We are considering the covenant of Abram, and have not yet addressed the element of the prophecy of Abram that has a direct connection with the opening verses of the book of Joel. Abram’s prophecy of 400 years of bondage along with Paul’s 430 years produces the prophetic structure that aligns with the 1290 years of Daniel 12:11. The 1290-year prophecy of verse eleven is the omega prophetic period of Abram and Paul’s 430-year line. This truth is an element of what is unsealed in the latter days that separates the wise and the wicked.
Wij beschouwen het verbond van Abram en hebben nog niet het element van de profetie van Abram behandeld dat een rechtstreeks verband heeft met de openingsverzen van het boek Joël. Abrams profetie van 400 jaar slavernij brengt, samen met Paulus’ 430 jaar, de profetische structuur voort die overeenstemt met de 1290 jaren van Daniël 12:11. De profetie van 1290 jaar in vers elf is de omega-profetische periode van de lijn van 430 jaar van Abram en Paulus. Deze waarheid is een element van wat in de laatste dagen wordt ontzegeld en dat scheiding maakt tussen de wijzen en de goddelozen.
Connected with the omega prophecy of 430 years was the symbol of “four generations,” identifying a period of probationary time for the nation which held God’s chosen people in bondage. For Moses it was Egypt, for the one hundred and forty-four thousand, who sing the song of Moses, it is the history of the United States from 1798 unto the Sunday law. The United States, represented as the “earth beast” in Revelation thirteen begins as a lamb and ends speaking as a dragon. Joseph, a symbol of the Lamb, represents the period of relative peace in Egypt, until there was a new Pharaoh and the bondage began. Thus, the nation that is judged in the fourth generation, which was Egypt for Moses, is the United States. The remnant is judged at the Sunday law as typified by the plagues that culminated for the Hebrews with blood on their doorpost, and thereafter with the nation of Egypt at the Red Sea. Joseph and Moses represent a good Pharaoh and a bad Pharaoh, which for the United States is first the lamb, and then the dragon.
Verbonden met de omega-profetie van 430 jaar was het symbool van „vier geslachten”, dat een periode van genadetijd aanduidt voor de natie die Gods uitverkoren volk in slavernij hield. Voor Mozes was dit Egypte; voor de honderd vierenveertigduizend, die het lied van Mozes zingen, is het de geschiedenis van de Verenigde Staten vanaf 1798 tot aan de zondagwet. De Verenigde Staten, voorgesteld als het „beest uit de aarde” in Openbaring dertien, beginnen als een lam en eindigen met te spreken als een draak. Jozef, een symbool van het Lam, vertegenwoordigt de periode van betrekkelijke vrede in Egypte, totdat er een nieuwe farao kwam en de slavernij begon. Zo is de natie die in het vierde geslacht wordt geoordeeld, die voor Mozes Egypte was, de Verenigde Staten. Het overblijfsel wordt geoordeeld bij de zondagwet, zoals voorafgebeeld door de plagen die voor de Hebreeën hun hoogtepunt bereikten met bloed aan hun deurposten, en daarna voor de natie Egypte bij de Rode Zee. Jozef en Mozes vertegenwoordigen een goede farao en een slechte farao, wat voor de Verenigde Staten eerst het lam is en vervolgens de draak.
Abram’s prophecy of judgment in the fourth generation included the fact that the close of probation is progressive, for within Moses’ fulfillment of Abram’s prophecy; not only did probation close for Egypt, but there was still time left for the Amorites to fill up their cup of probationary time—after Egypt had filled theirs. The Red Sea for Egypt was the Sunday law for the United States, and then “every other country on the globe” will “follow the example” of the United States, as represented by the Amorites post-Egypt close of probation.
Abrams profetie van oordeel in het vierde geslacht omvatte het feit dat de sluiting van de genadetijd progressief is, want binnen Mozes’ vervulling van Abrams profetie sloot niet alleen de genadetijd voor Egypte, maar er bleef ook nog tijd over voor de Amorieten om de maat van hun genadetijd vol te maken—nadat Egypte de hunne had volgemaakt. De Rode Zee was voor Egypte wat de zondagswet voor de Verenigde Staten was, en vervolgens zal „elk ander land op de aardbol” „het voorbeeld” van de Verenigde Staten „volgen”, zoals vertegenwoordigd door de Amorieten na de sluiting van Egypte’s genadetijd.
The Amorites are one of the ten tribes that identify the world from the river of Egypt to the river of Babylon, in Abram’s covenant, and the Amorites therefore represent the nations of the world, who close their individual probation as nations, after the Sunday law in the United States. The Amorites are the biblical symbol of judgment closing upon the world, and it happens in the third and fourth generation. The Red Sea is the symbol of the close of probation for the United States, and the Amorites represent the nations progressively closing their probation until human probation closes. Therefore, the Amorites are a symbol of the period of the Sunday law crisis at the Red Sea unto the deliverance of the east wind, when the path of deliverance is opened to God’s people.
De Amorieten zijn een van de tien stammen die in het verbond van Abram de wereld aanduiden, van de rivier van Egypte tot aan de rivier van Babylon; en de Amorieten vertegenwoordigen daarom de volken der wereld, die hun afzonderlijke genadetijd als naties afsluiten na de zondagswet in de Verenigde Staten. De Amorieten zijn het bijbelse symbool van het oordeel dat zich over de wereld sluit, en dit geschiedt in het derde en vierde geslacht. De Rode Zee is het symbool van het sluiten van de genadetijd voor de Verenigde Staten, en de Amorieten vertegenwoordigen de naties die geleidelijk hun genadetijd afsluiten totdat de menselijke genadetijd zich sluit. Daarom zijn de Amorieten een symbool van de periode van de crisis van de zondagswet vanaf de Rode Zee tot aan de bevrijding door de oostenwind, wanneer het pad van bevrijding voor Gods volk wordt geopend.
But Abram’s prophecy not only addresses the fourth generation in terms of the United States as Egypt, and the world as the Amorites, it more importantly places the generation of God’s people who cross the Red Sea as a “fourth generation.” When we dredge up, what we can dredge up, from the understanding of “four generations” in Abram’s first step of three steps, we will consider the second and third steps of Abraham’s covenant. The second step is chapter seventeen, and the third step is of course—chapter twenty-two.
Maar Abrams profetie behandelt niet alleen de vierde generatie in termen van de Verenigde Staten als Egypte, en de wereld als de Amorieten; belangrijker nog, zij plaatst de generatie van Gods volk die de Rode Zee overtrekt als een „vierde generatie”. Wanneer wij uit Abrams eerste stap van drie stappen naar voren halen wat wij kunnen naar voren halen uit het begrip van „vier generaties”, zullen wij de tweede en derde stap van Abrahams verbond beschouwen. De tweede stap is hoofdstuk zeventien, en de derde stap is uiteraard hoofdstuk tweeëntwintig.
In Daniel chapter twelve, three prophetic periods are identified, and they all represent prophetic time that ceased in 1844. Those three periods are unsealed in the latter days, and those three periods represent the increase of knowledge that befalls God’s people in the latter days. Christ as the man in linen, sets forth the first of the three prophetic periods in verse seven, and in so doing, He aligns Himself with the angel of Revelation ten, who stands not upon the water, but upon the earth and the sea.
In Daniël hoofdstuk twaalf worden drie profetische perioden aangeduid, en zij vertegenwoordigen alle profetische tijd die in 1844 eindigde. Deze drie perioden worden in de laatste dagen ontsloten, en deze drie perioden vertegenwoordigen de vermeerdering van kennis die Gods volk in de laatste dagen ten deel valt. Christus, als de Man in linnen, stelt in vers zeven de eerste van de drie profetische perioden voor; en door dit te doen, vereenzelvigt Hij Zich met de engel van Openbaring tien, die niet op het water staat, maar op de aarde en de zee.
And the angel which I saw stand upon the sea and upon the earth lifted up his hand to heaven, And sware by him that liveth for ever and ever, who created heaven, and the things that therein are, and the earth, and the things that therein are, and the sea, and the things which are therein, that there should be time no longer. Revelation 10:5, 6.
En de engel die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn hand op naar de hemel, en zwoer bij Hem die leeft in alle eeuwigheid, die de hemel geschapen heeft en wat daarin is, en de aarde en wat daarin is, en de zee en wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn. Openbaring 10:5, 6.
In verse seven of chapter twelve the man in linen also swears by Him that lives forever.
In het zevende vers van hoofdstuk twaalf zweert ook de in linnen geklede man bij Hem die in eeuwigheid leeft.
And I heard the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, when he held up his right hand and his left hand unto heaven, and sware by him that liveth forever that it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished. Daniel 12:7.
En ik hoorde de man, bekleed met linnen, die boven de wateren van de rivier was, toen hij zijn rechterhand en zijn linkerhand naar de hemel ophief en zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, dat het zou zijn voor een tijd, tijden en een halve; en wanneer hij voleindigd zal hebben de macht van het heilige volk te verstrooien, zullen al deze dingen voleindigd zijn. Daniël 12:7.
We are informed by inspiration that the same line of prophecy located in the book of Daniel is taken up in the book of Revelation, and the Millerite understanding is that these two descriptions are parallel passages of Christ. Christ as the Angel with the little book, identifying the end of the application of prophetic time in 1844 in the book of Revelation, and Christ as the Man in linen in the book of Daniel, identifying that when the Sunday law in the United States arrives, all the marvels of Daniel’s final vision would be finished. Within that sacred history, which precedes and culminates at the Sunday law, God’s people were to be scattered for a period represented by the symbol of 1260. The period of scattering that precedes the Sunday law is set forth in Revelation chapter eleven where Moses and Elijah are slain and are dead in the street for three and a half days, which is a symbol of 1260.
Wij worden door inspiratie ervan in kennis gesteld dat dezelfde profetische lijn die zich in het boek Daniël bevindt, in het boek Openbaring wordt voortgezet, en het Milleritische begrip is dat deze twee beschrijvingen parallelle passages van Christus zijn. Christus als de Engel met het kleine boek, die in het boek Openbaring het einde van de toepassing van de profetische tijd in 1844 aanwijst, en Christus als de Man in linnen in het boek Daniël, die aanwijst dat, wanneer de zondagswet in de Verenigde Staten komt, al de wonderlijke dingen van Daniëls laatste visioen voleindigd zouden zijn. Binnen die heilige geschiedenis, die aan de zondagswet voorafgaat en daarin culmineert, zou Gods volk verstrooid worden gedurende een periode die wordt voorgesteld door het symbool van 1260. De periode van verstrooiing die aan de zondagswet voorafgaat, wordt uiteengezet in Openbaring hoofdstuk elf, waar Mozes en Elia worden gedood en drie en een halve dag dood op de straat liggen, hetgeen een symbool is van 1260.
In verse seven, the man in linen identifies that when the scattering of the power of the holy people has finished its three-and-a-half days, the “marvels” that befall God’s people of the latter days shall be finished. We closed the last article with Sister White’s commentary on Zechariah chapter three. The first sentence stated, “Zechariah’s vision of Joshua and the Angel applies with peculiar force to the experience of God’s people in the closing scenes of the great day of atonement.” In the chapter, and in the inspired commentary of Sister White upon the chapter, the one hundred and forty-four thousand are the “men wondered at.” The “wonders” of Daniel’s last vision that are completed by the Sunday law, are the “wonders” associated with the sealing of God’s people.
In vers zeven geeft de Man in linnen te kennen dat, wanneer de verstrooiing van de kracht van het heilige volk haar drieënhalve dagen heeft voltooid, de „wonderen” die Gods volk van de laatste dagen overkomen, voltooid zullen zijn. Wij sloten het vorige artikel af met Zuster Whites commentaar op Zacharia hoofdstuk drie. De eerste zin luidde: „Zacharia’s visioen van Jozua en de Engel is met bijzondere kracht van toepassing op de ervaring van Gods volk in de slottonelen van de grote verzoendag.” In het hoofdstuk, en in het geïnspireerde commentaar van Zuster White op het hoofdstuk, zijn de honderd vierenveertigduizend de „mannen over wie men zich verwondert”. De „wonderen” van Daniëls laatste visioen, die door de zondagswet worden voltooid, zijn de „wonderen” die verband houden met de verzegeling van Gods volk.
Daniel chapter twelve provides the light that seals the one hundred and forty-four thousand in the latter days. That light is represented by three prophetic periods, that were all identified and established as truth in the Millerite history. The three periods are presented in three verses and are three pillars which hold up the structure of truth. The structure of truth is held up with a three-step process. That process of three steps, is represented within the passage of nine verses (4–12), by the three verses which present prophetic time. Those three prophetic periods, when approached from the foundational Millerite understanding, produce three symbolic periods that are defined in agreement with the Millerite understanding, but do not apply the element of time.
Daniël hoofdstuk twaalf verschaft het licht dat in de laatste dagen de honderdvierenveertigduizend verzegelt. Dat licht wordt voorgesteld door drie profetische perioden, die alle in de Milleritische geschiedenis als waarheid werden geïdentificeerd en bevestigd. De drie perioden worden in drie verzen gepresenteerd en vormen drie pilaren die de structuur der waarheid schragen. De structuur der waarheid wordt geschraagd door een proces in drie stappen. Dat proces van drie stappen wordt binnen de passage van negen verzen (4–12) voorgesteld door de drie verzen die profetische tijd aanduiden. Wanneer deze drie profetische perioden worden benaderd vanuit het fundamentele Milleritische begrip, brengen zij drie symbolische perioden voort die in overeenstemming met het Milleritische begrip worden gedefinieerd, maar zonder toepassing van het tijdselement.
The three periods are located within the very passage of Scripture that defines ‘the process of prophecy being sealed up—and then unsealed,’ including the classic biblical description of a threefold testing process. The nine verses that begin with Daniel being told to seal up his book, are the very verses where the three periods are set forth, and in those nine verses the purification process that is accomplished when truth is unsealed is expressed as “purified, made white and tried.” The three periods in the three verses are the increase of knowledge, at the time of the end, in the latter days, that represent the final testing and sealing process of God’s covenant people. That history is where the symbolic “marvels” that befall God’s people in the latter days are set forth. Please read this paragraph again.
De drie perioden bevinden zich binnen juist die Schriftpassage die „het proces van het verzegeld worden van de profetie—en vervolgens het ontsloten worden ervan” definieert, met inbegrip van de klassieke bijbelse beschrijving van een drievoudig beproevingsproces. De negen verzen die beginnen met Daniël die te horen krijgt zijn boek te verzegelen, zijn juist de verzen waarin de drie perioden worden uiteengezet, en in die negen verzen wordt het reinigingsproces dat tot stand komt wanneer de waarheid wordt ontsloten, uitgedrukt als „gelouterd, wit gemaakt en beproefd”. De drie perioden in de drie verzen vormen de toename van kennis, ten tijde van het einde, in de laatste dagen, die het uiteindelijke beproevings- en verzegelingsproces van Gods verbondsvolk vertegenwoordigen. Die geschiedenis is waar de symbolische „wonderlijke dingen” die Gods volk in de laatste dagen overkomen, worden uiteengezet. Lees deze alinea alstublieft nogmaals.
The three periods, in the three verses in the passage of nine verses, represent the climax of the book of Daniel, and the climax represented there is the climax of the internal prophetic line; it is the story of how a rock gets “cut” out of a mountain, without hands, which is the story of the remnant. That internal line is represented in chapters ten and twelve, and the climax of the external line of prophecy is in the closing verses of chapter eleven, and the first few verses of Daniel twelve.
De drie perioden, in de drie verzen in de passage van negen verzen, vertegenwoordigen het hoogtepunt van het boek Daniël, en het daar weergegeven hoogtepunt is het hoogtepunt van de interne profetische lijn; het is het verhaal van hoe een steen, zonder handen, uit een berg wordt „gehouwen”, wat het verhaal van het overblijfsel is. Die interne lijn wordt weergegeven in de hoofdstukken tien en twaalf, en het hoogtepunt van de externe profetische lijn bevindt zich in de slotverzen van hoofdstuk elf en de eerste verzen van Daniël twaalf.
Those three periods are also the climax of the visions of both the Ulai and Hiddekel river’s testimony, and the three verses include a prophetic period that represents the climatic fulfillment of the covenant time prophecy that provides both Abram and Paul as witnesses. Jesus, as the Man in linen is in verse seven, walking upon the water. In verse eleven two voices, which are also the voice of Christ, Abram and Paul stand to testify. In verse twelve the history of the sealing of God’s people is represented, for the one hundred and forty-four thousand are virgins, and virgins experience the parable of the ten virgins, and the blessing in verse twelve is upon those who wait. Those who wait in the parable, and who are “blessed,” are those who receive the garment that allows them to enter into the marriage, when the door is closed.
Die drie perioden vormen tevens het hoogtepunt van de visioenen van zowel het getuigenis van de rivier de Ulai als dat van de Hiddekel, en de drie verzen omvatten een profetische periode die de klimatologische vervulling vertegenwoordigt van de verbondstijdsprofetie die zowel Abram als Paulus als getuigen aanvoert. Jezus, als de in linnen geklede Man, bevindt Zich in vers zeven, wandelend op het water. In vers elf staan twee stemmen, die tevens de stem van Christus zijn, Abram en Paulus, om te getuigen. In vers twaalf wordt de geschiedenis van de verzegeling van Gods volk voorgesteld, want de honderd vierenveertig duizend zijn maagden, en maagden maken de gelijkenis van de tien maagden mee, en de zegening in vers twaalf rust op hen die wachten. Degenen die in de gelijkenis wachten en die „gezegend” zijn, zijn degenen die het kleed ontvangen dat hun toestaat binnen te gaan in de bruiloft, wanneer de deur gesloten wordt.
In verse seven, Jesus is walking upon the water, which produces fear, but Peter determines to believe and begins to walk and give God glory, but Peter is often a symbol of both classes, and the glory is turned back to fear, as his hour of judgment arrived. The first period located in verse seven, represents the first angel’s message. Jesus is upon the waters, a symbol of fear and the first angel. Then Jesus identifies a period where He will glorify His people in advance of the judgment of the Sunday law. All three elements of the three angels are within verse seven, for verse seven is the first of three verses that represent the three angels.
In vers zeven wandelt Jezus op het water, hetgeen vrees teweegbrengt; maar Petrus besluit te geloven en begint te wandelen en God te verheerlijken. Toch is Petrus dikwijls een symbool van beide klassen, en de heerlijkheid keert terug tot vrees, toen zijn uur van oordeel aanbrak. De eerste periode, die in vers zeven is gesitueerd, vertegenwoordigt de boodschap van de eerste engel. Jezus is op de wateren, een symbool van vrees en van de eerste engel. Vervolgens duidt Jezus een periode aan waarin Hij Zijn volk zal verheerlijken voorafgaand aan het oordeel van de zondagswet. Alle drie de elementen van de drie engelen bevinden zich binnen vers zeven, want vers zeven is het eerste van drie verzen die de drie engelen vertegenwoordigen.
Verse eleven provides a ‘doubling’ with its omega testimony to the alpha voices of Abram and Paul. Their “doubled” voices merge to set forth the covenant time prophecy, and verse eleven fulfills the prophecy as the omega, by identifying the prophetic period that concludes with the fall of Babylon in 1798, and thus typifies the fall of Babylon when Michael stands up in the latter days. In verse eleven we have a doubling of prophets, and a period that represents two falls of Babylon, thus representing the second angel’s message that announced that, “Babylon is fallen is fallen.”
Vers elf verschaft een ‘verdubbeling’ met zijn omega-getuigenis tegenover de alfa-stemmen van Abram en Paulus. Hun “verdubbelde” stemmen vloeien samen om de verbondstijdsprofetie uiteen te zetten, en vers elf vervult de profetie als de omega, door de profetische periode aan te wijzen die uitloopt op de val van Babylon in 1798, en aldus een type vormt van de val van Babylon wanneer Michaël in de laatste dagen opstaat. In vers elf hebben wij een verdubbeling van profeten, en een periode die twee vallen van Babylon vertegenwoordigt, en zo de boodschap van de tweede engel voorstelt, die verkondigde dat: “Babylon is gevallen, is gevallen.”
Verse seven is the first angel’s message, and verse eleven is the second angel’s message and verse twelve, which is Daniel 12*12 or Daniel 144, is about the distinction between the wise and foolish, which is accomplished in the judgment process that ends with the manifestation of character at the crisis of judgment. Verse twelve is the third angel’s message identifying how the world is divided into two classes, and the counterpart of the third angel’s external portrayal of that very division, is the internal division of the third angel represented in verse twelve. Verse seven, eleven and twelve are the message of the three angels and the verses are the light that is unsealed in the latter days. These three verses unsealing in the latter days aligns with Revelation chapter ten.
Vers zeven is de boodschap van de eerste engel, en vers elf is de boodschap van de tweede engel, en vers twaalf, dat Daniël 12*12 of Daniël 144 is, gaat over het onderscheid tussen de wijzen en de dwazen, dat tot stand wordt gebracht in het oordeelsproces dat eindigt met de openbaring van het karakter in de crisis van het oordeel. Vers twaalf is de boodschap van de derde engel, die aangeeft hoe de wereld in twee klassen wordt verdeeld, en het tegenbeeld van de uiterlijke voorstelling door de derde engel van diezelfde verdeling, is de innerlijke verdeling van de derde engel die in vers twaalf wordt weergegeven. Vers zeven, elf en twaalf zijn de boodschap van de drie engelen, en de verzen zijn het licht dat in de laatste dagen wordt ontzegeld. Dat deze drie verzen in de laatste dagen worden ontzegeld, stemt overeen met Openbaring hoofdstuk tien.
Christ as the mighty angel, as well as the Lion of the tribe of Judah in chapter ten, cried as a “lion” and His roar produced seven thunders which were sealed up, as was Daniel chapter ten. They are parallel passages. For this reason, the three periods in chapter twelve, are also the seven thunders of Revelation ten.
Christus als de sterke Engel, evenals de Leeuw uit de stam Juda in hoofdstuk tien, riep als een „leeuw”, en Zijn gebrul bracht zeven donderslagen voort, die verzegeld werden, evenals Daniël hoofdstuk tien. Het zijn parallelle passages. Om deze reden zijn de drie perioden in hoofdstuk twaalf ook de zeven donderslagen van Openbaring tien.
The “seven thunders” are simply another expression of Christ as Alpha and Omega, for the primary symbolism of the “seven thunders,’ is that it represents a “delineation of events” which took place from 1798 unto 1844 that is repeated in “future events” that “will be disclosed in their order” in the history of the one hundred and forty-four thousand. The “seven thunders” are therefore a symbol of Alpha and Omega; who is also the beginning and the ending; the first and the last, the foundation and the temple; the cornerstone and the capstone—the seven thunders.
De „zeven donderslagen” zijn eenvoudigweg een andere uitdrukking voor Christus als Alfa en Omega, want de voornaamste symboliek van de „zeven donderslagen” is dat zij een „afbakening van gebeurtenissen” vertegenwoordigen die plaatsvonden van 1798 tot 1844 en die in „toekomstige gebeurtenissen” wordt herhaald, welke „in hun volgorde zullen worden onthuld” in de geschiedenis van de honderd vierenveertigduizend. De „zeven donderslagen” zijn daarom een symbool van Alfa en Omega; die ook het begin en het einde is; de eerste en de laatste, het fundament en de tempel; de hoeksteen en de sluitsteen — de zeven donderslagen.
The light of the three symbolic periods in Daniel twelve must align with the light of the seven thunders, for they are the identical prophetic line. In the first period Christ holds both hands to heaven, as He does with one hand in Revelation ten. In Revelation ten, His hand becomes the symbol of the end of the application of prophetic time, marking the transition from prophetic time periods to simply prophetic periods. That transition of the major prophetic rule employed by the Millerites, was typified by the major transition from literal to spiritual in the time of Christ.
Het licht van de drie symbolische perioden in Daniël twaalf moet in overeenstemming zijn met het licht van de zeven donderslagen, want zij vormen dezelfde profetische lijn. In de eerste periode heft Christus beide handen op naar de hemel, zoals Hij in Openbaring tien met één hand doet. In Openbaring tien wordt Zijn hand het symbool van het einde van de toepassing van profetische tijd, waarmee de overgang wordt gemarkeerd van profetische tijdsperioden naar eenvoudigweg profetische perioden. Die overgang van de belangrijkste profetische regel die door de Millerieten werd gehanteerd, werd voorafgeschaduwd door de grote overgang van het letterlijke naar het geestelijke in de tijd van Christus.
The apostle Paul was raised up to establish the major prophetic rule connected to the prophetic line of a chosen people. At the very beginning of spiritual Israel, a major prophetic rule is established that redefines the very covenant itself. From then on to be a child of Abraham, it was to be a child of Abraham by faith, not blood. That prophetic principle was put in place primarily through the pen of Paul, who in this regard typified Christ in Revelation chapter ten, changing and ending the prophetic application of time in 1844.
De apostel Paulus werd verwekt om de voornaamste profetische regel vast te stellen die verbonden is met de profetische lijn van een uitverkoren volk. Reeds aan het allereerste begin van het geestelijke Israël wordt een voorname profetische regel vastgesteld die het verbond zelf opnieuw definieert. Vanaf dat moment betekende het, een kind van Abraham te zijn, dat men een kind van Abraham was door het geloof en niet door het bloed. Dat profetische beginsel werd voornamelijk door de pen van Paulus ingesteld, die in dit opzicht Christus in Openbaring hoofdstuk tien typeerde, door in 1844 de profetische toepassing van tijd te veranderen en te beëindigen.
The covenant with mankind is represented by the rainbow and the Ark of Noah represents a period of time, before and after the flood, when there was no distinctly identified chosen people. The calling of Abraham represented a major and significant change in the prophetic relation of God with mankind. The covenant made with Abraham represented a major shift in line of covenant history, and in doing so it typified the major shift from literal to spiritual in the days of Paul, and from time application to no time application in 1844.
Het verbond met de mensheid wordt voorgesteld door de regenboog, en de ark van Noach vertegenwoordigt een tijdsperiode, vóór en na de zondvloed, waarin er geen duidelijk onderscheiden uitverkoren volk was. De roeping van Abraham vertegenwoordigde een grote en betekenisvolle verandering in de profetische verhouding van God tot de mensheid. Het met Abraham gesloten verbond vertegenwoordigde een ingrijpende verschuiving in de lijn van de verbondsgeschiedenis, en typeerde daarmee de grote overgang van het letterlijke naar het geestelijke in de dagen van Paulus, en van tijdstoepassing naar geen tijdstoepassing in 1844.
The first shift in God’s covenant with mankind was the Garden, and the pronounced change was the restrictions upon the tree of life and it also produced a change of clothing, from spiritual light to literal lambskin. The next major shift in covenant history is the flood, which Noah represents, as did Adam in the first major covenant shift. Then the shift to a chosen people with Abram, that led to Moses, who introduces the prophetic principles that a day represents a year. That principle is valid until 1844, when there was another major covenant shift. At the great epochs of covenant history there is always a major shift in a principle of God’s prophetic Word. That shift during the history of the one hundred and forty-four thousand is that Alpha Omega is the Truth. Alpha and omega is the principle that the end is always illustrated with the beginning in God’s Word. Attached to that principle of alpha and omega, is the threefold structure of the Hebrew word “truth.”
De eerste verschuiving in Gods verbond met de mensheid was de Hof, en de uitgesproken verandering betrof de beperkingen ten aanzien van de boom des levens; zij bracht tevens een verandering van kleding voort, van geestelijk licht naar letterlijke lamshuid. De volgende grote verschuiving in de verbondsgeschiedenis is de zondvloed, die door Noach wordt vertegenwoordigd, evenals Adam bij de eerste grote verschuiving in het verbond. Vervolgens kwam de verschuiving naar een uitverkoren volk met Abram, die leidde tot Mozes, die de profetische beginselen introduceert dat een dag een jaar voorstelt. Dat beginsel is geldig tot 1844, toen er opnieuw een grote verschuiving in het verbond plaatsvond. In de grote tijdperken van de verbondsgeschiedenis is er altijd een grote verschuiving in een beginsel van Gods profetisch Woord. Die verschuiving gedurende de geschiedenis van de honderdvierenveertigduizend is dat Alfa Omega de Waarheid is. Alfa en omega is het beginsel dat het einde in Gods Woord altijd met het begin wordt geïllustreerd. Aan dat beginsel van alfa en omega is de drievoudige structuur van het Hebreeuwse woord „waarheid” verbonden.
The major prophetic shift during the history of the remnant is directly represented in each of the major covenant histories, and so too in other lines of truth. The “key” that is laid upon Eliakim in Isaiah 22:22 is the same key given to Peter at Panium in Matthew sixteen. That key is given to the Philadelphian church, and it was William Miller who was given the key that allowed him to connect with the very day for a year principle that had been recorded by Moses during the history of Moses, which typified the history of the Millerites. Miller’s connection with Moses prophecy was represented by Paul’s connection with Abram’s prophecy. And why shouldn’t Miller connect with Moses, Moses salvation in an ark had connected with Noah salvation in an ark in order to tie both covenants together. The shifts of prophetic application that begin in Eden identify that a major revelation of prophetic light is identified in the history of the final covenant people—the one hundred and forty-four thousand. I contend that the major prophetic shift is represented with the seven thunders, which are directly connected with the three periods in Daniel chapter twelve and these are only recognized when applying the principles of alpha and omega upon a line upon line application that stands upon the three-step structure of truth.
De grote profetische verschuiving gedurende de geschiedenis van het overblijfsel wordt rechtstreeks voorgesteld in elk van de grote verbondsgeschiedenissen, en evenzo in andere lijnen van waarheid. De „sleutel” die in Jesaja 22:22 op Eljakim wordt gelegd, is dezelfde sleutel die in Mattheüs zestien te Panium aan Petrus werd gegeven. Die sleutel wordt gegeven aan de Filadelfia-gemeente, en het was William Miller aan wie de sleutel werd gegeven die hem in staat stelde verbinding te maken met het dag-voor-een-jaarbeginsel dat door Mozes was opgetekend gedurende de geschiedenis van Mozes, welke een voorafbeelding was van de geschiedenis van de Millerieten. Millers verbinding met de profetie van Mozes werd voorgesteld door Paulus’ verbinding met Abrams profetie. En waarom zou Miller niet met Mozes verbinden? Mozes’ redding in een ark had immers verbonden met Noachs redding in een ark om beide verbonden samen te binden. De verschuivingen in profetische toepassing die in Eden beginnen, geven te kennen dat een grote openbaring van profetisch licht wordt geïdentificeerd in de geschiedenis van het laatste verbondsvolk — de honderd vierenveertig duizend. Ik stel dat de grote profetische verschuiving wordt voorgesteld door de zeven donderslagen, die rechtstreeks verbonden zijn met de drie perioden in Daniël hoofdstuk twaalf, en deze worden slechts herkend wanneer de beginselen van alfa en omega worden toegepast in een lijn-op-lijntoepassing die rust op de drieslagstructuur van de waarheid.
In the verses that immediately precede the announcement that “time is no longer,” Christ introduced the seven thunders, which, as with the truths of Daniel twelve—were sealed up. The context for the man in linen holding up both hands in chapter twelve is the unsealing of the book of Daniel, and the context for Christ the Lion in Revelation ten is the sealing up of the seven thunders. Sister White aligns the sealing of the seven thunders with the sealing up of Daniel’s book.
In de verzen die onmiddellijk voorafgaan aan de aankondiging dat „de tijd niet langer zal zijn”, introduceerde Christus de zeven donderslagen, die, evenals de waarheden van Daniël twaalf, verzegeld waren. De context van de man in linnen die in hoofdstuk twaalf beide handen opheft, is de ontzegeling van het boek van Daniël, en de context van Christus, de Leeuw, in Openbaring tien is de verzegeling van de zeven donderslagen. Zuster White brengt de verzegeling van de zeven donderslagen in verband met de verzegeling van het boek van Daniël.
“After these seven thunders uttered their voices, the injunction comes to John as to Daniel in regard to the little book: ‘Seal up those things which the seven thunders uttered.’ These relate to future events which will be disclosed in their order.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, volume 7, 971.
„Nadat deze zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, komt tot Johannes, evenals tot Daniël met betrekking tot het boekje, het bevel: ‘Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben.’ Deze hebben betrekking op toekomstige gebeurtenissen die op hun beurt geopenbaard zullen worden.” The Seventh-day Adventist Bible Commentary, deel 7, 971.
The seven thunders are defined by Revelation ten and the Spirit of Prophecy and by the history of the Millerites from 1840 through to 1844, which is repeated in the history of the one hundred and forty-four thousand. In the same passage it states, “The special light given to John which was expressed in the seven thunders was a delineation of events which would transpire under the first and second angels’ messages. It was not best for the people to know these things, for their faith must necessarily be tested. In the order of God most wonderful and advanced truths would be proclaimed.” The Millerites did not understand that they were to be confronted by two disappointments, for their lack of understanding was designed to test them. The Millerites did not suspect any “advanced truths” which is to say, they did not expect any “major prophetic shifts” in covenant history.
De zeven donderslagen worden omschreven door Openbaring tien en de Geest der Profetie, en door de geschiedenis van de Millerieten van 1840 tot en met 1844, die wordt herhaald in de geschiedenis van de honderd-vierenveertigduizend. In dezelfde passage staat: “Het bijzondere licht dat aan Johannes werd gegeven en dat in de zeven donderslagen tot uitdrukking kwam, was een schets van gebeurtenissen die zich zouden voltrekken onder de boodschappen van de eerste en de tweede engel. Het was niet goed dat het volk deze dingen wist, want hun geloof moest noodzakelijkerwijs op de proef gesteld worden. In de orde Gods zouden de wonderbaarlijkste en meest gevorderde waarheden worden verkondigd.” De Millerieten begrepen niet dat zij met twee teleurstellingen geconfronteerd zouden worden, want hun gebrek aan begrip was bedoeld om hen te beproeven. De Millerieten vermoedden geen enkele “gevorderde waarheden”, dat wil zeggen: zij verwachtten geen “grote profetische verschuivingen” in de verbondsgeschiedenis.
Even though “it was not best for the” Millerite “people to know these things,” the one hundred and forty-four thousand are tested with the same history, but not by innocently misunderstanding the history, but for not understanding a history you are required to know. It is the same test, only reversed. John in Revelation ten, is first and foremost representing the one hundred and forty-four thousand and only secondarily, the Millerite movement of the first and second angels. This is recognized when you see John informed in advance of his eating the little book that it would be sweet and then bitter. It was not best for the Millerites to know what that meant, but John represents a people who know in advance what happens when the Millerites ate the little book.
Hoewel „het niet het beste was voor het” Milleritische „volk om deze dingen te weten,” worden de honderd vierenveertigduizend beproefd met dezelfde geschiedenis, maar niet doordat zij de geschiedenis onschuldig verkeerd begrijpen, doch doordat zij een geschiedenis niet begrijpen die zij behoren te kennen. Het is dezelfde beproeving, slechts omgekeerd. Johannes in Openbaring tien vertegenwoordigt allereerst en vooral de honderd vierenveertigduizend en pas in tweede instantie de Milleritische beweging van de eerste en tweede engel. Dit wordt erkend wanneer men ziet dat Johannes voorafgaand aan het eten van het kleine boek wordt meegedeeld dat het eerst zoet en daarna bitter zou zijn. Het was niet het beste voor de Millerieten om te weten wat dat betekende, maar Johannes vertegenwoordigt een volk dat vooraf weet wat er gebeurt wanneer de Millerieten het kleine boek aten.
And I went unto the angel, and said unto him, Give me the little book. And he said unto me, Take it, and eat it up; and it shall make thy belly bitter, but it shall be in thy mouth sweet as honey. And I took the little book out of the angel’s hand, and ate it up; and it was in my mouth sweet as honey: and as soon as I had eaten it, my belly was bitter. Revelation 10:9, 10.
En ik ging naar de engel toe en zei tot hem: Geef mij dat kleine boek. En hij zei tot mij: Neem het en eet het op; en het zal uw buik bitter maken, maar in uw mond zal het zoet zijn als honing. En ik nam dat kleine boek uit de hand van de engel en at het op; en het was in mijn mond zoet als honing; en zodra ik het had opgegeten, werd mijn buik bitter. Openbaring 10:9, 10.
John is told in advance of the bitter-sweet experience of 1840 unto 1844, the history represented in chapter ten. That experience represented so clearly in verses nine and ten is also distinctly identified in verses two through four.
Johannes wordt vooraf meegedeeld wat de bitterzoete ervaring van 1840 tot 1844 zal zijn, de geschiedenis die in hoofdstuk tien wordt voorgesteld. Die ervaring, die in de verzen negen en tien zo duidelijk wordt weergegeven, wordt ook in de verzen twee tot en met vier uitdrukkelijk aangeduid.
And he had in his hand a little book open: and he set his right foot upon the sea, and his left foot on the earth, And cried with a loud voice, as when a lion roareth: and when he had cried, seven thunders uttered their voices. And when the seven thunders had uttered their voices, I was about to write: and I heard a voice from heaven saying unto me, Seal up those things which the seven thunders uttered, and write them not. Revelation 10:2–4.
En hij had in zijn hand een boekje, geopend; en hij zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op de aarde, en riep met luide stem, gelijk een leeuw brult; en toen hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen. En toen de zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt te schrijven; en ik hoorde een stem uit de hemel tot mij zeggen: Verzegel hetgeen de zeven donderslagen gesproken hebben, en schrijf het niet. Openbaring 10:2–4.
The “seven thunders” represent “a delineation of events” that would transpire under the first and second angels, and also “future events which will be disclosed in their order.” The “seven thunders” represent the truth that the history of the Millerites is repeated in the history of the one hundred and forty-four thousand, and the truths which were unsealed at the time of the end in 1798 and onward, represent an unsealing of truth in the latter days of God’s people. Jesus in Revelation ten, aligns with Jesus in Daniel twelve. In both passages the sealing and unsealing of testing truth in the latter days is set forth.
De „zeven donderslagen” vertegenwoordigen „een afbakening van gebeurtenissen” die zich onder de eerste en tweede engel zouden voltrekken, en ook „toekomstige gebeurtenissen die in hun orde geopenbaard zullen worden”. De „zeven donderslagen” vertegenwoordigen de waarheid dat de geschiedenis van de Millerieten wordt herhaald in de geschiedenis van de honderdvier en veertig duizend, en de waarheden die ten tijde van het einde, in 1798 en daarna, werden ontsloten, vertegenwoordigen een ontsluiting van waarheid in de laatste dagen van Gods volk. Jezus in Openbaring tien stemt overeen met Jezus in Daniël twaalf. In beide gedeelten wordt de verzegeling en ontsluiting van beproevende waarheid in de laatste dagen uiteengezet.
Some might argue that Jesus is speaking in verse seven, but that Gabriel is speaking to Daniel in verses eleven and twelve, but it can also be understood that Jesus is speaking in all three passages. In either side of the issue, it is the voice of Christ that speaks through Daniel and the three prophetic periods in chapter twelve are the words of Christ, and He sets forth the three periods in the structure of truth. All three periods are sealed up, making them one threefold symbol.
Sommigen zouden kunnen aanvoeren dat Jezus in vers zeven spreekt, maar dat Gabriël in de verzen elf en twaalf tot Daniël spreekt; toch kan het ook zo worden verstaan dat Jezus in alle drie de passages spreekt. Hoe men deze kwestie ook beziet, het is de stem van Christus die door Daniël spreekt, en de drie profetische perioden in hoofdstuk twaalf zijn de woorden van Christus, en Hij zet de drie perioden uiteen in de structuur van de waarheid. Alle drie de perioden zijn verzegeld, waardoor zij één drievoudig symbool vormen.
Verse seven addresses the finishing of the wonders, identifying the final work of Christ in the Most Holy Place as He blots out the sins of, and seals the one hundred and forty-four thousand. The first verse identifies the “wonders” and the last of the three verses also identifies the “wonders” as those who are blessed for waiting and experiencing a first disappointment. The period in the middle identifies the rebellion of mankind during the Sunday law crisis, while also identifying the period that leads to the Sunday law as a period of preparation for the one hundred and forty-four thousand. All the verses are directly identifying “what shall befall” Daniel’s people “in the latter days.” All three verses speak to the theme of the purification of the one hundred and forty-four thousand. The first period aligns with the third period and the middle period represents the rebellion of the entire world as they march to Armageddon.
Vers zeven behandelt de voleinding van de wonderen en duidt het laatste werk van Christus in het Allerheiligste aan, terwijl Hij de zonden van de honderdvierenveertigduizend uitwist en hen verzegelt. Het eerste vers duidt de „wonderen” aan, en het laatste van de drie verzen duidt de „wonderen” eveneens aan als degenen die gezegend zijn doordat zij wachten en een eerste teleurstelling ervaren. De periode in het midden duidt de opstand van de mensheid tijdens de zondagswetcrisis aan, terwijl zij tevens de periode aanduidt die tot de zondagswet leidt als een tijd van voorbereiding voor de honderdvierenveertigduizend. Al de verzen duiden rechtstreeks aan „wat uw volk in het laatst der dagen overkomen zal” aan Daniël. Alle drie verzen spreken over het thema van de reiniging van de honderdvierenveertigduizend. De eerste periode komt overeen met de derde periode, en de middelste periode vertegenwoordigt de opstand van de gehele wereld terwijl zij optrekt naar Armageddon.
If those three periods are also the seven thunders, then the three verses must identify “future events, which will be [disclosed] in their order,” and those “future events” would align with the “delineation of events that transpired under the first and second angels” from 1840 to 1844. There are several truths which this movement has accepted that are distinctly different that the pioneer understanding, yet all those truths agree with the pioneer understanding. There has been a major prophetic shift from the Millerites to now. The day for a year principle is the classic example, but there are others. An example of a major prophetic shift is represented in connection with the seven thunders.
Indien die drie perioden ook de zeven donderslagen zijn, dan moeten de drie verzen „toekomstige gebeurtenissen, die [onthuld] zullen worden in hun volgorde,” aanduiden, en die „toekomstige gebeurtenissen” zouden overeenkomen met de „omschrijving van gebeurtenissen die plaatsvonden onder de eerste en tweede engel” van 1840 tot 1844. Er zijn verscheidene waarheden die deze beweging heeft aanvaard en die duidelijk verschillen van het inzicht van de pioniers, en toch stemmen al die waarheden overeen met het inzicht van de pioniers. Er heeft zich een grote profetische verschuiving voorgedaan van de Millerieten tot nu. Het dag-voor-een-jaarbeginsel is daarvan het klassieke voorbeeld, maar er zijn ook andere. Een voorbeeld van een grote profetische verschuiving wordt voorgesteld in verband met de zeven donderslagen.
After John was told in the last verse of chapter ten that he must prophesy again, thus emphasizing that the history of chapter ten represented both the movement of the Millerites and the one hundred and forty-four thousand, he was given a rod to measure the temple, but he was told to leave off the courtyard.
Nadat Johannes in het laatste vers van hoofdstuk tien was gezegd dat hij opnieuw moest profeteren, waarmee werd benadrukt dat de geschiedenis van hoofdstuk tien zowel de beweging van de Millerieten als de honderdvierenveertigduizend vertegenwoordigde, werd hem een meetroede gegeven om de tempel te meten, maar hem werd gezegd de voorhof buiten beschouwing te laten.
And there was given me a reed like unto a rod: and the angel stood, saying, Rise, and measure the temple of God, and the altar, and them that worship therein. But the court which is without the temple leave out, and measure it not; for it is given unto the Gentiles: and the holy city shall they tread under foot forty and two months. Revelation 11:1, 2.
En mij werd een riet gegeven, gelijk een staf; en de engel stond daar en zei: Sta op en meet de tempel van God, en het altaar, en hen die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, buiten beschouwing en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad tweeënveertig maanden vertreden. Openbaring 11:1, 2.
When measuring the temple in post-1844, John is told to leave off the Gentiles who are represented as the courtyard. This illustration in 1844 was identifying that God had just chosen a new covenant bride, and a distinction was then made with His bride and the courtyard. Sister White is clear that the courtyard represents the Gentiles and the temple is God’s chosen people, just read the chapter, The Outer Court, in the Desire of Ages.
Wanneer Johannes de tempel meet in de tijd na 1844, wordt hem gezegd de heidenen, die worden voorgesteld als de voorhof, buiten beschouwing te laten. Deze illustratie in 1844 maakte duidelijk dat God zojuist een nieuwe verbondsbruid had uitverkoren, en er werd toen een onderscheid gemaakt tussen Zijn bruid en de voorhof. Zuster White is duidelijk dat de voorhof de heidenen vertegenwoordigt en de tempel Gods uitverkoren volk is; lees eenvoudig het hoofdstuk, De Buitenste Voorhof, in The Desire of Ages.
John is illustrating the Millerites, who had just become God’s chosen people in 1844. A distinction was placed between the Millerites, who had just experienced the bitter-sweet message and the rest of the professed Christian world, represented as Gentiles.
Johannes beeldt de Millerieten uit, die in 1844 zojuist Gods uitverkoren volk waren geworden. Er werd een onderscheid gemaakt tussen de Millerieten, die zojuist de bitterzoete boodschap hadden ervaren, en de rest van de belijdende christelijke wereld, voorgesteld als heidenen.
The foundation was laid from 1840 until the first disappointment, and the temple was finished during the proclamation of the Midnight Cry. Then came the great disappointment and John is told to rise and measure, but leave off the Gentiles. John is illustrating the opening of the judgment, and for this reason inspiration applies the measuring of John in the verses as the symbol of the investigative judgment. What we have just set forth about John as a symbol of measuring is in agreement with typical Adventist understanding, but in this movement, there was a major shift of understanding the symbol.
Het fundament werd gelegd van 1840 tot aan de eerste teleurstelling, en de tempel werd voltooid tijdens de verkondiging van de Middernachtsroep. Daarna kwam de grote teleurstelling en Johannes wordt gezegd op te staan en te meten, maar de heidenen buiten beschouwing te laten. Johannes beeldt de opening van het oordeel uit, en om deze reden past de inspiratie het meten door Johannes in de verzen toe als het symbool van het onderzoekend oordeel. Wat wij zojuist hebben uiteengezet over Johannes als een symbool van meten, stemt overeen met het gangbare adventistische begrip, maar in deze beweging vond er een grote verschuiving plaats in het verstaan van het symbool.
In agreement with Millerite understanding, we came to see that within the history of the Millerites as represented by John in chapter ten, was also a prediction of a parallel movement that would become the one hundred and forty-four thousand. We recognized if you took the measurements of the Millerite history, and left off the time of the Gentiles, you could see the very temple John was measuring.
In overeenstemming met het Milleritische begrip zijn wij gaan inzien dat zich binnen de geschiedenis van de Millerieten, zoals die door Johannes in hoofdstuk tien wordt voorgesteld, ook een voorspelling bevond van een parallelle beweging die de honderdvierenveertigduizend zou worden. Wij erkenden dat, indien men de afmetingen van de Milleritische geschiedenis nam en de tijd der heidenen buiten beschouwing liet, men juist de tempel kon zien die Johannes aan het meten was.
We came to see one 2520-year time prophecy ending in 1798 and the other in 1844, thus revealing a forty-six-year period that Christ built the Millerite temple. John identified the courtyard as Gentiles and there is a prophetic “times of the Gentiles.”
Wij kwamen ertoe te zien dat de ene tijdsprofetie van 2520 jaar in 1798 eindigde en de andere in 1844, en zo een periode van zesenveertig jaar openbaarde waarin Christus de Milleritische tempel bouwde. Johannes duidde de voorhof aan als heidenen, en er is een profetische „tijden der heidenen”.
And they shall fall by the edge of the sword, and shall be led away captive into all nations: and Jerusalem shall be trodden down of the Gentiles, until the times of the Gentiles be fulfilled. Luke 21:24.
En zij zullen vallen door de scherpte van het zwaard, en als gevangenen worden weggevoerd onder alle volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertreden worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zullen zijn. Lukas 21:24.
The “times” of the Gentiles is plural, and represent the two periods that both literal and spiritual Israel was trampled down. The last of the two trampling downs of paganism followed by papalism, ended in 1798. In spite of what may be claimed, the “times of the Gentiles” ended in 1798, with the arrival of the first angel. John was to start measuring in 1798, and nothing before. He was placed in the history of 1844, so to leave off the period that ended in 1798, was to leave off the courtyard, and in so doing you reveal the forty-six years when the Millerite temple was raised up by the Messenger of the Covenant. Many associated truths are derived from this application, but I am simply using this as an example of light which is different than pioneer understanding, but it is light that does not contradict the original truths, but no longer applies time.
De „tijden” van de heidenen staat in het meervoud en duidt de twee perioden aan waarin zowel het letterlijke als het geestelijke Israël werd vertreden. De laatste van deze twee vertredingen door het heidendom, gevolgd door het pausdom, eindigde in 1798. Ondanks wat men ook moge beweren, eindigden de „tijden van de heidenen” in 1798, met de komst van de eerste engel. Johannes moest in 1798 beginnen te meten, en niet eerder. Hij werd geplaatst in de geschiedenis van 1844; dus betekende het weglaten van de periode die in 1798 eindigde, het weglaten van de voorhof, en daardoor onthult u de zesenveertig jaren waarin de Milleritische tempel werd opgericht door de Boodschapper van het Verbond. Vele verwante waarheden worden uit deze toepassing afgeleid, maar ik gebruik dit slechts als een voorbeeld van licht dat verschilt van het inzicht van de pioniers, maar het is licht dat de oorspronkelijke waarheden niet tegenspreekt, doch niet langer tijd toepast.
That particular truth was recognized before 9/11, but was really established deeply post-9/11. The truth of John measuring the temple cannot be separated from the seven thunders, for it is the very same passage. There is a truth about the application of the seven thunders that was sealed up until the period where the “wonders” of Daniel chapter twelve are accomplished. The application of the “seven thunders” that was unsealed post-July 2023 aligns perfectly, or should I say it complements the three verses of Daniel twelve in a profound way.
Die specifieke waarheid werd vóór 9/11 onderkend, maar werd in werkelijkheid pas diepgaand gevestigd na 9/11. De waarheid omtrent Johannes die de tempel meet, kan niet worden losgemaakt van de zeven donderslagen, want het betreft precies dezelfde passage. Er bestaat een waarheid aangaande de toepassing van de zeven donderslagen die verzegeld was tot aan de periode waarin de „wonderen” van Daniël hoofdstuk twaalf volbracht zijn. De toepassing van de „zeven donderslagen” die na juli 2023 werd ontzegeld, stemt volkomen overeen met — of, beter gezegd, vormt een diepgaande aanvulling op — de drie verzen van Daniël twaalf.
Sister White employs the word complement, not the word compliment to describe the relation of the books of Daniel and Revelation. Complement, which means “to bring to perfection,” is what the two prophetic books do for one another. The seven thunders, when unsealed in Daniel chapter twelve post-July 2023, bring the message therein to perfection. What opens up the seven thunders is the principle of alpha and omega in conjunction with the structure of truth.
Zuster White gebruikt het woord aanvullen, niet het woord compliment, om de verhouding tussen de boeken Daniël en Openbaring te beschrijven. Aanvullen, wat betekent „tot volmaaktheid brengen”, is wat de twee profetische boeken voor elkaar doen. De zeven donderslagen brengen, wanneer zij in Daniël hoofdstuk twaalf na juli 2023 worden ontzegeld, de daarin vervatte boodschap tot volmaaktheid. Wat de zeven donderslagen ontsluit, is het beginsel van alfa en omega in samenhang met de structuur van de waarheid.
The “times” of the Gentiles was fulfilled in 1798, and represents two periods’ of 1260 years when paganism and then papalism trampled down the sanctuary and the host. When measuring the temple, we are to leave off the courtyard, and the courtyard stretches to 1798, but post-1844, time is no longer. Today the 1260 years simply represent a period of time that identifies the distinction between the temple and the courtyard. For this reason, from July 18, 2020 unto July of 2023 the trampling down was accomplished. To measure the temple today, in conjunction with the seven thunders that represent a delineation of events that transpired under the first and second angels’ messages, is the work assigned to John. “Our great work” is to “combine” the messages of the three angels, thus identifying a prophetic work that had not been done in prior covenant history, and is very rarely done even now. When we leave off the courtyard representing the times of the Gentiles, we are leaving off the 1260 years of papal persecution that ended at the time of the end in 1798.
De „tijden” der heidenen werden vervuld in 1798 en vertegenwoordigen twee perioden van 1260 jaar waarin eerst het heidendom en daarna het pausdom het heiligdom en het heir vertrapten. Wanneer wij de tempel meten, dienen wij de voorhof buiten beschouwing te laten, en de voorhof strekt zich uit tot 1798, maar na 1844 is er geen tijd meer. Tegenwoordig vertegenwoordigen de 1260 jaren eenvoudigweg een tijdsperiode die het onderscheid tussen de tempel en de voorhof aanduidt. Om deze reden werd van 18 juli 2020 tot juli 2023 de vertreding volbracht. De tempel thans te meten, in samenhang met de zeven donderslagen die een afbakening vertegenwoordigen van de gebeurtenissen die onder de boodschappen van de eerste en tweede engel plaatsvonden, is het werk dat aan Johannes is opgedragen. „Ons grote werk” is de boodschappen van de drie engelen te „verenigen”, en aldus een profetisch werk te identificeren dat in de eerdere verbondsgeschiedenis niet was verricht en zelfs nu nog zeer zelden wordt gedaan. Wanneer wij de voorhof, die de tijden der heidenen vertegenwoordigt, buiten beschouwing laten, laten wij de 1260 jaren van pauselijke vervolging buiten beschouwing die in 1798, ten tijde van het einde, eindigden.
The temple that was erected over forty-six years in Millerite history identifies a temple that is erected from July of 2023, until just before the Sunday law. That history is the period of the seven thunders “future events,” that “will be”, not might be, “disclosed in their order.”
De tempel die in de Milleritische geschiedenis gedurende zesenveertig jaar werd opgericht, duidt op een tempel die wordt opgericht vanaf juli 2023 tot vlak vóór de zondagswet. Die geschiedenis is de periode van de zeven donderslagen, “toekomstige gebeurtenissen”, die “in hun volgorde” zullen, niet mogelijk zullen, “worden geopenbaard.”
When we combine the history of the first angel, with that of the second, we find the history begins with an alpha disappointment and ends with an omega disappointment. When we align the prophetic waymarks in the history of the first angel from 1840 unto April 19, 1844, with the waymarks of the second angel who arrived at that time and continued until the arrival of the third on October 22, 1844—we have two periods that both begin and end with the arrival of an angel. The history of the first unto the second illustrates the history of the second to the third.
Wanneer wij de geschiedenis van de eerste engel combineren met die van de tweede, zien wij dat de geschiedenis begint met een alfa-teleurstelling en eindigt met een omega-teleurstelling. Wanneer wij de profetische wegmarkeringen in de geschiedenis van de eerste engel, van 1840 tot 19 april 1844, in overeenstemming brengen met de wegmarkeringen van de tweede engel, die op dat tijdstip kwam en voortduurde tot de komst van de derde op 22 oktober 1844, dan hebben wij twee perioden die beide beginnen en eindigen met de komst van een engel. De geschiedenis van de eerste tot de tweede illustreert de geschiedenis van de tweede tot de derde.
A prophetic witness that this is a valid application is found in the alpha and omega of the application. Two parallel lines applied together and the beginning and the ending of both lines identifies the arrival of an angel. Then when they are combined line upon line together into one line, the beginning marks the first disappointment and the ending marks the great disappointment. A further proof is found in the principles of alpha and omega that identifies the end as greater than the beginning. An alpha disappointment that ends with the great omega disappointment identifies the lesser and greater element of alpha and omega.
Een profetisch getuigenis dat dit een geldige toepassing is, wordt gevonden in de alfa en omega van de toepassing. Twee parallelle lijnen die tezamen worden toegepast, en het begin en het einde van beide lijnen, duiden de komst van een engel aan. Wanneer zij vervolgens regel op regel samengevoegd worden tot één lijn, markeert het begin de eerste teleurstelling en markeert het einde de grote teleurstelling. Een verder bewijs wordt gevonden in de beginselen van alfa en omega, die het einde als groter dan het begin aanduiden. Een alfa-teleurstelling die eindigt met de grote omega-teleurstelling, duidt het mindere en het grotere element van alfa en omega aan.
When we begin at April 19, 1844, (the arrival of the second angel that leads to the arrival of the third on October 22, 1844); and we then also begin the second line on August 11, 1840, which ends at April 19, 1844, we find the disappointment of April 19, 1844 is both the alpha and omega of the prophetic line which is produced by combining the prophetic line of the first and second angels.
Wanneer wij beginnen bij 19 april 1844 (de komst van de tweede engel, die leidt tot de komst van de derde op 22 oktober 1844), en wij vervolgens ook de tweede lijn beginnen op 11 augustus 1840, die eindigt op 19 april 1844, dan zien wij dat de teleurstelling van 19 april 1844 zowel de alfa als de omega is van de profetische lijn die ontstaat door de profetische lijn van de eerste en de tweede engel te combineren.
At the end of the period, you have the third angel arriving along with the second angel, thus typifying 9/11, and the two voices of the mighty angel of Revelation chapter eighteen. The two voices are both the second and third angel’s messages, and those two angels touched each other on October 22, 1844, and they meet again when the two histories are brought together line upon line. Brought together in this fashion they represent the history of the first disappointment unto the great disappointment, and the waymark in the middle of that history in the time of the Millerites was the Exeter camp meeting where two classes of worshippers were manifested, representing the rebellion of the foolish virgins in the parable, and identifying the middle waymark as rebellion.
Aan het einde van de periode ziet u de derde engel aankomen samen met de tweede engel, en zo een voorafbeelding vormend van 11 september, en van de twee stemmen van de machtige engel van Openbaring hoofdstuk achttien. De twee stemmen zijn zowel de boodschappen van de tweede als van de derde engel, en deze twee engelen raakten elkaar op 22 oktober 1844, en zij ontmoeten elkaar opnieuw wanneer de twee geschiedenissen regel op regel worden samengebracht. Op deze wijze samengebracht vertegenwoordigen zij de geschiedenis vanaf de eerste teleurstelling tot aan de grote teleurstelling, en het wegmerk in het midden van die geschiedenis in de tijd van de Millerieten was de kampbijeenkomst te Exeter, waar twee klassen van aanbidders werden geopenbaard, die de opstand van de dwaze maagden in de gelijkenis vertegenwoordigen, en die het middelste wegmerk als opstand identificeren.
The seven thunders represent the history of the first and second angel’s messages combined line upon line, which then identifies a history from the first disappointment to the great disappointment in the history of the one-hundred and forty-four thousand. The understanding of what that history represents prophetically aligns identically with the message represented in Daniel twelve as being sealed up until the time of the end.
De zeven donderslagen vertegenwoordigen de geschiedenis van de boodschappen van de eerste en de tweede engel, samengevoegd regel op regel, en duiden daarmee een geschiedenis aan vanaf de eerste teleurstelling tot aan de grote teleurstelling in de geschiedenis van de honderdvierenveertigduizend. Het begrip van wat die geschiedenis profetisch voorstelt, stemt volkomen overeen met de boodschap die in Daniël twaalf wordt voorgesteld als verzegeld tot de tijd van het einde.
We will continue this study in the next article, but I will leave the portion of Daniels last vision which only addresses Daniel’s illustration of God’s people in the latter days. Note in the context of the rule of first mention, that in verse one Daniel is in a class who understands the vision. The first thing mentioned in the vision is an illustration of Daniel as the wise who understand, and the last nine verses are all about the wise who understand on the twenty-second day.
Wij zullen deze studie in het volgende artikel voortzetten, maar ik zal het gedeelte van Daniëls laatste visioen laten rusten dat uitsluitend betrekking heeft op Daniëls voorstelling van Gods volk in de laatste dagen. Merk in de context van de regel van de eerste vermelding op dat Daniël in vers één behoort tot een groep die het visioen begrijpt. Het eerste dat in het visioen wordt vermeld, is een voorstelling van Daniël als een van de wijzen die inzicht hebben, en de laatste negen verzen gaan geheel over de wijzen die inzicht hebben op de tweeëntwintigste dag.
In the third year of Cyrus king of Persia a thing was revealed unto Daniel, whose name was called Belteshazzar; and the thing was true, but the time appointed was long: and he understood the thing, and had understanding of the vision.
In het derde jaar van Kores, de koning van Perzië, werd aan Daniël, wiens naam Beltsazar genoemd werd, een zaak geopenbaard; en die zaak was waar, maar de vastgestelde tijd was lang; en hij verstond de zaak en had inzicht in het gezicht.
In those days I Daniel was mourning three full weeks. I ate no pleasant bread, neither came flesh nor wine in my mouth, neither did I anoint myself at all, till three whole weeks were fulfilled. And in the four and twentieth day of the first month, as I was by the side of the great river, which is Hiddekel; Then I lifted up mine eyes, and looked, and behold
In die dagen bedreef ik, Daniël, drie volle weken rouw. Smakelijk brood at ik niet, vlees noch wijn kwam in mijn mond, en ik zalfde mij in het geheel niet, totdat drie volle weken vervuld waren. En op de vierentwintigste dag van de eerste maand, toen ik mij bevond aan de oever van de grote rivier, dat is de Hiddekel, hief ik mijn ogen op en zag, en zie,
a certain man clothed in linen, whose loins were girded with fine gold of Uphaz: His body also was like the beryl, and his face as the appearance of lightning, and his eyes as lamps of fire, and his arms and his feet like in colour to polished brass, and the voice of his words like the voice of a multitude.
een zekere man, gekleed in linnen, wiens lenden omgord waren met fijn goud van Ufaz; ook zijn lichaam was als turkoois, en zijn aangezicht als de verschijning van de bliksem, en zijn ogen als vurige fakkels, en zijn armen en zijn voeten van kleur als gepolijst koper, en de stem van zijn woorden als de stem van een menigte.
And I Daniel alone saw the vision: for the men that were with me saw not the vision; but a great quaking fell upon them, so that they fled to hide themselves. Therefore I was left alone, and saw this great vision, and there remained no strength in me: for my comeliness was turned in me into corruption, and I retained no strength.
En ik, Daniël, zag als enige het visioen; want de mannen die bij mij waren, zagen het visioen niet; maar een grote beving viel op hen, zodat zij vluchtten om zich te verbergen. Daarom bleef ik alleen achter en zag dit grote visioen, en er bleef geen kracht in mij over; want mijn luister werd in mij verkeerd tot verderf, en ik behield geen kracht.
Yet heard I the voice of his words: and when I heard the voice of his words, then was I in a deep sleep on my face, and my face toward the ground. And, behold, an hand touched me, which set me upon my knees and upon the palms of my hands. And he said unto me,
Toch hoorde ik de klank van zijn woorden; en toen ik de klank van zijn woorden hoorde, viel ik in een diepe slaap op mijn aangezicht, met mijn aangezicht ter aarde. En zie, een hand raakte mij aan, die mij deed opstaan op mijn knieën en op de palmen van mijn handen. En hij zei tot mij,
O Daniel, a man greatly beloved, understand the words that I speak unto thee, and stand upright: for unto thee am I now sent.
O Daniël, gij zeer beminde man, versta de woorden die ik tot u spreek, en sta rechtop; want nu ben ik tot u gezonden.
And when he had spoken this word unto me, I stood trembling. Then said he unto me,
En toen hij dit woord tot mij gesproken had, stond ik bevend. Toen zei hij tot mij,
Fear not, Daniel: for from the first day that thou didst set thine heart to understand, and to chasten thyself before thy God, thy words were heard, and I am come for thy words. But the prince of the kingdom of Persia withstood me one and twenty days: but, lo, Michael, one of the chief princes, came to help me; and I remained there with the kings of Persia.
Vrees niet, Daniël; want vanaf de eerste dag dat gij uw hart erop gezet hebt inzicht te verkrijgen en u voor het aangezicht van uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en om uw woorden ben ik gekomen. Maar de vorst van het koninkrijk van Perzië heeft mij eenentwintig dagen weerstaan; maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam mij te hulp; en ik bleef daar bij de koningen van Perzië.
Now I am come to make thee understand what shall befall thy people in the latter days: for yet the vision is for many days.
Nu ben ik gekomen om u te doen verstaan wat uw volk in de laatste dagen zal overkomen; want het visioen ziet nog op vele dagen.
And when he had spoken such words unto me, I set my face toward the ground, and I became dumb. And, behold, one like the similitude of the sons of men touched my lips: then I opened my mouth, and spake, and said unto him that stood before me,
En toen hij zulke woorden tot mij gesproken had, richtte ik mijn aangezicht ter aarde, en ik werd sprakeloos. En zie, iemand, gelijk de gedaante van de mensenkinderen, raakte mijn lippen aan; toen opende ik mijn mond en sprak, en zei tot hem die voor mij stond,
O my lord, by the vision my sorrows are turned upon me, and I have retained no strength. For how can the servant of this my lord talk with this my lord?
O mijn heer, door het visioen hebben smarten mij overvallen, en ik heb geen kracht behouden. Want hoe zou de knecht van deze mijn heer met deze mijn heer kunnen spreken?
for as for me, straightway there remained no strength in me, neither is there breath left in me. Then there came again and touched me one like the appearance of a man, and he strengthened me, And said,
Want wat mij betreft, terstond bleef er geen kracht meer in mij over, en ook bleef er geen adem in mij over. Toen kwam er opnieuw Eén tot mij en raakte mij aan, Eén gelijk de verschijning van een mens, en Hij sterkte mij, En Hij zei,
O man greatly beloved, fear not: peace be unto thee, be strong, yea, be strong. And when he had spoken unto me, I was strengthened, and said, Let my lord speak; for thou hast strengthened me. …
O zeer beminde man, vrees niet: vrede zij u, wees sterk, ja, wees sterk. En toen hij tot mij gesproken had, werd ik gesterkt, en ik zei: Mijn heer spreke; want gij hebt mij gesterkt. …
But thou, O Daniel, shut up the words, and seal the book, even to the time of the end: many shall run to and fro, and knowledge shall be increased.
Maar gij, o Daniël, sluit de woorden toe en verzegel het boek, tot de tijd van het einde; velen zullen heen en weer trekken, en de kennis zal vermeerderen.
Then I Daniel looked, and, behold, there stood other two, the one on this side of the bank of the river, and the other on that side of the bank of the river. And one said to the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, How long shall it be to the end of these wonders?
Toen keek ik, Daniël, op, en zie, daar stonden nog twee anderen, de één aan deze zijde van de oever van de rivier en de ander aan gene zijde van de oever van de rivier. En één zei tot de Man, met linnen bekleed, Die boven de wateren van de rivier was: Hoe lang zal het duren tot het einde van deze wonderen?
And I heard the man clothed in linen, which was upon the waters of the river, when he held up his right hand and his left hand unto heaven, and sware by him that liveth for ever that it shall be for a time, times, and an half; and when he shall have accomplished to scatter the power of the holy people, all these things shall be finished.
En ik hoorde de man, met linnen bekleed, die boven de wateren van de rivier was, toen hij zijn rechterhand en zijn linkerhand naar de hemel ophief en zwoer bij Hem die eeuwig leeft, dat het zou zijn voor een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer hij voleindigd zal hebben de macht van het heilige volk te verstrooien, zullen al deze dingen voleindigd zijn.
And I heard, but I understood not: then said I, O my Lord, what shall be the end of these things?
En ik hoorde het, maar ik begreep het niet; toen zei ik: O mijn Heer, wat zal het einde van deze dingen zijn?
And he said, Go thy way, Daniel: for the words are closed up and sealed till the time of the end. Many shall be purified, and made white, and tried; but the wicked shall do wickedly: and none of the wicked shall understand; but the wise shall understand.
En hij zei: Ga heen, Daniël; want deze woorden blijven verborgen en verzegeld tot de tijd van het einde. Velen zullen gereinigd, wit gemaakt en beproefd worden; maar de goddelozen zullen goddeloos handelen; en geen van de goddelozen zal het verstaan, maar de wijzen zullen het verstaan.
And from the time that the daily sacrifice shall be taken away, and the abomination that maketh desolate set up, there shall be a thousand two hundred and ninety days.
En van de tijd af dat het dagelijks offer zal worden weggenomen en de gruwel die verwoesting brengt zal worden opgericht, zullen er duizend tweehonderdnegentig dagen zijn.
Blessed is he that waiteth, and cometh to the thousand three hundred and five and thirty days.
Welzalig is hij die volhardt in het wachten en komt tot de duizend driehonderd vijfendertig dagen.
But go thou thy way till the end be: for thou shalt rest, and stand in thy lot at the end of the days. Daniel 10:1–18; 12:4–13.
Maar gij, ga uw weg tot het einde toe; want gij zult rusten en opstaan in uw bestemming aan het einde der dagen. Daniël 10:1–18; 12:4–13.