloos het licht achter hen en zeiden dat het niet God was geweest Die hen zo ver had geleid. Toen doofde het licht achter hen uit, zodat hun voeten in volslagen duisternis waren, en zij struikelden, verloren het zicht op het doel en op Jezus, en vielen van het pad af, omlaag in de donkere en goddeloze wereld beneden.
William Miller and the Midnight Cry
William Miller en de Middernachtsroep
In this first presentation, after establishing a few points, we will discuss the Low Hampton Conference of Adventists in December 1844. At this conference, some Millerites gathered, and William Miller rejected the understanding of the Midnight Cry. The logic here is that this vision, while for all of us, was especially for William Miller.
In deze eerste presentatie zullen wij, nadat wij enkele punten hebben vastgesteld, de Adventistenconferentie van Low Hampton in december 1844 bespreken. Op deze conferentie kwamen enkele Millerieten bijeen, en William Miller verwierp het begrip van de Middernachtsroep. De logica hierachter is dat dit visioen, hoewel het voor ons allen is, in het bijzonder voor William Miller bestemd was.
In that same month, William Miller denied the light behind them—the Midnight Cry—which would cause him to fall off the path to the wicked world below. We will explore the implications of this. Historical evidence shows that the Millerites all believed they were fulfilling the parable of the ten virgins; it was common knowledge among them. We will show that William Miller had an understanding of what the Midnight Cry was. Miller believed the Midnight Cry was the judgment hour message of Daniel 8:14 and Revelation 14:6-9. He believed the message he began proclaiming in the early 1830s was the Midnight Cry, 'Behold, the bridegroom cometh,' and that Jesus was coming to the world as the bridegroom.
In diezelfde maand verloochende William Miller het licht achter hen—de Middernachtsroep—waardoor hij van het pad zou vallen naar de goddeloze wereld beneden. Wij zullen de implicaties hiervan onderzoeken. Historisch bewijsmateriaal toont aan dat de Millerieten allen geloofden dat zij de gelijkenis van de tien maagden vervulden; dit was onder hen algemeen bekend. Wij zullen aantonen dat William Miller begreep wat de Middernachtsroep was. Miller geloofde dat de Middernachtsroep de boodschap van het uur van het oordeel was van Daniël 8:14 en Openbaring 14:6-9. Hij geloofde dat de boodschap die hij in het begin van de jaren 1830 begon te verkondigen, de Middernachtsroep was: “Zie, de bruidegom komt,” en dat Jezus als de bruidegom naar de wereld kwam.
For most of Millerite history, they believed they were fulfilling the parable of the ten virgins, but they thought the Midnight Cry described the message they had been proclaiming. However, by the summer of 1844, a new and correct understanding emerged: the Midnight Cry was the Seventh Month movement, with Jesus expected to come on the tenth day of the seventh month. That was the true Midnight Cry. When Miller rejected the true Midnight Cry in December 1844, he was rejecting the history of the summer of 1844 and reverting to his earlier position that it was just the general message from the 1830s. Understanding the dynamics of the Midnight Cry is crucial. If you do not understand the 2520 as the Millerites did, you cannot understand the Midnight Cry. If you cannot understand the Midnight Cry as the Millerites did, you fall off the path to the wicked world below.
Gedurende het grootste deel van de Milleritische geschiedenis geloofden zij dat zij de gelijkenis van de tien maagden vervulden, maar zij meenden dat de Middernachtsroep de boodschap beschreef die zij hadden verkondigd. Tegen de zomer van 1844 kwam echter een nieuw en juist begrip naar voren: de Middernachtsroep was de Zevende-Maand-beweging, waarbij men verwachtte dat Jezus zou komen op de tiende dag van de zevende maand. Dat was de ware Middernachtsroep. Toen Miller in december 1844 de ware Middernachtsroep verwierp, verwierp hij de geschiedenis van de zomer van 1844 en keerde hij terug tot zijn eerdere standpunt dat het slechts de algemene boodschap uit de jaren 1830 was. Het begrijpen van de dynamiek van de Middernachtsroep is van cruciaal belang. Indien u de 2520 niet begrijpt zoals de Millerieten die begrepen, kunt u de Middernachtsroep niet begrijpen. Indien u de Middernachtsroep niet kunt begrijpen zoals de Millerieten die begrepen, valt u van het pad af naar de goddeloze wereld beneden.
In this presentation, we will start with some truths on the chart that are openly rejected by Adventism today. The Biblical Research Institute of the Seventh-day Adventist Church and most Adventist theologians reject the 2520. We will address this biblically as we proceed, but initially, we will show that Ellen White fully endorses the 2520. The Institute and most theologians also reject the pioneer understanding of the Daily. We will show that rejecting the pioneer understanding of the Daily being paganism is rejecting the spirit of prophecy. The Institute also publicly rejects the pioneer understanding of the trumpets—the Fifth and Sixth Trumpet. We will begin by showing that rejecting the pioneer understanding of the trumpets is rejecting the Spirit of Prophecy.
In deze presentatie zullen wij beginnen met enkele waarheden op de kaart die door het adventisme tegenwoordig openlijk worden verworpen. Het Biblical Research Institute van de Kerk van de Zevende-dags Adventisten en de meeste adventistische theologen verwerpen de 2520. Wij zullen dit in de loop van onze bespreking bijbels behandelen, maar aanvankelijk zullen wij aantonen dat Ellen White de 2520 volledig onderschrijft. Het Instituut en de meeste theologen verwerpen ook het pioniersbegrip van het Dagelijkse. Wij zullen aantonen dat het verwerpen van het pioniersbegrip dat het Dagelijkse het heidendom is, neerkomt op het verwerpen van de Geest der profetie. Het Instituut verwerpt ook publiekelijk het pioniersbegrip van de bazuinen — de Vijfde en de Zesde Bazuin. Wij zullen beginnen met aan te tonen dat het verwerpen van het pioniersbegrip van de bazuinen neerkomt op het verwerpen van de Geest der Profetie.
Today, most Adventists are vague at best about the 1290 and the 1335. Without the pioneer understanding of the 1335, there is no biblical justification for identifying the tarrying time that began on March 22, 1844. Without understanding the tarrying time, one cannot grasp the dynamics of the Midnight Cry. Without understanding the Midnight Cry, one falls off the path to the wicked world below. We will show these truths on the chart in terms of the clear endorsement of the Spirit of Prophecy, and then dissect them from the Word of God. But first, we need to see what surrounded Millerite history and what produced the Midnight Cry.
Tegenwoordig zijn de meeste adventisten op zijn best vaag over de 1290 en de 1335. Zonder het pioniersbegrip van de 1335 is er geen bijbelse rechtvaardiging om de vertoeftijd te identificeren die op 22 maart 1844 begon. Zonder begrip van de vertoeftijd kan men de dynamiek van de Middernachtsroep niet vatten. Zonder begrip van de Middernachtsroep valt men van het pad af naar de goddeloze wereld beneden. Wij zullen deze waarheden op de kaart aantonen aan de hand van de duidelijke bekrachtiging door de Geest der Profetie, en ze vervolgens ontleden vanuit het Woord van God. Maar eerst moeten wij zien wat de geschiedenis van de Millerieten omringde en wat de Middernachtsroep voortbracht.
Millerite History and the Arrival of the First Angel
Milleritische Geschiedenis en de Komst van de Eerste Engel
We begin with Uriah Smith from Thoughts on Daniel and Revelation, page 521, to show the Millerite history and address 1798. Uriah Smith writes, 'The chronology of the events of Revelation 10 is further ascertained from the fact that this angel is identical with the first angel of Revelation 14.' In Revelation 10, a mighty angel comes down from heaven with a little book open in his hand. Ellen White informs us that this mighty angel is Jesus Christ, and the little book is the Book of Daniel. By the end of chapter ten, John is told to eat the little book, which will be sweet in his mouth and bitter in his stomach. John represents the Millerite history, where the message of Daniel is sweet but leads to bitter disappointment. The mighty angel of Revelation 10, according to the pioneers, is the first angel of Revelation 14—they are the same angel.
Wij beginnen met Uriah Smith uit Thoughts on Daniel and Revelation, pagina 521, om de Milleritische geschiedenis aan te tonen en 1798 te behandelen. Uriah Smith schrijft: ‘De chronologie van de gebeurtenissen van Openbaring 10 wordt verder vastgesteld door het feit dat deze engel identiek is aan de eerste engel van Openbaring 14.’ In Openbaring 10 daalt een machtige engel uit de hemel neer met een geopend boekje in zijn hand. Ellen White deelt ons mee dat deze machtige engel Jezus Christus is, en dat het boekje het boek Daniël is. Aan het einde van hoofdstuk tien wordt Johannes opgedragen het boekje te eten, dat zoet zal zijn in zijn mond en bitter in zijn buik. Johannes vertegenwoordigt de Milleritische geschiedenis, waarin de boodschap van Daniël zoet is, maar leidt tot bittere teleurstelling. De machtige engel van Openbaring 10 is, volgens de pioniers, de eerste engel van Openbaring 14 — zij zijn dezelfde engel.
We often do not spend much time being specific about these angels in Revelation, but we should. The mighty angel in Revelation 10 is also the angel that William Miller believed was fulfilling the Midnight Cry by accomplishing the work of the first angel of Revelation 14: 'Fear God and give Him glory, for the hour of His judgment is come.' The hour of His judgment refers to Daniel 8:14. These angels identify different aspects of the work accomplished.
Wij besteden er vaak niet veel tijd aan om specifiek op deze engelen in Openbaring in te gaan, maar dat zouden wij wel moeten doen. De sterke engel in Openbaring 10 is ook de engel van wie William Miller geloofde dat hij de Middernachtsroep vervulde door het werk van de eerste engel van Openbaring 14 te volbrengen: ‘Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van Zijn oordeel is gekomen.’ Het uur van Zijn oordeel verwijst naar Daniël 8:14. Deze engelen duiden verschillende aspecten aan van het werk dat is volbracht.
Returning to Uriah Smith: 'The chronology of the events of Revelation 10 is further ascertained from the fact that this angel is identical with the first angel of Revelation 14.' He explains what ties them together: both have a special message to proclaim, both utter their proclamation with a loud voice, both use similar language referring to the Creator, and both proclaim time—one swearing that time should be no more, and the other proclaiming the hour of God's judgment has come. The message of Revelation 14:6 is located on this side of the commencement of the time of the end.
Terugkerend tot Uriah Smith: ‘De chronologie van de gebeurtenissen van Openbaring 10 wordt verder vastgesteld door het feit dat deze engel identiek is aan de eerste engel van Openbaring 14.’ Hij legt uit wat hen met elkaar verbindt: beiden hebben een bijzondere boodschap te verkondigen, beiden doen hun verkondiging met luider stem, beiden gebruiken soortgelijke taal met betrekking tot de Schepper, en beiden verkondigen tijd — de een zweert dat er geen tijd meer zal zijn, en de ander verkondigt dat het uur van Gods oordeel gekomen is. De boodschap van Openbaring 14:6 bevindt zich aan deze zijde van het begin van de tijd van het einde.
Uriah Smith states that the time of the end is 1798, and the message of Revelation 14 comes after that. He writes, 'But the message of Revelation 14:6 is located this side of the commencement of the time at the end. It is a proclamation of the hour of God's judgment come, and hence must have its application in the last generation. Paul did not preach the hour of judgment come. Luther and his coadjutors did not preach it. Paul reasoned of a judgment to come, indefinitely future, and Luther placed it at least three hundred years off from his day. Moreover, Paul warns the church against any such preaching as that the hour of God's judgment has come until a certain time.' In 2 Thessalonians 2:1-3, Paul says that the day of Christ is not at hand until the falling away comes first and the man of sin is revealed. Paul introduces the man of sin, the little horn, the papacy, and covers with a caution the whole period of his supremacy, which continued 1260 years, ending in 1798.
Uriah Smith stelt dat de tijd van het einde 1798 is, en dat de boodschap van Openbaring 14 daarna komt. Hij schrijft: ‘Maar de boodschap van Openbaring 14:6 bevindt zich aan deze zijde van het begin van de tijd van het einde. Zij is een verkondiging dat het uur van Gods oordeel gekomen is, en moet derhalve haar toepassing hebben in de laatste generatie. Paulus predikte niet dat het uur van het oordeel gekomen was. Luther en zijn medearbeiders predikten dit evenmin. Paulus redeneerde over een oordeel dat komen zou, onbepaald ver in de toekomst, en Luther plaatste het ten minste driehonderd jaar na zijn tijd. Bovendien waarschuwt Paulus de gemeente tegen elke prediking als zou het uur van Gods oordeel gekomen zijn vóór een bepaalde tijd.’ In 2 Thessalonicenzen 2:1-3 zegt Paulus dat de dag van Christus niet aanstaande is totdat eerst de afval gekomen is en de mens der zonde geopenbaard is. Paulus voert de mens der zonde in, de kleine hoorn, het pausdom, en omvat met een waarschuwing de gehele periode van zijn heerschappij, die 1260 jaar duurde en in 1798 eindigde.
In 1798, the restriction against proclaiming the day of Christ at hand ceased. The time of the end commenced, and the seal was taken from the little book. Since then, the angel of Revelation 14 has gone forth. Uriah Smith says, 'If you will see it,' since 1798, the first angel's message has gone forth. In 1798, the first angel of Revelation 14 arrives in history—this is the pioneer understanding. Since then, the angel of Revelation 14 has proclaimed the hour of God's judgment come, and the angel of chapter ten has taken his stand on the sea and the land, swearing that time should be no more. Their identity is unquestionable. All arguments that locate one are effective for the other. The present generation is witnessing the fulfillment of these two prophecies. In the preaching of the advent, especially from 1840 to 1844, began their full and circumstantial accomplishment.
In 1798 hield de beperking tegen het verkondigen dat de dag van Christus nabij was, op. De tijd van het einde ving aan, en het zegel werd van het kleine boek weggenomen. Sindsdien is de engel van Openbaring 14 uitgegaan. Uriah Smith zegt: „Als u het wilt inzien, is sinds 1798 de boodschap van de eerste engel uitgegaan.” In 1798 verschijnt de eerste engel van Openbaring 14 in de geschiedenis — dit is het inzicht van de pioniers. Sindsdien heeft de engel van Openbaring 14 verkondigd dat het uur van Gods oordeel gekomen is, en heeft de engel van hoofdstuk tien zijn stand ingenomen op de zee en op het land, zwerende dat er geen tijd meer zou zijn. Hun identiteit is onmiskenbaar. Alle argumenten die de ene situeren, zijn evenzeer van kracht voor de andere. De tegenwoordige generatie is getuige van de vervulling van deze twee profetieën. In de verkondiging van de advent, in het bijzonder van 1840 tot 1844, begon hun volledige en uitvoerige vervulling.
Smith marks 1840 and 1844 in reference to the first angel of Revelation 14 arriving in 1798, but also marks the first angel in 1840, where the message is empowered. In the preaching of the advent, especially from 1840 to 1844, began their full accomplishment. The angel's position with one foot on the sea and one on the land denotes the wide extent of his proclamation. The message would cross the ocean and extend to various nations, and the advent proclamation did go to every missionary station in the world. From 1840, the first angel's message, according to Ellen White, was carried to every mission station in the world. This was accomplished when the year-day principle of Bible prophecy was confirmed with the collapse of the Ottoman Empire. We are not dealing with the details at this point, but setting the stage for the Millerite history and the dynamics of the Midnight Cry.
Smith markeert 1840 en 1844 met betrekking tot de komst van de eerste engel van Openbaring 14 in 1798, maar markeert de eerste engel ook in 1840, waar de boodschap met kracht wordt bekleed. In de verkondiging van de advent, vooral van 1840 tot 1844, begon hun volle vervulling. De positie van de engel met één voet op de zee en één op het land duidt op de wijde reikwijdte van zijn verkondiging. De boodschap zou de oceaan oversteken en zich tot verschillende naties uitstrekken, en de adventsverkondiging bereikte inderdaad ieder zendingsstation in de wereld. Vanaf 1840 werd de boodschap van de eerste engel, volgens Ellen White, naar ieder zendingsstation in de wereld gebracht. Dit werd vervuld toen het jaar-dagbeginsel van de Bijbelse profetie werd bevestigd door de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk. Op dit punt houden wij ons niet bezig met de bijzonderheden, maar zetten wij het kader neer voor de Milleritische geschiedenis en de dynamiek van de Middernachtsroep.
Key Historical Events: 1833 and the Falling of the Stars
Belangrijke historische gebeurtenissen: 1833 en de vallende sterren
In 1833, the falling of the stars occurred. Ellen White comments in The Great Controversy, page 333: 'In 1833, two years after Miller began to present in public the evidences of Christ's soon coming, the last of the signs appeared which were promised by the Saviour as tokens of His second advent. Said Jesus: "The stars shall fall from heaven." Matthew 24:29. And John in the Revelation declared, as he beheld in vision the scenes that should herald the day of God: "The stars of heaven fell unto the earth, even as a fig tree casteth her untimely figs, when she is shaken of a mighty wind." Revelation 6:13. This prophecy received a striking and impressive fulfillment in the great meteoric shower of November 13, 1833.'
In 1833 vond de val van de sterren plaats. Ellen White merkt in The Great Controversy, pagina 333, het volgende op: ‘In 1833, twee jaar nadat Miller in het openbaar de bewijzen van de spoedige komst van Christus was gaan verkondigen, verscheen het laatste van de tekenen die door de Heiland waren beloofd als aanduidingen van Zijn wederkomst. Jezus zei: “De sterren zullen van de hemel vallen.” Matteüs 24:29. En Johannes verklaarde in de Openbaring, toen hij in een visioen de taferelen aanschouwde die de dag van God zouden aankondigen: “En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgenboom zijn onrijpe vijgen afwerpt, als hij door een grote wind geschud wordt.” Openbaring 6:13. Deze profetie vond een treffende en indrukwekkende vervulling in de grote meteorenregen van 13 november 1833.’
William Miller's testimony recounts: 'On Saturday after breakfast—in the summer of 1833, I sat down at my desk to examine some point, and as I rose to go out to work, it came home to me with more force than ever, "Go and tell it to the world." The impression was so sudden and came with such force that I settled down into my chair saying, "I can't go, Lord." "Why not?" seemed to be the response, and then all my excuses came up, my want of ability, but my distress became so great I entered into a solemn covenant with God that if He would open the way, I would go and perform my duty to the world. "What do you mean by opening the way?" seemed to come to me. Why, said I, if I should have an invitation to speak publicly in any place, I will go and tell them what I find in the Bible about the Lord's coming. Instantly all my burden was gone. And I rejoiced that I should not probably be thus called upon, for I'd never had such an invitation, my trials were not known, and I had but little expectation of being invited to any field of labor. In about a half an hour from this time, before I'd left the room, a son of Mr. Guilford of Dresden, about sixteen miles from my residence, came in and said that his father had sent for me and wished me to go home with him, supposing that he'd wish to see me on some business. I asked him what he wanted. He replied that there was to be no preaching in their church the next day, and his father wished to have me come and talk to the people on the subject of the Lord's coming. I was immediately angry with myself for having made the covenant I had. I rebelled at once against the Lord and determined not to go. I left the boy without giving him any answer and retired in great distress to a grove nearby. Then I struggled with the Lord for about an hour, endeavoring to release myself from the covenant I had made with him, but I could get no relief. It was impressed upon my conscience, "Will you make a covenant with God and break it so soon?" and the exceeding sinfulness of thus doing overwhelmed me. I finally submitted and promised the Lord that if He would sustain me, I would go, trusting in Him to give me grace and ability to perform all He should require of me. I returned to the house and found the boy still waiting. He remained till after dinner, and I returned with him to Dresden.' This is how Miller, in the summer of 1833, began to publicly present the message. In December 1833, the falling of the stars added solemnity to his message.
William Millers getuigenis verhaalt: ‘Op zaterdag na het ontbijt—in de zomer van 1833, ging ik aan mijn bureau zitten om een bepaald punt te onderzoeken, en toen ik opstond om naar buiten te gaan om te werken, drong het zich met meer kracht dan ooit tevoren aan mij op: “Ga en vertel het aan de wereld.” De indruk was zo plotseling en kwam met zulk een kracht, dat ik in mijn stoel terugzonk en zei: “Ik kan niet gaan, Heere.” “Waarom niet?” scheen het antwoord te zijn, en toen kwamen al mijn verontschuldigingen naar boven, mijn gebrek aan bekwaamheid; maar mijn benauwdheid werd zo groot dat ik met God een plechtig verbond aanging, dat, indien Hij de weg zou openen, ik zou gaan en mijn plicht jegens de wereld zou vervullen. “Wat bedoel je met het openen van de weg?” scheen tot mij te komen. Welnu, zei ik, als ik een uitnodiging zou krijgen om ergens in het openbaar te spreken, dan zal ik gaan en hun vertellen wat ik in de Bijbel vind aangaande de komst des Heeren. Ogenblikkelijk was al mijn last verdwenen. En ik verheugde mij dat ik waarschijnlijk niet op zulk een wijze geroepen zou worden, want ik had nooit zulk een uitnodiging ontvangen; mijn beproevingen waren niet bekend, en ik had maar weinig verwachting dat ik voor enig arbeidsveld zou worden uitgenodigd. Ongeveer een half uur later, nog voordat ik de kamer had verlaten, kwam een zoon van de heer Guilford uit Dresden, ongeveer zestien mijl van mijn woonplaats, binnen en zei dat zijn vader mij had laten roepen en wenste dat ik met hem mee naar huis zou gaan, in de veronderstelling dat hij mij wel over enige zaak zou willen spreken. Ik vroeg hem wat hij wilde. Hij antwoordde dat er de volgende dag in hun kerk niet gepreekt zou worden, en dat zijn vader wenste dat ik zou komen om tot de mensen te spreken over het onderwerp van de komst des Heeren. Ik werd onmiddellijk toornig op mijzelf omdat ik het verbond had gesloten dat ik gesloten had. Terstond kwam ik in opstand tegen de Heere en besloot niet te gaan. Ik liet de jongen achter zonder hem enig antwoord te geven en trok mij in grote benauwdheid terug in een nabijgelegen bosje. Daar worstelde ik ongeveer een uur met de Heere, in een poging mij te ontslaan van het verbond dat ik met Hem had gesloten, maar ik kon geen verlichting verkrijgen. Het werd op mijn geweten gedrukt: “Zult gij een verbond met God sluiten en het zo spoedig verbreken?” en de buitengewone zondigheid van zulk handelen overweldigde mij. Eindelijk onderwierp ik mij en beloofde de Heere dat, indien Hij mij zou staande houden, ik zou gaan, op Hem vertrouwend om mij genade en bekwaamheid te geven om alles te volbrengen wat Hij van mij zou eisen. Ik keerde naar het huis terug en vond de jongen nog steeds wachtend. Hij bleef tot na het middagmaal, en ik keerde met hem naar Dresden terug.’ Op deze wijze begon Miller in de zomer van 1833 de boodschap in het openbaar te verkondigen. In december 1833 verleende de sterrenregen plechtige ernst aan zijn boodschap.
1840: The Fulfillment of Prophecy and the Ottoman Empire
1840: De vervulling van de profetie en het Ottomaanse Rijk
In 1840, Ellen White comments on a remarkable fulfillment of prophecy. This passage is often controverted in the Spirit of Prophecy, with some arguing that Uriah Smith inserted it into The Great Controversy, but these arguments are unfounded. She is speaking about the sequence of prophetic fulfillment's leading up to 1840, including the falling of the stars and the Dark Day. She writes, 'In the year 1840, another remarkable fulfillment of prophecy excited widespread interest.'
In 1840 geeft Ellen White commentaar op een opmerkelijke vervulling van de profetie. Deze passage wordt in de Geest der Profetie vaak bestreden; sommigen beweren dat Uriah Smith haar in The Great Controversy heeft ingevoegd, maar deze argumenten zijn ongegrond. Zij spreekt over de opeenvolging van profetische vervullingen die tot 1840 leidden, met inbegrip van de vallende sterren en de Donkere Dag. Zij schrijft: ‘In het jaar 1840 wekte nog een opmerkelijke vervulling van de profetie wijdverbreide belangstelling.’
She refers to biblical prophecy, not merely a human prediction by Josiah Litch. Two years before, Josiah Litch, a leading minister preaching the second advent, published an exposition of Revelation 9, predicting the fall of the Ottoman Empire. According to his calculations, this power was to be overthrown on August 11, 1840. At the specified time, Turkey, through her ambassadors, accepted the protection of the Allied Powers of Europe and thus placed herself under the control of Christian nations. The event exactly fulfilled the prediction. When it became known, multitudes were convinced of the correctness of the principles of prophetic interpretation adopted by Miller and his associates, and a wonderful impetus was given to the Advent movement. Men of learning and position united with Miller in preaching and publishing his views, and from 1840 to 1844, the work rapidly extended.
Zij verwijst naar de bijbelse profetie, niet louter naar een menselijke voorspelling van Josiah Litch. Twee jaar tevoren had Josiah Litch, een vooraanstaand predikant die de tweede advent predikte, een uiteenzetting van Openbaring 9 gepubliceerd, waarin hij de val van het Ottomaanse Rijk voorspelde. Volgens zijn berekeningen zou deze macht op 11 augustus 1840 ten val worden gebracht. Op het vastgestelde tijdstip aanvaardde Turkije, via haar ambassadeurs, de bescherming van de geallieerde mogendheden van Europa en stelde zich aldus onder de controle van christelijke naties. De gebeurtenis vervulde de voorspelling nauwkeurig. Toen dit bekend werd, werden velen overtuigd van de juistheid van de beginselen van profetische uitleg die door Miller en zijn medewerkers waren aanvaard, en aan de adventbeweging werd een wonderbare stuwkracht gegeven. Mannen van geleerdheid en aanzien sloten zich bij Miller aan in het verkondigen en publiceren van zijn opvattingen, en van 1840 tot 1844 breidde het werk zich snel uit.
Uriah Smith had told us that the first angel of Revelation 14 arrived in 1798, but it is the same angel as the angel of Revelation 10. In Revelation 10, John is told to take the little book out of the angel's hand and eat it, and it will become sweet in his mouth. The Millerite message became sweet on August 11, 1840, after two years of predicting the collapse of the Ottoman Empire based on the year-day principle of Bible prophecy. When the event was exactly fulfilled, the message they had been proclaiming became sweet in their mouth.
Uriah Smith had ons meegedeeld dat de eerste engel van Openbaring 14 in 1798 verscheen, maar het is dezelfde engel als de engel van Openbaring 10. In Openbaring 10 wordt Johannes opgedragen het boekje uit de hand van de engel te nemen en het op te eten, en het zal zoet worden in zijn mond. De Milleritische boodschap werd zoet op 11 augustus 1840, na twee jaar lang op grond van het jaar-dagbeginsel van de Bijbelse profetie de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk te hebben voorspeld. Toen de gebeurtenis precies werd vervuld, werd de boodschap die zij hadden verkondigd zoet in hun mond.
On August 11, 1840, the message became sweet in their mouth. John is told to take the little book out of the angel's hand that has descended. The angel descends on August 11, 1840, and this angel of Revelation 10 is the same as the first angel of Revelation 14. The angel of Revelation 14 arrives in 1798 at the time of the end, but his message is empowered in 1840. Ellen White says that when the event became known, multitudes were convinced of the correctness of the principles of prophetic interpretation adopted by Miller and his associates. Since the 1930s, beginning in 1919 but especially in the 1930s, Adventism has rejected the rules of prophetic interpretation adopted by Miller and his associates—those rules being the proof text method of Bible study.
Op 11 augustus 1840 werd de boodschap zoet in hun mond. Johannes wordt gezegd het kleine boekje te nemen uit de hand van de engel die is neergedaald. De engel daalt neer op 11 augustus 1840, en deze engel van Openbaring 10 is dezelfde als de eerste engel van Openbaring 14. De engel van Openbaring 14 verschijnt in 1798, ten tijde van het einde, maar zijn boodschap wordt in 1840 bekrachtigd. Ellen White zegt dat, toen de gebeurtenis bekend werd, menigten overtuigd raakten van de juistheid van de beginselen van profetische uitleg die door Miller en zijn medearbeiders waren aangenomen. Sinds de jaren 1930, beginnend in 1919 maar vooral in de jaren 1930, heeft het adventisme de regels van profetische uitleg verworpen die door Miller en zijn medearbeiders waren aangenomen—die regels zijnde de bewijsplaatstekstmethode van Bijbelstudie.
The 1843 Chart and the Tarrying Time
De Kaart van 1843 en de Talmingstijd
The next waymark in history is the 1843 chart, produced in May 1842. Ellen White says, 'I have seen that the 1843 chart was directed by the hand of the Lord and that it should not be altered, that the figures were as He wanted them, and that His hand was over and hid a mistake in some of the figures so that none could see it until His hand was removed.' This chart is a prophetic waymark, produced in May 1842. In June 1842, the Protestant churches closed their doors and the second angel arrives.
Het volgende wegmerk in de geschiedenis is de kaart van 1843, vervaardigd in mei 1842. Ellen White zegt: „Ik heb gezien dat de kaart van 1843 door de hand des Heren werd geleid en dat zij niet veranderd mocht worden; dat de cijfers waren zoals Hij ze hebben wilde, en dat Zijn hand erover was en een vergissing in sommige van de cijfers verborg, zodat niemand die kon zien totdat Zijn hand werd weggenomen.” Deze kaart is een profetisch wegmerk, vervaardigd in mei 1842. In juni 1842 sloten de protestantse kerken hun deuren en de tweede engel komt aan.
From Testimonies, volume one, page 21: 'In June of 1842, Mr. Miller gave his second course of lectures at the Casco Street Church in Portland, Maine. With few exceptions, the different denominations closed the doors of their churches against Mr. Miller.' Ellen White informs us that as Seventh-day Adventist Christians, we should learn to reason from cause to effect. The cause that led the Protestant churches to close their doors was the introduction of this chart. When the chart was introduced in May, the Protestant churches determined that the Millerites were deluded fanatics.
Uit Testimonies, deel één, bladzijde 21: „In juni 1842 gaf de heer Miller zijn tweede reeks lezingen in de Casco Street Church te Portland, Maine. Op enkele uitzonderingen na sloten de verschillende denominaties de deuren van hun kerken voor de heer Miller.” Ellen White deelt ons mee dat wij als Zevendedagsadventistische christenen moeten leren van oorzaak tot gevolg te redeneren. De oorzaak die de protestantse kerken ertoe bracht hun deuren te sluiten, was de invoering van deze kaart. Toen de kaart in mei werd ingevoerd, kwamen de protestantse kerken tot de slotsom dat de Millerieten misleide fanatici waren.
The first disappointment is next. From The Great Controversy, page 393: 'As early as 1842, the direction given in this prophecy to write the vision and make it plain upon tables, that he may run that readeth it, had suggested to Charles Fitch the preparation of a prophetic chart to illustrate the visions of Daniel and Revelation.' Charles Fitch, who died just before the Great Disappointment of October 22, 1844, was used by the Lord in this history. He prepared the chart, which was published in May 1842.
De eerste teleurstelling volgt hierna. Uit De Grote Strijd, bladzijde 393: ‘Reeds in 1842 had de in deze profetie gegeven aanwijzing om het gezicht op te schrijven en het duidelijk op tafelen te stellen, opdat men die het leest, al lopende het moge lezen, Charles Fitch ertoe gebracht een profetische kaart op te stellen ter toelichting van de gezichten van Daniël en Openbaring.’ Charles Fitch, die kort vóór de Grote Teleurstelling van 22 oktober 1844 stierf, werd door de Heere in deze geschiedenis gebruikt. Hij stelde de kaart op, die in mei 1842 werd gepubliceerd.
The publication of this chart was regarded as a fulfillment of the command of Habakkuk. No one, however, noticed an apparent delay in the accomplishment of the vision. A tarrying time is presented in the same prophecy. After the disappointment, this scripture appeared significant: 'The vision is yet for an appointed time, but at the end it shall speak and not lie, though it tarry, wait for it, because it will surely come, it will not tarry. The just shall live by faith.' The tarrying time is the first disappointment, which comes on March 22, 1844. The Millerites were predicting the end of the world in 1843, using the biblical reckoning of time. When the Lord had not come by then, the first disappointment set in on March 22, 1844. That is the tarrying time.
De publicatie van deze kaart werd beschouwd als een vervulling van het bevel van Habakuk. Niemand bemerkte echter een schijnbare vertraging in de vervulling van het visioen. In dezelfde profetie wordt een tijd van vertoeven voorgesteld. Na de teleurstelling scheen deze Schriftplaats van betekenis: 'Want het visioen is nog voor een bestemde tijd, maar aan het einde zal het spreken en niet liegen; al vertoeft het, verbeid het, want het zal gewisselijk komen, het zal niet vertoeven. Maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven.' De tijd van vertoeven is de eerste teleurstelling, die op 22 maart 1844 kwam. De Millerieten voorspelden het einde van de wereld in 1843, waarbij zij de bijbelse tijdrekening gebruikten. Toen de Heere tegen die tijd nog niet was gekomen, trad op 22 maart 1844 de eerste teleurstelling in. Dat is de tijd van vertoeven.
This is the tarrying time in the parable of the ten virgins, in Habakkuk 2, and in Daniel 12. Daniel 12:11 says, 'And from the time that the daily sacrifice shall be taken away...' The pioneers understood that paganism was subdued in 508, with Clovis defeating the Visigoths. From the time that paganism is taken away and the papacy is set up (thirty years later in 538), there shall be 1290 days. The next verse says, 'Blessed is he that waiteth and cometh to the thousand three hundred and thirty-five days.' 508 plus 1335 equals 1843. 'Blessed is he that comes to 1843.' The 1335 marks the tarrying time, saying, 'Blessed is he that waiteth and cometh to 1843.' If you uphold the pioneer understanding of the daily, as Ellen White does, this is clear.
Dit is de vertoeftijd in de gelijkenis van de tien maagden, in Habakuk 2 en in Daniël 12. Daniël 12:11 zegt: ‘En van de tijd af dat het dagelijks offer zal worden weggenomen...’ De pioniers begrepen dat het heidendom in 508 werd onderdrukt, toen Clovis de Visigoten versloeg. Vanaf de tijd dat het heidendom wordt weggenomen en het pausdom wordt opgericht (dertig jaar later, in 538), zullen er 1290 dagen zijn. Het volgende vers zegt: ‘Zalig is hij die verbeidt en komt tot de duizend driehonderd vijfendertig dagen.’ 508 plus 1335 is 1843. ‘Zalig is hij die komt tot 1843.’ De 1335 markeert de vertoeftijd en zegt: ‘Zalig is hij die verbeidt en komt tot 1843.’ Als u het pioniersbegrip van het dagelijks handhaaft, zoals Ellen White dat doet, is dit duidelijk.
To further clarify, Isaiah 30:18 says, 'And therefore will the Lord wait.' Here, the Lord is the bridegroom in the parable of the ten virgins, and He is tarrying. 'And therefore will the bridegroom tarry that he may be gracious unto you, and therefore will he be exalted that he may have mercy on you, for the Lord is a God of judgment. Blessed are all they that wait for Him.' This matches Daniel 12:12: 'Blessed is he who waiteth and cometh to the 1335.' The bridegroom tarries on March 22, 1844. There is a blessing attached to coming to the first disappointment and then waiting. When you get here, you are to wait. What are you waiting for? Habakkuk 2:3 says, 'For the vision is yet for an appointed time, but at the end it shall speak and not lie, though it tarry, wait for it.' The blessing of coming to the 1335 is the blessing of coming to this history, where the Lord will accomplish the Midnight Cry.
Ter verdere verduidelijking zegt Jesaja 30:18: ‘Daarom zal de Heere wachten.’ Hier is de Heere de bruidegom in de gelijkenis van de tien maagden, en Hij vertoeft. ‘En daarom zal de bruidegom vertoeven, opdat hij u genadig zij, en daarom zal hij verheven worden, opdat hij Zich over u ontferme; want de Heere is een God des gerichts. Welgelukzalig zijn allen die op Hem wachten.’ Dit stemt overeen met Daniël 12:12: ‘Welgelukzalig is hij die verwacht en komt tot de 1335.’ De bruidegom vertoeft op 22 maart 1844. Er is een zegen verbonden aan het komen tot de eerste teleurstelling en vervolgens te wachten. Wanneer u hier aankomt, moet u wachten. Waarop wacht u? Habakuk 2:3 zegt: ‘Want het gezicht is nog voor een bestemde tijd, maar aan het einde zal het spreken en niet liegen; al vertoeft het, verwacht het.’ De zegen van het komen tot de 1335 is de zegen van het komen tot deze geschiedenis, waarin de Heere de Middernachtsroep zal volbrengen.
Not everyone will be allowed to participate in the Midnight Cry. Some people traveled along with the Millerites not because of their own personal experience with Jesus Christ or personal study of God's Word, but out of fear. Before the Midnight Cry arrives, the Lord separates these brethren from the movement. The first disappointment is part of the process preparing for the Midnight Cry. According to Ellen White, if we do not understand this, we fall off the path to the wicked world below.
Niet iedereen zal worden toegestaan deel te nemen aan de Middernachtsroep. Sommigen trokken met de Millerieten mee, niet vanwege hun eigen persoonlijke ervaring met Jezus Christus of persoonlijke studie van Gods Woord, maar uit vrees. Voordat de Middernachtsroep aanbreekt, scheidt de Heere deze broeders van de beweging. De eerste teleurstelling maakt deel uit van het proces dat voorbereidt op de Middernachtsroep. Volgens Ellen White vallen wij, indien wij dit niet begrijpen, van het pad af naar de goddeloze wereld beneden.
The Empowerment of the Second Angel's Message
De Bekrachtiging van de Boodschap van de Tweede Engel
From Early Writings, page 238: 'Near the close of the second angel's message, I saw a great light from heaven shining upon the people of God. The rays of this light seemed bright as the sun, and I heard voices of angels crying, "Behold, the bridegroom cometh."' This was the Midnight Cry, which was to give power to the second angel's message. The pioneers understood that the first angel's message arrived in 1798 but was empowered with the collapse of the Ottoman Empire in 1840. All the messages arrive at a point in time and are thereafter empowered. The second angel's message arrives in March 22, 1844 when the Protestant churches closed their doors against the Millerite message. The Midnight Cry empowers the second angel's message. The third angel's message arrives on October 22, 1844, and is empowered when the mighty angel of Revelation 18 joins it. Every message arrives in history and is thereafter empowered. This is important to understand.
Uit Early Writings, bladzijde 238: „Dicht bij het einde van de boodschap van de tweede engel zag ik een groot licht uit de hemel schijnen op het volk van God. De stralen van dit licht schenen helder als de zon, en ik hoorde stemmen van engelen roepen: ‘Zie, de bruidegom komt.’” Dit was de Middernachtsroep, die kracht moest verlenen aan de boodschap van de tweede engel. De pioniers begrepen dat de boodschap van de eerste engel in 1798 kwam, maar bekrachtigd werd met de ineenstorting van het Ottomaanse Rijk in 1840. Alle boodschappen komen op een bepaald tijdstip en worden daarna bekrachtigd. De boodschap van de tweede engel komt op 22 maart 1844, toen de protestantse kerken hun deuren sloten voor de Milleritische boodschap. De Middernachtsroep bekrachtigt de boodschap van de tweede engel. De boodschap van de derde engel komt op 22 oktober 1844 en wordt bekrachtigd wanneer de machtige engel van Openbaring 18 zich daarbij voegt. Iedere boodschap komt in de geschiedenis en wordt daarna bekrachtigd. Dit is belangrijk om te begrijpen.
The Midnight Cry gave power to the second angel's message. Angels were sent from heaven to arouse the discouraged saints and prepare them for the great work before them. The most talented men were not the first to receive this message. William Miller was not the first to receive this message; quite the opposite, he was the last to receive it. He was the most talented in understanding the message, while Samuel Snow was the first. Those who had formerly led in the work were the last to receive and help swell the cry. Historically, the last person to accept the message of the Midnight Cry was William Miller.
De Middernachtsroep gaf kracht aan de boodschap van de tweede engel. Engelen werden uit de hemel gezonden om de ontmoedigde heiligen op te wekken en hen voor te bereiden op het grote werk dat vóór hen lag. De meest begaafde mannen waren niet de eersten die deze boodschap ontvingen. William Miller was niet de eerste die deze boodschap ontving; integendeel, hij was de laatste die haar ontving. Hij was de meest begaafde in het begrijpen van de boodschap, terwijl Samuel Snow de eerste was. Degenen die voordien in het werk leiding hadden gegeven, waren de laatsten om haar te ontvangen en mee te helpen de roep te doen aanzwellen. Historisch gezien was William Miller de laatste persoon die de boodschap van de Middernachtsroep aannam.
From The Great Controversy, 376: During the empowerment of the Midnight Cry, about 50,000 left the churches. As Miller's work tended to build up the churches, it was initially regarded with favor, but as ministers and religious leaders decided against the Advent doctrine and desired to suppress all agitation on the subject, they opposed it from the pulpit and denied their members the privilege of attending preaching on the second advent or even speaking of their hope in social meetings. Leaders in the Adventist Church today who forbid the teaching of this message in the church and even in private homes are prefigured here in the Millerite movement.
Uit The Great Controversy, 376: Tijdens de bekrachtiging van de Middernachtsroep verlieten ongeveer 50.000 mensen de kerken. Daar Millers werk ertoe strekte de kerken op te bouwen, werd het aanvankelijk met welwillendheid beschouwd; maar toen predikanten en godsdienstige leiders zich tegen de Adventleer keerden en alle beroering over dit onderwerp wensten te onderdrukken, verzetten zij zich ertegen vanaf de kansel en ontzegden zij hun leden het voorrecht prediking over de tweede komst bij te wonen of zelfs in samenkomsten over hun hoop te spreken. Leiders in de Adventkerk van heden die de verkondiging van deze boodschap in de kerk en zelfs in particuliere woningen verbieden, worden hier voorafgeschaduwd in de Milleritische beweging.
Believers found themselves in great trial and perplexity. They loved their churches and were reluctant to separate, but as they saw the testimony of God's Word suppressed and their right to investigate the prophecies denied, they felt that loyalty to God forbade them to submit. Those who sought to shut out the testimony of God's Word could not be regarded as constituting the Church of Christ. Hence, they felt justified in separating from their former connection. In the summer of 1844, about 50,000 withdrew from the churches.
Gelovigen bevonden zich in grote beproeving en verwarring. Zij hadden hun kerken lief en waren terughoudend zich af te scheiden, maar toen zij zagen dat het getuigenis van Gods Woord werd onderdrukt en hun het recht werd ontzegd de profetieën te onderzoeken, voelden zij dat trouw aan God hun verbood zich te onderwerpen. Degenen die trachtten het getuigenis van Gods Woord buiten te sluiten, konden niet worden beschouwd als de Kerk van Christus te vormen. Daarom achtten zij zich gerechtvaardigd zich van hun vroegere verband af te scheiden. In de zomer van 1844 trokken ongeveer 50.000 zich uit de kerken terug.
Miller's Understanding and the True Midnight Cry
Millers Begrip en de Ware Middernachtsroep
From Elder Damsteegt's book, Foundation of Seventh-day Adventist Message and Mission, Miller believed that the proclamation of Daniel 8:14 and the first angel of Revelation 14 was the Midnight Cry—'Behold, the bridegroom cometh.' He believed this message was identifying the second coming of Christ. Miller thought the entire history was the Midnight Cry, but Ellen White states the Midnight Cry was accomplished at a specific point. Samuel Snow titled his presentation 'The True Midnight Cry' to distinguish it from the Millerite teaching that the Midnight Cry was the general message.
Uit het boek van ouderling Damsteegt, Foundation of Seventh-day Adventist Message and Mission, blijkt dat Miller geloofde dat de verkondiging van Daniël 8:14 en van de eerste engel van Openbaring 14 de Middernachtsroep was—‘Zie, de bruidegom komt.’ Hij geloofde dat deze boodschap de wederkomst van Christus aanwees. Miller meende dat de gehele geschiedenis de Middernachtsroep was, maar Ellen White verklaart dat de Middernachtsroep op een bepaald tijdstip werd vervuld. Samuel Snow gaf zijn voordracht de titel ‘The True Midnight Cry’ om die te onderscheiden van de Milleritische leer dat de Middernachtsroep de algemene boodschap was.
The most spiritual received the message first, and those who had formerly led in the work were the last to receive and help swell the cry. William Miller, who had led the work from 1833 onward, struggled with the Midnight Cry message when it came in August 1844. He was unsure about separating from the churches and had been teaching another understanding of the Midnight Cry for many years.
De meest geestelijken ontvingen de boodschap het eerst, en zij die vroeger leiding hadden gegeven aan het werk, waren de laatsten om haar te aanvaarden en mee de roep te doen aanzwellen. William Miller, die vanaf 1833 leiding had gegeven aan het werk, worstelde met de boodschap van de Middernachtsroep toen deze in augustus 1844 kwam. Hij was onzeker over de afscheiding van de kerken en had gedurende vele jaren een andere opvatting van de Middernachtsroep onderwezen.
William Miller wrote, 'I'd never been positive as to any particular day for the Lord's appearing, believing that no man could know the day and hour. In all my published lectures, it will be seen on the title page, about the year 1843. In all my oral lectures, I invariably told my audiences that the periods would terminate in 1843 if there were no mistake in my calculation, but that I could not say the end might not come even before that time, and that they should be continually prepared. In 1842, some of the brethren preached with great positiveness, the exact year, and censured me for putting in an "if."' In May 1842, the 1843 chart was published, and the brethren told Miller to remove the 'if' from his presentation.
William Miller schreef: ‘Ik ben nooit stellig geweest omtrent enige bepaalde dag voor de verschijning van de Heere, daar ik geloofde dat niemand de dag noch het uur kon weten. In al mijn gepubliceerde lezingen zal men op de titelpagina zien: omstreeks het jaar 1843. In al mijn mondelinge lezingen zei ik mijn toehoorders steevast dat de perioden in 1843 zouden eindigen indien er geen vergissing in mijn berekening was, maar dat ik niet kon zeggen dat het einde niet zelfs vóór die tijd zou kunnen komen, en dat zij voortdurend bereid moesten zijn. In 1842 predikten sommigen van de broeders met grote stelligheid het exacte jaar en berispten mij omdat ik een “indien” toevoegde.’ In mei 1842 werd de 1843-kaart gepubliceerd, en de broeders zeiden tegen Miller dat hij het ‘indien’ uit zijn uiteenzetting moest weglaten.
Miller continued, 'The public press had also published that I'd fixed upon a definite day, the twenty-third of April, for the Lord's advent. Therefore, in December of that year, as I could see no error in my reckoning, I published my belief that sometime between March 21, 1843, and March 21, 1844, the Lord would come.' Miller had already concluded the tenth day of the seventh month, and long before Samuel Snow used this conclusion to proclaim the Midnight Cry, Miller had written about it. Miller was the one the Lord used to put together the logic that Samuel Snow employed to identify October 22, 1844.
Miller vervolgde: „De openbare pers had eveneens bericht dat ik een bepaalde dag, de drieëntwintigste april, had vastgesteld voor de komst van de Heere. Daarom heb ik in december van dat jaar, daar ik in mijn berekening geen fout kon ontdekken, mijn overtuiging gepubliceerd dat de Heere ergens tussen 21 maart 1843 en 21 maart 1844 zou komen.” Miller was reeds tot de conclusie gekomen van de tiende dag van de zevende maand, en lang voordat Samuel Snow deze conclusie gebruikte om de Middernachtsroep te verkondigen, had Miller erover geschreven. Miller was degene die de Heere gebruikte om de logica samen te stellen waarvan Samuel Snow gebruikmaakte om 22 oktober 1844 vast te stellen.
Miller wrote, 'During the year 1843, the most violent denunciations were heaped upon me and those associated with me by the press and some pulpits. Our motives were assailed, our principles misrepresented, our characters traduced.' Time passed, and March 21, 1844, went by without the Lord's appearing. The disappointment was great, and many walked no more with them. Before this time, from 1840, there were an estimated 200,000 Millerites, but by this point, only 50,000 remained.
Miller schreef: „Gedurende het jaar 1843 werden de hevigste veroordelingen over mij en hen die met mij verbonden waren uitgestort door de pers en sommige kansels. Onze beweegredenen werden aangevallen, onze beginselen verkeerd voorgesteld, onze karakters belasterd.” De tijd verstreek, en 21 maart 1844 ging voorbij zonder dat de Heere verscheen. De teleurstelling was groot, en velen wandelden niet langer met hen. Vóór die tijd, vanaf 1840, waren er naar schatting 200.000 Millerieten, maar op dit punt waren er nog slechts 50.000 over.
Miller continued, 'Previously to this, in the fall of 1843, some of my brethren began to call the churches Babylon and to urge that it was the duty of Adventists to come out of them. With this, I was much grieved. Not only was the effect very bad, but I regarded it as a perversion of the Word of God, a wresting of the Scriptures.' Miller struggled with the second angel's message, making it more difficult for him to accept the true Midnight Cry message. The practice spread, and the churches were closed against them, creating hostility and separating most Adventists from their respective churches.
Miller vervolgde: ‘Vóór dit, in de herfst van 1843, begonnen sommigen van mijn broeders de kerken Babylon te noemen en erop aan te dringen dat het de plicht van de adventisten was uit hen uit te gaan. Daarover was ik zeer bedroefd. Niet alleen was het gevolg zeer slecht, maar ik beschouwde het ook als een verdraaiing van het Woord van God, een verkeerde hantering van de Schriften.’ Miller worstelde met de boodschap van de tweede engel, wat het voor hem moeilijker maakte de ware Middernachtsroepboodschap te aanvaarden. Deze praktijk verbreidde zich, en de kerken werden voor hen gesloten, waardoor vijandigheid ontstond en de meeste adventisten van hun respectieve kerken werden gescheiden.
After his published time passed, Miller acknowledged his disappointment regarding the exact period but maintained his faith. He continued his labors at the West during the summer of 1844 until the Seventh Month movement. He had no participation in this movement except for a letter written eighteen months earlier about the Mosaic Law observances pointing to that month. He did not expect that such a use would be made of those topics or that belief in such evidence would become a test of salvation. He had no fellowship with the movement until two or three weeks before October 22, 1844. In a letter to Himes on October 6, 1844, Miller wrote, 'I see a glory in the seventh month which I never saw before... Now, blessed be the name of the Lord, I see a beauty, a harmony, an agreement in the scriptures, for which I've long prayed but did not see until today. Thank the Lord, O my soul. Brother Snow, Brother Storrs, and others, be blessed for their instrumentality in opening my eyes. I'm almost home. Glory, glory, glory, glory.'
Nadat de door hem gepubliceerde tijd verstreken was, erkende Miller zijn teleurstelling met betrekking tot de exacte periode, maar hij behield zijn geloof. Hij zette zijn arbeid in het Westen voort gedurende de zomer van 1844 tot aan de Zevende-Maandbeweging. Aan deze beweging had hij geen aandeel, behalve een brief die hij achttien maanden eerder had geschreven over de onderhoudingen van de Mozaïsche wet die naar die maand verwezen. Hij verwachtte niet dat van die onderwerpen zulk een gebruik gemaakt zou worden, noch dat geloof in zulk een bewijs een toetssteen van zaligheid zou worden. Hij had geen gemeenschap met de beweging tot twee of drie weken vóór 22 oktober 1844. In een brief aan Himes van 6 oktober 1844 schreef Miller: ‘Ik zie een heerlijkheid in de zevende maand die ik nooit tevoren heb gezien... Nu, gezegend zij de naam des Heeren, zie ik een schoonheid, een harmonie, een overeenstemming in de Schriften, waarom ik lang gebeden heb maar die ik tot vandaag niet zag. Dank de Heere, o mijn ziel. Broeder Snow, broeder Storrs en anderen, wees gezegend om hun dienst als werktuigen bij het openen van mijn ogen. Ik ben bijna thuis. Heerlijkheid, heerlijkheid, heerlijkheid, heerlijkheid.’
Afterward, Miller rethought the Midnight Cry, calling it fanaticism. Damsteegt notes that Snow got his basic outline of the Midnight Cry message from Miller's earlier work.
Later beschouwde Miller de Middernachtsroep opnieuw en noemde haar fanatisme. Damsteegt merkt op dat Snow de hoofdlijnen van de boodschap van de Middernachtsroep ontleende aan Millers eerdere werk.
Snow's calculations, published in March 1844, aroused little attention until the Exeter camp meeting, August 12–17, 1844. There, his exact date for Christ's return stirred many Millerites, bringing their missionary endeavor to a peak. Their response became known as the Seventh Month movement. Although Millerite leaders were initially skeptical, some weeks before the expected event, they joined the movement and allowed Snow's views to be printed and supported.
Snows berekeningen, gepubliceerd in maart 1844, trokken weinig aandacht tot aan de kampbijeenkomst te Exeter, van 12–17 augustus 1844. Daar bracht zijn nauwkeurige datum voor Christus’ wederkomst velen onder de Millerieten in beroering en voerde hun zendingsijver tot een hoogtepunt. Hun reactie werd bekend als de Zevende-Maandbeweging. Hoewel de leiders van de Millerieten aanvankelijk sceptisch waren, sloten zij zich enkele weken vóór de verwachte gebeurtenis bij de beweging aan en stonden zij toe dat Snows opvattingen werden gedrukt en ondersteund.
The Midnight Cry and Its Aftermath
De Middernachtsroep en de Nasleep ervan
Ellen White's first vision shows God's people on a path to heaven, with a light behind them called the Midnight Cry. The message Samuel Snow presented needs to be understood. In May 1842, 300 charts were printed for 300 preachers. By March 22, 1844, after the first disappointment, the chart was set aside, and many left the movement. Those who remained were to wait. At the Exeter camp meeting, Snow showed that the Lord would come on October 22, 1844, the Day of Atonement. This impelled them to proclaim the message.
Ellen Whites eerste visioen toont Gods volk op een pad naar de hemel, met een licht achter hen dat de Middernachtsroep werd genoemd. De boodschap die Samuel Snow bracht, moet worden begrepen. In mei 1842 werden 300 kaarten gedrukt voor 300 predikers. Tegen 22 maart 1844, na de eerste teleurstelling, werd de kaart terzijde gelegd, en velen verlieten de beweging. Degenen die overbleven, moesten wachten. Op de kampbijeenkomst te Exeter toonde Snow aan dat de Heer op 22 oktober 1844 zou komen, de Grote Verzoendag. Dit dreef hen ertoe de boodschap te verkondigen.
Joseph Bates recounted that after the Exeter camp meeting, as he walked through the train cars, he heard voices repeating, 'Behold, the bridegroom cometh!' This movement swept over the United States in two months, leading to the Great Disappointment on October 22, 1844.
Joseph Bates verhaalde dat hij na de kampbijeenkomst te Exeter, terwijl hij door de treinwagons liep, stemmen hoorde die herhaalden: “Zie, de bruidegom komt!” Deze beweging trok in twee maanden over de Verenigde Staten en leidde tot de Grote Teleurstelling op 22 oktober 1844.
Damsteegt comments on the Low Hampton Conference of Adventists, December 28–29, 1844, involving Himes and Miller. Himes urged comforting the saints, arousing the Christian world, and proclaiming salvation to sinners. A few weeks later, the Advent Press resumed, and Himes declared the door of salvation open. Miller gradually gave up the extreme shut door concept and returned to his original view of the Midnight Cry. In that same month, Ellen White had her first vision, showing that those who reject the Midnight Cry fall off the path. That vision was for William Miller as much as anyone else.
Damsteegt geeft commentaar op de Adventistenconferentie te Low Hampton van 28–29 december 1844, waarbij Himes en Miller betrokken waren. Himes drong erop aan de heiligen te vertroosten, de christelijke wereld wakker te schudden en de zaligheid aan zondaren te verkondigen. Enkele weken later werd de Advent Press hervat, en Himes verklaarde dat de deur van de zaligheid openstond. Miller liet geleidelijk de extreme opvatting van de gesloten deur varen en keerde terug tot zijn oorspronkelijke visie op de Middernachtsroep. In diezelfde maand had Ellen White haar eerste visioen, waarin werd getoond dat zij die de Middernachtsroep verwerpen, van het pad afvallen. Dat visioen was evenzeer voor William Miller bestemd als voor ieder ander.
William Miller's Final Test and Legacy
William Millers laatste beproeving en nalatenschap
From Early Writings, page 257: "My attention was then called to William Miller. He looked perplexed and was bowed with anxiety and distress for his people. The company who had been united and loving in 1844 were losing their love, opposing one another, and falling into a cold, backslidden state. As he beheld this, grief wasted his strength. I saw leading men watching him, primarily Joshua Himes, and fearing lest he should receive the third angel's message." The third angel's message in this context is the Sabbath. As Miller leaned toward the light from heaven, these men would lay plans to draw his mind away. Human influence kept him in darkness and retained his influence among those who opposed the truth. Eventually, Miller raised his voice against the light from heaven—the Sabbath. He failed to receive the message that would have explained his disappointment and cast light and glory on the past. He leaned on human wisdom instead of divine. Being broken by labor and age, he was not as accountable as those who kept him from the truth. The sin rests upon them. If Miller could have seen the light of the third angel, many things would have been explained. But his brethren professed such deep love for him that he thought he could never tear away from them. God allowed him to fall under the power of death and hid him in the grave from those who drew him from the truth. Moses erred before entering the Promised Land; likewise, Miller erred as he was soon to enter the heavenly Canaan. Others led him to do this; others must account for it. But angels watch the precious dust of this servant of God and will come forth at the sound of the last trumpet.
Uit Early Writings, bladzijde 257: „Mijn aandacht werd toen gevestigd op William Miller. Hij zag er verward uit en was neergebogen onder bezorgdheid en smart om zijn volk. De groep die in 1844 verenigd en liefdevol was geweest, verloor haar liefde, keerde zich tegen elkander en viel in een koude, teruggevallen toestand. Toen hij dit aanschouwde, verteerde droefheid zijn kracht. Ik zag vooraanstaande mannen hem gadeslaan, in het bijzonder Joshua Himes, en vrezen dat hij de boodschap van de derde engel zou aannemen.” De boodschap van de derde engel is in deze context de sabbat. Toen Miller zich naar het licht uit de hemel neigde, smeedden deze mannen plannen om zijn geest daarvan af te wenden. Menselijke invloed hield hem in duisternis en behield zijn invloed onder hen die zich tegen de waarheid verzetten. Uiteindelijk verhief Miller zijn stem tegen het licht uit de hemel — de sabbat. Hij verzuimde de boodschap aan te nemen die zijn teleurstelling zou hebben verklaard en licht en heerlijkheid op het verleden zou hebben geworpen. Hij steunde op menselijke wijsheid in plaats van op de goddelijke. Gebroken door arbeid en ouderdom was hij niet in dezelfde mate verantwoordelijk als zij die hem van de waarheid afhielden. De zonde rust op hen. Indien Miller het licht van de derde engel had kunnen zien, zouden vele dingen hem verklaard zijn. Maar zijn broeders beleden zulk een diepe liefde voor hem dat hij meende zich nooit van hen te kunnen losrukken. God liet toe dat hij onder de macht van de dood viel en verborg hem in het graf voor hen die hem van de waarheid hadden afgetrokken. Mozes faalde vóór hij het Beloofde Land binnenging; evenzo faalde Miller toen hij op het punt stond het hemelse Kanaän binnen te gaan. Anderen brachten hem ertoe dit te doen; anderen zullen daarvan rekenschap moeten afleggen. Maar engelen waken over het kostbare stof van deze dienstknecht van God en hij zal tevoorschijn komen bij het geluid van de laatste bazuin.
Conclusion: Lessons for Today
Conclusie: Lessen voor vandaag
In conclusion, William Miller typifies Seventh-day Adventists at the end of the world. Ellen White's first vision is more for our day than for her own. At the end of the world, Seventh-day Adventists will reject the light of the Midnight Cry. The light of the Midnight Cry can only be understood by understanding this history. The first disappointment purged the Millerite movement of those there for the wrong reasons and prepared the people for the testing experience that would lead them into the Most Holy Place. Those who come to the first disappointment are blessed only if they wait for October 22, 1844. This time is designed by God to produce a people He will gather into the Most Holy Place. To reject the Midnight Cry and fall off the path is to reject this entire history.
Tot slot is William Miller een voorafbeelding van de Zevende-dags Adventisten aan het einde van de wereld. Het eerste visioen van Ellen White is meer voor onze tijd dan voor de hare. Aan het einde van de wereld zullen de Zevende-dags Adventisten het licht van de Middernachtsroep verwerpen. Het licht van de Middernachtsroep kan alleen worden begrepen door deze geschiedenis te verstaan. De eerste teleurstelling zuiverde de Milleritische beweging van hen die daar om de verkeerde redenen waren en bereidde het volk voor op de beproeving die hen zou leiden in het Allerheiligste. Zij die tot de eerste teleurstelling komen, zijn alleen gezegend indien zij wachten op 22 oktober 1844. Deze tijd is door God bestemd om een volk voort te brengen dat Hij in het Allerheiligste zal vergaderen. De Middernachtsroep verwerpen en van het pad afvallen, is deze gehele geschiedenis verwerpen.
William Miller made three mistakes, and we are always tested by three tests. His first error was rejecting the Midnight Cry in December 1844. His second was listening to men instead of God, which led to his third mistake: rejecting the Sabbath. At the end of the world, Seventh-day Adventists will reject the history of the Midnight Cry and the call to return to the old paths because they listen to their leaders. In so doing, they prepare themselves for the mark of the beast, repeating Miller's three-step testing process, which begins with how they relate to the message and history of the Midnight Cry.
William Miller beging drie fouten, en wij worden altijd door drie beproevingen beproefd. Zijn eerste dwaling was de Middernachtsroep in december 1844 te verwerpen. Zijn tweede was naar mensen te luisteren in plaats van naar God, wat leidde tot zijn derde fout: de sabbat te verwerpen. Aan het einde van de wereld zullen de Zevendedagsadventisten de geschiedenis van de Middernachtsroep en de oproep om terug te keren tot de oude paden verwerpen, omdat zij naar hun leiders luisteren. Door dit te doen, bereiden zij zich voor op het merkteken van het beest en herhalen zij Millers drievoudige beproevingsproces, dat begint met de wijze waarop zij zich verhouden tot de boodschap en de geschiedenis van de Middernachtsroep.
There are only two prophecies that deal with the history from the first disappointment to the second disappointment: the 2300 days ('Though the vision tarry, wait for it') and the 2520. To reject the 2520 is to reject the Midnight Cry. To reject the Midnight Cry is to fall off the path to the wicked world below.
Er zijn slechts twee profetieën die handelen over de geschiedenis vanaf de eerste teleurstelling tot aan de tweede teleurstelling: de 2300 dagen („Al vertoeft het gezicht, verbeid het”) en de 2520. De 2520 te verwerpen is de Middernachtsroep te verwerpen. De Middernachtsroep te verwerpen is van het pad af te vallen naar de goddeloze wereld beneden.
We will address this further in the next presentation.
Wij zullen hier in de volgende presentatie verder op ingaan.