We are addressing a portion of Isaiah’s vision which begins in chapter seven and continues on to the end of chapter twelve. We are doing so for in 1850 “the Lord stretched forth his hand a second time, to gather” His remnant people. We are putting the waymarks of 1844 to 1863 in place. ‘1850’ and the second gathering is one of those waymarks.
Wij behandelen een gedeelte van het visioen van Jesaja dat begint in hoofdstuk zeven en doorloopt tot het einde van hoofdstuk twaalf. Wij doen dit omdat in 1850 „de Heere Zijn hand ten tweeden male uitstrekte, om” Zijn overblijfsel te vergaderen. Wij brengen de wegmerken van 1844 tot 1863 aan. ‘1850’ en de tweede vergadering is een van die wegmerken.
Once the vision of Isaiah begins in verse one of chapter seven any time an expression similar to “in that day” is a reference, it is to be placed into the established prophetic setting of chapter seven. A key to rightly dividing the vision is to understand that prophecy operates upon the principles of repeat and enlarge, and this rule is active in the vision.
Zodra het visioen van Jesaja begint in vers één van hoofdstuk zeven, dient elke verwijzing door middel van een uitdrukking als „te dien dage” te worden geplaatst binnen het vastgestelde profetische kader van hoofdstuk zeven. Een sleutel tot het juist onderscheiden van het visioen is te verstaan dat profetie werkt volgens de beginselen van herhaling en uitbreiding, en deze regel is in het visioen werkzaam.
The various prophetic truths that are identified in the vision of Isaiah, beginning in chapter six are to be approached from the perspective that “first and foremost”, Isaiah is representing a soul that has been anointed at 9/11 to proclaim that the latter rain has arrived. In that sanctified context, chapter seven of Isaiah illustrates the very fear which was represented by the prophet in chapter six when he asked the question, ‘“how long” he would need to give the message of 9/11 to an apostate church that ‘had eyes but refused to see and ears but refused to hear’?
De verschillende profetische waarheden die in het visioen van Jesaja, beginnend in hoofdstuk zes, worden aangeduid, dienen benaderd te worden vanuit het perspectief dat Jesaja “allereerst en bovenal” een ziel vertegenwoordigt die op 9/11 gezalfd werd om te verkondigen dat de late regen is aangebroken. In die geheiligde context illustreert hoofdstuk zeven van Jesaja juist de vrees die door de profeet in hoofdstuk zes werd uitgebeeld toen hij de vraag stelde ‘“hoe lang” hij de boodschap van 9/11 zou moeten brengen aan een afvallige kerk die ‘ogen had maar weigerde te zien en oren had maar weigerde te horen’?
In the vision the wicked and foolish king Ahaz is the symbol of a Laodicean that will not receive the warning of the latter rain message as presented by the watchmen who confront the wicked and foolish Ahaz represented by Isaiah and his sons.
In het visioen is de goddeloze en dwaze koning Achaz het symbool van een Laodiceeër die de waarschuwing van de boodschap van de late regen niet zal aannemen, zoals die wordt gebracht door de wachters die de goddeloze en dwaze Achaz tegemoet treden, vertegenwoordigd door Jesaja en zijn zonen.
9/11 arrived in the prophetic history of Daniel eleven verse forty, so when Isaiah is located at 9/11 in chapter six, he is located prophetically within verse forty of Daniel eleven, but more significantly he is located within the ‘hidden history of verse forty.’ The hidden history of verse forty began when the verse was fulfilled in 1989 with the collapse of the Soviet Union. From 1989 unto the Sunday law of verse forty-one is the ‘hidden history of verse forty’ that is unsealed by the Lion of the tribe of Judah in that very ‘hidden history.’ What this identifies in our consideration of Isaiah representing a latter rain messenger after 9/11 is that one part of the latter rain message which Isaiah is proclaiming is—Daniel eleven, verses forty-one through forty-five.
9/11 deed zich voor in de profetische geschiedenis van Daniël 11 vers 40; wanneer Jesaja dus in hoofdstuk zes bij 9/11 wordt geplaatst, wordt hij profetisch binnen vers 40 van Daniël 11 geplaatst, maar nog betekenisvoller: hij wordt geplaatst binnen de ‘verborgen geschiedenis van vers 40’. De verborgen geschiedenis van vers 40 begon toen het vers in 1989 in vervulling ging met de ineenstorting van de Sovjet-Unie. Van 1989 tot aan de zondagswet van vers 41 is de ‘verborgen geschiedenis van vers 40’, die door de Leeuw uit de stam van Juda juist in diezelfde ‘verborgen geschiedenis’ wordt ontzegeld. Wat dit aanwijst in onze beschouwing van Jesaja als vertegenwoordiger van een boodschapper van de late regen na 9/11, is dat een deel van de boodschap van de late regen die Jesaja verkondigt, is — Daniël 11, verzen 41 tot en met 45.
Standing prophetically at 9/11 Isaiah in chapter ten, is presenting a warning that the very next event to happen is the “unrighteous decree” which is the Sunday law, and is represented in verse forty-one of Daniel eleven. Isaiah’s illustration of the latter rain message is set within the ‘hidden history’ of verse forty-post 9/11. The fulfillment of verse forty in 1989 places Isaiah after 1989, at 9/11 where he is anointed with coal from off the alter. Isaiah represents a messenger whose message includes the last six verses of Daniel eleven.
Profetisch staande bij 9/11 toont Jesaja in hoofdstuk tien een waarschuwing dat de allereerstvolgende gebeurtenis die zal plaatsvinden het „onrechtvaardige besluit” is, namelijk de zondagswet, en die wordt voorgesteld in vers eenenveertig van Daniël elf. Jesaja’s illustratie van de boodschap van de late regen is geplaatst binnen de ‘verborgen geschiedenis’ van vers veertig, na 9/11. De vervulling van vers veertig in 1989 plaatst Jesaja na 1989, bij 9/11, waar hij met een kool van het altaar wordt gezalfd. Jesaja vertegenwoordigt een boodschapper wiens boodschap de laatste zes verzen van Daniël elf omvat.
Isaiah states directly that he and his children are for signs and wonders. In chapter seven verse three Isaiah and his son are by the conduit from the upper pool on the highway by the fuller’s field. Isaiah is presenting the message of the latter rain which he was anointed to proclaim in chapter six, and he is standing at three symbols of the latter rain as well as with his child Shearjashub. The upper pool’s conduit is a prophetic allusion to the two pipes filled with the golden oil that Zechariah identifies and Sister White comments on so often, identify the message that comes from the conduit of the upper pool in the message of the latter rain.
Jesaja verklaart rechtstreeks dat hij en zijn kinderen tot tekenen en wonderen zijn. In hoofdstuk zeven, vers drie, bevinden Jesaja en zijn zoon zich bij de waterleiding van de bovenste vijver, aan de heerweg naar het veld van de voller. Jesaja brengt de boodschap van de late regen, die hij in hoofdstuk zes gezalfd was te verkondigen, en hij staat bij drie symbolen van de late regen, evenals met zijn kind Sear-Jaschub. De waterleiding van de bovenste vijver is een profetische toespeling op de twee pijpen die met de gouden olie gevuld zijn, welke Zacharia aanwijst en waarover Zuster White zo dikwijls spreekt; zij duiden op de boodschap die uit de waterleiding van de bovenste vijver komt in de boodschap van de late regen.
Isaiah’s conduit connects with Zechariah’s two pipes, and Ellen White’s commentary ties Zechariah together with the parable of the ten virgins. Isaiah is humbled into the dust in chapter six when he sees the glory of the Lord. He agrees to carry the message represented in verse three as the message that lightens the earth with God’s glory. And he is purified with a coal off the altar and then is standing at the pool that is created by the water from the upper pool. In chapter twenty-eight Isaiah defines the latter rain message as “line upon line” and in verse three the upper pool represents several lines of prophecy.
Jesaja’s waterleiding staat in verbinding met Zacharia’s twee pijpen, en Ellen Whites commentaar verbindt Zacharia met de gelijkenis van de tien maagden. Jesaja wordt in hoofdstuk zes vernederd tot in het stof wanneer hij de heerlijkheid van de Heere ziet. Hij stemt erin toe de boodschap te dragen die in vers drie wordt voorgesteld als de boodschap die de aarde verlicht met Gods heerlijkheid. En hij wordt gereinigd met een gloeiende kool van het altaar en staat vervolgens bij de vijver die gevormd wordt door het water uit de bovenste vijver. In hoofdstuk achtentwintig omschrijft Jesaja de boodschap van de late regen als „regel op regel”, en in vers drie vertegenwoordigt de bovenste vijver verscheidene profetische lijnen.
Isaiah, representing a soul at 9/11 would only be standing where the golden oil comes down from the upper pool if that soul had asked for the good way which leads to Jeremiah’s old path, which is Isaiah’s “highway (path) by the fuller’s field” where Jeremiah’s “rest” is found. Isaiah’s latter rain message is based not only upon the line of the ten virgins, Zechariah’s line of two golden pipes, Jeremiah’s line of the old path, and Isaiah is also standing at “the fuller’s field” where the Messenger of the Covenant is purifying and purging the sons of Levi as silver and gold.
Jesaja, die een ziel op 9/11 vertegenwoordigt, zou slechts daar staan waar de gouden olie neerdaalt uit het bovenste bekken, indien die ziel naar de goede weg had gevraagd die leidt tot Jeremia’s oude pad, dat Jesaja’s „heerbaan (pad) bij het veld van de voller” is, waar Jeremia’s „rust” wordt gevonden. Jesaja’s boodschap van de late regen is niet alleen gegrond op de lijn van de tien maagden, de lijn van Zacharia van de twee gouden buizen en de lijn van Jeremia van het oude pad, maar Jesaja staat ook bij „het veld van de voller”, waar de Bode van het Verbond de zonen van Levi loutert en reinigt als zilver en goud.
It is a very easy prophetic task to bring other lines into verse three of chapter seven. The oil of Zechariah and the ten virgins connects to Jacob’s ladder and the first two verses of Revelation for they are all addressing the communication process between God and man. Jeremiah’s old path includes the “watchman” that sound the trumpet which the wicked and foolish king Ahaz refuses to hear. That trumpet pulls all the trumpets of prophecy, as well as the prophetic watchmen into Isaiah’s “highway” where Isaiah and his son stand to convey a message to the leader of Laodicea.
Het is een zeer eenvoudige profetische taak om andere lijnen in het derde vers van hoofdstuk zeven te brengen. De olie van Zacharia en de tien maagden verbindt zich met Jakobs ladder en de eerste twee verzen van Openbaring, want zij behandelen alle het communicatieproces tussen God en de mens. Jeremía’s oude pad omvat de „wachter” die op de bazuin blaast, welke de goddeloze en dwaze koning Achaz weigert te horen. Die bazuin trekt alle bazuinen van de profetie, evenals de profetische wachters, in Jesaja’s „heirbaan”, waar Jesaja en zijn zoon staan om een boodschap over te brengen aan de leider van Laodicea.
Isaiah and his son Shearjashub, which means “a remnant shall return” are standing together and they are illustrating the proclamation of the latter rain message that arrived at 9/11. They go to meet wicked king Ahaz and as father and son they represent a symbol of alpha and omega the primary rule of “line upon line” methodology. “Line upon line” is the rule that was typified by the Millerite “day/year” principle.
Jesaja en zijn zoon Sear-Jaschub, wat betekent: „een overblijfsel zal terugkeren”, staan samen bijeen en beelden de verkondiging uit van de boodschap van de late regen die op 9/11 aankwam. Zij gaan de goddeloze koning Achaz tegemoet, en als vader en zoon vertegenwoordigen zij een symbool van alfa en omega, de voornaamste regel van de „regel op regel”-methodologie. „Regel op regel” is de regel die werd getypeerd door het milleristische „dag/jaar”-beginsel.
On August 11, 1840 a prophecy of Islam of the second woe of Revelation nine was fulfilled and the Millerite “day/year” principle was confirmed, thus empowering Miller’s prediction about 1843 that was based upon the day/year principle. On September 11, 2001 a prophecy of Islam of the third woe of Revelation nine, ten and eleven was fulfilled and the principle of alpha (8-11-1840) and omega (9/11) was confirmed as the mighty angel of Revelation eighteen descended when the great buildings of New York came down—just as the mighty angel of Revelation ten had came down on August 11, 1840 when the alpha that typified the omega was fulfilled.
Op 11 augustus 1840 werd een profetie over de islam van het tweede wee uit Openbaring negen vervuld en werd het Milleritische „dag/jaar”-beginsel bevestigd, waardoor Millers voorspelling over 1843, die op het dag/jaar-beginsel was gebaseerd, kracht werd bijgezet. Op 11 september 2001 werd een profetie over de islam van het derde wee uit Openbaring negen, tien en elf vervuld en werd het beginsel van alfa (11-8-1840) en omega (11-9) bevestigd, toen de machtige engel van Openbaring achttien neerdaalde op het ogenblik dat de grote gebouwen van New York instortten—precies zoals de machtige engel van Openbaring tien was neergedaald op 11 augustus 1840, toen de alfa, die de omega voorafschaduwde, werd vervuld.
Not only do Isaiah and his son represent the primary principle of “line upon line,” but they represent the Elijah message which represents a message that is portrayed with the relationship of a father and his children. The Elijah message which is proclaimed just before the great and terrible day of the Lord, identifies a message that arrives just before God’s executive judgment begins. God’s executive judgments represent a period that is “the great and terrible day of the Lord.” That period begins at the Sunday law and continues on to the seven last plagues. The period begins with the Sunday law and ends with the seven last plagues. The Elijah message is therefore premised upon the principle of alpha and omega, coupled with the warning of approach of the close of probation. With the message of Elijah is also the various prophetic lines that are based upon Elijah, for Elijah, according to Jesus represented John the Baptist and both Elijah and John, according to Sister White represented William Miller, and together Elijah and John the Baptist represent both the one hundred and forty-four thousand (Elijah), and the great multitude in Revelation seven (John).
Niet alleen vertegenwoordigen Jesaja en zijn zoon het primaire beginsel van „regel op regel”, maar zij vertegenwoordigen ook de Elia-boodschap, die een boodschap vertegenwoordigt die wordt uitgebeeld door de verhouding van een vader tot zijn kinderen. De Elia-boodschap, die vlak vóór de grote en geduchte dag des HEEREN wordt verkondigd, duidt een boodschap aan die aankomt vlak voordat Gods uitvoerende oordelen beginnen. Gods uitvoerende oordelen vertegenwoordigen een periode die „de grote en geduchte dag des HEEREN” is. Die periode begint bij de zondagswet en loopt door tot de zeven laatste plagen. De periode begint met de zondagswet en eindigt met de zeven laatste plagen. De Elia-boodschap is daarom gegrond op het beginsel van alfa en omega, verbonden met de waarschuwing voor de nadering van het einde van de genadetijd. Bij de boodschap van Elia behoren ook de verschillende profetische lijnen die op Elia zijn gebaseerd; want Elia vertegenwoordigde volgens Jezus Johannes de Doper, en zowel Elia als Johannes vertegenwoordigden volgens zuster White William Miller, en samen vertegenwoordigen Elia en Johannes de Doper zowel de honderd vierenveertigduizend (Elia) als de grote schare in Openbaring zeven (Johannes).
Isaiah and his son are standing at the old paths, which are the foundations and they are receiving the golden oil, for they are wise virgins who are going through the purification process of the fuller that was fulfilled on October 22, 1844, typifying the Sunday law. Isaiah and the remnant who return, (for that is what his son’s Shearjashub’s name means), represent the remnant that “return” to the old paths at 9/11. The father remnant relationship, which is also the alpha and omega relationship, which is also the Elijah “hearts of the fathers and children” relationship identifies that Father Miller and his relationship to a remnant movement of the first angel was the alpha movement of Philadelphia. In the alpha movement Father Miller was identified as Elijah and John the Baptist who Jesus identified as the messenger who prepared the way for the Messenger of the Covenant. All of those prophetic fulfillments in the alpha history of the first and second angels is repeated in the history of the omega of the third angel.
Jesaja en zijn zoon staan op de oude paden, die de fundamenten zijn, en zij ontvangen de gouden olie, want zij zijn wijze maagden die door het reinigingsproces van de voller gaan, dat op 22 oktober 1844 werd vervuld, als voorafbeelding van de zondagswet. Jesaja en het overblijfsel dat terugkeert, (want dat is de betekenis van de naam van zijn zoon, Schear-Jasjub), vertegenwoordigen het overblijfsel dat op 9/11 „terugkeert” naar de oude paden. De vader-overblijfselrelatie, die ook de alfa- en omega-relatie is, die ook de Elia-relatie van „het hart der vaderen en der kinderen” is, identificeert dat Vader Miller en zijn verhouding tot een overblijfselbeweging van de eerste engel de alfa-beweging van Filadelfia was. In de alfa-beweging werd Vader Miller geïdentificeerd als Elia en Johannes de Doper, die door Jezus werd aangewezen als de boodschapper die de weg bereidde voor de Boodschapper van het Verbond. Al deze profetische vervullingen in de alfa-geschiedenis van de eerste en tweede engelen worden herhaald in de geschiedenis van de omega van de derde engel.
There are more important facts about Isaiah’s illustration in the vision, but here we are simply identifying that Isaiah is specifically identifying the various truths that make up the heart of the latter rain message of 9/11. All of these lines we have just discussed, and of course many more are located in verse three of chapter seven.
Er zijn belangrijkere feiten met betrekking tot Jesaja’s illustratie in het visioen, maar hier stellen wij eenvoudig vast dat Jesaja specifiek de verschillende waarheden aanwijst die het hart vormen van de boodschap van de late regen van 9/11. Al deze lijnen die wij zojuist hebben besproken, en uiteraard nog vele andere, bevinden zich in vers drie van hoofdstuk zeven.
In verse eight prophetic truth intensifies as it identifies the key that unlocks the “hidden history of verse forty” and amazingly that key is identified within the very same verse that the beginning of both 2520-year time prophecies are marked.
In vers acht intensiveert de profetische waarheid zich, doordat zij de sleutel aanwijst die de „verborgen geschiedenis van vers veertig” ontsluit, en verbazingwekkend genoeg wordt die sleutel aangeduid in precies hetzelfde vers waarin het begin van beide tijdsprofetieën van 2520 jaar wordt gemarkeerd.
For the head of Syria is Damascus, and the head of Damascus is Rezin; and within threescore and five years shall Ephraim be broken, that it be not a people. And the head of Ephraim is Samaria, and the head of Samaria is Remaliah’s son.
Want het hoofd van Syrië is Damascus, en het hoofd van Damascus is Rezin; en binnen vijfenzestig jaar zal Efraïm verbroken worden, zodat het geen volk meer zal zijn. En het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is de zoon van Remalia.
If ye will not believe, surely ye shall not be established. Isaiah 7:8, 9.
Indien gij niet gelooft, zult gij voorzeker niet bevestigd worden. Jesaja 7:8, 9.
Isaiah’s illustration of the latter rain message includes Moses’ “seven times,” for the sixty-five-year prophecy of verse eight identifies the starting point for both the northern and southern kingdoms of Israel’s scattering of 2520 years. In the very same verse, the key that turns the three prophetic lines of Daniel eleven verse forty’s collapse of the Soviet Union in 1989, together with verse ten of Daniel eleven, along with verse eight of Isaiah eight. With these three lines (Isaiah 8:8, Daniel 11:10, 40). The key is the “heads” of verses eight and nine. When the key of the “heads” is applied to those three parallel verses the door to the history of the Ukrainian War and soon coming World War III is unlocked. When that prophetic door is unlocked, verse eleven through sixteen of Daniel eleven are then seen to be parallel history to verse forty of Daniel eleven post 1989’s collapse of the Soviet Union. The unlocking of the “hidden history of verse forty” is a truth that is one of a select few that are identified as being unsealed in connection with the unsealing of the Revelation of Jesus Christ just before probation closes.
Jesaja’s illustratie van de boodschap van de late regen omvat Mozes’ „zeven tijden”, want de vijfenzestigjarige profetie van vers acht bepaalt het beginpunt voor zowel het noordelijke als het zuidelijke koninkrijk van Israëls verstrooiing van 2520 jaar. In precies hetzelfde vers bevindt zich de sleutel die de drie profetische lijnen omdraait van de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 in Daniël elf vers veertig, tezamen met vers tien van Daniël elf, alsook met vers acht van Jesaja acht. Met deze drie lijnen (Jesaja 8:8, Daniël 11:10, 40) is de sleutel de „hoofden” van de verzen acht en negen. Wanneer de sleutel van de „hoofden” wordt toegepast op deze drie parallelle verzen, wordt de deur naar de geschiedenis van de oorlog in Oekraïne en de spoedig komende Derde Wereldoorlog ontsloten. Wanneer die profetische deur wordt ontsloten, blijkt vervolgens dat vers elf tot en met zestien van Daniël elf parallelle geschiedenis zijn aan vers veertig van Daniël elf na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989. Het ontsluiten van de „verborgen geschiedenis van vers veertig” is een waarheid die behoort tot een uitgelezen klein aantal waarheden waarvan wordt vastgesteld dat zij worden ontzegeld in samenhang met het ontzegelen van de Openbaring van Jezus Christus, vlak voordat de genadetijd sluit.
Verse one of chapter eight of Isaiah begins with the word, “Moreover,” identifying that chapter eight is to go over the top of chapter seven. Beyond the first word being “moreover,” chapter eight verse three is tied together with verse three of chapter seven as a second witness that the two chapters are to be applied line upon line. Both verse ‘threes’ identify one of Isaiah’s sons, whose names both speak to the prophetic message within the story. Shearjashub means ‘a remnant shall return’ and Mahershalalhashbaz means ‘quick to the spoil.’ Shearjashub is first mentioned, then Mahershalalhashbaz (which is the longest name in the Bible). The alpha represented by “1” is smaller, and in this case even identified as a “remnant,” and the omega represented by “22” is larger, and is represented by the largest name in the Bible while symbolizing the Sunday law’s rapid movements.
Vers één van hoofdstuk acht van Jesaja begint met het woord „Voorts”, waarmee wordt aangeduid dat hoofdstuk acht boven op hoofdstuk zeven komt. Behalve dat het eerste woord „voorts” is, is hoofdstuk acht, vers drie, verbonden met vers drie van hoofdstuk zeven als een tweede getuige dat de twee hoofdstukken regel op regel moeten worden toegepast. Beide verzen „drie” noemen een van Jesaja’s zonen, wier namen beide spreken van de profetische boodschap binnen het verhaal. Sear-Jaschub betekent „een overblijfsel zal terugkeren” en Maher-Schalal-Chas-Baz betekent „spoedig tot de buit”. Sear-Jaschub wordt het eerst genoemd, daarna Maher-Schalal-Chas-Baz (wat de langste naam in de Bijbel is). De alfa, voorgesteld door „1”, is kleiner, en in dit geval zelfs aangeduid als een „overblijfsel”, en de omega, voorgesteld door „22”, is groter, en wordt weergegeven door de langste naam in de Bijbel, terwijl zij de snelle bewegingen van de zondagswet symboliseert.
The alpha remnant, represented by Shearjashub is with his father Isaiah in verse three. Together they are an alpha and an omega, and they are standing in a place which is made up of three distinct references to the latter rain.
Het alfa-overblijfsel, voorgesteld door Sear-Jaschub, is in vers drie bij zijn vader Jesaja. Samen zijn zij een alfa en een omega, en zij staan op een plaats die is samengesteld uit drie afzonderlijke verwijzingen naar de late regen.
Then said the Lord unto Isaiah, Go forth now to meet Ahaz, thou, and Shearjashub thy son, at the end of the conduit of the upper pool in the highway of the fuller’s field. Isaiah 7:3.
Toen zei de HEERE tot Jesaja: Ga nu uit, gij en uw zoon Sear-Jasub, Ahaz tegemoet, aan het einde van de waterleiding van de bovenste vijver, aan de weg van het vollersveld. Jesaja 7:3.
Isaiah is a symbol of the one hundred and forty-four thousand and in representing the call of 9/11, Isaiah is also representing the call of July 2023. At 9/11 Isaiah is a Laodicean represented by Jacob the supplanter, who was going to take Esau’s birthright as Adventism is spewed out of the mouth of the Lord, and in 2023 Isaiah represents Israel the overcomer. Isaiah represents one who was presenting God’s message who is awakened to the fact that he is a Laodicean and then has a coal purify him into a Philadelphian.
Jesaja is een symbool van de honderd vierenveertigduizend, en door de roeping van 9/11 te vertegenwoordigen, vertegenwoordigt Jesaja ook de roeping van juli 2023. Bij 9/11 is Jesaja een Laodiceeër, vertegenwoordigd door Jakob de hiellichter, die op het punt stond Ezau’s eerstgeboorterecht te nemen terwijl het adventisme uit de mond van de Heer wordt uitgespuwd; en in 2023 vertegenwoordigt Jesaja Israël, de overwinnaar. Jesaja vertegenwoordigt iemand die Gods boodschap verkondigde, die tot het besef wordt gewekt dat hij een Laodiceeër is, en die vervolgens door een gloeiende kool wordt gereinigd tot een Filadelfiër.
“Isaiah had a wonderful view of God’s glory. He saw the manifestation of God’s power, and after beholding His majesty, a message came to him to go and do a certain work. He felt wholly unworthy for the work. What made him esteem himself unworthy? Did he think himself unworthy before he had a view of God’s glory?—No; he imagined himself in a righteous state before God; but when the glory of the Lord of hosts was revealed to him, when he beheld the inexpressible majesty of God, he said, ‘I am undone; because I am a man of unclean lips, and I dwell in the midst of a people of unclean lips; for mine eyes have seen the King, the Lord of hosts. Then flew one of the seraphim unto me, having a living coal in his hands, which he had taken with the tongs from off the altar, and he laid it upon my mouth, and said, Lo, this hath touched thy lips; and thine iniquity is taken away, and thy sin purged.’ This is the work that as individuals we need to have done for us. We want the living coal from off the altar placed upon our lips. We want to hear the word spoken, ‘Thine iniquity is taken away, and thy sin purged’” Review and Herald, June 4, 1889.
„Jesaja had een wonderbaar gezicht op Gods heerlijkheid. Hij zag de openbaring van Gods macht, en nadat hij Zijn majesteit had aanschouwd, kwam tot hem een boodschap om heen te gaan en een bepaald werk te verrichten. Hij voelde zich voor dat werk geheel onwaardig. Wat deed hem zichzelf onwaardig achten? Dacht hij zichzelf onwaardig voordat hij een gezicht van Gods heerlijkheid had?—Nee; hij waande zich vóór God in een rechtvaardige toestand; maar toen de heerlijkheid van de Heere der heerscharen hem werd geopenbaard, toen hij de onuitsprekelijke majesteit van God aanschouwde, zei hij: ‘Wee mij, want ik verga! omdat ik een man van onreine lippen ben, en ik woon te midden van een volk dat onreine lippen heeft; want mijn ogen hebben de Koning, de Heere der heerscharen, gezien. Toen vloog een van de serafs tot mij, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had; en hij roerde mijn mond daarmee aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; zo is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend.’ Dit is het werk dat aan ons als afzonderlijke personen moet worden verricht. Wij verlangen dat de gloeiende kool van het altaar op onze lippen wordt gelegd. Wij verlangen het woord te horen spreken: ‘Uw ongerechtigheid is geweken en uw zonde verzoend’” Review and Herald, 4 juni 1889.
How long in Isaiah chapter six is a symbol of 9/11 unto the Sunday law, and chapter six is a representation of 9/11. Chapters seven through nine present the message which Isaiah gave to the apostate leadership of Judah, and the illustration that takes place during the sealing time of the one hundred and forty-four thousand when the drunkards of Ephraim stumble. In the same vision Isaiah records:
„Hoe lang” in Jesaja hoofdstuk zes is een symbool van 9/11 tot aan de zondagswet, en hoofdstuk zes is een voorstelling van 9/11. Hoofdstukken zeven tot en met negen presenteren de boodschap die Jesaja gaf aan de afvallige leiding van Juda, en de illustratie die plaatsvindt gedurende de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend, wanneer de dronkaards van Efraïm struikelen. In hetzelfde visioen tekent Jesaja op:
Behold, I and the children whom the Lord hath given me are for signs and for wonders in Israel from the Lord of hosts, which dwelleth in mount Zion. Isaiah 8:18.
Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van de HEERE der heirscharen, die woont op de berg Sion. Jesaja 8:18.
Isaiah and his children are signs within the enigmas found in chapters seven through nine. Chapters seven through nine are the point of reference of the entire vision, in terms of any reference to “that day” or “that time.” Verse eighteen identifies that Isaiah and his sons are signs, and the verses that surround verse eighteen identify the period of time that the signs are to be recognized.
Jesaja en zijn kinderen zijn tekenen binnen de raadselen die in hoofdstukken zeven tot en met negen worden aangetroffen. Hoofdstukken zeven tot en met negen vormen het referentiepunt van het gehele visioen, wat elke verwijzing naar „die dag” of „die tijd” betreft. Vers achttien duidt aan dat Jesaja en zijn zonen tekenen zijn, en de verzen rondom vers achttien duiden de tijdsperiode aan waarin de tekenen herkend moeten worden.
And many among them shall stumble, and fall, and be broken, and be snared, and be taken. Bind up the testimony, seal the law among my disciples. And I will wait upon the Lord, that hideth his face from the house of Jacob, and I will look for him.
En velen onder hen zullen struikelen en vallen en gebroken worden, en verstrikt en gevangen worden. Bind de getuigenis toe, verzegel de wet onder mijn discipelen. En ik zal de HEERE verwachten, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob, en ik zal op Hem hopen.
Behold, I and the children whom the Lord hath given me are for signs and for wonders in Israel from the Lord of hosts, which dwelleth in mount Zion. Isaiah 8:15–18.
Zie, ik en de kinderen die de HEERE mij gegeven heeft, zijn tot tekenen en tot wonderen in Israël, van de HEERE der heirscharen, Die woont op de berg Sion. Jesaja 8:15–18.
Those who “wait upon the Lord” are represented by Isaiah and his two sons. They are those upon whom the Lord had hid “his face,” which is an attribute that those who awaken to the demands of the Leviticus twenty-six prayer, post-July 2023. They awaken to the fact that their confession must include that the Lord had walked contrary to them, which is to say that he hid his face from them.
Zij die „de HEERE verwachten” worden voorgesteld door Jesaja en zijn twee zonen. Zij zijn degenen voor wie de HEERE „zijn aangezicht” verborgen had, hetgeen een kenmerk is van hen die, na juli 2023, ontwaken tot de eisen van het gebed van Leviticus zesentwintig. Zij ontwaken tot het feit dat hun belijdenis moet inhouden dat de HEERE hun tegengegaan is, dat wil zeggen dat Hij zijn aangezicht voor hen verborgen heeft.
To “bind up the testimony, seal the law” is the sealing of the one hundred and forty-four thousand who are contrasted with “many.” “Many” are called, but few are chosen. Many are contrasted with Isaiah and his two sons, represented as the few. The “many” are the five foolish virgins and for this reason five things happen to them, they “stumble, and fall, and be broken, and be snared, and be taken.” They stumble because they have rejected the latter rain message.
Het „verzegelen van het getuigenis” en „het sluiten van de wet” is het verzegelen van de honderd vierenveertigduizend, die in tegenstelling staan tot „velen”. „Velen” zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren. Velen worden gesteld tegenover Jesaja en zijn twee zonen, die de weinigen vertegenwoordigen. De „velen” zijn de vijf dwaze maagden, en daarom overkomen hun vijf dingen: zij „struikelen, en vallen, en worden verbreizeld, en worden verstrikt, en worden gevangen”. Zij struikelen omdat zij de boodschap van de late regen hebben verworpen.
For with stammering lips and another tongue will he speak to this people. To whom he said, This is the rest wherewith ye may cause the weary to rest; and this is the refreshing: yet they would not hear. But the word of the Lord was unto them precept upon precept, precept upon precept; line upon line, line upon line; here a little, and there a little; that they might go, and fall backward, and be broken, and snared, and taken. Isaiah 28:11–13.
Want met stamelende lippen en in een andere tong zal Hij tot dit volk spreken. Tot wie Hij gezegd heeft: Dit is de rust, waarmee gij de vermoeide rust kunt doen vinden; en dit is de verkwikking; toch hebben zij niet willen horen. Maar het woord des HEEREN was hun: gebod op gebod, gebod op gebod; regel op regel, regel op regel; hier een weinig, daar een weinig; opdat zij zouden heengaan, achterover vallen, verbroken worden, verstrikt raken en gevangen worden. Jesaja 28:11–13.
In the sealing time of chapter eight Isaiah describes the fall of the wicked, typified by Ahaz, and he identifies the same group in verse thirteen of chapter twenty-eight. The reason they “fall” is they reject the latter rain message which was to them “line upon line” and presented by those represented as having stammering lips. The quibbling Jews at Pentecost charged the disciples with drunkenness for they could not understand the message. In their minds it was being presented by stammering lips.
In de verzegelingstijd van hoofdstuk acht beschrijft Jesaja de val van de goddelozen, getypeerd door Achaz, en hij identificeert dezelfde groep in vers dertien van hoofdstuk achtentwintig. De reden dat zij “vallen” is dat zij de boodschap van de late regen verwerpen, die voor hen “regel op regel” was en gebracht werd door hen die worden voorgesteld als mensen met stamelende lippen. De vitzuchtige Joden beschuldigden de discipelen op Pinksteren van dronkenschap, omdat zij de boodschap niet konden begrijpen. In hun ogen werd zij gebracht door stamelende lippen.
In verse three of chapter seven, Isaiah the prophetic alpha to his son Shearjashub, who in turn is the omega in relation to his father, but also the alpha in the relation to his brother. As representatives of Alpha and Omega they stand where the two golden pipes from the heavenly sanctuary are creating a pool, right at the highway of Jeremiah’s old path in the field where linen gets changed from stains to pure white as the Messenger of the Covenant purifies the sons of Levi, as well as Isaiah and Shearjashub. Once there he presents wicked and foolish king Ahaz with Moses’ old path message of Leviticus twenty-six’s “seven times,” which establishes in the same verse that a “head” is a king, or the kingdom of the king, or the capital city of a kingdom.
In vers drie van hoofdstuk zeven is Jesaja de profetische alfa voor zijn zoon Sear-Jaschub, die op zijn beurt de omega is in verhouding tot zijn vader, maar tevens de alfa in de verhouding tot zijn broer. Als vertegenwoordigers van Alfa en Omega staan zij daar waar de twee gouden buizen uit het hemelse heiligdom een plas vormen, juist aan de heerbaan van Jeremia’s oude pad in het veld waar linnen van vlekken tot zuiver wit wordt veranderd terwijl de Boodschapper van het Verbond de zonen van Levi zuivert, evenals Jesaja en Sear-Jaschub. Eenmaal daar stelt hij de goddeloze en dwaze koning Achaz de boodschap van Mozes’ oude pad van Leviticus zesentwintig over de „zeven tijden” voor, die in hetzelfde vers vaststelt dat een „hoofd” een koning is, of het koninkrijk van de koning, of de hoofdstad van een koninkrijk.
That key opens the light of God’s Word so that the Ukrainian War that began in 2014 could be seen as a subject of Bible prophecy that is represented as taking place during the sealing time of the one hundred and forty-four thousand and the history of the last three presidents of the United States. The latter rain message is represented by Isaiah in chapters ten and eleven, and it describes the internal and external history of the last six verses of Daniel eleven. The first verse, verse forty, is illustrated by Isaiah in chapters six through nine, and then in chapters ten and eleven the message that was unsealed in 1989’s internal and external histories are set forth. Every major element of the latter rain message is represented in the vision.
Die sleutel opent het licht van Gods Woord, zodat de Oekraïense Oorlog, die in 2014 begon, kon worden gezien als een onderwerp van Bijbelse profetie dat wordt voorgesteld als plaatsvindend tijdens de verzegelingstijd van de honderd vierenveertig duizend en de geschiedenis van de laatste drie presidenten van de Verenigde Staten. De boodschap van de late regen wordt door Jesaja in hoofdstuk tien en elf voorgesteld, en zij beschrijft de innerlijke en uiterlijke geschiedenis van de laatste zes verzen van Daniël elf. Het eerste vers, vers veertig, wordt door Jesaja in hoofdstuk zes tot en met negen geïllustreerd, en vervolgens worden in hoofdstuk tien en elf de innerlijke en uiterlijke geschiedenissen van de boodschap die in 1989 werd ontzegeld, uiteengezet. Elk belangrijk element van de boodschap van de late regen wordt in het visioen voorgesteld.
The last verses of chapter ten identify the same prophetic history that the last verses of chapter eleven represent. Chapter ten is the external and eleven is the internal. In the book of Revelation, the seven churches are the internal and the seals are the external. In chapter ten’s final verses, the papal power is shaking its hand against Jerusalem in a parallel passage to the papal power coming to its end with none to help in verse forty-five of Daniel eleven.
De laatste verzen van hoofdstuk tien duiden dezelfde profetische geschiedenis aan als de laatste verzen van hoofdstuk elf. Hoofdstuk tien is het uitwendige en elf het inwendige. In het boek Openbaring zijn de zeven gemeenten het inwendige en de zegels het uitwendige. In de slotverzen van hoofdstuk tien heft de pauselijke macht haar hand op tegen Jeruzalem in een parallelle passage met de pauselijke macht die aan haar einde komt, zonder dat iemand haar helpt, in vers vijfenveertig van Daniël elf.
As yet shall he remain at Nob that day: he shall shake his hand against the mount of the daughter of Zion, the hill of Jerusalem. Behold, the Lord, the Lord of hosts, shall lop the bough with terror: and the high ones of stature shall be hewn down, and the haughty shall be humbled. And he shall cut down the thickets of the forest with iron, and Lebanon shall fall by a mighty one. Isaiah 10:32–34.
Nog diezelfde dag zal hij te Nob halt houden; hij zal zijn hand opheffen tegen de berg van de dochter van Sion, de heuvel van Jeruzalem. Zie, de Heere, de HEERE der heirscharen, zal met verschrikking de takken afkappen; en de hoog opgeschotenen zullen omgehouwen worden, en de hoogmoedigen zullen vernederd worden. En Hij zal het struikgewas van het woud met ijzer neerslaan, en de Libanon zal vallen door een Machtige. Jesaja 10:32–34.
The end of chapter ten is the close of human probation, and that is where the end of Daniel eleven also closes.
Het einde van hoofdstuk tien markeert het sluiten van de menselijke genadetijd, en daar sluit ook het einde van Daniël elf af.
And he shall plant the tabernacles of his palace between the seas in the glorious holy mountain; yet he shall come to his end, and none shall help him. And at that time shall Michael stand up, the great prince which standeth for the children of thy people: and there shall be a time of trouble, such as never was since there was a nation even to that same time: and at that time thy people shall be delivered, every one that shall be found written in the book. Daniel 11:45, 12:1.
En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeën op de heerlijke heilige berg; maar hij zal aan zijn einde komen, en niemand zal hem helpen. En in die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die staat voor de kinderen van uw volk; en er zal een tijd van benauwdheid zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk bestaat, tot op diezelfde tijd; en in die tijd zal uw volk verlost worden, ieder die geschreven gevonden wordt in het boek. Daniël 11:45, 12:1.
Chapter ten begins in verse one with the “unrighteous decree” which Sister White identifies as the Sunday law.
Hoofdstuk tien begint in vers één met het „onrechtvaardige besluit”, dat Zuster White aanduidt als de zondagswet.
Woe unto them that decree unrighteous decrees, and that write grievousness which they have prescribed. Isaiah 10:1.
Wee hun die onrechtvaardige verordeningen uitvaardigen en die voorschrijven wat ellendig en drukkend is. Jesaja 10:1.
Chapter ten begins at the Sunday law, which aligns with verse forty-one of Daniel chapter eleven, and it ends with a parallel to Michael standing up in the history of verse forty-five of Daniel eleven.
Hoofdstuk tien begint bij de zondagswet, hetgeen overeenkomt met vers eenenveertig van Daniël hoofdstuk elf, en het eindigt met een parallel van het opstaan van Michaël in de geschiedenis van vers vijfenveertig van Daniël 11.
“An idol sabbath has been set up, as the golden image was set up in the plains of Dura. And as Nebuchadnezzar, the king of Babylon, issued a decree that all who would not bow down and worship this image should be killed, so a proclamation will be made that all who will not reverence the Sunday institution will be punished with imprisonment and death. Thus the Sabbath of the Lord is trampled underfoot. But the Lord has declared, ‘Woe unto them that decree unrighteous decrees, and write grievousness which they have prescribed’ [Isaiah 10:1]. [Zephaniah 1:14–18; 2:1–3, quoted.]” Manuscript Releases, volume 14, 91.
„Er is een afgodssabbat opgericht, zoals het gouden beeld werd opgericht in de vlakte van Dura. En zoals Nebukadnezar, de koning van Babylon, een bevel uitvaardigde dat allen die zich niet zouden neerbuigen en dit beeld aanbidden, gedood moesten worden, zo zal er een afkondiging worden gedaan dat allen die de zondagse instelling niet zullen eerbiedigen, gestraft zullen worden met gevangenisstraf en de dood. Aldus wordt de sabbat des Heren met voeten getreden. Maar de Heere heeft verklaard: ‘Wee hun die onrechtvaardige verordeningen uitvaardigen en benauwdheid voorschrijven die zij hebben voorgeschreven’ [Jesaja 10:1]. [Zefanja 1:14–18; 2:1–3, geciteerd.]” Manuscript Releases, deel 14, 91.
In Revelation eleven’s “great earthquake,” representing the Sunday law in verse thirteen, there are three symbols of Islam connected with the “earthquake” that shakes the earth beast of Revelation thirteen, when it speaks as a dragon. In Isaiah chapter ten, the Sunday law is represented as an “unrighteous decree” that has a “woe” pronounced upon it. In Revelation eleven’s “great earthquake” from verse thirteen through to verse eighteen Islam of the third woe is identified with four symbols of Islam and the strike it makes against the United States at the Sunday law; “And the same hour was there a great earthquake,” and “the second woe is past; and, behold, the third woe cometh quickly. And the seventh angel sounded” “and the nations were angry.”
In de „grote aardbeving” van Openbaring elf, die in vers dertien de zondagswet voorstelt, zijn er drie symbolen van de islam verbonden met de „aardbeving” die het beest uit de aarde van Openbaring dertien doet schudden, wanneer het spreekt als een draak. In Jesaja hoofdstuk tien wordt de zondagswet voorgesteld als een „onrechtvaardig besluit” waarover een „wee” wordt uitgesproken. In de „grote aardbeving” van Openbaring elf, van vers dertien tot en met vers achttien, wordt de islam van het derde wee geïdentificeerd met vier symbolen van de islam en met de slag die zij bij de zondagswet tegen de Verenigde Staten toebrengt; „En in hetzelfde uur geschiedde er een grote aardbeving,” en „het tweede wee is weggegaan; zie, het derde wee komt spoedig. En de zevende engel blies op de bazuin” „en de volken zijn toornig geworden.”
Chapter ten is portraying the papal power from verse forty-one in Daniel eleven unto verse forty-five when the papacy comes to its end. Verse forty is not part of the narrative in chapter ten, for Isaiah is illustrating verse forty’s ‘hidden history’ when the latter rain message is presented to an apostate church represented by Ahaz. Chapter eleven’s conclusion is showing the deliverance from the papal power in the same history.
Hoofdstuk tien beeldt de pauselijke macht uit vanaf vers eenenveertig in Daniël elf tot en met vers vijfenveertig, wanneer het pausdom aan zijn einde komt. Vers veertig maakt geen deel uit van de verhaallijn in hoofdstuk tien, want Jesaja illustreert de ‘verborgen geschiedenis’ van vers veertig wanneer de boodschap van de late regen wordt gebracht aan een afvallige kerk, vertegenwoordigd door Achaz. De afsluiting van hoofdstuk elf toont de verlossing van de pauselijke macht in dezelfde geschiedenis.
And the Lord shall utterly destroy the tongue of the Egyptian sea; and with his mighty wind shall he shake his hand over the river, and shall smite it in the seven streams, and make men go over dryshod. And there shall be an highway for the remnant of his people, which shall be left, from Assyria; like as it was to Israel in the day that he came up out of the land of Egypt. Isaiah 11:15, 16.
En de HEERE zal de tong van de Egyptische zee volkomen vernietigen; en met Zijn geweldige wind zal Hij Zijn hand bewegen over de rivier, en die slaan in de zeven stromen, en maken dat men er met droge voeten doorheen gaat. En er zal een gebaande weg zijn voor het overblijfsel van Zijn volk, dat overgebleven zal zijn, uit Assyrië; zoals het voor Israël was op de dag dat het optrok uit het land Egypte. Jesaja 11:15, 16.
Isaiah chapter ten is the external and chapter eleven is the internal of the same history. The external and internal parallels abound in God’s Word, and these two parallel chapters represent the warning of the third angel as represented by Isaiah. The warning of the third angel has been summarized in many ways through inspiration, but a very helpful breakdown of the warning of the third angel is that it represents the events connected with the close of probation and it also emphasizes the need of personal preparation. Isaiah ten are the events, and chapter eleven in the preparation.
Jesaja hoofdstuk tien is het uitwendige en hoofdstuk elf is het inwendige van dezelfde geschiedenis. Het uitwendige en het inwendige komen overvloedig voor in Gods Woord, en deze twee parallelle hoofdstukken vertegenwoordigen de waarschuwing van de derde engel, zoals voorgesteld door Jesaja. De waarschuwing van de derde engel is door inspiratie op vele wijzen samengevat, maar een zeer behulpzame indeling van de waarschuwing van de derde engel is dat zij de gebeurtenissen vertegenwoordigt die verbonden zijn met het sluiten van de genadetijd en tevens de noodzaak van persoonlijke voorbereiding benadrukt. Jesaja tien behandelt de gebeurtenissen, en hoofdstuk elf de voorbereiding.
“The events connected with the close of probation and the work of preparation for the time of trouble, are clearly presented. But multitudes have no more understanding of these important truths than if they had never been revealed. Satan watches to catch away every impression that would make them wise unto salvation, and the time of trouble will find them unready.
„De gebeurtenissen die verband houden met het einde van de genadetijd en het werk van voorbereiding op de tijd der benauwdheid, worden duidelijk uiteengezet. Maar velen hebben van deze gewichtige waarheden niet meer begrip dan alsof zij nooit geopenbaard waren. Satan waakt om elke indruk weg te nemen die hen wijs zou maken tot zaligheid, en de tijd der benauwdheid zal hen onvoorbereid aantreffen.
“When God sends to men warnings so important that they are represented as proclaimed by holy angels flying in the midst of heaven, He requires every person endowed with reasoning powers to heed the message. The fearful judgments denounced against the worship of the beast and his image (Revelation 14:9–11), should lead all to a diligent study of the prophecies to learn what the mark of the beast is, and how they are to avoid receiving it. But the masses of the people turn away their ears from hearing the truth and are turned unto fables. The apostle Paul declared, looking down to the last days: ‘The time will come when they will not endure sound doctrine.’ 2 Timothy 4:3. That time has fully come. The multitudes do not want Bible truth, because it interferes with the desires of the sinful, world-loving heart; and Satan supplies the deceptions which they love.
„Wanneer God de mensen waarschuwingen zendt die van zó groot belang zijn dat zij worden voorgesteld als verkondigd door heilige engelen die in het midden des hemels vliegen, verlangt Hij van ieder mens die met verstandelijke vermogens is begiftigd, acht te slaan op de boodschap. De ontzagwekkende oordelen die zijn uitgesproken over de aanbidding van het beest en zijn beeld (Openbaring 14:9–11), behoren allen ertoe te brengen de profetieën ijverig te onderzoeken om te vernemen wat het merkteken van het beest is en hoe zij kunnen vermijden het te ontvangen. Maar de grote massa van het volk wendt het oor af van het horen van de waarheid en keert zich tot fabels. De apostel Paulus verklaarde, vooruitziende op de laatste dagen: ‘Er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen.’ 2 Timotheüs 4:3. Die tijd is ten volle gekomen. De menigten verlangen niet naar de Bijbelse waarheid, omdat zij strijdig is met de begeerten van het zondige, de wereld liefhebbende hart; en Satan verschaft de misleidingen die zij liefhebben.
“But God will have a people upon the earth to maintain the Bible, and the Bible only, as the standard of all doctrines and the basis of all reforms. The opinions of learned men, the deductions of science, the creeds or decisions of ecclesiastical councils, as numerous and discordant as are the churches which they represent, the voice of the majority—not one nor all of these should be regarded as evidence for or against any point of religious faith. Before accepting any doctrine or precept, we should demand a plain ‘Thus saith the Lord’ in its support.
“Maar God zal op aarde een volk hebben dat de Bijbel, en de Bijbel alleen, handhaaft als de maatstaf van alle leerstellingen en de grondslag van alle hervormingen. De opvattingen van geleerde mannen, de gevolgtrekkingen van de wetenschap, de geloofsbelijdenissen of besluiten van kerkelijke concilies, even talrijk en onderling tegenstrijdig als de kerken die zij vertegenwoordigen, de stem van de meerderheid — niet één en ook niet al deze dingen tezamen mogen worden beschouwd als bewijs voor of tegen enig punt van religieus geloof. Voordat wij enige leer of enig voorschrift aanvaarden, moeten wij ter ondersteuning daarvan een duidelijk ‘Zo zegt de Heere’ eisen.”
“Satan is constantly endeavoring to attract attention to man in the place of God. He leads the people to look to bishops, to pastors, to professors of theology, as their guides, instead of searching the Scriptures to learn their duty for themselves. Then, by controlling the minds of these leaders, he can influence the multitudes according to his will.” The Great Controversy, 594, 595.
„Satan tracht er voortdurend naar de aandacht op de mens te vestigen in plaats van op God. Hij brengt de mensen ertoe op bisschoppen, op predikanten, op hoogleraren in de theologie te zien als hun gidsen, in plaats van de Schriften te onderzoeken om zelf hun plicht te leren kennen. Door vervolgens de gedachten van deze leiders te beheersen, kan hij de menigten naar zijn wil beïnvloeden.” The Great Controversy, 594, 595.
We will continue this study in the next article.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten.