I contend that it is important to understand the connection of the symbol of four generations with the latter rain message to have the best hope of recognizing the significance of the opening four verses of Joel chapter one. Joel sings the song of the vineyard, but his opening stanza is the covenant’s prophetic association with four generations.

Ik betoog dat het van belang is het verband te begrijpen tussen het symbool van vier generaties en de boodschap van de late regen, om de grootste hoop te hebben de betekenis van de eerste vier verzen van Joël, hoofdstuk één, te onderkennen. Joël zingt het lied van de wijngaard, maar zijn openingsstrofe is de profetische associatie van het verbond met vier generaties.

And he said unto Abram, Know of a surety that thy seed shall be a stranger in a land that is not theirs, and shall serve them; and they shall afflict them four hundred years; And also that nation, whom they shall serve, will I judge: and afterward shall they come out with great substance. And thou shalt go to thy fathers in peace; thou shalt be buried in a good old age. But in the fourth generation they shall come hither again: for the iniquity of the Amorites is not yet full. Genesis 15:13–16.

En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker dat uw nageslacht vreemdeling zal zijn in een land dat het hunne niet is, en zij zullen hen dienen; en zij zullen hen vierhonderd jaar verdrukken; en ook dat volk, dat zij zullen dienen, zal Ik oordelen; en daarna zullen zij uittrekken met grote have. En gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in goede ouderdom begraven worden. Maar in het vierde geslacht zullen zij hierheen wederkeren; want de ongerechtigheid der Amorieten is nog niet vol. Genesis 15:13–16.

This passage is the prophecy that was fulfilled through the life of Moses. When the book of Joel begins the song of the vineyard by referencing four generations of escalating destruction, it is aligning the book of Joel with the prophetic fourth and final generation. That generation is Peter’s “chosen generation” who have been called out of darkness into His “marvelous light.” They are contrasted with their generational counterpart represented as a generation of vipers. That fourth and final generation is represented by John, who is a symbol of the one hundred and forty-four thousand, who “are called, and chosen, and faithful.”

Deze passage is de profetie die vervuld werd door het leven van Mozes. Wanneer het boek Joël het lied van de wijngaard aanvangt door te verwijzen naar vier generaties van toenemende verwoesting, brengt het het boek Joël in overeenstemming met de profetische vierde en laatste generatie. Die generatie is Petrus’ „uitverkoren geslacht”, dat uit de duisternis geroepen is tot Zijn „wonderbaar licht”. Zij worden tegenover hun tegenhanger in die generatie gesteld, voorgesteld als een adderengebroed. Die vierde en laatste generatie wordt vertegenwoordigd door Johannes, die een symbool is van de honderd vierenveertigduizend, die „geroepen, en uitverkoren, en getrouw” zijn.

Called at 9/11, chosen in the Midnight Cry and faithful at the Sunday law crisis, just as the Levites were faithful in Aarons and Jeroboams’ golden calf rebellions. The souls who are purified as silver in Malachi three, are Levites who are chosen during the message of the Midnight Cry, for the sealing is accomplished with, and by, an outpouring of the Holy Spirit.

Geroepen op 9/11, uitverkoren in de Middernachtsroep en trouw in de crisis van de zondagswet, evenals de Levieten trouw waren in de opstanden rond het gouden kalf van Aäron en van Jerobeam. De zielen die als zilver gelouterd worden in Maleachi drie, zijn Levieten die tijdens de boodschap van de Middernachtsroep worden uitverkoren, want de verzegeling wordt voltrokken met en door een uitstorting van de Heilige Geest.

In the previous article we brought out lines from the history of Moses, who Sister White identifies as the alpha of Bible prophecy, who prophetically connects with Christ as the omega of Bible prophecy. Moses is the foundation stone and Christ is the capstone. They both are symbols of deliverance from sin, as represented by the deliverance from Egypt with Moses. Yet all the manifestations of the power of God that occurred at the hands of Moses, were far surpassed, when Christ confirmed the covenant with many for one week. Moses is the alpha and Christ is the omega, and the omega is the number “22” and the alpha is the number “1.”

In het vorige artikel hebben wij lijnen naar voren gebracht uit de geschiedenis van Mozes, die Zuster White aanwijst als de alpha van de Bijbelse profetie, die zich profetisch verbindt met Christus als de omega van de Bijbelse profetie. Mozes is de grondsteen en Christus is de sluitsteen. Beiden zijn zij symbolen van verlossing van de zonde, zoals voorgesteld in de verlossing uit Egypte onder Mozes. Toch werden al de openbaringen van de kracht van God die door de hand van Mozes plaatsvonden, verre overtroffen toen Christus het verbond met velen bevestigde voor één week. Mozes is de alpha en Christus is de omega, en de omega is het getal “22” en de alpha is het getal “1.”

Dealing with Moses we find the deliverance which pervades his prophetic testimony is set within water. His deliverance from the water of the Nile at his birth, typified Noah in the ark. The baptism at the Red Sea aligns with Noah and the eight within the ark, which in turn aligns with the baptism of Joshua at the Jordan River, that was repeated by Christ at the very same spot. The testimony of Moses begins with deliverance at the Nile River and ends at the banks of the Jordan River. The baptism of Christ was His anointing to witness for three and a half years leading up to His death, which was represented at the beginning at His baptism. At His resurrection there was a few drops until the full outpouring at Pentecost.

Wanneer wij Mozes beschouwen, zien wij dat de verlossing die zijn profetisch getuigenis doortrekt, binnen het water wordt geplaatst. Zijn verlossing uit het water van de Nijl bij zijn geboorte was een voorafbeelding van Noach in de ark. De doop bij de Rode Zee komt overeen met Noach en de acht in de ark, hetgeen op zijn beurt overeenkomt met de doop van Jozua in de Jordaan, die door Christus op precies dezelfde plaats werd herhaald. Het getuigenis van Mozes begint met verlossing aan de rivier de Nijl en eindigt aan de oevers van de Jordaan. De doop van Christus was Zijn zalving om gedurende drieënhalf jaar te getuigen, leidend tot Zijn dood, die aan het begin bij Zijn doop werd uitgebeeld. Bij Zijn opstanding waren er enkele druppels, tot de volle uitstorting op Pinksteren.

God’s covenant promise to mankind begins with Noah, and His covenant promise to a chosen people through Abraham was fulfilled with Moses. Moses the alpha typified Jesus the omega who would come and confirm the covenant with “many,” not just a chosen people. As a type of Christ, Moses’ birth aligns with the covenant given to Noah, with the rainbow as the sign for all people. Moses also aligns with the covenant given to a chosen people, with circumcision as the sign for the chosen people. Moses’ covenant work was with “many,” not simply a chosen people. If that had not been the case, they would not have been constantly plagued by the mixed multitude.

Gods verbondsbelofte aan de mensheid begint met Noach, en Zijn verbondsbelofte aan een uitverkoren volk door Abraham werd vervuld met Mozes. Mozes, de alfa, was een type van Jezus, de omega, die zou komen en het verbond met „velen” zou bevestigen, niet slechts met een uitverkoren volk. Als een type van Christus stemt de geboorte van Mozes overeen met het verbond dat aan Noach werd gegeven, met de regenboog als teken voor alle mensen. Mozes stemt ook overeen met het verbond dat aan een uitverkoren volk werd gegeven, met de besnijdenis als teken voor het uitverkoren volk. Mozes’ verbondswerk was met „velen”, niet eenvoudigweg met een uitverkoren volk. Indien dat niet het geval was geweest, zouden zij niet voortdurend geplaagd zijn door de gemengde menigte.

In the middle of all the various ‘waters of deliverance’ represented throughout the life of Moses, the baptism at Bethabara on the Jordan River connects the beginning of ancient Israel’s covenant history in the Promised Land with the end of its history, during the week that Christ confirmed the covenant with many. Christ’s baptism aligns with ancient Israel’s baptism and both histories speak to His resurrection when He breathed a few drops of rain, before the plentiful showers at Pentecost fifty days later. The entire line of alpha and omega in terms of Moses to Christ is portrayed within the waters of deliverance.

Temidden van alle verschillende ‘wateren van verlossing’ die in het leven van Mozes worden voorgesteld, verbindt de doop te Bethabara aan de rivier de Jordaan het begin van de verbondsgeschiedenis van het oude Israël in het Beloofde Land met het einde van die geschiedenis, in de week waarin Christus het verbond met velen bevestigde. De doop van Christus stemt overeen met de doop van het oude Israël, en beide geschiedenissen spreken van Zijn opstanding, toen Hij enkele regendruppels deed neerdalen, vóór de overvloedige stortregens met Pinksteren vijftig dagen later. De gehele lijn van alfa en omega, van Mozes tot Christus, wordt uitgebeeld binnen de wateren van verlossing.

“In teaching these disciples, Jesus showed the importance of the Old Testament as a witness to His mission. Many professed Christians now discard the Old Testament, claiming that it is no longer of any use. But such is not Christ’s teaching. So highly did He value it that at one time He said, ‘If they hear not Moses and the prophets, neither will they be persuaded, though one rose from the dead.’ Luke 16:31.

“Toen Jezus deze discipelen onderwees, toonde Hij het belang van het Oude Testament als getuigenis van Zijn zending. Velen die zich thans christenen noemen, verwerpen het Oude Testament en beweren dat het nergens meer toe dient. Maar dat is niet de leer van Christus. Hij hechtte er zulk een hoge waarde aan, dat Hij eens zei: ‘Indien zij Mozes en de profeten niet horen, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, al stond er iemand uit de doden op.’ Lukas 16:31.

It is the voice of Christ that speaks through patriarchs and prophets, from the days of Adam even to the closing scenes of time. The Saviour is revealed in the Old Testament as clearly as in the New. It is the light from the prophetic past that brings out the life of Christ and the teachings of the New Testament with clearness and beauty. The miracles of Christ are a proof of His divinity; but a stronger proof that He is the world’s Redeemer is found in comparing the prophecies of the Old Testament with the history of the New.” The Desire of Ages, 799.

„Het is de stem van Christus die door aartsvaders en profeten spreekt, vanaf de dagen van Adam tot aan de slottonelen van de tijd. De Heiland wordt in het Oude Testament even duidelijk geopenbaard als in het Nieuwe. Het is het licht uit het profetische verleden dat het leven van Christus en de leringen van het Nieuwe Testament met helderheid en schoonheid doet uitkomen. De wonderen van Christus zijn een bewijs van Zijn goddelijkheid; maar een krachtiger bewijs dat Hij de Verlosser van de wereld is, wordt gevonden in de vergelijking van de profetieën van het Oude Testament met de geschiedenis van het Nieuwe.” The Desire of Ages, 799.

In the articles addressing the book of Joel, we have been “comparing the prophecies of the Old Testament with the history of the New,” and also the history of modern spiritual Israel. Whether it is the Old or New Testaments or the history of the three angels that began in 1798, all of those lines are represented as “the voice of Christ.” The written testimony of the Bible and the Spirit of Prophecy is the voice of Christ, and the voice of Christ, is the voice of He who is the Word of God.

In de artikelen die het boek Joël behandelen, hebben wij „de profetieën van het Oude Testament vergeleken met de geschiedenis van het Nieuwe”, en ook met de geschiedenis van het moderne geestelijke Israël. Of het nu gaat om het Oude of het Nieuwe Testament, of om de geschiedenis van de drie engelen die in 1798 begon, al deze lijnen worden voorgesteld als „de stem van Christus”. Het geschreven getuigenis van de Bijbel en de Geest der Profetie is de stem van Christus, en de stem van Christus is de stem van Hem die het Woord van God is.

The “voice” of the Word of God, is God’s message as represented in His written Word. His message in the last days is the message of the latter rain, which includes a former rain, followed by a former and latter rain, according to Joel.

De „stem” van het Woord van God is Gods boodschap zoals die in Zijn geschreven Woord wordt voorgesteld. Zijn boodschap in de laatste dagen is de boodschap van de late regen, die, volgens Joël, een vroege regen omvat, gevolgd door vroege en late regen.

John the Revelator represents the one hundred and forty-four thousand who return to the old paths, for he hears a “voice” behind him. The “voice” behind is the voice of Christ “from the days of Adam” onward.

Johannes de Openbaarder vertegenwoordigt de honderd vierenveertigduizend die terugkeren tot de oude paden, want hij hoort een „stem” achter zich. De „stem” achter hem is de stem van Christus „vanaf de dagen van Adam” en verder.

And I turned to see the voice that spake with me. And being turned, I saw seven golden candlesticks. Revelation 1:12.

En ik keerde mij om om de stem te zien die met mij sprak. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren. Openbaring 1:12.

The verse represents a break in chapter one, for up until the previous verse John was in the isle which is called Patmos, but in verse twelve he turns, and from there on John is in the Heavenly Sanctuary. When he turns, he is doing so, for in verse ten he had heard a voice from behind.

Dit vers vormt een onderbreking in hoofdstuk één, want tot en met het voorgaande vers bevond Johannes zich op het eiland genaamd Patmos, maar in vers twaalf keert hij zich om, en vanaf dat punt bevindt Johannes zich in het hemelse heiligdom. Wanneer hij zich omkeert, doet hij dat omdat hij in vers tien een stem van achter zich had gehoord.

I was in the Spirit on the Lord’s day, and heard behind me a great voice, as of a trumpet, Saying, I am Alpha and Omega, the first and the last: and, What thou seest, write in a book, and send it unto the seven churches which are in Asia; unto Ephesus, and unto Smyrna, and unto Pergamos, and unto Thyatira, and unto Sardis, and unto Philadelphia, and unto Laodicea. Revelation 1:10, 11.

Ik was in de Geest op de dag des Heeren, en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste; en: Wat gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, en naar Smyrna, en naar Pergamus, en naar Thyatira, en naar Sardis, en naar Filadelfia, en naar Laodicea. Openbaring 1:10, 11.

John represents those who hear the voice of Christ behind them. He hears Jeremiah’s trumpet message to return to the old paths, the paths the wicked refused to walk in and the warning trumpet they refuse to listen to. John listened, and the voice behind him identified himself as Alpha and Omega—the One who illustrates the new path, with the old path.

Johannes vertegenwoordigt hen die de stem van Christus achter zich horen. Hij hoort Jeremia’s bazuinboodschap om terug te keren tot de oude paden, de paden waarop de goddelozen weigerden te wandelen, en naar de waarschuwingsbazuin waarvoor zij weigeren te luisteren. Johannes luisterde, en de stem achter hem identificeerde Zichzelf als de Alfa en de Omega—Degene die met het oude pad het nieuwe pad aanschouwelijk maakt.

And in the midst of the seven candlesticks one like unto the Son of man, clothed with a garment down to the foot, and girt about the paps with a golden girdle. His head and his hairs were white like wool, as white as snow; and his eyes were as a flame of fire; And his feet like unto fine brass, as if they burned in a furnace; and his voice as the sound of many waters. And he had in his right hand seven stars: and out of his mouth went a sharp twoedged sword: and his countenance was as the sun shineth in his strength. Revelation 1:13–16.

En te midden van de zeven kandelaars iemand, de Zoon des mensen gelijk, bekleed met een gewaad dat tot de voeten reikte, en omgord aan de borst met een gouden gordel. Zijn hoofd en zijn haren waren wit als wol, zo wit als sneeuw; en zijn ogen als een vuurvlam; en zijn voeten gelijk blinkend koper, als gloeiend gemaakt in een oven; en zijn stem als het geluid van vele wateren. En Hij had in Zijn rechterhand zeven sterren; en uit Zijn mond ging een scherp tweesnijdend zwaard; en Zijn aangezicht was gelijk de zon die schijnt in haar kracht. Openbaring 1:13–16.

In verse twelve John turns around and sees a vision of Christ which Sister White aligns with the vision of Christ that Daniel had, which is the vision Isaiah, Jeremiah, Ezekiel and Paul had.

In vers twaalf keert Johannes zich om en ziet hij een visioen van Christus, dat Zuster White in verband brengt met het visioen van Christus dat Daniël had, en dat hetzelfde visioen is als Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Paulus hadden.

“It is with an earnest longing that I look forward to the time when the events of the day of Pentecost shall be repeated with even greater power than on that occasion. John says, ‘I saw another angel come down from heaven, having great power; and the earth was lightened with his glory.’ Then, as at the Pentecostal season, the people will hear the truth spoken to them, every man in his own tongue.

‘Met een ernstig verlangen zie ik uit naar de tijd waarin de gebeurtenissen van de Pinksterdag zich zullen herhalen met nog grotere kracht dan bij die gelegenheid. Johannes zegt: “Ik zag een andere engel uit de hemel neerdalen, die grote macht had; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid.” Dan zullen, evenals ten tijde van Pinksteren, de mensen de waarheid tot zich horen spreken, ieder in zijn eigen taal.ʼ

God can breathe new life into every soul that sincerely desires to serve Him [Adam and Ezekiel’s valley of bones], and can touch the lips with a live coal from off the altar [Isaiah], and cause them to become eloquent with His praise. Thousands of voices will be imbued with the power to speak forth the wonderful truths of God’s Word. The stammering tongue will be unloosed [Isaiah’s other tongue], and the timid will be made strong to bear courageous testimony to the truth. May the Lord help His people to cleanse the soul temple from every defilement [Malachi’s Levites], and to maintain such a close connection with Him that they may be partakers of the latter rain when it shall be poured out.” Review and Herald, July 20, 1886.

“God kan iedere ziel die oprecht verlangt Hem te dienen, nieuw leven inblazen [Adam en Ezechiëls dal van beenderen], en de lippen aanraken met een gloeiende kool van het altaar [Jesaja], en bewerken dat zij welsprekend worden in Zijn lof. Duizenden stemmen zullen doordrongen worden van de kracht om de wonderbare waarheden van Gods Woord te verkondigen. De stamelende tong zal worden losgemaakt [Jesaja’s andere tong], en de vreesachtigen zullen sterk gemaakt worden om moedig getuigenis af te leggen van de waarheid. Moge de Heere Zijn volk helpen de tempel van de ziel te reinigen van elke verontreiniging [Maleachi’s Levieten], en zulk een nauwe verbinding met Hem te onderhouden dat zij deelgenoten mogen zijn van de late regen wanneer die zal worden uitgestort.” Review and Herald, 20 juli 1886.

The vision we are considering includes the description of Christ’s voice. When John turns and hears Christ’s voice, it is as the sound of “many waters.” When Christ’s voice speaks of His covenant with men or with a chosen people it is associated with many waters. The message of Daniel seven through nine was unsealed in 1798, and then, in 1989 the message of Daniel ten through twelve was unsealed. 1798 is associated with the voice of the Ulai River and 1989 is the voice of the Hiddekel River.

Het visioen dat wij overwegen, omvat de beschrijving van de stem van Christus. Wanneer Johannes zich omkeert en de stem van Christus hoort, is die als het geluid van „vele wateren”. Wanneer de stem van Christus spreekt over Zijn verbond met mensen of met een uitverkoren volk, wordt zij in verband gebracht met vele wateren. De boodschap van Daniël zeven tot en met negen werd in 1798 ontzegeld, en vervolgens werd in 1989 de boodschap van Daniël tien tot en met twaalf ontzegeld. 1798 wordt verbonden met de stem van de rivier de Ulai en 1989 is de stem van de rivier de Hiddekel.

“The light that Daniel received from God was given especially for these last days. The visions he saw by the banks of the Ulai and the Hiddekel, the great rivers of Shinar, are now in process of fulfillment, and all the events foretold will soon come to pass.” Testimonies to Ministers, 112.

„Het licht dat Daniël van God ontving, werd in het bijzonder voor deze laatste dagen gegeven. De visioenen die hij aan de oevers van de Ulai en de Hiddekel, de grote rivieren van Sinear, zag, zijn nu bezig in vervulling te gaan, en alle voorzegde gebeurtenissen zullen spoedig plaatsvinden.” Testimonies to Ministers, 112.

The River Jordan is the link between the alpha covenant history and the omega covenant history of ancient Israel. The word Jordan means ‘descender’ and represents Christ ‘the great descender.’

De rivier de Jordaan vormt de schakel tussen de alfa-verbondsgeschiedenis en de omega-verbondsgeschiedenis van het oude Israël. Het woord Jordaan betekent ‘nederdaler’ en vertegenwoordigt Christus, ‘de grote Nederdaler’.

Let this mind be in you, which was also in Christ Jesus: Who, being in the form of God, thought it not robbery to be equal with God: But made himself of no reputation, and took upon him the form of a servant, and was made in the likeness of men: And being found in fashion as a man, he humbled himself, and became obedient unto death, even the death of the cross. Philippians 2:5–9.

Laat die gezindheid in u zijn, die ook in Christus Jezus was: Die, in de gestalte van God zijnde, het niet als roof geacht heeft God gelijk te zijn; maar Zichzelf ontledigd heeft, de gestalte van een dienstknecht aangenomen hebbende, en aan de mensen gelijk geworden zijnde; en in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Filippenzen 2:5–9.

The Jordan River represents Christ ‘the great descender’ and the Jordan is the connection between the alpha and omega history of the chosen people of God, who were given a vineyard to maintain. Moses’ waters of deliverance represent the voice of Christ, that can be heard if a soul would but turn around, to hear ‘the voice behind them,’ and the voice they would then hear is—the voice of many waters. From the flood of Noah to the destruction of Jerusalem in 70 AD, waters of deliverance are set forth as waymarks for God’s covenant people. Those waymarks represent the internal history of God’s final covenant people, the one hundred and forty-four thousand. The water that supplies the Jordan River originates in the dew and snow that accumulates in the Hermon mountains, which form the head waters of the Jordan River.

De Jordaan vertegenwoordigt Christus, ‘de grote nederdaler’, en de Jordaan is de verbinding tussen de alfa- en omegageschiedenis van het uitverkoren volk van God, aan wie een wijngaard werd toevertrouwd om die te onderhouden. De wateren van Mozes’ verlossing vertegenwoordigen de stem van Christus, die gehoord kan worden indien een ziel zich slechts zou omkeren, om ‘de stem achter zich’ te horen; en de stem die zij dan zouden horen is—de stem van vele wateren. Vanaf de zondvloed van Noach tot aan de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. worden wateren van verlossing voorgesteld als merktekenen voor Gods verbondsvolk. Die merktekenen vertegenwoordigen de innerlijke geschiedenis van Gods laatste verbondsvolk, de honderd vierenveertigduizend. Het water dat de Jordaan van toevoer voorziet, vindt zijn oorsprong in de dauw en de sneeuw die zich ophopen in het Hermongebergte, dat de bronwateren van de Jordaan vormt.

A Song of degrees of David. Behold, how good and how pleasant it is for brethren to dwell together in unity! It is like the precious ointment upon the head, that ran down upon the beard, even Aaron’s beard: that went down to the skirts of his garments; As the dew of Hermon, and as the dew that descended upon the mountains of Zion: for there the Lord commanded the blessing, even life for evermore. Psalms 133:1–3.

Een bedevaartslied van David. Zie, hoe goed en hoe liefelijk is het, dat broeders ook eensgezind samenwonen! Het is als de kostelijke zalfolie op het hoofd, die nederdaalt op de baard, op de baard van Aäron, die nederdaalt tot op de zoom van zijn klederen; als de dauw van de Hermon, en als de dauw die nederdaalt op de bergen van Sion; want aldaar gebiedt de HEERE de zegen, het leven tot in eeuwigheid. Psalmen 133:1–3.

Those waters also produce the grotto of Pan, a deep pool, set within a cave located in Panium of Daniel 11:13–15, and Caesarea Philippi in the days of Peter. The head waters of the Jordan River also produce the satanic pool of the grotto of Pan. The voice of many waters identifies that the great controversy between Christ and Satan originated in the high mountain peaks of the Hermon mountains.

Die wateren vormen ook de grot van Pan, een diepe poel, gelegen in een grot te Panium van Daniël 11:13–15, en Caesarea Filippi in de dagen van Petrus. De bronwateren van de Jordaan vormen eveneens de satanische poel van de grot van Pan. De stem van vele wateren duidt aan dat de grote strijd tussen Christus en Satan zijn oorsprong had in de hoge bergtoppen van het Hermongebergte.

And I say also unto thee, That thou art Peter, and upon this rock I will build my church; and the gates of hell shall not prevail against it. Matthew 16:18.

En Ik zeg u ook: gij zijt Petrus, en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen; en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen. Mattheüs 16:18.

The name “Hermon” means “sacred, consecrated, devoted, or set apart,” and is a symbol of Heaven, the source of all water and the beginning of the great controversy as represented by “the gates of hell,” which was the label Jesus attached to the grotto of Pan, when at Caesarea Philippi. In that setting Simon Barjona's name was changed to Peter. Simon means ‘one who hears,’ and Barjona means ‘son of the dove.’ Simon was a symbol of the soul who heard the message of Jesus baptism that was represented by the Holy Spirit in the form of a dove. As one who heard the message of Christ’s baptism, Peter is changed, representing the 144,000. Peter was sealed while at Panium, which is verses thirteen through fifteen of Daniel eleven.

De naam „Hermon” betekent „heilig, gewijd, toegewijd of afgezonderd” en is een symbool van de Hemel, de bron van al het water en het begin van de grote strijd zoals voorgesteld door „de poorten van de hel”, hetgeen de benaming was die Jezus verbond aan de grot van Pan, toen Hij te Caesarea Filippi was. In die context werd de naam van Simon Barjona veranderd in Petrus. Simon betekent „iemand die hoort”, en Barjona betekent „zoon van de duif”. Simon was een symbool van de ziel die de boodschap van Jezus’ doop had gehoord, welke werd voorgesteld door de Heilige Geest in de gedaante van een duif. Als iemand die de boodschap van Christus’ doop had gehoord, wordt Petrus veranderd, als voorstelling van de 144.000. Petrus werd verzegeld te Panium, hetgeen de verzen dertien tot en met vijftien van Daniël elf zijn.

From Hermon’s waters, the Jordan river, a symbol of Christ—the great descender concludes His journey at the Dead Sea. From Heaven, where the dew of life originates, Christ descended to the death of the cross, represented by the Dead Sea. The Dead Sea shoreline is the deepest exposed surface land on earth. The Jordon river that descends, descends to the lowest water level on earth, as Christ descended to His death on the cross. From the water of life to the water of death, the River Jordan represents the descent of Christ from heaven to the cross.

Vanuit de wateren van Hermon eindigt de rivier de Jordaan, een symbool van Christus—de grote nederdaler—zijn reis bij de Dode Zee. Vanuit de hemel, waar de dauw des levens ontspringt, daalde Christus af tot de dood van het kruis, voorgesteld door de Dode Zee. De oever van de Dode Zee is het diepst blootliggende landoppervlak op aarde. De rivier de Jordaan, die afdaalt, daalt af tot het laagste waterniveau op aarde, zoals Christus afdaalde tot Zijn dood aan het kruis. Van het water des levens tot het water des doods vertegenwoordigt de rivier de Jordaan de nederdaling van Christus vanuit de hemel naar het kruis.

Important themes of Bible prophecy are associated with water, and Bible prophecy is the voice of Christ, which is a voice of many waters. The whore of Babylon is seated upon many waters, and the waters of the Euphrates are dried up to prepare the way of the kings of the east, and the merchants and kings stand a far off and lament for the ships of Tarshish are destroyed in the midst of the seas, and the covenant of death that the drunkards of Ephraim accepted when the hid themselves under lies, is disannulled by the overwhelming flood of the papal Sunday law.

Belangrijke thema’s van de Bijbelse profetie worden met water in verband gebracht, en de Bijbelse profetie is de stem van Christus, die een stem is als van vele wateren. De hoer van Babylon zit op vele wateren, en de wateren van de Eufraat drogen op om de weg te bereiden voor de koningen van het oosten, en de kooplieden en koningen staan van verre en weeklagen, want de schepen van Tarsis zijn vernietigd te midden van de zeeën, en het verbond met de dood, dat de dronkaards van Efraïm hebben aangenomen toen zij zich onder leugens verborgen, wordt tenietgedaan door de overstelpende vloed van de pauselijke zondagswet.

When Sister White references the “great rivers of Shinar,” she is addressing the Tigris and Euphrates Rivers. Those waters can be traced back to the Garden of Eden where they are the third and fourth river to come out of Eden.

Wanneer zuster White verwijst naar de „grote rivieren van Sinear”, doelt zij op de rivieren de Tigris en de Eufraat. Deze wateren kunnen worden teruggevoerd tot de hof van Eden, waar zij de derde en vierde rivier zijn die uit Eden voortkomen.

And the name of the third river is Hiddekel: that is it which goeth toward the east of Assyria. And the fourth river is Euphrates. Genesis 2:14.

En de naam van de derde rivier is Hiddekel; dat is de rivier die oostwaarts van Assyrië stroomt. En de vierde rivier is de Eufraat. Genesis 2:14.

The Hiddekel is the Tigris, and of course, the Euphrates was the Euphrates, though modern historians and theologians disagree. They insist that the Ulai was not a great river, but simply a man-made aqueduct in Persia, not Shinar. Those same human authorities identify that the only two rivers of any note that are associated with Shinar, were the Tigris and Euphrates, and the prophetess states that the Ulai and the Hiddekel were “the great rivers of Shinar.”

De Hiddekel is de Tigris, en vanzelfsprekend was de Eufraat de Eufraat, al zijn moderne historici en theologen het daar niet over eens. Zij houden vol dat de Ulai geen grote rivier was, maar eenvoudig een door mensen aangelegd aquaduct in Perzië, niet in Sinear. Diezelfde menselijke autoriteiten stellen vast dat de enige twee enigszins betekenisvolle rivieren die met Sinear in verband worden gebracht, de Tigris en de Eufraat waren, en de profetes verklaart dat de Ulai en de Hiddekel „de grote rivieren van Sinear” waren.

The prophetess words on the message of water opposes the modern experts, as did the ancient experts—who opposed Noah’s message of water. We are informed that the two visions represented by the two rivers are in the process of fulfillment, and therefore, everything represented within those two visions that were given by “the two great rivers of Shinar,” will soon come to pass. The message associated with those rivers is the voice of Christ, for His voice is as many waters. The Tigris and Euphrates represent a major prophetic theme, and their testimony is related to the covenant that the alpha Moses set forth, which is the same covenant that the omega Christ confirmed.

De woorden van de profetes over de boodschap van water staan tegenover de moderne deskundigen, evenals de oude deskundigen—die zich verzetten tegen Noachs boodschap van water. Ons wordt meegedeeld dat de twee visioenen die door de twee rivieren worden voorgesteld, in vervulling zijn, en daarom zal alles wat binnen die twee visioenen wordt voorgesteld, die door „de twee grote rivieren van Sinear” werden gegeven, spoedig geschieden. De boodschap die met die rivieren verbonden is, is de stem van Christus, want Zijn stem is als vele wateren. De Tigris en de Eufraat vertegenwoordigen een belangrijk profetisch thema, en hun getuigenis houdt verband met het verbond dat de alfa Mozes uiteenzette, hetzelfde verbond dat de omega Christus bevestigde.

In prophecy the Tigris represents Assyria and the Euphrates is Babylon. In this relation they are the two powers, represented as lions by Jeremiah who would carry first the northern kingdom and thereafter the southern kingdom into captivity.

In de profetie vertegenwoordigt de Tigris Assyrië en de Eufraat Babel. In dit verband zijn zij de twee machten, door Jeremia als leeuwen voorgesteld, die eerst het noordelijke koninkrijk en daarna het zuidelijke koninkrijk in gevangenschap zouden wegvoeren.

Israel is a scattered sheep; the lions have driven him away: first the king of Assyria hath devoured him; and last this Nebuchadrezzar king of Babylon hath broken his bones. Jeremiah 50:17.

Israël is een verstrooid schaap; de leeuwen hebben hem verdreven; eerst heeft de koning van Assyrië hem verslonden, en ten slotte heeft deze Nebukadrezar, de koning van Babel, zijn beenderen verbrijzeld. Jeremia 50:17.

Both Assyria and Babylon were northern enemies in relation to either kingdom of Israel, and are therefore types of the counterfeit king of the north—the papal power. Essentially the same political and religious traditions were carried out by the two powers that arose from the same cultural setting, but Assyria’s political structure emphasized statecraft, whereas; Babylon emphasized churchcraft, though very similar. Pagan Rome and papal Rome at some levels are identical, but still, pagan Rome represents statecraft and papal Rome churchcraft. Assyria, in prophetic relation to Babylon was a kingdom of statecraft, followed by Babylon a similar power that emphasized churchcraft. Assyria represented pagan Rome and Babylon represents papal Rome. All four of these powers trampled down God’s sanctuary and host. Assyria is associated with the Tigris and Babylon the Euphrates. This is in agreement with the drying up of the Euphrates in the book of Revelation, to prepare the way for the kings of the east as typified by the work of Cyrus in diverting the Euphrates to bring down Babylon. Babylon is the Euphrates; Assyria is the Tigris.

Zowel Assyrië als Babylon waren noordelijke vijanden ten opzichte van elk van beide koninkrijken van Israël, en zijn daarom typen van de vervalste koning van het noorden—de pauselijke macht. In wezen werden dezelfde politieke en religieuze tradities voortgezet door de twee machten die uit hetzelfde culturele milieu voortkwamen, maar de politieke structuur van Assyrië legde de nadruk op staatskunde, terwijl Babylon de nadruk legde op kerkkunde, hoewel zij zeer op elkaar geleken. Heidens Rome en pauselijk Rome zijn op bepaalde niveaus identiek, maar toch vertegenwoordigt heidens Rome staatskunde en pauselijk Rome kerkkunde. Assyrië was, in profetische verhouding tot Babylon, een koninkrijk van staatskunde, gevolgd door Babylon, een soortgelijke macht die de nadruk legde op kerkkunde. Assyrië vertegenwoordigde heidens Rome en Babylon vertegenwoordigt pauselijk Rome. Al deze vier machten vertrapten Gods heiligdom en heirschaar. Assyrië wordt verbonden met de Tigris en Babylon met de Eufraat. Dit stemt overeen met het opdrogen van de Eufraat in het boek Openbaring, om de weg te bereiden voor de koningen van het oosten, zoals voorafgeschaduwd in het werk van Kores, die de Eufraat afleidde om Babylon ten val te brengen. Babylon is de Eufraat; Assyrië is de Tigris.

The king of the north in prophecy conquers the world during the Sunday law crisis and thereafter falls, but the conquering is often represented as an overwhelming flood. The story of the king of the north, as represented by Assyria and Babylon, is symbolized by rivers for the story is told by the voice of many waters.

De koning van het noorden in de profetie verovert de wereld tijdens de zondagswetcrisis en komt daarna ten val, maar die verovering wordt vaak voorgesteld als een overweldigende vloed. Het verhaal van de koning van het noorden, zoals uitgebeeld door Assyrië en Babel, wordt gesymboliseerd door rivieren, want het verhaal wordt verteld door de stem van vele wateren.

The land between the two rivers is called Mesopotamia, which means ‘the land between two rivers.’ The two rivers represent the northern power which God employs to chastise His apostate people by scattering them into captivity. One of the tributary streams of the voice of many waters is found in the name “Padanaram,” which is referenced only ten times in the Scriptures. The first mention is in association with the covenant, for it identifies the blood roots of Rebekah, the wife of Isaac. The verse says:

Het land tussen de twee rivieren wordt Mesopotamië genoemd, wat betekent: ‘het land tussen twee rivieren’. De twee rivieren vertegenwoordigen de noordelijke macht die God gebruikt om Zijn afvallige volk te tuchtigen door het in gevangenschap te verstrooien. Een van de zijstromen van de stem van vele wateren wordt gevonden in de naam „Padan-Aram”, die slechts tienmaal in de Schriften wordt vermeld. De eerste vermelding staat in verband met het verbond, want zij duidt de bloedlijn aan van Rebekka, de vrouw van Isaak. Het vers luidt:

And Isaac was forty years old when he took Rebekah to wife, the daughter of Bethuel the Syrian of Padanaram, the sister to Laban the Syrian.

En Isaak was veertig jaar oud toen hij Rebekka tot vrouw nam, de dochter van Betuël, de Syriër uit Paddan-Aram, de zuster van Laban, de Syriër.

The end of forty years has been shown upon the three witnesses of Moses to lead to Kadesh, 1863 and the Sunday law. The marriage of Isaac is a covenant marriage typifying the marriage of Christ to the one hundred and forty-four thousand at the Sunday law, which is 1863, which is Kadesh, which is the end of a forty-year covenant history. Rebekah was a daughter of a Syrian and the sister of Laban a Syrian, (who in the next generation of covenant history, broke a covenant with Isaac’s son Jacob.)

Het einde van veertig jaar is op de drie getuigen van Mozes aangewezen als leidend naar Kades, 1863 en de zondagswet. Het huwelijk van Izak is een verbondshuwelijk dat het huwelijk van Christus met de honderd vierenveertigduizend ten tijde van de zondagswet voorafschaduwt, hetgeen 1863 is, hetgeen Kades is, hetgeen het einde is van een verbondsgeschiedenis van veertig jaar. Rebekka was een dochter van een Syriër en de zuster van Laban, een Syriër, (die in de volgende generatie van de verbondsgeschiedenis een verbond brak met Jakob, de zoon van Izak.)

Bethuel means ‘house of desolation or desolator,’ so Rebekah was the daughter of “the house of the desolator.’ Syria means highland and plateau, and Padanaram means Mesopotamia, or the land between. Rebekah was from the bloodline of Syrians who came from Mesopotamia the highland between ‘the Tigris of Assyria’ and ‘the Euphrates of Babylon,’ who represent the lions which the Lord used to scatter his apostate sheep. The house of the desolators was joined with the house of God in the marriage of Isaac and Rebekah. It is not an accident that in the first mention of Padanaram, these two rivers representing the prophetic king of the north who is represented as an overflowing flood is first mentioned in Genesis 25:20.

Bethuël betekent ‘huis van verwoesting’ of ‘verwoester’, zodat Rebekka de dochter was van „het huis van de verwoester”. Syrië betekent hoogland en plateau, en Paddan-Aram betekent Mesopotamië, of het land tussenin. Rebekka was uit de bloedlijn van Syriërs die uit Mesopotamië kwamen, het hoogland tussen ‘de Tigris van Assyrië’ en ‘de Eufraat van Babylon’, die de leeuwen voorstellen die de Heer gebruikte om zijn afvallige schapen te verstrooien. Het huis van de verwoesters werd verbonden met het huis van God in het huwelijk van Isaak en Rebekka. Het is geen toeval dat bij de eerste vermelding van Paddan-Aram deze twee rivieren, die de profetische koning van het noorden voorstellen, die wordt voorgesteld als een overstromende vloed, voor het eerst worden genoemd in Genesis 25:20.

The connection of the house of desolation with God’s covenant people continues when Jacob flees from Esau, and ends up at his uncle Laban’s and there serves two periods’ of 2520 days in order to secure the next covenant marriage. One marriage ends with the scattering of the northern kingdom of Israel and the other marriage ends with the scattering of the southern kingdom. When those two kingdoms respective period of scattering ended in 1798 and 1844, the marriage that Jacob labored to accomplish over two periods of 2520 was fulfilled, as the bridegroom came to the marriage on October 22, 1844.

Het verband van het huis der verwoesting met Gods verbondsvolk zet zich voort wanneer Jakob voor Ezau vlucht en terechtkomt bij zijn oom Laban, waar hij twee perioden van 2520 dagen dient om het volgende verbondshuwelijk te verkrijgen. Het ene huwelijk eindigt met de verstrooiing van het noordelijke koninkrijk Israël en het andere huwelijk eindigt met de verstrooiing van het zuidelijke koninkrijk. Toen de respectieve verstrooiingsperiode van die twee koninkrijken in 1798 en 1844 ten einde kwam, werd het huwelijk waaraan Jakob gedurende twee perioden van 2520 had gearbeid vervuld, toen de bruidegom op 22 oktober 1844 tot de bruiloft kwam.

Did Christ then marry Leah, which means ‘weary and tired,’ or did He marry Rachel, which means ‘a good traveler?’ Leah and Rachel represent two classes of travelling virgins, one virgin who ‘grows weary’ and one virgin who ‘travels well’ on the path to marry Jacob on October 22, 1844.

Is Christus dan met Lea getrouwd, wat „vermoeid en afgemat” betekent, of is Hij met Rachel getrouwd, wat „een goede reiziger” betekent? Lea en Rachel vertegenwoordigen twee klassen van reizende maagden: de ene maagd die „vermoeid raakt” en de andere maagd die „goed reist” op de weg om op 22 oktober 1844 met Jakob te trouwen.

“They had a bright light set up behind them at the beginning of the path, which an angel told me was the ‘midnight cry.’ This light shone all along the path, and gave light for their feet, so that they might not stumble.

„Achter hen was aan het begin van het pad een helder licht opgericht, waarvan een engel mij zei dat het de ‘middernachtsroep’ was. Dit licht scheen over de gehele lengte van het pad en verlichtte hun voeten, opdat zij niet zouden struikelen.״

“If they kept their eyes fixed on Jesus, who was just before them, leading them to the city, they were safe. But soon some grew weary, and said the city was a great way off, and they expected to have entered it before. Then Jesus would encourage them by raising His glorious right arm, and from His arm came a light which waved over the advent band, and they shouted ‘Alleluia!Others rashly denied the light behind them, and said that it was not God that had led them out so far. The light behind them went out, leaving their feet in perfect darkness, and they stumbled and lost sight of the mark and of Jesus, and fell off the path down into the dark and wicked world below.” Early Writings, 15.

‘Als zij hun ogen gevestigd hielden op Jezus, die vlak vóór hen was en hen naar de stad leidde, waren zij veilig. Maar weldra werden sommigen vermoeid en zeiden dat de stad nog heel ver weg was, en dat zij verwacht hadden er reeds eerder te zijn binnengegaan. Dan bemoedigde Jezus hen door Zijn heerlijke rechterarm op te heffen, en van Zijn arm ging een licht uit dat over de adventschare golfde, en zij riepen: “Alleluia!” Anderen verloochenden roekeloos het licht achter hen en zeiden dat het niet God was geweest die hen zo ver had geleid. Het licht achter hen doofde uit, zodat hun voeten in volslagen duisternis waren, en zij struikelden, verloren het richtpunt en Jezus uit het oog, en vielen van het pad af, naar beneden in de donkere en goddeloze wereld daaronder.’ Early Writings, 15.

In 1844, the Philadelphian Millerite movement went into the marriage. The marriage of October 22, 1844 separated two classes of worshippers represented by Rachel and Leah. Rachel, represents a class who had successfully travelled on the path to the marriage of October 22, 1844, but Leah’s class grew weary. They were then separated and the testing process of the third angel began, right where the testing-process of the Midnight Cry concluded.

In 1844 ging de Filadelfische Milleritische beweging tot het huwelijk in. Het huwelijk van 22 oktober 1844 scheidde twee klassen van aanbidders, voorgesteld door Rachel en Lea. Rachel vertegenwoordigt een klasse die met succes het pad naar het huwelijk van 22 oktober 1844 had bewandeld, maar de klasse van Lea werd moede. Zij werden toen gescheiden, en het beproevingsproces van de derde engel begon precies daar waar het beproevingsproces van de Middernachtsroep was geëindigd.

The marriage had commenced and it was to thereafter to be consummated and tested. The marriage was consummated in 1846, and the testing process of the third angel began. In 1849 and 1850 the Lord was stretching out His hand a second time to gather His remnant. The second table of Habakkuk was then placed into history, as typified by the second set of Commandments. After Moses broke the first set, the second set of tables were set forth. The 1850 chart replaced the 1843, and in 1850, the testing of ancient Israel as God’s new covenant bride continued towards Kadesh and 1863.

Het huwelijk was aangevangen en zou daarna worden voltrokken en beproefd. Het huwelijk werd in 1846 voltrokken, en het beproevingsproces van de derde engel begon. In 1849 en 1850 strekte de Heere voor de tweede maal Zijn hand uit om Zijn overblijfsel te vergaderen. De tweede tafel van Habakuk werd toen in de geschiedenis geplaatst, zoals getypeerd door de tweede reeks Geboden. Nadat Mozes de eerste reeks had verbroken, werd de tweede reeks tafelen naar voren gebracht. De kaart van 1850 verving die van 1843, en in 1850 werd de beproeving van het oude Israël als Gods bruid van het nieuwe verbond voortgezet in de richting van Kades en 1863.

In 1856, more water from the two rivers came through the pen of Hiram Edson. The light upon the “seven times” which came through Edson’s pen, was the light represented by the two rivers that began their prophetic testimony at the Garden of Eden. The Garden of Eden is a symbol of mankind’s rebellion against God’s law, and is where the waters of the Ulai and Hiddekel rivers begin their journey. They travel through covenant history, for that Garden, the symbol of rebellion, is also where a lamb was slain to provide clothes to replace the fig leaves upon Adam and Eve. Covenant history begins with the covenant of life between Adam and God. That covenant symbolized by the tree of life, led to the broken covenant by Adam and Eve, that initiated a new covenant of life, when the Lamb slain from the foundation of the world provided clothing for the naked and lost pair. The two rivers which flow from that Garden ultimately become the symbols of the powers God employs as His rod of chastisement.

In 1856 kwam er meer water uit de twee rivieren door de pen van Hiram Edson. Het licht aangaande de „zeven tijden” dat door Edsons pen kwam, was het licht dat wordt voorgesteld door de twee rivieren die hun profetische getuigenis begonnen in de Hof van Eden. De Hof van Eden is een symbool van de opstand van de mensheid tegen Gods wet, en is de plaats waar de wateren van de rivieren de Ulai en de Hiddekel hun loop beginnen. Zij stromen door de verbondsgeschiedenis, want die Hof, het symbool van opstand, is ook de plaats waar een lam werd geslacht om kleding te verschaffen ter vervanging van de vijgenbladeren van Adam en Eva. De verbondsgeschiedenis begint met het verbond des levens tussen Adam en God. Dat verbond, gesymboliseerd door de boom des levens, leidde tot het verbroken verbond door Adam en Eva, dat een nieuw levensverbond inluidde, toen het Lam, geslacht van de grondlegging der wereld af, kleding verschafte aan het naakte en verloren paar. De twee rivieren die uit die Hof voortvloeien, worden uiteindelijk de symbolen van de machten die God gebruikt als Zijn roede der tuchtiging.

O Assyrian, the rod of mine anger, and the staff in their hand is mine indignation. I will send him against an hypocritical nation, and against the people of my wrath will I give him a charge, to take the spoil, and to take the prey, and to tread them down like the mire of the streets. Isaiah 10:5, 6.

Wee de Assyriër, de roede van Mijn toorn, en de staf in hun hand is Mijn gramschap. Ik zal hem zenden tegen een goddeloos volk, en tegen het volk van Mijn verbolgenheid zal Ik hem bevel geven, om roof te roven en buit te maken, en om hen neer te treden als het slijk der straten. Jesaja 10:5, 6.

Those two rivers flowed out of Eden into the lineage of Rebekah and her covenant marriage to Isaac, and onward to Jacob, where the water of the two rivers is represented as two distinct periods of seven times. Then, the same two rivers flow through the last six chapters of Daniel, where three chapters are represented by each river. One river represents the increase of knowledge which was unsealed in chapters seven, eight and nine and the other river represents the increase of knowledge which was unsealed in chapters ten, eleven and twelve.

Die twee rivieren stroomden uit Eden voort in de geslachtslijn van Rebekka en haar verbondshuwelijk met Isaak, en vervolgens verder naar Jakob, waar het water van de twee rivieren wordt voorgesteld als twee onderscheiden perioden van zeven tijden. Vervolgens stromen diezelfde twee rivieren door de laatste zes hoofdstukken van Daniël, waar door elke rivier drie hoofdstukken worden voorgesteld. De ene rivier vertegenwoordigt de toename van kennis die in de hoofdstukken zeven, acht en negen werd ontsloten, en de andere rivier vertegenwoordigt de toename van kennis die in de hoofdstukken tien, elf en twaalf werd ontsloten.

Chapters seven, eight and nine are represented as the vision of the Ulai and Christ is portrayed in a similar way in chapters ten, eleven and twelve. In both river visions, represented by three chapters—Christ is represented as standing upon the water.

De hoofdstukken zeven, acht en negen worden voorgesteld als het visioen van de Ulai, en Christus wordt op overeenkomstige wijze uitgebeeld in de hoofdstukken tien, elf en twaalf. In beide riviergezichten, voorgesteld door drie hoofdstukken, wordt Christus afgebeeld als staande op het water.

And it came to pass, when I, even I Daniel, had seen the vision, and sought for the meaning, then, behold, there stood before me as the appearance of a man. And I heard a man’s voice between the banks of Ulai, which called, and said, Gabriel, make this man to understand the vision. Daniel 8:15, 16.

En het geschiedde, toen ik, ja ik, Daniël, het gezicht gezien had en naar de betekenis ervan zocht, zie, daar stond iemand vóór mij die eruitzag als een man. En ik hoorde een mensenstem tussen de oevers van de Ulai, die riep en zei: Gabriël, doe deze man het gezicht verstaan. Daniël 8:15, 16.

The vision of Christ in chapter ten is similar to the vision John witnessed in Revelation chapter one, and in Daniel’s vision of chapter eight Palmoni is upon the waters, as He was in chapter twelve, where He was clothed in linen.

Het visioen van Christus in hoofdstuk tien is gelijksoortig aan het visioen waarvan Johannes in Openbaring, hoofdstuk één, getuige was; en in Daniëls visioen van hoofdstuk acht is Palmoni boven de wateren, zoals Hij was in hoofdstuk twaalf, waar Hij met linnen bekleed was.

“At the time of Gabriel’s visit, the prophet Daniel was unable to receive further instruction; but a few years afterward, desiring to know more of subjects not yet fully explained, he again set himself to seek light and wisdom from God. ‘In those days I Daniel was mourning three full weeks. I ate no pleasant bread, neither came flesh nor wine in my mouth, neither did I anoint myself at all…. Then I lifted up mine eyes, and looked, and behold a certain man clothed in linen whose loins were girded with fine gold of Uphaz. His body also was like the beryl, and his face as the appearance of lightning, and his eyes as lamps of fire, and his arms and his feet like in color to polished brass, and the voice of his words like the voice of a multitude.’

“Ten tijde van Gabriëls bezoek was de profeet Daniël niet in staat verdere onderrichting te ontvangen; maar enkele jaren later, verlangende meer te weten van onderwerpen die nog niet ten volle waren verklaard, zette hij zich opnieuw ertoe om licht en wijsheid van God te zoeken. ‘In die dagen was ik, Daniël, drie volle weken in rouw. Ik at geen smakelijk brood, ook kwamen vlees noch wijn in mijn mond, evenmin zalfde ik mij geheel niet…. Toen sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, een zekere Man, gekleed in linnen, wiens lendenen omgord waren met fijn goud van Ufaz. Ook was zijn lichaam als turkoois, en zijn gezicht als de aanblik van de bliksem, en zijn ogen als vurige fakkels, en zijn armen en zijn voeten als de glans van gepolijst koper, en de stem van zijn woorden als het geluid van een menigte.’

“No less a personage than the Son of God appeared to Daniel. This description is similar to that given by John when Christ was revealed to him upon the Isle of Patmos. Our Lord now comes with another heavenly messenger to teach Daniel what would take place in the latter days. This knowledge was given to Daniel and recorded by inspiration for us upon whom the ends of the world are come.” Review and Herald, February 8, 1881.

“Niemand minder dan de Zoon van God verscheen aan Daniël. Deze beschrijving komt overeen met die welke door Johannes werd gegeven toen Christus aan hem werd geopenbaard op het eiland Patmos. Onze Heer komt nu met een andere hemelse boodschapper om Daniël te onderwijzen aangaande wat in de laatste dagen zou plaatsvinden. Deze kennis werd aan Daniël gegeven en door inspiratie voor ons opgetekend, over wie de einden der wereld gekomen zijn.” Review and Herald, 8 februari 1881.

In the Hiddekel vision of Christ in chapter ten, Christ is upon the water and clothed in linen and in the Ulai vision He is upon the water. The vision of Revelation one aligns with the vision presented in the Ulai and Hiddekel visions, where Sister White identifies that it is “no less a personage than the Son of God.” When she identifies the angel of Revelation ten she states the angel was “no less a personage than Jesus Christ.” The angel in Revelation ten lifts up His hand to heaven and swears by Him that liveth forever and ever, connected with the vision of Christ in chapter twelve who lifts up both His hands to heaven and swears by Him that liveth forever and ever. In Revelation ten He is upon both the water and land.

In het Hiddekel-visioen van Christus in hoofdstuk tien bevindt Christus Zich op het water en is Hij bekleed met linnen, en in het Ulai-visioen bevindt Hij Zich op het water. Het visioen van Openbaring één stemt overeen met het visioen dat in de Ulai- en Hiddekel-visioenen wordt voorgesteld, waar Zuster White aangeeft dat het “niemand minder is dan de Zoon van God.” Wanneer zij de engel van Openbaring tien aanduidt, verklaart zij dat de engel “niemand minder was dan Jezus Christus.” De engel in Openbaring tien heft Zijn hand op naar de hemel en zweert bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, in samenhang met het visioen van Christus in hoofdstuk twaalf, Die beide Zijn handen opheft naar de hemel en zweert bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid. In Openbaring tien bevindt Hij Zich zowel op het water als op het land.

What exists “between the banks” of a river is water, and Daniel heard “a man’s voice between the banks,” so the voice came from the man upon the water, and the voice was the sound of the waters of the Ulai river.

Wat zich „tussen de oevers” van een rivier bevindt, is water; en Daniël hoorde „de stem van een man tussen de oevers”, zodat de stem uitging van de man op het water, en de stem het geluid was van de wateren van de rivier de Ulai.

And in the four and twentieth day of the first month, as I was by the side of the great river, which is Hiddekel; Then I lifted up mine eyes, and looked, and behold a certain man clothed in linen, whose loins were girded with fine gold of Uphaz: His body also was like the beryl, and his face as the appearance of lightning, and his eyes as lamps of fire, and his arms and his feet like in colour to polished brass, and the voice of his words like the voice of a multitude. …

En op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij bevond aan de oever van de grote rivier, namelijk de Hiddekel, sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, een Man, in linnen gekleed, wiens lendenen omgord waren met fijn goud uit Ufaz. Ook zijn lichaam was als turkoois, en zijn aangezicht als de verschijning van de bliksem, en zijn ogen als vurige fakkels, en zijn armen en zijn voeten als de glans van gepolijst koper, en het geluid van zijn woorden als het geluid van een menigte. …

But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased. Then I Daniel looked, and, behold, there stood other two, the one on this side of the bank of the river, and the other on that side of the bank of the river. And one said to the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, How long shall it be to the end of these wonders? And I heard the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, when he held up his right hand and his left hand unto heaven, and sware by him that liveth for ever that it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished.

Maar gij, o Daniël, sluit deze woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde; velen zullen het doorzoeken, en de kennis zal vermeerderd worden. Toen zag ik, Daniël, en zie, er stonden twee anderen, de een aan deze zijde van de oever der rivier en de ander aan gene zijde van de oever der rivier. En iemand zei tot de man die met linnen bekleed was, die zich boven de wateren der rivier bevond: Hoe lang zal het nog duren tot het einde van deze wonderen? En ik hoorde de man die met linnen bekleed was, die zich boven de wateren der rivier bevond, toen hij zijn rechterhand en zijn linkerhand naar de hemel ophief en zwoer bij Hem die leeft in eeuwigheid, dat het zou zijn voor een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer hij voleindigd zal hebben de macht van het heilige volk te verstrooien, zullen al deze dingen voleindigd zijn.

And I heard, but I understood not: then said I, O my Lord, what shall be the end of these things? And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand. Daniel 10:4–6; 12:4–10.

En ik hoorde het, maar ik begreep het niet; toen zei ik: O mijn heer, wat zal het einde van deze dingen zijn? En hij zei: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd, wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en niemand van de goddelozen zal het verstaan; maar de wijzen zullen het verstaan. Daniël 10:4–6; 12:4–10.

The great rivers of Shinar as Sister White identifies them, are both attached to a vision where Christ is upon the water speaking, for His voice is as the sound of many waters. In both visions the question of “how long” is asked. Both rivers are also represented in Daniel’s ‘question and answer’ of chapter eight, which is the central pillar and foundation of Adventism. There, the two rivers are symbols of the “seven times” of scattering and trampling down of both the sanctuary and the host. The two rivers fulfill their role as God’s rod of chastisement, only to thereafter flow into the Millerite history of the first angel, where William Miller discovered his first prophetic jewel, which was the line of the “seven times” in Leviticus twenty-six. The two rivers represent the two scatterings of 2520 years, which were accomplished by the two lions of Assyria and Babylon, who are represented by the Tigris and Euphrates, and of course by Leah and Rachel, nieces of Rebekah, whose covenant marriage occurred when Isaac was forty years old, as recorded in Genesis 2520.

De grote rivieren van Sinear, zoals Zuster White ze identificeert, zijn beide verbonden met een visioen waarin Christus op het water is en spreekt, want Zijn stem is als het geluid van vele wateren. In beide visioenen wordt de vraag gesteld: „Hoe lang?” Beide rivieren worden ook voorgesteld in Daniëls „vraag en antwoord” van hoofdstuk acht, dat de centrale zuil en het fundament van het adventisme is. Daar zijn de twee rivieren symbolen van de „zeven tijden” van verstrooiing en vertreding van zowel het heiligdom als het heir. De twee rivieren vervullen hun rol als Gods tuchtroede, om daarna over te vloeien in de Milleritische geschiedenis van de eerste engel, waar William Miller zijn eerste profetische juweel ontdekte, namelijk de lijn van de „zeven tijden” in Leviticus zesentwintig. De twee rivieren vertegenwoordigen de twee verstrooiingen van 2520 jaren, die werden volbracht door de twee leeuwen van Assyrië en Babylon, die worden voorgesteld door de Tigris en de Eufraat, en natuurlijk door Lea en Rachel, nichten van Rebekka, wier verbondshuwelijk plaatsvond toen Izak veertig jaar oud was, zoals opgetekend in Genesis 2520.

Miller only presented the scattering of “seven times” against the southern kingdom of Judah, which was fulfilled with the 2300-year prophecy in 1844. In 1856, the “new wine” of the “seven times” identified the same scattering upon the northern kingdom ending in 1798. As the first prophetic discovery of William Miller, the water of the river Euphrates arrived as the alpha doctrine in the history of the first angel. The water of the Ulai river arrived with the third angel. The alpha discovery of Miller was the seven times represented by the river Ulai and the omega discovery of Hiram Edson was the seven times represented by the Hiddekel river.

Miller stelde alleen de verstrooiing van de „zeven tijden” voor met betrekking tot het zuidelijke koninkrijk Juda, hetgeen in vervulling ging met de 2300-jarige profetie in 1844. In 1856 wees de „nieuwe wijn” van de „zeven tijden” op dezelfde verstrooiing over het noordelijke koninkrijk, eindigend in 1798. Als de eerste profetische ontdekking van William Miller kwam het water van de rivier de Eufraat naar voren als de alfaleer in de geschiedenis van de eerste engel. Het water van de rivier de Ulai trad naar voren met de derde engel. De alfaontdekking van Miller waren de zeven tijden, voorgesteld door de rivier de Ulai, en de omegaontdekking van Hiram Edson waren de zeven tijden, voorgesteld door de rivier de Hiddekel.

The 2520 represents the length of the period that is the same for each kingdom, but that begins and ends forty-six years apart. 1798 marks the time of the end and the arrival of the first angel of Revelation fourteen. 1798 is the fulfillment of the 2520 years of scattering brought upon the northern kingdom by the lion of Assyria. 1844 is the fulfillment of the “seven times” brought upon the southern kingdom and is represented by the lion of Babylon. The two rivers are the bookends for the history of the first and second angels’ messages that ended with the arrival of the third on October 22, 1844, when both the seventh trumpet and also the jubilee trumpet were sounded on the antitypical Day of Atonement.

De 2520 vertegenwoordigt de lengte van de periode die voor elk koninkrijk dezelfde is, maar die met een tussenruimte van zesenveertig jaar begint en eindigt. 1798 markeert de tijd van het einde en de komst van de eerste engel van Openbaring veertien. 1798 is de vervulling van de 2520 jaren van verstrooiing die over het noordelijke koninkrijk werden gebracht door de leeuw van Assyrië. 1844 is de vervulling van de „zeven tijden” die over het zuidelijke koninkrijk werden gebracht en wordt voorgesteld door de leeuw van Babylon. De twee rivieren vormen de steunen voor de geschiedenis van de boodschappen van de eerste en de tweede engel, die eindigde met de komst van de derde op 22 oktober 1844, toen zowel de zevende bazuin alsook de jubelbazuin werden geblazen op de antitypische Grote Verzoendag.

Then shalt thou cause the trumpet of the jubilee to sound on the tenth day of the seventh month, in the day of atonement shall ye make the trumpet sound throughout all your land. Leviticus 25:9.

Dan zult gij de bazuin van het jubeljaar doen klinken op de tiende dag van de zevende maand; op de dag der verzoening zult gij de bazuin doen klinken door geheel uw land. Leviticus 25:9.

The sounding of the seventh trumpet is a symbol of Christ’s work in combining His Divinity with humanity, and is represented by the 2300 years of the Ulai River vision, and the sounding of the jubilee trumpet is a symbol of the covenant of the land that was broken and brought upon God’s people, what Daniel called the curse and oath of Moses, and what Moses called the “quarrel of God’s covenant.”

Het blazen op de zevende bazuin is een symbool van Christus’ werk in het verenigen van Zijn Goddelijkheid met de mensheid, en wordt uitgebeeld door de 2300 jaren van het visioen van de rivier de Ulai; en het blazen op de jubelbazuin is een symbool van het verbond van het land dat werd verbroken en over Gods volk werd gebracht, wat Daniël de vloek en eed van Mozes noemde, en wat Mozes de „twist van Gods verbond” noemde.

Yea, all Israel have transgressed thy law, even by departing, that they might not obey thy voice; therefore the curse is poured upon us, and the oath that is written in the law of Moses the servant of God, because we have sinned against him. Daniel 9:11.

Ja, geheel Israël heeft uw wet overtreden door af te wijken, zodat zij uw stem niet gehoorzaamden; daarom is de vloek over ons uitgestort, en de eed die geschreven staat in de wet van Mozes, de knecht Gods, omdat wij tegen Hem gezondigd hebben. Daniël 9:11.

The “curse” and the “oath” written of “in the law of Moses” is the “seven times” of Leviticus twenty-six. The word translated as “oath” is the same Hebrew word that in Leviticus is translated as “seven times.” The curse, for breaking the oath of the covenant in chapter twenty-five, is set forth in chapter twenty-six, where Moses identifies the curse as the “quarrel of the covenant.”

De „vloek” en de „eed” waarover geschreven staat „in de wet van Mozes”, zijn de „zeven tijden” van Leviticus zesentwintig. Het woord dat als „eed” is vertaald, is hetzelfde Hebreeuwse woord dat in Leviticus wordt vertaald als „zeven tijden”. De vloek wegens het verbreken van de eed van het verbond in hoofdstuk vijfentwintig wordt uiteengezet in hoofdstuk zesentwintig, waar Mozes de vloek aanduidt als de „twist van het verbond”.

Then will I also walk contrary unto you, and will punish you yet seven times for your sins. And I will bring a sword upon you, that shall avenge the quarrel of my covenant: and when ye are gathered together within your cities, I will send the pestilence among you; and ye shall be delivered into the hand of the enemy. Leviticus 26:24, 25.

Dan zal ook Ik Mij tegen u keren, en u nog zevenmaal straffen om uw zonden. En Ik zal een zwaard over u brengen, dat de wraak van Mijn verbond zal voltrekken; en wanneer gij binnen uw steden bijeenverzameld zijt, zal Ik de pest onder u zenden; en gij zult overgegeven worden in de hand van de vijand. Leviticus 26:24, 25.

The Lord brought the sword of the lion of Assyria upon the northern kingdom to “punish” them by delivering them into “the hand of the enemy,” in 723 BC. Forty-six years later in 677 BC, the southern kingdom felt the curse of Moses. The curse of Moses is the quarrel of the covenant. For forty-six years the lions of Mesopotamia were employed by God to remove and trample down the host. At the end of that period of forty-six years Nebuchadnezzar destroyed the sanctuary. The host of Daniel’s question in verse thirteen of Daniel eight was enslaved by their enemies over a forty-six-year period that culminated with the destruction of the sanctuary, which was the other subject that was to be trampled down in verse thirteen. When those rivers reached 1798 and 1844 respectably, a host had been gathered together as a temple, for the host is a body, and the body is a temple. At the end of that period the temple erected over the forty-six years was to join with the heavenly temple in the marriage of Divinity with humanity. Marriage is between two temples, and what God joins together is not to be apart.

De Heer bracht het zwaard van de leeuw van Assyrië over het noordelijke koninkrijk om hen te „straffen” door hen over te leveren in „de hand van de vijand”, in 723 v.Chr. Zesenveertig jaar later, in 677 v.Chr., ondervond het zuidelijke koninkrijk de vloek van Mozes. De vloek van Mozes is de twist van het verbond. Gedurende zesenveertig jaar werden de leeuwen van Mesopotamië door God gebruikt om de schare weg te nemen en te vertrappen. Aan het einde van die periode van zesenveertig jaar verwoestte Nebukadnezar het heiligdom. De schare uit Daniëls vraag in vers dertien van Daniël acht werd gedurende een periode van zesenveertig jaar door hun vijanden tot slavernij gebracht, welke uitliep op de verwoesting van het heiligdom, het andere onderwerp dat in vers dertien vertrapt zou worden. Toen die rivieren respectievelijk 1798 en 1844 bereikten, was een schare bijeenvergaderd als een tempel, want de schare is een lichaam, en het lichaam is een tempel. Aan het einde van die periode moest de tempel die gedurende die zesenveertig jaar was opgericht, zich verenigen met de hemelse tempel in het huwelijk van goddelijkheid met menselijkheid. Huwelijk is tussen twee tempels, en wat God samenvoegt, behoort niet gescheiden te zijn.

The water of the Tigris came to 1798 and the water of the Euphrates came to 1844. Just before the arrival of the third angel, the second angel arrived, and thereafter at the Exeter, New Hampshire camp meeting on August 12–17, 1844, the message of the Midnight Cry was poured out. Exeter means “a water fortress,” and at the camp meeting, there was a counterfeit meeting held in a different tent, set up by a group from Watertown, Massachusetts. The waters that originated in Eden, according to Sister White, were about to be dispersed as “a tidal wave” across the eastern seaboard of the United States. The earthquake which triggered that tidal wave occurred in the Garden of Eden when Satan conquered mankind, causing a seismic upheaval in Eden whose waves reached the Midnight Cry of the Millerite history. That tidal wave floods into the Midnight Cry in the history of the one hundred and forty-four thousand, and the wave that began at the earthquake of Adam’s sin reaches to the earthquake of the Sunday law of Revelation chapter eleven.

Het water van de Tigris reikte tot 1798 en het water van de Eufraat reikte tot 1844. Vlak vóór de komst van de derde engel kwam de tweede engel, en daarna werd op de kampbijeenkomst te Exeter, New Hampshire, van 12–17 augustus 1844, de boodschap van de Middernachtsroep uitgestort. Exeter betekent „een waterburcht”, en op de kampbijeenkomst werd een vervalste samenkomst gehouden in een andere tent, opgezet door een groep uit Watertown, Massachusetts. De wateren die, volgens Zuster White, in Eden ontsprongen, stonden op het punt als „een vloedgolf” over de oostelijke zeekust van de Verenigde Staten te worden verspreid. De aardbeving die die vloedgolf teweegbracht, vond plaats in de Hof van Eden toen Satan de mensheid overwon, waardoor in Eden een seismische omwenteling werd veroorzaakt waarvan de golven reikten tot de Middernachtsroep van de Milleritische geschiedenis. Die vloedgolf stroomt de Middernachtsroep binnen in de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend, en de golf die begon bij de aardbeving van Adams zonde reikt tot de aardbeving van de zondagwet van Openbaring hoofdstuk elf.

The voice of Christ is the voice of many waters, and the waters combined, make up the message of the latter rain. Isaiah and his son Shearjashub are standing in verse three of chapter seven at the pool from the upper conduit, presenting the latter rain message in the sealing time of the one hundred and forty-four thousand. There Isaiah’s pronouncement upon the foolish and wicked king Ahaz is that the Lord would send upon Ahaz the waters of Assyria, king Sennacherib and his water would flow up to the neck.

De stem van Christus is de stem van vele wateren, en de wateren tezamen vormen de boodschap van de late regen. Jesaja en zijn zoon Sear-Jasub staan in vers drie van hoofdstuk zeven bij de vijver aan het einde van de bovenste waterleiding en brengen de boodschap van de late regen in de verzegelingstijd van de honderd vierenveertigduizend. Daar luidt Jesaja’s uitspraak over de dwaze en goddeloze koning Achaz dat de Heere over Achaz de wateren van Assyrië zou doen komen, koning Sanherib, en zijn water zou opstijgen tot aan de hals.

The Lord spake also unto me again, saying, Forasmuch as this people refuseth the waters of Shiloah that go softly, and rejoice in Rezin and Remaliah’s son; Now therefore, behold, the Lord bringeth up upon them the waters of the river, strong and many, even the king of Assyria, and all his glory: and he shall come up over all his channels, and go over all his banks: And he shall pass through Judah; he shall overflow and go over, he shall reach even to the neck; and the stretching out of his wings shall fill the breadth of thy land, O Immanuel. Isaiah 8:5–8.

En de HEERE sprak wederom tot mij, zeggende: Omdat dit volk de wateren van Siloah, die zachtkens gaan, versmaadt, en vreugde bedrijft met Rezin en de zoon van Remalia; daarom, zie, de Heere doet over hen opkomen de wateren der rivier, machtig en vele, namelijk de koning van Assyrië en al zijn heerlijkheid; en hij zal opkomen over al zijn beddingen en gaan over al zijn oevers; en hij zal doortrekken in Juda, hij zal overstromen en overgaan, hij zal reiken tot aan de hals; en de uitbreiding zijner vleugelen zal de breedte van uw land vervullen, o Immanuël. Jesaja 8:5–8.

Ahaz refused the waters that were ‘sent’ by the Lord, so the Lord ‘sent’ the waters of Assyria to Ahaz. Ahaz “rejoiced” in the confederacy of “Rezin and Remaliah’s son.” Ahaz “rejoices” in a counterfeit latter rain message represented by Rezin and Remaliah’s son.

Achaz verwierp de wateren die door de Heere waren ‘gezonden’; daarom ‘zond’ de Heere de wateren van Assyrië tot Achaz. Achaz „verheugde zich” in het verbond van „Rezin en de zoon van Remalia”. Achaz „verheugt zich” in een vervalste boodschap van de late regen, voorgesteld door Rezin en de zoon van Remalia.

Rezin and the son of Remaliah, who is Pekah, king of the northern kingdom, represent a counterfeit of Isaiah and his son. The foolish and wicked king Ahaz “rejoices” in the confederacy represented by the ten northern tribes of Israel and Syria, typifying the unlawful relationship of church and state at the Sunday law. Ahaz rejoices, for shame and joy are the two opposite emotions that are employed by inspiration to address those who are represented in the debate of the latter rain. When Jeremiah ate the little book it was the joy and rejoicing of his heart, and Joel informs us God’s people will never be ashamed. Ahaz, as a Laodicean is blind, so he is rejoicing in the false water message and rejecting Isaiah’s true water message. He should be ashamed for trusting in the counterfeit latter rain message represented by the flood of the king of the north, but he has rejected the message of Shiloah.

Rezin en de zoon van Remalia, namelijk Pekah, koning van het noordelijke koninkrijk, vertegenwoordigen een vervalsing van Jesaja en zijn zoon. De dwaze en goddeloze koning Achaz „verheugt zich” in het bondgenootschap dat wordt vertegenwoordigd door de tien noordelijke stammen van Israël en Syrië, en dat de onwettige verhouding van kerk en staat onder de zondagswet typeert. Achaz verheugt zich, want schaamte en vreugde zijn de twee tegengestelde emoties die door de inspiratie worden gebruikt om hen aan te spreken die worden voorgesteld in het debat van de late regen. Toen Jeremia het kleine boek at, was het de vreugde en blijdschap van zijn hart, en Joël maakt ons bekend dat Gods volk nooit beschaamd zal worden. Achaz is, als een Laodiceër, blind; daarom verheugt hij zich in de valse waterboodschap en verwerpt hij Jesaja’s ware waterboodschap. Hij zou zich moeten schamen omdat hij vertrouwt op de vervalste late-regenboodschap, voorgesteld door de overstroming van de koning van het noorden, maar hij heeft de boodschap van Siloah verworpen.

The message of Shiloah in Isaiah eight is the message of the latter rain. The pool of Shiloah is identified in the New Testament as the pool of Siloam. In Hebrew or Greek it means “sent.” It was expedient for Christ to leave that He might “send” the Holy Spirit. Isaiah and Ahaz are at the pool of Shiloah, and the test is based upon whether to have faith in the pool Shiloah as represented by Isaiah and his son, or faith in Rezin and Remaliah’s son? Ahaz is choosing between two waters, the waters of Shiloah or the waters of the King of Assyria. Ahaz rejoiced in the alliance and message represented by Rezin and Remaliah’s son and he therefore received the flood of desolation, instead of the water that runs softly at his judgment. His judgment represents the Sunday law when the king of the north overflows the entire world like a flood. It does so from the Sunday law onward, when the flood of the Midnight Cry is also sweeping the world.

De boodschap van Siloah in Jesaja acht is de boodschap van de late regen. De vijver van Siloah wordt in het Nieuwe Testament aangeduid als de vijver van Siloam. In het Hebreeuws of Grieks betekent het „gezonden”. Het was dienstig dat Christus heenging, opdat Hij de Heilige Geest zou „zenden”. Jesaja en Achaz bevinden zich bij de vijver van Siloah, en de beproeving berust op de vraag of men geloof zal stellen in de vijver Siloah zoals vertegenwoordigd door Jesaja en zijn zoon, of geloof in Rezin en de zoon van Remalia? Achaz kiest tussen twee wateren, de wateren van Siloah of de wateren van de koning van Assyrië. Achaz verheugde zich in het verbond en de boodschap die door Rezin en de zoon van Remalia werden vertegenwoordigd, en ontving daarom de vloed van verwoesting, in plaats van het water dat zachtjes stroomt ten tijde van zijn oordeel. Zijn oordeel stelt de zondagswet voor, wanneer de koning van het noorden als een vloed over de gehele wereld heenstroomt. Dat doet hij vanaf de zondagswet en verder, wanneer ook de vloed van de Middernachtsroep over de wereld trekt.

Ahaz rejoices in the alliance of the ten northern tribes and Syria, and thus rejoices in the message that combines church and state, as represented by every unlawful alliance found within God’s Word. Isaiah represents a Philadelphian and Ahaz a Laodicean. Christ connects Isaiah’s testimony with His own when He cures the blind man, a Laodicean at the pool of Siloam.

Achaz verheugt zich in het bondgenootschap van de tien noordelijke stammen en Syrië, en verheugt zich aldus in de boodschap die kerk en staat verenigt, zoals voorgesteld door elk onwettig verbond dat in Gods Woord wordt aangetroffen. Jesaja vertegenwoordigt een Filadelfiër en Achaz een Laodiceeër. Christus verbindt Jesaja’s getuigenis met het Zijne wanneer Hij de blinde man, een Laodiceeër, geneest bij de vijver van Siloam.

And as Jesus passed by, he saw a man which was blind from his birth. And his disciples asked him, saying, Master, who did sin, this man, or his parents, that he was born blind?

En terwijl Jezus voorbijging, zag Hij een man die van zijn geboorte af blind was. En Zijn discipelen vroegen Hem, zeggende: Meester, wie heeft gezondigd, deze man of zijn ouders, dat hij blind geboren is?

Jesus answered, Neither hath this man sinned, nor his parents: but that the works of God should be made manifest in him. I must work the works of him that sent me, while it is day: the night cometh, when no man can work. As long as I am in the world, I am the light of the world. When he had thus spoken, he spat on the ground, and made clay of the spittle, and he anointed the eyes of the blind man with the clay, And said unto him, Go, wash in the pool of Siloam, (which is by interpretation, Sent.) He went his way therefore, and washed, and came seeing.

Jezus antwoordde: Noch deze man heeft gezondigd, noch zijn ouders; maar de werken Gods moesten in hem geopenbaard worden. Ik moet de werken doen van Hem die Mij gezonden heeft, zolang het dag is; de nacht komt, wanneer niemand werken kan. Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld. Toen Hij dit gezegd had, spuwde Hij op de grond, maakte slijk van het speeksel, en bestreek de ogen van de blinde met het slijk. En Hij zei tot hem: Ga heen, was u in het badwater Siloam — wat vertaald wordt: Gezonden. Hij ging dan heen, waste zich, en kwam ziende terug.

The neighbours therefore, and they which before had seen him that he was blind, said, Is not this he that sat and begged? Some said, This is he: others said, He is like him: but he said, I am he. Therefore said they unto him, How were thine eyes opened?

De buren dan, en zij die vroeger gezien hadden dat hij blind was, zeiden: Is deze niet degene die zat te bedelen? Sommigen zeiden: Hij is het; anderen zeiden: Hij is hem gelijk; maar hij zei: Ik ben het. Daarom zeiden zij tot hem: Hoe zijn uw ogen geopend?

He answered and said, A man that is called Jesus made clay, and anointed mine eyes, and said unto me, Go to the pool of Siloam, and wash: and I went and washed, and I received sight. John 9:1–11.

Hij antwoordde en zei: Een man die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, bestreek mijn ogen daarmee en zei tot mij: Ga naar het badwater Siloam en was u. En ik ging heen, waste mij en werd ziende. Johannes 9:1–11.

The blind man along with the foolish and wicked king Ahaz are tested as to whether to place their confidence in the pool of Siloam or the flood of Assyria. The blind man knows he is blind, but Ahaz is rich, increased with goods and in need of nothing. Ahaz is the foolish virgin at the pool of the latter rain, and the blind man a wise virgin. The waters that are Sent from, or the waters that are sent from Assyria are the test.

De blinde man wordt samen met de dwaze en goddeloze koning Achaz op de proef gesteld of zij hun vertrouwen zullen stellen op de vijver van Siloam of op de vloed van Assyrië. De blinde man weet dat hij blind is, maar Achaz is rijk, in goederen toegenomen en heeft aan niets gebrek. Achaz is de dwaze maagd bij de poel van de spade regen, en de blinde man een wijze maagd. De wateren die Gezonden zijn van, of de wateren die gezonden zijn uit Assyrië, vormen de beproeving.

A pool is where water is gathered together, and prophetically a pool is where the various streams, rivers, creeks, seas, oceans, lakes, rain and dew of all the “waters” which represent the voice of Christ are gathered together. The pool of the latter rain is formed by the water which flows from the upper pool. The pool represents the message of the latter rain in the context of a test. Ahaz rejected the waters that flow softly, but the blind man was obedient to the message connected with the pool. Jesus took some of His Divinity, represented as “spit” and combined it with clay, representing the combination of Divinity with humanity that is accomplished by Christ in the Most Holy Place.

Een waterbekken is een plaats waar water wordt samengebracht, en profetisch is een waterbekken de plaats waar de verschillende stromen, rivieren, beken, zeeën, oceanen, meren, regen en dauw van alle „wateren” die de stem van Christus vertegenwoordigen, worden samengebracht. Het waterbekken van de late regen wordt gevormd door het water dat vanuit het bovenste waterbekken stroomt. Het waterbekken vertegenwoordigt de boodschap van de late regen in de context van een beproeving. Achaz verwierp de wateren die zachtjes stromen, maar de blinde man was gehoorzaam aan de boodschap die met het waterbekken verbonden was. Jezus nam iets van Zijn goddelijkheid, voorgesteld als „spuug”, en vermengde dit met klei, hetgeen de vereniging van goddelijkheid met menselijkheid vertegenwoordigt die door Christus in het Allerheiligste wordt tot stand gebracht.

Christ spat on the ground and mixed His spit to form clay. He used the message of the combination of Divinity and humanity to anoint the eyes of the blind man. The message represented by the combination of Divinity and humanity is the message of 1888, and it is designed to transform a person from the condition of Laodicea unto the condition of Philadelphia. But the message requires human participation. They must go to the pool, then wash.

Christus spuwde op de grond en mengde Zijn speeksel tot slijk. Hij gebruikte de boodschap van de vereniging van Goddelijkheid en menselijkheid om de ogen van de blinde man te zalven. De boodschap die wordt voorgesteld door de vereniging van Goddelijkheid en menselijkheid is de boodschap van 1888, en zij is bestemd om een mens te veranderen van de toestand van Laodicea tot de toestand van Filadelfia. Maar de boodschap vereist menselijke medewerking. Zij moeten naar het badwater gaan en zich dan wassen.

All have sinned and come short of the glory of God, but Jesus said the blind man and his parents had not sinned. Jesus is removing the question of blame from the blind man’s condition, and identifies him as a man that was raised up to glorify the Lord, and the prophetic man in Bible prophecy that is raised up for the purpose that “the works of God should be made manifest” are the ensign, which is made up of men and women who have transitioned from Laodicea to Philadelphia. The ensign is where the works of God are manifested, for His work was to combine Divinity with humanity (as represented by the ointment of clay), and the trophies of that work are those who not only heard the Laodicean message, but those who followed the prescription in the message. The prescription for the blind man was to go and wash. Once he could see he did not need to try and glorify God, the circumstances surrounding him made that happen.

Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, maar Jezus zei dat de blinde man en zijn ouders niet gezondigd hadden. Jezus neemt de kwestie van schuld weg van de toestand van de blinde man, en identificeert hem als een man die is verwekt om de Heere te verheerlijken; en de profetische man in de Bijbelse profetie die verwekt wordt met het doel dat „de werken Gods geopenbaard zouden worden”, is de banier, die bestaat uit mannen en vrouwen die van Laodicea naar Filadelfia zijn overgegaan. De banier is de plaats waar de werken Gods geopenbaard worden, want Zijn werk was om Goddelijkheid met menselijkheid te verbinden (zoals voorgesteld door het slijkmengsel van de zalf), en de trofeeën van dat werk zijn degenen die niet alleen de Laodiceaanse boodschap hebben gehoord, maar ook degenen die het voorschrift in die boodschap hebben gevolgd. Het voorschrift voor de blinde man was om heen te gaan en zich te wassen. Toen hij eenmaal kon zien, hoefde hij niet te proberen God te verheerlijken; de omstandigheden om hem heen deden dat gebeuren.

It began with Christ’s approach, followed by Christ’s work. The last work of Christ in the Heavenly sanctuary in relation to man is to transform a human being from a valley of dead dry bones, or from being dead in the streets or from being blind as a bat. His last work is to recreate His people into His image, and that is the very work He did when He created Adam out of the dust of the ground, then breathed into him the breath of life. The last work is the first work, for He first made the clay and then anointed that clay with the life of His Spirit. With Adam the Spirit was His breath, with the blind man it was the water. With Ezekiel’s valley of dead bones it was a gathering message which created the body. Then a message of the four winds was breathed upon the body, and then it stood up as an mighty army.

Het begon met Christus’ nadering, gevolgd door Christus’ werk. Het laatste werk van Christus in het hemelse heiligdom met betrekking tot de mens is een mens te veranderen uit een dal van dode, dorre beenderen, of uit een toestand van dood op de straten, of uit blindheid als die van een vleermuis. Zijn laatste werk is Zijn volk opnieuw te scheppen naar Zijn beeld, en dat is juist het werk dat Hij deed toen Hij Adam vormde uit het stof der aarde en vervolgens hem de adem des levens inblies. Het laatste werk is het eerste werk, want eerst maakte Hij het leem en daarna zalfde Hij dat leem met het leven van Zijn Geest. Bij Adam was de Geest Zijn adem; bij de blinde man was het het water. In het dal van de dode beenderen van Ezechiël was het een boodschap van verzameling die het lichaam schiep. Vervolgens werd een boodschap van de vier winden over het lichaam uitgeblazen, en toen stond het op als een machtig leger.

While the blind man was yet blind, Jesus saw Him and then approached him. He approaches the blind man within the context of a question that was raised by His disciples, thus allowing Him to establish the proper prophetic setting for the illustration. The “works of God” are a prophetic symbol upon many various lines of witnesses in the Bible. Every manifestation of the “works of God” in the Scriptures is fulfilled in the time of the latter rain. Jesus is placing the context of the story in terms of the final message, as represented by Elijah in the last verses of Malachi.

Terwijl de blinde man nog blind was, zag Jezus hem en naderde Hem vervolgens. Hij benadert de blinde man in de context van een vraag die door Zijn discipelen werd opgeworpen, en stelt Hem aldus in staat de juiste profetische setting voor de illustratie vast te leggen. De „werken Gods” zijn een profetisch symbool op vele verschillende getuigenislijnen in de Bijbel. Iedere openbaring van de „werken Gods” in de Schriften wordt vervuld in de tijd van de late regen. Jezus plaatst de context van het verhaal in termen van de laatste boodschap, zoals voorgesteld door Elia in de laatste verzen van Maleachi.

The parents and the blind child are not condemned as sinners, for this is the time of God’s marvelous works, and in that time the hearts of the parents and the hearts of the children will get turned to see the issue at hand. The issue being—whether the blind Laodicean man has been changed into a anointed Philadelphian man. That is the issue that confronts the parents and the child in the time of the latter rain, for that is also the time of judgment. And the time of judgment is carried out during the third and fourth generations according to Abraham’s covenant prophecy. The blind man is the last and fourth generation, and his parents are the third. In that period the Elijah message places families into circumstances where they are forced to accept or reject the message of the pool of Siloam. The foolish and wicked king Ahaz rejected the message of that pool, but the blind man accepted. The Elijah message of Malachi is set in the context of a curse before the great and terrible day of the Lord.

De ouders en het blinde kind worden niet als zondaars veroordeeld, want dit is de tijd van Gods wonderbare werken, en in die tijd zullen de harten van de ouders en de harten van de kinderen worden omgekeerd om de kwestie die aan de orde is te zien. Die kwestie is—of de blinde Laodiceïsche man veranderd is in een gezalfde Filadelfische man. Dat is de kwestie die de ouders en het kind onder ogen komt in de tijd van de late regen, want dat is ook de tijd van het oordeel. En de tijd van het oordeel wordt voltrokken gedurende het derde en vierde geslacht volgens de verbondsprofetie van Abraham. De blinde man is het laatste en vierde geslacht, en zijn ouders zijn het derde. In die periode plaatst de Elia-boodschap gezinnen in omstandigheden waarin zij gedwongen worden de boodschap van het badwater van Siloam te aanvaarden of te verwerpen. De dwaze en goddeloze koning Achaz verwierp de boodschap van die poel, maar de blinde man aanvaardde haar. De Elia-boodschap van Maleachi is geplaatst in de context van een vloek vóór de grote en geduchte dag des Heren.

When Jesus organized the setting we are considering, He included in His summary of the purpose of the miracle was that He must work then, for a time will come when no man can work. The work He referred to takes place in the daylight, and the end of work is represented as night. His reference is to the close of probation.

Toen Jezus de situatie die wij beschouwen ordende, nam Hij in Zijn samenvatting van het doel van het wonder op dat Hij toen moest werken, want er zou een tijd komen waarin niemand kan werken. Het werk waarnaar Hij verwees, vindt plaats bij daglicht, en het einde van het werk wordt voorgesteld als de nacht. Zijn verwijzing betreft het einde van de genadetijd.

When He finishes His work of judgment, he takes off His priestly garments and puts on His garments of vengeance. When He finishes that work of separating the lost from the saved, the work of salvation ends. Probation is closed and it is now nighttime when no man can work. Christ’s message was not only the Laodicean message to a blind man, but it was the Elijah message set within the context of the nearness of the close of probation, which is Christ’s sanctified motivation to work for the saving of souls.

Wanneer Hij Zijn oordeelswerk voltooit, legt Hij Zijn priesterlijke gewaden af en trekt Hij Zijn wrekende gewaden aan. Wanneer Hij dat werk van scheiding tussen de verlorenen en de geredden voltooit, eindigt het werk van de verlossing. De genadetijd is afgesloten en het is nu nacht, wanneer niemand werken kan. Christus’ boodschap was niet alleen de boodschap aan Laodicea voor een blinde mens, maar zij was de boodschap van Elia, geplaatst binnen de context van de nabijheid van het einde van de genadetijd, hetgeen Christus’ geheiligde drijfveer is om te arbeiden tot behoud van zielen.

First Christ approached the blind man, then prepared and applied the ointment, then gave instructions for a work that the blind man must do for himself, and just as importantly is that as he takes up the work his sight is restored. Once he has sight he has transformed from a blind Laodicean into a Philadelphian. The transformation period of those two churches was fulfilled in the beginning from 1856 unto 1863.

Eerst naderde Christus de blinde man, vervolgens bereidde Hij de zalf en bracht die aan, daarna gaf Hij aanwijzingen voor een werk dat de blinde man zelf moest verrichten; en even belangrijk is dat, terwijl hij dit werk op zich neemt, zijn gezichtsvermogen wordt hersteld. Zodra hij kan zien, is hij veranderd van een blinde Laodiceeër in een Filadelfiër. De periode van overgang van die twee gemeenten werd in het begin vervuld van 1856 tot 1863.

That period represents the separation of the wheat and tares, and the final sealing of the one hundred and forty-four thousand who are thereafter lifted up as an ensign. The blind man immediately became the public focus—once he changed from a Laodicean unto a Philadelphian. The blind man is the one hundred and forty-four thousand and the wicked and foolish king Ahaz are the former covenant people who are spewed out of the mouth of the Lord. At the same point in history, Jesus is either using his spit to anoint His new covenant people, or He is spitting the old covenant people out of His mouth.

Die periode stelt de scheiding van de tarwe en het onkruid voor, en de uiteindelijke verzegeling van de honderd vierenveertigduizend, die daarna als een banier worden opgericht. De blinde man werd onmiddellijk het middelpunt van de publieke aandacht—zodra hij veranderde van een Laodiceeër in een Filadelfiër. De blinde man is de honderd vierenveertigduizend, en de goddeloze en dwaze koning Achaz zijn het vroegere verbondsvolk dat uit de mond van de Heer wordt uitgespuwd. Op hetzelfde punt in de geschiedenis gebruikt Jezus óf Zijn speeksel om Zijn nieuwe verbondsvolk te zalven, óf Hij spuwt het oude verbondsvolk uit Zijn mond.

We will continue these thoughts in the next article.

Wij zullen deze gedachten in het volgende artikel voortzetten.

The Coming Crisis

„De naderende crisis“

“With unerring accuracy the Infinite One keeps an account with all nations. While his mercy is offered with calls to repentance, this account will remain open; but when a certain limit which God has fixed is reached, the ministry of his wrath begins. The account is then closed; divine patience ceases; there is no more pleading for mercy in their behalf.

“Met onfeilbare nauwkeurigheid houdt de Oneindige met alle volken rekening. Terwijl Zijn barmhartigheid wordt aangeboden met oproepen tot bekering, blijft deze rekening open; maar wanneer een bepaalde grens, die God heeft vastgesteld, is bereikt, vangt de bediening van Zijn toorn aan. Dan wordt de rekening gesloten; het goddelijk geduld houdt op; er is geen verder pleiten om barmhartigheid ten behoeve van hen.

“The prophet, looking down the ages, had our time presented before his vision. The nations of this age have been the recipients of unprecedented mercies. The choicest of Heaven’s blessings have been given them; but increased pride, covetousness, idolatry, contempt of God, and base ingratitude, are written against them. They are fast closing up their account with God.

„De profeet, die neerzag door de eeuwen heen, zag onze tijd voor zich in een visioen voorgesteld. De volken van deze tijd zijn de ontvangers geweest van ongeëvenaarde barmhartigheden. Hun zijn de uitnemendste zegeningen des Hemels geschonken; maar toenemende hoogmoed, hebzucht, afgoderij, verachting van God en lage ondankbaarheid staan tegen hen opgetekend. Zij sluiten in ijltempo hun rekening met God af.״

“The days are fast approaching when there will be great perplexity and confusion in the religious world. There will be gods many and lords many; every wind of doctrine will be blowing; and Satan, clothed in angel robes, would deceive, if it were possible, the very elect.

„De dagen naderen snel waarin er grote verwarring en ontreddering zullen zijn in de godsdienstige wereld. Er zullen vele goden en vele heren zijn; elke wind van leer zal waaien; en Satan, gehuld in engelengewaden, zou, indien het mogelijk ware, zelfs de uitverkorenen misleiden.

“The universal scorn thrown upon true piety and holiness, leads those who have not a living connection with God to lose their reverence for his law. And as the disrespect for the divine law becomes more manifest, the line of demarcation between its observers and the world and a world-loving church will become more distinct. Love of God’s precepts increases with one class, according as contempt for them increases with the other.

„De algemene verachting die over ware godsvrucht en heiligheid wordt uitgestort, brengt hen die geen levende verbinding met God hebben ertoe hun eerbied voor zijn wet te verliezen. En naarmate het gebrek aan eerbied voor de goddelijke wet duidelijker aan het licht treedt, zal de scheidslijn tussen hen die haar onderhouden en de wereld en een wereldlievende kerk steeds duidelijker worden. De liefde tot Gods voorschriften neemt bij de ene klasse toe, naarmate de verachting ervoor bij de andere toeneemt.

“The great I AM is vindicating his law. He is speaking to those who make it void in storms, in floods, in tempests, in earthquakes, in perils by land and by sea. Now is the time for his people to show themselves true to principle.

“De grote IK BEN handhaaft zijn wet. Hij spreekt tot hen die haar krachteloos maken in stormen, in overstromingen, in onweders, in aardbevingen, in gevaren te land en ter zee. Nu is de tijd voor zijn volk om zich trouw aan het beginsel te betonen.

“We are standing on the threshold of great and solemn events. The Lord is at the door. Upon the Mount of Olives the Saviour rehearsed the scenes that were to precede this great event: ‘Ye shall hear of wars and rumors of wars,’ he said. ‘Nation shall rise against nation, and kingdom against kingdom; and there shall be famines, and pestilences, and earthquakes in divers places. All these are the beginning of sorrows.’ While these prophecies received a partial fulfilment at the destruction of Jerusalem, they have a more direct application in the last days.

„Wij staan op de drempel van grote en plechtige gebeurtenissen. De Heere staat voor de deur. Op de Olijfberg beschreef de Heiland de taferelen die aan deze grote gebeurtenis zouden voorafgaan: ‘Gij zult horen van oorlogen en geruchten van oorlogen,’ zei Hij. ‘Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn, en pestilentiën, en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Doch al die dingen zijn maar een beginsel der smarten.’ Hoewel deze profetieën een gedeeltelijke vervulling vonden in de verwoesting van Jeruzalem, hebben zij een meer rechtstreekse toepassing op de laatste dagen.

“John and the other prophets also were witnesses of the terrible scenes that will take place as signs of Christ’s coming. They saw armies mustering for battle, and men’s hearts failing them for fear. They saw the earth moved out of its place, the mountains carried into the midst of the sea, the waves thereof roaring and troubled, and the mountains shaking with the swelling thereof. They saw the vials of God’s wrath opened, and pestilence, famine, and death come upon the inhabitants of the earth.

“Johannes en ook de andere profeten waren getuigen van de vreselijke tonelen die zullen plaatsvinden als tekenen van de komst van Christus. Zij zagen legers zich verzamelen ten strijde, en mensenharten bezwijken van vrees. Zij zagen de aarde van haar plaats bewogen worden, de bergen verplaatst worden in het midden van de zee, haar golven bruisen en woeden, en de bergen schudden door haar onstuimigheid. Zij zagen de schalen van Gods toorn geopend, en pestilentie, hongersnood en dood over de inwoners der aarde komen.

“Already the restraining Spirit of God is being withdrawn from the world. And hurricanes, tempests, disasters by sea and land, follow each other in quick succession. Science seeks to explain all these. The signs thickening around us, telling of the near approach of the Son of God, are attributed to any other than the true cause. Men cannot discern the sentinel angels restraining the four winds that they may not blow until the servants of God are sealed; but when God shall bid his angels loose the winds, there will be such a scene of his avenging wrath as no pen can picture.

„Reeds wordt de weerhoudende Geest van God uit de wereld teruggetrokken. En orkanen, stormen, rampen op zee en op land volgen elkaar in snelle opeenvolging op. De wetenschap tracht dit alles te verklaren. De tekenen die zich om ons heen verdichten en die de nabije komst van de Zoon van God aankondigen, worden aan alles toegeschreven behalve aan de ware oorzaak. Mensen kunnen de wacht houdende engelen niet onderscheiden die de vier winden in bedwang houden, opdat zij niet zouden blazen totdat de dienstknechten van God verzegeld zijn; maar wanneer God Zijn engelen zal gebieden de winden los te laten, zal er een tafereel van Zijn wrekende toorn zijn dat geen pen kan beschrijven.

“A crisis is just upon us; but God’s servants are not to trust to themselves in this great emergency. In the visions given to Isaiah, Ezekiel, and John, we see how closely heaven is connected with the events transpiring upon the earth. We see the care of God for those who are loyal to him. The world is not without a ruler. The program of coming events is in the hands of the Lord. The Majesty of heaven has the destiny of nations, as well as the concerns of his church, in his own keeping.

„Een crisis staat ons vlak te wachten; maar Gods dienstknechten mogen in deze grote nood niet op zichzelf vertrouwen. In de gezichten die aan Jesaja, Ezechiël en Johannes werden gegeven, zien wij hoe nauw de hemel verbonden is met de gebeurtenissen die zich op aarde voltrekken. Wij zien Gods zorg voor hen die Hem trouw zijn. De wereld is niet zonder een Heerser. Het bestel van de komende gebeurtenissen is in de hand van de Heere. De Majesteit des hemels houdt het lot der volken, evenals de belangen van Zijn kerk, in Zijn eigen hand.

God has revealed what is to take place in the last days, that his people may be prepared to stand against the tempests of opposition and wrath. Those who have been warned of the events before them are not to sit in calm expectation of the coming storm, comforting themselves that the Lord will shelter his faithful ones in the day of trouble. We are to be as men waiting for their Lord, not in idle expectancy, but in earnest work, with unwavering faith. It is no time now to allow our minds to be engrossed with things of minor importance.

„God heeft geopenbaard wat er in de laatste dagen zal plaatsvinden, opdat zijn volk bereid moge zijn stand te houden tegen de stormen van tegenstand en toorn. Zij die gewaarschuwd zijn voor de gebeurtenissen die hun te wachten staan, behoren niet in kalme verwachting van de komende storm neer te zitten en zichzelf te troosten met de gedachte dat de Heere zijn getrouwen op de dag der benauwdheid zal beschutten. Wij behoren te zijn als mensen die op hun Heere wachten, niet in ledige verwachting, maar in ernstige arbeid, met onwankelbaar geloof. Dit is thans geen tijd om onze gedachten in beslag te laten nemen door zaken van ondergeschikt belang.”

“While men are sleeping, Satan is actively arranging matters so that the Lord’s people may not have mercy or justice. The Sunday movement is now making its way in darkness. The leaders are concealing the true issue, and many who unite in the movement do not themselves see whither the under-current is tending. Its professions are mild, and apparently Christian; but when it shall speak, it will reveal the spirit of the dragon. It is our duty to do all in our power to avert the threatened danger. We should bring before the people the real question at issue, thus interposing the most effectual protest against measures to restrict liberty of conscience. We should search the Scriptures, and be able to give the reason for our faith. Says the prophet, ‘The wicked shall do wickedly, and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand.’

‘Terwijl de mensen slapen, is Satan actief bezig de zaken zó te regelen dat het volk van de Heer geen barmhartigheid of gerechtigheid zal ondervinden. De zondagsbeweging baant zich thans in het duister een weg. De leiders verbergen de werkelijke kwestie, en velen die zich bij de beweging aansluiten, zien zelf niet waarheen de onderstroom voert. Haar belijdenissen zijn zacht en schijnbaar christelijk; maar wanneer zij zal spreken, zal zij de geest van de draak openbaren. Het is onze plicht alles te doen wat in ons vermogen ligt om het dreigende gevaar af te wenden. Wij moeten de mensen de werkelijke inzet van de strijd voorhouden en aldus het krachtigste protest inbrengen tegen maatregelen om de gewetensvrijheid te beperken. Wij behoren de Schriften te onderzoeken en in staat te zijn rekenschap te geven van de reden van ons geloof. De profeet zegt: “De goddelozen zullen goddeloos handelen, en geen van de goddelozen zal het verstaan; maar de wijzen zullen het verstaan.”’

“The important future is before us. To meet its trials and temptations, and to perform its duties, will require great faith, energy, and perseverance. But we may triumph gloriously; for not one watching, praying, believing soul will be ensnared by the devices of the enemy. All heaven is interested in our welfare, and waits our demand upon its wisdom and strength. Every opposing influence, whether open or secret, may be successfully resisted, ‘not by might nor by power, but by my Spirit, saith the Lord of hosts.’ God is just as willing now as anciently to work through human efforts, and to accomplish great things through weak instrumentalities. We shall not gain the victory through numbers, but through full surrender of the soul to Jesus.

„De gewichtige toekomst ligt vóór ons. Om haar beproevingen en verzoekingen te doorstaan en haar plichten te vervullen, zullen groot geloof, kracht en volharding vereist zijn. Maar wij kunnen heerlijk overwinnen; want niet één wakende, biddende, gelovige ziel zal verstrikt raken in de listen van de vijand. De gehele hemel is in ons welzijn geïnteresseerd en wacht erop dat wij een beroep doen op zijn wijsheid en kracht. Iedere tegenwerkende invloed, openlijk of verborgen, kan met goed gevolg worden weerstaan, ‘niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de HEERE der heirscharen.’ God is nu evenzeer bereid als in vroeger tijden door menselijke inspanning te werken en door zwakke middelen grote dingen tot stand te brengen. Wij zullen de overwinning niet behalen door aantallen, maar door de volledige overgave van de ziel aan Jezus.

“Now, while mercy still lingers, while Jesus is making intercession for us, let us make thorough work for eternity.” Southern Watchman, December 25, 1906.

„Nu, terwijl de genade nog vertoeft, terwijl Jezus voor ons bemiddeling doet, laten wij ons grondig voorbereiden voor de eeuwigheid.” Southern Watchman, 25 december 1906.