Daniel chapter eleven verse sixteen and verse twenty-two both align with the soon coming Sunday law. Verse ten’s fulfillment in 1989 led to the Ukrainian War in 2014, as represented by the battle of Raphia’s fulfillment of verse eleven in 217 BC. Verse eleven unto verse sixteen is also verse eleven unto verse twenty-two; so, the hidden history of verse forty, as represented in verses eleven through sixteen is also represented as the history of verse eleven unto twenty-two. The hidden history of verse forty is represented by eleven through twenty-two.

Daniël hoofdstuk elf, vers zestien en vers tweeëntwintig, stemmen beide overeen met de spoedig komende zondagwet. De vervulling van vers tien in 1989 leidde tot de Oekraïense Oorlog in 2014, zoals voorgesteld door de vervulling van vers elf in 217 v.Chr. in de slag bij Raphia. Vers elf tot en met vers zestien is ook vers elf tot en met vers tweeëntwintig; dus wordt de verborgen geschiedenis van vers veertig, zoals voorgesteld in de verzen elf tot en met zestien, eveneens voorgesteld als de geschiedenis van vers elf tot en met tweeëntwintig. De verborgen geschiedenis van vers veertig wordt voorgesteld door de verzen elf tot en met tweeëntwintig.

Chapters Eleven through Twenty-two

Hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig

That hidden history is also represented in chapters eleven through twenty-two of Genesis, Matthew, Revelation and The Desire of Ages. Those four witnesses of chapters “eleven through twenty-two” align with the hidden history, for the hidden history is verses eleven through twenty-two in Daniel eleven. The center of the four witnesses always identify the sign of the covenant, beginning with the covenant of death represented by Nimrod in chapter eleven in Genesis and ending with the whore of Rome in chapter seventeen of Revelation.

Die verborgen geschiedenis wordt ook voorgesteld in de hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig van Genesis, Mattheüs, Openbaring en The Desire of Ages. Deze vier getuigen van de hoofdstukken „elf tot en met tweeëntwintig” stemmen overeen met de verborgen geschiedenis, want de verborgen geschiedenis omvat de verzen elf tot en met tweeëntwintig in Daniël elf. Het middelpunt van de vier getuigen duidt altijd het teken van het verbond aan, beginnend met het doodsverbond, voorgesteld door Nimrod in hoofdstuk elf van Genesis, en eindigend met de hoer van Rome in hoofdstuk zeventien van Openbaring.

Seventeen

Zeventien

With the exception of Matthew, the four witnesses identify chapter seventeen as the midpoint of the period they illustrate. The number seventeen is also found three times in the three two hundred and fifty-year prophecies that began at 457 BC, 64 and 1776. Two of those lines, (the first and the last) identify a midpoint when the first line of 457 BC ended in 207 BC and the last line of 1776 ends in 2026. 207 BC was between the battles of Raphia and Panium, and 2026 is the midterm of the final president of the United States.

Met uitzondering van Mattheüs duiden de vier getuigen hoofdstuk zeventien aan als het middelpunt van de periode die zij uitbeelden. Het getal zeventien wordt ook driemaal aangetroffen in de drie profetieën van tweehonderdvijftig jaar die begonnen in 457 v.Chr., 64 en 1776. Twee van die lijnen (de eerste en de laatste) markeren een middelpunt wanneer de eerste lijn van 457 v.Chr. eindigde in 207 v.Chr. en de laatste lijn van 1776 eindigt in 2026. 207 v.Chr. lag tussen de veldslagen bij Raphia en Panium, en 2026 is de ambtstermijn halverwege van de laatste president van de Verenigde Staten.

Within the three two-hundred and fifty year lines, Ptolemy reigned for seventeen years. There are seventeen years between 313 and 330 in Nero’s line and there was seventeen years between the battles of Raphia in 217 BC and the battle of Panium in 200 BC. Three of the four witnesses of chapters eleven unto twenty-two mark their exact midpoint as chapters seventeen. Therefore, the hidden history of verse forty is represented in verses eleven through twenty-two of the same chapter, and the four witnesses of chapters eleven through twenty-two align with those very same verses. The fulfillment of each of the three 250-year prophecies align with the very same history. The midpoint is emphasized as a waymark, and it is especially identified as the symbol of the covenant and seal of God’s people.

Binnen de drie lijnen van tweehonderdvijftig jaar regeerde Ptolemaeus zeventien jaar. Er liggen zeventien jaar tussen 313 en 330 in Nero’s lijn, en er waren zeventien jaar tussen de slag bij Raphia in 217 v.Chr. en de slag bij Panium in 200 v.Chr. Drie van de vier getuigen van hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig markeren hun exacte middelpunt als hoofdstuk zeventien. Daarom wordt de verborgen geschiedenis van vers veertig weergegeven in de verzen elf tot en met tweeëntwintig van hetzelfde hoofdstuk, en de vier getuigen van hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig stemmen overeen met diezelfde verzen. De vervulling van elk van de drie profetieën van 250 jaar stemt overeen met precies dezelfde geschiedenis. Het middelpunt wordt benadrukt als een wegmerk, en het wordt in het bijzonder aangewezen als het symbool van het verbond en het zegel van Gods volk.

Daniel Twelve

Daniël Twaalf

Verses seven, eleven and twelve of Daniel chapter twelve identify the final period of the sealing of the one hundred and forty-four thousand. Verse seven identifies December 31, 2023, verse twelve identifies July 18, 2020. The scattering of verse seven that ended on December 31, 2023, which had begun on July 18, 2020 was represented in the alpha and omega of the three verses of prophetic time located in Daniel twelve. The middle verse of 1,290 years identifies the history of 1989 to the soon coming Sunday law as 30, and then 1,260 to the close of human probation. Thirty years representing the age of the priesthood of the one hundred and forty-four thousand and 1260 years typifying the symbolic forty-two months of Revelation thirteen.

Verzen zeven, elf en twaalf van Daniël hoofdstuk twaalf identificeren de laatste periode van de verzegeling van de honderdvierendertigduizend. Vers zeven identificeert 31 december 2023, vers twaalf identificeert 18 juli 2020. De verstrooiing van vers zeven, die eindigde op 31 december 2023 en was begonnen op 18 juli 2020, werd voorgesteld in de alfa en omega van de drie verzen van profetische tijd die zich in Daniël twaalf bevinden. Het middelste vers van 1.290 jaren identificeert de geschiedenis van 1989 tot de spoedig komende zondagwet als 30, en vervolgens 1.260 tot het sluiten van de menselijke genadetijd. Dertig jaren stellen de leeftijd van het priesterschap van de honderdvierendertigduizend voor, en 1260 jaren zijn een type van de symbolische tweeënveertig maanden van Openbaring dertien.

The dual prophecy of 30 followed by twelve hundred and sixty years is a symbol of Abraham and Paul's dual covenant prophecy of 400 and 430 years. The midpoint of the three verses of time in Daniel twelve represents the rebellion of the thirteenth letter, while also emphasizing the covenant and sealing of the one hundred and forty-four thousand. The three verses also align with the hidden history, and add another witness of the emphasis of the midpoint being a symbol of the covenant.

De dubbele profetie van 30, gevolgd door twaalfhonderdzestig jaar, is een symbool van de dubbele verbondsprofetie van Abraham en Paulus van 400 en 430 jaar. Het middelpunt van de drie verzen over tijd in Daniël twaalf vertegenwoordigt de opstand van de dertiende letter, terwijl het tevens het verbond en de verzegeling van de honderdvierenveertigduizend benadrukt. De drie verzen stemmen ook overeen met de verborgen geschiedenis en voegen nog een getuige toe aan de nadruk dat het middelpunt een symbool van het verbond is.

Spring and Fall

Lente en Herfst

With all these lines we must include the three witnesses of the spring and fall feasts located in Leviticus twenty-three aligned and combined with the Pentecostal season in the history of the cross. There the chapter is twenty-three, which is a symbol of Christ's work of atonement. The chapter is made up of forty-four verses, symbolically representing October 22, 1844. October 22 represents 22 days in October, beginning with the first day and ending on the twenty-second day, thus bearing the credentials of the Hebrew alphabet. October being the tenth month, when multiplied by the twenty-second day equals 220.

Met al deze lijnen moeten wij de drie getuigen van de lente- en herfstfeesten, zoals vermeld in Leviticus drieëntwintig, opnemen, in overeenstemming gebracht en samengevoegd met het pinksterseizoen in de geschiedenis van het kruis. Daar is het hoofdstuk drieëntwintig, wat een symbool is van Christus’ werk der verzoening. Het hoofdstuk bestaat uit vierenveertig verzen, die symbolisch 22 oktober 1844 vertegenwoordigen. 22 oktober vertegenwoordigt 22 dagen in oktober, beginnend met de eerste dag en eindigend op de tweeëntwintigste dag, en draagt aldus de kenmerken van het Hebreeuwse alfabet. Oktober, de tiende maand, vermenigvuldigd met de tweeëntwintigste dag, is gelijk aan 220.

In the Hebrew calendar the tenth day of the seventh month was the Day of Atonement, and ten times seven is seventy, a symbol of probationary time. The twenty-three hundred years ended in 1844 when the third angel arrived, as typified by the third decree that initiated the period. There was seventy weeks determined as probationary time then allotted to ancient literal Israel at the beginning of the 2,300 days, and at the ending of those days the probationary period for modern spiritual Israel was represented by the tenth day of the seventh month, which equates to seventy. October 22, 1844 typifies the soon coming Sunday law, and it is there that the symbolic seventy years of probationary time ends for Seventh-day Adventism, as it did for the Jews when Stephen was stoned.

In de Hebreeuwse kalender was de tiende dag van de zevende maand de Grote Verzoendag, en tien maal zeven is zeventig, een symbool van genadetijd. De tweeduizend driehonderd jaar eindigden in 1844 toen de derde engel kwam, zoals voorafgebeeld door het derde decreet dat de periode inleidde. Er waren zeventig weken vastgesteld als genadetijd, toen toegewezen aan het oude, letterlijke Israël aan het begin van de 2.300 dagen, en aan het einde van die dagen werd de genadetijd voor het moderne, geestelijke Israël voorgesteld door de tiende dag van de zevende maand, die overeenkomt met zeventig. 22 oktober 1844 is een voorafbeelding van de spoedig komende zondagswet, en daar eindigen de symbolische zeventig jaren van genadetijd voor het Zevende-dags Adventisme, zoals dit voor de Joden geschiedde toen Stefanus gestenigd werd.

1844 represents a period when two angels arrived, the second at the first disappointment and the third at the great disappointment. “44” represents a twofold message as represented by verse forty-four of Daniel eleven’s tidings out of the east and the north. Leviticus twenty-three consists of forty-four verses that divide the sacred feasts into spring and fall. Those forty-four verses represent a twofold message. The two seasons are represented by twenty-two verses each, so both the spring and fall feasts represent the Hebrew calendar’s twenty-two letters. When those two witnesses of twenty-two verses are brought together along with the Pentecostal season they produce a framework of three steps.

1844 vertegenwoordigt een periode waarin twee engelen aankwamen, de tweede bij de eerste teleurstelling en de derde bij de grote teleurstelling. „44” vertegenwoordigt een tweevoudige boodschap, zoals voorgesteld door vers vierenveertig van Daniël elf, de tijdingen uit het oosten en uit het noorden. Leviticus drieëntwintig bestaat uit vierenveertig verzen die de heilige feesten verdelen in lente en herfst. Die vierenveertig verzen vertegenwoordigen een tweevoudige boodschap. De twee seizoenen worden elk door tweeëntwintig verzen voorgesteld, zodat zowel de lente- als de herfstfeesten de tweeëntwintig letters van de Hebreeuwse kalender vertegenwoordigen. Wanneer die twee getuigen van tweeëntwintig verzen samen worden gebracht, samen met het pinksterseizoen, brengen zij een raamwerk van drie stappen voort.

The first step is a waymark made up of three parts followed by five days, as is the last of the three waymarks. The middle waymark is the thirty days of face-to-face instruction by Christ with those who are being anointed as priests for service in the church triumphant. Leviticus twenty-three aligns with the hidden history of verse forty.

De eerste stap is een wegmerk dat uit drie delen bestaat, gevolgd door vijf dagen, evenals het laatste van de drie wegmerken. Het middelste wegmerk is de dertig dagen van onderricht van aangezicht tot aangezicht door Christus aan hen die als priesters worden gezalfd voor dienst in de zegevierende kerk. Leviticus drieëntwintig stemt overeen met de verborgen geschiedenis van vers veertig.

Midpoints

Middenpunten

The midpoint of the chapter eleven through chapter twenty-two line of Genesis is chapter seventeen, where the second step of the three-step covenant of Abraham and the sign of circumcision was instituted. The dead-center of all the verses located in chapter eleven unto twenty-two is Genesis 17:22:

Het middelpunt van de lijn in Genesis van hoofdstuk elf tot en met hoofdstuk tweeëntwintig is hoofdstuk zeventien, waar de tweede stap van het drievoudige verbond van Abraham en het teken van de besnijdenis werd ingesteld. Het exacte midden van alle verzen die zich in hoofdstuk elf tot en met tweeëntwintig bevinden, is Genesis 17:22:

But my covenant will I establish with Isaac, which Sarah shall bear unto thee at this set time in the next year. And he left off talking with him, and God went up from Abraham. Genesis 17:22.

Maar Mijn verbond zal Ik oprichten met Isaak, die Sara u op deze vastgestelde tijd in het volgende jaar baren zal. Toen Hij geëindigd had met hem te spreken, voer God op van Abraham. Genesis 17:22.

God began speaking to Abraham in verse one and he ended his conversation in verse twenty-two, so the entire dialogue of the covenant of circumcision was placed within the prophetic context of the twenty-two letters of the Hebrew alphabet, while the theme of the twenty-two verses was the rite of circumcision, that was to be accomplished on the eighth day. The center or midpoint of the Genesis passage is God’s covenant relationship with the one hundred and forty-four thousand as represented by Abraham’s covenant of circumcision. The midpoint of Genesis’ line of chapters eleven unto twenty-two is chapter seventeen, and the absolute midpoint of the chapter is verse twenty-two where God ceases His conversation of the covenant with Abraham, thus placing the midpoint in the context of the Hebrew alphabet of twenty-two letters. The midpoint of those twenty-two verses, is of course, verse eleven.

God begon in vers één tot Abraham te spreken en Hij beëindigde Zijn gesprek in vers tweeëntwintig; aldus werd de gehele dialoog van het verbond der besnijdenis geplaatst binnen de profetische context van de tweeëntwintig letters van het Hebreeuwse alfabet, terwijl het thema van de tweeëntwintig verzen de rite der besnijdenis was, die op de achtste dag voltrokken moest worden. Het centrum of middelpunt van de passage in Genesis is Gods verbondsrelatie met de honderd vierenveertigduizend, zoals uitgebeeld door Abrahams verbond der besnijdenis. Het middelpunt van de reeks hoofdstukken van Genesis, van hoofdstuk elf tot en met tweeëntwintig, is hoofdstuk zeventien, en het volstrekte middelpunt van het hoofdstuk is vers tweeëntwintig, waar God Zijn gesprek over het verbond met Abraham beëindigt, en aldus het middelpunt plaatst in de context van het Hebreeuwse alfabet van tweeëntwintig letters. Het middelpunt van die tweeëntwintig verzen is uiteraard vers elf.

And ye shall circumcise the flesh of your foreskin; and it shall be a token of the covenant betwixt me and you. Genesis 17:11.

Gij zult dan het vlees van uw voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en u. Genesis 17:11.

The midpoints of the four passages of chapters eleven through twenty-two in the Bible involve three verses to complete the thought of the midpoint.

De middelpunten van de vier gedeelten van hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig in de Bijbel omvatten drie verzen om de gedachte van het middelpunt te voltooien.

This is my covenant, which ye shall keep, between me and you and thy seed after thee; Every man child among you shall be circumcised. And ye shall circumcise the flesh of your foreskin; and it shall be a token of the covenant betwixt me and you. And he that is eight days old shall be circumcised among you, every man child in your generations, he that is born in the house, or bought with money of any stranger, which is not of thy seed. Genesis 17:10–12.

Dit is Mijn verbond, dat gij houden zult, tussen Mij en u, en uw zaad na u: al wat mannelijk is onder u, zal besneden worden. En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en u. En een kind van acht dagen oud zal onder u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten, hij die in het huis geboren is, of met geld gekocht van enige vreemde, die niet van uw zaad is. Genesis 17:10–12.

A token is a sign, which represents an ensign. The passage is about the ensign who are the one hundred and forty-four thousand. The man child were to be circumcised at eight days old, just as the covenant of Noah was with the eight souls in the ark, thus employing the number eight to tie the Noachian covenant together with the Abrahamic covenant. They are to be Philadelphians, for the are to be circumcised which Paul identifies as the symbol of the crucifixion of the flesh. When the flesh is crucified Christ’s Divinity is within, and that combination is the ensign; for as Sister White states, “When Christ character is perfectly reproduced in His children, He will return for them.”

Een teken is een signaal, dat een banier vertegenwoordigt. De passage handelt over de banier, namelijk de honderd vierenveertigduizend. Het manneke kind moest op de achtste dag besneden worden, evenals het verbond van Noach met de acht zielen in de ark was, en aldus wordt het getal acht gebruikt om het Noachitische verbond met het Abrahamitische verbond te verbinden. Zij moeten Filadelfiërs zijn, want zij moeten besneden worden, hetgeen Paulus aanduidt als het symbool van de kruisiging van het vlees. Wanneer het vlees gekruisigd is, is de goddelijkheid van Christus vanbinnen, en die combinatie is de banier; want zoals Zuster White verklaart: “Wanneer Christus’ karakter volmaakt in Zijn kinderen is gereproduceerd, zal Hij terugkeren om hen tot Zich te nemen.”

“Human nature is depraved, and is justly condemned by a holy God. But provision is made for the repenting sinner, so that by faith in the atonement of the only begotten Son of God, he may receive forgiveness of sin, find justification, receive adoption into the heavenly family, and become an inheritor of the kingdom of God. Transformation of character is wrought through the operation of the Holy Spirit, which works upon the human agent, implanting in him, according to his desire and consent to have it done, a new nature. The image of God is restored to the soul, and day by day he is strengthened and renewed by grace, and is enabled more and more perfectly to reflect the character of Christ in righteousness and true holiness.

„De menselijke natuur is verdorven en wordt terecht veroordeeld door een heilige God. Maar er is voorziening getroffen voor de berouwvolle zondaar, opdat hij door het geloof in de verzoening van de eniggeboren Zoon van God vergeving van zonde mag ontvangen, rechtvaardiging mag vinden, de aanneming tot het hemelse gezin mag ontvangen en erfgenaam van het koninkrijk van God mag worden. De verandering van het karakter wordt bewerkt door de werking van de Heilige Geest, die inwerkt op de menselijke persoon en in hem, overeenkomstig zijn verlangen en zijn instemming dat dit geschiede, een nieuwe natuur inplant. Het beeld van God wordt in de ziel hersteld, en van dag tot dag wordt hij door genade gesterkt en vernieuwd en wordt hij meer en meer in staat gesteld het karakter van Christus in gerechtigheid en ware heiligheid steeds volmaakter te weerspiegelen.”

“The oil so much needed by those who are represented as foolish virgins, is not something to be put on the outside. They need to bring the truth into the sanctuary of the soul, that it may cleanse, refine, and sanctify. It is not theory that they need; it is the sacred teachings of the Bible, which are not uncertain, disconnected doctrines, but are living truths, that involve eternal interests that center in Christ. In him is the complete system of divine truth. The salvation of the soul, through faith in Christ, is the ground and pillar of the truth. Those who exercise true faith in Christ make it manifest by holiness of character, by obedience to the law of God. They realize that the truth as it is in Jesus reaches heaven, and compasses eternity. They understand that the Christian’s character should represent the character of Christ, and be full of grace and truth. To them is imparted the oil of grace, which sustains a never-failing light. The Holy Spirit in the heart of the believer, makes him complete in Christ. It is not a decided evidence that a man or a woman is a Christian because he manifests deep emotion when under exciting circumstances. He who is Christlike has a deep, determined, persevering element in his soul, and yet has a sense of his own weakness, and is not deceived and misled by the Devil, and made to trust in himself. He has a knowledge of the word of God, and knows that he is safe only as he places his hand in the hand of Jesus Christ, and keeps firm hold upon him.

„De olie die zozeer nodig is voor hen die worden voorgesteld als de dwaze maagden, is niet iets dat aan de buitenkant moet worden aangebracht. Zij moeten de waarheid binnenbrengen in het heiligdom van de ziel, opdat zij moge reinigen, verfijnen en heiligen. Wat zij nodig hebben, is geen theorie; het zijn de heilige leringen van de Bijbel, die geen onzekere, onsamenhangende leerstellingen zijn, maar levende waarheden, waarin eeuwige belangen betrokken zijn die in Christus hun middelpunt hebben. In Hem is het volledige stelsel van goddelijke waarheid. De zaligheid van de ziel, door het geloof in Christus, is de grondslag en pijler van de waarheid. Degenen die waar geloof in Christus oefenen, openbaren dit door heiligheid van karakter, door gehoorzaamheid aan de wet van God. Zij beseffen dat de waarheid zoals die in Jezus is, tot in de hemel reikt en de eeuwigheid omvat. Zij begrijpen dat het karakter van de christen het karakter van Christus moet weerspiegelen en vol moet zijn van genade en waarheid. Aan hen wordt de olie der genade geschonken, die een nooit falend licht onderhoudt. De Heilige Geest in het hart van de gelovige maakt hem volkomen in Christus. Het is geen beslissend bewijs dat een man of een vrouw een christen is, wanneer hij onder opwindende omstandigheden diepe ontroering toont. Hij die christusgelijk is, heeft een diep, vastberaden, volhardend bestanddeel in zijn ziel, en heeft toch besef van zijn eigen zwakheid en wordt niet misleid en op een dwaalspoor gebracht door de duivel, zodat hij op zichzelf zou vertrouwen. Hij heeft kennis van het woord van God en weet dat hij slechts veilig is wanneer hij zijn hand legt in de hand van Jezus Christus en Hem stevig vasthoudt.

“Character is revealed by a crisis. When the earnest voice proclaimed at midnight, ‘Behold, the bridegroom cometh; go ye out to meet him,’ the sleeping virgins roused from their slumbers, and it was seen who had made preparation for the event. Both parties were taken unawares, but one was prepared for the emergency, and the other was found without preparation. Character is revealed by circumstances. Emergencies bring out the true metal of character. Some sudden and unlooked-for calamity, bereavement, or crisis, some unexpected sickness or anguish, something that brings the soul face to face with death, will bring out the true inwardness of the character. It will be made manifest whether or not there is any real faith in the promises of the word of God. It will be made manifest whether or not the soul is sustained by grace, whether there is oil in the vessel with the lamp.

„Het karakter wordt door een crisis geopenbaard. Toen de ernstige stem te middernacht verkondigde: ‘Ziet, de bruidegom komt; gaat uit hem tegemoet,’ ontwaakten de slapende maagden uit hun sluimer, en het werd gezien wie zich op de gebeurtenis had voorbereid. Beide partijen werden overvallen, maar de ene was op het noodgeval voorbereid, en de andere bleek onvoorbereid. Het karakter wordt door omstandigheden geopenbaard. Noodsituaties brengen het ware gehalte van het karakter aan het licht. Een plotselinge en onverwachte ramp, een sterfgeval of crisis, een onverwachte ziekte of smart, iets dat de ziel van aangezicht tot aangezicht met de dood brengt, zal de ware innerlijke gesteldheid van het karakter openbaren. Het zal openbaar worden of er al dan niet enig werkelijk geloof is in de beloften van het woord van God. Het zal openbaar worden of de ziel door genade staande wordt gehouden, of er olie in het vat met de lamp is.״

“Testing times come to all. How do we conduct ourselves under the test and proving of God? Do our lamps go out? or do we still keep them burning? Are we prepared for every emergency by our connection with Him who is full of grace and truth? The five wise virgins could not impart their character to the five foolish virgins. Character must be formed by us as individuals. It cannot be transferred to another, even if the possessor were willing to make the sacrifice. There is much we can do for each other while mercy still lingers. We can represent the character of Christ. We can give faithful warnings to the erring. We can reprove, rebuke, with all long-suffering and doctrine, bringing the doctrines of Holy Writ home to the heart. We can give heartfelt sympathy. We can pray with and for one another. By living a circumspect life, by maintaining a holy conversation, we may give an example of what a Christian should be; but no person can give to another his own mold of character. Let us duly consider the fact that we are to be saved, not as companies, but as individuals. We shall be judged according to the character we have formed. It is perilous to neglect to prepare the soul for eternity, and to put off making our peace with God until upon a dying bed. It is by the daily transactions of life, by the spirit we manifest, that we determine our eternal destiny. He who is faithful in that which is least, is faithful also in much. If we have made Christ our pattern, if we have walked and worked as he has given us an example in his own life, we shall be able to meet the solemn surprises that will come upon us in our experience, and say from our heart, ‘Not my will, but thine, be done.’

„Beproevende tijden komen over allen. Hoe gedragen wij ons onder de toetsing en beproeving van God? Gaan onze lampen uit? of houden wij ze nog brandende? Zijn wij op iedere noodtoestand voorbereid door onze verbinding met Hem, die vol is van genade en waarheid? De vijf wijze maagden konden hun karakter niet overdragen op de vijf dwaze maagden. Karakter moet door ons als individuen worden gevormd. Het kan niet op een ander worden overgebracht, zelfs niet indien de bezitter bereid zou zijn dat offer te brengen. Er is veel dat wij voor elkaar kunnen doen zolang de genade nog verwijlt. Wij kunnen het karakter van Christus vertegenwoordigen. Wij kunnen getrouwe waarschuwingen geven aan hen die dwalen. Wij kunnen bestraffen, terechtwijzen, met alle lankmoedigheid en leer, en de leerstellingen van de Heilige Schrift tot het hart brengen. Wij kunnen innige deelneming betonen. Wij kunnen met en voor elkaar bidden. Door een nauwgezet leven te leiden, door een heilige wandel te onderhouden, kunnen wij een voorbeeld geven van wat een christen behoort te zijn; maar niemand kan aan een ander zijn eigen karaktervorm geven. Laat ons terdege bedenken dat wij gered zullen worden, niet als groepen, maar als individuen. Wij zullen geoordeeld worden naar het karakter dat wij hebben gevormd. Het is gevaarlijk na te laten de ziel op de eeuwigheid voor te bereiden, en het sluiten van onze vrede met God uit te stellen tot op het sterfbed. Het is door de dagelijkse verrichtingen van het leven, door de geest die wij openbaren, dat wij onze eeuwige bestemming bepalen. Hij die getrouw is in het minste, is ook getrouw in het vele. Indien wij Christus tot ons voorbeeld hebben gemaakt, indien wij hebben gewandeld en gewerkt zoals Hij ons in zijn eigen leven een voorbeeld heeft gegeven, zullen wij in staat zijn de plechtige verrassingen te ontmoeten die in onze ervaring over ons zullen komen, en uit ons hart te zeggen: ‘Niet mijn wil, maar de uwe, geschiede.’”

“It is in probationary time, the time in which we are living, that we should calmly contemplate the terms of salvation, and live according to the conditions laid down in the word of God. We should educate and train ourselves, hour by hour and day by day, by careful discipline, to perform every duty. We should become acquainted with God and with Jesus Christ whom he has sent. In every trial it is our privilege to draw upon him who has said, ‘Let him take hold of my strength, that he may make peace with me; and he shall make peace with me.’ The Lord says he is more willing to give us the Holy Spirit than parents are to give bread to their children. Then let us have the oil of grace in our vessels with our lamps, that we may not be found among those who are represented as foolish virgins, who were not prepared to go forth to meet the bridegroom.” Review and Herald, September 17, 1895.

„Het is in de genadetijd, de tijd waarin wij leven, dat wij de voorwaarden van de zaligheid rustig behoren te overdenken en te leven overeenkomstig de voorwaarden die in het Woord van God zijn neergelegd. Wij behoren onszelf op te voeden en te oefenen, uur na uur en dag na dag, door zorgvuldige tucht, om elke plicht te vervullen. Wij behoren God te leren kennen en Jezus Christus, die Hij gezonden heeft. In elke beproeving is het ons voorrecht een beroep te doen op Hem die heeft gezegd: ‘Laat hij Mijn sterkte aangrijpen, opdat hij vrede met Mij make; en hij zal vrede met Mij maken.’ De Heere zegt dat Hij meer bereid is ons de Heilige Geest te geven dan ouders bereid zijn hun kinderen brood te geven. Laten wij dan de olie der genade in onze vaten met onze lampen hebben, opdat wij niet worden bevonden onder hen die worden voorgesteld als de dwaze maagden, die niet bereid waren uit te gaan om de bruidegom te ontmoeten.” Review and Herald, 17 september 1895.

The ensign of the one hundred and forty-four thousand who were typified by Abraham’s circumcision and the eight souls upon the ark, are the wise virgins in the parable who perfectly reflect the character of Christ in the soon coming crisis. It is only fitting that Sister White closed out the passage by citing Isaiah, for it is a passage that directly refers to the sealing time of the one hundred and forty-four thousand.

Het banier van de honderd vierenveertigduizend, die werden voorgesteld door Abrahams besnijdenis en de acht zielen op de ark, zijn de wijze maagden in de gelijkenis, die in de spoedig komende crisis het karakter van Christus volmaakt weerspiegelen. Het is volkomen passend dat zuster White de passage afsloot met een aanhaling uit Jesaja, want het is een schriftgedeelte dat rechtstreeks verwijst naar de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend.

In that day sing ye unto her, A vineyard of red wine. I the Lord do keep it; I will water it every moment: lest any hurt it, I will keep it night and day. Fury is not in me: who would set the briers and thorns against me in battle? I would go through them, I would burn them together. Or let him take hold of my strength, that he may make peace with me; and he shall make peace with me. He shall cause them that come of Jacob to take root: Israel shall blossom and bud, and fill the face of the world with fruit. Hath he smitten him, as he smote those that smote him? or is he slain according to the slaughter of them that are slain by him? In measure, when it shooteth forth, thou wilt debate with it: he stayeth his rough wind in the day of the east wind. By this therefore shall the iniquity of Jacob be purged; and this is all the fruit to take away his sin; when he maketh all the stones of the altar as chalkstones that are beaten in sunder, the groves and images shall not stand up. Yet the defenced city shall be desolate, and the habitation forsaken, and left like a wilderness: there shall the calf feed, and there shall he lie down, and consume the branches thereof. When the boughs thereof are withered, they shall be broken off: the women come, and set them on fire: for it is a people of no understanding: therefore he that made them will not have mercy on them, and he that formed them will shew them no favour. Isaiah 27:2–11.

Te dien dage zingt haar toe: Een wijngaard van rode wijn. Ik, de HEERE, behoed hem; Ik zal hem te allen tijde drenken; opdat niemand hem schade doe, zal Ik hem nacht en dag bewaren. Grimmigheid is in Mij niet; wie zou Mij in den strijd distelen en doornen tegenoverstellen? Ik zou ertegen optrekken, Ik zou ze tezamen verbranden. Of laat hij Mijn sterkte aangrijpen, opdat hij vrede met Mij make; en hij zal vrede met Mij maken. Hij zal maken dat wie uit Jakob voortkomen, wortel schieten; Israël zal bloeien en uitspruiten, en de aardbodem met vrucht vervullen. Heeft Hij hem geslagen, gelijk Hij hen sloeg die hem sloegen? Of is hij gedood overeenkomstig de slachting van hen die door Hem gedood zijn? Met mate, wanneer het uitspruit, zult Gij met hem twisten; Hij houdt Zijn ruwen wind in op den dag van den oostenwind. Daarom zal hierdoor de ongerechtigheid van Jakob verzoend worden; en dit is al de vrucht, dat zijn zonde weggenomen worde: wanneer hij al de stenen van het altaar maakt als kalkstenen die verbrijzeld worden, zullen de gewijde bossen en de beelden niet weder oprijzen. Doch de versterkte stad zal een woestenij zijn, de woonplaats verlaten en prijsgegeven als een woestijn; daar zal het kalf weiden, daar zal het neerliggen en haar takken verteren. Wanneer haar twijgen verdord zijn, zullen zij afgebroken worden; de vrouwen komen en steken ze in brand; want het is een volk zonder verstand; daarom zal Hij die hen gemaakt heeft, Zich hunner niet ontfermen, en Hij die hen geformeerd heeft, zal hun geen genade bewijzen. Jesaja 27:2–11.

The “day of the east wind,” when the iniquity of Jacob is being purged, and the other class of “people of no understanding” are being gathered and burned is the sealing time of the one hundred and forty-four thousand. In that period, he who desires to make peace with Christ can do so, but the final movements are rapid ones.

De „dag van de oostenwind”, waarin de ongerechtigheid van Jakob wordt weggenomen en de andere klasse van „een volk zonder verstand” wordt verzameld en verbrand, is de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend. In die periode kan hij die verlangt vrede met Christus te sluiten, dit doen, maar de laatste ontwikkelingen volgen elkaar snel op.

The priests were to be thirty years old when they began to serve, and the one-hundred and forty-four thousand are Peter’s kingdom of priests who renew the covenant with God in the last days.

De priesters moesten dertig jaar oud zijn wanneer zij hun dienst begonnen, en de honderdvierenvierenveertigduizend zijn Petrus’ koninkrijk van priesters, die in de laatste dagen het verbond met God vernieuwen.

Ye also, as lively stones, are built up a spiritual house, an holy priesthood, to offer up spiritual sacrifices, acceptable to God by Jesus Christ. 1 Peter 1:5.

Ook gij, als levende stenen, wordt gebouwd tot een geestelijk huis, een heilig priesterschap, om geestelijke offeranden te brengen, die Gode welgevallig zijn door Jezus Christus. 1 Petrus 1:5.

The priests were prepared to serve over an eight-day anointing service; thus, the number eight is a symbol of the anointed priesthood that are within the ark.

De priesters werden voorbereid om gedurende een acht dagen durende zalvingsdienst te dienen; daarom is het getal acht een symbool van het gezalfde priesterschap dat zich binnen de ark bevindt.

Aaron’s Rod

Aärons staf

The anointed priesthood of the one hundred and forty-four thousand are represented within the ark of the covenant as Aaron’s rod that budded. When Aaron’s rod budded it provided a distinction between Aaron and the other rods of the tribes of Israel which did not bud. In the Scriptures it is rain that produces the budding of the plants.

Het gezalfde priesterschap van de honderd vierenveertigduizend wordt binnen de ark van het verbond voorgesteld door de staf van Aäron die gebloeid had. Toen de staf van Aäron bloeide, bracht dit een onderscheid aan tussen Aäron en de overige staven van de stammen van Israël, die niet bloeiden. In de Schrift is het de regen die het ontluiken van de planten voortbrengt.

All the prophets address the latter days, so Aaron’s rod of priesthood, represents the anointing of the one hundred and forty-four thousand in a situation that aligns with Elijah at Carmel and the Millerites in 1844. It addresses the point when there is a clear distinction between the true and false messages of the latter rain. That distinction is made by Joel when he identifies the “new wine” being cut off from one class. The class who has the new wine cut off from their mouths are Isaiah’s drunkards of Ephraim. They are also those who accused the disciples of being drunk at Pentecost and they are the rebels of 1888, who followed their fathers, who were the rebels of 1863. All those lines of prophecy align with the line which Sister White identifies as occurring when the world realizes Adventism has known about the fireballs of Nashville for roughly one hundred and twenty-five years and has said nothing.

Alle profeten richten zich op de laatste dagen; daarom vertegenwoordigt Aärons staf van het priesterschap de zalving van de honderd vierenveertigduizend in een situatie die overeenkomt met Elia op de Karmel en met de Millerieten in 1844. Zij heeft betrekking op het moment waarop er een duidelijk onderscheid is tussen de ware en de valse boodschappen van de late regen. Dat onderscheid wordt door Joël gemaakt wanneer hij vaststelt dat de “nieuwe wijn” van één klasse wordt afgesneden. De klasse van wie de nieuwe wijn van hun mond wordt afgesneden, zijn de dronkaards van Efraïm bij Jesaja. Zij zijn ook degenen die de discipelen ervan beschuldigden dronken te zijn op Pinksteren, en zij zijn de opstandelingen van 1888, die hun vaderen volgden, welke de opstandelingen van 1863 waren. Al deze lijnen van profetie stemmen overeen met de lijn die Zuster White aanduidt als plaatsvindend wanneer de wereld beseft dat het adventisme ongeveer honderd vijfentwintig jaar lang van de vuurballen van Nashville heeft geweten en daarover niets heeft gezegd.

8, Eighty and 81

8, tachtig en 81

The number thirty and the number eight are symbols of the priesthood of the one hundred and forty-four thousand who are the ensign of the latter days which represents the combination of Divinity and humanity. The number eight is a tithe of the number eighty, which is the number of the eighty valiant priests who with the high priest withstood king Uzziah, who attempted to offer incense in the holy place. Eighty-one represents Divinity combined with humanity in the context of the priesthood of the church triumphant. The history of Uzziah’s rebellion connects that priesthood of eighty-one in the very crisis that aligns with the rebellion of Ptolemy just after the battle of Raphia. All the prophets identify the latter days, so the priesthood of Divinity combined with humanity, which is the priesthood of the church triumphant made up of eighty human priests and one Divine High Priest are identified in the history that began in 2014 when the Ukrainian War was initiated.

Het getal dertig en het getal acht zijn symbolen van het priesterschap van de honderd vierenveertigduizend, die het banierteken van de laatste dagen zijn, dat de vereniging van goddelijkheid en menselijkheid vertegenwoordigt. Het getal acht is een tiende van het getal tachtig, dat het getal is van de tachtig dappere priesters die, samen met de hogepriester, koning Uzzia weerstonden, toen hij trachtte reukwerk te offeren in de heilige plaats. Eenentachtig vertegenwoordigt goddelijkheid verenigd met menselijkheid in de context van het priesterschap van de triomferende kerk. De geschiedenis van Uzzia’s opstand verbindt dat priesterschap van eenentachtig in juist die crisis die overeenstemt met de opstand van Ptolemaeus vlak na de slag bij Raphia. Alle profeten duiden de laatste dagen aan, zodat het priesterschap van goddelijkheid verenigd met menselijkheid, dat het priesterschap is van de triomferende kerk, bestaande uit tachtig menselijke priesters en één goddelijke Hogepriester, wordt geïdentificeerd in de geschiedenis die in 2014 begon, toen de Oekraïense Oorlog werd ingeleid.

The middle chapter of Genesis’ twelve-chapter line is chapter seventeen. The middle verse of the twelve-chapter line is verse twenty-two. Verse twenty-two marks a distinct end of a conversation between God and Abraham that began in verse one, thus identifying verse twenty-two as the end of a prophetic line which bears the signature of the Hebrew alphabet’s twenty-two letters. The middle verse of the line of twenty-two verses is verse eleven, which in turn is the middle of three verses that identify the ensign of the one hundred and forty-four thousand. Verse eleven is therefore the middle of three distinct verses, and verse eleven conveys the primary truth of not only the twenty-two verses, but also of the three verses it is within, thus identifying verse eleven and twenty-two as a beginning and ending of the primary thought. Thus, verse eleven through twenty-two in chapter seventeen is the primary theme of chapters eleven through twenty-two.

Het middelste hoofdstuk van de twaalf hoofdstukken tellende reeks van Genesis is hoofdstuk zeventien. Het middelste vers van de reeks van twaalf hoofdstukken is vers tweeëntwintig. Vers tweeëntwintig markeert een duidelijk einde van een gesprek tussen God en Abraham dat in vers één begon, en duidt daarmee vers tweeëntwintig aan als het einde van een profetische lijn die het stempel draagt van de tweeëntwintig letters van het Hebreeuwse alfabet. Het middelste vers van de lijn van tweeëntwintig verzen is vers elf, dat op zijn beurt het middelste is van drie verzen die het vaandel van de honderd vierenveertigduizend aanduiden. Vers elf is daarom het middelste van drie afzonderlijke verzen, en vers elf brengt de voornaamste waarheid over, niet alleen van de tweeëntwintig verzen, maar ook van de drie verzen waarbinnen het zich bevindt, en duidt daarmee vers elf en tweeëntwintig aan als een begin en een einde van de hoofdgedachte. Zo is vers elf tot en met tweeëntwintig in hoofdstuk zeventien het hoofdthema van hoofdstukken elf tot en met tweeëntwintig.

The middle of chapters eleven unto twenty-two in the book of Matthew is chapter sixteen.

Het midden van hoofdstuk elf tot en met tweeëntwintig in het boek Matteüs is hoofdstuk zestien.

Then charged he his disciples that they should tell no man that he was Jesus the Christ. Matthew 16:20.

Toen gebood Hij Zijn discipelen dat zij niemand zouden zeggen dat Hij Jezus, de Christus, was. Mattheüs 16:20.

As with Genesis’ midpoint, verse twenty marks the end of a specific conversation that began in verse thirteen when Christ and the disciples arrived at Caesarea Philippi.

Zoals in het midden van Genesis markeert vers twintig het einde van een specifiek gesprek dat begon in vers dertien, toen Christus en de discipelen in Caesarea Filippi aankwamen.

When Jesus came into the coasts of Caesarea Philippi, he asked his disciples, saying, Whom do men say that I the Son of man am? And they said, Some say that thou art John the Baptist: some, Elias; and others, Jeremias, or one of the prophets. He saith unto them, But whom say ye that I am? And Simon Peter answered and said, Thou art the Christ, the Son of the living God. And Jesus answered and said unto him, Blessed art thou, Simon Barjona: for flesh and blood hath not revealed it unto thee, but my Father which is in heaven. And I say also unto thee, That thou art Peter, and upon this rock I will build my church; and the gates of hell shall not prevail against it. And I will give unto thee the keys of the kingdom of heaven: and whatsoever thou shalt bind on earth shall be bound in heaven: and whatsoever thou shalt loose on earth shall be loosed in heaven. Then charged he his disciples that they should tell no man that he was Jesus the Christ. Matthew 16:13–20.

Toen Jezus in de streken van Caesarea Filippi gekomen was, vroeg Hij Zijn discipelen en zeide: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen, ben? En zij zeiden: Sommigen zeggen dat Gij Johannes de Doper zijt; anderen Elia; en weer anderen Jeremia of een van de profeten. Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En Simon Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed hebben u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is. En ook Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en al wat gij op de aarde binden zult, zal in de hemelen gebonden zijn; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in de hemelen ontbonden zijn. Toen gebood Hij Zijn discipelen dat zij niemand zeggen zouden dat Hij Jezus de Christus was. Matteüs 16:13–20.

Raphia and Panium

Raphia en Panium

Not only does Matthew’s middle passage represent a distinct conversation and subject, but just as the covenant symbolism of Genesis’ testimony aligns with the battle of Raphia, Matthew’s conversation takes place in Caesarea Philippi, which is Panium. Panium of verse fifteen of Daniel eleven is the midpoint in Matthew’s twelve-chapter line and Raphia of verse eleven of Daniel eleven, is the midpoint of Genesis’ twelve-chapter line.

Niet alleen vormt de middelste passage van Mattheüs een afzonderlijk gesprek en onderwerp, maar evenals de verbondssymboliek van het getuigenis van Genesis overeenstemt met de slag bij Raphia, vindt het gesprek in Mattheüs plaats te Caesarea Filippi, dat Panium is. Panium van vers vijftien van Daniël elf is het middelpunt in de lijn van twaalf hoofdstukken van Mattheüs, en Raphia van vers elf van Daniël elf is het middelpunt van de lijn van twaalf hoofdstukken van Genesis.

The 250 years that began in 457 BC concluded at 207 BC, the midpoint between Raphia of verse eleven and Panium of verse fifteen, which is where the sign of Abraham’s circumcision and Peter’s confession of the Messiah converge. In the book of Matthew’s line, Peter is testifying to his recognition of Christ, the Son of God at His baptism.

De 250 jaar die in 457 v.Chr. begonnen, eindigden in 207 v.Chr., het midden tussen Rafia van vers elf en Panium van vers vijftien, waar het teken van Abrahams besnijdenis en Petrus’ belijdenis van de Messias samenkomen. In de lijn van het boek Matteüs getuigt Petrus van zijn erkenning van Christus, de Zoon van God, bij Zijn doop.

Simon means “one who hears” and Barjona means “son of the dove.” Simon was one who heard the message of Christ baptism, when the Holy Spirit descended in the form of a dove. Christ’s baptism typified August 11, 1840, when the mighty angel of Revelation ten descended. The same angel descended on 9/11. Peter represents those who recognize 9/11 as the testing message of the generation of the one hundred and forty-four thousand.

Simon betekent „iemand die hoort” en Barjona betekent „zoon van de duif”. Simon was iemand die de boodschap van de doop van Christus hoorde, toen de Heilige Geest neerdaalde in de gedaante van een duif. De doop van Christus was een voorafbeelding van 11 augustus 1840, toen de sterke engel van Openbaring tien neerdaalde. Dezelfde engel daalde neer op 11 september. Petrus vertegenwoordigt hen die 11 september herkennen als de beproevende boodschap van de generatie van de honderd vierenveertigduizend.

Peter represents those who employ the methodology of line upon line. He is the “son” of the dove, so as a son he symbolically represents the last generation. Peter is a symbol of the last generation, and with the symbolic numbering of his name he represents the one hundred and forty-four thousand. Peter represents the final generation who hear the message of the empowerment when Christ appears in the prophetic line. Peter recognized the message associated with Christ’s baptism, and thus Peter could identify Jesus as the anointed one, which is Messiah in the Hebrew and Christ in the Greek. Peter represents those who understand that the angel of Revelation eighteen who descended at 9/11, had also descended on August 11, 1840. Peter represents those who understand 9/11 as a waymark that is only established by the testimony of two or three lines.

Petrus vertegenwoordigt hen die de methodologie van regel op regel toepassen. Hij is de „zoon” van de duif; als zoon vertegenwoordigt hij daarom symbolisch de laatste generatie. Petrus is een symbool van de laatste generatie, en met de symbolische nummering van zijn naam vertegenwoordigt hij de honderd vierenveertigduizend. Petrus vertegenwoordigt de laatste generatie die de boodschap van de bekrachtiging hoort wanneer Christus in de profetische lijn verschijnt. Petrus erkende de boodschap die met de doop van Christus verbonden was, en daarom kon Petrus Jezus identificeren als de Gezalfde, wat in het Hebreeuws Messias is en in het Grieks Christus. Petrus vertegenwoordigt hen die begrijpen dat de engel van Openbaring achttien, die op 9/11 neerdaalde, ook op 11 augustus 1840 was neergedaald. Petrus vertegenwoordigt hen die 9/11 begrijpen als een wegmerk dat slechts wordt bevestigd door het getuigenis van twee of drie lijnen.

Peter’s confession is that 9/11 identifies the arrival of the third woe, which is the testing message for the final generation. That confession is where the name changes. Abraham is at Raphia and Peter is at Panium, just before the cross. Between Panium and the cross Peter is going to visit the Mount of Transfiguration. It is at Panium where Simon is changed unto Peter when he gave his confession of the testing message for his generation. For the one hundred and forty-four thousand that testing message is Islam of the third woe which arrived in prophetic history at 9/11.

Petrus’ belijdenis is dat 9/11 de komst van het derde wee aanduidt, dat de toetsende boodschap voor de laatste generatie is. Die belijdenis is het moment waarop de naam verandert. Abraham bevindt zich te Rafia en Petrus te Panium, vlak vóór het kruis. Tussen Panium en het kruis zal Petrus de Berg der Verheerlijking bezoeken. Het is te Panium dat Simon in Petrus wordt veranderd, toen hij zijn belijdenis gaf van de toetsende boodschap voor zijn generatie. Voor de honderdvierenveertigduizend is die toetsende boodschap de islam van het derde wee, die in de profetische geschiedenis op 9/11 is aangekomen.

The beginning of the testing of Adventism began at 9/11, and at the end of the testing of Adventism the message of Islam of the third woe identifies when and where Simon’s name is changed. The message Peter understands at the end, which was typified by the message of 9/11 at the beginning, is the corrected message of the fireballs of Nashville. There the feast of trumpets arrives in conjunction with the ascension of the ensign and the closed door of the Day of Atonement.

Het begin van de beproeving van het adventisme ving aan op 11 september, en aan het einde van de beproeving van het adventisme wijst de boodschap van de islam van de derde wee aan wanneer en waar Simons naam wordt veranderd. De boodschap die Petrus aan het einde begrijpt, welke aan het begin werd voorgesteld door de boodschap van 11 september, is de gecorrigeerde boodschap van de vuurballen van Nashville. Daar breekt het Bazuinenfeest aan in samenhang met de verheffing van de banier en de gesloten deur van de Grote Verzoendag.

We will continue these things in the next article.

Wij zullen deze zaken in het volgende artikel voortzetten.