As we take up the study of the hidden history we will consider both the internal and external lines of prophecy that are now understood as aligning with the history from the time of the end in verse forty unto the Sunday law of verse forty-one. The internal line of that prophetic history is marked by the book of Revelation in chapter eleven and verse eleven. The external line is marked by the book of Daniel in chapter eleven verse eleven. The external line of Daniel eleven—verse eleven arrived in history in 2014, and the internal line of Revelation eleven—verse eleven arrived in history on December 31, 2023. The external line represents the Republican horn of the earth beast and the internal line represents the Protestant horn of the earth beast.
Wanneer wij de studie van de verborgen geschiedenis ter hand nemen, zullen wij zowel de interne als de externe lijnen der profetie beschouwen, die thans worden begrepen als overeenstemmend met de geschiedenis vanaf de tijd van het einde in vers veertig tot aan de zondagswet van vers eenenveertig. De interne lijn van die profetische geschiedenis wordt gemarkeerd door het boek Openbaring in hoofdstuk elf en vers elf. De externe lijn wordt gemarkeerd door het boek Daniël in hoofdstuk elf, vers elf. De externe lijn van Daniël 11 — vers elf bereikte de geschiedenis in 2014, en de interne lijn van Openbaring 11 — vers elf bereikte de geschiedenis op 31 december 2023. De externe lijn vertegenwoordigt de Republikeinse hoorn van het aardbeest en de interne lijn vertegenwoordigt de protestantse hoorn van het aardbeest.
The United States
De Verenigde Staten
The book of Revelation identifies one primary nation as the subject of the latter days. That nation is the earth beast who forces the entire world to worship the papal sea beast. The book of Revelation identifies one primary nation, one confederacy of ten nations and one counterfeit church. The nation is the United States, the earth beast of chapter thirteen, the counterfeit church is the sea beast of chapter thirteen and the biblical ten-king confederacy of evil is the United Nations. Those three powers, represented as the dragon, the beast and the false prophet in Revelation sixteen, lead the world to Armageddon.
Het boek Openbaring wijst één voornaamste natie aan als het onderwerp van de laatste dagen. Die natie is het beest uit de aarde dat de gehele wereld ertoe dwingt het pauselijke beest uit de zee te aanbidden. Het boek Openbaring wijst één voornaamste natie aan, één confederatie van tien naties en één valse kerk. De natie zijn de Verenigde Staten, het beest uit de aarde van hoofdstuk dertien; de valse kerk is het beest uit de zee van hoofdstuk dertien; en de bijbelse confederatie van tien koningen van het kwaad is de Verenigde Naties. Die drie machten, voorgesteld als de draak, het beest en de valse profeet in Openbaring zestien, voeren de wereld naar Armageddon.
They are each identified in Daniel eleven, verses forty to forty-five, where the counterfeit church comes to her end between the seas and the glorious holy mountain in verse forty-five, which geographically aligns with Revelation’s Armageddon. Verse forty begins in 1798 when the sea beast, that is the counterfeit church received a deadly wound and the passage ends with that resurrected sea beast, who is the whore of Revelation seventeen dying the second time, thus ending the passage right where it began. The primary nation in both the book of Revelation and Daniel, is the United States, the earth beast of Revelation thirteen’s chapter of rebellion. The earth beast is also the false prophet in chapter sixteen of Revelation, and in verse forty of Daniel eleven, it is the chariots, ships and horsemen.
Zij worden elk aangeduid in Daniël elf, verzen veertig tot en met vijfenveertig, waar de valse kerk aan haar einde komt tussen de zeeën en de heerlijke heilige berg in vers vijfenveertig, hetgeen geografisch overeenkomt met Armageddon uit Openbaring. Vers veertig begint in 1798, toen het beest uit de zee, dat wil zeggen de valse kerk, een dodelijke wond ontving, en de passage eindigt met dat herleefde beest uit de zee, dat de hoer van Openbaring zeventien is, die voor de tweede maal sterft, zodat de passage eindigt precies waar zij begon. De voornaamste natie in zowel het boek Openbaring als Daniël is de Verenigde Staten, het beest uit de aarde van Openbaring dertien, het hoofdstuk van opstand. Het beest uit de aarde is ook de valse profeet in hoofdstuk zestien van Openbaring, en in vers veertig van Daniël elf is het de wagens, schepen en ruiters.
Half Truths are No Truth at All
Halve waarheden zijn in het geheel geen waarheid
The nation that is the subject of both Daniel and Revelation in the latter days is the United States and Daniel chapter eleven begins by specifically identifying that nation’s final president. This truth is an established biblical fact which Laodicean Seventh-day Adventists reject by hiding behind a half-truth. The half truth they hide behind on this subject is their agreement that it is the United States that is both the earth beast of Revelation thirteen and also the false prophet of chapter sixteen; yet they refuse to see that Donald Trump is a primary subject of biblical prophecy in the latter days. God never changes and when He interacted with Egypt, Pharoah was a primary subject of the prophetic history, then with Babylon, Nebuchadnezzar and Belshazzar are named. Cyrus was named. Darius was named. The Bible specifically identifies the last ruler of the earth beast, and it is not a casual reference. Adventism knows who the United States is, in end-time prophecy, but cannot see that God addresses both the nation and its leader in every prophetic scenario, and all of those previous sacred histories illustrate the latter days.
De natie die in de laatste dagen het onderwerp is van zowel Daniël als Openbaring, is de Verenigde Staten, en Daniël hoofdstuk elf begint met juist die natie en haar laatste president uitdrukkelijk te identificeren. Deze waarheid is een vaststaand bijbels feit, dat Laodiceaanse Zevendedagsadventisten verwerpen door zich achter een halve waarheid te verschuilen. De halve waarheid waarachter zij zich in dit verband verschuilen, is hun instemming dat het de Verenigde Staten zijn die zowel het beest uit de aarde van Openbaring dertien als ook de valse profeet van hoofdstuk zestien zijn; toch weigeren zij in te zien dat Donald Trump in de laatste dagen een primair onderwerp van de bijbelse profetie is. God verandert nooit, en toen Hij met Egypte handelde, was Farao een primair onderwerp van de profetische geschiedenis; vervolgens worden bij Babylon Nebukadnezar en Belsazar met name genoemd. Kores werd met name genoemd. Darius werd met name genoemd. De Bijbel identificeert de laatste heerser van het beest uit de aarde uitdrukkelijk, en het is geen terloopse verwijzing. Het adventisme weet wie de Verenigde Staten zijn in de eindtijdprofetie, maar kan niet inzien dat God in elk profetisch scenario zowel de natie als haar leider aanspreekt, en al die eerdere heilige geschiedenissen de laatste dagen illustreren.
Trump in the Final Vision
De Trompet in het Laatste Gezicht
Donald Trump is the first subject in Daniel’s final vision, which is the climax of all the prophetic visions, not simply in the book of Daniel, but the entire Bible.
Donald Trump is het eerste onderwerp in Daniëls laatste visioen, dat het hoogtepunt vormt van alle profetische visioenen, niet alleen in het boek Daniël, maar in de gehele Bijbel.
The theme of the last vision of prophetic history within God’s Word is Donald Trump. He is the symbol that identifies the footsteps of the external latter-day prophecy of the hidden history of verse forty. He is also the link that identifies and establishes the internal line of the one hundred and forty-four thousand. The one hundred and forty-four thousand are the Protestant horn upon the earth beast of Revelation thirteen, and Donald Trump represents the Republican horn of the same beast. The beast is the Constitution of the United States as represented by the constitutional republican government that initially placed a separation between the two horns, but ultimately unites the horns into an image of the papal sea beast.
Het thema van het laatste gezicht van de profetische geschiedenis binnen Gods Woord is Donald Trump. Hij is het symbool dat de voetstappen van de uiterlijke eindtijdprofetie van de verborgen geschiedenis van vers veertig identificeert. Hij is tevens de schakel die de innerlijke lijn van de honderdvierenveertigduizend identificeert en vaststelt. De honderdvierenveertigduizend zijn de protestantse hoorn op het beest uit de aarde van Openbaring dertien, en Donald Trump vertegenwoordigt de Republikeinse hoorn van hetzelfde beest. Het beest is de Grondwet van de Verenigde Staten, zoals vertegenwoordigd door de constitutioneel-republikeinse regering die aanvankelijk een scheiding tussen de twee horens aanbracht, maar de horens uiteindelijk verenigt tot een beeld van het pauselijke beest uit de zee.
Sister White repeatedly aligns Daniel chapter three’s golden image with the Sunday law of the latter days; so, who does Nebuchadnezzar represent? Adventism will inform you it is the United States, the earth beast of chapter thirteen of Revelation, which equates to identifying that it was Babylon that threw Shadrach, Meshak and Abednego into the fire. It was Nebuchadnezzar that the Bible identifies as the one who was responsible at the Sunday law, so who is Nebuchadnezzar, if it is not the president that rules when the soon coming Sunday law arrives?
Zuster White brengt het gouden beeld van Daniël hoofdstuk drie herhaaldelijk in verband met de zondagswet van de laatste dagen; dus, wie vertegenwoordigt Nebukadnezar? Het adventisme zal u meedelen dat dit de Verenigde Staten zijn, het beest uit de aarde van hoofdstuk dertien van Openbaring, hetgeen erop neerkomt dat men vaststelt dat het Babylon was dat Sadrach, Mesach en Abednego in het vuur wierp. Het was Nebukadnezar die de Bijbel aanwijst als degene die verantwoordelijk was ten tijde van de zondagswet; dus wie is Nebukadnezar, als het niet de president is die regeert wanneer de spoedig komende zondagswet aanbreekt?
Three
Drie
Daniel’s last vision, which is the vision of the Hiddekel River is broken into three chapters that each align with the characteristics of the three angels of Revelation fourteen. The three chapters represent the first, second and third angels, but they also represent Daniel’s last message. His first message of chapter one also represents the three angels of Revelation fourteen, and in so doing the signature of Alpha and Omega is placed upon chapter one and the vision of the Hiddekel River.
Daniels laatste visioen, het visioen van de rivier de Hiddekel, is opgedeeld in drie hoofdstukken die elk overeenstemmen met de kenmerken van de drie engelen van Openbaring veertien. De drie hoofdstukken vertegenwoordigen de eerste, de tweede en de derde engel, maar zij vertegenwoordigen ook Daniëls laatste boodschap. Zijn eerste boodschap van hoofdstuk één vertegenwoordigt eveneens de drie engelen van Openbaring veertien, en daardoor wordt het kenmerk van Alfa en Omega geplaatst op hoofdstuk één en op het visioen van de rivier de Hiddekel.
Daniel’s last vision is set upon the framework of the Hebrew word “truth,” which is made up of the first, thirteenth and the last and twenty-second letter of the Hebrew alphabet. Chapter ten identifies Daniel as a student of prophecy who is transformed from a Laodicean unto a Philadelphian on the twenty-second day. Daniel is then empowered to understand the unsealed increase of knowledge represented in chapter twelve. The first and last chapters of the vision identify Daniel as a symbol of the one hundred and forty-four thousand, who are genuine students of prophecy.
Daniels laatste visioen is geplaatst binnen het kader van het Hebreeuwse woord „waarheid”, dat is opgebouwd uit de eerste, dertiende en laatste, tweeëntwintigste letter van het Hebreeuwse alfabet. Hoofdstuk tien identificeert Daniël als een student van de profetie die op de tweeëntwintigste dag wordt veranderd van een Laodiceeër in een Filadelfiër. Daniël wordt vervolgens in staat gesteld de ontzegelde toename van kennis te begrijpen die in hoofdstuk twaalf wordt voorgesteld. De eerste en laatste hoofdstukken van het visioen identificeren Daniël als een symbool van de honderdvierenveertigduizend, die oprechte studenten van de profetie zijn.
“Whatever may be man’s intellectual advancement, let him not for a moment think that there is no need of thorough and continuous searching of the Scriptures for greater light. As a people we are called individually to be students of prophecy.” Testimonies, volume 5, 708.
“Hoe ver de mens ook in verstandelijke ontwikkeling gevorderd moge zijn, laat hij geen ogenblik denken dat er geen behoefte bestaat aan grondig en voortdurend onderzoek van de Schriften om groter licht te ontvangen. Als volk worden wij individueel geroepen om studenten van de profetie te zijn.” Testimonies, deel 5, 708.
Chapter one identifies the same truths of the Hiddekel River vision, and the Hiddekel River vision’s first chapter identifies the same truth as its third and last chapter. The book of Daniel bears the signature of Alpha and Omega for chapter one identifies the three step testing process of the everlasting gospel and so does chapter twelve. Then within the three chapters which make up Daniel’s final vision, the first chapter is the alpha and the third chapter is the omega. This aligns with Daniel’s first test of what food to eat and his third and final test when he was judged by Nebuchadnezzar after three years. Daniel one’s alpha test was over the methodology of Bible study as represented by eating either the Babylonian fare or the vegetarian fare.
Hoofdstuk één duidt dezelfde waarheden aan als het visioen van de rivier de Hiddekel, en het eerste hoofdstuk van het visioen van de rivier de Hiddekel duidt dezelfde waarheid aan als zijn derde en laatste hoofdstuk. Het boek Daniël draagt de handtekening van Alpha en Omega, want hoofdstuk één duidt het drietraps beproevingsproces van het eeuwige evangelie aan, en hoofdstuk twaalf doet dat eveneens. Vervolgens is binnen de drie hoofdstukken die Daniëls laatste visioen vormen, het eerste hoofdstuk de alpha en het derde hoofdstuk de omega. Dit stemt overeen met Daniëls eerste beproeving inzake welk voedsel te eten en zijn derde en laatste beproeving, toen hij na drie jaar door Nebukadnezar werd beoordeeld. De alpha-beproeving van Daniël één betrof de methodologie van de Bijbelstudie, zoals voorgesteld door het eten van óf de Babylonische spijze óf de vegetarische spijze.
Daniel’s faithfulness to the methodology of “line upon line” allowed him to be found “in all matters of wisdom and understanding, that the king enquired of them, he found them ten times better than all the magicians and astrologers that were in all his realm.” In the omega chapter twelve it is the wise who understand all matters of wisdom that are increased when the prophetic Word is unsealed. Chapter twelve is the omega to chapter one, and it is also the omega to chapter ten, the alpha of the Hiddekel vision. In that alpha chapter ten, Daniel settles into the spiritual experience aligning with the wise settling into the intellectual experience in chapter twelve. Chapter one underlines that it is the methodology of biblical study that allows the student of prophecy to settle into the truth both spiritually and intellectually in order to be sealed.
Daniëls trouw aan de methodologie van „regel op regel” maakte dat hij bevonden werd „in alle zaken van wijsheid en verstand, waarnaar de koning hun vroeg, vond hij hen tienmaal beter dan al de magiërs en astrologen die in heel zijn rijk waren.” In het omega-hoofdstuk twaalf zijn het de wijzen die alle zaken van wijsheid begrijpen, welke vermeerderd worden wanneer het profetische Woord wordt ontzegeld. Hoofdstuk twaalf is de omega van hoofdstuk één, en het is ook de omega van hoofdstuk tien, de alfa van het Hiddekel-visioen. In dat alfa-hoofdstuk tien komt Daniël tot rust in de geestelijke ervaring, overeenkomstig het tot rust komen van de wijzen in de intellectuele ervaring in hoofdstuk twaalf. Hoofdstuk één onderstreept dat het de methodologie van de Bijbelstudie is die de student van de profetie in staat stelt zich zowel geestelijk als intellectueel in de waarheid te vestigen om verzegeld te worden.
Representing the genuine students of prophecy in the latter days, Daniel and the three worthies are the wise who not only understand the increase of knowledge that is unsealed at the time of the end in 1989, but they also understand the increase of knowledge at 9/11. Ultimately, they understand the unsealed increase of knowledge on December 31, 2023.
Als vertegenwoordigers van de oprechte studenten van de profetie in de laatste dagen zijn Daniël en de drie waardigen de wijzen die niet alleen de toename van kennis begrijpen die ten tijde van het einde in 1989 wordt ontzegeld, maar ook de toename van kennis op 11 september. Uiteindelijk begrijpen zij de ontzegelde toename van kennis op 31 december 2023.
In their pursuit of God’s prophetic light, they are changed from the Laodicean Seventh-day Adventist movement of the one hundred and forty-four thousand unto the Philadelphian movement of the one hundred and forty-four thousand. When the change occurs, they are separated from those who fled from the vision of the looking glass.
In hun streven naar Gods profetisch licht worden zij veranderd van de Laodiceaanse Zevendedags Adventistenbeweging van de honderd-vierenveertigduizend tot de Filadelfische beweging van de honderd-vierenveertigduizend. Wanneer die verandering plaatsvindt, worden zij afgescheiden van hen die voor het visioen van het spiegelglas gevlucht zijn.
Message of Human Rebellion
Boodschap van menselijk verzet
Chapters ten and twelve address the one hundred and forty-four thousand, for they are the first and third steps in the framework of truth. Once empowered by the internal experience of the looking glass vision of chapter ten, along with being enlightened with the unsealed understanding of Daniel twelve, they are to proclaim the message of human rebellion. The message of human rebellion is represented by the books of Daniel and Revelation, and the message of rebellion is placed within the prophetic framework of the kingdoms of Bible prophecy set forth in Daniel. The prophetic symbolism of the testimony of human rebellion within the book of Daniel is fully represented in chapter eleven. Chapter eleven is a history beginning at the ending of Babylon and the beginning of the Medes and Persians. It is therefore beginning with the deadly wound of Babylon, which typifies the deadly wound of the papacy in 1798. When the papacies’ deadly wound is healed at the soon coming Sunday law, she becomes the head of the threefold union of the dragon, the beast and the false prophet. She then is the woman riding the beast in Revelation seventeen, and that woman has Babylon the Great written upon her forehead. At the soon coming Sunday law the deadly wound of both Babylon and the papacy is healed.
Hoofdstukken tien en twaalf richten zich tot de honderdvierenvierenveertigduizend, want zij vormen de eerste en de derde stap in het raamwerk van de waarheid. Nadat zij door de innerlijke ervaring van het spiegelgezicht van hoofdstuk tien bekrachtigd zijn, en tevens verlicht met het ontzegelde begrip van Daniël twaalf, moeten zij de boodschap van menselijke opstand verkondigen. De boodschap van menselijke opstand wordt vertegenwoordigd door de boeken Daniël en Openbaring, en de boodschap van opstand is geplaatst binnen het profetische raamwerk van de koninkrijken van de Bijbelse profetie zoals uiteengezet in Daniël. De profetische symboliek van het getuigenis van menselijke opstand binnen het boek Daniël wordt volledig weergegeven in hoofdstuk elf. Hoofdstuk elf is een geschiedenis die begint bij het einde van Babylon en het begin van de Meden en Perzen. Zij begint derhalve met de dodelijke wond van Babylon, die een voorafbeelding is van de dodelijke wond van het pausdom in 1798. Wanneer de dodelijke wond van het pausdom wordt genezen bij de spoedig komende zondagswet, wordt zij het hoofd van de drievoudige verbintenis van de draak, het beest en de valse profeet. Dan is zij de vrouw die in Openbaring zeventien op het beest rijdt, en op het voorhoofd van die vrouw staat geschreven: Babylon de Grote. Bij de spoedig komende zondagswet wordt de dodelijke wond van zowel Babylon als het pausdom genezen.
The human rebellion represented from the time of Babylon through to the end of the world is the framework of the book of Daniel, and chapter eleven is the external prophetic message that chronicles that rebellion of the last days. That testimony of rebellion found in chapter eleven aligns with and within the last six verses of the chapter. The last six verses are the message of human rebellion, and those last six verses are represented with and within the hidden history of verse forty. In so doing the book of Daniel is reduced to one chapter, which in turn is reduced to six verses of that very chapter, which is in turn reduced to the hidden history of the last half of one verse.
De menselijke opstand, weergegeven vanaf de tijd van Babylon tot aan het einde van de wereld, vormt het raamwerk van het boek Daniël, en hoofdstuk elf is de uiterlijke profetische boodschap die die opstand van de laatste dagen beschrijft. Dat getuigenis van opstand, dat in hoofdstuk elf wordt gevonden, stemt overeen met en bevindt zich binnen de laatste zes verzen van het hoofdstuk. De laatste zes verzen vormen de boodschap van de menselijke opstand, en die laatste zes verzen worden weergegeven met en binnen de verborgen geschiedenis van vers veertig. Aldus wordt het boek Daniël teruggebracht tot één hoofdstuk, dat op zijn beurt wordt teruggebracht tot zes verzen van juist dat hoofdstuk, dat op zijn beurt wordt teruggebracht tot de verborgen geschiedenis van de laatste helft van één vers.
Chapter eleven represents the thirteenth letter that is preceded by the first and followed by the last letters of the Hebrew alphabet, and the first and last are always the same. The first chapter identifies the wise being separated from the foolish at the looking glass vision and the last chapter identifies the wise being separated from the foolish at the unsealing. Inspiration informs us that the sealing of the one hundred and forty-four thousand is a “settling into the truth, both intellectually and spiritually.” Chapter ten identifies the sealing of the one hundred and forty-four thousand spiritually and chapter twelve shows the intellectual. Chapter ten identifies three touches and three interactions with heavenly beings. Chapter twelve identifies a three-step purification of the wise that is accomplished by the increase of the intellectual prophetic truth as “purified, made white and tried.” Just as chapter ten has two symbols of three, with the three touches and three heavenly encounters; chapter twelve has the three-step testing process, as well as, three time prophecies.
Hoofdstuk elf vertegenwoordigt de dertiende letter die wordt voorafgegaan door de eerste en gevolgd door de laatste letter van het Hebreeuwse alfabet, en de eerste en de laatste zijn altijd dezelfde. Het eerste hoofdstuk duidt aan dat de wijzen van de dwazen worden gescheiden bij het gezicht van de spiegel, en het laatste hoofdstuk duidt aan dat de wijzen van de dwazen worden gescheiden bij de ontzegeling. De inspiratie deelt ons mee dat de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend een „vestiging in de waarheid is, zowel verstandelijk als geestelijk.” Hoofdstuk tien duidt de verzegeling van de honderd vierenveertigduizend geestelijk aan, en hoofdstuk twaalf toont het verstandelijke. Hoofdstuk tien duidt drie aanrakingen en drie ontmoetingen met hemelse wezens aan. Hoofdstuk twaalf duidt een drievoudige reiniging van de wijzen aan die wordt bewerkstelligd door de toename van de verstandelijke profetische waarheid als „gereinigd, wit gemaakt en beproefd.” Zoals hoofdstuk tien twee symbolen van drie heeft, met de drie aanrakingen en drie hemelse ontmoetingen, zo heeft hoofdstuk twaalf het drievoudige beproevingsproces, evenals drie tijdsprofetieën.
Chapter ten’s three heavenly encounters bear the signature of truth for the first and last heavenly being to interact with Daniel was the angel Gabriel, and the middle being was Michael. Three angels, but Christ was the angel in the second step. The three touches represent a progressive three-step empowerment of Daniel. Within the passage Daniel identifies the looking glass vision three times, and in so doing he is placing the three looking glass visions within seven references of the mareh vision in chapter ten. Twice the Hebrew word mareh is translated as “appearance,” and twice as “vision,” and three other times it is translated as “vision.” The ‘three other times’ are not mareh, they are the feminine expression of mareh, which is marah. Chapter ten has three touches of progressive empowerment, three heavenly encounters that bear the signature of truth and three looking glass visions that are a part of seven references of the appearance of Christ.
De drie hemelse ontmoetingen van hoofdstuk tien dragen het kenmerk van de waarheid, want de eerste en de laatste hemelse gestalte die met Daniël in aanraking trad, was de engel Gabriël, en de middelste gestalte was Michaël. Drie engelen, maar Christus was de engel in de tweede stap. De drie aanrakingen vertegenwoordigen een voortschrijdende bekrachtiging van Daniël in drie stappen. Binnen de passage duidt Daniël driemaal het looking glass-gezicht aan, en door dit te doen plaatst hij de drie looking glass-gezichten binnen zeven verwijzingen naar het mareh-gezicht in hoofdstuk tien. Tweemaal wordt het Hebreeuwse woord mareh vertaald als „verschijning”, en tweemaal als „visioen”, en nog drie andere keren wordt het vertaald als „visioen”. De ‘drie andere keren’ zijn niet mareh; zij zijn de vrouwelijke vorm van mareh, namelijk marah. Hoofdstuk tien bevat drie aanrakingen van voortschrijdende bekrachtiging, drie hemelse ontmoetingen die het kenmerk van de waarheid dragen, en drie looking glass-gezichten die deel uitmaken van zeven verwijzingen naar de verschijning van Christus.
Appearance
Verschijning
The two times mareh is translated as appearance align with the two times it is translated as vision. Together they identify Christ as a symbol that appears as a waymark in prophetic history. In Revelation chapter ten, an angel descends and places one foot on the land and the other on the sea. Sister White informs us the angel was “no less a personage than Jesus Christ.” The angel of Revelation ten is the “appearance” of Christ in prophetic history. He appears in verse thirteen of Daniel chapter eight as Palmoni, and in Revelation chapter five onward He appears as the Lion of the tribe of Judah. Daniel is representing those of the last days who follow the prophetic appearances of Christ, wherever He might go. If they are faithful to do so, they are led to the looking glass vision where the unfaithful flee.
De beide keren dat mareh als „verschijning” wordt vertaald, stemmen overeen met de beide keren dat het als „visioen” wordt vertaald. Samen identificeren zij Christus als een symbool dat verschijnt als een wegwijzer in de profetische geschiedenis. In Openbaring hoofdstuk tien daalt een engel neer en zet één voet op het land en de andere op de zee. Zuster White deelt ons mee dat de engel „niemand minder dan Jezus Christus” was. De engel van Openbaring tien is de „verschijning” van Christus in de profetische geschiedenis. Hij verschijnt in vers dertien van Daniël hoofdstuk acht als Palmoni, en vanaf Openbaring hoofdstuk vijf verschijnt Hij als de Leeuw uit de stam van Juda. Daniël vertegenwoordigt hen van de laatste dagen die de profetische verschijningen van Christus volgen, waarheen Hij ook moge gaan. Indien zij daarin getrouw zijn, worden zij geleid naar het spiegelvisioen, waar de ontrouwen vluchten.
Chapter twelve’s three-step purification based upon understanding the knowledge that is increased when a prophecy is unsealed is accompanied by three ‘time prophecies,’ which represent three distinct fulfillments for each of the three verses. Verse seven’s twelve hundred and sixty years, verse eleven’s twelve hundred and ninety years and verse twelves thirteen hundred and thirty-five years identify three verses that each contain a time prophecy which was fulfilled in history, and thereafter recognized by the Millerites as historical confirmation of the message they proclaimed. The prediction in the verse, the historical fulfillment and the Millerite application of that history witness to the latter-day fulfillment of those three prophecies. But the Millerites application of time is no longer valid, so the time references in the verses are to be applied as symbols, not as time. The symbolism is established in the verses through applying the verse, the verse’s fulfillment in history and the Millerite presentation of the message.
De drieledige reiniging van hoofdstuk twaalf, gebaseerd op het begrijpen van de kennis die toeneemt wanneer een profetie wordt ontzegeld, gaat vergezeld van drie ‘tijdprofetieën’, die voor elk van de drie verzen drie onderscheiden vervullingen vertegenwoordigen. De twaalfhonderdzestig jaren van vers zeven, de twaalfhonderdnegentig jaren van vers elf en de dertienhonderdvijfendertig jaren van vers twaalf duiden op drie verzen die elk een tijdprofetie bevatten die in de geschiedenis werd vervuld en daarna door de Millerieten werd erkend als historische bevestiging van de boodschap die zij verkondigden. De voorspelling in het vers, de historische vervulling en de Milleritische toepassing van die geschiedenis getuigen van de vervulling in de laatste dagen van die drie profetieën. Maar de tijdstoepassing van de Millerieten is niet langer geldig, zodat de tijdsaanduidingen in de verzen als symbolen moeten worden toegepast, niet als tijd. De symboliek wordt in de verzen vastgesteld door de toepassing van het vers, de vervulling van het vers in de geschiedenis en de Milleritische voorstelling van de boodschap toe te passen.
Chapter eleven’s chronology of human rebellion is woven together by leagues, treaties and covenants. The human covenants that are represented within the history of chapter eleven are contrasted with the Divine covenant.
De chronologie van de menselijke opstand in hoofdstuk elf is verweven met verbonden, verdragen en verbintenissen. De menselijke verbonden die binnen de geschiedenis van hoofdstuk elf worden weergegeven, worden tegenover het goddelijke verbond geplaatst.
“In the last days of this earth’s history, God’s covenant with his commandment-keeping people is to be renewed.” Review and Herald, February 26, 1914.
“In de laatste dagen van de geschiedenis van deze aarde moet Gods verbond met zijn geboden onderhoudende volk worden vernieuwd.” Review and Herald, 26 februari 1914.
Rome establishes the entire vision, and when papal Rome is first addressed in chapter eleven, she is identified as “them that forsake the holy covenant.” The internal line in Daniel eleven, which is also the internal line within the hidden history of verse forty, represents those who enter into covenant with God in the latter days, and the external line identifies those who forsake that very covenant. In illustrating the class who will not be benefitted by the increase of knowledge in the latter days, their external history is woven upon the prophetic thread of broken human treaties.
Rome vestigt het gehele visioen, en wanneer het pauselijke Rome voor het eerst in hoofdstuk elf wordt aangesproken, wordt zij aangeduid als „hen die het heilige verbond verlaten”. De interne lijn in Daniël elf, die tevens de interne lijn is binnen de verborgen geschiedenis van vers veertig, vertegenwoordigt hen die in de laatste dagen een verbond met God aangaan, en de externe lijn duidt hen aan die juist datzelfde verbond verlaten. Om de klasse te illustreren die in de laatste dagen geen voordeel zal hebben van de toename der kennis, is hun uiterlijke geschiedenis verweven met de profetische draad van verbroken menselijke verdragen.
Woven into the internal line of the one hundred and forty-four thousand are multiple symbols and illustrations of the covenant relationship of God with His latter-day remnant people. The symbol of the number “eleven” is one of those truths, and the fact that the eleventh verse of chapter eleven identifies the external and internal vision of the latter days is emphasized by Isaiah identifying the purpose and work of God’s last day covenant people in chapter eleven, and verse eleven.
Verweven in de innerlijke lijn van de honderdvierenvierenveertigduizend bevinden zich meerdere symbolen en illustraties van de verbondsrelatie van God met Zijn overblijfselvolk van de laatste dagen. Het symbool van het getal „elf” is een van die waarheden, en het feit dat het elfde vers van hoofdstuk elf het uiterlijke en innerlijke gezicht van de laatste dagen aanduidt, wordt benadrukt doordat Jesaja in hoofdstuk elf, vers elf, het doel en het werk van Gods verbondsvolk van de laatste dagen identificeert.
And it shall come to pass in that day, that the Lord shall set his hand again the second time to recover the remnant of his people, which shall be left, from Assyria, and from Egypt, and from Pathros, and from Cush, and from Elam, and from Shinar, and from Hamath, and from the islands of the sea. Isaiah 11:11.
En het zal geschieden te dien dage, dat de Heere voor de tweede maal Zijn hand wederom zal uitstrekken om het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn, terug te winnen uit Assyrië, en uit Egypte, en uit Pathros, en uit Cusj, en uit Elam, en uit Sinear, en uit Hamath, en van de eilanden der zee. Jesaja 11:11.
The Scattering
De Verstrooiing
In the last days the remnant people of God will have been twice scattered, needing to be gathered. Verse seven of Daniel twelve identifies a scattering of God’s people in the last days, thus representing the twelve hundred and sixty days as a symbol of a scattering.
In de laatste dagen zal het overblijfsel van Gods volk tweemaal verstrooid zijn geweest en verzameld moeten worden. Vers zeven van Daniël twaalf duidt op een verstrooiing van Gods volk in de laatste dagen en stelt zo de twaalfhonderdzestig dagen voor als een symbool van verstrooiing.
And I heard the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, when he held up his right hand and his left hand unto heaven, and sware by him that liveth for ever that it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished. Daniel 12:7.
En ik hoorde de man, met linnen bekleed, die boven de wateren van de rivier was, toen hij zijn rechterhand en zijn linkerhand naar de hemel ophief en zwoer bij Hem die in eeuwigheid leeft, dat het zal zijn voor een tijd, tijden en een halve; en wanneer hij voleindigd zal hebben de macht van het heilige volk te verstrooien, zullen al deze dingen voleindigd zijn. Daniël 12:7.
The two witnesses were scattered in Revelation chapter eleven after they gave their testimony.
De twee getuigen werden in Openbaring hoofdstuk elf verstrooid nadat zij hun getuigenis hadden afgelegd.
And when they shall have finished their testimony, the beast that ascendeth out of the bottomless pit shall make war against them, and shall overcome them, and kill them. And their dead bodies shall lie in the street of the great city, which spiritually is called Sodom and Egypt, where also our Lord was crucified. And they of the people and kindreds and tongues and nations shall see their dead bodies three days and an half, and shall not suffer their dead bodies to be put in graves. And they that dwell upon the earth shall rejoice over them, and make merry, and shall send gifts one to another; because these two prophets tormented them that dwelt on the earth. Revelation 11:7–10.
En wanneer zij hun getuigenis zullen voleindigd hebben, zal het beest, dat opkomt uit de afgrond, oorlog tegen hen voeren, en het zal hen overwinnen en hen doden. En hun dode lichamen zullen liggen op de straat van de grote stad, die geestelijk genoemd wordt Sodom en Egypte, alwaar ook onze Heere gekruisigd is. En mensen uit de volken en stammen en talen en naties zullen hun dode lichamen zien, drie dagen en een halve, en zij zullen niet toelaten dat hun dode lichamen in graven gelegd worden. En zij die op de aarde wonen, zullen zich over hen verblijden en feestvieren, en zij zullen elkaar geschenken zenden; omdat deze twee profeten hen die op de aarde woonden, gekweld hadden. Openbaring 11:7–10.
In the next verse, verse eleven, the two witnesses are resurrected from their death in the street of Sodom and Egypt. That same death is portrayed by Ezekiel as a valley of scattered, dead, dry bones. The two witnesses represent the Republican and Protestant horns that were slain in 2020. The Protestant horn died at its false prediction of July 18, 2020 and the Republican horn died at the stolen election of 2020. Isaiah identifies that when the witnesses are resurrected, which he identifies as being gathered a second time, those witnesses become the ensign that gathers the eleventh-hour workers.
In het volgende vers, vers elf, worden de twee getuigen opgewekt uit hun dood op de straat van Sodom en Egypte. Diezelfde dood wordt door Ezechiël voorgesteld als een dal van verspreide, dode, dorre beenderen. De twee getuigen vertegenwoordigen de Republikeinse en Protestantse horens die in 2020 werden gedood. De Protestantse horen stierf bij haar valse voorspelling van 18 juli 2020, en de Republikeinse horen stierf bij de gestolen verkiezing van 2020. Jesaja geeft te kennen dat wanneer de getuigen worden opgewekt, hetgeen hij aanduidt als een tweede inzameling, die getuigen het banierteken worden dat de arbeiders van het elfde uur bijeenbrengt.
And in that day there shall be a root of Jesse, which shall stand for an ensign of the people; to it shall the Gentiles seek: and his rest shall be glorious. And it shall come to pass in that day, that the Lord shall set his hand again the second time to recover the remnant of his people, which shall be left, from Assyria, and from Egypt, and from Pathros, and from Cush, and from Elam, and from Shinar, and from Hamath, and from the islands of the sea. And he shall set up an ensign for the nations, and shall assemble the outcasts of Israel, and gather together the dispersed of Judah from the four corners of the earth. Isaiah 11:10–12.
En te dien dage zal er een wortel van Isaï zijn, die tot een banier der volken zal staan; naar Hem zullen de heidenen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn. En het zal geschieden te dien dage, dat de Heere opnieuw, ten tweeden male, Zijn hand zal aanleggen om het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn, terug te winnen uit Assyrië, en uit Egypte, en uit Pathros, en uit Cusj, en uit Elam, en uit Sinear, en uit Hamath, en van de eilanden der zee. En Hij zal een banier oprichten voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen, en de verstrooiden van Juda bijeenbrengen van de vier hoeken der aarde. Jesaja 11:10–12.
When the Lord sets his hand the second time to gather, he assembles “the outcasts of Israel.” The “outcasts of Israel” become the ensign to the Gentiles, and for this reason they must be cast out before they are gathered. They were cast out into Ezekiel’s valley of dead bones and once slain, they laid in the street where also our Lord was crucified, while the other class rejoiced.
Wanneer de Heer voor de tweede maal zijn hand uitstrekt om te verzamelen, vergadert Hij „de verdrevenen van Israël”. De „verdrevenen van Israël” worden het banier voor de heidenen, en om deze reden moeten zij verdreven worden voordat zij worden verzameld. Zij werden uitgeworpen in Ezechiëls dal van dorre doodsbeenderen en, eenmaal gedood, lagen zij op de straat waar ook onze Heer werd gekruisigd, terwijl de andere klasse zich verheugde.
Hear the word of the Lord, ye that tremble at his word; Your brethren that hated you, that cast you out for my name’s sake, said, Let the Lord be glorified: but he shall appear to your joy, and they shall be ashamed. Isaiah 66:5.
Hoort het woord des HEEREN, gij die beeft voor zijn woord; uw broeders, die u haatten, die u verstieten om mijns naams wil, zeiden: Laat de HEERE verheerlijkt worden; maar Hij zal verschijnen tot uw blijdschap, en zij zullen beschaamd worden. Jesaja 66:5.
Those who tremble at God’s Word are cast out by their brethren which hated them. Jeremiah identifies what happens to the brethren that hated the ensign.
Zij die beven voor Gods Woord, worden uitgeworpen door hun broeders, die hen haatten. Jeremia maakt duidelijk wat er gebeurt met de broeders die het vaandel haatten.
Therefore thus saith the Lord, Behold, I will bring evil upon them, which they shall not be able to escape; and though they shall cry unto me, I will not hearken unto them. Jeremiah 11:11.
Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal onheil over hen brengen, waaraan zij niet zullen kunnen ontkomen; en al zullen zij tot Mij roepen, toch zal Ik naar hen niet luisteren. Jeremia 11:11.
The context of verse eleven is God’s covenant, and all the prophets address the last days, so the covenant being discussed is the renewing of the covenant with the one hundred and forty-four thousand.
De context van vers elf is Gods verbond, en alle profeten spreken over de laatste dagen; daarom is het verbond waarover hier wordt gesproken de vernieuwing van het verbond met de honderdvierenveertigduizend.
The word that came to Jeremiah from the Lord, saying, Hear ye the words of this covenant, and speak unto the men of Judah, and to the inhabitants of Jerusalem; And say thou unto them, Thus saith the Lord God of Israel; Cursed be the man that obeyeth not the words of this covenant, Which I commanded your fathers in the day that I brought them forth out of the land of Egypt, from the iron furnace, saying, Obey my voice, and do them, according to all which I command you: so shall ye be my people, and I will be your God: That I may perform the oath which I have sworn unto your fathers, to give them a land flowing with milk and honey, as it is this day. Then answered I, and said, So be it, O Lord.
Het woord dat van de HEERE tot Jeremia kwam, zeggende: Hoort de woorden van dit verbond, en spreekt tot de mannen van Juda en tot de inwoners van Jeruzalem; en zegt tot hen: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Vervloekt is de man die niet hoort naar de woorden van dit verbond, dat Ik uw vaderen geboden heb ten dage dat Ik hen uit het land Egypte heb uitgeleid, uit de ijzeroven, zeggende: Gehoorzaamt Mijn stem en doet ze, overeenkomstig alles wat Ik u gebied; zo zult gij Mij tot een volk zijn, en Ik zal u tot een God zijn; opdat Ik de eed bevestige die Ik uw vaderen gezworen heb, hun een land te geven, vloeiende van melk en honing, gelijk het op deze dag is. Toen antwoordde ik en zei: Amen, HEERE.
Then the Lord said unto me, Proclaim all these words in the cities of Judah, and in the streets of Jerusalem, saying, Hear ye the words of this covenant, and do them. For I earnestly protested unto your fathers in the day that I brought them up out of the land of Egypt, even unto this day, rising early and protesting, saying, Obey my voice. Yet they obeyed not, nor inclined their ear, but walked every one in the imagination of their evil heart: therefore I will bring upon them all the words of this covenant, which I commanded them to do; but they did them not.
Toen zei de HEERE tot mij: Roep al deze woorden uit in de steden van Juda en op de straten van Jeruzalem, en zeg: Hoort de woorden van dit verbond en doet ze. Want Ik heb uw vaderen ernstig betuigd vanaf de dag dat Ik hen uit het land Egypte heb opgevoerd, tot op deze dag, vroeg op zijnde en betuigende, zeggende: Gehoorzaamt Mijn stem. Maar zij hebben niet gehoorzaamd en hun oor niet geneigd, maar zij wandelden ieder in de verbeelding van zijn boze hart; daarom zal Ik over hen al de woorden van dit verbond brengen, die Ik hun geboden heb te doen, maar zij hebben die niet gedaan.
And the Lord said unto me, A conspiracy is found among the men of Judah, and among the inhabitants of Jerusalem. They are turned back to the iniquities of their forefathers, which refused to hear my words; and they went after other gods to serve them: the house of Israel and the house of Judah have broken my covenant which I made with their fathers. Therefore thus saith the Lord, Behold, I will bring evil upon them, which they shall not be able to escape; and though they shall cry unto me, I will not hearken unto them. Jeremiah 11:1–11.
En de HEERE zeide tot mij: Er is een samenzwering gevonden onder de mannen van Juda en onder de inwoners van Jeruzalem. Zij zijn teruggekeerd tot de ongerechtigheden van hun vaderen, die geweigerd hebben naar Mijn woorden te horen; en zij zijn achter andere goden aangegaan om die te dienen: het huis van Israël en het huis van Juda hebben Mijn verbond verbroken, dat Ik met hun vaderen gesloten heb. Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik zal onheil over hen brengen, waaraan zij niet zullen kunnen ontkomen; en hoewel zij tot Mij zullen roepen, zal Ik niet naar hen luisteren. Jeremia 11:1–11.
The subject of the judgment of Laodicean Seventh-day Adventism that Jeremiah identifies is repeated by Ezekiel in chapter eleven, verse eleven.
Het onderwerp van het oordeel over het Laodiceaanse Zevende-dags Adventisme, dat Jeremia aanduidt, wordt door Ezechiël in hoofdstuk elf, vers elf herhaald.
This city shall not be your caldron, neither shall ye be the flesh in the midst thereof; but I will judge you in the border of Israel. Ezekiel 11:11.
Deze stad zal u niet tot een pot zijn, en gij zult daarin niet het vlees zijn; maar Ik zal u richten aan de grens van Israël. Ezechiël 11:11.
Inspiration directly identifies the sealing of Ezekiel chapter nine as the very same sealing of the one hundred and forty-four thousand in Revelation seven. Verse eleven of chapter eleven is simply the continuation of Ezekiel’s running narrative of the judgment upon the Seventh-day Adventist church, which Sister White identifies as Jerusalem of Ezekiel chapter nine. Those who did not receive the seal are judged and destroyed in the vision of chapter nine through eleven.
De Inspiratie identificeert de verzegeling van Ezechiël hoofdstuk negen rechtstreeks als precies dezelfde verzegeling van de honderd vierenveertigduizend in Openbaring zeven. Vers elf van hoofdstuk elf is eenvoudigweg de voortzetting van Ezechiëls doorlopende beschrijving van het oordeel over de Kerk der Zevende-dags Adventisten, die Zuster White aanduidt als het Jeruzalem van Ezechiël hoofdstuk negen. Degenen die het zegel niet ontvingen, worden in het visioen van hoofdstuk negen tot en met elf geoordeeld en vernietigd.
The vision of 9/11 in Ezekiel identifies the unfaithful as being taken outside of Jerusalem to be judged, thus identifying the final separation of those who profess to be the final church illustrated in the book of Revelation. The symbol of “eleven, eleven” is a symbol of the covenant which the one hundred and forty-four thousand enter into with God. When added together the numbers represent twenty-two, which is a tenth of two hundred and twenty, one of the symbols of the combination of Divinity with humanity.
Het visioen van 9/11 in Ezechiël duidt de ontrouwen aan als buiten Jeruzalem gebracht om geoordeeld te worden, en geeft aldus de uiteindelijke scheiding aan van hen die belijden de laatste gemeente te zijn, zoals uitgebeeld in het boek Openbaring. Het symbool van „elf, elf” is een symbool van het verbond dat de honderd vierenveertigduizend met God aangaan. Wanneer de getallen bij elkaar worden opgeteld, vertegenwoordigen zij tweeëntwintig, hetgeen een tiende is van tweehonderdtwintig, een van de symbolen van de vereniging van Goddelijkheid met menselijkheid.
Two hundred and twenty years between 677 and 457 BC connect Daniel’s prophecy of twenty-three hundred days, with Moses’ time prophecy of seven times. Much can be identified of the two hundred and twenty years as a symbol of the work of the atonement which began when those two prophecies arrived together in 1844. Much can be set forth of what is symbolically represented by the number twenty-two as a tithe of two hundred and twenty, as is the case with the number eleven. What I wish to identify here is the relation between eleven and twenty-two.
Tweehonderdtwintig jaar tussen 677 en 457 v.Chr. verbinden Daniëls profetie van tweeduizend driehonderd dagen met Mozes’ tijdprofetie van zeven tijden. Veel kan worden vastgesteld omtrent de tweehonderdtwintig jaar als een symbool van het werk der verzoening, dat begon toen die twee profetieën in 1844 samenkwamen. Veel kan worden uiteengezet van hetgeen symbolisch wordt voorgesteld door het getal tweeëntwintig als een tiende van tweehonderdtwintig, zoals ook het geval is met het getal elf. Wat ik hier wens aan te wijzen, is de relatie tussen elf en tweeëntwintig.
We will continue these thoughts in the next article.
Wij zullen deze gedachten in het volgende artikel voortzetten.